Meerjarenprogrammabegroting 2022-2025 (2021-51095) GEWIJZIGDE VERSIE van 12 oktober 2021
Tekst van het document
Tot en met 2022 vinden er nog reserveringen plaats van de opbrengsten uit de precariobelasting, maar vanaf 2022 daalt deze ratio verder.Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de verhouding van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen wijzigt door de toename van het vreemd vermogen (aangetrokken en nog aan te trekken financieringsmiddelen). Het kengetal structurele exploitatieruimte is alleen in het jaar 2023 negatief, maar laat in de jaren 2022, 2024 en 2025 een positieve waarde zien. De gemeenteraad heeft besloten om vanaf 2022 de OZB trapsgewijs te verhogen. In de berekening van het kengetal belastingcapaciteit is deze verhoging verwerkt. Hierdoor stijgt dit kengetal de komende jaren. Hierbij moet worden opgemerkt dat het landelijk gemiddelde bij de berekening op hetzelfde niveau is gehouden aangezien de ontwikkelingen landelijk gezien de komende jaren (nog) niet bekend zijn.
82 |
4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf gaan we in op de beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente Voorst. De belangrijkste kapitaalgoederen zijn wegen, riolering, groen, gebouwen en openbare verlichting. Daarnaast behoort materieel als dienstauto’s tot de kapitaalgoederen. Per kapitaalgoed gaan we in op de beleidskaders, de financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting en de mate van kwaliteit en risico’s. In 2016 heeft u de "Beleidskaders meerjarige onderhoudsplannen kapitaalgoederen 2016 – 2020" vastgesteld. Voor de onderdelen wegen, riolering, mobiliteit en groen heeft u de beleidskaders al herzien door de vaststelling van het Integraal Wegenplan (IWP) Voorst 2020 – 2024, het Programma Water 2020-2025, het Programma Groen 2020-2025 en het Programma Mobiliteit 2020-2030. De financiële gevolgen hiervan zijn meegenomen in deze begroting. Volgens de Financiële verordening wordt met ingang van 2021 geen vierjaarlijks onderhoudsplan openbare ruimte meer opgesteld, maar worden de beleidskaders zoals opgenomen in de diverse vastgestelde programma's opgenomen in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Wegen Beleidskader Het beleidskader voor het beheer van de wegen is vastgesteld in het Integraal Wegenplan (IWP) 2020-2024.
De algemene beleidsuitgangspunten voor het wegenonderhoud zijn: ▪ veiligheid: de veiligheid moet voldoen aan wettelijke eisen en moet zodanig zijn dat de kans op ongevallen klein is. De veiligheid wordt met name bepaald door ernstige oneffenheden en het schadebeeld dwarsonvlakheid; ▪ duurzaamheid: de technische instandhouding mag niet in het geding zijn. Het schadebeeld scheurvorming op asfalt is hierop van invloed; ▪ comfort: comfortabel gebruik moet mogelijk zijn. Comfort wordt bepaald door de mate waarin de weggebruiker hinder ondervindt van de onderhoudstoestand van de weg. Met name het onderdeel vlakheid heeft invloed op het comfort; ▪ aanzien: het aanzien moet redelijk zijn. Het aanzien wordt in hoge mate bepaald door de algehele onderhoudstoestand van de weg. Met name scheurvorming, oneffenheden en randschade zijn bepalend voor het aanzien. Kwaliteit en risico’s Periodiek toetsen we aan de normering van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond, Weg- en Waterbouw en Verkeerstechniek (CROW). Dit is een landelijke normering die het mogelijk maakt verhardingen objectief te beoordelen en daardoor de kwaliteit eenduidig vast te leggen. Het systeem richt zich er op om de juiste maatregel op het juiste moment te nemen. Binnen deze systematiek bereiken we dat instandhouding duurzaam plaats vindt tegen de laagste kosten.
De inspectie van de verhardingen vindt jaarlijks plaats. Om binnen dit beleidskader te blijven zetten wij de werkwijze van afgelopen jaren door in het IWP 2020-2024. In deze situatie wordt vervolgens het noodzakelijk onderhoud op het meest optimale moment uitgevoerd. Hiermee voorkomen we dat uitgesteld noodzakelijk onderhoud leidt tot hogere kosten. Wij voeren het reguliere onderhoud uit binnen de daarvoor door het CROW aangegeven termijnen (onvoldoende binnen 0 tot 2 jaar, matig binnen 3 tot 5 jaar).
| 83
Asfaltonderhoud is in verband met kapitaalsvernietiging prioritair boven het onderhoud aan elementenverhardingen. Bij vervanging en grootonderhoud kijken we integraal naar de andere werkterreinen zoals riolering en verkeer. Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten Investeringen IWP Verkeersveiligheidsstudie Twello/randweg Twello Randweg Twello en maatregelen aan het spoor Woon| Werk| Leef plan gemeente Voorst Aanpassing van het lokale wegennet (i.v.m. westelijk randweg) Twello Centrum Programma Mobiliteit Brug Michiel de Ruyterstraat – Jachtlustplein Twello Vervanging verkeersregelinstallatie (VRI) kruispunt Wilpse Dijk Onderhoud/vervanging (bermschade langs wegen buiten bebouwde kom)
2021
2022
2023
2024
2025
1.216.181 1.438.162 1.360.590 1.284.390 1.284.390 750.000 200.000 0
750.000 0 0
750.000 0 0
750.000 750.000 0 4.700.000 0 3.000.000
0
0
0
0 1.500.000
350.000 125.000 0 0
350.000 550.000 50.000 62.200
350.000 200.000 0 0
0 150.000 0 0
0 150.000 0 0
25.000
25.000
25.000
25.000
25.000
Zie ook de ramingen in programma 2 Mooi Voorst
Riolering Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Water 2020-2025. Dit programma is opgesteld in de geest van de Omgevingswet. Het omvat naast de visie op water al de onderdelen die een Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) ook bevat, omdat dit nog een verplicht document is. Kwaliteit en risico’s De uitvoering van de beheerswerkzaamheden is vastgelegd in het Programma Water 2020-2025. Periodiek onderzoeken we hoe wij de zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater zoveel mogelijk integraal met onderhoud en reconstructie van groen en verhardingen kunnen uitvoeren. Binnen het Programma Water 2020-2025 is de instandhouding van de riolering geborgd en is er ruimte voor nog te nemen maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie. Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten Reservering Investeringen Onderhoud/vervanging
2021
2022
2023
2024
2025
299.337 717.767
324.446 730.011
324.446 764.016
324.446 757.189
324.446 760.189
1.342.000 1.059.000
865.000
954.000 1.273.000
Zie ook de ramingen in programma 2 Mooi Voorst
Openbaar groen Beleidskader De algemene beleidsuitgangspunten voor groenbeheer zijn vastgelegd in het Programma Groen 2020-2025 en richten zich op drie thema’s: Leefbaarheid, Duurzaamheid en Biodiversiteit. Bij al deze thema’s speelt een integrale, doelmatige aanpak een rol, naast het behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteiten.
84 |
Kwaliteit en risico's In het Programma Groen is de structuur en inrichting van het groenbeheer nader vastgelegd. Het groen is hiertoe ingedeeld in een ruimtelijke groenstructuur met drie bijbehorende beheerniveau's: ▪ met een hoge representatieve functie en een hoge gebruiksintensiviteit en intensief beheer (intensief onderhoud); ▪ wijk- en buurtgroen met een normaal goed beheer (basis onderhoud) met soms een extensivering, gericht op natuurlijke ontwikkeling; ▪ overig groen met een functie in de woonomgeving veelal met normaal goed beheer met daar waar mogelijk een extensivering gericht op een natuurlijke ontwikkeling (extensief onderhoud). Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten, inclusief inhuur personeel Investeringen Programma groen A1 kwaliteitsverbetering omgeving
2021
2022
2023
2024
2025
1.072.216 1.489.081 1.489.081 1.489.081 1.489.081 0
0
0
500.000
0
Zie ook de ramingen in programma 2 Mooi Voorst
Openbare verlichting Beleidskader De algemene beleidsuitgangspunten voor verlichting zijn: ▪ ▪ ▪ ▪
de nieuw te plaatsen en te vervangen verlichting bestaat uit LED-verlichting; afschrijving van de armaturen en masten is respectievelijk 20 en 40 jaren; nieuw te plaatsen verlichting wordt bij hogere wattages gedimd; duurzaamheid en milieu maken deel uit van de beleidskeuzes.
In het kader van de in 2015/2016 vastgestelde Nota Duurzaamheid met addendum wordt de conventionele verlichting versneld vervangen door LED-verlichting (15 jaar i.p.v. 20 jaar). In 2020 is het onderhoudsbestek van de openbare verlichting opnieuw aanbesteed en loopt in 2022 door. Kwaliteit en risico’s De activiteiten richten zich met name op vervanging en verduurzaming. Bij vervanging van armaturen zoeken we steeds naar de meest energiezuinige oplossing. De middelen in de begroting zijn voldoende voor de uitvoering van dit beleid. Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten Investeringen Onderhoud/vervanging Versneld vervangen openbare verlichting door LED
2021
2022
2023
2024
2025
42.286
42.963
42.963
42.963
42.963
70.000 35.000
70.000 35.000
70.000 35.000
70.000 35.000
70.000 35.000
Gebouwen Beleidskader De gemeente is eigenaar van 35 gebouwen met bijbehorende installaties. Het technisch beheer en onderhoud vindt plaats op basis van een meerjaren onderhoudsprogramma dat we jaarlijks actualiseren en vertalen in een uitvoeringsplan. Aan het onderhoudsprogramma ligt de NEN 2767 systematiek ten grondslag. Verduurzaming en gasloos maken van gebouwen en installaties Met de vaststelling van het addendum op de nota Duurzaamheid in juni 2016 heeft de raad belangrijke nieuwe doelstellingen vastgesteld (onder andere) op het gebied van verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed.
| 85
Voor het gemeentelijk vastgoed richt de gemeente zich op 15% energiebesparing, vooral op gas, en 300 MWH zonnestroom in 2020, en vervolgens 50% energiebesparing 2000 MWH zonnestroom en 60% CO2 reductie (in kg) in 2030. Deze nieuwe beleidskaders zijn vertaald in een nieuw meerjarenonderhoudsprogramma, een zogenaamd D(= duurzaam)MJOP. Uitgangspunt is dat we op natuurlijke vervangingsmomenten binnen het onderhoudsproces investeren in energiezuinige en duurzame alternatieven. Hiervoor zijn extra financiële middelen beschikbaar. Inmiddels heeft, aanvullend op de hiervoor genoemde doelstellingen, de rijksoverheid in de Energieagenda als ambitie opgenomen dat heel Nederland in 2050 gasloos is. Dit brengt voor de nabije toekomst de noodzaak met zich mee tot investering in all-electric installaties of andere concepten. Brandweerkazernes De VNOG heeft voor de toekomst nieuwe beleidskaders vastgesteld. Vanuit deze beleidskaders zijn diverse plannen opgesteld waaronder een dekkingsplan en materieelspreidingsplan 2021-2024. Daarnaast zijn de Arbo richtlijnen voor de brandweerzorg aangescherpt. Uitvoering van de plannen die hieruit voortvloeien gaat zeker gevolgen hebben voor de brandweerkazernes in de gemeente Voorst. In 2021 wil de VNOG samen met de gemeentes die eigenaar zijn van de brandweerkazernes het demarcatieproces afronden.
Verantwoordelijkheden op het gebied van beheer en onderhoud en facilitaire zaken gaan hierdoor wijzigen, dit heeft ongetwijfeld ook financiële consequenties. Binnensportaccommodaties Diverse maatschappelijke ontwikkelingen waaronder woningbouw maar ook een veranderend aanbod van sportactiviteiten maken het noodzakelijk dat we onderzoeken of het aanbod van onze binnensportaccommodaties nog matchen met de wensen vanuit de Voorster samenleving. Samen met de stichtingen Koepel Welzijn Sport en Cultuur, de Schaeck en diverse andere organisaties zoals scholen en sportverenigingen is dit opgepakt. De input vanuit dit onderzoek maar ook vanuit het lokaal sport- en beweegakkoord bepaalt of we wijzigingen moeten doorvoeren. Financiële vertaling Het jaarlijkse totaalbedrag voor onderhoud/vervanging bestaat uit onderhoudskosten (onderhoud) en investeringskosten (veelal vervanging). Onderhoudskosten brengen geen afschrijvingskosten met zich mee omdat deze niet levensduur verlengend zijn. Investeringskosten brengen wel afschrijvingskosten met zich mee en schrijven we af volgens het activabeleid. Om jaarlijks vast te stellen welk budget is geïnvesteerd, maken we in het laatste kwartaal van elk jaar een overzicht van de investeringen. De investeringen vertalen we financieel naar kapitaallasten, dit proces brengt geen extra onderhouds-/ vervangingskosten met zich mee en is dus budgetneutraal.
Financiële consequenties en vertaling Onderhoud lasten: Gemeentehuis Gemeentewerf Parkeergebouw Twello Onderwijsaccommodaties Sportaccommodaties Begraafplaatsen Hietweideweg 20 Twello, exclusief gymzaal Hietweideweg 20 Twello, gymzaal Maarten Tromplaan 2 Twello Oude Rijksstraatweg 38 Twello Molenstomp De Vecht 86 |
2021
2022
2023
2024
2025
6.567 5.729 11.667 1.717 21.721 13.728 5.280 5.280 4.645 3.000 258
6.672 5.821 11.854 1.745 22.069 161.341 5.364 5.364 4.719 3.048 262
6.672 5.821 11.854 1.745 22.069 161.361 0 5.364 0 3.048 262
6.672 5.821 11.854 1.745 22.069 161.341 0 5.364 0 3.048 262
6.672 5.821 11.854 1.745 22.069 161.341 0 5.364 0 3.048 262
Financiële consequenties en vertaling H.W. Iordensweg 11 Twello Voormalig Cupa complex Bussloo Vermeersweg 61 Twello Schuur Het Kleine Zand, Teuge Overige gebouwen Onderhoud/vervanging Gemeentelijke gebouwen
2021 1.018 4.427 7.651 500 6.966
2022 1.034 4.470 7.773 508 7.620
2023 1.034 4.470 7.773 508 7.620
2024 1.034 4.470 7.773 508 7.620
2025 1.034 4.470 7.773 508 7.620
1.362.381 1.459.476 1.242.760 1.264.386 1.184.105
Zie ook de ramingen in programma 4 Gezond Voorst en programma 7 Dienstverlenend Voorst Onderhoud gemeentelijke eigendommen Naamgeving gebouw Gemeentehuis Gemeentewerf / Brandweerkazerne Hietweideweg 20 (oudbouw Veluws College) Brandweergarage plus dienstwoning Maarten Tromplaan 2 (oudbouw De Kleine Wereld) 2 Sporthallen (inclusief turnhal + multizaal) Kulturhus SCC 7 Gemeentelijke gymlokalen Kortenaerstraat 16 (Het Baken) Zwembad (binnenbad + buitenbad) Vermeersweg 61 (oudbouw Wilpsedijk school) 5 Kerktorens Schaapskooi Veeschuurtje te Voorst Pand Oude Rijksstraatweg 38 H.W. Iordensweg 11 Molenstomp De Vecht (molen Koekkoek) Schuur 'Het Kleine Zand' te Teuge Muziektent Voorst en Terwolde Parkeerhuis 2 Aula's en lijkenhuisjes
Huisvesting / huurder organisatie BVO (m2) Bestuurlijke en ambtelijke organisatie Korps Twello en ambtelijke organisatie Tijdelijke huisvesting bestuurlijke en ambtelijke organisatie Korpsen Voorst en Terwolde Stichting De Koepel Stichting De Koepel Stichting De Koepel Stichting De Koepel Stichting De Koepel De Schaeck Zone College Onderdeel van een kerk Particulier en Imkervereniging Hartgers IJsseldal Wonen (opvang statushouders) Parkeerders Bezoekers
5.400 2.505 2.325 320 1.142 9.152 1.800 3.428 523 2.850 759 302 49 33 450 125 50 180 20 3.150 178
Vervangingsplan materieel Beleidskader In het kader van duurzaamheid vervangen we de huidige dienstauto's met brandstofmotor door elektrische auto’s. Kwaliteit en risico’s Vanuit duurzaamheid stappen we over naar elektrisch rijden. De huidige afschrijvingstermijn van 8 jaar is gebaseerd op voertuigen met conventionele techniek. De verwachting is dat deze afschrijvingstermijn ook toepasbaar is voor elektrisch rijden. Vandaar dat deze ongewijzigd blijft staan op 8 jaar. Financiële consequenties en vertaling Investeringen Bedrijfswagens / scooters / fietsen Onderhoudsmaterieel
2021
2022
2023
2024
2025
91.560 31.800
53.000 0
0 0
0 27.925
0 0
| 87
4.4 Paragraaf Financiering Algemeen In deze paragraaf beschrijven we het treasurybeleid. Treasury, het beheren van geld- en kapitaalstromen, neemt bij gemeenten een belangrijke plaats in. De Wet Financiering decentrale overheid (Wet Fido) stelt regels voor het beheer van de treasury. De wet bevat normen voor het beheersen van risico’s op kort- en langlopende geldleningen, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beleid Om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden, maken we gebruik van de kaders die in het treasurystatuut 2018 zijn vastgelegd. Dit statuut is door het college vastgesteld en de raad is met een raadsmededeling hierover geïnformeerd. Risicobeheer De risico’s die de gemeente loopt op het gebied van treasury bestaan voornamelijk uit renterisico’s. Voor de beheersing van deze risico’s gelden twee concrete richtlijnen: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm voor de vaste schuld. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde nettovlottende schuld over een periode van 3 maanden mag hebben. Deze bedraagt maximaal 8,5% van de jaarbegroting. De limiet heeft betrekking op leningen met een looptijd van maximaal één jaar (vlottende schuld). Berekening kasgeldlimiet Begrotingstotaal Percentage ministeriële beschikking Kasgeldlimiet (afgerond)
Begroting 2022 62.876 8,5% 5.344
(bedragen x € 1.000)
Renterisiconorm Het renterisico betreft het risico dat de begroting van de gemeente geconfronteerd wordt met een verzwaring van de rentelasten als gevolg van herfinancieringen van bestaande activa of van herziening van rente van bestaande leningen. Het doel van de renterisiconorm is om dit risico te beperken tot een handelbaar niveau. Bij een goed (gelijkmatig) opgebouwde leningenportefeuille blijft het renterisico binnen verantwoorde marges en zullen de renteaanpassingen zich geleidelijk voordoen en binnen de begroting worden opgevangen. In de Wet FIDO is vastgelegd dat jaarlijks een volume ter grootte van 20% van het lastentotaal van de gemeentelijke begroting (peildatum 1 januari) mag worden geherfinancierd of een renteherziening mag ondergaan. Omdat de gemeente voor de eigen financiering geen leningen heeft aangetrokken waarvan in 2021 de rente wordt herzien, heeft de renterisiconorm in 2022 voor Voorst alleen betrekking op herfinanciering van aflopende leningen. Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage ministeriële beschikking Renterisiconorm (afgerond) (bedragen x € 1.000)
88 |
Begroting 2022 62.876 20% 12.575
Kredietrisicobeheer 1Volgens onderstaande tabel zijn aan de volgende instellingen gelden verstrekt: Kredietrisico's op verstrekte gelden
Verenigingen Woningbouw Stimuleringsfonds (1-1-2021) Totaal
Restant schuld per 1-1-2022 92 60 7.757 7.909
% 1,20 0,80 98,00 100,00
(bedragen x € 1.000)
Het risico dat de gemeente loopt bij bovenstaande verstrekte gelden is gelet op de overeenkomsten met de instelling en het toezicht op deze instellingen heel laag. Intern liquiditeitsbeheer Risico’s worden beheerst van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitplanning en meerjaren investeringsplanning. Als gevolg daarvan kunnen de financieringskosten hoger uitvallen. Voor het liquiditeitenbeheer heeft de gemeente Voorst een overeenkomst voor geïntegreerde dienstverlening afgesloten met de nv Bank Nederlandse Gemeenten. Ter beperking van de rentekosten is met de BNG overeengekomen dat de kredietfaciliteit in rekeningcourant is gesteld op ongeveer de kasgeldlimiet. Financieringsvolume Onze financieringsbehoefte wordt in belangrijke mate bepaald door de investeringen die plaatsvinden in het kader van het Meerjaren Investerings Programma (MIP), het Meerjaren Onderhouds Programma (MJOP), de ontwikkelingen binnen de grondexploitatie en het verloop van de exploitatieuitgaven en -inkomsten. Het MIP en MJOP worden doorlopend geactualiseerd en bijgesteld. Voor de komende jaren zijn er bedragen nodig voor o.a. rioleringsinvesteringen (op basis van het programma Water), wegenreconstructies (uitwerking Integraal WegenPlan) en vervanging van onderhoudsmaterieel.
Voor het project Verduurzaming en revitalisering gemeentehuis is in 2018 een langlopende geldlening aangetrokken, die we in verschillende termijnen opnemen. In de financieringsbehoefte verwachten wij te voorzien door het aantrekken van korten langlopende geldleningen. Het daadwerkelijk beroep is afhankelijk van de realisatie van de geplande investeringen, de ontwikkelingen binnen de grondexploitaties en de feitelijke liquiditeitspositie op het moment dat we uitgaven doen. De liquiditeitsbehoefte is immers afhankelijk van het verloop van de inkomsten en uitgaven. Het aantrekken van financieringsmiddelen vindt plaats binnen de kaders van de wet Fido en het Financieringsstatuut 2018. Leningenportefeuille De totale leningenportefeuille van onze gemeente bedraagt op 1 januari 2022 €44,2 miljoen.
| 89
Interne rente In deze programmabegroting gaan we uit van een interne rente van 0,10%. Dit percentage achten wij redelijk gezien de rente die we momenteel betalen en gezien de huidige rentestand van langlopende geldleningen. De rentelasten worden toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen. De toegerekende rentelast aan bouwgronden in exploitatie (1,0%) sluit aan op de fiscale systematiek (vennootschapsbelasting) zoals uiteengezet in de notitie Grondexploitatie van de commissie BBV. Het verschil (renteresultaat) tussen de betaalde en ontvangen rente en de interne doorberekende rente verantwoorden we bij de algemene dekkingsmiddelen. In onderstaand renteschema geven we inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening Tabel renteschema 2022 a. b.
c.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Saldo door te rekenen externe rente
d1. d2.
Bedrag (x € 1.000) 486 486
Renteschema Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
37 -298 -261 225 -
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente
225
e.
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)
263
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
-38
90 |
Wet- en regelgeving Schatkistbankieren Voor de gemeenten en andere decentrale overheden is het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Decentrale overheden dienen banktegoeden, die een vooraf bepaalde drempelwaarde te boven gaan, af te storten naar een rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Vanaf 1 juli 2021 wordt voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Deze drempelwaarde bedroeg voorheen 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000. Voor de gemeente Voorst bedraagt de drempelwaarde in 2022 afgerond € 1,0 miljoen. Tegen deze drempelwaarde moet het gemiddelde van de banksaldi van de gemeente in een kwartaal worden afgezet. Ieder jaar sturen we erop dat we de drempelwaarde niet overschrijden en dat de gemeente dus geen of heel beperkt financiële middelen hoeft te stallen bij het Rijk. Wet HOF Met de wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd.
De Wet Hof bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan drie procent mag bedragen.
| 91
4.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen De inrichting van de bedrijfsvoering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het college. De raad oefent via zijn budgetrecht invloed uit op de gemeentelijke bedrijfsvoering: met de vaststelling van de begroting stelt de raad het bedrag vast dat het college voor dat doel beschikbaar heeft. De paragraaf bedrijfsvoering beoogt op hoofdlijnen kaders te stellen ten aanzien van het beleid met betrekking tot de bedrijfsvoering. Kaders voor het bedrijfsvoeringsbeleid Net als in vorige begrotingen formuleert deze paragraaf van de programmabegroting een aantal indicatoren aan de hand waarvan de raad vanuit zijn controlerende rol kan toetsen of de sturing door het college zich binnen de gestelde hoofdkaders beweegt. Deze indicatoren zijn: ▪
▪
▪ ▪ ▪
Het college geeft gestalte aan de bedrijfsvoering met inachtneming van de geldende externe regelgeving en van de door de raad vastgestelde regels en normeringen zoals deze in de programmabegroting en verordeningen ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet zijn opgenomen. De verklaring en het controleverslag van de accountant bij de gemeentelijke programmarekening vormt een belangrijke graadmeter voor beantwoording van de vraag of het college in deze opdracht is geslaagd. Zowel wat betreft de "getrouwheid" van de jaarrekening als wat betreft de rechtmatigheid van de financiële beheershandelingen; Het college heeft de informatieveiligheid op orde, blijkt uit de rapportage zelfevaluatie ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) die we opstellen ten behoeve van het toezicht door de gemeenteraad en het toezicht door externe toezichthouders; De huidige organisatiestructuur volgens het zogenoemde bloemmodel blijft in stand.
Het college richt zich op een zich organisch ontwikkelende organisatie en streeft naar het voorkomen van reorganisaties en gedwongen ontslagen; De omvang van de ambtelijke organisatie staat in verhouding tot het takenpakket, waarbij naast kwaliteit en doelmatigheid ook optimale efficiëntie onverminderd uitgangspunt is; De gemeente vervult als overheidswerkgever een voorbeeldrol als goed werkgever en betrekt vanuit deze doelstelling werknemersvertegenwoordigingen nauw bij de ontwikkeling van het personeels- en organisatiebeleid; het personeelsbeleid is er op gericht dat het ziekteverzuim niet hoger is dan 5%.
Omvang formatie De ambtelijke formatie omvat in 2022 volgens de raming 199,1 fte (voltijdsfuncties), waarvan 2,5 fte griffiepersoneel. Van de totaalformatie heeft 3,3 fte een tijdelijk/ projectmatig karakter, namelijk 1,8 fte projectteam Voorst onder de Loep, 0,8 fte uitvoering Addendum nota Duurzaamheid en 0,7 fte uitvoering Actieplan Huisvesting en Integratie Statushouders. In de ambtelijke formatie zijn 6 FTE opgenomen voor de gedetacheerde mensen van de buitendienst. Tegenover de loonsom hiervan staat een detacheringsvergoeding die nagenoeg kostendekkend is.Deze detacheringsvergoeding staat geraamd op taakveld Groen, programma Mooi Voorst. De ambtelijke formatie heeft zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (cijfers exclusief griffiepersoneel)
92 |
De formatiein 2022blijft op hetzelfde niveau ten opzichte van 2021. Loonsomuitgaven De raming van loonsomuitgaven voor 2022 is als volgt:
Bestuur Raad College Voorm. bestuurders Totaal Ambt. organisatie WSW Griffie Ambtenaren Totaal Totaal salariskosten
Totaal toelagen Bruto lasten
Inhouding sociale lasten Totaal lasten
Aantal FTE's Aantal pers.
Totaal jaarwedde
19 5 14
411.522 163.493
309.383 19.040 -
309.383 430.562 163.493
33.250 64.572 1.150
342.633 495.135 164.643
38
575.015
328.423
903.439
98.972
1.002.411
59,08 2,52 196,60 258,20
69 4 225 298
1.496.102 162.129 11.124.743 12.782.974
11.221 6.202 493.301 510.724
1.507.322 168.331 11.618.044 13.293.698
376.403 51.150 3.342.075 3.769.628
1.883.725 219.482 14.960.119 17.063.326
258,20
336
13.357.989
839.147
14.197.136
3.868.600
18.065.737
Bestuurlijke loonsomlasten Ten opzichte van de begroting 2021 zijn de bestuurlijke loonsomlasten toegenomen met ruim € 38.240.Deze toename is te verklaren doordat de onkostenvergoedingen voor raadsleden nu bij de toelagen geraamd zijn in plaats van onder de overige personeelskosten. Dit zijn geen extra bijkomende kosten, maar deze zijn nu in dit overzicht zichtbaar gemaakt. Ambtelijke loonsomlasten De ambtelijke loonsomlasten inclusief griffie zijn € 15.179.600. Dit is ten opzichte van de begroting 2021 een toename van € 238.885. Deze loonsomstijging wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt dooreen verhoging van de pensioenlasten en de sociale verzekeringslasten. Net als in 2021 zijn de loonsomlasten van het project Voorst onder de Loep in de overzichten opgenomen. Het aandeel in de loonsom van deze | 93
projectformatie is € 79.762. Deze loonsomlasten dekken we vanzelfsprekend uit het krediet dat voor de uitvoering van het project beschikbaar is. Sociale Werkvoorziening Vanaf 1 januari 2020 voeren we de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) zelf uit. In 2022 hebben we 59,08 fte aan formatie die onder de cao Sociale Werkvoorziening vallen. Vanaf 1 januari 2015 kunnen er geen mensen meer instromen in de Wsw. We hebben een relatief jong bestand van mensen in de Wsw en deze mensen blijven hun rechten houden op basis van de oude Wsw. Het bestand met mensen in de Wsw gaat in de loop van de jaren daarom teruglopen, maar met een lange doorlooptijd. De Participatiewet is in de plaats gekomen van de Wsw, maar ook in de plaats van de Wet Werk en Bijstand en een groot deel van de Wajong. Personeel en organisatie Mede door de corona crisis, maar ook door een toenemende krapte op de arbeidsmarkt is het nog meer dan in voorgaande jaren zichtbaar dat het van belang is te blijven investeren in aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden, vooral voor de jongere generaties. Het bieden van ruimte voor flexibele werktijden, thuiswerken en de facilitering daarbij, het beschikbaar stellen van eigentijdse communicatiemiddelen en het ondersteunen en faciliteren van opleidings- en loopbaanplannen maken onderdeel uit van die maatregelen.
Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het boekjaar 2022 moet het college van burgemeester en wethouders zelf een rechtmatigheidsverantwoording afgeven in de jaarstukken. Nu is het nog zo dat de externe accountant bij de jaarrekening een controleverklaring verstrekt met een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid. Het oordeel over de rechtmatigheid verdwijnt en het wordt de taak van het college zelf om zich daarover te verantwoorden. Het college van B&W is al staatsrechtelijk en bestuurlijk verantwoordelijk voor de rechtmatigheid. Maar nu is het de accountant die hierover verslag uitbrengt en het gesprek voert met de gemeenteraad. Met ingang van de jaarstukken 2022 moet het college van B&W zelf een verantwoording opstellen, die we opnemen in de jaarrekening. De accountant geeft in het kader van de getrouwheid wel een oordeel over de rechtmatigheidsverantwoording. Informatiebeleid en automatisering Goede informatisering en daarmee dienstverlening kent twee pijlers: processen en gegevens. Zaakgericht werken zorgt voor het eenduidig vastleggen van alle processen. Hoewel dit niet het werk inhoudelijk beïnvloedt heeft dit wel invloed op de manier van werken. Om dit te faciliteren is implementatie van een Zaaksysteem nodig. Vanuit de Samen Organiseren gedachte van gemeenten is Common Ground ontstaan.
Dit is het idee om een nieuwe, moderne ICT-infrastructuur te bouwen voor de uitwisseling van gegevens binnen, en tussen gemeenten en ketenpartijen. Met Common Ground kunnen gemeenten hun dienstverlening en bedrijfsvoering ingrijpend vernieuwen vanuit de basis: de gegevenslaag. Met de basis op orde is gecombineerd met een zaaksysteem goede ontsluiting via een Klant Contact Centrum, een Persoonlijke Internet Pagina maar ook het bieden van een integraal klantbeeld mogelijk. Ook voor het leveren van sturingsinformatie, verantwoording, beveiliging en juiste archivering is dit essentieel. Dat stelt ons in staat om op een moderne en flexibele manier in te spelen op maatschappelijke vraagstukken en onze inwoners een optimale dienstverlening te bieden. Dat informatiebeveiliging hierbij een belangrijke rol speelt is evident. Aan de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van gegevens worden steeds hogere eisen gesteld. Voor de overheid geldt één uniform normenkader voor informatiebeveiliging: de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De BIO legt de nadruk op risicomanagement. Dit vereist, nog meer dan nu, een continu proces 94 |
van identificatie en beoordeling van risico’s om te bepalen wat nodig is om informatie adequaat te beschermen. De coronacrisis heeft ons geleerd hoe belangrijk goede ICT-voorzieningen zijn, niet alleen op kantoor maar ook thuis. Het verplichte thuiswerken heeft medewerkers laten ervaren wat de voor- en nadelen hiervan zijn. Wij verwachten dat ook na de crisis meer thuisgewerkt gaat worden dan voorheen. Bij de inrichting van de werkplek in het vernieuwde gemeentehuis kijkenwe dan ook goed welke ICT-middelen nodig zijn om flexibel én locatieonafhankelijk te kunnen werken. ICT-uitgaven Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie, verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Overige inkomsten Totaal baten Saldo
Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 10.607 11.744 11.219,67 669.716 774.038 822.507,17 113.711 112.477 143.966,18 64.910 85.109 86.471,00 415.857 297.372 351.276,01 1.274.801 1.280.740 1.415.440 -16 6 7 -16 6 7 1.274.817 1.280.734 1.415.433
| 95
4.6 Paragraaf Verbonden partijen Algemeen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de gemeente zowel een financiële als bestuurlijke relatie heeft. Beide relaties komen voort uit de verplichtingen op grond van een gemeenschappelijke regeling (GR), in samenhang met het bepaalde in artikel 193 van de Gemeentewet. De financiële verplichting houdt in dat de gemeente bijdraagt in de kosten van de publiekrechtelijke rechtspersoon. Bij een privaatrechtelijke rechtspersoon zijn de opties dat de gemeente kapitaal verstrekt in de vorm van risicodragend kapitaal, een lening of garantstelling, c.q. een subsidie of een combinatie van deze mogelijkheden. Bij de bestuurlijke relatie staat zeggenschap bij de rechtspersoon centraal, onder andere via de mogelijkheid om bestuursleden of commissarissen te benoemen of via het stemrecht als aandeelhouder. Huidige beleidskaders Aanwezigheid publiek belang Bij zowel een financiële als een bestuurlijke relatie dient sprake te zijn van een publiek belang. De behartiging van een publiek belang staat centraal bij de rechtspersoon aan wie de gemeente zich verbonden heeft. Het publiek belang zal gedefinieerd zijn in het gemeentelijk besluit tot deelneming. De invulling van het publieke belang leidt tot bepaalde taken en werkprocessen. Als er geen sprake (meer) is van een publiek belang, dan is deelneming niet (meer) aan de orde.
Volledige betrokkenheid bij behartiging publiek belang We moeten bezien of volledige, dan wel gedeeltelijk gemeentelijke betrokkenheid bij de behartiging van het publieke belang/de publieke taak noodzakelijk is. De vraag is op welke elementen van de werkprocessen de gemeente invloed wil hebben. Gaat het alleen om de output en de resultaten, of ook om de beheersing van het proces zelf? Als volledige betrokkenheid noodzakelijk is, maar de gemeente het publieke belang niet zelfstandig kan behartigen, dan is deelname aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, c.q. samenwerkingsverband, geïndiceerd. Gedeeltelijke betrokkenheid bij behartiging publiek belang Als sprake is van een publiek belang maar volledige gemeentelijke betrokkenheid niet noodzakelijk is, komt deelname aan een privaatrechtelijk rechtspersoon in beeld. De weg daar naar toe begint bij de vraag of de gemeente het publieke belang via bestuurlijke zeggenschap in combinatie met een financiële deelname voldoende kan behartigen. Deze vraag is van belang voor de rol waarin de gemeente als opdracht-, subsidie- of regelgever in beeld is. Biedt bestuurlijke deelname onvoldoende mogelijkheden om de verantwoordelijkheden voor het desbetreffende publieke belang waar te maken, dan is deelneming niet langer zinvol of is een nieuwe participatie niet aan de orde.
Risicoanalyse bij betrokkenheid behartiging publiek belang Indien gemeentelijke participatie geïndiceerd is, is het zaak risico's in te kaart brengen en is de monitoring van de risico’s noodzakelijk. Deze situatie kan voorkomen als een verplichte afdekking van tekorten, geldleningen en garanties speelt. Ook kan deze situatie ontstaan als de noodzaak tot monitoring van de omvang van het gemeentelijke aandelenkapitaal noodzakelijk is. Monitoringsinstrumenten zijn het beoordelen of goedkeuren van de begroting en de jaarrekening, dan wel specifiek omschreven besluiten en de beoordeling van het nakomen van de gewenste prestaties met inbegrip van het gewenste voorzieningenniveau. Vastlegging hiervan en verslaglegging hierover is noodzakelijk.
96 |
Ontwikkelingen Bij de oprichting van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel is de keuze gemaakt om elke deelnemer bij een stemming 1 stem in het bestuur te geven. Daarnaast werd besloten dat er een beschermingsconstructie op financieel gebied komt voor grote gemeenten. Het doel daarvan is te voorkomen dat veel kleine gemeenten één grote gemeente tot uitgaven kunnen dwingen voor doeleinden waar een grote gemeente niet achter staat. Wij werken er bij elke aanpassing en oprichting van een GR naar toe dat wordt gestemd volgens de hiervoor omschreven methode (één stem per deelnemende gemeente met de beschermingsconstructie). Lijst van verbonden partijen De verbonden partijen kunnen als volgt worden ingedeeld: Gemeenschappelijke regelingen Regio Stedendriehoek (Cleantech Regio) GGD Noord- en Oost-Gelderland Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ) Tribuut belastingsamenwerking Basismobiliteit (PlusOV) Stichtingen/verenigingen Stichting Archipel Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn) Stichting Koepel sport, welzijn en cultuur Coöperaties/vennootschappen Leisurelands (voorheen Recreatiegemeenschap Veluwe / RGV Holding BV) N.V. Luchthaven Teuge N.V. Bank Nederlandse Gemeenten Waterbedrijf Vitens N.V. Circulus Berkel
Gemeenschappelijke regelingen Verbonden Partij Aard Bestuurlijke vertegenwoordiger Vestigingsplaats Omschrijving
Zeggenschap Openbaar belang / doel
Regio Stedendriehoek (Cleantech Regio) Gemeenschappelijke regeling Burgemeester Twello De Regio Stedendriehoek (S3H) coördineert, faciliteert en communiceert de samenwerking tussen de gemeenten binnen de S3H. Naast de taken in relatie tot de intergemeentelijke samenwerking participeert de S3H in de Cleantech Regio, met als partners het bedrijfsleven en het onderwijs. Bestuurslidmaatschap AB (2+1plv) en bestuurslidmaatschap DB (1) De Regio Stedendriehoek en de Strategische Board vormen samen de Cleantech Regio en richten zich gezamenlijk op het realiseren van 3 lange termijn doelen: 1. 2. 3.
Financieel belang Risico's en getroffen maatregelen
Een duurzame en gezonde leef- en werkomgeving Een vitale, toekomstbestendige arbeidsmarkt Een circulaire en energieneutrale economie
Het motto van de Agenda Cleantech Regio is "Samen naar een schone toekomst". De agenda is gemaakt met vertegenwoordigers van de overheden, het bedrijfsleven en onderwijs en onderzoek. De topthema’s zijn Energietransitie en Circulaire economie. Ook zet de regio in op Innovatiekracht, Human capital en Schone mobiliteit. De basis is onze leefomgeving en het vestigingsklimaat. Doel is dat de Cleantech Regio aantrekkelijk is en blijft voor (nieuwe) inwoners, toptalenten en ondernemers. De gemeentelijke bijdrage aan de regio is afhankelijk van het aantal inwoners per gemeente. De deelnemende gemeenten aan de regeling zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eventuele tekorten van de S3H. Voor de Cleantech Regio geldt dat de drie partners (zie hiervoor) gezamenlijk zorgen voor een verantwoord financieel beleid. | 97
Verbonden Partij Ontwikkelingen
Boekjaar Resultaat Eigen vermogen Vreemd vermogen
Regio Stedendriehoek (Cleantech Regio) Regionaal Perspectief 2030 Eind 2020 is gestart met het Regionaal Perspectief 2030 (RP2030). Het gaat om een aanscherping en actualisatie van de huidige Agenda Cleantech Regio. In het Regionaal Perspectief maken we een doorkijk naar 2030 voor wat betreft de regionale opgaven. Doel is om als regio beter herkend en erkend te worden. Het vormt de basis voor de meerjarige samenwerkingsafspraken met de provincies Gelderland en Overijssel, in de vorm van een uitvoeringsen investeringsprogramma . Het RP 2030, inclusief uitvoerings- en investeringsprogramma, brengt de regionale opgaven voor 2030 in beeld, geeft zicht op de investeringsrichtingen en benodigde investeringen en partners. In 2021 rondenwe dit proces af. Regiodeal De uitvoering van de Regiodeal , met een bijdrage van het Rijk van 7,5 miljoen, is in volle gang. De gemeente Voorst neemt deel aan het programma toekomstbestendige bedrijventerreinen, bedoeld om bedrijfsterreinen duurzamer en aantrekkelijker te maken. Grip op Samenwerken In mei 2020 is de notitie Grip op Samenwerken behandeld en heeft u ingestemd met het initiatiefvoorstel om de regionale samenwerking te verbeteren. Het gaat naast samenwerking ook om een ander manier van infomeren en meer ruimte voor de raad om te sturen. Ook de andere gemeenteraden in de regio is het initiatiefvoorstel besproken.
In 2021 worden de raden in de regio op de hoogte gesteld van de voorgenomen acties op de voorgestelde maatregelen Jaarrekening 2016 6 245 4.900
Jaarrekening 2017 1 221 2.700
Jaarrekening 2018 -67 105 1.736
Jaarrekening 2019 94 97 1.566
Jaarrekening 2020 173 173 2.089
Bedragen x € 1.000 Verbonden Partij Aard Bestuurlijke vertegenwoordiger Vestigingsplaats Omschrijving
Zeggenschap Openbaar belang / doel Financieel belang Risico's en getroffen maatregelen
Verbonden partij Ontwikkelingen
Boekjaar Resultaat Eigen vermogen Vreemd vermogen Bedragen x € 1.000
98 |
GGD Noord- en Oost-Gelderland Gemeenschappelijke regeling Wethouder Wim Vrijhoef Warnsveld De Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Noord- en Oost-Gelderland (GGD NOG) is de gezondheidsdienst van 22 gemeenten. De GGD NOG beschermt en bevordert de gezondheid van de inwoners (van jong tot oud) van de gemeenten in zijn regio. Bestuurslidmaatschap AB (1) Het op adequate schaal behartigen van de openbare gezondheidszorg. Dit betreft de bijdrage voor de kosten die conform afspraak via een bijdrage per inwoner over de deelnemende gemeenten verdeeld worden. Deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eventuele tekorten. De jaarrekening 2020 en de programmabegroting 2022 voldoen aan de eisen van de GR. GGD Noord- en Oost-Gelderland (vervolg) Vanaf het voorjaar van 2020 heeft het algemeen bestuur (AB) van GGD Noord- en Oost-Gelderland in het kader van een takendiscussie gesproken over bestuurlijke richting van het takenpakket en de werkwijze van de GGD. De uitkomsten daarvanleggen we waarschijnlijk in het najaar van 2021 aan de raad voor. In 2022 vindt een belangrijk deel van de implementatie plaats. Jaarrekening 2016 -53 2.825 3.565
Jaarrekening 2017 193 3.156 2.793
Jaarrekening 2018 213 3.028 2.923
Jaarrekening 2019 71 2.909 2.631
Jaarrekening 2020 69 2.970 7.036
Verbonden Partij Aard Bestuurlijke vertegenwoordiger Vestigingsplaats Omschrijving
Zeggenschap Openbaar belang / doel
Financieel belang
Risico's en getroffen maatregelen Ontwikkelingen
Boekjaar Resultaat Eigen vermogen Vreemd vermogen
Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Gemeenschappelijke regeling Burgemeester Apeldoorn In de VNOG werken de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) en de brandweer samen. De VNOG bestaat uit 22 gemeenten. Binnen de VNOG wordt aandacht besteedt aan een effectieve voorbereiding op en bestrijding van crises en rampen. Bestuurslidmaatschap AB (1). Wet veiligheidsregio, Wet geneeskundige hulpverlening en Wet rampen en zware ongevallen verlangen het bestaan van een GR gericht op taken als hiervoor genoemd. Het is tevens de bedoeling de oranje kolom meer te betrekken bij de invulling van de eigen doelstellingen. De VNOG hanteert voor de berekening van de gemeentelijke bijdrage de verdeelsleutel "Gemeentefonds" (cluster openbare orde en veiligheid, subcluster brandweer en rampenbestrijding). In 2021 is het financieel verdeelmodel geactualiseerd voor een periode van 4 jaar. Het aandeel van Voorst is vanaf 2021 vastgesteld op 3,05%. Deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eventuele tekorten. De gemeenteraad is geïnformeerd over de Kadernota 2022-2025 en over de programmabegroting 2022-2025. De programmabegroting is opgebouwd volgens de opgaven van de VNOG, zoals vastgelegd in de Toekomstvisie en bijbehorende opdrachten en het regionaal beleidsplan.
De gevolgen van de coronacrisis zullen mogelijk nog effect hebben op 2022. Dat kan een extra uitdaging vormen voor het behalen van de doelstellingen en de uitvoering van de activiteiten, die in de begroting 2022 staan. In 2022 zal ook het "demarcatieproject", over de verantwoordelijkheden in beheer en onderhoud, uitgevoerd worden. In het kader van "Grip op samenwerken" gaat de VNOG onderzoeken hoe een aantal procedures aangepast kan worden, zodat deze beter aansluiten op "Grip op samenwerken". Er zal vervolgens onderzocht worden hoe deze werkwijze voor alle gemeenten toegepast kan worden. Dit onderzoek vindt plaats in samenwerking met de griffiers en samen met de GGD Noord- en Oost-Gelderland. Jaarrekening 2016 -211 1.597 44.982
Jaarrekening 2017 930 1.597 45.918
Jaarrekening 2018 -2.355 -436 51.146
Jaarrekening 2019 4.148 7.789 45.721
Jaarrekening 2020 4.929 14.546 42.340
Bedragen x € 1.000 Verbonden Partij Aard Bestuurlijke vertegenwoordiger Vestigingsplaats Omschrijving Zeggenschap Openbaar belang / doel Financieel belang Risico's en getroffen maatregelen
Ontwikkelingen
Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ) Gemeenschappelijke regeling Wethouder Harjo Pinkster Apeldoorn De OVIJ voert met de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (VTH) voor milieu uit in de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst. De gemeente Voorst is vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur met 1 stem. De afzonderlijke collegesblijven bestuurlijk verantwoordelijk. De gemeente Voorst betaalt de OVIJ jaarlijks een vast bedrag, voor dit bedrag dient de OVIJ een prestatie te leveren in aantallen en kwaliteit. Aan het eind van het financieel boekjaar wordt een eventueel positief resultaat van de OVIJ conform de GR teruggegeven aan de partners, naar rato van de inbreng van de partners. In geval van een eventueel negatief eindresultaat moet extra geld bijbetaald worden, maar dit is sinds de oprichting nog niet voorgekomen. Er is bij de OVIJ sprake van een gezonde financiële situatie. De jaarlijkse bijdrage van de gemeente Voorst is sinds de verhoging in 2019 evenredig ten opzichte van de andere partnergemeenten. Thema’s waar de Omgevingsdienst de komende jaren extra aandacht aan gaat schenken zijn toezicht op energiebesparende maatregelen, het verbod op Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS-lijst) en circulariteit. De komst van de Omgevingswet leidt tot aanpassingen in de vergunningverlening en handhaving.
OVIJ heeft budget gereserveerd voor de benodigde interne uren voor de implementatie van de Omgevingswet. Het positieve resultaat van 2020 is uitgekeerd aan de partners.
| 99
Boekjaar Resultaat Eigen vermogen Vreemd vermogen
Jaarrekening 2016 81 337 1.391
Jaarrekening 2017 266 596 2.015
Jaarrekening 2018 218 518 735
Jaarrekening 2019 493 668 2.624
Jaarrekening 2020 118 298 1.062
Bedragen x € 1.000 Verbonden Partij Aard Bestuurlijke vertegenwoordiger Vestigingsplaats Omschrijving
Zeggenschap Openbaar belang / doel
Financieel belang
Risico's en getroffen maatregelen Ontwikkelingen
Tribuut belastingsamenwerking Gemeenschappelijke regeling (GR) Wethouder Hans van der Sleen Epe Tribuut voert met ingang van 2016 voor de gemeenten Apeldoorn, Epe, Lochem, Zutphen en Voorst alle gemeentelijke heffingen en belastingen uit. Een uitzondering geldt onder andere voor de heffing en invordering van de leges publiekszaken en marktgeld voor de zogenaamde meelopers. Vertegenwoordigd in bestuur met 1 stem, evenals andere deelnemende gemeenten. De afzonderlijke colleges blijven bestuurlijk verantwoordelijk. De gemeenteraden blijven verantwoordelijk voor de vaststelling, wijziging en intrekking van belastingverordeningen en voor het kwijtscheldingsbeleid. Tribuut voert de taken van het bevoegd gezag uit en ontvangt hiervoor een doelvergoeding van de deelnemende gemeenten. Binnen de doelvergoeding moeten alle kosten worden opgevangen. Jaarlijks wordt de doelvergoeding geïndexeerd op basis van de indexpercentages uit de septembercirculaire (septembercirculaire voorafgaand aan het begrotingsjaar). Een eventuele verhoging van de doelvergoeding wordt bij de begroting (begrotingswijziging), na zienswijze van de raad, vastgesteld.
Tribuut verzorgt de periodieke afdracht van de respectievelijke belastingopbrengsten aan de deelnemende gemeenten overeenkomstig de met Tribuut gesloten Collectieve samenwerkingsovereenkomst De deelnemers zijn voor hun inbreng aansprakelijk voor tekorten. Reserves worden opgebouwd uit toekomstige exploitatieresultaten. De budgetten in het Toekomstplan en de begroting 2022-2025 van Tribuut zijn voor structurele en incidentele kosten geïndexeerd op basis van de prijsontwikkeling 2022, zoals aangegeven in de septembercirculaire 2021. De kosten Tribuut stijgen met ingang van 2022 met € 13.000 van € 441.000 tot e € 454.000 als gevolg van: a. de indexering 2022, b. de kostenstijgingen 1 wijziging begroting 2021 en c. de actualisering van de deurwaarderskosten en de kosten voor flexibele inhuur. De door Tribuut gemaakte Covid-19 kosten zijn voorzover van toepassing structureel verwerkt in haar begroting 2022-2025. Een zorg voor Tribuut en de deelnemende gemeenten blijft het antwoord op de vraag: "hoe ontwikkelt zich het aantal gegronde bezwaren, (WOZ/OZB) 2022 en volgende jaren, ingediend door zogenaamde "no cure no pay bureaus". De door Tribuut uitbetaalde proceskostenvergoedingen zijn vanaf 2020 zeer fors gestegen. Niet in te schatten is of het thans beschikbare budget van € 600.000 voldoende is.
Het bestuur van Tribuut heeft opdracht gegeven om in algemene zin maatregelen te nemen om de kostenstijgingen Tribuut van de afgelopen jaren te beteugelen. Bij de oprichting van Tribuut zijn prestatie indicatoren opgesteld. Die prestatie indicatoren geven inzicht in hoe Tribuut haar werkzaamheden uitvoert. Voor de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) geldt dat de Waarderingskamer de uitvoering van de WOZ met een "Goed" moet beoordelen. Tot op heden staat het oordeel nog op "Voldoende". Dat betekent dat de WOZ bij Tribuut nog niet volledig in control is. Rijnconsult heeft in 2020 een rapport uitgebracht over de doorontwikkeling van Tribuut in de komende jaren. De conclusies en aanbevelingen moeten nog worden geëvalueerd en eventueel geïmplementeerd.
100 |