CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

GEWIJZIGD Jaarstukken 2021 (2022-25136)

gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Jaarstukken 2021 - gemeente Voorst (2022-22124)37.173 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

| 73

4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In de paragraaf weerstandsvermogen wordt niet alleen teruggekeken op de risico's van het afgelopen jaar, maar kijken we ook vooruit naar welke risico's er op dit moment zijn. De blik in de toekomst is belangrijk om de financiële positie van de gemeente in de juiste context te kunnen plaatsen. Om inzicht te krijgen in welk effect risico's hebben op de financiële positie wordt het het weerstandsvermogen bepaald. Dit geeft de mate van financiële robuustheid van de gemeente aan. Op vrijwel alle gemeentelijke beleidsterreinen zijn risico's aanwezig die niet door deze maatregelen zijn afgedekt. Dat deze risico's aanwezig zijn is geen probleem, zolang deze in evenwicht zijn met de weerstandscapaciteit. Coronavirus De langetermijngevolgen van het coronavirus zijn opgenomen in de reguliere risicosystematiek en niet meer specifiek benoemd omdat er een meer stabiele situatie ontstaat. De financiële gevolgen van corona over het boekjaar 2021 zijn beschreven in de paragraaf Covid-19. Situatie Oekraïne De oorlog in Oekraïne en sancties tegen Rusland hebben ook in Nederland grote gevolgen, de situatie ontwikkelt zich enorm snel. De energie- en grondstofprijzen zijn enorm gestegen en mede als gevolg daarvan is de inflatie aan het stijgen.

Welke gevolgen dit gaat hebben is onzeker, maar dat het (veel) financieel effect gaat hebben lijkt onvermijdelijk. Hoe de situatie zich verder ontwikkelt en welke financiële compensatie vanuit het rijk naar gemeentes komt, is op het moment van opstelling van deze jaarrekening onzeker. De forse stijging van de prijzen in het begin van 2022 heeft geen financiële gevolgen voor de jaarrekening 2021, maar mogelijk wel voor de jaarrekening 2022 en onze begroting 2023 en mogelijk voor de jaren daarna. We monitoren onze risico’s voortdurend. Met betrekking tot de balansposities aangaande de grondexploitaties zijn deze met de kennis per 31 december 2021 beoordeeld op een toereikende waardering. De toename en ontwikkeling van de prijsstijgingen in 2022 kan mogelijk leiden tot onzekerheden aangaande de terugverdiencapaciteit van de grondexploitaties in 2022 en de jaren daarna. Risicoprofiel In het onderstaande overzicht zijn de belangrijkste risico's opgenomen.

Tabel 1: belangrijkste financiële risico's Incidenteel/ Risico Gevolgen Programma 1: Bouwend Voorst Grondexploitatie algemeen: Het lager uitvallen van de minder opbrengsten binnen de geraamde opbrengsten omdat we complexen de grondprijzen moeten bijstellen Grondexploitatie algemeen: Boekwaarde van grond moet nieuwe complexen komen niet worden afgewaardeerd, wat leidt tot ontwikkeling tot financieel verlies Programma 2: Mooi Voorst Verduurzaming gebouwen Beschikbare budget voor verduurzaming gebouwen en installaties niet afdoende Programma 3: Bedrijvig Voorst Door uitstappen van één of Hoge onvoorziene kosten voor meerdere partijen in regionale overige partijen, waaronder de samenwerkingsverbanden gemeente 74 |

Kans Financieel gevolg structureel 30%

750.000 Incidenteel

30%

750.000 Incidenteel

50%

500.000 Incidenteel

50%

400.000 Incidenteel

Incidenteel/ Risico blijven de overige partijen met hoge kosten achter

Gevolgen

Kans Financieel gevolg structureel

| 75

Incidenteel/ Risico Gevolgen Programma 4: Gezond Voorst Langetermijngevolgen Corona De langetermijngevolgen van Corona kunnen in de zorg nog lang effect hebben Onbeheersbaarheid Bijdrage gemeente voor jeugdgezondheidszorg restcategorie welke niet onder het woonplaatsbeginsel geplaatst kan worden Programma 5: Sociaal Voorst Open einde regeling: Nieuwe inkoopafspraken, hogere voorzieningen voor inkoopprijzen maar een max. gehandicapten en eigen bijdrage waardoor het huishoudelijke verzorging resultaat onzeker is (WMO) De eigen bijdrage van de Een hoge eigen bijdrage van de gemeente met betrekking tot gemeente de participatiewet is moeilijk in te schatten door de open einde regeling. Het inzicht ontbreekt in de hoeveelheid burgers welke gebruik (gaan) maken van een uitkering. Afwikkeling GR Delta De afwikkeling van de GR Delta is grotendeels afgerond, er loopt nog een juridische procedure over de afwikkeling van een contract.

Zowel bedrag als kans is niet benoemd in deze paragraaf Onvoldoende budget Onvoldoende budget om het zorgaanbod te realiseren Programma 6: Veilig Voorst Er worden foutieve Vertraging in het proces en claims vergunningsbesluiten genomen Programma 7: Dienstverlenend Voorst Aanspraak maken op de Financieel verlies garantie van de lening Aanbestedingsrisico Het afwijken van aanbestedingsprocedures of foutief aanbesteden Begrotingstekorten in Financieel bijspringen gemeenschappelijke door de gemeente aan regelingen gemeenschappelijke regelingen Toenemende inflatie Als gevolg van de ontwikkelingen in Oekraïne kan de inflatie veel harder stijgen dan gebruikelijk Explosieve stijging Ondanks de grotendeels energieprijzen vastgeklikte tarieven bestaat een restrisico dat in 2022 de energietarieven gaan stijgen Algemene dekkingsmiddelen en financieringen Algemene Uitkering Tekort aan inkomsten gemeentefonds wordt lager / Herrijking gemeentefonds

Totaal grote risico's: € 10.800.000 Overige risico's: € 6.031.000 Totaal alle risico's: € 16.831.000

76 |

Kans Financieel gevolg structureel 50%

500.000 Structureel

30%

450.000 Structureel

50%

800.000 Structureel

50%

300.000 Structureel

80%

600.000 Structureel

50%

250.000 Incidenteel

20%

3.000.000 Incidenteel

60%

300.000 Incidenteel

80%

500.000 Incidenteel

50%

800.000 Structureel

50%

300.000 Structureel

50%

600.000 Structureel

Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van alle risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 16.831.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Hieruit volgt dat voor het afdekken van de risico's een weerstandscapaciteit van € 5.943.000 nodig is. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen welke beschikbaar zijn om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, financieel af te kunnen dekken, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Deze middelen bestaan uit de algemene reserves, onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien. De onbenutte belastingcapaciteit is bij deze jaarrekening (einde 2021) nog relatief groot. De begrote verhoging van de OZB in de begroting 2022 en meerjarenraming is hierin niet verwerkt. De beschikbare weerstandscapaciteit zal daardoor in de komende jaren hoogstwaarschijnlijk dalen. Beschikbare weerstandscapaciteit gemeente Voorst Weerstand Algemene reserves* Onbenutte belastingcapaciteit ** Onvoorzien incidenteel Totale weerstandscapaciteit

Startcapaciteit 6.903.988 2.350.812 25.000 9.279.800

* De algemene reserve is weergegeven exclusief het rekeningresultaat **de onbenutte belastingcapaciteit als weerstandscapaciteit is de ruimte tussen de fictieve OZB-opbrengst bij maximale tarieven conform de zgn. artikel 12norm en de OZB-opbrengst bij de huidige tarieven binnen de gemeente Voorst

Weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 9.279.800 € 5.943.000

=1,6

De ratio weerstandsvermogen ligt tussen de 1,4 en 2,0 en heeft daardoor op grond van de waarderingscijfers het oordeel "Ruim Voldoende". Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,06

Oordeel Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

| 77

Financiële kengetallen In deze paragraaf is een basisset van vijf financiële kengetallen opgenomen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De hoogte van de schuldquote hangt af van meerdere factoren (onder andere afgesloten en doorgeleende gelden of omvang van de voorraad gronden). Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de woonlasten in de gemeente zich verhouden ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Overzicht kengetallen gemeente Voorst In onderstaande tabel zijn de voor de gemeente Voorst berekende kengetallen opgenomen. Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

78 |

Jaarrekening 2020 61% 60% 19% -3,23% 0,47% 102%

Begroting Jaarrekening 2021 2021 79% 63% 77% 63% 18% 22% -2,16% 0,24% 2% -4,29% 99% 103%

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Een individueel kengetal kan niet worden gebruikt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd zijn gedaald ten opzichte van de begroting 2021 en liggen ongeveer op hetzelfde niveau als 2020. Echter de netto schuld is gestegen ten opzichte van 2020 door de opname van vaste geldleningen voor de verbouw van het gemeentehuis en aankoop van gronden. De totale baten zijn daarentegen ook gestegen. Aangezien dit kengetal uitgedrukt wordt in een percentage van de totale baten blijft dit kengetal ongeveer op hetzelfde niveau als 2020. De solvabiliteitsratio is licht gestegendoor enerzijds een toename van het eigen vermogen en anderzijds door de gewijzigde verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen. Het vreemd vermogen is gestegen door het aantrekken van vaste geldleningen. Hoewel het jaar 2021 een positief jaarrekeningresultaat laat zien komt het kengetal structurele exploitatieruimte op 0,24% uit. Dit betekent dat de structurele baten nagenoeg gelijk zijn aan de structurele lasten.

Ten opzichte van 2020 is dit kengetal positief ontwikkeld en is de structurele exploitatieruimte nagenoeg toereikend om de structurele lasten te dekken. Voor dit kengetal wordt het jaarrekeningresultaat gezuiverd van incidentele middelen. Het kengetal grondexploitatie is verder gedaald als gevolg van de verkoop van bouwkavels binnen de diverse grondexploitaties. Het kengetal belastingcapaciteit was voor 2021 103%. Dit betekent dat de woonlasten in 2021 binnen onze gemeente iets boven het landelijk gemiddelde lagen.

| 79

4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente. De belangrijkste kapitaalgoederen zijn: wegen, riolering, groen, gebouwen en openbare verlichting. Daarnaast behoort het materieel van de buitendienst tot de kapitaalgoederen. Per kapitaalgoed wordt ingegaan op de beleidskaders, de financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting en de mate van kwaliteit en risico’s. Voor de onderdelen wegen, riolering, mobiliteit en groen zijn de beleidskaders al herzien door de vaststelling van het Integraal Wegenplan (IWP) Voorst 2020 – 2024, het Programma Water 2020-2025, het Programma Groen 2020-2025 en het Programma Mobiliteit 2020-2030. Volgens de Financiële verordening is met ingang van 2021 geen vierjaarlijks onderhoudsplan openbare ruimte meer opgesteld, maar zijn de beleidskaders zoals opgenomen in de diverse vastgestelde programma's opgenomen in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Wegen Beleidskader De beleidsuitgangspunten voor het wegonderhoud zijn vastgelegd in het Integraal Wegen Plan (IWP) 2020-2024. Het beheer richt zich op het bereiken en vasthouden van: ▪ ▪ ▪ ▪

een gemiddelde kwaliteit waarbij de kans op ongevallen klein is; een kwaliteit waarbij de bereikbaarheid niet in het geding is; een kwaliteit die comfortabel gebruik mogelijk maakt; een kwaliteit die er redelijk uitziet en waarbij aan de wettelijke eisen voldaan wordt.

Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het onderhoudsbudget is opgenomen in de begroting op basis van de vastgestelde beleidskaders. Daarnaast zijn kredieten beschikbaar gesteld voor reconstructies, omvormen van semi-/verharde fietspaden naar betonpaden en groot onderhoud. Kwaliteit en risico’s Periodiek toetsen we aan de normering van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond, Weg- en Waterbouw en Verkeerstechniek (CROW). Dit is een landelijke normering die het mogelijk maakt verhardingen objectief te beoordelen en daardoor de kwaliteit eenduidig vast te leggen. Het systeem richt zich er op om de juiste maatregel op het juiste moment te nemen. Binnen deze systematiek wordt bereikt dat instandhouding plaats vindt voor de laagste kosten. De inspectie van de verhardingen vindt jaarlijks plaats. Verantwoording 2021 In het kader van het IWP is het volgende te melden. In Voorst is de herinrichting van de Kruizemuntstraat, Tijmstraat en Kervelstraat afgerond. Er is gestart met de herinrichting van de Helena H. Wilkensstraat. In Twello is de Johan Willem Frisostraat, Prins Bernhardstraat en Prinses Beatrixstraat heringericht.

Exploitatie (wegenonderhoud) In 2021 hebben wij in het kader van de exploitatie (wegenonderhoud) de volgende werkzaamheden (uitgesplitst per dorp) uitgevoerd: Terwolde De Bandijk (tussen Deventerweg en perceel 49) is voorzien van een nieuwe deklaag. Ter voorkoming van bermschade zijn aan weerszijden grasbetonstenen gelegd. De 80 |

Zeedijk (tussen Rozendaalseweg en Broekhuizerstraat) is voorzien van een nieuwe deklaag. Ter voorkoming van bermschade zijn éénzijdig grasbetonstenen gelegd. De Broekhuizerstraat (Zeedijk – stuw in bocht Terwoldse Wetering) is voorzien van een nieuwe deklaag met aan één zijde grasbetonstenen. Klarenbeek De Clabanusweg is voorzien van een nieuwe deklaag. Ter voorkoming van bermschade zijn aan weerszijden van de weg grasbetonstenen gelegd. Twello De Doornweerdstraat (deel H.W. Iordensweg/brug Twellosebeek en deel Hietweideweg/Verdistraat) is voorzien van een nieuwe deklaag. Wilp De Sluinerweg (paralleldeel tussen Schoneveld Breeding en Aerdenbroek) is voorzien van een nieuwe deklaag. De Withagenweg is voorzien van een nieuwe deklaag en versmald tot 6.00 m. Bij de aansluitingen met de Kneuterstraat en Bloemenksweg is de weg ingericht met gelijkwaardige kruisingen (voorrangssituatie opgeheven). De Holtweg (deel Rijksstraatweg / inrit “Gooiker”) is voorzien van een nieuwe deklaag.” Op de algemene begraafplaats Voorst is het hoofdpad voorzien van nieuw asfalt. Het oude asfalt in een aantal zijpaden is vervangen door een semi-verharding van “Achterhoeks Padvast” waardoor een meer natuurlijk beeld is ontstaan. Verspreid in het buitengebied zijn op diverse plekken asfaltreparaties uitgevoerd door plaatselijk het asfalt weg te frezen en nieuw asfalt in te brengen (bakfrezen).

Riolering Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Water. Het Programma Water is eind 2019 voor de planperiode 2020 - 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het onderhoudsbudget is opgenomen in de begroting op basis van de vastgestelde beleidskaders. Daarnaast zijn kredieten beschikbaar gesteld voor reconstructies en grootonderhoud. Kwaliteit en risico’s De uitvoering van de beheerswerkzaamheden is vastgelegd in het Programma Water 2020-2025. Periodiek wordt onderzocht hoe de rioleringszorg integraal met onderhoud en reconstructie van groen en verhardingen kan worden uitgevoerd. Binnen het Programma Water is de instandhouding van de riolering geborgd en is er ruimte voor nog te nemen milieumaatregelen. Verantwoording 2021 In 2021 is weer goed gebruik gemaakt van de afkoppelbijdrage regeling, met name de regentonnen vinden goed aftrek. In de drukriolering aan de Parkelerweg is een luchtinblaassysteem aangebracht en een put in de Reuvenkampsweg is voorzien van een open dekselput. Hiermee verwachten wij de stankklachten in de Reuvenkampsweg te verhelpen. Door personeelstekort bij de Omgevingsdienst heeft het project ‘bedrijfslozingen op de drukriolering’ vertraging opgelopen met de praktijk toetsing.

Om wortelingroei te voorkomen en ruimte te creëren voor het nieuwe hemelwaterstelsel zijn in de Kervelstraat en Kruizemuntstraat en Tijmstraat enkele strengen van het gemengde stelsel vervangen. Ook is hier een regenwateroverstort gemaakt die afwatert naar de vijver achter de Benring.

| 81

Groen Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Groen. Het Programma Groen is eind 2020 door de gemeenteraad vastgesteld voor de planperiode 2020 t/m 2025. Het Programma Groen is een nieuw, algeheel vastgesteld beleidsplan voor de gehele gemeente. Naast dat dit programma gericht is op de openbare ruimte komt ook de landschappelijke/ecologische component intensief aan de orde. Met dit programma lopen we vooruit op de nieuwe Omgevingswet. Het beheer van de openbare ruimte en ons landschap gaat stevig veranderen de komende decennia. De ecologische kringloop wordt veel meer gerespecteerd en als uitgangspunt gaan we telkens uit van de drie kernbegrippen: leefbaarheid, duurzaamheid en biodiversiteit. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het reguliere onderhoudsbudget voor groen is voor 2021 opgenomen in de begroting op basis van eerder vastgestelde beleidskaders. Het uitvoeringsprogramma van het Programma Groen is verwerkt in de begroting vanaf 2022. Verantwoording 2021 Regulier beheer In 2021 is het reguliere onderhoud van het gemeentelijk groen volgens plan uitgevoerd. Bestrijding van ongewenste kruiden vindt plaats op een 100% milieuvriendelijke wijze. Laanherstel Incidenteel zijn bomen vervangen en aangevuld. Door een wederom hete zomer zijn veel bomen verminderd in conditie.

Dat kan op de korte en middellange termijn een intensiever her- plantprogramma opleveren. Nieuwe laanbeplantingen in welke vorm dan ook zijn meer resistent tegen hitte en leveren altijd een meerwaarde op voor biodiversiteit. Groenrenovatie Op diverse locaties binnen de dorpen zijn groenrenovaties uitgevoerd. Daarnaast is tijdens wegreconstructies ook veelal versleten groen aangepast. We werken steeds meer met beplantingen die een toegevoegde waarde geven aan biodiversiteit. Boomonderhoud/veiligheid Eenmaal per vier jaar krijgen alle bomen binnen het voorster buitengebied een snoeibeurt en vindt er boominspectie plaats. Openbare verlichting Beleidskader In oktober 2010 heeft de gemeenteraad het kwaliteitsniveau vastgesteld. De hieraan gekoppelde beleidsregels zijn voortgezet voor de periode 2016-2020. De algemene beleidsuitgangspunten voor verlichting zijn: ▪ het verlichtingsniveau is gebaseerd op de Praktijkrichtlijn welke is opgesteld door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde; ▪ afschrijving van de armaturen en masten is respectievelijk 20 en 40 jaren; ▪ nieuw te plaatsen verlichting wordt voorzien van een dimunit; ▪ de nieuw te plaatsen verlichting bestaat uit LED-verlichting of is voorbereid op LEDverlichting; ▪ duurzaamheid en milieu maken deel uit van de beleidskeuzes.

Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het jaarlijks onderhoud- en vervangingsprogramma zijn de middelen in het meerjareninvesteringsprogramma van de begroting opgenomen. 82 |

Kwaliteit en risico’s Het laatste deel van de verbetering van het verlichtingsniveau is uitgevoerd. Het verlichtingsniveau is op het afgesproken niveau gebracht. Vanaf nu zullen er voornamelijk vervangingen plaats vinden. Bij vervanging van armaturen zal steeds gezocht worden naar de meest energiezuinige oplossing. De middelen in de begroting zijn voldoende voor de uitvoering van dit beleid. Verantwoording 2021 Voor 2021 is een regulier onderhoudsplan opgesteld. Het vervangingsprogramma omvatte de vervanging van 185 stuks armaturen door moderne LED-armaturen. Hierin is een stap gezet in de verduurzaming van ons openbare verlichtingsareaal. Ledverlichting verbruikt minder stroom, heeft een langere levensduur en heeft minder onderhoud nodig. Het vervangingsplan betrof hierbij de lichtmasten aan de Kerkstraat, Dijkhuizenweg, Dorpsplein, Middendijk, Bongerdstraat, Ennestraat, Langestraat, Mr. van Marlestraat, Tuinstraat, Warmoezenierstraat, Westerstraat, Zuiderstraat, Ieuwland, Kolkweg, Kuiperstraat, Leliestraat, Molenweg, Schoolstraat en Koningin Wilhelminastraat. Hiermee zijn de gehele kernen Steenenkamer en Nijbroek verled. Gemeentelijke gebouwen Beleidskader, verduurzaming gebouwen en installaties De gemeente is eigenaar van 38 gebouwen met bijbehorende installaties.

In 2019 is besloten om het beheer en onderhoud van alle gemeentelijke gebouwen weer helemaal in eigen regie te nemen. Het technisch beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is in 2021 binnen de bestaande beleidskaders, met behulp van het duurzaam meerjarenonderhoudsprogramma (DMJOP), uitgevoerd. Aan het DMJOP ligt de NEN 2767 systematiek ten grondslag. Onderdeel van het planmatig technisch beheer en onderhoud is het versneld verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed, op basis van het Addendum op de Nota Duurzaamheid 2016. Het onderhoud in combinatie met innovatie en verduurzaming wordt waar mogelijk uitgevoerd in samenwerking met lokale partijen. Het technisch beheer beweegt zich in 2021 een moeilijke, wat overspannen, markt. Eén van de oorzaken hiervan is het coronavirus. Verantwoording 2021 Gymzalen De renovatie en verduurzaming van gymzaal Wilp is in 2021 afgerond. In deze gymzaal is het all-electric principe toegepast. Door het plaatsen van 80 PV panelen op het dak is ook deze gymzaal energetisch zelfvoorzienend. In de opvolgende jaren zullen ook andere gymzalen aan de beurt komen. Sporthal Jachtlust Het verduurzamingsplan cq renovatieplan voor Sporthal Jachtlust is in 2021 concreet gemaakt en de aanbesteding is uitgezet. Hierop zijn inschrijvingen binnengekomen en de opdracht is inmiddels gegund.

De uitvoering is in verband met de huidige markt doorgeschoven naar 2022. Muziekkoepel Terwolde In 2021 is de muziekkoepel Terwolde, in samenwerking met het dorp Terwolde, gerenoveerd. Muziekvereniging ‘Ons Genoegen’ doet als hoofdgebruiker een stuk operationeel beheer.

| 83

Vervangende nieuwbouw voor Brandweerkazerne en Gymzaal in Twello Door de woningbouwontwikkeling aan de Jupiter/Hietweideweg zullen de huidige brandweerkazerne en gymzaal gesloopt worden. De nieuwe locatie voor een nieuwe gym-/sportzaal wordt op dit moment onderzocht. Omdat we hier te maken hebben met verschillende belangenafwegingen hebben beide locatieonderzoeken behoorlijke vertraging opgelopen. Op 1 maart 2021 heeft de gemeenteraad besloten de nieuwe brandweerkazerne van Twello aan de Zuiderlaan te bouwen. Demarcatie VNOG In beleidsstukken van de VNOG is opgenomen dat de VNOG vaart wil zetten achter het “demarcatie project”. Dit project gaat over 56 kazernes in 22 gemeentes binnen de veiligheidsregio. Wij gaan ervan uit dat dit project verstrekkende consequenties gaat hebben voor de brandweerkazernes in de gemeente Voorst. Renovatie gemeentehuis Het jaar 2021 stond in het teken van het wederopbouwen van het gemeentehuis. De realisatiefase startte in 2020 met de circulaire sloop van het pand. Uiteindelijk bleef alleen de betonnen draagconstructie en het dak overeind. Hierna kon in 2021 gestart worden met het weer opbouwen van het gemeentehuis. Ondanks alle vertragingen in leveringen als gevolg van de coronacrisis en de gespannen markt, lopen we maar een maand achter op schema.

De bouwkundige en installatietechnische oplevering van het gemeentehuis die gepland stond op 1 maart 2022, heeft plaatsgevonden op 10 maart 2022. Hierna is gestart met de inrichting van het gemeentehuis en volgens planning zullen we 1 juni 2022 operationeel het gemeentehuis in gebruik nemen. Ondanks de ontwikkelingen in de bouwsector, blijven we binnen de begroting. Naamgeving gebouw Gemeentehuis Gemeentewerf / Brandweerkazerne Hietweideweg 20 (oudbouw Veluws College) Brandweergarage plus dienstwoning Vermeersweg 61 Maarten Tromplaan 2 (oudbouw De Kleine Wereld) Het Baken Kortenaerstraat 16 5 Kerktorens H.W. Iordensweg 11 Schaapskooi Veeschuurtje te Voorst Molenstomp De Vecht (molen Koekkoek) Parkeerhuis 2 Sporthallen (inclusief turnhal + multizaal) Zwembad (binnenbad + buitenbad) Kulturhus SCC Pand Oude Rijksstraatweg 38 7 Gemeentelijke gymlokalen 2 Aula's en lijkenhuisjes Schuur 'Het Kleine Zand' te Teuge Muziektent Voorst en Terwolde

84 |

Huisvesting / huurder organisatie Bestuurlijke en ambtelijke organisatie Buitendienst en korps Twello Tijdelijke huisvesting bestuurlijke en ambtelijke organisatie Korpsen Voorst en Terwolde Stichting de Koepel Stichting de Koepel Onderdeel van een kerk Particulier en Imkervereniging Hartgers Parkeerders Stichting De Koepel De Schaeck Stichting De Koepel IJsseldal Wonen (opvang statushouders) Stichting De Koepel Bezoekers -

BVO (m2) 5.400 2.505 2.325 320 759 1.142 523 302 125 49 33 50 3.150 9.152 2.850 1.800 450 3.428 178 180 20

Vervangingsplan materieel buitendienst Beleidskader Voor het materieel van de buitendienst is een vervangingsschema opgesteld op basis van de theoretische levensduur van het materieel. De werkelijke vervangingen vinden plaats op basis van de technische levensduur. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het vervangingsprogramma zijn de middelen in het meerjareninvesteringsprogramma van de begroting opgenomen. Verantwoording 2021 Mede in verband met de ontmanteling van de buitendienst is er in 2021 niet geïnvesteerd in nieuw materieel. Het bestaande materieel is begin 2021 verkocht.

| 85

4.4 Paragraaf Financiering In deze paragraaf wordt het treasurybeleid beschreven. Treasury, het beheren van geld- en kapitaalstromen, neemt bij gemeenten een belangrijke plaats in. De wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het beheer van de treasury. De wet bevat normen voor het beheersen van risico's op kort- en langlopende geldleningen, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beleid In het Financieringsstatuut 2018 zijn kaders vastgelegd om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Risicobeheer De risico’s die de gemeente loopt op het gebied van treasury bestaan voornamelijk uit renterisico’s. Om die risico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en is er sprake van een renterisiconorm. De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde nettovlottende schuld over een periode van 3 maanden mag hebben. Indien we de kasgeldlimiet 2 achtereenvolgende kwartalen overschrijden, moeten we in het daaropvolgende kwartaal maatregelen nemen om een structurele overschrijding te voorkomen. De kasgeldlimiet voor 2021 bedraagt maximaal 8,5% van de omvang van de totale begroting, groot € 66,3mln. De kasgeldlimiet is in 2021 afgerond€ 5,6miljoen. Binnen de voorschriften, zoals gesteld in de wet FIDO, is in 2021de kasgeldlimiet. niet ongeoorloofd overschreden.

De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen/ te spreiden. De renterisiconorm beoogt de risico’s van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de gemeentelijke rentelasten binnen beheersbare kaders te houden. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2021 is de renterisiconorm op begrotingsbasis €13,2 miljoen.

1a 1b 2 3a 3b 4 5 6 7

8 9

10 7 11

86 |

Rekening Begroting Rekening Begroting Renterisico's 2020 2020 2021 2021 Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) Nieuwe aangetrokken vaste schuld o/g 25.200 5500 7.000 5.000 Nieuwe verstrekte leningen u/g Netto nieuw aangetrokken vaste schuld 25.200 5.500 7.000 5.000 (3a-3b) Betaalde aflossingen 16.423 3.723 1.066 1.066 Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 16.423 3.723 1.066 1.066 Renterisico’s op vaste schuld (2+6) 16.423 3.723 1.066 1.066 Renterisiconorm Stand van de vaste schuld per 1 januari 29.563 29.563 38.307 38.307 Stand van begrotingstotaal per 1 januari 68.237 68.237 66.257 66.257 Bij ministeriële regeling vastgesteld % 20% 20% 20% 20% Renterisiconorm (8*9) Toets renterisiconorm Renterisiconorm 13.647 13.647 13.251 13.251 Renterisico op vaste schuld 16.423 3.723 1.066 1.066 Ruimte (+) / Overschrijding (-), (10-7) -2.776 9.924 12.185 12.185

Gemeentefinanciering Onze financieringsbehoefte wordt in belangrijke mate bepaald door de investeringen die plaatsvinden in het kader van het Meerjaren Investerings Programma (MIP), het Meerjaren Onderhouds Programma (MJOP), de ontwikkelingen binnen de grondexploitatie en het verloop van de exploitatieuitgaven en -inkomsten. Het MIP en MJOP wordt doorlopend geactualiseerd en bijgesteld. Het betreffen de kosten voor met name de riolering (op basis van het Gemeentelijk RioleringsPlan), wegen (uitwerking Integraal WegenPlan) en de voorfinanciering vanuit de grondexploitatie. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende geldleningen. Het daadwerkelijk beroep op financieringsmiddelen is afhankelijk van de realisatie van de geplande investeringen, de ontwikkelingen binnen de grondexploitaties en de feitelijke liquiditeitspositie op het moment dat uitgaven worden gedaan. Het aantrekken van aanvullende financieringsmiddelen vindt plaats binnen de kaders van de wet Fido en het Financieringsstatuut 2018. Verstrekte geldleningen Binnen de volgende categorieën zijn geldleningen verstrekt: Bedragen x € 1.000 Risicogroep Alliander (Nuon) Vitens Verenigingen/overig Woningbouw Stimuleringsfonds Totaal

Restant schuld per 31-12-21 0 0 65 60 8.358 8.483

Percentage 0% 0% 0,77% 0,71% 98,52% 100,00%

In het verleden zijn achtergestelde geldleningen verstrekt aan Alliander (voormalig Nuon) en Vitens in verband met de verkoop van aandelen van de gemeente. Deze leningen zijn inmiddels volledig afgelost. Onder de categorie Verenigingen/overig loopt een geldlening onder hypothecaire zekerheid. Aan IJsseldal Wonen zijn geldleningen verstrekt voor diverse woningbouwprojecten. De risico’s van de leningen zijn overgedragen aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (W.S.W.). De gemeente zit met de garantstelling in een achtervangpositie. Hierdoor wordt het risico zeer gering geacht. De gemeente Voorst neemt sinds 2000 deel aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. De gemeente heeft hiervoor gelden in het zogenaamde revolving fund gestort. Hieruit worden laagrentende stimuleringsleningen verstrekt, waarvan de aflossingen weer terugvloeien naar het fonds. Deze aflossingen zijn vervolgens beschikbaar voor nieuw te verstrekken leningen. Daarnaast is in 2017 het stimuleringsfonds ten behoeve van Duurzaamheidsleningen woningen en in 2019 stimuleringsfonds Asbestlening erbij gekomen Leningenportefeuille In totaal is in 2021 voor in totaal € 7,0 miljoen nieuwe geldleningen afgesloten.

Dit bedrag is te verdelen in het volgende: ▪ Revitalisering gemeentehuis In 2018 is een geldlening van € 15,3 miljoen aangegaan bij de NV Bank Nederlandse gemeenten op te nemen in drie termijnen. De geldlening is bestemd voor de revitalisering en verduurzaming van het gemeentehuis. Overeenkomstig de geldleningsovereenkomst is op 2 januari 2020 de eerste storting van de lening ad € 5,5 miljoen ontvangen en op 4 januari 2021 de tweede storting van € 5,0 miljoen. ▪ Aankoop perceel en opstallen Twello Noord Ten behoeve van woningbouw op de locatie Twello Noord zijn drie percelen aan de Holthuizerstraat en Rijksstraatweg te Twello aangekocht. Hiervoor is een fixe-lening bij de NV Bank Nederlandse Gemeenten aangegaan van € 2,0 miljoen.

| 87

De totale leningenportefeuille van onze gemeente bedraagt op 31 december 2021 € 44,2miljoen. Het opnemen van aanvullende financieringsmiddelen is afhankelijk van de liquiditeitenplanning. Er is namelijk, gelet op de rentestand, gekozen om binnen de vastgestelde kaders zoveel mogelijk met kortlopende geldleningen in de vorm van kasgeldleningen in de financieringsbehoefte te voorzien. De rente gedurende deze periode was erg laag. Op de geldmarkt offreren de NV BNG en overige geldgevers kasgelden tegen een negatief percentage. Dit houdt in dat de gemeente bij het afsluiten van een kasgeldlening een rentevergoeding ontvangt in plaats van rentekosten te moeten betalen. In 2021 is de liquiditeitspositie mede door de kavelverkopen van de in exploitatie zijnde grondcomplexen goed te noemen. Met de beschikbare financiële middelen konden de gemeentelijke uitgaven worden gedaan. Kasgeldlening Aan het eind van het jaar 2021 is ter overbrugging van de periode tot 5 januari 2022 een kasgeldlening aangegaan van € 2,0 miljoen, gelet op de debet-stand in rekeningcourant en de liquiditeitsprognose voor de maand december 2021. Met het aantrekken van deze kasgeldlening tegen - 0,30 % was de debetstand tijdelijk opgeheven.

Interne rente Bij de wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. De commissie BBV adviseert een renteschema in de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. Volgens de vastgestelde programmabegroting 2021 werd uitgegaan van een interne rente van 1,0%. Door de herstructurering van geldleningen bij de NV Bank Nederlandse Gemeenten met een hoog rentepercentage eind 2020 is de interne rente 2021 herzien. De rentelasten zijn toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen. De begrote 1,0% is na de herrekening gedaald tot 0,40%. Het renteresultaat over 2021 bedraagt afgerond € 163.000. De toegerekende rentelast aan bouwgronden in exploitatie op begrotingsbasis sluit aan op de fiscale systematiek (vennootschapsbelasting) zoals uiteengezet in de notitie Grondexploitatie van de commissie BBV. Ook deze berekening is herzien naar aanleiding van o.a. de herstructurering van geldleningen met een hoog rentepercentage. De rentelast van de totale geldleningsportefeuille is hierdoor lager en is van invloed op de berekening van de toe te rekenen rente aan de bouwgronden in explotatie.

De toegerekende rentelast aan de grondexploitatie bedraagt na de herrekening 0,90%. Het verschil (renteresultaat) tussen de betaalde en ontvangen rente en de interne doorberekende rente wordt bij de algemene dekkingsmiddelen verantwoord.

88 |

Renteschema a. b.

c.

Omschrijving De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Saldo door te rekenen externe rente

d1. d2.

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

Bedrag (x € 1.000) 447 447 -3 -133 -136 311 -

De aan taakvelden (programma's/Overhead) toe te rekenen rente

311

e.

Werkelijk aan taakvelden (programma's /overhead) toegerekende rente (renteomslag)

474

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

-163

Wet- en regelgeving Financieringsstatuut 2018 Binnen de wettelijke kaders: de Gemeentewet, Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido), de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo) en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden is de gemeente verplicht haar eigen doelstellingen en kaders ten aanzien van financiering (treasury) vast te stellen. De kaders zijn vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Financiële verordening 2017 ex art.212 van de gemeentewet en de uitvoeringsregels in het door het college vastgestelde Financieringsstatuut 2018. Schatkistbankieren Voor gemeenten en andere decentrale overheden is het verplicht schatkistbankieren vanaf 2013 ingevoerd. Decentrale overheden dienen banktegoeden, die een vooraf bepaalde drempelwaarde te boven gaan, af te storten naar een rekeningcourant bij het ministerie van Financiën. Deze drempelwaarde bedroeg 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000. Voor de gemeente Voorst was de drempelwaarde 2021 afgerond € 496.000.

De drempel is door het rijk bijgesteld en is nu gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal, indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen (deze wijziging van regeling trad in werking met ingang van 1 juli 2021), waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Het bestaande drempelbedrag was erg laag en dus is besloten deze aan te passen om onnodige administratieve lasten voor gemeenten te verminderen. In 2021 zijn tegoeden in rekening-courant boven het drempelbedrag afgeroomd naar de schatkist en indien nodig weer teruggehaald om de debetstand in rekeningcourant tegen te gaan.

| 89

Wet HOF Met de wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet Hof bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan drie procent mag bedragen. Conclusie De uitvoering van de financieringsfunctie heeft in 2021 plaatsgevonden binnen de vastgestelde kaders. De in de wet Fido genoemde renterisiconorm is in 2021 niet overschreden. De financiering met kortlopend geld is daarentegen binnen de kasgeldlimiet uitgevoerd.

90 |

4.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen De inrichting en aansturing van de bedrijfsvoering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het college. De raad heeft in de programmabegroting een aantal indicatoren bepaald aan de hand waarvan de raad vanuit zijn controlerende rol kan toetsen of de sturing door het college zich binnen de gestelde hoofdkaders beweegt. Deze indicatoren zijn: het oordeel van de accountant over de rechtmatigheid en getrouwheid van de jaarrekening en zijn constateringen in het accountantsverslag, ontwikkeling van de organisatiestructuur en van de omvang van de ambtelijke formatie, ontwikkeling van het ziekteverzuim en het personeelsverloop en de samenwerking met de inspraakorganen. (Onder andere) over deze aspecten met betrekking tot de bedrijfsvoering handelt deze paragraaf. Rechtmatige en doelmatige bedrijfsvoering: planning en control Het college geeft gestalte aan de bedrijfsvoering en aan de uitvoering van de programma's met inachtneming van de geldende externe regelgeving en van de door de raad vastgestelde kaders zoals de programmabegroting en de verordeningen ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet. De verklaring en het accountantsverslag bij de gemeentelijke jaarrekening vormen een belangrijke graadmeter voor de beantwoording van de vraag of het college in deze opdracht is geslaagd.

Verwezen wordt naar de in dit boekwerk opgenomen controleverklaring en naar het accountantsverslag. Daarnaast is het college gehouden een verklaring over informatiebeveiliging in de jaarrekening op te nemen of bij de jaarrekening te voegen en aan de raad te rapporteren over het gevoerde informatiebeveiligingsbeleid. Verwezen wordt naar de verklaring en rapportage opgenomen in deze jaarrekening. Rechtmatigheid Met ingang van het begrotingsjaar 2022 wordt de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het college een verantwoording van rechtmatigheid af moet gaan geven in plaats van de accountant. Deze wijziging komt voort uit het rapport ‘Vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten’ van de commissie Depla. Het uitgangspunt van de wetgever is dat de reikwijdte van de verantwoording door het college niet wijzigt ten opzichte van de situatie waarin de accountant een oordeel gaf. Uitkomst daarvan is dat er over rechtmatigheid een aantal zaken opgenomen moeten worden in deze paragraaf. Vanaf 2022 zijn er een aantal verplichte onderdelen.

Voor de jaarstukken 2021 zijn de verplichte onderdelen beperkt tot het doen van een uitspraak over de rechtmatigheid rond de uitvoering van de wet Financiering decentrale overheden (fido) en onderliggende regelingen: er zijn geen niet-financiële rechtmatigheden geconstateerd die voortvloeien uit de bepalingen in de wet Fido. Ter voorbereiding op de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording, treffen we op ambtelijk niveau al voorbereidingen om voor het jaar 2022 een volwaardige rechtmatigheids-verantwoording op te nemen in de jaarrekening, waarbij 2021 wordt gebruikt als pilot-jaar.

| 91

Omvang ambtelijke formatie De ambtelijke organisatie (inclusief griffie) omvatte eind 2021 190 formatieplaatsen. Met de implementatie van de WSW (Wet Sociale Werkvoorziening) medewerkers in 2020, komen hier 58,00 formatieplaatsen bij in 2021. Daarmee is de geraamde formatieomvang in de begroting 2021 niet volledig ingevuld. Vanaf 1 januari 2015 kunnen er geen mensen meer instromen in de WSW. We hebben een relatief jong bestand van mensen in de WSW en deze mensen blijven hun rechten houden op basis van de oude WSW. Het bestand met mensen in de WSW gaat in de loop van de jaren daarom teruglopen, maar met een lange doorlooptijd.De Participatiewet is in de plaats gekomen van de WSW, maar ook in de plaats van de Wet Werk en Bijstand en een groot deel van de Wajong. Van de ambtelijke formatie in 2021 had 3,8 fte een tijdelijk/projectmatig karakter, namelijk voor het project Voorst onder de Loep, voor het project onafhankelijke cliëntondersteuning en voor het actieplan Huisvesting en Integratie Statushouders. De ontwikkeling van de ambtelijke formatie (exclusief griffie en exclusief WSW) in de afgelopen jaren is als volgt: Aantal FTE 2018

Aantal FTE 2019 183

Aantal FTE 2020 190

Aantal FTE 2021 188

187

Loonsom De gerealiseerde loonsomuitgaven over 2021 bedragen in totaal € 16.968.374 namelijk € 888.981 bestuurlijke lasten en (afgerond) € 16.079.393aan ambtelijke lasten: Aant. pers.

Aant. FTE's

Totaal Totaal jaarwedde toelagen

Afdracht sociale lasten

Realisatie Geraamde netto netto Saldo lasten lasten

Bestuur Raad College Voormalig bestuurders Subtotaal

19 5 15 39

309.533 489.177 165.461 964.171

36.418 53.004 -14.232 75.190

Ambtelijke organisatie Griffie Ambtelijke organisatie WSW-ers Subtotaal

4 3,00 181.046 38.498 60.223 279.767 213.638 214 187,20 8.795.014 1.879.156 3.182.385 13.856.554 14.727.076 66 58,00 1.544.919 14.808 383.346 1.943.072 1.951.388 284 248,20 10.520.979 1.932.462 3.625.954 16.079.393 16.892.102

-66.129 870.522 8.316 812.709

Totaal salarissen

323 286,20 11.108.369 2.206.881 3.653.126 16.968.374 17.856.273

887.899

92 |

19,00 4,00 15,00 38,00

411.779 175.611 587.390

273.115 1.304 274.419

23.090 4.082 27.172

273.115 436.173 179.693 888.981

Ambtelijke loonsom In de salarisstaat in de begroting voor 2021 was aan ambtelijke loonsomlasten (exclusief griffie), een bedrag van afgerond € 14.727.077 opgenomen (begroting 2021, blz. 93). Eind 2021 hebben we 66 WSW medewerkers in dienst, in totaal een omvang van 58 FTE. De loonkosten voor de medewerkers WSW zijn in 2021 € 1.943.072. Hiermee zijn we binnen de raming van € 1.951.388 voor 2021 gebleven. In totaal bedroeg het voor de ambtelijke loonsom beschikbare budget € 14.727.076 (excl WSW). Uitgegeven is € 13.856.554. De ambtelijke salarisuitgaven zijn daarmee ruim (met € 870.522) binnen de gestelde budgettaire kaders gebleven. Daar staat tegenover dat er personele inhuur heeft plaats gevonden. Daarnaast is de CAO gemeenten 2021 en 2022 vastgesteld met ingang van 1 december 2021. Het financiële effect van de CAO over 2021 bedraagt € 243.523. In de begroting van 2021 was hiermee geen rekening gehouden. Tijdelijke inhuur voor continuïteit van de bedrijfsvoering Volgens vast beleid is de ruimte in de loonsom die ontstaat als gevolg van vacatures en dergelijke voor het college beschikbaar om met tijdelijk personeel te voorzien in continuïteit van de bedrijfsvoering. We hebben € 73.947 aan inkomsten ontvangen, zoals ontvangsten van ziektewetuitkeringen en (loonkosten)subsidies. In 2021 heeft voor een bedrag van € 948.542 aan personele inhuur plaatsgevonden.

Dit is hoger dan in 2020 en de jaren daarvoor. (2020: 569.364; 2019: 379.600; 2018: 468.300; 2017: 309.000; 2016: € 120.000). Een aantal factoren liggen aan dit uitgavenniveau ten grondslag.In eerste instantie is de effectuering van het gebruik van de werf als toekomstige inbreidingslocatie verwerkt in deze jaarschijf. Hierbij is meer ingehuurd ter vervanging van de uitstroom van de bestaande formatie, voor een bedrag van € 68.986. In de tweede plaats is er extra capaciteit ingehuurd voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in verband met het enorme aantal gestegen bouwactiviteiten in de gemeente. Bij dit laatste aspect is bewust gekozen voor tijdelijke personele maatregelen in plaats van indienstneming van vast personeel, in verband met de invoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen. In verband met enorme toeloop WMO aanvragen hebben we externe ondersteuning ingezet binnen het sociaal domein om deze aanvragen tijdig te kunnen verwerken. Ook in 2021 is er extra inhuur geweest door corona-gerelateerde werkzaamheden. Dit om de TOZO aanvragen naast de reguliere werkzaamheden te kunnen verwerken. Voor de totale inhuur is externe dekking beschikbaar vanuit projecten, hogere legesinkomsten voor omgevingsvergunningen en coronagelden. Per saldo is er een totale overschrijding van € 222.046 op de geraamde loonsomkosten.

De oorzaak hiervan ligt in de hierboven genoemde CAO verhoging van € 243.523. Tot slot: Net als de afgelopen jaren blijkt het noodzakelijk én onvermijdelijk te zijn om te kunnen beschikken over een flexibele schil in de ambtelijke capaciteit om adequaat te kunnen reageren op de complexiteit van en dynamiek in maatschappelijke vraagstukken. Deze flexibele schil in ambtelijke capaciteit maakt dat er slagvaardig en adequaat gereageerd kan worden op wat de samenleving vraagt.

| 93

Personeel en organisatie Gezien de krapte en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt is het van groot belang om een aantrekkelijke werkgever te blijven, in het bijzonder voor jongere generaties. Een positieve werksfeer met veel ruimte voor eigen inbreng, creativiteit en eigen verantwoordelijkheid zijn hierbij erg belangrijk. Ook doorgroeimogelijkheden en persoonlijke groei zijn belangrijk. Aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden zoals individueel keuzebudget, flexibele werktijden met mogelijkheden tot thuiswerken, beschikbaar stellen van eigentijdse werk- en communicatiemiddelen, en een actief en ruimhartig opleidings- en mobiliteitsbeleid dragen hier aan bij. In 2021 hebben we een toenemende druk op de arbeidsmarkt ervaren met een toename van moeilijk invulbare vacatures.Onze medewerkers worden steeds vaker benaderd door andere werkgevers en het vraagt meer van ons als werkgever mensen te behouden voor de gemeente Voorst en nieuwe mensen aan te trekken. De verwachting is dat de trend in negatieve zin doorzet, waardoor de werving van mensen moeilijker, arbeidsintensiever en duurder zal worden. Mede door de coronacrisis in 2020 en 2021 is het belang en de urgentie hiervan nog duidelijker geworden.

Voor veel medewerkers is het verplicht thuiswerken in 2021 in aansluiting op 2020 een grote uitdaging geweest en we zijn er trots op dat alle werkzaamheden doorgang hebben gekregen en dat we geen prioriteiten hebben hoeven stellen. Ook in 2021 is in het wervings- en selectiebeleid geprobeerd het accent te leggen op de jongere generaties. Dit is nog gelukt: van de 18 medewerkers die in 2021 in dienst zijn getreden zijn 9 personen jonger dan 35 jaar, een percentage van 50%. Ter vergelijking: in 2020 behoorden 19 van de 31 personen die in dienst traden tot de jongere generatie (61%) en in 2019 behoorden 13 van de 25 personen die in dienst traden tot de jongere generatie (52%). Conclusie is dat het nog steeds lukt om jongeren te interesseren voor een loopbaan bij de gemeente, maar de krapte op de arbeidsmarkt maakt wel dat het lastiger wordt. Daarnaast stromen jongere mensen ook weer sneller uit, omdat de kansen op de arbeidsmarkt toenemen. Daarnaast hebben 25 medewerkers in 2021 de organisatie verlaten, 10 personen op eigen verzoek waarbij het grootste gedeelte vanwege het aanvaarden van een baan elders, 7 wegens (keuze)pensioen, 3 om overige redenen en 5 vanwege het aflopen van het contract. 6 medewerkers zijn intern doorgestroomd in de organisatie naar andere functies. In totaal zijn in 2020 72 WSW medewerkers in dienst gekomen.

Inmiddels zijn tot en met 2021 6 medewerkers uitgestroomd. In 2021 zijn we, net als in 2020, binnen het budget gebleven van het beschikbare organisatie-opleidingsbudget. Door corona hebben we minder opleidingen kunnen volgen. Net als in de afgelopen 3 jaren hebben we in 2021 een relatief hoge instroom van nieuwe en jonge mensen die aan het begin staan van hun loopbaan, dit is de groep die het meest een aanspraak doet op het opleidingsbudget. Daarnaast hebben we gebruikelijke kosten gemaakt voor nascholing en het up-to-date houden van kennis. Het ziekteverzuim had in 2021 een omvang van 3,63% (2020:3,8%, 2019:4,1%, 2018: 4,7%, 2017: 5,1%; 2016: 4,2%; 2015: 3,7%; 2014: 4,2%). Gelet op de omstandigheden in 2021 (net als in 2020) met het verplicht thuiswerken vanwege corona, een laag percentage. Er is in 2021 ingezet op online trainingen en in het zoveel mogelijk ondersteunen van medewerkers om mensen arbeidsfit te houden en verzuim te voorkomen. Deze aanpak lijkt succesvol te zijn geweest. De reguliere preventieve aanpak gericht op duurzame inzetbaarheid wordt onverminderd doorgezet. Het ziekteverzuim is voor een aanzienlijk deel niet werkgerelateerd, daarom vormt gezondheidsbeleid een belangrijk onderdeel van dit preventieve beleid.

94 |

Het ziekteverzuim voor onze WSW medewerkers had in 2021 een omvang van 11,3% (2020:7,9%). Het landelijk referentiecijfer voor deze doelgroep is 14,4% (op basis van de meest actuele beschikbare verzuimcijfers tot en met het tweede kwartaal 2020). Daarbij is het langdurend verzuim 6,7% (2020:3,3%) en het verzuim langer dan een jaar 2,7% (2020:2,9%). Samen met de bedrijfsarts doen we er alles aan om voor alle medewerkers passende werkplekken te vinden. De WSW medewerkers behoren allen tot een kwetsbare groep qua gezondheid en zij moesten soms preventief thuis blijven in verband met corona. Hiervoor is met alle werkgevers een adequate oplossing gevonden, zodat alle medewerkers aan het werk gebleven zijn. Met de inspraakorganen, de Ondernemingsraad (OR) en het lokaal overleg (voorheen de commissie voor Georganiseerd Overleg), is ook in 2021 constructief samengewerkt. De belangrijkste overlegonderwerpen waren de gevolgen van de coronacrisis op de arbeidsomstandigheden en het welzijn door het verplicht thuiswerken van de medewerkers, op basis van een door de OR uitgevoerde enquête en de te zetten vervolgstappen, de RI&E (Risico inventarisatie & evaluatie) van de tijdelijke huisvesting, het nieuwe gemeentehuis, de functiewaarderingssystematiek in relatie tot het loongebouw en het beloningsbeleid.

Daarnaast waren het zaakgericht werken en het werk- en dienstverleningsconcept onderwerp van gesprek. Informatiebeleid en automatisering De informatie- en communicatietechnologie (ICT) vormt meer en meer de bepalende succesfactor voor de kwaliteit van de dienstverlening aan de samenleving. Dit vergt voortdurende investeringen in de ICT-infrastructuur en informatiesystemen. Landelijke en Europese wetgeving bepaalt steeds meer de richting zoals Wet digitale overheid, Besluit digitale toegankelijkheid overheid en Wet hergebruik van overheidsinformatie. Ook wordt er steeds meer ingezet op de Common Ground gedachte: een nieuwe, moderne, gezamenlijke informatievoorziening voor het uitwisselen van gegevens waarbij eenmalig opslaan en meervoudig ontsluiten de basisgedachte is. Wij geven hier invulling aan met de keus voor een Zaaksysteem en zaakgericht werken. Deze (digitale) basis is naast de wetgeving een vereiste voor de toekomstige dienstverlening waarvoor we hebben gekozen in ons nieuwe dienstverleningsconcept. Een Zaaksysteem, zaakgericht werken en een KCC vormen de basis waarbij kwaliteit en privacy leidend blijven. Onder de noemer van “Samen Organiseren” worden binnen VNG Realisatie diverse activiteiten gezamenlijk opgepakt. Het project Gemeentelijke Telecommunicatie heeft al geleid tot een aantal succesvolle aanbestedingen voor mobiele en vaste telecommunicatiediensten.

In 2020 zijn wij gestart met de voorbereiding voor de minicompetitie GT Print (printers en multifunctionele kopieer- en printapparatuur). Om de digitale dienstverlening en bedrijfsvoering optimaal te ondersteunen wordt door gemeenten gebouwd aan een Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI) voor een veilige, samenhangende infrastructuur waardoor samenwerken tussen gemeenten en overheden beter, veiliger en gemakkelijker wordt. Onderdeel daarvan is GGI-Veilig voor producten en diensten op het gebied van informatiebeveiliging. Afgelopen jaar zijn wij ook volop bezig geweest met de voorbereiding op de terugkeer naar het nieuwe gemeentehuis: aanbestedingen voor audiovisuele middelen voor gemeenteraad en gemeentelijke organisatie, waaronder voorzieningen voor hybride vergaderen; een flexibel werkconcept waarbij medewerkers gaan werken met laptops; transitie naar Microsoft 365; ICT-faciliteiten voor het KCC en overige ICT-voorzieningen (netwerk, WiFi) voor het nieuwe gemeentehuis. Eind 2021 zijn we geconfronteerd met een wereldwijd beveiligingslek in de software Apache log4j, een ernstige kwetsbaarheid in een veelgebruikt stukje software voor | 95

logging. Wij hebben maatregelen getroffen om de risico's te minimaliseren. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) werkt nauw samen met de Informatie Beveiligingsdienst (IBD) om gemeenten te ondersteunen en van informatie te voorzien. U bent via een raadsmededeling hierover geïnformeerd. We zien een trend dat beveiliging van systemen voortdurend en steeds meer vraagt van de beschikbare capaciteit. De reguliere ICT-uitgaven waren in 2021 als volgt: Raming 2021 -200 10.944 774.039 112.477 85.109 296.154 1.268.788 0 0 1.268.788

Onvoorzien Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie,verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Overige inkomsten Totaal baten Saldo

Rekening 2021 0 11.098 754.561 133.037 98.313 303.747 1.330.756 0 0 1.300.756

Saldo 2021 -200 -154 19.478 -20.560 -13.204 -5.376 -20.016 0 0 -20.016

De ontwikkeling van ICT-uitgaven door de jaren heen geven het volgende beeld:

Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie,verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Overige inkomsten Totaal baten Saldo

Rekening 2018 11.667 643.529 110.242 94.937 362.770 1.223.146 38.219 38.219 1.184.927

Rekening 2019 10.607 669.716 113.711 64.910 415.856 1.274.800 39.781 39.781 1.235.019

Rekening 2020 13.191 686.735 182.908 95.962 352.768 1.330.755 23.969 23.969 1.307.596

Rekening 2021 11.098 754.561 133.037 98.313 303.747 1.300.756 0 0 1.300.756

De post telefonie laat, net als in 2020, een overschrijding zien. Deze overschrijding is ontstaan door dubbele kosten voor telecommunicatie. De tijdelijke huisvesting aan de Hietweideweg heeft nieuwe telefonie- en datalijnen gekregen, terwijl een deel van de kosten voor de H.W. Iordensweg tijdens de verbouwing door zijn blijven lopen. We hebben ruimte op de post onderhoud ten opzichte van de raming in 2021. Dit komt door een tweetal activiteiten uit het ICT overzicht 2021 (op het gebied van informatiebeveiliging) die nog uitgevoerd moeten worden. De verhoging van de overige kosten zijn in 2021 ontstaan door de extra kosten voor het Back-up Platform Service. Verantwoording informatieveiligheid over het jaar 2021 Het college legt jaarlijks verantwoording af over informatieveiligheid aan de gemeenteraad (horizontale verantwoording) en toezichthouders (verticale verantwoording) volgens de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Dit jaar gaat dit volgens het nieuwe normenkader, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Net als vorig jaar geldt dat de verantwoording over de Structuur uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (Suwinet) aan de gemeenteraad en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) afgelegd wordt door middel van een Collegeverklaring.

Hierin verklaart het college dat de interne beheersingsmaatregelen in opzet en bestaan voldoen aan de geselecteerde normen inzake Suwinet. Verder legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad en toezichthouder over de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en 96 |

de Basisregistratie Ondergrond (BRO) door middel van verantwoordingsrapportages. Voor de horizontale verantwoording worden de documenten gelijktijdig met de Jaarstukken 2021 met een raadsmededeling aan de gemeenteraad aangeboden.

| 97

4.6 Paragraaf Verbonden partijen Algemeen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de gemeente zowel een financiële als bestuurlijke relatie heeft. Beide relaties komen voort uit de verplichtingen op grond van een gemeenschappelijke regeling (GR), in samenhang met het bepaalde in artikel 193 van de Gemeentewet. De financiële verplichting houdt in dat de gemeente bijdraagt in de kosten van de publiekrechtelijke rechtspersoon. Bij een privaatrechtelijke rechtspersoon zijn de opties dat de gemeente kapitaal verstrekt in de vorm van risicodragend kapitaal, een lening of garantstelling, c.q. een subsidie of een combinatie van deze mogelijkheden. Bij de bestuurlijke relatie staat zeggenschap bij de rechtspersoon centraal, o.a. via de mogelijkheid om bestuursleden of commissarissen te benoemen of via het stemrecht als aandeelhouder. Huidige beleidskaders Aanwezigheid publiek belang Bij zowel een financiële als een bestuurlijke relatie dient sprake te zijn van een publiek belang. De behartiging van een publiek belang staat centraal bij de rechtspersoon aan wie de gemeente zich verbonden heeft. Het publiek belang zal gedefinieerd zijn in het gemeentelijk besluit tot deelneming. De invulling van het publieke belang leidt tot bepaalde taken en werkprocessen. Als er geen sprake (meer) is van een publiek belang, dan is deelneming niet (meer) aan de orde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11656921/1