CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - toelichting (2021-70489)

gemeenteraad 31 januari 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello’27.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Er wordt geconstateerd dat ter hoogte van Twello de vervoershoeveelheden zoals genoemd in de Regeling Basisnet worden overschreden. Deze overschrijding leidt tot een ruimere PR=10-7 en PR=10-8 contour, in 2018 is dit 10 respectievelijk 72 meter ruimer. De contour voor het plaatsgebonden risico PR=10-6 blijft echter 0 meter en vormt daarmee nog steeds geen belemmering. Groepsrisico: Om het effect van het plan op het groepsrisico van de spoorlijn te kunnen beoordelen is een RBMII berekening voor zowel de huidige als de toekomstige situatie uitgevoerd. Uitgangspunt is een gemiddelde bezetting van 2,4 personen per woning. De voorgenomen woningen zijn gelijkmatig over de deelgebieden verdeeld. Uit de berekeningen blijkt dat de, voor het groepsrisico, maatgevende kilometer van het tracé zich niet ter hoogte van het plangebied bevindt. Dit betekent dat het plan niet van invloed is op het groepsrisico van de spoorlijn. Voor de maatgevende kilometer wordt een groepsrisico berekent van 0,003% van de oriëntatiewaarde, ter hoogte van het plan gebied is het groepsrisico dus lager. Geconcludeerd wordt dat het groepsrisico van de spoorlijn Apeldoorn-Deventer West geen belemmering vormt voor het plan.

Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Voorst Daar waar woningbouw wordt gerealiseerd binnen een afstand van 200 meter tot het spoor wordt geadviseerd om, conform de Beleidsvisie externe veiligheid Gemeente Voorst, met de onderstaande aandachtspunten rekening te houden: geen kwetsbare objecten met mensen die verminderd zelfredzaam zijn zoals kinderopvang, basisscholen, ziekenhuizen, gevangenissen, asielzoekerscentra etc. te realiseren; de personendichtheid toe te laten nemen met de afstand tot de risicobron dus laagbouw op korte afstand en hoogbouw op grotere afstand van de bron; voldoende vluchtroutes van het spoor af; de zone zodanig in te delen dat beperkt kwetsbare functies (zoals openbare ruimten, sportvelden, kleine kantoren en winkels) dichter op de spoorlijn zijn gelegen dan kwetsbare functies (woningen en grotere kantoren en winkels). Bij onderliggend plan wordt hier rekening mee gehouden. Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Vanuit de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) zijn een aantal aspecten voor onderliggend plan van belang: 45

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

Bluswater: Er moeten voorzieningen voor brandkranen komen; Bij woongebouwen hoger dan 20 meter moet een voorziening komen voor bluswater om stijgleidingen te voeden; Bij parkeergarages is een brandkraan niet voldoende. Bereikbaarheid: Het is noodzakelijk dat de plangebieden van twee kanten kunnen worden bereikt. Dit zou kunnen via fietspaden (of grasklinkers) die wel geschikt zijn voor blusvoertuigen. Bijvoorbeeld door afsluiting met een paal, zodat sluipverkeer voorkomen wordt. Stroomvoorziening: Door de toename van veel woningen met PV installaties bestaat de mogelijkheid dat het stroomnet dit niet aan kan. Bij 'buurtbatterijen', die slaan de opgewekte stroom op, is er bij een eventuele calamiteit veel water nodig zijn om deze onder controle te houden. De huidige buurtbatterijen zijn moeilijk blusbaar en de rook is zeer kanker verwekkend. Voor onderliggend plan wordt nog een inrichtingsplan opgesteld. Aspecten als brandkranen, calamiteitenroutes (voorzien bij de Parallelweg en de Basseltlaan) worden dan nader uitgewerkt. De noodzakelijke voorzieningen voor de veiligheid van de bebouwing en pv installaties worden meegenomen bij de omgevingsvergunning. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkelingen passen binnen de normen van de wet- en regelgeving over externe veiligheid. 5.2.6

Stikstof

Door adviesbureau Lievense/WSP is een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd (zie Bijlage 19). Aanleiding voor dit onderzoek is de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 aangaande de landelijke stikstofwetgeving en de mogelijke effecten van ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden. Voor zowel de realisatie als het gebruik van de woningbouwontwikkeling moet de stikstofuitstoot inzichtelijk gemaakt worden. In Natura 2000-gebieden zijn habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor de verzurende en vermestende werking van stifstofdepositie. Om in het kader van een mogelijke vergunningaanvraag Wet natuurbescherming te onderzoeken wat de stofstofdepositie is tijdens de bouwen gebruiksfase, is een berekening nodig. Deze is uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2020. Het deelgebied Fliertlanden leidt in de gebruiksfase (door verkeersgeneratie) tot een maximale toename van stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol/ha/jaar op nabij gelegen Natura 2000-gebied Rijntakken. Het deelgebied Nieuw Basselt leidt in de gebruiksfase als gevolg van de verkeersgeneratie tot een maximale toename van stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol/ha/jaar op nabij gelegen Natura 2000-gebied Rijntakken.

Uit de gebiedsanalyse voor Rijntakken (Provincie Gelderland, PAS-gebiedsanalyse 038 Rijntakken, 25 december 2017) blijkt dat significant negatieve effecten op het leefgebied van de Kwartelkoning door stikstofdepositie zijn uitgesloten (pagina 57). Stikstof herstelmaatregelen zijn voor deze soort niet noodzakelijk. Significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van de Kwartelkoning zijn uitgesloten, een Passende Beoordeling is niet noodzakelijk. Het plan heeft dan ook geen significante gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Kwartelkoning van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Op basis van de nu beschikbare informatie, ontwikkelingen in de wetgeving en de gehanteerde uitgangspunten in voorliggend onderzoek, wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van het bestemmingsplan Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello mogelijk is zonder dat de Wet natuurbescherming, vanuit het aspect stikstofdepositie, een belemmering hoeft te vormen voor de vaststelling van het plan. 46

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

5.2.7

Trillingen

De zuidzijde van het plandeel Fliertlanden, nabij de Parallelweg en de Dernhorstlaan, ligt relatief op korte afstand van de spoorlijn Deventer-Apeldoorn. Treinverkeer kan leiden tot trillingen in gebouwen. Deze trillingen kunnen vervolgens leiden tot verstoring van gevoelige apparatuur, hinder voor personen in de gebouwen of schade. In Nederland bestaat tot nu toe geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het aspect trillingen niettemin een aandachtspunt in de afwegingen, omdat op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening de zorg voor een goede ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Daarvoor is het nodig om mogelijke trillingshinder in kaart te brengen en deze te betrekken in de beoordeling. Vanwege het ontbreken van specifieke wetgeving, wordt voor trillingen veelal teruggevallen op de SBR-richtlijn Trillingen, deel B “Hinder voor personen in gebouwen” (SBR-B). Bij zowel de Parallelweg als de Dernhorstlaan ligt de beoogde woningbouw binnen de regulier aangehouden onderzoeksafstand van het spoor van 100 meter. Gelet op deze afstanden blijkt uit eerste verkenning dat er een reële kans bestaat op een zekere mate van trillingshinder als gevolg van het spoor. In de basis kan gesteld worden dat aan beide zijden van het spoor op gelijke afstand al bestaande woningen aanwezig zijn.

In de praktijk zijn weinig concrete klachten van trillingshinder bekend die maken dat hier twijfel bestaat over een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plekke. Klachten van schade door trillingen zijn niet bekend. Daarmee mag worden aangenomen dat de ontwikkeling op voorhand ook geen strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening hoeft op te leveren. Dit laat niet weg dat de SBR-B voor nieuwbouw andere streefwaarden hanteert wat betreft trillingshinder dan voor bestaande bouw. Om die reden wordt in de voorbereiding op de bouwfase nader onderzoek uitgevoerd om vast te stellen wat de trillingsbelasting op beide percelen is en wat de verwachte trillingssterkten zullen zijn in de te realiseren woningen. Mochten er aanvullende maatregelen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de streefwaarden voor nieuwbouw, dan worden die in beeld gebracht. Gestreeft wordt naar een trillingsarm ontwerp, waarbij de daadwerkelijke maatregelen (indien aan de orde) uiteindelijk bepaald worden door een doelmatigsheidsafweging. Gelet op voorgaande mag verondersteld worden dat de plannen niet leiden tot onevenredige trillingshinder op het plandeel Fliertlanden en is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Om te borgen dat in voorbereiding op de bouwfase onderzoek wordt uitgevoerd en volgens de in de SBR-B opgenomen uitgangspunten vervolgstappen worden gezet indien niet voldaan wordt aan de streefwaarden voor nieuwbouw, wordt een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan opgenomen. 5.2.8

NGE

Om veilig grondverzetwerkzaamheden in verband met woningbouw te verrichten, heeft T&A Survey BV, hierna te noemen “T&A”, een aanvullend Vooronderzoek en Risicoanalyse Conventionele Explosieven (verder “Risicoanalyse CE”) uit te voeren Bijlage 16. Op basis van de achterhaalde feitenmateriaal kan samenvattend het volgende worden geconcludeerd:

47

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

Geadviseerd wordt om - voorafgaand aan andere grondboringen - opsporingsonderzoek te verrichten. Dit vormt geen belemmering tegen het wijzigen van het bestemmingsplan. 5.2.9

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerpbestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Onderzoek Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Het project blijft wel onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 -of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omdat de ontwikkeling onder de drempelwaarden blijft is geen sprake van een formele m.e.r.-beoordeling en is een vormvrije m.e.r.-beoordeling toegestaan. Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure is een vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld voor de ontwikkeling.

Daarin is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van het plan Nieuw Basselt en Fliertlanden belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Uitkomst van de uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Conclusie is dan ook dat het volgen van een een m.e.r.-(beoordelings-) procedure niet nodig is.

5.3

Archeologie

Wettelijk kader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, ruimtelijke plannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de 48

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Onderzoek De locaties kennen volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Voorst archeologische verwachtingen die varieëren van Waarde-2 tot en met Waarde-5. Het bureau RAAP heeft in juli 2019 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied (zie Bijlage 13). Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Voor het plangebied is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Voor alle drie de gebieden is sprake van een verwachting voor vindplaatsen (jachtkampementen) uit de steentijd, evenals resten uit de periode van de landbouwers. Daarnaast geldt met name voor deelgebied Nieuw Basselt een verwachting voor historische erven uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd, terwijl voor deelgebied Fliertlanden tevens een specifieke verwachting geldt voor archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de aanwezigheid van een plaggendek in (grote) delen van de plangebieden zijn de archeologische resten in de top van het onderliggende dekzand naar verwachting goed beschermd tegen verstoringen en is daarom waarschijnlijk sprake van een goede conservering.

In de lager gelegen zones van het plangebied is het dekzand afgedekt met een tot 40 cm dikke kleilaag. De invloed van dit kleidek op de conservering van eventuele archeologische resten in de top van het onderliggende dekzand is onbekend. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden bij daadwerkelijke ontwikkeling van de gebieden ten behoeve van woningbouw. Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek. Een dergelijk vervolgonderzoek heeft tot doel de opbouw van de ondergrond, de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan de in het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting worden getoetst en kunnen concrete gegevens worden verzameld over gaafheid en diepteligging van de verwachte archeologische resten. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Voorst, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit. Conclusie Het selectiebesluit (zie Bijlage 14) onderschrijft het advies.

Als uitvoering van het inventariserend veldonderzoek niet mogelijk is vóór vaststelling van het bestemmingsplan, bijvoorbeeld door het ontbreken van betredingstoestemming, dan wordt de huidige beleidskaart als onderlegger voor de verbeelding gebruikt. Om deze reden worden de huidige archeologische dubbelbestemmingen gehandhaafd. Het inventariserend veldonderzoek (door een verkennend booronderzoek) moet plaatsvinden voor bouw- en woonrijp maken.

5.4

Ecologie

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de natuurwetgeving beschouwd te worden. Deze wetgeving richt zich op twee hoofdthema's. Het gaat hierbij om de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van plant- en diersoorten (soortbescherming). De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van de regels. In tegenstelling tot de Natuurbeschermingswet 1998 is de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komen te vervallen in de nieuwe Wet natuurbescherming. De wet gaat in op 49

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden of Nationaal Natuurnetwerk) en op soortbescherming. De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn. De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse soort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rust- en verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Opzettelijk verstoren van vogels is in sommige situaties wel toegestaan. Verstoren zonder dat er van tevoren een goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd blijft strafbaar. 5.4.1

Quickscan Ecologie

Quickscans natuuronderzoek In de Quickscan Ecologie (zie Bijlage 15) wordt geconcludeerd dat het plangebied mogelijk een functie heeft voor algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren en beschermde; plantensoorten, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, vogels (broedvogels en jaarrond beschermde nesten) en ongewervelden. In deze quickscan wordt het volgende geconcludeerd: Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven een onvoldoende beeld van het (mogelijk) voorkomen van standplaatsen beschermde plantensoorten, grondgebonden zoogdieren (boommarter, bunzing, das, eekhoorn, hermelijn, steenmarter, waterspitsmuis, wezel), reptielen (hazelworm en ringslang), amfibieën (kamsalamander, knoflookpad en poelkikker), vissen (grote modderkruiper), dagvlinders (grote vos, grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder), ongewervelden (vliegend hert) en broedvogels met een jaarrond beschermd nest; Een volledige veldinspectie naar de functionaliteit van het plangebied voor de genoemde soortgroepen geeft een vollediger beeld van het al dan niet voorkomen van beschermde plantensoorten, grondgebonden zoogdieren (boommarter, bunzing, das, eekhoorn, hermelijn, steenmarter, waterspitsmuis, wezel), vleermuizen, reptielen (hazelworm), vogels (broedvogels en jaarrond beschermde nesten), dagvlinders (grote vos, grote weerschijnvlinder en kleine

ijsvogelvlinder) en ongewervelden (vliegend hert). Mogelijk is na een volledige inspectie alsnog soortgericht naderonderzoek nodig en/of dienen maatregelen genomen te worden (anders dan maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht); Nader onderzoek naar de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van beschermde reptielen (ringslang), amfibieën (kamsalamander, knoflookpad en poelkikker), vissen (grote modderkruiper) is noodzakelijk om een volledige effectenbeoordeling te kunnen maken. Mogelijk dienen mitigerende of compenserende maatregelen genomen te worden (anders dan maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht) en is het aanvragen van een ontheffing van de Wnb aan de orde. Indien de mitigatie of compensatie noodzakelijk is dient een activiteitenplan te worden opgesteld en is het aanvragen van een ontheffing van de Wnb aan de orde; De planontwikkeling heeft naar verwachting geen negatieve effecten op beschermde libellen en vissen. Voor deze soortgroepen behoeven geen mitigerende maatregelen genomen te worden (anders dan maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht) en is het aanvragen van een ontheffing van de Wnb niet aan de orde; In verband met het voorkomen van algemene broedvogels in en binnen de invloedsfeer van het plangebied moeten mogelijk mitigerende maatregelen worden genomen.

Dit is sterk afhankelijk van het moment en de duur van uitvoering; Voor alle soorten, ongeacht bescherming via natuurwetgeving of niet, geldt de zorgplicht waarbij eenieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving; De AERIUS-berekening wordt middels een aanvullende notitie beschikbaar gesteld (zie paragraaf 5.2.6). De beoogde bestemmingsplanwijziging en ingrepen hebben mogelijk een negatief effect op de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone. Conform het beleid van de provincie Gelderland (omgevingsverordening) is het noodzakelijk om een Nee, tenzij-toets uit te voeren (zie paragraaf 4.2). 50

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

5.4.2

Voorinspectie Ecologie

Als vervolg op de Quickscans, zijn voorinspecties Ecologie uitgevoerd (zie Bijlage 18). Plandeel Nieuw Basselt: Het plangebied heeft mogelijk een functie voor algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren en beschermde; grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, reptielen, vogels (broedvogels en jaarrond beschermde nesten) en ongewervelden. In deze voorinspectie wordt het volgende geconcludeerd: Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven een onvoldoende beeld van het (mogelijk) voorkomen van grondgebonden zoogdieren (bunzing, das, eekhoorn, hermelijn, steenmarter, wezel), reptielen (hazelworm), ongewervelden (grote vos, grote weerschijnvlinder en vliegend hert), broedvogels met een jaarrond beschermd nest en vleermuizen. De planontwikkeling heeft naar verwachting geen negatieve effecten op beschermde amfibieën, vlinders, libellen en vissen. Voor deze soortgroepen behoeven geen mitigerende maatregelen genomen te worden (anders dan maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht) en is het aanvragen van een ontheffing van de Wnb niet aan de orde. In verband met het mogelijk voorkomen van grondgebonden zoogdieren (bunzing, das, eekhoorn, hermelijn, steenmarter, wezel), reptielen (hazelworm), ongewervelden (grote vos, grote weerschijnvlinder en vliegend hert), broedvogels met een jaarrond beschermd nest en vleermuizen dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden.

In verband met het voorkomen van algemene broedvogels in en binnen de invloedsfeer van het plangebied moeten mogelijk mitigerende maatregelen worden genomen. Dit is sterk afhankelijk van het moment en de duur van uitvoering. Voor alle soorten, ongeacht bescherming via natuurwetgeving of niet, geldt de zorgplicht waarbij eenieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Langs de Basseltlaan is wel de invasieve exoot ‘grote berenklauw’ waargenomen. Invasieve exoten zijn niet beschermd en vormen een bedreiging voor de inheemse natuur. Door het invasie karakter, doen zij andere soorten verdwijnen. Voor invasie exoten geldt voor initiatiefnemers dat verdere verspreiding van deze soorten (bijvoorbeeld via grondafvoer) voorkomen dient te worden. Plandeel Fliertlanden: Het plangebied heeft mogelijk een functie voor algemene amfibieën en grondgebonden zoogdieren en beschermde; grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen,vissen en vogels (broedvogels en jaarrond beschermde nesten).

In deze voorinspectie is het volgende geconcludeerd: Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven een onvoldoende beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren (bunzing, das, hermelijn, steenmarter, waterspitsmuis, wezel), reptielen (hazelworm en ringslang), amfibieën (boomkikker, kamsalamander, knoflookpad en poelkikker) en broedvogels met een jaarrond beschermd nest. De planontwikkeling heeft naar verwachting geen negatieve effecten op beschermde planten, vissen, vlinders, libellen en overige ongewervelden. Voor deze soortgroepen behoeven geen mitigerende maatregelen genomen te worden (anders dan maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht) en is het aanvragen van een ontheffing van de Wnbniet aan de orde. In verband met het mogelijk voorkomen van grondgebonden zoogdieren (bunzing, das, hermelijn, steenmarter, waterspitsmuis, wezel), amfibieën (boomkikker, kamsalamander, knoflookpad en poelkikker), reptielen (hazelworm en ringslang), broedvogels met een jaarrond beschermd nest en vleermuizen dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden. In verband met het voorkomen van algemene broedvogels in en binnen de invloedsfeer van het plangebied moeten mogelijk mitigerende maatregelen worden genomen. Dit is sterk afhankelijk van het moment en de duur van uitvoering.

Voor alle soorten, ongeacht bescherming via natuurwetgeving of niet, geldt de zorgplicht waarbij eenieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Ter plaatse van het perceel B5389, aan de Dernhorstlaan is de invasieve exoot ‘Japanse duizendknoop’ waargenomen. Langs de Rijksstraatweg is een standplaats van de exoot ‘grote berenklauw’ aangetroffen. Invasieve exoten zijn niet beschermd en vormen een bedreiging voor de 51

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

inheemse natuur. Door het invasie karakter, doen zij andere soorten verdwijnen. Voor invasie exoten geldt voor initiatiefnemers dat verdere verspreiding van deze soorten (bijvoorbeeld via grondafvoer) voorkomen dient te worden. 5.4.3

Nader onderzoek ecologie

Het bureau Lievense/WSP heeft het nader onderzoek ecologie uitgevoerd (zie Bijlage 20). In dit onderzoek is per plandeel het volgende geconcludeerd: Plandeel Nieuw Basselt Op basis van de uitgevoerde onderzoeken maakt het plangebied (de houtwallen en akkers) onderdeel uit van het leefgebied van de bunzing, steenmarter, das, eekhoorn, vleermuizen, spreeuw, grote bonte specht en groene specht. Het gebruik van de houtwallen als vliegroute is niet aangetoond. De waargenomen vleermuizen (gewone dwergvleermuizen en laatvliegers) foerageerden langs de houtwal. De aanwezigheid van de grote vos, grote weerschijnvlinder, wezel, hermelijn en de hazelworm is niet vastgesteld. De houtwal (droog bosgebied), het noordelijke- en oostelijke foerageergebied blijven behouden. De werkzaamheden leiden wel tot een verlies aan een deel van foerageergebied voor de vleermuizen (niet essentieel), bunzing, steenmarter en das. Dit betreft de zuidelijk- en zuidwestelijk gelegen akkers. Voor de vleermuizen zijn er voldoende alternatieve foerageergebieden in de omgeving aanwezig (zoals het noordelijke- en oostelijke foerageergebied). Voor vleermuizen (en andere nacht actieve-/lichtgevoelige dieren zoals uilen) dient wel rekening te worden gehouden met mogelijk lichtverstoring.

Door tijdens de uitvoering uitsluitend overdag te werken of vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken wordt verstoring van deze soorten voorkomen. In de toekomstige situatie dient gebruik te worden gemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting. Door het toekomstige gebruik van een deel van het plangebied als woonwijk nemen de menselijke activiteiten, de verkeersintensiteit en de lichtverstrooiing toe. Dit zal van invloed zijn op het leefgebied van de eekhoorn, bunzing, steenmarter, das en de aanwezige nestlocaties van de spreeuw, ekster, groene specht en de grote bonte specht. De aanwezige groene specht, grote bonte specht, ekster en spreeuw binnen het plangebied betreft een vogel met een jaarrond beschermd nest als er sprake is van een zwaarwegende reden (wanneer er bijvoorbeeld geen alternatieve broedlocatie in de buurt is n.a.v. de planontwikkeling). De aanwezige nestlocaties blijven in de toekomstige situatie behouden. Bovendien zijn er in de bomenrijke omgeving voldoende alternatieven beschikbaar. Negatieve effecten van de planontwikkeling op de aanwezige nestlocaties wordt uitgesloten. De werkzaamheden leiden tot overtredingen van de Wnb.

Het verbod dat mogelijk wordt overtreden door de werkzaamheden is het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (artikel 3.5 lid 4 en artikel 3.10 lid 1b) en het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld in het eerste lid (artikel 3.5 lid 2). Plandeel Fliertlanden Op basis van de uitgevoerde onderzoeken maakt het plangebied onderdeel uit van het leefgebied van de alpenwatersalamander, bunzing, steenmarter, hermelijn of wezel, das en vleermuizen. Randen van de noordoostelijke bomenrij en oostelijk gelegen houtwal worden gebruikt als vliegroute door laatvliegers en gewone dwergvleermuizen. De Fliert wordt incidenteel gebruikt als vliegroute en foerageergebied door gewone dwergvleermuizen. De waargenomen vleermuizen foerageerden voornamelijk boven de ten noorden gelegen houtopstanden (onderdeel GO 'droog bosgebied met productie'). Boven de poel foerageerden enkele gewone dwergvleermuizen. De aanwezigheid van de grote vos, grote weerschijnvlinder, ringslang, hazelworm, poelkikker, kamsalamander, knoflookpad, boomkikker, waterspitsmuis en nestlocaties van jaarrond beschermde broedvogels is tijdens het nader onderzoek niet vastgesteld. De houtwal, groenstrook, de ruigte, de riooloverstort met kruiden- en faunarijk grasland, de poel en de beek De Fliert blijven behouden. De werkzaamheden leiden echter wel tot een verstoring van de 52

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

vliegroute en een verlies aan foerageergebied voor de vleermuizen, bunzing, hermelijn, wezel, steenmarter en das. Binnen het plangebied is de zomer- en winterhabitat van de alpenwatersalamander aanwezig. Gezien de voorgenomen ontwikkeling (figuur 3.12) zal het areaal aan zomer- en winterhabitat voor de alpenwatersalamander toenemen. Het potentiële voortplantingswater bevindt zich buiten het plangebied en blijft ongemoeid. De werkzaamheden zullen wel leiden tot een tijdelijke verstoring van het huidige zomer- en winterhabitat en/of de migratieroute van het voorplantingswater naar het zomer- en winterhabitat. Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig. Voor de vleermuizen blijft het aanwezige foerageergebied (het bloem- en kruidenrijk grasland met het poeltje en de houtwal) grotendeels behouden. Verder zorgt de toekomstige inrichting langs De Fliert dat het plangebied nog geschikter wordt als foerageergebied. Er zijn in de omgeving ook voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig (zoals de noordelijk gelegen percelen van het Gelders landschap). De vleermuizen bereiken het plangebied via de aanwezige vliegroutes (bomenrijen, houtwallen, De Fliert (incidenteel)).

Aangezien er geen verblijfplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied en in de omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn worden er geen negatieve effecten verwacht op de instandhouding van de vleermuizen. Tijdens het onderzoek is het gebruik van bomenrijen (houtwal) als vliegroute vastgesteld (zie figuur 5.1). De Fliert wordt incidenteel gebruikt als vliegroute en foerageergebied. De Fliert maakt, ook gezien het gebruik van de houtwal, geen onderdeel uit van een essentiële vliegroute. In de toekomstige situatie is er mogelijk sprake van lichtverstoring op de aanwezige vliegroute. Wanneer er tussen de woonblokken en de vliegroute (bomenrij/houtwal) een barrière wordt aangelegd van bomen en een vleermuisvriendelijke verlichting wordt toegepast wordt lichtverstrooiing, afkomstig van de woningen, geminimaliseerd en is er geen sprake van een negatief effect op de aanwezige vliegroute. Door het toekomstige gebruik van een deel van het plangebied als woonwijk nemen de menselijke activiteiten, de verkeersintensiteit en de lichtverstrooiing toe. Dit zal van invloed zijn op het leefgebied van de alpenwatersalamander, bunzing, wezel, hermelijn, steenmarter, das en de vliegroute van vleermuizen. De werkzaamheden leiden tot overtredingen van de Wnb.

Het verbod dat mogelijk wordt overtreden door de werkzaamheden is het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (artikel 3.5 lid 4 en artikel 3.10 lid 1b) en het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld in het eerste lid (artikel 3.5 lid 2). 5.4.4

Ontheffing

Ontheffing: Omdat het plan leidt tot het verlies aan foerageergebied, tot verstoring van de aanwezige rust- en verblijfplaatsen alsmede migratieroutes (Artikel 3.5 lid 4 en artikel 3.10 lid 1b) en tot het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld in het eerste lid (artikel 3.5 lid 2) is er sprake van overtreding van de Wnb. Om het woningbouwplan uit te kunnen voeren moet eerst een ontheffing worden verkregen. Voor de volgende soorten functies dient een ontheffing te worden verkregen: Bunzing, steenmarter, hermelijn en wezel - verstoren van vaste rust-, verblijfplaatsen en migratieroutes en afname foerageergebied; Das - verstoren van vaste rust-, verblijfplaatsen en migratieroutes en afname foerageergebied; Eekhoorn - verstoren van vaste rust-, verblijfplaatsen; Vleermuizen - lichtverstoring vliegroute. Alpenwatersalamander - verstoring zomer- en winterhabitat en/of migratieroute. De provincie Gelderland is bevoegd gezag voor het verlenen van deze ontheffing. De ontheffingsaanvraag is lopende, voor vaststelling van het bestemmingsplan is beoogd dat de ontheffingsvergunning verleend wordt.

53

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

5.5

Water

5.5.1

Watertoets

Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is beoordeeld welke waterthema's in het plan relevant zijn. Beoordeling De toets is in augustus 2021 uitgevoerd (zie Bijlage 21). Binnen het plangebied liggen een of meerdere belangrijke oppervlaktewateren, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat mogelijk daarmee primaire waterbelangen worden geraakt.In het specifieke geval van het plan "Woningbouwontwikkeling in Twello Noord" gaat het om de belangen: Leggerwatergangen met beschermingszones Riooltransportleidingen. Na beoordeling van het plan, heeft het waterschap Vallei en Veluwe in augustus geconcludeerd dat De bestemming Water er goed in zit, en dat ook de riooltransportleidingen op de juiste plaatsliggen.

Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering en het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heerstende grondwaterstanden en GHG.

Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. De initiatiefnemer dient de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het Waterschap Vallei en Veluwe toe te passen.

54

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

5.6

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet noodzakelijk is; het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan) niet noodzakelijk is. Een exploitatieplan is nodig voor de ontwikkelingen die met het plan mogelijk worden gemaakt en waarvoor voor vaststelling van het bestemmingsplan geen privaatrechtelijke overeenkomsten worden gesloten. Met het voorliggende bestemmingsplan worden gebieden van een juridisch-planologisch kader voorzien om woningbouw te plegen. Omdat de gemeente nog niet alle te ontwikkelen gronden in eigendom heeft, is een exploitatieplan opgesteld.

Het exploitatieplan regelt het verplichte kostenverhaal en stelt locatie-eisen. De totale (geraamde) kosten, waaronder de inbrengwaarden van de percelen, onderzoekskosten, bouw- en woonrijp maken, planontwikkelingskosten, bovenwijkse voorzieningen en planschade worden na rato van de opbrengstpotentie per eigenaar verdeeld. Per kavel volgt hieruit een exploitatiebijdrage, waarvoor in de omgevingsvergunning een betalingsregeling wordt opgenomen. Het exploitatiegebied (totaal 357.966 m2) moet gezien worden als een ruimtelijk en functioneel samenhangend geheel. Voorgaande wordt in de toelichting bij het exploitatieplan nader verduidelijkt. Het exploitatieplan doorloopt een separate procedure, parallel aan het voorliggende bestemmingsplan en wordt tegelijk met dit bestemmingsplan vastgesteld. Uit de exploitatieopzet blijkt dat het project financieel haalbaar is. Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht.

55

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.

6.2

Planregels

Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 6.2.1

Inleidende regels

In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen 6.2.2

Bestemmingsregels

Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch met waarden - Landschap; Bos; Groen; Natuur; Verkeer – Verblijfsgebied; Water; Wonen-1; Wonen-2; Woongebied – 1; Woongebied – 2; Woongebied – 3; Woongebied – 4;

56

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

Woongebied – 5; Woongebied – 6; Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan wordt er wel gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Leiding - Riool; Waarde – Archeologie - 2; Waarde – Archeologie - 3; Waarde – Archeologie - 4; Waarde – Archeologie - 5; Waarde - Ecologie - GNN; Waarde - Ecologie - GO; Waarde - Landschap. De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden. Bestaande situatie In de bestemmingsregels, veelal de bouwregels, kan worden verwezen naar de bestaande situatie. Dit vindt veelal plaats om van het plan afwijkende maten en oppervlakten niet onder het overgangsrecht te plaatsen.

De bestaande situatie is de situatie zoals deze naar voren komt uit de (digitale) gegevens van het gemeentelijk bouwdossier aangevuld met de GBKN, het kadaster, de luchtfoto's en de cyclomedia, zoals deze bestaan op het moment van het in werking treden van het plan. 6.2.3

Algemene regels

De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik, uitgezonderd geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen en detailhandel in volumineuze goederen en/of grootschalige detailhandel. Deze worden expliciet genoemd als strijdig gebruik bij de desbetreffende bestemmingen. 6.2.4

Overgangs- en slotregels

Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

57

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

6.3

Bestemmingen

6.3.1

Agrarisch met waarden - Landschap

Bestemmingsomschrijving Om het agrarische en landelijke karakter te borgen is ter plaatse van enkele locaties de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' toegekend. Op de gronden is kleinschalig agrarisch gebruik in de vorm van weide en grasland toegestaan, alsmede behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, ecologische en groenvoorzieningen in de vorm van groenstroken en water. De bestemmingsregeling is erop gericht om bestaande waarden te handhaven en eventueel te versterken. Bebouwingsmogelijk heden Binnen deze bestemming is geen bouwvlak aanwezig en zijn dan ook geen gebouwen toegestaan. Andere bouwwerken zijn alleen toegestaan in de vorm van terreinafscheidingen tot een hoogte van maximaal 1 meter. Voor het beschermen van de landschappelijke waarden is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in het artikel opgenomen. 6.3.2

Bos

Bestemmingsomschrijving De bestemming Bos wordt gebruikt ten behoeve van de aanleg, instandhouding en ontwikkeling van bosbeplanting en het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke en bosbouwkundige waarden. Extensieve recreatie is toegestaan, evenals voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Binnen de bestemming Bos zijn alleen terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. Ter bescherming van de aanwezige landschappelijke en bosbouwkundige waarden is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, opgenomen. 6.3.3

Groen

Bestemmingsomschrijving De bestemming Groen wordt gebruikt om het structurele groen in de woonwijken te bestemmen. In deze gebieden staat de groen inrichting voorop, ook voor de langere termijn. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water, openbare nutsvoorzieningen en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals verhardingen, bankjes, prullenbakken, enz. Autowegen zijn niet toegestaan. Paden en wegen voor langzaam verkeer zijn wel mogelijk. Ten behoeve van een flexibel gebruik van de gronden en in relatie met de nodige aandacht voor de waterhuishouding is het ook mogelijk watergangen of -bergingen binnen deze bestemming toe te staan. Bebouwingsmogelijk heden Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken toegestaan. 6.3.4

Natuur

Betemmingsomschrijving De bestemming Natuur is toegekend aan de zone rondom De Fliert, een te versterken natuurgebied. Aan deze gronden kunnen belangrijke natuur- en landschapswaarden worden toegekend. De bestemmingsregeling is er dan ook op gericht om deze waarden te handhaven en te versterken. Voor het handhaven is een omgevingsvergunningplicht in het artikel opgenomen. Bebouwingsmogelijk heden Binnen 58

deze

bestemming

mogen

geen

gebouwen

worden

gebouwd,

er

zijn

uitsluitend

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

terreinafscheidingen tot een hoogte van maximaal 1 m toegestaan. 6.3.5

Verkeer - verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving Binnen de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied vallen alle wegen, alsook voor de ontsluiting van woongebieden. Aan de verkeersfunctie zijn functies als parkeren, voet- en fietspaden en speelvoorzieningen verbonden. Ten behoeve van een flexibel gebruik van de gronden is het tevens mogelijk om groenvoorzieningen aan te leggen, en in relatie met de nodige aandacht voor de waterhuishouding is het ook mogelijk watergangen of waterbergingen binnen deze bestemming te realiseren. Bebouwingsmogelijk heden Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken toegestaan. 6.3.6

Water

Bestemmingsomschrijving De A-watergang binnen het plangebied heeft de bestemming Water gekregen. Een A-watergang kan zowel van betekenis zijn voor het vervoer of het afvoeren van water als een natuurlijke of landschappelijke functie hebben. Bebouwingsmogelijk heden Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding en openbare nutsvoorzieningen toegestaan, zoals stuwen en bruggen. 6.3.7

Wonen - 1

Bestemmingsomschrijving Hieronder vallen de gronden ten behoeve van het wonen. Binnen deze bestemming zijn vrijstaande en aaneengeschakelde woningen toegestaan, mits aangeduid op de verbeelding zijn meer dan twee aaneengeschakelde woningen toegestaan. Om voldoende flexibiliteit te garanderen zijn ruime bouwvlakken opgenomen. Ten aanzien van de situering van bijgebouwen, overkappingen en andere bouwwerken zijn regels opgenomen. Binnen deze bestemming is het gebruik van een deel van de woning ten behoeve van aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven toegestaan. Hiertoe dient echter wel de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd te blijven. Om dit te bewerkstelligen mag het gedeelte dat in gebruik is ten behoeve van aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven niet groter zijn dan 40% van het vloeroppervlak van de hoofdgebouwen. Bij de bestemming Wonen is gekozen voor één bestemming Wonen inclusief de tuin en het erf. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als groen, paden, water, nutsvoorzieningen en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Bouwregels Voor de woningen is op de verbeelding een bouwvlak gegeven. In de meeste gevallen heeft dit bouwvlak de vorm van een bouwstrook waarin meerdere woningen zijn opgenomen.

Het maximaal aantal woningen per bouwstrook is vastgelegd middels een aanduiding op de verbeelding. Omdat in het plan een zekere mate van flexibiliteit gewenst is, is er voor gekozen binnen bijna alle bouwvlakken alle type woningen toe te staan behalve gestapelde woningbouw. De andere varianten worden in de regels direct mogelijk gemaakt en worden voor bijna alle bouwstroken vrij gelaten. Voor deze mate van vrijheid is gekozen zodat het plan nog deels gewijzigd kan worden ten behoeve van architectonische meerwaarde. In de regels is geregeld dat meer dan twee aaneengebouwde woningen en twee-onder-een-kapwoningen een maximale bouwdiepte mogen hebben van respectievelijk 10 en 12 59

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

meter. Vrijstaande woningen mogen maximaal 15 meter diep zijn. De breedte van de woning wordt in eerste instantie bepaald doordat in de regels beschreven is dat de twee- aaneengebouwde woningen -aan de zijde waar deze niet aaneengebouwd zijn- en vrijstaande woningen op minimaal 3 meter afstand van de zijdelingse perceelgrens gebouwd moeten worden. Daarbij geldt ook een minimale afstand tot de voorste perceelgrens van minimaal 3 meter, ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' geldt een minimale afstand van 2 meter tot de voorste perceelsgrens. De maximale goot- en bouwhoogte is middels een aanduiding op de verbeelding aangegeven. Andere bouwwerken Op de gronden met de aanduiding bouwvlak mogen ook andere bouwwerken worden gebouwd tot een hoogte van 3 meter. Voor erf- en terreinafscheidingen geldt een hoogte van maximaal 2 meter, voor de voorgevel van het hoofdgebouw geldt een hoogte van maximaal 1 meter. Speeltoestellen mogen maximaal 4,5 meter hoog zijn. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 50 m². Hiervoor mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de overige gebouwen worden gebruikt.

Ook dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. 6.3.8

Wonen - 2

Bestemmingsomschrijving Hieronder vallen de gronden ten behoeve van het wonen. De bestemming komt voor aan de Basseltlaan, alsook op enkele grote kavels (circa 1.000 m2) verspreid over het plan. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan. Om voldoende flexibiliteit te garanderen zijn ruime bouwvlakken opgenomen. Ten aanzien van de situering van bijgebouwen, overkappingen en andere bouwwerken zijn regels opgenomen. Binnen deze bestemming is het gebruik van een deel van de woning ten behoeve van aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven toegestaan. Hiertoe dient echter wel de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd te blijven. Om dit te bewerkstelligen mag het gedeelte dat in gebruik is ten behoeve van aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven niet groter zijn dan 40% van het vloeroppervlak van de hoofdgebouwen. Bij de bestemming Wonen is gekozen voor één bestemming Wonen inclusief de tuin en het erf. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als groen, paden, water, nutsvoorzieningen en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Bouwregels Binnen deze bestemming is op de kaart onderscheid gemaakt tussen het bouwvlak en de aanduiding tuin.

Bouwvlak Voor de woningen is op de verbeelding een bouwvlak gegeven. In de meeste gevallen heeft dit bouwvlak de vorm van een bouwstrook waarin meerdere woningen zijn opgenomen. Het maximaal aantal 60

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

woningen per bouwstrook is nog wel vastgelegd middels een aanduiding op de verbeelding. Voor deze hoge mate van vrijheid is gekozen zodat de stedenbouwkundige opzet van het plan nog deels gewijzigd kan worden. Tevens is in het bouwvlak aangegeven hoeveel woningen er maximaal gerealiseerd mogen worden. De woningen mogen een maximale inhoud van 1.000 m3 hebben. De breedte van de woning wordt in eerste instantie bepaald doordat in de regels beschreven is dat de woningen op minimaal 4 meter afstand van de zijdelingse perceelgrens gebouwd moeten worden. Daarbij geldt ook een minimale afstand tot de voorste perceelgrens van minimaal 4 meter, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt een minimale afstand van 8 meter tot de voorste perceelsgrens. De maximale goot- en bouwhoogte is middels een aanduiding op de verbeelding aangegeven. Tuin Op de gronden aangeduid met tuin zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan. Vergunningsvrij bouwen is niet toegestaan ter plaatse van de dubbelbestemming Waarde - Landschap. Dit vanwege het behoud en ontwikkeling van de landschappelijke waarden. Andere bouwwerken Op de gronden met de aanduiding bouwvlak en tuin mogen ook andere bouwwerken worden gebouwd tot een hoogte van 3 meter. Voor erfafscheidingen op gronden met de aanduiding tuin geldt een maximale hoogte van 1 meter en binnen het bouwvlak en erf maximaal 2 meter.

Speeltoestellen zijn maximaal 4,5 meter hoog. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 50 m². Hiervoor mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de overige gebouwen worden gebruikt. Ook dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. 6.3.9

Woongebied (1 t/m 6)

De projectmatig opgezette woonblokken en de gebieden beoogd voor collectief particulier opdrachtgeverschap zijn voorzien van de bestemming Woongebied. De bestemmingsvlakken zijn voorzien van een ruim bouwvlak om enige flexibiliteit in de bebouwingsmogelijkheden te bewerkstelligen. Het maximaal aantal wooneenheden, percentage sociale huur en maximale goot- en bouwhoogte zijn middels aanduidingen op de verbeelding aangegeven. Bestemmingsomschrijving Met de bestemming 'Woongebied' is gekozen voor een globale bestemming waarin zowel de woningen, als ook het groen en de ontsluiting van de woonpercelen, zijn opgenomen. Ook ondergeschikte voorzieningen als groen, paden, water, speelvoorzieningen en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Bouwregels Het maximum aantal wooneenheden is op de verbeelding aangegeven. Op de verbeelding is een groot bouwvlak aangegeven waarbinnen de hoofdgebouwen gerealiseerd moeten worden. De maximale gooten bouwhoogte is middels een aanduiding op de verbeelding aangegeven. Voor de aaneengebouwde 61

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

hoofdgebouwen geldt een diepte van maximaal 10 meter. Daarnaast is in de regels bij specifieke gebieden aangegeven wat de gezamenlijke oppervlakte van een grondgebonden hoofdgebouw met een aangebouwde of inpandig bijgebouw mag bedragen. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn gestapelde woningen toegestaan. Daarbij is het aantal bouwlagen begrenst met een aanduiding op de verbeelding. De maximale oppervlakte aan bijgebouwen is aangegeven in de regels. Voor enkele gebieden is op de verbeelding aangeven dat er specifieke regels gelden over de kapvorm. Andere bouwwerken Andere bouwwerken mogen worden gebouwd tot een hoogte van 3 m. Voor erfafscheidingen geldt voor de voorgevel een maximale hoogte van 1 m en achter de voorgevel maximaal 2 m. Speeltoestellen mogen maximaal 4,5m hoog zijn. Overkappingen dienen minimaal 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd. Nadere eisen Het college van B&W is bij enkele gevallen bevoegd om nadere eisen te stellen aan de situering van de gebouwen teneinde een verantwoorde stedenbouwkundige en/of landschappelijke situatie van de bebouwing onderling te verzekeren. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de bestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een maximumoppervlak van 50 m².

Hiervoor mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de overige gebouwen worden gebruikt. Ook dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf is uitsluitend toegestaan, als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage 1 bij de regels opgenomen 'Staat van bedrijfsactiviteiten'. Bed & Breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk gebruikt worden voor het voeren van een Bed & Breakfast. Hiervoor mogen maximaal drie kamers worden gebruikt en maximaal acht personen mogen er de nacht doorbrengen. Verder gelden als voorwaarden dat het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en voorziet in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van het dorp Twello. Ook de overige gebouwen kunnen hier gedeeltelijk voor worden gebruikt.

Mantelzorg De overige gebouwen mogen verder gebruikt worden als zelfstandige woning, mits er sprake is van mantelzorg. Dit gebruik kan alleen mogelijk worden gemaakt middels het toepassen van de algemene afwijkingsregels. 6.3.10 Leiding - Riool De planologisch relevante leiding is in deze dubbelbestemming als zodanig bestemd. Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is alleen na afwijken toegestaan. Alvorens het bevoegd gezag over een verzoek om af te wijken beslissen, wint zij schriftelijk advies in bij de desbetreffende leidingbeheerder. Ter bescherming van aanwezige leidingen is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10946957/3