CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - toelichting (2021-70489)

gemeenteraad 31 januari 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello’27.553 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: Slimme combinaties waar dat kan Plannen, waarin direct vanaf het begin meerdere belangen worden meegenomen en boven- en ondergrond in samenhang worden bekeken. Deze plannen voegen in principe meer waarde toe aan onze leefomgeving dan enkelvoudige, sectorale plannen. Het gebied staat centraal Het gaat om het gebied, met zijn eigen karakteristieken. Door het gebied als uitgangspunt te nemen bij de keuze, kun je aansluiten bij de kwaliteiten ervan. De beleefde (cultuurhistorische) identiteit en mogelijkheden van een gebied en de waardering van eigenschappen van streek, landschap, stad of dorp moeten steeds doorwegen in de te maken keuzes. Niet uitstellen of doorschuiven Het derde uitgangspunt is het niet uitstellen van beslissingen of het doorschuiven ervan naar volgende generaties of naar onze buurlanden. 26

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Conclusie Onderliggend plan speelt zich af op lokaal niveau en heeft geen duidelijk herkenbare relatie met het ruimtelijk ordeningsbeleid op nationaal niveau. Het realiseren van onderhavige ontwikkeling is primair een provinciale c.q. gemeentelijke verantwoordelijkheid en is daarmee niet in strijd met de uitgangspunten van de Nationale Omgevingsvisie. Bovendien is de beoogde ontwikkeling in lijn met het toekomstperspectief voor stad en dorp uitgewerkt waaraan ruimtelijke initiatieven aan moeten voldoen. Dit toekomstperspectief gaat uit van een prettige en aantrekkelijke woonomgeving, op een bereikbare afstand van voorzieningen. Er wordt gestreefd naar een kwalitatief goede en gevarieerde woningvoorraad, die aansluit op de woonbehoefte. Geen ongebreidelde, maar een gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor veiligheid en gezondheid. Tegelijkertijd is de locatie goed bereikbaar door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet.

En nodigt daarmee uit om te bewegen (wandelen, fietsen en spelen), elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen en voorzieningen. Bij nieuwe bouw- en ontwikkelopgaven is natuurinclusieve ontwikkeling de norm. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De beoogde ontwikkeling Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook aan de orde.

Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking De gemeente Voorst maakt deel uit van de Cleantech Regio waarbinnen de samenwerkende gemeenten op regionaal niveau afspraken maken. Dit is samengebracht in de Regionale Woonagenda 2018-2023. Deze is in 2020 geëvalueerd en herijkt (zie hiervoor ook subparagraaf 4.3.2). Wat betreft de woningbehoefte is in regionaal verband onderzoek uitgevoerd. Per gemeente is de woningbehoefte daarbij in beeld gebracht. In algemene zin bestaat in de regio Stedendriehoek een oplopende druk op de woningmarkt. Voor de periode 2020 - 2030 is de behoefte voor de gemeente Voorst geraamd op 800 975 woningen. Dit komt overeen met de gemeentelijke doelstelling voor de realisatie van circa 80 woningen per jaar. Hierbij is de grootste vraag -en daarmee opgave- voorzien in Twello. Deze kern is vitaal en beschikt over voldoende voorzieningen. Concreet houdt dit in dat voor de kern Twello wordt uitgegaan van circa 250 extra woningen tot 2030, plus circa 100 woningen voor de langere termijn. Gelet op de positieve huishoudensontwikkeling binnen de gemeente Voorst, de kwantitatieve woonopgave van de gemeente, de vraag naar extra woningen in Twello en het gegeven dat het plangebied al is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering, kan gesteld worden dat in kwantitatieve zin voldoende (regionale) behoefte bestaat conform de Ladder.

In kwalitatieve zin dient sprake te zijn van een gevarieerd woningaanbod, zodat voor verschillende 27

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

doelgroepen nieuwe woningen beschikbaar komen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. In paragraaf 4.4.2 wordt hier uitgebreider op ingegaan. Behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit is ook een uitgangspunt bij nieuwe woningbouwplannen. Dit is bij de keuze voor en uitwerking van onderliggend plan een belangrijk toetsingskader geweest. Naast de kwantitatieve opgave, voorzien de plannen in kwalitatieve zin daarmee ook in de (regionale) behoefte. In gemeentelijk beleid geldt als uitgangspunt dat bij nieuwe ontwikkelingen in eerste instantie gezocht wordt naar locaties binnen bestaand stedelijk gebied, waar inbreiding kan plaatsvinden (zie ook paragraaf 4.4.1). Het plangebied maakt geen deel uit van bestaand stedelijk gebied, het betreft hier uitbreiding. Uitbreiding is enkel mogelijk wanneer een afweging van alternatieve locaties binnen het stedelijk gebied heeft plaats gevonden. Dit betreffen alle mogelijke locaties en vastgoedobjecten in het onderzoeksgebied die beschikbaar zijn om de functie op te vangen, inclusief de kansen vanuit herstructurering en transformatie. Indien er sprake is van een behoefte die niet op (financieel) haalbare wijze in binnenstedelijk gebied ingepast kan worden, mag buiten bestaand stedelijk gebied gebouwd worden.

Zoals uit de inleiding al blijkt, is de aanleiding voor onderliggend bestemmingsplan de locatiestudie Twello.250 Woningbouwlocaties landschappelijk onderzoek. Hierin zijn dertien locaties in en rondom Twello gewogen. Naar aanleiding van dit onderzoek, is een Addendum opgesteld (zie beide rapportages in Bijlage 2). Op basis hiervan is de afweging voor de voorkeurslocaties in het noorden te verantwoorden. Het zorgt voor de afronding van een schil om de kern, een organische ontwikkeling waarbij de bestaande structuren worden voortgezet. De locaties hebben als belangrijk voordeel dat zij relatief dichtbij het centrum en de voorzieningen liggen. Dit ondanks dat de spoorlijn en de N344/Rijksstraatweg barrières vormen. De bestaande structuren brengen dan ook ontwerpopgaven met zich mee. De overige locaties zijn voor het gestelde doel niet op de korte termijn haalbaar, zijn niet beschikbaar voor woningbouw omdat er ruimtelijke beperkingen liggen of voorzien niet in voldoende hoeveelheid woningen. Hiermee kan worden gesteld dat voldoende is gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Samengevat past de ontwikkeling binnen de kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Een gedeelte van het plangebied valt onder de werking van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Voor onderliggende locatie gaat het om een ruimtereservering voor de lange termijn Rijntakken. Bijvoorbeeld voor een eventuele hoogwatergeul. Kortweg houdt dit in dat grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen -die het treffen van rivierverruimende maatregelen kunnen belemmereneen risico vormen. Voor onderliggend plan gaat het om het toevoegen van circa 16 woningen binnen de ruimtereservering in het kader van het Barro.

Gezien de beperkte schaal van woningbouwontwikkeling en de ligging van het bebouwde gebied - bijvoorbeeld de bestaande bebouwing aan de Dernhorstlaan en de Burgemeester van der Feltzweg - is er geen sprake van een grootschalige woningbouwontwikkeling die het treffen van rivierverruimende maatregelen op de lange termijn (rond 2100) schaadt. Geconcludeerd wordt dat gezien de aard en schaal van het project, er geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.

28

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De provinciale Omgevingsvisie (in werking vanaf 1 maart 2019) gaat over 'Gaaf Gelderland'. 'Gaaf' is een woord met twee betekenissen. Enerzijds gaat 'gaaf' over wat - historisch en landschappelijk gezien heel en mooi en ongeschonden is; het beschermen waard. Anderzijds verwijst 'gaaf' ook naar nieuw en vernieuwend, aantrekkelijk voor nieuwe generaties; het ontwikkelen waard. Het doel van de Gelderse Omgevingsvisie is om samen te werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Wereldwijde ontwikkelingen - zoals het energievraagstuk, de klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking en de toenemende mobiliteit - vragen om balans. De Gelderse leefomgeving is in omvang beperkt. Er moeten keuzes worden gemaakt. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. Gezond en veilig Dit is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.

Schoon en welvarend Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. De provincie Gelderland gaat hierbij uit van het toevoegen van waarde door vanuit een brede blik te focussen. Vertrekkend vanuit de unieke kwaliteiten van de Gelderse streken, verschillende belangen en het afwegen van bovenregionale mogelijkheden. De focus ligt op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van 7 onderwerpen wordt hier richting aan gegeven: Energietransitie Klimaatadaptatie Circulaire economie Biodiversiteit Bereikbaarheid Economisch vestigingsklimaat Woon- en leefklimaat Voor onderliggend plan zijn verschillende thema's van toepassing, hieronder wordt ingezoomd op: Bereikbaarheid Het uitgangspunt van de provincie Gelderland is een veilige en vlotte doorstroming in het mobiliteitsnetwerk, bijvoorbeeld voor auto's, openbaar vervoer, (snel)fietsen, voet- en wandelpaden. Hierbij wordt ingezet op dat mensen elkaar kunnen blijven bereiken en ontmoeten. Het stimuleren van alternatieve manieren van vervoer is de focus, in het bijzonder de fiets.

Ontwikkelingen vragen om een brede blik en een samenhangende aanpak tussen mobiliteit en de inrichting van woonwijken, bedrijventerreinen, voorzieningen (zoals laadpalen en internet) en vervoerssystemen. Biodiversiteit De provincie Gelderland streeft robuuste verbindingen na. Een netwerk van verbindingen langs rivieren, uiterwaarden en kleine watergangen in het Gelderse natuurnetwerk en andere waardevolle landschappen en gebieden. Er wordt potentie gezien in de bebouwde omgeving in woonwijken (natuurinclusief). Om hiermee de variatie in planten- en diersoorten weer te laten groeien. Maar ook de positieve effecten die ontstaan in het kader van klimaatadaptatie. Woon- en leefklimaat Het uitgangspunt van de provincie Gelderland is een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Hierbij luidt de ambitie van de provincie Gelderland om een aanbod aan woningtypen en woonmilieus te hebben dat past bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende duurzame woning. Met daarbij onder andere goede bereikbare voorzieningen, 29

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

unieke cultuurhistorie en een mooie natuur. De provincie gaat hierbij voor een concentratie van bebouwing, tenzij er geen andere goede maatregelen zijn. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas, de woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. De provincie gaat, zo stelt de visie, in gesprek met de Gelderse regio's en maken regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van woningen. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Vanaf maart 2021 geldt de geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland. De verordening ziet erop toe dat het beleid uit de Omgevingsvisie Gelderland operationeel wordt. In de verordening zijn regels opgenomen over ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem.

Af beelding 13 – Uitsnede Omgevingsverordening Gelderland.

Voor de voorliggende ontwikkeling bevat de omgevingsverordening Gelderland verschillende regels (zie afbeelding 13). Zo is het plangebied aangeduid als intrekgebied. Binnen een intrekgebied is de winning van fossiele energie niet mogelijk. Daarnaast geldt dat bepaalde delen vallen onder de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk, de Groene Ontwikkelingszone en Nationaal Landschap. Voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het Gelders Natuurnetwerk is onderdeel van een landelijk netwerk van natuur- en agrarische gebieden met een speciale natuurkwaliteit. Het netwerk bestaat zowel uit afzonderlijke natuurgebieden als uit verbindingszones die deze natuurgebieden met elkaar verbinden. In Gelderland is het doel om een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden te bereiken. Waarmee de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur wordt beschermd en wat bijdraagt aan een prettige leef- en werkomgeving. De bestaande natuur in het Gelders natuurnetwerk wordt beschermd en versterkt door de samenhang tussen natuurgebieden in het Gelders natuurnetwerk uit te breiden en verbindingszones aan te leggen in de Groene Ontwikkelingszone. Het beleid richt zich op het versterken van de ecologische samenhang door de aanleg van verbindingszones.

Het Gelders Natuurnetwerk bestaat enerzijds uit alle gebieden met een natuurbestemming binnen de voormalige Gelderse Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en anderzijds uit het zoekgebied voor nieuwe natuur. In de Groene ontwikkelingszone worden natuur- en landschapselementen aangelegd ter verbetering van de migratiemogelijkheden voor planten en dieren die passen bij de kernkwaliteiten. Zowel door compensatie als verevening worden er nieuwe natuurelementen gerealiseerd. Na realisatie worden deze onderdelen toegevoegd aan het Gelders Natuurnetwerk. De Omgevingsverordening stelt (in artikel 2.52) dat een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone geen nieuwe grootschalige ontwikkeling mogelijk maakt die leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied. Hiervan kan worden afgeweken als er geen reële alternatieven zijn; er sprake is van redenen van groot openbaar belang; 30

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd. De Omgevingsverordening stelt (in artikel 2.39) -om te bepalen wat de effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de ecologische samenhang zijn- om onderzoek te doen naar de actuele waarden binnen het gebied en de effecten van het initiatief op de binnen het gebied aanwezige: natuurwaarden en potenties; in de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode lijsten; kwaliteit van lucht, water en bodem; mate van stilte, rust en duisternis; ecologische samenhang; landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische, bodemkundige waarden en het reliëf. Compensatie kan plaatsvinden door fysieke natuurcompensatie op gronden met een andere bestemming dan Natuur in de nabijheid van de te compenseren locatie of door financiële compensatie. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de beoordeling van onderliggend plan in relatie tot de kernkwaliteiten. Dit is ook volgens het beleid van de provincie Gelderland, zoals opgenomen in de omgevingsverordening. 4.2.3

Nee, tenzij-beoordeling

Het bureau Lievense/WSP heeft de 'nee, tenzij beoordeling' in het kader van de Omgevingsverordening opgesteld (zie in Bijlage 18). Provincie Gelderland heeft de gedetailleerde invulling van kernkwaliteiten vastgelegd in deelgebieden. Voor het plangebied betreft het deelgebied 141 Apeldoorn-Twello (zie hiervoor ook 3.2.1). Over de effectbeoordeling van de kernkwaliteiten wordt het volgende geconcludeerd: 4.2.3.1 Plandeel Nieuw Basselt Beoordeling Gelders Natuurnetwerk De beek de Fliert bevindt zich op enige afstand van de te realiseren woonwijken en blijft onaangetast. De aanwezige houtopstanden (houtwallen en houtsingels) bevinden zich direct aangrenzend aan het te bebouwen gebied. Tijdens de uitvoeringsfase (bouwfase) zal ongetwijfeld tijdelijke verstoring optreden van in te zetten machines en menselijke activiteiten. Dit is echter tijdelijk van aard. In de toekomstige situatie wordt rondom de woonvelden een bufferzone gecreëerd in de vorm van een groenzone/parkzone. Daarnaast wordt vormgegeven aan de ontwikkelingsdoelen en wordt aan de noordzijde van de houtwal het type ‘droog bos’ aangelegd in de GO. Hierdoor worden effecten van toenemende menselijke activiteiten en verlichting zodanig beperkt dat de wezenlijke kenmerken en waarden niet worden aangetast. De verlichting wordt in de uitvoering nader vormgegeven in een inrichtingsplan.

Voor het bovenstaande geldt één uitzondering, namelijk daar waar de Basseltse Enk de houtwal doorkruist. De Basseltse Enk wordt de toegangsweg tot het woonveld en dit heeft twee effecten: De toegangsweg (2 meter breed) wordt verbreed (2 tot 4,5 meter). Er worden geen bomen verwijderd; De verkeersintensiteit op de toegangsweg zal aanzienlijk toenemen; Aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden op de houtwal door de toegangsweg wordt voorkomen door het volgende: 1. Aanleg dassentunnel, waarvan ook andere diersoorten profiteren (voorkomen verkeersslachtoffers). 2. Rekening houden met de plaatsing van lichtbronnen (straatlantaarns), zodat er altijd genoeg donkerte behouden blijft voor vleermuizen en andere nachtdieren om deze toegangsweg over te steken. 3. Voldoende afstand tussen verschillende lichtbronnen houden (meer dan 30 meter). Verlichting met armaturen die zijdelingse lichtverstrooiing voorkomen (lichtbundels alleen naar de grond toe); Lichtbronnen niet plaatsen ter hoogte van het midden van de doorkruising van de toegangsweg met de houtwal (ter hoogte van de dassentunnel). 31

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

In de planvorming is onderzocht of er een alternatieve ontsluiting mogelijk was. Dit bleek er niet te zijn. Redenen hiervoor zijn de beperkte ruimte van de Basseltlaan (minder dan 3 m breed), de bebouwing die nauw gesitueerd is op deze straat, de hoge concentratie aan (lint)bebouwing aan de Rijksstraatweg, de onwenselijkheid van een nieuwe aansluiting aan de Rijksstraatweg en door hoge landschaps- en natuurwaarden. Vanwege de behoefte aan woningbouw (zie paragraaf 3.5) en het ontbreken van een alternatief, is het gebruiken en beperkt verbreden van de bestaande opening in de houtwal verdedigbaar. Beoordeling Groene Ontwikkelingszone Binnen het GO, het noordelijke deel van het plangebied, zijn op basis van de stedenbouwkundige opzet geen voornemens tot woningbouw, behoudens op het perceel van de Kruisvoorderweg 9. Hier worden de voormalige agrarische opstallen verwijderd en mogelijk vervangen door kleinschalige nieuwbouw. Behoud van de karakteristieke boerderij wordt nader onderzocht. Binnen de begrenzing van de GO geeft de gemeente invulling aan verdere uitbreiding van de Ontwikkeldoelen.

Het gaat om de volgende: ontwikkeling ecologische verbinding Fliert: Woudhuis - IJssel (Dorperwaarden, Wilperwaarden): singels, graslanden, plas-drasbermen en moeraszones, aansluitend op het omringende landschap; ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden; ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën; ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen; ontwikkeling van het kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe; houtsingels, beken en (schrale) graslanden. Invulling hieraan wordt gegeven door het ontwikkelen van een perceel droog bos en door verschillende percelen in te kleden met agrarische landbouw. Op de planlocatie is een dassenbrucht aangetroffen. Gedeelte van het foerageergebied van de das is voorzien voor woningbouw, dit is het gebied ten zuiden van de singel, bekend als de Basseltse Enk. Hiervoor is een ontheffingsprocedure in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Hierbij wordt de noordelijke zone kwalitatiever ingericht, alsook een alternatieve burcht als uitwijkmogelijkheid. De das is een doelsoort, dat wil zeggen dat een goede inrichting voor de das, ook meerwaarde oplevert voor andere diersoorten. De kwalitatief betere inrichting uit zich in het vergroten van de GNN-singel en deze door te trekken richting het bosje aan de Hunderenslaan. De wadi wordt ingericht als vochtig grasland.

In de zone ten noorden van de singel worden fruibomen aangeplant, alsook kruidenrijk grasland. Naast dat het gebied hiermee aantrekkelijker wordt voor de das, sluit ook aan op de kernkwaliteiten. Namleijk de ontwikkeling van singels, graslanden en moeraszones.

32

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

Af beelding 14 - Globale inrichtingsschet voor de das.

4.2.3.2 Plandeel Fliertlanden Beoordeling Gelders Natuurnetwerk Binnen het plangebied bestaat de aangewezen GNN uit droog bos, kruiden- en faunarijk grasland, een beek en een poel. Deze elementen blijven gehandhaafd binnen de voorgenomen ontwikkeling en worden uitgebreid met de realisatie van groenstroken (nat- en droog bostype), poeltjes en rietoevers. Er is dus geen sprake van oppervlakteverlies. Door invulling van de woningbouw zal in de directe omgeving toename komen van verlichting, menselijke activiteit en ruimtegebruik. Door parallel hieraan invulling te geven aan de ontwikkeling van de ontwikkeldoelen in het aangrenzende deel van de GO, blijven de wezenlijke kenmerken en waarden als rust, ruimte, stilte en donkerte behouden. Dit geldt eveneens voor de samenhang tussen de verschillende elementen onderling. In de huidige situatie is er eveneens sprake van menselijke activiteit (landbouw), maar vanzelfsprekend in een aanzienlijke lagere intensiteit. Hoe de invulling van het GO exact vorm krijgt, is nog geheel onbekend. Het GO wat op het moment bestaat uit grasland en een houtwal krijgt een nieuwe inrichting. De opdrachtgever is voornemens langs de Fliert poeltjes en op de oostelijk gelegen maïsakker poeltjes te aan te leggen. Langs de Fliert komt een rietoever met daarachter natte- en droge bostypes en een plas-dras gebied.

Beoordeling Groene Ontwikkelingszone Binnen het GO zijn op basis van de stedenbouwkundige opzet voornemens tot woningbouw. Binnen de begrenzing van de GO geeft de gemeente invulling aan verdere uitbreiding van de Ontwikkeldoelen. Het gaat om de volgende: ontwikkeling ecologische verbinding Fliert: Woudhuis - IJssel (Dorperwaarden, Wilperwaarden): singels, graslanden, plas-drasbermen en moeraszones, aansluitend op het omringende landschap; ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden; ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën; ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen; ontwikkeling van het kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe; houtsingels, beken en (schrale) graslanden. 33

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

Gezien de kernkwaliteiten van het gebied en de (mogelijk) voorkomende beschermde soorten draagt het plan bij aan de verbetering van de betreffende kernkwaliteiten. De aan te leggen poelen, de beek Fliert en de houtwallen/struwelen bieden een potentiële winter- en voortplantingshabitatten voor bijvoorbeeld de kamsalamander. De aan te leggen houtwallen/struwelen bieden geschikt landhabitat voor de kamsalamander. De beek loopt op het momenteel grotendeels door (intensief) gemaaid grasland. Wanneer rondom de beek houtwallen worden aangebracht zal de waarde van het gebied als leefgebied voor de das en kleine marterachtigen ook positief toenemen. De voorgenomen herinrichting draagt bij aan het verbeteren van de kernkwaliteiten van het gebied. Conclusie Alternatieven en groot openbaar belang Het voornemen om woningbouw te plegen komt voort uit het toenemende woningentekort en dus vraag naar meer woningaanbod. Alternatieven De gemeente Voorst heeft ten behoeve van de woningbouw vanuit een locatiestudie (zie Bijlage 2) op basis van een landschapsanalyse twee locaties geselecteerd en deze nader te verkennen. Toetsing aan de natuurwetgeving van dit plangebied gebeurt in een separate rapportage. Doel van de twee plangebieden is te onderzoeken waar de woningbouw het minst in conflict komt met de aanwezige (natuur)waarden.

Het meest gunstige scenario is hierbij ook het meest gunstige alternatief. Als gevolg van het bestemmingsplan worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt welke negatieve gevolgen hebben voor de kernkwaliteiten van het GNN of de GO. De herinrichting draagt bij aan de verbetering van de kernkwaliteiten van het GO en GNN. 4.2.4

Nationaal Landschap De Veluwe

Het Rijk heeft twintig karakteristieke gebieden in Nederland aangewezen als Nationaal Landschap. De Nationale Landschappen zijn de symbolen bij uitstek van het Gelderse cultuurlandschap. Het ruimtelijk beleid is er op gericht om de kernkwaliteiten van deze gebieden te behouden en verder te ontwikkelen. Behoud wordt bereikt middels een regel in de verordening die bepaalt dat alleen activiteiten zijn toegestaan die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten of versterken (artikel 2.7.4.2 eerste lid). De kernkwaliteiten worden beschreven in bijlage 5 bij de Omgevingsverordening: Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. In afwijking hiervan zijn activiteiten die afbreuk doen aan de kernkwaliteiten of deze kernkwaliteiten niet versterken mogelijk: als er geen reële alternatieven zijn; er sprake is van redenen van groot openbaar belang; en er compenserende maatregelen worden getroffen ter waarborging van de kernkwaliteiten. Bij onderliggend plan liggen een tweetal deelgebieden binnen het Nationaal Landschap Veluwe. Dit is de locaties bekend als De Kruisakker (nabij de Kruisweg) en de Basseltse Enk (nabij de Basseltlaan). Binnen dit plandeel worden nieuwe bestemmingen mogelijk gemaakt voor een woningbouwontwikkeling van 141 woningen.

Het deelgebied Twello kenmerkt zich doordat het landschap betrekkelijk grofmazig is en een amorfe structuur kent met elementen van rivierenlandschap, dekzandruggen, ruilverkaveling en landgoederen. Verder worden de waardevolle open essen en het vrije uitzicht vanaf de dijk over het binnendijkse landschap en over de rivier met uiterwaarden vermeld. Beoordeling Het stedenbouwkundig plan gaat uit van een kavelstructuur, die zich voegt naar de omgeving. Bij de Kruisakker (langs de Kruisweg) is de nieuwbouw geprojecteerd op een oude akker aan de oostkant van de weg. De westkant van deze weg wordt begeleid door een dorps bebouwingslint. Het gebied aan de oostkant behoorde vroeger tot het landgoed De Basselt (verwoest in de 2e WO). Hier is bewust gekozen om geen nieuwe bebouwing langs de weg te projecteren, zoals aan de overkant, maar is gekozen voor een meer open beeld, in de schaal van het landgoederenlandschap. Daarom liggen de twee geclusterde woonvormen (woonhof en een appartementencomplex) ruim in het groen, op royale afstand van de Kruisweg en op royale afstand van elkaar. Bij de Basseltse Enk (langs de Basseltselaan) wordt gebouwd op de enk (of es). Hier is in het 34

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

stedenbouwkundige plan het middengebied open en vrij gehouden, zodat een deel van deze open ruimte en het daarbijhorende karakteristieke hoogteverschil beleefbaar blijft. Door de aanplant van een forse groensingel langs de Basseltlaan blijft het groene karakter en de landschappelijke kwaliteit behouden. Ook dit deel behoorde tot landgoed De Basselt. Een historisch landgoed wordt gekarakteriseerd door economische grondgebonden functies, zoals landbouw en/of bosbouw, die vaak gecombineerd werden met recreatieve en residentiële functies. Door de aanplant van de singel aan de westzijde wordt deze wijk omsloten door singels en sluit hiermee aan op de karakteristiek van bosbouw. Beplanting op de kavelgrenzen zorgt ervoor dat aangesloten wordt op het omliggende landschap, waarin (met name achter- en zijkanten van) kavels worden afgezoomd met een struweelhaag. Het kleinschalige karakter van het landschap blijft daarmee behouden. Voor het gehele plandeel Nieuw Basselt blijft het kenmerkende half openlandschap behouden, met een afwisseling van forse landschapsstructuren, bebouwing en open ruimten. Conclusie Los van het feit dat het hier gaat om een ingrepen die wordt gedaan omdat er geen reële alternatieven zijn (zie Bijlage 2), is er ook sprake van een grote maatschappelijke opgave, namelijk voorzien in de woningbehoefte.

Daarbij gaat het plan zorgvuldig om met de kernkwaliteiten en levert een bijdrage aan de landschapskwaliteit van het gehele gebied.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030

De gemeenten in de regio Stedendriehoek, met daarin de steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen, hebben gezamenlijk een regionale structuurvisie opgesteld. Deze visie vormt de integrale afstemming tussen de ruimtelijke opgaven binnen de regio en is beleidsmatig tevens vertaald in provinciaal beleid. De regionale visie zet vooral in op verdere herstructurering en intensivering van het bestaand stedelijk gebied. Enerzijds wordt een deel van het woningbouwprogramma gerealiseerd in de steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen, maar tevens wordt een deel gerealiseerd in de bestaande dorpen en kernen. Daarbij gaat het om herontwikkeling, om afronding van bestaande bebouwingstructuren en om een intensivering van centrumdorpse woonmilieus. Hiernaast zijn (beperkt) ook specifieke dorpse uitbreidingen mogelijk om het inwonertal in sommige dorpen op peil te houden. Voor de gemeente Voorst is de expliciete opname van een woningbouwprogramma voor de dorpen in de gemeente van belang. Een programma dat de lokale behoefte te boven kan gaan. Zo wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit van de dorpen en aan het vergroten van het woonmilieu 'landelijk en dorps wonen'. De ontwikkeling van de vier locaties is vooral aan te merken als herontwikkeling en een intensivering van een (centrum)dorps woonmilieu en past daarmee binnen de visie. 4.3.2

Woonagenda Cleantech Regio 2018

De gemeente Voorst maakt deel uit van de Cleantech Regio waarbinnen de samenwerkende gemeenten op regionaal niveau afspraken maken. Dit gebeurt onder meer op het gebied van woningbouw in de regionale woonagenda. In de onlangs (eind 2020) geëvalueerde en herijkte regionale woonagenda is de woningbehoefte voor de regio tot 2030 uiteengezet. Met de woningbouwprogrammering in de regio wordt gestuurd op kwaliteit. Het behouden en versterken van de woonkwaliteit vraagt om de juiste woning, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek in de regio. Daarbij kan woningbouw niet los worden gezien van de lokale woningbehoefte, het bestaande woningaanbod, de specifieke plek en veranderende woningbehoefte. Daarvoor is bovenal maatwerk op lokaal niveau. Om vanuit de gezamenlijke ambitie op kwalitatieve groei te sturen zijn richtinggevende principes ontwikkeld voor het lokaal beoordelen van woningbouwplannen. Het gaat daarbij om drie speerpunten: Woningbouw draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande stad, wijk, dorp, kern en buitengebied; Woningbouw is behoeftegericht, past bij de lokale vraag van een specifieke doelgroep en levert een strategische (toekomstgerichte) aanvulling op het bestaande woningaanbod; 35

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

De programmering is flexibel en kan aangepast worden om goed te blijven aansluiten op de speerpunten van het beleid en actuele marktontwikkelingen. In het onderstaande schema zijn deze speerpunten nader uitgewerkt.

Af beelding 15 - Speerpunten regionale woonagenda.

Naast de kwalitatieve afspraken, zijn in regionaal verband ook kwantitatieve afspraken gemaakt voor de periode 2020 - 2030. In de regionale woonagenda is per gemeente een bandbreedte opgenomen tussen de behoefte op basis van huishoudensgroei (lage bandbreedte) en het inlopen van een theoretisch woningtekort (hoge bandbreedte). In de regio wordt per gemeente gekoerst op een realistisch woningbouwprogramma waarbij vraag een aanbod goed op elkaar aansluiten. Binnen de kwantitatieve afspraken continueert de gemeente Voorst haar koers om gemiddeld 80 woningen per jaar toe te voegen. De gemeente Voorst zet in op een realistische prognosticering waarbij het belangrijk is dat woningbouw aansluit op de korte- en langetermijnbehoefte en het dorpse karakter. De voorliggende plannen, die deels een herontwikkeling van bestaande locaties inhouden, kennen een gevarieerd en evenwichtig woningaanbod waarbinnen verschillende doelgroepen bediend worden. Met de plannen wordt ingestoken op een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit, zowel in architectuur als inrichting van het openbaar gebied. Bij uitwerking van de plannen wordt veel aandacht geschonken aan duurzaamheidsambities. De ontwikkeling is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt binnen de kwantitatieve afspraken. Het plan past dan ook binnen de kaders van de Woonagenda Cleantech Regio 2018.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst

Op 18 december 2017 heeft de gemeente Voorst de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (RTV) 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' vastgesteld. Deze Ruimtelijke Toekomstvisie is vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet (treedt naar verwachting in 2022 in werking) opgesteld. Met de Omgevingswet moet een balans worden gevonden tussen enerzijds dynamiek en anderszijds zekerheid. Participatie speelt hierbij een belangrijke rol. De rol van de overheid is aan het veranderen. Inwoners en ondernemers krijgen een steeds grotere rol in het ruimtelijk beleid. Met de nieuwe Omgevingswet krijgen initiatieven vanuit de samenleving waar mogelijk meer ruimte. De taak van de gemeente richt zich voornamelijk op het afwegen van alle belangen. De RTV 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' heeft een dubbele doelstelling. Enerzijds zijn bij de totstandkoming van de RTV doelen bepaald met de samenleving en hoe deze behaald moeten worden. Aan de andere kant dient de visie ook als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Centraal in het ruimtelijk beleid van de gemeente Voorst staat dan ook onze eigen identiteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten hierbij aansluiten en waar mogelijk versterken. Onder identiteit wordt verstaan: diversiteit en kwaliteit van de landschappen in de gemeente, de bijzondere monumenten en rijke 36

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

cultuurhistorie, de dorpse schaal van de kernen, de menselijke maat en de krachtige sociale samenhang in de gemeente. Ook duurzaamheid maakt een onderdeel uit van de identiteit. Het gaat dan om de wens en de noodzaak om de ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomstbestendig te maken. Op basis van de identiteit zijn in Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst de volgende thema's geformuleerd: Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie; Werken, innovatie en recreatie; Omgeving en landschap; Energie en klimaat. De volgende uitgangspunten zijn bij onderliggende woningbouwontwikkeling van toepassing: In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking streven wij vooralsnog naar vergroting van het woningbestand door inbreiding in de bestaande kernen; de Voorster identiteit staat centraal, de rijke cultuurhistorie is een belangrijk onderdeel van de Voorster identiteit; Bouwen naar behoefte, gericht op kwaliteit en (in)passend in de omgeving. Er is een geschikt aanbod van woningen voor alle doelgroepen; In de kernen is verdichting mogelijk, in het buitengebied alleen onder strikte voorwaarden.

De bestaande ruimtelijke verhoudingen met de kernen en de boerenerven in het buitengebied, met hier en daar een los staande woning, willen wij behouden en waar mogelijk versterken; Het landschap is de drager van alle ontwikkelingen, kenmerkende landschapselementen blijven behouden en waar mogelijk versterkt. Inzetten op adaptieve en mitigerende maatregelen en hierbij de relatie met duurzame energie, waterberging en verdroging onderzoeken. In paragraaf 4.1.2 wordt gemotiveerd waarom het een uitbreidingsplan betreft en gaat teven in op de behoefte. Deze behoefte wordt in de volgende paragraaf verder uiteengezet. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op welke wijze rekening wordt gehouden met de lokale identiteit, ruimtelijke kwaliteit, cultuurhistorie, het landschap en welke adaptieve en mitigerende maatregelen worden getroffen. Paragraaf Geconcludeerd wordt dat onderliggend plan past binnen deze uitgangspunten. 4.4.2

Woonvisie Aantrekkelijk Voorst 2025

In de in 2017 vastgestelde Woonvisie ‘Aantrekkelijk Voorst 2025’ is de gemeentelijke visie gegeven op het wonen in de gemeente Voorst. De gemeente Voorst is een aantrekkelijke plek om te wonen, gelegen in de groene zone tussen de steden Deventer, Zutphen en Apeldoorn. De gemeente is goed bereikbaar en heeft een goed voorzieningenniveau. Van belang is dit zo te behouden en dit te versterken. De vraag naar woningen neemt toe, waarbij jaarlijks circa 80 woningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. De meeste van deze woningen maken onderdeel uit van bestaande plannen. Het gros hiervan richt zich op Twello, omdat hier de vraag het grootst is. Om de gemeente Voorst aantrekkelijk te houden kent de Woonvisie vier pijlers van woonbeleid die richtinggevend zijn voor het gemeentelijke woonbeleid tot 2025. Het gaat om de volgende vier pijlers: 1. Aantrekkelijke woongemeente. Bij nieuwbouw vindt kwalitatieve sturing plaats waarbij gebouwd wordt voor de behoefte van nu, maar ook voor langere termijn. Hierbij wordt ingezet op een divers woningaanbod dat aansluit bij woonwensen van verschillende doelgroepen. Leefbaarheid wordt gestimuleerd; 2. Beschikbaarheid en betaalbaarheid. Voor lagere en middeninkomens moet de woonvraag bediend worden, door te zorgen voor voldoende aanbod sociale huurwoningen en bereikbare koopwoningen; 3. Kwaliteit van de woningvoorraad.

Deze pijler richt zich vooral op het verbeteren van de duurzaamheid van de woningen in de gemeente. 4. Vergrijzing en wonen met zorg. De vergrijzing heeft gevolgen voor het wonen en de zorg. Langer zelfstandig wonen is het uitgangspunt. Zowel bij nieuwbouw als het aanpassen van bestaande bouw is het van belang hierin te faciliteren. Elk van de pijlers kent verschillende speerpunten. In Afbeelding 15 is een overzicht van de verschillende pijlers en speerpunten schematisch weergegeven.

37

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

Af beelding 16 - Pijlers en speerpunten van de Woonvisie.

Aantrekk elijke woongemeente Voorst Op basis van het gemeentelijk woningmarktonderzoek (zie Bijlage 6) zet het plan in op een gevarieerd en gedifferentieerd woningaanbod in zowel de koop als huur. Voor gezinnen, maar ook 1- en 2-persoonshuishoudens. Met ruimte voor (begeleid) collectief particulier opdrachtgeverschap, compacte (geclusterde) woonvormen als hofjeswonen voor diverse doelgroepen, het ontwikkelen van een vriendenerf en ruimte voor bijzondere architectuur en levensloopbestendige woonvormen. In totaal voorziet het plan in 16 verschillende woningtypes, waaronder verschillend aanbod in de sociale huur en koop. Daarnaast beoogt het beeldkwaliteitsplan per woonwijk een eigen identiteit en karakter. Hiermee biedt het plan ook een gevarieerd en kwalitatief aanbod. Bij uitwerking van de plannen wordt daarbij naast architectonische kwaliteit ook veel aandacht besteed aan de kwaliteit van inrichting van de openbare ruimte en daarmee de verblijfskwaliteit. Bij de woningbouwontwikkeling zijn robuuste groenstructuren voorzien. Betaalbaarheid en beschikbaarheid In een relatief dure woningmarkt als Voorst, grotendeels bestaande uit koopwoningen, kunnen huishoudens met lagere inkomens en middeninkomens moeilijk een woning vinden.

Om het aanbod aan goedkope/bereikbare koopwoningen en sociale huurwoningen te vergroten, zijn in de Woonvisie uitgangspunten opgenomen voor het aandeel woningen in het betaalbare segment bij nieuwe ontwikkelingen. Voor Twello gaat het om 40% van de nieuwbouwproductie. Dit nieuwbouwplan gaat uit van (in totaal) 289 nieuwe woningen. Hiervan worden 111 woningen gebouwd in het bereikbare segment. In het plandeel worden 22 sociale huurwoningen en 38 bereikbare koopwoningen beoogd. In het plandeel Fliertlanden 34 sociale huurwoningen en 17 sociale koopwoningen. Het aandeel ligt hiermee nagenoeg op 40%. Kwaliteit van de woningvoorraad 38

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

De visie zet vooral in op verduurzamen van de bestaande woningvoorraad, maar uiteraard ook bij nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in de nota Duurzaamheid en het daarbij behorende Addendum Duurzaamheid. Ook gaat duurzaamheid over kwaliteit van de woonomgeving, waarin mensen gezond, veilig en prettig kunnen wonen en een woningvoorraad die lang meegaat en snel is aan te passen aan de woonwensen van bewoners. Basisgedachte bij de uitwerking van het plan Nieuw Basselt en Fliertlanden is bij te dragen aan een verbetering van de leefkwaliteit in Twello. Naast energie wordt gekeken naar klimaat, grondstoffen, bewustwording en sociale duurzaamheid. In de ontwikkeling wordt gebruik van fossiele brandstoffen beperkt c.q. voorkomen (inzet is woningen die voldoen aan de BENG-norm), de uitstoot van CO2 wordt beperkt en er worden zo min mogelijk schadelijke stoffen toegepast in de binnenruimtes van de nieuwe woningen. Vergrijzing en wonen met zorg Hoewel het percentage ouderen dat verhuist relatief klein is, neemt het aantal ouderen in absolute zin toe. Voor de ouderen die wel willen verhuizen is de ontwikkeling van kwalitatief goede huurappartementen en grondgebonden, seniorvriendelijke woningen een goede toevoeging. Ook grotere nultredenwoningen in de koop zijn in trek bij middelbare stellen en ouderen.

Bijkomende voordeel is dat hiermee in de bestaande woningvoorraad starterswoningen beschikbaar komen. In onderliggend plan zijn dergelijke levensloopbestendige woningen voorzien . Zowel in de sociale huur met 1- en 2 persoonshuishoudens aan de Kruisweg, alsook in de middeldure en dure koop aan de Holthuizerstraat. Verder is er ook de mogelijkheid voor levensloopbestendig wonen (noaberschap, sociale cohesie) bij het cpo-project aan de Dernhorstlaan. Hiermee wordt een aandeel geleverd aan een geschikt woningaanbod voor ouderen. Overigens zijn de woningen aan de Kruisweg niet enkel geschikt voor ouderen, maar ook voor jongeren. De overige woningen worden niet expliciet voor ouderen ontwikkeld, maar zijn met beperkte aanpassingen levensloopbestendig te maken. Daarbij speelt mee dat de locaties weliswaar niet in het centrum liggen van Twello, maar zich wel op relatief korte afstand van de voorzieningen in Twello bevinden en daarmee aantrekkelijk kunnen zijn voor deze doelgroep.

39

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Daarnaast wordt ingegaan op de thema's als archeologie, natuuronderzoek, water en de economische uitvoerbaarheid.

5.2

Milieu-aspecten

Ten behoeve van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het nodig de uitvoerbaarheid te toetsen aan een aantal milieuaspecten, archeologie en water.

Af beelding 17- Samenvatting deelonderzoeken deelgebied Kruisvoorderweg.

40

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

Af beelding 18 - Samenvatting deelonderzoeken deelgebied Nieuw Basselt.

5.2.1

Bodem

In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling moet op basis van artikel 3.1.6. Besluit ruimtelijke ordening worden onderzocht of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Het uitgangspunt is dat een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico mag opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Onderzoek Het doel van het onderzoek (zie Bijlage 17)is om na te gaan of op de locatie bodemverontreiniging verwacht moet worden en zo ja, volgens welke onderzoeksstrategie(en) bodemonderzoek zou moeten worden uitgevoerd. De locatie is plaatselijk verdacht voor bodemverontreiniging, vervolgonderzoek wordt aanbevolen ter plaatse van enkele verdachte deellocaties. De resultaten verzetten zich niet tegen een planologische wijziging van het perceel. Wel tonen de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek milieuhygiënische belemmeringen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning om woningen op enkele deellocaties te kunnen bouwen. Voordat de omgevingsvergunning wordt aangevraagd, is het dan ook noodzakelijk om vervolgonderzoek op de deellocaties uit te voeren.

41

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

5.2.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van voldoende ruimte tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies, zoals woningen, anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen de milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. De milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam en onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten als geur, stof, geluid en gevaar. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het type rustige woonwijk en gemengd gebied. Het onderzoek naar de Bedrijven en Milieuzonering is opgenomen in Bijlage 9.

Plandeel Nieuw Basselt Voor de fruitkwekerij aan de Kruisvoorderweg 4 en het dakdekkersbedrijf aan de Kruisvoorderweg 3 wordt voldaan aan de richtafstand conform de VNG-publicatie. De bestaande rechten van beide bedrijven worden niet aangetast door de voorgenomen ontwikkelingen. Voor de rundveehouder aan de Rijksstraatweg 142 en de paardenhouderij aan de Rijksstraatweg 46 geldt dat hier momenteel geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Op basis van het bestemmingplan kan hier wel een agrarisch bedrijf worden gevestigd. De afstand van het stedenbouwkundig plan tot het agrarisch bouwvlak van rundveehouderij bedraagt ruim 60 meter en de afstand tot het agrarisch bouwvlak van de paardenhouderij circa 80 m. Voor beide bedrijven geldt dat de afstandseis van 50 m wordt gerespecteerd. Een nader geuronderzoek heeft tevens uitgewezen dat het woon- en leefklimaat binnen het plangebied aanvaardbaar is. Plandeel Fliertlanden Voor het bedrijf aan de Rijksstraatweg 17A wordt bedraagt op basis van het stedenbouwkundig plan bedraagt de afstand van de meest nabij gelegen woningen tot de grens van de inrichting minimaal 30 meter. De afstand tot de activiteiten met de hoogste richtafstand (camping) bedraagt circa 100 meter. De richtafstanden wordt daarmee ruim gerespecteerd. Er is sprake van een acceptabele woon- en leefsituatie.

Uit oogpunt van milieuzonering bestaan geen bezwaren voor de bouw van de woningen in relatie tot bestaande functies in de omgeving van de vier locaties. Andersom geredeneerd staan de nieuwbouwplannen alleen woningen toe, met eventueel aan huis verbonden bedrijven of beroepen. Voor de omliggende woningen vormt deze ontwikkeling op het gebied van milieuzonering dan ook geen belemmeringen. 5.2.3

Geluid

Het aspect 'geluid' gaat over de geluidbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen vanwege wegverkeer, railverkeer of gezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de Wgh. In Bijlage 10 is het akoestisch onderzoek naar weg- en railverkeer opgenomen. Geluid railverkeer Met behulp van het akoestisch overdrachtsmodel is een geluidbelasting van ten hoogste 70 dB als gevolg van de spoorlijn berekend. Bij 64 kavels is de geluidbelasting hoger dan de 42

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

voorkeursgrenswaarde van 55 dB, bij 2 kavels wordt de maximale ontheffingswaarde van 68 dB overschreden. Om alle beoogde woningen te kunnen realiseren zijn geluidreducerende maatregelen, gezien de overschrijding van de maximale ontheffingswaarde, in ieder geval noodzakelijk, ook zullen nog hogere waarden vastgesteld moeten worden. Het uitgangspunt is om een geluidscherm te plaatsen (zie Bijlage 11). Daarnaast wordt bij de Dernhorstlaan een grondwal met een hoogte van 1,2 meter bovenkant spoor voorzien. Na het treffen van deze voorzieningen blijkt dat een scherm op een waarneemhoogte van 1,5 m bij geen woningen leidt tot een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. Vergelijkbare akoestische effecten als een scherm op 5 m afstand van buitenkant spoor met een hoogte van 1 m BS kunnen bereikt worden met: een scherm op 6 m afstand van buitenkant spoor met een hoogte van 1,2 m BS of een scherm op 7 m afstand van buitenkant spoor met een hoogte van 1,5 m BS. Geluid wegverkeer Met behulp van het akoestisch overdrachtsmodel zijn de volgende geluidbelastingen als gevolg van de zoneplichtige wegen berekend: Plandeel Nieuw Basselt: Kruisvoorderweg, ten hoogste 39 dB na aftrek conform artikel 110g Wgh; Blikkenweg, ten hoogste 18 dB na aftrek conform artikel 110 Wgh; N344 Rijksstraatweg, ten hoogste 41 dB na aftrek conform artikel 110 Wgh.

Plandeel Fliertlanden: Binnenweg, ten hoogste 20 dB na aftrek conform artikel 110g Wgh; Burgemeester van der Feltzweg, ten hoogste 27 dB na aftrek conform artikel 110 Wgh; N344 Rijksstraatweg, ten hoogste 60 dB na aftrek conform artikel 110 Wgh; 792 Terwoldseweg, ten hoogste 53 dB na aftrek conform artikel 110 Wgh. Voor de N344 geldt dat de voorkeursgrenswaarde bij 24 kavels wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt gerespecteerd. Als gevolg van de N792 wordt de voorkeursgrenswaarde bij 2 kavels overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Hiervoor zijn geen doelmatige bron- of overdrachtsmaatregelen mogelijk. Voor deze wegen moeten bij een aantal kavels hogere waarden worden vastgesteld. Voor de overige wegen geldt dat geluidsbelasting lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en hiermee vormt de Wet geluidhinder geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Ook wanneer de verkeersaantrekkende werking van het plan zich anders over de wegen verspreid dan verwacht leidt dit niet tot overschrijding van de voorkeursgrenswaarde.

Goede ruimtelijke ordening In het kader van de beoordeling van het te verwachten akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningbouwlocatie is de cumulatie van de geluidbelastingen ten gevolge van alle relevante geluidbronnen bepaald, te weten: zowel de zoneplichtige en als de niet-zoneplichtige wegen en de spoorweg. Voor de spoorweg is hierbij uitgegaan van de situatie na het plaatsen van het voorgestelde scherm. Plandeel Nieuw Basselt: De gecumuleerde geluidbelasting is bepaald met de methode Miedema en bedraagt ten hoogste 57 dB exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. Op basis van de berekende gecumuleerde geluidbelastingen wordt het woon- en leefklimaat in het plangebied in het algemeen beoordeeld als 'goed'. Plandeel Fliertlanden: De gecumuleerde geluidbelasting is bepaald met de methode Miedema en bedraagt ten hoogste 65 dB exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. De berekende gecumuleerde geluidbelasting op alle toetspunten is opgenomen in bijlage E. Op basis van de berekende gecumuleerde geluidbelastingen wordt het woon- en leefklimaat in het overgrote deel van het plangebied beoordeeld als 'redelijk' tot 43

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

'matig'. Opgemerkt wordt dat de uiteindelijke inrichting van de nieuw aan te leggen wegen nog niet bekend is, afhankelijk van de gekozen inrichting kan de geluidbelasting afwijken van de momenteel berekende geluidbelasting. De verwachting is echter niet dat dit zal leiden tot een relevante andere beoordeling van het akoestisch woon- en leefklimaat. 5.2.4

Luchtkwaliteit

Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het Besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen nieuwe woningbouwlocaties in ieder geval NIBM bijdragen.

De NIBM-grens voor woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2) luidt: 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. In Bijlage 12 is de luchtkwaliteit onderzocht. Toetsing In dit geval worden 289 nieuwe woningen gerealiseerd. Dit valt ruim onder de hiervoor vermelde drempel, wat inhoudt dat het planvoornemen de luchtkwaliteit met minder dan 3% verslechtert. De nieuwe woningen dragen niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De Wet Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Daarnaast blijkt dat de concentraties van de luchtkwaliteitsparameters lager zijn dan de van toepassing zijnde grenswaarden kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling. 5.2.5

Externe veiligheid

Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek, lpg-tankstation) en de mobiele (vervoer gevaarlijke stoffen) bronnen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen groepsrisico (GR) en plaatsgebonden risico (PR). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten. De gemeente Voorst wil haar burgers en bedrijven een veilige leef- en werkomgeving bieden. In die zin draagt zij een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om externe veiligheid. Om die verantwoordelijkheid in te vullen is het externe veiligheidsbeleid geformuleerd. Doel hiervan is duidelijk te maken welke externe veiligheidsrisico's in de gemeente Voorst aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico's om dient te worden gegaan. Dit betekent dat onder meer invulling wordt gegeven aan de wettelijke verplichting om het groepsrisico en plaatsgebonden risico te overwegen bij het nemen van besluiten.

Bij nieuwe plannen wordt in de uitwerking rekening gehouden met rampenbestrijding en zelfredzaamheid, waarbij bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen voor kwetsbare objecten met verminderd zelfredzame personen (zoals kinderopvang, basisscholen en ziekenhuizen) niet op korte afstand van het 44

Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello

spoor worden gerealiseerd. In Bijlage 12 is de externe veiligheid onderzocht. Toetsing Plandeel Nieuw Basselt: In de onmiddellijke omgeving van het plangebied zijn enkele externe veiligheidsrisicobronnen gesitueerd. De dichtstbijzijnde risicobronnen zijn nader beschouwd in relatie tot het planvoornemen. Het betreft: 1. Wolff Vuurwerk B.V. Terwoldseweg, Terwoldseweg 9; 2. Transportroute gevaarlijke stoffen, spoorlijn Apeldoorn – Deventer West. De veiligheidsafstand is de afstand tussen een inrichting waar vuurwerk wordt opgeslagen of een onderdeel van een zodanige inrichting en een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Uit Bijlage 12 blijkt dat in de directe omgeving van de woningbouwlocatie zich geen risicobronnen bevinden die een belemmering vormen voor de nieuw te realiseren woningen. Plandeel Fliertlanden: Voor het plandeel Fliertlanden is vooral de risicobron 'Transportroute gevaarlijke stoffen, spoorlijn Apeldoorn – Deventer West' van belang. Hierbij is het plaatsgebonden risico onderzocht, alsook het groepsrisico. Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico voor de spoorlijn is vastgelegd in de Regeling basisnet. Er geldt volgens de Regeling voor het tracé ter plaatse van het plangebied een risicocontour van 0 meter. Het plaatsgebonden risico van deze bron vormt daarmee geen belemmering voor de nieuwbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10946957/3