Notulen raadsvergadering 7 november 2024 (get.)
Tekst van het document
Wij krijgen harde klappen als gevolg van deze keuzes, bewuste keuzes. Het is geen natuurramp die op ons af komt. Er is bewust voor gekozen, want politiek gaat over het maken van keuzes. In de begroting van Voorschoten lezen we dat het college deze keuzes gedwongen door de druk van buitenaf maakt, maar het had ook heel anders gekund. Dit college kiest voor één oplossingsrichting: geen rode cijfers. Daar moeten alles en iedereen voor wijken. Preventieve zorg wordt kapot bezuinigd. Van alle domme keuzes is dat misschien wel de allerdomste in deze begroting. Investeren in preventie betekent dat je op lange termijn minder zorgkosten hebt. We weten ook dat we in Voorschoten een snel vergrijzende bevolking hebben, die ooit een groot beroep gaat doen op onze zorg. Deze bezuiniging voelt alsof je thuis geen rookmelder aanschaft omdat je hoopt dat je nooit brand krijgt, terwijl je woont in een huis met een rieten dak, naast een vuurwerkopslag. Ook de voorzieningen voor de mensen die het minder hebben, staan weer eens in het rijtje van bezuinigingen. Er wordt bezuinigd op de armoederegisseur en op het armoedebeleid. Dat is een typisch rechtse keuze van dit college: op de allerarmsten wordt bezuinigd, terwijl de belasting van de vermogenden niet wordt verhoogd. Dat hadden we namelijk ook kunnen doen: de WOZbelasting wat verhogen.
Dat zou betekenen dat de mensen met de duurste huizen wat meer gaan bijdragen, maar daar kiezen het CDA, de VVD en Voorschoten Lokaal niet voor. Ze kiezen ervoor om de voorzieningen voor de armste mensen af te breken, terwijl de villabewoner buiten schot blijft. Dat is niet de keuze die de SP zou maken. En dan wonen. Het is een mooie zin: "Voorschoten heeft meer betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen". Dat klinkt als een heel goed idee, maar het wordt niet uitgevoerd. Het budget voor het ontwikkelen van nieuwe plannen is op initiatief van de VVD afgeknepen, waardoor we geen nieuwe mensen kunnen aantrekken om nieuwe projecten te ontwikkelen, alsof we over vijf jaar geen nieuwe woningen nodig hebben. Bouwplannen boeken weinig tot geen vooruitgang. Het project voor de nieuwbouw van 40 sociale huurwoningen aan de Jan Wagtendonkstraat ligt al jaren stil. Het Oude Stationslaantje, op initiatief van de SP op de planlijst gekomen, moet leiden tot 120 sociale huurwoningen, maar kan dat wel worden ontwikkeld binnen het huidige budget? Er
Raadsvergadering 7 november 2024
14
staan verschillende projecten op de woningbouwplanlijst, maar hoeveel daarvan zijn beschikbaar voor reguliere sociale huurders, Voorschotenaren die betaalbaar willen wonen? Het lijkt erop dat alle betaalbare woningen direct naar de zorgprojecten gaan. Over bouwen en plannen gesproken: diverse malen wordt aangegeven dat investeringen in grote projecten voor de toekomst worden uitgesteld, maar dat is natuurlijk niet wat er in werkelijkheid in deze begroting gebeurd. De investeringen worden niet uitgesteld, maar geschrapt. De nieuwbouw van de bibliotheek? Geschrapt. Een nieuwe sporthal? Geschrapt. Nieuwbouw zwembad? Geschrapt. Nieuw gemeentehuis? Geschrapt. Nieuwbouw Fortgensschool? Alweer uitgesteld. Het lijkt er een beetje op dat het college Voorschoten heeft opgegeven, dat alle investeringen van de gemeenten worden geschrapt omdat men er niet meer in gelooft en dat men niet meer gelooft dat Voorschoten op de lange termijn zelfstandig kan blijven omdat, om in de beeldspraak van Voorschoten Lokaal te blijven, de kip gaat worden geslacht. Dat zou in ieder geval verklaren waarom de grootschalige renovatie van het gemeentehuis is geschrapt. Als je niet zelfstandig bent, heb je ook geen gemeentehuis nodig.
De SP vindt dat Voorschoten juist een zelfstandige gemeente moet zijn met goede voorzieningen voor iedereen, waar juist een nieuwe bibliotheek, een zwembad en een sporthal onderdeel van zijn. Daarom zullen we tegen deze afbraakbegroting stemmen, want de woorden in de begroting zijn mooi, maar de daden kunnen wij niet steunen. De voorzitter: Dit was de eerste termijn van de zijde van de raad. We gaan door met de beantwoording van het college. Ik zie dat er bij het college geen behoefte is aan een schorsing. Wethouder Van der Elst: Voorzitter, geachte leden van de raad en iedereen die thuis meekijkt. Ja, het zijn ingewikkelde tijden in gemeenteland. Zonder uitzondering hebben al uw fracties dat gememoreerd. De pers staat er vol van; gisteren ook in het Leidsch Dagblad en vandaag in de lokale pers, ook namens Voorschoten. Naast de dingen die vaak genoemd zijn, tellen er nog veel meer factoren die de uitdaging meer dan fors maken. In de pers hebben we het ietsje toegankelijker gemaakt voor mensen die misschien wat sneller een artikel lezen, zonder al te veel in technische inhoud te duiken. Los van het ravijnjaar en los van de herverdelingen die Voorschoten buiten proportie hard raken, zijn er nog veel meer factoren. Vanaf 2024 wordt het Gemeentefonds geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product.
Dat is lager dan wat jarenlang gebruikelijk was: we volgden het indexcijfer van het Centraal Planbureau, voor zover dat al gevolgd werd, want ook daarbij waren er tekorten. Er wordt op dit moment een onderzoek uitgevoerd: in hoeverre kunnen gemeenten in de toekomst worden beperkt bij de stijging van ozb, een van de weinige lokale belastingen die er nog over zijn? In de nota van wijzigingen staat een forse winstwaarschuwing, waarvan sommige fracties al terecht melding maakten. We zijn er dus nog niet. Toch zijn er tal van redenen om elkaar toch positief aan te kijken. We hebben een prachtig dorp. Om het maar even bij cijfertjes te houden omdat sommige mensen dan wat makkelijker praten: er zijn vandaag precies drie amendementen. Dat hebben we weleens anders gezien. Ik herinner me dat er weleens 40 waren, moties en amendementen bij elkaar opgeteld. Mede gelet op de vele technische uiteenzettingen die we voorafgaand aan deze raadsvergadering hebben gehad, lezen we graag dat we, hoewel we het niet altijd met elkaar eens zullen zijn - dat geeft ook niet - toch samen begrijpen dat er keuzes gemaakt moeten worden en dat het daarbij hoegenaamd onmogelijk is om iedereen tevreden te houden. Alvorens te reageren op de gewaardeerde inbreng van alle sprekers, is het goed om alvast twee opmerkingen te maken. De heer Bremmer heeft, zoals gebruikelijk, de stukken zeer terdege gelezen.
Ik wil dus uw toestemming vragen, voorzitter, om een wijziging aan te brengen. In bijlage 5, artikel 11 wordt de Afvalstoffenverordening ingetrokken. Waar "2024" staat, moet dat "2023" zijn; dat is puur technisch. Ik wil u vragen om nog een tweede wijziging aan te mogen brengen. U ziet dat het A3-formaat infographic dat u voor u heeft liggen, letterlijk en figuurlijk handwerk is. Daarop is een cijfertje 1 te veel opgenomen. Formeel moet ik u vragen om toestemming aan de raad te vragen om dat eentje eruit te halen. Dan klopt het helemaal. Dat cijfer is trouwens héél laag in de pijplijn nog aangepast. De heer Deuzeman (GroenLinks): Het is wel teleurstellend, want € 187 miljoen aan inkomsten had het probleem van Voorschoten opgelost.
Raadsvergadering 7 november 2024
15
Wethouder Van der Elst: Dat klopt, maar helaas staan er tussen de punten van duizendtallen meestal niet vier cijfers. Daarom klopte er al iets niet; dat kon je vanaf een afstand al zien. Die laatste wijziging komt trouwens op het conto van mevrouw Persoon; dank voor uw oplettendheid. Ik begin met de fractie van GroenLinks, de heer Deuzeman. Waar ik inga op een vraag of opmerking van één van u die daarna misschien ook door iemand anders aan de orde is gesteld, hoop ik dat ik mag verwijzen naar wat ik eerder heb gezegd, want dat bespaart ons weer wat tijd. Er is vanavond al verwezen naar "Geen woorden maar daden". Het schijnt dat een clubje uit Amsterdam ook nog wat voetbalwerkzaamheden heeft, maar goed. De voorzitter: Wethouder, het is wel een ander lied dat vanavond wordt gezongen. Dat maakt mij niet zo heel veel uit, maar ik zeg dit voor de geschiedschrijving en voor de fans onder ons. Wethouder Van der Elst: Ik heb iets met cultuur, maar als u heelhuids thuis wil komen, zal ik maar niet gaan zingen, want dat gaat niet goed komen. De voorzitter: Ik zie een belangrijke interruptie van de heer Posthuma. De heer Posthuma (PvdA): Een interessant weetje over "Hand in hand kameraden": dat is in de jaren zestig twee keer opgenomen, namelijk een Feyenoordversie, maar ook een Ajaxversie. Zoek het op YouTube op: er is een versie van "Hand in hand kameraden" met Ajax.
De voorzitter: Dan had de wethouder toch gelijk. De heer Maassen (SP): Zoals ik al zei, is het een oud socialistisch strijdlied. Dat heb ik niet verzonnen; dat is echt waar. Het is goed dat de heer Posthuma messcherp is, want de verdediging van Feyenoord was dat gisteravond niet. Wethouder Van der Elst: Als Ajax en Feyenoord dezelfde liedjes gaan zingen … Love is in the air; het kan allemaal nog goed komen. Dat is mooi. Meneer Deuzeman, u noemde het ravijnjaar. Daar is de kous natuurlijk niet mee af. Het hakt er hard in en u ziet de effecten ervan in de begroting. Het is niet anders. Ja, wij focussen juist op onderwerpen die lang zijn blijven liggen. Dat zijn de vier speerpunten die in de Kadernota genoemd worden. Ik wil graag herhalen dat dat niet alles is waar we naar kijken. Het sociaal domein heeft onze grote aandacht, evenals het versterken van onze ambtelijke organisatie, want zonder dat gaat het niet lukken. We zijn ervan overtuigd dat ons dat wél zal lukken. Wat ten opzichte van de Kadernota qua investeringen is verwijderd, zijn in ieder geval plannen waartoe nog niet besloten was. Dat schoot een aantal stukjes op. De wensen zijn er nog steeds en we zullen bij de raad terugkomen om in overleg met u te bezien - dat is door u te besluiten - waar we alsnog dingen kunnen doen die nu geschrapt zijn. Dat betekent niet dat ze er definitief uit zijn.
Het schoont wel de investeringsplanning een stuk op. Omdat we achter elkaar, jaar in, jaar uit, zien dat er sprake is van overbegroting of onderbesteding, hebben we er daarnaast natuurlijk radicaal een mes overheen gelegd. We halen er 30% van af. We verwachten dat we dan veel meer in de buurt komen van wat we wel gaan doen. Er zijn overigens meer gemeenten die een vergelijkbare slag maken. De buffer om tegenvallers op te vangen: we zijn als gemeente Voorschoten nog lang niet in de buurt van het krijgen van echt heel grote problemen. We hebben bijvoorbeeld nog een concernreserve van, uit mijn hoofd, ten minste € 13,5 miljoen vrij besteedbaar. Daar kan je nog van alles mee doen in de boeken. Daarnaast hebben wij een prachtig dorp. We hebben een sterke ambtelijke organisatie. We hebben een gemeenteraad die elkaar onderling niet de tent uit vecht. Er wordt op een structurele manier overlegd. We hebben een college dat op een goede manier met u in debat kan gaan. We hebben een college dat er heel veel plezier in heeft. Laten we dus niet doemdenken. Ik ben de laatste die dat zou willen adviseren. Laten we, zonder naïef te zijn, wel op een positieve manier naar voren kijken. Bij de jaarrekening over 2024 - dat zal dus voor het zomerreces van volgend jaar zijn - is ons plan overigens om met elkaar opnieuw goed te gaan kijken naar de reserves, de bestemmingsreserves:
Raadsvergadering 7 november 2024
16
zijn die te groot of te klein en wat moeten we er nou precies mee? Maar die zijn er en die zijn er niet voor niks. We herkennen niet dat wij geen keuzes zouden maken. Ik verwijs graag naar de pagina's 111 tot en met 114 in de begroting. Als er nou ergens in de begroting keuzes gemaakt worden, staan ze daar toch echt en die leggen we aan u voor. We geven wel degelijk uitvoering aan de plannen die we voorstellen. Juist daarom hebben we gesneden in een aantal plannen, zodat de kans dat we onze voornemens wél realiseren, een heel stuk groter wordt. Meneer Deuzeman, net als veel van uw raadsgenoten, herkent u de druk die het Rijk de gemeente geeft. Dat is geen fijne situatie. We hebben die situatie zichtbaar gemaakt. We lopen daar niet voor weg. Als u de Kadernota nog eens in gedachte neemt, ziet u gapende tekorten ontstaan. U ziet een ontploffing in de schuldquote; u ziet een uitermate ongezonde situatie. Dat betekent dat wat wij beleidsmatig graag zouden willen, helemaal niet kan. Dat betekent dat wat we wél doen, niet alleen is wat we beleidsmatig willen maar dat we dat vervolgens ook nog door een filter hebben gehaald om te zien wat er financieel haalbaar is. Dan krijg je een heel ander, helaas beperkter verhaal. De fractie van de VVD: mevrouw Van Meenen, dank voor uw instemmende woorden. Het is weleens goed om die te horen. Ja, een realistische investeringsplanning.
We realiseren ons terdege dat uitgerekend de fractie van de VVD meerdere malen daarop aangedrongen heeft. Dat hebben we ook gedaan. Dat punt is dus genoemd. Het is fijn dat u daar tevreden over bent. U herkent de vele projecten waarmee we wel degelijk bezig zijn. Als je naar buiten kijkt, zie je er één. Het punt van de capaciteit raakt iets wat veel fracties hebben ingebracht. De arbeidsmarkt is iets waarmee alle gemeenten van Nederland, alle bedrijven van Nederland en alle organisaties van Nederland te maken hebben. Er zijn te weinig mensen die de dingen doen die we willen. Dat krijgen wij niet veranderd of opgelost, ook niet over drie jaar. Dat is een behoorlijk groot probleem, dat overigens de hele Nederlandse economie raakt. Ook de handjes zijn dus een beperkende factor, los van de budgetten. Al heb je de centen, zie ze maar eens vertaald te krijgen naar handen. Mevrouw Van Meenen, we zullen onze uiterste best doen om voorzieningen in stand te houden. We hebben een goed dorp; dat moet blijven. En we blijven kijken naar mensen die het minder goed hebben. Mevrouw Mieremet van de fractie van D66, nogmaals gefeliciteerd met uw nieuwe rol als fractievoorzitter, waarbij ik u natuurlijk heel veel succes wens. U spreekt over verschillen van inzicht en over het met elkaar delen van zaken. Dat is een harmonieuze toon die we graag willen volgen en onderschrijven.
We proberen het ook zo te doen. Polarisatie betekent alleen maar dat je met elkaar verder van huis bent. Samen optrekken vindt het college, hoe je het ook keert of wendt, een belangrijk leidmotief in de politiek en in het openbaar bestuur in het algemeen. We denken dat deze begroting wel degelijk goed is uit te leggen. We zullen niet stoppen met het beantwoorden van vragen die u heeft of het geven van nadere toelichting die u vraagt. We stoppen daar niet mee en we zullen doorgaan totdat al uw vragen beantwoord zijn. Ja, er zal blijken dat er dingen zijn die, bijvoorbeeld richting het jaar 2026, juist toch nog wél kunnen of misschien juist niet. Als we dichter bij dat moment zijn - denk aan het moment dat we de Kadernota met elkaar bespreken - zullen we natuurlijk opnieuw kijken naar de dan actueler wordende begrotingsplannen voor 2026. We willen dat dus niet wegstoppen in een soort doos van Pandora, maar we zitten er niet dicht genoeg bij en er hangt een grote reeks van onzekerheden boven ons hoofd. Dat is de realiteit waarmee we nu te maken hebben. Het laatste woord over 2026 en daarna is dus niet gezegd. Ik was ooit docent; dat was maar even. Dat was een stapje opzij. Ik ben niet iemand die het woord nee niet in de mond kan nemen. Dus bij dezen: we kunnen ook nee zeggen en we kunnen ook ja zeggen.
Ik verwacht dat u nog wel tegen zal komen dat wij soms zeggen: dat gaan we gewoon niet doen; dat lijkt ons een slecht plan. We hebben in de Kadernota laten zien hoe we er eigenlijk voor staan als we zouden doen wat we willen. Dat kan dus niet. Omdat we de ruimte hebben om nog een fatsoenlijk sluitende meerjarenbegroting aan te leveren en aan u voor te leggen, hebben we dat gedaan. De heer Van Duivendijk meldde terecht dat we daarbij al een greepje in de
Raadsvergadering 7 november 2024
17
concernreserve hebben gedaan. Dat verdient op zich geen schoonheidsprijs. Aan de andere kant: die reserves heb je niet voor niks. Ik kom bij de inbreng van de heer Van Duivendijk. Het verschil tussen een incidenteel saldo en een structureel saldo blijft een ongelofelijk lastig dilemma. Als je uit een handelsbedrijf komt, gaat het overwegend om cashflow. Dan moet je zorgen dat er meer geld binnenkomt dan eruit gaat. Dat is dan ongeveer je brutowinst, maar zo werkt het niet bij gemeentelijke financiën. Ik kan het niet mooier maken. Ik verwijs graag naar pagina 125 van de begroting. Misschien helpt dat nog een stukje vooruit, maar het blijft lastige kost en we kunnen er weinig aan doen. U noemde de circulaires die ons om het hoofd schieten. Het zijn er meerdere per jaar. In de Decembercirculaire zit meestal niet heel veel ingewikkelds. De circulaires van mei en september zijn de grote klappen. Ja, dat is inderdaad verdraaid vervelend. Je kan daar niet op plannen; je kan daar niet op vertrouwen. Er is altijd wat. Zorgwekkend is dat wel. Dat maakt dus ook dat je in de nota van wijzigingen, waar onder andere de Septembercirculaire in verwerkt is, net zo hard moet kijken naar de daarin opgenomen en terecht door u genoemde forse winstwaarschuwing, want dat zou betekenen dat die hele nota van wijzigingen in 2025 nog naar een min kan omslaan.
Dus wat heb je er dan aan? U noemde de vier aandachtspunten vanuit uw eigen gedachten, zoals die ook door het college genoemd zijn. Zonder het gras voor mijn collega-wethouders weg te willen maaien: u noemde ook de verenigingen tussen sport en cultuur. Er zijn er meer. Die zullen we niet vergeten. Nu spring ik vooruit naar het fraaie cadeau dat u gegeven heeft: we zullen op de zoektocht naar die specifieke verenigingen die niet onder sport of cultuur vallen maar onder iets anders, op zoek gaan naar de Voorschotense vereniging van de mensen die kippen als metgezel beschouwen. Die krijgen vast ook een heel klein beetje subsidie, want dat is een prachtige gedachte. De fractie van de PvdA, de heer Posthuma. Wel de taken, niet de knaken; dat is waar. Ik doe een oproep tot iedereen van u die partijgenoten heeft in en rond het Binnenhof, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Zoek ook partijgenoten op in andere gemeenten en laat nog eens horen wat er gaande is in gemeenteland. Dat is niet best. Betaalbare woningen: we doen onze uiterste best. We denken ook dat u dit terug kunt vinden in het halfjaarlijkse projectenoverzicht. De grote bottleneck zit 'm in de handjes die we niet kunnen vinden. Van de extra € 250.000 voor medewerkers, gericht op de woningbouwontwikkeling, zoals aangevraagd in de Kadernota, is in de begroting nog 80% overeind; dat is € 200.000 voor 2025.
Ik ga naar het door de PvdA ingediende amendement 311, waarin u verzoekt om een evaluatie in 2027. Dat vinden we toch een beetje ingewikkeld, want dan is er een volgend college. En om nu al met een amendement extra middelen beschikbaar te stellen voor 2026, terwijl je nu ziet aankomen dat dat dan ten laste van de concernreserve zou gaan … We willen echt voorstellen om dit te bezien rond de Kadernota en de begroting. Samengevat: we denken dat wat we redelijkerwijs richting goedkope woningen kunnen doen, al doen en dat de bottleneck volgend jaar vooralsnog niet zal liggen in de budgetten die we beschikbaar hebben maar in de arbeidsmarkt. We ontraden amendement 311, maar we willen wel graag een toezegging doen. Mocht het ons lukken om op de arbeidsmarkt meer mensen te vinden dan we budget hebben, dan komen we in lijn met de door ons begrepen gedachte achter dit amendement graag bij de gemeenteraad terug om extra budget te vragen voor woningbouw, specifiek gericht op koopwoningen. Die toezegging wil ik graag doen. De heer Posthuma (PvdA): Ik dank de wethouder voor het meedenken, maar in de Kadernota heeft de wethouder het geld gereserveerd. Een paar maanden geleden dacht het college dus nog dat die capaciteit wel noodzakelijk was.
Hoe kan het zijn dat die capaciteit wel een issue was op het moment dat de Kadernota verscheen en dat de wethouder nu eigenlijk zegt dat de capaciteit geen issue is? Wethouder Van der Elst: Het verschil van € 50.000 op de gemeentelijke begroting is niet heel erg veel. Twee: er zijn recent nog een aantal mutaties gemaakt. Dat betekent dat we extra mensen moeten aantrekken omdat er wat verloop is op de betreffende afdeling. Met de toezegging die ik u zojuist gedaan heb en die dus ook terechtkomt in de notulen, maken we eigenlijk een slag naar voren: mocht het nodig zijn, dan is er toch weer meer. Verder was er nog zoiets als een motie waarin werd opgeroepen om toch wat te matigen met die € 250.000 extra. We zijn af en toe wel
Raadsvergadering 7 november 2024
18
een beetje eigenwijs - tenminste, deze wethouder - maar we luisteren ook nog wel een beetje naar de gemeenteraad, want daarvoor zijn we hier aangenomen. We hebben daar dus inderdaad wat matiging in toegepast in lijn met het verzoek van de VVD. De heer Maassen (SP): Ik snap dat de wethouder verwijst naar de door de raad aangenomen motie, want wij zijn de baas en die motie is aangenomen. Maar dan snap ik niet zo goed waarom hij dit amendement van de PvdA nu ontraadt, want bij de Kadernota is de motie van de VVD ingediend om te korten op het budget. Die motie is indertijd ontraden door het college, door deze wethouder. Nu ligt er een voorstel om dit terug te draaien en nu ontraadt de wethouder het weer. Daar zie ik een gebrek aan consequentie. Het is óf "we willen uitvoeren wat de raad doet; als u dit amendement aanneemt, zijn we daar dus heel blij mee" óf "eigenlijk willen we het niet". Wat is het nou? Wethouder Van der Elst: Het is management by reality. Oftewel: we doen wat we kunnen en niet meer of minder dan dat. Wat er af is gegaan ten opzichte van de € 250.000, is € 50.000. Dat is ook niet de wereld. En in combinatie met de toezegging die ik zojuist heb gedaan, denk ik dat we zo consistent zijn als maar mogelijk is. We geven plankgas en we gaan maximaal voor goedkope woningen. Die komen er ook. Dat is wat ik u graag mee wil geven.
De heer Posthuma (PvdA): Dan ben ik het niet eens met informatiebrief 068 die de heer Van der Elst laatst heeft gestuurd. Daar staat juist heel duidelijk in - dat heb ik geprobeerd duidelijk te maken in mijn betoog - dat juist die betaalbare woningen voor dat grote middensegment gewoon niet echt op de rol staan. Juist als de wethouder die extra ambtelijke capaciteit nodig heeft om nog een keer extra druk te zetten op die betaalbare woningen, krijgt hij eigenlijk op een presenteerblaadje aangeboden om zijn werk, zijn dagelijkse verantwoordelijkheid, nog makkelijker te kunnen maken, maar dat schuift hij eigenlijk terzijde. Ik had eigenlijk verwacht dat de wethouder Volkshuisvesting zou zeggen: ik omarm het met heel veel liefde, ik ga keihard aan de slag en ik ga die betaalbare woningen realiseren. Hoe komt het nou dat u daar zo terughoudend in bent? Wethouder Van der Elst: Natuurlijk leg ik het heel graag uit, zoals ik net al aangekondigd heb: we leggen alles graag uit. Er zijn in het college ook mensen met een financiële pet. Het lijkt ons wat vroeg om nu al in de concernreserve te gaan grijpen om extra plannen in 2026 te bekostigen. Bovendien zit er in 2027 een nieuw college. Laat dat maar even zelf bepalen wat het dan wel of niet gaat evalueren. Je kunt altijd tot zo'n evaluatie besluiten. We geven richting de arbeidsmarkt plankgas.
We proberen zo veel mogelijk mensen te vinden en in te werken. Als we die hebben, gaan we echt zo snel mogelijk door. En er zijn ook heus nog wel gedachten om met nog meer woningbouwprojecten te komen, maar dat heeft nu weinig zin. De heer Posthuma (PvdA): U zegt dat het financieel niet kan en u verschuilt zich achter de ambtelijke afdeling. Wij hebben onze voorstellen laten doorrekenen. Daaruit komt dat we in 2025 en 2028 een sluitende begroting hebben. Dit betekent dat we aan de voorwaarden voldoen die de provincie ons heeft gesteld. U zegt nu eigenlijk dat we ook als alle drie de amendementen van de Partij van de Arbeid, GroenLinks en de SP aangenomen worden, een sluitende begroting bij de provincie zouden inleveren en aan alle regels zouden voldoen. Dat u dit niet wil doen, heeft niks te maken met de financiën, maar met politieke wil of het gebrek daaraan. Graag uw reactie. Wethouder Van der Elst: Nee hoor, er is geen sprake van politieke onwil. Het saldo dat u nu in de begroting vindt voor 2026, is nul. Dat is natuurlijk een beetje dun. Dat is gecreëerd door een greep te doen uit de concernreserve. Als je meer gaat uitgeven, moet je dus meer uit de concernreserve halen. Je kunt dat beter bespreken in het kader van de Kadernota en de begroting voor 2026 en niet nu al. Tegen die tijd zitten we er dichter op, weten we meer, zijn we weer een Meicirculaire wijzer enzovoort.
De voorzitter: De derde en laatste interruptie. De heer Posthuma (PvdA): Het is bijzonder dat u aan de ene kant zegt "doe geen investeringen voor betaalbare woningen", maar dat u voor 2026 en later wel schrapt in de kosten in het sociaal domein. Uw hele redenering staat bol van inconsequentie en u probeert daar alleen maar gewin mee te krijgen bij uw eigen politieke achterban. Het is echt ongelofelijk. U bent volgens mij gewoon niet in staat om hierin de juiste dingen te doen.
Raadsvergadering 7 november 2024
19
Wethouder Van der Elst: Ik hoop dat de samenleving ons aan het eind van deze collegeperiode de maat neemt. We zullen dat niet zelf gaan doen. We zijn nu net iets over de helft. We hebben te maken met een hele grote uitdaging, namelijk om de begroting in 2025 tot en met 2028 sluitend te krijgen conform wat wij hebben toegezegd in de Kadernota. We zijn zo consequent en consistent als wat, want dat is exact wat we gedaan hebben, inclusief een reductie van de schuldquote. We hebben de begroting dus sluitend gemaakt door keuzes te maken. Nee, dat is niet altijd leuk. En ja, de gemeenteraad gaat daar uiteindelijk over. We hebben dat gedaan op basis van de informatie die we nu hebben. We hopen over een jaar en zeker wanneer we de Kadernota 2026 bespreken over dik een halfjaar, meer te weten. Er was ook nog een halve vraag over de kapitaallastenontwikkeling. Die ziet u in de saldoberekening voor zover die kapitaallasten genomen worden tot en met het jaar 2028. Als je in 2028 iets oplevert, komen de kapitaallasten pas in 2029 en valt dat dus buiten deze begroting. Volgens mij was daar met een half woord ook nog een vraag over gesteld. Dan de fractie van het CDA, mevrouw Kortekaas. Positieve woorden. U spreekt met trots op wat we allemaal zijn en hebben in Voorschoten. Dat is ook zo. Het college moet er alert op zijn dat we dat ook houden en, waar we kunnen, verbeteren.
U doelt terecht op de in gang gezette en nu lopende reorganisatie van onze ambtelijke organisatie. We hebben die eigen sterke organisatie absoluut nodig, zoals u ook erkent en herkent. We delen die mening met u. Er worden in dat kader goede stappen gezet. Tot slot "een kogel door de kerk". Dan haal ik toch even mijn petje "Erfgoed" erbij, want dat zit ook nog ergens in mijn portefeuille. We hebben het beleg van Leiden net overleefd. Past u dus een beetje op met die kogels door de kerk. Ik kijk ook de heer Maassen aan, want die weet daar nog meer van dan ik, zoals recent is gebleken. Maar dank daarvoor. De heer Maassen (SP): Dan moet ik toch even reageren, want nu gaat het dak eraf, hè? Wethouder Van der Elst: Tot slot inderdaad de heer Maassen van de SP. U erkent en herkent de oorzaken van de financiële problemen waar de gemeenten in Nederland voor staan. Dat geldt voor meer kansen in de woningbouw. Ik hoop dat ik daar richting de fractie van de PvdA uitgebreid op ingegaan ben. Voor 2025 verwachten we dat de bottleneck in de verdere ontwikkeling en versnelling van woningbouwprojecten niet is gelegen in de centen. Mocht dat wel zo zijn, dan heb ik zojuist de toezegging richting de PvdA gedaan: dan komen we bij u terug om meer budget te halen, want we willen maximaal gas geven.
Nee, wij geven Voorschoten niet op; u stelt dat het lijkt dat Voorschoten door het college wordt opgegeven. Ik wil daar graag mee afsluiten. We geven Voorschoten niet op. We doen dat nooit. We zullen Voorschoten wat het college betreft nooit opgeven. Dat is over onze dead body, want we doen alles wat we kunnen om Voorschoten zo goed en zo mooi mogelijk te maken, in alle mogelijke opzichten. De voorzitter: Ik zie op dit moment geen vragen. Dan geef ik het woord aan wethouder De Bruijn voor de beantwoording en de reactie op de resterende amendementen. Wethouder De Bruijn: Voorzitter. Onze wethouder Financiën heeft natuurlijk het grootste stuk opgepakt en heeft dat uitstekend gedaan. Mij rest nog een klein aantal vragen en de reactie op de twee resterende amendementen. Ik begin met de vragen van het CDA. Hoe denkt het college de leegstand tegen te gaan in ons dorp? Dat is inderdaad een hot item, ook de afgelopen weken met verschillende ketens die landelijk faillissement hebben aangevraagd, zoals Blokker, dat in problemen is. Dat is uiteraard iets wat onze aandacht heeft. Het is natuurlijk lastig om dat vanuit Voorschoten helemaal tegen te gaan met dat soort grote ketens, maar wij proberen de Ontwikkelvisie Centrum tot uitvoering te brengen, juist om ons centrum aantrekkelijker te maken. Zoals u weet begint dat bij het Treubplein.
Daarna komen de Schoolstraat, de Voorstraat en verder. Enerzijds hopen wij natuurlijk meer consumenten naar ons dorp te trekken, maar anderzijds hopen wij het natuurlijk ook aantrekkelijker te maken voor nieuwe ondernemers en voor pandeigenaren om opnieuw te investeren in hun pand. Het gaat erom dat wij vertrouwen uitstralen en overbrengen bij dit soort partijen. Daarnaast zijn we ook weer bezig met nieuwe afspraken met onze centrummanager, waarbij we wederom echt inzetten op nauw contact met de pandeigenaren.
Raadsvergadering 7 november 2024
20
Met "nauw contact" bedoel ik dat we snel weten wanneer winkeliers vertrekken en dat we goed aangehaakt zijn bij eventuele wisselingen, maar ook dat de centrummanager echt actief de boer opgaat om nieuwe winkeliers hiernaartoe te halen. Dat zijn enkele punten waar we volgens mij goed mee bezig zijn. Kunnen wij de hele Nederlandse economie aanpakken? Er is natuurlijk een beperking in wat we als gemeente kunnen doen, maar ik denk dat we wat we kunnen doen, goed doen. Er is een vraag gesteld over het AB-huis. We zijn echt druk bezig met een nieuwe huurder voor het AB-huis. Omdat we die gesprekken nog hebben, kan ik op dit moment niet expliciet melden wie dat is, maar ik kan wel aangeven dat dit binnen een aantal weken bekend is. Ik kan u verzekeren dat de hele raad enthousiast zal zijn als bekend is welke partij dat is en dat iedereen dan ook vertrouwen zal hebben in de manier waarop zij met het pand en ook met het legaat om zullen gaan. Dit is dus een klein beetje een cliffhanger voor allen, maar ik hoop dat ik dit zo snel mogelijk openbaar mag delen, want het ligt ook op het puntje van mijn tong. Ik moet door; ik ben te uitgebreid. U heeft trek, hè, voorzitter? Ik wil graag ingaan op de amendementen, te beginnen met amendement 309. Het college ontraadt het amendement. Ik heb de financiële discussie tussen de heer Posthuma en Hans van der Elst gehoord.
We ontraden het amendement mede omdat we ons dan niet meer kunnen houden aan motie 332, omdat we dan niet meer een structureel meerjarig sluitende begroting kunnen opleveren in 2026 en 2027, maar dat is misschien niet eens het allerbelangrijkste. De heer Posthuma (PvdA): De spelregels over die meerjarig sluitende begroting zijn helder: de begroting moet in het eerste en het vierde jaar sluitend zijn. In de twee tussenliggende jaren hoeft de begroting niet sluitend te zijn. Het college maakt op dit punt een politieke keuze; het kan dus anders. Daar krijg ik graag een reactie van de wethouder op: heeft hij liever dat we onze oren laten hangen naar Den Haag dan dat hij zorgt voor onze eigen bewoners hier in Voorschoten die het heel erg moeilijk en lastig hebben? Wethouder De Bruijn: Ik weet wat u zegt over het eerste en het laatste jaar. Desalniettemin heeft de raad natuurlijk wel die motie 332 aangenomen. Daarin staat dat we een structureel meerjarig sluitende begroting willen opleveren. Ik wil doorgaan met de andere argumentatie. De voorzitter: Heeft u antwoord gegeven op de interruptie van de heer Posthuma? Wethouder De Bruijn: Volgens mij wel. De voorzitter: Dan is er nog een interruptie voordat u verdergaat. De heer Maassen (SP): Ik heb een hele simpele vraag aan de wethouder.
Wat staat hoger in de ranking: een uitspraak of een besluit? Wethouder De Bruijn: Wat voor een uitspraak? De heer Maassen (SP): Een uitspraak van de raad noemen wij ook "een motie" en is niet meer dan richtinggevend. Een besluit van de raad in de vorm van een amendement is wettelijk gezien belangrijker. Ik vraag de wethouder dus waarom deze raad zou moeten zeggen: er ligt een motie waarin we ooit een uitspraak hebben gedaan en daarom kunnen we nu geen besluit meer nemen dat daartegen ingaat; we kunnen nooit beslissen dat we het toen verkeerd hadden en dat we het anders moeten doen. Wethouder De Bruijn: Op dit moment ligt de motie er en willen wij adviseren om vast te houden aan wat we daarmee met elkaar hebben afgesproken. De voorzitter: Misschien kan de wethouder het antwoord afronden. Dan kunt u de vervolginterruptie maken. Is dat prima? De heer Maassen (SP): Dat is prima. De voorzitter: Wethouder, vervolg uw antwoord op de interruptie. Of heeft u die al gegeven?
Raadsvergadering 7 november 2024
21
Wethouder De Bruijn: Volgens mij wel, want ik heb onze mening gegeven. Wij als college willen ons graag aan die motie 332 houden, zoals wij als raad hebben afgesproken. Dat betekent een meerjarig sluitende begroting, maar ik zou graag ook de andere argumenten mee willen geven. De heer Maassen (SP): Ik wil hier toch op reageren, want hier gaat de wethouder staatsrechtelijk even de mist in, want hij zegt "zoals wij als raad hebben afgesproken". De wethouder is geen onderdeel van de raad. Hij heeft dus helemaal niks afgesproken. Hij heeft een opdracht van ons meegekregen. Dit is vanavond al de tweede keer dat het college deze fout maakt. Daar wil ik echt bezwaar tegen maken, want dit is een manier om niet op de inhoud in te hoeven gaan. Het college is geen onderdeel van de raad. Het college heeft deze afspraak niet gemaakt. De raad heeft een uitspraak gedaan en de raad kan nu een besluit nemen dat een andere kant op gaat. Het college moet dat dan uitvoeren. Dat het college nu tegen de raad zegt "wij raden u af om uw mening te wijzigen" - dat is de enige argumentatie die wordt gegeven - is staatsrechtelijk eigenlijk onjuist. De voorzitter: Qua tekst heeft de heer Maassen een punt: het college kan niet spreken van "wij als raad". U heeft als raad een motie aangenomen. Het college voert die uit.
Als het college de motie niet uitvoert, komt het college terug bij de raad met de mededeling "we voeren de motie niet uit, want …". Dan kunt u daar vervolgens weer een politieke discussie over hebben. Dat is een kleine nuancering. Dank voor deze attentie. Ik denk dat het college die heeft gehoord en dit in de verdere beantwoording ook zo zal benoemen. Wethouder De Bruijn, vervolg uw betoog, want u gaf aan dat u nog andere argumenten heeft. Wethouder De Bruijn: Ja, het is fijn als ik daaraan toe kan komen. Er zit natuurlijk een beweegreden achter waarom wij hebben gemeend dat we deze bezuinigingen of ombuigingen kunnen doen met minimaal maatschappelijk effect. Ik begin bij het stukje vroegsignalering, want vroegsignalering is uiteraard belangrijk. Op dit moment hebben we een stukje overlap in wat we doen vanuit de Kredietbank, onze partner, en wat we doen vanuit Voorschoten voor Elkaar. Wij denken dus dat we daar een en ander efficiënter kunnen inrichten. Daarnaast worden op dit moment bij de huisbezoeken twee mensen ingezet. We denken dat dat ook niet altijd nodig is. De heer Posthuma (PvdA): Hoe kunt u in godsnaam van "overlap" spreken als in de afgelopen periode rapport na rapport na rapport blijkt dat de diensten die de gemeente Voorschoten levert, volstrekt onvoldoende zijn, volstrekt onvoldoende? De "oplossing" is dat u er minder capaciteit tegenaan zet.
U denkt dat er daardoor dan opeens, miraculeus, beter gewerkt gaat worden. Ik kan er met mijn hoofd werkelijk waar niet bij dat deze boekhoudkundige logica de doorslag geeft. Wethouder De Bruijn: De heer Posthuma heeft altijd een andere bril op dan ik, want hij leest de teksten die erin staan, ook altijd anders dan ik. Ik zou graag door willen gaan met de inhoudelijke uitleg van waarom wij denken dat dit verantwoord is. De voorzitter: Dan zou ik willen voorstellen dat u in uw verdere beantwoording de beantwoording van de interruptie van de heer Posthuma meeneemt. Zullen we dat zo afspreken? Want dan geef ik het woord nu even aan de wethouder. Dan maakt hij dit onderdeel af, waarbij hij de vraag van de heer Posthuma meeneemt. Dan kijken we daarna of er nog openstaande vragen zijn. Wethouder De Bruijn: Bij het opvolgen van signalen kan de gemeente dus flexibeler zijn. We denken dat we dat beter en gerichter kunnen inrichten. Ik hoorde de heer Posthuma overigens zeggen dat we de armoederegisseur vanaf 2026 niet meer hebben en dat die wordt geschrapt. Dat is niet zo. In 2025 staan alle budgetten nog gewoon overeind. Vanaf 2026 zien we dat we weer teruggaan naar de bedragen waarmee we eerder, initieel, met elkaar zijn gestart. Daar is de tijdelijke verhoging wel vanaf.
De voorzitter: Bent u klaar met uw reactie op het amendement of heeft u nog een aantal argumenten? Wethouder De Bruijn: Nee, maar ik zie weer een interruptie. De voorzitter: Ja, maar ik probeer het debat goed te laten verlopen. Hoeveel tekst heeft u nog, wethouder? Wethouder De Bruijn: Ik moet nog tot en met amendement 310.
Raadsvergadering 7 november 2024
22
De voorzitter: Oké, maar dit was dus de afronding wat amendement 309 betreft. De heer Posthuma (PvdA): De wethouder doet nu alsof ik niet kan rekenen. Wij kunnen bij de Partij van de Arbeid zeer goed rekenen. De heer Maassen (SP): Iedereen telt mee. De heer Posthuma (PvdA): De armoederegisseur staat op de balans voor zestien uur in de week. Met de bedragen die in 2026 worden geschrapt, wordt die hele zestien uur die daarvoor ingepland staat, daaraf gehaald. Gaat u mij dus echt niet wijs maken dat er in 2026 nog een armoederegisseur is. U moet uw berekeningen en uw werk beter doen, want het is niet oké wat u hier aan het doen bent. De voorzitter: En dit alles via de voorzitter, meneer Posthuma. Wethouder De Bruijn: Deze interruptie was geen vraag. Daar hoef ik volgens mij dus geen antwoord op te geven. De voorzitter: Maar dan krijgt u een vervolginterruptie. Ik stel dus voor dat u er wel op ingaat. Wethouder De Bruijn: Ik zou niet weten waar ik verder op in moet gaan. Ik zou graag gewoon uitleg willen geven waarom wij hiervoor kiezen. De voorzitter: Ja, maar dan komt er een vervolginterruptie. De heer Posthuma (PvdA): Ik vind het een beetje vervelend dat de wethouder de afgelopen vijf minuten echt constant om datgene wat ik zeg, heen aan het draaien is. De simpele vraag die nu gesteld kan worden, is de volgende. U beweert dat de armoederegisseur er in 2026 wel is.
Ik beweer dat die er in 2026 niet is vanwege het simpele feit dat u het bedrag dat daarvoor gereserveerd is, zestien uur in de week, uit de begroting heeft gehaald. Dat heb ik niet gedaan; dat heeft u gedaan. Wethouder De Bruijn: Er zijn eerder ook technische vragen gesteld, volgens mij door GroenLinks. Daarbij is deze vraag ook gesteld. Daar hebben we ook antwoord op gegeven: de uitwerking, ook richting 2026, moet uiteindelijk nog gebeuren. Maar we hebben daar zeker ook gegarandeerd en aangegeven dat het zojuist door mij genoemde bedrag, dus ruim € 63.000, wel degelijk voor 2026 staat. Maar de heer Posthuma heeft er wel gelijk in dat we in de begroting een fout hebben gemaakt: het bedrag dat daar zou moeten staan … Ja, dat hebben we ook al eerder aangegeven, maar dat heeft u niet gelezen, omdat het onder het stukje "algemene personeelslasten" staat. De voorzitter: En ook wethouder De Bruijn zegt dit alles via de voorzitter. De heer Maassen (SP): Toch even procedureel: er ligt hier dus een begroting voor waar financiële fouten in staan en er ligt geen addendum bij. Ik verwacht dat het college vanavond nog een addendum bij deze begroting stuurt waarin de fouten worden opgelost, want anders kunnen we de begroting niet aannemen.
De voorzitter: Ik stel voor dat dit punt even mee terug wordt genomen naar het college en dat er wordt bekeken welke fouten dit dan zou betreffen, zodat de raad in de tweede termijn ordentelijk kan worden geïnformeerd over waar dit over gaat. Ik denk dat de wethouder Financiën daar dan wellicht - dat weet ik niet - in de tweede termijn op terugkomt. Wethouder De Bruijn: Ik wil nog iets meegeven over de armoederegisseur. Wij zien op dit moment ook dat er overlap is tussen die functie en ambtelijke inzet die wij hebben. Dat is dus iets wat wij juist de komende tijd goed uit willen laten kristalliseren om te zorgen dat zaken die eventueel niet meer opgevangen kunnen worden door de armoederegisseur, gewoon bij ons intern ambtelijk worden opgevangen. Met betrekking tot de schuldhulpverlening wordt er gevraagd om voor de Kadernota een voorstel te doen voor de toekomstige invulling. Ik wil de raad er graag aan herinneren dat in april het
Raadsvergadering 7 november 2024
23
Beleidsplan schuldhulpverlening op de agenda van de raad staat. Daar zult u dus eigenlijk al op uw wenken bediend worden. Dan kom ik natuurlijk bij amendement 310, dat ook over het minimabeleid gaat. Ook dat amendement ontraden we, met dezelfde financiële reden als zojuist. Volgens mij is echter belangrijker dat wij niet denken dat verhogen van de uitvoeringskosten per definitie tot een groter bereik leidt. Het is namelijk niet zo dat, als we straks meer advertenties plaatsen in Het Krantje of op de social media, dat deze doelgroep daadwerkelijk dichterbij brengt. Dat hebben wij ook aangegeven tijdens de behandeling van het minimabeleid: wij willen juist inzetten op het dichterbij brengen en het betrekken van onze maatschappelijke partners en de consulenten. Daar geloven wij in: om de mensen echt beter te bereiken, hebben we die partijen nodig. U weet als raad ook dat 51% van de mensen die in aanmerking komen voor het minimabeleid, een niet-westerse achtergrond heeft. Dat betekent ook dat we betere banden moeten aangaan met bijvoorbeeld andere stichtingen, bijvoorbeeld de Stichting Assalem of de nieuwe Stichting Sakiena, om ook die achterban dichterbij te halen en beter te kunnen identificeren. Ik denk dat ik het daarbij laat, want ik heb al veel van de tijd opgeslorpt. De voorzitter: Ik kijk rond. Alle vragen die bij uw portefeuille horen, zijn beantwoord.
Wethouder Schokker: Voorzitter. Ik wil in deze eerste termijn ingaan op drie punten, ten eerste op de vraag van het CDA in hoeverre lokale initiatieven mogelijk zijn bij warmtenetten. Die zijn mogelijk. We zijn nu bezig om dit de komende tijd verder te ontwikkelen. Er komt binnenkort ook weer een informatiebrief over hoe we varen met een warmtebedrijf in de regio, maar er ligt op dit moment ook een wet in de Eerste Kamer, de Wet gemeentelijke instrumenten voor de warmtetransitie. Daarmee is het wettelijk mogelijk om ontheffingen te geven voor lokale initiatieven. Het antwoord daarop is dus ja. Het tweede punt is de vraag van de heer Van Duivendijk van Voorschoten Lokaal over de sportverenigingen: vallen die niet buiten de boot of buiten het kruispunt? Daar heeft mijn collega Hans van der Elst al het nodige over gezegd. In het kader van Samen Gezond Voorschoten is in dat verband ook nog een heleboel mogelijk. Daarvoor geven we ook bepaalde subsidies et cetera via de SPUK/GALA-gelden. Dat wilde ik nog even toevoegen. Het laatste punt is volgens mij een geruststelling voor de heer Maassen, die aangaf dat de sporthal qua investering niet is opgenomen, maar die is wel opgenomen. We hebben in het sportaccommodatiebeleid een groot aantal investeringen opgenomen. Er staat twee keer € 4 miljoen in de begroting. De voorzitter: Ik kijk rond.
Zijn alle vragen van de raad beantwoord door het college? Dat is het geval. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van het college. We gaan schorsen voor het eten en we beginnen weer rond 20.00 uur. Dan hebben we een uur voor het eten plus eventueel fractieoverleg et cetera. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: We beginnen aan de tweede termijn van de raad, waarbij ik de vaste sprekersvolgorde aanhoud. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Laat ik in eerste instantie in algemene zin reageren op de andere fracties. Dat kan in twee groepen. Bij de andere oppositiefracties hoorde ik heel veel dezelfde geluiden. Ik denk dat wij een gedeelde visie op deze begroting hebben. In de bijdragen van de coalitiefracties viel mij op dat er vooral heel veel positiefs gezegd werd over de dingen die nu gaande zijn en over de plannen voor 2025. Dat vinden wij ook. Het gaat ons er niet om dat dat slecht is. Wij hopen ook dat er uitvoering gegeven wordt aan wat hier ligt, want dat is wat Voorschoten nodig heeft. Wat dat betreft lopen de meningen dus niet heel ver uiteen. We hebben wel een verschil van mening over de jaren daarna, ook met het college; dat is duidelijk. Daar hebben we net wethouder Van der Elst over gehoord. In reactie op mijn betoog gaf hij aan dat er wel degelijk keuzes gemaakt zijn. In een zeker opzicht klopt dat.
Er zijn bedragen definitief uit de begroting geschrapt. Daar hebben we ook naar gevraagd tijdens de
Raadsvergadering 7 november 2024
24
commissiebehandeling. Er is aangegeven dat dit is wat het is, tenzij wij met bezuinigingen kunnen komen. Dat is een keuze. De vraag daarbij is wel wat de consequenties daarvan zijn. Daar verwees de heer Maassen naar in zijn betoog in de eerste termijn. Als wij nu inderdaad de keuze maken dat er geen geld beschikbaar komt voor de gemeentelijke huisvesting, betekent dat nogal wat. Dan zullen wij toch echt een gesprek met elkaar moeten hebben over hoe we dat in Voorschoten willen gaan doen. Het zijn misschien dus niet zozeer de keuzes, maar de consequenties van die keuzes die ontbreken. Wij hopen dat wij daar in het vervolg van het laatste jaar van deze collegeperiode verder op in kunnen gaan, want we denken dat we het ons niet kunnen veroorloven om dit uit te blijven stellen. Ik heb in mijn betoog beloofd dat ik nu zal ingaan op de ingediende amendementen en op onze steun daarvoor. Ik begin met amendement 309 over de armoederegisseur en de sociaal raadsvrouw. Zoals de heer Posthuma zei, gaat het hier om het programma van vroegsignalering, waarmee we proberen te voorkomen dat mensen in een schuldhulptraject terechtkomen. Wij denken niet alleen dat het fatsoenlijk is om dat te doen en te proberen om ervoor te zorgen dat mensen niet in een diep dal terechtkomen maar om daar op tijd bij te zijn. We denken ook dat het financieel verstandig is voor Voorschoten om daarin te investeren.
Een van de lichtpuntjes die we bij dit kabinet gezien hebben, is dat ook het kabinet het hierover heeft en daarvoor geld beschikbaar wil stellen. Wij maken er ons zorgen over - dat is ook de reden waarom we dit amendement steunen - dat we, door nu al het signaal af te geven dat we het allemaal weer af gaan bouwen nadat we het net opgezet hebben, mogelijk in problemen komen als we dit beleid van vroegsignalering straks een bestendige plek willen geven. Voor alle preventieve maatregelen geldt dat je, als je daar profijt van wil hebben, die zult moeten gaan doen. Langzamerhand bouw je daar dan ervaring mee op en krijg je een groep mensen die je uit de schulden weet te houden die daar anders in gekomen waren. Dit is dus een van de consequenties voor 2026 en daarna die wij graag teruggedraaid zouden zien. We hebben het amendement dan ook van harte mede ingediend. Wat de financiële discussie betreft - dit geldt voor al deze stukken - sluit ik me aan bij de heer Posthuma en de heer Maassen: we kunnen uitgaan van een motie die bij de Kadernota is ingediend, maar dit is een raadsbesluit. De raad kan altijd terugkomen op een eerder genomen besluit, zeker als het gaat om een motie waar wij nu een ander besluit over nemen. Wat het college daarvan vindt, neem ik ter kennisneming aan. Dit ligt voornamelijk bij de andere fracties.
Het tweede punt gaat over de minimaregeling en de ambtelijke capaciteit op dat punt. Het is natuurlijk niet vanzelfsprekend dat het toevoegen van ambtelijke capaciteit leidt tot een beter bereik, maar het omgekeerde is wel zo: het is niet heel zinnig om te verwachten dat het allemaal beter wordt als je onvoldoende financiën hebt om de capaciteit op orde te brengen. Wij horen in deze raad consequent het verhaal dat er te weinig ambtelijke capaciteit is om tot uitvoering te komen. Daar hebben wij sympathie voor, maar wij denken dat het belangrijk is dat als wij daar het geld voor bieden - we snappen dat het lastig kan zijn om mensen te vinden die het willen doen daar dan ook gebruik van te maken, want dat is de basis voor al deze zaken. Het is en blijft mensenwerk en daar zul je mensen voor nodig hebben. Juist omdat het bereik, zoals de heer Posthuma al zei, volgens het rapport van de Rekenkamercommissie te beperkt is, denken wij dat het belangrijk is om hierin te blijven investeren. Hetzelfde gaat op voor extra menskracht voor het bouwen van betaalbare woningen. We hebben inderdaad van de wethouder gehoord dat het moeilijk was om daar mensen voor te vinden in Voorschoten.
Tegelijkertijd lopen we tegen het probleem aan dat we continu een gebrek aan capaciteit hebben om die plannen op tijd uit te werken en daar vervolg aan te geven; dat was ook een van de dingen die we signaleerden. Dan kan het zijn dat we er met geld alleen nog niet zijn, maar onze insteek zou zijn: accepteer en gebruik dat geld nou, want zodra er wél ruimte komt op de arbeidsmarkt, moeten er middelen beschikbaar zijn om die mensen naar Voorschoten te trekken, zodat we hen in kunnen zetten. Ik ben bang dat we het paard achter de wagen spannen door het nu alweer weg te schuiven met de mededeling "we krijgen het geld toch niet uitgegeven", want zodra er dan een mogelijkheid is, hebben wij weer problemen omdat we onvoldoende middelen beschikbaar hebben gesteld. Ook hier gaat het niet om wereldschokkende bedragen, maar het is wel een fundamentele investering in de kwaliteit en de capaciteit van ons ambtelijke apparaat. Het zou de fractie van GroenLinks een lief ding waard zijn om dat ook al in deze begroting en ook al voor het komende jaar te verankeren.
Raadsvergadering 7 november 2024
25
Mevrouw Van Meenen (VVD): Voorzitter. We constateren dat er verschillende visies zijn ten aanzien van de financiën in Voorschoten en de wens van het college om zaken uit te voeren die bij de capaciteit van de organisatie passen. Ik vind het wel heel goed om te horen dat wat we willen realiseren in 2025, ons feitelijk niet verdeelt. Dat is plezierig. Ik hoorde in de bijdragen van de collega's een aantal zaken waar ik vraagtekens bij heb en die ik anders zie. Dat geldt bijvoorbeeld voor de opmerking dat er geen geld is opgenomen voor de Kruispuntkerk. Daar is een bestemmingsreserve voor. Du moment dat we het voorstel goedkeuren, kunnen we daarvan gebruikmaken. Er wordt ook uitgebreid beweerd dat kinderen er in Voorschoten op achteruitgaan. In mijn beleving is bij de behandeling van het minimabeleid aan de orde gekomen dat we niet kunnen garanderen dat er misschien kinderen op achteruitgaan, maar dat is iets heel anders dan dat kinderen er met duizenden euro's per jaar op achteruitgaan. Dat vind ik echt een verkeerde voorstelling van zaken. De heer Posthuma (PvdA): We hebben ook zelf zitten te rekenen voor de bedragen voor gezinnen met drie kinderen, omdat eerst de bedragen van regelingen voor kinderen lager zijn geworden en omdat daarna ook volwassenen daar onderdeel van zijn geworden.
Voor een gezin met drie kinderen hebben wij uitgerekend dat het per maand zomaar € 1.500 minder kan krijgen. Dat is een behoorlijk bedrag. Als u zegt dat dat allemaal wel meevalt of dat dit voor een enkeling geldt: dit is structureel, vooral voor gezinnen met drie of meer kinderen. Dat u uw cijfers niet op orde heeft, is aan u, maar dit zijn de harde feiten die er met uw beleid zijn gekomen. De voorzitter: Meneer Posthuma, graag praten via de voorzitter en raadsleden niet rechtstreeks aanspreken. Mevrouw Van Meenen (VVD): Ik heb feitelijk geen vraag gehoord. Ik constateer alleen dat ik andere feiten tot mij heb genomen dan de heer Posthuma. De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik hoorde mevrouw Van Meenen zeggen dat het niet klopt dat er geen geld is opgenomen voor de Kruispuntkerk. Het klopt dat er een bestemmingsreserve is voor een culturele accommodatie. De uitgave daarvan is niet opgenomen; maar goed, daar kunnen we nog over twisten. Maar is mevrouw Van Meenen het niet met mij eens dat er daarnaast nog een structurele bijdrage zal moeten komen, al was het maar voor de huur die voor het pand betaald zal moeten worden? Dat is niet opgenomen in de begroting en dat zal wel degelijk echt verwerkt moeten worden als structurele uitgave. Of zie ik dat fout? Mevrouw Van Meenen (VVD): Dat kan de heer Deuzeman best goed zien.
Die feiten heb ik op dit moment niet paraat, maar ik heb ook het voorstel nog niet gezien met wat die kosten dan zullen zijn. Dat is dus nog even afwachten. Dit laatstgenoemde punt raakt wel waar we ons met elkaar zorgen over maken, wat ik ook wel begrijp: hoe verder je vooruitkijkt, hoe minder zeker het wordt dat je kunt doen wat je wil doen. Ik ben heel blij dat het college zogenaamde investeringen heeft geschrapt. Het college heeft ervoor gekozen om geen investeringen op te nemen waarover de raad nog geen besluiten heeft genomen. Ik denk dat dit een heel helder beeld geeft van wat we op korte termijn daadwerkelijk kunnen en willen doen. Waar we nog plannen voor moeten maken en wat we met elkaar moeten afspreken, nemen we dan later op. Daarbij denk ik dat het ook heel verstandig is om dingen te temporiseren. Dat wil zeggen dat we echt niet alles tegelijk doen. Dat kunnen we niet; dat hebben de afgelopen jaren bewezen. We hadden de zogenaamde boeggolf; daar hebben we ook met z'n allen over geklaagd: laten we nou eens een keer gaan doen wat we met elkaar hebben afgesproken. In deze begroting zie ik keuzes. Dat betekent ook dat voor de jaren 2026, 2027 en 2028 nog niet met een schaartje te knippen is wat we dan allemaal gaan doen. In tegenstelling tot de collega's van de oppositiepartijen zie ik dat niet zo somber in. We hebben ieder jaar schommelende financiën.
Waar we ons als Voorschoten heel erg druk over moeten maken maar waar we ook heel erg trots op moeten zijn, is dat onze structurele uitgaven gedekt zijn. Dat wil zeggen: het lopen van de organisatie kunnen we betalen, ondanks alles wat er verder op ons afkomt. Dat hebben we toch met elkaar voor elkaar gekregen. Dat is echt heel anders dan toen ik hier in 2018 in de raad begon. Misschien is het ook interessant dat de begroting toen ik in de raad begon, ongeveer € 50 miljoen bedroeg en nu ruim € 80 miljoen bedraagt. We klagen iedere keer dat we van het Rijk te weinig geld krijgen. Dat ben ik met iedereen eens, maar er gaat dus wel een enorme hoeveelheid geld door deze gemeente. Een heel groot deel daarvan gaat naar het sociaal domein, naar de landelijke openeinderegelingen. Ik denk dat dat terecht is, maar ik vraag me af waarom wij als
Raadsvergadering 7 november 2024
26
raad zo ongelofelijk veel van onze tijd moeten besteden aan wat er nog niet helemaal goed gaat aan die landelijke regelingen, terwijl we als gemeente ook een hele andere taak hebben. Wij moeten zorgen voor de infrastructuur, voor droge voeten en voor voorzieningen voor onze inwoners. Ik vind het echt heel belangrijk dat we daarin ook keuzes met elkaar maken. Ik vind het eerlijk gezegd doodzonde dat, terwijl we een mooie begroting voor hebben liggen waarin duidelijke keuzes gemaakt zijn - daar hoeven we het misschien helemaal niet allemaal over eens te zijn - we het hebben over het laatste stukje in het minimabeleid. Ik vind dat echt jammer, want we doen met elkaar heel veel voor dit dorp. De heer Posthuma (PvdA): Ik wil mevrouw Van Meenen erin bijvallen dat we heel veel voor het dorp doen, dat er de afgelopen periode heel veel niet is gedaan en dat er nu een aantal dingen ingehaald worden die mogelijk echt effect gaan hebben. Daar ben ik het mee eens, maar bij het minimabeleid gaat het nog steeds over een fors aantal inwoners van Voorschoten waar de afgelopen jaren, in mijn woorden, niet zo goed voor gezorgd is en waar niet zoveel aan bijgedragen is. U heeft nu, gelet op alle rapporten die er zijn, de kans om dat goed te maken, maar dat doet u helaas niet. Daar maakt u geen sociale keuze. Hetzelfde geldt voor de betaalbare woningen.
Dat zijn politieke keuzes die u anders kunt maken. Mijn vraag aan mevrouw Van Meenen is dan ook: zijn er, gezien die hele constellatie en alle mooie dingen die zij daarover zegt, geen andere opties mogelijk dan puur en alleen de hand op de knip houden en alleen maar zeggen dat de begroting goed is door ook te kijken welk maatschappelijk rendement je daaruit kunt halen? Want de kosten van die preventie komen gewoon weer terug bij deze gemeente en daar gaan wij voor betalen. Graag een reactie. Mevrouw Van Meenen (VVD): De heer Posthuma heeft gelijk: dit zijn politieke keuzes. We hebben het minimabeleid een maand geleden met elkaar vastgesteld. Wij maken dus de keuze om dat beleid tot effect te laten komen en dan pas te kijken of er iets nodig is. Eerlijk gezegd heb ik er het grootste vertrouwen in dat de organisatie bepaalde dubbelingen eruit kan halen en efficiënter kan werken, zoals ik de wethouder hoorde zeggen. Hij wil met andere organisaties gaan samenwerken om mensen beter te bereiken. Ik geloof niet dat er niks gebeurt. Het enige wat ik aangeef, is dat wij het op dit moment niet opportuun vinden om daar extra geld voor uit te trekken. Dat klopt. Dat komt mede door het volgende; daarmee zal ik ook nog even mijn reactie op de andere amendementen geven.
Ik vind dat de PvdA heel hard heeft gewerkt om een aantal punten onder de aandacht te brengen en daarbij voor een solide uitwerking heeft gezorgd. Dat vind ik fijn. Dat maakt ook dat je goede keuzes kunt maken. Wij kiezen er op dit moment niet voor om extra geld uit te gaan geven. Dat heeft er ook mee te maken dat de Septembercirculaire een sigaar uit eigen doos kan zijn; dat weet je niet. We weten nu wat we hebben met de begroting. We kiezen er dus niet voor om extra geld uit te geven. Bovendien: als we het één doen, komt het ander en dan komt het volgende. Juist het feit dat we keuzes maken, vinden we heel interessant. Wat de woningbouw betreft kan ik de heer Posthuma er echt in volgen dat het belangrijk is om daar aandacht aan te besteden. Daar maken we voor nu - ik zeg nadrukkelijk: voor nu - een andere keuze. Ik vond het ook geruststellend dat de wethouder Financiën zelf zei: als ik geen geld heb, kom ik terug met die vraag. Als er capaciteit is maar geen geld, vind ik het fijn als de wethouder Financiën terugkomt, maar op dit moment is dit voor ons niet aan de orde. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Dank voor de tot nu toe constructieve bijdragen van eenieder in deze tweede termijn, want volgens mij zijn we op heel veel dingen op de goede weg. Ook wij hopen en willen dat er uitvoering gegeven wordt aan de plannen die gepresenteerd zijn voor 2025.
Daar staan we ook achter; dat wil iedereen. Wat wij lastig vinden, is dat er dingen niet in staan die we wel willen en waar we politiek nu niet over spreken. Daar hebben we discussie over. De vraag is dus wel of er keuzes worden gemaakt en of die impliciet zijn. Ik denk dat we daar nu gewoon niet uitkomen en dat het de manier is waarop je het leest. Het punt van de VVD, dat je nadenkt over wat we kunnen, snap ik heel goed. Aan de ene kant hoor ik in de reactie van de wethouder dat er wel mogelijkheden zijn en dat die misschien ook wel komen. Dat is een soort optimisme. Daar houd ik me dan aan vast. Tegelijkertijd is het ook eng, want als je deze begroting goedkeurt, heb je niks aan dat optimisme als er uiteindelijk iets anders moet gaan vallen. Dat is mijn reactie. De voorliggende amendementen ondersteunen wij alle drie. Ik denk dat de heer Deuzeman goed heeft verwoord hoe ook wij daarin zitten. Dat is niet omdat het niet goed is, maar omdat dit verbeteringen zijn. Zo kan je het ook zien. Het is niet een aanval in de zin dat het gevoerde beleid