CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 7 november 2024 (get.)

Gemeenteraad Voorschoten 12 december 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen raadsnotulen27.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Raadsvergadering 7 november 2024

27

niet goed zou zijn. Je kan ook zeggen: het gaat niet om enorme bedragen, maar op deze manier kunnen we - dat vinden wij - de begroting wel beter maken. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Ik moet eerlijk toegeven dat de voorgaande discussie in de tweede termijn erg constructief is geweest. Mevrouw Van Meenen heeft een heel goed betoog gehouden over hoe zij naar de begroting kijkt. Dat wijkt niet veel af van hoe wij daartegen aankijken. In de eerste termijn gaf ik al aan dat de circulaires belangrijk zijn. Zoals mevrouw Van Meenen al aangaf, is de begroting in korte tijd van € 50 miljoen naar € 80 miljoen gegaan. Dat betekent ook dat de uitschieters in kosten groter worden, want 1% van € 80 miljoen is nu eenmaal meer dan 1% van € 50 miljoen. De reparaties vanuit circulaires worden steeds matiger. We moeten dus gewoon voorzichtig begroten. De voorgestelde amendementen zijn natuurlijk charmant, maar zijn in de marge, kijkend naar wat er, als het gaat om het sociaal domein, op die velden al uitgegeven wordt. Over de woningbouw hoorde ik de wethouder, zoals al is aangestipt, zeggen dat hij langskomt als hij geld nodig heeft. We hebben nu € 50.000 gekort op de € 250.000. Voor € 50.000 moet hij naar de raad en voor € 49.000 niet. Ik heb er dus vertrouwen in dat hij doorpakt wanneer dat nodig is.

Ik heb de wethouder ook horen zeggen dat er op andere vlakken tekorten zijn in het ambtelijk apparaat en dat er dus genoeg financiële ruimte is om mensen aan te nemen als zij zich aandienen. Ik ben dus helemaal niet bang dat dit dossier vertraging oploopt vanwege de korting hierop. Het mag duidelijk zijn dat wijzelf op basis van deze sluitende begroting en de winstwaarschuwingen die zijn afgegeven, niet de keuze hebben gemaakt om amendementen of moties in te dienen. Wij vinden het dus ook niet opportuun om nu amendementen te steunen, omdat wij tevreden zijn met deze begroting en de acties die daaruit voortkomen. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik vind het fijn dat we, ook in de discussie die ik met mevrouw Van Meenen heb gevoerd, tot de conclusie komen dat inderdaad andere politieke keuzes mogelijk zijn. Dat vind ik prima, want daar gaat politiek over. Daar is meningsverschil voor en dat is niet erg, als maar wel duidelijk is dat het een politiek besluit is en als het maar niet weggezet wordt als uitvoering of als technocratisch. Daar zijn we het volgens mij over eens. Dat vind ik fijn. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Mieremet in de eerste termijn. Zij had het over de beste leerling in de klas willen zijn in die zin dat we strakker op de begrotingsregels zitten dan strikt noodzakelijk is en dat er eigenlijk dus wel financiële ruimte is.

We constateren met z'n allen dat er andere mogelijkheden waren geweest. Zoals mevrouw Mieremet al zei, was het doel van de amendementen om het in ieder geval een klein beetje beter te maken. We hebben echt gekeken wat volgens ons politiek mogelijk haalbaar zou kunnen zijn en we hebben ook echt geprobeerd om zo dicht mogelijk te blijven bij de ambities die ook uit het collegeakkoord spraken. Dat is de reden waarom wij met deze voorstellen zijn gekomen. Ik heb in ieder geval van de eerste twee coalitiepartijen gehoord dat daar waarschijnlijk weinig steun voor is. Dat vind ik heel jammer, maar ik wil de partijen nog een overweging meegeven over het amendement over de schuldhulpverlening, de armoederegisseur en de sociaal raadsvrouw. Ik overweeg nog om dat amendement om te zetten in een motie, waarbij de financiële paragraaf afvalt en alleen gevraagd wordt om in 2026 te komen met een plan en uit te leggen welke effecten dat zal hebben op het geheel. Dat wil ik ter overweging meegeven. Misschien moeten we straks even schorsen om die motie in te dienen. Ik wil ook reageren op de opmerking van wethouder Van der Elst dat het beperkte aantal amendementen iets zegt over het succes van deze begroting. Ik durf die stelling te betwijfelen, want ik denk dat dat niet het geval is.

Ik denk dat een aantal partijen hebben gezegd: met een aantal dingen in de begroting zijn we het niet zo eens en daar moeten best wel wat dingen in geamendeerd worden; daar kunnen we misschien dus maar beter niet aan beginnen. Het is een beetje ongebruikelijk om dit te zeggen, maar binnenkort gaat het jullie welbekende burgercommissielid en voormalig raadslid Ad de Graaf afscheid van ons nemen. Ik wil in deze raadsvergadering dank uitspreken voor al zijn inzet. Ook in deze begrotingsraad had ik niet kunnen zitten zonder zijn input en inzet. Ook in de voorstellen die we de afgelopen periode hebben gedaan, zien we zijn stem en zijn niet aflatende inzet voor een sociale, rechtvaardige samenleving. Mevrouw Van Meenen refereerde er zojuist aan: onze voorstellen waren verantwoord en pasten

Raadsvergadering 7 november 2024

28

binnen de financiële kaders. Daar kun je andere afwegingen in maken. Ad heeft er de afgelopen periode inderdaad echt ontzettend zijn best voor gedaan om samen met de ambtenaren ervoor zorg te dragen dat het gewoon binnen de begroting past. Er wordt een andere politieke keuze gemaakt. Ik ben daar zeer teleurgesteld over, maar dat is even wat het is. (Applaus) De voorzitter: Op het moment dat de heer Ad de Graaf afscheid neemt van het openbaar bestuur in Voorschoten, zullen daar in die commissie uiteraard woorden aan worden gewijd; ik kijk naar de voorzitter van de commissie WRG. Dat komt helemaal goed. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. We hebben net een mededeling gekregen over het aangekondigde afscheid van onze gewaardeerde collega Ad de Graaf. Wij hebben in de vorige periode heel fijn met hem samengewerkt. Hij heeft zich ook altijd constructief opgesteld. We zullen hem dus zeker gaan missen. Ik kom terug op de begroting waar we vanavond mee bezig zijn. We willen het college bedanken voor de beantwoording van onze vragen. We hopen snel weer nieuwe ondernemers te mogen verwelkomen in ons dorp. Wij vinden ook dat wij vertrouwen moeten hebben in het door de raad vastgestelde beleid. Er zijn nu drie amendementen, die eigenlijk te maken hebben met beleid waar je mogelijk van alles van kan vinden, maar waar nog niets mee is gedaan; het heeft nog geen uitwerking.

Er wordt daarop vooruitgelopen door nu al te zeggen: het gaat niet werken, we komen geld tekort en we moeten alles anders doen. Ik heb waardering voor jullie inzet en voor alles wat daarbij naar voren is gebracht, maar laten we eens even kijken of het echt uitwerking heeft. Als het dan niet werkt, kunnen we elkaar bijsturen. We moeten niet al aan de voorkant willen sturen, terwijl we nog geen stap hebben gezet. Mevrouw Mieremet (D66): Is mevrouw Kortekaas het met me eens dat je, om dingen te doen, geld nodig hebt en dat wij daarvoor hier zitten? Mevrouw Kortekaas (CDA): Daar ben ik me zeker van bewust. Ik ben me er ook van bewust dat wij een sociaal domein hebben waarin een groot aantal regelingen openeinderegelingen zijn. Een van de openeinderegelingen is ons dynamisch minimabeleid. Als een verruiming die wij met elkaar hebben toegepast in dat beleid, vervolgens extra geld met zich gaat meebrengen, komt de wethouder vanzelf bij de raad aankloppen voor extra centjes. Daar ga ik van uit; daar heb ik alle vertrouwen in. Ik zou graag eerst even willen zien hoe dat werkt en hoe dat zich uitkristalliseert in onze maatschappij en onze samenleving alvorens al te roepen dat het allemaal niet goed is. Mevrouw Mieremet (D66): Dank aan mevrouw Kortekaas voor de reactie.

Ik snap dat je wil zien of dingen effectief zijn, maar het gaat er hier om dat er dingen "geminderd" worden: er zijn minder uren voor de armoederegisseur. Dan gaan we niet zitten wachten tot het misgaat, maar gaan we nu al zorgen dat het goed blijft of nog beter wordt. Het is dus niet zo dat we eerst gaan kijken of het goed gaat; we gaan zorgen dat het niet misgaat. U bent dat natuurlijk met me eens. Bent u dat met me eens? Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik deel uw mening in dezen niet, want de wethouder heeft aangegeven dat de door u uitgesproken zorg niet helemaal gegrond is omdat er nu vanuit de ambtelijke organisatie op een andere manier gewerkt gaat worden. Die gaat dit oppakken. Ik wil dus eerst kijken hoe dat uitwerkt. Dan wil ik pas kijken of er een noodzaak is om andere dingen te gaan doen, maar we willen nu niet al aan de voorkant zeggen: "We gaan het zo doen, want …". Dat zou ik heel jammer vinden. De heer Maassen (SP): Mevrouw Kortekaas geeft aan dat ze eerst het effect van het aangenomen minimabeleid wil zien voordat ze erop wil gaan sturen. Mijn vraag aan mevrouw Kortekaas is waar in het net aangenomen minimabeleid staat dat de uren van de armoederegisseur moeten worden gekort. Mevrouw Kortekaas (CDA): Met zoveel woorden staat dat er niet in, maar dat is een bijsturing in de organisatie ervan. Ik denk dat dat iets anders is dan wat u bedoelt.

Er wordt niet gekort; het wordt bijgestuurd en anders georganiseerd. Dus dat is hoe het geregeld wordt, meneer Maassen. Ik wil verdergaan met amendement …

Raadsvergadering 7 november 2024

29

De voorzitter: Ik wil heel graag door, maar er is een vervolginterruptie. De heer Maassen (SP): Ik snap waarom mevrouw Kortekaas zo snel door wil, want wat ze zegt, klopt natuurlijk niet. We hebben twee maanden geleden een nieuw minimabeleid aangenomen. Daarin is niet opgeschreven dat we stoppen met de armoederegisseur, maar in deze begroting staat dat wél. De bedoeling van het amendement dat de SP met de PvdA en GroenLinks heeft ingediend, is om dat terug te draaien. Het is dus niet ingrijpen in het nieuw aangenomen beleid, maar juist ervoor zorgen dat er geld blijft om het beleid dat we net hebben aangenomen, daadwerkelijk uit te voeren. Wat u zegt, mevrouw Kortekaas, is dus incorrect. Vindt u niet? Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik denk dat wij kunnen zeggen dat wij agree to disagree. Hier komen we niet uit, want we hebben allebei een ander beeld. Ik zeg: we gaan het eerst proberen; de wethouder heeft dat toegezegd en daar heb ik vertrouwen in. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer Maassen en daarna nog een interruptie van de heer Deuzeman. De heer Maassen (SP): Agree to disagree zeg je als je het eens bent over de feiten, maar dit zijn geen feiten. Mevrouw Kortekaas zit er gewoon naast. In het net aangenomen beleid stond niet dat er gekort ging worden op de armoederegisseur. In de begroting staat dat wél.

Het is dus niet een kwestie van "laten we gaan uitproberen wat we aangenomen hebben", zoals mevrouw Kortekaas zegt. Het is juist: laten we nog meer gaan korten dan met het plan dat we net hebben aangenomen en waarmee we al problemen veroorzaken omdat we meer mensen gaan helpen met hetzelfde geld. Nu gaat er ook nog eens een keer geld vanaf. We gaan dus eigenlijk meer mensen helpen met minder geld. Dat proberen de oppositiepartijen te voorkomen, maar ik begrijp en hoor dat het pleidooi om dat aan te pakken, aan dovemansoren gericht is. De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik kan me grotendeels aansluiten bij het commentaar van de heer Maassen. Ik wil mevrouw Kortekaas er via de voorzitter op wijzen dat er afgelopen middag een beantwoording is gekomen van technische vragen van GroenLinks. Daar staat gewoon een keihard aantal uren in dat gekort wordt. De opmerking dat er niet gekort wordt, klopt bij monde van het eigen college dus niet, lijkt me. Wellicht heeft mevrouw Kortekaas dat niet gezien. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik heb het inderdaad niet gezien, maar ik heb niet gezegd dat er niet gekort wordt. Ik heb gezegd dat het anders georganiseerd wordt; dat hoort u mij zeggen en dat is iets heel anders dan wat u nu probeert te zeggen ten opzichte van wat we vast hebben gesteld en wat er nu wordt voorgesteld.

Ik wil bij amendement 311 aangeven dat de wethouder de prioritering door de coalitie gaat volgen om woningbouw toch als een prioriteit te behouden. Het is fijn dat de andere partijen dit steunen. Over het dynamisch minimabeleid heb ik al voldoende gezegd. Ik wil er wel op wijzen dat de wethouder in de commissie Mens en Samenleving in september een mondelinge toezegging aan het CDA heeft gedaan om het minimamaatwerkbudget binnen de bestaande budgetten te willen realiseren als dat haalbaar is. We zullen ons er in de toekomst zeker mee bezig houden om dat op de kaart te krijgen. De heer Posthuma (PvdA): Op inhoudelijk vlak kan ik hier, als ik naar het partijprogramma van het CDA kijk, zeer goed mee omgaan, vooral als het om de sociale aspecten gaat. Ik wil nog even verder ingaan op de opmerking die mevrouw Kortekaas net maakte. We zijn inderdaad bezig met nieuw beleid. Mevrouw Kortekaas kan zeggen dat we even moeten afwachten hoe dat beleid uitpakt, maar het probleem is op dit moment dat we de afgelopen periode hebben vastgesteld - dat heb ik niet alleen gedaan; dat is ook vastgesteld door de lokale Rekenkamer en in de second opinion van het rapport over het minimabeleid - dat het hier allemaal droevig mee gesteld is.

Als je weet dat de afgelopen periode ronduit slecht was en dat er nieuw beleid is gekomen dat wordt ingezet met minder budget, hoe kan het CDA dan voor zichzelf verantwoorden dat het in volle overtuiging zegt dat het rustig afwacht en eigenlijk denkt dat het wel goed komt? Mevrouw Kortekaas (CDA): De PvdA gaat telkens voorbij aan wat elke keer aan de orde is, namelijk dat wij het beleid hebben verruimd. Aan alle kanten hebben we bijgeplust in de uitvoeringsmogelijkheden. Dat het budget mogelijkerwijs niet mee omhoog is gegaan, betekent

Raadsvergadering 7 november 2024

30

niet dat er straks niet méér budget gevraagd kan worden. Als de uitvoering van de regelingen die nu met elkaar bedacht zijn, meer geld blijkt te vragen, komt de wethouder vanzelf naar de raad. Daar heb ik vertrouwen in; dat is wat ik gezegd heb. De heer Posthuma (PvdA): Ik geloof heel graag dat de wethouder dat misschien tegen u gezegd heeft. Even netjes: waarom zou u geloven dat dat een zekerheid is? Het is toch een boterzachte afspraak die hij met die andere partijen gemaakt heeft? De voorzitter: Via de voorzitter, meneer Posthuma. Dat is de derde keer. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik vind het geen boterzachte regeling. Het is gewoon een landelijke regeling. Het is gewoon sociaal domein; het is wetgeving. De wethouder is daartoe verplicht. We hebben met elkaar beleid vastgesteld. Als de toepassing daarvan consequenties heeft doordat er veel vraag naar is, zullen we met z'n allen boter bij de vis moeten doen. Zo zit het en niet anders. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer Posthuma op dit onderwerp. De heer Posthuma (PvdA): Via de voorzitter. De voorzitter: Zeker; dank u wel. De heer Posthuma (PvdA): Ik stel vast dat de CDA-fractie onvoldoende doorgrond heeft wat dit betekent voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Dat vind ik helaas een gemiste kans. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik heb kennisgenomen van de woorden van de PvdA.

Amendement 310 zal niet gesteund worden door de CDA-fractie. We hebben de toezegging van de wethouder dat hij, wanneer mogelijk, binnen het budget met een maatwerkbudget zal komen. Volgend jaar komt er in Q2 weer een nieuw beleid met betrekking tot schuldhulpsanering. Daar kijken wij naar uit. We hopen dat we daarbij met elkaar goede afspraken kunnen maken om mensen te helpen. Amendement 309: we hebben waardering voor de inzet van de fracties die dit hebben voorbereid, maar we hebben de wethouder gehoord over nieuw beleid. We zullen daarom even wachten wat er daarmee op ons afkomt. Ook dat amendement zullen wij dus niet steunen. We wachten even het college af. De heer Maassen (SP): Voorzitter. In mijn eerste termijn heb ik al gezegd dat politiek een kwestie van keuzes maken is en dat het nooit een soort zondvloed is die op je afkomt, maar dat er altijd keuzes zijn gemaakt. Dat geldt voor het geld dat wij als gemeente van het Rijk krijgen en ook voor de keuzes die wij vervolgens zelf maken over waar we het wel of niet aan uitgeven en over hoe we wel of niet aan ons geld moeten komen. De discussie hier in de tweede termijn heeft dat nog eens heel duidelijk gemaakt. De VVD zegt gewoon hardop: ach, we gaan niet een klein beetje aan het sociaal domein uitgeven, want daar gaat al zoveel geld naartoe.

Er wordt aan voorbijgegaan dat het voor de desbetreffende mensen gaat om een flink deel van het geld dat ze per maand krijgen: € 1.000 per maand is echt veel als je maar € 2.100 te besteden hebt, en dan zit je al boven het sociaal minimum. Mevrouw Van Meenen (VVD): De heer Maassen zegt dat wij zeggen dat wij niets willen doen aan "dat kleine beetje minimabeleid". Ik vraag me af of hij zich er bewust van is dat we ruim € 30 miljoen aan het sociaal domein uitgeven. De heer Maassen (SP): Ja, dat heb ik ook gelezen in de begroting, maar het sociaal domein is een stuk meer dan het minimabeleid. Dat is namelijk ook de hele Wmo en ook alle jeugdhulp. Het minimabeleid is nog geen ton. We hebben daar een paar maanden geleden heel uitgebreid over gesproken in deze raad. Toen was de VVD van mevrouw Van Meenen net als de andere coalitiepartijen niet bereid om daar wat bij te doen. Het belangrijkste uitgangspunt van de hele discussie was toen dat het budgetneutraal moest. Nu blijkt dat het helemaal niet budgetneutraal is, maar dat het met minder budget moet.

Raadsvergadering 7 november 2024

31

Mevrouw Van Meenen (VVD): Dan vraag ik me toch af of de heer Maassen bekend is met het stukje openeinderegeling waar dat minimabeleid grotendeels op steunt en of hij ermee bekend is dat dat de hoeveelheid geld bepaalt die we aan het minimabeleid uitgeven. De heer Maassen (SP): Dit is al de tweede keer dat mevrouw Van Meenen een vraag stelt met de implicatie dat ik het allemaal niet begrepen heb. Dat is natuurlijk niet het geval. Het is namelijk een kwestie van keuzes. U bent niet bereid om extra geld hiervoor beschikbaar te stellen. U heeft twee maanden geleden gepleit voor een minimabeleid waarmee meer mensen worden geholpen met hetzelfde geld. Dat heeft automatisch tot gevolg dat de mensen die wat krijgen, minder krijgen. Een paar honderd euro per maand is heel veel geld als je op het minimum zit. Dat gaan die mensen missen. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van mevrouw Van Meenen. Mevrouw Van Meenen (VVD): Ik moet echt bezwaar maken tegen de stand van zaken zoals de heer Maassen die voorspiegelt. Het is niet zo dat mensen minder krijgen omdat de groep is vergroot. De openeinderegelingen blijven de openeinderegelingen en die moeten we financieren. De heer Maassen (SP): Ik heb het hier over de bijzondere bijstand. Dat gaat om gezinnen met kinderen die gewoon echt minder krijgen, omdat wij de focus van het beleid verplaatst hebben.

Mevrouw Van Meenen kan honderd keer "openeinderegeling" roepen, maar dat is gewoon niet wat er aan de hand is. Dat is echt een verkeerde voorstelling van zaken. Dat is precies wat er in deze discussie steeds gebeurt. In deze hele begrotingsdiscussie zeggen de coalitiepartijen de hele tijd: ach, het gaat zo goed en we hebben goede keuzes gemaakt. Nee, dat heeft u niet gedaan. U heeft keuzes gemaakt, hele duidelijke keuzes. Die keuzes maken deze coalitiepartijen vanuit hun eigen politieke visie. Die visie heeft gevolgen. Daar probeer ik hier het debat over te voeren; daar proberen de oppositiepartijen het debat over te voeren. Daar proberen wij wijzigingen in aan te brengen. Het is duidelijk dat de coalitiepartijen daar niet voor openstaan, omdat zij het belangrijker vinden dat mensen met grote huizen niet méér belasting gaan betalen dan dat mensen met een kleine beurs voldoende ondersteuning krijgen vanuit de bijzondere bijstand. Dat is een keuze; dat is niet de keuze die de SP maakt. Mevrouw Van Meenen (VVD): Ik wil toch nog even reageren op de indruk die de heer Maassen wekt dat we zomaar willekeurig veranderingen hebben aangebracht in het minimabeleid. In mijn beleving hebben we op grond van een analyse het minimabeleid aangepast om het effectiever te laten zijn en bij de juiste mensen terecht te laten komen.

De heer Maassen (SP): Dat klopt helemaal, maar daarbij is de belangrijkste voorwaarde losgelaten, namelijk dat er dan geld bij moest. Dat heeft u niet gedaan, want het uitgangspunt van budgetneutraliteit was voor u, voor uw fractie, heilig. Dat is precies het punt dat ik hier probeer te maken: het minimabeleid dat de SP vorm zou geven, zou die keuze niet maken, terwijl het voor de VVD een heel belangrijke keuze is. Mevrouw Van Meenen (VVD): Staat u mij toe om een kleine reactie te geven op wat de heer Maassen aangeeft? Het is inderdaad een politieke keuze dat je er geen geld bij doet, maar het grootste deel van het minimabeleid bestaat uit openeinderegelingen die we moeten vergoeden. Het klopt dat we daar geen extra gemeentelijke middelen tegenaan plakken. U heeft het over budgetneutraliteit, maar dat kan echt niet over die 80% gaan die openeinderegelingen betreft, want als daar kosten van komen, moeten we die betalen. De heer Maassen (SP): Ik heb het gevoel dat de VVD een schijndebat aan het voeren is, want dit was het belangrijkste uitgangspunt bij het hele debat over het minimabeleid: de bijzondere bijstand moest budgetneutraal worden uitgevoerd. Het gevolg daarvan is, zoals ook de heer Deuzeman en de heer Posthuma hebben aangegeven, dat bepaalde gezinnen die gebruikmaken van die regelingen, nu minder krijgen.

Dat proberen wij te repareren, want dat is een gevolg dat wij niet willen dragen. Daar is helaas geen meerderheid voor in deze raad, zo lijkt het. Nu blijkt ook nog eens dat de uitgaven voor het minimabeleid zelfs omlaaggaan, omdat de armoederegisseur vanaf 2026 lijkt te verdwijnen. Ik kom bij het laatste punt dat ik wil maken, namelijk de ontbrekende nota van wijzigingen. In de eerste termijn heeft het college aangegeven dat er een fout in de begroting staat. Ik ontvang graag

Raadsvergadering 7 november 2024

32

een reactie van het college: hoe komt de nota van wijzigingen bij de raad voordat we over de begroting gaan stemmen, zodat we over een kloppende begroting kunnen stemmen en niet over een begroting waar fouten in staan? Als er één fout in staat, kunnen er immers ook meer in staan. De voorzitter: Zoals toegezegd komt het college terug op dat punt uit de eerste termijn; daar zie ik ook op toe. Dat is door mij toegezegd en die toezegging zal netjes worden nagekomen; dat spreekt voor zich. Er zijn geen nieuwe vragen gesteld, behalve het punt dat openlag uit de eerste termijn. Ik vraag wethouder De Bruijn dus om duidelijkheid te scheppen over het punt dat vanuit de eerste termijn nog openligt. Wethouder De Bruijn: Voorzitter. Ik wil inderdaad terugkomen op de uitspraak die ik in de eerste termijn heb gedaan over de fout in de begroting. Die uitspraak wil ik intrekken. Dat is niet zo. Ik denk dat wat nu in de begroting staat, wel klopt. Ik kan mij echter wel voorstellen dat het verwarring oplevert, maar ik wil heel helder zijn over hoe het nu in deze begroting staat. In ieder geval in 2025 - dat is de begroting waar we vanavond over praten - zullen de budgetten van de armoederegisseur, schuldhulpverlening … De voorzitter: Meneer Maassen, ik laat de wethouder eerst even zijn antwoord geven. Daarna is er alle ruimte voor een politiek debatje.

Wethouder De Bruijn, vervolg uw betoog en maak het antwoord af. Wethouder De Bruijn: In 2025 blijven de budgetten voor de armoederegisseur, schuldhulpverlening en sociaal raadslieden gewoon op het huidige niveau. Richting 2026 is dit nog niet uitgekristalliseerd. Daar zullen we de komende periode dus nog aan moeten werken. Dat doen we op verschillende manieren. Er komt straks nog het Beleidsplan Sociaal Domein. Daar komt straks ook de opdracht voor Voorschoten voor Elkaar uit. Als we nu in de begroting zien dat middelen op het individuele punt weggaan, betekent dat niet dat het straks niet kan worden ondergebracht in de totaalopdracht voor Voorschoten voor Elkaar. Dat is dus iets wat zich nog moet uitkristalliseren in het Beleidsplan Sociaal Domein, maar vlak daarna ook in het Beleidsplan Schuldhulpverlening. Terugkomend op het verhaal van de uren, waar ik zojuist nog expliciet navraag naar heb gedaan: deze functies zijn niet in dienst van de gemeente. We hebben dat belegd bij Voorschoten voor Elkaar, zoals u als raad waarschijnlijk weet. Als wij minder middelen alloceren voor deze functies, betekent dat niet direct dat het ook om minder uren gaat. Dat wordt straks onderdeel van de opdracht die we bij Voorschoten voor Elkaar neerleggen. Maar ik heb de heer Posthuma ook horen spreken over een voorstel voor een aangepaste motie.

Volgens mij is dat best wel in lijn met wat ik hier nu neerleg door te zeggen dat we in 2025 weten waar we aan toe zijn, maar voor 2026 moeten we hier nog verdere uitwerking aan geven, zoals eigenlijk geldt voor alle ombuigingen in het sociaal domein. Die helderheid zal er dus zijn voor de Kadernota voor 2026, zodat we dit helder hebben in de begroting richting 2026. De heer Maassen (SP): Ik sloeg in eerste instantie al aan op de opmerking van de wethouder Financiën dat we hier alleen spreken over het jaar 2025. Ik zou via u, voorzitter, aan de wethouder willen vragen wat de titel is van het stuk dat we nu bespreken, in het geheel. De voorzitter: Ik denk dat de titel helder is. De begroting ligt voor. De heer Maassen (SP): Ik zal de titel hardop voorlezen voor het verslag: "Programmabegroting 2025-2028". Het is dus niet alleen het jaar 2025. Dat betekent meteen dat ik het een heel zwak verweer vind om te zeggen dat het alleen over 2025 gaat. Er is nog iets anders waar ik mij zorgen over maak. Als het kennelijk niet belangrijk is wat we de komende jaren gaan doen, waarom zou je het er dan alvast afhalen? Waarom zou je het budget nu dan niet in stand houden? Want als we straks een nieuw beleid gaan bespreken, loopt de wethouder dan niet het risico dat de coalitiepartijen of andere partijen in de raad dan zeggen: ja, maar in de begroting stond dat het ook voor zoveel kon.

Dan komt het er nooit meer bij. Wethouder De Bruijn: Wij hebben met de ontwikkelingen in het Gemeentefonds en op grond van de redenen die we eerder hebben genoemd, gemeend dat we met een voorstel voor ombuigingen moesten komen. Dat hebben we hier gedaan, maar ik gaf zojuist volgens mij heel duidelijk aan dat we hebben gezegd: oké, voor dit bedrag moeten we gaan ombuigen, maar we moeten richting

Raadsvergadering 7 november 2024

33

2026 de details nog uitwerken. Dat is precies zoals ik het net zei en zoals ik het nu zeg. Dat is volgens mij het verhaal zoals het nu is. De voorzitter: Ik kijk rond. Zijn er nog andere vragen op dit punt? Dat is niet het geval. Dan zijn we gekomen aan het eind van de beantwoording door het college. Ik kijk naar de heer Posthuma, die om een schorsing had gevraagd. Hoelang moet de schorsing duren? Redt u het in tien minuten? We schorsen voor tien minuten. Straks geef ik u het woord om uit te leggen welke dingen zijn omgezet of eventueel ingetrokken, zodat we weten waar we straks over moeten gaan stemmen. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Meneer Posthuma, de uitkomst van de schorsing. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. We hebben gekeken of we met een motie verder kunnen komen. We dachten dat we daarin een goede concessie konden doen richting de collegepartijen. We zijn helaas niet tot overeenstemming gekomen. We gaan dus geen motie indienen. De voorzitter: En de drie amendementen blijven gehandhaafd? De heer Posthuma (PvdA): Ja. De voorzitter: Prima. Ik constateer dat we aan het einde zijn gekomen van de beraadslaging en dat we overgaan tot de stemmingen. Ik moet aan de raad toestemming vragen of in bijlage 5, artikel 11 het jaartal 2024 ambtshalve mag worden gewijzigd in 2023. Ik constateer dat de raad daarmee akkoord gaat.

Dat wordt ook zo opgenomen in de besluitenlijst. Ik constateer ook dat wethouder Van der Elst een toezegging heeft gedaan: indien meer personeel voor de RO-projecten kan worden aangenomen dan waar nu geld voor is, komt hij logischerwijs met een budgetaanvraag richting de raad. Dit komt niet op de toezeggingenlijst, want dan blijft die erop staan, terwijl er misschien geen extra handjes komen. Dat wordt een beetje ingewikkeld, maar dit komt goed; we zijn hier scherp op. In stemming komt amendement 309 (schuldhulpverlening en armoederegisseur) van de PvdA, GroenLinks en de SP. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 12 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP ervoor hebben gestemd. In stemming komt amendement 310 (minimabeleid) van de PvdA, GroenLinks en de SP. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 12 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP ervoor hebben gestemd. In stemming komt amendement 311 (betaalbare woningbouw Voorschoten) van de PvdA, GroenLinks en de SP. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 12 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP ervoor hebben gestemd. In stemming komt het voorstel inzake de begroting. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.

De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Onze fractie zal voor de voorliggende begroting stemmen. We hechten veel waarde aan de uitvoering van de plannen voor 2025; dat is het basisjaar van deze begroting. We zijn echter teleurgesteld over het uitblijven van een discussie over de jaren daarna en wij constateren een gebrek aan duidelijke besluiten. We drukken het college en de coalitie op het hart om dit bij de komende discussie richting de Kadernota voor 2026 en de meerjarenbegroting voor 2026-2029 anders aan te pakken. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Wij stemmen voor deze begroting, want er staan goede plannen in voor 2025 en wij willen volgens mij allemaal, zeker ook wij, dat die uitgevoerd worden.

Raadsvergadering 7 november 2024

34

2026 en verder vinden we matig. We hoorden zojuist ook dat dat nog niet uitgekristalliseerd is. Dan is het dus lastig om te zien waar je ja tegen zegt. Wij hopen de komende maanden te zien dat dit verder vorm krijgt. We zullen hier kritisch op zijn en tegelijkertijd eraan meewerken om dit zo goed mogelijk te doen om te zorgen dat 2026 wél duidelijk wordt. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik deel de analyse van D66 en GroenLinks, maar de keuze valt toch de andere kant op, want gezien de nadrukkelijke aanpassingen die we in het stuk wilden aanbrengen en het feit dat er geen wil is om daarin mee te gaan, zien we ons toch genoodzaakt om tegen deze begroting te stemmen. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 19 tegen 2 stemmen, waarbij de fracties van de PvdA en de SP ertegen hebben gestemd. In stemming komt het voorstel inzake de nota van wijzigingen. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Omdat er al over de begroting is gestemd, vinden wij het niet logisch om dan tegen de nota van wijzigingen te stemmen, maar het is duidelijk wat we van de begroting vinden. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 4.

Vaststelling langetermijnagenda 2025 (raadsregistratienummer Z/24/092561/418244) De voorzitter: De raad stelt de langetermijnagenda vast als basis voor de agenda van de raad in het komende jaar. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. De langetermijnagenda voor het komende jaar is natuurlijk in eerste instantie een zaak van het college, want het college gaat natuurlijk over wat mogelijk is qua planning. Kortgeleden is er in de commissie Wonen, Ruimte en Groen wel een discussie geweest over de planning voor een aantal updates, namelijk van de beleidsplannen rond biodiversiteit, mobiliteit en bomenbeleid. Die waren oorspronkelijk allemaal gepland voor deze collegeperiode. Het college had zelf aangegeven dat het tijd werd om die te verversen; als ik me niet vergis, stond het mobiliteitsbeleid zelfs in het coalitieakkoord. Ze zijn allemaal behoorlijk achterhaald. Volgens mij bestond er zelfs nog geen coherent plan voor de biodiversiteit. De plannen zijn nu geschrapt. Dat is een van de bezuinigingsmaatregelen die hebben voorgelegen bij de begroting. Het heeft niet zo heel veel zin om tegen het college te zeggen dat het plannen moet maken die het niet wil maken en je moet je dan ook afvragen of je die plannen wel wilt hebben. We maken ons wel wat zorgen over de nu voorliggende planning voor de omgevingsvisie. Die staat nu gepland voor medio komend jaar.

Dat is met een goede reden, omdat wij voor 1 januari 2027 een omgevingsvisie vastgesteld moeten hebben. Zoals het college aangeeft, wil je dat niet overlaten aan een nieuw college, dat dan misschien met stoom en kokend water iets moet gaan produceren. Dat is terecht. Het nadeel is wel dat die omgevingsvisie straks een overkoepelend stuk wordt waarin al die beleidsvlakken eigenlijk bij elkaar moeten komen. De vraag is wat we nu gaan inzetten of wat daar een onderdeel van gaat worden. Het probleem is dat we nu eigenlijk weinig andere keuzes hebben dan het daarin fietsen van dezelfde achterhaalde plannen waarvan het college zelf zegt dat het die eigenlijk moet aanpassen. Je zou ze natuurlijk op dat moment aan kunnen passen, maar ik weet niet of het een gelukkige exercitie wordt als we moeten gaan proberen al die beleidsterreinen op hetzelfde moment te gaan doen. Als we dat gaan proberen, denk ik zelfs dat dat niet zo'n heel groot succes wordt. Zodra die omgevingsvisie loopt, zullen we door moeten gaan met een omgevingsplan. Die hele trein gaat rijden; dat is een grote bureaucratische exercitie. Wat dat betreft zou ik willen vragen om een toezegging van het college. We hebben hierover zitten denken: hoe verstandig is dit en kunnen we niet proberen om dat beleid er toch in te krijgen, zoals eerder gepland? Maar wij zagen geen mogelijkheid om dat nu te doen.

Dan zou je moeten gaan amenderen op deze LTA en dan zou je de omgevingsvisie naar achteren moeten verplaatsen, maar dan blijft het probleem en dan moeten die andere plannen nog gemaakt worden. Daarom zou ik het college willen vragen of het ons kan toezeggen dat er in dat proces bij de omgevingsvisie, bij het vaststellen van die omgevingsvisie, een vooruitzicht komt op hoe we dat

Raadsvergadering 7 november 2024

35

eventueel zouden kunnen aanpassen. Dit zal immers niet het enige moment zijn waarop we zeggen dat we eigenlijk opnieuw moeten kijken naar het beleid rond dit thema. Dat zal altijd thematisch zijn, ook al is het een integrale aanpak. Wij zouden graag zien dat wij de mogelijkheid hebben om dat op termijn toch in te plannen. Ik weet niet helemaal hoe we dat moeten aanpakken. Dat hangt ook af van hoe die stukken er precies uit gaan zien. Ik wil het initiatief wat dat betreft graag bij het college en de ambtenaren laten, maar het zou ons een lief ding waard zijn als we die toezegging zouden kunnen krijgen, want wij denken dat wij onszelf anders in problemen zouden kunnen brengen. Het bomenbeleid staat nu in een notitie die is bijgevoegd in de lijst van ingekomen stukken van volgende week en is gebaseerd op een stuk uit 2009. Er komt een moment waarop je toch een keer moet kijken of we die uitgangspunten moeten bijstellen. We zouden dat graag als stip op de horizon zien. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik heb de heer Deuzeman gehoord. In onze perceptie is de omgevingsvisie iets wat je op hoofdlijnen, dus hoogover vliegend, met elkaar bespreekt. Vervolgens vul je kannetjes en giet je daarmee allerlei kleurtjes op je omgevingsvisie. Dat zijn beleidsnota's, met uitzondering van het bedrijventerrein, want dat heeft een link met de regio.

Deelt meneer Deuzeman deze mening met mij of ziet hij een omgekeerde versie als een betere optie, waarbij we eerst met elkaar allerlei leuke plannetjes hebben en vervolgens kijken hoe zij passen in onze visie? De heer Deuzeman (GroenLinks): We moeten nog kijken hoe het werkt, maar in de praktijk zijn de omgevingsvisie en het omgevingsplan dat daaruit voortkomt, straks rechtsgeldig. Ik wil niet allerlei leuke plannetjes hebben; zo zou ik de beleidsplannen die er nu liggen, ook zeker niet willen noemen. Maar in de notitie over het bomenbeleid stond dat de Structuurvisie Groen uit 2009 onderdeel gaat worden van de omgevingsvisie. Hoe dat er allemaal precies uit gaat zien, weet ik eerlijk gezegd ook nog niet helemaal, maar dit betekent wel dat wij op een gegeven moment vanuit die omgevingsvisie naar een bepaald detailniveau moeten gaan. Ik ben het met mevrouw Kortekaas eens dat we dat hoogover gaan aanvliegen, maar dat kan natuurlijk geen excuus zijn om vervolgens bepaalde beleidselementen dan maar helemaal niet uit te werken, want dat betekent dat we daar in Voorschoten nog niet op kunnen sturen. Bij een thema zoals mobiliteit maar ook bij een thema zoals bomen is het toch wel de moeite waard om daar dingen over te kunnen zeggen. Ik weet dus niet precies hoe de invulling gaat zijn die Voorschoten daaraan wil geven.

Ik zou wel graag willen zien hoe wij specifieke beleidsterreinen kunnen laten landen in die omgevingsvisie. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik begrijp de zorg van de heer Deuzeman, maar ik heb er vertrouwen in - weer dat woord "vertrouwen" - dat wij een proces met elkaar aangaan dat volgende week start om weer wat meer inhoud te geven aan dat hoogover vliegen en dat we vervolgens zelf ook gaan kiezen welke kleurtjes we nog meer gaan toepassen. Ik heb er dus alle vertrouwen in dat wij er met elkaar uitkomen. Deelt u met mij de mening dat vertrouwen ook de basis is van een omgevingsvisie met je inwoners, met de raad, met de organisaties? Daar bouw je een toekomst mee op. Deelt u die mening? De heer Deuzeman (GroenLinks): Ja, ik kan alleen maar beamen dat vertrouwen in het algemeen heel belangrijk is. Dat is ongetwijfeld ook bij de omgevingsvisie het geval, maar ik kan dit in zoverre beamen dat ik daarom het college vraag om met een procesvoorstel te komen voor hoe we daarmee omgaan. Het is een open vraag hoe we dit willen aanpakken. Wij denken dat het wel belangrijk is om die discussie in de loop van dit proces ergens te hebben. Vandaar deze aanzet. De voorzitter: Er zijn verder geen vragen of opmerkingen over de voorliggende LTA. Ik vraag wethouder Van der Elst om antwoord te geven op de vraag van de heer Deuzeman. Wethouder Van der Elst: Voorzitter.

De vraag is begrijpelijk en is met zoveel woorden natuurlijk al eerder langs geweest in een commissievergadering. De Startnotitie omgevingsvisie zegt op hoofdlijnen hoe we de omgevingsvisie willen inzetten. We hebben toen naar aanleiding van een aantal vragen van diverse fracties nadrukkelijk gezegd dat we niet alle beleidsstukken gaan herschrijven, want dan blijf je bezig; dan zou je doorschieten. We begrijpen en herkennen dat er wellicht nog wat nadere duiding moet komen tussen de aansluiting tussen het "hoogoverstuk" omgevingsvisie, die natuurlijk wel zeggingskracht moet hebben, en de sectorale beleidsstukken, die wel moeten passen. We stellen voor om daar in een beknopt memo zo duidelijk mogelijk op terug te komen. Ik wil niet vooruitlopen op de inhoud van die memo, maar we willen ons graag beraden om u daarin tegemoet te komen en zo veel mogelijk nader te informeren.

Raadsvergadering 7 november 2024

36

De heer Deuzeman (GroenLinks): Allereerst dank aan de wethouder, want ik denk dat dit al grotendeels tegemoetkomt aan onze zorgen. Ik wil daar nog wel een kanttekening bij maken. Het gaat er niet om dat wij alle beleidsstukken zouden willen herschrijven bij het ingaan van de omgevingsvisie. De vraag is eerder andersom: als die omgevingsvisie er ligt en als we dan besluiten dat het tijd wordt om een sectoraal beleidsstuk te herschrijven, hoe pakken we dat dan aan? Ik denk dat dat de vervolgvraag is; die is ook meer toekomstgericht. Wethouder Van der Elst: Daar kan ik inhoudelijk wel iets over zeggen. Dan is de intentie echt dat dat, in ieder geval op hoofdlijnen, aansluit op de overkoepelende omgevingsvisie. Als je dat meer in de tijd gaat uitwerken, kan je natuurlijk veel meer zeggen, maar het moet niet strijdig worden met de omgevingsvisie, want anders kan je die opzijleggen. Toch denk ik dat het goed is, ook gelet op de beraadslaging die nog gaat volgen, dat we gaan proberen om in een memo nog wat meer duiding op papier te zetten, zodat het ook voor alle betrokkenen duidelijk is. De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik ben zeer verheugd met deze toezegging. De voorzitter: Dat is goed om te horen. Er is dus een toezegging dat het college komt met een memo over de aansluiting tussen enerzijds de omgevingsvisie en anderzijds de sectorale beleidsdocumenten.

Die toezegging nemen we zo op. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik wil een compliment uitdelen. Na eerdere opmerkingen in het verleden, zoals over boeggolven in relatie tot de LTA, hebben we nu een LTA voor ons liggen die een realistische planning vertoont, maar ook focust op uitvoering. Dat vinden wij echt heel belangrijk en we willen het college en de ambtelijke organisatie daarvoor bedanken. De voorzitter: Dank. Ik constateer dat er verder niemand nog iets wil zeggen. Ik sluit dus de beraadslaging en we gaan over tot de stemming. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 5.

Overig

De voorzitter: Hiervoor zijn er geen punten. 6.

Sluiting

De voorzitter: Ik wil namens de raad onze grote dank uitspreken aan de ambtelijke organisatie voor al het werk aan de begroting, de wijzigingen en de LTA. Ongelofelijk veel dank daarvoor. (Applaus) Ik wens u nog een fijne avond. Degenen die van voetbal houden, kunnen nog drie kwart van de wedstrijd zien. Hopelijk wordt het net zo'n mooie avond als wij hier vanavond hebben gehad. De voorzitter sluit om 21.21 uur de vergadering. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 12 december 2024. De griffier, ValidSigned door B.J. Urban op 17-12-2024

Drs. B.J. Urban

Raadsvergadering 7 november 2024

De voorzitter, ValidSigned door Nadine Stemerdink op 17-12-2024

Drs. N. Stemerdink

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=6c56057b-19b2-407b-8327-07dabc62e847