Notulen raadsvergadering 11 juli 2024 (get.)
Tekst van het document
van mening dat: d.
de reserve Sociaal domein hard nodig is om de aankomende tekorten op het sociaal domein op te vangen;
Besluit: Het raadsvoorstel als volgt te wijzigen: 1. De aanschafkosten van het cliëntvolgsysteem (Kadernota bladzijde 12) te dekken uit de concernreserve;." "Amendement 305.
Raadsvergadering 11 juli 2024
31
De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 11 juli 2024, gezien het raadsvoorstel nr. 7 Kadernota d.d. 11 juli 2024, constaterende dat: a. b. c.
Voorschoten de komende jaren in financieel zwaar weer terechtkomt; in moeilijke tijden moeilijke keuzes moeten worden gemaakt; de prioriteit moet worden gelegd bij wettelijke taken van de gemeente, zoals Wmo en jeugdzorg en de overheidstaak wonen;
van mening dat: d.
in de Kadernota nu prioriteiten worden benoemd die wel wenselijk, maar niet noodzakelijk zijn;
Besluit: Het raadsvoorstel als volgt te wijzigen: 1. Prioriteiten 2, 3 en 4 uit de Kadernota te schrappen als prioriteiten; 2. Het sociaal domein als nieuwe prioriteit 2 toe te voegen aan de Kadernota;." De voorzitter: Deze amendementen worden toegevoegd aan de lijst die we allemaal hebben. We zijn gekomen aan het einde van de eerste termijn. Ik stel voor dat we gaan schorsen om te eten en voor politiek overleg. U heeft een overzicht gekregen van de moties en de amendementen. Daarin staat ook de volgorde waarin zij in stemming zullen worden gebracht. We hebben ze geclusterd, want er zijn voorstellen over hoe het tekort kan worden verminderd via verhoging van inkomsten of verlaging van uitgaven. De overige voorstellen gaan over onderwerpen waar al dan niet geld bij moet. Op die manier hebben we ze geclusterd. Die volgorde ziet u in de bijlage die u vanmiddag is toegestuurd en waaraan, zoals gezegd, de amendementen worden toegevoegd die zojuist door de SP zijn ingediend. Mevrouw Van Meenen (VVD): Ik heb nog een vraag over onze orde. We zouden een vergadering van het presidium houden. De voorzitter: Dat wilde ik net zeggen: tot slot wil ik het presidium vragen om naar mijn Kamer te gaan. Dan houden we daar eerst de korte vergadering van het presidium. De vergadering wordt enige tijd geschorst.
De voorzitter: Ik verzoek het college de door de raad gestelde vragen te beantwoorden en gelijk in te gaan op de moties en de amendementen die in hun portefeuille aan de orde zijn. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Allereerst dank aan alle fracties voor hun zeer gewaardeerde inbreng. Ik wil graag de inbrengen respectievelijk langslopen voor zover zij mijn portefeuille betreffen. Eerst heb ik een paar opmerkingen in algemene zin waarmee ik feitelijk voor een deel ook inga op gestelde vragen. In de afgelopen jaren hebben we natuurlijk al meermaals gesproken over het zogenoemde ravijnjaar, dat alleen maar dichterbij komt. Het Rijk laat de gemeenten in de steek. Daar komt het in financiële zin nog steeds op neer. Daar weten we inmiddels natuurlijk een heleboel van. Er zijn dus ombuigingen nodig. Daar gaan we vandaag nader op in. Er zullen geen leuke afwegingen gemaakt moeten worden om langetermijnbegrotingssaldi, al is het in concept, op orde te krijgen en investeringen bij te stellen. Er zal nee gezegd moeten worden over dingen die we samen liever wél hadden willen doen of we doen dingen wél maar minder of later. De uiteindelijke besluitvorming daarover is aan u, aan de raad. De beste manier in het belang van Voorschoten en alle inwoners om deze financiële uitdaging het hoofd te bieden, is om hierin samen op te trekken.
De inbreng van mevrouw Mieremet van D66, die met een gelukspoppetje eigenlijk ook aangeeft dat de beste afloop is als we het samen doen, wordt zeer gewaardeerd. Dat is een waar woord.
Raadsvergadering 11 juli 2024
32
In algemene zin is er vanuit verschillende fracties gereageerd op wat aangekondigd was in de Kadernota die we precies een jaar geleden behandelden. Dat is waar. Daar stond in geannonceerd dat we nu met meer concreetheid met draaiknoppen of tegenmaatregelen zouden komen. Het volgende is echter aan de hand. De VNG heeft de gemeenten in Nederland eind maart opgeroepen om dit juist niet te doen en om de pijn en de problemen zo veel mogelijk juist wél in kaart te brengen. Inmiddels is afgerond zo'n 75% van de Nederlandse gemeenten zover met hun respectievelijke kadernota of kaderbrief, hoe die ook heet, dat duidelijk is hoe groot de problemen zijn en hoeveel miljarden ontbreken. De VNG heeft bovendien opgeroepen om te wachten op de Meicirculaire, omdat daarin de onderhandelingsresultaten tussen de VNG en waarschijnlijk het demissionaire kabinet - ik weet niet of het nieuwe kabinet daar heel veel part of deel aan gehad heeft - hun weerslag zouden krijgen. De weerslag van die onderhandelingen zien we; die valt dus ook nog eens tegen. Maar die Meicirculaire is gekomen nadat de Kadernota in elkaar zat. Er staat ons - en met ons ten minste 300 gemeenten in Nederland - dus een uitdaging te wachten om tussen de Kadernota en de begroting het nodige te doen.
Daarvoor hebben we nog even tijd - daar kom ik nog een paar keer op terug - want in de nu voorliggende Kadernota ligt voor 2025 een structureel reëel dekkend saldo voor. Ook de beleidslijnen waarlangs het college dit verder zal uitwerken, liggen erin. Er is dus wel een kader en we hebben in principe nog tot november volgend jaar voordat de begroting van 2026 definitief wordt vastgesteld. Samengevat: was het maar zo dat er bij het Rijk een vuurtoren was waar we voortdurend naar konden kijken. Tegen mevrouw Schroot, die dit met deze mooie beeldspraak heeft ingebracht, zeg ik dat er één probleem is: die vuurtoren staat er wel, maar de lamp is hartstikke stuk en de vuurtoren weet niet meer dat het een vuurtoren is en zendt geen duidelijkheid uit. We weten wat dat betreft niet wat we moeten doen; we moeten het zelf oplossen. We hadden het graag anders gezien, maar er zijn echt kaders die maken dat het volstrekt onduidelijk is wat je moet doen. We hebben gekozen voor deze richting. Ik kom nu bij de inbrengen van de geachte afgevaardigden, te beginnen met de heer Deuzeman van de fractie van GroenLinks. Of er wel of niet kaders in staan? Wij denken toch dat die er, als je goed kijkt, voor 2025 wel degelijk in staan: hoe komen wij langs lijnen tot een structureel en reëel sluitende conceptbegroting? Fijn dat u ziet dat het college slagen wil maken.
Dat willen we ook graag, samen met onze ambtenaren. Ik heb al betoogd waarom de Meicirculaire niet in de Kadernota opgenomen is. Dat is overigens iets wat we al jaren doen; zij zit er als bijlage wel bij, maar zij is te laat om meegenomen te worden in de Kadernota. Wij hopen met u dat het nieuwe kabinet de problemen in gemeenteland nu eindelijk eens een keer in beeld krijgt en er iets aan doet. Ergens zal de wal het schip keren, maar wanneer en hoe? U roept op om vooral ook naar de inkomstenkant te kijken. Die oproep om niet alleen naar de kosten en de uitgaven te kijken maar ook naar de inkomstenkant, is door meerdere fracties gedaan. Daarvoor wil ik verwijzen - ik pak het er even bij - naar de inleiding van de Kadernota, de vierde regel van de tweede alinea: "Duidelijk is dat verdere ombuigingen, bezuinigingen en/of verhogingen van inkomsten noodzakelijk zijn om de komende vier jaar tot een positief resultaat te komen." Het staat erin; dus we zien het en we weten het. Het gaat dus niet alleen om de uitgavenkant. De heer Posthuma (PvdA): Ik heb dat stukje ook gelezen. Sterker nog: ik refereer daaraan in een amendement dat ik heb opgesteld. Het punt is echter dat in de uitwerking helemaal niet naar de inkomstenkant wordt gekeken.
In de digitale Voorschotense Krant zag ik de wethouder gisteren letterlijk zeggen: "Ik kijk alleen maar naar beperking van de uitgaven." U doet nu een beetje alsof wij een beetje gek zijn, maar volgens mij is het dus precies andersom. Wethouder Van der Elst: Dat laat ik in het midden. Als er twee gekken in één kamer zitten, kan het trouwens best gezellig worden, maar dat zeg ik in z'n algemeenheid; ik zou niet weten op wie ik doel. De focus ligt nu op de lastenkant; dat is wat hier bedoeld is. De Kadernota zegt wat die zegt en dat staat er niet voor niks. De heer Posthuma (PvdA): Ik neem dan aan dat u ons amendement kan omarmen en aan de raad kan overlaten. Wethouder Van der Elst: Het staat al in de Kadernota. Als we dan dingen moeten gaan amenderen of met moties … Het staat er letterlijk al in. Dat is waar we nu zijn. Ik kom straks terug op hoe wij reageren op de moties en de amendementen.
Raadsvergadering 11 juli 2024
33
De voorzitter: Voordat u verdergaat, is er de derde en laatste interruptie van de heer Posthuma. De heer Posthuma (PvdA): Dan snap ik niet zo goed waarom u in de Voorschotense Krant precies het tegenovergestelde aangeeft. Het komt dus ook voort uit uw eigen reactie in de krant. Ik verzin dit niet. Wethouder Van der Elst: Het klopt: de prioriteit en de focus liggen op de uitgaven- en lastenkant. Dat is echt waarvan we denken dat we het daarvan moeten hebben. Wat je ook zou willen doen aan die inkomstenkant, dat is waarschijnlijk een marginaal stukje, maar het staat in de Kadernota; dat is óók waar. Mevrouw Kortekaas (CDA): Meneer Posthuma, u heeft het over de Voorschotense Krant. Bent u zich ervan bewust dat u in mijn beleving ook een voorschot heeft genomen op de uitkomst van vanavond? Daar staan ook allerlei dingen over in de krant. Daar mag u even op reageren. De heer Posthuma (PvdA): Ik geloof dat mevrouw Kortekaas mijn punt niet helemaal heeft gevat. Het gaat mij niet om het punt dat de wethouder een voorschot heeft genomen in de krant. Het gaat erom dat wat hij in de krant zegt, precies het tegenovergestelde is van wat hij in de Kadernota heeft gezegd. Mevrouw Kortekaas (CDA): Bent u het met mij eens dat een krant misschien een beperkte weergave is van wat er allemaal besproken wordt en niet het hele verhaal? Ik vind wat u nu zegt niet relevant.
Laat de wethouder alstublieft rustig uitleggen hoe de keuzes zijn gemaakt. De heer Posthuma (PvdA): Ik zou het even aan de krant kunnen vragen, omdat die toevallig aanwezig is, maar als u de wethouder goed heeft beluisterd, heeft u gehoord dat hij eigenlijk letterlijk bevestigt wat er in de krant is opgeschreven. Ik kan dus volgens mij zeggen dat de Voorschotense Krant dit heel waarheidsgetrouw heeft opgeschreven. De voorzitter: Ik hecht eraan om op te merken dat de media altijd onafhankelijk zijn. Dus discussies over wat er in de krant staat … Dat is wat het is en dat is altijd de waarheid. Dat heb ik geleerd, ondanks ervaringen die ikzelf heb gehad, niet hier maar in mijn vorige leven. De media mogen dingen opschrijven. Wethouder Van der Elst, vervolg uw beantwoording. Wethouder Van der Elst: Waar ligt de grens van het acceptabele als je focust op het snijden en beperken van kosten en uitgaven? Dat is nou juist het probleem: we zullen dat samen moeten uitzoeken. Er is geen boekje waarin dit staat. De overheid gaat over wat er via het Gemeentefonds op ons afkomt. De provincie is toezichthouder en grijpt in als we er een puinhoop van maken. We hebben in het coalitieakkoord afgesproken dat we dat niet zouden doen. Dat is ook een grondslag waarmee u dit college in de stoel gezet heeft en daar houden we ons maar even aan. Er is ook nog een nota Schuldenbeheersing uit 2022.
In bijna alle gemeenten van Nederland mag vervolgens de gemeente - dat zijn wij met elkaar, zowel de raad als het college en ook de ambtenaren - de puinzooi opruimen. Dat is waar we nu voor staan. Mevrouw Schroot (D66): Wij zijn het er helemaal mee eens dat we als gemeenten voor de taak staan om de puinhopen op te ruimen die we vanuit het Rijk gepresenteerd krijgen, maar hoever is het college bereid daarbij te gaan als inwoners daar echt enorm veel last van krijgen? Waar ligt de grens? Wethouder Van der Elst: Dat is een hele lastige. Ik kan dat ook niet zomaar in een paar woorden uitspreken, want dat gaat over tal van terreinen en perspectieven, die ook nog afhankelijk zijn van persoonlijke situaties. We zullen daar uiteindelijk samen als raad een besluit over moeten nemen. Het is niet alleen aan het college om dat te vinden; dat is aan de raad als hoogste orgaan. Mevrouw Schroot (D66): Ik ben blij te horen dat we dat samen moeten bespreken, maar had dat dan niet nú gemoeten? Had dit niet nú voorgelegd moeten worden aan de raad? Wethouder Van der Elst: Dat is een kans en we hadden dat ook wel gewild, maar de VNG heeft ons juist ontraden om dat te doen. De VNG zegt: laat nou zien hoe erg het is waar je nu voor staat
Raadsvergadering 11 juli 2024
34
en ga vervolgens met elkaar aan de slag om het op te lossen. 75% van de Nederlandse gemeenten heeft dat gedaan, net als wij. De voorzitter: De derde en laatste interruptie, mevrouw Schroot. Mevrouw Schroot (D66): Volgens mij adviseert de VNG colleges ook om de raad mee te nemen in de moeilijke keuzes die gemaakt moeten worden. Dat missen wij. Wethouder Van der Elst: We zullen dat zo goed mogelijk doen, maar capaciteit is een item, tijd is een item en complexiteit is een item. We doen dus ons best. De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik kan me grotendeels aansluiten bij de vragen van mevrouw Schroot, maar u zegt nu dat capaciteit een probleem is. Er is ons een jaar geleden toegezegd dat we het hier zouden hebben over de keuzes en de impact van die keuzes. Dat bijt helemaal niet met het in kaart brengen van hoe groot de problemen zijn. Sterker nog: de impact op de inwoners kunnen laten zien is een cruciaal onderdeel van laten zien wat dit betekent voor een dorp als Voorschoten. Als ik de wethouder hier nu hoor zeggen dat er geen capaciteit is om deze keuzes in kaart te brengen, hoe gaan we dat dan doen richting de begroting? Want dat is exact wat er de komende maanden moet gebeuren en dat is de afgelopen twaalf maanden kennelijk niet gelukt. Wethouder Van der Elst: Er was een VNG-advies en dat heb ik net gememoreerd.
De VNG zei: wacht nou af totdat de onderhandelingen die gaande zijn, gereflecteerd worden in de Meicirculaire. Dat viel haar tegen, maar dat was te laat om in de Kaderbrief mee te nemen. Ik wilde sowieso zeggen - als ik het goed heb gehoord, heeft u dat ook in uw inbreng ingebracht - dat we pas in november 2025 besluiten gaan nemen over de begroting voor 2026. Wat dat betreft hebben we dus nog echt heel veel meer dan een jaar. We gaan onze uiterste best doen om u zo goed mogelijk in stelling te brengen en te betrekken. De heer Deuzeman (GroenLinks): Als wij in november 2025 gedragen besluiten willen nemen over zoiets ingrijpends, denk ik dat we daar vóór november 2025 zicht op moeten hebben. Dat is de tijd die wij nu nog hebben om dit op te pakken. Ik heb een aanvullende vraag. Ik hoor de wethouder nu zeggen dat er gewacht moest worden tot de Meicirculaire, maar die Meicirculaire vertelt ons dat wij al in 2025 een probleem hebben, aanvullend op de Voorjaarsnota. Hoe gaan we dat oppakken? Dat is immers een veel kortere termijn. Dit is niet alleen een probleem dat we ergens over anderhalf jaar moeten oplossen; dit is een probleem voor deze zomer en dit najaar. Wethouder Van der Elst: Dat is een duidelijke vraag van de heer Deuzeman. Het antwoord staat net zo duidelijk in de Kadernota, want daarin staat hoe we het gaan oplossen.
Als de Meicirculaire het geprognosticeerde positieve saldo voor 2025 omlaag duwt, willen we dat dekken door dekking te halen uit de concernreserve tot je op het nulpunt komt. Dat mag; dan voldoe je nog steeds aan de taakstelling van de toezichthouder. Dat is hoe we het willen doen. Wat dat betreft is er dus vertrouwen in een reëel en structureel sluitend saldo van de begroting voor 2025, en we hebben nog tijd voordat we de definitieve besluiten moeten nemen voor de eerstvolgende begroting. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer Deuzeman. De heer Deuzeman (GroenLinks): U zegt "een reëel structureel sluitend saldo", maar het zorgelijke is dat wij structurele tekorten hebben. Door die te dekken met een incidentele baat, uit een reserve, hebben wij niet plotseling een reëel structureel sluitende begroting. Ik denk dat we weliswaar op de nul kunnen komen, maar dat ook de toezichthouder gaat zeggen dat wij wel degelijk een structureel probleem hebben. Hoe wil de wethouder daar dan op gaan reageren? Wethouder Van der Elst: Als volgt. Zolang je een solvabiliteit hebt die hoger is dan 20%, wat bij ons het geval is, is het toegestaan - dat is veranderd; dat is aangescherpt - om maximaal 10% van de vrije concernreserve, ook al is die incidenteel, te gebruiken om dit soort zaken te dekken. Je voldoet dus echt aan de regelgeving en we krijgen er geen problemen mee.
Het is natuurlijk niet lekker. Het is een aller-, aller-, allerlaatste noodgreep, want je trekt dan van lieverlee wel je concernreserve leeg. Denk dan dus niet dat je het lek boven water hebt, maar als een hinkstapsprong tussendoor zou je het een keer kunnen doen. Zo moet je het volgens mij lezen. De voorzitter: Ik stel voor dat de wethouder nu even de overige vragen gaat beantwoorden.
Raadsvergadering 11 juli 2024
35
Wethouder Van der Elst: Goed, voorzitter, ik ga een paar meters maken. De fractie van de VVD, mevrouw Van Meenen, had het over zelf verantwoordelijkheid nemen. Ja, dat doen we graag. Dus waarvan akte; we zitten er precies zo in. Dat veel projecten nu concreet worden doorgezet en dat er resultaten worden geboekt, is ook waar. Investeringen zijn hoog; daar wordt aan gewerkt. Dat hebben we aangegeven in de Kadernota. Er is een langetermijnplanning die staat zoals die staat en we geven duidelijk aan dat we daar wat aan moeten doen. Dat kan op verschillende manieren, in ieder geval door uitgaven te temporiseren, want daar zal je een effect van zien in de ontwikkeling van je schuldquote. Woningbouwprojecten prioriteren enzovoorts: ja, het is waar. We begrijpen het en ik kom straks terug op uw motie. Tegelijkertijd is er natuurlijk wel een prioriteitsstelling vanuit het college: wonen, wonen, wonen. U weet er alles van, maar we kunnen niet alles tegelijk; ook dat is waar. We houden het in reële proporties, zoals we dat in alle opzichten proberen te doen. Toch wil ik kwijt - de heer Maassen doelde daar feitelijk ook op - dat als je nu gaat remmen op nieuwe woningbouwprojecten, je pijplijn gedurende een aantal jaren leeg raakt. Dan heb je straks - ik durf het bijna niet te zeggen - minder te doen dan je zou willen.
Je moet dus ook heel zorgvuldig naar de vulling van die pijplijn kijken als je een aantal jaren niks doet. Realistische verwachtingen: dat klopt; daar proberen we onze uiterste best voor te doen. U geeft het Cultureel Centrum hoge prioriteit. Dat is vanuit mijn portefeuille Cultuur natuurlijk fijn om te horen. Ik kom bij de reactie op twee moties. In motie 332 wordt het college opgeroepen - het is wat scherper geformuleerd - om aan de kant van het financiële management een aantal zaken te doen. We kunnen ons vinden in die motie. Het college zal u bij de uitwerking richting de begroting voorleggen hoe we deze keuzes willen invullen. Zeker de basisvoorzieningen zo veel mogelijk in stand houden: dat is een waar punt. We gaan hier dus in die zin mee akkoord dat we de motie graag ondersteunen. In motie 333 wordt opgeroepen om in de woningbouwprojecten te kijken naar realiteitszin enzovoorts. We steunen dat wel, omdat we in politieke zin geloven dat aan u als raad alle kansen gegeven moeten worden om in moties uw wensen mee te geven. Zo kunnen we moeilijk nu al zeggen dat we bepaalde wensen afkeuren, want dan zijn we al bezig met besluitvorming. Dat kunnen we dus niet doen. Ik wil u er wel op wijzen dat uitgerekend vanuit uw fractie weleens geroepen wordt: hoe staat het nou toch met die Moeder Godskerk? We moeten dus wel oppassen dat we het één niet uitsluiten met het ander.
Dat wil ik u meegeven. Mevrouw Kortekaas (CDA): Naar aanleiding van de opmerking van de wethouder zou ik graag willen horen wat de motie van de VVD over de focus op de inzet op wonen betekent voor bijvoorbeeld Starrenburg III. Wethouder Van der Elst: Ook dat zijn keuzes, maar we geloven niet dat het opportuun is om Starrenburg III op de een of andere manier nog in de vertraging te zetten. Bovendien is dat het grootste woningbouwproject dat we hebben. Laten we dat dus maar doorzetten met 356 woningen. Mevrouw Van Meenen (VVD): Wethouder Van der Elst zegt dat wij regelmatig geroepen hebben: wanneer gaan we nou iets doen met de Moeder Godskerk? Dat hebben we al enige tijd geleden laten varen, precies omdat we keuzes willen maken. De voorzitter: Wethouder, vervolg uw beantwoording. Wethouder Van der Elst: Ik kom bij de fractie van D66, bij mevrouw Schroot. Ik denk dat ik in feite al geantwoord heb op veel van wat u inbracht, inclusief de vuurtoren. Was die er maar! Dat is een behoorlijk dilemma. Hoe invloed op keuzes? We gaan u zo goed mogelijk betrekken en we hebben nog even de tijd. Het heeft weinig zin om te proberen u niet te betrekken, want u gaat er uiteindelijk toch over, maar het is een uitermate complexe materie. Het is ook niet zo dat we dit zomaar even kunnen oplossen met elkaar. We kunnen er samen alleen maar zo goed mogelijk mee omgaan.
Ik denk dat dat een reëel beeld is en dat hebben we nu voor ons. Definitief oplossen hangt echt ook af van hogere machten, die je bij het Rijk terugvindt.
Raadsvergadering 11 juli 2024
36
Tot welke prijs? Dat heb ik al genoemd: dat is nou precies de afweging waar we voor staan. Daarbij kunnen een heleboel verschillende meningen naar voren komen. We zullen het samen horen. Mevrouw Schroot (D66): Ik hoop dat de wethouder ook van het reces gebruik gaat maken om even te gaan drijven en niet gefocust te zijn op een wel of niet werkende vuurtoren, maar wanneer gaan we het over die prijs hebben en wanneer komt het college met voorstellen naar de raad? Wethouder Van der Elst: In ieder geval in de cyclus richting de begrotingsraad 2025. Dan hebben we dus nog een jaar om met elkaar dingen verder uit te werken, maar we willen wel met een concept komen: zo zou het in ieder geval kunnen. Dat gaan we aan u voorleggen. Mevrouw Schroot (D66): Komen er dan ook zulke goede feiten op tafel dat we onze verkiezingsprogramma's daarmee kunnen voeden? Want er ligt wel iets op tafel voor heel Voorschoten, waar we het met elkaar over moeten hebben. Wethouder Van der Elst: Dat vind ik een lastige, want ik ga natuurlijk niet over het verkiezingsprogramma van uw partij. Dus wat u daarin wilt opschrijven … Ik begrijp de gedachte wel. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Daar kan je iets van vinden in een verkiezingsprogramma. Ja, dat lijkt mij wel. De voorzitter: De derde en laatste interruptie, mevrouw Schroot.
Mevrouw Schroot (D66): Ik ga de wethouder zeker niet vragen om ons verkiezingsprogramma te schrijven. Daar zijn we zelf prima toe in staat, maar ik wil wel graag dat het college de feiten op tafel legt waarmee we te maken hebben. Waar ligt de wal die het schip gaat keren? Wat kunnen we wel aan en wat niet? Op alle vragen die ik heb gesteld, wil ik graag meer inzicht hebben voordat de verkiezingsprogramma's worden geschreven. Wethouder Van der Elst: Wat wel of niet kan en wat wel of niet aanvaardbaar is en in hoeverre je voor je samenleving qua cijfers van 8 naar 7 of 6 moet gaan, is echt een individuele interpretatie. Ik kan daar nu niets anders over zeggen dan dat we u via het proces dat we willen inzetten, willen betrekken en voorstellen aan u willen voorleggen. De samenwerking met buurgemeenten of misschien met gemeenten een beetje verder weg en natuurlijk het opzoeken van de gemeenschappelijke regelingen: dat zullen we zeker doen. Voorschoten Lokaal, de heer Van Duivendijk, sprak over de prioriteiten. De financiën op orde staat inderdaad hoog in het vaandel, ook van dit college. We zullen trouwens wel moeten, want anders ontstaat er een probleem en dan ben je buiten machte om er nog iets aan te doen, zal de provincie de buikriem fors aanhalen enzovoorts, enzovoorts.
Gaat het bij die aftopping van investeringen om € 6 miljoen of meer? We moeten natuurlijk ook weer oppassen dat we niet verschotten, maar wat nu in de langetermijnbegroting staat, is wel een beetje fors; dat is zeker waar. We bezuinigen niet klakkeloos, want dat zou ondoordacht zijn. Elke stap die we kunnen zetten, doen we zo goed mogelijk overwogen. De focus op hoofdzaken: zeker, dan gaat het sneller, ook als het laaghangend fruit is; dan moet je daar zeker op focussen, maar dat is er niet zoveel. Dan kom ik bij de inbreng van de heer Posthuma. Het werk voor hoe en waar bezuinigd zou kunnen worden en misschien de andere kant op qua lasten is nog niet klaar. Dat is echt nog onderhanden. Anders had het misschien wel anders gelopen, maar dat is nog niet klaar. Op uw prioriteit voor het sociaal domein kom ik straks nog terug bij de reactie op de amendementen, maar in algemene zin verwijs ik naar wat we in het kader van de beantwoording van schriftelijke vragen van de gecombineerde commissie al beantwoord hebben. Dat was vraag 30 in een lange lijst. D66 vroeg met zijn zesde vraag hoe het zit met die top 4 van prioriteiten. Die vraag hebben we beantwoord, waarbij we hebben beargumenteerd waarom die vier erin staan, namelijk omdat de besluitvorming in het verleden niet al te veel daadkracht, doorpakken en dingen fiksen uitstraalde. Daarom hebben we ze bovenin gezet.
We hebben toegevoegd - hoewel dat een politieke vraag is, hebben we die deze keer toch schriftelijk beantwoord - dat dit onverlet laat dat er daarnaast ook nog een brede reeks van andere belangrijke onderwerpen is die ook grote aandacht hebben, waar we verder inzet aan geven en daarmee ook resultaten boeken. Ik heb mondeling in de commissie gezegd dat je uiteraard in ieder geval moet denken aan het sociaal
Raadsvergadering 11 juli 2024
37
domein - uit alle cijfers blijkt dat we daar grote problemen ervaren - en een sterke ambtelijke organisatie, want zonder die hebben we helemaal niks meer te wensen met elkaar. Dat heb ik met u gedeeld. De heer Posthuma (PvdA): Ik vind het een prachtige volzin en ik heb die met veel belangstelling meerdere keren achter elkaar gelezen. Het punt blijft nog steeds dat mijn partij het daar niet mee eens is en dat wij vinden dat die prioriteit daar gewoon in moet komen te staan. U kunt diezelfde antwoorden op de vragen nog een keer herhalen, maar we zijn het niet met u eens. Ik heb hopelijk kunnen uitleggen waarom dat zo is. Ik hoop dat u nog voortschrijdend inzicht heeft. Het is nooit te laat, zou ik zeggen. Wethouder Van der Elst: Ik heb ooit gehoord: als je stopt met leren, ben je bijna dood. Laten we dat dus niet met elkaar afspreken, maar het is ook niet erg als we het niet helemaal met elkaar eens zijn. Als we maar eenzelfde richting in onze gedachten hebben en die hebben we: u sloot af met "onze samenleving is van ons allemaal" en wij denken daar precies zo over. De heer Posthuma (PvdA): We hebben een amendement ingediend om in september nog een discussie te gaan voeren over de echte Kadernota, waar we het dan over moeten gaan hebben. Als ik het zo hoor, wilt u het graag samen doen.
Dat hoorde ik in uw reactie op mevrouw Schroot en ook in uw reactie op meneer Deuzeman: "allemaal samen", "elkaar betrekken", "we gaan het samen doen". Dan neem ik aan dat u ons amendement met volle zwaarte omarmt en meeneemt. Wethouder Van der Elst: Ik was zo blij met die laatste volzin omdat we het toch wel eens waren, maar ik moet ook nog iets zeggen over twee amendementen. Amendement 301 gaat inderdaad over de prioritering. Die onderwerpen zijn in 2024 en eerdere jaren ook al met prioriteit opgepakt. Wij zijn daar met een enorme hoeveelheid tijd en energie mee bezig, ook in de portefeuille van andere wethouders. Ik verwees al naar de beantwoording van die schriftelijke vragen. Daar wil ik toch mee volstaan. Dat betekent dat we het zo met elkaar eens zijn dat we dit een toevoeging vinden die weinig hout snijdt. We overwegen dus toch om dit de raad te willen ontraden. Verder is het aan u hoe hier verder mee om te gaan. De voorzitter: De laatste interruptie. De heer Posthuma (PvdA): Het ging mij om amendement 302, niet om amendement 301. Wethouder Van der Elst: Daar kom ik ook op terug, want dat is het amendement na amendement 301; dan komt amendement 302. De heer Posthuma (PvdA): Ik ben blij dat de wethouder Financiën kan rekenen. Wethouder Van der Elst: Dat is nog niet gezegd, maar in volgorde zetten lukt nog weleens.
Het amendement vraagt om de Kadernota 2025 vast te stellen als uitgangspunt enzovoorts. Dat is het: het is een uitgangspunt van waaruit je vervolgens maatregelen gaat nemen. Het is dus een piketpaal, die hier voor staat voor 2025: is het sluitend enzovoorts? Er is een sluitende begroting voor volgend jaar. Wat wij doen, is in lijn met het VNG-advies, waar ik al uitgebreid op in ben gegaan. Dat is feitelijk wat het is. Het wordt een beetje ingewikkeld om in september met een tussenbalans te komen met verschillende varianten van begrotingen, doorgerekend en wel, tot en met de langetermijninvestering. We gaan u zo goed mogelijk betrekken, maar ik ga nu niet toezeggen dat we die tussenbalans in september gaan fiksen. Dat kan ik niet maken. De voorzitter: De derde en laatste interruptie op dit punt, meneer Posthuma. De heer Posthuma (PvdA): De wethouder heeft het iedere keer over de VNG. Volgens mij heeft de VNG niet gestemd. Zij geeft een advies. U heeft afspraken gemaakt met het hoogste orgaan in deze gemeente, namelijk de gemeenteraad. U kunt iedere keer wel naar de VNG verwijzen, maar u heeft met ons die afspraak gemaakt. U heeft dat zelf in de Kadernota van 2024 gezet. Dat is iets waar wij op zitten te wachten. Ik heb helemaal niks met die VNG te maken; ik heb met u te maken en u heeft met ons te maken. Ik wil ook graag dat u daar op die manier op reageert.
De voorzitter: En dat alles via de voorzitter in de richting van de wethouder.
Raadsvergadering 11 juli 2024
38
Wethouder Van der Elst: Ik dacht net dat we elkaar gevonden hadden in het samenwerken in deze samenleving. Ik denk dus dat het en-en-en is. Maar goed, we begrijpen de gedachte, we hebben de keuzes gemaakt zoals we die gemaakt hebben en we doen het zo goed mogelijk. Daar kunt u het mee oneens zijn. Dat is dan te respecteren; laat ik het daarbij laten. Ik heb nu gereageerd op beide amendementen van de PvdA. De fractie van het CDA noemde een lange rij zaken waar inderdaad veel inzet wordt toegepast, ook door onze ambtenaren. Het is fijn dat u bevestigt dat u resultaten ziet. U noemt een breed aantal zaken waaraan je in een lokale samenleving zou moeten voldoen. Dat lukt aan deze kant niet altijd en dat zal in de toekomst misschien weleens nog wat lastiger worden. Dat heeft dan toch weer te maken met die vermaledijde bedragen uit het Gemeentefonds. Tot slot de heer Maassen van de SP. Kort samengevat: het ziet er niet goed uit. Dat klopt. Is de heer Maassen in de buurt? Wilt u dit anders aan hem doorgeven? Hij zal het vast wel horen. Het ziet er inderdaad niet goed uit. We delen die mening, en allen met ons. Ik denk dat we genoeg zijn ingegaan op de achtergronden en daarmee ook op de oorzaken. Fijn dat u woningbouw ook prioriteit geeft. Dat is toch wel een dingetje. We hebben elkaar daarover ook het nodige beloofd en toegezegd.
Wat amendement 305 betreft wil ik verwijzen naar het antwoord dat ik zojuist heb gegeven over amendement 302 van de PvdA, want die amendementen zijn vergelijkbaar. Wij ontraden dus om de prioriteitsstelling nu te gaan veranderen. De voorzitter: Ik geef het woord aan wethouder De Bruijn voor de beantwoording van de vragen en de reactie op de ingediende moties en amendementen. Wethouder De Bruijn: Voorzitter. We hebben een en ander met elkaar afgestemd. Voor mij blijken er slechts nog twee moties te behandelen. De rest zal straks door collega Schokker worden opgepakt of is al behandeld door collega Van der Elst. Ik begin met motie 330 van het CDA over het gevelfonds in het centrum. Het college ontraadt deze motie. Het is een redelijk adhoconderwerp dat ineens komt oppoppen en dat we destijds niet met elkaar hebben afgesproken bij de Ontwikkelvisie Centrum. Daarnaast merkte ik bij een klein rondje door het centrum bij de ondernemers dat eigenlijk geen hond hierop zit te wachten. Ik zou dit dus eigenlijk willen ontraden. Motie 335 gaat over de Leidse Sleutelpas. Ik refereer aan de eerdere discussie die we hebben gehad over het minimabeleid. Daarbij hebben we ook over dit onderwerp gehad, waarbij we als college al hebben aangegeven dat we dit onderwerp van Leiden in de gaten houden en dat we eigenlijk ook al aangelijnd zijn.
Zodra er informatie vanuit Leiden is, krijgen wij die ook. De huidige stand van zaken is dat Leiden op zoek is naar een projectleider. Daar heeft Leiden ook middelen voor opgenomen in haar Kadernota. Zodra die aan de gang is, zal hij of zij ook bij ons langskomen. Wij verwachten daarbij ook een uitgewerkt voorstel. Dat betekent eigenlijk - ik zeg het eerlijk - dat de motie overbodig is, omdat wij dit al op die manier oppakken. Wel wil ik aangeven dat ik hier best ook wel wat zorgen over heb. Gelet op de financiën en de discussie die we hier hebben, verwacht ik dat dit niet goedkoop is. Het zal dus echt een afweging worden van kosten maar ook baten. Het moet niet juist ten koste gaan van wat we aan deze doelgroep geven. Daarnaast geef ik meteen mee - daarmee zeg ik misschien al te veel - dat ik me er ook zorgen over maak of er, zolang wij bij Leidschendam-Voorburg zitten, de mogelijkheid is om aan te sluiten. Maar goed, op termijn, als we daar meer duidelijkheid over hebben, zullen we daarop terugkomen. De voorzitter: Ik geef het woord aan wethouder Schokker voor de beantwoording van de vragen en de reactie op de moties en amendementen in zijn portefeuille. Welkom, meneer 't Lam! Wethouder Schokker: Voorzitter. Ik ga in op een aantal gestelde vragen en vervolgens op de diverse moties die onder mijn portefeuille vallen.
Ten eerste de aan mij doorgeleide vraag van het CDA en meneer Posthuma over het jeugd- en jongerenwerk. Er is gevraagd of we het kunnen verantwoorden. We hebben net de hele beantwoording gehad van de schriftelijke vragen. Daarnaast verloopt die subsidie via Voorschoten voor Elkaar, dat daar gewoon een financiële verantwoording van geeft. We kunnen dit dus gewoon verantwoorden. Het CDA had een aantal vragen in de voordracht van mevrouw Kortekaas. Zij vroeg om in te zetten op preventie. In de Kadernota wordt een pilot genoemd met een pedagogisch adviseur bij het Centrum voor Jeugd en Gezin. Dat is eigenlijk typisch een voorbeeld van preventie. Door het college wordt voorgesteld om daar € 15.000 naartoe te laten gaan. In die zin wordt er dus ingezet
Raadsvergadering 11 juli 2024
39
op preventie. Daarnaast vindt via Voorschoten voor Elkaar een heleboel preventie plaats. Er wordt dus op verschillende manieren ingezet op preventie. U vroeg of zowel in de regio als lokaal alles op alles zal worden gezet om kostenbeheersing in de jeugdzorg te realiseren. De jeugdzorg zal natuurlijk nog vaker met u worden besproken, onder andere aan de hand van de brief over de prognoses. Morgenmiddag heb ik hierover een overleg in de regio. Het is natuurlijk echt 5 voor 12, in elk geval wat de kosten betreft. Het zijn gewoon echt zeer forse kostenstijgingen. Daar maak ik me veel zorgen over; dat heb ik hier al een paar keer aangegeven. Wij doen er alles aan om te zorgen dat dit in de regio goed gaat. We moeten natuurlijk lokaal zorgen dat we de zaakjes op orde hebben, maar in de regio is er ook echt werk aan de winkel. Er vindt een fundamentele heroverweging plaats. Er is een taskforce opgericht; ook daarover bent u al geïnformeerd. Op die manier proberen we echt focus aan te brengen in de regio, maar ik zeg daar tegelijkertijd bij dat het wel dertien verschillende gemeenten zijn. Het is best een grote; het gaat over € 125 miljoen in de regio. Dat is dus niet heel eenvoudig, maar er wordt keihard aan gewerkt. U heeft ook gevraagd naar het onderzoek naar het zwembad. Er liggen moties van de raad over het onderzoek naar het zwembad.
U vroeg eigenlijk of ook een wat beperktere variant kan worden meegenomen. Dat kan ik wel toezeggen, want er zullen verschillende varianten worden meegenomen, variërend van sluiting en inderdaad zo'n kleinere door u voorgestelde variant tot andere varianten, zoals een combinatie met een sporthal et cetera. Er worden dus verschillende varianten bekeken. Ook in combinatie met het sportaccommodatiebeleid is dit aan de orde geweest. De heer Deuzeman (GroenLinks): In deze Kadernota wordt gesproken van "een renovatie". Als we zeggen dat er hele andere baden moeten komen, is dat geen renovatie. Hoe moeten wij die investeringsplanning op dit moment opvatten? Wethouder Schokker: Hoe bedoelt u? Er is een afspraak gemaakt in het coalitieakkoord om het zwembad tot 2030 open te houden. Er vindt nu een onderzoek plaats. Er staat ook dat er in 2025 een besluit over zou worden genomen. Dat besluit zijn we eigenlijk aan het voorbereiden. Daar maakt renovatie deel van uit, maar ook sluiting. Alle opties worden opengehouden. De heer Deuzeman (GroenLinks): Dit is dus precies het probleem, want u heeft zelf in de Kadernota gezet dat u een renovatie van ruim € 8 miljoen aan het plannen bent in 2030. Als u nu zegt "dat kunnen we misschien wel doen, maar we zijn allerlei dingen aan het bedenken", vraag ik me af wat de waarde is van een investeringsplanning waarin dat staat.
U stuurt dat zelf naar de raad; dat hebben wij niet aangegeven. Ik verwacht dus van u dat u zegt wat de status daarvan is. Of is het gewoon puur informatief en zouden we het net zo goed kunnen schrappen uit deze Kadernota? Wethouder Schokker: Ik reageer puur op basis van het onderzoek dat plaatsvindt en waar ook moties van de raad over liggen. Daar heb ik het over. Die moties zijn al een of twee jaar geleden door de raad aangenomen. In dat onderzoek staat dat er in 2025 een keuze plaatsvindt. Wat er al aan investeringen is opgenomen, staat er nog uit het verleden in. We hebben daar geen nieuwe investeringen in gezet. Er ligt een motie van de coalitiepartijen. We gaan kritisch naar alle investeringen kijken. We zullen dit daar dus ook onderdeel van laten zijn, maar dit stond er al in. Dat is er niet specifiek dit jaar in gezet. De voorzitter: De heer Deuzeman, de derde en laatste interruptie. De heer Deuzeman (GroenLinks): Het spijt me, maar de wethouder was er de vorige keer niet bij en ik neem het hem dus niet persoonlijk kwalijk, maar dit stond er echt nieuw in. Wij waren namelijk verbaasd dat dit erin stond. Op zich waren wij positief verrast dat men wil investeren in het zwembad, maar we waren verbaasd. U zegt nu dat u reageert op basis van het onderzoek. Het probleem is dat we het hier over de Kadernota hebben. Die heeft u aan ons voorgelegd.
Dit roept bij ons echt vragen op over de status van deze investeringsplanning. Er wordt heel veel aandacht besteed aan hoe ingewikkeld het is met al onze investeringen, maar het blijkt allemaal boterzacht te zijn. Dat maakt het voor ons heel ingewikkeld om hier een oordeel over te hebben. Kunt u daar eens naar kijken en daar een oordeel over geven?
Raadsvergadering 11 juli 2024
40
Wethouder Schokker: Wij zullen dit punt nog even bekijken en dan komen wij even terug op hoe het precies zit met die precieze investering. Dat neemt niet weg wat ik gezegd heb over het onderzoek, maar op die investering komen we terug. De voorzitter: Ter precisering: wethouder, geeft u aan dat u in de tweede termijn hierop terugkomt? Wethouder Schokker: Ja, het stond er vorig jaar ook al in, begrijp ik, maar we zullen het nog even bekijken. De voorzitter: We gaan hier niet over in overleg. We hebben nu afgesproken dat de wethouder deze vraag even meeneemt. We gaan na de eerste termijn sowieso schorsen. Dan wordt deze vraag even uitgezocht. Het antwoord komt terug in de tweede termijn. Wethouder Schokker: Het is op dit moment misschien logisch om het over de doe-het-zelfisolatiesubsidie te hebben, die door mevrouw Kortekaas is genoemd. We proberen ook een aantal landelijke subsidies et cetera; daar zijn we over aan het communiceren. Dit heeft dus echt nadrukkelijk onze aandacht. Ik kom bij de moties en de amendementen, allereerst bij amendement 304 van de SP over de reserve Sociaal domein. Daarin wordt gevraagd om die investering niet te dekken uit de reserve Sociaal domein, maar uit de bestemmingsreserve.
We mogen die bestemmingsreserve niet voor heel veel gebruiken; die mag niet worden gebruikt voor structurele lasten vanuit het sociaal domein, dus ook als je overschrijdingen hebt voor jeugd en de Wmo. Daarom stellen we nu voor om deze manier te gebruiken. Ik wil het amendement dus ontraden. Dan de motie over de sportaccommodaties. De geest en de strekking van de motie begrijpen we. We hebben vorige week nog het debat hierover gehad. Ik moet zuiver zijn: voor wat in het sportaccommodatiebeleid staat, wordt volgend jaar geld beschikbaar gemaakt. Dat is ook in de Kadernota opgenomen. Dat geld is bestemd voor externe onderzoekssteun om te zorgen dat het wordt gerealiseerd. We hebben dus al middelen beschikbaar gesteld, alleen niet in de vorm van onze eigen ambtelijke capaciteit, maar ik zeg daarbij dat we er voor deze begroting van uitgaan dat we dit kunnen realiseren. Daarop wordt op alle mogelijke manieren voorgesorteerd; het is niet voor niets een van de vier prioriteiten. Mocht het onverhoopt toch niet lukken om het binnen deze bestaande middelen te doen, dan komen we uiteraard bij u terug, zoals ook in de motie wordt gevraagd. Maar wij ontraden om, zoals in deze motie gebeurt, nog meer ambtelijke capaciteit te vragen. De heer Posthuma (PvdA): Dank aan de wethouder voor de inhoudelijke behandeling van onze motie.
Het is goed om te zeggen dat het bedrag dat is vrijgemaakt om het sportaccommodatiebeleid vorm te geven, € 120.000 in het eerste jaar is en € 50.000 in het tweede jaar, zoals we in het plan zien. Als ik zie welke dingen allemaal gedaan moeten worden en dat er ook sprake is van externe inhuur, waardoor je ook niet te maken hebt met een fulltime persoon die dit gaat uitvoeren, ben ik bang dat dit niet door één persoon gedaan kan worden en dat het dus niet reëel is dat dit uitgevoerd kan worden. Dat is de reden waarom wij als raadsleden de inschatting maken dat dit het college niet gaat lukken met deze capaciteit. Graag uw reactie. Wethouder Schokker: Deze vraag heb ik natuurlijk ook zelf gehad en heb ik heel kritisch gesteld bij het opstellen van dit sportaccommodatiebeleid. Mij is echt nadrukkelijk aangegeven dat het hiermee mogelijk is. Nogmaals, als de realiteit toch anders uitwijst, komen we bij u terug, maar ik vind het al best wel een bedrag dat wij hiervoor beschikbaar stellen. Natuurlijk moet er orde op zaken worden gesteld. Er is veel werk nodig en het krijgt de prioriteit die het verdient, maar onze aanname is op dit moment dat het mogelijk is om het daarmee te doen. Ik zou daar dus toch uw steun voor willen vragen. De heer Posthuma (PvdA): Het sportaccommodatiebeleid loopt natuurlijk jaren en jaren door.
Als u eigenlijk zegt dat u het eerstvolgende jaar een bedrag geeft en het jaar daarna de helft daarvan, terwijl het sportaccommodatiebeleid gewoon jaren en jaren doorgaat, is dat toch niet duurzaam geregeld en georganiseerd?
Raadsvergadering 11 juli 2024
41
Wethouder Schokker: Voordat we weer in een debat komen dat we eigenlijk vorige week hadden moeten voeren: er moet een inhaalslag worden gemaakt, er moeten contracten op orde worden gebracht en er moeten verschillende werkzaamheden plaatsvinden. Wij denken dat die inhaalslag met deze € 170.000 in anderhalf jaar op orde kan worden gebracht. Daarnaast is er vanuit de ambtelijke organisatie rekening gehouden met capaciteit om dit te begeleiden en om daar ook aan te werken. Daar zullen we het voorlopig mee moeten doen. Als het onvoldoende is, zal ik bij u terugkomen, maar tegelijkertijd gaat er al best wat geld naartoe en we hebben het financieel ook best lastig, als centraal onderwerp in de Kadernota. Ik denk dus dat we het op dit moment eigenlijk hiermee moeten doen. Wat ons betreft is de motie dus sympathiek, maar wordt zij ontraden. Dan de motie over het jongerenwerk. U vraagt eigenlijk om het geld de komende jaren voort te zetten. Dat is natuurlijk uiteindelijk aan u, maar dit wordt op dit moment niet gedekt. Daarnaast zitten we in een nieuwe fase; daarover hebben wij u een informatiebrief gestuurd. Als uitkomst van het onderzoek van Regioplan komen er een aantal opdrachten voor Voorschoten voor Elkaar. Een van de opdrachten is in de welzijnshoek, een andere opdracht is voor de jeugdhoek en er is ook een opdracht voor het jeugd- en jongerenwerk.
Die opdracht hebben wij als college net verstrekt. Dat vindt ook plaats en wij vinden het niet verstandig om daar verder iets in te mengen. Laten we nu eerst zorgen dat we dit gewoon goed uitvoeren. Tegen die achtergrond ontraden we deze motie. Dan motie 336 van verschillende partijen, eigenlijk van alle partijen, onder aanvoering van de heer Deuzeman. Die motie kunnen we aan het oordeel van de raad overlaten. Er spelen een aantal zaken. We zijn er op dit moment al mee bezig. Het heeft dus onze nadrukkelijke aandacht. We zullen hier bij de begroting wat uitgebreider antwoord op geven. Er moeten twee kruispunten op de Leidseweg worden aangepakt. Dat kunnen we wel zeggen, maar er moet wel worden bekeken hoe dat precies moet worden aangepakt: wat is dan de verbetering en waar bestaat die precies uit? Daar moet dan uiteindelijk ook weer een ontwerp, een definitief ontwerp et cetera voor worden gemaakt. We zullen het dus zo veel mogelijk prioriteren. Daarnaast is het goed om op te merken daar moet u uiteindelijk ook een eigen afweging in maken - dat in het kader van de meekoppelkansen een subsidie vanuit de provincie beschikbaar is voor die beide kruispunten. Die subsidie komt pas beschikbaar in de loop van 2026. Dat speelt hierbij dus wel een rol, maar ik heb de motie aan het oordeel van de raad overgelaten.
Mevrouw Van Meenen (VVD): Hoor ik de wethouder feitelijk in wat bedekte termen zeggen dat het, gezien de capaciteit, wellicht moeilijk is om deze motie uit te voeren? Wethouder Schokker: Nee, ik zeg dat ik in september als onderdeel van de begroting met de hele afweging kom, want er is gewoon een afweging te maken. Die moet u uiteindelijk maken. Als we het naar voren halen, heeft dat financiële consequenties en het moet ook logistiek of qua planning et cetera wel kunnen, maar u geeft nu een helder signaal: dit moet naar voren. Dat gaan we dus natuurlijk proberen te realiseren. Mevrouw Van Meenen (VVD): Kan de wethouder dan aangeven dat hij ons bij de begrotingsbehandeling een scenario voorspiegelt waarin we het naar voren halen en een scenario waarin we dat niet doen, zodat we echt een keuze hebben? Wethouder Schokker: Ja, dat is mogelijk. Dat is prima, als onderdeel van de motie. Dan krijgt u vooral de financiële weging plus de logistieke weging, namelijk of het kan. De voorzitter: Mevrouw Van Meenen, de derde en laatste interruptie. Mevrouw Van Meenen (VVD): Dat was inderdaad de laatste vraag: niet alleen financieel, maar ook qua uitvoering. Wethouder Schokker: Ik kijk of ik alle amendementen heb gehad, ook van de SP. Wat ik net heb gezegd over de reserve Sociaal domein, geldt ook voor de Voorjaarsnota. Dat had ik misschien nog niet zo expliciet gezegd. Dus bij dezen.
De heer Maassen (SP): Ik ben blij dat wethouder Schokker nog even terugkomt op de reserve Sociaal domein, want hij heeft eigenlijk gezegd dat beide amendementen niet mogelijk zijn omdat de reserve Sociaal domein niet gebruikt mag worden voor het dekken van de structurele tekorten
Raadsvergadering 11 juli 2024
42
op de uitvoering. Ik heb in de tussentijd even de tijd gehad- er zat immers wat tijd tussen de eerste keer en de tweede keer dat hij dat zei - om op te zoeken wat we daarover gezegd hebben toen die reserve werd ingesteld bij de Kadernota 2016; ja, gelukkig zit er een zoekfunctie op iBabs. Daar staat dat deze reserve is bedoeld "voor het opvangen van (incidentele) tekorten die ontstaan bij de implementatie en uitvoering van de nieuwe en oude taken van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet". Die reserve is dus juist bedoeld om die tekorten op te vangen waarvan de wethouder nu zegt dat hij die reserve daar niet voor mag gebruiken. De vraag aan de wethouder is dus: zijn we nu stom of waren we toen stom? De voorzitter: Ik ben heel benieuwd naar het antwoord. Wethouder Schokker: Volgens mij is de heer Maassen historicus. Zaken veranderen. Dit was ongeveer acht jaar geleden. Inmiddels kijkt de toezichthouder op een andere manier naar reserves. Ook naar de besteding van incidentele gelden wordt dus op een andere manier gekeken. Ook het karakter van reserves is veranderd. Het antwoord op uw vraag over oordelen laat ik onbeantwoord. De heer Maassen (SP): Dat laatste was natuurlijk niet helemaal serieus voor de beantwoording, maar dit geeft natuurlijk wel aan dat er iets veranderd is. Dat geeft de wethouder terecht aan.
Dat is problematisch, want deze reserve is indertijd ingesteld als de reserve Wmo. Later is zij "reserve Sociaal domein" gaan heten. Zij is samengesteld uit overschotten die we indertijd hadden van zorggeld dat op dat moment niet besteed kon worden. Toen hebben we als gemeenteraad afgesproken dat we daar een potje van zouden kunnen maken, omdat we toen al zagen aankomen dat er in de toekomst misschien een probleem zou zijn met die budgetten. Nu is dat probleem er en hebben we die reserve hard nodig en nu moeten we dat geld gaan uitgeven aan een cliëntvolgsysteem, omdat we het niet gebruiken waarvoor het bedoeld was. Dat is toch belachelijk? De voorzitter: U vraagt de wethouder om het oordeel of dit belachelijk is. De heer Maassen (SP): Dat was een enigszins retorisch einde, maar graag een reactie van de wethouder hierop, want is dit niet een beetje gek? De voorzitter: De reactie van de wethouder op de veranderende omstandigheden in de afgelopen jaren. Wethouder Schokker: Ik begrijp de frustratie, maar ik ben bang dat ik dit hier op dit moment niet voor u kan oplossen. Dit is de veranderende omgeving. Wellicht is dit iets om nog eens in een P&Comgeving aan de orde te stellen, maar dat is ter overweging aan u. De voorzitter: Daarmee is wethouder aan het einde van zijn beantwoording gekomen. Ik heb zelf ook nog twee vraagjes staan.
Ik vraag de heer Bremmer daarom om het voorzitterschap van mij over te nemen. (De heer Bremmer neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de burgemeester.) Burgemeester Stemerdink: Voorzitter. Voor mij zijn er één vraag en één motie. De vraag is de vraag van het CDA over de CO2-uitstoot. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat dit de derde keer is dat wij hier met elkaar over spreken. Dat weet ik zeker, want deze vraag lag ook bij de begroting voor en ook bij de Kadernota daarvoor. Mevrouw Kortekaas (CDA): De wetgeving is pas ingegaan. Het kan dus wel van tevoren allemaal aangekaart zijn als ambitie om daar iets mee te doen, maar de vraag wat ermee gedaan wordt, ligt nu pas voor. Burgemeester Stemerdink: Zeker, de wetgeving is pas ingegaan. Ik constateer dat u daarvoor een brede belangstelling heeft, maar het antwoord zal niet heel veel verschillen. De wet is op 1 juli 2024 ingegaan. Als u mij na negen werkdagen meting van de CO2-uitstoot vraagt hoe het daarmee gaat, wordt het wat ingewikkeld. Dat zeg ik u in alle eerlijkheid. Dit heeft méér dan onze aandacht. Mevrouw Kortekaas gaf in haar bijdrage terecht aan dat we er als gemeente net als veel andere gemeenten op sturen dat medewerkers met het openbaar vervoer of de fiets naar het werk gaan en dat daar inderdaad een hogere vergoeding voor is dan voor met de auto komen. Resultaten zijn
Raadsvergadering 11 juli 2024
43
er echt nog niet; ja, van negen werkdagen. Er gaat echt een tijd overheen om te zien of er ook op langere termijn resultaten zijn. Ik ga daarover dus geen rapportage sturen. Om te beginnen vind ik dit echt een bedrijfsvoeringspunt. Dat is één. Ten tweede heeft de hele implementatie even tijd nodig, want wij zijn in verhouding tot andere, wat grotere gemeenten een vrij kleine organisatie. Ik kan u verzekeren dat het een klus is om van elke medewerker in systeem X bij te houden hoe hij of zij hoeveel dagen per week naar het werk komt et cetera. Als je het hebt over taken of opdrachten die naar gemeenten komen en die in de praktijk bijna onuitvoerbaar zijn - ze dienen een goed doel; daar gaat het niet om - dan is dit er één van. Je zult maar een ambtelijke organisatie hebben van 700 à 800 man, en overal zijn personele wisselingen en van alles. De resultaten gaan ongetwijfeld komen, maar niet op dit moment en ook niet op de korte termijn of bij de begroting. Dan motie 329 over dienstverlening. Het grappige is dat ik, toen ik de motie las, een compleet ander beeld had dan toen ik de inbreng van mevrouw Schroot erover hoorde. Toen ik de motie in de voorbereiding las, dacht ik - dat is naar alle waarschijnlijkheid mijn blinde vlek - dat het ging over dienstverlening bij Burgerzaken. Ik geef eerlijk toe waar mijn gedachte over ging.
Vervolgens hoor ik een heel mooi betoog over de brede vorm van dienstverlening, die eigenlijk alle facetten van de gemeentelijke organisatie beslaat. Toen dacht ik: o jee, en nu? Want ik begrijp wat u vraagt. Ik vertaal het heel kort: u vraagt eigenlijk dat de dienstverlening in de meest brede zin des woords, die nodig is voor de inwoners, of het nu gaat om het afgeven van paspoorten of om het verlenen van zorg, overeind blijft. U vraagt mij ook om het aan te geven als daar extra financiële middelen voor zijn. U koppelt dit ook aan de bestuurskrachtmeting. Daar heb ik twee uitdagingen bij. Ik denk dat de bestuurskrachtmeting niet klaar is op het moment dat de begroting wordt opgesteld. Het is dus maar de vraag of ik die kan meenemen, maar beide documenten staan wel in dezelfde periode op de agenda van uw commissie en uw raad. Ik zou u dus willen uitnodigen om te kijken wat er uit die bestuurskrachtmeting komt op de punten waarvoor uw raad nadere aandacht wil. Ik ga dat zelf ook doen, want ik heb daar ook nog geen beeld bij; ik wacht ook af, net als u. Ik kan dit nu nog niet aangeven.
Ik zou u dus eigenlijk willen vragen om deze motie … Aanhouden bestaat niet, maar nu ik niet daar maar hier zit, zou ik zeggen: hou de motie aan, zodat bij de begroting in samenhang met die bestuurskrachtmeting kan worden bekeken of er zaken zijn waarvan in dit geval mevrouw Schroot vindt dat daar extra aandacht voor nodig is, want ik kan dit nu niet invullen of daarvoor gebruiken. De voorzitter: Ik constateer dat er verder geen vragen zijn. Ik geef de leiding terug aan mevrouw Stemerdink. (De burgemeester neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de heer Bremmer.) De voorzitter: Dank u wel. We zijn gekomen aan het eind van de beantwoording door het college in de eerste termijn. Mevrouw Schroot heeft waarschijnlijk een ordevoorstel over een schorsing. Mevrouw Schroot (D66): Nee, wij hebben nog geen reactie van het college gekregen op motie 334. Die krijgen wij graag alsnog. De voorzitter: Kunt u mij aangeven wat het onderwerp is? Mevrouw Schroot (D66): Dat betreft de oproep inzake bezwaar tegen de herverdeling van het Gemeentefonds. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Dat herverdeeleffect hangt de gemeente als een molensteen om de nek, zoals al gesteld. Voor zover onze polsstok reikt, willen we ons maximaal inspannen, maar we krijgen deze motie nooit volledig voor elkaar. Punt 2 in het dictum is: onderzoeken welke juridische stappen we moeten ondernemen.
Dat is nou juist het probleem: die zijn er niet. Er is een structuur ontstaan die niet klopt. We willen ons maximaal inspannen, maar ik zeg niks toe. Dus oordeel raad. De voorzitter: Zijn alle vragen beantwoord en is op alle moties en amendementen ingegaan? Dat is het geval. Ik stel voor om sowieso te schorsen. Een aantal zaken moet nog worden uitgezocht.
Raadsvergadering 11 juli 2024
44
De heer Deuzeman (GroenLinks): Wij hebben zelf ook even gekeken. Ik wil mijzelf corrigeren. Het stond inderdaad in de begroting. Daarom wordt de vraag anders, maar het is een beetje jammer als we gaan schorsen om dat uit te zoeken. Hierbij neem ik dat dus terug. De voorzitter: Oké. Ik zie dat er behoefte is aan een schorsing van een kwartier. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: We liggen mooi op schema. Hou dit tempo vol! We zijn gekomen aan de tweede termijn van de raad. Wellicht is het goed als u ook reageert op moties en amendementen, indien u dat nog niet heeft gedaan. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Ik reageer allereerst op de reactie van wethouder Van der Elst. Hij ziet het anders en zegt dat er wel degelijk kaders in deze Kadernota staan. Het is wel beperkt, maar we horen wat de wethouder zegt en we snappen dat het een ingewikkelde puzzel is. We zullen het er nu mee moeten doen. De wethouder zei terecht - ik was blij om dat te horen - dat als we in 2025 de zaak moeten dekken uit de reserve omdat dat nu eenmaal mag, dit niet betekent dat we het lek boven hebben. Dat is natuurlijk precies waar de kneep zit. Het is goed dat we het met een beetje Prittstift en wat touwtjes aan elkaar krijgen en dat we het dan langs de toezichthouder krijgen.
Laten we wel zijn: dat is op zichzelf ook de moeite waard, maar we zullen op een gegeven moment een antwoord moeten formuleren. Ik heb in mijn betoog gezegd dat dit wat ons betreft niet zozeer hard bezuinigen is. Is het juist in dit geval, als we dit van plan zijn, misschien een idee om die medebewindvoeringstaken te isoleren, om te zeggen dat we daar geen structurele dekking voor hebben, dat we dat deze keer dan uit onze concernreserve doen maar dat we hier een probleem hebben en om tegen de toezichthouder te zeggen: vertel ons maar wat wij hier volgens u op termijn mee moeten doen? Dan handelen we niet alsof we denken dat we ermee wegkomen, net als een student die te laat aan zijn proefschrift begonnen is, maar doen we een statement richting de toezichthouder. Ik denk dat dat de moeite waard is. Ik zou daar graag een reactie van de wethouder op krijgen. Ik heb, mede gelet op mijn spreektijd, braaf gezegd dat ik in een latere termijn zou ingaan op de twee moties die wij zelf indienen. Dat is dus deze termijn. Het is fijn om alvast de reactie van de wethouders gehoord te hebben. Over motie 335 hoorde ik de wethouder zeggen dat alles waar wij in deze motie om vragen, al gebeurd is. We zagen dat een haalbaarheidsonderzoek naar de invoering van de Sleutelpas is afgerond en dat het antwoord gewoon uitgesproken positief is: het is haalbaar en hij wordt ook ingezet.
Voor ons was vooral van belang dat dit dan het moment is om alvast kenbaar te maken dat we eventueel - we hebben alle caveats van de wethouder gehoord mee zouden kunnen gaan doen, zodat we niet als spuit 11 op het laatste moment aan komen zetten. Dat is exact wat de wethouder gedaan heeft. Dus complimenten aan de wethouder daarvoor. Daarmee zullen we deze motie niet in stemming laten brengen, want die voegt niet veel meer toe. Motie 336 vraagt om prioritering van de herinrichting van de afslag Leidseweg/Mozartlaan. Daar hebben we de wethouder ook over gehoord. De fietsveiligheid langs de Leidseweg is een prioriteit in deze Kadernota. We zien ook dat er aan beide rotondes gewerkt gaat worden. Dat is hartstikke mooi en belangrijk. In de nota Fietsveiligheid is al in 2020 geconstateerd dat die twee rotondes knelpunten waren en dat dat punt Mozartlaan/Leidseweg eigenlijk ook wat aandacht verdiende. Nu zien we dat daar wordt gebouwd aan Beresteyn. Er komt dus nog een ontsluiting op af. We hebben overlegd met alle fracties. De motie is door iedereen onderschreven; dank aan iedereen voor het goede overleg. Er is gewoon een breed gevoel dat de aanpak van die oversteek prioriteit verdient. We zijn blij met alle ondertekeningen. Ik zou de wethouder op het hart willen drukken om pragmatisch te zijn en te kijken wat er mogelijk is, maar om dit zo veel mogelijk naar voren te halen.