Notulen raadsvergadering 11 april 2024 (get.)
Tekst van het document
Wat een stap is dit voor Voorschoten! Zullen we kort schorsen. Dan kan de tribune rustig worden verlaten door degenen die weggaan. De vergadering wordt enige tijd geschorst. 8. Koers voor het nieuwe minimabeleid (raadsregistratienummer Z/24/083592/384236) De voorzitter: Het gemeentelijk minimabeleid is bedoeld om inwoners die dat nodig hebben te ondersteunen in hun bestaanszekerheid en bij armoedeproblemen. De raad bespreekt nu het koersdocument dat richting geeft aan het nieuwe beleid dat dit jaar wordt opgesteld. De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter. Voordat we inhoudelijk op het koersdocument en het raadsvoorstel ingaan, wil ik het college danken voor het opstellen van dit raadsvoorstel, want men heeft er duidelijk voor gekozen om een aantal beslispunten te formuleren waarmee wij akkoord kunnen gaan. Dat maakt het ook mogelijk dat wij daar iets van kunnen vinden en eventueel een amendement kunnen indienen; ik verklap alvast dat ik dat straks zal doen. Normaal gesproken is het bij een dik document vaak wat lastig om dat te amenderen. Dus dank voor het op deze manier oppakken hiervan. "Gezondheid en welzijn beginnen bij bestaanszekerheid"; dat is een citaat van Tweede Kamerlid Esmah Lahlah. Met dit best wel veelbelovende koersdocument sorteren we voor op een best wel ambitieus minimabeleid. Er staan mooie ideeën in om onze minima zo goed mogelijk te ondersteunen.
Daar waar inwoners in problemen zijn, kunnen we hen met dit minimabeleid echt helpen om de eindjes beter aan elkaar vast te knopen. De minimaregelingen zijn zelfs een verdere stap in de richting van een aanpak van armoede in Voorschoten. Ook de aanbevelingen van de Rekenkamer worden voor een deel overgenomen of zijn in ieder geval in onderzoek. Dat is allemaal prachtig. Er is alleen één probleem: de richting van dit koersdocument gaat nooit uitgevoerd worden. De gemeentelijke uitgaven voor het minimabeleid in Voorschoten dalen al jaren en zijn ver onder de maat. In dit koersdocument wordt aangegeven dat de uitgaven op hetzelfde lage niveau blijven. Met een nog ambitieuzer beleid voor ogen creëren we zo onze volgende teleurstelling. Dit koersdocument is qua inhoud en financiën geheel uit balans. Bij een ongewijzigde aanpak wordt dit
Raadsvergadering 11 april 2024
15
het volgende plan dat het college niet gaat uitvoeren, ondanks beloften die gemaakt zijn. Om een beeld te schetsen heb ik de uitgaven van Voorschoten voor onze minima afgezet tegen die van Wassenaar en Oegstgeest, twee gemeenten die qua aantal inwoners redelijk op ons lijken. In Wassenaar en Oegstgeest blijkt ongeveer € 26 à € 27 per inwoner besteed te worden voor minimabeleid. In Voorschoten is dat slechts € 17. Dit verschil is echt heel groot. In deze vergelijking is Leidschendam-Voorburg niet eens meegenomen en er is ook niet gekeken naar de teruggang in de bijdragen van de gemeenten, want dan zouden de verschillen nog veel groter zijn. En dan hebben we het hier natuurlijk alleen maar over het minimabeleid, want een armoedebeleid kent Voorschoten niet. Kortom, als we bestaanszekerheid, in dit geval in de vorm van minimabeleid, serieus willen nemen, moeten we zorgen dat dit uitvoerbaar is en dat er geen onhaalbare beloftes worden gedaan. Om die reden dien ik amendement 291 in om de financiële beperkingen die opgenomen zijn in dit koersdocument, weg te nemen. De wethouder heeft zelf in de commissie aangegeven dat het binnen het huidige budget eigenlijk niet kan. De goede verstaander hoort hier dat dit plan binnen de huidige financiële contouren onhaalbaar is.
Waarom organiseren we hier onze eigen mislukking? Het amendement, dat mede wordt ingediend door de SP, de PvdA en D66, luidt: "Amendement 291. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 11 april 2024, gezien het raadsvoorstel nr. Z/24/083592/384236 Koers minimabeleid, d.d. 11 april 2024, constaterende dat: a.
b. c. d. e.
de gemeente Voorschoten per persoon beduidend minder uitgeeft aan minimabeleid dan Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Oegstgeest, en ook in absolute en procentuele zin veel minder geld besteed wordt aan minimabeleid dan in Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Oegstgeest; in het koersdocument wordt aangegeven dat het beleid van Voorschoten, LeidschendamVoorburg en Wassenaar zo veel mogelijk hetzelfde moet zijn; in het koersdocument is opgenomen dat het nieuwe beleid budgetneutraal moet zijn; wethouder Paul de Bruijn in de commissie M&S heeft aangegeven dat het spannend wordt en lastig is om dit voorgestelde minimabeleid binnen de gestelde budgetneutrale kaders te realiseren; van de 8 onderscheiden type huishoudens in Voorschoten de helft (4) financieel niet rond kunnen komen met het huidige minimabeleid als van alle regelingen gebruik wordt gemaakt;
overwegende dat: f. g. h.
minimabeleid op basis van een inhoudelijke visie en ambitie gemaakt moet worden; het verschijnsel van de armoedeval ook op gemeentelijk niveau relevant is en middels minimabeleid gemitigeerd kan worden; minimabeleid slechts een deel van de inwoners in armoede bereikt en onvolledige uitvoering van dat beleid tot meer armoede leidt;
van mening zijnde dat: i. j. k.
het voorgestelde minimabeleid goede ambities heeft; de in de commissie M&S gesuggereerde bezuinigingen op de uitvoering erg onzeker zijn; het verbeteren van het minimabeleid voor de ene groep niet ten koste van de andere groep mag gaan; l. ontwikkeling van de koers van het voorgestelde minimabeleid niet vooraf beperkt mag worden door de door de wethouder verwachte beperkte financiële middelen; m. een budgetneutrale uitkomst van het minimabeleid een mogelijk resultaat kan zijn, maar dit geen uitgangspunt moet zijn. Besluit: Het conceptbesluit als volgt te wijzigen (toevoeging in vet):
Raadsvergadering 11 april 2024
16
De in de notitie 'Iedereen telt mee; Koers voor het nieuwe minimabeleid' voorgestelde visie en waarden (pag. 8), de thema's en uitgangspunten alsmede de in te zetten richting per thema (pag. 18 en 19 - m.u.v. de paragraaf onder het kopje Financiën) vast te stellen als kader voor het nog op te stellen minimabeleid." De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. De koersnotitie is de opmaat naar ons nieuwe beleid, dat na de zomer door de raad zal worden vastgesteld. De kern van de koersnotitie is dat het Rijk verantwoordelijk is voor het bieden van bestaanszekerheid. Zo staat het ook in de Grondwet: artikel 20 brengt het recht op een toereikende levensstandaard tot uiting. Het leven van een menswaardig bestaan geldt daarmee voor de hele bevolking, omdat dat nou eenmaal is vastgelegd in de Grondwet. Gemeenten zelf bedrijven geen inkomenspolitiek, maar bieden extra ondersteuning door middel van hulpverlening en sociale participatie, zodat iedereen naar vermogen kan meedoen. De koersnotitie gaat uit van vier thema's. Die vinden we goed en evenwichtig gekozen. Ik loop ze kort langs, want daar heeft het college om gevraagd. De richting op thema 1 is dat regelingen specifiek zijn gericht op de meest kwetsbare inwoners. Voor Voorschoten betekent dit dat we blijven inzetten op gezinnen met jonge kinderen. Natuurlijk steunt het CDA deze richting van harte.
De richting op thema 2 is dat maatwerk en aansluiting zoeken bij de behoeften van de inwoner meedoen mogelijk maken. Hier betekent dit vooral: behoud het goede en verbeter het beleid daar waar dat nodig is. Thema 3: zelf doen en eigen regie. De richting in dit thema is: vereenvoudiging van regels en het aanvraagproces. Regels en procedures kunnen en moeten inderdaad simpeler. Niet iedereen behoeft ons inziens elk jaar een nieuwe aanvraag te doen. Een betere dienstverlening en een betere bereikbaarheid van de consulenten zijn ons inziens wel hard nodig. Het doet ons dan ook deugd om te vernemen dat het college hiermee aan de slag is gegaan. Ook de richting op het laatste thema is voor het CDA belangrijk: benut de menselijke kracht in de samenleving. Daar is het CDA het van harte mee eens. We zien de gemeente als een instantie die samenwerking en de maatschappelijke kracht tussen partners, verenigingen, kerken en vrijwilligers stimuleert, intensiveert en versterkt. Activeer dit netwerk en zet dit in voor een beter bereik en een betere ondersteuning van onze meest kwetsbare inwoners, wethouder. Zo gaat Voorschoten in verbinding vooruit. We steunen dit document van harte. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Het minimabeleid is de afgelopen jaren ontzettend veel besproken en heeft meermaals zeer scherp commentaar van de PvdA mogen ontvangen.
Dat is ook nodig, gezien alle kritische opmerkingen van de Rekenkamer, andere rapporten en de geluiden die wij van bewoners tot ons krijgen. Ik moest even grinniken door het onderzoek dat door het bureau Regioplan is gedaan. Dat onderzoek is een vervolg op het Rekenkameronderzoek en is extern door de gemeente zelf uitgevoerd. Dat grinniken was niet vanwege de uitkomsten - die zijn namelijk, evenals het Rekenkamerrapport, wat mij betreft om te janken - maar vanwege het feit dat de gemeente Leidschendam-Voorburg zelf de selectie van de respondenten mocht doen. Zelfs met die zelfselectie kwamen er nog steeds negatieve uitkomsten uit. Maar goed, daar gaat het nu niet om. De problemen zijn volgens mij helder; die hebben we goed in kaart kunnen brengen. Nu de oplossingen nog, zou je zeggen. Als ik het raadsvoorstel moet samenvatten, zie ik er echt wel goede dingen in staan. Het college zou willen uitgaan van een realistischer mensbeeld; dat is positief. Ook zie ik dat er zaken zijn overgenomen die zowel door mijn partij als door andere partijen in deze raad genoemd zijn. In eerste aanleg is dat dus positief. Maar dan … De heer 't Lam refereerde al aan de budgetneutraliteit. Dat uitgangspunt is wat mij betreft moeilijk te verenigen. Niet voor niets zei de wethouder zelf in de commissie dat dit een lastig verhaal is. Ik wil hem graag helpen, want het is inderdaad een lastig verhaal.
De focus op slimmer en efficiënter werken, die in het raadsvoorstel staat en die de wethouder ook genoemd heeft maar waar hij volgens mij zelf ook niet in gelooft, is bij voorbaat gedoemd om te mislukken. Ik maak me zorgen over de consulenten die met deze onmogelijke opdracht op pad worden gestuurd en de bewoners die hier uit de eerste hand mee geconfronteerd gaan worden. Veel minima zijn niet op de hoogte van de gemeenschappelijke regelingen; dat geldt ook voor mensen die al van de regelingen gebruikmaken. Er is dus meer aandacht nodig om die regelingen bekender te maken. Dat betekent meer inzet voor consulenten, meer pr-aandacht en uiteindelijk dus meer mensen die gebruik gaan maken van die regelingen. Dat kost geld. Ik heb nog een ander punt. Uit de duidingsrapportage minima Voorschoten bleek dat een Nederlandse gemeente met de omvang van Voorschoten gemiddeld 80% tot 95% van de minima echt bereikt. Voorschoten zit op 50%. Dat is opvallend, omdat het uitgegeven budget de
Raadsvergadering 11 april 2024
17
afgelopen jaren in Voorschoten met 35% is gedaald. Er is dus werk aan de winkel. Als dat werk goed uitpakt, zou het gebruik van de minimaregeling omhoog moeten gaan. Dus meer geld! Het volgende punt: inwoners hebben moeite met het aanleveren van informatie. Je zult dus ook iets moeten doen aan de systemen van Leidschendam-Voorburg om die verschillende databases aan elkaar te kunnen koppelen. Dat gaat geld kosten. Vervolgens vinden inwoners dat de consulenten niet klantgericht zijn en vaak niet bereikbaar zijn. Ik geloof niet dat dit door de consulenten komt, maar door de opdracht die ze vanuit dit college hebben meegekregen. Te weinig tijd en te weinig professionele ruimte om maatwerk te kunnen leveren. Er moet dus, zoals de visie ook zegt, meer tijd worden vrijgemaakt voor onze inwoners. Meer ambtelijke inzet, dus meer geld. Er is ook het stukje maatwerk waar we het over hadden. Ik denk dat dit op de lange termijn meer geld gaat opleveren. Op korte termijn kost het natuurlijk wel geld. Onderaan de streep gaat het in het begin dus meer geld kosten. Kortom, je kunt niet zeggen dat je al die fouten die geconstateerd zijn, echt gaat oplossen als je bij voorbaat zegt dat je budgetneutraal kan blijven. Dat kan echt onmogelijk; dat kán niet. Ik ga afronden. Er is nog een ander punt dat me een beetje tegen de borst stuit en dat ik ook zag tijdens de bespreking in de commissie.
De regels die we tegenwoordig hebben voor de bijstand en andere zaken, zijn best wel lastig en complex. Er moet een heel legertje aan vrijwilligers worden ingezet om die aanvragen allemaal te kunnen doen. We nemen dat met z'n allen voor lief, maar het is eigenlijk te gek voor woorden. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het heel fijn dat er bewoners zijn die opstaan om medebewoners te helpen, maar dat zou de uitzondering moeten zijn en niet de regel. Als dit voor een bedrijf zou gelden, zou zo'n bedrijf gisteren al failliet zijn gegaan. Dat kan helemaal niet. En wat dacht u bij verkeersregels? Jong, oud, rijk of arm, technisch of theoretisch geschoold, iedereen neemt deel aan het verkeer. Stel je voor dat je bij iedere beweging die je in het verkeer zou maken, ook vrijwillige begeleiding zou moeten hebben. Ik heb daar vorig jaar een 1 aprilgrapje over gemaakt in de zin van het niet halen van de apk voor bewoners, maar er zit kennelijk ook een serieuze ondertoon in. Het kan niet zo zijn dat bij alle regels die er zijn, mensen die alleen kunnen invullen als ze twee diploma's hebben of op dat punt hoogopgeleid zijn. Dat kan niet. Regels moeten zo zijn dat iedereen ze op een goede wijze kan begrijpen en op een goede wijze kan invullen. Als we ze te complex en moeilijk hebben gemaakt, moeten we daarmee stoppen.
Ik kom bij de voorstellen die ik graag wil indienen, allereerst een voorstel over draagvlak. Woorden doen ertoe. Een van de zaken die speelt, is dat in de visie een zinnetje staat dat ons behoorlijk tegen de borst stuit. Ik heb het in het afgelopen jaar in geen enkel ander stuk gezien, maar eigenlijk staat er: als de kosten van het minimabeleid zouden stijgen, zou dat leiden tot een afkalvend draagvlak. Ik vind het niet goed dat dat er op die manier in staat. Ik wil met een motie oproepen om daar een politieke uitspraak over te doen, want ik vind dat dat niet goed is. Ik heb het voorstel ook voorgelegd aan een aantal mensen die in het minimabeleid zitten. Ze lezen dit soort stukken in de regel natuurlijk helemaal niet, maar eigenlijk hadden ze deze vraag: weten mensen wel wat het betekent om in deze positie te zitten en hoeveel pijn het doet als dergelijke dingen in zo'n officieel stuk staan? Ik roep de raad dus op om daar nadrukkelijk afstand van te nemen en daar andere bewoordingen voor te kiezen. De motie, die mede wordt ingediend door GroenLinks en D66, luidt: "Motie 320. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 11 april 2024, gezien het raadsvoorstel Z/24/083592/384236, constaterende dat: a.
in het raadsvoorstel 'Koers minimabeleid' de volgende alinea in het raadsvoorstel staat onder het kopje Financiën (bladzijde 4, bovenaan): 'Hoewel de gemeentelijke minimaregelingen voor huishoudens met een minimuminkomen belangrijk zijn om rond te komen, is de gemeente niet aan zet maar ook financieel niet in staat om de tekorten op het sociaal minimum (verder) aan te vullen. Vanaf 2026 wordt de financiële positie van de gemeente ook nog eens slechter (Ravijnjaar). Uitgangspunt blijft dat het Rijk verantwoordelijkheid is voor voldoende bestaanszekerheid en dat de gemeente verantwoordelijk is voor het bieden van extra ondersteuning door (individueel) maatwerk en sociale participatie. De financiële situatie maakt dat de gemeente voor keuzes staat wat
Raadsvergadering 11 april 2024
18
b.
betreft (nieuw) beleid en ambities. Meer financiële middelen voor bijvoorbeeld het minimabeleid gaat ten koste van andere doelen van de gemeente en kan (daarmee) leiden tot minder draagvlak.'; nadrukkelijk in de laatste zin van deze alinea wordt benoemd dat er minder draagvlak zou zijn voor (meer (financiële middelen voor)) minimabeleid in Voorschoten. Hierbij wordt ook gerefereerd aan het ravijnjaar;
overwegende dat: c. d. e.
de vooruitzichten voor het ravijnjaar voor alle onderwerpen in de begroting gelden en niet specifiek voor het minimabeleid an sich; niet in het raadsvoorstel duidelijk wordt gemaakt waar dat minder draagvlak uit zou bestaan of waar deze aanname op is gebaseerd; in geen enkel raadsvoorstel de afgelopen jaren een link is gelegd tussen draagvlak aan de ene kant en financiële middelen en/of situatie aan de andere kant;
van mening dat: f. g.
deze bewuste zin onnodig grievend en polariserend is en geen recht doet aan de situatie waarin veel minima verkeren; we niet dit signaal aan bewoners op voorhand willen geven die afhankelijk zijn van het minimabeleid in Voorschoten;
spreekt zijn teleurstelling uit over de zin die in het raadsvoorstel is opgenomen - 'Meer financiële middelen voor bijvoorbeeld het minimabeleid gaat ten koste van andere doelen van de gemeente en kan (daarmee) leiden tot minder draagvlak' -, en gaat over tot de orde van de dag." Dan het amendement over de feedbackloop. We hebben twee rapporten gezien waaruit duidelijk blijkt dat het niet goed gaat. Het is dus belangrijk om daarbij een vinger aan de pols te houden. Om een vinger aan de pols te kunnen houden, is het belangrijk dat je weet hoe het loopt. Dan denk ik aan een klanttevredenheidsonderzoek. Dat vind ik trouwens ook weer een heel vervelende term, want een klant kan kiezen tussen verschillende winkels, maar dit is gewoon winkelnering en je kunt maar op één plek terecht voor al je vragen; onze bewoners zijn wat dat betreft geen klanten. We hebben daar een goed voorbeeld van, namelijk bij de Wmo. Daar vindt ieder jaar een ik ga de term toch weer gebruiken - klanttevredenheidsonderzoek plaats. Ik denk dat we dit op dezelfde manier zouden kunnen toepassen voor het minimabeleid. Daar is alle reden toe. Bovendien is het belangrijk dat er om de zoveel tijd - een keer of misschien twee keer per jaar echt gesproken wordt met de desbetreffende bewoners, waarbij mensen in een interviewsetting uitgevraagd worden over hun ervaringen.
Ik denk dat dit echt kan bijdragen aan de kwaliteit van de geleverde dienstverlening. Die feedbackloop moet zodanig worden ingezet dat wij in een eerder stadium daarvan op de hoogte worden gebracht en niet over vier jaar, als we weer een apart Rekenkameronderzoek hiervoor moeten doen. Het amendement luidt: "Amendement 290. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 11 april 2024, gezien het raadsvoorstel Z/24/083592/384236, constaterende dat: 1. 2. 3. 4.
op 9 november 2023 motie 305 van PvdA en CDA over het onderzoeken van het herinstellen van de Cliëntenraad in de gemeenteraad is aangenomen; medio maart 2024 contact is geweest tussen PvdA, CDA en Adviesraad Sociaal Domein (ASDV) om onder andere te spreken over motie 305; de conclusie van het gesprek onder meer was dat de ASDV de zorgen van de raad over het gevoerde minimabeleid deelde, maar op zoek was naar andere vormen van participatie dan een cliëntenraad om de uitvoering van het beleid in de praktijk te evalueren en monitoren; in het gesprek met de ASDV twee suggesties werden gedaan die verder onderzoek verdienen: het invoeren van een systematische evaluatie van de diensten, ondersteuning
Raadsvergadering 11 april 2024
19
en hulpverlening door middel van vragenlijstonderzoek bij bewoners die gebruikmaken van de minimaregelingen (zoals bij de Wmo in Voorschoten gebruikelijk is) én het instellen van een cliëntenpanel; overwegende dat: 5.
6.
de uitkomsten van het onderzoek van de lokale Rekenkamer nog steeds staan: De Rekenkamer is kritisch over de uitvoering van het minimabeleid in Voorschoten. Uit het rapport blijkt dat voor onze bewoners onvoldoende duidelijk is dat er verschillende (financiële) regelingen zijn en wat die regelingen betekenen. Inwoners geven aan dat consulenten 'niet klantgericht en vaak niet bereikbaar zijn voor inwoners of hulpverleners'; deze conclusies worden ook gedeeld door het tweede (evaluatie)onderzoek dat de gemeente in september 2023 heeft laten uitvoeren;
voorts overwegende dat: 7. 8.
voor de Wmo in Voorschoten het al jaren heel gebruikelijk is dat onze bewoners die van een regeling gebruikmaken, via het invullen van een vragenlijst feedback geven over hun ervaringen; een cliëntenpanel, dat gevraagd wordt naar hun ervaringen en bevindingen, bij kan dragen aan de verbetering en het borgen van de kwaliteit van de dienstverlening;
van mening dat: 9.
een stem van bewoners die een bijstandsuitkering ontvangen of vallen onder de Participatiewet, beter gehoord moet worden; 10. een goede feedbackloop van essentieel belang is om dit te realiseren; Besluit: aan het conceptbesluit de volgende tekst toe te voegen: ‘Voor het opstellen van het nieuwe minimabeleid zal een opzet worden gemaakt voor een structureel klanttevredenheidsonderzoek voor bewoners die gebruikmaken van het minimabeleid. Verder zal worden onderzocht hoe en op welke wijze een cliëntenpanel (met bewoners uit het minimabeleid) tot stand kan worden gebracht. Daarbij zal ambtelijke ondersteuning worden vrijgemaakt om het cliëntenpanel en adequate klanttevredenheidsonderzoek op te zetten, uit te voeren en/of te begeleiden. De (mogelijk additionele) kosten en dekking van de inzet van cliëntenpanel en klanttevredenheidsonderzoek worden hierbij inzichtelijk gemaakt.' Ter ondersteuning van het amendement dat we van harte met GroenLinks hebben ingediend, pleiten wij voor vaststaande realisatiemomenten waarop we ervoor zorgen dat we weten dat de zaken die in het visiedocument staan, daadwerkelijk gerealiseerd worden. Wethouder Schokker heeft daar een prachtig voorbeeld van gegeven: hij heeft er bij het IWKp zorg voor gedragen dat er door de jaren heen ook realisatiepunten zijn. Volgens mij zouden die ook gebruikt moeten worden bij het minimabeleid.
Daarom dien ik dat voorstel bij dezen in. Het amendement, dat mede wordt ingediend door GroenLinks, luidt: "Amendement 289. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 11 april, constaterende dat: a.
de koersnotitie het kader en de input vormt voor het beleidsplan dat na het zomerreces aan de raad wordt aangeboden en een solide basis moet leggen voor de vormgeving van een effectief en inclusief minimabeleid;
overwegende dat uit onderzoek en evaluatie onder andere blijkt dat:
Raadsvergadering 11 april 2024
20
b. c. d. e. f.
slechts de helft van de minimahuishoudens in beeld is bij de gemeente Voorschoten, terwijl over het algemeen een gemeente 80% tot 95% in beeld heeft; de toegankelijkheid van de informatievoorziening over de minimaregelingen en het aanvraagproces beter moet; het budget (uitkeringen) voor minimaregelingen tussen 2018 en 2022 met 37% is gedaald; inwoners volgens het Rekenkamerrapport aangeven dat consulenten bij de gemeente Leidschendam-Voorburg 'niet klantgericht en vaak niet bereikbaar zijn' en er 'weinig ruimte voor maatwerk' door hen wordt ervaren; de meeste doelen van het minimabeleid niet SMART zijn geformuleerd;
van mening dat het nagestreefde effectieve en inclusieve minimabeleid politieke en maatschappelijke verwachtingen wekt over het wegwerken van gesignaleerde knelpunten. Besluit de tekst van het beslispunt als volgt te wijzigen: 1. Aan de huidige tekst wordt de volgende tekst toegevoegd: 'In het beleidsplan dat de raad na het zomerreces ontvangt, is een mijlpalendocument opgenomen met SMART geformuleerde doelen (inclusief eventuele tussendoelen) en waarin voorts de werkwijze en de daarvoor beschikbare middelen - waaronder de budgettaire - zijn beschreven (wat, wanneer en hoe).'" De heer Maassen (SP): Voorzitter. Om te beginnen sluit ik me aan bij de complimenten van de heer 't Lam van GroenLinks voor dit koersdocument en de manier waarop dit opgezet is. Toen wij een aantal jaren geleden in deze raad begonnen met de commissie Voorkantsturing, was dit wat we daarbij in gedachte hadden of in ieder geval wat ík - en ik was voorzitter van die commissie daarbij in gedachte had: als raad kunnen we, voordat het beleidsstuk wordt gemaakt, het met een aantal voorstellen in een richting sturen. Dit is hoe het moet. Dan de inhoud. Minimabeleid is belangrijk. Mensen met minder geld worden bewezen minder oud. Kinderen in armoede beginnen met een achterstand in het leven die ze vaak niet meer goed kunnen maken. Daarom is het goed dat het minimabeleid verbetert.
Dat is hard nodig, maar het grote probleem dat we hebben, is het uitgangspunt van budgetneutraliteit. Natuurlijk zou het fijn zijn als op de uitvoeringskosten kan worden bespaard, zoals de wethouder in de commissie aangaf. Maar de grote vraag is of dat genoeg geld oplevert om voor hetzelfde geld beter beleid te maken. Het risico van dat uitgangspunt is dat er moet worden gekozen en dat beter beleid voor de ene doelgroep betekent dat het beleid voor een andere doelgroep slechter wordt. Dat is voor de SP onaanvaardbaar. Daarom hebben we het amendement van GroenLinks mede ingediend. Wij willen het uitgangspunt van budgetneutraliteit uit het voorstel schrappen, omdat dat gewoon ten koste van de kwaliteit kan gaan. Uit de stukken blijkt dat niet één maar verschillende doelgroepen, de helft van de onderzochte doelgroepen van het minimabeleid, op dit moment niet uitkomen met hun maandbudget, zelfs als zij alle regelingen gebruiken. Zoals meneer Posthuma van de PvdA net al zei, wordt slechts 50% van de regelingen gebruikt. Het is dus nog erger dan deze papieren werkelijkheid. Er moet geld bij voor beter beleid, voor betere regelingen, voor alle doelgroepen van het minimabeleid. De regeldruk die mensen die gebruikmaken van het minimabeleid ervaren, moet echt omlaag.
Voor elke regeling, voor elke aanvraag moeten mensen steeds opnieuw aantonen dat ze in aanmerking komen voor die regeling. Dat betekent dat ze financieel met de billen bloot moeten, dat alle bonnetjes op tafel moeten en dat ze moeten aantonen dat ze arm genoeg zijn om mee te mogen doen. Ik heb deze oproep al eerder gedaan en ik doe die nu opnieuw: zorg ervoor dat mensen niet elke keer hun hele financiële hebben en houden op tafel hoeven te leggen. Mensen schamen zich daar echt voor. Ik roep het college hierbij op om in de uitwerking van het beleid een plan te presenteren waarin de toetsing of mensen voor een regeling in aanmerking komen, via de gemeente wordt geregeld. Natuurlijk moet dat AVG-proef gebeuren, maar op zo'n manier dat de drempel om gebruik te maken van een regeling, wordt verlaagd. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Ik sluit me graag aan bij de complimenten die al door GroenLinks en de SP zijn gegeven voor het koersdocument en het proces dat gevolgd is om aan de voorkant met elkaar te bespreken hoe we kijken naar zo'n nieuw beleidsstuk. Het minimabeleid betreft regelingen voor bijzondere bijstand waarmee de gemeente inwoners met een laag inkomen
Raadsvergadering 11 april 2024
21
ondersteunt. Een belangrijk aandachtspunt daarbij, zoals de heer Van Oostrum van het CDA zojuist aangaf, is dat de gemeente hier een verantwoordelijkheid heeft maar dat het Rijk verantwoordelijk is voor de inkomenspolitiek. Daarom is het van belang om die verantwoordelijkheden goed te scheiden. Met het vorig jaar vastgestelde re-integratie- en participatiebeleid en dit koersdocument voor het minimabeleid geeft het college de komende jaren invulling aan de verantwoordelijkheid van de gemeente. In de onderwerpen die in het koersdocument zijn opgenomen, kan de VVD zich heel goed vinden. Ik noem er een aantal. Er wordt beoogd om het stelsel toegankelijker te maken en er wordt specifiek gericht op de inwoners die dat het hardst nodig hebben. De VVD vindt het belangrijk dat die Voorschotenaren naar vermogen kunnen meedoen en zo veel mogelijk gestimuleerd worden om zelfredzaam te zijn via werk; dat is een belangrijke richting, die hier ook in genoemd wordt. Vanuit de centrale waarden zijn vier thema's geformuleerd, die wij graag onderschrijven. Dat zijn onder andere aandacht voor eigen regie, versteviging van de maatschappelijke kracht en kijken hoe dat zo efficiënt mogelijk kan. Kortom, wij zijn blij met deze koers. Wel hebben we in de commissie de wethouder een aantal suggesties gedaan voor het komen tot nieuw beleid, waarvan ik er één graag herhaal.
Voor dit stuk is veel onderzoek gedaan naar verschillende aspecten. In het koersdocument worden opnieuw veel onderzoeken aangekondigd. Wat de VVD betreft zouden we dat alleen moeten doen waar dat echt nodig is. Niet alleen gaat daar weer veel geld naartoe, de vraag is ook of dat altijd echt nodig is of dat er al voldoende informatie beschikbaar is. Maar kortom, wat ons betreft is dit een prachtig koersdocument om het minimabeleid verder vorm te geven. We wensen de wethouder daar vooral veel succes mee. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Niemand zou in armoede moeten leven; daar kunnen we het allemaal over eens zijn. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de landelijke overheid. Als gemeente hebben wij de mogelijkheid om meer bij te sturen en maatwerk te leveren waar nodig. Daarvoor is dit koersdocument voor het minimabeleid een goede voorzet. We hebben een rapport gekregen van de Rekenkamercommissie. Daarbij heeft het college aangegeven al te starten met de aanbevelingen; dat kunnen we ook teruglezen. We zijn blij dat daar een start mee is gemaakt. Wij sluiten ons graag aan bij de woorden van mevrouw De Bruin over de vele onderzoeken: kijk naar wat naar nodig is en voorkom onnodig onderzoek. Dat lezen we ook in het rapport van de Rekenkamercommissie. Er is zo onwijs veel bureaucratie; het wordt bureaucratie op bureaucratie op bureaucratie.
Daar moeten we echt vanaf. Het geld moet naar de mensen toe en niet naar het aan het werk houden van ambtenaren of onderzoeksbureaus. Dit is dus echt onze oproep aan het college: maak dit gewoon een stuk makkelijker en toegankelijker voor de mensen, zodat ze er minder tijd mee bezig zijn en daardoor ook makkelijker op de juiste plek kunnen komen, maar waarbij aan de andere kant de ambtenaren de tools krijgen om mensen makkelijker te kunnen benaderen. Wij zien na de zomer het minimabeleid graag tegemoet. Mevrouw Wijnen (D66): Voorzitter. In de commissievergadering heeft D66 al aangegeven dat er een mooie koersnotitie voor het minimabeleid ligt. Dus ook namens ons nogmaals complimenten voor de wethouder en de betrokken ambtenaren. Vanavond zijn door de andere fracties al kritische vragen gesteld en opmerkingen gemaakt, waarop wij de reacties graag afwachten. Wij willen de wethouder vanavond vooral vragen wat hijzelf belangrijker vindt: daadwerkelijk iets betekenen voor de minimahuishoudens in Voorschoten of binnen de budgettaire kaders blijven. Want door beide te willen helpen we Voorschoten niet vooruit. De koersnotitie bevat een gedegen analyse en ambities.
We kennen de wethouder als ambitieus en willen hem daar graag bij ondersteunen, maar door al op voorhand voor te stellen om het beleid budgetneutraal uit te voeren, wordt de kans verkleind dat hij deze ambities ook daadwerkelijk waar kan maken. Ligt dat dan straks aan de wethouder? Nee, eigenlijk niet, want als raad hebben wij het kader dat het budgetneutraal moet, dan zelf meegegeven. Vandaar dat wij amendement 291 samen met GroenLinks, de PvdA en de SP hebben ingediend. Daarbij willen we de wethouder graag oproepen om in kaart te brengen wat het eventueel meer zou moeten kosten, om dat dan bij de vaststelling van het beleidsplan aan de raad voor te leggen en om pas daarna het besluit te nemen over de financiën. Tevens hebben we samen met de PvdA en GroenLinks motie 320 ingediend, want los van het feit dat het een stuitende opmerking is, is het wel degelijk waar dat meer geld ten behoeve van het ene beleidsterrein ten koste kan gaan van andere doelen van de gemeente, maar dat geldt altijd. Wie gisteren aanwezig was bij de bijeenkomst over het sportaccommodatiebeleid, zal zich ook vanavond realiseren dat we, als we vooraf meegeven dat het budgetneutraal moet, de achterstand nooit inhalen. Dan zakken we met elkaar letterlijk en figuurlijk door de vloer. Het lijkt er trouwens op dat de onderwerpen binnen het bredere sociaal domein er de laatste jaren wat bekaaid af zijn gekomen
Raadsvergadering 11 april 2024
22
binnen de gemeente Voorschoten. Wellicht zijn we daar als raad zelf onvoldoende scherp op geweest, maar we kunnen niet ontkennen dat er sprake is van achterstallig onderhoud, niet alleen bij de sportaccommodaties maar ook bij het minimabeleid. Laten we met elkaar Voorschoten vooruit helpen en niet al bij voorbaat de hand op de knip houden. Wethouder De Bruijn: Voorzitter. Allereerst neem ik de complimenten en de succeswensen natuurlijk weer graag mee, ook richting onze ambtenaren, want die hebben hier hard aan gewerkt. Dus dank u wel daarvoor. Verder is er al heel veel gezegd, ook heel veel goede dingen. Ik heb niet heel veel vragen gehoord. Volgens mij kunnen we daar dus snel doorheen gaan. D66 vroeg: wilt u daadwerkelijk iets betekenen of moet het budgetneutraal? Uiteraard willen we met z'n allen echt iets betekenen en iets goeds neerzetten, maar we moeten natuurlijk ook de balans zien te zoeken, want niet alles is mogelijk in de tijden die komen. Maar ik denk dat we dat allemaal doorhebben. Ik wil graag meteen naar de amendementen en de motie. Ik begin met amendement 289 over de koers van het minimabeleid, met name over het mijlpalendocument met SMART geformuleerde doelen. Daar staan wij positief tegenover, zoals ik eigenlijk al heb aangegeven in de commissie, want dit is eigenlijk in lijn met wat we al van plan zijn.
Amendement 290 over de feedbackloop wil ik ontraden en ik ga u vertellen waarom. Ik ben bang dat de manier zoals die nu wordt weergegeven, met een structureel klanttevredenheidsonderzoek, heel veel capaciteit en geld gaat kosten, wat natuurlijk weer negatief kan uitpakken. We willen graag zo veel mogelijk uitgaven ten behoeve van de mensen die dat nodig hebben. Ik heb het hier natuurlijk met onze ambtenaren over gehad om te horen hoe zij hiertegen aankijken. We zien dat het met een normaal klanttevredenheidsonderzoek inderdaad lastig is om mensen te bereiken en dat dat dus heel arbeidsintensief is en veel kost, maar we willen graag na iedere mijlpaal gewoon korte evaluaties doen. Als wij mensen, cliënten, hebben geholpen, willen we graag ook direct met de cliënten in gesprek gaan: hoe heeft u dit ervaren en kunnen we dit verbeteren? Zo reageren we al sneller op de signalen die er zijn. We hebben ook gewoon klachtenregelingen. Als klachten binnenkomen, willen we daar sneller naar kijken. En we willen graag intensief het gesprek aangaan met onze partners, dus ook met de Sociale Alliantie. Ik zou de focus graag daarop willen leggen. De heer Posthuma (PvdA): Ik hoor de wethouder zeggen dat het allemaal ten koste gaat van de middelen die er zijn. Bij de Wmo kennen we hetzelfde principe. Daar wordt ieder jaar een enquête gehouden en dan krijgen we ook de resultaten van de bewoners.
Zo kunnen we een klein beetje de vinger aan de pols houden: hoe ervaren de verschillende cliënten het? Ik vind "cliënten" overigens nog steeds een rotwoord, maar waarom kan het bij de Wmo wel en bij het minimabeleid niet? Wethouder De Bruijn: Ik zeg volgens mij niet dat het niet kan. Er is misschien ook een verschil in de definitie. Een klanttevredenheidsonderzoek is veelal een stukje meer dan alleen een enquête. Als wij straks met z'n allen mijlpalen vaststellen, wil ik natuurlijk ook weten hoe dat is gegaan en of wij die mijlpalen ook hebben bereikt. Wat is het effect geweest op onze mensen, op onze inwoners, op onze cliënten? De manier die ik zojuist omschreef, is volgens mij wat dichter bij de cliënten en wat meer lean and mean, zodat die wat dat betreft een veel minder arbeidsintensieve en kostenintensieve aanpak vergt. De heer Posthuma (PvdA): Ik begrijp dat het intensief is, maar ik denk dat de verschillende onderzoeken ertoe nopen om een vinger aan de pols te houden. Volgens mij is dat heel noodzakelijk. Ik vind het lastig in het gehele plaatje dat er natuurlijk niet altijd sprake is van een gelijkwaardige relatie tussen de cliënt en de ambtenaar. Ik heb van bewoners ook teruggekregen dat zij niet durven omdat ze bang zijn dat dit mogelijk consequenties heeft voor hun uitkering.
De vraag is dus of je in staat zult zijn om de eerlijke antwoorden te krijgen, zodat je de echte feedbackloop krijgt. Het Rekenkamerrapport heeft laten zien dat heel veel mensen in eerste instantie niet eens in contact durfden te treden met die mensen en dat ze mensen echt moesten overtuigen om dat wél te doen. Ik denk dat u met hoe u het nu vormgeeft, wederom met slechte resultaten komt waar u helemaal niks aan heeft. Ik wil dus oproepen tot het vinden van een andere manier om die echte reacties terug te krijgen, want daarnaar ben je op zoek om dit systeem, dat op dit moment niet goed functioneert, beter te laten functioneren. Wethouder De Bruijn: Ik begrijp heel goed wat de heer Posthuma zegt. Daarom geloof ik juist heel erg in de gesprekken en in de signalen die wij van onze partners krijgen, van de Sociale Alliantie, bijvoorbeeld van Leergeld, Voor Elkaar en misschien SchuldHulpMaatje. Ik ben het met u
Raadsvergadering 11 april 2024
23
eens dat het met de gemeente vaak net een ander verhaal is; misschien is er meer angst of een hogere barrière, maar we merken dat mensen meer vrijuit spreken bij de partners, de partijen vanuit de Sociale Alliantie of de Voedselbank. We hebben die gesprekken al binnen de Sociale Alliantie en we merken nu al dat we daar heel goede signalen terugkrijgen. Ik ben het met u eens dat het verhaal richting de gemeente anders is dan richting de andere partijen, maar ik zie nu dat partijen daar een stuk opener in zijn. Ik denk dat we daar een heleboel goede dingen kunnen ophalen. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer Posthuma. De heer Posthuma (PvdA): Ik herken die positieve signalen niet. Je merkt vooral dat het, zoals u het omschrijft, iets te vrijblijvend is. Ik merk dat u met deze manier van doen de aversie tegen de gemeente juist versterkt. Je moet er juist voor zorgen dat je iets anders creëert, waardoor je die goede feedbackloop kan realiseren. Met hoe u er nu in staat, wordt het volgens mij lastig om dit proces op een adequate manier te verbeteren. Wethouder De Bruijn: Ik denk dat ik het goed heb uitgelegd en dat de heer Posthuma dat ook heeft gedaan. Dan is het volgens mij aan de raad. We zijn bij amendement 291.
Ik heb in de commissie al gezegd dat ik ook zie dat het lastig wordt om budgetneutraal te blijven, maar ik moet heel eerlijk zeggen dat je, als je het kopje er nu al bij voorbaat uit haalt, een heleboel vrijgeeft. Zoals ik ook in de commissie heb gezegd, zou mijn insteek zijn: laten we nou proberen om in eerste instantie dat financieel kader wel als richting te geven en dan zien we straks bij de uitvoering - iemand van u zei dat zojuist; ik weet niet meer wie - opties in de zin van: als er extra dingen of extra mogelijkheden zijn die we willen, kost dat dit. Dan kunnen we daar met elkaar het gesprek over hebben en met z'n allen een keuze maken. De heer 't Lam (GroenLinks): De wethouder geeft aan dat het kader van de financiële grenzen want dat is wat we hier bespreken - in bepaalde situaties mogelijk opgerekt kan worden, maar het probleem is dat we als raad in dit stuk de wethouder een opdracht geven, namelijk werken volgens een budgetneutraal kader. Als hij nu aangeeft dat het misschien wat meer geld kan kosten, kan dat dus niet. Als u die ruimte wil - dat proef ik eigenlijk - moet dit financiële stukje eruit, want anders heeft u die ruimte niet. Wethouder De Bruijn: In mijn ogen kan dat dus wél op de manier die ik voorstel.
Wij komen met een voorstel dat past binnen dit kader en daarnaast met wat ik maar "een soort menukaart" noem in de zin van: wat betekent het als we dit, dit of dit extra doen? Volgens mij zou dat kunnen, maar nogmaals, ook hier is het uiteindelijk aan het oordeel van de raad. De heer 't Lam (GroenLinks): Ik neem aan dat de wethouder ons aan het eind van dit jaar een minimabeleid gaat voorleggen waar wij allemaal iets van gaan vinden, maar niet per se een menukaart met allerlei keuzes. Het is een opdracht aan de wethouder om die keuzes te maken en aan ons voor te leggen. Dat moet hij nu dus doen met die budgetneutrale grenzen. Dat is een ongelofelijke beperking van de richting die dit koersdocument aangeeft. Ik vrees dat er heel weinig van een ambitieus plan overblijft als die ruimte er niet is. Ik zou als wethouder eigenlijk de kans aangrijpen om die ruimte ook voor mezelf te creëren door die financiële kaders niet zo strak te zetten. Ik roep hem dus echt op om daar goed over na te denken. De voorzitter: Ik hoorde geen vraag. Een korte reactie van wethouder De Bruijn hierop. Wethouder De Bruijn: Ik begrijp heel goed wat er wordt gezegd, maar voor mij is het belangrijk dat we scherp aan de wind blijven varen. We kunnen niet alles onbeperkt doen. Als we alles van die kaders loslaten, ben ik bang dat het op een gegeven moment in de toekomst niet meer haalbaar is.
Maar ik concludeerde al dat het gewoon aan het oordeel van de raad is. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer 't Lam. De heer 't Lam (GroenLinks): Als wij aangeven dat wij met dit kader kunnen functioneren en het zo vrijlaten, vraag ik me een beetje af of we dan dit document op deze manier hadden moeten vaststellen als er zoveel ruimte gegeven wordt. Ik ben benieuwd wat de wethouder daarvan vindt,
Raadsvergadering 11 april 2024
24
want ik ga ervan uit dat de wethouder het met mij eens is dat dit een opdracht is die de wethouder dient uit te voeren en de kaders zijn nogal beperkend. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder De Bruijn: Volgens mij heb ik het al gezegd, maar ik kan het illustreren. We hebben de standaarddienstverlening, die hierin zit. Hier zit bijvoorbeeld nog geen maatwerkbudget in, waar we met elkaar over hebben gesproken, maar dat vinden we wel interessant. Wat hier wel in genoemd wordt maar waarvan ik zeker weet dat het er niet in past - maar daarover komen we te zijner tijd met een apart voorstel naar u toe - is bijvoorbeeld wat ik maar even "een stadspas" noem, of we dat nou met een Leidse pas doen of aan de andere kant. Zo zie ik het voor me: laten we nu kijken wat hierin mogelijk is. Over andere zaken, zoals zo'n Leidse pas, zijn we goed in gesprek maar daarover komen we afzonderlijk bij u terug. De heer Maassen (SP): Ik ben echt heel erg in de war; dat ben ik wel vaker, maar nu ben ik in de war door de beantwoording van de wethouder. Eigenlijk zegt hij: dit is een koersdocument en dit zijn de kaders waarbinnen wij het beleid verder gaan uitwerken in opdracht van de raad, maar ik geef nu alvast aan dat ik daarvan ga afwijken. Dat vind ik heel raar.
Waarom doen we deze bespreking dan? De vraag aan de wethouder is: is het de bedoeling om het koersdocument verder uit te gaan werken of is het de bedoeling van de wethouder om ervan te gaan afwijken? Wethouder De Bruijn: Ik geloof dat ik de heer Maassen vanavond heel erg in verwarring breng. Excuus daarvoor. Het is ook niet makkelijk allemaal. Ik zie dit echt als een koers. Het heet niet voor niks "een koersdocument"; het is een visie: waar gaan we naartoe? Ik heb het net al gezegd: we gaan proberen om zo scherp mogelijk aan de wind te zeilen. We gaan ons best doen, maar er moet natuurlijk wel gewoon een compleet beleidsplan liggen; er moet een compleet plaatje liggen. Dat is evident, want ik ga niet bij u terugkomen met een half minimabeleid. Daar zitten we allemaal niet op te wachten. Zoals ik net zei, is het oordeel aan de raad. We gaan, ook met de andere partners, kijken wat er mogelijk is en we gaan proberen om dit te doen binnen de huidige middelen die we ook krijgen vanuit het Rijk. Als het daarbuiten valt, zullen wij met elkaar een discussie moeten hebben: willen we dat? Volgens mij kunnen wij daar met elkaar een heel goed gesprek over hebben als het plan er ligt.
De heer Maassen (SP): Heeft de wethouder het nodig om scherp aan de wind te kunnen varen omdat in het koersdocument staat dat budgetneutraliteit het uitgangspunt is? Wethouder De Bruijn: Je kunt hier ja of nee op zeggen; dat is natuurlijk altijd zo. Het gaat mij hierom: als wij het nu meteen al loslaten … We willen wel richting hebben met z'n allen. Als wij nu al zeggen dat we het loslaten … Maar nogmaals, het is aan het oordeel van de raad. De voorzitter: De derde en laatste interruptie. Heeft u een nieuw inzicht, meneer Maassen? De heer Maassen (SP): Het punt is inderdaad dat we richting willen hebben. Daar is dit document voor. De richting die vanuit het amendement wordt aangegeven, is: leg nu niet vast dat het budgetneutraal moet, want dat kan ten koste van de inhoud gaan, maar blijf natuurlijk wel scherp aan de wind varen. Dat is het punt en dat blijft natuurlijk gewoon zo, ook als je dat uitgangspunt om even naar het vorige agendapunt terug te gaan - wat minder in beton beitelt. De voorzitter: Ik heb geen vraag gehoord maar een statement. Volgens mij is dit punt voldoende gewisseld en gaat wethouder De Bruijn verder met zijn reactie op de amendementen en de motie. Wethouder De Bruijn: Ik heb alleen nog motie 320. Daar staan wij positief tegenover. De voorzitter: Er is behoefte aan een tweede termijn. Meneer 't Lam, let trouwens een heel klein beetje op uw tijd.
De heer 't Lam (GroenLinks): O ja. We maken in Voorschoten voldoende plannen en we leveren allerlei onderzoeken. Dat doen we soms zelfs dubbel, maar we hebben natuurlijk niet heel veel aan al die plannen als ze niet worden uitgevoerd. Dat is juist het grote probleem in Voorschoten: de uitvoering. We zien aankomen dat met de ongewijzigde aanpak van dit minimabeleid ook de uitvoering echt een probleem gaat zijn. Om die uitvoering te helpen en om beter beleid te maken, moeten er echt voldoende financiën zijn en moet helder zijn wat wordt opgepakt door de gemeente en wanneer. Dit helpt ons ook als raad om onze controlerende taak uit te voeren. Het helpt de
Raadsvergadering 11 april 2024
25
inwoners om het beeld te krijgen dat er echt iets gebeurt. Uiteindelijk bewijzen we hiermee ook onze democratie een dienst. Toch nog een vraag over die financiën: waarom heeft de wethouder in de commissie aangegeven dat het minimabeleid eigenlijk niet haalbaar is binnen de huidige financiële grenzen en dient hij vervolgens een raadsvoorstel in waarin hij juist die financiële grenzen stelt? De heer Van Oostrum (CDA): Nog een korte vraag. De wethouder zegt eigenlijk dat hij motie 320 steunt. Betekent dit ook dat die zin uit het raadsvoorstel gaat? Mag ik dat zo uitleggen? De voorzitter: Laat ik daar een procedurele reactie op geven. Als de motie wordt aangenomen, is dat zo, maar zij moet nog wel worden aangenomen. De heer Van Oostrum (CDA): Dat snap ik, maar begrijpt u mijn vraag ook? Gaat de zin er dan uit of moeten we amenderen? Hoe werkt dat nu? De voorzitter: Het is een uitspraak. Dat staat ook in de tekst van de motie: "spreekt teleurstelling uit". Het is geen wijziging van het voorstel. De heer Van Oostrum (CDA): Duidelijk. Dank u wel. De voorzitter: Heeft u nog andere punten voor de tweede termijn? De heer Van Oostrum (CDA): Gaan we nu dan de tweede termijn in? De voorzitter: Ja, daar zijn we mee begonnen. De heer 't Lam heeft zojuist als eerste het woord gehad in de tweede termijn. Ik volg het lijstje en u bent de volgende op mijn lijstje, meneer Van Oostrum.
Geeft niets, we helpen u allemaal. Wilt u een tweede termijn of wilt u een schorsing? De heer Van Oostrum (CDA): Dat laatste, voorzitter. Zou dat kunnen? De voorzitter: U doet een ordevoorstel voor een korte schorsing. Dan schors ik de vergadering voor vijf minuten. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: We waren gebleven bij de heer Van Oostrum van het CDA. Meneer Van Oostrum, u had één vraag. Die is beantwoord. Heeft u verder nog iets voor de tweede termijn? De heer Van Oostrum (CDA): Nee, dank u wel. Mijn technische punt is inmiddels verduidelijkt, waarvoor dank. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik moet een beetje op mijn tijd letten, omdat ik straks nog een ander voorstel moet verdedigen. Ik houd het dus kort, want ik weet dat u heel streng let op de tijd. Ik kan daar dus geen gebruik dan wel misbruik van maken. Ik heb alle punten ten aanzien van de verschillende voorstellen wel genoemd. Ik hoop dat we voldoende hebben ingebracht om steun van de andere partijen in deze raad te kunnen krijgen. Ik wacht de stemming gewoon af. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Ik heb in de eerste termijn heel duidelijk het punt gemaakt dat het wat de SP betreft niet de bedoeling is dat die budgetneutraliteit ertoe gaat leiden dat de ene groep beter beleid krijgt en dat dit ten koste gaat van het beleid voor een ander deel van de doelgroep.
Om te onderstrepen dat dit wel degelijk een mogelijkheid is, wijs ik nog even op pagina 16 van de koersnotitie zelf, waarin onder het puntje "het streven is om het minimabeleid budgetneutraal te herzien" het volgende puntje is "ruimte zal gezocht moeten worden in anders inrichten van de huidige regelingen". Dat is precies waar wij bang voor zijn en waarom wij nu die budgetneutraliteit uit het voorstel willen schrappen, want anders krijgt de één het wat beter en de ander wat slechter. Dat is herverdeling van schaarste en dat is niet wat we moeten doen in de huidige situatie. Voor iedereen moet het beleid verbeterd worden, want wij staan gewoon op een achterstand. Ik heb in de eerste termijn een oproep gedaan aan het college. Daar is volgens mij niet echt op gereageerd. Ik wil het college dus vragen om alsnog te reageren op de oproep om een plan te
Raadsvergadering 11 april 2024
26
presenteren om de toegang van mensen tot het minimabeleid zo regelluw mogelijk te maken, zodat er zo makkelijk mogelijk aanvragen kunnen worden gedaan zonder elke keer met je hele financiële huishouden aan te moeten komen. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de reactie. Ik reageer op de amendementen en de motie. Amendement 289 over meer SMART formuleren en concrete doelen kunnen wij steunen. "SMART" en "concreet" klinken altijd goed. Dat volgen wij dus graag. Amendement 290 zullen wij niet steunen. Wij volgen de wethouder: een extra onderzoek gaat veel geld kosten en het toetsen van de klanttevredenheid na de mijlpalen kan ook inzicht geven. Over amendement 291 hebben we zojuist een uitgebreide discussie gehoord. Dat gaan we niet steunen. Wij ondersteunen het streven om binnen bestaande budgetten te blijven; dat is ordentelijk financieel beheer. Als de wethouder met goede voorstellen komt die mogelijk geld kosten, willen we dat echt bekijken en wegen; dat is de menukaart waarnaar zojuist verwezen werd. We willen niet beginnen met: we gaan bij voorbaat meer geld uitgeven. We kunnen het geld namelijk maar één keer uitgeven. Er werd zojuist verwezen naar het sportaccommodatiebeleid. Volgens mij komt er daarvoor straks ook een heel plan, waar meer geld voor nodig is. Die weging moeten we doen bij de begrotingsbehandeling. Motie 320 kunnen wij steunen.
Het is goed om naar die formulering te kijken. Het is ook bijzonder dat die alleen in dit raadsvoorstel staat. De motie kunnen wij dus steunen. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Ik refereer nog even aan de commissievergadering, waarin de wethouder mijns inziens duidelijk heeft gemaakt dat hij komt met een minimabeleid, waarbij we dan nog keuzes kunnen maken over eventueel aanvullend beleid. Ik wil nog even van de wethouder horen of hij dat heeft toegezegd. Mevrouw Wijnen (D66): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de reactie in de eerste termijn. Wij zien eigenlijk één grote rode draad: het is lastig om te kiezen. Kiezen we voor ambities of kiezen we voor budgetneutraliteit? Daar komen we vast nog een keer op terug. We willen nog graag reageren op twee amendementen. De wethouder was positief over amendement 289. Dat zullen wij steunen. De wethouder ontraadt amendement 290. Daar zullen we dus op die manier mee omgaan. Wel hebben we de wethouder horen zeggen dat hij nadenkt over een alternatief om de ervaring van mensen toch mee te kunnen nemen. Wij horen graag of dit een toezegging is dat we daarover verderop in het proces een voorstel kunnen terugzien in de stukken. De voorzitter: Ik heb vier vragen gehoord. Wethouder De Bruijn: Voorzitter. Ik heb er inderdaad ook vier staan.
Allereerst een reactie in de richting van GroenLinks. GroenLinks zei dat ik in de commissievergadering heb gezegd dat het eigenlijk niet haalbaar is binnen de financiële kaders. Volgens mij heb ik dat iets genuanceerder gezegd: ik heb gezegd dat dat best een uitdaging is. Dat is ook gewoon zo; dat durf ik wel te zeggen. Maar ik heb daarbij ook aangegeven dat ik wel heel veel mogelijkheden zie om efficiënter te werken, bijvoorbeeld met waar de SP ook aan refereerde, namelijk het makkelijker maken van de toetsing en minder toetsingen. Ik wil die uitdaging dus gewoon aangaan. Dan de oproep van de SP. Die had ik inderdaad gehoord, meneer Maassen. Ik was 'm heel eventjes vergeten. U had het over een uitwerking in een plan, maar als de overweging gewoon terugkomt in het document zelf, kan me zo voorstellen dat dat is wat u bedoelt. Toevallig hebben we de afgelopen week al over dit soort zaken gesproken. Ik weet niet of u de terugkoppeling uit Helmond heeft gezien; daar is volgens mij een memootje over gestuurd. Daar hebben we echt goed naar gekeken. Dus bij dezen … Als ik me niet vergis, was dat uw suggestie. Dan de vraag van Voorschoten Lokaal: dat heb ik inderdaad op die manier toegezegd. Dat ben ik dus nog steeds voornemens. Dat is eigenlijk wat ik zojuist ook heb gezegd. Ik was net aan het schrijven over de vraag van D66 en toen was ik aan de beurt.
Ik zie dat ik mijn zin niet heb afgemaakt. Kan de vraag worden herhaald? Mevrouw Wijnen (D66): U heeft aangegeven dat u amendement 290 over het structureel meten van klantervaringen en het oprichten van een cliëntenpanel ontraadt, maar klopt het dat u heeft
Raadsvergadering 11 april 2024
27
gezegd dat u nadenkt over een alternatief om ervaringen van klanten in beeld te kunnen brengen en dat u daar op een later moment op terugkomt? Wethouder De Bruijn: Dank aan D66 voor de herhaling. Wij kunnen daarop terugkomen. We hebben het daar ook al over gehad. We hebben daar onze ideeën over en wij denken dat we dit op een goede manier kunnen inrichten. Ik ga dus even kijken of dat terugkomt bij het uiteindelijke document of dat we dat los doen, maar dat is geen punt. De voorzitter: Ik constateer dat alle vragen vanuit de raad zijn beantwoord. Ik sluit dus de beraadslaging en we gaan over tot de stemmingen. In stemming komt amendement 289 van de PvdA en GroenLinks. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt amendement 290 van de PvdA. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 6 tegen 15 stemmen, waarbij de fracties van GroenLinks, de PvdA en de SP ervoor hebben gestemd. In stemming komt amendement 291 van GroenLinks, de SP, de PvdA en D66. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Ik heb lang gewikt en gewogen over wat ik zou kiezen.
Ik vertrouw er met de toezegging van de wethouder op dat er een menukaart komt, zoals dat genoemd is, om te kijken of we het toch ruimer kunnen maken dan het financiële kader waar we de hele avond over gediscussieerd hebben. Ik volg het advies van de wethouder. Nou ja, hij liet het over aan het oordeel van de raad, maar ik zal tegenstemmen. Ik zal echter wel in de gaten houden of er een menukaart komt. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 12 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP ervoor hebben gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik ben teleurgesteld over de uitkomsten van de stemmingen. Dat is de reden waarom ik tegen dit voorstel moet stemmen. De heer Maassen (SP): Voorzitter. We stemmen nu over de kaders van het minimabeleid. Nu amendement 291 is verworpen, staat er in het voorstel een kader waarin de SP zich niet kan vinden, namelijk budgetneutraliteit. Daarom stemmen wij tegen het koersdocument. De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter. Ook GroenLinks zal tegen dit koersdocument stemmen, met tegenzin, want we vinden het een mooi stuk, maar gebrek aan financiën levert een onuitvoerbaar plan op.
Bovendien heb ik, de discussie gevolgd hebbende, het gevoel dat ik niet meer weet wat de waarde van dit koersdocument is, want dat blijft bijzonder vaag. Mevrouw Wijnen (D66): Voorzitter. Weinig nieuws na de voorgaande sprekers: ook wij zullen vanwege het verwerpen van het amendement tegen het plan stemmen. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 12 tegen 9 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP ertegen hebben gestemd. In stemming komt motie 320 van de PvdA, GroenLinks en D66. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen.
Raadsvergadering 11 april 2024
28
9. Startnotitie Omgevingsvisie Voorschoten 2040 (raadsregistratienummer Z/24/083988/385925) De voorzitter: De raad moet de Omgevingsvisie vaststellen. Het opstellen hiervan is een lang proces met verschillende fases. In de voorliggende startnotitie staat het proces beschreven. Ik wil een aantal fracties attenderen op hun beperkte spreektijd; dat zeg ik maar eventjes. Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. In de commissievergadering van 14 maart hebben wij uitvoerig gesproken over deze startnotitie. Na dat debat met z'n allen was dit voor Voorschoten Lokaal eigenlijk een hamerstuk, ook omdat de wethouder al onze vragen duidelijk heeft kunnen beantwoorden. We hebben hier op dit moment dus niet veel meer over te zeggen. Ik wil alleen nog één dingetje noemen. Voorschoten Lokaal heeft vragen gesteld over de investeringen die de afgelopen jaren al zijn gedaan, wat er tot nu toe gerealiseerd is en wat er nu nog over is aan budget. Ook hier hebben we een heel duidelijke uiteenzetting over gekregen. Motie 321 zullen wij steunen. Wij zien deze startnotitie als een gedegen stuk dat wij vast kunnen stellen, zodat de eerste fase nét op tijd klaar is. Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Voorzitter. Deze startnotitie is een startsein.
In de volgende fase gaan we aan de slag om de ambities, de uitgangspunten en de belangrijkste opgaven voor de toekomst van Voorschoten vast te leggen. Het is belangrijk om het proces rond participatie goed te blijven volgen. We hebben bij het project Adegeest gezien hoe belangrijk dat is. Het is ook belangrijk om de ambities duidelijk op schrift te stellen en daadwerkelijk ten uitvoer te brengen. We staan positief tegenover de motie die de VVD gaat indienen om het werk niet dubbel uit te voeren. Ik zou zeggen: laten we beginnen. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Er ligt een enorm project dat gaat gebeuren. College, beschouw dit vooral als een kans om het vertrouwen van de inwoners te herstellen en banden aan te halen. Als raad hebben we niets aan uitkomsten zoals "een mooi groen dorp". Stel dus de goede vragen naar opvattingen. Vraag door bij inwoners. Vraag naar de onderbouwing, want dan krijgen we antwoorden die beter zijn dan dat we zo'n mooi groen dorp zijn met prachtige lindes in de Voorstraat, wat we allang weten. Motie 321 van de VVD lijkt ons zo vanzelfsprekend dat we ons eigenlijk afvragen waarom ze die wil indienen. Daar krijg ik straks dus graag een reactie op. De heer Lavrijsen (VVD): Voorzitter. We zijn ons ervan bewust dat het opstellen van een Omgevingsvisie een verplichting is vanuit de nieuwe Omgevingswet. Zo'n Omgevingsvisie is echter ook vormvrij.
Dat betekent vrij vertaald dat je haar zo groot of zo klein kan maken als je wilt of als je verstandig lijkt. Kijkend naar wat de Omgevingsvisie volgens de Omgevingswet moet bevatten, hebben we het eigenlijk vooral over een beschrijving van de fysieke leefomgeving: bouwwerken, infrastructuur en watersystemen, waar we het vorige maand nog over hebben gehad. Volgens mij hebben we al behoorlijk wat onderzoeken, rapporten en visies die deze aspecten eigenlijk al raken. Ik zal ze, gelet op het tijdstip, niet allemaal noemen, maar onze oproep is dus om pragmatisch te werk te gaan. Uit de stukken die wij hebben gekregen en gelezen en ook naar aanleiding van wat in de commissievergadering is besproken, kwam bij ons een beetje het gevoel op dat er een hele kerstboom wordt opgebouwd terwijl je overal in je huis al mooie kerststukjes hebt staan. Onze oproep is dus: ga gewoon pragmatisch te werk, haal de rode draad uit al die onderzoeken en betrek ook de participatie. Participatie heeft ten grondslag gelegen aan heel veel visies die zijn opgesteld, vrij recentelijk nog. Laten we dus eerst kijken wat we hebben en welke punten we het eerst moeten oppakken. En zorg voor de integraliteit.