Concept notulen raadsvergadering 1 oktober 2025 - gecorrigeerd
Tekst van het document
Waar zeggen we nu wel ja tegen en wat hoort er juist niet in thuis? Om die keuzes scherper te maken hebben wij als PvdA een aantal voorstellen voorbereid, een breed pakket aan verbeteringen waarmee we de visie sterker en concreter willen maken, van grote strategische keuzes tot meer gerichte aanvullingen. Ik zal die voorstellen eenvoor-een langslopen, maar daarbij houd ik in het achterhoofd dat de Omgevingswet sterk past bij het liberale gedachtegoed van dereguleren en vooral vertrouwen op de markt; daar refereerde de heer Deuzeman al aan. Het gevaar bestaat dat de sterke spelers, zoals projectontwikkelaars, hun zin makkelijker kunnen doordrukken. Voor ons ligt er dus de uitdaging om juist die ruimte, de sociale en ecologische waarborgen, stevig in de visie te verankeren. Ik dien eerst amendement 354 over Station De Vink in. In de omgevingsvisie wordt nu slechts voorzichtig gesproken over verdichting bij Station De Vink. Daarmee doen we onszelf tekort. Dit station is meer dan alleen een plek om wat woningen neer te zetten. Het is een belangrijke schakel in de regionale mobiliteit en kan juist kansen bieden voor een brede ontwikkeling. We willen die mogelijkheden als Partij van de Arbeid bewust openhouden met het jaar 2040 in het achterhoofd.
Denk aan een betere bereikbaarheid, veilige routes voor fietsers en voetgangers, een aantrekkelijke openbare ruimte of zelfs nieuwe functies die het station en de omgeving versterken. Door dit amendement nemen we Station De Vink serieus en hebben we alle vrijheid om de komende vijf à tien jaar mogelijk iets daaraan te gaan doen. Het amendement luidt: "Amendement 354. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 1 oktober 2025, gezien het raadsvoorstel Z/24/089378/460758, constaterende dat: a.
in de Omgevingsvisie Voorschoten 2040 geen aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden voor ontwikkeling rond Station De Vink;
Raadsvergadering 1 oktober 2025
15
b. c.
Station De Vink op de grens ligt van Leiden en Voorschoten en daarmee een strategische locatie vormt in het regionale mobiliteits- en woningbouwnetwerk; de gemeente Leiden in haar zienswijze nadrukkelijk kansen ziet voor verdichting en woningbouw in de omgeving van Station De Vink;
overwegende dat: d. e. f. g.
verdichting bij bestaande ov-knooppunten aansluit bij de provinciale en nationale beleidslijnen om nabij stations te bouwen (Nationale Omgevingsvisie en Omgevingsvisie Zuid-Holland) Nationale Omgevingsvisie | Rapport | Rijksoverheid.nl; Station De Vink ligt ook in het zogenaamde NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad, dat weer samenhangt met het MIRT-verkenning Oude Lijn (spoorverbetering tussen Dordrecht en Leiden); zie: MIRT-verkenning Oude Lijn | MIRT overzicht; samenwerking met Leiden dus kansen biedt om betaalbare woningen toe te voegen, de economie een impuls te geven en de mobiliteit rond Station De Vink te versterken; de huidige tekst van de Omgevingsvisie hiermee een belangrijke ontwikkelkans onbenut laat;
Besluit: Beslispunt 2 te wijzigen in: De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 vast te stellen met de volgende wijziging: In hoofdstuk 6 (Gebiedsgerichte koers) in paragraaf 6.4.2. na Station Voorschoten (pagina 85) een passage op te nemen over Station De Vink en omgeving, met de volgende tekst: 'Station De Vink is een locatie waar ontwikkelkansen liggen, zoals in woningbouw en de versterking van de economische en maatschappelijke structuur. De gemeente Voorschoten gaat samen met de gemeente Leiden de ontwikkelkansen rond Station De Vink op termijn onderzoeken.'" Amendement 355 gaat over "in principe" niet in het buitengebied bouwen. Met dit amendement willen wij een punt maken van duidelijkheid en eerlijkheid. In de omgevingsvisie staat letterlijk: "in principe niet in het buitengebied bouwen". De woorden "in principe" wekken de suggestie dat er toch ruimte blijft om in de toekomst uitzonderingen te maken. De PvdA vindt dat we dat niet moeten willen. Het open en groene buitengebied is een van de grootste kwaliteiten van Voorschoten. Het is van essentieel belang voor de leefkwaliteit van onze inwoners, voor de natuur, voor de recreatie en voor ons dorpse karakter. Juist daarom moeten we helder en ondubbelzinnig zijn: we bouwen niet in het buitengebied; geen mitsen en maren, geen ruimte voor sluipende uitzonderingen. Het amendement luidt: "Amendement 355.
De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 1 oktober, gezien het raadsvoorstel Z/24/089378/460758, constaterende dat: a. b.
in de Omgevingsvisie Voorschoten 2040 staat op bladzijde 8 opgenomen dat 'we in principe niet in het buitengebied bouwen zodat we het buitengebied open kunnen houden'; de woorden 'in principe' ruimte laten voor uitzonderingen;
overwegende dat: c. d. e.
de raad van mening is dat het behoud van het buitengebied als open en groen landschap essentieel is voor de leefkwaliteit van Voorschoten; duidelijkheid en zekerheid richting inwoners en ontwikkelaars wenselijk zijn; het schrappen van 'in principe' het standpunt van de gemeente ondubbelzinnig maakt;
Besluit: Beslispunt 2 te wijzigen in:
Raadsvergadering 1 oktober 2025
16
De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 vast te stellen met de volgende wijziging: De passage op bladzijde 8 \ We bouwen in principe niet buiten het dorp zodat we het buitengebied open kunnen houden.' te wijzigen in: 'We bouwen niet in het buitengebied, zodat we het buitengebied open kunnen houden.'" Met amendement 356 over de Jongerenraad willen wij jongeren in Voorschoten niet alleen erkennen, maar ook structureel een plek geven in de manier waarop wij het beleid maken. Op pagina 54 van de omgevingsvisie staat terecht dat Voorschoten er is voor alle leeftijden en dat we voorzieningen en de buitenruimte voor jongeren samen met hen willen verbeteren. De praktijk laat zien dat jongeren dit ook oppakken. De Jongerenraad heeft zich het afgelopen jaar duidelijk uitgesproken over de thema's die hen raken, zoals wonen en uitgaan. Ze hebben daarmee bewezen dat hun stem niet alleen waardevol is maar ook noodzakelijk. Juist jongeren zijn degenen die nu nauwelijks een woning kunnen vinden in Voorschoten. Juist zij voelen of het dorp aantrekkelijk blijft om er te wonen, te sporten en uit te gaan. Hun perspectief helpt ons om keuzes te maken die verder reiken dan de korte termijn.
Door de Jongerenraad expliciet in de omgevingsvisie te benoemen geven we een krachtig signaal af: wij luisteren niet alleen naar de jongeren als ze zelf aan de bel betrekken, maar we betrekken hen ook structureel bij de toekomst van ons dorp. Zo maken we beleid dat echt voor alle generaties aan het werk is. Het amendement luidt: "Amendement 356. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 1 oktober 2025, gezien het raadsvoorstel Z/24/089378/460758, constaterende dat: a. b.
in de Omgevingsvisie Voorschoten 2040 (bladzijde 54) staat dat Voorschoten er is voor alle leeftijden en dat de gemeente voorzieningen en buitenruimte voor jongeren wil verbeteren, samen met jongeren en verenigingen; de Jongerenraad Voorschoten zich het afgelopen jaar nadrukkelijk heeft geprofileerd, onder meer op de thema's wonen en uitgaan, en daarbij een waardevolle bijdrage heeft geleverd aan het maatschappelijk debat in onze gemeente;
overwegende dat: c. d. e.
jongeren zelf het beste weten wat er nodig is om Voorschoten aantrekkelijk en leefbaar te maken voor hun generatie; de Jongerenraad een belangrijke brug vormt tussen jongeren en het gemeentebestuur; het van belang is om hun rol structureel te erkennen en te verankeren in de omgevingsvisie;
Besluit: Beslispunt 2 te wijzigen in: De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 vast te stellen met de volgende wijziging: In hoofdstuk 5.2.3 onder het kopje 'Voorschoten voor alle leeftijden' (p. 54), de passage 'We verbeteren de voorzieningen en buitenruimte voor jongeren en kijken of we dit samen met (sport)verenigingen kunnen organiseren. We doen dat samen met de jongeren. Zij weten immers het beste waar ze behoefte aan hebben.' aan te vullen met de volgende zin: 'Daarbij betrekken wij de jongeren structureel bij de uitwerking van programma's, zoals bijvoorbeeld de vertegenwoordigers van de Jongerenraad.'" Ik dien amendement 357 in over een veilige leefomgeving. De afgelopen weken zijn we opnieuw opgeschrikt door gevallen van femicide. Het raakt ons allemaal en laat zien dat veiligheid in een leefomgeving geen vanzelfsprekendheid is. Ook in Voorschoten moeten wij ons afvragen of wij genoeg doen om een omgeving te scheppen waar iedereen zich veilig voelt. De omgevingsvisie benoemt terecht leefbaarheid en ontmoeting, maar blijft beschrijvend over sociale veiligheid,
Raadsvergadering 1 oktober 2025
17
terwijl juist de inrichting van de openbare ruimte hierin een hele grote rol speelt: goede verlichting, overzichtelijke plekken, veilige loop- en fietsroutes en aandacht voor het voorkomen van onveilige situaties. Als raad kunnen we niet aan deze actualiteit voorbijgaan. We moeten in de visie handen en voeten geven aan onze verantwoordelijkheid om Voorschoten voor iedereen veilig te maken. Dit begint bij de manier waarop we onze wijken en straten inrichten. Met het amendement maken we duidelijk dat sociale veiligheid een wezenlijk onderdeel van een hechte en inclusieve gemeenschap is. Daarmee geven we die woorden niet alleen een plek op papier, maar ook een richting van hoe wij in de praktijk op een veilige manier in Voorschoten willen bouwen. Het amendement luidt: "Amendement 357. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 1 oktober 2025, gezien het raadsvoorstel Z/24/089378/460758, constaterende dat: a. b.
de Omgevingsvisie Voorschoten 2040 het thema 'Hechte gemeenschap met ruimte voor diversiteit' benoemt (hoofdstuk 4.2, p.43) en dit thematisch verder uitwerkt in hoofdstuk 5.2 (start p.48); de bestaande tekst in hoofdstuk 5.2 vooral beschrijvend is en onvoldoende concreet ingaat op sociale veiligheid in de openbare ruimte;
overwegende dat: c. d.
sociale veiligheid een voorwaarde is voor een diverse en inclusieve hechte gemeenschap; bij inrichting en beheer van de openbare ruimte al in de planfase rekening gehouden moet worden met elementen die het veiligheidsgevoel beïnvloeden (verlichting, overzichtelijkheid, zichtlijnen en ontmoeting);
Besluit: Beslispunt 2 te wijzigen in: de Omgevingsvisie Voorschoten 2040 vast te stellen met de volgende wijziging: In hoofdstuk 5.2 - Hechte gemeenschap, paragraaf 5.2.1 'Inleiding' (pagina 48), direct na de eerste alinea en vóór subparagraaf 5.2.2 'Plezierig wonen voor alle leeftijden' (p.49) de volgende zin op te nemen: 'Bij het vormgeven en beheren van de openbare ruimte zetten wij nadrukkelijk in op sociale veiligheid: we houden bij inrichting en herinrichting rekening met verlichting, overzichtelijkheid, zichtlijnen en plekken die uitnodigen tot veilige ontmoeting.'" Amendement 358 gaat over de spreiding van sociale huur. We weten dat er in Voorschoten wijken zijn waar nauwelijks sociale huur of middenhuur is. Juist daar lopen we het risico dat Voorschoten steeds eenzijdiger wordt, een dorp dat vooral bereikbaar is voor de hogere inkomens, terwijl jongeren, starters en mensen met een vitaal beroep nauwelijks een plek kunnen vinden. Met dit amendement maken we concreet dat we die scheefheid willen doorbreken. Dit betekent: bij nieuwe ontwikkelingen in wijken waar nu relatief weinig sociale huur aanwezig is ook echt ruimte maken voor die betaalbare woningen. Zo krijgen we spreiding van doelgroepen en voorkomen we dat Voorschoten verder uiteenvalt. Kortom: we maken met dit amendement van een mooie ambitie een uitvoerbare opdracht.
Daarmee zorgen we ervoor dat Voorschoten echt een dorp voor iedereen blijft. Het amendement luidt: "Amendement 358. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 1 oktober 2025, gezien het raadsvoorstel Z/24/089378/460758, constaterende dat:
Raadsvergadering 1 oktober 2025
18
a. b.
in de Omgevingsvisie Voorschoten 2040 de ambitie is opgenomen om ten minste 30% sociale huurwoningen, 35% middenhuurwoningen en minimaal 67% betaalbare woningen op gemeentegrond te realiseren tot 2040; de omgevingsvisie daarnaast aangeeft dat bijzondere en reguliere doelgroepen verspreid kunnen wonen in Voorschoten;
overwegende dat: c. d. e.
het wenselijk is deze ambities niet alleen richtinggevend te formuleren, maar ook concreet door te vertalen naar uitvoeringsinstrumenten; er in Voorschoten wijken zijn met een relatief lage aanwezigheid van sociale huurwoningen, waardoor spreiding van doelgroepen onvoldoende vanzelfsprekend is; het volkshuisvestelijk programma en de woonzorgvisie de aangewezen kaders zijn om dit nader uit te werken;
Besluit: Beslispunt 2 te wijzigen in: De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 vast te stellen met de volgende wijziging: In hoofdstuk 5.2.2 Plezierig wonen voor alle leeftijden, onder het kopje: 'Waar en hoe we bouwen' op bladzijde 50, de volgende tekst toe te voegen (na '… bouwen het uitgangspunt.': 'De gemeente Voorschoten zet zich actief in om de spreiding van sociale huurwoningen en middenhuurwoningen over de verschillende wijken in Voorschoten te bevorderen. Dit betekent dat bij nieuwe ontwikkelingen in wijken waar nu relatief weinig sociale huur aanwezig is, actief ruimte wordt gemaakt voor deze categorieën.'" Amendement 359 gaat over scholen, verenigingsleven en de bieb. Het verenigingsleven en de bibliotheek zijn al decennialang de ruggengraat van ons dorp. Ze brengen mensen samen, zorgen voor ontmoeting, dragen bij aan inclusie en geven kleur aan ons sociale leven. Dat is precies wat Voorschoten zo bijzonder maakt. In de omgevingsvisie worden deze sterke punten terecht genoemd, maar de tekst blijft wederom vooral beschrijvend. Er staat wat we hebben en er staat dat het onder druk staat, maar er staat nauwelijks wat we concreet gaan doen om dit te versterken. Juist nu, met de vergrijzing, minder vrijwilligers en de druk op voorzieningen, is het nodig dat we dit stevig verankeren.
Dit amendement doet dat: we spreken uit dat we vrijwilligers actief ondersteunen, dat we samenwerking met scholen en maatschappelijke organisaties stimuleren en dat we bij de gebiedsontwikkeling structureel ruimte reserveren voor sport, cultuur en scholen. Heel belangrijk: in gesprekken met corporaties en projectontwikkelaars moet de gemeente echt per se meenemen dat de voorwaarden voor die ontwikkelopgaven ook in deze voorzieningen zitten. Het amendement luidt: "Amendement 359. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 1 oktober 2025, gezien het raadsvoorstel Z/24/089378/460758, constaterende dat: a. b. c.
de Omgevingsvisie Voorschoten 2040 het rijke verenigingsleven en de bibliotheek benoemt als sterke punten van Voorschoten (hoofdstuk 2.2.2 'Een gezond woondorp met een betrokken samenleving', vanaf pagina 13); de visie ook vaststelt dat deze voorzieningen onder druk staan door vergrijzing, minder vrijwilligers en beperkte middelen (hoofdstuk 3.2.2 'De opgaven' vanaf pagina 28); de tekst hierover voornamelijk beschrijvend van aard is en onvoldoende richting geeft aan toekomstige keuzes;
overwegende dat: d.
het verenigingsleven en de bibliotheek cruciaal zijn voor sociale samenhang, inclusiviteit en gelijke kansen;
Raadsvergadering 1 oktober 2025
19
e.
juist in een tijd van vergrijzing en groeiende diversiteit de gemeente een actieve rol moet nemen om deze voorzieningen te versterken;
Besluit: Beslispunt 2 te wijzigen in: De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 vast te stellen met de volgende wijziging: In hoofdstuk 4.2 Hechte gemeenschap met ruimte voor diversiteit op bladzijde 43 na het einde van de tweede alinea ('… dat Voorschoten kenmerkt.') de volgende tekst toe te voegen in een aparte alinea: 'Het doel is om het verenigingsleven in onze gemeenschap te versterken door vrijwilligers actief te ondersteunen en de samenwerking met scholen en maatschappelijke organisaties verder uit te bouwen. Hierbij wordt ingezet op een gezamenlijke inspanning om activiteiten en initiatieven voor iedereen toegankelijk en aantrekkelijk te maken. Tegelijkertijd willen we de bibliotheek verder ontwikkelen tot een echt multifunctionele huiskamer van de samenleving, waar ontmoeting, educatie, taalontwikkeling en digitale vaardigheden samenkomen. Dit maakt de bibliotheek niet alleen een plek voor kennis, maar ook een verbindend centrum voor de hele gemeenschap. Bovendien wordt bij nieuwe gebiedsontwikkelingen structureel rekening gehouden met de behoefte aan ruimte voor scholen, verenigingen, sport en cultuur. Op die manier krijgt het sociale en culturele leven een vaste plek in de fysieke inrichting van onze woonomgeving, waardoor het versterken van de leefbaarheid en samenhang binnen de gemeenschap centraal staat.
In gesprekken met corporaties en projectontwikkelaars neemt de gemeente dit principe expliciet mee in de voorwaarden van de ontwikkelopgave.'" Met amendement 360 over Vlietland willen we een duidelijke en ondubbelzinnige boodschap afgeven over Vlietland. Hoewel Vlietland formeel op het grondgebied van Leidschendam-Voorburg ligt, is het voor Voorschoten van groot belang. Onze inwoners maken er dagelijks gebruik van om te wandelen, te fietsen, te sporten en van de natuur te genieten. Voor velen is Vlietland gewoon een onderdeel van hun leefomgeving. Met dit amendement spreken we ons als raad duidelijk uit: Vlietland moet behouden blijven als natuur- en recreatiegebied. We hebben formeel geen zeggenschap, maar we kunnen wel een stevige, consistente houding innemen richting onze buurgemeente en de regio. Dit geeft duidelijkheid aan onze inwoners. Het amendement luidt: "Amendement 360. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 1 oktober 2025, gezien het raadsvoorstel Z/24/089378/460758, constaterende dat: a. b. c.
in de Omgevingsvisie Voorschoten 2040 in hoofdstuk 6.5 (bladzijde 85 e.v.) Het buitengebied van Voorschoten wordt beschreven; in dit hoofdstuk aandacht wordt besteed aan de polders, de open ruimte en recreatieve verbindingen, maar Vlietland daarin niet wordt genoemd; Vlietland, hoewel op het grondgebied van Leidschendam-Voorburg, een belangrijke natuuren recreatiefunctie heeft voor inwoners van Voorschoten;
overwegende dat: d. e. f. g.
Vlietland een unieke groene long vormt voor de Leidse regio en direct grenst aan het Voorschotense buitengebied; inwoners van Voorschoten intensief gebruikmaken van Vlietland voor recreatie, natuurbeleving en sport; commerciële grootschalige ontwikkelingen (zoals villavakantieparken) op gespannen voet staan met de waarden die Voorschoten hecht aan Vlietland; het van belang is dat Voorschoten in de regionale samenwerking en richting LeidschendamVoorburg een heldere boodschap formuleert en communiceert;
Besluit:
Raadsvergadering 1 oktober 2025
20
Beslispunt 2 te wijzigen in: De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 vast te stellen met de volgende wijziging: In hoofdstuk 6.5.2. Gebiedsgerichte koers (p. 90), na de derde alinea eindigend met 'Romeinse Limes' een passage over 'Vlietland' toe te voegen met de volgende tekst: 'Vlietland ligt op het grondgebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg, maar vervult voor Voorschoten een belangrijke functie als groen natuur- en recreatiegebied. Onze inwoners maken intensief gebruik van het gebied voor wandelen, fietsen, watersport en natuurbeleving. Hoewel de gemeente Voorschoten formeel geen zeggenschap heeft over de ontwikkeling van Vlietland, spreekt Voorschoten nadrukkelijk uit dat behoud en versterking van de natuur- en recreatiewaarden prioriteit hebben. Grootschalige commerciële bebouwing, zoals villavakantieparken of vergelijkbare verblijfsrecreatie, achten wij onwenselijk en in strijd met deze waarden. Dit standpunt zal Voorschoten actief uitdragen in de regionale samenwerking en in het bijzonder richting de gemeente Leidschendam-Voorburg.'" De heer Maassen (SP): Ik denk dat Vlietland een gebied is dat alle fracties in deze raad nauw aan het hart gaat. Daar zijn dan ook niet een maar twee amendementen over ingediend; tenminste, het andere amendement, amendement 362, zal straks worden ingediend.
Ik vraag me af of de heer Posthuma van mening is dat die amendementen elkaar versterken of dat zij strijdig met elkaar zijn. Ik vraag me ook af of het niet sterker is om met z'n allen één amendement hierover in te dienen. Hoe ziet de heer Posthuma dat? De voorzitter: Als voorzitter kan ik melden dat de amendementen niet strijdig zijn, want anders had ik daar een opmerking over gemaakt. Dat is even een procedurele opmerking. De heer Maassen (SP): Dat is procedureel, maar mijn vraag is politiek bedoeld. De voorzitter: Maar even voor de helderheid. De heer Posthuma (PvdA): Ik denk dat de amendementen elkaar niet uitsluiten, maar elkaar versterken. Het is heel goed dat D66 met dat amendement de oorspronkelijke tekst terug wil hebben. Het amendement van de PvdA gaat nog een stapje verder, omdat we ten aanzien van dat buitengebied - Vlietland hoort daarin weliswaar niet bij Voorschoten, maar is als gebruiksgebied wel heel belangrijk voor onze bewoners - een extra stimulans geven om dit actief te uiten in de buitenwereld. Daarmee is het een versterkend amendement en gaat het verder dan het amendement van D66. Tot slot motie 362 over lokaal maatwerk. De omgevingsvisie noemt lokaal maatwerk om vitale beroepen en andere doelgroepen een kans te geven op bewoning. Dat is mooi, maar zolang dit niet concreet wordt ingevuld blijft het wederom vrijblijvend.
We zien dat zorgmedewerkers, leraren en politieagenten moeite hebben om in Voorschoten te kunnen wonen, terwijl we ze juist zo hard nodig hebben. Ook inwoners met een sterke lokale binding die beroepen uitoefenen, zien vaak geen kans om hier te blijven. Daarmee verliezen we mensen die van groot belang zijn, niet alleen voor de gemeenschap, maar ook voor de sociale samenhang in ons dorp. Deze motie vraagt om minimaal 10% van de woningen te reserveren voor vitale beroepen en mensen met een aantoonbare binding met Voorschoten en om dit stevig te verankeren in de prestatieafspraken en uitvoeringsdocumenten. Daarmee maken we van een mooie ambitie een mooi concreet instrument. De motie luidt: "Motie 362. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 1 oktober gezien het raadsvoorstel Z/24/089378/460758, constaterende dat: a.
in de Omgevingsvisie Voorschoten 2040 op pagina 49 van paragraaf 5.2.2. Plezierig wonen voor alle leeftijden is opgenomen dat lokaal maatwerk wordt ingezet om bijvoorbeeld woningzoekenden met een vitaal beroep te huisvesten;
Raadsvergadering 1 oktober 2025
21
b.
ook wordt benoemd dat lokaal maatwerk kan worden gebruikt voor andere doelgroepen die voorrang nodig hebben;
overwegende dat: c. d. e. f.
de beschikbaarheid van betaalbare woningen in Voorschoten beperkt is, waardoor vitale beroepsgroepen (zoals zorgmedewerkers, leraren en politieagenten) moeilijk in ons dorp kunnen wonen; inwoners met een sterke lokale binding vaak geen kans maken om in Voorschoten te blijven wonen; het voor de leefbaarheid en sociale samenhang van Voorschoten van groot belang is dat vitale beroepen en mensen met binding aan het dorp ook daadwerkelijk in Voorschoten kunnen wonen; in meerdere Nederlandse gemeenten dit principe is toegepast, zoals in Hilversum, Baarn en Gooise Meren. (Zie: Woningvoorrang voor leraren, zorgpersoneel en politieagenten in Hilversum en Gooise Meren | NH Gooi);
verzoekt het college: 1. 2. 3.
om in prestatieafspraken met woningcorporaties en bij nieuwe woningbouwprojecten minimaal 10% van de woningen te reserveren voor inwoners met vitale beroepen én aantoonbare lokale binding; dit uitgangspunt expliciet verder uit te werken en te verankeren in de uitvoeringsdocumenten (zoals het volkshuisvestelijk programma en de woonzorgvisie); de raad jaarlijks te informeren over de resultaten van dit maatwerk,
en gaat over tot de orde van de dag." Ik wil afsluiten; ik geloof dat ik ook bijna door mijn tijd heen ben. De omgevingsvisie is, zoals gezegd, geen klein radertje. Zij is de regisseur van ons beleid, het fundament en de koersbepaler. Hierin hoort te staan welke richting Voorschoten kiest in de dilemma's van de komende vijftien jaar. Laten we vandaag zorgen dat die richting een stukje helderder is geworden en dat we in 2040 kunnen zeggen: Voorschoten is van ons allemaal. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Daar ligt ie dan, onze omgevingsvisie. Zijn we er blij mee? Ja en nee. Ja, omdat er heel veel goede zaken in staan. Nee, omdat op een van de allerbelangrijkste onderwerpen, namelijk woningbouw, een visie ontbreekt. Dat gemis lijkt een beetje weggemoffeld door exacte woningaantallen op locaties te plakken op basis van de beschikbare ruimte en door woningen waar de laatste hand aan wordt gelegd, op te nemen in de visie. Dat is vast niet de bedoeling en zeker niet het doel, want het doel is een visie, niet een opsomming van projecten. In de commissie heb ik uitgelegd dat mijn fractie anders, strategischer, naar de huisvestingsopgave wil kijken.
Dat is juist ook de bedoeling van de Omgevingswet, bijvoorbeeld onderzoeken hoeveel kwetsbaarheid wij kunnen en willen toevoegen aan ons dorp en onderzoeken of de aanpak van de woonopgave slimmer en sneller kan wanneer we er anders naar kijken, zoals het College van Rijksadviseurs voorstelt in een recent rapport; denk bijvoorbeeld aan woningdelen. Het is een omslag in het denken, maar juist omdat ons dorp achterloopt met een uitgekristalliseerde visie op de woonopgave, vindt D66 dat we die vernieuwende denkwijze met beide handen moeten aangrijpen. Dat maakt ons dorp toekomstbestendiger en bestuurskrachtiger. Onze achterstand wil D66 dus omzetten in een voorsprong. Ik zal er trots op zijn wanneer Voorschoten eindelijk zelf een degelijke, onderbouwde koers kiest voor haar woonopgaven in plaats van zich te laten dirigeren door een ontwikkelaar of door Holland Rijnland. Zoals u van ons gewend bent, hebben we gezocht naar een constructieve aanpak om dit te realiseren. Met dank aan de ambtenaren die meedachten denken wij die weg gevonden te hebben door het college te vragen de raad een raadpleegbrief met afwegingskaders voor te leggen. Zo kunnen we, al is het via een U-bocht, uiteindelijk tot een goed gefundeerde visie komen over de woonopgave. Daarom dien ik motie 363 in. De motie luidt: "Motie 363. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d.
1 oktober 2025, constaterende dat:
Raadsvergadering 1 oktober 2025
22
a. b. c. d. e. f. g.
het tekort aan woonruimte gebaat is met een strategische aanpak; in de omgevingsvisie 2040 een overzicht van alle potentiële bouwlocaties in Voorschoten ontbreekt; een overzicht om de bestaande woonvoorraad beter te benutten vooralsnog ontbreekt; daarnaast een onderbouwing ontbreekt voor het benodigde aantal woningen na 2030 bezien vanuit het perspectief van onze dorpsgemeenschap; een toelichting ontbreekt over de consequenties van nieuwbouw voor bodem, infra, mobiliteit, leefbaarheid, water, luchtkwaliteit, werken, consumeren, recreëren, open ruimte, biodiversiteit, geluid, zorg en voorzieningen; een visie op de mate van realisatiekracht als gevolg van schaarste van arbeid tot grondstof, van energie tot drinkwatertekort en rioolcongestie vooralsnog ontbreekt in de omgevingsvisie; in paragraaf 7.8.2 staat 'In een volgende versie van de omgevingsvisie zullen we verder gaan in het daadwerkelijk opstellen van een integrale visie waarin (nieuw) strategisch ruimtelijk beleid wordt geïntegreerd met sectorale thematische, gebiedsgerichte of opgavegerichte uitwerkingen.';
overwegende dat: h. i. j.
de omgevingsprogramma's na vaststelling van de omgevingsvisie worden geschreven; de volgorde van de uitwerking van de omgevingsprogramma's vooralsnog onduidelijk is; zowel woningzoekenden als ontwikkelaars perspectief nodig hebben op (on)mogelijkheden met betrekking tot de huisvestingsopgave; k. de gemiddelde bouwtijd van een woning 2 jaar is, de gemiddelde ontwikkeltijd 10 jaar en een woning liefst 400 jaar functioneert; l. Voorschoten dus erbij gebaat is om >100 jaar vooruit te kijken bij het inventariseren van kansen en bedreigingen met betrekking tot toekomstbestendige woningen; m. de op 18-9-2025 verschenen agenda van het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs ('Gedeelde grond': nieuwe CRa agenda 2025-2029 | Nieuwsbericht | College van Rijksadviseurs) inspiratie biedt voor een grondiger aanpak van de huisvestingsopgave; van mening dat: n. o. p. q. r. s.
er een overvloed aan kansen is om ons dorp toekomstbestendiger te maken voor de komende generaties, die nog niet allemaal in beeld zijn; de ontbrekende kansen voortvarend in kaart moeten worden gebracht; onze bestuurskracht toeneemt wanneer we standpunten innemen op basis van feiten en afwegingen en vervolgens onderbouwde keuzes maken; de Voorschotense onderhandelingspositie bij het maken van afspraken met regionale partners gebaat is met een heldere analyse; inzicht in schaarste op het gebied van realisatiekracht kan leiden tot andere keuzes; de raad eerder de gelegenheid moet hebben dan par. 7.8.2 stelt om onderbouwd te kunnen sturen op de aanpak van de woonopgave;
verzoekt het college de raad zo spoedig als mogelijk, bij voorkeur voorafgaand of eventueel tijdens het uitwerken van het eerste omgevingsprogramma dat wonen betreft, een raadpleegbrief voor te leggen met daarin: 1. een overzicht van alle potentiële bouwlocaties; 2. een overzicht op hoofdlijnen voor het slimmer gebruiken van de bestaande gebouwenvoorraad; 3. een afwegingskader van deze overzichten dat inzage biedt in de te maken keuzes van duidelijke criteria, bijvoorbeeld: a. Water en bodem b. Agrarische gronden en natuur c. Economie en energie d. Werken en bereikbaarheid e. Voorzieningen en leefbaarheid f. Veiligheid (o.a. sociaal, calamiteiten en klimaat) g. Inzicht in de behoefte aan woningen, voor de diverse doelgroepen h. De mate waarin een locatie bijdraagt aan de diverse doelgroepen
Raadsvergadering 1 oktober 2025
23
4. 5.
i. Inzicht in de haalbaarheid van een locatie gezien het draagvlak daarvoor; een visie op de mate van realisatiekracht gebaseerd op de beschikbaarheid van arbeid, grondstof, energie, drinkwater en riool; een voorstel hoe dit afwegingskader het beste kan worden opgenomen in één of meerdere uitwerkingsprogramma's / omgevingsvisie,
en gaat over tot de orde van de dag." De heer Maassen (SP): Ik vind dit een interessant voorstel. Ik vraag me af wat de verhouding is tussen deze raadpleegbrief met kaders en het volkshuisvestingsprogramma dat wettelijk verplicht onder deze omgevingsvisie moet komen te hangen. Is het een voorbereiding daarop? Hoe ziet mevrouw Schroot dat? Mevrouw Schroot (D66): Dank voor deze interruptie. Dat is een lastig stuk, omdat je die verplichte volkshuisvestingsopgave hebt, maar we hebben nog twee andere programma's die over wonen gaan. Neem me niet kwalijk dat ik verwijs naar het ambtelijke overleg, maar dat moet nog uitkristalliseren waar alles precies een plek gaat krijgen. Het lijkt me niet gepast om als raadslid een exacte uitspraak daarover te doen, want ik heb de deskundigheid niet. De heer Maassen (SP): Dan vraag ik me af wat, met alle goede bedoelingen, de toegevoegde waarde van de raadpleegbrief is als we nog niet weten hoe die in het vervolg ingezet moet worden. Mevrouw Schroot (D66): In de raadpleegbrief kan opgenomen worden hoe we dat precies vorm moeten geven. Het gaat ook niet alleen om de volkshuisvestingsopgave met de doelgroepen, maar ook om alle ruimtelijke aspecten, zoals de klimaatverandering en de opgave van hoe we met het oog daarop gaan bouwen en hoe we hoog water of extreme regenval kunnen gaan opvangen.
De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer Maassen. De heer Maassen (SP): Ik snap de verwarring, want ik ben er zelf ook nog niet helemaal achter, maar voor zover ik het heb begrepen, wordt het volkshuisvestingsprogramma de vervanger van de woonvisie en is dat juist de plek, hangend onder de omgevingsvisie, waar je dat in gaat regelen. Ik vraag me dus nogmaals af wat dit daar dan aan toevoegt. Mevrouw Schroot (D66): Het voordeel is dat we het college nu vragen om hiermee voortvarend aan de slag te gaan, omdat nog volstrekt onduidelijk is welke programma's als eerste uitgewerkt gaan worden. We moeten wel een koers kiezen om ons niet eindeloos alles te laten overkomen. Ik wil twee amendementen indienen naar aanleiding van de zienswijzen. Allereerst willen we voorkomen dat bijvoorbeeld een snackbar naast een school kan worden gebouwd. De door de GGD ingebrachte tekstuele aanpassing dienen wij daarom middels amendement 361 in. Het gaat dus niet om het aanpakken van de dingen die nu al bestaan. Het gaat er juist om dat je in de toekomst dingen die je niet wenst, op basis van de omgevingsvisie kan voorkomen. Het amendement luidt: "Amendement 361. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 1 oktober 2025, gezien het raadsvoorstel nr. Z/24/089378/460758, constaterende dat: a.
de GGD Hollands Midden in zijn zienswijze vraagt om op bladzij 27 de zinsnede: 'te stimuleren dat de gezonde (voedsel) keuze makkelijker wordt' op te nemen;
overwegende dat: b. c.
een gezonde voedselkeuze de argumentatie is om ondernemingen die gezondheid schadende producten verkopen dan wel produceren naast kwetsbare locaties zoals scholen te verbieden in omgevingsplannen; deze zinsnede om die reden deel uitmaakt uit van de fysieke leefomgeving;
Raadsvergadering 1 oktober 2025
24
Besluit: Beslispunt 2 te wijzigen in: De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 vast te stellen met de volgende wijziging: In paragraaf 3.2.1 onder nummer 3. Stimuleren van een gezonde levensstijl, de zinsnede op te nemen: 'door te stimuleren dat de gezonde (voedsel)keuze makkelijker wordt en', waardoor de tekst wijzigt in: '… De gezondheid van onze inwoners kunnen we bevorderen door te stimuleren dat de gezonde (voedsel)keuze makkelijker wordt en door onze openbare ruimte beweegvriendelijke en rookvrij (speel- en sportplekken) in te richten.'" Ik herhaal met andere woorden wat ik in de commissie heb gezegd. Het is onuitlegbaar om onze oren te laten hangen naar wat niet-Voorschotenaren vinden van hun eigen grond. Voorschotenaren ervaren overal in recreatiegebied Vlietland natuur. Dat stond prima verwoord in de oorspronkelijke versie. De ultieme definitie van "natuur" bestaat niet. Het weglaten van dat woord doet geen recht aan de ervaring van Voorschotenaren. Daarom dien ik amendement 362 in. Het amendement luidt: "Amendement 362. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 1 oktober 2025, gezien het raadsvoorstel nr. Z/24/089378/460758, constaterende dat: a. b. c.
naar aanleiding van de zienswijze van de gemeente Leidschendam-Voorburg én Vlietland BV de tekst in omgevingsvisie 2040 is aangepast; Voorschoten geen zeggenschap heeft over kaders buiten haar eigen grondgebied, ook wanneer die net over de gemeentegrens liggen; uitspraken zoals welk deel van Vlietland natuur-, water- dan wel recreatiegebied is, horen dus niet tot de bevoegdheden van de Voorschotense gemeenteraad;
overwegende dat: d. e. f. g.
Voorschoten wel de visie van haar inwoners op die grondgebieden kan en mag weergeven wanneer dat relevant is voor haarzelf; het dus gepast is wanneer Voorschoten in de omgevingsvisie vastlegt hoe haar inwoners Vlietland ervaren; er geen zienswijzen van Voorschotense belanghebbenden zijn ontvangen over de oorspronkelijke tekst die ter inzage heeft gelegen; de oorspronkelijke tekst uit de omgevingsvisie die ter inzage heeft gelegen daarmee correct is en dus niet hoeft te worden aangepast;
Besluit: Beslispunt 2 te wijzigen in: De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 vast te stellen met de volgende wijziging: In paragraaf 3.5.5 de tekst te verwijderen: 'In Vlietland, gelegen aan de andere kant van de Vliet in de gemeente Leidschendam-Voorburg, komen deze functies bij elkaar. Zo is de Vogelplas en omgeving ten zuiden van de Jan Bakkersloot een natuurgebied en is het noordelijke deel een aantrekkelijk watersport- en recreatiegebied.' En de tekst toe te voegen: 'Het recreatiegebied Vlietland aan de andere kant van de Vliet in Leidschendam-Voorburg past hier als aantrekkelijk watersport-, recreatie- en natuurgebied naadloos in.'" Tot slot. Ik vind het echt niet kunnen dat een college de omgevingsvisie bij de raad dropt met het advies om alles wat de raad niet zint te amenderen. Tegenstrijdigheden, overbodigheden en
Raadsvergadering 1 oktober 2025
25
onduidelijkheden uit deze omgevingsvisie amenderen is een onmogelijke opgave voor raadsleden. We ontberen de tijd en de deskundigheid en zouden ook nog eens een buitenproportioneel beroep moeten doen op ambtelijke ondersteuning. De raad is geen restauratiebedrijf dat ongelukken moet voorkomen. Wanneer ik wethouder zou zijn, zou ik ervoor zorgen dat dit zo snel mogelijk wordt opgelost. Volgens mij heb ik nu alles ingediend. De voorzitter: Bij motie 364 staan D66 en GroenLinks, maar ik heb u daar geen van beiden over gehoord. Het kan zijn dat u die niet indient; dat is natuurlijk een optie. Mevrouw Schroot (D66): Nee, die dien ik zeker in. Sorry, ik denk dat er met het kopiëren van de tekst iets is weggevallen. Die motie dien ik bij dezen in. Het gaat er vooral om dat we op tijd kaders kunnen geven aan de evaluatie en dat we als raad ook in stelling worden gebracht om bij te sturen waar dat nodig is. De motie, die mede wordt ingediend door GroenLinks, luidt: "Motie 364. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 1 oktober 2025, constaterende dat: a. b.
paragraaf 7.8.1 beschrijft wanneer de omgevingsvisie wordt aangepast op onderdelen; een jaarlijkse evaluatie wordt uitgevoerd;
overwegende dat: c. d. e. f. g. h.
de omgevingsvisie bedoeld is om flexibel te zijn en bijgewerkt te worden; wijzigingen als gevolg van de uitwerking van de omgevingsplannen onvermijdelijk zijn; iedere vier jaar koerswijzigingen voor de hand liggen als gevolg van een nieuw coalitieakkoord en van wereldwijde, landelijke, provinciale en regionale ontwikkelingen die opgenomen moeten worden in de omgevingsvisie; het opstellen van een grondige evaluatie tijdrovend is, dus om die reden doelmatig moet worden ingezet; de uitkomst van de evaluatie van belang is voor de coalitieakkoorden van 2030 en verder; de raad de mogelijkheid wenst om te kunnen bijsturen op evaluatiekaders;
verzoekt het college: 1. 2. 3.
uiterlijk Q3 2026 de raad te informeren over hoe en wat jaarlijks geëvalueerd wordt en welke stakeholders bij de evaluatie betrokken worden; in de jaarlijkse evaluatie op te nemen of en, zo ja, wanneer een gedeeltelijke of volledige herziening van de omgevingsvisie nodig is én of hier een diepgaandere evaluatie voor nodig is; de eerste update van de omgevingsvisie uiterlijk Q4 2026 aan de raad voor te leggen,
en gaat over tot de orde van de dag." De heer Van Horck (CDA): Voorzitter. Vandaag spreken we over de omgevingsvisie. Er was ooit een wijs politicus bij onze oosterburen, die zei: "Wer Visionen hat, soll zum Arzt gehen", dus "wie visioenen of visies heeft, moet naar de arts". Dat was het origineel, van Helmut Schmidt, die dat tegen Willy Brandt zei. Visies, daar spreken we vandaag over; we spreken over een omgevingsvisie. Wat mij betreft zit eigenlijk alles in deze visie wat erin zou moeten zitten. Ik ben bij de sprekers misschien een beetje een buitenbeentje, maar ik vind dat de wethouder eigenlijk best wel goed werk heeft geleverd. We hebben daar als raad veel betrokkenheid bij gehad. Er is een net participatieproces geweest en de zienswijzen zijn, zoals ik ook in de commissievergadering heb gezegd, keurig voorzien van goede antwoorden. Daar is werk van gemaakt. Ja, er liggen ook een aantal amendementen. Een aantal daarvan zullen wij ook steunen, maar ik denk dat het goed is dat ik uitleg hoe mijn fractie dit document politiek gewogen heeft. Naast de omgevingsvisie hebben we ook nog een omgevingsplan. Ik denk dat het goed is om daar nog even naar te kijken. In dat plan worden de harde regels opgenomen: wat kan er juridisch wél en wat niet? Dit is de omgevingsvisie, een algemeen richtinggevend document.
Raadsvergadering 1 oktober 2025
26
Mevrouw Schroot (D66): Ik vraag me af of meneer Van Horck ook op de hoogte is van de omgevingsprogramma's. De heer Van Horck (CDA): Zeker, die hangen daar ook onder, maar het gaat nu even om het omgevingsplan, waar de juridische kaders worden geschetst: wat is juridisch wél mogelijk en wat niet? Dat is een doorvertaling van de omgevingsvisie. Het wat staat voor ons dus in de omgevingsvisie. Het hoe - waar straks gebouwd gaat worden, hoeveel woningen er gebouwd gaan worden, wat de voorwaarden, de geluidsnormen en de groenvoorwaarden zijn - komt straks in het omgevingsplan. Dat plan ligt pas in de nieuwe raad ter besluitvorming voor. Dat is een juridische uitwerking van deze visie. Met deze visie schetsen we de kaders voor dat plan. De kaders dus; we doen niet definitief een deur dicht of open. We geven richting.
De omgevingsvisie kijkt naar het wat: wat willen we met Voorschoten? Het plan is straks voor het hoe: hoe gaan we dat juridisch regelen? Op die manier hebben wij ook naar dit document gekeken: is voor ons na lezing van dit document duidelijk wat wij met Voorschoten willen? Onze fractie komt tot de conclusie dat we daarin een positieve grondhouding hebben, maar laat ik het college en mijn collega's wel alvast waarschuwen: bij het plan zullen wij er heel scherp op toezien dat die juridische kaders echt goed vastgelegd zijn en dat groen echt groen blijft waar wij dat aanwijzen, want dat is een doorvertaling van deze visie. Voor nu kijken we naar het visiedocument. We hebben dus een positieve grondhouding ten opzichte van het document en zijn voornemens ermee in te stemmen, maar we hebben nog wel een paar kleine vragen, allereerst over de locatie van het onderstation, de locatie IJsbaan. Is dat werkelijk zo'n goede locatie? Wij denken van niet. Het ligt ingeklemd tussen twee wijken. Er is nu groen. Groen daar opofferen voor een onderstation, dat is niet hoe wij dat voor ons zien. Het wordt nu genoemd als zoeklocatie. Daarom dien ik met steun van Voorschoten Lokaal en de VVD amendement 364 in. Het amendement luidt: "Amendement 364. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d.
1 oktober 2025, gezien het raadsvoorstel vaststellen voorstel Omgevingsvisie Voorschoten 2040, constaterende dat: a.
op pagina 70 de locatie 'IJsbaan' genoemd wordt als een van de vier voorkeurslocaties voor een nieuw onderstation;
overwegende dat: b. c. d. e. f. g.
deze locatie zich bevindt waar thans veel kinderen zullen skaten, schaatsen of spelen; deze locatie zich zeer dichtbij zowel bewoners van de Vlietwijk als Krimwijk bevindt; de huidige locatie IJsbaan zich kenmerkt als een groene locatie waarbij diverse mogelijkheden bestaan vergroening van de wijk; het burgerinitiatief 'Vlietpark' zich inzet om de mogelijkheid te verkennen om de combibaan in te bedden in een groen park voor bewoners dat zal bijdragen aan minder hittestress voor zowel Vlietwijk als Krimwijk; in de aangenomen motie 302 'Stedenbouwkundig ontwerp IJsbaan' van GL, PvdA, D66 (d.d. 9 november 2023), uitgesproken is dat 'de beschikbaarheid van hoogwaardig groen, ook voor recreatie, voor omliggende wijken van groot belang is'; het aanwijzen van de locatie als een van de vier voorkeurslocaties daarmee tevens niet in lijn lijkt met motie 302;
Besluit: Beslispunt 2 te wijzigen in: De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 vast te stellen met de volgende wijziging: De locatie 'IJsbaan', zoals vermeld in de opsomming op pagina 70, te schrappen als een van de vier voorkeurslocaties voor een nieuw onderstation."
Raadsvergadering 1 oktober 2025
27
De heer Posthuma (PvdA): Ik had het amendement gelezen en was geïnteresseerd, vooral omdat Liander volgens mij de voorkeur geeft aan die plek en niet aan alle andere opties. Hoe heeft de CDA-fractie dit gewogen? De heer Van Horck (CDA): Dat is een hele goede; daar wilde ik net op ingaan. Hiermee wordt de locatie geschrapt als zoeklocatie voor het onderstation. Mocht onverhoopt toch blijken dat er alsnog hele goede en doorslaggevende redenen zijn waardoor het college het na de afweging toch daar wil omdat het dit als enige locatie ziet, dan is het aan het college om terug te komen naar de raad. Maar als raad geven wij nu de kaders en de richting aan: daar liever niet. Wij zien dit dus als een advies aan het college om die locatie niet als voorkeur op te nemen. De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik denk dat wij allemaal op hetzelfde aanslaan. Ik heb geïnteresseerd zitten luisteren naar de heer Van Horck. Hij zegt dat hierin de kaders worden gesteld en dat hij die straks juridisch uitgewerkt wil zien. Wat is voor de heer Van Horck het verschil tussen een suggestie die je doet en een kader dat je stelt? Want een kader is hard; dit is een bindend document. Dan kun je niet zeggen: we doen een vage suggestie en dan zien we wel waar het college mee komt.
Wat moet het college daar dan juridisch aan uitwerken? Een beetje vage plannen? Ik ben op dit moment een beetje in de war door het betoog van de heer Van Horck. De heer Van Horck (CDA): Dan leg ik het graag nog een keer uit. Er staan nu vier locaties. Wij stellen voor om er eentje te schrappen. Dat zijn de kaders die wij aan het college meegeven. Meneer Posthuma heeft net gevraagd of we daarmee de locatie uitsluiten. Wat ons betreft wel, maar het is aan het college om uiteindelijk een voorstel te doen voor waar het station komt. Als er zwaarwegende redenen zijn … Maar dat is aan het college en dan moet het college opnieuw een voorstel doen aan de raad. De heer Deuzeman (GroenLinks): Begrijp ik de heer Van Horck nu goed dat wij het kader meegeven dat we het daar niet willen, zonder dat wij daar daadwerkelijk inhoudelijke informatie over hebben, maar dat het college dan terug moet komen naar de raad? Wie stuurt hier nou daadwerkelijk? Als wij zeggen dat we het daar niet willen, dan is dat een besluit waar het college het mee te doen heeft. We hebben dat eerder aan de orde gehad met de vragen van de heer Maassen.
Het kan toch niet zo zijn dat het college naar ons terugkomt en zegt "ja, dit waren de kaders, maar we gaan het toch anders doen" en dat we daar dan akkoord mee gaan? De heer Van Horck (CDA): Dit is precies waar we het eerder over hebben gehad: de omgevingsvisie is een levend document. Voor het college bestaat er altijd de mogelijkheid om te zeggen dat het alles heeft afgewogen en dat het die gesprekken met Liander heeft gevoerd - die gesprekken kunnen wij niet voeren - en om met een alternatief voorstel te komen. Dat is volgens mij gewoon hoe het tussen college en raad werkt. Voor mij is het dus zonneklaar. Wij geven een duidelijk signaal af: wat mijn fractie betreft is dit voor de raad geen voorkeurslocatie. Daarom willen wij die locatie graag van de lijst af hebben. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer Deuzeman. De heer Deuzeman (GroenLinks): Wat ik hier hoor, is dat het CDA nu de intentie heeft om geen visie te definiëren. Het hoort zo te gaan: wij moeten hier als raad de visie definiëren op waar wij dit plan willen hebben. Dan pas komt de uitwerking van hoe we dat gaan doen. Ik hoor de heer Van Horck hier kennelijk voorstellen dat we dat omdraaien, namelijk dat wij hier niks over meegeven en dat we achteraf onze visie aanpassen aan wat dan kennelijk de uitkomst is.
Dat is exact waar wij bang voor waren, namelijk dat we uiteindelijk gewoon geregeerd gaan worden door de waan van de dag en datgene waar een projectontwikkelaar mee komt en dat we dat dan maar weer achteraf accorderen. Vindt de heer Van Horck dat niet tegenovergesteld aan de bedoeling van de Omgevingswet en, om eerlijk te zijn, aan de taak van de raad? De heer Van Horck (CDA): Nee, absoluut niet, want het is aan de raad om uiteindelijk te beoordelen of het argument waarmee het college dan zou terugkomen voor het toevoegen van een nieuwe locatie, een goed argument is. Wij geven het college nu drie locaties mee. Het college komt dan met een vierde locatie, nadat het met Liander heeft gesproken. Uiteindelijk is het dan aan de raad om te zeggen of we dat wel of niet doen. Er worden dus duidelijke kaders meegegeven, maar op basis van de Omgevingswet kan het college uiteindelijk inderdaad met een alternatieve locatie komen. Dat kan, maar uiteindelijk ligt het laatste woord bij deze raad; daar hecht ik waarde aan.
Raadsvergadering 1 oktober 2025
28
De heer Maassen (SP): Ik ben ook redelijk verrast en een beetje verbijsterd door dit amendement, want in de tekst van de omgevingsvisie staat dat op dit moment naar vier locaties wordt gekeken, dat het onderzoek nog moet plaatsvinden en dat het college op basis van argumenten met een voorstel naar de raad komt. Voordat het onderzoek heeft plaatsgevonden en dus zonder de inhoud, de afwegingen en de belangen van de verschillende stakeholders, zoals Liander, te kennen, zeggen een aantal fracties in de raad middels een amendement alvast van een van die locaties: daar in ieder geval niet. Ik ben benieuwd waarom het CDA dit doet. Ik vraag het nu dus maar even op de man af: waarom vindt u de IJsbaan een slechtere locatie dan het Nicolaespad of Langs de Korte Vliet? De heer Van Horck (CDA): Er is een mooie locatie bij de IJsbaan waar we graag een combibaan gerealiseerd zouden willen zien. Het is een locatie die dicht op de woningen ligt en dicht tegen twee wijken aan zit. Daarom zien wij deze locatie niet voor ons als een locatie voor een onderstation. De reacties verbazen mij enigszins, omdat we hiermee een duidelijk kader aan het college meegeven. Dat is precies wat we in deze omgevingsvisie zouden moeten doen.
De heer Maassen (SP): Ik heb het niet opgemeten, maar in mijn beleving zijn de twee door mij genoemde locaties - het Nicolaespad en Langs de Korte Vliet - dichter bij de bebouwing dan de IJsbaan. Ik heb dat niet opgemeten en de heer Van Horck heeft dat ook niet opgemeten. Dat is nou juist het probleem: het is nog niet onderzocht. Is het niet verstandig om dit eerst te onderzoeken en dan pas conclusies te trekken en om dit niet andersom te doen, zoals de heer Van Horck nu doet? De heer Van Horck (CDA): Wij maken daar een andere afweging in. Wij geven het college mee dat er wat ons betreft drie locaties zijn en dat de IJsbaan daar niet bij hoort. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer Maassen. De heer Maassen (SP): Ik concludeer dus dat de CDA-fractie hier zegt: feiten doen er niet toe, want wij hebben meningen. De heer Van Horck (CDA): Ik constateer dat het CDA zonneklaar is en kaders meegeeft aan het college: daar waar in het voorstel vier locaties staan, zien wij er drie. Mevrouw Schroot (D66): Ik zou graag van de heer Van Horck willen horen waarom hij nu met dit voorstel komt en niet toen de informatiebrief aan de raad, met de vermelding dat vier locaties onderzocht gaan worden, voor de zomer was verzonden. De heer Van Horck (CDA): Wij komen hier nu mee omdat het document nu voorligt, maar wij hebben tijdens de zomer ook met partners hierover gesproken.
Mevrouw Schroot (D66): Met welke partners heeft u gesproken? De heer Van Horck (CDA): We hebben onder anderen met de IJsbaan gesproken en met de bewoners. We hebben ook een bewonersinitiatief met betrekking tot het Vlietpark gezien, dat ook bij het Weekend van Voorschoten heeft gestaan. Daarom hebben wij dit amendement ingediend. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van mevrouw Schroot. Mevrouw Schroot (D66): U laat met het voorstel over de IJsbaan uw oren dus hangen naar een aantal mensen zonder alles grondig af te wegen, zoals sprekers vóór mij ook al hebben gezegd. De heer Van Horck (CDA): Nee, wij zien vier locaties, waarvan wij zeggen dat er nog drie overblijven. Daar hebben we een zorgvuldige afweging over gemaakt. U maakt er nu een karikatuur van, alsof wij simpelweg naar één partner luisteren en daarnaar lopen. Wij hebben een zorgvuldige afweging gemaakt en wij vinden dit geen geschikte locatie. De heer Posthuma (PvdA): Heeft de heer Van Horck ook gesproken met partners rond het Sint Nicolaespad?
Raadsvergadering 1 oktober 2025
29
De heer Van Horck (CDA): Zeker. De heer Posthuma (PvdA): Wilt u dan ook met ons delen met welke partners u hierover gesproken heeft? De heer Van Horck (CDA): Nee, ik ga hier niet in een kruisverhoor zitten. Nee. De heer Posthuma (PvdA): Ik zal het kort introduceren. Het punt is - daarmee reageer ik op het punt van mevrouw Schroot - dat in de afweging die het CDA en andere partijen hebben gemaakt, volgens mij best wel over een bepaalde optie is gesproken. Uit de antwoorden die ik nu van u krijg, krijg ik de indruk dat over de andere opties minder goed is gesproken en dat zij minder goed zijn doordacht. Zoals alle interrupties aangeven, zijn de afwegingen vrij eenzijdig gemaakt en heeft u niet het hele plaatje meegenomen. Dus nogmaals de oproep: waarom wacht u het onderzoek niet gewoon af? Dan gaan we daarover een inhoudelijke discussie voeren in plaats van nu heel selectief een voorstel af te schieten op basis van een paar gesprekjes die u op één plek heeft gevoerd. De heer Van Horck (CDA): Wij kijken daar echt anders tegen aan. Er wordt hier niet een voorstel afgeschoten. Er liggen vier opties voor en er blijven er drie over. Wat ons betreft is daar dus gewoon een zorgvuldige afweging gemaakt. Er zijn bij ons ook nog wel wat vragen over de hoogbouw. In de omgevingsvisie staat nu dat het acht hoog is. Dat verdient niet onze voorkeur.
Wij vinden dat dit de uitzondering moet zijn en niet de regel. Kan de wethouder hierop reageren? Ik overweeg naar aanleiding van zijn antwoord of we hier iets mee moeten doen. Een volgend punt betreft de zienswijzen die we van de Vrienden van Voorschoten hebben gelezen. Daarin wordt een oproep gedaan om voor het buitengebied met partners structureel in gesprek te gaan. Ik wil graag een reactie van de wethouder: gaat dit werkelijk gebeuren? Ik zou graag aandacht willen vragen voor de BOPA. We hebben eerder een evaluatie gehad van het bindend adviesrecht voor de BOPA's en de verplichte participatie. Wij zouden daar graag samen met GroenLinks een motie over willen indienen om die evaluatie opnieuw uit te voeren. Dat is een motie vreemd aan de orde van de dag. De voorzitter: Meneer Van Horck, ik ga ingrijpen. De BOPA is geen agendapunt. Bij de agendavaststelling is de agenda vastgesteld zoals die nu is. Een motie vreemd aan de orde van de dag kan dus niet. Volgens mij gaat het ook niet over de omgevingsvisie, die nu voorligt. Ik wil u dus verzoeken om het te houden bij het agendapunt. Dingen zijn even zoals ze zijn. We gaan geen moties indienen die geen verbinding hebben met de omgevingsvisie. De heer Van Horck (CDA): Excuus, voorzitter. Dan zou ik tot slot het amendement van de PvdA over de sociale veiligheid er graag uit willen lichten. Dat zouden we graag willen steunen.
Wij zien dat er serieus werk is gemaakt van de reacties op de zienswijzen. Dat verdient wat ons betreft veel waardering. Wat ons betreft stemmen wij in met deze visie. Mijn fractie heeft daar waardering voor. We zien dat in deze visie ambitie wordt getoond. Wat ons betreft is dat door het college goed verwoord. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Er is al heel veel over de omgevingsvisie gezegd. Ik sluit me van harte aan bij het betoog van de heer Deuzeman van GroenLinks over de manier waarop de omgevingsvisie bedoeld is om te werken en over de valkuilen waarin je stapt als je dat niet goed doet. Ik ga dat niet helemaal herhalen, maar het betoog was me echt uit het hart gegrepen. Ik sluit me daar dus van harte bij aan. Er zijn flink wat amendementen en voorstellen ingediend. Ik wil reageren op een aantal daarvan. Ik begin met Vlietland. Soms vraag je je af: wie is in deze gemeente nou eigenlijk de baas? Bij de reactie op de ingediende zienswijzen krijg je af en toe een idee. Als SP'er ben je al snel geneigd om te denken dat het grootkapitaal overal regeert. In dit geval blijkt dat ook zo te zijn. Ik denk dat wij hier als raad een ontzettende vuist moeten maken en gewoon moeten laten zien wie in deze gemeente de baas is. Dat zijn wij, de gemeenteraad. Als wij in onze omgevingsvisie zouden willen opschrijven dat wij het Vlietlandgebied als natuur zien, dan is dat ook zo.
Dan vinden wij dat zo en
Raadsvergadering 1 oktober 2025
30
dan schrijven wij dat zo op. Mijn fractie steunt daarom het amendement van D66 van harte en ook het amendement van de PvdA, waarin nog een stapje verder wordt gegaan door te zeggen: wij blijven daarmee doorgaan en wij blijven ons er ook voor inzetten richting buurgemeente om daar een vuist voor te maken. Want dat is de afgelopen jaren natuurlijk ook gebeurd. Het is iets wat heel veel Voorschotenaren aan het hart gaat. Het is misschien niet ons grondgebied, maar het is wel ons natuurgebied; zo voelt het tenminste voor heel veel Voorschotenaren. Dan een paar andere voorstellen, om te beginnen het voorstel van de heer Van Duivendijk inzake vliegtuigoverlast. Ik ben het daar van harte mee eens; wij gaan dat zeker steunen. Dan de discussie van zojuist over de IJsbaan: ja, natuurlijk willen ook wij graag dat de IJsbaan groen blijft, maar we willen ook graag dat Langs de Korte Vliet groen blijft en dat het Nicolaespad groen blijft en we willen ook graag dat de netcongestie wordt opgelost. Dat is precies het soort dilemma dat je steeds terug ziet komen in deze omgevingsvisie. Dan moet je keuzes maken. Je kan op allerlei mogelijke gronden keuzes maken.
Mijn fractie ziet het liefst dat die keuzes worden gemaakt op basis van inhoudelijke informatie en niet omdat een belangengroep die al tientallen jaren nauw verweven is met de CDA-fractie, namelijk de IJsclub, waarvan regelmatig bestuursleden hier namens het CDA in de gemeenteraad hebben gezeten, nu eventjes zonder verdere inhoudelijke discussie een amendement erdoor pusht waardoor dat in ieder geval vrij blijft. De voorzitter: Meneer Maassen, ik vind dit wel wat ongelukkig. Laten we het gewoon zakelijk houden; laten we het feitelijk houden. Laten we partijen niet gaan aanspreken op vorige leden die al dan niet deel hebben uitgemaakt van dit gremium. Ik wil u vragen om gewoon de politieke correctheid in acht te nemen. Ik weet dat u dat kan. De heer Maassen (SP): Dank u, voorzitter. U weet ook dat ik graag de grenzen opzoek. Dat heb ik bij dezen gedaan. U weet ook dat ik hier al een jaar of twaalf rondloop. Ik heb dit dus al een paar keer zien gebeuren. Het was een ergernis die even naar buiten kwam; excuses daarvoor. De voorzitter: Prima. Dus die woorden daarover, dat onderdeel, trekt u hierbij in. Dat vind ik namelijk ook netjes. U mag uw punt straks herformuleren, maar de verwijzing naar een politieke fractie versus invloed et cetera hoort hier niet thuis.
De heer Maassen (SP): Dat betwijfel ik eigenlijk, want het gaat hier om de machinaties die ik net probeerde aan te geven: een ontwikkelaar van Vlietland wil graag dat wij het woord "natuur" eruit halen en een vereniging heeft nauwe banden met een fractie, die een amendement indient om daar geen onderstation neer te zetten. Ik zie wel … Ja, ik wil dat eigenlijk niet helemaal terugtrekken. De voorzitter: Ik wil u vragen om gewoon de zakelijkheid, de politieke correctheid en de scherpte - want die heeft u - te betrachten, maar om het wel netjes te houden. De heer Maassen (SP): Ik zal het altijd netjes houden en volgens mij heb ik dat nu ook gedaan. De heer Van Horck (CDA): Ik wil bezwaar maken tegen de woorden van meneer Maassen. Er worden hier insinuaties gedaan alsof dit ingegeven wordt. Ik heb ook zeer bewust gekeken naar wat er al op tafel lag. In het amendement is niet voor niks een verwijzing opgenomen naar een motie. Het is niet zo dat er even iemand langskomt met "schuif eens even een amendementje binnen". Dan wordt mijn politieke integriteit hier ook ter discussie gesteld. Daar heb ik echt moeite mee. Ik heb een verwijzing gemaakt naar een motie die er al lag. Mijn fractie ziet deze locatie niet als een geschikte locatie, maar elke insinuatie dat dit gewoon een belangengroep is die even wat naar binnen schuift … Sorry, maar dat werp ik echt verre van mij.