CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept notulen raadsvergadering 1 oktober 2025 - gecorrigeerd

Gemeenteraad Voorschoten 13 november 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen raadsnotulen36.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De heer Maassen (SP): Dát wil ik dan wel intrekken. De politieke integriteit van de heer Van Horck heb ik op geen enkele manier ter discussie willen stellen. Dat wil ik zeker intrekken als dat de insinuatie is geweest die ik heb gewekt, want dat was niet mijn bedoeling. Wat mij wél steekt, is dat voorafgaand aan het onderzoek op basis van belangen van groepen een alternatief van tafel wordt gehaald en niet verder wordt onderzocht. Ook in het interruptiedebat heb ik geprobeerd om dat aan te geven. Eigenlijk wordt hier gezegd: Liander, dat kan wel jullie voorkeurslocatie zijn, maar wij willen dit niet. Die conclusie zouden we met z'n allen kunnen trekken, maar wel graag op basis van de feiten. Ik zou u dus willen vragen - dat meen ik echt - om omwille van de correctheid

Raadsvergadering 1 oktober 2025

31

van de procedure dit amendement nu niet ter stemming te brengen, maar om die discussie op basis van de argumenten en het onderzoek te voeren op het moment dat de voorkeurslocaties op tafel liggen en om dan voor te stellen om deze locatie te schrappen, omdat u om u moverende redenen vindt dat daar geen onderstation moet komen. Dat zou de juiste procedure zijn. Ik verzoek u om daarnaar te kijken, want zo bedoel ik het. De voorzitter: Heeft u een vervolginterruptie, meneer Van Horck? Let trouwens ook op uw tijd. De heer Van Horck (CDA): Heel kort: ik stel voor dat we de reactie van het college even afwachten. De voorzitter: Helder. Die wachten we sowieso af, want die gaat komen. Dank aan de heer Maassen voor het herformuleren van uw inhoudelijke politieke punt. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Ik wil ook even een duit in het zakje doen. Wij zijn mede-indiener van het amendement. Het is dus een beetje vervelend dat het CDA hier op het hakblok ligt. Ik wilde interrumperen vóór deze hele discussie, maar dat werd niet gezien. Inmiddels zijn er dingetjes ingetrokken. Kan het voor de heer Maassen ook zo zijn dat wij als indieners van het amendement in dat gebied gewoon liever kiezen voor recreatie dan voor een onderstation, even los van alle andere innuendo, die er mogelijk of sowieso niet is? Er werd net een relatie gelegd met het CDA en een partij.

Er staan nog twee andere partijen op het amendement. Die hebben die relaties, als die er al zouden zijn, helemaal niet. Wij hebben dus gewoon voor het amendement gekozen: recreatie in plaats van een onderstation. De voorzitter: Dat punt hadden we gehad. De heer Maassen (SP): Met het risico dat ik nu verkeerd begrepen wordt: u had ook iemand op uw lijst staan van de IJsclub. De voorzitter: Nee, meneer Maassen, u heeft nog een minuut. Ik verzoek u verder te gaan met uw betoog. De heer Maassen (SP): Het punt is dat die recreatie ook op andere plekken zou kunnen zijn. Op het Nicolaespad is een hartstikke mooie skatebaan. U neemt helemaal niet mee dat die recreatie dan ook verdwijnt. Waarom daar niet en op de IJsbaan wél? Het wordt niet met elkaar afgewogen. Daarom vraag ik u: trek dit amendement nu in en voer de discussie op basis van gelijkwaardigheid met die vier verschillende locaties op basis van feiten. De voorzitter: Een vervolginterruptie van de heer Van Duivendijk, op de inhoud. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Het probleem is natuurlijk dat op het moment dat je iets gaat onderzoeken, het ook op tafel ligt. Als er politiek een keuze is om iets niet te willen, moet je het ook niet onderzoeken. We hebben op dat punt de ervaring met het gemeentehuis: er wordt onderzocht of we een nieuw gemeentehuis zouden kunnen doen; en verdomd, het komt er.

Het is dus gewoon verstandig. Nu grijpen we toevallig met een amendement in op het punt van de IJsbaan. Dat is toevallig een proces dat al loopt, maar het gaat in de omgevingsvisie natuurlijk om allerlei keuzes die nog moeten komen en onderzoeken die nog moeten komen. Daar maken wij nu kaderstellend een amendement voor om te zorgen dat er geen dingen onderzocht worden die we niet willen. In dat kader zeggen wij: kijk naar drie locaties in plaats van vier; onderzoek die vierde niet, want die willen we niet. Dat is zonde van de tijd en het geld. De voorzitter: Dank voor de uitleg. Er is geen vraag gesteld. Meneer Maassen, vervolg uw betoog. U heeft nog 50 seconden. De heer Maassen (SP): En dan heb ik het nog niet eens over woningbouw gehad; kan je nagaan! Dat ga ik nu doen, in 50 seconden. De PvdA heeft een voorstel ingediend om voorrang in te stellen voor lokale inwoners en mensen met vitale beroepen. Wij hebben er heel veel begrip voor dat dat voor bewoners zou gebeuren, zeker omdat heel veel jongeren die hier opgroeien het gewoon niet kunnen betalen om in Voorschoten te gaan wonen. Voorrang bij sociale woningbouw zou dan een ontzettend goed idee zijn. Ten aanzien van vitale beroepen zitten we er wat moeilijker in, ook een beetje in technisch opzicht. Dit zou je namelijk niet moeten regelen via de omgevingsvisie, maar in

Raadsvergadering 1 oktober 2025

32

de Huisvestingsverordening. Laten we het daarover hebben op het moment dat die opnieuw moet worden ingediend. De voorzitter: Mooi binnen de tijd. Er is een interruptie. Dan heeft meneer Maassen nog vier seconden voor het antwoord. De heer Posthuma (PvdA): De heer Maassen heeft er natuurlijk gelijk in dat je dit soort dingen in de regel via de Huisvestingsverordening moet regelen, maar je kunt met de woningcorporatie afspreken dat er in een bepaald project extra aandacht gaat naar bepaalde groepen. Die afspraken kun je zijdelings maken als ze maar niet strijdig zijn met de Huisvestingsverordening. Volgens mij kan dat dus wel. De voorzitter: Meneer Maassen, één zin, twee komma's. De heer Maassen (SP): Dat kan inderdaad, maar in de Huisvestingsverordening kan het nog beter en wat ons betreft wijs je dan gewoon alle nieuwbouwwoningen, sociale huur, toe aan mensen uit het dorp. De voorzitter: U bent fantastisch. Ik verzoek wethouder Van der Elst in te gaan op de paar vragen die gesteld zijn, maar vooral op de ingediende amendementen en moties. Daarna zal wethouder Schokker iets zeggen over een aantal amendementen en tot slot wethouder De Bruijn. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Ik reageer eerst op de inbreng van de heer Haubrich. Gefeliciteerd met uw maidenspeech in de raad. U spreekt in algemene zin positief over de omgevingsvisie.

We willen dat graag beantwoorden door in algemene zin positief te spreken over uw eerste inbreng. Dan de heer Deuzeman, GroenLinks. Ook u heeft waardering voor het verrichte werk. Dank daarvoor. U stelt duidelijk met zoveel woorden dat u als raad uiteindelijk nog over het eindproduct gaat. Dat is veel eerder het omgevingsplan, dat nog gaat komen - dat gaat nog een paar jaar duren - dan de omgevingsvisie. Bindend is deze visie wel, maar niet meer dan bindend op het niveau van een visie. U zegt dat we nog een jaar hebben. Moeten we dan niet afwachten en er meer werk aan besteden, zodat de visie misschien beter wordt? Los van het feit dat we met elkaar een procesafspraak hebben gemaakt en dat het echt de bedoeling is dat we nu gaan besluiten maar ook dat is aan u - wil ik erop wijzen dat er in maart aanstaande gemeenteraadsverkiezingen komen en dat er kort daarna een nieuwe raad zit. Rond het zomerreces komt er een nieuw college en na het zomerreces moet een begroting in elkaar gezet worden enzovoorts, enzovoorts. Uitgerekend dit stuk gaat integraal door zo'n beetje alle agenda's en alle beleidsstukken heen. Het is dus nogal wat om die nieuwe raad en dat nieuwe college dit dan nog op te leggen. En op 1 januari 2027 moet het klaar zijn. Volgens ons ga je dan dus een gigantisch risico lopen. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter.

Klopt het niet dat er ook voor volgend jaar al een evaluatie gepland staat? Ik mag toch hopen dat dit college wel gewoon te goeder trouw door gaat werken aan het verbeteren van deze visie. Wethouder Van der Elst: Het antwoord is bevestigend. De heer Deuzeman (GroenLinks): Mag ik dan constateren dat het volgende college in dat geval kan voortborduren op het werk dat nu al gedaan wordt en dat het daarmee een stuk behapbaarder wordt? Wethouder Van der Elst: Ja, de colleges staan op elkaars schouders. Dan de fractie van Voorschoten Lokaal, de heer Van Duivendijk. Ook u kunt zich in de basis heel goed hierin vinden. We worden er helemaal warm van. Dat is mooi. Acht hoog; ja, dat scheelt wel een beetje. Je kan dan wat meer huizen bouwen. Wat hier staat, is niet meer en niet minder dan dat we het niet willen uitsluiten. We zeggen helemaal niks over waar, wanneer, hoe, al dan niet inspringend, met hoeveel groen en wat er verder mee samenhangt. We rekken alleen de bovengrens wat op. Het is een theoretische bovengrens. Het zal allemaal nog moeten blijken en het kan zijn dat er helemaal niks van gaat komen.

Raadsvergadering 1 oktober 2025

33

De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Ik had ook gevraagd waarom een verdubbeling van het aantal bouwlagen maar leidt tot 100 extra woningen. Wethouder Van der Elst: Omdat je dat maar incidenteel zal doen, als je het al zou doen. Je zou daaruit kunnen afleiden dat het niet het voornemen is om nu alle nieuwe bouwprojecten acht hoog te gaan bouwen, want dan zou het harder opschieten. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Die optelling komt niet voor niks. Die is afgeleid van een aantal projecten, van de projectenlijst. Dan moet er ergens een project zijn dat al uitgaat van acht hoog om tot die slechts 100 extra woningen te komen. Of zie ik dat verkeerd? Wethouder Van der Elst: Het hangt ervan af of je het halfvol of halfleeg ziet. Het is een globale indicatie. Je zou er wat mee kunnen bereiken. Het gaat er nu in essentie om dat we het met elkaar eens zijn dat we het niet op voorhand willen uitsluiten en dat het misschien een keer gaat gebeuren. Dat is feitelijk wat we doen. De PvdA, de heer Posthuma: ook dank voor uw inbreng; ik kom nog terug op de amendementen en de moties. Mevrouw Schroot, D66. De extra aantallen woningen per locatie zoals ze er nu staan, zijn een illustratie van hoe we aan meer woningen denken te kunnen komen. De aantallen zijn een-op-een overgenomen uit het halfjaarlijkse projectenoverzicht.

Sommige zijn besloten omdat door u als raad een ruimtelijk kader is vastgesteld en een groot aantal ook niet. Het is dus niet meer dan een illustratie van hoe we tot aantallen kunnen komen. Wij hebben wel degelijk een eigen keuze in woningbouw. Ik herken niet dat wij achter corporaties of grootgrondbezitters aanlopen. Wij hebben keuzes gemaakt op de pagina waar de nieuwe beoogde bouwprojecten staan. Die worden nu aan u voorgelegd. De invulling moet later blijken, maar we volgen hier niet zozeer anderen; we kiezen zelf. Mevrouw Schroot (D66): Wij zijn sinds kort aangesloten bij het project van de Oude Lijn tussen Dordrecht en Voorschoten. Ik zie daar een heel groot grijs gebied dat nu nog groen is en dat met bebouwing is ingekleurd. Dan krijg ik het gevoel van: wordt er niet over ons beslist in plaats van dat we vanuit onze eigen kracht reageren? Ik hoor graag hoe de wethouder daarover denkt. Wethouder Van der Elst: Ik kan volstaan met: nee, dat gevoel heb ik niet. En als het om Voorschotens grondgebied gaat, gaat u daar als raad over. De fractie van het CDA, de heer Van Horck. Ik kan wel bezig blijven en rode koontjes krijgen: de wethouder heeft zelfs goed werk geleverd. Namens het college: we leggen dat uiteraard meteen terug bij onze ambtenaren, waarvan er een aantal op de tribune zitten.

Ik denk, in de snelheid, dat wat u schetste over wat in het omgevingsplan komt te staan, wel klopt. Ik denk dat de verdere uitwerking zoals u die kort formuleerde, in essentie precies is wat er nog staat te gebeuren. Is de hoogbouw nou eerder een uitzondering of wordt het de regel? Hoe moet je dat zien? Daar gaat de raad uiteindelijk over, maar zonder er een harde toezegging over te doen, acht ik het zeer onwaarschijnlijk dat dat heel erg vaak gaat voorkomen. Voor zover wij dat inschatten: misschien eens een keer. Zo moet u het lezen. Of dat een uitzondering is of toch iets vaker dan weinig, weet ik niet zeker, maar in grote lijnen is dat wel het antwoord. U stelde een vraag over de zienswijzen van de Vrienden van Voorschoten. Zij hebben er 27 ingebracht. Ik ben dus even kwijt waar de vraag of wij daadwerkelijk met partners in gesprek gaan, betrekking op heeft. Misschien kan ik die tussenvraag zo stellen. Dan kan ik in de eerste termijn die vraag beantwoorden. De heer Van Horck (CDA): Dat ging over het overlegtraject met betrekking tot de buitengebieden. De Vrienden van Voorschoten hebben aangegeven dat zij graag een structureel overleg willen van alle partners over hoe dat buitengebied eruit moet komen te zien. Daarbij gaat het zowel om agrariërs als om de stichtingseigenaar van de gronden, de gemeente en ook de Vrienden van Voorschoten.

Raadsvergadering 1 oktober 2025

34

Wethouder Van der Elst: Dat is op dit moment niet voorzien. We moeten ook kijken waar het toe gaat leiden, maar ik wil wel de toezegging doen dat we een gesprek met de Vrienden van Voorschoten aangaan. Toevallig spreek ik hen over niet zoveel tijd toch. We zullen kijken wat er verder precies uit zou kunnen komen. Dat ene gesprek wil ik u dus wel toezeggen. De heer Maassen: uw opmerking over de Huisvestingsverordening en wat daarin zou moeten komen, herken ik zeer. Ik weet dat dit uw vakgebied is. Ons antwoord is bevestigend. Dan de amendementen, te beginnen met amendement 354 over hoe Station De Vink opgenomen moet worden in de omgevingsvisie. We zijn van mening dat De Vink zo vaak genoemd wordt dat daarmee wordt voldaan aan zowel de constateringen als de overwegingen van het amendement. Ik kan ze noemen. We bouwen door inbreiding in het centrum en andere plekken rond de stations. In de paragraaf "Waar bouwen we van 2030 tot 2040" staat: "Verdichting rond de stations Voorschoten en De Vink". De stations vallen onder de thematische uitwerking. Daarom staan ze niet in hoofdstuk 6 over de gebiedsgerichte uitwerking. Ook in paragraaf 7.3.1, onder "Omgevingsprogramma" wordt het "Omgevingsprogramma ontwikkeling stationsgebieden" genoemd. Het komt er dus ruim in voor. We ontraden dit amendement. De heer Posthuma (PvdA): Ik heb dezelfde teksten gelezen als de wethouder.

Dank dat hij het nog een keertje wilde voorlezen voor mij en de rest van de raad. Het punt is dat de gemeente Leiden in haar zienswijze heeft aangegeven dat Station De Vink er eigenlijk te weinig in voorkomt. Dat is ook de reden waarom de gemeente Leiden daar een zienswijze op heeft gegeven. Ik ben het met de gemeente Leiden eens dat er op het punt van de praktische uitwerking heel veel dingen over Station Voorschoten in staan; daar is ook een apart kopje aan gehangen. Ik zeg eigenlijk dat er naast dat aparte kopje voor Station Voorschoten ook een apart kopje moet komen voor Station De Vink. Ik kan de opmerking dus niet zo goed plaatsen. Graag een reactie van de wethouder. Wethouder Van der Elst: Mijn reactie is dat ik de heer Posthuma hoor zeggen dat u erkent dat De Vink al een heleboel keren in het stuk staat. Mooi, dan zijn we het met elkaar eens. De heer Posthuma (PvdA): Ik vind dit een beetje kinderachtig worden. De voorzitter: Ik ga ingrijpen. Dat was niet wat de heer Posthuma zei. Wilt u antwoord geven op de vraag? Wethouder Van der Elst: Ik denk dat ik toch niet zo ver naast een antwoord zit. Het kan wel zijn dat Leiden … Leiden heeft ook wat gevonden en daar hebben we een antwoord op gegeven. De heer Posthuma (PvdA): Dit irriteert mij nou mateloos. De voorzitter: Via de voorzitter, meneer Posthuma. De heer Posthuma (PvdA): Via de voorzitter natuurlijk.

Leiden heeft gereageerd en u heeft duidelijk laten zien dat u niks van die zienswijze van de gemeente Leiden heeft overgenomen. Ik vind het vervelend dat u niet goed luistert en dat u mijn opmerkingen niet goed meeneemt; ik heb dat wel vaker gemerkt in interactie met u. Ik wil graag dat u goed antwoord geeft op de vraag die ik u stel. De voorzitter: Via de voorzitter wordt aan wethouder Van der Elst gevraagd om antwoord te geven op de vraag. Wethouder Van der Elst: Ik zoek in de snelheid naar de exacte inbreng van Leiden. Die moet ik even zoeken. De voorzitter: Zouden we dit punt dan later kunnen doen? Dan kunt u misschien straks in de schorsing, als we even tijd nodig hebben, de inbreng van de gemeente Leiden opzoeken en dan kunt u aan het begin van de tweede termijn terugkomen op dit punt. Is dat een goede afspraak? Wethouder Van der Elst: Dat lijkt me een prima idee, voorzitter. De voorzitter: Dan houden we dit punt even vast.

Raadsvergadering 1 oktober 2025

35

Wethouder Van der Elst: Daarbij is mijn intentie uiteraard niet anders dan antwoorden te geven op de vragen die gesteld worden en dat zo goed mogelijk te doen. Amendement 355 gaat over de term "in principe niet buiten het dorp". We hebben in paragraaf 1.2 uitgelegd dat er dilemma's zijn en dat de ruimtelijke claims in aantal en in ruimtecapaciteitsbeslag veel groter zijn dan wat beschikbaar is. Vervolgens hebben we in latere hoofdstukken uitgewerkt hoe we daarmee om willen gaan. Er staat dus nergens dat we daadwerkelijk de groene ruimtes in willen gaan. Toch willen we, omdat het een visie is, hoogover zo ruim mogelijke kaders meegeven omdat we met elkaar niet weten voor welke uitdaging we over twaalf jaar precies staan. Dat is de reden waarom er toch "in principe" staat. Later, tegen die tijd, zal door de raad en het college bekeken moeten worden hoe u daar dan mee om zou willen gaan. Er is nu niet concreet een ander voorstel dan dat we de kaders wat oprekken. Dan kom ik bij amendement 358 over de spreiding. Dat wij wijken waar weinig sociale huurwoningen, middenhuurwoningen of goedkope en betaalbare koopwoningen staan, extra aandacht willen geven om die achterstand in te halen, staat in onze Woonvisie, zoals die door u is aangenomen. We doen het dus al: de Marijkelaan, het Oude Stationslaantje, de Jan Wagtendonkstraat, waar we binnenkort met elkaar over in gesprek gaan.

We denken dat we dit echt al doen. Als het de indiener, dus de PvdA, tevredenstelt, laten we het amendement graag aan het oordeel van de raad. Maar nogmaals, we doen het al. De heer Posthuma (PvdA): Er worden inderdaad initiatieven ontplooid in die richting, maar u heeft die nog niet gebouwd; ze zijn er nog helemaal niet. Dat ligt dus in de toekomst. Om voor de komende periode vast te houden aan die prioritering en om ervoor te zorgen dat die woningbouw daadwerkelijk op die plekken komt, vinden wij dat deze spreiding als principe moet worden meegenomen in de omgevingsvisie. Ik ben in ieder geval blij om te horen dat u het amendement aan het oordeel van de raad laat. Dus dank daarvoor. Wethouder Van der Elst: Dan kom ik op amendement 359, waarin extra aandacht wordt gevraagd voor het belang van de bibliotheek en de verenigingen. We denken dat het er echt staat, op de pagina's 51 tot 54. Die zal ik dan niet voorlezen; dat komt misschien ook wat docerend over, maar zo bedoel ik dat echt niet. Maar we willen dit amendement ontraden, omdat het er echt in staat. We zien het niet als een toevoeging. De heer Posthuma (PvdA): Een van de kritiekpunten op deze omgevingsvisie is dat zij vaak te beschrijvend en geen keuzes maakt. Ik haal altijd het volgende voorbeeld aan. Ik heb ooit stage gelopen bij Paul Depla, die toen wethouder Ruimtelijke Ordening was in Nijmegen.

Een van de grote dingen die hij daar deed en goed deed, was dat hij heel veel voorzieningen - of het nou een theater was of bijvoorbeeld een sportvereniging - liet combineren met de bouw van betaalbare woningen en andersoortige woningbouw. Daarmee zorgde hij ervoor en verankerde hij dat de voorzieningen in de omgeving niet alleen ten koste kwamen van de gemeente, maar dat ook de projectontwikkelaar daar iets mee moest doen. Dit amendement zorgt er gewoon voor dat dat soort voorzieningen met een integrale, brede bril worden bekeken en dat de gemeente ook een haakje heeft om die verplichting aan de projectontwikkelaar mee te geven. Dat staat absoluut niet in deze omgevingsvisie. Dat is de reden waarom ik dit amendement heb ingediend. De voorzitter: Let op uw tijd. Wethouder Van der Elst, vervolg uw betoog. Wethouder Van der Elst: Ik heb hier een reactie op gegeven. Dat ga ik niet twee keer doen. De voorzitter: Ik zei ook: vervolg uw betoog. Wethouder Van der Elst: Ik dacht aan de hand van de lichaamshouding een interruptie aan te zien komen. De voorzitter: Sorry, wethouder Van der Elst. Een vervolginterruptie van de heer Posthuma. De heer Posthuma (PvdA): Graag een reflectie van de wethouder op hetgeen ik net gezegd heb.

Raadsvergadering 1 oktober 2025

36

Wethouder Van der Elst: Dan verwijs ik naar het beleid zoals dat in de Woonvisie is opgenomen. Daar gaat het u toch om? De voorzitter: Vervolg uw betoog. Wethouder Van der Elst: Dan komen we op amendement 363 van GroenLinks over beslispunt 2, de evaluatie en hoe we in de toekomst verdergaan met de updates. Dat gaat over pagina 98, de paragrafen 7.8.1 en 7.8.2. Dat zijn wijzigingen die we best kunnen overnemen. Dat is dus akkoord. Prima, we omarmen dat. Dan kom ik op motie 362 over lokale binding. Op dit ogenblik wordt binnen Holland Rijnlandverband gekeken naar vitale beroepen, waarbij "vitaal" natuurlijk een wat ingewikkeld woord is: wat is dat dan? We willen binnen Holland Rijnlandverband samen optrekken - althans, dat proberen we - om te voorkomen dat we als gevolg van een waterbedheffing ineens allemaal politieagenten woonachtig hebben in Noordwijk en dat alle schoolleraressen weer in een ander dorp wonen. We proberen dat dus samen te doen. Verder zijn de regionale Huisvestingsverordening en ook de zienswijze bij u geweest. Daarin is het nodige gezegd. We gaan omhoog van 25% naar 30% lokaal maatwerk en daarnaast zijn er nog meer mogelijkheden. Er is ook een cluster van 10% bijzondere doelgroepen. In die zin onderschrijven we het belang, maar het is er feitelijk al. We zouden dit amendement dus toch willen ontraden.

Dan komt motie 363 aan boord over het afwegingskader woningbouw. Dat is een ingewikkelde. Ik heb hier toch een lang antwoord op. Er staan een aantal punten in het dictum. Ten aanzien van punt 1: een globaal overzicht van bouwlocaties is al opgenomen in de visie; u ziet de toekomstige bouwlocaties en de lopende bouwlocaties. Daarnaast wordt halfjaarlijks een terugkijkend overzicht gegeven van de voortgang op de diverse woningbouwlocaties. Daarmee denken we dat het overzicht van alle potentiële locaties meer dan afgevinkt is. Dictumpunt 2 over het gemeentelijk vastgoed: er is een nota Vastgoedbeleid Voorschoten vastgesteld, waarin staat hoe we omgaan met het gemeentelijk vastgoed. We kunnen daarnaast geen regie uitvoeren op vastgoed dat niet van onszelf is. Punt 3: een generiek afwegingskader is niet aan de orde, want elke locatie is weer anders. Daarmee zijn ook de criteria voor een evenredige toedeling van functies per locatie anders. Dat kan je niet zomaar sectoraal naast elkaar zetten. Aan u, de raad, wordt, zoals gebruikelijk, vooraf per locatie ter besluitvorming een uitwerkingskader voorgelegd. Ten aanzien van dictumpunt 4: één integrale visie lukt ons niet, want wij denken dat je dan je doel voorbijschiet. Een aantal onderwerpen is al belegd in uiteenlopende programma's, zoals het gemeentelijk rioleringsplan of het Integraal Waterketenprogramma.

We krijgen die integraliteit niet verder rond dan wat we nu hebben. Dat is wat we vrezen. Mevrouw Schroot (D66): Ik snap dat het best een complexe en grote vraag is, maar eigenlijk zouden we dit in de omgevingsvisie op moeten nemen, zodat we meer visie hebben op al die zaken die bij elkaar komen: water, bodem, netcongestie enzovoort. Want nu krijgen we als raad elke keer out of the blue een voorstel. Ik noem maar wat: een paar jaar geleden kwam ineens de Wagtendonkstraat op en dan hobbelen we daar achteraan. We kijken nooit integraal of het slim is om eerst op die locatie te gaan ontwikkelen of dat het slimmer is om een andere locatie aan te pakken. Als we alles tegelijk aanpakken, verzuipen we. Juist voor het aanbrengen van die prioritering vinden wij die raadpleegbrief zo belangrijk om als raad te kunnen sturen. Wethouder Van der Elst: Dan zouden we naast de uitwerking van de visie via de programma's naar het omgevingsplan feitelijk nog een heel ander kader of een heel andere structuur moeten ontwikkelen. Daar hebben we de capaciteit niet voor. We zullen jaren bezig zijn om uiteindelijk bij u als raad met een voorstel te komen voor een omgevingsplan. In de Kadernota heeft u kunnen zien dat daarvoor al budgetten worden voorgesteld en in de begrotingsraad aan u voorgelegd worden ter besluitvorming. Die budgetten lopen tot en met 2029. Dat is vier jaar na nu.

Vandaar dat we denken: als je ooit al aan herijking denkt, dan vier jaar na nu. Als we het nog anders moeten gaan uitwerken op basis van voortschrijdend inzicht - dat is echt nodig om die integraliteit terug te laten komen in het omgevingsplan - krijgen we dat niet voor elkaar, want dan gaan we een dubbel traject lopen. Het moet daaronder vallen, onder datgene wat we al ingezet hebben. Mevrouw Schroot (D66): Ik begrijp het probleem, ook met de ambtelijke capaciteit, en de moeilijkheden, maar laat het dan op z'n minst een richtsnoer zijn dat we onze opgaven veel integraler gaan benaderen dan tot nu toe. Ik noem maar een voorbeeld: als wij nu gaan bouwen in

Raadsvergadering 1 oktober 2025

37

Starrenburg III, dan is dat proof voor regen tot 70 millimeter, dus voor extreme buien; dat zeg ik uit mijn hoofd. We weten eigenlijk al dat het daar natuurlijk niet stopt, maar we bouwen wel voor 100 jaar, 200 jaar of 300 jaar. We moeten voorkomen dat we toekomstige generaties opzadelen met een onoplosbaar probleem. Wethouder Van der Elst: Ik denk dat mevrouw Schroot en het college het met elkaar eens zijn. Het is precies die betere afweging, die integraliteit waarbij rekening wordt gehouden met zo veel mogelijk factoren, waar we tussen nu en het voorleggen van de omgevingsvisie aan willen werken. Dat is dus precies die integraliteit. Ik denk dus dat we wat dat betreft echt op de route zijn om dat te gaan doen wat u wilt. Motie 364 gaat over cyclische herziening. Wij denken dat wij best wel kunnen instemmen met de dictumpunten 1 en 2, maar dictumpunt 3 is te vroeg en te veel. Dat maakt dat we deze motie toch willen ontraden. De voorzitter: Het woord is aan wethouder Schokker voor de reactie op de nog openstaande moties en amendementen. Wethouder Schokker: Voorzitter. Ik heb inderdaad geen vragen staan, behalve eentje over de IJsbaan, maar daar ga ik op in bij de amendementen, waar ik nu al ben aangekomen. Het eerste amendement waar ik een reactie op geef, is amendement 356 van de PvdA over de Jongerenraad. Wij zien ons genoodzaakt om die motie te ontraden.

Het betrekken van de jongeren is natuurlijk absoluut positief. We hebben het ook erg op prijs gesteld dat we op allerlei mogelijke manieren met jongeren overleg hebben. Dat staat eigenlijk ook al in de omgevingsvisie. Maar door de zin toe te voegen, ga je eigenlijk structureel participatiebeleid voeren. Daar is de omgevingsvisie niet de plek voor. Daarom willen we deze motie ontraden. De heer Posthuma (PvdA): Fijn dat de wethouder hierop reageert. Ik weet dat de wethouder van filosofie houdt. Hij zal dus vast Aristoteles kennen: gelijken moet je gelijk behandelen en ongelijken moet je ongelijk behandelen. We zien vaak dat jongeren bij heel veel participatie eigenlijk niet goed meegenomen worden. Als een woningbouwproject wordt besproken, zit de hele publieke tribune vol, maar jongeren worden daar niet bij betrokken. Is het juist niet heel belangrijk dat we er, omdat de jongeren toch al vaak het kind van de rekening zijn en achteraan moeten aansluiten, zorg voor dragen dat we juist de jongeren extra benoemen, zodat we daar bij toekomstige projecten voorrang aan geven en hen daarmee dus ook extra mee laten praten? Wethouder Schokker: Op zich is het natuurlijk heel goed om jongeren bij zaken te betrekken. Dat proberen we in ieder geval als college ook te doen. Ik heb zelf een aantal keren gesprekken gehad en mijn collega's hebben een aantal keren gesprekken gehad.

Het staat ook in de omgevingsvisie, maar dit is niet de plek voor het participatiebeleid. Dat is het punt. Als u het participatiebeleid echt wilt aanpassen, denk ik dat dat op een andere plek moet gebeuren. Dat is het punt. De voorzitter: Let op uw tijd, meneer Posthuma. De heer Posthuma (PvdA): De omgevingsvisie is natuurlijk vormvrij. Als wij willen zeggen dat er een rode olifant in moet staan, komt er een rode olifant in een zin te staan. U kunt wel verwijzen naar het participatiebeleid, maar wij als raad mogen bepalen wat hierin komt. Graag een reactie. Wethouder Schokker: Ja, de raad is het hoogste orgaan en beslist wat er allemaal in komt te staan. Als er werkelijk een rode olifant in komt te staan, vinden wij dat als college niet verstandig. Dat geldt net zo voor dit punt. Uiteindelijk is de afweging uiteraard aan u. In die zin behandelen we gelijke gevallen op een gelijke manier en ongelijke gevallen op een ongelijke manier. Ik denk dat ik op het punt over de sociale veiligheid een beter bericht heb voor de heer Posthuma. Dat kunnen we namelijk oordeel raad geven. Dat punt speelt op dit moment natuurlijk bijzonder. In paragraaf 5.2.4 staat er al iets over, maar dat sluit goed op elkaar aan. Daarom willen we amendement 357 graag oordeel raad geven. Dan amendement 360, ook van de heer Posthuma.

Je zou kunnen zeggen dat dat eigenlijk een zienswijze is ten aanzien van Vlietland. Er staat al een passage in de omgevingsvisie. Wij vinden

Raadsvergadering 1 oktober 2025

38

het niet verstandig om in de omgevingsvisie een zienswijze op te nemen over dit onderwerp. Daarom willen we dat amendement ontraden. Amendement 361 gaat over gezond voedsel. Dat is natuurlijk zeker een belangrijk onderwerp. Gezondheid gaat me ook aan het hart, maar het gaat om een fysieke omgeving. Wederom is dit dus niet helemaal de juiste plek. Dit zou eigenlijk in het gezondheidsbeleid moeten. We hebben hier volgens mij wel aan geraakt als onderdeel van het Beleidsplan Sociaal Domein. Wellicht zou er een gezondheidsbeleid kunnen komen; daarin zou je dit heel goed mee kunnen nemen. Dit is niet helemaal de plek. Daarom willen we ook dit amendement ontraden. Mevrouw Schroot (D66): Stel dat een fastfoodketen zich naast een lagere school wil vestigen, hebben we dan voldoende houvast om dat te voorkomen op basis van ander beleid? Wethouder Schokker: We komen hier in de tweede termijn op terug. We moeten gewoon even goed antwoord geven. Dit was een terechte vraag. Dan amendement 362, het tweede punt over Vlietland. Wederom wil het college het opnemen van een passage over Vlietland ontraden. Wij gaan dan spreken over de gemeente LeidschendamVoorburg en dat vinden we gewoon niet verstandig. Mevrouw Schroot (D66): Heeft u het nu over amendement 362? Wethouder Schokker: Ja. Mevrouw Schroot (D66): Dan begrijp ik niet waarom het college de visie van LeidschendamVoorburg nu overneemt.

Wethouder Schokker: Leidschendam-Voorburg gaat over Leidschendam-Voorburg en wij gaan over Voorschoten. Het is gewoon raar - tenminste, wij vinden het niet verstandig - als wij in onze omgevingsvisie die tekst opnemen. Dat vinden we gewoon niet verstandig. U kunt daar natuurlijk een ander oordeel over hebben, maar wij vinden dat in elk geval niet verstandig. LeidschendamVoorburg gebruikt ook termen die aansluiten bij onze eigen omgevingsvisie. Dat is onze toelichting. Mevrouw Schroot (D66): Het is me toch niet helemaal duidelijk, want wij zeggen dan toch vanuit Voorschoten hoe we kijken naar het recreatiegebied Vlietland? We doen toch geen uitspraken over wat volgens Leidschendam-Voorburg wel of niet natuur is of waar een grens ligt? We doen toch ook geen uitspraak over de vraag of de Seringenberg natuur moet zijn in Wassenaar? Dit is dan toch gewoon heel vreemd? Wethouder Schokker: Dit is inderdaad verzocht door de gemeente Leidschendam-Voorburg, die heeft gevraagd om een dergelijk onderscheid te maken tussen noordelijk en zuidelijk. Wij vinden dat dat ook het meest recht doet aan de situatie. Als u dat wilt aanpassen, is dat uiteindelijk aan u, maar wij vinden dat dit aansluit bij de rest van de terminologie die ook in de omgevingsvisie wordt gebruikt. Daarom vinden we dit niet verstandig en ontraden we dit.

De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik ben hier wel verbaasd over, want als het standpunt van het college nu is dat we gewoon letterlijk de woorden van Leidschendam-Voorburg over Vlietland op moeten schrijven omdat zij daarover gaat, waarom heeft het college dan besloten om in dit stuk iets over Vlietland op te nemen? Dit is een stuk van de gemeente Voorschoten; daar gaan wij over. Wij zijn toch geen stenograaf voor de gemeente Leidschendam-Voorburg? Dit is toch een hele idiote houding? Wethouder Schokker: Zij hebben dit zo aangegeven in de zienswijze. Deze terminologie sluit ook aan bij de rest van de omgevingsvisie. Daarom vinden wij dit een goede tekst. De heer Haubrich (VVD): Voor de duidelijkheid: moet ik het standpunt van de wethouder zo interpreteren dat hij van mening is dat wat wij in eerste instantie over Vlietland hadden opgeschreven, niet goed is en dat de zienswijze van Leidschendam-Voorburg veel beter is dan de tekst die wijzelf initieel in de omgevingsvisie hadden gezet?

Raadsvergadering 1 oktober 2025

39

Wethouder Schokker: Er is een zienswijzeprocedure geweest. Daar zijn vervolgens zienswijzen gekomen. Daar is deze tekst naar voren gekomen. Die sluit goed aan bij de rest van de terminologie die we ook in het document gebruiken. Daarom hebben we nu voor deze tekst gekozen. Dat is de achtergrond; meer kan ik er echt niet over zeggen. Als u het niet verstandig vindt, ligt er een amendement, maar wij zeggen dat de tekst goed aansluit bij de rest van het stuk. Mevrouw Schroot (D66): Ik begrijp er helemaal niks van. Als we de tekst die het college nu voorstelt hadden opgenomen en als er dan een zienswijze van inwoners was gekomen in de zin van "verander dat in de tekst, met het woord 'natuur' erin", dan had u dat dus ook overgenomen. Dat is immers uw redenatie. Wethouder Schokker: Dit gaat nu over deze specifieke zienswijze van Leidschendam-Voorburg. We hebben besloten om die op deze wijze over te nemen. U heeft een andere suggestie; wij zeggen dat dit goed aansluit bij de rest van het stuk. Daarom ontraden wij uw amendement. De voorzitter: Ik denk dat dit blokje daarmee voor dit moment voldoende is besproken. Anders blijven we een beetje ronddraaien in argumenten. Dat levert niet zoveel nieuws meer op. Wethouder Schokker: Nu komen we gelukkig bij een onderwerp waarover de gemoederen verdeeld zijn, de IJsbaan. Er ligt een amendement voor.

Wat is er aan de hand? Een paar weken geleden is een uitgebreid voorbereid onderzoek gestart door Liander. Daar hebben we u over geïnformeerd met een informatiebrief. Zij zijn nu bezig. Ik denk dat ze dat in de loop van het eerste of misschien het tweede kwartaal van volgend jaar opleveren. Ongeacht de uitkomsten van dit amendement zullen wij dat proces doorlopen, want het is gestart. Op de langetermijnagenda staat al een punt om hier volgend jaar met een voorstel te komen. Als u dit amendement besluit aan te nemen, beschouwen we dat als een soort vroegsignalering, een politiek signaal waar we rekening mee zullen houden. Het proces wordt dus gewoon doorlopen. Voor de netcongestie in Voorschoten is het natuurlijk echt ontzettend belangrijk. Volgende week is er een themasessie met Liander in de raad. Dan kunt u dus alle vragen die u verder op dit terrein heeft nog aan Liander stellen. Dat proces loopt dus gewoon door, maar wij zien dit echt als een politiek signaal als dit amendement door de raad wordt aangenomen. Daarom geven we dit amendement oordeel raad. Dan het amendement van de VVD over warmte. Dat hebben we ook besproken in de commissie. Het gaat over uitgangspunten bij de oprichting van het warmtebedrijf, die hier volgende week naar voren komt. Dit amendement kunnen we oordeel raad laten, want dit is letterlijk zo besloten.

Tegelijkertijd is het zo dat er in 2026 weer een nieuwe Transitievisie Warmte komt, ook als onderdeel van het Warmteprogramma. Ja, het zijn heel veel termen; neem me niet kwalijk. Dan gaan we deze zaken daadwerkelijk uitwerken. Daarom stond het oorspronkelijk niet hierin. U heeft het weliswaar aangenomen, maar dat komt bij het Warmteprogramma weer terug. Maar we kunnen dit amendement oordeel raad laten. Er staan al verschillende indieners onder; het zou dus weleens een meerderheid kunnen krijgen. Dan amendement 367 over de luchtvaartoverlast. Dat is best wel een ingewikkelde. Er wordt geluidsoverlast ervaren. Daar is op dit moment geen specifiek beleid voor. Een aantal maanden geleden was er een aanbod om voor € 15.000 mee te doen met meten. Dat hebben we op dat moment afgewezen. Als u dat in de toekomst wel wilt, moeten we dat op enig moment uitspreken, maar op dit moment ligt er geen beleid. Het is ook maar de vraag of je dit nu op deze manier via de omgevingsvisie zou moeten regelen. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Als ik u zo hoor, heeft u iets afgewezen. U kon meedoen aan iets, maar u heeft dat afgewezen omdat er geen beleid was. Wethouder Schokker: En er was geen geld. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Oké. Nou ja, dat geld moet je dan vinden, maar het was dus omdat er geen beleid was.

Ik hoor hier de hele avond al dat al het beleid begint bij de omgevingsvisie. Volgens mij lijkt het mij dus fantastisch om dit amendement te steunen en aan te raden om er juist iets mee te kunnen doen. Of zie ik dat verkeerd?

Raadsvergadering 1 oktober 2025

40

Wethouder Schokker: Dan moet zich dus weer een mogelijkheid aandienen. Als u dat besluit, kunnen we het aankaarten bij de ODWH. Dan zullen vervolgens via de P&C-producten middelen ter beschikking moeten worden gesteld. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Begrijp ik dat u hiermee het amendement steunt om hier beleidsmatig en in de ODWH iets mee te kunnen doen? Wethouder Schokker: Dit heeft bepaalde consequenties. Die heb ik u aangegeven. Omdat dit op dit moment niet voorzien is - er zijn geen middelen voorzien en er ligt geen beleid - moet ik dit nu ontraden. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer Van Duivendijk. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): De uiteindelijke keuzes voor het beleid worden gemaakt tijdens de begrotingsbehandeling. Volgens mij is het dus heel handig als u dit amendement steunt, zodat u kunt kijken of het toch in de begroting opgenomen kan worden. Een aantal uren per maand - weet ik veel - met luchtvaart bezig zijn lijkt me geen héél grote opgave. Wethouder Schokker: Dan zou ik u misschien de tip terug willen geven om tijdens de begroting met een amendement of een motie te komen om te zeggen: ga dit vormgeven. Dan kan vervolgens ook meteen de € 15.000 à € 20.000 die dit waarschijnlijk zou kosten, ter beschikking worden gesteld. Dan is dat helemaal duidelijk en dan heeft u het meteen geregeld.

De voorzitter: Meneer Van Duivendijk, u had al drie interrupties gehad. Ons rest nog wethouder De Bruijn, volgens mij voor één amendement. Wethouder De Bruijn: Voorzitter. Er rest voor mij inderdaad nog één amendement, amendement 366 van Voorschoten Lokaal over het gemeentehuis. Misschien heel vreemd, maar dat amendement ontraden wij als college. In de tekst zoals die nu is geformuleerd, staat alleen "een goede werkplek voor onze ambtenaren". U begrijpt dat we met deze formulering ook al ruimte uitsluiten voor bijvoorbeeld de bibliotheek en maatschappelijke organisaties, maar ook gewoon ons als college en de raad. Daarom ontraden wij dit amendement. En volgens mij hebben we voor het reces een raadsbesluit genomen. Ik denk dat dit daar volgens mij geen recht aan doet. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Los van het feit dat er inderdaad al radertjes lopen rondom dit thema is er nog geen keuze gemaakt voor een nieuw gemeentehuis; er wordt onderzocht of een nieuw gemeentehuis mogelijk is. Bent u het dan niet met mij eens dat het een beetje voorbarig is om dat al in de omgevingsvisie te zetten? Het gaat om het feit dat we inderdaad gaan werken aan een nieuw verbeterd onderkomen. Dit is volgens mij dus nog steeds te vroeg, even los van wat u zelf vindt van wat het zou moeten worden. De voorzitter: Wat de raad daarvan vindt; er ligt een raadsbesluit.

Wethouder De Bruijn: Wij denken niet dat het te vroeg is, maar zoals gezegd hebben we het nu over het amendement. U kunt zelf ook de tekst teruglezen. Ik denk ook dat dat geen beter alternatief is. De voorzitter: Ook dit blokje is daarmee afgerond. Wethouder Schokker wil dolgraag nog een keer. Blijkbaar ligt er nog een vraag open. Er ligt sowieso nog een vraag bij wethouder Van der Elst, maar daar kom ik straks op. Wethouder Schokker: Voorzitter. Dat was een vraag van mevrouw Schroot over het vestigen van een snackbar. We hebben dat even nagezocht. Dat is op dit moment niet mogelijk. In het tijdelijke omgevingsplan is dat uitgesloten. Dat is dus niet mogelijk. Mocht er een verzoek komen, dan is de raad via de BOPA, die vanavond al aan de orde is gekomen, in positie om daarop te reageren. De voorzitter: Er lag nog een vraag open over de zienswijze in Leiden. Wethouder Van der Elst heeft de zienswijze inmiddels kunnen bestuderen. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Om te beginnen: ik vind het vervelend als ik bij iemand irritatie opwek, want daarvoor sta ik hier niet. Dat vind ik vervelend, maar kennelijk was daar

Raadsvergadering 1 oktober 2025

41

sprake van. Dan doe ik opnieuw mijn best om het anders te verwoorden. Ik ben dus nog even heel goed gaan lezen bij de zienswijze van de gemeente Leiden, die onder andere gaat over ontwikkelingen rond de westflank, rond de NOVEX Zuidelijke Randstad en daarmee ook het gebied rond De Vink. De inbreng van Leiden in de zienswijze is dat ze graag wil samenwerken en verdichten rond De Vink. Leiden vindt dit een interessante gedachte en vraagt onze reactie daarop. Wij reageren daarop met: wij zijn het daarmee eens; wij vinden het ook belangrijk. We zijn nog met elkaar bezig. Station De Vink ligt letterlijk op de gemeentegrens en is daarmee een gemeenschappelijke opgave, zo antwoorden we. In de omgevingsvisie is de ontwikkeling van de stationsgebieden als mogelijk omgevingsprogramma geformuleerd. We geven dus concreet aan wat we willen gaan doen. Binnen deze gremia - dat zijn dus zowel de NOVEX als de gemeente Leiden en de gemeente Voorschoten - zal hieraan gewerkt worden. We gaan dus uitvoering geven aan wat er gevraagd wordt. Ik begrijp dus gewoon niet helemaal waar die irritatie van komt. De voorzitter: Ik kijk naar de heer Posthuma. Is hiermee uw vraag door de wethouder beantwoord? De heer Posthuma (PvdA): Nee. De voorzitter: Het wordt een beetje ingewikkeld om nu uw gedachten te lezen. Daar ben ik niet zo goed in.

Gaat u nadenken over de formulering van de vraag? Of vindt u het voor nu even prima en komt u hierop terug in de tweede termijn, waarin u nog zeventien seconden heeft? Ik zie dat u voor dat laatste kiest. Volgens mij is er gereageerd op alle vragen en interrupties. Ik realiseer mij dat het college over de spreektijd heen is, maar ik constateer dat er heel veel interrupties waren. Volgens mij hoort daarbij dat er dan ruimte komt om daarop te antwoorden. Het is een beetje wonderlijk als het college vanavond niet meer het woord kan voeren. Als u dat wél prima vindt, vind ik dat ook goed, maar dan krijgen we een beetje een wonderlijke vergadering. Ik roep het college hierbij nogmaals op om kort en bondig te antwoorden, maar ik wil wel de interrupties toelaten die u allen heeft. Dus kort en bondig, zodat er wel een reactie komt indien u nog vragen heeft. Zo gaan we het nu doen. Wenst u een korte schorsing voor de tweede termijn? Ik zie dat in ieder geval de heer Deuzeman en de heer Van Duivendijk daar behoefte aan hebben. Zullen wij ongeveer tien minuten schorsen, zodat er ook iets meer ruimte is voor handen wassen en eventueel overleg? De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: We zijn toe aan de tweede termijn. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Ik wil eerst een ordevoorstel doen.

Gelet op de spreektijd van de verschillende partijen en het feit dat er nog het een en ander te bespreken is, zou ik willen voorstellen om alle fracties twee minuten extra spreektijd te geven. De voorzitter: Een ordevoorstel wordt direct in stemming gebracht. Wenst iemand hierop te reageren alvorens we overgaan tot stemming? Dat is niet het geval. In stemming komt het ordevoorstel. Het ordevoorstel wordt met handopsteken aangenomen met 16 tegen 5 stemmen, waarbij de fractie van de VVD en mevrouw Zoun van Voorschoten Lokaal ertegen hebben gestemd. De voorzitter: Dat betekent dat elke fractie er twee minuten bij krijgt. Volgens mij moeten we dat handmatig bijhouden. Ik hou de klok bij; dat komt dus helemaal goed. We beginnen nu aan de tweede termijn van de raad. De heer Haubrich (VVD): Voorzitter. We gaan even de amendementen langs. Wat amendement 354 over Station De Vink betreft: wij stellen vast dat het station al op een aantal plekken in de omgevingsvisie genoemd wordt. Dat lijkt ons afdoende. We zien als fractie bovendien weinig mogelijkheden om daar nog grootschalige ontwikkeling plaats te laten vinden. Dus geen steun.

Raadsvergadering 1 oktober 2025

42

Het schrappen van "in principe" ten aanzien van het buitengebied vinden wij lastig. Het college gaf aan dat je niet weet wat over een jaar of twaalf nodig is. Dat wil je in principe niet dichtgooien. We denken ook aan mensen die nu al in het buitengebied wonen. Als zij een extra woning zouden willen neerzetten, blokkeer je dat hier dan ook mee? Dat vinden we ook ingewikkeld. Met betrekking tot de Jongerenraad kunnen wij ons vinden in de beantwoording van wethouder Schokker: je gaat dan een soort participatiebeleid voeren, wat niet in de omgevingsvisie thuishoort. Het amendement over rekening houden met sociale veiligheid vinden wij sympathiek. We zouden daarmee kunnen instemmen, maar wat ons betreft is de overweging met betrekking tot divers en inclusiviteit minder handig. Dat hoeft van ons wat minder, maar we kunnen wel steunen dat daar rekening mee gehouden wordt. Amendement 358: het college heeft duidelijk aangegeven dat dit een woonvisieaangelegenheid is en dat dit ook al in diverse woningprojecten wordt gedaan. Het amendement is dus overbodig. Nadenken over verenigingen en de bibliotheek bij gebiedsontwikkeling: zeker, maar wel op basis van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Wij kunnen ons dus voorstellen dat het college dat amendement ontraadt. Wij steunen dat amendement dus niet.

Amendement 361 van D66 over gezond voedsel is zeker zeer sympathiek, maar we zijn het met het college eens dat dat meer in het gezondheidsbeleid dan in een omgevingsvisie thuishoort. We vinden het ook ingewikkeld: als we straks de Fortgensschool willen gaan realiseren op de plek van het cultureel centrum, moet snackbar Trefpunt daar dan weg? We hebben niet echt een beeld van hoe dat dan zou moeten gaan. Mevrouw Schroot (D66): Moeten we op zo'n moment niet juist op basis van de omgevingsvisie daar het debat over voeren? Want anders doen we maar wat. De heer Haubrich (VVD): Nee dus. Wij denken sowieso dat dit meer speelt bij middelbare scholen dan bij basisscholen, want middelbare scholieren hebben de vrijheid en de financiële middelen om te kiezen waar zij gaan eten in de pauzes. Bij basisscholen vinden we dat wat minder nodig. We willen juist niet dat dit de keuzes van bouwprojecten nog ingewikkelder maakt dan ze nu al zijn. Het amendement over de actualisatie kwam vrij laat binnen. Wij vragen ons af of GroenLinks nog even kan toelichten hoe dit samenvalt met de motie. Enerzijds is er een amendement waarmee je bepaalde zaken eruit wil halen en als ik het goed begrijp, is er anderzijds een motie waarmee je juist dingen daarover op wil schrijven.

De voorzitter: Meneer Deuzeman, gelijk een reactie hierop? De heer Deuzeman (GroenLinks): Ja, dat lijkt me handig, want dan hoef ik er straks niet te veel omheen te praten. In het stuk wordt nu expliciet aangegeven dat we bij een evaluatie voor een later moment eventueel punten ophalen. In het stuk staat nu als suggestie dat we om de vier jaar het hele stuk opnieuw doorgaan. Dat is eigenlijk precies wat we niet voor ogen hebben met onder andere de motie. Zoals ik heb betoogd, denken we dat we dat veel vaker zouden moeten gaan doen en in kleinere stappen, zodat we inhoudelijke discussies kunnen hebben. Maar in principe stellen we in het stuk dus vast dat we het om de vier jaar of bij benadering om de vier jaar doen. Het lijkt ons goed om dat er in ieder geval uit te halen, zodat we meer vrijheid hebben om het vaker vast te stellen. Dat sluit aan bij de motie die hier ook over ligt. Dat is de insteek ervan. De heer Haubrich (VVD): Dank voor de toelichting. Die nemen we nog mee in de overweging. Het amendement over de IJsbaan hebben we mede ingediend. Het blijft een politieke uitspraak dat wij die locatie verre van geschikt vinden daarvoor. Daar doen we verder dus niks mee; onze naam blijft daaronder staan. Het amendement over de warmtetransitie hebben we zelf ingediend; daar hoef ik dus niet over uit te weiden.

Raadsvergadering 1 oktober 2025

43

Amendement 366 van Voorschoten Lokaal over het gemeentehuis kunnen wij niet steunen. Het college heeft de argumentatie duidelijk aangeven. Het is ook te ingewikkeld door het leggen van links met de Oekraïense vluchtelingen en dergelijke. Dat amendement steunen wij dus niet. Wat de motie over de luchtvaart betreft: wij hebben er vertrouwen in dat de monitoring door Holland Rijnland gebeurt, dat er ook door de omgevingsdiensten gemeten wordt en dat, als er geconstateerd wordt dat de normen overschreden worden, dat vanzelf via de juiste instanties op tafel komt. Die motie kunnen we dus niet steunen. De motie van GroenLinks en de PvdA over de lokale binding is zeer sympathiek, maar ik heb begrepen dat dit op dit moment in de Huisvestingsverordening van Holland Rijnland zit en dat op dit moment juist nog discussies plaatsvinden over wat "vitale beroepen" precies zijn en hoe die lokale binding vastgesteld en gecontroleerd kan worden. Dat zijn best wel ingewikkelde dingen. Dat hoort wat ons betreft nu dus niet in de visie. We hebben nog niet goed kunnen kijken naar de motie van D66 en GroenLinks over het afwegingskader woningbouw en de capaciteit van de afdeling Bouwen. Dit wordt later uitgewerkt in de omgevingsplannen. Wat ons betreft is deze motie dus overbodig.

Over de motie over cyclische herziening gaan we nog even denken naar aanleiding van de extra toelichting van de heer Deuzeman daarover, waarvoor dank. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Allereerst wil ik het college en wethouder Van der Elst bedanken voor het omarmen van amendement 363, ons enige eigen amendement. Daar zijn we blij mee. We hopen dat de insteek om het regelmatiger te gaan doen en meer de inhoudelijke discussie op te zoeken daarmee kan aanslaan. Ik ga in op een aantal dingen die ik gehoord heb. Allereerst wil ik het betoog van mevrouw Schroot bijvallen. Het was mij uit het hart gegrepen: laten we nou eens kijken naar die integrale aanpak bij woningbouw. Dat is volgens mij exact wat de Omgevingswet van ons vraagt: waar beginnen we nou, wat gaan we dan doen, wat zijn onze afwegingscriteria? Nu lopen we wat dat betreft elke keer achter de feiten aan. Er staat inderdaad een hele grote lijst van projecten in het stuk. Dat zijn allemaal dingen die op een gegeven moment vrij lukraak door iemand aangedragen zijn. Het zou zo fijn zijn als we daar een keer een strategie bij hadden. Ik snap dat dat betekent dat we er capaciteit in moeten investeren, maar dat hebben wij als Voorschoten kennelijk nodig om tot een woningbouwbeleid te komen dat verder gaat dan hapsnap in de zin van: dit ligt nu op tafel en we gaat het hier dus maar over hebben.

Dat zou ons wel wat waard zijn. Ook voor de steun vanuit de bevolking voor wat hier gebeurt is het belangrijk dat inzichtelijk is waarom dingen gebeuren. Met betrekking tot de twee amendementen over Vlietland konden wij de wethouder echt niet volgen. Als de wethouder had gezegd "we gaan alles schrappen wat we over Vlietland zeggen, want dat valt niet binnen het terrein waar wij bevoegd gezag zijn en het hoeft dus niet in de omgevingsvisie" had ik daar begrip voor kunnen hebben. Als we vinden dat we er iets over moeten zeggen - dat vindt het college kennelijk - denk ik dat wij erover moeten zeggen wat wij ervan vinden en dan moet Leidschendam-Voorburg daar maar haar voordeel mee doen. Ik vind het heel raar om te zeggen dat wij er wel iets over vinden, maar dat wat wij erover vinden datgene is wat Leidschendam-Voorburg erover zegt. Ik kan dat gewoon niet volgen. Zolang die tekst in het stuk staat, vind ik dus dat we die moeten aanpassen en in elk geval moeten teruggaan naar de tekst die het college eerder voorstelde. Ik denk dat de toevoeging van de Partij van de Arbeid uitstekend is.

Op amendement 361 van D66 over gezond voedsel hadden wij eigenlijk exact dezelfde reactie als de eerdere reactie van de wethouder, namelijk "hoort dat hier wel?", totdat de wethouder terugkwam met de reactie dat het allemaal goed komt met die snackbar, omdat dat in de tijdelijke omgevingsplannen staat. Dat is precies het punt: wij bouwen nu op de tijdelijke omgevingsplannen en die gaan straks vervangen worden. Dan is die bescherming dus niet meer noodzakelijk. Daarom moet je hierover iets opnemen in de omgevingsvisie. Ik herken de problemen die de heer Haubrich net schetste: wat ga je dan doen bij scholen? Daar moeten we dus een keer een discussie over hebben. Dat is belangrijk. Daar zijn altijd oplossingen voor te vinden. Misschien is deze tekst niet ideaal, maar laten we het daar in ieder geval over hebben. Ik vind het een beetje raar om te zeggen: zeg maar niks, want dan komt het altijd wel goed.

Raadsvergadering 1 oktober 2025

44

Dan amendement 364 over de IJsbaan. De eerdere motie daarover was van ons. Dat was overigens niet motie 302, want die ging over een pfas-kaart. Het was motie 303. Dat weet ik, want het CDA was de enige fractie die daar destijds tegen stemde. Ik moet ook zeggen dat er een beetje selectief in gewinkeld is, want we zeiden in die motie: kijk nou eens naar die IJsbaan; jullie willen hier een skeelerbaan beginnen en jullie hebben het ook over woningbouw én het is een onderdeel van onze groenstructuur, maar je kunt niet zomaar een besluit nemen en zeggen: we zien wel; wie het eerst komt, wie het eerst maalt en dan zien we wel wat er overblijft. Ga nou eerst eens integraal kijken wat je met dit gebied wil. Nu wordt er gezegd dat het groen moet blijven omdat we dat destijds in die motie al vonden. Dat was niet de strekking van de motie. Ik snap de impuls: er ligt nu zo'n mooi plan van deze mensen, die dit zo graag groen willen houden. Ik kan u zeggen dat er aan het begin van deze collegeperiode, toen de heer Van Horck nog niet in de raad zat, ook zo'n plan lag voor het Sint Nicolaespark. Toen is er gezegd: we willen er als gemeente geen tijd voor vrijmaken om daar een mooi park van te maken; daar beginnen we niet aan en we willen dat ook niet in bruikleen geven; dat doen we niet.

Ik vind het heel ingewikkeld om die mensen nu uit te leggen dat we nu bij een ander burgerinitiatief, dat jaren later komt, zeggen dat je daar ruimte voor moet geven. Laten we dus alsjeblieft een integrale afweging maken. Wij gaan dit amendement dus niet steunen. Bij amendement 365 kunnen we de uitleg van de wethouder volgen. Het komt de volgende periode ook al in stemming. Wij gaan daar dus niet in mee. De tekst zoals die er nu staat, is minimaal, maar summier is in dit geval goed genoeg, want het is straks toch achterhaald. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Ik zal mij beperken tot de amendementen en de moties die wij zullen steunen. Dat betreft ten eerste amendement 355 over het schrappen van "in principe". Die term gaat een beetje in tegen de werkwijze dat wij liever een kader stellen. Als we daaroverheen moeten, kom dan naar de raad om die ruimte te vragen. Dan vinden wij praktischer dan nu de ruimte geven en later terugduwen. Daarom steunen wij dit amendement. We steunen ook amendement 357 over sociale veiligheid, amendement 362 over de tekstwijziging met betrekking tot Vlietland en amendement 363 over de actualisatie van de omgevingsvisie. We steunen natuurlijk ook onze eigen amendementen en de amendementen die we mede hebben ondertekend.

Ik hoop nog steeds dat er mensen zijn die amendement 367 over de luchtvaart steunen; van één heb ik dat al gehoord, aan de overkant. Van de moties zullen wij motie 364 over de cyclische herziening steunen. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik dank het college voor het beantwoorden van alle vragen en voor de steun voor amendement … Ik ben het nummer kwijt. Ik loop de door andere partijen ingediende amendementen langs. Toen ik amendement 361 las, leek het me geen goed idee, maar mevrouw Schroot heeft me, in combinatie met de reactie van de wethouder, overtuigd. We zullen dat amendement steunen. Vanzelfsprekend geldt dit ook voor amendement 362 over Vlietland. Die passage moet er gewoon uit en het moet weer de oorspronkelijke tekst zijn; dat is helemaal terecht. We steunen amendement 363 van GroenLinks over actualisatie van de omgevingsvisie. Wat de IJsbaan betreft: het begint langzamerhand een beetje pijnlijk te worden, want deze keuze lijkt op onduidelijke gronden te worden gemaakt. Ik heb begrepen dat de wethouder het ziet als een vroegsignalering. Ik heb zelden zoveel humor in deze raad voorbij horen komen. Ik ben blij dat de CDA-wethouder de reactie van zijn fractie als vroegsignalering ziet voor de toekomstige besluitvorming over dit onderwerp. Ten aanzien van het amendement over de warmtetransitie sluit ik me volledig aan bij de woorden van de heer Deuzeman.

Ten aanzien van het amendement van Voorschoten Lokaal over het gemeentehuis sluit ik me volledig aan bij de volledig terechte woorden van de wethouder daarover. Amendement 367 van Voorschoten Lokaal over de luchtvaart zullen we steunen en we zijn het volledig eens met het goede amendement van D66 over het afwegingskader woningbouw. Ook motie 364 over de cyclische herziening zullen we steunen. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. In de schorsing heb ik even overleg gehad met de wethouder over motie 364. Er bleek niet overgekomen te zijn dat ik vrij laat een woordje heb veranderd. Dat is het woord "herziening"; dat moet het woord "update' zijn. De wethouder heeft mij aangegeven dat hij daar wél mee kan leven. Ik weet dat het college niet zo heel veel spreektijd heeft, maar wellicht kan hij knikken om aan te geven dat hij het ermee eens is dat deze motie aanvaardbaar is. De voorzitter: De wethouder zegt ja. Dit doen we normaal niet zo, maar goed; het is zo'n avond.

Raadsvergadering 1 oktober 2025

45

Mevrouw Schroot (D66): Dank u wel, voorzitter; dat scheelt weer tijd. Ik heb nog een vraag over een amendement van de PvdA over de bibliotheek. Hoe ziet de PvdA het dan met de Kruispuntkerk, waar ook heel veel vergelijkbare functies in samenkomen? Verder ga ik niet allemaal zeggen waar we voor of tegen zijn, want dat kost heel veel tijd en u ziet het vanzelf. De heer Posthuma (PvdA): Ik weet niet of ik de vraag helemaal goed begrijp. Zou mevrouw Schroot de vraag iets anders kunnen formuleren, zodat het kwartje bij mij valt? Dat ligt aan mij. De voorzitter: Ik durf het bijna niet te zeggen, maar let op de spreektijden, want er waren al twee minuten bijgeplust. Maar goed, een verduidelijking van de vraag, mevrouw Schroot. Mevrouw Schroot (D66): De PvdA schetst allerlei dingen die ze wil opnemen in verband met de bibliotheek, maar heel veel vraagstukken, bijvoorbeeld het verenigingsleven in onze gemeenschap, het versterken van vrijwilligersactiviteiten et cetera, gelden ook voor de Kruispuntkerk. Als je die uitspraak specifiek voor de bibliotheek doet, bijt dat in onze optiek dus met de Kruispuntkerk, terwijl daar zo'n synergie ligt. Ik kan me voorstellen dat de PvdA-fractie dat misschien nog niet helemaal in beeld had, maar dat zal voor ons in ieder geval de reden zijn om tegen dit amendement te stemmen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=a6c6c514-2778-4409-ad47-503e9e3244de