CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8_Second opinion Voorschoten_EY Parthenon

Gemeenteraad Voorschoten 11 december 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Wensen- en bedenkingenprocedure voorgenomen oprichting van een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf Warmte Leidse Regio (RPIW WLR)26.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

samenwerkingsovereenkomst, waarbij uittreding mogelijk wordt nadat

gegeven.

de wet- en regelgeving aanzienlijk veranderen. Deze wijzigingen

suggestie

zou

zijn

om

aan

te

sluiten

bij

de

kunnen er immers voor zorgen dat de oorspronkelijke business case

niet meer houdbaar is voor gemeenten gezien hun publieke taak. 16.

5.2.1 akte

De bewoording in dit artikel lijkt twijfel in de hand te werken. “de notaris (…) kan

Aanbevolen wordt om de bewoording aan te passen zodat het duidelijk

van

Akte van oprichting (AO)

vragen om hem te bevestigen dat overdracht in overeenstemming is met het

is dat het een voorwaarde (en geen optie) is dat de aandeelhouders aan

oprichting

bepaalde in de aandeelhoudersovereenkomst.”

de notaris positief bevestigen dat de overdracht in overeenstemming met de AHO is.

In deze bewoording lijkt het een optie te zijn, zonder dat positieve bevestiging moet volgen. 17.

N/A

Cycli van besluitvorming

Besluitvorming binnen gemeenten verloopt in beginsel in vaste cycli, in het

Doordat de ‘straf’ op niet tijdig besluiten over de benodigde financiering

bijzonder waar het financiële verplichtingen of begroting raakt. Voorschoten zal

voor tranche 1-3 streng is (namelijk: verplicht uittreden), is aan te raden

derhalve ook tijd nodig hebben om besluitvorming als aandeelhouder rond te

om in de AHO op de nemen dat rekening wordt gehouden met de

krijgen. Wanneer bijvoorbeeld een verzoek tot financiering te laat wordt ingediend,

gemeentelijke besluitvorming ter voorkoming dat een te late indiening

zal besluitvorming niet (tijdig) kunnen plaatsvinden en moeten worden gewacht tot

van (financierings)verzoeken ten nadele van de gemeenten werkt.

het volgende moment.

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 42

Financieren

5

Financieren 43

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 43

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Business case

Inleiding & vraagstelling

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Uitgangspunten business case en beschouwing parameters financiering

Inleiding

Beschouwing parameters financiering

In de business case wordt ervan uitgegaan dat een deel van de investeringen wordt gefinancierd met vreemd vermogen. In dit hoofdstuk van het rapport beschrijven we allereerst wat de uitgangspunten van financiering zijn in de business case en gaan we vervolgens in op eventuele mogelijkheden en voor- en nadelen.

• Indien een vreemd vermogen financier een lening aan het warmtebedrijf verstrekt, dan zullen daar convenanten aan verbonden zijn. De twee convenanten die bij dit type financieringen doorgaans worden gesteld, zijn de DSCR ratio en gearing (verhouding eigen vermogen : vreemd vermogen).

Gehanteerde uitgangspunten business case In het Globaal Ontwerp worden de volgende uitgangspunten beschreven: • “80% van de financieringsbehoefte wordt ingevuld met Vreemd Vermogen. Dit relatief hoge percentage is mogelijk, omdat de Rijksoverheid, in het verlengde van de Wcw, werkt aan (aanvullend) instrumentarium om de financiering van collectieve warmteoplossingen te ondersteunen.” • “Voor het aantrekken van het Vreemd Vermogen is 3,5% aan rentekosten en een looptijd van 30 jaar voorzien.” Daarnaast zien wij in het rekenmodel de volgende aanvullende aannames terugkomen: • Aflossingsvrije periode van 3 jaar (grace period)

• Lineaire aflossing • Gefaseerde tranchering in investeringsvensters van 5 jaar • Portfoliofinanciering op RPIW WLR niveau (geen SPV’s) • DSCR-norm van minimaal 1,20 • Maintenance costs reserve account & Debt service reserve account Ten slotte is in de SOK nog de volgende passage opgenomen:

• “Partijen gaan er bij de ondertekening van de SOK vanuit dat er vanuit de overheid een waarborgfonds warmtenetten of een daarmee vergelijkbare regeling wordt opgezet zodat het RPIW WLR aanspraak kan maken op een garantie of borgstelling bij het aangaan van externe financiering.”

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

• De business case gaat uit van een DSCR-doelstelling van minimaal 1,20: deze norm is aan de lage kant, maar kan wel realistisch worden geacht onder de voorwaarde dat het waarborgfonds warmtenetten (of vergelijkbare regeling) wordt opgezet en RPIW WLR hier gebruik van kan maken.

• De business case gaat uit van 80% gearing: Dit wordt realistisch geacht onder de voorwaarde dat het waarborgfonds warmtenetten (of vergelijkbare regeling) wordt opgezet en RPIW WLR hier gebruik van kan maken. Een kanttekening hierbij is dat de gearing in de eerste jaren (opstartfase) doorgaans (bij vergelijkbare projecten) nog niet op 80% zit, maar veel lager (30%-50%). Hier wordt geen rekening mee gehouden in de WLR business case en is een belangrijk aandachtspunt bij nadere uitwerking. • Rentetarief van 3,5%: is aan de lage kant, maar wordt realistisch geacht onder de voorwaarde dat het waarborgfonds warmtenetten (of vergelijkbare regeling) wordt opgezet en RPIW WLR hier gebruik van kan maken. Rente is echter onderhevig aan veranderingen over de tijd. Deze aanname is dan ook niet geheel zonder risico. • Looptijd van 30 jaar: is realistisch (maar ligt aan de bovenkant van de range) voor financiering van publieke warmtenetten onder de voorwaarde dat het waarborgfonds warmtenetten (of vergelijkbare regeling) wordt opgezet en RPIW WLR hier gebruik van kan maken. • Lineair aflossing over 30 jaar met grace period van 3 jaar: lineaire aflossing is gebruikelijk voor publieke financieringen, maar voor warmtebedrijven zien we in de praktijk ook dat een maatwerk aflossingsschema (‘sculped’ aflossingen) wordt overeengekomen, afgestemd op de DSCR.

Dit is nog een mogelijke optimalisatie van de business case, al is de impact hiervan naar verwachting beperkt. • Hierbij dient opgemerkt te worden dat in geval van projectfinanciering ‘sculped’ aflossing logischer en gangbaarder is.

Pagina 44

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Verschillende typen financiering

Samenvattend is het grootste risico voor de business case het al dan niet tot stand komen van een waarborgfonds voor warmtenetten. Zonder waarborgfonds verslechteren naar verwachting de schuldgraad (gearing), de looptijd en de rentekosten. De schuldgraad weegt daarbij het zwaarst: elke euro die niet met vreemd vermogen kan worden gefinancierd, moet door aandeelhouders met extra eigen vermogen worden ingebracht. In afwezigheid van een waarborgfonds zullen financiers bovendien nadrukkelijker vragen om aanvullende zekerheden van gemeenten, (mede)aandeelhouders en contractspartijen. De kwaliteit en afdwingbaarheid van de contractuele afspraken bepalen in dat scenario in belangrijke mate de financieringsstructuur en -voorwaarden.

Iedere SPV sluit eigen leningen af en ook de eindgebruikers gaan contracten aan met die betreffende SPV. Voor de financiering zal de bank alleen kijken naar de gearing en kasstromen van de SPV.

Portfoliofinanciering op RPIW WLR niveau

• Risico’s zijn afgebakend per project, wat financiering transparanter en beter beheersbaar maakt.

De huidige business case gaat uit van een bancaire financiering met 80% gearing, lineaire aflossing over 30 jaar, een 3-jarige grace period, tranchering in investeringsvensters van 5 jaar en een DSCR-doelstelling van minimaal 1,20. De financiering verloopt via de centrale balans van het RPIW.

In geval van een waarborgfonds warmtenetten (of vergelijkbare regeling) zullen de financieringsvoorwaarden naar verwachting vergelijkbaar zijn. Ten opzichte van de portfoliofinanciering, zien wij de volgende voordelen: • Snellere toegang tot kapitaal, mits een goede business case.

• Flexibiliteit in financieringsvoorwaarden per SPV, afgestemd op het risicoprofiel van het betreffende project. Hierdoor zijn mogelijk betere financieringsvoorwaarden beschikbaar, zoals een hogere gearing.

Deze opzet is herkenbaar en sluit aan bij de praktijk. Echter, deze financieringsstructuur wordt met name toegepast bij warmtebedrijven met een bestaand portfolio, stabiele kasstromen en een zekere mate van schaalgrootte. Het RPIW WLR bevindt zich in een andere fase: het gaat om een nieuw regionaal warmtebedrijf, zonder bewezen track record, met een groeipad dat nog moet worden gerealiseerd.

• Indien het waarborgfonds niet wordt gerealiseerd, dan kunnen financiers zekerheden nemen op specifieke activa, wat aantrekkelijk is bij een beperkt track record van het warmtebedrijf.

De keuze voor portfoliofinanciering op RPIW WLR niveau biedt enerzijds schaalvoordelen en eenvoud in governance, maar betekent ook dat alle risico’s geconsolideerd worden. Bovendien is minder goed inzichtelijk wat de financiële prestaties per fase of project zijn: minder transparantie.

• Het beheren van meerdere SPV’s brengt juridische, administratieve en operationele complexiteit met zich mee. Denk aan afzonderlijke jaarrekeningen, governance structuren, financieringscontracten en rapportageverplichtingen. Dit kan leiden tot een zwaardere belasting voor het regionale warmtebedrijf.

Alternatief projectfinanciering met SPV’s Een gangbaar alternatief voor portfoliofinanciering is projectfinanciering via Special Purpose Vehicles (“SPV”). Hierbij wordt elke SPV afzonderlijk gefinancierd, met eigen kasstromen, zekerheden en risicobeoordeling. De SPV’s kunnen bijvoorbeeld per projectfase (bijv. tranche) of per wijk of cluster worden vormgegeven. Voorbeeld werking: In een SPV-structuur wordt per projectfase een aparte vennootschap opgericht. Stel, de uitrol van het warmtenet gebeurt in twee wijken: dan zou Wijk1 B.V. en Wijk2 B.V. kunnen worden opgericht (onder de holding RPIW WLR Holding B.V.). 4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Ten opzichte van de portfoliofinanciering, zien wij de volgende nadelen:

• Het opzetten van meerdere SPV’s leidt tot hogere transactiekosten als gevolg van meerdere financieringen.

• Bij het opzetten van verschillende SPV’s bestaat het risico dat strategische doelen versnipperen. Dit vraagt om sterke coördinatie. • Hoge gearing ratio’s (tot 90%) kunnen kwetsbaar zijn bij tegenvallers. • Mogelijk worden schaalvoordelen bij centrale portfoliofinanciering misgelopen.

Pagina 45

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

SPV’s met een lokaal karakter

Een mogelijkheid die is besproken is om SPV’s per wijk op te richten. Naast de algemene vooren nadelen van projectfinanciering versus portfoliofinanciering, zijn daarbij ook politieke aspecten die meespelen.

Illustratie portfoliofinanciering (en doorgeleiding) via WLR

Het uitgangspunt is dat SPV’s 100% dochterondernemingen zijn van RPIW WLR en dat de financiële exposure en eigendomsverhoudingen tussen gemeenten niet per SPV verschillen. Voorschoten behoudt haar 3,24% belang in het geheel, ongeacht in welke SPV een project wordt gerealiseerd. Doordat de aandelenverhoudingen niet wijzigen, worden politieke spanningen over eigendom en zeggenschap beperkt. Gemeenten behouden hun aandeel in het geheel, terwijl de SPV’s operationeel gescheiden zijn. Dit voorkomt discussies over wie ‘eigenaar’ is van een succesvol of risicovol project. In dit model blijft het eigendom centraal, maar kunnen risico’s decentraal worden beheerd. Dit biedt Voorschoten de mogelijkheid om:

(portfolio) Financiering

Wijk 1

Wijk 2

Wijk 3

Wijk ….

• Inzicht te krijgen in de risico’s van haar ‘eigen’ SPV’s, namelijk wijken gelegen in Voorschoten (ondanks gedeelde verantwoordelijkheid is dit mogelijk een wenselijke constructie voor de politiek) • Tegelijkertijd mee te profiteren van schaalvoordelen en centrale coördinatie Dit vraagt om voldoende capaciteit bij het moederbedrijf om SPV’s te monitoren en te ondersteunen en zo transparantie te bieden richting gemeenten over prestaties per SPV. Daarbij is het van belang om duidelijke afspraken te maken en een sterke centrale regie vanuit RPIW WLR te organiseren om uniforme kwaliteitsnormen te bewaken en lokale belangen te balanceren met regionale doelen (hoewel lokale en regionale initiatieven met vreemd vermogen kunnen instappen, krijgen deze echter geen zeggenschap in de SPV).

Illustratie projectfinanciering via SPV’s

SPV project Financiering

Omdat RPIW WLR volledig eigenaar is van de SPV, is de bestuurlijke invloed van gemeenten op lokaal niveau gering. Dit roept de vraag op in hoeverre een SPV-structuur op lokaal niveau bijdraagt aan lokale betrokkenheid van de gemeente.

SPV 1 Wijk 1

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

SPV 2 Wijk 2

SPV 3 Wijk 3

SPV … Wijk ….

Pagina 46

Uitgangspunten document

6

Uitgangspunten document 47

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 47

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Legenda Voldoende geborgd

Uitgangspuntendocument

Deels geborgd, actie nodig Onvoldoende geborgd

Dit hoofdstuk toetst de voorgenomen participatie aan een selectie van uitgangspunten uit het door de gemeenteraad vastgestelde Uitgangspuntenkader Warmtetransitie die relevant zijn voor het warmtebedrijf. De nummering in de linker kolom refereert aan het uitgangspunt. Per uitgangspunt wordt geëvalueerd in hoeverre daaraan is voldaan. Indien uit de evaluatie komt dat een uitgangspunt deels of onvoldoende wordt geborgd in de stukken, dan wordt toegelicht waar dit uit blijkt en worden beheersmaatregelen voorgesteld. De resultaten zijn gepresenteerd in een overzichtelijke tabel. Uitgangspuntendocument Nr.

Uitgangspunt

Het college houdt de kosten voor individuele afnemers van warmte en de maatschappij 5

als geheel zo laag mogelijk, en het volgt daarbij landelijke richtlijnen voor de beoordeling van de betaalbaarheid van warmte.

Evaluatie

Toelichting In het GO wordt de borging van publieke waarden en betaalbaarheid meermaals expliciet benoemd, bijvoorbeeld: GO 3.3 (p. 10) : Het RPIW WLR dient, mede in samenwerking met gemeenten, invulling te geven aan de publieke waarden die door de betrokken partners geformuleerd zijn, te weten: a) betaalbaarheid, b) haalbaarheid, c)

duurzaamheid, d) tijdigheid (van CO2-reductie) en e) betrouwbaarheid. Hoewel het GO en de stuurgroepmomenten ruimte bieden voor procesmatige afwegingen, ontbreekt een

6

Bij planvorming en uitvoering toetst het college op de (technische, economische,

expliciete verplichting tot het vergelijken van collectieve warmtesystemen met individuele alternatieven zoals een

ruimtelijke en organisatorische) haalbaarheid en de doelmatigheid van gekozen

warmtepomp. In planvorming lijkt – in de transitievisie warmte van de gemeente Voorschoten - hier aandacht

oplossingen, waarbij een collectief warmtesysteem ook wordt vergeleken met andere

voor te zijn geweest, maar in de uitvoering lijkt dit niet terug te komen. Het ontbreken van een verplichte

alternatieven voor aardgas.

vergelijking met individuele alternatieven beperkt de transparantie over doelmatigheid en kan leiden tot suboptimale keuzes. Aanbevolen wordt om dit alsnog expliciet te borgen in het besluitvormingsproces.

De gemeente neemt financieel deel en wordt mede-eigenaar in een regionaal publiek 13

integraal warmtebedrijf, om zo gemeentelijke zeggenschap te organiseren en publieke slagkracht in de warmtetransitie te creëren.

In het GO, AHO en AO is Voorschoten benoemd als een van de publieke aandeelhouders van het RPIW WLR en zal Voorschoten naar rato bijdragen aan het eigen vermogen van het warmte bedrijf. Daarmee wordt voldaan aan dit uitgangspunt. Als aandeelhouder (met financiële inbreng) heeft gemeente Voorschoten zeggenschap in het RPIW en draagt bij aan het realiseren van de warmtetransitie. In het GO (h.9, p.36) is een kapstok aanwezig met inventarisatie van de mogelijke risico’s, die aangescherpt dient te worden in de kwartiermakersfase. Hierbij kan ook opgemerkt worden dat de inventarisatie wordt uitgevoerd

14

Het college maakt een goede inventarisatie van risico’s en legt deze risico’s zoveel mogelijk neer bij die partijen die ze kunnen dragen en beïnvloeden.

vanuit het oogpunt van het WLR. Weliswaar met input vanuit de gemeente Voorschoten. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat de risico inventarisatie die er nu ligt in één workshop tot stand is gekomen en dat daarbij geen risico-eigenaar aangewezen is. Hierbij kan betwist worden of één workshop voldoende is om de risico’s van een business case met deze omvang te alloceren. Aanscherping van de risicoinventarisatie, specifiek vanuit het oogpunt van gemeente Voorschoten, is aan te raden.

Het college onderzoekt de mogelijkheden van een kleine efficiënte organisatiestructuur 15

van het regionale warmtebedrijf, om onnodige winstmarges, risico-opslagen, faalkosten,

tussenlagen en betrokken partijen te voorkomen. 4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Maatregelen zijn genomen om de kosten te beperken en zo efficiënt mogelijk te werk te gaan. Zo wordt bijvoorbeeld geen RvC in de opstartfase voorzien om kosten te beperken. WLR geeft ook aan betaalbaarheid als een van de pijlers van het warmtenet te zien. De SOK beschrijft dat wordt onderzocht of, en zo ja welke, werkzaamheden het servicebedrijf kan verrichten voor het RPIW in het licht van een mogelijke kostenbesparing. Pagina 48

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Business case

Inleiding & vraagstelling

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Legenda Voldoende geborgd

Uitgangspuntendocument

Deels geborgd, actie nodig Onvoldoende geborgd

Uitgangspuntendocument Nr.

Evaluatie

Uitgangspunt

Toelichting Hoewel het uitgangspunt spreekt over een voorstel aan de raad, blijkt uit de SOK dat de rol van de raad beperkt is tot het geven van wensen en bedenkingen. Artikel 7.1.c vereist formeel dat Voorschoten vóór oprichting een intern besluit neemt, maar biedt in de praktijk geen exitmogelijkheid: na ondertekening van de SOK is

Het college zal op basis van een business case een voorstel doen aan de 16

gemeenteraad

voor

de

gewenste

(aanvullende)

gemeentelijke

financiering,

investeringen en/of subsidies. De raad neemt hierover vervolgens een besluit.

Voorschoten gebonden aan oprichting van het warmtebedrijf. Het financieringsvoorstel volgt pas in de kwartiermakersfase, op basis van de definitieve business case. Commitment wordt dus al gegeven bij ondertekening van de SOK, niet pas bij latere besluitvorming. Dit risico kan gemitigeerd worden door deelname pas bindend te maken na raadsbesluit over de definitieve business case en financiering, met vooraf vastgestelde go/no-go criteria en het behoud van een exit-optie. In de op 4 september 2025 onderhanden versie van de SOK, zijn de exit-mogelijkheden verruimd. Op basis van deze aanpassingen in de concept-SOK beschouwen we dit uitgangspunt deels geborgd.

In de business case, genoemd in uitgangspunt 16, zullen (minimaal) de volgende

De vijf punten zijn in de basis aanwezig, maar vragen op onderdelen om verdere uitwerking. De backbone en

aspecten doorgerekend en uitgewerkt zijn:

koppeling met WarmtelinQ zijn opgenomen in de CAPEX-raming en daarmee voldoende geborgd. WOS en piek-

a)

De financiële bijdrage voor het op te richten regionale warmtebedrijf voor

/back-upinstallaties worden wel genoemd als generieke CAPEX-onderdelen, maar een specifiek ontwerp en

aansluiting op de hoofdleiding WarmtelinQ.

kosteninschatting voor de Hofweg-locatie ontbreekt, wat in de volgende fase moet worden aangevuld. De

De kosten van de aanleg en exploitatie van het noodzakelijke WOS met mogelijk

regionale fasering en centrale financieringslijn via de WLR-balans zijn duidelijk beschreven; Voorschoten betaalt

ook piek- en backupinstallatie, voorzien aan de Hofweg met een voorstel door wie

naar rato van het aandelenbelang, maar de gekozen portfoliostructuur vraagt om transparantie en heldere

en hoe deze bekostigd en terugverdiend zullen worden.

afspraken over risicobeheersing. De aannames over aansluitingen (80% woningen, 50% bedrijven) zijn gangbaar,

De investeringsplanning en bijbehorende kosten van het aanleggen van het

maar ambitieus, en er bestaan inconsistenties tussen het GO en het rekenmodel, wat harmonisatie noodzakelijk

collectieve warmtesysteem naar en in de warmtekavel(s) in Voorschoten met een

maakt. Tot slot is de BAK gemaximeerd op € 5.251 conform ACM-plafond, maar in de praktijk worden vaak

voorstel door wie en hoe deze bekostigd en terugverdiend zullen worden.

kortingen of spreidingsregelingen toegepast, wat beleidskeuzes vraagt. Het gros van de elementen zijn wel in het

d)

Het verwachte aantal aansluitingen in de warmtekavel(s) in Voorschoten.

rekenmodel verwerkt, maar nog niet volledig in het GO; nadere uitwerking in de volgende versie is daarom aan te

e)

Een bandbreedte van de verwachte aansluitkosten per afnemer.

bevelen.

b) 16a c)

Om de warmtetransitie te versnellen blijft het college in de tussenfase - de periode tot de inwerkingtreding van de Wcw en de oprichting van het regionale warmtebedrijf 17

stappen zetten, om collectieve warmte te realiseren, op basis van de vastgestelde uitgangspunten, in anticipatie op komende wetgeving, en met de mogelijkheid dat projecten uit de tussenfase overdraagbaar zijn aan het regionale warmtebedrijf.

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Het college heeft in de tussenfase aantoonbaar stappen gezet richting collectieve warmte. Voorbeelden hiervan zijn het sluiten van een overeenkomst met Gasunie en Leiden voor een aftakking op WarmtelinQ (raadsbesluit 2024) en recent een intentieovereenkomst met Leiden voor gezamenlijke ontwikkeling van bovenlokale warmtebronnen.

Pagina 49

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Legenda Voldoende geborgd

Uitgangspuntendocument

Deels geborgd, actie nodig Onvoldoende geborgd

Uitgangspuntendocument Nr.

Uitgangspunt

Evaluatie

Toelichting

Het college zorgt voor een periodieke en gestructureerde informatievoorziening aan de 17a

raad over de vorderingen van de vorming van het warmtebedrijf inclusief een zo vroeg

Artikel 14 van de concept-SOK is toegewijd aan de informatiedeling. Daarnaast bevat het GO enkele passages

mogelijke inschatting van de mogelijke financiële gevolgen voor de raad en geeft de

over informatieverstrekking en deling. Documentatie biedt het college voldoende handvaten om de raad adequaat

raad de kans zich over de vorming van het warmtebedrijf uit te spreken alvorens

te informeren. De gemeente Voorschoten zal haar interne organisatie hier adequaat op moeten inrichten.

onomkeerbare stappen hiertoe worden gezet. Het college onderzoekt de mogelijkheden van en zet zich in voor een vorm van 24

zeggenschap, invloed of betrokkenheid voor de afnemers van warmte in het regionale warmtebedrijf, om te zorgen dat afnemers kunnen meedenken, meebeslissen en/of dat hun belangen altijd gediend blijven in de onderwerpen die voor hen belangrijk zijn. Het college onderzoekt de mogelijkheden voor een vorm van gedeeld belang,

25

winstdeling en/of eigenaarschap van afnemers van warmte in het regionale

warmtebedrijf, om een prikkel te realiseren voor het gezamenlijk reduceren van risico’s en kosten.

Intentie om verdere betrokkenheid van afnemers te onderzoeken is er en wordt op verschillende plekken in het GO benadrukt, waaronder als sociale randvoorwaarde (GO 6.5, p.26). Dit dient echter verder uitgewerkt te worden in de kwartiermakersfase. Daarnaast wordt in de outline besturing aangegeven dat een Raad van Advies opgericht kan worden voor samenwerking en afstemming met stakeholders, specifieke specialisten, lokale

initiatieven en bewoners. Concrete structuren dienen door het college nader onderzocht worden. GO (7.5 p. 29) voorziet in toe- en uittreding van aandeelhouders; dit biedt een haakje om een bewonerscoöperatie als minderheidsaandeelhouder toe te laten. Dit is echter niet specifiek opgenomen in de juridische documentatie en dient nog nader uitgewerkt te worden. In het GO 6.7 wordt gemeld: ‘Lokale initiatieven, waaronder bestaande energiecoöperaties hebben kenbaar gemaakt dat ondersteuning door óf samenwerking met het RPIW WLR (potentieel) waardevol kan zijn. De manier waarop en de mate waarin deze ondersteuning of samenwerking gewenst wordt, is nog niet duidelijk. Op basis

26

Het college onderzoekt de mogelijkheden voor het regionale warmtebedrijf om samen te werken met lokale warmtegemeenschappen of andere lokale initiatieven.

van verkennende gesprekken zijn de eerste beelden ontstaan, die in een vervolgfase verder geconcretiseerd worden.’ Hieruit blijkt dat mogelijkheden voor lokale samenwerkingen worden onderzocht, maar nog in een verkennende fase zijn. In de kwartiermakersfase dient dit verder geconcretiseerd te worden. In de juridische documentatie is dit (nog) niet geadresseerd, maar de samenwerking hoeft ook geen juridisch karakter te hebben. Op basis van de intentie en acties die zijn beschreven in het GO en de procesruimte die er nog is in de kwartiermakersfase, beschouwen wij dit uitgangspunt voldoende geborgd.

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 50

Interne organisatie

7

Interne organisatie 51

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 51

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Interne organisatie Onderverdeling in 3 fases Inleiding

In dit hoofdstuk wordt geanalyseerd in hoeverre de gemeentelijke organisatie van Voorschoten is ingericht om de uit de stukken (GO, SOK, AHO en AO) voortvloeiende taken en verplichtingen te kunnen nakomen. We onderscheiden drie opeenvolgende stadia: 1. De huidige fase vóór ondertekening van de SOK; 2. De kwartiermakersfase die start na ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst; 3. De daaropvolgende aandeelhoudersfase na oprichting van het RPIW WLR en ondertekening van de AHO .

Per fase wordt ingegaan op de rol van Voorschoten, de benodigde capaciteit en expertise, en de organisatiestructuur die nodig is om publieke waarden, financiële beheersing en continuïteit te waarborgen. Daarna wordt de governance en capaciteitssituatie binnen de gemeente onder de loep genomen. Rol van Voorschoten per fase 1. Huidige fase en organisatie inrichting Voorschoten heeft medio 2025 een multidisciplinaire werkgroep ingericht die periodiek bijeenkomt om de ontwikkelingen te volgen en een eigen onafhankelijke opinie te vormen. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van beleid en projecten, aangevuld met juridische en financiële expertise en bestuurlijke advisering. Daarnaast participeren momenteel twee medewerkers van Voorschoten in het WLR programmateam. Het inhuurcontract van één van deze medewerkers eindigt op korte termijn, de kennis wordt nu overgedragen. Dit vraagt om expliciete borging van continuïteit en overdracht, zodat kennisverlies wordt voorkomen. De tijdslijnen in de regionale samenwerking met WLR zijn - met name in aanloop naar ondertekening van de SOK - krap, waardoor de voorbereiding op nieuwe informatie soms beperkt is en niet alle onderwerpen even diepgaand kunnen worden beoordeeld.

Deze werkvorm bevordert kennisdeling, maar maakt heldere interne afspraken over procesafspraken, verantwoordelijkheden en rapportagelijnen noodzakelijk om consistentie en voortgang te borgen. De SOK voorziet in de inrichting van een werkgroep en stuurgroep bij de start van de kwartiermakersfase. In de huidige fase zijn deze nog niet actief. Voorschoten dient zich hierop

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

voor te bereiden door rollen, procesafspraken en escalatiepaden intern in te richten en door tijdig ruimte in de agenda’s van betrokken medewerkers te reserveren. Dit is cruciaal om bij de start van de kwartiermakersfase slagvaardig te kunnen besluiten en te voorkomen dat besluitvorming teveel onder druk van deadlines plaatsvindt. 2. De kwartiermakersfase Na ondertekening van de SOK start de kwartiermakersfase. In de kwartiermakersfase wordt onder leiding van de kwartiermaker toegewerkt naar oprichting van het RPIW WLR. Een belangrijk onderdeel is het verder aanscherpen van de business case en finaliseren van de AHO en AO inclusief statuten. In deze fase wordt van Voorschoten een actieve en intensieve rol verwacht. Het gaat om programmaregie en interne coördinatie, juridische en contractuele borging (waaronder statuten en governance-afspraken), financiële toetsing, het inrichten van de aandeelhoudersfunctie, communicatie richting inwoners en afstemming met regionale partners. Bij de start van deze fase worden een werkgroep en stuurgroep ingericht. De stuurgroep is bevoegd om namens partijen besluiten te nemen over het warmtebedrijf. Besluiten kunnen slechts unaniem door de stuurgroep worden genomen. Namens elk van de gemeenten zal een wethouder in de stuurgroep plaatsnemen. Zodoende gebeurt aansturing in het huidige voorstel vooral via de bestuurlijk-politieke lijn.

De werkgroep heeft als doel het (i) onder leiding van de kwartiermaker bijdragen aan uitvoering van het stappenplan en (ii) adviseren van de eigen achterliggende partij en het voorbereiden van besluitvorming in de stuurgroep. De werkgroep is niet bevoegd om besluiten te nemen en adviezen van de werkgroep zijn niet bindend. Namens Voorschoten zal een selecte groep ambtenaren deelnemen in de werkgroep om hun kennis en ervaring in te brengen en de wethouder te adviseren. Dat vergt een strakke ambtelijke voorbereiding aan Voorschotense zijde; inhoudelijke dossiers moeten volledig en tijdig zijn, zodat de wethouder goed onderbouwde besluiten kan nemen en de publieke waarden geborgd blijven. De kwartiermaker rapporteert periodiek aan de stuurgroep over planning, risico’s en de uitwerking van governance- en contractafspraken. Deze inrichting borgt tempo en publieke sturing, terwijl Voorschoten via haar politieke vertegenwoordiging invloed houdt op cruciale keuzes. Pagina 52

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Interne organisatie Governance, capaciteit en risico’s De vereiste inspanning van gemeente Voorschoten in deze fase is tijdelijk zwaarder dan in de latere aandeelhoudersfase. Dit vraagt om een multidisciplinaire werkgroep met een semi-permanent karakter, een vaste overlegfrequentie en duidelijk beschreven rol- en taakverdeling. In de werkgroep zou tenminste juridische en governance expertise en financiële kennis aanwezig moeten zijn, alsmede (technisch-inhoudelijke) kennis van de werking en exploitatie van een warmtebedrijf en warmtenet. Gezien de toenemende belasting kan aanvullende capaciteit nodig zijn; bij voorkeur ingevuld door interne medewerkers (in plaats van tijdelijke inhuurkrachten) om kennis binnen de organisatie te borgen. Bovendien is voldoende managementbetrokkenheid wenselijk om besluiten te versnellen (slagkracht) en draagvlak in de organisatie te borgen.

Het is aan te raden om te werken met een ritmekalender die alle belangrijke momenten in beeld brengt. Deze kalender koppelt interne acties - zoals het opleveren van stukken, het voorbereiden van college- en raadsvergaderingen en het maken van rapportages - aan de WLR-deadlines en informatiemijlpalen. Zo is voor iedereen duidelijk wat wanneer moet gebeuren. Dit voorkomt dat besluiten onder tijdsdruk worden genomen en beperkt het risico op last-minute problemen. 3. Aandeelhoudersfase Na oprichting van het RPIW WLR en ondertekening van de AHO breekt de aandeelhoudersfase aan. Vanaf dat moment treedt Voorschoten primair op als aandeelhouder. De kern van de taken verschuift naar reguliere monitoring en toezicht op het warmtebedrijf, met vertrouwen in goed bestuur en de professionele bedrijfsvoering van RPIW WLR zelf. De behoefte aan technische, inhoudelijke detailkennis neemt af; de nadruk ligt op het bewaken van publieke waarden, het interpreteren van periodieke managementinformatie, het volgen van financiële prestaties en risico’s, en het tijdig adresseren van afwijkingen via de afgesproken governance-structuur. Rapportagecycli en toetsmomenten dienen vooraf te worden gedefinieerd en afgestemd op de regionale besluitvormingskalender. Wij adviseren om de aandeelhoudersfunctie binnen de gemeente Voorschoten te beleggen bij een vaste functionaris of een klein team.

Dit team is verantwoordelijk voor het coördineren van rapportages, het duiden van informatie en het afstemmen met het college en de raad.

vaststellen van warmtekavels. Ook zal een gemeente als publieke aandeelhouder geprikkeld worden om het participatieproces zodanig vorm te geven dat burgers zoveel mogelijk aansluiten op een voorziene collectieve warmtevoorziening. Het actief voeren van beleid gericht op het stimuleren van bewonersparticipatie en praktische zaken als vergunningverlening en het aanwijzen van kavels zijn belangrijke taken waar de gemeente rekening mee moet houden en haar organisatie op dient in te richten. Governance en besluitvorming Een duidelijke interne besluitvormingsstructuur is in alle fasen noodzakelijk, maar vooral in de kwartiermakersfase. In deze fase is de stuurgroep vanuit gemeenten politiek samengesteld (wethouders) en neemt zij besluiten unaniem, zoals vastgelegd in de SOK. Na oprichting verschuift de besluitvorming naar de aandeelhoudersvergadering van het warmtebedrijf; daar gelden stemverhoudingen en gekwalificeerde meerderheden conform de AHO en de statuten. Voor Voorschoten betekent dit dat in de kwartiermakersfase de kwaliteit van de ambtelijke voorbereiding bepalend is. Dossiers moeten volledig zijn, met een helder risicobeeld en concrete handelingsopties, zodat de wethouder in de stuurgroep de belangen van Voorschoten kan behartigen door wensen in te brengen en goed onderbouwde besluiten kan nemen.

De adviserende rol van de ambtelijke werkgroep vraagt daarom om stevige procesafspraken: duidelijke opdrachten, een vaste reviewroute en vooraf afgesproken escalatiepaden naar management en college. Zo blijft ambtelijke expertise leidend, ook als het formele besluit bij de stuurgroep ligt. Tijdige informatievoorziening is cruciaal, zowel voorafgaand aan de kwartiermakersfase als bij latere beslismomenten (businessplan, definitieve businesscase, statuten/AHO, financiering). Het vroeg inplannen van de wensen- en bedenkingenprocedure (voorhang) geeft de raad invloed vóór het voorgenomen collegebesluit over deelname en ondertekening van de SOK. Indien later afzonderlijke collegebesluiten volgen (bijvoorbeeld over oprichting of statuten), wordt per besluit opnieuw de voorhang doorlopen. Deze aanpak ondersteunt tempo en voorspelbaarheid en borgt dat publieke waarden, financiële randvoorwaarden en risicobeheersing aantoonbaar op orde zijn voordat besluiten worden genomen.

Naast de rol als aandeelhouder heeft Voorschoten ook een regierol in de lokale warmtetransitie. Dit bestaat voornamelijk uit het aanwijzen van gebieden voor uitfasering van gas en het 4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 53

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Interne organisatie Governance, capaciteit en risico’s Capaciteit en expertise

De beschikbare capaciteit bij Voorschoten lijkt in de huidige fase toereikend, mits de werkgroep geïnstitutionaliseerd wordt, structureel is belegd, teamleden voldoende ruimte hiervoor krijgen, de werkgroep multidisciplinair blijft en de overlegfrequentie vastligt. In de overgang naar de kwartiermakersfase zal de inzet tijdelijk moeten worden opgeschaald voor programmaregie, juridische borging, financiële analyse en communicatie. Omdat binnen het WLR-team een vertrek is voorzien, is het raadzaam tijdig een overdrachts- en vervangingsregeling te plannen. Een korte periode van dubbellast helpt om kennisverlies te voorkomen en continuïteit te borgen.

ondenkbaar dat gedurende de kwartiermakersfase de samenstelling van de stuurgroep wijzigt door wijziging van wethouder; bijvoorbeeld als gevolg van gemeenteraadsverkiezingen, einde dienstverband of wijzigingen in portefeuille. Dit geldt ook als de verantwoordelijk wethouder zou wijzigen bij overgang van Kwartiermakersfase naar Aandeelhoudersfase. Op de volgende pagina is een risicomatrix opgenomen met een inschatting van impact en waarschijnlijkheid, aangevuld met mitigerende maatregelen. Deze matrix vormt de basis voor de aanbevelingen in dit hoofdstuk en markeert de momenten waarop het verantwoord is om door te schakelen naar de volgende fase.

In de aandeelhoudersfase is structurele, maar beperktere capaciteit nodig, gericht op de aandeelhoudersrol, financieel toezicht, risicomanagement en juridische beschikbaarheid op afroep. Door per fase rolvast te blijven, wordt overbelasting voorkomen en blijft de aandacht gericht op wat publiek en financieel relevant is. Risico’s en mitigerende maatregelen De belangrijkste risico’s bij de inrichting rond het warmtebedrijf zijn afhankelijkheid van sleutelpersonen, onduidelijke procesafspraken en - specifiek in de kwartiermakersfase - het risico dat ambtelijke expertise onvoldoende doorwerkt in besluiten omdat de stuurgroep politiek is samengesteld en de ambtelijke werkgroep adviserend is. Deze risico’s worden gemitigeerd door structurele borging van capaciteit, een strakke procesafspraken- en reviewstructuur voor de ambtelijke voorbereiding, expliciete escalatieroutes (naar management en/of wethouder) en het werken met een ritmekalender die de regionale tijdslijnen vertaalt naar interne besluitpunten. Daarbij is het aan te raden om vergelijkbare afspraken te maken op WLR-niveau ten aanzien van procesafspraken, reviewstructuur, escalatieroutes en de ritmekalender. Hiermee wordt voorkomen dat tijdslijnen tussen WLR en gemeenten niet op elkaar zijn afgestemd en dat besluiten onder tijdsdruk genomen moeten worden.

Daarnaast is het belangrijk om voldoende bestuurlijke en ambtelijke managementbetrokkenheid te waarborgen, zodat besluiten goed zijn afgestemd, tijdig worden genomen en consistent worden doorgevoerd. Verder moet rekening worden gehouden met wisselingen in de stuurgroep, die (ongewenste) impact kunnen hebben op de koers van de stuurgroep. Dit, door het politiek-bestuurlijke karakter van de stuurgroep, gezien wethouders deelnemen namens de gemeenten. Het is niet 4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 54

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Business case

Inleiding & vraagstelling

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Interne organisatie Risicomatrix Cluster

Risico

Risicomatrix Impact

Mitigerende maatregel

1. Continuïteit en kennisborging

1.1 Afhankelijkheid van sleutelpersonen (uitval/vertrek/beperkte beschikbaarheid)

Hoog

Benoem plaatsvervangers voor kritieke rollen; verplicht overdrachtsprotocol en kennisdossiers; plan buddy-reviews binnen het kernteam.

1. Continuïteit en kennisborging

1.2 Onvoldoende interne borging van kernrollen (afhankelijkheid van externen)

Hoog

Vul tijdelijke capaciteit bij voorkeur intern in; leg kennisborging vast in werkafspraken; maak interne deelname aan werkgroep structureel.

2. Structurele inbedding en ritme

2.1 Werkgroep niet permanent geborgd (ad-hoc karakter, onvoldoende opdracht)

Hoog

Leg de werkgroep formeel vast in besluitvorming; koppel aan heldere opdracht, budget en rapportagepunten.

2. Structurele inbedding en ritme

2.2 Overlegfrequentie onvoldoende of niet afgestemd op regionale kalender

Hoog

Stel een ritmekalender op die interne overleggen koppelt aan regionale deadlines; bewaak agenda’s centraal; plan vaste kernteam- en MT-momenten.

3. Governance en besluitvorming

3.1 Onvoldoende managementbetrokkenheid en draagvlak

Middel

Borg MT-aansluiting in de werkgroep; agendeer vaste beslis- en informatiemomenten; hanteer escalatieroutes bij knelpunten.

3. Governance en besluitvorming

3.2 Onduidelijkheid over rol- en procesafspraken binnen en tussen teams

Middel

Definieer rollen, taken en bevoegdheden; formaliseer procesafspraken voor besluitvorming; publiceer proceskaarten met “go/ no-go” vóór onomkeerbare besluiten.

3. Governance en besluitvorming

3.3 Beperkte ambtelijke invloed op besluitvorming in kwartiermakersfase

Hoog

Richt een interne reviewstructuur in; plan pre-briefings voor wethouder; borg tijdige oplevering van complete dossiers. Tegelijkertijd verwijzen we naar de eerdere aanbevelingen om de ambtelijke invloed in de kwartiermakersfase te vergroten. Dit kan onder andere door: • Gelijke termijnen voor informatievoorziening tussen werkgroep en stuurgroep (voor vergaderingen) • De rol van deze groep aan te passen zodat dit meer een echte werkgroep wordt, met concrete taken en verantwoordelijkheden gericht op uitvoering en inhoudelijke advisering.

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 55

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Business case

Inleiding & vraagstelling

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Interne organisatie Aanbevelingen Aanbevelingen - Algemeen

Op basis van de analyse en risicomatrix zijn de volgende acties noodzakelijk om Voorschoten goed voor te bereiden op deelname aan het warmtebedrijf:

Aanbevelingen - Aandeelhoudersfase

5. Plan vergunningen en juridische borging vroegtijdig •

1. Institutionaliseer de werkgroep •

Geef de werkgroep een formele opdracht, budget en vaste samenstelling (financiën, juridisch, beleid, communicatie). Borg interne deelname en leg plaatsvervangers vast.

2. Borg managementbetrokkenheid en procesafspraken •

Leg procesafspraken, escalatieroutes en “go/no-go” momenten vast in een governancekader. Plan vaste MT-momenten en pre-briefings voor wethouder en raad.

3. Stel een ritmekalender vast •

Koppel interne overleggen en rapportages aan regionale deadlines. Neem Wensen- en Bedenkingen-momenten tijdig op.

•

Ritmekalender – voorbeeld met concrete frequenties:

Stel een vergunningenplanner en afhankelijkhedenmatrix op. Monitor voortgang in de ritmekalender.

6. Bouw de aandeelhoudersfunctie uit •

Ontwikkel een dashboard met KPI’s voor publieke waarden, financiën en risico’s. Rapporteer periodiek aan college en raad.

7. Versterk communicatie en draagvlak naar bewoners • Ontwikkel een communicatieplan met kernboodschappen en participatiemomenten. Stem af met regionale communicatielijnen.

✓ Wekelijks (30 min) – PMO-stand-up: voortgang, risico’s, acties.

✓ Maandelijks (90 min) – Stuurgroep: besluitlijst, issues, risico-update. ✓ Twee-maandelijks (60–90 min) – Regionaal afstemmingsoverleg (WLR-partners). ✓ Per kwartaal (60 min) – College/raad: update + (indien nodig) besluitpunten. ✓ Halfjaarlijks (120 min) – (na oprichting) Aandeelhoudersvergadering warmtebedrijf. 4. Beheer capaciteit en kennis structureel •

Maak een resourceplan met piek-/dalinschatting. Verplicht kennisdossiers en overdrachtsprotocollen. Organiseer gerichte scholing (aandeelhouderschap, vergunningen).

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 56

Betaalbaarheid

8

Betaalbaarheid 57

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 57

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Betaalbaarheid Inleiding Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de (langjarige) betaalbaarheid geanalyseerd van de warmtelevering voor afnemers van warmte in Voorschoten. Hierbij zal specifiek de focus liggen op de betaalbaarheid voor de inwoners van Voorschoten (niet voor zakelijke afnemers). De business case wordt in de Kwartiermakersfase nog verder uitgewerkt en vastgesteld. In deze analyse is de betaalbaarheid getoetst op basis van het Model. Het model bevat een basis scenario dat uitgaat van het Niet-Meer-Dan-Anders (NMDA) principe. Dit houdt in dat een eindgebruiker van het warmtenet niet meer betaalt dan wanneer die met aardgas verwarmt. De ACM stelt, conform de huidige Warmtewet, jaarlijks de maximumtarieven vast op basis van het NMDA principe. Deze zijn verwerkt in het Model en de business case. De Wcw, die nog aangenomen moet worden en naar verwachting in werking treedt per 1 januari 2026, gaat uit van kostengebaseerde tariefregulering. Dit zou moeten bijdragen aan meer transparantie over de warmtetarieven, bescherming van de consument en aan een goed investeringsklimaat. Het borgen van betaalbaarheid voor (eind)gebruikers wordt in het GO benoemd als één van de uitganspunten voor het opzetten van het RPIW WLR. In het GO is geen definitie voor betaalbaarheid opgenomen.

Kosten voor afnemers Het Model onderscheid twee typen kosten voor afnemers van warmte: • Vastrecht – Een vaste vergoeding op jaarbasis voor gebruik van het warmtenet; • Variabele kosten – Een vergoeding op basis van gebruik, berekend als het warmtetarief maal het verbruik in GJ per jaar. Het Model gaat uit van een vastrechttarief van € 628,74 per jaar excl. btw (€ 760,77 incl. btw). Hiermee is het vastrechttarief in lijn met het vastgestelde maximumtarief door de ACM(8).

De variabele kosten worden bepaald op basis van GJ prijs en het verbruik per jaar. De GJ prijs wordt gebaseerd op de (verwachte) gasprijs (+ opslag) en conversieparameters. Het verbruik per jaar daalt jaarlijks licht (uitgangspunt een 20% reductie per aansluiting tegen 2050, lineair). Het onderhoud is inbegrepen in de vaste kosten. Daarnaast wordt eenmalig een bijdrage betaald voor de aansluiting op het warmtesysteem: de bijdrage aansluitkosten (BAK). De ACM heeft voor 2025 een maximum BAK vastgesteld van € 5.251 per aansluiting. In het model wordt ook uitgegaan van een BAK van € 5.251 per aansluiting. Dit voldoet daarmee aan de wettelijke kaders van betaalbaarheid.

Bewoners kunnen een ISDE subsidie aanvragen voor de aansluiting op het warmtenet. De ISDEsubsidie is momenteel niet in het model ingerekend.(9) Om een zo realistisch mogelijk beeld weer te geven, zijn deze in de langjarige kostenvergelijking wel meegenomen. Methode De betaalbaarheid voor afnemers wordt op de volgende drie manieren getoetst: • Toets A – Vergelijking met alternatieve individuele warmteoplossing: warmtepomp • Een warmtepomp is een duurzaam alternatief voor een warmtenet. Een betaalbare warmtepomp kan impact hebben op de bereidwilligheid van bewoners om zich aan te sluiten op een warmtenet. • Toets B – Langjarige kostenvergelijking • De langjarige kosten van een aansluiting bij het warmtenet worden vergeleken met de langjarige kosten van een CV-ketel. • Toets C – Inkomenslens: warmtekloof en energiearmoede • TNO/CBS energiearmoede-toets; breed gebruikt in beleidsonderbouwingen.

​(8) ACM, Maximumtarieven warmte in 2025.​ (8) GO (8.7 p 34): “De subsidie(s) voor inpandige aanpassingen, die gebouweigenaren kunnen aanvragen, liggen buiten de scope van het RPIW WLR. Denk hierbij aan de investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) heeft onderzoek laten doen naar de verwachte kosten hiervoor. Deze liggen gemiddeld op ongeveer € 5.000 (excl. btw) per woning.” ​(9) 4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 58

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Betaalbaarheid Toets A – Vergelijking met warmtepomp Toets A – Vergelijking met warmtepomp

Het doel van deze toets is analyseren hoe de warmtekosten voor afnemers van het RPIW WLR zich verhouden ten opzichte van een warmtepomp. Gezien de beoogde aansluitingen met name bestaande woningen zijn, nemen we ‘matige isolatie’ als conservatief uitgangspunt. Een hybride warmtepomp in combinatie met CV-ketel (in verband met piekverwarming) lijkt daarbij de best passende optie. Uitgangspunt is de tarieven per 2025.

De jaarlijkse kosten voor aansluiting bij het warmtenet zijn groter dan de jaarlijkse kosten voor een warmtepomp + ketel. Dit wil niet per definitie zeggen dat de betaalbaarheid in het geding komt bij keuze voor aansluiting op het warmtenet. Het geeft echter wel aan dat er een betaalbaar duurzaam alternatief is. Dit kan de business case van WLR beïnvloeden (en bij lagere participatiegraad ook weer effect hebben op de prijs voor eindgebruikers).

RPIW WLR: Naam

Prijs

Hoeveelheid

Vastrecht warmte

€ 760,77 (incl. btw)

1

Variabel tarief

€ 47,64 (incl. btw)

26,1 GJ

Totale kosten per jaar

€ 2.004,17

Wanneer de Wgiw wordt ingezet om wijken aan te wijzen die aardgasvrij gemaakt moeten worden, is een hybride warmtepomp geen optie meer. Een all-electric warmtepomp is voor bewoners daarentegen wel een alternatief voor aansluiting op een warmtenet. Onderstaand is een benadering van de jaarlijkse warmtekosten van een all-electric warmtepomp weergegeven. Kanttekening hierbij is dat er mogelijk forse verduurzamingskosten voor de bewoner zijn om de woning geschikt te maken voor een all-electric warmtepomp. Deze kosten zijn niet meegenomen in de berekening van de jaarlijkse kosten. All-electric warmtepomp:

Hybride warmtepomp (4 kW): Naam

Prijs

Hoeveelheid

Naam

Prijs

Hoeveelheid

Energiekosten warmtepomp 4Kw met CV-ketel(12)

€ 1.375,00

1

Energiekosten All-electric warmtepomp(10)

€ 1.285,20

1

Onderhoudskosten hybride warmtepomp(13)

€ 249,56 per jaar

1

Onderhoudskosten allelectric warmtepomp(11)

€ 200,00 per jaar

1

€ 1.624,56

Totale kosten per jaar

Totale kosten per jaar

NB: vanwege de forse onzekerheid en variatie in te nemen isolatiemaatregelen, is geen rekening gehouden met eenmalige (isolatie, aanschaf) kosten.

€ 1.485,20

Voor een all-electric warmtepomp geldt dezelfde bevinding als voor een hybride warmtepomp. De all-electric warmtepomp is een duurzaam alternatief voor aansluiting op het warmtenet.

​(10) Volledig elektrische warmtepomp: alle info | Milieu Centraal op basis van hoekwoning met redelijke isolatie is het elektriciteitsverbruik warmte 3.780 kW per jaar. Prijs van € 0,34 per kWh ​(11) Onderhoud warmtepomp | Vereniging Eigen Huis ​maximum onderhoud, conservatieve inschatting. (12) Hybride warmtepomp: minder gasverbruik | Milieu Centraal​, huidig prijspeil – onderhevig aan fluctuaties. ​(13) Op basis van desktop onderzoek lijken jaarlijkse onderhoudskosten voor een hybride warmtepomp lager te zijn dan of gelijk te zijn aan de ACM norm voor onderhoud aan een CV-ketel. Voorzichtigheidshalve houden we rekening met ACM norm voor jaarlijks onderhoud aan een CV-ketel (Maximumtarieven warmte in 2025: variabel tarief omlaag, vaste kosten bijna gelijk | ACM). 4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 59

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Betaalbaarheid Toets B – Langjarige kostenvergelijking Toets B – Langjarige kostenvergelijking

Het doel van deze toets is te beoordelen of de langjarige kosten van een warmtenet beter betaalbaar zijn dan de langjarige kosten voor een CV-ketel met gas. Met deze methode kunnen de eenmalige kosten een passende plek in de berekening krijgen. Een periode van 15 jaar wordt hierbij aangenomen. RPIW WLR:

CV-ketel met gas:

Naam

Prijs

Hoeveelheid

Naam

Prijs

Hoeveelheid

Vastrecht warmte

€ 760,77 (incl. btw)

15 jaar

Vastrecht netbeheer(17)

€ 218,83

15 jaar

Variabel tarief

€ 47,64 (incl. btw)

26,1 GJ x 15 jaar

Vastrecht leverancier

€ 101,48

15 jaar

Additionele elektriciteitskosten warmtenet

€ 60(14)

15 jaar

Onderhoudskosten

€ 249,56

15 jaar

€ 1,37 per m3

1.200 m3 x 15 jaar

BAK

€ 5.251

Variabel m3 tarief (incl. BTW)(18)

1

Binnen installatie

1

Herinvestering + installatiekosten(19)

€ 2.200

€ 6.050(15)

ISDE subsidie

- € 3.775(16)

1

Vervanging rookgaskanalen

€ 1.000

1

Totaal

€ 38.489

Totaal

€ 36.408

Gem. per jaar

€ 2.566

Gem. per jaar

€ 2.427

1

Uit deze toets blijkt de CV-ketel circa € 2.100 goedkoper over 15 jaar (gemiddeld €139 per jaar verschil). Aansluiting bij het RPIW WLR leidt tot eenmalige kosten (BAK en binnen installatie), die niet volledig worden gecompenseerd door lagere variabele lasten en de ISDE subsidie. Belangrijk hierbij is om op te merken dat het verschil relatief klein is en sterk afhankelijk van aannames over en ontwikkelingen van de gasprijs, warmtetarieven en subsidies. Intrinsieke motivatie om te verduurzamen kan er alsnog te leiden dat bewoners aansluiting op het RPIW WLR zullen verkiezen boven een CV-ketel. ​(14) Inschatting voor koken op inductie; 175 kWh x € 0,34 per kWh. ​(15) GO (8.7 p 34): “De subsidie(s) voor inpandige aanpassingen, die gebouweigenaren kunnen aanvragen, liggen buiten de scope van het RPIW WLR. Denk hierbij aan de investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) heeft onderzoek laten doen naar de verwachte kosten hiervoor. Deze liggen gemiddeld op ongeveer € 5.000 (excl. btw) per woning.” ​(16) ISDE-subsidie 2025 om te verduurzamen ​(17) Maximumtarieven warmte in 2025: variabel tarief omlaag, vaste kosten bijna gelijk | ACM ​(18) 1 jarig tarief Vattenfall. ​(19) CV-ketel 28/24 CW4 inclusief installatiekosten, geschikt voor gemiddelde woning, bestaande bouw.

4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 60

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Betaalbaarheid Toets C – TNO Energiearmoede toets Toets C – Energiearmoede

Het doel van deze toets is inzichtelijk te maken of de kosten van een warmtenet leiden tot energiearmoede. Deze toets volgt de redenatie van de Nederlandse organisatie voor toegepastnatuurwetenschappelijk onderzoek (TNO). Naam

Prijs

Hoeveelheid

Vastrecht warmte

€ 760,77 (incl. btw)

1

Variabel tarief

€ 47,64 (incl. btw)

26,1 GJ

Totale kosten per jaar

€ 2.004,17

Berekening van warmtequote Bij deze toets wordt de warmtequote berekend, zijnde de jaarlijkse warmtelasten als percentage van een gestandaardiseerd besteedbaar inkomen(20).

TNO hanteert in de Monitor Energiearmoede en de methode voor de energiearmoedekloof doorgaans een drempelwaarde van 10% van het besteedbaar inkomen als grens voor energiearmoede. Dit betekent dat wanneer een huishouden meer dan 10% van het (gestandaardiseerd) besteedbaar inkomen uitgeeft aan energielasten, het als energiearm wordt beschouwd. Bij onze benadering van een Percentiel-20 (P20) huishouden in de gemeente Voorschoten is energiearmoede aan de orde wanneer de totale energielasten meer dan € 26.800 x 10% = € 2.680 betreffen. Met een totale geschatte energielast van € 2.004,17 kan derhalve gesteld worden dat bij huishoudens in Voorschoten - die op de drempel van ‘laag inkomen’ zitten - geen sprake is van energiearmoede conform de TNO energiearmoede toets. Wanneer het percentage aan energielasten als onderdeel van het gestandaardiseerde besteedbare inkomen berekend wordt, zien we dat het P20 huishouden een aantal procentpunten onder de norm blijft: Berekening P20: € 2004,17 / € 26.800 = 7,70%. Met een energielasten van € 2.004,17 per jaar kan derhalve beredeneerd worden dat conform de TNO toets, de energie in de WLR business case niet tot energiearmoede leidt voor minimaal 80% van de eindgebruikers.

Inkomens in Voorschoten en Nederland De inkomensverdeling in Voorschoten ligt boven het landelijke niveau op basis van CBS data voor inkomens per gemeente. Percentielen zijn daarom opgeschaald op basis van lokale data. Op basis van de beschikbare informatie is de volgende inschatting gemaakt van een gestandaardiseerd besteedbare inkomen in Voorschoten (per 2025)(21): • Gemiddeld: € 49.200 • Percentiel 20(22) (lage inkomens): € 26.800

• Percentiel 50 (midden inkomens): € 45.900 • Percentiel 80 (hoge inkomens): € 79.300 ​(20) Gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Met behulp van equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt (Bron: CBS) ​(21) De benadering om tot een inschatting van het gestandaardiseerd besteedbare inkomen in Voorschoten te komen is uitgewerkt in bijlage C. ​(22) Een percentiel is een statistische maat die aangeeft welke waarde in een dataset een bepaald percentage van de waarnemingen niet overschrijdt; bijvoorbeeld het 20e percentiel is de waarde waar 20% van de data onder ligt. 4 september 2025 | Definitief | Second opinion oprichting regionaal warmtebedrijf | Gemeente Voorschoten

Pagina 61

Management Samenvatting

Inleiding vraagstelling

Management Samenvatting

Inleiding & vraagstelling

Business case

Governance

Business case

Financieren

Governance

Uitgangspunten document

Financieren

Interne organisatie

Uitgangspunten document

Betaalbaarheid

Interne organisatie

Bijlagen

Betaalbaarheid

Bijlagen

Betaalbaarheid Advies om betaalbaarheid te vergroten .

Betaalbaarheid vergroten Wat merkt de eindgebruiker

Toelichting

1. Definitie betaalbaarheid vastleggen

Borging van betaalbaarheid in definitief ontwerp van de business case

Suggestie om een definitie van betaalbaarheid vast te leggen. Deze definitie is kaderstellend voor de aandeelhouders van het RPIW WLR.

De definitieve business case kan niet worden vastgesteld zolang er geen betaalbaar aanbod ligt.

2. BAK verlagen met WIS/overheidsgeld (doorvertalen aan de voordeur)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=06f72f1e-85cb-488d-b2e3-899253aecb6e