CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2c - NL.IMRO.0626.BPSegaarArsenaal-VA01 - Toelichting

Gemeenteraad Voorschoten 4 juli 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Segaar-Arsenaal33.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Een toename van de stikstofdepositie kan leiden tot significante negatieve effecten op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming (Wnb) vergunning in combinatie met een passende beoordeling. Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden in hoeverre er sprake is van een significant negatief effect op de relevante Natura 2000-gebieden. Significante negatieve effecten kunnen worden uitgesloten als door het project, andere handeling of planologische mogelijkheden van een plan geen stikstofdepositie toename plaats vindt op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden in Natura 2000-gebieden die al overbelast zijn. Hiervan is in ieder geval sprake als de berekende toename in stikstofdepositie niet groter is dan 0,00 mol/ha/jr. Wet stikstofreductie en natuurverbetering Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De Wet wijzigt de Wet natuurbescherming middels de toevoeging van een aantal artikelen. Belangrijke onderdelen van de Wet zijn een zo ver mogelijke reductie van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en een partiële vrijstelling voor de bouwsector.

Tegelijkertijd ziet de wet toe op het legaliseren van de projecten met een geringe stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die voldeden aan de voorwaarden van artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming, zoals dat luidde op 28 mei 2019. Hiermee wil de overheid invulling geven aan het rechtszekerheidsbeginsel voor bedrijven die op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) te goeder trouw hebben gehandeld. De bouwvrijstelling is echter sinds de zogenaamde “Porthos-uitspraak” van 2 november 2022 (Uitspraak 202107079/1/R4 ; ECLI:NL:RVS:2022:3159) komen te vervallen. Hierdoor dient zowel voor de aanlegfase als de gebruiksfase aangetoond te worden dat de stikstofuitstoot in beiden fasen niet leidt tot significante negatieve effecten. Sinds de inwerkingtreding van de Wabo kan de ontheffing op grond van de Ff-wet en een vergunning Nb-wet worden 'aangehaakt' bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hierdoor kan de ontheffing samen met de omgevingsvergunning worden verleend. Procedure De aanhaakplicht wordt vormgegeven middels de omgevingsvergunning voor 'natuur'. De consequenties van de samenloop worden geregeld in de regeling Natuurbescherming. Als voor een activiteit zowel een omgevingsvergunning als een natuurbeschermingswetvergunning vereist is, en eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, dan is daarnaast een omgevingsvergunning voor 'natuur' vereist.

Een omgevingsvergunning 'natuur' wordt getoetst via de omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM), zoals beschreven staat in artikel 2.1, eerste lid, sub 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De activiteiten waarvoor een OBM-plicht geldt, zijn uitgewerkt in het Besluit omgevingsrecht. In het Besluit omgevingsrecht is per 1 januari 2017 een extra categorie van activiteiten opgenomen waarvoor een OBM-plicht geldt. Een van deze activiteiten is de 'natuuractiviteit'. In het kader van deze OBM-plicht voor de natuuractiviteit is, net als onder de Natuurbeschermingswet,

Toelichting (vastgesteld)

59

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal een vvgb van de provincie vereist. De provincie beoordeelt dus of een activiteit voldoet aan het toetsingskader uit de Wet natuurbescherming, het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming. Procedureel betekent dit dat het bevoegde gezag voor de omgevingsvergunning een verzoek doet aan de provinciale staten om een toets uit te voeren om te beoordelen of een 'verklaring van geen bedenkingen' (hierna: vvgb) kan wordt afgegeven. Wanneer een vvgb nodig is, heeft dit consequenties voor de omgevingsvergunningprocedure. Het betekent dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd moet worden in plaats van de reguliere procedure. De voorschriften die gesteld worden in de vvgb dienen integraal overgenomen te worden in de omgevingsvergunning. Een weigering van de vvgb betekent ook dat de omgevingsvergunning niet kan worden verleend. Wanneer tijdens het vooroverleg de vvgb 'over het hoofd is gezien' en na het starten van de reguliere voorbereidingsprocedure blijkt dat een vvgb noodzakelijk is voor het project, zal deze alsnog moeten worden aangevraagd. De informatie die nodig is voor het verlenen van een vvgb kan veel tijd vragen (uitvoeren van ecologische onderzoeken/veldwerk). Hiermee dient rekening gehouden te worden vanwege de beslistermijnen.

Wanneer de noodzaak van een vvgb blijkt tijdens de (reeds gestarte) reguliere procedure, zoals hiervoor aangegeven, zal sprake zijn van termijnoverschrijding en mogelijk het moeten betalen van dwangsommen. Wanneer in een vroeg stadium van een project duidelijk is (door het uitvoeren van een ecologisch onderzoek) dat een vvgb noodzakelijk is, valt te overwegen om een separate omgevingsvergunning 'natuur' aan te vragen. Relatie tot het plan Soortenbescherming Wanneer er grootschalige (inpandige) werkzaamheden plaatsvinden, moet gecontroleerd worden of de ingreep een effect heeft op de beschermde flora en fauna. Ecologisch onderzoek dient aan te tonen of ter plaatse van de projectlocatie beschermde soorten aanwezig zijn. In de vorm van een quickscan dient te worden beoordeeld welke flora en fauna in het plangebied voorkomen. Ook wordt met een quickscan beoordeelt welke functies het gebied voor deze soorten heeft, bijvoorbeeld een functie als foerageergebied of verblijfsfunctie voor vogels en/of vleermuizen. Op basis daarvan kan een inschatting worden gemaakt van de effecten van de ingreep op de potentieel aanwezige beschermde soorten en deze worden aan de hand van de Wet natuurbescherming getoetst. Door Van der Goes en Groot is op 27 mei 2021 voor de ontwikkeling ter plaatse van het plangebied een quickscan flora en fauna uitgevoerd.

Uit het onderzoek (Bijlage 5) blijkt dat er naast algemene soorten, mogelijk verblijfs- of foerageergebied voor roofvogels, vleermuizen en eekhoorn in het plangebied aanwezig zijn. Naar aanleiding van de quickscan is een Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving uitgevoerd door Van der Goes en Groot op 31 augustus 2022 (Bijlage 6). Tijdens de inventarisatie zijn twee soorten vleermuizen aangetroffen.

Figuur 5.1. Aangetroffen beschermde soorten met vastgestelde gebruiksfuncties in Leidseweg 500 in 2022 In het plangebied komen geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voor. In het plangebied kunnen wel broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de

60

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen duurt ruwweg van half maart tot half juli. In het plangebied zijn alleen langsvliegende en foeragerende vleermuizen waargenomen. Verblijfplaatsen van vleermuizen konden niet worden vastgesteld in het plangebied. Het foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied maakt slechts een klein deel uit van een veel groter foerageergebied en is geen 'essentieel' deel van het leefgebied. De vleermuizen kunnen derhalve uitwijken. Vanwege het ontbreken van verblijfplaatsen van vleermuizen en/of andere beschermde gebruiksfuncties die in betekende mate worden aangetast, is het niet nodig ontheffing aan te vragen in het kader van Wnb. Voor de overige soorten geldt onverminderd de zorgplicht.

Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.” Gebiedsbescherming Op onderstaande afbeelding zijn de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden aangegeven. Dit zijn de gebieden Meijendel & Berkheide op een afstand van circa 5 kilometer, het gebied De Wilck op circa 6 kilometer en het gebied Coepelduynen op een afstand van circa 8 kilometer van het plangebied.

Figuur 5.2. Plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen in Natuurnetwerk Nederland of in een overig provinciaal beschermd gebied (zoals weidevogelleefgebieden, strategische reservering natuur en karakteristieke landschapselementen). Door MBH Consult B.V. is op 4 januari 2024 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd (Bijlage 7) voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied volgens Natura2000.nl zijn: Meijendel & Berkheide (ca. 5 km) Met het plan wordt de herontwikkeling van de percelen op de hoek van de Leidseweg / Trompweg te

Toelichting (vastgesteld)

61

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal Voorschoten mogelijk gemaakt. Met de ontwikkeling is de nieuwbouw van 100 woningen mogelijk gemaakt. De te bebouwen percelen zijn momenteel onbebouwd. Relevante emissies ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De gegevens worden uitgewerkt op basis van de planomvang, door gebruik te maken van onderzoeken naar vergelijkbare projecten uitgevoerd door MBH Consult en door een check bij een bouwkundig aannemer. In de beoogde situatie worden de woningen middels een gasloos energieconcept uitgevoerd. Worst case wordt rekening gehouden met een open haard / houtkachel per woning. Derhalve zijn gebouwemissies in de gebruiksfase relevant. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de gebruiksfase vinden tevens plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van kengetallen uit de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig Parkeren' (2018). Het onderzoek is uitgevoerd conform de nieuwste versie van het rekenprogramma AERIUS. Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden.

Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Natuurinclusief bouwen Door de gemeenteraad is een motie aangenomen om met ontwikkelaars de mogelijkheden voor groenen natuurinclusief bouwen (d.d. 4 april 2019) per nieuwbouwlocatie te onderzoeken, overwegende dat: Natuurinclusief bouwen - waarmee een leefklimaat wordt gecreëerd voor o.a. vogels, vleermuizen, planten en insecten - een gunstig effect heeft op het (micro)klimaat, de waterhuishouding, de biodiversiteit, de luchtkwaliteit van de leefomgeving en daarmee op het welzijn van mensen en dieren; Natuur en groen bijdragen aan een sterke ruimtelijke kwaliteit; Ontwikkelaars van nieuwbouw, zoals wooncorporaties, geïnspireerd en aangemoedigd kunnen worden om natuur en groen in hun bouwplannen te integreren; In het coalitieakkoord de wens is uitgesproken om te bouwen en tegelijkertijd het unieke groene karakter van ons dorp te behouden. Op Segaar-Arsenaal wordt ingezet op natuurinclusief bouwen. Met hulp van experts in natuurontwikkeling wordt gekeken naar inrichting en beplanting. Door te zorgen voor voldoende voedsel en schuilplekken kunnen dieren en plantensoorten zich vestigen.

Hierdoor wordt de kwaliteit van het groen op Segaar-Arsenaal beter dan het nu is, wat de leefbaarheid in de hele omgeving ten goede komt. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor voorliggend plan. 5.1.3

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor of water en door buisleidingen. In het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een uitgebreide verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

62

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Normen voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Relatie tot het plan Voor de beoordeling van de risico's is de risicokaart via Atlas Leefomgeving geraadpleegd, deze is opgenomen in onderstaande figuur.

Figuur 5.3. Uitsnede risicokaart Atlas Leefomgeving, plangebied ter indicatie weergegeven met blauwe cirkel (bron: Atlas Leefomgeving) Inrichtingen Het plangebied bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van nabijgelegen inrichtingen met gevaarlijke stoffen. Binnen het plangebied zijn geen inrichtingen of contouren van inrichtingen gesitueerd waarop het Bevi van toepassing is. Transport gevaarlijke stoffen Op een afstand van circa 650 meter van het plangebied is een transportroute gelegen (Churchillaan). Alle rijkswegen en de meeste provinciale wegen zijn aangewezen als route voor gevaarlijke stoffen. Gemeenten mogen voor de zogenaamde routeplichtige stoffen gemeentelijke wegen binnen hun grenzen aanwijzen waarover deze gevaarlijke stoffen mogen worden vervoerd. De gemeente Leiden heeft een dergelijke route gevaarlijk stoffen niet vastgesteld wat tot gevolg heeft dat het vervoer van gevaarlijke stoffen in principe altijd via de snelste weg moet plaatsvinden. Indien het plangebied binnen 200 meter van een transportroute is gelegen, dient op basis van artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), een uitgebreide groepsrisicoverantwoording plaats te vinden. Een uitgebreide verantwoording is gezien de afstand van de transportroute tot het plangebied niet benodigd.

Op basis van artikel 7 van het Bevt is het mogelijk dat een beperkte groepsrisicoverantwoording benodigd is. Dit is het geval wanneer een ontwikkeling zich binnen het invloedsgebied van de transportroute bevindt. In de verantwoording dient aandacht besteed te worden aan de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of binnenwater en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Over de betreffende transportroute wordt onder andere stoffen met de stofcategorie LT2 (toxische vloeistof) vervoerd. Hiervoor geldt conform de Handreiking Risicoanalyse Transport een invloedsgebied van 880 meter. Dit betekent dat een

Toelichting (vastgesteld)

63

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal beperkte verantwoording van het groepsrisico is benodigd. Buisleiding Op circa 1.100 meter van het plangebied is een buisleiding van de GasUnie gelegen met een diameter van 914 mm en een druk van 6.620 kpa. Voor deze buisleiding geldt een 1% letaliteitsgrens van 430 meter. Het plangebied bevind zich ruim buiten deze afstand. Dit vraagt dan ook niet om nadere aandacht. Beperkte verantwoording groepsrisico In de voorliggende situatie is het maatgevende ongevalsscenario 'toxisch vloeistof' waarbij een toxische wolk kan ontstaan. De mogelijke maatregelen ten einde de zelfredzaamheid en de beheersbaarheid te bevorderen zullen zich dan ook voornamelijk op dit scenario moeten richten. Wat betreft de toxische wolk zijn eenvoudige maatregelen mogelijk, zoals centraal en eenvoudig uitschakelbare en afsluitbare ventilatievoorzieningen en luchtbehandelingsinstallaties. Naar verwachting zullen in zeer beperkte mate personen aanwezig zijn die niet zelfredzaam zijn. Indien dat wel het geval is, zijn niet zelfredzame personen ten allen tijde aanwezig onder leiding van zelfredzame (volwassen) personen. Op die manier kunnen ze onder leiding van deze volwassene(n) in veiligheid worden gebracht. Gezien voorgaande zal geen sprake zijn van een hoge concentratie van “verminderd zelfredzame” personen.

Het maatgevende ongevalsscenario voor het projectgebied is het vrijkomen van een toxische wolk bij een ongeval op de weg met een tankwagen die giftige stoffen vervoert. Voor het scenario van een gifwolk is de beste optie om in het gebouw te schuilen tot de lekkage is verholpen en/of de concentratie in de lucht laag genoeg is om het gebied te ontvluchten. Daarvoor is het noodzakelijk dat de gifwolk het gebouw niet binnendringt. Hiervoor dient het mechanisch ventilatiesysteem eenvoudig en snel uitgeschakeld te kunnen worden. Voor de woningen in het projectgebied zal het uitschakelen per woning mogelijk worden gemaakt door bijvoorbeeld het aanbrengen van een uitstand in de standenschakelaar of door de stroomvoorziening op een makkelijk bereikbare plek te plaatsen. Dit is tevens geborgd door een voorwaardelijke verplichting op te nemen in de regels van het bestemmingsplan. Daarnaast is een goede risicocommunicatie essentieel. De bewoners kunnen geïnformeerd worden over de getroffen maatregelen en de handelingsperspectieven bij dit scenario.In het ontwerp zal rekening gehouden worden met vluchtwegen voor aanwezige personen. De toekomstige bewoner dient goed geïnformeerd te worden over hoe te handelen bij een calamiteit. Hiertoe zal een adequaat ontruimingsen alarmeringsplan opgesteld moeten worden.

Het is immers raadzaam om te voorzien in duidelijke instructies en communicatie ten tijden van een mogelijke ramp. Indien nodig zal tevens een calamiteitenplan opgesteld worden. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 5.1.4

Milieuzonering

Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Hierbij is uitgegaan van de methodiek voor het ontwikkelen van een rustige woonwijk in de directe omgeving van bedrijven, zoals beschreven in paragraaf 4.2 van deze uitgave. In eerste aanleg wordt getoetst of sprake is van overlap tussen de geldende richtafstanden en de voorziene woningbouwlocaties.

64

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Relatie tot het plan Voorliggend bestemmingsplan maakt geen bedrijvigheid mogelijk. In de directe omgeving zijn voornamelijk woningen gelegen en is geen sprake van functiemenging, waardoor het omliggende gebied getypeerd kan worden als een rustige woonwijk. Vanwege de ligging nabij diverse ontsluitingswegen kan de locatie mogelijk ook worden getypeerd als een gemengd gebied. Om erachter te komen of aan de richtafstanden van de VNG-brochure kan worden voldaan, worden de omliggende functies en mogelijkheden geanalyseerd waarbij worst case wordt uitgegaan van de richtafstanden die gelden voor een rustige woonwijk. Het plangebied is gelegen binnen de gronden 'Agrarisch', 'Wonen' - met een aanduiding 'Woonwagenstandplaats', 'Verkeer', 'Water' en 'Groen'. Om in het plangebied woningen te realiseren moet naar de nabije omgeving worden gekeken. Omliggende gronden hebben de bestemming 'Wonen', 'Kantoor' en de functieaanduiding 'parkeergarage', 'Bedrijf' en aan de overzijde van de Korte Vliet de bestemming 'Maatschappelijk' en 'Sport'. Bovengenoemde bestemming 'Kantoor' en de functieaanduiding 'parkeergarage' aan de Witte de Withlaan zoals in het bestemmingsplan opgenomen zijn niet meer als zodanig in gebruik. Dit is getransformeerd naar wonen en ook als zodanig in gebruik. Met de bestemming 'Kantoor' hoeft in het kader van milieuzonering geen rekening gehouden te worden.

Ten noorden van het plangebied wordt ter plaatse van de voormalige Intratuin een woonwijk gerealiseerd, waar geen andere gebruiksfuncties als wonen aanwezig zullen zijn. Wonen kan in het kader van Bedrijven en milieuzonering getypeerd worden als een milieugevoelige functie. Derhalve vormen omliggende gronden met de bestemming 'Wonen' geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. In de nabije omgeving van het plangebied zijn een aantal locaties aanwezig met de bestemming 'Maatschappelijk'. Aan de oostzijde is op circa 70 meter van het plangebied sprake van gronden met de bestemming 'Maatschappelijk', waar het bestemmingplan "Zuidwest" vigeert. De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en bedrijfswoningen, met de daarbij behorende voorzieningen. Hier zijn een Woonzorg complex en een school voor speciaal onderwijs gevestigd. In de milieuzoneringslijst van de VNG-borchure zijn richtafstanden gegeven voor de verschillende categorieën. De toegestane (en aanwezige) maatschappelijke voorzieningen kennen maximaal milieucategorie 2. In een rustige woonwijk dient derhalve een afstand van 30 meter aangehouden te worden tot milieugevoelige functies als woningen.

Op de gronden met de bestemming 'Sport' in het bestemmingsplan "Zuidwest", zijn een activiteitenlocatie voor jongeren en een speeltuin aanwezig. Voor deze voorzieningen zijn geen richtafstanden opgenomen in de VNG-brochure, maar aangezien een kinderdagverblijf en kinderboerderij categorie 2 betreffen, met een maximale afstand van 30 meter, zullen de aanwezige bestemmingen geen grotere richtafstand hebben. Ten westen van het plangebied is, op een afstand van circa 50 meter, sprake van woningen. Ten zuiden van de locatie is een autoverkoop en -reparatiebedrijf gelegen. Voor handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven geldt milieucategorie 2 met, in een rustige woonwijk, een richtafstand van 30 meter. De beoogde woningen liggen op een afstand van ruim 60 meter. Conclusie Rondom de planlocatie moet rekening gehouden worden met de bestemmingen 'Bedrijf', 'Maatschappelijk' en 'Sport'. Voor deze functies geldt een richtafstand van 30 meter in een rustige woonwijk en 10 meter in gemengd gebied. Ondanks de nabijheid van een hoofdroute binnen Voorschoten, is getoetst aan de richtafstanden voor een rustige woonwijk. Alle functies liggen op een grotere afstand van de gevels van de beoogde woningen.

Gezien de ruime afstand van de beoogde woningen tot nabijgelegen functies vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

65

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

5.1.5

Duurzaamheid

Toetsingskader De energietransitie neemt binnen de duurzaamheidagenda een prominente plaats in. Met het Klimaatakkoord van Parijs heeft Nederland zich verplicht de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80 tot 95 procent te verminderen. Hierover zijn nadere afspraken gemaakt op de Nationale Klimaattop van 26 oktober 2016. In het SER Energieakkoord waren al afspraken gemaakt over de verduurzaming van de energievoorziening in Nederland tot 2020 respectievelijk 2023. Het gaat om energiebesparing en de toename van het aandeel hernieuwbare energie-opwekking. Nieuwbouwwijken worden in toenemende mate aangelegd zonder aardgasnet. Visie op Energie en Klimaat In maart 2021 is de Visie op Energie en Klimaat vastgesteld door de gemeente Voorschoten. In deze visie laat de gemeente zien welke rol zij speelt op het gebied van energie en klimaat in het dorp. De gemeente staat op dit gebied naar eigen zeggen voor grote uitdagingen. In de visie worden onder andere de duurzame doelen die de gemeente voor de aankomende tijd gesteld heeft besproken.

De centrale doelstelling van de visie op energie en klimaat is: “Het bevorderen van de klimaatrobuustheid, een goede milieukwaliteit en duurzame energievoorziening in Voorschoten” Op het gebied van energietransitie (duurzame energievoorziening) kiest de gemeente Voorschoten twee pijlers: Energiebesparing Energie van duurzame bronnen De energietransitie is een manier om een onderliggend probleem van klimaatverandering bij de bron aan te pakken. Daarom wordt ook ingezet op klimaatadaptatie en klimaatmitigatie. Klimaatadaptatie en -mitigatie kunnen niet los gezien worden van de energietransitie. De thema’s versterken elkaar: zo stimuleert een groene omgeving mensen om te fietsen of lopen in plaats van de auto te pakken (en CO2 uit te stoten). Maar ook kunnen de thema’s tegen elkaar ingaan: meer elektrische auto's zorgt voor een verhoogde druk op de parkeergelegenheid, wat ten koste zou kunnen gaan voor groen Op het gebied van klimaatadaptatie gelden de volgende doelen: Klimaatadaptatie draagt bij aan een comfortabel, leefbaar en aantrekkelijk dorp. De gemeente wil dat Voorschoten een dorp blijft met een prettig verblijfsklimaat waar klimaatverandering minimale invloed heeft op de gezondheid en het welzijn van haar inwoners.

Inzicht in de risico's door samen met de stakeholders in overleg wat de (acceptabele) risico's zijn, de zogenaamde risicodialoog moet hiervoor uitgevoerd worden. Met de uitkomsten kan vervolgens regionaal een adaptatiestrategie opgesteld worden en deze kan in de omgevingsvisie en omgevingsplan worden verwerkt. Het klimaatadaptief inrichten moet deel uitmaken van het (her)inrichten en onderhouden van het openbaar gebied. Bij nieuwbouwplannen moet het een vast onderdeel zijn van het ontwerp. Beleid formuleren vooruitlopend op de omgevingsvisie en -plan, waarin duidelijk wordt welke risico's er zijn en welke de meeste aandacht vragen. Daarnaast moet duidelijk worden waar de beste adaptatiemaatregelen getroffen kunnen worden, welke dat kunnen zijn, hoe en waarin deze het beste geformuleerd kunnen worden en wanneer dat het beste kan gebeuren. Op het gebied van luchtkwaliteit wordt gestreefd naar een verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst te realiseren en biodiversiteit te bevorderen. Hierbij is het doel om in de sectoren (weg)verkeer en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof, waarbij we toewerken naar de WHO advieswaarden in 2030.

Op het gebied van biodiversiteit is het doel: "Het behouden en ontwikkelen van een duurzame groenstructuur en waterstructuur met een grote biodiversiteit en met beschermwaardige bomen die aansluit op cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden." Dit geldt voor het hele gemeentelijk grondgebied. Gezamenlijk worden hiermee de ecologische

66

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal verbindingen in stand gehouden en gerealiseerd. Op het gebied van water wordt onder andere gestreefd naar een verbetering van de doorstroming van watergangen, gescheiden waterafvoer en een watersysteem dag voldoet aan de kaderrichtlijn water van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Tot slot wordt op het gebied van geluid gestreefd naar een afname van het aantal bewoners dat last heeft van geluidhinder. Relatie tot het plan Met de beoogde ontwikkeling, waarbij het plangebied wordt herbestemd tot woningbouw, wordt bijgedragen aan een duurzame gebiedsontwikkeling. De woningen worden gasloos uitgevoerd, gebouwd conform de strenge eisen uit het Bouwbesluit én worden voorzien van zonnepanelen. Buiten de noodzakelijke zonnepanelen voor het opwekken van duurzame energie krijgt elke (grondgebonden) woning zijn eigen regenton voor het besproeien van de tuin, een bloembak voor het bufferen van regenwater en een groen dak op de uitbouw/berging tegen opwarming door de zon. De twee appartementengebouw als entree van het plangebied staan met de voeten in het water omringd met groen. Hierdoor ontstaat een zachte overgang tussen water en stenen. Het plangebied is in de huidige situatie deels braakliggend. De beoogde ontwikkeling voorziet in een betere indeling van het gebied, met oog voor het groen op de locatie.

De indeling van het plangebied is erop gericht een samenhang te creëren tussen de beoogde woningen en het groen en water dat voorkomt in en rondom het gebied. De huizen worden op een manier gesitueerd, zodat via het groen de doorkijk richting de Korte Vliet wordt gestimuleerd. Deze groene vingers zorgen niet alleen voor visuele doorzichten, maar ook voor fysieke verbindingen voor mens, flora en fauna. De vingers worden ingericht als natuurlijk groengebied waar wilde bijen en vlinders een goed leefgebied vinden en waar omwonenden kunnen recreëren. In het groen gebied komen planten en bloemen te staan die voor bijen erg waardevol zijn, zodat het onderdeel kan uitmaken van de bijensnelweg. De groene tussenruimtes worden zowel gebruikt voor het afvoeren van hemelwater als voor het bieden van speelruimte voor kinderen. Natuurlijk spelen en een landschappelijk wandelpad zorgen voor sociale cohesie. Het bestaande groen in het zuidelijk deel van het plangebied blijft behouden, waaronder een aantal grote bomen. In het overig deel van het plangebied worden bomen teruggebracht. Door fiets- en wandelpaden wordt het groen beter beleefbaar en draagt de opzet van de wijk bij aan het stimuleren van lopen en fietsen. Door toepassing van nestkasten voor vogels, ‘bijen-hotels’ en het planten van nieuwe bomen bevordert de biodiversiteit van het plangebied.

Zachte overgangen, zoals groene hagen als kavelgrenzen worden zorgvuldig ontworpen voor natuurlijke buffers tussen openbaar en privé. Klimaatadaptatie richt zich op het inrichten van de buitenruimte, waarbij het uitgangspunt is dat de buitenruimte ingericht kan worden om de gevolgen van de piekbuien op te vangen. Hemelwater wordt opgevangen voor gebruik in de tuinen (regenton, plantenbakken met infiltratiemogelijkheden). Daken van bergingen worden voorzien van sedem. De groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen worden enkele cm lager aangelegd dan de woningen en de wegen om zo een buffer te creëren.

Toelichting (vastgesteld)

67

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 5.4. Duurzaamheidsmaatregelen Segaar-Arsenaal (bron: Van Egmond Architecten) Conclusie In de uitwerking van dit plan is aandacht besteed aan duurzaamheid en het klimaatadaptief ontwerpen van de woningen en inrichting van de omgeving. 5.1.6

Geluidshinder

Toetsingskader In het kader van de Wet geluidhinder liggen er geluidzones rond wegen en spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Binnen een geluidzone moet bij het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen en zorggebouwen, onderzoek worden gedaan naar de optredende geluidbelasting. Er wordt gelet op geluidshinder die wordt geproduceerd door wegverkeer, door treinverkeer en door omliggende industrieterreinen. Wegverkeerslawaai De Wgh biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een aandachtsgebied (een geluidszone) langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. Een andere beperking is dat de Wgh niet geldt voor 30 km/uur wegen en voor woonerven. Een eventueel noodzakelijke akoestische afweging wordt in dergelijke gevallen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening gemaakt. Spoorweglawaai De Wgh biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van spoorweglawaai bij de aanleg/wijziging van spoorwegen of bij de bouw van woningen in de buurt van spoorwegen. De reikwijdte van de Wet geluidhinder (Wgh) is beperkt tot een aandachtsgebied (een geluidszone) langs spoorwegen.

Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. Industrielawaai De Wgh verplicht om industrieterreinen waarop lawaaiveroorzakende bedrijven zijn of kunnen worden gevestigd te zoneren. Bij de zonering worden primair de grenzen vastgelegd van het gebied waarbinnen de lawaaimakende bedrijven gevestigd mogen zijn. Vervolgens wordt ten behoeve van het gezoneerde industrieterrein de zonegrens bepaald en vastgesteld. Het gebied binnen de zonegrens vormt het aandachtsgebied. De binnen het aandachtsgebied geldende wettelijke voorkeursgrenswaarde, dan wel de binnen de zone vastgestelde hogere waarden zijn bepalend voor de toelaatbaarheid van geluidproducerende activiteiten. Buiten de geluidszone mag de geluidsbelasting als gevolg van de bedrijven op het gezoneerde industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Beleid hogere waarden De gemeente Voorschoten volgt het Hogere Waardenbeleid van Omgevingsdienst West-Holland. In hoofdlijnen staat het volgende beschreven in ‘Richtlijnen voor het vaststellen hogere waarden wet geluidshinder’, herziening 04 maart 2013. Daarin zijn specifieke criteria geformuleerd voor het vaststellen van hogere waarden. Wanneer hogere waarden nodig zijn, dan zal hier rekening mee moeten worden gehouden. Verblijfsruimten en een buitenruimte dienen bij voorkeur zoveel mogelijk aan de minst belaste zijde te worden gesitueerd.

Beoordeling plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een woningbouwlocatie in het plangebied. Dit betekent dat nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt. Vanwege de ligging in diverse geluidzones van wegen en het spoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door ARDEA acoustics & consult (16 november 2022, Bijlage 8). Uit de berekeningen blijkt dat het bouwplan aan de noord- en westzijde een geluidsbelasting ondervindt die hoger is dan de streefwaarde van 48 dB. De berekende geluidsbelastingen bij de meeste appartementen en woningen direct langs de Leidseweg variëren tussen 50-54 dB. Op basis van het hogere waardenbeleid van de gemeente/ODWH is het wenselijk dat een afweging plaatsvindt ten aanzien van mogelijke maatregelen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om geluidreducerend asfalt, verlaging van de rijsnelheid of plaatsing van schermen.

68

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Voor de Trompweg wordt op dit moment nog gewerkt aan een herindeling van de weg met nieuwe kruisingen. In theorie zou dan bij realisatie ook geluidarm asfalt kunnen worden toegepast. In de praktijk blijkt echter dat de toepassing van geluidarm asfalt op kruisingen niet wenselijk is vanwege de wringende krachten van auto'ss die afremmen, optrekken of de bocht nemen. Naar het inzicht van ARDEA is het niet realistisch om uit te gaan van toepassing van geluidarm asfalt. Voor het doorgaande deel van de bestaande Leidseweg is de toepassing van geluidarm asfalt in principe wel mogelijk. Indien wordt uitgegaan van een wegdek met iets betere geluidreducerende eigenschappen dan standaard asfalt dan kan al een reductie van 1-2 dB(A) worden bereikt (bv. SMA 05/08). Bij ARDEA is niet bekend op welke termijn het bestaande wegdek aan vervanging toe is. Zolang dat niet duidelijk is lijkt het beter om uit te gaan van de huidige situatie met standaard asfalt. Verlaging van de rijsnelheid van 50 naar 30 km/uur kan ook worden overwogen. Dit levert een reductie van 2-3 dB voor de geluidsbelasting. Bij deze verlaging zal het wegontwerp van de wegen dan wel zodanig moeten worden uitgevoerd dat de rijsnelheid daadwerkelijk omlaag gaat. Gezien echter het grote aantal motorvoertuigen zal met het ontwerp ook rekening moeten worden gehouden met voldoende stroming en duidelijke rijlijnen.

Vooralsnog lijkt het daarom beter om verlaging van de rijsnelheid nu niet mee te nemen. Afscherming van het geluid met een geluidscherm is in theorie mogelijk maar is niet passend voor deze locatie. Bovendien zou vanwege de hoogte van de appartementengebouwen rekening moeten worden gehouden met hoge geluidschermen. Op basis van het voorgaande is een (toekomstige) maatregel met eenvoudig geluidarm wegdek op de Leidseweg mogelijk als het bestaande asfalt aan vervanging toe is. Wanneer deze maatregel niet op korte termijn wordt uitgevoerd dan is het voor de toekomstige bewoners nu beter om uit te gaan van de huidige situatie zodat bij het ontwerp van de woningen rekening wordt gehouden met een hogere geluidsbelasting en bijbehorende geluidsisolerende maatregelen aan de gevel en realisatie van een geluidluw balkon voor de relevante appartementen. Voor de woningen parallel aan de Leidseweg is in het ontwerp al gekozen om de tuin aan de geluidluwe zijde van de woning te realiseren. ARDEA adviseert daarom uit te gaan van het vaststellen van een hogere waarde op basis van de nu uitgevoerde berekeningsresultaten. Hogere waardeprocedure ARDEA stelt voor om voor de appartementen en woningen een hogere waarde vast te stellen volgens de berekeningsresultaten.

In de onderstaande kolom is aangegeven om welk aantal appartementen en woningen het gaat aan de hand van het meest recente verkavelingsprogramma.

Figuur 5.5. Rekenmodel verkeerslawaai (bron: akoestisch onderzoek ARDEA) Bij de appartementen is het aantal per verdieping vastgesteld op basis van de conceptindeling zoals ook

Toelichting (vastgesteld)

69

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal aangegeven in het verkavelingsprogramma. In totaal gaat het om 24 appartementen en woningen: voor 16 appartementen gaat het om een hogere waarde van 54 dB. voor 8 appartementen en woningen gaat het om een hogere waarde van 49-53 dB. Voor alle vast te stellen hogere waarden kan daarmee geconcludeerd worden dat deze lager zijn dan de maximaal toelaatbare waarde van 58 dB. Conclusie De berekende geluidbelasting voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Wet geluidhinder. Vanwege het overschrijden van de grenswaarde is het aanvragen van een hogere waarde noodzakelijk. Deze hogere waarde zal door de gemeente vastgesteld en gepubliceerd worden. 5.1.7

Luchtkwaliteit

Toetsingskader De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de Wet milieubeheer goedgekeurd (Stb. 2007, 414) en vervolgens is de wijziging op 15 november 2007 in werking getreden. De wet vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Met name paragraaf 5.2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe 5.2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekende mate' precies inhoudt, staat in een Algemene Maatregel van Besluit (AMvB). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan drie procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een woonwijk van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit.

Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de Regeling 'niet in betekenende mate bijdragen'. Relatie tot het plan Voorliggend bestemmingsplan maakt ruim minder dan 1.500 woningen mogelijk waardoor het beoogd project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiermee voldoet voorliggend bestemmingsplan naar verwachting aan de Wet luchtkwaliteit. Goed woon- en leefklimaat Op de kaartviewer van de NSL-tool (geraadpleegd op 21 september 2022) is te zien dat er plaatse van het plangebied drie rekenpunten van de grootschalige achtergrondconcentraties liggen. Het geselecteerde rekenpunt 15849981 geeft aan dat in 2030 grootschalige achtergrondconcentraties van stikstofdioxide NO2 20,0 µg/m3, van fijnstof PM10 18,2 µg/m3 en van fijnstof PM2,5 10,5 µg/m3 bedragen. De andere twee rekenpunten in het plangebied geven een lagere of zelfde waarde aan.

70

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 5.6. Uitsnede NSL monitoring tool met rekenpunt 15849981 (geraadpleegd op 21 september 2022) De grenswaarde voor toetsing voor stikstofdioxide NO2 is 40 µg/m3, voor fijnstof PM10 40 µg/m3 en voor fijnstof PM2,5 25 µg/m3 de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Wanneer de maximale bijdrage van het extra verkeer (NO2 1,2 µg/m3 en fijnstof PM10 1,2 µg/m3) hierbij wordt opgeteld, zal de concentraties van zowel fijn stof als stikstofdioxide ruim onder de grenswaarden blijven. Jaar

NO2 (µg/m3)

PM10 (µg/m3)

PM2,5 (µg/m3)

2030

12,8

14,9

7,4

Grenswaarde

40

40

25

Figuur 5.7. achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied. Er is op basis van de waarden sprake van een goed woon en leefklimaat. Conclusie Het milieuaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan. 5.1.8

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Toetsingskader De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Op deze manier krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure of een omgevingsvergunningprocedure. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht dan wel een plan-m.e.r. plicht geldt indien de grenswaarden worden overschreden in geval van respectievelijk een besluit of een plan. Bij de m.e.r.-beoordeling dient te worden beoordeeld in hoeverre er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk.

Toelichting (vastgesteld)

71

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die onder de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd in hoeverre belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Met het op 7 juli 2017 in werking getreden wijziging Besluit m.e.r. dient bij elk plan waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde een aanmeldnotitie te worden opgesteld. Relatie met het plan Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 100 woningen en een nieuwe ontsluitingsweg mogelijk. Deze mogelijkheden moeten worden gezien als activiteiten (categorie D1.2 en D11.2) die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r: D11.2. De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Een ontsluitingsweg is m.e.r.-beoordelingsplichtig op het moment dat het gaat om een weg met een tracélengte van 5 kilometer of meer. Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

Gezien de ontwikkeling niet boven de drempelwaarde van 5 kilometer of 2.000 woningen dan wel 200.000 m2 of meer bvo is gelegen, ligt het totale plan onder de drempelwaarden, waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht dan wel een planMER-plicht geldt (kolom 2). Op basis van Europese regelgeving dient een vormvrije-m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Doel van deze vormvrije-m.e.r.-beoordeling is het toetsen of een plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Conclusie Op grond van het bovenstaande is bestemmingsplan "Segaar-Arsenaal" niet m.e.r.-beoordelingsplichtig en daarmee ook niet m.e.r.-plichtig.

5.2

Waterparagraaf

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat voor iedere ruimtelijk ontwikkeling moet worden omschreven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; de Watertoets. Bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan of projectbesluit wordt bij de waterbeheerder (Hoogheemraadschap van Rijnland) advies en goedkeuring gevraagd op de opgenomen waterparagraaf. In hoofdstuk 2 staat het beleid van Hoogheemraadschap van Rijnland beschreven. In 2020 is een nieuwe Keur in werking getreden met daarbij behorende uitvoeringsregels. het Hoogheemraadschap van Rijnland gaat niet meer uit van een "nee, tenzij" aanpak, maar van een "ja, mits" aanpak. De Keur dient tevens ter invulling van de volgende doelstellingen, te weten: a. voorkomingen waar nodig beperkingen van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met; b. bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en c. vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de waterstaatswerken. Een ontheffing kan worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als het Hoogheemraadschap van Rijnland daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Keurvergunning.

De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Beleidsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland nader uitgewerkt. Voor werkzaamheden op en nabij de aanwezige waterkering zal contact moeten gezocht met het Hoogheemraadschap van Rijnland (www.Rijnland.net). Zoals al is aangegeven in paragraaf 2.4.7 Hoogheemraadschap van Rijnland wordt de Keur waarschijnlijk nog voor vaststelling van voorliggend bestemmingsplan vervangen door de Waterschapsverordening 2023. Het hoogheemraadschap van Rijnland voert verplichte klimaatbestendige regels in voor nieuwe

72

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal grote gebiedsontwikkelingen. Aangezien de voorgenomen gebiedsontwikkeling meer bedraagt dan 5.000 m2 zijn de verplichte regels Waterschapsverordening 2023 van toepassing deze regels houden het volgende in: de 20 millimeter-regel: om te kijken of een gebied droogte aankan, moet de bodem in een gebied een normale bui van 20 mm in 24 uur op kunnen nemen en kunnen vasthouden voor droge periodes; de 90 millimeter-regel: om te kijken of een gebied extreme neerslag aankan, moet in de bodem, sloten, open water of andere vormen van wateropslag in een gebied 90 mm in 24 uur opgevangen kunnen worden. Dit is van toepassing naast de 15% compensatie-eis van open water; flexibel peil: een flexibel peil met een bandbreedte van 0,30 m voor ontwikkelingen > 5.000 m2, mits de gebiedskarakteristieken dit toelaten; natuurinclusieve regels: om de waterkwaliteit en de biodiversiteit te versterken en te ondersteunen, moeten brede sloten en ander water van voldoende en afwisselende diepte en een schuine kant worden aangelegd in plaats van ondiepe, smalle slootjes. De oevers moeten natuurvriendelijk zijn (schuine kant, beplanting). Verharding onbebouwde gronden Binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland is het verboden om onbebouwde grond te verharden.

Bij toename van verharding van de gronden is altijd een ontheffing van het Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland noodzakelijk. Bij toename van verharding is compensatie in de vorm van extra oppervlaktewater noodzakelijk. Verder moet nieuw open water worden aangesloten op het bestaande watersysteem. Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt, is het van belang dat er met het Hoogheemraadschap van Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat het Hoogheemraadschap van Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten. Vervolgens is het een vereiste om vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengd rioolstelsel. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. Bij de uitwerking van de plannen, zal met dit beleid rekening gehouden moeten worden.

Hemelwaterverordening Om voor drogere voeten te zorgen in Voorschoten is op 29 april 2021 de nieuwe hemelwaterverordening vastgesteld. Doel is om wateroverlast in de gemeente te beperken en Voorschoten te beschermen tegen klimaatveranderingen. Wateroverlast treft de inwoners in delen van Voorschoten. In de verordening zijn regels opgenomen ten aanzien van het lozen van hemelwater bij het bouwen van bouwwerken en het uitvoeren van een werk wat leidt tot het aanleggen van nieuw verhard oppervlak. Daarnaast zijn ook regels opgenomen voor het lozen van grondwater.” In Artikel 4 is een verbod op het lozen van hemelwater op de riolering opgenomen: 1. Het is niet toegestaan om bij nieuwbouw en vernieuwbouw vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. 2. De eigenaar van een perceel is verplicht om, in aanvulling op de eisen vastgelegd in de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland, hemelwater op zijn eigen terrein te verwerken. De eigenaar is vrij om te kiezen welke voorzieningen hij daarvoor gebruikt zolang deze voorziening maar minimaal 60 liter per m2 verhard oppervlak kan vasthouden of bergen. 3. Het verbod uit het eerste lid geldt niet wanneer er, als gevolg van extreme neerslag meer hemelwater verwerkt moet worden dan de hoeveelheid die in het tweede lid genoemd wordt.

De eigenaar is daarom verplicht de overstortvoorziening, waarmee de hierboven bedoelde grotere hoeveelheid hemelwater op het (gemengde) riool wordt geloosd, zo in te richten dat de beheerder de werking en het onderhoud kan controleren De eigenaar moet hiervoor een ontwerptekening, revisietekening en beheerplan door de beheerder laten goedkeuren. 4. De hemelwatervoorziening wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze: a. het opgevangen hemelwater hergebruikt of vertraagd afvoert; en Toelichting (vastgesteld)

73

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal b. binnen vijf dagen weer volledig beschikbaar is voor het verwerken van een volgende regenbui. Dit mag langer zijn indien het systeem is aangesloten op regenradar waarbij 24 uur vooraf aan een regenbui het systeem automatisch loost op het (gemengde) riool. In Artikel 8 is een verbod op lozen van grondwater op de riolering of openbare hemelwatervoorziening 1. Het is niet toegestaan om grondwater af te voeren naar de openbare riolering of openbare hemelwatervoorziening. 2. De beheerder kan een ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid als: a. het bestaande gemiddelde hoogste grondwaterpeil (GHG) op het perceel hoger ligt dan 0,50 meter minus straatpeil en de afvoer daarmee de functie heeft van drainage en het afvoeren van grondwater niet leidt tot een onaanvaardbare grondwaterstandsverlaging in de omgevende percelen; b. van de perceeleigenaar redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 3. Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid vervalt zodra het mogelijk is om te lozen op een openbaar hemelwaterstelsel of drainagestelsel. Drinkwater Het huidige watersysteem niet is ingericht op droogte, maar op water zo snel mogelijk afvoeren. Ook andere ontwikkelingen dragen bij aan een dreigende schaarste van drinkwater.

Dat zijn redenen waarom de drinkwatersector pleit voor een watertransitie gericht op het creëren van een klimaatrobuust systeem dat de waterbeschikbaarheid in de toekomst verzekert. Daarom is het wenselijk dat de drinkwaterbedrijven in hun regio's vanaf het begin aan tafel zitten bij het plannen en realiseren van de grote woningbouwopgave. Het Hoogheemraadschap van Rijnland adviseert daarom bij de grotere projecten om de drinkwatersector ook te betrekken bij het maken van plannen. Relatie met het plan Wateroverlast Het plangebied is nat en bij de bestaande bebouwing langs de Leidseweg is sprake van wateroverlast. De vloerpeilen van deze woningen zijn het uitgangspunt voor de waterhuishoudkundige inrichting.

74

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 5.8. Basiskaart wateroverlast De basiskaart wateroverlast laat zien dat ter plaatse van het gehele terrein Segaar-Arsenaal, maar ook op de Leidseweg zelf en ter plaatse van de bestaande woningen langs de Leidseweg sprake is van wateroverlast. Uit de hoogteprofielen van het gebied kan worden geconcludeerd dat het maaiveld in Noord Hofland (komend van de kant van de Jan van Galenlaan richting de achtertuinen van de Leidseweg) hoger ligt dan ter plaatse van de woningen aan de Leidseweg. De woningen aan de Leidseweg liggen weer iets hoger dan het Segaar-Arsenaal-terrein. Consequentie hiervan is dat bij hevige regenval het (grond)water van Noord Hofland richting de Korte vliet stroomt. Uit de hoogteprofielen wordt verder duidelijk dat het Segaar-terrein iets hoger ligt dan het Arsenaal-terrein. Het Arsenaal-terrein ligt het laagst. Dit verklaart waarom dit terrein zo snel drassig/nat wordt. Gegeven het inzicht dat de oorzaak van de wateroverlast in Noord Hofland ligt, kan de conclusie worden getrokken dat een (her)ontwikkeling op Segaar-Arsenaal nooit de wateroverlast ter plaatse van de Leidseweg kan oplossen. Essentieel is dat de bestaande situatie aan de Leidseweg door de ontwikkeling niet wordt verslechterd.

Dit wordt tevens bevestigd door onderzoek van Tjaden Adviesbureau (Bijlage 13 Geohydrologie ontwikkeling projectgebied Segaar-Arsenaal) waarin wordt gesteld dat een waterpeilverhoging zelfs na 100 dagen nog niet leidt tot een toename van de

Toelichting (vastgesteld)

75

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal grondwaterstand bij de woningen aan de Leidseweg (op 20 m afstand van de watergang). De ontwikkeling binnen het plangebied zal afgestemd moeten zijn op de recente ontwikkeling op de voormalige Intratuinlocatie. Omdat de Intratuinlocatie en het plangebied in hetzelfde polderpeil binnen de Bosch- en Gasthuispolder liggen en via een grote duiker met elkaar in verbinding staan, is evenwicht in beide polderdelen van groot belang. Anders gaat de ene locatie het waterprobleem afwentelen op het andere polderdeel. Het gemaal ten noorden van de bouwlocatie heeft overcapaciteit en is berekend om zowel de Intratuinlocatie als de Segaar-Arsenaal-locatie (het plangebied) te kunnen bemalen. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de regels die gelden voor het aanbrengen van verharding, het dempen van oppervlaktewater en het lozen van hemelwater. Zo zal 15% van de toename van verhard oppervlak moeten worden gecompenseerd door het graven van oppervlaktewater. Voor het dempen van oppervlaktewater geldt dat dit 100% moet worden gecompenseerd.

Figuur 5.9. Huidige verharding (bron: Van Egmond Architecten) Waterkwantiteit In de huidige situatie is een deel van het plangebied reeds verhard. Deze 9.460 m2 verharding wordt verwijderd. In de beoogde ontwikkeling blijft een groot deel van het plangebied groen. Dat betekent dat hemelwater op veel plaatsen in de bodem kan infiltreren. De toekomstige verharding heeft een omvang van 10.317 m2. Dat betekent een toename van 857 m2 . De compensatieregel van 15% oppervlakte water, resulteert in 129 m2 nieuw te graven oppervlaktewater. In het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied wordt nieuw water gegraven ten behoeve van de compensatie van het saldo aan toename van verharding van de oppervlakte. In de bestaande situatie is er circa 1.298 m2 aan oppervlakte water. In de toekomstige situatie is er circa 1.600 m2 aan oppervlaktewater voorzien. Dit is een toename van circa 302 m2 water, waar op basis van de watercompensatie 129 m2 oppervlaktewater benodigd is. In het nieuwe plan wordt zodoende voldaan aan de watercompensatie opgave (inclusief de toename aan verharding door de aansluiting op de Trompweg).

76

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Segaar-Arsenaal

Figuur 5.10. Verkaveling in combinatie met de waterkering (bron: Van Egmond Architecten) Beschermde gebieden Een deel van de woningen valt binnen de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Voor het bouwen in de kern- en/of beschermingszone van waterkeringen geldt een vergunningplicht voor onder andere bouwwerken groter dan 20 m² en voor bouwwerken die niet bestaan uit hout, kunststof of een vergelijkbaar licht materiaal. De vergunningplicht geldt eveneens voor het afgraven of vergraven van meer dan 3,00 m³ of dieper dan 0,30 meter. Klimaatadaptatie Tijdens de planontwikkeling dient ingezet te worden op klimaatadaptatie van het plangebied. De gedachte daarbij is dat de openbare ruimte zodanig kan worden vorm gegeven dat deze tijdelijk water kan opvangen. Concreet gaat het er om dat het wegpeil iets lager gelegd kan worden dan vloerpeil van de woning. Vervolgens kan het groenpeil weer iets lager gelegd worden dan het wegpeil. Het waterpeil (de bestaande watergangen) liggen het laagst. Hierdoor kan water door extreme neerslag worden afgevoerd en is het plangebied bestand tegen extreme hitte en droogte. Onderstaand is dit schematisch weergegeven.

Figuur 5.11. Schematische weergave klimaatadaptieve inrichting waterhuishouding

Riolering Het hemelwater en vuilwater worden gescheiden afgevoerd. Het hemelwater infiltreert in de grond of wordt geloosd op het oppervlaktewater rondom het plangebied. Vanwege het bouwen in de waterkering, het toevoegen van verharding, het realiseren van extra oppervlaktewater en maatregelen die ervoor zorgen dat het hemelwater vertraagd kan worden afgevoerd zal een watervergunning worden aangevraagd. Berekening bergingscapaciteit watersysteem Door BK-ingenieurs is op 14 juli 2022 een Berekening bergingscapaciteit watersysteem uitgevoerd. De rapportage is als Bijlage 14 toegevoegd. Vanuit de eis van het Hoogheemraadschap van Rijnland dient een overtuigend verhaal te worden opgesteld waarin aannemelijk wordt gemaakt dat door de realisatie van de nieuwe ontwikkeling 'Het Fortuyn van Voorschoten' en 'Segaar-Arsenaal' de wateroverlast voor de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=dd4714d1-007c-4a48-8b14-faef1e65fe27