Bijlage 2 Rapportage Technisch-economische analyse.pdf
Tekst van het document
Een MT- of HT-warmtenet lijkt daarom, binnen de termijn van de TVW, de meest voor de hand liggende oplossing. Hiervoor is wel een warmtebron nodig van buiten de buurt. WarmtelinQ+, geothermie of eventueel opgewaardeerde zonthermie zouden potentiële bronnen kunnen zijn.
60
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Tabel 27 - Afwegingskader Bloemenwijk S1
S2
S3-LT
S3-MT
Nationale kosten
5
5
5
5
Eindgebruikerskosten
3
5
2
5
Impact ondergrond
3
2
2
2
Impact woning
1
2
1
2
Realisatietijd
3
4
2
4
Buitengebied In Buitengebied scoren warmtenetten slecht op het gebied van nationale kosten. 29 Het Buitengebied is een uitgestrekt gebied met weinig woningen: het aanleggen van een distributienetwerk is zeer kostbaar. Dit komt niet terug in de eindgebruikerskosten, omdat daarbij gelijke tarieven voor de hele gemeente zijn gehanteerd. De enige individuele oplossing is de elektrische warmtepomp (S1). Deze scoort iets lager dan de MT-warmtenetten op het criterium eindgebruikerskosten omdat er voor veel woningen isolatiemaatregelen moeten plaats vinden. Ook scoort deze strategie wat lager op het criterium realisatietijd. Het Buitengebied bestaat uit verspreide huizen rondom Voorschoten. Deze huizen zijn in verschillende periodes gebouwd, de variëteit aan bebouwing is daarmee groot. De oudste gebouwen komen zelfs uit de 17e eeuw, zoals kasteel Duivenvoorde. Een deel van de bebouwing bestaat uit boerderijen. Vooral de oude woningen zijn lastig om goed te isoleren. Vanwege de grote onderlinge afstand tussen de gebouwen in deze buurt is een warmtenet waarschijnlijk niet rendabel. In plaats daarvan is een individuele oplossing per woning/gebouw nodig. Hierbij zal per gebouw gekeken moeten worden of een elektrische warmtepomp mogelijk is, of dat een andere individuele oplossing (zoals een warmtetechniek op duurzaam gas of een pelletkachel) een optie is.
Een aandachtspunt is dat momenteel niet alle panden in deze buurt zijn aangesloten op het gasnetwerk. Tabel 28 - Afwegingskader Buitengebied S1
S2
S3-LT
S3-MT
Nationale kosten
5
1
4
3
Eindgebruikerskosten
4
5
2
5
Impact ondergrond
3
3
3
3
Impact woning
1
2
1
2
Realisatietijd
3
4
2
4
________________________________ 29
S3-LT scoort op nationale kosten een 4 op basis van de kosten uit de Startanalyse. Het betreft een kleinschalig warmtenet waar slechts 7% van de panden in de buurt op aansluit (zie Tabel 6), de overige panden hebben een individuele elektrische warmtepomp.
61
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
10 Fasering in de tijd De gemeente Voorschoten heeft nog bijna 30 jaar de tijd om aardgasvrij te worden. Op dit moment hoeft er nog geen precieze planning te worden gemaakt van welke buurten wanneer aardgasvrij worden. In de TVW benoemt de gemeente de eerste buurten waar zij tot 2030 aan de slag gaat met de warmtetransitie. Een vraag die daarbij opkomt, is welk tempo nodig is om de opgave in 2050 voltooid te hebben. Paragraaf 10.1 gaat in op het tempo van de warmtetransitie en Paragraaf 10.2 op mogelijke startbuurten.
10.1
Tempo van de warmtetransitie We gaan uit van een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Maar voor het pad daar naartoe, zijn verschillende mogelijkheden. Tijdens de projectgroepbijeenkomst kwam naar voren dat de gemeente Voorschoten het lineaire tijdspad en de s-curve als de meest waarschijnlijke opties ziet, zie Figuur 14. Andere opties waarbij het merendeel van de woningequivalenten in de tweede fase aardgasvrij wordt, vindt de projectgroep niet wenselijk. Dat zou in de tweede fase een grote druk veroorzaken op de uitvoeringscapaciteit, bij aannemers, netbeheerders en woningcorporaties. Figuur 14 - Tijdspaden warmtetransitie
De gebouwde omgeving van Voorschoten bestaat uit ca 11.400 woningen en 1.500 utiliteitsgebouwen. Tezamen zijn dit ca. 13.500 woningequivalenten30. Gemiddeld zullen er dus 465 woningequivalenten per jaar aardgasloos moeten worden. Momenteel zitten we in de opstartfase en maken we plannen voor het aardgasvrij worden. De komende jaren zullen we veel leren over het aardgasvrij maken van bestaande bouw. Daarna kan er versneld worden. Het Klimaatakkoord geeft als doelstelling om voor 2030 1,5 miljoen woningen te verduurzamen. Hierover zegt Programma Aardgasvrije Wijken het volgende: “Elke gemeente gaat plannen maken om tot en met 2050 gaandeweg de gehele gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. De eerste transitievisie warmte heeft betrekking op een derde van de totale periode. In die periode is er echter sprake van een aanlooptijd waarin Rijk en VNG de wijkgerichte aanpak (verder) uitwerken en er opschaling wordt gerealiseerd. Mede daarom hebben de afspraken in het Klimaatakkoord voor de periode tot en met 2030 betrekking op ________________________________ 30
62
Een woningequivalent (afkorting: weq) staat voor 1 woning of 130 m 2 gebruikersoppervlak van utiliteitsbouw.
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
circa een vijfde van de gebouwenvoorraad, oftewel 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen” (Programma Aardgasvrije Wijken, 2021). Als Voorschoten bij dit tempo wil aansluiten, zou dus tot 2030 ongeveer een vijfde van de gebouwenvoorraad verduurzaamd moeten worden. Dat gaat dus over circa 2.700 woningequivalenten. Hoeveel buurten dat zijn, hangt af van welke buurten gekozen worden. De buurten in Voorschoten verschillen in grootte, zie Tabel 29. Tabel 29 - Aantal woningen en utiliteiten per buurt Buurtnaam
Aantal woningen
Aantal utiliteit
Woningequivalenten
Noord-Hofland
2.564
309
2.729
Adegeest
1.299
301
1.562
Boschgeest
756
82
971
Bijdorp
783
17
894
Vlietwijk
1.795
262
1.953
Starrenburg
1.112
29
1.231
Dobbewijk
102
41
288
Krimwijk
950
59
1.153
Centrum
430
164
714
Nassauwijk
898
94
1.023
Bloemenwijk
687
181
758
Buitengebied
87
17
222
Bron: (PBL, 2020).
10.2
Startbuurten Om startbuurten te selecteren, kijken we naar waar kansen zijn om te starten. Dit kunnen kansen zijn om mee te koppelen met geplande werkzaamheden in de gemeente, maar ook bijzondere omstandigheden die een bepaalde warmtetechniek in een buurt aantrekkelijker maken. De Handreiking voor lokale analyse (ECW, 2020) uit de Leidraad biedt gemeente handvatten bij het bepalen van wanneer buurten overgaan op een aardgasvrije warmtetechniek. De Handreiking beschrijft zeven typen factoren die eraan bijdragen dat een kansrijk is om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Bijlage D geeft de beschrijving van deze zogenoemde prioriteringscriteria door het ECW. Het gaat om de volgende factoren: — technische-economische factoren; — investeringsagenda infrastructuur; — investeringsagenda vastgoedeigenaren; — lokaal buurtinitiatief; — sociale karakteristieken van de buurt — contracteerbaarheid; — waarde van het gasnet. De volgende alinea’s beschrijven verschillende kansen om te starten. Allereerst gaan we in op meekoppelkansen met geplande werkzaamheden. Vervolgens kijken we naar andere kansen, deels gebaseerd op de kansen uit de Handreiking voor lokale analyse en aangevuld met suggesties uit de projectgroep en vanuit CE Delft. In Paragraaf 10.3 presenteren we een totaaloverzicht van de kansen per buurt.
63
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Meekoppelkansen Om te bepalen welke buurten kansrijk zijn om de warmtetransitie te starten, stellen we een (meekoppel)kansenkaart op. Deze is gebaseerd op de geplande werkzaamheden in de gemeente. Hiervoor kijken we naar de volgende gegevens: — investeringsagenda woningcorporaties; — nieuwbouwplannen/stadsvernieuwing/sloop; — langetermijnplanning aanpassingen riolering/drinkwaternetwerk of aanpassingen openbare ruimte. Overige werkzaamheden, zoals verduurzaming van particuliere vastgoedeigenaren of het gemeentelijk bezit, zijn nu niet in beeld en daarom ook niet meegenomen. Ook deze werkzaamheden bieden koppelkansen en zijn daarom goed om in beeld te houden. De warmtransitie kent een lange doorlooptijd. Voordat er gestart kan worden met werkzaamheden, gaat er eerst een periode van planvorming (waar deze analyse onderdeel van is), participatietrajecten en andere voorbereiding aan vooraf. We schatten dat dit tenminste vijf jaar duurt. Dit betekent dat we alleen meekoppelkansen kunnen benutten die verder in de tijd gepland staan, in dit geval vanaf 2026. Investeringen en andere kansen die eerder gepland staan, nemen we niet mee.
Investeringsagenda woningcorporaties In de gemeente Voorschoten zijn twee woningcorporaties actief: Woonzorg Nederland en de Sleutels. Zoals beschreven in bovenstaand kader, kan het voordelig zijn om de investeringen van grote vastgoedeigenaren (zoals woningcorporaties) te koppelen aan de plannen rondom de warmtetransitie. Dit kan kostenvoordelen opleveren (als investeringen gecombineerd kunnen worden), maar ook andere voordelen zoals minder overlast voor de bewoner. We hebben de investeringsagenda van beide woningcorporaties uitgevraagd. Hier komt het volgende uit naar boven: — Woonzorg heeft in haar investeringsagenda een geplande ingreep staan in 2022 (het gaat hierbij om ongeveer 35 woningen). Op de lange termijn (na 2025) zijn de plannen nog niet vastgelegd. Er zijn dus geen directe koppelkansen die we mee kunnen benutten in deze analyse. Het grootste deel van het vastgoed van Woonzorg heeft in het verleden al een renovatie ondergaan of is na 1984 gebouwd. Dit betekent dat de slechtst geïsoleerde woningen inmiddels zijn opgeknapt en de meeste huizen dus een vorm van isolatie hebben. — De Sleutels heeft ongeveer 500 woningen in bezit in Voorschoten. Voor deze woningen staan er de eerstkomende vijf jaar geen renovatieprojecten op de planning. Na 2025 heeft de Sleutels budget gereserveerd voor een aantal duurzaamheidsingrepen, maar deze kunnen nog niet gecommuniceerd worden.
Dit betreft gestapelde bouw met wat slechtere labels. Ook bij de Sleutels zijn er dus nog geen concrete koppelkansen die meegenomen kunnen worden in onze analyse. Het is van belang dat de gemeente en de corporatie goed met elkaar communiceren over elkaars plannen, zodat deze eventueel op elkaar aangesloten kunnen worden.
Nieuwbouwplannen/stadsvernieuwing/sloop Nieuwbouw, stadsvernieuwing en sloop zijn potentiële meekoppelkansen, vooral als het gaat om grootschalige werkzaamheden. Bij grootschalige werkzaamheden worden kosten zoals voor graafwerkzaamheden en planningskosten al gemaakt. Door werkzaamheden die gepaard gaan met de warmtetransitie hieraan te koppelen, kan er zowel op kosten als op overlast bespaard worden.
64
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Nieuwbouw wordt in de meeste gevallen aardgasvrij opgeleverd. In de TVW hoeft in die zin geen rekening gehouden te worden met nieuwbouw. Wel kunnen de werkzaamheden die komen kijken bij nieuwbouw, stadsvernieuwing of sloop kansen bieden voor de omliggende bestaande bouw. Als plannen voldoende van tevoren worden afgestemd, kunnen de werkzaamheden gecombineerd worden met werkzaamheden in de omliggende bestaande bouw, bijvoorbeeld de aanleg van een gezamenlijk warmtenet. Dit gaat vooral op bij grotere projecten; bij kleinere projecten zijn de meekoppelkansen beperkt. Vanuit de gemeente hebben we informatie ontvangen over nieuwbouwplannen. We hebben geen informatie ontvangen over andere vormen van stadsvernieuwing of sloop. De plannen betreffen vooral kleinere projecten (minder dan vijftig woningen) en een aantal wat grotere projecten. Uit de planning blijkt echter dat de meeste werkzaamheden gepland staan voor 2024. Het langst lopende traject is Starrenburg fase III. De realisatie hiervan zal meerder jaren in beslag nemen. Aangezien de plannen allemaal voor 2026 plaatsvinden, kunnen we deze nu niet benutten in de meekoppelkansen. De realisatie is simpelweg al klaar voordat er gestart kan worden met de warmtetransitie in een buurt. Bovendien is het ook lastig om plannen die al op de korte termijn gepland staan, aan te passen.
Wel zijn zulke ontwikkelingen, net als de investeringsagenda van woningcorporaties, belangrijk om mee te blijven nemen in verdere plan- en besluitvorming rondom de energietransitie.
Riolering De gemeente Voorschoten heeft op de lange termijn plannen om de riolering in enkele tientallen straten te vervangen. Deze straten moeten hiervoor worden opengebroken. Bij de aanleg van de riolering, kan direct rekening gehouden worden met de aanleg van de infrastructuur van de toekomstige warmtevoorziening. De grootste vervangingsopgave ligt in de buurten waar ook veel wit-pvc ligt. Dit is een grondroeringsgevoelig materiaal. Liander moet dit eerst vervangen, vóórdat de riolering vervangen kan worden. In Noord-Hofland zien we dat een paar locaties de riolering al vervangen wordt in 2022 en in 2030. Het grootste deel staat op de planning tussen 2036 en 2040. Deze werkzaamheden zijn een kans voor de warmtetransitie. De buurt heeft een warmtenet als voorkeurstechniek. Bij de werkzaamheden tot en met 2030 kunnen de rioolbuizen zo geplaatst worden dat er ruimte ontstaat voor een toekomstig warmtenet. Bij de werkzaamheden tussen 2036 en 2040 kan direct een warmtenet geplaatst worden. Aandachtspunt is dat het tempo van de vervanging van riolering verschilt met het tempo van de aanleg van een warmtenet. In Boschgeest vinden er een klein aantal werkzaamheden plaats rond 2027. De omvang van de werkzaamheden is zo gering, dat we dit niet meenemen als kans.
65
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Overige kansen Contracteerbaarheid De transitie naar een aardgasvrij alternatief betekent dat er veel beslissingen gemaakt moeten worden. Uiteindelijk beslist de eigenaar van een woning wat er in de woning gebeurt. Bij de aanleg van een warmtenet moeten eigenaren instemmen met de aansluiting. Voor een warmteleverancier heeft het aanleggen van een warmtenet alleen zin als voldoende gebouwen hierop aansluiten. Het voordeel van een hoog aandeel corporatiebezit in een buurt is dat een groot gedeelte van de huizen onder één eigenaar valt. Omdat er minder partijen betrokken zijn, is het eenvoudiger om beslissingen te maken over grotere groepen woningen. Dit is bijvoorbeeld gunstig bij de aanleg van een warmtenet: als er in een buurt veel corporatiebezit is en die corporatie stemt in met het warmtenet, dan is de kans op voldoende aansluitingen groter. Dit geldt naast woningcorporaties ook voor andere vastgoedbezitters. Gezamenlijk bezitten de twee woningcorporaties in Voorschoten (Woonzorg en de Sleutels) zo’n 2.500 woningen. De meeste corporatiewoningen liggen in de buurt Vlietwijk: het corporatiebezit in deze buurt is 46%. Andere buurten met een corporatiebezit hoger dan 20% zijn Bijdorp, Boschgeest en Krimwijk. Van particuliere verhuurders hebben we geen informatie. Bij het opstellen van de TVW blijft van belang om ook hier aandacht voor te blijven houden.
Of het nu om een warmtenetaansluiting of een individuele oplossing gaat: in beide gevallen is het gunstig als een eigenaar met meerdere panden tegelijk aan de slag kan gaan. Blokverwarming Paragraaf 7.3 geeft de locaties van corporatiewoningen met blokverwarming weer en beschrijft en hoe dit van invloed is op de doorlooptijd. Naast invloed op de doorlooptijd, kan blokverwarming ook een kans zijn in de warmtetransitie. Als er in een gebouw al blokverwarming aanwezig is, is het gemakkelijker om over stappen op een collectieve techniek dan wanneer dit niet het geval is. Het systeem (onder andere de leidingen) is al aanwezig in de panden, het enige wat in de woning veranderd moet worden is de warmtebron. Dit maakt het makkelijker om over te stappen op een warmtenet of bijvoorbeeld een collectieve warmtepomp. Blokverwarming komt in de gemeente Voorschoten vaak voor in woningen die in het bezit zijn van corporaties. In het onderdeel ‘Overige kansen’ staat contracteerbaarheid al genoemd als kans. Om die reden nemen we de aanwezigheid van blokverwarming nu niet mee als kans, omdat het anders tot dubbeltelling leidt. Wel kan het nuttig zijn om dit mee te nemen in het verdere traject.
Infrastructuur Netbeheerder Liander is verantwoordelijk voor het gas- en elektriciteitsnetwerk in de gemeente Voorschoten. Liander streeft naar een duurzame energievoorziening, waarbij de kosten zo laag mogelijk blijven en de overlast beperkt wordt. In de praktijk betekent dit dat afstemming tussen de netbeheerder en de gemeente uitermate belangrijk is. Aan de ene kant is het efficiënt om zo veel mogelijk rekening te houden met de bestaande infrastructuur. Aan de andere kant is het zaak om, als er wel veranderingen nodig zijn, hier tijdig over te communiceren zodat Liander het netwerk gereed kan maken.
66
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Gasnetwerk Het huidige gasnetwerk is een goed onderhouden netwerk. In de transitie naar aardgasvrij verwarmen zal dit netwerk op den duur waarschijnlijk niet meer nodig zijn, en uiteindelijk verwijderd moeten worden. Hierbij is de volgorde van groot belang. Allereerst zullen bewoners, eventueel stapsgewijs, overstappen naar een aardgasvrije manier van verwarmen en koken. Om deze transitie mogelijk te maken, zijn mogelijk nieuwe netwerken nodig, afhankelijk van het gekozen alternatief en de status van het elektriciteitsnetwerk. Pas als de gehele buurt aardgasvrij is, kan Liander het gasnet verwijderen. Het is belangrijk om te voorkomen dat er investeringen in het gasnet moeten worden gedaan als er een nieuwe warmteoplossing is uitgerold. Zo voorkomen we dubbele infrastructuren en blijven de kosten per aansluiting het laagst. Hiervoor is het nodig dat er geen achterblijvers zijn op een gasnet dat daarvoor vernieuwd moet worden. In die transitiefase speelt nog een aspect een rol: grondroeringsgevoelige leidingen. Als er in de transitie in de grond gegraven moet worden, bijvoorbeeld om het elektriciteitsnet te verzwaren of een warmtenet aan te leggen, dan verwijdert Liander deze leidingen preventief vanuit veiligheidsoverwegingen. Er zijn verschillende soorten grondroeringsgevoelige leiden: wit-pvc, grijs gietzijzer en asbestcement.
Grijs gietijzer en asbestcement liggen met name in het midden van de gemeente. De netbeheerders zijn verplicht om deze materialen voor 2030 te vervangen, dus hier hoeft geen rekening mee gehouden te worden. Wit-pvc ligt met name in de buurten Noord-Hofland en Boschgeest en moet vervangen worden als er gegraven gaat worden op één meter van een gasleiding. Daarmee is wit-pvc dus eigenlijk een negatieve meekoppelkans. In Figuur 15 staat een overzicht van het gasleidingnetwerk van Liander in Voorschoten. Figuur 15 - Gasleidingnetwerk Liander in Voorschoten
Bron: Presentatie Liander aan de gemeente Voorschoten.
67
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Een positieve meekoppelkans is om te starten in de buurten waar het gasnet (grotendeels) is afgeschreven. In deze buurten gaat er geen resterende investering ‘verloren’ omdat het gasnet al verouderd is. Het is echter wel van belang om hierbij rekening te houden met witpvc: dit is vaak oud maar zoals boven beschreven juist een negatieve meekoppelkans. In Tabel 30 staat het percentage van het gasnet dat is afgeschreven in een buurt. Deze informatie is afkomstig uit de Buurtanalysetool van Liander. De buurten waar veel wit-pvc ligt, en die daarmee geen meekoppelkans zijn, zijn aangegeven met een sterretje. Op basis van het bovenstaande komen Bijdorp en in iets minder mate Buitengebied naar voren als kansrijke buurten om te starten. Tabel 30 - Percentage van het gasnetwerk dat is afgeschreven. Buurten met een sterretje bevatten geen meekoppelkans vanwege het hoge aandeel wit-pvc Buurtnaam
Afschrijving gasnet (%)
Boschgeest*
90
Bijdorp
88
Noord-Hofland*
84
Buitengebied
80
Bloemenwijk
74
Starrenburg
64
Vlietwijk
63
Centrum
59
Adegeest
52
Nassauwijk
47
Dobbewijk
45
Krimwijk
42
Bron: Buurtanalysetool Liander.
Gebieden zonder gasnetwerk In de buurt Buitengebied ligt niet overal een gasnetwerk. Vermoedelijk maken de bewoners en bedrijven in dit gebieden gebruik van gastanks. Om deze panden aardgasvrij te maken, hoeft dus geen gasnetwerk verwijderd te worden. Daarnaast hebben de bewoners een financiële prikkel om te verduurzamen. De kosten voor verwarmen met een gastank liggen namelijk hoger dan die met een aardgasaansluiting. Toch nemen we niet dit mee als kans om te starten omdat dit slechts voor enkele panden in de buurt geldt en we bovendien niet weten over hoeveel panden het gaat.
Kansen voor warmtenetten Bij de aanleg van een warmtenet ligt het voor de hand om te starten dichtbij de warmtebron en van daaruit uit te breiden. De aanwezigheid van een warmtebron in een buurt is dus een kans om te starten met een warmtenet. Deze kans geldt alleen voor de buurten waar een warmtenet een logische optie is. In de gemeente zijn verschillende LT-warmtebronnen aanwezig (zie Paragraaf 2.3 en Figuur 16a). Daarnaast komt er in de toekomst mogelijk de WarmtelinQ+, die HT-warmte vanuit de Rotterdamse haven naar Leiden zou transporteren. Het beoogde tracé loopt ten oosten van Voorschoten, zie Figuur 16b. Tenslotte ligt er een warmtenet in de Leidse wijk Stevenshofdistrict, die grenst aan Voorschoten.
68
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
In de buurt Starrenburg liggen verschillende LT-warmtebronnen, waaronder een datacenter en glastuinbouw. Dit zijn grotere bedrijven, wat zekerheid geeft dat deze ook in de toekomst op dezelfde plek zullen blijven bestaan. Uiteraard moet dit nog wel nagegaan worden met deze bedrijven. Daarbij grenst de buurt aan de Vlietlanden, wat een kans biedt voor aquathermie. Dit alles geeft de buurt een extra kans om te starten met een warmtenet. Ook in andere buurten, zoals het centrum, zijn meerdere LT-warmtebronnen aanwezig. Dit zijn vooral kleinere warmtebronnen, zoals supermarkten. Dit geeft meer onzekerheid over de toekomstbestendigheid en beschikbare warmte van deze bedrijven. De buurten Krimwijk, Vlietwijk en Noord-Hofland liggen gunstig ten opzichte van het beoogde tracé van de WarmtelinQ+, zie Figuur 16. De buurten kunnen een koppeling maken aan het tracé, zonder hierbij de Vlietlanden te hoeven doorkruisen. De komst van de WarmtelinQ+ is echter nog onzeker. We zien dit daarom niet als een extra kans om te starten. Noord-Hofland grenst aan het Leidse Stevenshofdistrict. Deze wijk heeft nu al een warmtenet. Dit biedt mogelijk een kans om het warmtenet uit te bereiden. Op basis van het bovenstaande (locatie ten opzichte van warmtebronnen en bestaande warmtenetten) komen Starrenburg en Noord-Hofland naar voren als buurten met een extra kans voor warmtenetten.
Figuur 16 - Warmtebronnen in Voorschoten, (a) lagetemperatuurwarmtebronnen binnen de gemeente, (b) beoogd tracé van de WarmtelinQ+ van Den Haag naar Leiden (rode lijn)
a)
b)
Kansen voor elektrische warmtepompen Overschakelen naar verwarming met een elektrische warmtepomp vraagt onder andere om een goed isolatieniveau van de panden en voldoende ruimte op het elektriciteitsnetwerk. Buurten die al voldoen aan deze vereisten, geven een kans om te starten. Immers, in deze buurten in de inspanning om over te gaan op verwarmen met een elektrische warmtepomp niet groot. Paragraaf 6.1 beschrijft dat de capaciteit van het Voorschotense elektriciteitsnetwerk beperkt is. Er zijn geen buurten die kunnen overschakelen naar elektrisch verwarmen zonder dat het elektriciteitsnetwerk hiervoor verzwaard moet worden. De netten van de
69
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
nieuwere buurten Starrenburg en Krimwijk zijn minder lastig om aan te passen dan de netten in de overige buurten. Figuur 17 toont het gemiddelde energielabel van de woningen per buurt in de gemeente Voorschoten. Ook hier komen de nieuwere buurten Starrenburg en Krimwijk naar voren als kansrijk voor verwarmen met een elektrische warmtepomp. Het gemiddelde energielabel in deze buurten in label B. Overigens hoeft dit niet te betekenen dat deze buurten zonder verdere isolatiemaatregelen over kunnen op warmtepompen. Het gaat om een gemiddeld energielabel, dus er kunnen ook woningen met een slechter energielabel in de buurt staan. Daarnaast is de methodiek voor het bepalen van energielabels grof en kijkt bijvoorbeeld ook naar de aanwezigheid van zonnepanelen. Er zal per woning nog gekeken moeten worden of deze geschikt is voor verwarming op LT-niveau. Bovendien kan het aantrekkelijk zijn om verder te isoleren uit comfortoverwegingen of vanuit het oogpunt van energiebesparing 31. Figuur 17 - Huidige gemiddelde energielabel van de woningen, per buurt
Sociale kansen Naast de technisch-economische kansen zoals hierboven beschreven, zijn er ook sociale kansen. Bijvoorbeeld lokale initiatieven, sociale karakteristieken of de mogelijkheden van bewoners om te investeren. Deze kansen beschrijven we hier bewust niet, omdat dit een technisch-economische analyse is. Wel willen we aanraden om deze nader te onderzoeken in het participatietraject. ________________________________ 31
Hoe beter het isolatieniveau van de woningen, hoe kleiner de warmtevraag en hoe hoger het rendement van de warmtepomp.
70
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
10.3
Samenvatting van de kansen In het volgende overzicht geven we per kans beknopt de conclusie weer. Daarnaast hebben we de kansen bij elkaar opgeteld en weergegeven in Tabel 15 en op kaart in Figuur 18. Op de kaart is de antikans van wit-pvc weergegeven in grijs. Meekoppelkansen: — Investeringsagenda woningcorporaties: geen beschikbare gegevens na 2026. — Nieuwbouw/stadsvernieuwing/sloop: geen beschikbare gegevens na 2026. Overige kansen: — Contracteerbaarheid: De buurt Vlietwijk heeft verreweg het hoogste corporatiebezit, bijna de helft (46%) van de woningen is in bezit van een corporatie. Andere buurten met veel corporatiebezit (meer dan 20%) zijn Bijdorp, Boschgeest en Krimwijk. — Afschrijving gasnetwerk: Het gasnetwerk is het meest verouderd in Bijdorp. Daarnaast kent ook het buitengebied een verouderd netwerk. Buurten met een hoog aandeel wit-pvc zijn hierin niet meegenomen. — Wit-pvc: Buurten waarin veel wit-pvc ligt vormen een antikans (negatieve meekoppelkans), omdat hier aanvullende werkzaamheden nodig zijn in het geval van graafwerkzaamheden. Dit geldt voor de buurten Noord-Hofland en Boschgeest. — Gebieden zonder gasnetwerk: in de buurt Buitengebieden liggen een aantal panden die geen aansluiting hebben op het gasnetwerk. Echter, omdat hier niet op dit moment onvoldoende specifieke informatie over beschikbaar is, nemen we deze niet mee in de analyse.
— Kansen specifiek voor warmtenetten: Noord-Hofland grenst aan een buurt in de gemeente Leiden waar momenteel al een warmtenet ligt. Dit biedt een mogelijkheid om het warmtenet naar Noord-Hofland uit te breiden. In de buurt Starrenburg liggen verschillende grotere LT-bronnen en is er een mogelijkheid voor aquathermie vanuit de Vlietlanden. — Kansen specifiek voor elektrische warmtepompen: op basis van het gemiddelde energielabel en de informatie van Liander, lijken de buurten Starrenburg en Krimwijk kansen te hebben om te starten met een LT-oplossing zoals elektrische warmtepompen. — Sociale kansen: nader onderzoeken in het participatietraject. Tabel 31 – Overzicht per buurt van de kansen om met de warmtetransitie te starten Buurtnaam
Contracteerbaarheid
Boschgeest
1
Buitengebied
Afschrijving gasnetwerk
Wit-pvc
Kansen voor warmtenetten
Kansen voor elektrische warmtepompen
Antikans 0,5
Noord-Hofland
Antikans
1
Adegeest Bloemenwijk Starrenburg Vlietwijk
1
1
1,5
Nassauwijk Bijdorp
1
1
Dobbewijk Centrum Krimwijk
71
1
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
1
Figuur 18 - Kansen om te starten
10.4
Fasering in de tijd Wat betreft fasering in de tijd, kunnen we de buurten in Voorschoten opdelen in drie groepen: — Startbuurten: 2025-2030. In deze buurten kan de gemeente op korte termijn aan de slag. Dit zijn buurten waar op basis van de meekoppelkansen de eerste stappen kunnen worden gezet in de warmtetransitie. — Meters maken: 2030–2045. Het grootste deel van de buurten bevindt zich in deze groep. Nadat de gemeente de eerste stappen heeft gezet, is het tijd om meters te maken. — Afsluitende buurten: 2045–2050. Dit zijn buurten die voorlopig nog niet aardgasvrij worden. Dit kan liggen aan het ontbreken van meekoppelkansen of omdat de uitdagingen nu nog te groot zijn. Wel kunnen bewoners en pandeigenaren in deze buurten nu al aan de slag met het aanbrengen van isolatie om energie te besparen.
Tussenoplossingen De buurten die in de tweede of derde fase aan de beurt komen, kunnen al wel starten met verduurzamen. Zo daalt de CO2-uitstoot van de buurten al voordat de buurt aardgasvrij wordt. De pandeigenaren kunnen hun bezit gaan isoleren. Als richtlijn voor het gewenste isolatieniveau hiervoor ontwikkelt het Rijk de Standaard en bijbehorende streefwaarden. In het volgende kader staat de laatste stand van zaken van deze waarden. Daarnaast kunnen pandeneigenaren waarvan hun cv-ketel aan vervanging toe is, deze vervangen voor een hybride of elektrische warmtepomp. Of dit een nuttige stap is, hangt af van de uiteindelijke warmtetechniek in de buurt en de termijn waarop deze gerealiseerd zal worden. Voor
72
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
buurten die een individuele oplossing krijgen en buurten die nog tenminste 15 jaar een gasnetwerk hebben, kan een hybride warmtepomp een mooie tussenoplossing zijn. Goedgeïsoleerde woningen in buurten die een individuele oplossing krijgen, kunnen ook direct op een elektrische warmtepomp overstappen. De uiteindelijke techniekkeuze per buurt ligt nog niet vast. Op basis van de voorkeurstechnieken uit deze rapportage, zou het met name voor het Buitengebied en Starrenburg interessant kunnen zijn om naar een (hybride) warmtepomp over te schakelen als de cv-ketel vervangen moet worden. De woningen in Starrenburg zijn veelal na 2005 gebouwd. Het eerste vervangingsmoment van hun cv-ketel vindt dus in de komende jaren plaats.
Standaard en streefwaarden In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er een ’Standaard’ (in kWh/m2/jaar) met bijbehorende streef– waarden voor individuele bouwdelen (zoals muren, vloer en glas) komt voor het isolatieniveau van woningen. De Standaard moet woningeigenaren, verhuurders en particulieren meer duidelijkheid geven over wat als goede en toekomstbestendige woningisolatie wordt beschouwd. Met isoleren naar de Standaard worden woningen voorbereid op verwarming met lagere temperaturen dan nu gebruikelijk is. In de kamerbrief over de Standaard voor woningisolatie van 18 maart 2021 (MinBZK, 2019) staat dat wanneer woningen worden geïsoleerd volgens de voorgestelde Standaard, dit betekent dat woningen van na 1945 geschikt zijn voor verwarming met warmte van 50ºC. Bij oudere woningen ontbreekt vaak een spouwmuur, waardoor verduurzamen tot dat niveau meer kostbaar en ingrijpend is. Voor woningen van voor 1945 geldt daarom een lagere standaard, namelijk isoleren tot een niveau dat deze woningen kunnen worden verwarmd met warmte van 70ºC. De standaard en streefwaarden zijn (nog) niet verplicht. De gemeente kan deze al wel gebruiken bij de voorlichting van woningeigenaren.
Startbuurten (2025–2030) Op basis van de kansen die we in dit hoofdstuk beschreven, zien wij drie buurten als kansrijk om een start te maken met de warmtetransitie: Bijdorp, Vlietwijk en Krimwijk. Het totaal aantal woningequivalenten in deze buurten is bijna 3.300. Dit ligt hoger dan de doelstelling op basis van het Klimaatakkoord van circa 2.700 woningequivalenten. Deze drie wijken voor 2030 volledig oppakken is dus ambitieus. Het is aan de gemeente, de woningcorporaties en overige stakeholders om samen te kijken of één of meerdere van de bovengenoemde wijken kan worden aangewezen als startwijk. Het vergt zowel procesmatig als financieel veel van de woningcorporatie(s) om dit op te pakken. Het is belangrijk hier rekening mee te houden, en eventueel te kiezen om de lasten te verdelen. Daarnaast speelt ook het participatietraject een belangrijke rol in de verdere uitwerking van de transitievisie warmte en de keuze met betrekking tot de startwijk(en).
Bijdorp Uit het afwegingskader komt een MT-net naar voren als meest geschikte warmteoplossing voor Bijdorp. Dit lijkt een kansrijke buurt om te starten vanwege de realisatietijd van een warmtenet, het hoge aandeel corporatiebezit in de buurt en de leeftijd van het gasnetwerk.
73
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
De mogelijke warmtebronnen zijn op dit moment nog onzeker. Als de gemeente ervoor kiest om met deze buurt te starten, kan zij overwegen om een tijdelijke warmtebron te realiseren en deze later te vervangen door een duurzame bron. Zo ontstaat er geen vertraging in de ontwikkeling van het warmtenet door de onzekerheid van de bron. Ook geeft dit de mogelijkheid om de temperatuur van de warmte in de tijd geleidelijk te verlagen, als de panden beter geïsoleerd worden. We zien voor meerdere buurten in Voorschoten warmtenetten als voorkeurstechniek. Door aan het begin van de warmtetransitie te starten met één warmtenetbuurt, kunnen de lessen en ervaring van de gemeente hieruit meeneemt ingezet worden in de volgende buurten.
Vlietwijk Vlietwijk is de wijk met het hoogste percentage corporatiewoningen en is daarom gekozen als startbuurt. Uit het afwegingskader komt geen sterke techniekvoorkeur. Zowel MT-net (S2) als elektrische warmtepompen (S1) zijn een optie. De voorkeur van de stakeholders, zoals de woningcorporatie en particuliere woningeigenaren, in de wijk zal doorslaggevend zijn. De woningcorporatie is een belangrijke stakeholder in de wijk en daarmee een belangrijke gesprekspartner voor de gemeente om tot een gedragen techniekkeuze te komen. Als de gemeente en woningcorporatie tot een techniekkeuze kunnen komen voor het corporatiebezit, geeft dit een versnelling. Met Vlietwijk als startbuurt versterkt de gemeente de samenwerking met de corporaties en doet ervaring op met het gezamenlijke optrekken in het aardgasvrij worden.
Krimwijk Ook in Krimwijk is het aandeel corporatiebezit hoger dan in andere buurten: 22%. Daarnaast is Krimwijk een van de jongste buurten van Voorschoten. De buurt bestaat grotendeels uit woningen die na 2005 zijn gebouwd. Enkel de woningen westelijk van de Krimkade zijn ouder en slechter geïsoleerd. De nieuwere woningen in de buurt zijn kansrijk voor verwarming met een elektrische warmtepomp. Met deze woningen als startwijk, doet de gemeente ervaring op met individuele warmtetechnieken en het participatieproces. Voor de oudere woningen zal in het wijkuitvoeringsplan nader gekeken moeten worden wat de meeste geschikte oplossing is. In eerste instantie zou het gasnet hier nog in stand gehouden kunnen worden, om af te wachten of er een warmtenet in Adegeest komt waar deze woningen op kunnen aansluiten.
Meters maken (2030-2045) Na 2030 zal er flink tempo gemaakt moeten worden om de doelen van het Klimaatakkoord te behalen. De buurten die naar verwachting in deze periode het beste aangepakt kunnen worden, zijn Adegeest, Bloemenwijk, Buitengebied, Centrum, Dobbewijk, Nassauwijk, Noord-Hofland en Starrenburg.
74
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
In de buurt Buitengebied is 80% van het gasnetwerk afgeschreven. Bovendien zijn niet alle panden aangesloten op het gasnetwerk. Dit biedt kansen voor een aardgasvrije warmtetechniek. In het Buitengebied liggen de panden ver uit elkaar, dus ligt een individuele warmtetechniek voor de hand. Voor redelijk tot goed geïsoleerde woningen is een warmtepomp een geschikte oplossing. Voor slecht geïsoleerde woningen is mogelijk een alternatieve warmtetechniek nodig, eventueel op duurzaam gas. Duurzaam gas zal pas na 2030 mogelijk beschikbaar zijn. Starrenburg bestaat uit verschillende delen: Starrenburg I met oudere gebouwde woningen, Starrenburg II dat recent gebouwd is, en Starrenburg III dat in aanbouw is en aardgasvrij wordt opgeleverd. Met name Starrenburg II bevat kansen voor zowel een warmtenet als een all-electric-oplossing. Dit is daarmee een geschikte buurt om de warmtetransitie te doorlopen. Noord-Hofland heeft een MT-net als voorkeurstechniek. De buurt heeft een gunstige ligging, het ligt naast een bestaand warmtenet in Leiden. Bovendien zijn er verschillende complexen met blokverwarming in deze buurt. Als de WarmtelinQ+ wordt gerealiseerd, kan deze buurt daarop aansluiten. Tussen 2036 en 2040 staan er verschillende rioolvervangingsprojecten gepland. Dit biedt een kans om direct een warmtenet aan te leggen, of hier tenminste ruimte voor te reserveren.
Het gasnetwerk bestaat deels uit wit-pvc. Voorafgaand aan de werkzaamheden aan het riool en/of warmtenet, moet Liander dit vervangen. De straten in de buurten zullen daarom meerdere keren opengebroken worden. De andere buurten (Adegeest, Bloemenwijk, Centrum, Dobbewijk en Nassauwijk) hebben geen specifieke kansen. Als deze buurten ervoor kiezen om aan te sluiten op een MTwarmtenet en de WarmtelinQ+ wordt gerealiseerd, dan is het verstandig om al voor 2030 te starten met de voorbereidende processen. Juist de voorbereidende processen (beschreven in Hoofdstuk 7 over de benodigde realisatietijd) nemen veel tijd in beslag. Hoe eerder gestart wordt met deze processen, hoe eerder een eventueel warmtenet gerealiseerd kan worden (en hoe meer CO2-uitstoot bespaard kan worden). In de buurten die neigen naar een individuele aanpak kan de gemeente een plan opstellen voor de planning en uitvoering. Voor buurten die niet direct een voorkeur hebben of geschikt zijn voor een elektrische warmtepomp of een warmtenet (bijvoorbeeld Centrum en Bloemenwijk) is het relevant om ook de ontwikkeling van alternatieve technieken met behulp van hernieuwbare gassen op het oog te houden. Hierover is na 2030 mogelijk meer bekend.
Afsluitende buurten (2045–2050) Boschgeest heeft een relatief hoog aandeel corporatiewoningen. Het gasnetwerk bestaat voor een hoog aandeel uit wit-pvc. Zoals beschreven is dit een antikans, omdat dit betekent dat er dubbele werkzaamheden moeten plaatsvinden. Ook kunnen niet alle corporatiewoningen tegelijk worden aangepakt. In combinatie met het hoge aandeel wit-pvc lijkt het verstandig om deze buurt als één van de latere buurten aan te pakken. In de buurten die eerder zijn opgepakt liggen waarschijnlijk nog panden die bijzonder uitdagend zijn gebleken om direct aardgasvrij te maken. Mogelijk is hier gekozen om eerst te isoleren, of over te stappen op een hybride warmtepomp. In deze laatste jaren kunnen ook deze panden aangepakt worden, zodat de gebouwde omgeving in Voorschoten volledig aardgasvrij is.
75
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
11 Conclusies In deze technisch-economisch analyse hebben we onderzocht hoe de gebouwde omgeving CO2-neutraal verwarmd kan worden, door aardgasvrij te worden. Hierbij stonden de volgende vragen centraal: 1. Welke warmtebronnen en energiedragers zijn beschikbaar voor de gemeente Voorschoten? 2. Wat zijn de kosten, zowel nationale als eindgebruikerskosten, van de alternatieven voor aardgas? 3. Wat is de impact van aardgasvrije warmtetechnieken op de woningen en gebouwen, en welke gevolgen hebben deze warmtetechnieken op de openbare en ondergrondse ruimte? 4. Welke kansen om te starten zijn er in de warmtetransitie in de gemeente Voorschoten? 5. Welke route (fasering) in de buurtaanpak is mogelijk om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn? In dit hoofdstuk presenteren we onze conclusies.
11.1
Beschikbare warmtebronnen en energiedragers voor de gemeente Voorschoten Groengas en waterstof voorlopig niet beschikbaar voor verduurzaming gebouwde omgeving Onze analyse sluit zoveel mogelijk aan bij de Startanalyse (versie 2020), ontwikkeld door het PBL. De Startanalyse geeft inzicht in de technisch-economische gevolgen van de volgende vijf warmtestrategieën: — S1: Individuele elektrische warmtepomp. — S2: Warmtenet met midden- en hogetemperatuurbron. — S3: Warmtenet met lagetemperatuurbron. • S3-LT: lagetemperatuurwarmtenet (met lagetemperatuurbron). • S3-MT: middentemperatuurwarmtenet (met lagetemperatuurbron). — S4: Groengas. — S5: Waterstof. Het Rijk heeft aangegeven dat de energiedragers groengas en waterstof zeker tot 2030 geen significante rol kunnen spelen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ook is de toekomstige beschikbaarheid en prijs van deze gassen zeer onzeker, ze ook na 2030 voor de gebouwde omgeving waarschijnlijk alleen een logische optie zijn als er geen andere reële warmtealternatieven voorhanden zijn (MinBZK, 2021). Strategieën 4 en 5 spelen daarmee geen rol voor de TVW Voorschoten, en laten we daarom grotendeels buiten beschouwing in deze technisch-economische analyse.
76
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Verschillende lagetemperatuurwarmtebronnen in (de regio) Voorschoten, beschikbaarheid warmtebronnen van hogere temperatuur nog onzeker Uit de gegevens van de RES-regio Holland Rijnland blijkt dat in de regio verschillende warmtebronnen aanwezig zijn om eventuele warmtenetten van warmte te voorzien. De enige warmtebronnen van hogere temperatuur zijn geothermie en WarmtelinQ+. De beschikbaarheid van deze warmtebronnen is echter nog onzeker: — In de haven van Rotterdam is industriële restwarmte beschikbaar. Gasunie en Havenbedrijf Rotterdam onderzoeken de mogelijkheden om deze restwarmte met een leiding via Vlaardingen naar Den Haag te transporteren (WarmtelinQ), met ter hoogte van Rijswijk mogelijk een aftakking richting Leiden (WarmtelinQ+). Het tracé van WarmtelinQ+ loopt mogelijk door Voorschoten, maar definitieve keuzes moeten nog gemaakt worden en de totstandkoming is nog niet zeker. — Ook de potentie van geothermie is nog onzeker. Er zijn in de regio zes opsporingsvergunningen aangevraagd en bij een spoedig verloop van het onderzoeks- en winningsproces van de zes aanvragen kan de eerste aardwarmte in 2025 beschikbaar komen. Ook kan het landelijke SCAN-onderzoek meer duidelijkheid geven over de geschiktheid van de bodem voor de winning van geothermie. Over de potentie van LT-warmtebronnen in de omgeving Voorschoten is meer bekend.
Aquathermie is de LT-bron met de hoogste potentie, met name in de Vlietland (gelegen in de gemeente Leidschendam-Voorburg), de Vliet (aan de oostgrens van de gemeente), en de Korte liet (nabij Leiden). Andere warmtebronnen op lagere temperatuur zijn zonthermie en lokale restwarmte.
11.2
Nationale en eindgebruikerskosten van de aardgasvrije warmtetechnieken De nationale kosten van de gasvrije warmtetechnieken liggen in de meeste buurten dicht bij elkaar Nationale kosten zijn de totale kosten voor de maatschappij van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijvoorbeeld in een buurt) over te stappen op een aardgasvrije warmtetechniek, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit zijn de kosten over de gehele keten: productie, distributie, gebouwmaatregelen en consumptie. De Startanalyse laat zien dat de nationale kosten van de verschillende warmtestrategieën hoger zijn dan de hr-ketel op aardgas. In de meeste buurten liggen de nationale kosten van de verschillende gasvrije warmtetechnieken niet ver uit elkaar. Een paar buurten vormen hierop een uitzondering: in Starrenburg, Krimwijk en Buitengebied zijn de nationale kosten van een MT-warmtenet hoger dan de kosten van de andere gasvrije technieken.
77
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Eindgebruikerskosten: middentemperatuurwarmtenet in de meeste buurten de goedkoopste gasvrije warmtetechniek Eindgebruikerskosten zijn alle kosten die een bewoner of pandeigenaar betaalt voor de omschakeling naar aardgasvrij verwarmen. De eindgebruikerskosten bestaan uit investeringskosten (onder andere aanschaf van installaties en isolatie) en doorlopende kosten (bijvoorbeeld de energierekening). Strategie 2 (MT-net) is voor de meeste buurten de optie met de laagste kosten voor de eindgebruiker. De afstand met de andere gasvrije warmtetechnieken is het grootst in de buurten Noord-Hofland, Boschgeest, Bijdorp, Dobbewijk en Bloemenwijk. In de buurten Adegeest, Vlietwijk, Starrenburg, Centrum en Nassauwijk is het verschil in eindgebruikerskosten tussen een luchtwarmtepomp en een MT-net kleiner. In Krimwijk is de luchtwarmtepomp zelfs de optie met de laagste kosten voor eindgebruikers.
11.3
Ruimtelijke impact van warmtetechnieken Impact in het gebouw: lagetemperatuurwarmtetechnieken nemen de meeste ruimte in Wat betreft impact in de woning of het gebouw, nemen warmtetechnieken op LT-niveau (S1: elektrische warmtepomp en S3-LT) de meeste ruimte in. Het gaat dan bijvoorbeeld om een warmtepomp, boiler en soms ook buffervat. Ook zijn meestal aanpassingen aan het isolatieniveau en warmteafgiftesysteem nodig. MT- en HT-netten nemen juist wat minder ruimte in de woning in dan de cv-ketel, en vereisen bovendien minder aanpassingen. Met name bij gestapelde bouw waar momenteel met collectieve blokverwarming wordt verwarmd (zonder individuele gasketels), nemen individuele warmtetechnieken veel extra ruimte in. Hier ligt een collectieve warmtepomp dan ook meer voor de hand. Ook kunnen deze gebouwen doorgaans eenvoudig en met relatief lage kosten op een warmtenet worden aangesloten (Rotterdam Engineering, 2019).
Impact op de openbare en ondergrondse ruimte Impact van het verzwaren van het elektriciteitsnet In de buurten die overstappen op verwarmen met elektrische warmtepompen, groeit de elektriciteitsvraag. De elektrische warmtepomp wordt niet alleen gebruikt als individuele warmtetechniek (S1), maar ook in combinatie met warmtestrategie S3-LT. Ook zonnepanelen en elektrische laadpalen vragen extra capaciteit op het elektriciteitsnet. Liander geeft aan dat het elektriciteitsnet in Voorschoten weinig restcapaciteit heeft. Ook in de nieuwbouwwijken is maar zeer beperkte beschikbare restcapaciteit. Wel lopen er momenteel, verspreid over heel Voorschoten, projecten om middenspanningsruimtes bij te plaatsen.
78
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Netverzwaring is dus vrijwel altijd nodig in buurten die voor verwarming gebruik gaan maken van een elektrische warmtepomp (individuele elektrische warmtepomp of LTwarmte–net). In dat geval is er ruimte in de boven- en ondergrond nodig voor verzwaring van het elektriciteitsnet. In modernere wijken is het elektriciteitsnet gemakkelijker aan te passen dan in oudere wijken. Hiermee hebben de buurten Krimwijk en Starrenburg een voordeel ten opzichte van de oudere wijken.
Impact van het aanleggen van warmtenetten Voor het aanleggen van warmtenetten is ruimte nodig in de ondergrond. Dit kan met name een uitdaging zijn in dichtbebouwde historische centra. Voor het aanleggen van de leidingen moet de straat opengebroken worden. Smal opgezette, relatief oude wijken zijn minder geschikt voor het aanleggen van warmtenetten. In de buurten Bloemenwijk en Centrum zien we relatief veel vooroorlogse woningen. Beide buurten zijn niet ruim opgezet, waardoor het aanleggen van warmtenetten problemen op kan leveren. Tabel 32 – (Ruimtelijke) impact van de warmtetechnieken S1
S2 / S3-MT
S3-LT
Isolatie
Isolatie tot minimaal label B. Denk bij isolatie ook aan ventilatie en koeling.
Isolatie afhankelijk van afgiftetemperatuur warmtenet. Denk bij isolatie ook aan ventilatie en koeling.
Isolatie tot minimaal label B. Denk bij isolatie ook aan ventilatie en koeling.
Radiatoren
Plaatsen LT-radiatoren. Koppelen radiatoren met warmtepomp.
Huidige radiatoren voldoen meestal. Koppelen radiatoren met afleverset.
Plaatsen LT-radiatoren. Koppelen radiatoren met afleverset.
Installatie en toebehoren
Verwijderen gasketel, toebehoren en rookgaskanaal. Plaatsing en ruimtebeslag van binnenunit, buitenunit, boiler en eventueel buffervat. Aandachtspunt is de geluidsproductie van de buitenunit.
Ruimtebeslag en plaatsing afleverset. Verwijderen gasketel, toebehoren en rookgaskanaal.
Ruimtebeslag en plaatsing afleverset. Ruimtebeslag en plaatsing elektrische boosterwarmtepomp en boiler voor warm tapwater. Verwijderen gasketel, toebehoren en rookgaskanaal.
Elektriciteitsnetwerk in de buurt
Verzwaren LS-netwerk en plaatsen extra middenspanningsruimtes.
Warmtenetwerk in de buurt
79
Verzwaren LS-netwerk en plaatsen extra middenspanningsruimtes. Aansluitleidingen van warmteleiding naar de woning. Plaatsen warmteleidingen in de straat. Expansielussen. Wijkonderstation.
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Aansluitleidingen van warmteleiding naar de woning. Plaatsen warmteleidingen in de straat. Expansielussen, maar minder dan bij MT/HTnetwerk. Wijkonderstation.
11.4
Kansen om met de warmtetransitie te starten We hebben onderzocht welke buurten kansrijk zijn om een start de maken met de warmtetransitie. Interessante startbuurten kunnen zijn: buurten waar meekoppelkansen zijn met geplande werkzaamheden of buurten met specifieke omstandigheden die maken dat een bepaalde warmtetechniek een aantrekkelijke optie is. We schatten dat ten minste vijf jaar nodig zijn voor planvorming, participatietrajecten en voorbereiding voordat de gemeente daadwerkelijk kan beginnen met het van gas halen van gebouwen in Voorschoten. Daarom kunnen we alleen de kansen benutten die plaatsvinden vanaf 2026. Er zijn maar beperkt gegevens over geplande werkzaamheden na 2026 beschikbaar. Noord-Hofland biedt een kans om mee te koppelen met de sanering van de riolering. Bij het opstellen van de TVW en wijkuitvoeringsplannen is het belangrijk dat de gemeente de investeringsagenda van woningcorporaties mee blijft nemen, net zoals de ontwikkelingen op het gebied van grootschalige stadsvernieuwing, sloop of nieuwbouw. Wel hebben we andere kansen geïdentificeerd: — Contracteerbaarheid: de buurt Vlietwijk, en in minder mate de buurten Bijdorp, Boschgeest en Krimwijk, hebben een hoog aandeel corporatiebezit. — Afschrijving gasnetwerk: het gasnetwerk is het meest verouderd in Bijdorp en Buitengebied.
— Wit-pvc: in de buurten Noord-Hofland en Boschgeest is het gasnetwerk ook vrij oud, echter ligt hier veel wit-pvc. Dit zijn grondroeringsgevoelige leidingen, waardoor aanvullende werkzaamheden nodig zijn in het geval van graafwerkzaamheden. Dit is een anti-kans. — Kansen specifiek voor warmtenetten: Noord-Hofland grenst aan een buurt in de gemeente Leiden waar momenteel al een warmtenet ligt. Dit biedt een mogelijkheid om het warmtenet naar Noord-Hofland uit te breiden. Daarnaast zijn in de buurt Starrenburg verschillende grotere LT-warmtebronnen aanwezig en is er een mogelijkheid voor aquathermie vanuit de Vlietlanden. — Kansen specifiek voor elektrische warmtepompen: op basis van het gemiddelde energielabel en de informatie van Liander, lijken de buurten Starrenburg en Krimwijk kansen te hebben om te starten met een LT-oplossing zoals elektrische warmtepompen. — Sociale kansen: nader onderzoeken in het participatietraject.
11.5
Route naar aardgasvrij in 2050 Voorkeurstechniek per buurt: in veel buurten lijkt een middentemperatuurwarmtenet een geschikte optie Tabel 33 geeft per buurt weer wat de voorkeurstechniek voor de betreffende buurt is als we rekening houden met de criteria uit het afwegingskader: — nationale kosten; — eindgebruikerskosten; — ruimtebeslag in de woning; — impact op de ondergrondse ruimte; — realisatietijd.
80
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Daarnaast hebben we rekening gehouden met de aanwezigheid van warmtebronnen en specifieke bebouwingskenmerken van de buurt. De voorkeurstechniek per buurt is dus enkel gebaseerd op bovengenoemde technisch-economische criteria. Andere (bijv. sociale of organisatorische) overwegingen kunnen ook een rol spelen bij het tot stand komen van een voorkeurswarmtetechniek. Uit het participatietraject moet blijken of de uitkomsten uit dit rapport ook kunnen rekenen op draagvlak onder de inwoners van Voorschoten. Dit kan ertoe leiden dat oplossingen die in dit rapport naar voren komen uiteindelijk niet verder worden onderzocht. Bovendien zullen niet alle gebouwen in een buurt geschikt zijn voor dezelfde warmtetechniek. Met name wanneer een gebouw sterk afwijkt van de bebouwing in de rest van de buurt, kan een andere warmtetechniek meer voor de hand liggen. Tabel 33 – Voorkeurswarmtetechniek per buurt32 Buurtnaam
Voorkeurstechniek(en)
Toelichting/aandachtspunten
NoordHofland
MT-warmtenet — Mogelijk uitbreiding van het warmtenet vanuit Leiden — Potentiële LT-restwarmtebronnen in de buurt aanwezig
Adegeest
MT-warmtenet — Mogelijke restwarmtebron in de buurt: zwembad
Boschgeest
MT-warmtenet — Geen LT-restwarmtebron in de buurt aanwezig
Bijdorp
MT-warmtenet (stap naar LT mogelijk) — Gelegen naast de Vlietland: grote potentiële bron voor aquathermie
Vlietwijk
MT-warmtenet of elektrische warmtepomp — Beide opties lijken geschikt: overleggen met stakeholders in de buurt — Gelegen naast de Vlietland: grote potentiële bron voor aquathermie
Starrenburg
Starrenburg II: elektrische warmtepomp Starrenburg I: elektrische warmtepomp of MT-warmtenet — Potentiële LT-restwarmtebronnen in de buurt aanwezig — Gelegen naast de Vlietland: grote potentiële bron voor aquathermie
Dobbewijk
Onderzoeken of MT-net rendabel kan zijn of groengas — Geen LT-restwarmtebronnen in de buurt aanwezig, wel potentie thermische energie uit drinkwater (TED) — Groengas en waterstof in ieder geval tot 2030 niet beschikbaar — Hybride warmtepomp geschikte tussenoplossing
________________________________ 32
In Voorschoten zijn enkele lokale warmtebronnen aanwezig, zoals aquathermie en LT-restwarmte. Daarnaast zijn voor heel Voorschoten WarmtelinQ+, geothermie en zonthermie mogelijke warmtebronnen.
81
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Buurtnaam
Voorkeurstechniek(en)
Toelichting/aandachtspunten
Krimwijk
Nieuwbouw: elektrische warmtepomp Oudere woningen: ‘mee’ met eventueel warmtenet Adegeest
Centrum
Niet één duidelijke voorkeurstechniek — Nader onderzoek nodig
Nassauwijk
Nieuwbouw: elektrische warmtepomp Rest van de buurt: MT-net — Kleine waterloop in noordwesten van de buurt mogelijke bron voor aquathermie
Bloemenwijk
MT- of HT-warmtenet — Eén potentiële LT-restwarmtebron aanwezig — Aandachtspunt: smalle straten
Buitengebied
Individuele oplossing: elektrische warmtepomp of gasgestookte oplossing — Groengas en waterstof in ieder geval tot 2030 niet beschikbaar
Beschikbaarheid middentemperatuurwarmtebron belangrijk voor realisatie middentemperatuurwarmtenetten Uit Tabel 33 blijkt dat een groot aantal van de buurten in Voorschoten een MT-warmtenet als voorkeurstechniek heeft. Een randvoorwaarde voor warmtenetten is dat er een warmtebron beschikbaar komt. In Voorschoten zijn op dit moment geen MT-warmtebronnen aanwezig. De lokale mogelijkheden voor MT-warmtewinning zijn geothermie en het opwaarderen van LT-warmte uit aquathermie, LT-restwarmte en zonthermie. Mogelijk komt er met de WarmtelinQ+ MT-/HT-restwarmte uit de Rotterdamse haven naar Voorschoten. De hogere temperatuur en de ruime capaciteit van deze transportleiding kan Voorschoten een betrouwbare warmtebron bieden. De komst en de kosten van de WarmtelinQ+ zijn echter nog onzeker. Gezien de potentie die we zien voor warmtenetten, adviseren we Voorschoten om hierover met WarmtelinQ+ in gesprek te gaan.
Tijdspad richting aardgasvrij in 2050 We hebben de Voorschotense buurten opgedeeld in drie groepen, zie Figuur 19: — Startbuurten (2025 – 2030): Bijdorp, Vlietwijk en Krimwijk. Dit zijn buurten waar op basis van de meekoppelkansen de eerste stappen kunnen worden gezet in de warmtetransitie. • Bijdorp (voorkeurstechniek: MT-warmtenet) lijkt een kanshebbende buurt vanwege de realisatietijd van een warmtenet, het hoge aandeel corporatiebezit in de buurt en de leeftijd van het gasnetwerk. • Vlietwijk is de buurt met het hoogste percentage corporatiewoningen in Voorschoten en is vanwege deze contracteerbaarheid kansrijk om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. • In Krimwijk is het corporatiebezit ook vrij hoog en een groot deel van de woningen is na 2005 gebouwd. De nieuwere woningen in de buurt zijn kansrijk voor verwarming met een elektrische warmtepomp. — Meters maken (2030–2045): Adegeest, Bloemenwijk, Buitengebied, Centrum, Dobbewijk, Nassauwijk, Noord-Hofland en Starrenburg.
82
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
— Afsluitende buurten (2045–2050): Boschgeest (vanwege wit-pvc) en de moeilijk te verduurzamen panden in de gemeente. Figuur 19 - Fasering in de tijd
Buurten die nog niet aan de beurt zijn, kunnen al wel aan de slag met verduurzaming De buurten die in de tweede of derde fase aan de beurt komen, kunnen al wel starten met verduurzamen. Zo gaat al op kortere termijn de CO2-uitstoot omlaag. De pandeigenaren kunnen hun bezit gaan isoleren. Als richtlijn voor het gewenste isolatieniveau heeft het Rijk een voorstel voor een Standaard en bijbehorende streefwaarden ontwikkeld. Ook kunnen pandeigenaren, wanneer de cv-ketel aan vervanging toe is, deze vervangen voor een hybride of elektrische warmtepomp. Of dit een nuttige stap is, hangt af van de uiteindelijke warmtetechniek die wordt gekozen voor de buurt en de termijn waarop deze gerealiseerd zal worden. Voor buurten die een individuele oplossing krijgen en buurten die nog tenminste 15 jaar een gasnetwerk hebben, kan een hybride warmtepomp een mooie tussenoplossing zijn. Goed geïsoleerde woningen in buurten die een individuele oplossing krijgen, kunnen ook direct op een elektrische warmtepomp overstappen. De uiteindelijke techniekkeuze per buurt ligt nog niet vast. Op basis van de voorkeurstechnieken uit deze rapportage, zou het met name voor het Buitengebied en Starrenburg interessant kunnen zijn om naar een (hybride) warmtepomp over te schakelen als de cv-ketel vervangen moet worden. De woningen in Starrenburg zijn veelal na 2005 gebouwd.
Het eerste vervangingsmoment van de cv-ketels in deze buurt vindt dus in de komende jaren plaats.
83
200425 - Technisch-economische analyse Voorschoten – April 2021
Literatuur CE Delft, 2019. Functioneel ontwerp Vesta 4.0, Delft: CE Delft. CE Delft, 2020. Verkennend onderzoek zonthermie Zuid-Holland, Delft: CE Delft. CE Delft, sd Alle warmtetechnieken voor bewoners. [Online] Available at: https://www.ce.nl/warmtetechnieken [Geopend 10 februari 2021]. ECW, 2020. Handreiking voor lokale analyse: Verrijking Startanalyse ten behoeve van de transitievisie warmte, sl: Expertisecentrum Warmte. EIB, 2021. Proeftuinen aardgasvrije wijken: Een maatschappelijk-economische analyse van de proeftuinen, Amsterdam: Economisch Instituut voor de Bouw. Milieu Centraal, sd Hybride warmtepomp. [Online] Available at: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/duurzaam-verwarmen-enkoelen/hybride-warmtepomp/ [Geopend 28 januari 2021]. Milieucentraal, sd Volledige Warmtepomp. [Online] Available at: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/duurzaam-verwarmen-enkoelen/volledige-warmtepomp/ [Geopend 26 03 2021]. MinBZK, 2019. Kamerbrief: Standaard voor woningisokatie (18 maart 2021), Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. MinBZK, 2021. Stand van zaken Klimaatakkoord Gebouwde omgeving 12 januari 2021, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Netbeheer Nederland, 2019. Basisinformatie over energie-infrastructuur: Opgesteld voor de Regionale Energie Strategieën, 2019: Netbeheer Nederland. Nieman, 2021.
Rapport standaard en streefwaardes bestaande bouw: Referentie warmtevraag bestaande bouw, Zwolle: Nieman. PBL, 2020. Klimaat- en Energieverkenning 2020, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. PBL, 2020. Release notes Vesta Startanalyse 2020, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. PBL, 2020. Startanalyse aardgasvrije buurten 2020, Den Haag: PBL Planbureau voor de Leefomgeving. PBL, 2020. Startanalyse aardgasvrije buurten Versie 2020. [Online] Available at: https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/ [Geopend 23 02 2021]. Programma Aardgasvrije Wijken, 2021. Vraag en antwoord. [Online] Available at: https://www.aardgasvrijewijken.nl/vraag+en+antwoord/faqs/15+in+het+klimaatakkoord+st aat+de+doelstelling+van/default.aspx#:~:text=(Een%20woning%20is%20gelijk%20aan,andere %20gebouwen%20over%20de%20gemeenten. [Geopend 23 02 2021]. RES-regio Holland Rijnland, sd Vraag en Aanbod van Warmte, sl: sn Rijksoverheid, 2020. Kamerbrief over kabinetsvisie Waterstof, Den Haag: Rijksoverheid. Rijkswaterstaat, sd Klimaatmonitor: Gasverbruik Gebouwde Omgeving 2019 - Voorschoten. [Online] Available at: https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive?workspace_guid=b575a8ea-ed0f4b06-9bae-fbf5059d5a4e [Geopend 12 04 2021]. Rotterdam Engineering, 2019. Advies open warmtenet, Rotterdam: Rotterdam Engineering.