Bijlage 2 Nota van Beantwoording en Nota van Wijziging Klimaatadaptatie (ter inzagelegging)
Tekst van het document
9.b Woningcorporaties, woonbeleid van gemeente Voorschoten en landelijke opgaves vormen de context van het klimaatadaptatiebeleid. In het klimaatadaptiebeleid zijn doelstellingen benoemd, er is niet gespecificeerd met welke maatregelen / technologieën deze doelstellingen behaald dienen te worden. Zo hebben o.a. corporaties de vrijheid om te zoeken naar maatregelen die binnen hun mogelijkheden passen. Tevens zijn het met name doelstellingen, ambities en uitgangspunten geformuleerd waardoor er vrijheid ontstaat om een focus aan te brengen. Zie paragraaf 3.3 voor toelichting.
9.b Geen aanpassingen.
9.c We missen in het stuk de status van de doelstellingen en uitgangspunten die worden genoemd. De eisen, die in het ontwerp beleid staan, worden als verplichting vastgelegd in verordeningen. We gaan ervan uit dat de invulling van de geformuleerde doelstellingen en uitgangspunten per project worden bekeken.
9.c. Er staan twee eisen geformuleerd in het beleid waaraan moet worden voldaan. Zie verder antwoord bij 9.b. Het is inderdaad de bedoeling dat er per project maatwerk wordt geleverd. De kaders (6 kerndoelstellingen) zijn het startpunt voor een goede onderbouwde belangen- en risicoafweging.
9.c Geen aanpassing
klimaatadaptatiebeleid verder invullen en in het College van B&W en de Raad vaststellen.
9
Pagina 29 van 61
#
2
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
9.d Op diverse kaarten is te zien dat de bestaande woningen overlast ervaren van het veranderende klimaat. Zo is op de modelkaarten (p.19 en p.20) duidelijk te zien dat het gebied in de Vlietwijk ten zuidwesten van de ijsbaan erg gevoelig is voor wateroverlast. Dat blijkt ook uit de praktijk: huurders ervaren regelmatig wateroverlast. Wij missen hier echter uitgangspunten van de gemeente en waar de gemeente voor zorgdraagt.
9.d Het is een gezamenlijke opgaven van zowel woningcorporaties, inwoners, ondernemers en gemeente om knelpunten met wateroverlast op te lossen. Want niet alles kan hetzij volledig in de openbare ruimte of op privaat terrein (bestaande bouw) worden opgelost. In de uitvoering van het beleid (Risicodialoog II) zal hier actief de samenwerking voor worden opgezocht.
9.c geen aanpassing
9.e Niet alle maatregelen zijn voor een corporatie haalbaar of werkbaar Dit komt omdat het soms moeilijk is of er geen mogelijkheden zijn om te handhaven. Een voorbeeld is een verplichting voor bewoners om hun voor- en achtertuintjes groen ingericht te laten en te onderhouden: dit is voor ons onwerkbaar. Wij kunnen hier als verhuurder vooralsnog niet op handhaven. Enkele andere voorgestelde oplossingen in bijlage c zijn erg kostbaar om uit te voeren. Dit komt de betaalbaarheid van een (nieuwbouw)woning niet ten goede. We willen daarom met de gemeente in gesprek voor praktische oplossingen voor klimaat adaptieve maatregelen.
9.e De oplossingen die in Bijlage C worden genoemd zijn voorbeelden, deze lijst is niet verplicht en ook niet volledig. Een verplichting t.a.v. tuininrichting wordt in dit beleidsstuk niet genoemd. Wel is het denkbaar om bewoners te stimuleren hun tuin groen- en klimaat adaptief in te richten. Er zijn allerlei bestaande initiatieven die hierop inspelen (denk aan NK tegelwippen, Rainproof, Operatie Steenbreek). Zoals aangegeven bij 9.d zal de gemeente hier actief de samenwerking voor opzoeken met (onder andere) woningcorporaties.
9.e Geen aanpassing
9.f Op pagina 27 staat het doel om nieuwbouwprojecten, maar ook de bestaande bouw, hittebestendig te maken. Een mooie ambitie waar wij ons in kunnen vinden. Wij missen een concrete invulling hoe de gemeente dit wil stimuleren.
9.f Klimaatadaptatie is een relatief nieuw thema wat volop in ontwikkeling is. Dit is een duidelijk geval waarbij een bottom up aanpak de beste is. Net als bestaande openbare ruimte is het belangrijk dat er werk met werk gemaakt wordt. De Routekaart - Schijf van 5 van Bouw Adaptief geeft een richting aan het proces2. Een concrete invulling ontbreekt omdat de gemeente bij bestaande bouw een stimulerende rol
9.f Geen aanpassing
https://bouwadaptief.nl/routekaart/
Pagina 30 van 61
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
heeft in tegenstelling tot de regulerende rol bij nieuwbouw. Bestaande bouw stimuleren om klimaat adaptief te worden is een opgave die de gemeente samen met inwoners en coöperaties wil uitwerken. Zie ook voorgaande antwoorden.
3
9.g Op pagina 27 staat “De ambitie is om 40% van alle horizontale en verticale oppervlakten warmte reducerend en verkoelend in te richten door slimme materiaalkeuze en het toevoegen van groen en/ of water”. Het beleidsdocument geeft niet aan wanneer een oppervlakte beschouwd wordt als warmte reducerend en verkoelend. En of het geldt voor alleen de afwerking van de buitenruimte of ook de gebouwen zelf? Dit uitgangspunt is niet haalbaar voor gebouwen.
9.g Deze maatregel geldt zowel voor gebouwen als voor afwerking van buitenruimte, maar de maatregel geeft met “40% van alle horizontale en verticale vlakken” ruimte om hierin zelf een verdeling te kiezen. Het is een ambitie die al verrassend snel ingevuld kan worden met veel groen en de keuze van gevel materialen (of vormgeving) en/ of zonnewering. Er is geen meeteenheid die hier wordt gehanteerd. Een goede onderbouwing waarom een oppervlak verkoelt en/of niet bijdraagt aan het vasthouden van hitte is voldoende. Zie ter inspiratie ‘De ladder van de koeling’3.
9.g Geen aanpassingen
9.h Op pagina 28 staat de eis bij nieuwbouw dat de restzetting minder dan 15 cm in 30 jaar mag zijn, inclusief eventuele effecten van autonome bodemdaling. Voorschoten is gebouwd op veengrond. De eis is aantrekkelijk als idee, maar in de praktijk zien we niet hoe een ontwikkelaar dit kan garanderen.
9.h Restzetting is een belangrijke eis i.v.m. risico op schade aan gebouwen en infrastructuur, kabels en (drinkwater-) leidingen in de ondergrond en wateroverlast. Met onderbouwing middels zettingsberekeningen en monitoring kan er ook op een slappe bodem worden opgehoogd. Het gaat erom dat het proces beheerst wordt uitgevoerd en controleerbaar is. Zonder voorafgaande onderzoeken en berekeningen is het risicovol om te gaan bouwen in een gebied wat bekend is met een slappe bodem. Zowel voor de ontwikkelaar als de gemeente is het van belang dit zo snel mogelijk inzichtelijk te krijgen en de risico’s inzichtelijk te krijgen.
9.h Geen aanpassingen
9.i Bij het eerste uitgangspunt nieuwbouw van kerndoelstelling 3 op pagina 28 is het onduidelijk wat het uitgangspunt precies inhoudt: gaat het om het hemelwater dat op de grond valt, of ook om het water
9.i Het gaat om alle neerslag op een private kavel, zowel op de grond als wat op het dak valt. Er zijn heel veel maatregelen te bedenken, denk aan wateropslag (regentonnen of ondergronds) of hergebruik in woningen. Op
9.i. Geen aanpassingen.
https://www.duurzaamgebouwd.nl/artikel/20220201-internationaal-podium-voor-ladder-van-koeling
Pagina 31 van 61
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
dat op de daken valt? En aan welke voorzieningen denkt de gemeente? Graag meer duiding op wat de gemeente hiermee bedoelt.
een zandige bodem kan het direct infiltreren in de bodem. Het staat de ontwikkelaar vrij om passende voorzieningen en/of maatregelen te treffen die passen bij de ontwikkeling en locatie specifieke kenmerken. Zie ook antwoord 8.g.
9.j Het lijkt erop dat het uitgangspunt bij kerndoelstelling 4 voor de initiatiefnemers van nieuwbouw voor alle wijken geldt. Ook voor de wijken in het gebied waar volgens de kaart van figuur 8 op pagina 18 geen overstroming plaatsvindt. Het lijkt ons onnodig dit voor deze wijken ook als uitgangspunt te benoemen.
9.j Het geldt specifiek voor gebiedsontwikkelingen. Dit betekent een gebied waarbij er binnen het project ook openbare ruimte nieuw wordt aangelegd. De ontwikkelaar dient aan te tonen dat aan het uitganspunt wordt voldaan. In het geval dat zo’n ontwikkeling in een gebied met weinig risico wordt aangelegd is dit uitgangspunt met gemakt te halen en hoeft er eenvoudig aan te worden getoond dat het risico is afgedekt.
9.j. Geen aanpassingen.
9.k Op pagina 30 wordt bij doel 5.3 genoemd dat natuurinclusief bouwen het uitgangspunt is bij nieuwbouw. In het gehele stuk wordt natuurinclusief verder niet genoemd of gedefinieerd. Dit doel mist relatie met andere uitgangspunten. Graag meer duiding vanuit de gemeente wat hiermee bedoeld wordt.
9.k Natuurinclusief bouwen is toegevoegd aan de begrippenlijst. Tevens zal dit uitgangspunt verder worden uitgewerkt in groenbeleid wat in 2023 wordt opgesteld.
9.k Toegevoegd aan begrippenlijst
9.l Op pagina 32 staat dat ook de energietransitie een belangrijk aanknopingspunt is om het dorp Klimaat adaptief in te richten. We vinden dit te vrijblijvend. We zien graag dat er relatie wordt gelegd tussen de energietransitie en het klimaat adaptief inrichten van de openbare ruimte. Hierbij vinden we het belangrijk dat de gemeente bij een klimaat adaptieve inrichting rekening houdt met de noodzakelijke bovengrondse en ondergrondse ontwikkelingen die nodig zijn voor de energietransitie. In het ontwerp klimaatdaptiefbeleid ontbreekt de relatie met andere kaders en verordeningen die bij
9.l De gemeente gaat steeds meer gebiedsgericht te werk, bijvoorbeeld in de wijk Adegeest. Het voordeel hiervan is dat alle belangen die in dit gebied spelen dan integraal meegenomen kunnen worden. Dit heeft dus onze aandacht.
9.l Geen aanpassingen.
Pagina 32 van 61
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
9.m Afkoppelen is een thema wat zeker aan bod zal komen in Risicodialoog deel II met diverse belanghebbenden en stakeholders waaronder woningcorporaties.
9.m. Geen aanpassingen.
10.a Onder 3.1 wordt uitgelegd waarom Voorschoten kiest voor 2040: met de stip eerder op de horizon te zetten onderschrijft Voorschoten de urgentie van klimaatadaptatie. Deze urgentie wordt ook uitgesproken in het huidige coalitieakkoord van Voorschoten. Tevens zijn 2040 en 2050 geen eindstations: zowel het klimaat als de kennis over klimaatadaptatie blijven veranderen. Daarom moet de gemeente blijven evalueren hoe Voorschoten ervoor staat en welke maatregelen passend zijn. Daarbij past ook een eerdere stip op de horizon.
10.a Geen aanpassingen
10.b Het klimaatadaptatiebeleid geeft een eerste aanzet met doelstelling 5.2. Voor het kappen van bomen moet een vergunning aan worden gevraagd. Bomenbeleid is een thema op zich wat zijn eigen proces kent vanwege vergunningen en handhaving. Deze ambitie zal verder worden geconcretiseerd in het groenbeleid wat in 2023 wordt opgesteld. In de uitvoeringsagenda staat hier over:
10.b Geen aanpassingen
de energietransitie belangrijk zijn. 9.m De gemeente wil het gemengd rioolstelsel de komende jaren gaan vervangen door een gescheiden stelsel. Hoe meer woningen hun hemelwaterafvoer hierop aansluiten, hoe effectiever de maatregel. Als corporaties worden we graag betrokken om mee te denken over het aansluiten van hemelwaterafvoeren van onze woningen, tuinbergingen e.d. op een apart hemelwaterriool.
10
10.a De gemeente Voorschoten stelt als ambitie om in 2040 al klimaat adaptief te zijn terwijl de landelijke ambitie 2050 is. Voor een dergelijk hoog ambitieniveau wordt het onvoldoende concreet in beleidsvoornemens of uitvoeringsstappen. Dit is een onderschatting van de problematiek. Stel de doelstelling bij naar de landelijke ambitie van 2050.
10.b Voorschoten wil de hittestress ondervangen met o.a. meer schaduw van bomen, dan zal het ambitieniveau van een herplantplicht van één op één volstrekt onvoldoende zijn. Durf het dan aan om voor iedere verdwenen boom er anderhalve of twee terug te planten.
“In 2023 wordt onderzocht of er een Bomencompensatiefonds
Pagina 33 van 61
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
kan worden gerealiseerd zodat bomen die worden gekapt altijd gecompenseerd worden. Ook als dat niet past binnen het plangebied.”
10.c Ook is inmiddels gebleken hoe moeilijk het is om de verstening in tuinen tegen te gaan, wat bij de problematiek van vernatting een belangrijke rol speelt.
10.d In Zoeterwoude is een straat aangelegd, die de daarop vallende neerslag 24 uur kan vasthouden. Voor Voorschoten lezen we over dergelijke initiatieven geen woord. De grootschalige herinrichting van de wijk Adegeest (o.a. vervanging riolering) biedt een uitgelezen gelegenheid voor het benutten van een zg. ‘meekoppelkans’ (zie blz. 32), die niet onbenut gelaten mag worden en verder dient te gaan dan een onderzoek of gebruik gemaakt kan worden dan de impulsregeling DPRA. Ook wijzen we graag op de uitzending van ‘EenVandaag’ van 28-08-2020 (https://eenvandaag.avrotros.nl/item/eenvandaag28- 08-2020/) ‘Regenwater opvangen is al jaren verplicht in Vlaanderen: Het scheelt veel geld, geen idee waarom het niet in Nederland gebeurt’. In Vlaanderen is het opvangen en hergebruik van regenwater at jaren verplicht. Sinds 2004 moeten huiseigenaren een waterput onder hun woning bouwen.
Pagina 34 van 61
Zie ook antwoorden bij reactie 6 10.c Er zijn allerlei bestaande initiatieven die inspelen op het thema verstening (denk aan NK tegelwippen, Rainproof, Operatie Steenbreek). Voorschoten is aangesloten bij operatie Steenbreek. Het stimuleren van groene voor- en achtertuinen zal zeker met regelmaat aan bod komen in de verdere uitvoering van dit beleid 10.d In hoofdstuk 4 worden de meekoppelkansen besproken. In hoofdstuk 5.1 wordt expliciet Adegeest als voorbeeld genoemd van zo’n meekoppelkans i.c.m. de vernieuwing van het riool en ook als ontwikkeling die in de aanvraag voor de DPRA wordt meegenomen. De kansen die in Adegeest liggen zijn in beeld, daar wordt hard aan gewerkt. Ook met de impulsregeling worden er stappen gezet. Het proces is nog onvoldoende ver om het op dit moment anders te formuleren in de uitvoeringsagenda.
10.c Geen aanpassing
10.d Geen aanpassing
#
Verkorte weergave reactie
10.e Het is opvallend dat alle doelstellingen en uitgangspunten in hoofdstuk 3.2 alleen een concretere inhoud krijgen voor de nieuwbouw. De vraag is of die ook al van toepassing zijn op de bestaande plannen (het Fortuyn van Voorschoten, Starrenburg III, Arsenaal Segaar, Beresteyn). Zelfs als dat het geval is, zal het hooguit om 10-15% van het totale woningbestand van Voorschoten gaan. Het is belangrijker om het oog te richten op de 8590% bestaande woningen. Daar wordt echter weinig concreets over gezegd. Net als bij de energietransitie is het voor de nieuwbouw allemaal wel te doen, maar voor de bestaande bouw stapelen de problemen zich op. Dat geldt naar analogie ook voor de klimaat adaptatie. Het is dus juist van belang om daarover meer concreet te zijn. 10.g Tenslotte valt het op dat de gehele visie vanuit een sterk antropocentrisch perspectief geschreven is, met een nadruk op de bebouwde omgeving. Er wordt grotendeels voorbijgegaan aan de schadelijke effecten van klimaatverandering op de natuurlijke omgeving en de in onze gemeente voorkomende soorten dieren en planten, de parken en buitenplaatsen of het leven in onze oppervlaktewateren. Veel nadrukkelijker moet worden nagestreefd dat de bebouwde kom onderdeel is of wordt van het landschap, dat de bebouwde kom als een landschap voor mens, dier en plant moet worden gezien.
Er moet daarnaast ook expliciet aandacht aan het buitengebied worden besteed, onder meer aan het probleem van verzilting als gevolg van langdurige droogte.
Pagina 35 van 61
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.e Zie antwoord bij 9f
10.e Geen aanpassingen
10.g Gemeente Voorschoten onderschrijft het belang van de natuur in het algemeen, en in relatie tot klimaatadaptatie. Daarom is als kerndoelstelling “Voorschoten wordt groener en blauwer opgenomen”. Naar aanleiding van o.a. dit klimaatadapatiebeleid wordt er in 2023 gestart met het opstellen van nieuw groenbeleid om dit thema verder uit te werken. Zo krijgt de natuur een volwaardig eigen document.
10.g Geen aanpassingen
#
Verkorte weergave reactie
10.h Hiernaast willen wij ervoor pleiten om in het Uitvoeringsprogramma aandacht te besteden aan de volgende concrete maatregelen: •
• • • • •
• • •
•
streven naar een vast percentage openbaar groen in de bebouwde kom, b.v. 15a ; projectontwikkelaars verplichten tot behoud en aanbrengen van nieuw groen; kunnen ze dat niet, dan verplichten tot een bijdrage in een groenfonds; actief op zoek gaan naar verharde plekken in het openbaar domein die vergroend kunnen worden; waterbergingen aanbrengen of water bergen op daartoe geprofileerde straten (voorbeeld: Leidseweg Noord); kaart van potentiële infiltratiegebieden maken; “ drainage ondergrond bevorderen waar dat mogelijk is; subsidies en bewustwordingsacties gericht op particuliere tuinbezitters voor regentonnen, groene daken en andere vormen van wateropvang; aanstellen regenwaterambassadeur, watercoach ter ondersteuning van particulieren; vergroenen van corporatietuinen/ruimten: afspraken maken in het kader van de prestatieafspraken met woningcorporaties; “ het natuurlijk systeem (landschap, ondergrond etc.) als vertrekpunt nemen bij maatregelen in openbaar terrein en bij nieuwbouw; “ bij vervanging riolering bezitters van aanliggende huizen stimuleren zelf met
Pagina 36 van 61
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.h Deze suggesties liggen in de lijn van wat de gemeente voor ogen heeft en zullen worden meegenomen in voorbereidingen voor Risicodialoog deel II
10.g Geen aanpassingen
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.i Dit is een bekend probleem maar de oorzaak ligt niet in klimaatverandering maar in onderhoud aan het rioolstelsel. Wel heeft dit een effect op de waterkwaliteit wat een van de doeltellingen is in dit beleid. Zoals aangegeven onder (onder andere) 5.1 en hoofdstuk 4 is dit een grootschalige opgave voor de gemeente aankomende jaren, die tevens meekoppelkansen biedt voor klimaatadaptatie en kansen om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren. Het stimuleren van afkoppelen van hemwelwater en een gescheiden rioolstelsel dragen bij aan de oplossing van dit probleem.
10.i Geen aanpassingen
10.j Wij ontvangen hier met regelmaat klachten over
10.j Geen aanpassingen
10.k Figuurnummer aangepast
10.k aangepast, zie hoofdstuk 3
10.l zin verwijderd
10.l aangepast, zie hoofdstuk 3
eigen maatregelen mee te koppelen, gesteund door financiële prikkels/subsidies. 10.i Een groot probleem van het gemengde rioolsysteem, zoals grotendeels in Voorschoten toegepast, is dat in geval van overbelasting (van o.a. het rioolgemaal) bij steeds vaker voorkomende hevige regenbuien de riooloverstorten in werking treden. De gevolgen voor de waterkwaliteit van het oppervlaktewater zijn funest en zonder forse maatregelen zal dit probleem in de toekomst alleen maar groter worden. NB. Dit is een groot probleem in Voorschoten, daarom al in het begin vermelden (zie blz. 21). Het gaat dus niet alleen om ondergelopen tunnels en kelders. 10.j Overigens wordt op blz. 10 en 21 het Geestwoningpad genoemd als een weg die bij hevige regen onder water staat. Wij herkennen dit niet. Voor zover ons bekend heeft dit fietspad nooit onder water gestaan. 10. k Het wordt warmer (blz. 11 paragraaf 2.1). De verwijzing naar fig. 2. Klimaatmitigatie vs. Klimaatadaptatie in het kader van de verwachting van de stijging van de gemiddelde temperatuur klopt niet. Wordt fig. 1 bedoeld? Tekst weglaten. 10.l Hitte eiland (kader blz. 12). Figuur 4 geeft de stijging van de jaartemperatuur in Nederland van 1900-2020 (KNMI) weer en heeft niets te maken met een wandeling van het platteland naar het centrum van een stad. De tekst 'Dit is weergegeven in figuur 4 op pagina 11’ weglaten. Pagina 37 van 61
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.m Gezondheidsproblemen (blz. 13). Hittestress hier vermelden (voorlaatste bullet). Hittestress + Eenzaamheid = Gezondheidsrisico ouderen. Het dorstgevoel van ouderen is verminderd, waardoor ze minder drinken en verhitting en uitdroging op de loer liggen. (Bron: Hitte- en eenzaamheidskaart). 10.n Schade aan de leefomqeving (blz. 13). Laatste zin. De toenemende temperatuur, in combinatie met droogte, heeft ook grote gevolgen voor het planten- en dierenleven. Niet alleen bosbranden, maar ook gedwongen migratie of zelfs het verdwijnen van soorten door minder geschikt worden van leefgebied hier vermelden.
10.m overgenomen
10.m aangepast, zie hoofdstuk 3
10.n aangepast
10.n aangepast, zie hoofdstuk 3
10.o Het wordt natter (blz. 16). Punt 3 laatste zin aanpassen: .. 'dan wanneer bebouwing veel drooglegging heeft’. Dit is onduidelijk (en krom Nederlands). Is wellicht bedoeld: ‘dan bij bebouwing op hoger gelegen grond’? Drooglegging slaat op het droogmalen van wateren, zoals het Haarlemmermeer, of de IJsselmeerpolders 10.p Zeespieqelstijginq (kader blz. 16).Voorschoten ligt aan boezemwater (de Vliet). Door de stijging van de zeespiegel zal de afvoercapaciteit (bij Katwijk) verminderen (er zal meer water met pompen moeten worden geloosd), wat waarschijnlijk leidt tot langere hoge waterstanden in de boezemwateren. Er is dus iets meer aan de hand dan het onderhoud van de primaire dijken (blz. 16). Onderhoud duinen, de belangrijkste verdedigingslinie voor Voorschoten, wordt ten onrechte niet genoemd. 10.q Het wordt droqer (blz. 21 e.v.) Veenoxidatie (blz. 21). Deze paragraaf zal niet voor elke leek duidelijk zijn. Het inklinken van de veenbodem door consolidatie, het water wordt er
10.o aangepast
10.o aangepast, zie hoofdstuk 3
10.p de primaire keringen (duinen) zijn wel genoemd onder 2.2.
10.g Geen aanpassingen
10.q aangepast
10.q aangepast, zie hoofdstuk 3
Pagina 38 van 61
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.r Funderingen (blz. 21 & 23). Gebouwen zijn ofwel 'op staal' gefundeerd of staan op palen ‘paalfundering’. Het oudere gedeelte van Voorschoten ligt op de binnenste strandwal, een oude duinrug, zand dus, de fundering hier is 'op staal’. De woonwijken van na de Tweede Wereldoorlog zijn veelal gerealiseerd in poldergebieden, waar de draagkrachtige zandlaag (veel) dieper ligt, wat een paalfundering noodzakelijk maakt. Hiervoor worden tegenwoordig betonnen palen gebruikt. Zijn er in het verre verleden wellicht houten palen in Voorschoten toegepast? Graag enige toelichting. Wellicht korte omschrijving geologisch profiel in Oost-westelijke richting van Voorschoten invoegen.
10.r Er is nog geen compleet overzicht van de fundering types van bestaande woningen in gemeente Voorschoten.
10.g Geen aanpassingen
10.s Compressie van de grond (o.a. blz. 21). Het juiste woord is consolidatie. Onder druk — al van zijn eigen gewicht - klinkt met name een veenachtige bodem maar ook een kleipakket in doordat het aanwezige water uit de poriën wordt geperst. Dit is een natuurlijk proces, dat al eeuwen lang plaatsvindt en los staat van de klimaatverandering. De consolidatie kan versneld worden door voorbelasting (bv. Starrenburg III), de toepassing van zandpalen/verticale drainage enz. Ook het aanbrengen van een bovenlaag van zand (het bouwrijp maken) zal een versnelde consolidatie veroorzaken. Het gevolg hiervan is dat de bodem,
10.s het woord compressie is veranderd. Legenda is aangepast.
10.s aangepast, zie hoofdstuk 3
onder druk uitgeperst, is een ander verschijnsel dan veenoxidatie. Eerste zin hier weglaten (zelfde tekst als derde zin). Veenoxidatie heeft alles te maken met het grondwaterpeil. Bij een (te) lage grondwaterstand zal er meer veenoxidatie plaatsvinden met een bodemdaling als gevolg. Deze paragraaf herschrijven.
Pagina 39 van 61
Bodemdaling krijgt veel aandacht omdat het een van de thema’s is die de DPRA aanhoudt. Bij bodemdaling wordt het risico op wateroverlast bij piekbuien vergroot zoals wij ook in de praktijk kunnen ervaren op sommige plekken in Voorschoten. Het effect van lagere grondwaterstanden komt aan bod onder 2.3 en het kopje Veenoxidatie. Dit stuk tekst is iets aangepast nav reactie 1 (zie hoofdstuk 3).
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.t Voorschoten toekomstbestendiq (blz. 25)De bodemdaling is niet het gevolg van de klimaatverandering, wel de versnelling daarvan. In regel 9 het woord ‘bodemdaling’ vervangen door ‘versnelde bodemdaling’.
10.t aangepast
10.t aangepast, zie hoofdstuk 3
10.u Kerndoelstellinq 1 (blz. 27).’Voorschoten is een prettige plek om te verblijven, ook bij” hitte extremen’. Zeg gewoon dat het bij de steeds vaker voorkomende extreme temperaturen onaangenamer wordt, maar dat we dat in Voorschoten proberen zo goed mogelijk op te vangen.
10.u wij zijn tevreden met de tekst van de doelstelling
10.u Geen aanpassingen
10.v Wat wordt met transformaties bedoeld?
10.v De transformatie van een gebouw is het opnieuw gebruiken van een gebouw (skelet). De transformatie van een gebied betekent dat meerdere bestaande panden in het gebied getransformeerd worden. Dit gaat dus over bestaande bouw. De tekst in de doelstelling is iets verduidelijkt.
10.v aangepast, zie hoofdstuk 3
indien die uit klei- en/of veenlagen bestaat, daalt, wat tot meer wateroverlast leidt. Waar het pleistocene zand zich op grotere diepte bevindt — de oostelijke rand van Voorschoten — en de dikte van de klei & veenlaag groter is (tot wel 20 m.) zal de inklinking van de grond groter zijn. Er wordt in dit document veel aandacht aan bodemdaling geschonken, terwijl dit fenomeen slechts zeer zijdelings met klimaatverandering te maken heeft. Wel het effect van de lagere grondwaterstanden hier vermelden. Op blz. 22 de legenda bij de figuren 12 en 13 aanpassen. Derde bullet klopt niet.
Pagina 40 van 61
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.w Wat zijn blauwe daken en gevels?
10.w zie begrippenlijst voor blauwe en groene daken.
10.w aangepast, zie hoofdstuk 3
De zin ‘Ook waar gebouwen en infrastructuur van gemaakt zijn speelt een rol aanpassen in bv. ‘De gebruikte materialen voor gebouwen en straten spelen een rol, alsmede de mate van warmtereflectie’. Materialen zijn niet warmtereducerend, wel neemt het ene materiaal minder warmte op dan het andere; het gaat om de absorptie van warmte. Ook het reflecterende oppervlak is belangrijk.
De tekst is aangepast
10.x Bijlage C (blz 37): Voorkom warmte-accumulatie (materiaalgebruik) en gebruik hittereflecterende materialen.
10.x aangepast
10.x aangepast, zie hoofdstuk 3
10.y Het ijkpunt van 40% schaduw wanneer de zon op zijn hoogst staat lijkt vrijwel onmogelijk. Projecteer dat bijv. op het Burg. Berkhoutpark en bedenk dat dit soort verblijfplaatsen niet alleen op 21 juni aangenaam moeten zijn.
10.y Dit is als ijkpunt gekozen omdat de schaduw dan loodrecht op de grond valt. En dit gebruikt kan worden als onderbouwing. Hiervoor gebruiken wij dezelfde aanpak als bouw adaptief.
10.y Geen aanpassingen
10.z Airconditioning. Onder “uitgangspunten nieuwbouw”: hoe ga je airco's tegenhouden? De opmerking dat airco's de buitentemperatuur niet mogen verhogen is fysische onzin. Het principe van een airco is immers dat hij de binnentemperatuur verlaagt en de warmte buiten afgeeft. De doelstelling moet zijn om het gebruik van airconditioning en de bijbehorende elektriciteitsvraag te ontmoedigen.
10.z zie antwoord 8.e
10.z Geen aanpassingen
10.1 Kerndoelstellingen 2 en 3 (blz. 28 - beperken schade door droogte en hevige regen): dit is een volledig mensgericht verhaal. Dient meeromvattend te zijn en ook de natuurlijke omgeving te
10.1 Zie antwoord 10.g
10.1 Geen aanpassingen
Pagina 41 van 61
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.2 Onder “uitgangspunten nieuwbouw“: voetnoot nr. 2 ontbreekt.
10.2 aangepast
10.2 aangepast, zie hoofdstuk 3
10.3 Kerndoelstellinq 2 (blz. 28) - langdurige droogte. Woord ‘(grond)watertekort’ vervangen door ‘te lage grondwaterstanden’. Een versnelde bodemdaling is hiervan een gevolg. Hier moet ook de schade aan flora en fauna worden gemeld. 10.4 Doel 2. Dit staat niet op zichzelf, maar is een rechtstreeks gevolg van een te lage grondwaterstand. Er wordt niets gezegd over het buitengebied, de parken en de buitenplaatsen, laat staan over het bewateren daarvan. Daar wordt de droogte het meest beleefd. 10.5 Drinkwaterbesparinq (blz. 28). Het gebruik van drinkwater voor doeleinden waarvoor deze waterkwaliteit niet vereist is (doorspoelen toilet, beregenen tuinen, wassen auto's enz.) beperken door het aanbrengen van een gescheiden systeem. Zie voorbeeld Vlaanderen, waar elk nieuwbouwhuis een verplicht ondergronds waterreservoir (hemelwater) heeft voor deze doeleinden (zie uitzending EenVandaag van 28-08-2020, (https://eenvandaag.avrotros.nl/item/eenvandaag-28-082020/)).
10.3 Dit gaat ook over watertekorten in bijvoorbeeld vijvers etc. De uitleg staat verder in 2.3 en 2.4.
10.3 Geen aanpassingen
10.4 aangepast
10.4 aangepast, zie hoofdstuk 3
10.5 dit is een goede suggestie
10.5 Geen aanpassingen
10.6 zie antwoord 7.f
10.6 Geen aanpassingen
betreffen. Dit moet o.a. tot uiting komen in de doelen.
10.6 Kerndoelstellinq 3 (blz. 28 & 29) - beperkte hinder en schade bij” hevige regenval. Opnieuw wordt dit weer uitgewerkt in uitgangspunten voor de nieuwbouw. De problematiek ligt vooral bij de bestaande wijken en bebouwing.
Pagina 42 van 61
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.7 Wat wordt met ‘autonome bodemdaling’ bedoeld?
10.7 Zie begrippenlijst ‘zetting en restzettingseis’:
10.7 Geen aanpassingen
10.8 Doel 3.4. Veranderen in ‘De capaciteit van het rioolstelsel is toegerust op het verwerken van grotere hoeveelheden water’. Het gaat dus niet alleen om grotere diameter van het riool maar ook om de capaciteit van het rioolgemaal. Dit doel is alleen van toepassing bij een gemengd rioolsysteem.
10.8 Het is belangrijk dat het onderhoud van zowel een gemengd als een gescheiden rioolstelsel op orde is om niet verder bij te dragen aan water op straat bij piekbuien.
10.8 Geen aanpassingen
10.9 Het begrip ‘schade’ dient te worden opgevat in de breedste zin, dus ook voor wat betreft de natuurlijke omgeving.
10.9 Dat klopt, al zal er een gezamenlijke afweging moeten worden gemaakt welke schade wij na een piekbui acceptabel vinden voor zowel de bebouwde als de natuurlijke omgeving.
10.9 Geen aanpassingen
10.10 Laatste regel blz. 28: ‘Oppervlakkige afwatering’betekent dat minder goede afwatering? Afwatering via het oppervlak (oppervlakte-afwatering) is iets anders. Natuurlijk afwatering zal in de meeste gevallen via het oppervlak gaan, dus deze twee begrippen overlappen elkaar grotendeels. Zin veranderen in bv. 'In het plangebied de natuurlijke afwatering, veelal via de oppervlakte, zoveel mogelijk toepassen’.
10.10 Deze tekst sluit aan bij de tekst van Leidraad 2.0 van Bouw Adaptief
10.10 Geen aanpassingen
10.11 Blz. 29: in 2d• regel ‘waterdiepte’ veranderen in ‘waterhoogte’.
10.11 niet overgenomen
10.11 Geen aanpassingen
10.12 Ontwaterinq zou het verschil zijn tussen maaiveld en grondwaterstand? Ontwatering of drainage is de afvoer van overtallig water uit de grond. In de tekening van Fugro staat het woord ‘ontwaterings-diepte’, dat is wezenlijk iets anders dan ‘ontwatering’. Met ‘diepte’ wordt het grondwaterpeil bedoeld tot waarop ontwaterd dient te worden. Fig. 13 (blz. 29) veranderen in Fig. 14. In tekst aangeven waarom deze
10.12 Ontwateringsdiepte aangepast. Figuur verduidelijkt en onderschrift aangepast.
10.12 aangepast, zie hoofdstuk 3 en figuur 13 in beleidsstuk
Pagina 43 van 61
#
Verkorte weergave reactie
tekening is opgenomen (ter verduidelijking van het begrip ’ontwateringsdiepte’). Wat heeft breuk in de regionale kering met deze tekening te maken? Wat is de betekenis van DI/DIT? 10.13 Eis nieuwbouw ‘Bij woningen op houten palen’; houten palen worden al heel lang niet meer toegepast (betonnen palen is nu de standaard). Dus weglaten. 10.14 Kerndoelstelling 4 (blz. 29) - Beperkte schade bij een overstroming. De boezemdijken van het Rijn- Schie-kanaal (de Vliet) zijn regionale keringen. Als zo'n boezemdijk doorbreekt, loopt de daarachter gelegen polder onder water, wat in het verleden een aantal keren is gebeurd. De brandweer rukt dan uit om het overtollige water zo snel mogelijk weg te pompen. De brandweer moet daarvoor wel voldoende capaciteit hebben. Vele jaren geleden is een deel van de wijk (polder) Bijdorp onder water komen te staan doordat de boezemdijk doorbrak (vlakbij de appartementen aan het Buizerderf). Het waterpeil in de poldersloten steeg daardoor sterk. Diverse huizen voeren een deel van hun hemelwater via een pijp rechtstreeks af op deze poldersloten. Omdat deze pijpen niet waren voorzien van een terugslagklep kwamen diverse kelders/garages onder water te staan. Calamiteiten. Als dit deel van Zuid-Holland onder water komt te staan, bv.
de dijk bij Katwijk breekt door, welke maatregelen zijn dan de verantwoordelijkheid van de gemeente? Waar worden de bewoners van de ondergelopen woonwijken opgevangen?
Pagina 44 van 61
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.13 aangepast
10.13 aangepast, zie hoofdstuk 3
10.14
10.14 geen aanpassing
Bevolkingszorg-Bij calamiteiten is de gemeente verantwoordelijk voor bevolkingszorg, zoals opvang en verzorging en het geven van voorlichting. Zelfredzaamheid-De gemeente gaat uit van de verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van de inwoners, en richt haar zorg met name op de verminderd zelfredzamen. Verminderd zelfredzamen zijn niet alleen ouderen en mensen met een beperking, maar bijvoorbeeld ook kinderen en anderstaligen. Opvanglocatie-De gemeente heeft een aantal locaties voorbereid waar inwoners kunnen worden opgevangen, zoals bijvoorbeeld een sporthal. Welke opvanglocatie wordt ingericht is geheel afhankelijk van het soort incident en hoeveel inwoners er opgevangen moeten worden. Wees voorbereid-Op de website Hollands Midden Veilig, hollandsmiddelveilig.nl, staat informatie om jezelf en anderen voor te bereiden en te redden als dat nodig is. Via het liveblog is direct informatie te lezen bij incidenten.
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
De website overstroomik.nl geeft de waterhoogte weer bij overstroming op alle adressen in Nederland. 10.15 Uitgangspunt nieuwbouw (blz. 29): het nieuwe bouwpeil ... wat wordt hier bedoeld?
10.15 Zie begrippenlijst: bouwpeil.
10.15 Geen aanpassingen
10.16 Kerndoelstelling 5 (blz. 29 & 30). Voorschoten wordt ‘blauwer’ en ‘groener’. De woorden ‘blauwer’ en ‘groener’ tussen aanhalingstekens plaatsen.
10.16 niet overgenomen
10.16 Geen aanpassingen
10.17 Bij kerndoelstelling 4 & 5 wordt het nog vager. Daar komt dan weer een oud konijn uit de hoed, namelijk het klimaatadaptief maaibeleid. Daar is niets mis mee, maar het wordt inmiddels wel een veel gedraaide groef, evenals de bijenlinten. Waarom is de monetaire waarde (beter: kostprijs) van een boom uitgangspunt bij herplantplicht? Moet niet eerder de ecologische of klimaatadaptieve waarde voorop staan? 10.18 3.3. Toelichting (blz. 31). Dit stuk kan beter
10.17 de monetaire waarde is toetsbaar bij ene vergunning aanvraag. Zie ook antwoord 6.f
10.17 Geen aanpassingen
10.18 niet overgenomen
10.18 Geen aanpassingen
10.19 3. Bestratinq. In het hele document is niets te vinden over andere vormen van bestrating. Wąteropvanq. Over dit onderwerp staat niets in dit concept beleidsstuk.
10.19 Dit zijn oplossingsrichtingen en/ of maatregelen. Dit beleid geeft de kaders voor klimaat adapatie, de uitwerking hiervan zal bijvoorbeeld een plek krijgen in de LIOR wat betreft bestrating. Buffetvoorzieningen om water langdurig in vast te houden zijn projecten op zich waarvan de mogelijkheden als uitvoering van dit beleid in de toekomst verkend kunnen worden.
10.19 Geen aanpassingen
10.20 Huisaansluitingen op het riool Huizen die op palen staan zakken niet maar het riool dat onder de straat ligt wel. De aansluiting op het riool dient derhalve deze zakking te kunnen volgen door een flexibel
10.20 Dit is per wijk verschillend maar flexibele-verbindingselementen zijn inderdaad een goede maatregel in zettingsgevoelige gebieden.
10.20 Geen aanpassingen
worden verplaatst naar het begin van hoofdstuk
Pagina 45 van 61
#
Verkorte weergave reactie
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.21 Deze suggesties worden meegenomen in Risicodialoog deel II
10.21 Geen aanpassingen
10.22 Dit is doelstelling 5.2
10.22 Geen aanpassingen
10.23 Gescheiden rioolstelsel (blz. 34). Deze paragraaf over gescheiden rioolstelsel is overbodig; is reeds behandeld op o.a. blz. 21. Men dient zich ervan bewust te zijn dat het oude riool veelal uit grespijpen bestaat, die enigszins waterdoorlatend waren en bij de koppelingen was dat zeker het geval (boomwortels groeiden naar de koppelingen om op die manier water aan het riool te onttrekken). Daarmee hadden deze rioolpijpen ook onbedoeld een drainagefunctie (verlagen grondwaterpeil). Bij het vervangen van deze rioolpijpen door een ander materiaal kan deze drainagefunctie verloren gaan met veel wateroverlast tot gevolg (zie wederom problematiek Vlietwijk enige jaren geleden). Hier dus rekening mee houden bij het vervangen van de riolering. 10.24 Blz. 35. Kan wellicht worden aangegeven wat er moet worden gereguleerd en geregisseerd?
10.23 Het klopt dat als oude riolering lek is het deels een drainerende functie heeft. Als het riool vervangen wordt kan de grondwaterstand hierdoor wijzigen tenzij er een drainage systeem of een drainage infiltratie (transport) riool wordt aangelegd. Dit is onder de aandacht bij de gemeente.
10.23 Geen aanpassingen
10.24 Zie Participatienota Samen Maken We Voorschoten voor de achtergrond.
10.24 Geen aanpassingen
10.25 Begrippenlijst (blz. 36). Risicodialooq. Prioritering van de diverse opties in samenhang met het beschikbare budget. Hittestress. Bij hittestress kan het lichaam zichzelf niet goed afkoelen. Dat kan verschillende gevolgen hebben:
10.25 De risicodialoog staat al uitgebreid in de begrippenlijst. Hittestress wordt uitgebreid behandeld in 2.1 en hoeft daarom niet in de begrippenlijst.
10.25 Geen aanpassingen
verbindingselement aan te brengen. Bij de bouw van veel huizen in Voorschoten is dit niet gebeurd, waardoor de waterafvoer na enige tijd afbreekt (een veelvuldig voorkomend euvel). Zie problematiek Vlietwijk. 10.21 Uitvoeringsplan. De weg naar 2040 (blz. 32 e.v.) Regels 4 & 7: ‘aankomende jaren in ’komende jaren’. Hoe gaat de gemeente stimuleren dat bewoners hun ‘steentje’ bijdragen? Denk aan o.a. tegels wippen, geveltuintjes, regentonnen, groene (schuur)daken. 10.22 Bomencompensatie (blz. 33). Ambitie moet zijn: meer bomen planten dan kappen.
Pagina 46 van 61
#
Verkorte weergave reactie
huiduitslag, krampen, oververmoeidheid, agressief gedrag, beroertes, nierfalen, ademhalingsproblemen. In het ergste geval kun je er zelfs aan doodgaan. 10.26 Zettinq en restzettinqen. lnkrimpen van de bodem is slecht taalgebruik, inklinken van de grond of bodemdaling wordt meestal als term gebruikt. De zetting vindt ook plaats onder het eigen gewicht (consolidatie). In bijlage D wordt dit correct omschreven, dus waarom dat niet overnemen? 10.27 Bijlaqen (blz. 37 e.v.). In bijlage C. Oplossingen is een uitstekende lijst te vinden van mogelijke oplossingen voor hitte, droogte en neerslag met de juiste terminologie. Hiervan is weinig terug te vinden in het document zelf. Welke oplossingen zijn het kansrijkst in Voorschoten? 10.28 Achtergrondinformatie restzettingseis (blz. 38). Er bestaan grote verschillen in de verschillende woonwijken, het genoemde getal van ca. 1 a 2 mm per jaar is mogelijk een gemiddelde, maar geldt zeker niet voor de woonwijken aan de Vliet (zie problematiek Vlietwijk). Volgens bijlage D valt Voorschoten te verdelen in een zettingsgevoelig gebied met een zandige deklaag en een minder zettingsgevoelig gebied (vanaf maaiveld een zandige deklaag). Deze formulering is niet juist, omdat er rechtstreeks op het zand wordt gebouwd en er lang niet altijd een ophooglaag wordt aangebracht (zand op zand: is geen deklaag maar een ophooglaag).
Ook de benaming ’minder zettingsgevoelig gebied’ is enigszins misleidend, er zal nauwelijks enige zetting plaatsvinden, zeker als het zand van te voren is verdicht. De bodem bestaat vanaf het maaiveld uit zand is een betere omschrijving. Bij het zettingsgevoelige gebied eventueel invoegen ’een zandige deklaag op een veen- en kleibodem’.
Pagina 47 van 61
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.26 In de begrippenlijst wordt dit begrip laagdrempelig uitgelegd. De uitleg is iets aangepast n.a.v. deze opmerking
10.26 aangepast, zie hoofdstuk 3
10.27 Er zijn heel veel kansrijke oplossingen voor Voorschoten, dat is niet gemakkelijk op te sommen. De uitvoering van dit beleid zal een plek krijgen in (lopende) projecten en Risicoldialoog deel twee waarin knelpunten verder worden uitgewerkt.
10.27 Geen aanpassingen
10.28 Het gemiddelde gaat over heel Voorschoten. De tekst van bijlage D is iets aangescherpt.
10.28 aangepast, zie hoofdstuk 3
#
Verkorte weergave reactie
10.29 Algemeen Dit document aanvullen met klimaat adaptieve maatregelen die de laatste jaren reeds zijn genomen ter illustratie. Veel van wat over nieuwbouw gezegd wordt is niet rechtstreeks aan klimaatveranderingen gekoppeld. Belangrijker is het aanpassen van de bestaande bebouwing.
Pagina 48 van 61
Reactie gemeente
Gevolgen voor het klimaatadaptatiebeleid
10.29 Dat is inderdaad een heel belangrijk onderwerp. Zie antwoord 9.f.
10.29 Geen aanpassingen
3. Nota van wijziging Ontwerp Klimaatadaptatiebeleid (was)
Definitief Klimaatadaptatiebeleid (wordt)
Wijzigen naar aanleiding van reactie 1 1a
Klimaatverandering is omvangrijk en raakt veel facetten en stakeholders. Klimaatadaptatie is bovendien nieuw in gemeente Voorschoten, daarom is er voor gekozen om als startpunt binnen de gemeentelijke organisatie ervaringen en expertise op te halen via de zogenaamde risicodialoog om zo de aandachtspunten op te halen maar ook om samenwerking op te zoeken. Daar zijn ook inhoudelijke stakeholders bij betrokken, zoals de GGD / Hecht, het Hoogheemraadschap Holland Rijnland en de provincie Zuid-Holland. Binnen de gemeentelijke organisatie is een risicodialoog gevoerd om alle relevante kennis en aandachtspunten op te halen, maar ook om samenwerking op te zoeken. We noemen dit de risicodialoog deel I. In deze fase gaat het vooral om te reguleren en te regisseren waardoor de nadruk op meeweten en meedenken ligt (blauw in figuur 14)
Klimaatverandering is omvangrijk en raakt veel facetten en stakeholders. Klimaatadaptatie is bovendien nieuw in gemeente Voorschoten, daarom is er voor gekozen om als startpunt binnen de gemeentelijke organisatie ervaringen en expertise op te halen. Hiervoor is gestart met de zogenaamde risicodialoog om zo de knelpunten te inventariseren en ook om samenwerking op te zoeken. Daar zijn ook inhoudelijke stakeholders bij betrokken, zoals buurgemeenten, de GGD / Hecht, het Hoogheemraadschap Holland Rijnland en de provincie Zuid-Holland. Binnen de gemeentelijke organisatie is een risicodialoog gevoerd om alle relevante kennis en aandachtspunten op te halen, maar ook om samenwerking op te zoeken. We noemen dit de risicodialoog deel I. In deze fase gaat het vooral om te reguleren en te regisseren waardoor de nadruk op meeweten en meedenken ligt (blauw in figuur 14)
1b
Paragraaf 2.3 onder “Veenoxidatie”
Paragraaf 2.3 onder “Veenoxidatie”
Wanneer het watergehalte in veengrond daalt, zal de bodem dalen. Wanneer veengrond in aanraking komt met zuurstof, ontstaat er een reactie waardoor het veen verbrandt en de bovenste laag verdwijnt. Dit noemen we bodemdaling door oxidatie. Wanneer er voldoende grondwater beschikbaar is, wordt het veen niet blootgesteld aan buitenlucht, ontstaat er geen oxidatie en blijf de bodem op hetzelfde peil.
Wanneer het watergehalte in veengrond daalt, zal de bodem dalen. Wanneer veengrond in aanraking komt met zuurstof, ontstaat er een reactie waardoor het veen verbrandt en in de bovenste laag verdwijnt. Dit noemen we bodemdaling door oxidatie. Bodemdaling is niet het enige probleem, bij dit proces komen ook broeikasgassen vrij (CO2) die bijdragen aan klimaatverandering. Wanneer er voldoende grondwater beschikbaar is, wordt het veen niet blootgesteld aan buitenlucht zuurstof, ontstaat er geen oxidatie en blijf de bodem op hetzelfde peil.
Paragraaf 2.3 onder het kopje Gevolgen voor Voorschoten
Paragraaf 2.3 onder het kopje Gevolgen voor Voorschoten
Op dit moment voldoet minder dan 1% van het Nederlandse water aan de Europese kwaliteitsnormen. In Voorschoten is het
Op dit moment voldoet het Nederlandse oppervlaktewater matig aan de Europese kwaliteitsnormen. De ecologische kwaliteit is
1e
Pagina 49 van 61
Ontwerp Klimaatadaptatiebeleid (was)
Definitief Klimaatadaptatiebeleid (wordt)
de kwaliteit van het water slecht tot matig. Dat levert risico’s op bij bepaalde bacterieconcentraties voor zowel dieren als mensen. Voorschoten staat deels op veengrond. Droogte en daardoor verlaagde grondwaterstanden kunnen zorgen voor verzakkingen en het wegrotten van houten funderingspalen waardoor er schade aan huizen en infrastructuur kan ontstaan. Ook kan de oppervlaktewaterkwaliteit afnemen door kwel, dat is het omhoog stromen van (zout) grondwater in de lagergelegen gebieden.
matig tot slecht en de chemische kwaliteit voldoet meestal ook niet4. In Voorschoten is het de kwaliteit van het oppervlaktewater slecht tot matig. Dat levert risico’s op bij bepaalde bacterieconcentraties voor zowel dieren als mensen. Voorschoten staat deels op veengrond. Droogte en daardoor verlaagde grondwaterstanden kunnen zorgen voor verzakkingen en het wegrotten van houten funderingspalen waardoor er schade aan huizen en infrastructuur kan ontstaan. Ook kan de oppervlaktewaterkwaliteit afnemen door kwel, dat is het omhoog stromen van (zout) grondwater in de lagergelegen gebieden. Naast het dorp bestaat Voorschoten ook voor een groot deel uit buitengebied waaronder een aantal parken. Langdurige droogte kan schade aanrichten aan flora en fauna. Door extra bewateren kan de schade worden beperkt maar dat verhoogt de vraag naar drinkwater.
(Zie ook onder nota van wijzigingen 5.g)
2 www.clo.nl/indicatoren/nl1438-kwalieit-oppervlaktewater-krw
(Zie ook onder nota van wijzigingen 5.g) Wijzigen naar aanleiding van reactie 5 5a
nvt
Toegevoegd aan 1.3.2 Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in haar brief5 van 25 november 2022 kenbaar gemaakt dat water en bodem sturend worden bij ruimtelijke planvorming. Ook wordt er in deze brief de ambitie gesteld om het drinkwatergebruik van 125 liter terug te brengen naar 100 liter in 2035 per hoofd van de bevolking. Water en bodem zijn letterlijk de basis van ons bestaan en van grote invloed op het dagelijks leven.
4
www.clo.nl/indicatoren/nl1438-kwalieit-oppervlaktewater-krw
5
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/11/25/water-en-bodem-sturend
Pagina 50 van 61
5b
5c
5.d
Ontwerp Klimaatadaptatiebeleid (was)
Definitief Klimaatadaptatiebeleid (wordt)
Paragraaf 1.3.5
Paragraaf 1.3.5
Het IWKP behandelt de watertaken; de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemel- en grondwater, het beheer van het stedelijk water en de zorgplicht van het waterschap voor het zuiveren van afvalwater. Het IWKP omvat ook beleid op klimaat.
Het IWKP behandelt de watertaken; de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemel- en grondwater, het beheer van het stedelijk water en de zorgplicht van het waterschap voor het zuiveren van afvalwater. Het IWKP omvat ook beleid op klimaat. Ook de drinkwaterbereiding en -levering door de drinkwaterbedrijven is onderdeel van deze waterketen
Paragraaf 1.3.9
Paragraaf 1.3.9
De huidige coalitie van Voorschoten onderschrijft het belang van klimaatadaptatie. “Voorschoten is duurzaam en toekomstbestendig” is één van de drie pijlers van het huidige coalitieakkoord. Voorschoten gaat aan de slag met oplossingen op het gebied van klimaatadaptatie en komt met een pakket aan maatregelen tegen hittestress, wateroverlast en droogte. Duurzaam bouwen is de standaard, het riool wordt verbeterd. Dat gebeurt samen met inwoners, ondernemers, woningcorporaties, het Hoogheemraadschap en de provincie.
De huidige coalitie van Voorschoten onderschrijft het belang van klimaatadaptatie. “Voorschoten is duurzaam en toekomstbestendig” is één van de drie pijlers van het huidige coalitieakkoord. Voorschoten gaat aan de slag met oplossingen op het gebied van klimaatadaptatie en komt met een pakket aan maatregelen tegen hittestress, wateroverlast en droogte. Duurzaam bouwen is de standaard, het riool wordt verbeterd. Dat gebeurt samen met onder andere inwoners, ondernemers, woningcorporaties, het drinkwaterbedrijf Dunea, het Hoogheemraadschap en de provincie.
nvt
Paragraaf 2.1 onder het kopje “het wordt warmer” toegevoegd: •
5.e
Paragraaf 2.3 onder het kopje Schade aan gebouwen en infrastructuur
Pagina 51 van 61
Door verschillende vormen van opwarming van de ondergrond komt de kwaliteit van het leidingwater in het geding. Te warm water zorgt voor extra bacteriële groei en is daarmee een risico voor de volksgezondheid. Drinkwater mag om deze reden volgens de wet niet warmer worden dan 25 graden Celsius.
Paragraaf 2.3 onder het kopje Schade aan gebouwen en infrastructuur
5g
Ontwerp Klimaatadaptatiebeleid (was)
Definitief Klimaatadaptatiebeleid (wordt)
droogte kunnen klei- en veengronden sneller dalen door verdichting en oxidatie. Het bovengelegen pand zakt mee, en bij ongelijkmatige verzakking kan er schade ontstaan aan het gebouw. Bij droogte kunnen klei- en veengronden sneller dalen door verdichting en oxidatie. Bovengelegen infrastructuur (verhardingen en kabels en leidingen) en op staal gefundeerde bebouwing (zonder paalfunderingen) kunnen mee zakken. Met name bij ongelijkmatige verzakking kan er hierdoor schade ontstaan. Bij
Bij droogte kunnen klei- en veengronden sneller dalen door verdichting en oxidatie. Het bovengelegen pand zakt mee, en bij ongelijkmatige verzakking kan er schade ontstaan aan het gebouw. Bij droogte kunnen klei- en veengronden sneller dalen door verdichting en oxidatie. Bovengelegen infrastructuur; verhardingen en kabels en (water)leidingen en op staal gefundeerde bebouwing (zonder paalfunderingen) kunnen mee zakken. Met name bij ongelijkmatige verzakking kan er hierdoor schade ontstaan.
Paragraaf 3.1
Paragraaf 3.1
Een vooruitblik naar 2040 Al tientallen jaren verandert ons klimaat. Jaar in jaar uit worden er weerrecords gebroken. Voorschoten merkte dat vroeger ook. Boeren hadden ‘s zomers last van mislukte oogsten. Bij hevige regenval stonden wegen, fietspaden en speeltuinen onder water. En in het centrum was het onprettig om te verblijven op hete dagen. Dat is nu, in 2040, wel anders. Door klimaatadaptieve maatregelen te treffen is Voorschoten een groen en biodivers dorp, waar het ook bij weersextremen prettig wonen is. De straten zijn opnieuw ingericht, met veel ruimte voor bomen, planten en water. Wegen en fietspaden zijn gewoon begaanbaar na een flinke regenbui. De kwaliteit van het water in meren en sloten is flink toegenomen. In 2022 voldeed slechts minder dan 1% van de Nederlandse wateren aan de Europese kwaliteitsnormen, dat is nu wel anders: je kan weer overal zwemmen en spelen. En voor bewoners is klimaatadaptatie de normaalste zaak, ieder draagt z’n steentje bij. Tegels in tuinen zijn verruild voor groen, mensen vangen regenwater op in regentonnen en platte daken zijn groene daken geworden.
Een terugblik vanuit 2040 Al tientallen jaren verandert ons klimaat. Jaar in jaar uit worden er weerrecords gebroken. Voorschoten merkte dat vroeger ook. Boeren hadden ‘s zomers last van droogte. Bij hevige regenval stonden wegen, fietspaden en speeltuinen onder water. En in het centrum was het onprettig om te verblijven op hete dagen. Dat is nu, in 2040, wel anders. Door klimaatadaptieve maatregelen te treffen is Voorschoten een groen en biodivers dorp, waar het ook bij weersextremen prettig wonen is. De straten zijn opnieuw ingericht, met veel ruimte voor bomen, planten en water. Wegen en fietspaden zijn gewoon begaanbaar na een flinke regenbui. De kwaliteit van het water in meren en sloten is flink toegenomen. De Nederlandse wateren voldeden in 2022 matig of helemaal niet aan de Europese kwaliteitsnormen, dat is nu wel anders: je kan weer overal zwemmen en spelen. En voor bewoners is klimaatadaptatie de normaalste zaak, ieder draagt z’n steentje bij. Tegels in tuinen zijn verruild voor groen, mensen vangen regenwater op in regentonnen en gebruiken dit in en rondom het huis. Platte daken zijn groene daken geworden.
(Zie onder nota van wijzigingen 1.e)
(Zie onder nota van wijzigingen 1.e)
Pagina 52 van 61
5h
5f
5f
5i
Ontwerp Klimaatadaptatiebeleid (was)
Definitief Klimaatadaptatiebeleid (wordt)
Paragraaf 3.2 kerndoelstelling 2
Paragraaf 3.2 kerndoelstelling 2
Droogte, en de bijbehorende effecten zoals (grond)watertekort, bodemdaling en verslechtering van de waterkwaliteit, moeten worden tegengegaan. Dat is mogelijk door hemelwater zoveel mogelijk lokaal op te slaan en (waar mogelijk) te laten infiltreren naar het grondwater. Dat vertaalt zich in de volgende doelstellingen:
Droogte, en de bijbehorende effecten zoals (grond)watertekort, drinkwatertekorten, bodemdaling en verslechtering van de waterkwaliteit, moeten worden tegengegaan. Dat is mogelijk door hemelwater zoveel mogelijk lokaal op te slaan, regenwater te (her)gebruiken en/of (waar mogelijk) te laten infiltreren naar het grondwater. Dat vertaalt zich in de volgende doelstellingen:
Paragraaf 3.2 doelstelling 2.3:
Paragraaf 3.2 doelstelling 2.3:
2.3 De waterkwaliteit verbetert in Voorschoten
2.3 De waterkwaliteit van oppervlaktewater verbetert in Voorschoten.
Paragraaf 3.2 kerndoelstelling 2:
Paragraaf 3.2 kerndoelstelling 2:
Uitgangspunten nieuwbouw • Het uitgangspunt bij ontwerp en inrichting is drinkwaterbesparing, regenwaterbenutting en verbetering van de waterkwaliteit.
Uitgangspunten nieuwbouw • Het uitgangspunt bij ontwerp en inrichting is drinkwaterbesparing, regenwaterbenutting en verbetering van de kwaliteit van oppervlaktewater.
nvt
Verwijzing 3 onder kerndoelstelling 3: 3 In de Hemelwaterverordening van de gemeente Voorschoten staan de
eisen geformuleerd. Dit is een ambitie bovenop de verordening.Lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR657700 5.k
Paragraaf 3.2 kerndoelstelling 3:
Paragraaf 3.2 kerndoelstelling 3:
Uitgangspunten nieuwbouw • Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht en hergebruikt in het plangebied;
Uitgangspunten nieuwbouw • Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, hergebruikt en/of in de bodem gebracht in het plangebied;
Pagina 53 van 61
Ontwerp Klimaatadaptatiebeleid (was)
Definitief Klimaatadaptatiebeleid (wordt)
Wijzigen naar aanleiding van reactie 10 10.k
10.l
10.m
Paragraaf 2.1 onder ‘In het kort”
Paragraaf 2.1 onder ‘In het kort”
De temperatuur in Nederland is al met 2° Celsius gestegen sinds 1920 (zie figuur 4 op de voorgaande pagina), en de verwachting is dat de gemiddelde temperatuur nog verder zal stijgen (zie figuur 2).
De temperatuur in Nederland is al met 2° Celsius gestegen sinds 1920 (zie figuur 4 op de voorgaande pagina), en de verwachting is dat de gemiddelde temperatuur nog verder zal stijgen (zie figuur 1).
Paragraaf 2.1 onder “Hitte-eiland”
Paragraaf 2.1 onder “Hitte-eiland”
Als je een wandeling zou maken van het platteland naar het centrum van een stad, zul je merken dat de temperatuur geleidelijk aan toeneemt. Dat is weergegeven in figuur 4 op pagina 11.
Als je een wandeling zou maken van het platteland naar het centrum van een stad, zul je merken dat de temperatuur geleidelijk aan toeneemt. Dat is weergegeven in figuur 4 op pagina 11.
Paragraaf 2.1 onder “Gezondheidsproblemen”
Paragraaf 2.1 onder “Gezondheidsproblemen”
Ouderen vereenzamen in hete periodes, omdat ze niet naar buiten kunnen.
Ouderen vereenzamen in hete periodes, omdat ze niet naar buiten kunnen. Ook het dorstgevoel van ouderen vermindert, waardoor ze minder drinken en verhitting en uitdroging op de loer liggen. Eenzame ouderen die weinig sociaal contact hebben zijn extra kwetsbaar voor uitdroging6.
1 Hitte- en eenzaamheidskaart voor alle gemeenten -
10.n
6
Paragraaf 2.1 onder “Schade aan de leefomgeving”
Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl) Paragraaf 2.1 onder “Schade aan de leefomgeving”
Hitte- en eenzaamheidskaart voor alle gemeenten - Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl)
Pagina 54 van 61
10.o
Ontwerp Klimaatadaptatiebeleid (was)
Definitief Klimaatadaptatiebeleid (wordt)
De andere categorie is schade aan de leefomgeving. Bij hitte kunnen materialen uitzetten, en dat kan schade aan gebouwen en infrastructuur tot gevolg hebben. Zo kan het zijn dat bruggen niet meer open of dicht gaan. Elektriciteitsvoorzieningen kunnen plat komen te liggen in geval van extreme hitte, en ook de drinkwaterkwaliteit kan achteruit gaan wanneer het water in de leidingen opwarmt. Ook schept de toenemende temperatuur, in combinatie met droogte, een situatie waarin bos- en heidebranden sneller kunnen ontstaan en verspreiden. Dit heeft zowel economische als ecologische schade als gevolg. Paragraaf 2.1 onder “3. De mate waarin water vastgehouden, geborgen en afgevoerd kan worden”
De andere categorie is schade aan de leefomgeving. Bij hitte kunnen materialen uitzetten, en dat kan schade aan gebouwen en infrastructuur tot gevolg hebben. Zo kan het zijn dat bruggen niet meer open of dicht gaan. Elektriciteitsvoorzieningen kunnen plat komen te liggen in geval van extreme hitte, en ook de drinkwaterkwaliteit kan achteruit gaan wanneer het water in de leidingen opwarmt. Ook schept de toenemende temperatuur, in combinatie met droogte, een situatie waarin bos- en heidebranden sneller kunnen ontstaan en verspreiden. Natuurbranden hebben zowel economische- als ecologische schade als gevolg.
De diameter van een riool bepaalt hoeveel water er door kan stromen. De hoeveelheid verhard oppervlak aangesloten op het riool bepaald hoeveel water het riool moet verwerken. De hoogte van een kade of dijk bepaalt hoeveel extra ruimte er is om water op te nemen bij een regenbui. We maken hierbij onderscheid tussen primaire waterkeringen (die bescherming bieden tegen buitenwater uit de Noordzee, Waddenzee, de grote rivieren en het Ijssel- en Markermeer) en regionale waterkeringen (die bescherming bieden tegen binnenwater uit kleinere rivieren, meren en kanalen). Daarnaast is de hoogteligging van bebouwing van belang. Als je in een gebied laaggelegen bebouwing hebt, dan zal er bij een peilstijging in het oppervlaktewater eerder wateroverlast optreden dan wanneer de bebouwing veel drooglegging heeft.
Paragraaf 2.1 onder “3. De mate waarin water vastgehouden, geborgen en afgevoerd kan worden”
10.q
Zie onder nota van wijzigingen 1.b
De diameter van een riool bepaalt hoeveel water er door kan stromen. De hoeveelheid verhard oppervlak aangesloten op het riool bepaald hoeveel water het riool moet verwerken. De hoogte van een kade of dijk bepaalt hoeveel extra ruimte er is om water te bergen bij een regenbui. We maken hierbij onderscheid tussen primaire waterkeringen (die bescherming bieden tegen buitenwater uit de Noordzee, Waddenzee, de grote rivieren en het Ijssel- en Markermeer) en regionale waterkeringen (die bescherming bieden tegen binnenwater uit kleinere rivieren, meren en kanalen). Daarnaast is de ligging van bebouwing ten opzichte van het grondwaterpeil van belang. Als je in een gebied laaggelegen bebouwing hebt, dan zal er bij een peilstijging in het oppervlaktewater eerder wateroverlast optreden dan wanneer de bebouwing veel drooglegging heeft. Een grondwaterpeil varieert gedurende het jaar en is in de winter vaak dichter bij het maaiveld (de oppervlakte) dan in de zomer. Er is eerder grondwateroverlast als er weinig ruimte is tussen het grondwaterpeil en de fundering. Zie onder nota van wijzigingen 1.b
10.s
Paragraaf 2.3 onder “Schade aan gebouwen en infrastructuur”
Paragraaf 2.3 onder “Schade aan gebouwen en infrastructuur”
Pagina 55 van 61
10.t
10.v
10.w
Ontwerp Klimaatadaptatiebeleid (was)
Definitief Klimaatadaptatiebeleid (wordt)
Bij droogte kunnen klei- en veengronden sneller dalen door compressie en oxidatie. Het bovengelegen pand zakt mee, en bij ongelijkmatige verzakking kan er schade ontstaan aan het gebouw. Bij droogte kunnen klei- en veengronden sneller dalen door compressie en oxidatie. Bovengelegen infrastructuur (verhardingen en kabels en leidingen) en op staal gefundeerde bebouwing (zonder paalfunderingen) kunnen mee zakken. Met name bij ongelijkmatige verzakking kan er hierdoor schade ontstaan.