CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 A buitenplaats huize bijdorp_toelichting

Gemeenteraad Voorschoten 16 december 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp28.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die naar verwachting in 2022 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus, zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Het plangebied is gelegen aan het kanaal van Corbulo. Deze locatie valt buiten het plangebied, hier zullen geen ontwikkelingen (ook niet voor eventuele watercompensatie) plaatsvinden. Archeologische verwachting blad 57 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

De bodemverstorende graafwerkzaamheden die gepaard gaan met de herontwikkeling zullen eventueel aanwezige archeologische resten verstoren dan wel vernietigen. Het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan Voorschoten Oost (onherroepelijk op 16 mei 2012) deels in een zone met de archeologische dubbelbestemming Waarde – Archeologisch gebiedstype 5 en deels in een gebied met de archeologische dubbelbestemming Waarde – Archeologisch gebiedstype 6. Nadien is in 2013 de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart hereikt en is voor het gehele gebied één hoge archeologische verwachting vastgelegd (zie paragraaf 2.3.4). Bureauonderzoek In het kader van de onderhavige herontwikkeling is door Antea Group (2021) een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het volledige rapport is meegenomen in Bijlage 8 bij het onderhavige bestemmingsplan. Op basis van het bureauonderzoek kan worden geconcludeerd dat binnen het plangebied een (middel)hoge kans op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode vanaf het neolithicum, maar vooral uit de middeleeuwen en nieuwe tijd aanwezig is. Dientengevolge wordt geadviseerd om daar waar nieuwbouw plaats vindt, nader archeologisch onderzoek in de vorm van (in eerste instantie) een verkennend booronderzoek uit te (laten) voeren (ingreep nrs. 1a en 4).

Daarnaast wordt aanbevolen om daar waar wegen worden verhard/verbeterd en parkeerplaatsen worden aangelegd (ingreep nrs. 1b, 2 en 3) géén nader archeologisch veldonderzoek uit te (laten) voeren tenzij er dieper dan 0,3 m – mv in onverstoorde grond wordt gegraven. In dat geval wordt aanbevolen om ook hier een verkennend booronderzoek uit te (laten) voeren. Ook wordt aanbevolen om géén nader archeologisch onderzoek uit te voeren ter plaatse van de geplande theekoepel, tenzij hier dieper dan 1,0 m – mv wordt gegraven. In dat geval wordt aanbevolen om ook hier een verkennend booronderzoek uit te (laten) voeren. Dit vanwege de Romeinse verwachting (Kanaal van Corbulo). De bovenstaande adviezen zijn per ingreep hieronder weergegeven. Tabel 4.4: Uitkomsten bureauonderzoek.

Conclusie In het vigerende bestemmingsplan heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' meegekregen. Dit betekent dat op deze gronden slecht kan worden gebouwd, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en voorafgaande aan de bouwwerkzaamheden een rapport is overlegd waarin de blad 58 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. De archeologische waarden binnen het plangebied worden beschermd middels het handhaven van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' in voorliggend bestemmingsplan. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.4.2

Cultuurhistorie en landschap Kader In oktober 2015 heeft het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorschoten Huize Bijdorp aangemerkt als een gemeentelijk monument. Huize Bijdorp is van vanwege zijn ‘stedenbouwkundige, landschappelijke, architectonische cultuurhistorische en ensemblewaarde’ voor de gemeente van algemeen belang. De poort bij het klooster is een Rijksmonument. Buitenplaats Huize Bijdorp is van hoge waarde in de context van de geografische ontwikkeling met nederzettingen aan de Vliet en de daaropvolgende culturele ontwikkeling in de 17e eeuw tot de landgoederenzone. Huize Bijdorp is onder meer onderdeel van de Landgoederen Biotoop van de provincie Zuid-Holland. De hoofdstructuren met park en verkaveling contour uit de 17e, 18e en 19e eeuw zijn nog grotendeels intact en herkenbaar in het landschap, dit is van hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Toetsing De doorontwikkeling van Huize Bijdorp zal nadrukkelijk vanuit het gehele ensemble van de buitenplaats worden opgezet. De wens/visie van de Congregatie is om vooruitlopend op de voltooiing van de Congregatie de buitenplaats toekomstbestendig te maken met respect voor huidige aanwezige waarden en daarbij eventuele ontwikkelmogelijkheden.

De Congregatie streeft naar behoud van de buitenplaats (en behoud van aanwezige cultuurhistorische waarden) door doorontwikkeling van de buitenplaats. De functionele samenhang van verschillende onderdelen van de buitenplaats blijven behouden. Herkenbare entiteiten in de buitenplaats blijven herkenbaar, de basisstructuur behouden en waar mogelijk worden de verschillende ontwikkelingslagen vanuit de buitenplaats behouden of zichtbaar gemaakt. Omwille van het behoud van de gehele buitenplaats en de doorontwikkeling mogelijk te maken wordt een deel van het klooster (monument) gesloopt en zal nieuwbouw plaatsvinden. Dit deel betreft een vleugel van het gebouw waar de cultuurhistorische waarden niet dusdanig zijn als bij het beeldbepalende element van de kapel. Met de doorontwikkeling zal de cultuurhistorische en landschappelijke samenhang van de buitenplaats zoveel mogelijk versterkt worden. Voorbeelden daarvan zijn: de buitenplaats wordt openbaar toegankelijk.

Er worden wandelpaden met entree vanaf de Veurseweg aangelegd en de monumentale toegangspoort aan de Veurseweg zal in gebruik genomen worden; ensemble zelfvoorzienende eenheid weer in ere hersteld; de verschillende bijgebouwen (orangerie, wasserij) krijgen nieuwe functies, zoals een ontmoetingsruimte/horecagelegenheid met winkeltje in de voormalige wasserij; bebouwing wordt hersteld, getransformeerd én toegevoegd vanuit de functionele samenhang van de buitenplaatse historische groen- en waterstructuren als parkbos, park (Engelse stijl), fruitboomgaarden, moestuin en hooiland worden versterkt en beter zichtbaar gemaakt door de bosschages zonder natuurwaarden te verwijderen. De bestaande hakhoutwallen langs de wandelpaden naar de Vliet worden verbeterd; de moestuinen, boomgaard en boerderij krijgen als functie een plek waardoor de zelfvoorzienendheid behouden blijft en de kracht/ensemble van de buitenplaats versterk wordt;

blad 59 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

de zichtlijn (klooster / Vliet) blijft behouden en waar mogelijk versterkt wordt vanuit historisch perspectief; aan de Vliet is plaats voor herbouw een theekoepel (zoals in verleden ook aanwezig); aan de Vliet wordt een informatiebord met de geschiedenis van het Kanaal van Corbulo geplaatst. Conclusie De gehele ontwikkeling is gericht op een duurzame exploitatie die voorziet in het versterken van de buitenplaats en de daarbij behorende waarden. Deze integrale blik op de buitenplaats, waarbij het streven is om de buitenplaats publiek toegankelijk te maken, natuurwaarden te versterken en woningbouw toe te voegen, past bij de gedachte ‘behoud door ontwikkeling’. Deze cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden geborgd binnen de bestemming 'Gemengd', hierin zijn ook de monumenten benoemd. Verder is de Landgoedbiotoop uit de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland van toepassing op het plangebied. Het bouwplan dient met betrekking tot de monumentale bebouwing getoetst te worden door de monumentencommissie. Vanwege zorgvuldigheid is een beeldkwaliteitplan opgesteld waarin spelregels zijn opgenomen ter bescherming van landschappelijke waarden. Het aspect 'cultuurhistorie en landschap' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.5

Bodem Wettelijk kader Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Historisch bodemonderzoek Het vooronderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, NNI, januari 2017). Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar het onderzoek welke te vinden is in Bijlage 9. In onderstaande tabel zijn de bevindingen uit het historisch onderzoek samengevat voor de her te ontwikkelen deellocaties. Tabel 4.5: Samenvatting verwachte bodemkwaliteit her te ontwikkelen gebieden.

blad 60 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

Verder bevindt zich op het landgoed een wasserij. Deze ligt niet nabij één van de her te ontwikkelen locaties. Wel wordt binnen dit gebouw een horeca / ontmoetingsplek voorzien. Omdat wasserijen kunnen leiden tot omvangrijke bodemverontreinigingen met vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl) dient dit, voorafgaande aan vergunningverlening, nader onderzocht te worden. Geadviseerd wordt voor deze locaties een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform NEN 5740). Conclusie Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan. Eventueel vervolgonderzoek vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning.

4.6

Niet Gesprongen Explosieven De AVG heeft in het plangebied een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd, het volledige rapport is meegenomen in bijlage 10. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. De volgende ontplofbare oorlogsresten gerelateerde handelingen hebben in en nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: De aanleg van (luchtafweer-)stellingen. Een vliegtuigbeschieting. De vermoedelijke dumping van munitie. De volgende ontplofbare oorlogsresten kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: Gedumpte en/of achtergelaten munitie. Geschutmunitie afkomstig van een vliegtuigbeschieting. Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op ontplofbare oorlogsresten. Het verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de bodembelastingkaart bij het rapport. Het vervolgtraject omvat opsporing in het veld van ontplofbare resten. Conclusie Het benodigde vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen. Gelet op de conclusies in het rapport in relatie tot de ontwikkeling is een voorwaardelijke verplichting in de bestemming 'Natuur' opgenomen. Het aspect 'NGE' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

blad 61 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

4.7

Ecologie Wettelijk kader Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000- gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de voorliggende Natuurtoets wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden omdat deze niet aan de orde is aangezien er geen (gebiedseigen) bomen worden gekapt in voorliggend plangebied. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. 2.

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000-gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en – om isolatie te voorkomen - gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

blad 62 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

4.7.1

Soortbescherming In het kader van de doorontwikkeling is door Antea Group (2021) een Natuurtoets uitgevoerd, het volledige rapport is meegenomen in Bijlage 11. Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (het leefgebied van) de verschillende in de Wnb beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied. Voor diverse vogelsoorten en vleermuizen is mogelijk een ontheffing benodigd. Voorafgaand aan de werkzaamheden vindt aanvullend onderzoek plaats en bij de eventuele aanvraag van de ontheffing worden aanvullende maatregelen getroffen. De verwachting is dat de ontheffing verleend word, hierdoor is het onderhavige bestemmingsplan uitvoerbaar. Het wordt aangeraden de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren om negatieve effecten op algemeen voorkomende broedvogels te voorkomen. Een andere mitigerende maatregel is een ecoloog een inspectie te laten uitvoeren voorafgaand aan de werkzaamheden. Bij de werkzaamheden dient de zorgplicht in acht genomen te worden. Konijn, mol, egel en diverse muizensoorten kunnen in het plangebied een geschikt leefgebied vinden.

Om nadelige gevolgen te voorkomen wordt geadviseerd voor de uitvoering rekening te houden met deze soorten door verblijfplaatsen waar mogelijk te behouden en altijd zo te werken, dat dieren kunnen ontsnappen, of indien dit niet mogelijk is, deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop in de directe omgeving. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de uitkomsten van de toets. Tabel 4.6: Resultaten van de Natuurtoets.

blad 63 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

Conclusie De verwachting is dat eventueel benodigde ontheffingen verleend worden, daarnaast wordt rekening gehouden met de zorgplicht en het broedseizoen. Gelet op de conclusies in het rapport in relatie tot de ontwikkeling is een voorwaardelijke verplichting in de bestemming 'Gemengd' en de bestemming 'Natuur' opgenomen. Het aspect 'natuur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.7.2

Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland Een deel van het plangebied maakt onderdeel uit van het NNN. In het gebied rond de bungalow ontstaat door de exclaveringsregel een mogelijkheid voor nieuwe bebouwing in samenhang met natuurontwikkeling. De toepassing van deze regel is in detail uitgewerkt door Antea Group (2021) in een toets aan de provinciaal beleid, deze toets is meegenomen in Bijlage 4.

blad 64 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

Op de bungalowlocatie zijn hierdoor woningen voorzien ten behoeve van de doorontwikkeling van de buitenplaats. Van bebouwing op gras- en hooiland wordt afgezien. De bungalowlocatie is de enige ontwikkeling die is gelegen binnen het NNN-gebied. Op deze locatie is voor 3.124 m2 aan terrein aanwezig dat valt binnen de exclaveringsfomule. Dit betreft het gebouw inclusief de tuin met relatief veel verharding. In de jaren 30 van de vorige eeuw was dit gebied nog een weide. De tuin met voornamelijk Japanse sierkersen en opgeschoten berken is dus van relatief recente datum. Voor de ontwikkeling van de nieuwe woningen is 2.500 m2 aan bebouwd oppervlak nodig (bestaande uit 1.800 m2 voor de woningen en 700 m2 voor verharding). Dit betekent dat er binnen het exclaveringsgebied 3.124 m2 - 2.500 m2 = 624 m2 kan worden toegevoegd aan natuur binnen NNN-gebied. Op basis van herijkte planuitganspunten (zie paragraaf 1.6) is voor de nieuwe woningen 2.000 m2 aan bebouwd oppervlak nodig (bestaande uit 1.300 m2 voor de woningen en 700 m2 voor verharding). Dit betekent dat er binnen het exclaveringsgebied 3.124 m2 - 2.000 m2 = 1.124 m2 kan worden toegevoegd aan natuur binnen NNN-gebied.

Figuur 4.1: Exclaveringsgebied. Natura 2000 Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Meijendel & Berkheide' ligt op circa 4,8 kilometer afstand ten westen van het plangebied. Iets verder weg, op circa 6,3 kilometer ten oosten van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied 'De Wilck'. Meijendel & Berkheide is aangewezen als Habitatrichtlijngebied en herbergt verschillende habitattypen en habitatsoorten. Vanwege de tijdelijkheid van de werkzaamheden en de afstand, alsmede de afscherming door het stedelijk gebied tot het gebied 'Meijendel & Berkheide' worden geen effecten verwacht van enige storingsfactor (zoals geluid, licht, trilling of verdroging) op habitattypen of habitatsoorten. Er is geen effect op het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en daarom is er geen aanleiding om te verwachten dat er op Natura 2000-gebieden op grotere afstand nog effecten zullen optreden, behalve voor wat betreft het effect van vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie. Stikstof In het kader van de nieuwe ontwikkeling is door Antea Group (2021) een AERIUS-berekening uitgevoerd waarin gekeken is naar de uitstoot van NOx en NH3 door de inzet van motoren op basis van fossiele brandstoffen. Er is beoordeeld of er als gevolg van stikstofemissies van blad 65 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

de voorgenomen activiteiten, mogelijk sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied en of de betreffende instandhoudingsdoelstellingen in gevaar worden gebracht. Het volledige stikstofonderzoek is meegenomen in Bijlage 12. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet voorziet in een vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector, zoals slopen en bouwen. De bij deze activiteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mogen dan bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten. Daarom is ten behoeve van dit bestemmingsplan voor wat betreft stikstofdepositie uitsluitend de gebruiksfase onderzocht. De maximaal berekende stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden bedraagt niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar tijdens de gebruiksfase. Hierdoor kunnen significante (negatieve) gevolgen op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming niet in de weg. Conclusie Aan de exclavering binnen NNN zijn strikte voorwaarden verbonden in de functieaanduiding 'wonen' binnen de enkelbestemming 'Natuur'. In totaal wordt 2.000 vierkante meter van de 3.124 vierkante meter geexclaveerd voor bouw van 12 woningen. Daarnaast wordt met het plan 1.124 m2 natuur toegevoegd binnen NNN-gebied.

Met betrekking tot Natura 2000-gebieden vormt stikstofdepositie geen belemmering. Het aspect 'gebiedsbescherming' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.8

Bedrijven en milieuzonering Kader De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht om in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan te tonen dat (toekomstige) bewoners en gebruikers een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Daarnaast dient aangetoond te worden dat (bestaande) bedrijven niet in hun belangen worden geschaad. Hiertoe kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand wordt een milieuzone genoemd. Om te bepalen in hoeverre er voldoende afstand is tussen bedrijven en gevoelige objecten kan gebruik gemaakt worden van de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG, versie 2009. De VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) (hierna: VNG-brochure) geeft handreikingen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor de inpassing van gevoelige bestemmingen nabij bedrijven. Het is geen wet, maar een gangbare manier om milieuzonering toe te passen. In de VNG-brochure worden per bedrijfssoort en per milieuaspect indicatieve afstanden gegeven (hierna: VNG-afstanden) tot gevoelige objecten. Indien aan de VNG-afstand wordt voldaan, kan gesteld worden dat hinder niet te verwachten is. Functiemenging Bij milieuzonering wordt ten opzichte van de omgevingstypen rustig woongebied en gemengd gebied uitgegaan van het principe van functiescheiding.

Binnen gemengde gebieden, ook wel aangeduid als gebieden met functiemenging – kunnen milieubelastende en milieugevoelige functies op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Bij functiemengingsgebieden kan gedacht worden aan: stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden;

blad 66 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen; (delen van) woongebieden met kleinschalige of ambachtelijke bedrijvigheid. Wanneer er sprake is van functiemenging zijn de richtafstanden uit de VNG-publicatie voor bedrijfsactiviteiten die voldaan aan bepaalde voorwaarden niet van toepassing. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) zijn in dit kader handreikingen opgenomen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in gebieden met functiemenging. In bijlage 4 van de VNG-publicatie is een specifieke Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen voor gebieden met functiemenging. In deze lijst zijn bedrijfsactiviteiten gecategoriseerd in A, B en C bedrijven: Categorie A: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden ingevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B: Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C: De activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.

Voor de toelaatbaarheid van deze activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; productie en/of laad en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de hoofinfrastructuur. Toetsing Het plangebied kan gezien de aanwezigheid van zowel maatschappelijke als woonfuncties geclassificeerd worden als een 'gemengd gebied'. De te ontwikkelen (zorg)woningen worden gezien als een gevoelig object. Hieronder wordt getoetst of voldaan wordt aan de richtafstanden ten opzichte van bedrijven. Bedrijven buiten het plangebied Bij deze analyse wordt gekeken naar gevestigde bedrijven in de omgeving, maar ook naar de omliggende planologische mogelijkheden voor bedrijfsfuncties. De volgende bedrijven(terreinen) bevinden zich rondom het plangebied: Bedrijventerrein Rouwcooplaan aan de Veursweg ten zuidwesten van het plangebied, hier is maximaal milieucategorie 3.1 toegestaan. In de noordoosthoek is ook nog een maatschappelijke functie toegestaan via de bestemming 'Gemengd'. Bedrijfsfuncties aan de overzijde van de Veurseweg. In het vigerende 'Bestemmingsplan West' liggen hier de bestemmingen 'Gemengd' en 'Bedrijf', deze maken respectievelijk max. milieucategorie 1 en 2 mogelijk.

Op de hoek van de Koninklijke Marinelaan en de Veurseweg zijn een dienstverlening, horeca en een kantoor mogelijk (soms een directe bestemming, soms via de bestemming 'centrum'). De basisschool Gevers Deynoot en sporthal de Vliethorst. Daarnaast ligt ook een trapveldje. Ten noorden van de basisschool ligt een brandweerkazerne. Ten oosten van de basisschool en sporthal liggen nog twee 'Gemengd' bestemmingen en een aantal 'Bedrijf' bestemmingen. blad 67 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

Voor de bovenstaande bedrijfsfuncties geldt dat er al woningen op een kleinere afstand liggen dan (de woonvlakken in) het plangebied. De dichtsbijzijnde woonfuncties zijn maatgevend voor de beoordeling in het kader van 'bedrijven en milieuzonering'. De bedrijven dienen al te zorgen voor een goed woon- en leefklimaat voor deze dichterbij gelegen woonfuncties. De woonfuncties in het plangebied vormen daarom geen belemmering voor de omliggende bedrijven en is er sprake van een goed woon- en leefklimaat op het kloosterterrein. Er wordt voldaan aan de VNG-brochure voor 'bedrijven en milieuzonering'. Een uitzondering hierop zijn de sporthal en het trapveldje, de geplande woningen in het plangebied zijn de dichtsbijzijnde woonfuncties. Het trapveldje wordt vervangen door een parkeerplaats en hoeft dus niet beoordeeld te worden. Voor de sporthal geldt een maximale hinderafstand van 30 meter, de woonfuncties binnen het plangebied liggen op meer dan 30 meter. Ook hier wordt voldaan aan de VNG-brochure. Gemengde functies binnen het plangebied Voor het klooster zijn naast (zorg)woningen ook maatschappelijke en commerciële functies (gezondheidscentrum) voorzien. In de Wasserij komen naast appartementen ook maatschappelijke functies (ondergeschikte horeca). Horeca (zoals hotels, restaurants en cafés) valt op basis van de lijst functiemenging binnen categorie A.

Deze activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden ingevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Daarmee wordt in het geval van de Wasserij voldaan aan de eisen die aan functiemenging worden gesteld volgens de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering. Voor de omgeving zorgt deze horecafunctie eveneens niet voor knelpunten ten aanzien van het woon- en leefklimaat. Voor het gezondheidscentrum en de educatieve voorzieningen in het klooster kan er ook sprake zijn van categorie B-bedrijfsactiviteiten. Wanneer hier sprake van is, dan dienen deze functies bouwkundig afgescheiden te worden van de woningen om hinder te voorkomen. Hiermee kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Voor de bestaande kleinschalige boerderij kan uitgegaan worden van richtafstanden voor een kinderboerderij. Hiervoor staat een maximale hinderafstand tot gevoelige functies van 10 meter, hier wordt aan voldaan. Conclusie Er wordt voldaan aan de richtlijnen met betrekking tot de VNG-brochure 'bedrijven en milieuzonering'. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.9

Externe veiligheid Kader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.

blad 68 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats onbeschermd aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: Lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 /jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 /jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): De afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Figuur 4.2: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport. Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals in onderstaand figuur weergegeven.

blad 69 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

Figuur 4.3: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Toetsing Het Kloosterverzorgingshuis Oud Bijdorp is in de Risicokaart al aangemerkt als gebouw met een woonfunctie. Dit wordt gezien als een kwetsbaar object. Dit geldt ook voor de te ontwikkelen (zorg)woningen. Ook de maatschappelijke en commerciële functies zijn beoordeeld als een (beperkt) kwetsbaar object. In het plangebied zijn geen bedrijven voorzien waarop het huidige Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing is. In de omgeving zijn de volgende risicobronnen aanwezig: Aardgasleiding A-517 langs de A4 op 950 meter van het plangebied. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de A4. Benzinestation met LPG 'de Vlietzoom' aan de Veurseweg ten zuiden van Voorschoten, deze ligt op meer dan een kilometer.

Figuur 4.4: Risicobronnen in de omgeving. Er lopen geen 10-6 contouren met betrekking tot het plaatsgebonden risico over het plangebied. De risicobronnen liggen op grote afstand van het plangebied. Alleen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A4 is een beperkte verantwoording benodigd, alleen het toxisch scenario is relevant.

blad 70 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

Verantwoording gevaarlijke stoffen A4 Toxisch scenario Het plangebied is uitsluitend gelegen binnen het toxisch invloedsgebied van de eerder genoemde transportroutes. Een toxisch scenario ontstaat wanneer een tankwagen of -wagon lek raakt en toxische stoffen ontsnappen. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving kan waaien. Bij een bepaald percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Gerichte risicocommunicatie met werknemers, bezoekers en andere aanwezigen (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten).

Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw de voorkeurshandeling. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. De zelfredzaamheid kan bevorderd worden door een goed alarmeringssysteem. Bestrijdbaarheid van een toxisch scenario Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario's vragen allen een ander aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Bij een ongeval met toxische vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' legt geen harde beperkingen op aan de voorgenomen ontwikkeling. Wel is een verantwoording van het groepsrisico van toepassing. In deze externe veiligheidsparagraaf zijn elementen aangedragen ter verantwoording van het groepsrisico.

blad 71 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

4.10

Kabels, leidingen en straalverbindingen Er liggen geen kabels of leidingen in het plangebied die planologisch beschermd dienen te worden. Met de overige kabels of leidingen dient rekening gehouden te worden tijdens de bouwwerkzaamheden, dit is geborgd in de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

4.11

Ladder voor duurzame verstedelijking In het kader van herontwikkeling van Huize Bijdorp is een onderbouwing met betrekking tot de Ladder van duurzame verstedelijking opgesteld, de volledige memo is meegenomen in Bijlage 13. De conclusies zijn als volgt: De maatschappelijke functie is niet ladderplichtig, omdat de huidige bestemming in het vigerende bestemmingsplan ‘maatschappelijk’ is en het aantal m² maatschappelijke functies in de toekomstige situatie afneemt ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast worden (semi)commerciële functies gerealiseerd voor de bewoners van Huize Bijdorp. Daarmee zijn ze ondergeschikt aan de functies wonen en maatschappelijk. In het kader van de ladder moeten alleen de hoofdfuncties worden getoetst. In Voorschoten is het aandeel verhuizingen binnen de gemeente relatief laag vergeleken met het landelijk gemiddelde. Er zijn relatief veel verhuisbewegingen vanuit en naar omliggende gemeenten. Het onderzoeksgebied is daarom afgebakend op basis van de woonregio Holland Rijnland – West, waarin regionale afspraken op het gebied van wonen worden gemaakt. Tot 2030 is er vraag naar 12.300 woningen in het onderzoeksgebied. Binnen de gemeente Voorschoten is tot 2030 vraag naar 750 woningen. In het onderzoekgebied zijn er voor 6.271 woningen aan toekomstige harde bouwplannen. In Voorschoten zijn er harde plannen voor 325 woningen.

Als de vraag afgezet wordt tegen de harde plancapaciteit dan blijkt er in het onderzoeksgebied nog een behoefte aan 6.029 woningen tot 2030. In de gemeente Voorschoten blijkt er nog een behoefte aan 425 woningen te zijn. Eris dus een kwantitatieve behoefte naar woningen in zowel het onderzoeksgebied als in de gemeente Voorschoten De kwalitatieve vraag naar woningen in de gemeente Voorschoten richt zich met name op sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen (appartementen 80 à 90 m² en eengezinswoningen circa 110 m²). In de regio Holland Rijnland West is een sterke vraag naar middensegment woningen, met name middeldure huur tot €1.000,- en in mindere mate sociale koop tot €200.000. Daarnaast blijkt er nog vraag te zijn naar woningen in het woonmilieu Dorps/Landelijk. Voor het type woning blijkt er relatief veel vraag te zijn naar appartementen. Circa 80% van de woningbouwtoevoeging voldoet aan deze kwalitatieve behoefte. De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Gezien de sterke woningbehoefte in de gemeente Voorschoten en het onderzoeksgebied is er geen aanleiding om leegstand te verwachten als gevolg van de beoogde ontwikkeling. De herontwikkeling van Huize Bijdorp in Voorschoten voldoet aan de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

blad 72 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

4.12

Water In het kader van het onderhavige bestemmingsplan is door Antea Group (2021) een watertoets opgesteld, deze is meegenomen als Bijlage 14. De waterparagraaf/toets is vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en waterhuishoudkundige kaders. Het plangebied is gelegen in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland, die verantwoordelijk is voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders (in dit geval Hoogheemraadschap van Rijnland en de gemeente Voorschoten) met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Het plangebied is ter plekke van het huidige kloosterterrein ten noorden van de Vliet. De werkzaamheden vinden verspreid over het plangebied plaats op vier verschillende locaties. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 110.000 m2 , waarvan circa 14% verhard is en 82% onverhard. Huidige situatie De maaiveldhoogte in het plangebied varieert van circa NAP -1,6 m tot circa NAP +2,2 m, met een gemiddelde van NAP -0,25 m. Het noordelijke deel van het plangebied is hoger dan het zuidelijke deel.

De geohydrologische opbouw bestaat uit een watervoerend pakket tot circa NAP -2,0 m (Formaties van Boxtel, Kreftenheye, Urk, Sterksel en Stamproy). Binnen het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. In het zuidelijk deel ligt een primaire watergang die onderdeel is van de boezem van Rijnland. De overige watergangen in het plangebied betreft water met de status overige water. Grofweg is het plangebied in waterhuishoudkundig opzicht opgedeeld in twee delen (zie figuur 4.5): Het noordelijke deel omvat de Rijnlandsboezem, waar een zomerpeil van NAP -0,61 m en een winterpeil van NAP -0,64 m wordt nagestreefd. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt in waterhuishoudkundig opzicht in de Binnenpolder.

blad 73 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

Figuur 4.5: Oppervlaktewater en het gemaal in de omgeving van het plangebied (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland). Het vuil- en hemelwaterstelsel in de huidige situatie behoort tot het rioleringsgebied Starrenburg I en Bijdorp. Het riool betreft een gemengd stelsel. Plansituatie De herontwikkeling voorziet in het gedeeltelijk afbreken van huidige bebouwing en er ruimte wordt gemaakt voor nieuwbouwwoningen, parkeerterreinen en verbeterde verharding. Hierdoor neemt het verhard oppervlak in het plangebied toe. Voor toename in verharding is de eis dat 15% van de toename aan verhard oppervlak wordt gecompenseerd in oppervlaktewater. Het bestaande oppervlaktewater in het plangebied (circa 8.000 m2 ) zal door de ontwikkeling toenemen met circa 450 m2 om te voldoen aan de gestelde bergingseis (zie onderzoek voor de detailuitwerking). In dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Deze geeft de verplichting dat voorafgaande aan de vergunningverlening voldaan moet worden aan de 15% watercompensatieplicht van het waterschap. Na het vaststellen van het bestemmingsplan wordt een waterhuishoudkundige ontwerp nader uitgewerkt t.b.v. het verkrijgen van de watervergunningen. Het ontwerp wordt opgesteld in afstemming met het waterschap en de gemeente.

De in te passen watercompensatie wordt ingepast buiten de beschermingszone van de waterkeringen. Vuil- en hemelwaterafvoer De bestaande riolering ter plaatse van de dient te worden aangepast aan de nieuwe capaciteit van de woonwijk. Hiertoe is een nieuw rioolontwerp benodigd. Grondwater De geplande ontwikkelingen hebben een zeer beperkt effect op het grondwater. Door de lokale ingrepen met nieuwe bergingsoppervlaktes blijft het regenwater infiltreren en afstromen binnen de deelgebieden. Na de realisatie worden door deze veranderingen geen negatieve gevolgen verwacht. Waterkwaliteit Voor het lozen op oppervlaktewater gelden de eisen van de oppervlaktewaterbeheerder. Conclusie In dit bestemmingsplan is ten behoeve van de plicht voor watercompensatie een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Deze geeft de verplichting dat voorafgaande aan de vergunningverlening voldaan moet worden aan de 15% watercompensatieplicht van het waterschap. De waterlopen en waterkering worden beschermt door middel van dubbelbestemmingen. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

blad 74 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

4.13

Duurzaamheid Toetskader De energietransitie neemt binnen de duurzaamheidagenda een prominente plaats in. Met het Klimaatakkoord van Parijs heeft Nederland zich verplicht de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80 tot 95 procent te verminderen. Hierover zijn nadere afspraken gemaakt op de Nationale Klimaattop van 26 oktober 2016. In het SER Energieakkoord waren al afspraken gemaakt over de verduurzaming van de energievoorziening in Nederland tot 2020 respectievelijk 2023. Het gaat om energiebesparing en de toename van het aandeel hernieuwbare energie-opwekking. Nieuwbouwwijken worden in toenemende mate aangelegd zonder aardgasnet. De gemeente Voorschoten heeft voor duurzaamheid een Startnotitie Routekaart naar Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed Voorschoten. Inzicht in de wettelijke eisen en aanvullende mogelijkheden voor verduurzaming, in de termijnen waarbinnen aan eisen voldaan moet worden, en in hoe de gemeente hieraan kan voldoen is de doelstelling van deze notitie. De Routekaart moet de huidige wet- en regelgeving weergeven, en de ambitie uit het coalitieprogramma. Het advies per pand moet daarop gebaseerd zijn en op een zo groot mogelijke CO2-reductie per investering. Na vaststelling van de startnotitie geeft de gemeente opdracht een routekaart op te stellen voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. De routekaart is op dit moment nog niet in gebruik.

Op basis van de startnotitie wordt gemotiveerd op welke manier het onderhavige plan voorziet in een zo groot mogelijke CO2-reductie. Relatie tot het plan Met de beoogde ontwikkeling, waarbij het plangebied wordt herbestemd tot woningbouw, wordt bijgedragen aan een duurzame gebiedsontwikkeling. De woningen worden gasloos uitgevoerd en gebouwd conform de strenge eisen uit het Bouwbesluit. De beoogde ontwikkeling voorziet voor de gehele buitenplaats een toekomstgerichte ontwikkeling, met oog voor het groen op de locatie. De indeling van het plangebied is erop gericht een samenhang te creëren tussen de beoogde woningen en het groen en water dat voorkomt in en rondom het gebied. De nieuwbouw bij het klooster wordt dusdanig gesitueerd, dat er een doorkijk richting de Vliet wordt gestimuleerd. Verder wordt verplicht om voorafgaande aan ontwikkeling op de bungalowlocatie maatregelen uit te voeren die de natuurwaarden ter plaatse versterken. Conclusie Het plan is passend binnen de doelstellingen van de gemeente. Het bouwplan is nog niet voorzien van een concrete invulling. Nadere uitwerking en ontwerp moeten plaatsvinden In de verdere uitwerking van dit plan wordt aandacht besteed aan het klimaatadaptief ontwerpen van de woningen.

4.14

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Wettelijk kader De voorgenomen herontwikkeling is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject). Voor elke activiteit die genoemd wordt in het besluit m.e.r. bijlage D moet bij overschrijding van de drempelwaarden, zoals genoemd in de kolom “gevallen” een m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen, waarin door het bevoegde gezag besloten moet worden of er sprake is van belangrijk nadelige milieugevolgen die het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk maken.

blad 75 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

Tabel 4.7: Uitsnede uit het Besluit m.e.r..

De doorontwikkeling van Huize Bijdorp blijft met totaal 187 woningen (conform paragraaf 1.6) en een oppervlakte van 1.060 m2 aan maatschappelijke en commerciële functies onder de drempelwaarden (zie kolom 'gevallen'). Het plangebied is kleiner dan 100 hectare. Dit betekent dat er in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden doorlopen. Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie bijlage 15) blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de getoetste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd wordt dat er geen noodzaak is voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) voor de voorgenomen ontwikkeling.

blad 76 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van bestemmen. In paragraaf 5.1 wordt daarbij een toelichting gegeven op het instrument 'bestemmingsplan' in het algemeen voor die personen die niet een dagelijks te maken hebben met bestemmingsplannen.

5.1

Plansystematiek De systematiek van de regels volgt de indeling van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). In de Inleidende regels zijn de begrippen en de wijze van meten opgenomen. De hoofdlijnen van beleid zijn, conform het digitaal handboek, per bestemming vertaald in de bestemmingsregels. Verder kent het plan de gebruikelijke Algemene regels (o.a. antidubbeltelregel, algemene afwijkingsregels en procedureregels). In het laatste hoofdstuk zijn de overgangs- en slotregels opgenomen. In de bestemmingsregels wordt aangegeven wat de toelaatbare functies zijn en wat ten behoeve daarvan gebouwd mag worden. Vanuit de wens om een zekere mate van flexibiliteit in te bouwen én om maatwerk te kunnen leveren, gegeven het streven naar behoud van stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden, zijn alleen, waar dit een toegevoegde waarde heeft, binnenplanse afwijkingsbevoegdheden en een nadere eisenregeling opgenomen. In het kader van deregulering is zoveel mogelijk rechtstreeks bestemd en de binnenplanse ontheffing zo min mogelijk toegepast. Daar waar een ontheffing onder voorwaarden aanvaardbaar is geacht, zijn tevens de toetsingscriteria genoemd op basis waarvan een afweging kan worden gemaakt of al dan niet meegewerkt zou kunnen worden aan een ontheffingsbevoegdheid dan wel in welke gevallen het stellen van nadere eisen mogelijk is.

5.2

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begrippen De begrippen die het bestemmingsplan gebruikt worden in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Artikel 3 Gemengd Deze bestemming is toegekend aan de gronden waarop in hoofdzaak het huidige klooster en de bijbehorende gebouwen zijn gelegen. Een deel van de bestaande bebouwing van het klooster wordt gesloopt en zal worden herbouwd. Voor deze gronden is een maximaal programma voorzien, dat voorziet in zowel het huidige gebruik (zoals (zorg)wonen, religieuze doeleinden, de begraafplaats en het kleinschalig agrarisch medegebruik) als in een beperkte uitbreiding van activiteiten. Het totale woonprogramma zal uit 187 woningen (toevoeging van 102 woningen) bestaan, waarbij ook zorgwonen is toegestaan. Zowel voor het huidige maatschappelijke gebruik als de beperkte uitbreiding voor maatschappelijke en commerciële doeleinden is een totaal maximaal oppervlak opgenomen. Naast het hoofdgebouw (klooster) zijn in deze bestemming enkele vrijstaande gebouwen

blad 77 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

aanwezig die zijn in de verbeelding opgenomen met een bouwvlak. In enkele gebouwen zal de hiervoor benoemde beperkte uitbreiding van de activiteiten mogelijk worden gemaakt (zoals de wasserij en de oranjerie). Hiervoor is de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd- ondersteunend' opgenomen op de verbeelding. Binnen deze aanduiding is horeca toegestaan in de categorie 1, subcategorie 1e. Dit zijn horecabedrijven welke in hun exploitatie ondersteunend zijn aan de hoofdactiviteit. De horeca-activiteiten zijn met name gericht op de deelnemers of bezoekers van de hoofdactiviteit en hebben weinig tot geen zelfstandige aantrekkingskracht. Verder is ondersteunend gebruik ten behoeve van de toegelaten functies in deze bestemming toegestaan in deze gebouwen, mits het totaal programma niet wordt overschreden. Omdat deze functies deels uitwisselbaar zijn en plaats kunnen vinden in de verschillende bijgebouwen in de verschillende bestemmingen is in de gebruiksregels een totaal brutovloeroppervlak voor de maatschappelijke als de commerciële voorzieningen opgenomen, inclusief mogelijk ondersteunend gebruik en is dit maximum gekoppeld aan de oppervlakten in de drie bestemmingen gezamenlijk. Door enkel het maximale oppervlakte te regelen ontstaat er flexibiliteit voor de feitelijke invulling in de gebouwen.

In de gebouwen waar wonen niet is toegestaan is een aanduiding opgenomen die wonen uitsluit. Vanuit het oogpunt van het beschermen van de huidige uitstraling van het landgoed mogen gebouwen alleen in de bouwvlakken worden gerealiseerd. Met uitzondering van de nieuwbouw direct naast het huidige klooster mogen gebouwen in de overige bouwvlakken, ook bij her- of verbouw, niet hoger worden gerealiseerd dan de bestaande goot- en/of nokhoogte. Voor de nieuwbouw direct naast het huidige klooster is de bouwhoogte beperkt door een maximum aantal bouwlagen op te nemen. Deze bestemming is tot slot voorzien van een voorwaardelijke verplichting met een aantal randvoorwaarden. Voordat de nieuwbouw gerealiseerd kan worden moet de natuurontwikkeling van het hooiland zijn aangevangen, nader onderzoek uitgevoerd te zijn voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen en de benodigde waterberging van 15% zijn aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden. Het percentage van 15% is afkomstig van het beleid van het waterschap. Deze waterberging kan overigens binnen het gehele bestemmingsplan plaats vinden, de regels geven hier geen beperkingen voor. Artikel 4 Natuur In deze bestemming staat het behoud van de ter plaatse voorkomende dan wel de aan de gronden eigen cultuurhistorische, landschappelijke, botanische en ecologische waarden voorop.

Deze bescherming wordt verder aangevuld met de dubbelbestemming Cultureel-Erfgoed. In het natuurgebied wordt extensief recreatief medegebruik, zoals het wandelen en fietsen, toegestaan en is het huidige agrarische gebruik van een deel van de gronden ook bestemd. Binnen het gebied met de aanduiding 'wonen' is het mogelijk gemaakt om maximaal 12 woningen te realiseren die worden ingepast in het natuurgebied. Zowel de m2 voor de woningen als voor de gemeenschappelijke functies zijn gemaximaliseerd. Voor de woningen is het mogelijk om maximaal 1.300 m2 te gebruiken voor de woningen, maximaal 700 m2 mag worden gebruikt voor gemeenschappelijke ingerichte gronden. Binnen deze gemeenschappelijke ingerichte gronden is ontsluiting begrepen (tot de bestaande ontsluitingsstructuur) maar ook (na het verlenen van een binnenplanse afwijkingsvergunning) een gemeenschappelijk gebouw voor bijv. afvalinzameling of een fietsenstalling. Doordat de buitenruimten bij woningen moeten worden afgebakend van het natuurgebied en de gemeenschappelijke ingerichte gronden in hoofdzaak aan de binnenzijde van de woningen moeten worden gerealiseerd wordt de impact op de buitenplaats zoveel mogelijk geminimaliseerd en het natuurgebied beschermd. Vanwege de natuurbestemming is vergunningsvrij bouwen niet mogelijk.

De beeldbepalende bomen worden beschermd door de regel dat niet binnen drie meter van de aanduiding gebouwd mag worden. De hoogte van de woningen bedraagt maximaal 10 meter ten opzichte van de blad 78 van 85

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Buitenplaats Huize Bijdorp Gemeente Voorschoten Projectnummer 0464889.100

gemiddelde hoogte van het afgewerkte maaiveld van de Veurseweg ter hoogte van het rijksmonument (Poort). Onder de woningen is (half) verdiept parkeren toegestaan. Ook bij halfverdiept parkeren mag de 10 meter hoogte niet worden overschreden. De nieuwe woningen moeten natuurinclusief en klimaatadaptief worden gebouwd. In het beeldkwaliteitsplan is hier invulling aan gegeven. Voor de woningen is een goothoogte opgenomen van maximaal 6 meter en opzichte van de gemiddelde hoogte van het afgewerkte maaiveld van de Veurseweg ter hoogte van het rijksmonument (Poort). Dit met de voorwaarde dat de goothoogte van de gevels die gericht zijn op het hooiland maximaal 4,5 meter mogen bedragen. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - boomgaard' zijn de gronden bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische landschapselementen en een hoogstamboomgaard. In de nabijheid van de Vliet is het mogelijk gemaakt om een theekoepel te realiseren. Binnen deze theekoepel is horeca toegestaan in de categorie 1, subcategorie 1a met dien verstande dat het gaat om vergelijkbare horecabedrijven gericht op dagrecreatie.

Het gaat hier om een horecabedrijf van relatief beperkte omvang dat bestaat uit het verstrekken van in hoofdzaak kleinere maaltijden, broodjes, ijs, gebak, koffie, thee en overige dranken met uitzondering van alcoholische dranken gericht op dagrecreatie met bijbehorende voorzieningen. Voor het gebruik van de theekoepel is gekoppeld aan een maximumoppervlakte. Hierdoor ontstaat er flexibiliteit voor de feitelijke invulling van dit gebouw. In de bestemming "Gemengd" is de regeling in de gebruiksregels nader toegelicht. Deze bestemming is tot slot voorzien van een voorwaardelijke verplichting. Voordat de woningen gerealiseerd mogen worden moet de bestaande bebouwing worden gesloopt en de natuurontwikkeling op hooiland zijn gestart. Voor de natuurontwikkeling op het hooiland wil dit zeggen dat voorafgaande aan de bouw moet zijn begonnen met de aanleg van mantelen zoomvegetatie langs de randen van het hooiland en gestart moet worden met specifiek verschralingsbeheer. Daarnaast moet voorafgaande aan realisatie van de woningen nader eologisch onderzoek uitgevoerd zijn voor gierzwaluw, huismus en vleermuizen, dient de verharding te worden verwijderd en dient de waterberging aangelegd te zijn. Deze laatste voorwaarde is ook opgenomen in het aanlegvergunningenstelsel voor de compensatie van de eventueel alleen te verharden gronden.

Het percentage van 15% is afkomstig van het beleid van het waterschap. Vanuit het onderzoek naar Niet Gesprongen Explosieven blijkt dat er op een deel van de gronden vervolgonderzoek nodig is voordat de ontwikkeling gerealiseerd kan worden. Deze gronden zijn aangegeven in het NGE-onderzoek dat als Bijlage 10 is opgenomen in de toelichting. Artikel 5 Tuin De bestemming tuin is toegekend aan het gebied waar onder andere de boomgaard, de tuinen en de kleinschalige agrarische activiteiten plaatsvinden. Op deze gronden is een kas gelegen, deze is met een aanduiding op de verbeelding aangegeven. In de kas is tevens de 'specifieke vorm van gemengd- ondersteunend' opgenomen. Het gebruik in deze bestemming voor de kas is gekoppeld aan een maximum. Hierdoor ontstaat er flexibiliteit voor de feitelijke invulling in de gebouwen. In de bestemming "Gemengd" is de regeling in de gebruiksregels nader toegelicht. Artikel 6 Verkeer Zowel de al bestaande weg door het plangebied als het terrein waarop straks het parkeren zal plaatsvinden is bestemd als 'Verkeer'. Voor deze regels is aangesloten bij de huidige verkeersbestemming, met dien verstande dat gebouwen niet mogelijk zijn gemaakt. Voor de huidige speelvoorzieningen binnen de bestemming verkeer is een verplichting ogenomen dat blad 79 van 85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=db291ddb-2b52-4c5b-80df-f0fbbdcedbdc