CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Was-wordt lijst Achtste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten

Commissie Mens & Samenleving Voorschoten 12 juni 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Achtste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten 201533.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Artikel 12.2 lid 4 en 5 zijn vervallen en de tekst wordt verwijderd.

Artikel 12.3 wordt aangepast om te verwijzen naar het Financieel besluit.

Artikel 12.4 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij de aanschaf van een hulphond

Artikel 12.4 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij de aanschaf van een hulphond

De vergoeding van de kosten van een hulphond als hulpmiddel om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer bedraagt maximaal € 445,00. HOOFDSTUK 13 - NIEUWE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN, HERZIENING, INTREKKING OF TERUGVORDERING

De vergoeding van de kosten van een hulphond als hulpmiddel om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer wordt berekend volgens de bepalingen in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten. HOOFDSTUK 13 - NIEUWE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN, HERZIENING, INTREKKING OF TERUGVORDERING

Artikel 13.1 Beëindiging

Artikel 13.1 Beëindiging

Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een toegekende aanspraak op een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk te beëindigen, indien:

Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een toegekende aanspraak op een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk beëindigen, indien:

a. b. c. d.

niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de verordening; de cliënt wordt opgenomen in een instelling; de cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen verbonden aan het gebruik van de maatwerkvoorziening; de cliënt is overleden.

a. b. c. d.

Artikel 13.2 Herziening of intrekking

1.

1.

2.

3.

30:27 Artikel 13.3 Terugvordering en verrekenen

2.

3.

Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college desgevraagd of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot een heroverweging van de beslissing als bedoeld in de artikelen 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Het college kan onder toepassing van het eerste lid een besluit tot toekenning tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de Verordening intrekken indien achteraf blijkt dat de persoon bedoeld in dat hoofdstuk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zouden hebben geleid. Een besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden herzien of ingetrokken indien blijkt dat de cliënt niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 5.1 van deze verordening.

Artikel 13.3 Terugvordering en verrekenen

33

Artikel 13.1 blijft ongewijzigd.

niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de Verordening; de cliënt wordt opgenomen in een instelling; de cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen verbonden aan het gebruik van de maatwerkvoorziening; de cliënt is overleden.

Artikel 13.2 Herziening of intrekking Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college desgevraagd of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot een heroverweging van de beslissing als bedoeld in de artikelen 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Het college kan onder toepassing van het eerste lid een besluit tot toekenning tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de verordening intrekken indien achteraf blijkt dat de persoon bedoeld in dat hoofdstuk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zouden hebben geleid. Een besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden herzien of ingetrokken indien blijkt dat de cliënt niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 5.1 van deze verordening.

Artikel 12.4 wordt aangepast om te verwijzen naar het Financieel besluit.

Artikel 13.2 blijft ongewijzigd.

Artikel 13.3 blijft ongewijzigd.

Onverminderd artikel 2.4.1 van de wet kan het college nadat het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget of tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de verordening is herzien of ingetrokken: a. b. c. d.

Onverminderd artikel 2.4.1 van de wet kan het college nadat het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget of tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de Verordening is herzien of ingetrokken:

het ten onrechte of tot een te hoog bedrag genoten aan persoonsgebonden budget terugvorderen; de ten onrechte ontvangen tegemoetkoming terugvorderen; de geldswaarde van een maatwerkvoorziening in natura terugvorderen; de wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn. De hoogte van het (periodieke) bedrag van verrekening moet in redelijke verhouding staan tot de te compenseren beperkingen.

a. b. c. d.

het ten onrechte of tot een te hoog bedrag genoten aan persoonsgebonden budget terugvorderen; de ten onrechte ontvangen tegemoetkoming terugvorderen; de geldswaarde van een maatwerkvoorziening in natura terugvorderen; de wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn. De hoogte van het (periodieke) bedrag van verrekening moet in redelijke verhouding staan tot de te compenseren beperkingen.

HOOFDSTUK 14 - BESTRIJDING MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK

HOOFDSTUK 14 - BESTRIJDING MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK

Artikel 14.1 Fraudepreventiebeleid

Artikel 14.1 Fraudepreventiebeleid

Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het college cliënten informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het college cliënten informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Artikel 14.2 Controle Het college beoordeelt steekproefsgewijs de besteding van de persoonsgebonden budgetten als bedoeld in artikel 5.1 van de verordening. Tevens beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een persoonsgebonden budget in aanmerking te komen.

Artikel 14.2 Controle Het college beoordeelt steekproefsgewijs de besteding van de persoonsgebonden budgetten als bedoeld in artikel 5.1 van de Verordening. Tevens beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een persoonsgebonden budget in aanmerking te komen.

Hier nieuwe hoofdstukken op basis van jeugdverordening HOOFDSTUK 15 - OVERIGE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 15 - OVERIGE BEPALINGEN

§ 1. Jaarlijkse blijk waardering mantelzorgers

§ 1. Jaarlijkse blijk waardering mantelzorgers

Artikel 15.1 De wijze van waardering

Artikel 15.1 De wijze van waardering

1.

1.

2.

Het college draagt jaarlijks zorg voor een blijk van waardering voor mantelzorgers indien mantelzorg wordt verleend aan een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Voorschoten. De wijze van waardering als bedoeld in het eerste lid komt tot stand in samenspraak met een welzijnsorganisatie.

2.

Het college draagt jaarlijks zorg voor een blijk van waardering voor mantelzorgers indien mantelzorg wordt verleend aan een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Voorschoten. De wijze van waardering als bedoeld in het eerste lid komt tot stand in samenspraak met een welzijnsorganisatie. 34

Artikel 14.1 blijft ongewijzigd.

Artikel 14.2 blijft ongewijzigd.

Artikel 15.1 blijft ongewijzigd.

3.

Bij de waardering als bedoeld in het eerste lid heeft het college oog voor mantelzorgers van cliënten die mogelijk alleen gebruik maken van algemene voorzieningen.

3.

Bij de waardering als bedoeld in het eerste lid heeft het college oog voor mantelzorgers van cliënten die mogelijk alleen gebruik maken van algemene voorzieningen.

§ 2. Klachtafhandeling en medezeggenschap

§ 2. Klachtafhandeling en medezeggenschap

Artikel 15.2 Regeling voor klachtenafhandeling

Artikel 15.2 Regeling voor klachtenafhandeling

1.

1.

2.

Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van de voorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

2.

Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van de voorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Artikel 15.3. Regeling voor medezeggenschap

Artikel 15.3. Regeling voor medezeggenschap

1.

1.

2.

Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

2.

Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

§ 3. Kwaliteit

§ 3. Kwaliteit

Artikel 15.4 Kwaliteitseisen

Artikel 15.4 Kwaliteitseisen

1.

1.

Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. b. c.

2.

het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt en het aansluiten bij de informele zorg; het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg waaronder inbegrepen de informele zorg; erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard;

Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met

Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. b. c.

het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt en het aansluiten bij de informele zorg; het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg waaronder inbegrepen de informele zorg; erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard;

2. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met 35

Artikel 15.2 blijft ongewijzigd.

Artikel 15.3 blijft ongewijzigd.

Artikel 15.4 blijft ongewijzigd.

betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

Artikel 15.5 Prijs kwaliteitsverhouding

Artikel 15.5 Prijs kwaliteitsverhouding

1.

1.

Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. b.

een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met de derde; of een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1. 2.

2.

b.

3.

d. e. f.

de kosten van de beroepskracht; redelijke overheadkosten; kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; reis en opleidingskosten; indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen, en

een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met de derde; of een reële prijs die geldt als ondergrens voor:

b. i. ii. 2.

overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners.

Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. b. c.

a.

een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a.

Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a.

Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast:

Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. b.

3.

een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a.

overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners.

Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. b. c. d. e.

36

de kosten van de beroepskracht; redelijke overheadkosten; kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; reis en opleidingskosten; indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst;

Artikel 15.5 blijft ongewijzigd.

f. 4.

5.

Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een reële prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat.

4.

5.

overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.

Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een reële prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat.

§ 4. Betrekken van ingezetenen

§ 4. Betrekken van ingezetenen

Artikel 15.6 - Betrekken van ingezetenen bij het beleid

Artikel 15.6 - Betrekken van ingezetenen bij het beleid

1.

1.

2.

3.

4.

Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

2.

3.

4.

Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

HOOFDSTUK 16 – SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK 16 – SLOTBEPALINGEN

Artikel 16.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van hetgeen bij deze verordening is bepaald, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 16.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van hetgeen bij deze verordening is bepaald, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 16.2 Indexering

Artikel 16.2 Indexering 37

Artikel 15.6 blijft ongewijzigd.

Artikel 16.1 blijft ongewijzigd. Artikel 16.2 blijft ongewijzigd.

Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Artikel 16.3 Evaluatie 1. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per twee jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.

Artikel 16.3 Evaluatie 1. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per twee jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens twee jaar na de inwerkingtreding van de Verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de Verordening in de praktijk.

2.

2.

Het college evalueert in 2015 de bevindingen inzake de steekproefsgewijze controle van de persoonsgebonden budgetten.

Artikel 16.3 lid 2 wordt aangepast om de jaartalsbepalin g te verwijderen..

Het college evalueert de bevindingen inzake de steekproefsgewijze controle van de persoonsgebonden budgetten.

Artikel 16.4 Overgangsrecht Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Voorschoten 2009 ingetrokken met dien verstande dat besluiten welke zijn genomen op grond van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Voorschoten 2009 met de daarbij behorende rechten en plichten in stand blijven, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het toekenningsbesluit van de individuele voorziening wordt ingetrokken.

Artikel 16.4 Overgangsrecht Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Voorschoten 2009 ingetrokken met dien verstande dat besluiten welke zijn genomen op grond van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Voorschoten 2009 met de daarbij behorende rechten en plichten in stand blijven, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het toekenningsbesluit van de individuele voorziening wordt ingetrokken.

Artikel 16.4 blijft ongewijzigd.

Artikel 16.5 Citeerartikel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten 2015.

Artikel 16.5 Citeerartikel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten 2015.

Artikel 16.5 blijft ongewijzigd.

Artikel 16.6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

Artikel 16.6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

Artikel 16.6 blijft ongewijzigd.

Toelichting

Toelichting

Algemeen De verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten 2015, hierna de verordening, is gebaseerd op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (volledige naam is “Regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang”).

Algemeen De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten 2015, hierna de Verordening, is gebaseerd op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (volledige naam is “Regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, wonen met ondersteuning en opvang”).

38

De Wmo 2015 schrijft in de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 en 2.6.6 voor dat de gemeenteraad per verordening in ieder geval regels opstelt respectievelijk kan opstellen:

De Wmo 2015 schrijft in de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 en 2.6.6 voor dat de gemeenteraad per verordening in ieder geval regels opstelt respectievelijk kan opstellen:

•

die noodzakelijk zijn in de verordening op te nemen om het beleidsplan uit te (kunnen) voeren en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen; hoe wordt vastgesteld of een cliënt een maatwerkvoorziening nodig heeft voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang en welke criteria daarbij gelden; op welke wijze de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; onder welke voorwaarden betreffende het tarief, de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de mogelijkheid heeft dat te besteden bij iemand uit zijn sociale netwerk;

•

ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de afhandeling van klachten van vereist is; ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder vereist is; over de wijze waarop ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de Wmo 2015; ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, waar het college ten aanzien daarvan de uitvoering van de Wmo 2015 door derden laat verrichten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden; voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijke gebruik van de Wmo 2015; en onder welke voorwaarden het college een tegemoetkoming in de meerkosten kan verstrekken aan personen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen die in verband daarmee aannemelijke meerkosten hebben ter onder ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie.

•

• • •

• • • •

• •

• • •

• • •

• •

die noodzakelijk zijn in de Verordening op te nemen om het beleidsplan uit te (kunnen) voeren en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen; hoe wordt vastgesteld of een cliënt een maatwerkvoorziening nodig heeft voor zelfredzaamheid, participatie, wonen met ondersteuning of opvang en welke criteria daarbij gelden; op welke wijze de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; onder welke voorwaarden betreffende het tarief, de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de mogelijkheid heeft dat te besteden bij iemand uit zijn sociale netwerk; ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de afhandeling van klachten van vereist is; ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder vereist is; over de wijze waarop ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de Wmo 2015; ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, waar het college ten aanzien daarvan de uitvoering van de Wmo 2015 door derden laat verrichten.

Hierbij dient rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden; voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijke gebruik van de Wmo 2015; en onder welke voorwaarden het college een tegemoetkoming in de meerkosten kan verstrekken aan personen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen die in verband daarmee aannemelijke meerkosten hebben ter onder ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie.

Opdracht Wmo 2015 aan de gemeente

Opdracht Wmo 2015 aan de gemeente

De Wmo 2015 draagt gemeenten onder meer op zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en de kwaliteit en continuïteit van voorzieningen. Onder maatschappelijke ondersteuning (art. 1.1.1 lid 1 van de wet) wordt verstaan:

De Wmo 2015 draagt gemeenten onder meer op zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en de kwaliteit en continuïteit van voorzieningen. Onder maatschappelijke ondersteuning (art. 1.1.1 lid 1 van de wet) wordt verstaan: 39

1.

2. 3.

bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, bieden van beschermd wonen en opvang.

1.

2. 3.

bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, bieden van wonen met ondersteuning en opvang.

Onder voorzieningen worden algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen verstaan (art. 1.1.1 lid 1 van de wet). De regels over kwaliteit en continuïteit zijn neergelegd in hoofdstuk 3 van de wet.

Onder voorzieningen worden algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen verstaan (art. 1.1.1 lid 1 van de wet). De regels over kwaliteit en continuïteit zijn neergelegd in hoofdstuk 3 van de wet.

Wettelijke afbakening

Wettelijke afbakening

De Wmo 2015 kent in tegenstelling tot de Jeugdwet geen specifieke bepalingen waarin het college in ieder geval niet gehouden is een maatwerkvoorziening te verlenen. Wel is artikel 2.3.5 zesde lid van de wet van belang, waarin feitelijk de afbakening wordt weergegeven tussen de Wmo 2015 en de Wet langdurige zorg (thans Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Kan iemand met ondersteuning (Wmo) en verpleging en zorg (Zvw) niet meer in de eigen leefomgeving blijven wonen, kan aanspraak bestaan op verblijf in de instelling. Het artikel luidt als volgt:

De Wmo 2015 kent in tegenstelling tot de Jeugdwet geen specifieke bepalingen waarin het college in ieder geval niet gehouden is een maatwerkvoorziening te verlenen. Wel is artikel 2.3.5 zesde lid van de wet van belang, waarin feitelijk de afbakening wordt weergegeven tussen de Wmo 2015 en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (thans Wet langdurige zorg). Kan iemand met ondersteuning (Wmo) en verpleging en zorg (Zvw) niet meer in de eigen leefomgeving blijven wonen, kan aanspraak bestaan op verblijf in de instelling. Het artikel luidt als volgt:

6. Het college kan een maatwerkvoorziening weigeren indien de cliënt aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande. Echter valt (ook) niet in te zien waarom het college gehouden is een maatwerkvoorziening te verlenen indien een andere wettelijke aanspraak kan voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan de aanspraak op wijkverpleging op grond van de Zorgverzekeringswet of een vervoerskostenvergoeding op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Daarom is in de verordening een weigeringsgrond opgenomen analoog aan het huidige artikel 2 Wmo 2007. Aansluiting Verordening Jeugdhulp

6. Het college kan een maatwerkvoorziening weigeren indien de cliënt aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande. Echter valt (ook) niet in te zien waarom het college gehouden is een maatwerkvoorziening te verlenen indien een andere wettelijke aanspraak kan voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan de aanspraak op wijkverpleging op grond van de Zorgverzekeringswet of een vervoerskostenvergoeding op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Daarom is in de Verordening een weigeringsgrond opgenomen analoog aan het huidige artikel 2 Wmo 2007. Aansluiting Verordening Jeugdhulp

40

In de oude tekst zijn de titels van de twee wetten omgewisseld, dit wordt gecorrigeerd.

Bij deze verordening is, met in achtneming van de wet, aansluiting gezocht bij de verordening Jeugdhulp. Genoemd worden de inhoud van de beschikking, regels over het persoonsgebonden budget, nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering, kwaliteit en inspraak en medezeggenschap.

Bij deze verordening is, met in achtneming van de wet, aansluiting gezocht bij de Verordening Jeugdhulp. Genoemd worden de inhoud van de beschikking, regels over het persoonsgebonden budget, nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering, kwaliteit en inspraak en medezeggenschap.

Opgemerkt wordt verder dat de Wmo 2015 niet goed te vergelijken is met de Jeugdwet. Als belangrijkste verschil wordt de eigen verantwoordelijkheid van ‘burgers’ genoemd welke in de Wmo 2015 wettelijk is verankerd (subsidiariteitsbeginsel). Dat wordt kracht bij gezet met het verbod van het doen van een aanvraag (art. 2.3.2 lid 9 Wmo 2015). Burgers met een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning melden zich waarna aanspraak bestaat op een onderzoek (het gesprek). De Jeugdwet kent geen subsidiariteitsbeginsel en er is ook geen meldingsplicht opgenomen voordat (conform verordening) een aanvraag kan worden ingediend. Het wettelijke recht op jeugdzorg en individuele aanspraken op jeugdzorg zijn vervangen door een voorzieningenplicht waarvan de aard en omvang in beginsel door de gemeente worden bepaald (maatwerk). Verder geldt dat de Jeugdwet een nieuwe wet is. Met de Wmo al zeven jaar (juridische) ervaring is opgedaan die zonder meer kan worden meegenomen in de Wmo 2015. Dat blijkt overigens ook de bedoeling van de wetgever; de Wmo 2015 is gestoeld op de Wmo 2007.

Opgemerkt wordt verder dat de Wmo 2015 niet goed te vergelijken is met de Jeugdwet. Als belangrijkste verschil wordt de eigen verantwoordelijkheid van ‘burgers’ genoemd welke in de Wmo 2015 wettelijk is verankerd (subsidiariteitsbeginsel). Dat wordt kracht bij gezet met het verbod van het doen van een aanvraag (art. 2.3.2 lid 9 Wmo 2015). Burgers met een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning melden zich waarna aanspraak bestaat op een onderzoek (het gesprek). De Jeugdwet kent geen subsidiariteitsbeginsel en er is ook geen meldingsplicht opgenomen voordat (conform verordening) een aanvraag kan worden ingediend. Het wettelijke recht op jeugdzorg en individuele aanspraken op jeugdzorg zijn vervangen door een voorzieningenplicht waarvan de aard en omvang in beginsel door de gemeente worden bepaald (maatwerk). Verder geldt dat de Jeugdwet een nieuwe wet is. Met de Wmo al zeven jaar (juridische) ervaring is opgedaan die zonder meer kan worden meegenomen in de Wmo 2015. Dat blijkt overigens ook de bedoeling van de wetgever; de Wmo 2015 is gestoeld op de Wmo 2007.

Modelverordening Vereniging Nederlandse gemeenten

Modelverordening Vereniging Nederlandse gemeenten

Deze verordening is deels gebaseerd op de concept modelverordening van de Verenging voor Nederlandse Gemeenten, versie 15 mei 2014 (VNG). Deze verordening is echter ingedeeld in hoofdstukken om de leesbaarheid en kenbaarheid te verhogen. Om dezelfde reden zijn de onderwerpen of artikelen uit de VNG-verordening, al dan niet in aangepaste vorm en noodzakelijkerwijs aangevuld, geclusterd in het betreffende hoofdstuk. Verder is zo min mogelijk gebruik gemaakt om de wet te citeren, maar juist uit te leggen wat de gemeente Voorschoten verstaat onder de niet bij wet gedefinieerde begrippen en wat in ieder geval concreet onder maatschappelijke ondersteuning wordt verstaan. Daarbij zijn normstellende kaders geformuleerd. Daarvoor is ook aansluiting gezocht bij de indeling van de huidige verordening en de vier taakvelden van de compensatieplicht. Uit de parlementaire behandeling van de Wmo 2015 blijkt namelijk dat het college nog steeds de plicht heeft op deze vier taakvelden ondersteuning te bieden in de vorm van een maatwerkvoorziening, als dat vanzelfsprekend nodig blijkt. Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat de inhoud van deze verordening maatwerk op geen enkele manier in de weg staat (zie verder hierna).

Deze verordening is deels gebaseerd op de concept modelverordening van de Verenging voor Nederlandse Gemeenten, versie 15 mei 2014 (VNG). Deze verordening is echter ingedeeld in hoofdstukken om de leesbaarheid en kenbaarheid te verhogen. Om dezelfde reden zijn de onderwerpen of artikelen uit de VNG-verordening, al dan niet in aangepaste vorm en noodzakelijkerwijs aangevuld, geclusterd in het betreffende hoofdstuk. Verder is zo min mogelijk gebruik gemaakt om de wet te citeren, maar juist uit te leggen wat de gemeente Voorschoten verstaat onder de niet bij wet gedefinieerde begrippen en wat in ieder geval concreet onder maatschappelijke ondersteuning wordt verstaan. Daarbij zijn normstellende kaders geformuleerd. Daarvoor is ook aansluiting gezocht bij de indeling van de huidige verordening en de vier taakvelden van de compensatieplicht. Uit de parlementaire behandeling van de Wmo 2015 blijkt namelijk dat het college nog steeds de plicht heeft op deze vier taakvelden ondersteuning te bieden in de vorm van een maatwerkvoorziening, als dat vanzelfsprekend nodig blijkt. Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat de inhoud van deze verordening maatwerk op geen enkele manier in de weg staat (zie verder hierna). 41

Verordening is essentieel

Verordening is essentieel

Uit de toelichting op artikel 2.1.3 van de wet (verordeningsplicht) blijkt dat de gemeenteraad naast het beleidsplan - mede met het oog op duidelijkheid voor de burger over de van de overheid te verwachten prestaties en de rechtszekerheid - bij verordening een aantal zaken moet regelen die noodzakelijk zijn om de wet en het beleidsplan uit te kunnen voeren. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening komt het op maatwerk aan. In artikel 1.2.1 van de wet is in algemene termen omschreven in welke gevallen iemand in aanmerking komt voor de verschillende maatwerkvoorzieningen (zie hoofdstuk 4 van deze verordening).

Uit de toelichting op artikel 2.1.3 van de wet (verordeningsplicht) blijkt dat de gemeenteraad naast het beleidsplan - mede met het oog op duidelijkheid voor de burger over de van de overheid te verwachten prestaties en de rechtszekerheid - bij verordening een aantal zaken moet regelen die noodzakelijk zijn om de wet en het beleidsplan uit te kunnen voeren. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening komt het op maatwerk aan. In artikel 1.2.1 van de wet is in algemene termen omschreven in welke gevallen iemand in aanmerking komt voor de verschillende maatwerkvoorzieningen (zie hoofdstuk 4 van deze verordening).

De verordening is een essentieel document voor de eerder genoemde concrete uitwerking van de beleidsvoornemens van de gemeente Voorschoten.

De Verordening is een essentieel document voor de eerder genoemde concrete uitwerking van de beleidsvoornemens van de gemeente Voorschoten.

De maatschappelijke ondersteuning zal gericht zijn op de persoon en diens plek in de samenleving in plaats van uitsluitend op diens aandoening, beperking of indicatie. De bepalingen in deze verordening geven geen antwoord op de vraag hoe het college in het individuele geval tot het oordeel komt of iemand in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. Slechts de criteria oftewel de inhoudelijke randvoorwaarden zoals de gemeenteraad die als democratisch gelegitimeerd orgaan moet stellen zijn opgenomen. Daarmee treedt de gemeenteraad nadrukkelijk niet in de beslisruimte die het college heeft op grond van artikel 2.3.5 van de wet (de aanvraag). Immers, binnen de kaders biedt de wet zeer uiteenlopende beslismogelijkheden.

De maatschappelijke ondersteuning zal gericht zijn op de persoon en diens plek in de samenleving in plaats van uitsluitend op diens aandoening, beperking of indicatie. De bepalingen in deze verordening geven geen antwoord op de vraag hoe het college in het individuele geval tot het oordeel komt of iemand in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. Slechts de criteria oftewel de inhoudelijke randvoorwaarden zoals de gemeenteraad die als democratisch gelegitimeerd orgaan moet stellen zijn opgenomen. Daarmee treedt de gemeenteraad nadrukkelijk niet in de beslisruimte die het college heeft op grond van artikel 2.3.5 van de wet (de aanvraag). Immers, binnen de kaders biedt de wet zeer uiteenlopende beslismogelijkheden.

Naar oordeel van het college

Naar oordeel van het college

Wanneer iemand naar het oordeel van het college niet in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en onvoldoende is geholpen met de inzet van eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen, beslist het college tot het verstrekken van een (individuele) maatwerkvoorziening. De verplichting om maatwerk te leveren, is in de wet ruimer geformuleerd dan de compensatieplicht in de Wmo 2007 en ziet op alle gevallen waarin iemand problemen heeft met zijn zelfredzaamheid en participatie, of beschermd wonen of opvang nodig heeft. De maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen en vormt samen met de inzet van eigen kracht of, indien van toepassing, gebruikelijke hulp of mantelzorg een samenhangend ondersteuningsaanbod, ofwel maatwerk. Wanneer mensen voldoen aan de voorwaarden, hebben zij het recht om te kiezen voor een

Wanneer iemand naar het oordeel van het college niet in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en onvoldoende is geholpen met de inzet van eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen, beslist het college tot het verstrekken van een (individuele) maatwerkvoorziening. De verplichting om maatwerk te leveren, is in de wet ruimer geformuleerd dan de compensatieplicht in de Wmo 2007 en ziet op alle gevallen waarin iemand problemen heeft met zijn zelfredzaamheid en participatie, of wonen met ondersteuning of opvang nodig heeft. De maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen en vormt samen met de inzet van eigen kracht of, indien van toepassing, gebruikelijke hulp of mantelzorg een samenhangend ondersteuningsaanbod, ofwel maatwerk. Wanneer mensen voldoen aan de voorwaarden, hebben zij het recht om te kiezen 42

persoonsgebonden budget waarmee zij zelf de ondersteuning kunnen regelen die tot de maatwerkvoorziening behoort (zie hoofdstuk 5 van deze verordening).

voor een persoonsgebonden budget waarmee zij zelf de ondersteuning kunnen regelen die tot de maatwerkvoorziening behoort (zie hoofdstuk 5 van deze verordening).

Geen ongeclausuleerd recht

Geen ongeclausuleerd recht

De Wmo 2015 biedt meer mogelijkheden dan de Wmo 2007 om cliënten op een goede manier maatschappelijk te ondersteunen zonder dat dit hoeft te leiden tot het verstrekken van een (individuele) maatwerkvoorziening. Daarmee is er geen sprake van een ongeclausuleerd recht op een maatwerkvoorziening. De verordening zoals die thans voorligt doet recht aan de bedoeling van de wetgever en biedt burgers de rechtszekerheid die zij verdienen als het hen - naar oordeel van het college - niet lukt om zelf, dan wel met hulp van anderen niet of onvoldoende zelfredzaam te zijn en te kunnen participeren. De verordening is dan ook zo opgesteld dat het de benodigde waarborgen biedt die burgers van de gemeente mogen verwachten. Daarmee wordt ook het huidige voorzieningenniveau bedoeld zonder daarbij het beoogde maatwerk en eigen verantwoordelijkheid van burgers uit het oog te verliezen. Naast de bedoelde aanspraken zijn ook de weigeringsgronden en beperkende voorwaarden opgenomen zoals die ook thans gelden. Die zijn overigens uitgebreid in het kader van de eigen verantwoordelijkheid en mede gebaseerd op de eerder genoemde concept modelverordening van de VNG.

De Wmo 2015 biedt meer mogelijkheden dan de Wmo 2007 om cliënten op een goede manier maatschappelijk te ondersteunen zonder dat dit hoeft te leiden tot het verstrekken van een (individuele) maatwerkvoorziening. Daarmee is er geen sprake van een ongeclausuleerd recht op een maatwerkvoorziening. De Verordening zoals die thans voorligt doet recht aan de bedoeling van de wetgever en biedt burgers de rechtszekerheid die zij verdienen als het hen - naar oordeel van het college - niet lukt om zelf, dan wel met hulp van anderen niet of onvoldoende zelfredzaam te zijn en te kunnen participeren. De Verordening is dan ook zo opgesteld dat het de benodigde waarborgen biedt die burgers van de gemeente mogen verwachten. Daarmee wordt ook het huidige voorzieningenniveau bedoeld zonder daarbij het beoogde maatwerk en eigen verantwoordelijkheid van burgers uit het oog te verliezen. Naast de bedoelde aanspraken zijn ook de weigeringsgronden en beperkende voorwaarden opgenomen zoals die ook thans gelden. Die zijn overigens uitgebreid in het kader van de eigen verantwoordelijkheid en mede gebaseerd op de eerder genoemde concept modelverordening van de VNG.

Uitvoerbaar

Uitvoerbaar

Een ander aspect is de uitvoerbaarheid van de wet en de daarbij behorende verordening. Het college die de aanvragen beoordeeld is ook gehouden de bepalingen van de verordening in acht te nemen. Met het bieden van de eerder genoemde duidelijkheid wordt niet alleen een kader geboden maar ook de grondslagen waarop de beslissing op de aanvraag kan en mag rusten. Dat brengt mee dat toepassing van deze verordening minder zware administratieve belasting geeft op de uitvoeringsorganisatie, daaronder begrepen bezwaar en beroep.

Een ander aspect is de uitvoerbaarheid van de wet en de daarbij behorende verordening. Het college die de aanvragen beoordeeld is ook gehouden de bepalingen van de verordening in acht te nemen. Met het bieden van de eerder genoemde duidelijkheid wordt niet alleen een kader geboden maar ook de grondslagen waarop de beslissing op de aanvraag kan en mag rusten. Dat brengt mee dat toepassing van deze verordening minder zware administratieve belasting geeft op de uitvoeringsorganisatie, daaronder begrepen bezwaar en beroep.

Juridisering begint bij de aanvraag Vanaf het moment dat de cliënt een aanvraag indient voor een maatwerkvoorziening, is er sprake van enige vorm van juridisering. Deze is een onvermijdelijk gevolg van het aanvragen van de maatwerkvoorziening en heeft met name tot doel om de rechtszekerheid van de cliënt te waarborgen. Het vorenstaande betekent ook dat het college bij het nemen van besluiten op de aanvraag zich - naast de wet ook moet baseren op de verordening. Ervaring in de jurisprudentie leert

Juridisering begint bij de aanvraag Vanaf het moment dat de cliënt een aanvraag indient voor een maatwerkvoorziening, is er sprake van enige vorm van juridisering. Deze is een onvermijdelijk gevolg van het aanvragen van de maatwerkvoorziening en heeft met name tot doel om de rechtszekerheid van de cliënt te waarborgen. Het vorenstaande betekent ook dat het college bij het nemen van besluiten op de aanvraag zich - naast de wet ook moet baseren op de verordening. Ervaring in de jurisprudentie leert 43

dat het van groot belang is om in de verordening met de wet verbindende grondslagen op te nemen (zie bijvoorbeeld RBGEL:2013: 4390).

dat het van groot belang is om in de verordening met de wet verbindende grondslagen op te nemen (zie bijvoorbeeld RBGEL:2013: 4390).

1. Begripsbepalingen

1. Begripsbepalingen

In hoofdstuk 1 van deze verordening zijn begripsbepalingen opgenomen die het college nodig heeft of kan hebben bij het uitvoeren van de wet en het toepassen deze verordening. Het gaat vanzelfsprekend niet om wettelijke bepalingen maar om begripsbepalingen die rechtstreeks uit de wet voortvloeien.

In hoofdstuk 1 van deze verordening zijn begripsbepalingen opgenomen die het college nodig heeft of kan hebben bij het uitvoeren van de wet en het toepassen deze verordening. Het gaat vanzelfsprekend niet om wettelijke bepalingen maar om begripsbepalingen die rechtstreeks uit de wet voortvloeien.

2. Procedureregels

2. Procedureregels

In hoofdstuk 2 van deze verordening zijn de proceduregels opgenomen. De Wmo 2015 regelt dat een cliënt, voordat een aanvraag om een maatwerkvoorziening bij het college kan worden gedaan, hij eerst zijn ondersteuningsbehoefte bij het college moet melden. In de verordening wordt de melding gedefinieerd als hulpvraag. Daaronder wordt dus niet een verzoek tot informatie en advies verstaan. De melding kan worden gedaan door of namens de cliënt. Verder is geregeld dat het college met aanbieders en partijen uit het maatschappelijke middenveld afspraken kan maken over het indienen van een hulpvraag voor cliënten.

In hoofdstuk 2 van deze verordening zijn de proceduregels opgenomen. De Wmo 2015 regelt dat een cliënt, voordat een aanvraag om een maatwerkvoorziening bij het college kan worden gedaan, hij eerst zijn ondersteuningsbehoefte bij het college moet melden. In de Verordening wordt de melding gedefinieerd als hulpvraag. Daaronder wordt dus niet een verzoek tot informatie en advies verstaan. De melding kan worden gedaan door of namens de cliënt. Verder is geregeld dat het college met aanbieders en partijen uit het maatschappelijke middenveld afspraken kan maken over het indienen van een hulpvraag voor cliënten.

Met het splitsen van melding en onderzoeksfase en aanvraag wordt de zorgvuldigheid van de afweging gewaarborgd en juridisering zo veel mogelijk voorkomen. Het uit te voeren onderzoek (het gesprek in de verordening) helpt het college ook om tot een goed onderbouwde beslissing op een eventuele aanvraag te komen. De regering vindt deze aanscherping van de wet nodig om gebrekkige motivering van beslissingen te voorkomen en waarborgen voor mensen die in aanmerking komen voor maatschappelijke ondersteuning, op dit punt versterken.

Met het splitsen van melding en onderzoeksfase en aanvraag wordt de zorgvuldigheid van de afweging gewaarborgd en juridisering zo veel mogelijk voorkomen. Het uit te voeren onderzoek (het gesprek in de Verordening) helpt het college ook om tot een goed onderbouwde beslissing op een eventuele aanvraag te komen. De regering vindt deze aanscherping van de wet nodig om gebrekkige motivering van beslissingen te voorkomen en waarborgen voor mensen die in aanmerking komen voor maatschappelijke ondersteuning, op dit punt versterken.

Nadat de hulpvraag is gemeld en door het college is bevestigd, bestaat er aanspraak op een gesprek. Het college kan op deze manier in samenspraak met de cliënt en zijn eventuele mantelzorger eerst zorgvuldig de ondersteuningsbehoefte en de mogelijkheden om daaraan tegemoet te komen in kaart brengen. Voordat het gesprek plaatsvindt wijst het college de cliënt en zijn eventuele mantelzorger op de mogelijkheid gebruik te maken van cliëntondersteuning. Ook wijst het college op de mogelijkheid van het indienen van een persoonlijk plan (zie definitie). Het spreekt voor zich dat degene die het gesprek voert over voldoende deskundigheid beschikt. Voor zover daar aanleiding voor is kan het college gebruik maken van de expertise van de specialistenpool (zie definitie).

Nadat de hulpvraag is gemeld en door het college is bevestigd, bestaat er aanspraak op een gesprek. Het college kan op deze manier in samenspraak met de cliënt en zijn eventuele mantelzorger eerst zorgvuldig de ondersteuningsbehoefte en de mogelijkheden om daaraan tegemoet te komen in kaart brengen. Voordat het gesprek plaatsvindt wijst het college de cliënt en zijn eventuele mantelzorger op de mogelijkheid gebruik te maken van cliëntondersteuning. Ook wijst het college op de mogelijkheid van het indienen van een persoonlijk plan (zie definitie). Het spreekt voor zich dat degene die het gesprek voert over voldoende deskundigheid beschikt. Voor zover daar aanleiding voor 44

Met de toegevoegde tekst wordt toegelicht dat cliënt bij wet verplicht is medewerking te verlenen aan het onderzoek dat in het kader van een Wmo melding wordt verricht.

Bij wet is geregeld dat de cliënt gehouden is zich desgevraagd te legitimeren. Voor de mantelzorger en de vertegenwoordiger is dat niet het geval. Uit het oogpunt van zorgvuldigheid is de bevoegdheid daartoe bij verordening bepaald. Pas na verstrekking van een schriftelijk verslag kan een aanvraag voor een maatwerkvoorziening worden gedaan, tenzij het onderzoek niet binnen zes weken is uitgevoerd (art. 2.3.2 lid 9 van de wet). In plaats van een schriftelijk verslag kan het college ook een ondersteuningsplan opstellen (zie definitie). In geval van een spoedeisende situatie (zie definitie) is het college verplicht een maatwerkvoorziening in te zetten in afwachting van de resultaten van het gesprek.

3. De aanvraag In hoofdstuk 3 van deze verordening zijn de regels omtrent de aanvraag opgenomen. De aanvraag wordt in principe ingediend op een door het college beschikbaar gesteld formulier. Om administratieve lasten te voorkomen kan het verslag ook als aanvraag worden aangemerkt. Voor zover het college voor de beoordeling van de aanspraak extern advies nodig heeft, wordt dat gevraagd nadat de aanvraag is ingediend. Het college schorst dan tevens de beslistermijn van de aanvraag op onder toepassing van artikel 4:15 Algemene wet bestuursrecht. Uit de wet vloeit eveneens voort dit te doen indien de cliënt niet de benodigde gegevens, bescheiden of medewerking heeft verleend aan het gesprek (onderzoek als bedoeld in art. 2.3.2 lid 4 van de wet). Verder kan het voorkomen dat geruime tijd verstrijkt tussen het verstrekken van een verslag en het feitelijk indienen van een aanvraag. Dit kan meebrengen dat het verslag verouderde informatie bevat waardoor het college niet (meer) binnen de wettelijke kaders zoals genoemd in hoofdstuk 4 van de verordening kan beslissen op de aanvraag. In voorkomende gevallen zal het college de cliënt (opnieuw) uitnodigen voor een gesprek voordat op de aanvraag wordt beslist. Dit is analoog aan artikel 2.3.2 lid 9 van de wet.

is kan het college gebruik maken van de expertise van de specialistenpool (zie definitie). De cliënt is bij wet verplicht aan het college desgevraagd alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om een beoordeling en besluit over de hulpvraag te kunnen nemen. Bij wet is geregeld dat de cliënt gehouden is zich desgevraagd te legitimeren. Voor de mantelzorger en de vertegenwoordiger is dat niet het geval. Uit het oogpunt van zorgvuldigheid is de bevoegdheid daartoe bij verordening bepaald. Pas na verstrekking van een schriftelijk verslag kan een aanvraag voor een maatwerkvoorziening worden gedaan, tenzij het onderzoek niet binnen zes weken is uitgevoerd (art. 2.3.2 lid 9 van de wet). In plaats van een schriftelijk verslag kan het college ook een ondersteuningsplan opstellen (zie definitie). In geval van een spoedeisende situatie (zie definitie) is het college verplicht een maatwerkvoorziening in te zetten in afwachting van de resultaten van het gesprek. 3. De aanvraag In hoofdstuk 3 van deze verordening zijn de regels omtrent de aanvraag opgenomen. Het ondertekende verslag van het gesprek dat na de melding met cliënt wordt gevoerd wordt aangemerkt als aanvraag van hulp.

In het geval dat de cliënt het hem toegestuurde verslag niet binnen een gestelde termijn ondertekend aan het college ter beschikking stelt kan geen besluit over de aanvraag worden genomen en wordt verder geen opvolging gegeven aan de melding. Voor zover het college voor de beoordeling van de aanspraak extern advies nodig heeft, wordt dat gevraagd nadat de aanvraag is ingediend. Het college schorst dan tevens de beslistermijn van de aanvraag op onder toepassing van artikel 4:15 Algemene wet bestuursrecht. Uit de wet vloeit eveneens voort dit te doen indien de cliënt niet de benodigde gegevens, bescheiden of medewerking heeft verleend aan het gesprek (onderzoek als bedoeld in art. 2.3.2 lid 4 van de wet). Verder kan het voorkomen dat geruime tijd verstrijkt tussen het verstrekken van een verslag en het feitelijk indienen van een aanvraag. Dit kan meebrengen dat het verslag verouderde informatie bevat waardoor het college niet (meer) binnen de wettelijke kaders zoals genoemd in hoofdstuk 4 van de Verordening kan beslissen op de aanvraag. In voorkomende gevallen zal het college de cliënt (opnieuw) 45

De toelichting over het formulier is verwijderd omdat in de praktijk niet met een formulier gewerkt wordt. In de nieuwe tekst wordt toegelicht dat het ondertekende gespreksversl ag wordt aangemerkt als de aanvraag van hulp. Ook wordt toegelicht wat er gebeurd als

uitnodigen voor een gesprek voordat op de aanvraag wordt beslist. Dit is analoog aan artikel 2.3.2 lid 9 van de wet.

4. Beoordeling van de aanspraak en inhoud beschikking

4. Beoordeling van de aanspraak en inhoud beschikking

In hoofdstuk 4 van deze verordening zijn algemene criteria opgenomen voor de boordeling van de aanspraak. Allereerst gaat het om de wettelijke criteria en dat, indien er aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat, deze een passende bijdrage moet leveren voor de (noodzakelijk gebleken) behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Daarbij is het college slechts gehouden de goedkoopst passende bijdrage te verlenen die in overwegende mate gericht is op het individu.

In hoofdstuk 4 van deze verordening zijn algemene criteria opgenomen voor de boordeling van de aanspraak. Allereerst gaat het om de wettelijke criteria en dat, indien er aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat, deze een passende bijdrage moet leveren voor de (noodzakelijk gebleken) behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Daarbij is het college slechts gehouden de goedkoopst passende bijdrage te verlenen die in overwegende mate gericht is op het individu.

Verder is een aantal situaties bepaald waarin het college niet gehouden is een maatwerkvoorziening te verlenen. Een aantal daarvan is ook opgenomen in de concept modelverordening van de VNG. Ook is de inhoud van de beschikking opgenomen. De cliënt moet op basis van de toekenningsbeschikking die hij ontvangt de informatie krijgen die nodig is om zijn rechtspositie te bepalen en te begrijpen. Hiervoor is nodig dat de beschikking de cliënt goed en volledig informeert. In dit artikel zijn de onderwerpen opgenomen die in ieder geval in de beschikking moeten worden opgenomen.

cliënt het verslag niet ondertekend en terugstuurt. In dat geval kan niet worden vastgesteld dat cliënt de hulp daadwerkelijk aanvraagt. Toegevoegd is een omschrijving van “eigen kracht” zoals gedaan in een rechterlijke uitspraak in 2025.

Verder is een aantal situaties bepaald waarin het college niet gehouden is een maatwerkvoorziening te verlenen. Een aantal daarvan is ook opgenomen in de concept modelverordening van de VNG. Belangrijk is de beoordeling van de eigen kracht van de cliënt. In een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 februari 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:1281) wordt daarover het volgende gezegd: Onder ‘eigen kracht’ wordt verstaan dat de cliënt moet doen wat binnen het vermogen ligt, om tot verbetering van zijn zelfredzaamheid en participatie te komen. De cliënt moet zich in hoge mate inspannen om datgene aan te wenden, wat binnen zijn eigen bereik ligt om zelf in zijn behoefte op het gebied van maatschappelijke ondersteuning te voorzien. Ook is de inhoud van de beschikking opgenomen. De cliënt moet op basis van de toekenningsbeschikking die hij ontvangt de informatie krijgen die nodig is om zijn rechtspositie te bepalen en te begrijpen. Hiervoor is nodig dat de beschikking de cliënt goed en volledig informeert. In dit artikel zijn de onderwerpen opgenomen die in ieder geval in de beschikking moeten worden opgenomen.

5. Persoonsgebonden budget

5. Persoonsgebonden budget 46

Duidelijk wordt

In hoofdstuk 5 van deze verordening zijn criteria opgenomen voor de aanspraak, bijbehorende verplichtingen verbonden aan het persoonsgebonden budget en regels over het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget.

In hoofdstuk 5 van deze verordening zijn criteria opgenomen voor de aanspraak, bijbehorende verplichtingen verbonden aan het persoonsgebonden budget en regels over het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget.

Criteria De bevoegdheid van de gemeenteraad om criteria vast te stellen bij de te nemen besluiten door het college brengt mee dat ook criteria (verplichtingen) aan het persoonsgebonden budget kunnen worden bepaald, zonder dat de gemeenteraad treedt in de bevoegdheden van de college als bedoeld in artikel 2.3.6 van de wet. Dergelijke verplichtingen zijn ook opgenomen in de concept modelverordening van de VNG. Er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het delegeren van nadere regels aan het college. Denk bijvoorbeeld aan de regels die thans ook gelden voor een woningaanpassing. Uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde hulp of maatwerkvoorziening onderzoekt het college de bestedingen van de persoonsgebonden budgetten.

Criteria De bevoegdheid van de gemeenteraad om criteria vast te stellen bij de te nemen besluiten door het college brengt mee dat ook criteria (verplichtingen) aan het persoonsgebonden budget kunnen worden bepaald, zonder dat de gemeenteraad treedt in de bevoegdheden van de college als bedoeld in artikel 2.3.6 van de wet. Dergelijke verplichtingen zijn ook opgenomen in de concept modelverordening van de VNG. Er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het delegeren van nadere regels aan het college. Denk bijvoorbeeld aan de regels die thans ook gelden voor een woningaanpassing. Uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde hulp of maatwerkvoorziening onderzoekt het college de bestedingen van de persoonsgebonden budgetten. Bij het bepalen van de PGB vaardigheid van cliënt wordt gebruik gemaakt van het 10-puntenkader van het ministerie van VWS.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=26a84431-ab0c-41b1-be6b-403b1d2e12e9