Bijlage 1 Was-wordt lijst Achtste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten
Tekst van het document
90% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder; 80% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een ter zake kundig gediplomeerde zelfstandige zonder personeel (zzp’er); 50% van het tarief in natura wanneer het nietprofessionele/informele ondersteuning betreft
De hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in het derde lid voor een cliënt ten behoeve van een dienst wordt, voor de maatwerkvoorzieningen huishoudelijke ondersteuning, maaltijdvoorziening en kindverzorging, vastgesteld op: a. b.
16
90% van het tarief in natura, wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder; Voor de tarieven van zowel ondersteuning vanuit het informele netwerk als door een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) geldt: het gemiddelde uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de
Te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. In de berekening van het gemiddelde uurloon worden eventuele indexaties naar rato meegenomen. 6.
7.
Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten, zaken en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet ui het persoonsgebonden budget worden betaald. Het college publiceert jaarlijks een actueel overzicht van de tarieven per maatwerkvoorziening welke door de cliënt mag worden besteed aan een professional.
betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg). Te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. In de berekening van het gemiddelde uurloon worden eventuele indexaties naar rato meegenomen. 6.
7.
Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten, zaken en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald. Het college publiceert jaarlijks in een financieel besluit de tarieven per maatwerkvoorziening welke door de cliënt mag worden besteed aan een professional en/of voorzieningen.
Artikel 5.5.1 – Woningaanpassingen
Artikel 5.5.1 – Woningaanpassingen
De hoogte van een persoonsgebonden budget voor woningaanpassing wordt vastgesteld op basis van:
De hoogte van een persoonsgebonden budget voor woningaanpassing wordt vastgesteld op basis van:
1.
1.
2.
3. 4. 5.
de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de woningaanpassing. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt getroffen vervallen de loonkosten; het architectenhonorarium, indien dit noodzakelijk is, tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald voor de leden van NLingenieurs en BNA in DNR 2011; de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor de bouwvergunning, voor zover de bouwvergunning betrekking heeft op het treffen van de woningaanpassing; de door College schriftelijk goedgekeurde kostenverhoging, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien had kunnen zijn.
2.
3. 4. 5.
de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de woningaanpassing. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt getroffen vervallen de loonkosten; het architectenhonorarium, indien dit noodzakelijk is, tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald voor de leden van NLingenieurs en BNA in DNR 2011; de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor de omgevingsvergunning, voor zover de omgevingsvergunning betrekking heeft op het treffen van de woningaanpassing; de door college schriftelijk goedgekeurde kostenverhoging, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien had kunnen zijn.
Artikel 5.5.2 – Hulpmiddelen
Artikel 5.5.2 – Hulpmiddelen
De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen wordt vastgesteld op basis van:
De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen wordt vastgesteld op basis van:
1.
1.
2.
de tarieven die het college betaalt aan aanbieders waarmee een contract is gesloten voor de aanschaf van hulpmiddelen; indien het hulpmiddel duurder is dan de hoogte van het persoonsgebonden budget, dan betaalt de cliënt de meerkosten zelf;
2.
de tarieven die het college betaalt aan aanbieders waarmee een contract is gesloten voor de aanschaf van hulpmiddelen; indien het hulpmiddel duurder is dan de hoogte van het persoonsgebonden budget, dan betaalt de cliënt de meerkosten zelf; 17
In artikel 5.5.1 lid 4 is de term bouwvergunni ng vervangen door de term omgevingsver gunning.
Artikel 5.5.2 blijft ongewijzigd
3.
het tarief is een all-in tarief waarin alle kostencomponenten zijn verdisconteerd.
3.
het tarief is een all-in tarief waarin alle kostencomponenten zijn verdisconteerd.
Artikel 5.5.3 - Verhuis- en herinrichtingskosten
Artikel 5.5.3 - Verhuis- en herinrichtingskosten
1.
1.
2.
Alleen verhuis- en inrichtingskosten die het gevolg zijn van een verhuizing als bedoeld in artikel 9.4 eerste lid van de Verordening komen voor vergoeding in aanmerking. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor verhuis- en herinrichtingskosten, tijdelijke huisvesting, verhuizing en inrichting, en de tegemoetkoming voor woningsanering (vloerbedekking en raambedekking), wordt vastgesteld op basis van een door cliënt ingediende declaratie als onderdeel van het budgetplan.
2.
Alleen verhuis- en inrichtingskosten die het gevolg zijn van een verhuizing als bedoeld in artikel 9.4 eerste lid van de Verordening komen voor vergoeding in aanmerking. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor verhuis- en herinrichtingskosten, tijdelijke huisvesting, verhuizing en inrichting, en de tegemoetkoming voor woningsanering (vloerbedekking en raambedekking), wordt vastgesteld op basis van een door cliënt ingediende declaratie als onderdeel van het budgetplan.
Artikel 5.5.4 - Deelnemen aan maatschappelijke verkeer
Artikel 5.5.4 - Deelnemen aan maatschappelijke verkeer
1.
1.
2.
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor de cliënt die gebruik kan maken van het collectief georganiseerd regiotaxivervoer én die gebruik wil maken van een persoonsgebonden budget, is gelijk aan de waarde van 1500 kilometer met de regiotaxi, minus een eigen aandeel in de kosten ter hoogte van de kosten van het reguliere openbaar vervoer. Het budgetplan bepaalt de precieze hoogte van het persoonsgebonden budget, op grond van het aantal kilometers dat de cliënt maximaal nodig heeft ter compensatie van de vervoersbehoefte. Uitzonderingen bij verstrekken van een persoonsgebonden budget voor collectief vervoer lid 1: a.
b.
c.
3.
2.
cliënten die naast collectief vervoer ook een hulpmiddel ten behoeve van het verplaatsen in de nabije omgeving in gebruik hebben, ontvangen 50% van het in lid 1 genoemde aantal kilometers. voor zover partners beiden in aanmerking komen voor het persoonsgebonden budget en de vervoersbehoefte vrijwel geheel samenvalt, wordt het persoonsgebonden budget als bedoeld in lid 1 beperkt tot ieder 50% van het in lid 1 genoemde aantal kilometers; voor zover partners beiden in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget en de vervoersbehoefte gedeeltelijk samenvalt, zal nader worden bepaald welk deel samenvalt en welk deel voor een persoonsgebonden budget ieder in aanmerking kan komen;
Voor cliënten die géén gebruik kunnen maken van collectief vervoer (regiotaxi) en gebruik moeten maken van het individuele taxivervoer
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor de cliënt die gebruik kan maken van het collectief georganiseerd regiotaxivervoer én die gebruik wil maken van een persoonsgebonden budget, is gelijk aan de waarde van 2124 kilometer met de regiotaxi, minus een eigen aandeel in de kosten ter hoogte van de kosten van het reguliere openbaar vervoer. Het budgetplan bepaalt de precieze hoogte van het persoonsgebonden budget, op grond van het aantal kilometers dat de cliënt maximaal nodig heeft ter compensatie van de vervoersbehoefte. Uitzonderingen bij verstrekken van een persoonsgebonden budget voor collectief vervoer lid 1: a.
b.
c.
3.
cliënten die naast collectief vervoer ook een hulpmiddel ten behoeve van het verplaatsen in de nabije omgeving in gebruik hebben, ontvangen 50% van het in lid 1 genoemde aantal kilometers. voor zover partners beiden in aanmerking komen voor het persoonsgebonden budget en de vervoersbehoefte vrijwel geheel samenvalt, wordt het persoonsgebonden budget als bedoeld in lid 1 beperkt tot ieder 50% van het in lid 1 genoemde aantal kilometers; voor zover partners beiden in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget en de vervoersbehoefte gedeeltelijk samenvalt, zal nader worden bepaald welk deel samenvalt en welk deel voor een persoonsgebonden budget ieder in aanmerking kan komen;
Voor cliënten die géén gebruik kunnen maken van collectief vervoer (regiotaxi) en gebruik moeten maken van het individuele taxivervoer 18
Artikel 5.5.3 blijft ongewijzigd
Artikel 5.5.4 lid 1 wordt gewijzigd omdat het aantal toegestane kilometers is verhoogd.
wordt op basis van een budgetplan per jaar de hoogte van het persoonsgebonden budget vastgesteld. 4. Cliënten die géén gebruik kunnen maken van het collectief vervoer en aangewezen zijn op een eigen auto, kunnen in aanmerking komen voor een aanpassing van de eigen auto. Er wordt beoordeeld of de aanpassing nog verantwoord is met het oog op de technische staat en de verwachte levensduur van de auto. Uitbetaling vindt plaats aan de aanvrager op basis van een door het college akkoord bevonden offerte of factuur.
wordt op basis van een budgetplan per jaar de hoogte van het persoonsgebonden budget vastgesteld. 4. Cliënten die géén gebruik kunnen maken van het collectief vervoer en aangewezen zijn op een eigen auto, kunnen in aanmerking komen voor een aanpassing van de eigen auto. Er wordt beoordeeld of de aanpassing nog verantwoord is met het oog op de technische staat en de verwachte levensduur van de auto. Uitbetaling vindt plaats aan de aanvrager op basis van een door het college akkoord bevonden offerte of factuur.
Artikel 5.5.5 Aanpassingskosten woonwagens en woonschepen
Artikel 5.5.5 Aanpassingskosten woonwagens en woonschepen
1.
1.
Het College kan op aanvraag een persoonsgebonden budget toekennen voor de aanpassingskosten van een woonwagen of woonschip indien: a. b.
2.
de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip nog minimaal vijf jaar is; de stand- en ligplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt.
Indien niet wordt voldaan aan de in het vorige lid onder a. of b. genoemde termijnen, kan het college toch besluiten een persoonsgebonden budget toe te kennen. De hoogte van het persoonsgebonden budget bedraagt niet meer dan € 6.000,00.
Het college kan op aanvraag een persoonsgebonden budget toekennen voor de aanpassingskosten van een woonwagen of woonschip indien: a. b.
2.
de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip nog minimaal vijf jaar is; de stand- en ligplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt.
Indien niet wordt voldaan aan de in het vorige lid onder a. of b. genoemde termijnen, kan het college toch besluiten een persoonsgebonden budget toe te kennen. De hoogte van het persoonsgebonden budget bedraagt niet meer dan € 6.000,00 of een geïndexeerd tarief zoals vermeld in het financieel besluit.
Artikel 5.6 Persoonsgebonden budget en kwaliteit
Artikel 5.6 Persoonsgebonden budget en kwaliteit
1.
1.
Bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel, een woningaanpassing of diensten dient te worden voldaan aan de door het College gestelde voorwaarden voor wat betreft de kwaliteit als bedoeld in de wet. Daaronder wordt in ieder geval verstaan dat de maatwerkvoorziening: a. b. c. d.
2.
als veilig, doeltreffend en cliëntgericht kan worden aangemerkt; wordt afgestemd op de individuele situatie van de cliënt; wordt verstrekt in overeenstemming met de professionele standaard; wordt verstrekt met respect voor en met inachtneming van de rechten van de cliënt.
Indien het college op basis van het gesprek en het daarbij behorend opgestelde verslag tot het oordeel komt dat de cliënt als een zeer kwetsbaar persoon moet worden gezien, kunnen in aanvulling op het
Bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel, een woningaanpassing of diensten dient te worden voldaan aan de door het college gestelde voorwaarden voor wat betreft de kwaliteit als bedoeld in de wet. Daaronder wordt in ieder geval verstaan dat de maatwerkvoorziening: a. b. c. d.
2.
Artikel 5.5.5 Lid 2 wordt aangevuld.
als veilig, doeltreffend en cliëntgericht kan worden aangemerkt; wordt afgestemd op de individuele situatie van de cliënt; wordt verstrekt in overeenstemming met de professionele standaard; wordt verstrekt met respect voor en met inachtneming van de rechten van de cliënt.
Bij de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb dienen bewijstukken waaruit blijkt dat aan de vereiste kwaliteitseisen voor hulp wordt voldaan (zoals diploma) en een geldige VOG van de 19
Artikel 5.6, lid 2 wordt aangepast.
vorige lid, nadere aanvullende voorwaarden, waaronder een verklaring omtrent het gedrag, worden gesteld.
directe zorgverlener en vervangend zorgverlener overlegd te worden aan het college.
Artikel 5.7 Uitwerking begrip bemiddelingsbureaus
Artikel 5.7 vervalt, het begrip bemiddelingsbureau is verplaatst naar de begripsbepalin gen.
Onder (administratieve) bemiddelingsbureaus als bedoeld in artikel 5.1, lid 3 onder b van de Verordening worden ook tussenpersonen/belangenbehartigers verstaan.
HOOFDSTUK 6 - MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING
HOOFDSTUK 6 - MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING
Artikel 6.1 Maatschappelijke ondersteuning
Artikel 6.1 Maatschappelijke ondersteuning
1.
1.
Onder maatschappelijke ondersteuning wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d.
2.
3. 4.
hulp bij het verrichten van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen; hulp bij het voeren van een gestructureerd huishouden; hulp bij het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer; en het bieden van beschermd wonen of opvang.
Het college kan in plaats van maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het eerste lid individueel gerichte maatregelen treffen of laten treffen gericht op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. De maatregelen bedoeld in het tweede lid kunnen betrekking hebben op de afstemming als bedoeld in artikel 2.3.5 vijfde lid onder a tot en met h van de wet. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen gericht op het ontlasten van de mantelzorger met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen wonen van de cliënt.
Onder maatschappelijke ondersteuning wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d.
2.
3. 4.
hulp bij het verrichten van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen; hulp bij het voeren van een gestructureerd huishouden; hulp bij het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer; en het bieden van wonen met ondersteuning of opvang.
Het college kan in plaats van maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het eerste lid individueel gerichte maatregelen treffen of laten treffen gericht op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. De maatregelen bedoeld in het tweede lid kunnen betrekking hebben op de afstemming als bedoeld in artikel 2.3.5 vijfde lid onder a tot en met h van de wet. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen gericht op het ontlasten van de mantelzorger met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen wonen van de cliënt.
Artikel 6.2 Soorten maatwerkvoorzieningen
Artikel 6.2 Soorten maatwerkvoorzieningen
1.
1.
Het college kan de volgende maatwerkvoorziening in ieder geval verlenen: a. b. c.
Kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger en zonodig het aldaar noodzakelijk vervoer; Hulpmiddel; Woonvoorziening.
Artikel 6.1 lid a beschermd wonen wordt aangepast.
Het college kan de volgende maatwerkvoorziening in ieder geval verlenen: a. b. c. 20
Kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger en zo nodig het aldaar noodzakelijk vervoer; Hulpmiddel; Woonvoorziening.
Artikel 6.2 lid 1 wordt gecorrigeerd en begrip beschermd wonen wordt aangepast.
d. e. f. g. h. 2.
Hulp bij het huishouden; Begeleiding; Dagbesteding en zonodig het noodzakelijk vervoer; Vervoersvoorziening; Verblijf in een opvang of beschermd wonen instelling.
In plaats van een maatwerkvoorziening in natura kan de cliënt aanspraak maken op een persoonsgebonden budget.
d. e. f. g. h. 2.
Hulp bij het huishouden; Begeleiding; Dagbesteding en zo nodig het noodzakelijk vervoer; Vervoersvoorziening; Verblijf in een opvang of wonen met ondersteuning instelling.
In plaats van een maatwerkvoorziening in natura kan de cliënt aanspraak maken op een persoonsgebonden budget.
Artikel 6.3 Primaat en kortdurende maatschappelijke ondersteuning
Artikel 6.3 Primaat en kortdurende maatschappelijke ondersteuning
1.
1.
2. 3.
Het college kan maatschappelijke ondersteuning als collectieve - en individuele maatwerkvoorziening verlenen waarbij het primaat ligt bij de collectieve maatwerkvoorziening. Het college kan de maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid kortdurend verlenen indien de cliënt of personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd leerbaar zijn. De maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het tweede lid is gericht op het versterken of verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Daaronder kan ook toeleiding naar algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan.
2. 3.
Het college kan maatschappelijke ondersteuning als collectieve - en individuele maatwerkvoorziening verlenen waarbij het primaat ligt bij de collectieve maatwerkvoorziening. Het college kan de maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid kortdurend verlenen indien de cliënt of personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd leerbaar zijn. De maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het tweede lid is gericht op het versterken of verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Daaronder kan ook toeleiding naar algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan.
HOOFDSTUK 7 - HULP BIJ SCHOON EN LEEFBAAR HUIS
HOOFDSTUK 7 - HULP BIJ SCHOON EN LEEFBAAR HUIS
Artikel 7.1 Maatschappelijke ondersteuning
Artikel 7.1 Maatschappelijke ondersteuning
Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning een maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van huishoudelijke ondersteuning.
Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning een maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van huishoudelijke ondersteuning.
Artikel 7.2 Specifieke criteria
Artikel 7.2 Specifieke criteria
1.
1.
2.
3.
Een cliënt komt niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning indien tot de leefeenheid van de cliënt één of meer personen behoren die naar oordeel van het college gebruikelijk hulp kunnen verlenen. De cliënt of een persoon die behoort tot diens leefeenheid kunnen in aanmerking komen voor kortdurende huishoudelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk indien zij naar oordeel van het college leerbaar zijn. De maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het tweede lid is gericht op het versterken of verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Daaronder kan ook toeleiding naar
2.
3.
Artikel 6.3 blijft ongewijzigd.
Een cliënt komt niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning indien tot de leefeenheid van de cliënt één of meer personen behoren die naar oordeel van het college gebruikelijk hulp kunnen verlenen. De cliënt of een persoon die behoort tot diens leefeenheid kunnen in aanmerking komen voor kortdurende huishoudelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk indien zij naar oordeel van het college leerbaar zijn. De maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in het tweede lid is gericht op het versterken of verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Daaronder kan ook toeleiding naar 21
Artikel 7.1 blijft ongewijzigd.
algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan. 4. Bij het oordeel van het college of gebruikelijke hulp kan worden gevergd wordt onverminderd de definitie in ieder geval rekening gehouden met: a. b. c.
algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan. 4. Bij het oordeel van het college of gebruikelijke hulp kan worden gevergd wordt onverminderd de definitie in ieder geval rekening gehouden met:
de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte; de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; de leerbaarheid van de cliënt en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd.
a. b. c.
de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte; de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; de leerbaarheid van de cliënt en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd.
Artikel 7.3 Huishoudelijke ondersteuning
Artikel 7.3 Huishoudelijke ondersteuning
1.
1.
De te bereiken resultaten van huishoudelijke ondersteuning worden slechts geboden indien deze gericht zijn op: a.
b.
c.
d.
het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de ruimten die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning. Om dit resultaat te bereiken kan maatschappelijke ondersteuning worden geboden bij het verrichten van lichte en/of zware huishoudelijke taken; het voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toilet- en schoonmaak artikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen; het aanwezig zijn van gewassen, al dan niet gestreken en zo nodig opgevouwen of opgehangen kleding of ander linnengoed. In beginsel wordt er van uit gegaan dat iedereen kan beschikken over strijkvrije bovenkleding. de dagelijkse gebruikelijke hulp voor in het huishouden aanwezige minderjarige kinderen. Om dit resultaat te bereiken kan tijdelijk ondersteuning worden verleend, tenzij de cliënt gebruik kan maken van aanwezige en bruikbare voor-, tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden.
De te bereiken resultaten van huishoudelijke ondersteuning worden slechts geboden indien deze gericht zijn op: a.
b.
c.
d.
het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de ruimten die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning. Om dit resultaat te bereiken kan maatschappelijke ondersteuning worden geboden bij het verrichten van lichte en/of zware huishoudelijke taken; het voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toilet- en schoonmaakartikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen; het aanwezig zijn van gewassen, al dan niet gestreken en zo nodig opgevouwen of opgehangen kleding of ander linnengoed. In beginsel wordt er van uit gegaan dat iedereen kan beschikken over strijkvrije bovenkleding. de dagelijkse gebruikelijke hulp voor in het huishouden aanwezige minderjarige kinderen. Om dit resultaat te bereiken kan tijdelijk ondersteuning worden verleend, tenzij de cliënt gebruik kan maken van aanwezige en bruikbare voor-, tussenen naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden.
HOOFDSTUK 8 - BEGELEIDING, DAGBESTEDING EN KORTDUREND VERBLIJF IN EEN INSTELLING
HOOFDSTUK 8 - BEGELEIDING, DAGBESTEDING EN KORTDUREND VERBLIJF IN EEN INSTELLING
Artikel 8.1 Maatschappelijke ondersteuning
Artikel 8.1 Maatschappelijke ondersteuning
Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van:
Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorziening verlenen in de vorm van:
22
Artikel 7.3 blijft ongewijzigd.
Artikel 8.1 blijft ongewijzigd.
a. b.
Begeleiding bij het in staat stellen tot algemeen dagelijkse levensverrichtingen of dagbesteding waaronder zonodig het noodzakelijke vervoer; Kortdurend verblijf in een instelling.
a. b.
Begeleiding bij het in staat stellen tot algemeen dagelijkse levensverrichtingen of dagbesteding waaronder zo nodig het noodzakelijke vervoer; Kortdurend verblijf in een instelling.
Artikel 8.2 Algemene criteria
Artikel 8.2 Algemene criteria
1.
1.
Het college kan de maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk: a. combineren met eigen kracht, ondersteuning vanuit het sociaal netwerk en informele hulp uit de sociale omgeving; b. verlenen in de vorm van een totaal aan afspraken zoals neergelegd in het gespreksverslag;
2.
Voor de maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 8.1 van de Verordening geldt het principe van het primaat van de collectieve maatwerkvoorziening.
Het college kan de maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk: a. b.
2.
combineren met eigen kracht, ondersteuning vanuit het sociaal netwerk en informele hulp uit de sociale omgeving; verlenen in de vorm van een totaal aan afspraken zoals neergelegd in een ondersteuningsplan;
Voor de maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 8.1 van de verordening geldt het principe van het primaat van de collectieve maatwerkvoorziening.
Artikel 8.3 Specifieke criteria begeleiding
Artikel 8.3 Specifieke criteria begeleiding
1.
1.
2.
De cliënt komt niet in aanmerking voor begeleiding indien tot de leefeenheid van de cliënt één of meer personen behoren die naar oordeel van het college gebruikelijke hulp kunnen verlenen. Bij het oordeel van het college of gebruikelijke hulp kan worden gevergd wordt onverminderd de definitie in ieder geval rekening gehouden met: a. b. c. d.
3.
4.
2.
de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt; de aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de cliënt; de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; de leerbaarheid van de cliënt en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd.
De cliënt komt in aanmerking voor kortdurende begeleiding ter versterking of verbetering van zijn zelfredzaamheid indien de cliënt naar oordeel van het college leerbaar is. Daaronder kan ook de toeleiding naar algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan. De cliënt kan in aanmerking komen voor begeleiding indien dat bijdraagt aan het behouden of mogelijk verbeteren van diens zelfredzaamheid en participatie. Daaronder wordt in ieder geval verstaan ondersteuning:
De cliënt komt niet in aanmerking voor begeleiding indien tot de leefeenheid van de cliënt één of meer personen behoren die naar oordeel van het college gebruikelijke hulp kunnen verlenen. Bij het oordeel van het college of gebruikelijke hulp kan worden gevergd wordt onverminderd de definitie in ieder geval rekening gehouden met: a. b. c. d.
3.
4.
de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt; de aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de cliënt; de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; de leerbaarheid van de cliënt en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd.
De cliënt komt in aanmerking voor kortdurende begeleiding ter versterking of verbetering van zijn zelfredzaamheid indien de cliënt naar oordeel van het college leerbaar is. Daaronder kan ook de toeleiding naar algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen worden verstaan. De cliënt kan in aanmerking komen voor begeleiding indien dat bijdraagt aan het behouden of mogelijk verbeteren van diens zelfredzaamheid en participatie. Daaronder wordt in ieder geval verstaan ondersteuning: 23
Artikel 8.2 lid 1b wordt aangepast omdat bij een aanvraag gebruik wordt gemaakt van het gespreksversl ag en niet van een ondersteuning splan. Artikel 8.3 blijft ongewijzigd.
a. b. c. d. 5. 6.
bij en opbouwen van een sociaal netwerk; van de thuisadministratie; bij participatie (dagbesteding); bij zelfzorg.
Het college draagt zonodig zorg voor het noodzakelijke vervoer inclusief de eventuele begeleiding zodat de cliënt gebruik kan maken van de dagbesteding. Het vervoer als bedoeld in het vorige lid wordt in ieder geval noodzakelijk geacht indien: a.
b.
a. b. c. d. 5. 6.
de cliënt niet in staat is zelfstandig lopend, al dan met een algemeen gebruikelijk loophulpmiddel, de dagbesteding te bereiken of zelfstandig met een algemeen gebruikelijk vervoermiddel te reizen; de cliënt niet met beschikbare hulp van personen uit diens sociale netwerk of vrijwilligers kan reizen of op een andere manier door hen kan worden begeleid.
bij en opbouwen van een sociaal netwerk; van de thuisadministratie; bij participatie (dagbesteding); bij zelfzorg.
Het college draagt zo nodig zorg voor het noodzakelijke vervoer inclusief de eventuele begeleiding zodat de cliënt gebruik kan maken van de dagbesteding. Het vervoer als bedoeld in het vorige lid wordt in ieder geval noodzakelijk geacht indien: a.
b.
de cliënt niet in staat is zelfstandig lopend, al dan niet met een algemeen gebruikelijk loophulpmiddel, de dagbesteding te bereiken of zelfstandig met een algemeen gebruikelijk vervoermiddel te reizen; de cliënt niet met beschikbare hulp van personen uit diens sociale netwerk of vrijwilligers kan reizen of op een andere manier door hen kan worden begeleid.
Artikel 8.4 Begeleiding
Artikel 8.4 Begeleiding
De te bereiken resultaten van begeleiding worden slechts geboden indien deze gericht zijn op:
De te bereiken resultaten van begeleiding worden slechts geboden indien deze gericht zijn op:
1.
1.
2.
het zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; en/of het zoveel mogelijk op gelijke voet met anderen kunnen meedoen in de maatschappij.
2.
het zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; en/of het zoveel mogelijk op gelijke voet met anderen kunnen meedoen in de maatschappij.
Artikel 8.5 Specifieke criteria kortdurend verblijf in een instelling
Artikel 8.5 Specifieke criteria kortdurend verblijf in een instelling
1.
1.
2. 3.
De cliënt kan in aanmerking komen voor kortdurend verblijf in een instelling, niet zijnde een ziekenhuis, indien het kortdurend verblijf noodzakelijk is ter ontlasting van de mantelzorger én de cliënt in dat geval aangewezen is op ondersteuning dat gepaard gaat met permanent toezicht. Het kortdurend verblijf in als bedoeld in het eerste lid omvat een dagdeel of een etmaal per week. Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het vorige lid.
Artikel 8.6 Kortdurend verblijf in een instelling
2. 3.
Artikel 8.4 blijft ongewijzigd.
De cliënt kan in aanmerking komen voor kortdurend verblijf in een instelling, niet zijnde een ziekenhuis, indien het kortdurend verblijf noodzakelijk is ter ontlasting van de mantelzorger én de cliënt in dat geval aangewezen is op ondersteuning die gepaard gaat met permanent toezicht. Het kortdurend verblijf in een instelling als bedoeld in het eerste lid omvat een dagdeel of een etmaal per week. Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het vorige lid.
Artikel 8.6 Kortdurend verblijf in een instelling
24
Artikel 8.5 wordt gecorrigeerd.
Artikel 8.6 blijft ongewijzigd.
Het te bereiken resultaat van kortdurend verblijf wordt slechts geboden indien deze gericht is op het ontlasten van de mantelzorger met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen laten wonen van de cliënt.
Het te bereiken resultaat van kortdurend verblijf wordt slechts geboden indien deze gericht is op het ontlasten van de mantelzorger met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen laten wonen van de cliënt.
HOOFDSTUK 9 - HULP GERICHT OP HET WONEN
HOOFDSTUK 9 - HULP GERICHT OP HET WONEN
Artikel 9.1 Maatschappelijke ondersteuning
Artikel 9.1 Maatschappelijke ondersteuning
Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorzieningen verlenen in de vorm van:
Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorzieningen verlenen in de vorm van:
a. b.
woonvoorzieningen; voorzieningen om zich in en om de woning te verplaatsen.
a. b.
woonvoorzieningen; voorzieningen om zich in en om de woning te verplaatsen.
Artikel 9.2 Woonvoorzieningen
Artikel 9.2 Woonvoorzieningen
Het te bereiken resultaat ten aanzien van woonvoorzieningen wordt slechts geboden indien deze bestaat uit het kunnen gebruiken van de noodzakelijke gebruiksruimten in verband met het normale gebruik van de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben.
Het te bereiken resultaat ten aanzien van woonvoorzieningen wordt slechts geboden indien deze bestaat uit het kunnen gebruiken van de noodzakelijke gebruiksruimten in verband met het normale gebruik van de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben.
Artikel 9.3 Specifieke criteria woonvoorzieningen
Artikel 9.3 Specifieke criteria woonvoorzieningen
1.
1.
2. 3.
Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een maatwerkvoorziening worden verleend aangaande de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de maatwerkvoorziening wordt getroffen. De aanvraag voor een woonvoorziening kan in ieder geval worden geweigerd indien: a.
b.
c.
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan:
2. 3.
Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een maatwerkvoorziening worden verleend aangaande de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de maatwerkvoorziening wordt getroffen. De aanvraag voor een woonvoorziening kan in ieder geval worden geweigerd indien: a.
b.
c.
25
Artikel 9.1 blijft ongewijzigd.
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan:
Artikel 9.2 blijft ongewijzigd.
Artikel 9.3 lid 3b wordt gecorrigeerd. Artikel 9.3 lid 3c wordt aangepast omdat genoemde voorzieningen niet standaard worden vergoed maar afhankelijk van de individuele situatie.
1° het verbreden van toegangsdeuren; 2° het aanbrengen van elektrische deuropeners; 3° de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw, mits de woningen in het gebouw te bereiken zijn met een rolstoel; 4° het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders; 5° het aanbrengen van een trapleuning bij een portiekwoning; 6° het plaatsen van een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het gebouw; 7° het aanbrengen van een traplift, indien het een gemeenschappelijke ruimte betreft die afgesloten kan worden van de openbare weg en onder de voorwaarde dat de eigenaar en de medegebruikers van de betrokken ruimte schriftelijk te kennen hebben gegeven hiertegen geen bezwaren van overwegende aard te hebben, d. e. f.
g. h.
de cliënt verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld. het betreft een woonvoorziening aan hotel/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur. het betreft een woonvoorziening in, specifiek op mensen met beperkingen gerichte woongebouwen wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten dan wel woonvoorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen.
i. ii. iii. iv.
d. e. f.
g. h.
b.
Alleen bij hoge uitzondering wordt een geschikte en/of brandveilige stalling voor een individuele scootmobiel verstrekt. Voorliggend zijn de algemene en gebruikelijke voorzieningen in en rondom het huis of appartement. De burger dient in alle redelijkheid medewerking te verlenen om een individuele dan wel collectieve stallingsmogelijkheid te realiseren.
de cliënt verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld. het betreft een woonvoorziening aan hotel/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur. het betreft een woonvoorziening in, specifiek op mensen met beperkingen gerichte woongebouwen wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten dan wel woonvoorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen.
4. a.
4. a.
het verbreden van toegangsdeuren; de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw, mits de woningen in het gebouw te bereiken zijn met een rolstoel; het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders; het aanbrengen van een traplift, indien het een gemeenschappelijke ruimte betreft die afgesloten kan worden van de openbare weg en onder de voorwaarde dat de eigenaar en de medegebruikers van de betrokken ruimte schriftelijk te kennen hebben gegeven hiertegen geen bezwaren van overwegende aard te hebben.
b. c.
26
Alleen bij hoge uitzondering wordt een geschikte en/of brandveilige stalling voor een individuele scootmobiel verstrekt. Voorliggend zijn de algemene en gebruikelijke voorzieningen in en rondom het huis of appartement. De burger dient in alle redelijkheid medewerking te verlenen om een individuele dan wel collectieve stallingsmogelijkheid te realiseren. Het college kan een aanvraag voor een individuele scootmobiel weigeren wanneer er geen adequate berging in of rondom het huis of appartement mogelijk is.
c.
Het college kan een aanvraag voor een individuele scootmobiel weigeren wanneer er geen adequate berging in of rondom het huis of appartement mogelijk is.
Artikel 9.4 Criterium primaat van verhuizen
Artikel 9.4 Criterium primaat van verhuizen
1.
1.
2. 3. 4.
Het college kan het primaat van verhuizen toepassen indien de kosten van een noodzakelijke woningaanpassing niet als de goedkoopst passende bijdrage is aan te merken. Indien de kosten van de woningaanpassing meer dan € 6.000,00 bedragen, zal het college onderzoeken of het primaat van verhuizen kan worden toegepast. Het college kan de cliënt op wie het primaat als bedoeld in het eerste lid van toepassing is zonder aanvraag in aanmerking brengen voor een tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de verordening. De cliënt kan voor een woningaanpassing in aanmerking komen indien blijkt dat verhuizing als bedoeld in het eerste lid niet binnen een redelijke en/of medische aanvaardbare termijn mogelijk is.
3.
2.
3.
Het college kan het primaat van verhuizen toepassen indien de kosten van een noodzakelijke woningaanpassing niet als de goedkoopst passende bijdrage is aan te merken. Indien de kosten van de woningaanpassing meer dan € 6.000,00 bedragen of een geïndexeerd tarief zoals vermeld in het financieel besluit kan het college onderzoeken of het primaat van verhuizen kan worden toegepast. Het college kan de cliënt op wie het primaat als bedoeld in het eerste lid van toepassing is zonder aanvraag in aanmerking brengen voor een tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 12 van de Verordening. De cliënt kan voor een woningaanpassing in aanmerking komen indien blijkt dat verhuizing als bedoeld in het eerste lid niet binnen een redelijke en/of medische aanvaardbare termijn mogelijk is.
Artikel 9.5 Zich verplaatsen in en om de woning
Artikel 9.5 Zich verplaatsen in en om de woning
De te bereiken resultaten van het zich verplaatsen in en om de woning worden slechts geboden indien deze gericht zijn op het in staat zijn de noodzakelijke gebruiksruimten te bereiken gericht op het normale gebruik van de woning, waaronder met een rolstoel of een traplift.
De te bereiken resultaten van het zich verplaatsen in en om de woning worden slechts geboden indien deze gericht zijn op het in staat zijn de noodzakelijke gebruiksruimten te bereiken gericht op het normale gebruik van de woning, waaronder met een rolstoel of een traplift. Hierbij moet het Besluit bouwwerken leefomgeving in acht worden genomen.
Artikel 9.6 Afschrijvingsperioden en de hoogte van de vergoeding
Artikel 9.6 Afschrijvingsperioden en de hoogte van de vergoeding
1.
1.
2.
Onverminderd de toepassing van artikel 9.3 vierde lid onder f worden voor woonvoorzieningen op basis van de economische levensduur afschrijvingsperioden gehanteerd voor vervanging van de keuken en badkamer. De hoogte van de vergoeding wordt volgens onderstaande methodiek berekend:
2.
Onverminderd de toepassing van artikel 9.3 vierde lid onder f worden voor woonvoorzieningen op basis van de economische levensduur afschrijvingsperioden gehanteerd voor vervanging van de keuken en badkamer. De hoogte van de vergoeding wordt berekend volgens bepalingen in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten.
0 - < 5 jaar: 100 % 5 - < 10 jaar: 75 % 10 - < 15 jaar: 50 % 27
Artikel 9.4 lid 2 wordt aangevuld en aangepast om de keuze voor onderzoek aan het college over te laten.
Artikel 9.5 wordt aangepast.
Artikel 9.6 lid 2 wordt aangepast om te verwijzen naar het Financieel besluit.
15 - < 20 jaar: 25 % >20 jaar: 0% (in verband met economische afschrijving) HOOFDSTUK 10 - HULP BIJ HET DEELNEMEN AAN HET MAATSCHAPPELIJK VERKEER
HOOFDSTUK 10 - HULP BIJ HET DEELNEMEN AAN HET MAATSCHAPPELIJK VERKEER
Artikel 10.1 Maatschappelijke ondersteuning
Artikel 10.1 Maatschappelijke ondersteuning
Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorzieningen verlenen in de vorm van:
Het college kan aan de cliënt die aanspraak heeft op maatschappelijke ondersteuning maatwerkvoorzieningen verlenen in de vorm van:
a. b.
het zich kunnen verplaatsen in de leefomgeving; medemensen ontmoeten en sociale verbanden aangaan, gericht op zelfredzaamheid en participatie.
a. b.
het zich kunnen verplaatsen in de leefomgeving; medemensen ontmoeten en sociale verbanden aangaan, gericht op zelfredzaamheid en participatie.
Artikel 10.2 Specifieke criteria
Artikel 10.2 Specifieke criteria
1.
1.
2.
3. 4.
Met het oog op het zich verplaatsen, kan een maatwerkvoorziening worden verleend ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de leefomgeving van de cliënt. Het college hanteert het principe van het primaat van de collectieve maatwerkvoorziening. Voor het verplaatsen buiten de wijk wordt de regiotaxi verstrekt, en binnen de wijk de scootmobielpool en/of een individuele scootmobiel. Voor individuele scootmobielen worden in principe driewielscootmobielen verstrekt, tenzij een ander type scootmobiel noodzakelijk blijkt te zijn. Bij het verstrekken van een individuele vervoersmiddel wordt rekening gehouden met de vervoersbehoefte van de cliënt en diens partner, de leeftijd van de cliënt, de beschikbaarheid van een ander verplaatsingsmiddel en de mate waarin het verplaatsingsmiddel in de vervoersbehoefte voorziet.
2.
3. 4.
Met het oog op het zich verplaatsen, kan een maatwerkvoorziening worden verleend ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de leefomgeving van de cliënt. Het college hanteert het principe van het primaat van de collectieve maatwerkvoorziening. Voor het verplaatsen buiten de wijk wordt de regiotaxi verstrekt, en binnen de wijk een individuele scootmobiel of een scootmobielpool indien voorhanden. Voor individuele scootmobielen worden in principe driewielscootmobielen verstrekt. Bij het verstrekken van een individueel vervoersmiddel wordt rekening gehouden met de vervoersbehoefte van de cliënt en diens partner, de leeftijd van de cliënt, de beschikbaarheid van een ander verplaatsingsmiddel en de mate waarin het verplaatsingsmiddel in de vervoersbehoefte voorziet.
Artikel 10.3 Het zich kunnen verplaatsen
Artikel 10.3 Het zich kunnen verplaatsen
1.
1.
Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich kunnen verplaatsen gericht op zelfredzaamheid en participatie bestaat in ieder geval uit: a. b. c. d.
het kunnen doen van boodschappen; het kunnen onderhouden van sociale contacten; het deelnemen aan activiteiten, binnen de leefomgeving van de cliënt.
Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich kunnen verplaatsen gericht op zelfredzaamheid en participatie bestaat in ieder geval uit: a. b. c. 28
Artikel 10.1 blijft ongewijzigd.
het kunnen doen van boodschappen; het kunnen onderhouden van sociale contacten; het deelnemen aan activiteiten,
Artikel 10.2 lid 2 wordt aangepast om aan te geven dat een scootmobielpo ol wel voorhanden moet zijn om te kunnen toekennen. Artikel 10.2 lid 3 wordt aangepast omdat alleen driewielscoot mobielen worden vergoed. Artikel 10.3 lid 1 opsommingste ken d is verwijder om de zin kloppend te maken. Artikel 10.3 lid 2 is aangepast
2. 3. 4.
Het te bereiken resultaat als bedoeld als bedoeld in artikel 10.3 eerste lid onder a, b en c (tezamen) maakt participatie mogelijk met een omvang van 1500 kilometer per jaar. Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in het vorige lid. De scootmobielpool is voorliggend aan een individuele verstrekking, mits deze te bereikenis.
binnen de leefomgeving van de cliënt. 2. Het te bereiken resultaat als bedoeld in artikel 10.3 eerste lid onder a, b en c (tezamen) maakt participatie mogelijk met een omvang van 2124 kilometer per jaar. 3. De scootmobielpool is voorliggend aan een individuele verstrekking, mits deze voorhanden is.
HOOFDSTUK 11 - BIJDRAGE IN DE KOSTEN
HOOFDSTUK 11 - BIJDRAGE IN DE KOSTEN
Artikel 11.1 Maatwerkvoorziening
Artikel 11.1 Maatwerkvoorziening
1.
1.
2.
De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget. De cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
rolstoel; financiële tegemoetkoming meerkosten; wanneer de hulpmiddelen zijn bedoeld voor een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met als uitzondering hierop de woningaanpassingen; een voorziening in gemeenschappelijke ruimtes van wooncomplexen; collectief vervoer; de maatwerkvoorziening wonen met zorg en specialistische en of decentrale maatschappelijke opvang; individueel vervoer; kortdurend verblijf; verhuiskosten; kosten van reparatie, verwijdering en onderhoud van hulpmiddelen en woningaanpassingen (met uitzondering van het onderhoud in het pgb voor een hulpmiddel);
2.
De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget. De cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. 29
rolstoel; financiële tegemoetkoming meerkosten; wanneer de hulpmiddelen zijn bedoeld voor een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met als uitzondering hierop de woningaanpassingen; een voorziening in gemeenschappelijke ruimtes van wooncomplexen; collectief vervoer; de maatwerkvoorziening wonen met ondersteuning en specialistische en/of decentrale maatschappelijke opvang; individueel vervoer; kortdurend verblijf; verhuiskosten; kosten van reparatie, verwijdering en onderhoud van hulpmiddelen en woningaanpassingen (met uitzondering van het onderhoud in het pgb voor een hulpmiddel); begeleiding met intensiteit waakvlam;
omdat het aantal toegestane kilometers is verhoogd. Artikel 10.3 lid 3 is verwijderd omdat dit voor alle bepalingen in de Verordening geldt (zie hardheidsclau sule). Artikel 10.3 lid 4 (nieuw 3) is aangepast om de tekst te verduidelijken.
Aan artikel 11.1 lid 2 is k. toegevoegd. Artikel 11.1 lid 2 is gewijzigd om de jaartal bepaling te verwijderen en te verwijzen naar het Financieel besluit. Artikel 11.1 lid 4 is vervallen en deze tekst is verwijderd.
k.
In afwijking van artikel 2.1.4.a., vierde lid, van de Wet is de cliënt die in het bezit is van een Wmo-pas een ritbijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening voor het collectief vraagafhankelijk vervoer in de vorm van een instaptarief en tarief per kilometer. Het college maakt voor ingang van het kalenderjaar de hoogte van de ritbijdrage kenbaar. Deze ritbijdrage wordt jaarlijks gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de Landelijke Tariefindex (LTI).
l.
In afwijking van artikel 2.1.4.a., vierde lid, van de Wet is de cliënt die in het bezit is van een Wmo-pas een ritbijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening voor het collectief vraagafhankelijk vervoer in de vorm van een instaptarief en tarief per kilometer. Het college maakt voor ingang van het kalenderjaar de hoogte van de ritbijdrage kenbaar. Deze ritbijdrage wordt jaarlijks gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de Landelijke Tariefindex (LTI).
De genoemde bijdrage is uitgedrukt in het prijspeil van 2023 en wordt ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van de Landelijke Tariefindex (LTI).
De hoogte van de bijdrage wordt berekend volgens de bepalingen in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten.
3.
3.
Indien een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget wordt verleend ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage verschuldigd door: a. b.
4.
de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen; en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Indien een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget wordt verleend ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage verschuldigd door: c. d.
de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen; en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
[vervallen]
Artikel 11.2 Verschuldigde eigen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening
Artikel 11.2 Verschuldigde eigen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening
1.
1.
2. 3. 4.
De bijdrage in de kosten is verschuldigd met inachtneming van de regels waaronder het bijdrageplichtig inkomen als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit. De bijdrage in de kosten bedraagt niet meer dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening. Onder de kostprijs van de maatwerkvoorziening is inbegrepen een door het College te bepalen bedrag voor instandhoudingskosten die aan de maatwerkvoorziening zijn verbonden. De bijdrage in de kosten is ten hoogste gelijk aan de maximale bedragen zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit en volgen telkens de aanpassingen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
2. 3. 4.
De bijdrage in de kosten is verschuldigd met inachtneming van de regels waaronder het bijdrageplichtig inkomen als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit. De bijdrage in de kosten bedraagt niet meer dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening. Onder de kostprijs van de maatwerkvoorziening is inbegrepen een door het college te bepalen bedrag voor instandhoudingskosten die aan de maatwerkvoorziening zijn verbonden. De bijdrage in de kosten is ten hoogste gelijk aan de maximale bedragen zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit en volgen telkens de aanpassingen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel 11.3 Periode waarover eigen bijdrage is verschuldigd
Artikel 11.3 Periode waarover eigen bijdrage is verschuldigd
1.
1.
De periode waarover voor een hulpmiddel, woningaanpassingen, de tegemoetkoming voor verhuis- en/of inrichtingskosten en
Artikel 11.2 blijft ongewijzigd.
De periode waarover voor een hulpmiddel, woningaanpassing, verhuis- of inrichtingskosten en aanpassingen aan de eigen auto een 30
Artikel 11.3 lid 1 is gewijzigd om de tekst
aanpassingen aan de eigen auto een eigen bijdrage is verschuldigd, is de periode totdat de kostprijs is betaald. 2. De periode waarover voor een voorziening in de vorm van een geleverde dienst een eigen bijdrage is verschuldigd, is de periode van gebruiksduur. 3. Wanneer de cliënt gebruik maakt van een hulpmiddel via zorg in natura en dit hulpmiddel wordt door de gemeente gehuurd, dan geldt de eigen bijdrage per vier weken op basis van het maandbedrag dat de gemeente betaalt aan de leverancier van het hulpmiddel, bijvoorbeeld een scootmobiel. 4. Voor dure woningaanpassingen van meer dan € 6.000,00 wordt de eigen bijdrage gebaseerd op een afschrijvingstermijn van 20 jaar.
eigen bijdrage is verschuldigd, is de periode van de gebruiksduur. De periode eindigt als de totale betaalde eigen bijdrage gelijk is aan de kostprijs van het hulpmiddel. 2. Wanneer de cliënt gebruik maakt van een hulpmiddel via zorg in natura en dit hulpmiddel wordt door de gemeente gehuurd, dan geldt de eigen bijdrage per vier weken op basis van het maandbedrag dat de gemeente betaalt aan de leverancier van het hulpmiddel, bijvoorbeeld een scootmobiel. 3. Voor dure woningaanpassingen van meer dan € 6.000,00 of een geïndexeerd tarief zoals vermeld in het financieel besluit wordt de eigen bijdrage gebaseerd op een afschrijvingstermijn van 20 jaar.
Artikel 11.4 Algemene voorziening 1. 2.
Artikel 11.4 komt te vervallen omdat voorwaarden voor algemene voorzieningen geen onderdeel zijn van deze verordening. Artikel 11.5 komt te vervallen, het begrip kostprijs wordt opgenomen in de begrippenlijst.
Het college int geen bijdrage voor algemene voorzieningen. De aanbieder van de algemene voorziening kan een bijdrage vragen in de kosten voor maaltijdvoorzieningen en de klussendienst. Deze mag niet hoger zijn de kostprijs.
Artikel 11.5 Kostprijs 1. 2.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening is gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de maatwerkvoorziening afneemt of aanschaft van een (gecontracteerde) aanbieder, inclusief de bijkomende kosten. De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het bedrag van het persoonsgebonden budget.
HOOFDSTUK 12 - TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN
HOOFDSTUK 12 - TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN
Artikel 12.1 Aanspraak
Artikel 12.1 Aanspraak
1.
1.
De persoon met een beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de met die beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem verband houdende aantoonbare of aannemelijke meerkosten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie voor:
beter leesbaar te maken. Lid 2 is verwijderd. Lid 3 is vernummerd naar lid 2. Lid 4 is vernummerd naar lid 3 en aangevuld.
De persoon met een chronische lichamelijke en/of psychische en/of psychosociale beperking kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de met die beperking verband houdende aantoonbare of aannemelijke meerkosten ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie voor: 31
Artikel 12.1 lid 1 wordt aangepast om de tekst beter leesbaar te maken.
a. b. c.
2.
3.
4.
verhuiskosten en/of inrichtingskosten; een sportrolstoel; of reiskosten in verband met het gebruik van het aanvullend openbaar vervoer in verband met deelname aan het maatschappelijk verkeer als bedoeld in hoofdstuk 10 van de verordening;
De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming indien deze persoon geen aanspraak heeft of kan hebben op een vergoeding van de (meer)kosten op grond van een voorliggende voorziening. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten voor zover op deze persoon het primaat van verhuizen van toepassing is als bedoeld in artikel 9.4 eerste lid van de verordening. De tegemoetkoming voor verhuiskosten en/of inrichtingskosten wordt niet eerder uitbetaald nadat de persoon als bedoeld in het derde lid is verhuisd naar de voor hem meest geschikte beschikbare woning gelet op zijn beperkingen in het normale gebruik van de woning.
a. b. c.
2.
3.
4.
verhuiskosten en/of inrichtingskosten; een sportrolstoel; of reiskosten in verband met het gebruik van het aanvullend openbaar vervoer in verband met deelname aan het maatschappelijk verkeer als bedoeld in hoofdstuk 10 van de Verordening;
De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming indien deze persoon geen aanspraak heeft of kan hebben op een vergoeding van de (meer)kosten op grond van een voorliggende voorziening. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten voor zover op deze persoon het primaat van verhuizen van toepassing is als bedoeld in artikel 9.4 eerste lid van de Verordening. De tegemoetkoming voor verhuiskosten en/of inrichtingskosten wordt niet eerder uitbetaald nadat de persoon als bedoeld in het derde lid is verhuisd naar de voor hem meest geschikte beschikbare woning gelet op zijn beperkingen in het normale gebruik van de woning.
Artikel 12.2 Aanvraag
Artikel 12.2 Aanvraag
1. 2.
1. 2.
3.
4. 5.
De tegemoetkoming wordt op aanvraag verleend. De tegemoetkoming voor een sportrolstoel wordt slechts eens per drie jaar verleend. In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten toekennen in het besluit waarin het primaat van verhuizen wordt toegepast als bedoeld in artikel 12.1 van de verordening. [vervallen] [vervallen]
3.
De tegemoetkoming wordt op aanvraag verleend. De tegemoetkoming voor een sportrolstoel wordt slechts eens per drie jaar verleend. In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten toekennen in het besluit waarin het primaat van verhuizen wordt toegepast als bedoeld in artikel 12.1 van de Verordening.
Artikel 12.3 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij aanschaf van een sportvoorziening
Artikel 12.3 Hoogte financiële tegemoetkoming in de meerkosten bij aanschaf van een sportvoorziening
De aanschaf van een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3.500,- voor een periode van minimaal drie jaar, hiervan wordt ook het onderhoud betaald. Uitbetaling vindt plaats aan de aanvrager op basis van een door het college akkoord bevonden offerte of factuur;
Voor de aanschaf van een sportvoorziening kan een bijdrage worden toegekend voor een periode van minimaal drie jaar, waarvan ook het onderhoud wordt betaald. De hoogte van de bijdrage wordt berekend volgens de bepalingen in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten. Uitbetaling vindt plaats aan de aanvrager op basis van een door het college akkoord bevonden offerte en factuur. 32