Bijlage 1 Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Middelen klimaatakkoord en fonds duurzaamheid (€ 87.000 lagere lasten) In 2025 waren middelen beschikbaar om uitvoering te geven aan het klimaatakkoord en het fonds duurzaamheid. In 2026 zijn deze middelen niet meer beschikbaar, hierdoor zijn de lasten voor deze onderwerpen dus lager in 2026 dan in 2025. Dit leidt tot een voordeel van € 88.000. Warmte Leidse regio (WLR) (€ 75.000 lagere lasten) Bij de jaarrekening 2024 is besloten om restantbudget over te hevelen naar 2025, hiermee is het lasten budget van 2025 verhoogd. In 2026 is geen sprake van het doorschuiven van budget en hierdoor vallen de lasten lager uit. Dit leidt tot een voordeel van € 75.000 De resterende lagere lasten van € 89.000 betreffen overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak. Mutaties reserves: In 2025 en 2026 zijn er vanuit programma 7 geen stortingen in de reserves beoogd. In 2026 zijn er geen onttrekkingen vanuit reserves. De onttrekkingen in 2025 van € 189.000 betreffen overhevelingen vanuit 2024 voor diverse onderwerpen binnen programma 7.
48
P8 Wonen en bouwen Wat willen we bereiken ? Woningbouw blijft voor het college een topprioriteit. Daarom gaan we hard door met de plannen uit de woonvisie die in december 2023 is vastgesteld. Onze speerpunten zijn nieuwe woningen realiseren volgens de woonvisie en het aandeel betaalbare woningen in de woningvoorraad vergroten.
Wat gaan we daarvoor doen ? Belangrijkste resultaten 2026 Realisatie woningbouw De raad heeft in het recente verleden gelden beschikbaar gesteld voor de versnelling van woningbouw, bestaande uit: -
Projectbureau wonen € 100.000 (structureel), begroting 2022 Inzet woningbouw € 100.000 (tot en met 2028), begroting 2025
Gezien het aantal projecten dat we onderhanden hebben, zijn deze gelden noodzakelijk om de projectorganisatie op sterkte te brengen en te kunnen houden. Versnellen van de woningbouw is ook waar we op inzetten in 2026. We komen bij een aantal projecten in de fase dat de voorbereiding is afgerond en dat start bouw realiteit wordt. De focus van de gemeente ligt in 2026 op het feitelijk realiseren van nieuwe woningen (prioriteit: wonen, wonen, wonen). Voor een aantal projecten is start van de realisatie in 2026 reëel. Het gaat in eerste aanleg om 280 woningen: 1. 2. 3.
Huize Bijdorp (136 woningen, waarvan er reeds 11 in aanbouw zijn); Raadhuislaan (44 woningen); Segaar-Arsenaal (100 woningen).
Voor Starrenburg III (356 woningen) geldt dat de voorbelasting en het bouwrijp maken van de locatie in 2026 reëel is. Daarnaast worden in 2025 voor de locaties Jan Evertsenlaan en Jan Wagtendonkstraat de ruimtelijke kaders vastgesteld. In 2026 richten we ons vervolgens op de uitwerking daarvan naar stedenbouwkundige plannen en de benodigde vergunningverlening. We noemen hier niet alle lopende woningbouwprojecten. Halfjaarlijks informeren we de raad met een raadsinformatiebrief over de totale voortgang. Vaststellen woon-zorgvisie We verwachten de woon-zorgvisie in 2026 vast te kunnen stellen. Dit kan binnen de huidige middelen en capaciteit worden opgepakt. Vooruitlopend op de Wet versterking regie volkshuisvesting is in de regio Leiden al nagedacht over de woon-zorgcomponent die in het volkshuisvestingsplan moet komen. Deze woon-zorgcomponent geldt als basis voor de woonzorgvisie voor Voorschoten. Deze visie past binnen de bestaande capaciteit. Het tijdelijk omgevingsplan wordt omgebouwd naar een nieuw omgevingsplan In de Omgevingswet staat dat elke gemeente op 1 januari 2032 een gebiedsdekkend integraal omgevingsplan moet hebben. Dit omgevingsplan moet het huidige tijdelijke omgevingsplan (de oude bestemmingsplannen), de gemeentelijke verordeningen en overige regels over de fysieke leefomgeving en de ‘bruidsschat’ vervangen.
Ook nieuwe regels en voorschriften die sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij de gemeenten zijn belegd (de zogeheten bruidsschat) moeten we daarin verankeren. Deze transitie is een meerjarig project dat voor rekening van
49
gemeenten komt. Met de vaststelling van de Kadernota 2026 is besloten om in de Begroting 2026 middelen voor 2026 beschikbaar te stellen. In 2026 stellen we hiervoor een plan van aanpak vast, waarin we ook de kosten voor de volgende jaren zullen opnemen. Ook werken we in 2026 al aan de eerste wijzigingen van het tijdelijke omgevingsplan. Over de programmatische uitwerking van het omgevingsplan (gebiedsgericht of themagericht) komen we met het plan van aanpak bij de raad terug. Grondexploitatie Duivenvoordecorridor (grex DVC); Noortveer wordt aanbesteed Locatie Noortveer is de laatste geplande ontwikkeling van de grondexploitatie Duivenvoordecorridor. Eind 2025 en eerste helft van 2026 krijgt het gunnings- en aanbestedingstraject vorm, waarna we dat uitvoeren. De gunningsleidraad bevat regels over de inrichting, kwaliteitsniveau, fasering en een minimumbod. Op basis van het in 2018 vastgestelde exploitatieplan is het plan hier negentien grondgebonden woningen te ontwikkelen. Voormalig grondexploitatie Deltaplein: de juridische procedure is afgewikkeld Met Deltaplein Ontwikkeling BV is in 2012 een realisatieovereenkomst gesloten en zijn subsidieafspraken vastgelegd. De gemeente verstrekt een subsidie als uit deskundigenonderzoek blijkt dat het tekort in de projectexploitatie ten minste € 2,4 miljoen bedraagt. Het gaat om een subsidiebedrag van € 2,4 miljoen vermeerderd met rente.
Voor de financiële afwikkeling heeft de gemeente een voorziening beschikbaar. De gemeente heeft een verzoek voor een voorschot op het bedrag afgewezen. De rechtbank is het daarmee eens, omdat een deugdelijke financiële verantwoording ontbreekt, inclusief een accountantsverklaring. Die verantwoording is nodig, omdat de subsidie anders als onrechtmatig kan worden beschouwd en als staatssteun kan worden gezien. In het najaar van 2025 is het beroep behandeld. Deltaplein Ontwikkeling BV is daarin opnieuw in het ongelijk gesteld. Een hoger beroep behoort theoretisch tot de mogelijkheden. De voorziening blijft staan tot de juridische procedure definitief is afgerond.
Nr. Beleidsindicator
Eenheid
Bron
Voorgaande laatst bekende realisatie
Laatst Landelijk bekende vergelijking realisatie cijfer
35
Gemiddelde WOZ waarde
Duizend euro
CBS
501 (2024)
36
Nieuw gebouwde woningen
Aantal per 1.000 woningen
0,3 (2023)
37
Demografische druk
%
Basisregistratie adressen en gebouwen CBS
528 398 (2025) (2025) 11,8 8,4 (2024) (2024)
38
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
In euro's
COELO
In euro's
COELO
39
89,3 (2024) € 1.388 (2024) € 1.481 (2024)
89,6 70,7 (2025) (2025) € 1.441 € 957 (2025) (2025) € 1.539 € 1.050 (2025) (2025)
Toelichting beleidsindicatoren 35
Gemiddelde WOZ waarde
De gemiddelde WOZ waarde van woningen. Alle verblijfsobjecten in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) met minimaal een woonfunctie en eventueel een of meer andere gebruiksfuncties worden als woning aangemerkt 36
Nieuw gebouwde woningen
Het aantal nieuw gebouwde woningen, exclusief overige toevoegingen zoals transformaties.
50
37
Demografische druk
Het aantal personen van 0 tot 20 jaar én 65 jaar of ouder per honderd personen van 20 tot 65 jaar. 38
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. 39
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
Wat gaat het kosten?
Deze tabel toont de baten en lasten van dit programma. De mutaties laten we apart zien. De tabel sluit af met het saldo. Programma: P8 Wonen en bouwen
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
2.383
5.457
975
924
924
Totaal baten
Baten
3.788
Totaal lasten
Lasten
-3.297
-4.124
-7.759
-3.200
-3.142
-3.040
Saldo van baten en lasten Saldo
491
-1.742
-2.302
-2.225
-2.218
-2.115
Mutatie reserves Totaal onttrekkingen
Baten
381
567
0
0
0
0
Totaal stortingen
Lasten
-500
0
0
0
0
0
Saldo mutatie reserves
Saldo
-119
567
0
0
0
0
Saldo
372
-1.175
-2.302
-2.225
-2.218
-2.115
Saldo Totaal Programma bedragen x € 1.000 ( "-"= nadeel / "+"= voordeel )
De voornaamste verschillen op de baten en de lasten van tenminste € 50.000, of met een bijzondere oorzaak, staan hieronder uitgewerkt. Programma 8 kent per saldo € 3.074.000 hogere baten in 2026 ten opzichte van 2025. Dit bestaat uit de volgende verschillen: Mutatie grondexploitatie (€ 4.180.000 hogere baten) In 2026 zijn er verkopen van de gronden beoogd. Hierdoor worden er hogere baten begroot. Tegenover verkopen van de gronden staat een afname van de grondexploitatie op de balans. De mutaties voor de grondexploitatie zijn daarmee neutraal. Leges bouwvergunningen (€ 141.000 hogere baten) Op basis van ontwikkelingen omtrent de op stapel staande bouwprojecten is een stijging van de leges bouwvergunningen (baten) voorzien van € 141.000. Volkshuisvesting (€ 600.000 lagere baten) In het verleden is een indexering grondwaarde afgesproken over de verkoop van ontwikkellocaties. Eén van de locaties voldeed in 2025 aan deze voorwaarden, waardoor hiervoor een incidentele hogere baat was opgenomen in 2025 (€ 600.000). Woningbouw Huize Bijdorp (€ 276.000 lagere baten) De Provincie heeft een projectsubsidie verleend van € 276.000 voor Huize Bijdorp voor het realiseren van 32 zelfstandige huurwoningen in 2025. Deze baten zijn niet voorzien in 2026.
51
Aanpak energiearmoede (€ 232.000 lagere baten) De specifieke uitkering voor energiearmoede is niet voorzien voor 2026. Lokaal isolatieprogramma (€ 138.000 lagere baten) Voor het isolatieprogramma zijn baten en lasten geraamd in 2025. Deze baten komen niet terug in 2026. De resterende lagere baten van € 1.000 betreffen overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak. Programma 8 kent per saldo € 3.635.000 hogere lasten in 2026 ten opzichte van 2025. Dit bestaat uit de volgende verschillen: Mutatie grondexploitatie (€ 4.180.000 hogere lasten) In 2026 zijn er verkopen van de gronden beoogd. Hierdoor worden er hogere baten begroot. Tegenover verkopen van de gronden staat een afname van de grondexploitatie op de balans die als last op de exploitatie wordt verantwoord. De mutaties voor de grondexploitatie zijn daarmee neutraal. Doorbelasting salarislasten (€ 777.000 hogere lasten) De doorbelasting van de salarislasten zorgen voor hogere lasten van € 778.000 op programma 8. Zie voor de complete toelichting het onderdeel 'Wat gaat het kosten?' bij programma 0. Invoering Omgevingswet (€ 139.000 hogere lasten) In de Omgevingswet is de verplichting opgenomen dat elke gemeente op 1 januari 2032 over een definitief, integraal omgevingsplan dient te beschikt. Deze transitie betreft een meerjarig project dat voor rekening van gemeente komt.
Op basis van de transitiestrategie en ervaringscijfers van vergelijkbare gemeenten die al een definitief omgevingsplan hebben vastgesteld, zijn de lasten voor 2026 hoger begroot. Woningbouw Huize Bijdorp (€ 276.000 lagere lasten) De provincie heeft in 2025 een projectsubsidie verleend van € 276.000 voor Huize Bijdorp voor het realiseren van 32 zelfstandige huurwoningen. Deze baten zijn niet voorzien in 2026. Aanpak energiearmoede (€ 232.000 lagere lasten) De specifieke uitkering en de bijbehorende lasten voor energiearmoede zijn niet voorzien voor 2026. Impuls betaalbare woningbouw (€ 200.000 lagere lasten) In de jaren 2023, 2024 en 2025 was naar aanleiding van amendement 175 'impuls betaalbare woningbouw' aanvullend budget beschikbaar van € 100.000 per jaar. Bij de jaarrekening 2024 is het budget van 2024 overgeheveld naar 2025, waarmee de raming € 200.000 bedroeg. Omdat dit budget eindigt na 2025, leidt dit in 2026 tot € 200.000 lagere lasten. Verkeersontsluiting Leiden-Voorschoten (€ 198.000 lagere lasten) In 2025 is het project Verkeersontsluiting Leiden-Voorschoten uitgevoerd, waarmee lasten gemoeid waren van € 198.000. Deze lasten komen niet terug in 2026 waardoor de lasten lager uitvallen. Omgevingsvisie (€ 177.000 lagere lasten) De bestuurlijke opdracht voor de omgevingsvisie Voorschoten 2040 is eind 2025 ter vaststelling aan de raad aangeboden.
Deze begrote lasten uit 2025 komen niet terug in 2026 en zorgen voor lagere lasten.
52
Lokaal isolatieprogramma (€ 138.000 lagere lasten) Voor het isolatieprogramma zijn baten en lasten geraamd in 2025. Deze lasten komen niet terug in 2026. Wonen, wonen, wonen (€ 100.000 lagere lasten) In de begroting 2025 is meerjarig aanvullend budget beschikbaar gesteld voor Wonen, wonen, wonen. In 2025 was dit budget € 200.000, en in de opvolgende jaren € 100.000. Het verschil leidt tot € 100.000 lagere lasten. Kruispuntkerk (€ 100.000 lagere lasten) Om de vervolgstappen te kunnen zetten voor het project Kruispuntkerk was er in 2025 inhoudelijke en voorbereidende ondersteuning noodzakelijk. Deze lasten zijn niet begroot in 2026 en zorgen daarmee voor lagere lasten. Centrumvisie (€ 59.000 lagere lasten) Voor 2025 waren er extra lasten geraamd om goed gehoor te kunnen geven aan de ontwikkeling ten behoeve van de centrumvisie. Deze lasten zijn niet begroot in 2026 en zorgen daarmee voor lagere lasten. De resterende € 19.000 hogere lasten betreffen overige kleine verschillen kleiner dan € 50.000 en zonder bijzondere oorzaak. Mutaties reserves In 2025 en 2026 zijn er vanuit programma 8 geen stortingen in de reserves beoogd. In 2026 zijn er geen onttrekkingen vanuit reserves. De onttrekkingen in 2025 van € 567.000 betreffen overhevelingen vanuit 2024 voor diverse onderwerpen binnen programma 8.
53
Paragrafen
Lokale heffingen
1.1 Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de belastingen die we heffen, bestemmingsheffingen en rechten. Onder belastingen vallen de onroerendezaakbelasting (ozb), de belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten, de toeristenbelasting, de precariobelasting en de reclamebelasting. De opbrengst van de belastingen gaat naar de algemene middelen. Onder bestemmingsheffingen vallen de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De rechten omvatten een grote groep belastbare feiten. De belangrijkste hiervan zijn de marktgelden, de lijkbezorgingsrechten en de leges voor omgevingsvergunningen, reisdocumenten, burgerlijke stand en de basisregistratie personen. Voor zowel de bestemmingsheffingen als de rechten geldt dat tarieven maximaal kostendekkend mogen zijn en dat we de opbrengst gebruiken om de gemaakte kosten te dekken.
1.2 Beleid lokale heffingen Het beleid van de gemeente Voorschoten vatten we zo samen: ‘Inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden leveren een rechtvaardige bijdrage in de gemeentelijke voorzieningen.’ De lokale lastendruk blijft in reële termen gelijk, waarbij we ervan uitgaan dat leges en rechten kostendekkend blijven of worden. De gemeente heeft in beginsel ruime autonomie in het bepalen van de hoogte van de gemeentelijke belastingen, zolang we daarbij de wettelijke kaders en algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, waaronder de kostendekkendheidseis, als die van toepassing is. Het Rijk houdt bij de verdeling van de inkomsten uit het Gemeentefonds rekening met gemeentelijke inkomsten uit het eigen belastinggebied. In de Meicirculaire 2025 gaat het Rijk ervan uit dat de gemeentelijke ozb-opbrengsten alleen al met 4,2 procent zullen toenemen, als gevolg van de inflatie in 2026. Bij de behandeling van de Kadernota 2026 op 10 juli 2025 heeft de raad amendement 349 aangenomen. Hiermee besloot de raad om bij de uitwerking van de Begroting 2026 de ozb-lasten te handhaven op het prijspeil van 2025. De overige geraamde opbrengsten van belastingen, leges en rechten zijn verhoogd met het indexeringspercentage van 2,2 procent. Met deze verhoging volgen we de algemene prijsontwikkeling.
Dit is noodzakelijk om de inkomsten van de gemeente op peil te houden en structurele onevenwichtigheid te voorkomen.
1.3 Overzicht geraamde baten belastingen, heffingen en rechten De tabel toont de realisatiecijfers 2024, geraamde opbrengsten voor 2025 en 2026, en de mutatie. Belastingen / heffingen/ rechten
Realisatie 2024
Raming Raming 2026 2025
Mutatie t.o.v. 2025
Ozb woningen
7.036
7.491
7.713
222
Ozb niet-woningen
1.291
1.363
1.462
99
Roerenderuimtebelastingen
10
7
7
0
Precariobelasting
27
11
30
19
Toeristenbelasting
204
280
286
6
54
Belastingen / heffingen/ rechten
Realisatie 2024
Reclamebelasting Bedrijven Investeringszone (BIZ) Dobbewijk
83
84
84
0
32
27
27
0
Afvalstoffenheffing
4.915
5.353
5.400
47
Rioolheffing
2.870
2.974
3.158
184
Marktgelden
39
89
73
-16
Begraafplaatsrechten
433
716
697
-19
Leges Omgevingswet
2.169
701
842
141
Overige rechten en leges
Raming Raming 2026 2025
Mutatie t.o.v. 2025
552
589
630
41
subtotaal opbrengst
19.661
19.685
20.409
724
af: kwijtscheldingen
-291
-290
-290
0
19.370
19.395
20.119
724
Netto opbrengst Bedragen x € 1.000
1.4 Belastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB) De aanslag ozb baseren we voor het belastingjaar 2026 op (nog door de raad vast te stellen) ozbtarieven voor 2026 en de WOZ-waarde naar waardepeildatum 1 januari 2025. Als uitgangspunt voor de geraamde netto-ozb-opbrengst 2026 (na correctie), heeft de raad met het aangenomen amendement 349 besloten dat de ozb-lasten bij de uitwerking van de begroting 2026 gehandhaafd blijven op het prijspeil 2025. Bij de berekening van de ozb-tarieven voor 2026 houden we rekening met dit uitgangspunt en met de meest recente gegevens over de verwachte waardeontwikkeling. Om de woonlasten gelijk te houden, verlagen we het ozb-tarief voor woningen bij een stijgende WOZ-waarde, om deze stijging te neutraliseren. De voorlopige waardeontwikkeling voor woningen gaat uit van 6,5 procent en voor niet-woningen van 0,4 procent. Dit is gebaseerd op de meest recente analyse verkregen uit de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR), juni 2025. Hierbij moeten we opmerken dat de herwaardering van zowel woningen als niet-woningen nog niet afgerond is, waardoor de uiteindelijke waardeontwikkeling nog kan afwijken. Toeristenbelasting Het tarief toeristenbelasting is voor 2026 met 2,2 procent verhoogd van € 3,50 naar € 3,58 per overnachting. Dit tarievenoverzicht toont het verloop van de toeristenbelasting in de afgelopen jaren.
Toeristenbelasting per overnachting
2023
2024
2025
2026
€ 2,74
€ 2,86
€ 3,50
€ 3,58
Precariobelasting Precariobelasting is een belasting die inwoners moeten betalen als zij gemeentegrond gebruiken. De precariotarieven zijn voor 2026 met 2,2 procent verhoogd.
55
1.5 Heffingen en rechten In de paragraaf Lokale heffingen moeten we een overzicht opnemen van baten en lasten voor de heffingen waarbij we kosten verhalen. In dit onderdeel behandelen we kort de diverse heffingen en geven we per heffing in een vaste opzet inzicht in de kosten die we aan de heffing toerekenen vanuit de diverse programma’s. De gehanteerde tariefstelling, geraamde baten en eventuele achterliggende beleidskeuzes geven we ook aan per heffing. Onafhankelijk van de aard en samenstelling van de overhead kan deze worden toegerekend aan de directe kosten van de programma's. Deze toerekening vindt voor heffingen extracomptabel plaats. Om overhead toe te rekenen aan de tarieven, hebben we gekozen voor een systematiek waarbij we de totale overhead op taakveld 0.4 met deze formule verdelen: Opslag taakveld = overhead x ((aantal aan heffing toegerekende uren)/(totaal aantal verdeelde uren exclusief uren taakveld overhead)) Rioolheffing De gemeente is wettelijk verplicht om haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. Hoe de gemeente invulling geeft aan deze zorgplichten is vastgelegd in het Integraal Waterketenprogramma (IWKp) 2024-2028. Samen met de Leidse Regio is het IWKp 2024-2028 opgesteld; de raad heeft dit IWKp in het eerste kwartaal van 2024 goedgekeurd.
Hierbij is afgesproken dat de rioolheffing gedurende de looptijd van het IWKp 2024-2028 jaarlijks met 3,0 procent zal stijgen bovenop de inflatiecorrectie. Het uitgangspunt is dat we de kosten die voortkomen uit de zorgplicht voor 100 procent dekken uit de rioolheffing. Het kostendekkingsplan uit het IWKp 2024-2028 is verwerkt in de Begroting 2026. Op dit moment kunnen we nog niets zeggen over de toekomstige financiële gevolgen door noodzakelijke investeringen en het effect op de kostendekkendheid. Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten taakveld(en) incl. omslagrente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Overhead Btw Totaal toerekenbare kosten Totale kosten Totale opbrengsten Kostendekkendheid
2.730.000 - 450.000 2.280.000 479.000 400.000 879.000 3.158.000 3.158.000 100%
Tarieven rioolheffing en beleidskeuzes Een groot deel van de kosten hangt samen met het in stand houden van het rioolstelsel, terwijl slechts een beperkt deel van de kosten samenhangt met de mate van gebruik van de riolering. Omdat er mede hierdoor nauwelijks onderscheid te maken is naar individualiseerbaar profijt, hanteert de gemeente Voorschoten een vast tarief voor percelen met een drinkwateraansluiting. Percelen met een drinkwateraansluiting hebben vrijwel altijd een afvoer op het rioolstelsel, waardoor de belastingplichtige van dit perceel profiteert van het rioolstelsel. Het lage tarief voor percelen zonder drinkwateraansluiting is gebaseerd op het principe dat ook deze percelen baat hebben bij de gemeentelijke waterzorgtaken als de afvoer van hemelwater en het beheer van het grondwaterpeil. Deze percelen profiteren niet, of in mindere mate, van de afvoer van afvalwater. Dit vormt de basis voor het lagere tarief.
56
De tarieven 2026 stijgen na een onttrekking uit de voorziening rioolheffing van € 450.000 met circa 4,2 procent ten opzichte van 2025. Dit wijkt af van het IWKP 2024-2028, omdat hierin een stijging van maximaal 3 procent (exclusief inflatie) was afgesproken. Het tarief voor een perceel met drinkwateraansluiting stijgt met 4,25 procent en het tarief voor een perceel zonder drinkwateraansluiting met 4,17 procent. De mutatie uit de voorziening rioolheffing kan één op één gerelateerd worden aan de extra benodigde exploitatielasten ten behoeve van inspectie, reparatie en externe inhuur voor riolering. In 2026 zullen wederom inspecties uitgevoerd moeten worden bij pompen, gemalen en leidingen. De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot aanpassingen van de uitvoeringsplanning, wat tot een mutatie van de financiële module van het IWKP zal zorgen. Indien dit het geval is, wordt er een tussentijdse aanpassing van het IWKp voorgelegd. Dit tarievenoverzicht toont het verloop van de rioolheffing voor de jaren 2025 en 2026. Soort woning/huishouden Tarief 2025 Tarief 2026 Perceel met drinkwateraansluiting
€ 243,00
€ 253,32
Perceel zonder drinkwateraansluiting
€ 14,40
€ 15,00
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing heffen we van percelen waarvoor een inzamelplicht voor huishoudelijke afvalstoffen bestaat. De belasting heffen we per huishouden. De kosten stijgen op totaal niveau minimaal, binnen de verschillende kosten elementen zijn wel mutaties waarneembaar. De kosten taakveld stijgen en als gevolg hiervan ook de btw, welke hieraan gekoppeld is. De kosten van de overhead daarentegen dalen. Het tarief stijgt in 2026 met 0,63 procent. De raad stelt de definitieve tarieven in december 2025 vast in de afvalstoffenverordening die we voorleggen. Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten taakveld(en) incl. omslagrente
3.637.000
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
-148.500
Netto kosten taakveld(en)
3.488.500
Toe te rekenen kosten: Overhead
1.455.000
Btw
457.000
Totaal toerekenbare kosten
1.912.000
Totale kosten
5.400.000
Totale opbrengsten
5.400.000
Kostendekkendheid
100%
Tarieven afvalstoffenheffing en beleidskeuzes De afvalstoffenheffing is gedifferentieerd naar type woning (aanleunwoning, etagewoning en overige woning) en naar de grootte van het huishouden (eenpersoonshuishouden (1ph) en meerpersoonshuishouden (mph)). Hiermee doen we recht aan het principe ‘de vervuiler betaalt’ en blijft de uitvoering van de heffing bovendien praktisch uitvoerbaar. Soort woning/huishouden Tarief 2025 Tarief 2026 Aanleunwoning
€ 315,96
€ 318,00
Etagewoning (1ph)
€ 355,32
€ 357,60
Etagewoning (mph)
€ 452,64
€ 455,52
Overige woning (1ph)
€ 420,24
€ 422,88
Overige woning (mph)
€ 517,92
€ 521,16
57
Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten heffen we voor het gebruik van de begraafplaats en het gebruik van de diensten die daarbij worden verleend. Door een afname van het aantal begravingen is de exploitatie van begraafplaats Rosenburgh verre van kostendekkend. Om de exploitatie beter kostendekkend te krijgen, hebben we in de beheerverordening en de verordening op de heffing en invordering van de lijkbezorgingsrechten twee aanpassingen doorgevoerd, namelijk: • •
het uitbreiden van het dienstenaanbod; het vaststellen van marktconformere tarieven voor de diensten.
Daarnaast zal begraafplaats Rosenburgh de komende jaren doorontwikkeld worden naar Gedenkpark Rosenburgh. Dit mede naar aanleiding van de aangenomen raadsvoorstellen Toekomstgericht begraven (fase 1) van 23 mei 2024 en Ontwikkelplan Gedenkpark Rosenburgh van 1 oktober 2025.
Berekening kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten Kosten taakveld(en) incl. omslagrente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
360.000 0
Netto kosten taakveld(en)
360.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
325.000
Btw
12.500
Totaal toerekenbare kosten
337.500
Totale kosten
697.500
Totale opbrengsten
697.500
Kostendekkendheid
100%
Tarieven lijkbezorgingsrechten De Verordening lijkbezorgingsrechten Gedenkpark Rosenburgh kent een tarieventabel met een uiteenlopend aantal tarieven voor de verschillende diensten. Het uitgangspunt voor deze tarieven is dat ze kostendekkend zijn. Marktgelden Marktgelden heffen we voor het gebruiken van openbare grond ofwel het innemen van een standplaats op het marktterrein, gedurende de tijd dat het markt is. De opbrengst is afhankelijk van de daadwerkelijke bezetting van de weekmarkt. Voor 2026 is de geraamde opbrengst met het inflatiepercentage verhoogd. Berekening kostendekkendheid marktgelden Kosten taakveld(en) incl. omslagrente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Overhead Btw Totaal toerekenbare kosten Totale kosten Totale opbrengsten Kostendekkendheid
64.000 0 64.000 30.000 9.500 39.500 103.500 72.500 70%
58
Tarieven marktgelden Het marktgeld is een tarief voor iedere strekkende meter grond, waarvoor een standplaats wordt ingenomen, gemeten in de lengterichting. Er gelden aparte tarieven voor losse en vaste standplaatsen. Voor een gelijkmatige ontwikkeling hebben we deze tarieven met het inflatiepercentage verhoogd. Daarnaast brengen we op grond van de Marktgeldenverordening vanaf 2024 de elektriciteitskosten per soort verbruiker in rekening. Deze kosten nemen we niet op in het algemene tarief voor de standplaats, omdat er verschillen zijn in het elektriciteitsverbruik per standplaats en deze niet afhankelijk zijn van de ingebruikname van het aantal strekkende meter. Het uitgangspunt voor deze tarieven is dat ze 100 procent kostendekkend zijn. Standplaats Losse standplaats, per strekkende meter, per dag Vaste standplaats, per strekkende meter, per kwartaal
Tarief 2025 € 4,02 € 46,29
Tarief 2026 € 4,11 € 47,31
Elektriciteitskosten Kleinverbruik, tarief per kwartaal Middelverbruik, tarief per kwartaal Grootverbruik, tarief per kwartaal
Tarief 2025 € 13,99 € 25,28 € 59,13
Tarief 2026 € 14,30 € 25,84 € 60,43
Leges Leges heffen we voor diensten die de gemeente verleent, zoals opgenomen in de tarieventabel die hoort bij de Legesverordening. Deze tarieventabel bestaat uit drie hoofdstukken: 1. Algemene dienstverlening; 2. Dienstverlening die onder de fysieke leefomgeving valt (omgevingsvergunningen); 3. Dienstverlening die onder de Europese dienstenrichtlijn valt (specifiek voor ondernemers). In deze drie hoofdstukken zijn de leges onderverdeeld in paragrafen, waarbinnen de samenhangende tarieven zijn geclusterd. De opbrengsten zijn in de begroting niet op hoofdstukniveau opgenomen, maar zijn functioneel gegroepeerd. Van een aantal diensten wordt namelijk dusdanig weinig gebruikgemaakt, dat het apart opnemen van een raming geen meerwaarde heeft. Berekening kostendekkendheid Leges Algemene dienstverlening Kosten Baten Burgerlijke stand 89.000 53.000 Reisdocumenten 371.000 325.000 Rijbewijzen 148.000 123.000 Verstrekkingen basisregistratie 44.000 32.000 Overige publiekszaken 8.000 5.700 Bijzondere wetten 103.000 85.000 Totaal leges Algemene dienstverlening 763.000 624.000
Kostendek. 60% 88% 83% 72% 72% 82% 82%
Berekening kostendekkendheid leges Dienstverlening die onder de fysieke leefomgeving valt (omgevingsvergunning) Kosten Baten Kostendek. Omgevingsvergunning 990.000 842.000 85% Voor 2026 heffen we de leges op grond van de Legesverordening 2026, waarbij hoofdstuk 2 Omgevingswet is ingericht volgens de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Als constant bedrag aan leges ramen we € 400.000; dit verhogen we met € 442.000 als gevolg van incidentele projecten die we verwachten in 2026. Het uitgangspunt hierbij blijft dat de leges kostendekkend zijn.
59
Berekening kostendekkendheid leges Dienstverlening die onder de Europese dienstenrichtlijn valt Kosten Baten APV-vergunningen* • Horeca • Organiseren van evenementen of markten • Prostitutiebedrijven • Kamperen • Marktstandplaatsen • Winkeltijdenwet • Ventvergunning, standplaatsvergunning Totaal APV-vergunningen 7.000 6.200 Totaal leges vallend onder Europese dienstenrichtlijn 7.000 6.200 * APV staat voor algemene plaatselijke verordening
Kostendek.
89% 89%
Tarieven, kostendekkendheid en kruissubsidiering leges De tarieven voor de diverse leges verhogen we jaarlijks met het inflatiepercentage, waarbij de bestaande onderlinge verdeling behouden blijft. Voor tarieven waarvoor een maximumbedrag geldt, gaan we uit van het maximaal toegestane bedrag. Op basis van de berekening van de kostendekkendheid is er binnen de drie titels geen sprake van kruissubsidiëring. Kruissubsidiëring van leges houdt in dat de legesopbrengsten van de ene dienst of vergunning worden gebruikt om de kosten van een andere, minder rendabele dienst te dekken, binnen of buiten de legesverordening van een gemeente. Afhankelijk van het soort en aantal aanvragen omgevingsvergunning kunnen de legesopbrengsten fluctueren. Eventuele meer- of minderopbrengsten egaliseren we via de bestemmingsreserve kostendekkendheid omgevingsvergunning.
1.6 Vergelijking gemeentelijke woonlasten met andere gemeenten Onder gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Om een beeld te geven van de gemeentelijke woonlasten, hebben we een vergelijking gemaakt met die van de gemeenten om ons heen en met de woonlasten in een gemiddelde gemeente. Gemeentelijke woonlasten 2025
Voorschoten
Oegstgeest
Wassenaar
LeidschendamVoorburg
Leiderdorp Gemiddelde gemeente
Eenpersoonshuishouden
€ 1.441
€ 1.398
€ 1.589
€ 1.007
€ 1.115
€ 964
Meerpersoonshuishouden
€ 1.539
€ 1.606
€ 1.842
€ 1.085
€ 1.336
€ 1.053
Bron: COELO Atlas van de lokale lasten 2025
60
Deze vergelijking laat zien dat de woonlasten in Voorschoten hoger liggen dan het landelijk gemiddelde. De ontwikkeling van de woonlasten in 2025 ligt wel lager dan de gemiddeld landelijke ontwikkeling. Dit komt doordat zowel de afvalstoffen- als de rioolheffing relatief beperkt gestegen is in onze gemeente. Ontwikkeling woonlasten Door de totale woonlasten voor meerpersoonshuishoudens in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (zoals gepubliceerd door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) en uit te drukken in een percentage, kunnen we de ontwikkeling van de woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde schetsen. De tabel toont dat de woonlasten in Voorschoten hoger liggen dan het landelijk gemiddelde:
Totale woonlasten gezin Voorschoten in jaar t
2024 € 1.479
2025 € 1.531
2026 € 1.544
Woonlasten gemiddeld gezin in t-1 (cijfers COELO)
€ 944
€ 994
€ 1.053
Woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde ten opzichte van jaar ervoor (x100%)
157%
154%
147%
De woonlasten in Voorschoten stijgen in 2026 minder dan landelijk gemiddeld, doordat de rioolheffing beperkt stijgt met circa 4.2 procent in verband met een onttrekking uit de voorziening, het tarief van de afvalstoffenheffing heel minimaal stijgt met circa 0,63 procent. Bij de behandeling van de Kadernota 2026 op 10 juli 2025 heeft de raad amendement 349 aangenomen. Hiermee besloot de raad om bij de uitwerking van de Begroting 2026 de ozb-lasten te handhaven op het prijspeil van 2025.
1.7 Kwijtscheldingsbeleid In de raadsvergadering van 7 oktober 2024 is de Verordening Kwijtschelding Gemeentelijke belastingen Voorschoten 2025 vastgesteld. Kwijtschelding is in Voorschoten mogelijk voor de onroerendezaakbelastingen, roerenderuimtebelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kwijtscheldingsnorm blijft gehandhaafd op de maximaal door het Rijk toegestane 100 procent van de bijstandsnorm. Dit betekent dat inwoners met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel in
61
aanmerking komen voor kwijtschelding, tenzij er sprake is van vermogen (spaargeld of eigen woning). Inwoners die zelf een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen (zoals zzp'ers en vennoten in een vof) kunnen onder dezelfde voorwaarden als particuliere inwoners kwijtschelding aanvragen. De kwijtschelding wordt uitgevoerd door de BSGR.
1.8 Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland De volledige heffing en invordering, inclusief de waardering in het kader van de Wet waardering onroerende zaken, is overgedragen aan de BSGR. Voor de gemeente Voorschoten geldt dit voor de onroerendezaakbelastingen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, toeristenbelasting, precariobelasting, reclamebelasting en de Bedrijven Investeringszone (BIZ)-bijdragen, waarbij de uitvoering van de kwijtschelding ook tot de taken van de BSGR behoort.
1.9 Algemene ontwikkelingen Gemeenten zijn voor hun inkomsten grotendeels afhankelijk van rijksmiddelen, terwijl het eigen belastinggebied beperkt blijft. Eerdere plannen om het lokaal belastinggebied te verruimen zijn niet doorgevoerd. Vanwege de verkiezingen in oktober 2025 en de daaropvolgende kabinetsformatie verwachten we hierover in het jaar 2026 geen besluiten.
62
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
2.1 Inleiding Op 29 januari 2015 heeft de raad van Voorschoten de Nota Risicomanagement & weerstandsvermogen vastgesteld. Deze nota formuleert de kaders voor succesvol risicomanagement. Uit deze paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing blijkt dat zowel de risico’s als de beschikbare weerstandscapaciteit (licht) zijn afgenomen. De vergelijking tussen het benodigde weerstandsvermogen en de beschikbare weerstandscapaciteit levert een ratio weerstandsvermogen op van 3,7. In de jaarstukken 2024 was er nog sprake van een ratio van 3,9.
2.2 Risico's Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de organisatie. Met het risicomanagementsysteem prioriteren we risico’s en beoordelen we risico’s op systematische wijze. Hiermee kunnen we passende beheersmaatregelen nemen. We hebben bij de jaarstukken in 2024 23 risico’s in kaart gebracht in de organisatie, waarbij we voor ieder risico een risicoprofiel hebben opgesteld. We hebben de risico’s bij de deze begroting geactualiseerd en aangevuld met nieuw geïdentificeerde risico’s. Daarnaast zijn er een aantal risicogebieden waarnaar we in 2026 nader onderzoek zullen doen, zoals de voorgenomen oprichting van een warmtebedrijf en verzakkingen in Starrenburg II. In 2026 zal een verdere doorontwikkeling van de werkwijze rondom risicobeheersing worden gestart. Zoals voorgeschreven in de Nota Risicomanagement & weerstandsvermogen hebben we de tien risico’s met de hoogste bijdrage aan de benodigde weerstandscapaciteit opgenomen in een overzicht. Dat overzicht hebben we aangevuld met de beheersmaatregelen die we hebben getroffen. We hanteren een opslag van 30 procent voor overige risico’s, op basis van de daadwerkelijke risico in de begroting. De Nota Risicomanagement & weerstandsvermogen hanteert hiervoor 10 procent. De ‘top 10 risico's' tellen op tot € 3.764.000, de opslag van 30 procent voor kleinere risico's geeft een totaal risico van € 4.893.000.
De financiële risico's van de gemeente zijn € 0,2 miljoen lager dan in de jaarstukken 2024. De ‘top 10 risico’s' staan in de volgende tabel, met daaronder een toelichting per risico. Omschrijving 1. Algemene uitkering Gemeentefonds 2. Verantwoordelijkheid sociaal domein (inclusief jeugd) 3. Technische staat van de tunnel Horst en Voordelaan 4. Garantstellingen 5. Schade vuilwateroverlast 6. Informatieveiligheid 7. Grondexploitatie Duivenvoordecorridor 8. Renterisico 9. Uitkeringen sociaal domein 10. Ontsluiting Het Fortuyn van Voorschoten op Leids grondgebied Totaal 30% opslag overige risico's Totaal risico's
Maximale omvang 1.900 3.673
Kans (in %)
Gemiddelde Risicoprofiel omvang 70 950 665 30 1.836 551
10.000
10
5.000
500
82.044 2.500 2.500 1.086 4.586 608 700
1 30 30 25 10 70 50
41.022 1.250 1.250 1.086 2.293 304 350
410 375 375 271 229 213 175 3.764 1.129 4.893
(bedragen x € 1.000)
63
Deze risico's worden navolgend toegelicht. 1. Algemene uitkering Gemeentefonds De gemeente loopt risico op lagere inkomsten uit de algemene uitkering Gemeentefonds door exogene ontwikkelingen, dus van ontwikkelingen die vanbuiten de gemeente komen. Bijvoorbeeld: • nadelige herverdeeleffecten bij wijzigingen in het verdeelmodel van het Gemeentefonds; • lagere compensatie voor loon-, prijs- en hoeveelheidsontwikkeling. De compensatie voor inflatie blijkt achteraf vaak te laag te zijn; • een lagere uitkering van de onderbesteding van het Btw-compensatiefonds. In de begroting 2026 is rekening gehouden met eenzelfde uitkering als over 2023; • ontwikkelingen in de uitkeringsbasis, waardoor er voor Voorschoten een lagere algemene uitkering komt; • kortingen op specifieke uitkeringen (SPUK’s). Het Rijk wil het aantal SPUK’s terugbrengen om minder lasten en werk voor gemeenten en accountants te hebben. Het terugbrengen gaat in principe samen met een korting, mogelijk oplopend tot 10 procent. Toelichting Het totale herverdeeleffect van Voorschoten betreft € 140 per inwoner nadelig. Voor 2023 t/m 2025 geldt een ingroeipad van nadelig € 37,50 per inwoner. Voor het jaar 2026 heeft het Rijk in een Kamerbrief aangekondigd dat verdere oploop pas plaatsvindt in 2027. Hierdoor resteert eind 2026 nog € 102,50 per inwoner, een risico van structureel € 2,6 miljoen (25.627 inwoners x € 102,50).
Begin 2025 zijn drie onderzoeken naar de nieuwe verdeling van het gemeentefonds afgerond. De uitkomsten hiervan geven niet voldoende houvast voor een concrete aanpassing van het (nieuwe) verdeelmodel. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft in een Kamerbrief vervolgonderzoeken aangekondigd, waaruit moet blijken of aanpassing van het nieuwe verdeelmodel gewenst is. Hiervoor zou wel het streven zijn dat de vervolgonderzoeken zijn afgerond, maar dat is geen noodzakelijke voorwaarde. Het maximale risico op de overige ontwikkelingen wordt geraamd op structureel € 0,5 miljoen. Beheersmaatregelen In de Begroting 2026 is vanaf 2027 een stelpost opgenomen voor inkomstenderving als gevolg van een verder oplopende korting of het herverdeeleffect. Daarbij is uitgegaan dat voor de periode 2027 t/m 2029 jaarlijks een verdere oploop van € 15 per inwoner gehanteerd wordt. In 2027 resulteert dit in een nadeel van € 384.000, in 2028 van € 768.000 en in 2029 van € 1.152.000. Als we rekening houden met beheersmaatregelen die worden genomen, is het maximale risico op een nadeel uit de herverdeling in de huidige begroting € 1,4 miljoen (€ 2,6 miljoen - € 1,2 miljoen). Het maximale risico op de overige beschreven ontwikkelingen is € 0,5 miljoen. Hiermee komt het totale risico uit op structureel € 1,9 miljoen.
We schatten de kans op dit risico hoog in en daarom ramen we dit op 70 procent. 2. Verantwoordelijkheid sociaal domein (inclusief jeugd) De gemeente loopt het risico op hogere uitgaven doordat onder andere de jeugdhulp en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een open einde karakter hebben. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de stijging van de omgang van de doelgroep, de stijging van de zorgkosten en de toenemende complexiteit van zorgvragen. Aanvulling. In de Voorjaarsnota 2025 heeft het rijk een tussenstap gezet in de opvolging van het zwaarwegende advies van de deskundigencommissie-Van Ark voor de kosten die gemeenten maken voor jeugdhulp. Aansluitend zijn afspraken gemaakt over de opvolging van een resterend deel van het advies, waarbij gemeenten met terugwerkende kracht worden gecompenseerd voor 50 procent van de extra gemaakte kosten voor 2023 en 2024. Er is bovendien een nieuwe deskundigencommissie, die begin 2027 terugkijkt op de jaren 2025 en 2026, en een inschatting maakt van de jaren van 2027 en verder. Voor deze vervolgafspraken zijn in deze begroting stelposten opgenomen, omdat we erop vertrouwen dat het Rijk zich aan de gemaakte afspraken houdt.
64
Toelichting Bij het bepalen van het maximale risico gaan we uit van structureel 20 procent van het totale budget van € 18,4 miljoen. De kans dat dit risico zich voordoet schatten we op redelijk klein (30%), omdat we de begroting in de reguliere planning en control (P&C)-cyclus aanpassen op basis van de laatste prognoses. Beheersmaatregelen Gedurende de P&C-cyclus rapporteren we over eventuele ontwikkelingen en verwerken we financiële consequenties. Er is zowel voor jeugdhulp als de Wmo een dashboard. Ook voeren we kostenbesparende maatregelen in. 3. Technische staat van de tunnel Horst en Voordelaan De kwaliteit van het beton bij de tunnel Horst en Voordelaan verkeert in slechte staat ter hoogte van de toeritten west en oost. De onzekerheid over de hoogte van de kosten voor herstel, brengt een financieel risico met zich mee, dat de gemeente nog niet begroot heeft. Voor de levensduur van een tunnel wordt meestal een periode van honderd jaar gerekend. De tunnel Horst en Voordelaan is gebouwd in 1968/1969 en zou daarom constructief tot 2069 stand moeten houden. Toelichting Het ingenieursbureau Iv-infra heeft onderzoek gedaan naar de technische en constructieve toestand van de toeritten van de tunnel. Daaruit blijkt dat de constructie nog voldoende sterk is en er geen acuut gevaar is.
Er zijn momenteel gesprekken tussen ProRail, de provincie Zuid-Holland en de gemeente over een gezamenlijke probleemanalyse en heroverweging van de rolverdeling, op basis van actuele gebruikswaarden en maatschappelijke opgaven. Beheersmaatregelen De voorlopige conclusie uit het onderzoek naar de technische staat van de tunnel Horst- en Voordelaan is dat er geen acuut gevaar is. We monitoren de constructie nauwlettend. We blijven met ProRail en de provincie in gesprek over de rol van alle betrokken partijen in het licht van actuele maatschappelijke opgaven (mobiliteit, veiligheid, erfgoed, duurzaamheid), en om gezamenlijk te komen tot een gedragen en haalbare oplossing voor de noodzakelijke herstelmaatregelen of vernieuwing. Hierbij spreken we over eigendom, subsidiëring, kostenverdeling en projectaanpak. Uit het onderzoek van Iv-infra blijkt inmiddels dat de maximale kosten hoger zijn dan eerder verwacht. Voor maatregelen om de levensduur te verlengen moet worden gerekend op € 10 à € 15 miljoen. Voor het geheel vernieuwen van de tunnel moet worden uitgegaan van € 20 à € 25 miljoen. Afhankelijk van de afspraken met ProRail en de provincie kunnen we bepalen of we de levensduur verlengen of de tunnel versneld vernieuwen, en hoe de kostenverdeling daarvan is. Tot hier meer helderheid over is, handhaven we het huidige risicoprofiel. 4.
Garantstellingen Het financiële risico dat de gemeente loopt als een garantienemer niet aan zijn of haar betalingsverplichtingen kan voldoen en de geldverstrekker een beroep doet op de door de gemeente afgegeven garantie. Toelichting De maximale omvang van alle bankgaranties aan instellingen en particulieren die nog openstaan, is eind juni 2025 € 82,0 miljoen, met € 1,2 miljoen voor directe garanties en € 80,8 miljoen voor indirecte garanties. De grootste toename ten opzichte van de Begroting 2025 zit in de indirecte garanties. Dat zijn leningen van de woningbouwcorporaties. Die zullen eerst het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) aanspreken voordat zij een beroep doen op de garantstelling door de gemeente. Omdat WSW het risico in eerste aanleg heeft afgedekt, schatten we de kans dat dit risico optreedt als zeer laag in. De gemeente is bij directe garantstellingen zelf aanspreekbaar. Gemiddeld schatten we het risico in op 1 procent. Het risicoprofiel van directe en indirecte garanties is incidenteel € 410.000.
65
Beheersmaatregelen Het gemeentelijk beleid is erop gericht dat we geen nieuwe garantstellingen zonder waarborg afgeven. Bij de afgifte van garanties kijken we naar de kredietwaardigheid van de partijen. Daarnaast passen we deze beheersmaatregelen toe: • Jaarlijks beoordelen we bij het opstellen van de jaarrekening de financiële gegevens van de organisaties die geld nemen. • We wijzen de financiële instellingen (geldgevers) jaarlijks op hun plicht om betalingsachterstanden op geborgde geldleningen te melden.
5. Schade vuilwateroverlast Als gevolg van storingen, menselijk handelen, verstoppingen, breuk of ander externe onverwachte situaties, zoals een stroomstoring, hevige regenval of uitval van de hoofdgemalen van hoogheemraden, is het mogelijk dat het rioolstelsel niet goed functioneert. Daardoor kan er vuil water in het openbaar gebied lopen. Toelichting Door klimaatverandering neemt de kans op extreme regenval en stroomuitval toe. Het risico daarbij is dat het riool het water niet goed kan verwerken. Het riool in Voorschoten is grotendeels een gemengd stelsel: schoon en vuil water worden door dezelfde rioolbuis getransporteerd. Bij overstroming van het riool zal daardoor vervuild water aan de oppervlakte komen. We verwachten dat daardoor enkele straten zouden kunnen onderlopen. We schatten dat het herstel van de milieuschade die daardoor ontstaat ons maximaal incidenteel € 2,5 miljoen zal kosten. De kans dat dit gebeurt is toegenomen door de klimaatverandering; we schatten die op 30 procent. Beheersmaatregelen Om de kans op vuilwateroverlast te verkleinen, is tijdig onderhoud aan de riolering nodig. Door daarbij een programma op te zetten waarmee het gemengde stelsel wordt vervangen door een gescheiden stelsel, wordt de kans op vuilwateroverlast aanzienlijk verkleind. Ook werken we aan een centrale overstort aan de Korte Vliet.
In combinatie met de centrale persleiding vermindert een centrale overstort het risico van afvalwater op straat. 6. Informatieveiligheid Risico’s op het gebied van informatieveiligheid zijn onder andere hacks, ransomwareaanvallen en ongeautoriseerde toegang tot informatie. Hoewel we diverse maatregelen treffen om dat te voorkomen, blijft er altijd een risico bestaan met potentieel grote impact. Toelichting Toelichting Voorbeelden van risico’s die de gemeente loopt zijn: • hacken; met hacken breken onbevoegden in op een netwerk, om toegang te krijgen tot applicaties en informatie; • een ransomwareaanval; ransomware (‘gijzelsoftware’) is software om toegang te krijgen tot een netwerk om dat te blokkeren totdat er een geldbedrag is betaald. Maar ook het risico op het ongeautoriseerd gebruiken of bewerken van informatie zonder dat er sprake is van kwade opzet, moet op grond van wetgeving en integriteit van informatie worden uitgesloten. Incidenten kunnen ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de dienstverlening. Beheersmaatregelen De gemeente investeert jaarlijks om te borgen dat zij aan de vereiste beveiligingsrichtlijnen voldoet. Zo neemt de gemeente bijvoorbeeld maatregelen om in de basis van de Cyberbeveiligingswet (NIS2-richtlijn) te voorzien. We hebben continue monitoring van dreigingen geïmplementeerd en waar nodig ondernemen we actie.
Daarnaast voeren we interne en externe audits uit waarin we verantwoording afleggen aan toezichthouders. De uitkomsten van de zelfevaluaties en audits geven input voor ons jaarlijkse informatiebeveiligingsplan. Ook besteden we continu aandacht aan bewustwording bij onze medewerkers.
66
7. Grondexploitatie Duivenvoordecorridor Het risico grondexploitatie Duivenvoordecorridor gaat over financieel verlies op de grondexploitatieprojecten en bestuurlijke imagoschade. Toelichting In bovenstaande tabel is het risicoprofiel op eindwaarde opgenomen. Daarbij is uitgegaan van onderstaande risico’s: 1. hogere kosten saneren: € 20.000, kans 50 procent; 2. hogere kosten archeologie: € 87.000, kans 25 procent; 3. hogere kosten bouw- en woonrijp maken: € 12.000, kans 25 procent; 4. hogere plankosten: € 79.000, kans 25 procent; 5. conjunctureel-vertraging: € 437.000, kans 25 procent; 6. conjunctureel-opbrengstdaling: € 451.000, kans 25 procent. Het gemiddeld risico is gelijk aan het maximale risico; dat is consistent met de risicoanalyse van de grondexploitatie. Beheersmaatregelen Om deze risico’s te beheersen, nemen we deze maatregelen: • projectrapportages; • jaarlijkse bijstelling van de grondexploitatie bij de jaarrekening. 8. Renterisico Het renterisico betreft het risico dat de gemeente loopt bij hoge rentestijgingen bij nieuw aan te trekken geldleningen. Toelichting In de begroting wordt een momentopname van de rente op langlopende geldleningen gebruikt als uitgangspunt om de rentelast te bepalen. Het risico kan zich voordoen dat het daadwerkelijke rentetarief op een af te sluiten langlopende lening hoger uitvalt dan voorzien.
Dit zou leiden tot verhoogde rentelasten ten opzichte van wat is opgenomen in de begroting. In de begroting 2026 is voorzien dat voor bijna € 87,4 miljoen lang geld aangetrokken moet gaan worden in de periode tot en met 2035. Hiertegenover staat een totale rentelast op die betreffende leningen van € 30,6 miljoen. Wanneer bijvoorbeeld wordt uitgegaan van een rentetarief dat 0,5 procent hoger ligt dan begroot komt de totale rentelast uit op € 35,2 miljoen. Het verschil van € 4,6 miljoen betreft het maximale risico. De kans dat de rentetarieven 0,5 procent hoger uitvallen dan begroot wordt momenteel op 10 procent ingeschat, ingegeven door de rentevisie. In de paragraaf financiering gaan we dieper in op de rentevisie. Het risicoprofiel wordt hiermee vastgesteld op € 229.000. Beheersmaatregelen We monitoren continu de ontwikkelingen over de rente. Eventuele financiële consequenties verwerken we gedurende de reguliere P&C-cyclus. 9. Uitkeringen sociaal domein Door economische ontwikkelingen is het risico dat er een groter beroep wordt gedaan op de uitkeringsregelingen dan we hebben begroot en waarvoor we een bijdrage krijgen van het Rijk (Bundeling van uitkeringen inkomensvoorzieningen aan gemeenten (BUIG), Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en bijzondere bijstand (BB)). Toelichting Vanaf 2019 geldt bij de BUIG voor gemeenten een eigen risico van 7,5 procent.
Als de uitgaven voor de BUIG tussen de 7,5 procent en 12,5 procent hoger zijn dan het budget dat de gemeente hiervoor ontvangt van het Rijk, wordt dit verschil voor 50 procent vergoed. Uitgaven boven de 12,5 procent worden door een vangnetuitkering geheel vergoed. Het maximale tekort komt daarmee op structureel 10 procent van het budget. De kans dat dit risico zich voordoet schatten we in op 30 procent. Beheersmaatregelen We zetten extra in op uitstroombeleid met het re-integratie- en participatiebeleid en reguliere participatiemiddelen. Daarmee voldoen we aan de voorwaarden van de vangnetuitkering. Er zijn
67
werkprocessen geïmplementeerd voor poortwachtersfunctie, beheer lopende uitkeringen, beëindigingen, enzovoort. 10. Ontsluiting Het Fortuyn van Voorschoten op Leids grondgebied Met de vaststelling van het bestemmingsplan voor de Intratuinlocatie was duidelijk dat we de ontsluiting van de nieuwe wijk Het Fortuyn van Voorschoten aan de Leidse kant moesten uitwerken en afstemmen met de gemeente Leiden. Inmiddels hebben we hierover gesprekken gevoerd met de gemeente Leiden en is bekend welke bijdrage wij moeten leveren. We hebben in een anterieure overeenkomst met de projectontwikkelaar afgesproken dat die 50 procent van de bijdrage van Voorschoten voor zijn rekening neemt. Het risico bestaat dat de ontwikkelaar zich niet aan deze afspraak houdt. Toelichting In de anterieure overeenkomst Herontwikkeling Intratuinlocatie Leidseweg 518 met de projectontwikkelaar hebben we financiële afspraken gemaakt over de verdeling van kosten voor de verkeersontsluitingen aan Het Fortuyn van Voorschoten. Deze zijn 50 procent voor gemeente Voorschoten en 50 procent voor de ontwikkelaar. De ontwikkelaar heeft (nog) geen toezegging gedaan over de extra financiële bijdrage. Het risico bestaat dat de ontwikkelaar niet of niet geheel over de brug komt. In dat geval draait de gemeente op voor die kosten. Dit risico is maximaal incidenteel € 700.000. De kans wordt geschat op 50 procent.
Beheersmaatregelen Als de ontwikkelaar zich niet aan de afspraken van de anterieure overeenkomst houdt, dan zijn we gedwongen om juridische maatregelen te nemen.
2.3 Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit – dat zijn de middelen en mogelijkheden waarover we kunnen beschikken om kosten te dekken die niet zijn begroot – en alle risico’s waarvoor we geen maatregelen hebben getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de gemeente. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio en afgezet tegen de algemeen geldende weerstandsnorm. Die ratio geeft de verhouding weer tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten kunnen we zo weergeven: Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
€ 17.936.000 € 4.893.000
= 3,7
De raad heeft besloten om minimaal een ratio van 1,0 te hanteren met een streefratio van 1,4, wat staat voor voldoende weerstandscapaciteit. Hierbij hanteren we de normeringssystematiek voor weerstandsvermogen, die ontwikkeld is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit Twente. Zij hanteren deze waarderingstabel ratio weerstandsvermogen: Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen 2,0 < x 1,4 < x < 2,0 1,0 < x< 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 x < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De ratio weerstandsvermogen van de gemeente Voorschoten is met 3,7 uitstekend.
68
2.4 Kengetallen In de begroting en jaarrekening nemen we een zestal kengetallen op, die het gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. We vatten de kerngetallen eerst samen in de tabel, daarna lichten we ze toe, gevolgd door een conclusie. Indicatoren Voorschoten (%) Kengetallen: 1a. Netto schuldquote
Normen VNG* (%)
Begroting
Verslag 2024
2025
2026
2027
2028
2029
19,6
26,0
36,0
49,9
63,3
72,4
Voldoende
Matig
Onvoldoende
<100
>100 / <130
<130
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
17,1
20,2
30,4
44,0
57,3
66,5
2. Solvabiliteitsratio
41,1
38,1
34,2
31,7
29,1
27,3
>50
3. Structurele exploitatieruimte
2,7
-1,0
0,2
1,0
1,5
2,5
>0,6
4. Grondexploitatie
5,0
5,5
-
-
-
-
5. Belastingcapaciteit
156,6
154,0 146,7
-
-
-
<50 / >30 <0,6 / >0
<30 0
Geen norm <100
>100 / <120
>120
*VNG staat voor Vereniging van Nederlandse gemeenten 1. Netto schuldquote De netto schuldquote is een indicator die de leningen van de gemeente (met aftrek van de geldelijke bezittingen) vergelijkt met de totale baten van begroting en jaarverslag (1a). Hiermee geeft deze indicator inzicht in de mate waarin de begroting vastligt door rente en aflossing. De tabel hiervoor presenteert verder de netto schuldquote gecorrigeerd voor de leningen die de gemeente heeft uitstaan (1b). Deze middelen vloeien op termijn terug, bijvoorbeeld de startersleningen van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). Ten opzichte van de verwachting voor 2025 is een stijging zichtbaar op de (gecorrigeerde) netto schuldquote. Dit komt door een toename van de investeringen en hiervoor benodigde middelen. 2. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft de mate aan waarin de gemeentelijke bezittingen (balanstotaal) zijn gefinancierd uit eigen middelen (eigen vermogen). De solvabiliteit verslechterd ten opzichte van de verwachting voor 2025 en neemt de komende jaren verder af door de toename van het totaal vermogen. De VNG beoordeelt de solvabiliteit 2026 als matig. 3. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een indicator die aangeeft hoe de structurele vrije ruimte (structurele baten min structurele lasten) zich verhoudt tot de totale begrotingsbaten.
Dit laat zien in hoeverre de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Ten opzichte van de (negatieve) verwachting voor 2025 herstelt de structurele exploitatieruimte in 2026 weer en wordt deze positief. De VNG beoordeelt de begrotingsruimte in 2026 als matig. 4. Grondexploitatie Het financiële kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de investeringen in grondposities (boekwaarde) zijn ten opzichte van de jaarlijkse baten. Voor de berekening van dit kengetal tellen we de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar op en delen we dat door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken. We drukken dit kengetal uit in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat we deze waarde moeten terugverdienen bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Vanaf het jaar 2026 loopt de grondexploitatie af.
69
5. Belastingcapaciteit De indicator 'belastingcapaciteit' drukt uit hoe de woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) zich verhouden tot het gewogen landelijk gemiddelde. Hoge woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde drukken uit in hoeverre de gemeente de eigen inkomsten aanspreekt en dus beperkt is in het verkrijgen van extra inkomsten. Woonlasten onder het landelijk gemiddelde waardeert VNG als 'voldoende', woonlasten tussen het landelijk gemiddelde en 120 procent hiervan als 'matig' en woonlasten hoger dan 120 procent als 'onvoldoende'. De woonlasten in Voorschoten liggen hoger dan het landelijk gemiddelde. De ontwikkeling van de woonlasten ligt in Voorschoten lager dan de gemiddelde landelijke ontwikkeling van vorig jaar. Dit gunstige beeld ontstaat doordat de rioolheffing en afvalstoffenheffing beperkt stijgen, respectievelijk 4,2 procent en 0,6 procent. Bij de behandeling van de Kadernota 2026 op 10 juli 2025 heeft de raad amendement 349 aangenomen. Hiermee besloot de raad om bij de uitwerking van de Begroting 2026 de ozb-lasten te handhaven op het prijspeil van 2025. Conclusie voor de financiële positie De ontwikkeling van de kengetallen geeft aan dat de schuldenomvang van Voorschoten voldoende is volgens de VNG-normen.
We lopen een beperkt en aflopend risico op de resterende grondpositie (afsluitend in 2026), en we kunnen concluderen dat de lastendruk landelijk vergeleken aan de hoge kant ligt. De structurele exploitatieruimte kan voor de jaren 2026 tot en met 2028 getypeerd worden als voldoende, waarbij 2026 matig is.
70
Onderhoud kapitaalgoederen
3.1 Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in hoe we het gemeentelijk kapitaal in stand houden. Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente, zoals wegen, riolering, openbaar groen en gebouwen. De kapitaalgoederen zijn onderdeel van de taakvelden 2.1 Verkeer en vervoer, 5.7 Openbaar groen en (openlucht)recreatie en 7.2 Riolering. De budgetten van vastgoed staan verspreid over de begroting in het taakveld waarvoor zij een functie vervullen. Het beleidsmatige deel van vastgoed beschrijven we onder 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden.
3.2 Beleidskader Bij het in stand houden van de kapitaalgoederen maken we een onderscheid tussen jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De budgetten voor jaarlijks onderhoud zijn per jaar op een gelijkblijvend niveau opgenomen in de exploitatiebegroting van het programma. Deze paragraaf richt zich op het groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Groot onderhoud vindt plaats om de levensduur van een kapitaalgoed te verlengen. Om het groot onderhoud zonder fluctuaties te bekostigen, treffen we voorzieningen. Jaarlijks wordt een evenredig bedrag gestort in de voorzieningen vanuit de exploitatie. De uitgaven voor groot onderhoud in een bepaald jaar onttrekken we uit de voorzieningen. Als kapitaalgoederen aan het eind van hun levensduur zijn, vindt een vervangingsinvestering plaats. De kosten van de vervangingsinvesteringen activeren we en schrijven we af met ingang van het jaar na realisatie op basis van de levensduur van het nieuwe kapitaalgoed. De afschrijvingstermijnen voor de diverse soorten kapitaalgoederen zijn vastgesteld op basis van de Financiële verordening van gemeente Voorschoten. Basis op orde De beheerdata vormen een cruciaal onderdeel voor het in stand houden van de kapitaalgoederen. Deze gegevens verwerken we in beheersystemen, die we vullen en actualiseren met nieuwe ontwikkelingen, onderhoudsprojecten, schouwen en inspecties.