Bijlage 1 Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
9,8% (2021)
16,8% (2022)
41,3% (2022)
Laatst Landelijk bekende vergelijking realisatie cijfer
Toelichting beleidsindicatoren 33
Omvang huishoudelijk restafval
Niet gescheiden ingezameld restafval dat te groot of te zwaar is om op dezelfde wijze als het huishoudelijk restafval te worden aangeboden. De afgelopen jaren zijn er in Voorschoten geen grote wijzigingen in het aantal kilogram huishoudelijk restafval per inwoner waar te nemen. Vanwege de uitbreiding van de inzamelvoorzieningen is de prognose dat er een lichte daling van de hoeveelheid restafval per inwoner is. 34
Hernieuwbare elektriciteit
Het % hernieuwbare energie, ook wel duurzame of groene energie genoemd. Dit is energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld zoals uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa. Anders dan bij de levering van gas en elektriciteit worden veel vormen van hernieuwbare energie niet bemeterd, bijvoorbeeld omdat opwekking en gebruik geheel of gedeeltelijk "achter de meter" plaatsvinden (zoals bij hernieuwbare elektriciteit). In de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat worden daarom top-down inschattingen gemaakt. Hierbij worden nationale cijfers op basis van een verdeelsleutel gealloceerd over gemeenten. Deze cijfers komen doorgaans bijna twee jaar na afloop van een kalenderjaar beschikbaar. Het percentage hernieuwbare elektriciteit heeft zich volgens deze schattingen in Voorschoten ontwikkeld van 0,1% in 2010 naar 16,8% in 2022. Wanneer Voorschoten in 2030 energieneutraal wil zijn dient dit in 2030 100% te zijn.
Wat gaat het kosten?
Tabel Wat gaat het kosten? Programma 7 Volksgezondheid en milieu Programma: P7 Volksgezondheid en milieu
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Totaal baten
Baten
8.761
9.440
9.808
9.782
9.887
10.050
Totaal lasten
Lasten
-9.602
-9.701
-8.690
-8.676
-8.778
-8.850
Saldo van baten en lasten Saldo
-841
-262
1.118
1.107
1.108
1.200
130
251
0
0
0
0
Mutatie reserves Totaal onttrekkingen
Baten
Totaal stortingen
Lasten
0
0
0
0
0
0
Saldo mutatie reserves
Saldo
130
251
0
0
0
0
Saldo
-711
-11
1.118
1.107
1.108
1.200
Saldo Totaal Programma bedragen x € 1.000 ( "-"= nadeel / "+"= voordeel )
49
Het saldo van programma 7 bedraagt in 2025 € 1.118.000. Dit is € 1.380.000 voordeliger dan in 2024. De voornaamste oorzaken van tenminste € 50.000, of met een bijzondere oorzaak, staan hieronder beschreven. Doorbelasting salarislasten (€ 345.000 nadeel) De doorbelasting op programma 7 is in 2025 € 345.000 hoger dan in 2024. De toelichting op de mutatie van de salarislasten staat in programma 0. Gemeenschappelijke regeling Hecht (€ 64.000 voordeel) In 2024 is een aanvullende begrotingswijziging voor de gemeenschappelijke regeling vastgesteld om de algemene reserve van Hecht op niveau te brengen nadat deze aangewend is voor het negatieve resultaat in 2023. Deze aanvullende wijziging is niet voorzien in 2025. Baten rioolheffing (€ 88.000 voordeel) Het voordeel op de baten wordt veroorzaakt door een tweetal factoren, enerzijds door een toename van het aantal aanslagen en anderzijds door kostenverhoging van het heffingstarief. Omdat dit het gesloten systeem betreft waarbinnen wordt uitgegaan van volledige kostendekkendheid, leidt dit tot stijging van het tarief. Zie voor een nadere toelichting de paragraaf Lokale heffingen.
Afvalinzameling & verwerkingskosten / Baten afvalstoffenheffing (€ 668.000 voordeel) Bij afvalinzameling en de verwerkingskosten is een daling van de kosten waarneembaar, onder andere als gevolg van betere afvalscheiding, zoals het apart inzamelen van matrassen en grofvuil tegen betaling. Als gevolg hiervan worden er lagere tonnages grofvuil ingeleverd bij de verwerker van grofvuil en dit zorgt voor een verlaging de lasten van € 306.000. Daarnaast is er een voordeel op de baten bij de afvalstoffenheffing van € 362.000. Dit is enerzijds te verklaren door een toename van het aantal aanslagen en anderzijds door kostenverhoging van het heffingstarief. Omdat dit het gesloten systeem betreft waarbinnen wordt uitgegaan van volledige kostendekkendheid, leidt dit tot stijging van het tarief. Zie voor een nadere toelichting de paragraaf Lokale heffingen. Kapitaallasten investeringen (€ 337.000 voordeel) Als gevolg van het doorschuiven van voorgenomen investeringen op basis van het vastgestelde IWKp 2024-2028, tractie met betrekking tot afval en de afslag van 30% op de investeringsplanning vallen de kapitaallasten € 337.000 lager uit dan verwacht. CDOKE-middelen (baten en lasten neutraal) In de begrotingscirculaire 2025 heeft de provincie aangegeven dat gemeenten ervan uit mogen gaan dat de ontvangen CDOKE middelen elk jaar worden ontvangen.
Het te ontvangen bedrag bedraagt € 500.000 vanaf 2025. Omdat dit een specifieke uitkering (SPUK) betreft worden de baten en lasten neutraal geraamd. In 2024 was de bijdrage nog begroot op € 873.000, en dit zorgt voor zowel op de baten als de lasten voor een mutatie van € 373.000 (nadeel / voordeel). Restantbudgetten Warmte Leidse Regio & Klimaatakkoord (€ 197.000 voordeel) Via de jaarrekening 2023 zijn de restantbudgetten ten behoeve van het samenwerkingsverband Warmte Leidse Regio € 47.000 en uitvoering van het klimaatakkoord € 150.000, via reserveonttrekkingen beschikbaar gesteld in 2024. Deze aanvullende middelen zijn niet voorzien in 2025 en is daarmee per saldo een voordeel van € 197.000 in 2025 ten opzichte van 2024. Multifunctioneel gedenkpark Rosenburgh (€ 365.000 voordeel) Met het vaststellen van de raadsvoorstel Toekomstbestendig begraven Rosenburgh in 2024, is de opmaat naar een betere kostendekkendheid in gang gezet. Om de kostendekkendheid te verbeteren zijn er twee aanpassingen doorgevoerd: het uitbreiden van het dienstenaanbod en het vaststellen van meer marktconforme tarieven voor de diensten. Gezamenlijk zorgt dit voor een stijging van de baten van € 365.000. Het resterend voordeel van € 6.000 betreft overige kleine wijzigingen, waaronder indexaties.
50
P8 Wonen en bouwen
Wat willen we bereiken ? Woningbouw blijft voor het college een topprioriteit. Daarom gaan we hard aan de slag met de plannen uit de in december 2023 vastgestelde woonvisie. Hierbij spelen we in op de mogelijkheden die aanstaande wet- en regelgeving ons bieden. Onze speerpunten zijn nieuwe woningen realiseren volgens de woonvisie en het aandeel betaalbare woningen binnen de woningvoorraad vergroten. In de kadernota 2025 is aangekondigd dat voor deze ambities financiële ombuigingen nodig zijn. Voor programma 8 betekent dit het volgende: • Het in de kadernota opgenomen extra budget voor projecten van € 250.000 wordt teruggebracht naar € 200.000 • In fasen moet de omgevingsvergunningprocedure kostendekkender worden gemaakt • De hoogte van de leges voor het vooroverleg van ruimtelijke initiatieven moet beter overeenkomen met de reële inzet hiervoor • Bij elk ruimtelijk initiatief beoordelen we de te verrekenen kosten Voor programma 8 betekent dit verder concreet dat de projecten Moeder Godskerk en Forescate III worden getemporiseerd. Met dit besluit is rekening gehouden met motie 333 (focus op woningbouwprojecten in realisatiefase). Aan het realiseren van woningbouw is een complex systeem verbonden van strategie, financiering, samenwerking, ontwikkeling en realisatie. Op verschillende fronten zetten we de komende jaren verschillende stappen.
Daarbij zien we onder andere het volgende voor ogen: • De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 is vastgesteld • Kostendekkende vergunningsprocedures, leges en beoordeling ruimtelijke initiatieven; • De subregionale woon-zorgvisie is vastgesteld • Verbeteringen in het landschap van de Duivenvoordecorridor • Afwikkelen voormalige exploitatie Deltaplein • Realisatie vier woonwagenstandplaatsen • Ontwikkelen diverse woningbouwprojecten • Oplevering woningbouwprojecten in 2025: Einsteinlaan, Beresteyn, Leidseweg 104, Palestrinalaan • Start Starrenburg III Stappen naar Omgevingsvisie Voorschoten 2040 In 2025 ontwikkelen we de nieuwe omgevingsvisie van Voorschoten. De bouwstenen hiervoor hebben we al in 2024 verzameld. Deze werken we uit tot voorstellen voor de ontwikkeling van (de fysieke leefomgeving van) Voorschoten. Vervolgens verwerken raad en college, in samenspraak met de samenleving, de voorstellen in de ontwerp-Omgevingsvisie Voorschoten 2040. Op deze ontwerp-Omgevingsvisie heeft/hebben inwoners formele inspraak en kunnen zienswijzen worden ingediend. Waar nodig of wenselijk wordt in reactie op de zienswijzen het ontwerp aangepast tot de definitieve omgevingsvisie. De Omgevingsvisie Voorschoten 2040 wordt september 2025 ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. In de tussentijd werken we met een tijdelijk omgevingsplan, waarin alle bestemmingsplannen zijn samengevoegd.
Dit moet de komende jaren gefaseerd worden omgebouwd naar een nieuw omgevingsplan. In 2025 gaan we hiervoor een plan van aanpak opstellen. Leges omgevingsvergunningen worden kostendekkender De leges voor omgevingsvergunningen worden verhoogd. Zo zorgen we dat de aanvrager de daadwerkelijke kosten betaalt van het ‘product’ omgevingsvergunning. En komt minder inzet ten
51
laste van de algemene dekkingsmiddelen. 100 procent kostendekkende leges lijken met de nieuwe tarieven nog niet haalbaar. Hierbij speelt ook dat er wettelijk bepaalde maximumtarieven zijn. Als we de inkomsten ramen uit de leges voor omgevingsvergunningen, gaan we ervan uit dat die jaarlijks min of meer gelijk blijven. In de raming zitten dan ook geen incidentele projecten met hoge(re) legesbaten zoals verbouwing Van der Valk en WarmtelinQ. Voorafgaand aan een vergunningsaanvraag is er vaak een vooroverleg om de haalbaarheid van een initiatief te beoordelen. Hiervoor vragen we tot op heden een vast bedrag aan leges. Maar vaak gaat er veel tijd en capaciteit in het vooronderzoek zitten. Het vaste bedrag is te laag ten opzichte van de geleverde inzet. In 2025 volgt een voorstel om de legesverordening hierop aan te passen. Het uitgangspunt hierbij gaat worden, dat een ruimtelijk besluit niet wordt genomen zonder een afspraak over de plankosten (anterieure overeenkomst). Plankosten gaan berekend worden op basis van de plankostenscan. De scan gaat uit van maximaal redelijke plankosten (wat kunnen we maximaal doorbereken). Ontwikkelen woon-zorgvisie De Tweede Kamer moet zich nog buigen over de Wet Versterking regie volkshuisvesting. Maar als deze wordt goedgekeurd, moeten we binnen twee jaar een volkshuisvestingsplan vaststellen. Hierin is ook de woon-zorgvisie opgenomen.
In 2025 wordt daarom met andere gemeenten uit de subregio Leiden al nagedacht over deze woon-zorgcomponent. Deze component geldt als basis voor de woon-zorgvisie voor Voorschoten. We verwachting de woon-zorgvisie in 2026 vast te stellen. Doelen voor grondexploitatie In de Nota Grondbeleid staat toegelicht wat de visie is van de gemeente op het grondbeleid en hoe die zich verhoudt tot de doelstellingen in deze begroting. Ook staat daar hoe we het grondbeleid uitvoeren. Hier richten we ons daarom alleen op de actuele ontwikkelingen. Overigens actualiseren we de gemeentelijke grondexploitatie minimaal een keer per jaar bij de vaststelling van de jaarrekening. Grondexploitatie Duivenvoordecorridor (grex DVC) De gemeente Voorschoten wil het landschap van de Duivenvoordecorridor verbeteren. De bestaand verspreid liggende glastuinbouw in dit gebied verdwijnt en maakt plaats voor een meer open en groener landschap met recreatieve voorzieningen. Om het project financieel mogelijk te maken zijn kostendragers nodig. Hiervoor wordt op beperkte schaal woningbouw ontwikkeld, passend bij het karakter van het gebied. Voor deze ontwikkeling is een convenant gesloten tussen het Rijk, de provincie Zuid-Holland, en de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Voorschoten. Locatie Noortveer is de laatste geplande ontwikkeling van de grondexploitatie (grex) Duivenvoordecorridor.
Eind 2024 en 2025 krijgt het gunnings- en aanbestedingstraject vorm en wordt het uitgevoerd. De gunningsleidraad bevat regels over de inrichting, kwaliteitsniveau, fasering en een minimumbod. Op basis van het in 2018 vastgestelde exploitatieplan is het plan hier 19 grondgebonden woningen te ontwikkelen. De tabel (hierna) laat het planresultaat zien in het jaar van afsluiten van de grondexploitatie. De resultaten van de grondexploitaties worden na afsluiting van de grondexploitatie verwerkt in de jaarcijfers van dat jaar. Voor negatieve planresultaten heeft dit geen effect op het jaarrekeningresultaat, omdat hiervoor al een (verlies)voorziening is getroffen. Planresultaten Duivenvoordecorridor
1-1-2024
Op eindwaarde Op contante waarde
2025
31-12-2026 €
€
-619.000
-583.000
De grondexploitatie DVC is de enige nog lopende grex waarop actief grondbeleid wordt gevoerd. Jaarlijks wordt deze grex met bijbehorende risico’s geactualiseerd. Het verwachte verlies van de
52
grex bedraagt per 2023 € 589.000 op saldo contante waarde op 1 januari 2024. Voor dit bedrag is de verliesvoorziening DVC gevormd. De risico’s die voor deze grex zijn voorzien, worden geïdentificeerd en gekwantificeerd. Voor 2024 hebben deze een gewogen effect van € 308.000 (2023: € 795.000). In 2025 verwerken we de nieuwste (financiële) inzichten in de actualisatie. Deze risicoreserve is verdisconteerd in de concernreserve. De verliesvoorziening wordt aangepast wanneer uit de jaarlijkse actualisatie van de grex DVC wijzigingen naar voren komen. Deze wijzigingen worden verrekend met de concernreserve. Voormalige grondexploitatie Deltaplein Met Deltaplein Ontwikkeling BV is een realisatieovereenkomst gesloten en zijn subsidie-afspraken vastgelegd. De gemeente verstrekt een subsidie wanneer uit deskundigenonderzoek blijkt dat het tekort in de projectexploitatie ten minste € 2,4 miljoen bedraagt. Het gaat om een subsidiebedrag van € 2,4 miljoen vermeerderd met rente. Voor de financiële afwikkeling heeft de gemeente een voorziening beschikbaar. Momenteel gaat het om de juridische afwikkeling van de gerechtelijke procedure(s). In 2024 wordt het beroep behandeld en in 2025 mogelijk nog een hoger beroep. De gemeente heeft een eerder verzoek tot bevoorschotting van het bedrag afgewezen.
De rechtbank heeft dit bevestigd vanwege het ontbreken van een deugdelijke financiële verantwoording, inclusief accountantsverklaring. Dit laatste is nodig, omdat anders de subsidie als onrechtmatig kan worden beschouwd en als staatssteun kan worden gezien. Lokaal maatwerk Sinds de inwerkingtreding van de geactualiseerde Huisvestingswet 2014 hebben we meer mogelijkheden om woningen met voorrang toe te wijzen aan personen met lokale binding (“lokaal maatwerk”). Hoe we dit lokale maatwerk vormgeven, stemmen we af met Holland Rijnland. Doel is dat onder andere inwoners met een vitaal beroep meer kans maken op een woning. Woningbouw in verschillende fasen van voorbereiding Zoals gezegd werken we hard aan de ambitie om nieuwe woningen te bouwen. De verschillende potentiële bouwlocaties in het dorp bevinden zich in verschillende fasen van het project.
Hieronder staat een kort overzicht van ontwikkelingen binnen de bouwprojecten: • 60-70 woningen op het Churchillplein: in gesprek met (toekomstige) initiatiefnemers Woonzorg en Aldi om tot een intentieovereenkomst te komen • Woningen en school Fortgens: door ombuigingen worden de woningen later uitgevoerd dan het schoolgebouw • 120 sociale huurwoningen aan het Oude Stationslaantje: project wordt getemporiseerd en in 2025 zoeken we daarvoor een corporatie • 356 woningen Starrenburg III: nadat eind 2024 de Anterieure Overeenkomst is gesloten met De Raad Bouw en Niersman, het terrein wordt bouwrijp gemaakt • Gezondheidscentrum en 44 appartementen op Raadhuislaan 41-47: het uitwerkingskader is vastgesteld dus de Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa) kan worden voorbereid • 100 woningen Segaar / Arsenaal: voortgang van dit project hangt af van de planning van de Raad van State. De Raad van State heeft tot nu toe 26 beroepsschriften en één voorlopige voorziening ontvangen Realiseren vier woonwagenstandplaatsen In september 2023 heeft de raad de Hofweg/langs de Korte Vliet aangewezen als woonwagenlocatie. Op basis van recente jurisprudentie moet Voorschoten daarvoor vier standplaatsen realiseren. In 2025 worden vier standplaatsen gerealiseerd en twee woonwagens geplaatst. De gemeente wil deze woonwagens graag overdragen aan een corporatie.
Het is onzeker of het binnen budget mogelijk is om twee extra woonwagens te plaatsen. Dit hangt af van de samenwerking met de corporatie(s).
53
Vergunningverlening voor Huize Bijdorp Inmiddels zijn bij Huize Bijdorp vergunningen verstrekt voor de restauratie van de historische tuinmuren en de orangerie, de transformatie van de Wasserij en de bouw van elf boswoningen. Hiermee kan nu worden gestart. Eind 2024 volgen nog de vergunningen voor de sloop van het oude klooster en nieuwbouw van het kloosterhof. In 2025 worden die plannen uitgevoerd. Overige lopende projecten Ondertussen zijn er projecten in uitvoering op Prof. Einsteinlaan, Beresteyn, Leidseweg 104 en Palestrinalaan. In voorbereiding zijn de projecten Jan Wagtendonkstraat, Jan Evertselaan en Noortveer. Nr. Beleidsindicator
Eenheid
Bron
Voorgaande laatst bekende realisatie
35
Gemiddelde WOZ waarde
Duizend euro
CBS
486 (2023)
36
Nieuw gebouwde woningen
Aantal per 1.000 woningen
37
Demografische druk
%
Basisregistratie adressen en gebouwen CBS
38
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
In euro's
COELO
In euro's
COELO
39
Laatst Landelijk bekende vergelijking realisatie cijfer
501 379 (2024) (2024) 2,0 (2022) 0,3 (2023) 9,1 (2023)
89,2% (2023) € 1.340 (2023) € 1.430 (2023)
89,3% (2024) € 1.388 (2024) € 1.481 (2024)
70,4% (2024) € 911 (2024) € 994 (2024)
Toelichting beleidsindicatoren 35
Gemiddelde WOZ waarde
De gemiddelde WOZ waarde van woningen. 36
Nieuw gebouwde woningen
Het aantal nieuw gebouwde woningen, exclusief overige toevoegingen zoals transformaties. 37
Demografische druk
De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar. 38
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. 39
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Voor de komende jaren staan er verschillende woningbouwprojecten in de programmering. De verwachting is dat dit zal leiden tot een aanzienlijke toename van de nieuwbouw.
54
Wat gaat het kosten?
Tabel Wat gaat het kosten? Programma 8 Wonen en bouwen Programma: P8 Wonen en bouwen
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Totaal baten
Baten
650
2.625
6.053
850
811
814
Totaal lasten
Lasten
-3.135
-5.620
-7.156
-2.138
-2.083
-2.088
Saldo van baten en lasten Saldo
-2.485
-2.996
-1.103
-1.287
-1.271
-1.275
675
1.261
13
7
7
7
Mutatie reserves Totaal onttrekkingen
Baten
Totaal stortingen
Lasten
-75
-500
0
0
0
0
Saldo mutatie reserves
Saldo
600
761
13
7
7
7
Saldo
-1.885
-2.235
-1.090
-1.280
-1.264
-1.268
Saldo Totaal Programma bedragen x € 1.000 ( "-"= nadeel / "+"= voordeel )
Het saldo van programma 8 is in 2025 € 1.103.000. Dit is € 1.892.000 voordeliger dan in 2024. De voornaamste oorzaken van tenminste € 50.000, of met een bijzondere oorzaak staan hieronder beschreven. Verkoop ontwikkellocaties (€ 600.000 voordeel) In het verleden is een indexering grondwaarde afgesproken over de verkoop van ontwikkellocaties. Eén van de locaties voldoet aan de voorwaarden. In de Begroting 2025 is hiervoor een bedrag van € 600.000 opgenomen. Kruispuntkerk (€ 200.000 voordeel) Om vervolgstappen te nemen die nodig zijn om op basis van een Definitief Ontwerp, een investeringsplan en een uitgewerkt exploitatieplan te kunnen besluiten over de realisatie van de ontwikkeling Kruispuntkerk is in 2024 een éénmalig budget opgenomen van € 300.000. Voor 2025 is externe inhoudelijke ondersteuning noodzakelijk, wat € 100.000 aan extra kosten met zich meebrengt. Omgevingswet (€ 184.000 voordeel) Om de volledige transitie van de omgevingswet vorm te kunnen geven is in 2024 een éénmalig budget van € 284.000 beschikbaar gesteld, waarvan € 196.000 voor de voorbereidende werkzaamheden omgevingsvisie. Voor 2025 is externe inhoudelijke ondersteuning noodzakelijk, wat € 100.000 aan extra kosten met zich meebrengt.
Ontwikkelvisie Centrum (€ 260.000 voordeel) In 2024 is een éénmalig budget voor het opstellen van de Ontwikkelvisie Centrum beschikbaar gesteld. Huize Bijdorp (€ 250.000 voordeel) Als bijdrage voor in de kosten van inrichting en herstel van de buitenplaats is in 2024 éénmalig een budget van begroot. Flexwoningen (€ 250.000 voordeel) Voor de woonopgave is in 2024 éénmalig een budget van € 250.000 gereserveerd voor het realiseren van flexwoningen.
55
Bijdrage verkeersaansluiting Intratuin (€ 200.000 voordeel) In 2024 is de éénmalige bijdrage van de gemeente Voorschoten aan het project verkeersaansluiting Intratuin opgenomen. Doorbelasting salarislasten (€ 197.000 voordeel) De doorbelasting op programma 8 is in 2025 € 197.000 lager dan in 2024. De toelichting op de mutatie van de salarislasten staat in programma 0. Leges kostendekkendheid (€ 33.000 voordeel) Door de kostendekkendheid te vergroten wordt een eerlijkere prijs betaalt door degene die het product afneemt. Hierdoor komt minder ten laste van de algemene dekkingsmiddelen. Anterieure overeenkomsten (€ 118.000 nadeel) Dankzij kostenverhaal voor diverse projecten zijn in de begroting 2024 éénmalig baten van € 118.000 opgenomen. Woningbouw (€ 200.000 nadeel) Voor capaciteit woningbouw is in de kadernota 2025-2028 € 250.000 beschikbaar gesteld. In het kader van de ombuigingen is dit verlaagd met € 50.000. Het resterend voordeel van € 36.000 betreft overige kleine verschillen, waaronder indexaties.
56
Paragrafen Lokale heffingen
1.1 Inleiding In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de door de gemeente Voorschoten geheven belastingen, bestemmingsheffingen en rechten. Onder de belastingen vallen: de onroerendezaakbelastingen, de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, de toeristenbelasting, de precariobelasting en de reclamebelasting. De opbrengst van de belastingen gaat naar de algemene middelen. Onder de bestemmingsheffingen vallen de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De rechten omvatten een grote groep belastbare feiten. De belangrijkste hiervan zijn de marktgelden, de lijkbezorgingsrechten en de leges inzake omgevingsvergunningen, reisdocumenten, burgerlijke stand en gemeentelijke basisadministratie. Voor zowel de bestemmingsheffingen als de rechten geldt dat tarieven maximaal kostendekkend mogen zijn en dat de opbrengst gebruikt wordt ter dekking van de gemaakte kosten.
1.2 Beleid lokale heffingen Het beleid van de gemeente Voorschoten is als volgt samen te vatten: "De inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden leveren een rechtvaardige bijdrage in de gemeentelijke voorzieningen." De lokale lastendruk blijft in reële termen gelijk, waarbij er van uitgegaan wordt dat leges en rechten kostendekkend blijven c.q. worden. De gemeente heeft volledige autonomie in het bepalen van de hoogte van de gemeentelijke belastingen. Het rijk houdt bij verdeling van de inkomsten uit het gemeentefonds rekening met gemeentelijke inkomsten uit het eigen belastinggebied. In de meicirculaire 2024 gaat het rijk ervan uit dat de gemeentelijke OZB-opbrengsten alleen al, als gevolg van de inflatie in 2025 met 6,3 procent zullen toenemen. Dat is 3,1 procent hoger dan de 3,2 procent waar rekening mee is gehouden in de kadernota 2025. Echter, blijft het vastgestelde indexering van 3,2 procent voor de OZB-opbrengsten gehandhaafd en wordt er dus afgeweken van deze prijsontwikkeling. De overige geraamde opbrengsten van belastingen, leges en rechten zijn in de begroting 2025 ook verhoogd met het indexeringspercentage van 3,2 procent. Met deze verhoging wordt de algemene prijsontwikkeling gevolgd. Dit is noodzakelijk om de inkomsten van de gemeente op dit onderdeel op peil te houden en structurele onevenwichtigheid te voorkomen.
1.3 Overzicht geraamde baten belastingen, heffingen en rechten Onderstaand overzicht vermeldt de geraamde opbrengsten voor 2024 en 2025 voor de diverse belastingen en rechten. Bedragen x € 1.000 Belastingen / heffingen/ rechten
Realisatie 2023
Raming 2024
Raming 2025
Mutatie t.o.v. 2024
OZB woningen
6.939
7.186
7.491
305
OZB niet-woningen
1.201
1.183
1.363
180
6
7
7
0
Roerende ruimte belastingen
57
Belastingen / heffingen/ rechten
Realisatie 2023
Raming 2024
Raming 2025
Mutatie t.o.v. 2024
Hondenbelasting
142
145
0
-145
Precariobelasting
10
11
11
0
Toeristenbelasting
208
176
280
104
Reclamebelasting
92
81
84
3
BIZ-Dobbewijk
27
27
27
0
Afvalstoffenheffing
4.760
4.954
5.353
399
Rioolheffing
2.799
2.887
2.974
87
Marktgelden
28
82
89
6
Begraafplaatsrechten
323
354
716
362
Wabo-leges
219
647
701
54
Overige rechten en leges
552
481
589
108
subtotaal opbrengst
17.306
18.221
19.685
1.464
af: kwijtscheldingen
-270
-290
-290
0
17.036
17.931
19.395
1.464
Netto opbrengst
1.4 Belastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB) De aanslag OZB wordt voor het belastingjaar 2025 gebaseerd op (nog door de raad vast te stellen) OZB-tarieven voor 2025 en de WOZ-waarde naar waardepeildatum 1 januari 2024. Het uitgangspunt voor de geraamde netto OZB-opbrengst 2025 is: • Indexering van de geraamde opbrengst 2025 met 3,2 procent Bij de berekening van de OZB-tarieven voor 2025 wordt rekening gehouden met bovenstaand uitgangspunt en met de meest recente gegevens omtrent de verwachte waardeontwikkeling. De voorlopige waardeontwikkeling voor woningen gaat uit van 4,9 procent en voor niet-woningen van 0,6 procent. Dit is gebaseerd op de meest recente analyse verkregen vanuit de BSGR (oktober 2024). Hierbij moet opgemerkt worden dat de herwaardering van zowel de woningen als nietwoningen nog niet afgerond is. Voor woningen is 35 procent afgerond en voor niet-woningen 64 procent. Gezien de voortgang van de herwaardering, kan de uiteindelijke waardeontwikkeling nog afwijken. Toeristenbelasting De opbrengsten voor de toeristenbelasting zijn verhoogd als gevolg van het aanpassen van het toeristenbelastingtarief van € 2,86 naar € 3,50, hiermee wordt aangesloten op het belastingtarief 2024 van de gemeente Leiden. In onderstaand tarievenoverzicht is het verloop van de toeristenbelasting van de afgelopen jaren terug te vinden.
Toeristenbelasting per overnachting
2022
2023
2024
2025
€ 2,66
€ 2,74
€ 2,86
€ 3,50
58
Precariobelasting De precariotarieven zijn voor 2025 met 3,2 procent verhoogd.
1.5 Heffingen en rechten In de paragraaf lokale heffingen moet een overzicht van baten en lasten worden opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. In dit hoofdstuk worden de diverse heffingen kort behandeld en wordt per heffing via een vast format inzicht gegeven in de kosten die (vanuit de diverse programma's) aan de heffing worden toegerekend. De gehanteerde tariefstelling, geraamde baten en eventuele achterliggende beleidskeuzes worden ook per heffing aangeven. Onafhankelijk van de aard en samenstelling van de overhead kan deze worden toegerekend aan de directe kosten van de programma's. Deze toerekening vindt voor heffingen extracomptabel plaats. Voor wat betreft het toerekenen van overhead aan de tarieven is gekozen voor een systematiek waarbij de totale overhead op taakveld 0.4 op basis van de volgende formule wordt verdeeld: Opslag taakveld = overhead x ((aantal aan heffing toegerekende uren)/(totaal aantal verdeelde uren exclusief uren taakveld overhead)) Rioolheffing De gemeente is wettelijk verplicht om haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. Hoe de gemeente invulling geeft aan de gemeentelijke zorgplichten is vastgelegd in het Integraal Water Keten plan (IWKp) 2024-2028.
In gezamenlijkheid met de Leidse Regio is het IWKp 2024-2028 opgesteld en in het eerste kwartaal van het jaar 2024 is deze goedgekeurd door de Raad. Hierbij is afgesproken dat de rioolheffing gedurende de looptijd van het IWKp 2024-2028 jaarlijks met 3,0 procent zal stijgen bovenop de inflatiecorrectie. Het uitgangspunt is dat de kosten voortkomend uit de zorgplicht voor 100 procent worden gedekt uit de rioolheffing. Het kostendekkingsplan uit het IWKp 2024-2028 is verwerkt in de begroting 2025. Over de toekomstige financiële gevolgen als gevolg van noodzakelijke investeringen en het effect op de kostendekkendheid kan op dit moment nog niets gezegd worden. Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten taakveld(en) incl. omslagrente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Totaal toerekenbare kosten Totale kosten Totale opbrengsten Kostendekkendheid
2.160.000 2.160.000 524.000 290.000 814.000 2.974.000 2.974.000 100%
Tarieven rioolheffing en beleidskeuzes Een groot deel van de kosten hangt samen met het in stand houden van het rioolstelsel, terwijl slechts een beperkt deel van de kosten samenhangt met de mate van gebruik van de riolering. Omdat er mede hierdoor nauwelijks onderscheid te maken is naar individualiseerbaar profijt hanteert de gemeente Voorschoten een vast tarief voor percelen met een drinkwateraansluiting. Percelen met een drinkwateraansluiting hebben vrijwel altijd een afvoer op het rioolstelsel, waardoor de belastingplichtige van dit perceel profiteert van het rioolstelsel. Het lage tarief voor percelen zonder drinkwateraansluiting is gebaseerd op het principe dat ook deze percelen baat
59
hebben bij de gemeentelijke waterzorgtaken afvoer hemelwater en beheer grondwaterpeil. Deze percelen profiteren niet, of in mindere mate, van de afvoer van afvalwater. Dit vormt de basis voor het lagere tarief. Om beter aan te sluiten op de bredere invulling van de gemeentelijke watertaken heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de oude modelverordening vervangen door een nieuw model. Het nieuwe model bevat drie varianten voor het tarief, namelijk naar een vast bedrag, gebaseerd op de WOZ-waarde en naar waterverbruik. Voor het belastingjaar 2024 is gekozen voor de variant naar een vast bedrag. Deze keuze sloot aan op de tariefstelling voorafgaand aan het belastingjaar 2024. De andere varianten, gebaseerd op WOZ-waarde of waterverbruik, zijn buiten beschouwing gebleven omdat deze factoren geen direct verband hebben met de werkelijke kosten voor het gebruik van de riolering. Voor de verordening Riool- en waterzorgheffing 2025 wordt de keuze voor deze variant gecontinueerd. Deze keuze sluit aan bij de huidige kostenstructuur en zorgt voor voorspelbare lasten voor de belastingbetalers. De tarieven 2025 stijgen minimaal ten opzichte van 2024, ondanks de afgesproken stijging in het IWKp 2024-2028. Het tarief voor "Perceel met drinkwateraansluiting" stijgt met 1,0% en het tarief voor "Perceel zonder drinkwateraansluiting" met 0,85%.
Deze beperkte stijging heeft ermee te maken dat de grote rioleringsprojecten gefaseerd en vertraagd uitgevoerd worden. Daarnaast zijn ook het aantal aanslag object toegenomen als gevolg van de oplevering van nieuwbouwwoningen en een optimalisatieslag bij de BSGR.
Soort woning/huishouden
Tarief 2024
Tarief 2025
Perceel met drinkwateraansluiting
€ 240,48
€ 243,00
Perceel zonder drinkwateraansluiting
€ 14,28
€ 14,40
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven van percelen waarvoor een inzamelplicht voor huishoudelijke afvalstoffen bestaat. De belasting wordt geheven per huishouden. De kosten voor de afvalstoffenheffing stijgen met name als gevolg van hogere overheadlasten (stijging van het overheadtarief door de cao ontwikkeling en extra capaciteit vanwege areaaluitbreiding). Het tarief afvalstoffenheffing stijgt in 2025 met 5,4 procent. De definitieve tarieven worden in december door de raad vastgesteld in de voor te leggen afvalstoffenverordening. Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten taakveld(en) incl. omslagrente
3.544.000
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
-148.500
Netto kosten taakveld(en)
3.395.000
Toe te rekenen kosten: Overhead BTW
1.518.000 439.000
Totaal toerekenbare kosten
1.957.000
Totale kosten
5.353.000
Totale opbrengsten
5.353.000
Kostendekkendheid
100%
60
Tarieven afvalstoffenheffing en beleidskeuzes De afvalstoffenheffing in de gemeente Voorschoten is gedifferentieerd naar type woning (aanleunwoning, etagewoning en overige woning) en naar de grootte van het huishouden in de vorm van een eenpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden. Hiermee wordt recht gedaan aan het principe ‘de vervuiler betaalt’ en blijft de uitvoering van de heffing bovendien praktisch uitvoerbaar. Soort woning/huishouden
Tarief 2024
Tarief 2025
aanleunwoning
€ 299,76
€ 315,96
etagewoning (1ph)
€ 337,08
€ 355,32
etagewoning (mph)
€ 429,36
€ 452,64
overige woning (1ph)
€ 398,64
€ 420,24
overige woning (mph)
€ 491,28
€ 517,92
Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en het gebruik van de diensten die daarbij worden verleend. Door een afname van het aantal begravingen is de exploitatie van begraafplaats Rosenburgh verre van kostendekkend. Om dit te veranderen, zijn er twee aanpassingen zowel in de beheerverordening als de verordening op de heffing en invordering van de lijkbezorgingsrechten doorgevoerd, namelijk: • •
Het uitbreiden van het dienstenaanbod en Het vaststellen van meer marktconforme tarieven voor de diensten.
Daarnaast is er sinds halverwege 2024 een voorziening begraafplaats gevormd, zodat deze kan worden ingezet voor onderhoudsverplichtingen van graven. Het doel hiervan is dat de betaalde grafrechten beschikbaar zijn voor algemeen onderhoud, voor de periode dat voor de (natuur)graven en (natuur)urnengraven is betaald. Concreet betekent dit dat iemand een (natuur)graf voor 100 jaar en een (natuur)urnengraven voor 50 jaar afkoopt. Dit bedrag wordt in de voorziening gestopt. Jaarlijks wordt een deel uit de voorziening onttrokken om de kosten voor het jaarlijkse onderhoud te dekken. Berekening kostendekkendheid Lijkbezorgingsrechten Kosten taakveld(en) incl. omslagrente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
394.000 0
Netto kosten taakveld(en)
394.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
381.000
BTW
11.000
Totaal toerekenbare kosten
392.000
Totale kosten
785.000
Totale opbrengsten
716.000
Kostendekkendheid
91%
Tarieven lijkbezorgingsrechten De verordening lijkbezorgingsrechten gedenkpark Rosenburgh kent een tarieventabel met een uiteenlopend aantal tarieven voor de verschillende diensten. Uitgangspunt voor deze tarieven is kostendekkendheid.
61
Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het gebruiken van openbare grond c.q. het innemen van een standplaats op het marktterrein, gedurende de tijd dat het markt is. De opbrengst is afhankelijk van de daadwerkelijke bezetting van de weekmarkt. Voor 2025 is de geraamde opbrengst met het inflatiepercentage verhoogd. Berekening kostendekkendheid marktgelden Kosten taakveld(en) incl. omslagrente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Totaal toerekenbare kosten Totale kosten Totale opbrengsten Kostendekkendheid
82.000 0 82.000 16.000 9.000 25.000 107.000 89.000 83%
Tarieven marktgelden Het marktgeld bedraagt een tarief voor iedere strekkende meter grond, waarvoor een standplaats wordt ingenomen, gemeten in de lengterichting. Er gelden aparte tarieven voor losse en vaste standplaatsen. Ten behoeve van een gelijkmatige ontwikkeling zijn deze tarieven met het inflatiepercentage verhoogd. Daarnaast worden op grond van deze verordening vanaf 2024 de elektriciteitskosten per soort verbruiker in rekening gebracht. Deze kosten worden niet opgenomen in het algemene tarief voor de standplaats. Dit omdat er verschillen zijn in het elektriciteitsverbruik per standplaats en de verschillen niet afhankelijk zijn van de ingebruikname van het aantal strekkende meters. Opname van de elektriciteitskosten in deze verordening zorgt voor een betere en eerlijkere kostendekkendheid. Uitgangspunt voor deze tarieven is 100 procent kostendekkendheid. Standplaats Losse standplaats, per strekkende meter, per dag Vaste standplaats, per strekkende meter, per kwartaal
Tarief 2024 € 3,90 € 44,85
Tarief 2025 € 4,02 € 46,29
Elektriciteitskosten Kleinverbruik, tarief per kwartaal Middelverbruik, tarief per kwartaal Grootverbruik, tarief per kwartaal
Tarief 2024 € 13,56 € 24,50 € 57,30
Tarief 2025 € 13,99 € 25,28 € 59,13
Leges Leges worden geheven voor het door de gemeente verlenen van diensten zoals opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Deze tarieventabel bestaat uit drie titels: Algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving (omgevingsvergunningen) en dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn (specifiek voor ondernemers). Binnen de drie titels zijn de leges onderverdeeld in hoofdstukken waarbinnen de samenhangende tarieven zijn geclusterd. De opbrengsten zijn in de begroting niet op hoofdstukniveau opgenomen, maar zijn functioneel gegroepeerd. Van een aantal diensten wordt namelijk dusdanig weinig gebruik gemaakt dat het apart opnemen van een raming geen meerwaarde heeft.
62
Berekening kostendekkendheid Leges Algemene dienstverlening Kosten Baten Burgerlijke stand 62.000 51.000 Reisdocumenten 369.000 314.000 Rijbewijzen 147.000 115.000 Verstrekkingen basisregistratie 34.000 25.000 Overige publiekszaken 8.000 5.000 Bijzondere wetten 82.000 73.000 Totaal leges Algemene dienstverlening 702.000 583.000
Kostendek. 83% 85% 78% 74% 61% 89% 83%
Berekening kostendekkendheid Leges vallend onder fysieke leefomgeving (omgevingsvergunning) Kosten Baten Omgevingsvergunning 960.000 701.000
Kostendek. 73%
Voor 2025 wordt de legesverordening omgevingswet conform de modelverordening van de VNG gehanteerd. Als constant bedrag aan leges wordt geraamd € 400.000, hierop vindt een aanvulling van € 301.000 plaats van incidentele projecten welke te verwachten zijn in 2025. Kostendekkendheid blijft hierbij het uitgangspunt. Berekening kostendekkendheid Leges vallend onder Europese dienstenrichtlijn Kosten Baten Kostendek. APV-vergunningen Horeca Organiseren van evenementen of markten Prostitutiebedrijven Kamperen Marktstandplaatsen Winkeltijdenwet Ventvergunning, standplaatsvergunning Totaal APV-vergunningen 7.400 6.100 83% Totaal leges vallend onder Europese dienstenrichtlijn 7.400 6.100 83% Tarieven, kostendekkendheid en kruissubsidiering leges De tarieven voor de diverse leges worden jaarlijks in principe met het inflatiepercentage verhoogd, waarbij wordt uitgegaan van de reeds bestaande verdeling in de tarieven. Voor tarieven waarvoor een maximumbedrag geldt wordt uitgegaan van het maximaal toegestane bedrag. Op basis van de berekening van de kostendekkendheid is er binnen de drie titels geen sprake van kruissubsidiëring. Afhankelijk van het soort en aantal aanvragen omgevingsvergunning kunnen de legesopbrengsten fluctueren. Eventuele meer- of minderopbrengsten worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve kostendekkendheid omgevingsvergunning.
1.6 Vergelijking gemeentelijke woonlasten met andere gemeenten Onder de gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Om een beeld te geven van de gemeentelijke woonlasten van de inwoners van de gemeente Voorschoten is een vergelijking gemaakt met die van omliggende gemeenten en met de woonlasten in een gemiddelde gemeente.
63
Gemeentelijke woonlasten 2024
Voorschoten Oegstgeest
Wassenaar LeidschendamVoorburg
Leiderdorp gemiddelde gemeente
Eenpersoonshuishouden
€ 1.388
€ 1.313
€ 1.401
€ 924
€ 1.026
€ 911
Meerpersoonshuishouden
€ 1.481
€ 1.502
€ 1.481
€ 995
€ 1.230
€ 994
Bron: Coelo Atlas van de lokale lasten 2024
Bovenstaande vergelijking laat zien dat de woonlasten in Voorschoten hoger liggen dan het landelijk gemiddelde. De ontwikkeling van de woonlasten in 2024 ligt in Voorschoten wel lager dan de gemiddeld landelijke ontwikkeling. Dit omdat in 2024 in Voorschoten zowel de afvalstoffen- als de rioolheffing relatief beperkt gestegen zijn. Ontwikkeling woonlasten Door de totale woonlasten voor meerpersoonshuishoudens in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (zoals gepubliceerd door het Coelo) en uit te drukken in een percentage kan de ontwikkeling van de woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde worden geschetst. Onderstaande vergelijking laat zien dat de woonlasten in Voorschoten hoger liggen dan het landelijk gemiddelde. 2023 € 1.429
2024 € 1.479
2025 € 1.531
Woonlasten gemiddeld gezin in t-1 (cijfers Coelo)
€ 904
€ 944
€ 994
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar ervoor (x 100%)
158%
157%
154%
Totale woonlasten gezin Voorschoten in jaar t
De ontwikkeling van de woonlasten ligt in Voorschoten ten opzichte van 2024 lager dan de gemiddelde landelijke ontwikkeling van vorig jaar. Dit beeld ontstaat doordat, hoewel de afvalstoffenheffing met 5,4 procent stijgt, de rioolheffing slechts met 1 procent stijgt en ontwikkelt de OZB zich conform het in de kadernota 2025 afgesproken inflatiepercentage van 3,2 procent.
64
1.7 Kwijtscheldingsbeleid In de raadsvergadering van 2 april 2015 is de Verordening Kwijtschelding Gemeentelijke belastingen Voorschoten 2015 vastgesteld. Kwijtschelding is in Voorschoten mogelijk voor de onroerendezaakbelastingen, roerende-ruimtebelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kwijtscheldingsnorm in Voorschoten blijft gehandhaafd op de maximaal door het Rijk toegestane 100 procent van de bijstandsnorm. Dat wil zeggen dat iemand met een inkomen op bijstandsniveau bijna altijd in aanmerking komt voor kwijtschelding, tenzij er sprake is van vermogen (spaargeld of eigen woning). Ook voor ZZP’ers is het mogelijk om onder dezelfde voorwaarden als privépersonen voor kwijtschelding in aanmerking te komen. De kwijtschelding wordt uitgevoerd door de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). De bedragen aan kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en rioolheffing worden als kosten meegenomen bij het bepalen van de tarieven. Over het jaar 2025 worden naar verwachting de volgende bedragen aan kwijtschelding verleend: • OZB € 3.000 • Afvalstoffenheffing € 172.000 • Rioolheffing € 115.000
1.8 Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland De volledige heffing en invordering, inclusief de waardering in het kader van de Wet WOZ, is overgedragen aan belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). Voor de gemeente Voorschoten geldt dit voor de onroerendezaakbelastingen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, toeristenbelasting, precariobelasting, reclamebelasting en de BIZ-bijdragen.
1.9 Algemene ontwikkelingen Verruiming lokaal belastinggebied De gemeente is voor de inkomsten voor het overgrote deel afhankelijk van inkomsten vanuit de Rijksoverheid. Daarbij zorgt de huidige financieringssystematiek voor schommelingen in inkomsten bij de gemeenten en biedt beperkte ruimte voor autonomie. Vanuit het VNG is er overleg met het Rijk voor meer mogelijkheden voor de gemeente om belasting te heffen. De lastenverzwaring voor inwoners dient vervolgens teruggesluisd te worden via lagere inkomstenbelastingen. Momenteel liggen er voorstellen over de verruiming op lokaal belastinggebied die bedoeld zijn voor de periode na 2025.
65
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
2.1 Inleiding Op 29 januari 2015 is de nota “Risicomanagement en Weerstandsvermogen” vastgesteld door de raad van Voorschoten. Deze nota formuleert de kaders voor succesvol risicomanagement. Uit de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing blijkt dat zowel de risico's als de beschikbare weerstandscapaciteit zijn afgenomen. De vergelijking tussen het benodigde weerstandsvermogen en de beschikbare weerstandscapaciteit levert een ratio weerstandsvermogen op van 4,0. In de Jaarstukken 2023 was nog sprake van een ratio van 3,0.
Risico's Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de organisatie. Met het risicomanagementsysteem worden risico's geprioriteerd en beoordelen we risico's op systematische wijze. Hiermee kunnen passende beheersmaatregelen genomen worden. Organisatiebreed zijn risico's bij de Jaarstukken 2023 24 risico's in kaart gebracht. Voor ieder risico is een risicoprofiel opgesteld. De top-10 risico's zijn bij de Begroting 2025 geactualiseerd. Conform de notitie “Risicomanagement en Weerstandsvermogen” zijn de 10 risico's met de hoogste bijdrage aan de benodigde weerstandscapaciteit opgenomen. Het overzicht is aangevuld met de getroffen beheersmaatregelen. Opgenomen is de benodigde weerstandscapaciteit van deze ‘top 10’, aangevuld met een opslag voor de kleinere risico's. Hier wordt een opslag van 30% gehanteerd: dit op basis van de daadwerkelijke risico in de Jaarstukken 2023. In de notitie “Risicomanagement en Weerstandsvermogen” is 10% opgenomen. De ‘top 10’ risico's tellen op tot € 3.544.000, de opslag van 30 procent voor kleinere risico's geeft een totaal risico van € 4.607.000. De financiële risico's van de gemeente zijn € 0,7 miljoen lager dan in de Jaarstukken 2023. Het risico op hoge inflatie komt niet meer voor als risico. Het risico van informatieveiligheid is nieuw. De ‘top 10’ risico’s zijn hieronder toegelicht. Omschrijving
Maximale omvang 2.100
Kans (in %) 70
Gemiddelde omvang 1.050
Risicoprofiel
2. Verantwoordelijkheid Sociaal Domein (incl. Jeugd) 3. Technische staat van de Tunnel Horst en Voordelaan 4. Schade Vuilwateroverlast
3.580
30
1.790
537
2.000
50
1.000
500
2.500
30
1.250
375
5. Informatieveiligheid
2.500
30
1.250
375
6. Garantstellingen
67.700
1
33.850
338
7. Uitkeringen sociaal domein
522
70
261
182
8. Ontsluiting het Fortuyn van Voorschoten op Leids grondgebied 9. Personele bezetting
700
50
350
175
500
70
250
175
10. Grondexploitatie Duivenvoordecorridor
1.222
25
611
152
1. Algemene uitkering Gemeentefonds
735
Totaal
3.544
30% opslag overige risico's
1.063
Totaal risico's
4.607
(bedragen x € 1.000)
66
Deze risico's worden navolgend toegelicht. 1. Algemene uitkering Gemeentefonds De gemeente loopt risico op lagere inkomsten algemene uitkering gemeentefonds door exogene ontwikkelingen zoals: • Nadelige herverdeeleffecten bij wijzigingen in het verdeelmodel gemeentefonds. • Lagere compensatie voor loon, prijs en hoeveelheidsontwikkeling. De compensatie voor inflatie blijkt vaak achteraf te laag te zijn. • Een lagere uitkering van de onderbesteding van het BTW compensatiefonds. In de begroting is rekening gehouden met eenzelfde uitkering als over 2023. • Ontwikkelingen in de uitkeringsbasis, waardoor er voor Voorschoten een lagere algemene uitkering komt. • Kortingen op specifieke uitkeringen (SPUKS). Het Rijk wil het aantal SPUKS terugbrengen om zo minder lasten en werk voor gemeentes en accountants te hebben. Het terugbrengen gaat in principe samen met een korting, mogelijk oplopend tot 10 procent. Toelichting Het totale herverdeeleffect van Voorschoten betreft € 140 per inwoner nadelig. Voor 2023 t/m 2025 geldt een ingroeipad van nadelig € 37,50 per inwoner. Er resteert nog € 102,50 per inwoner: een risico van structureel € 2,6 miljoen (25.627 inwoners x € 102,50). Er is nog geen duidelijkheid over het herverdeeleffect vanaf 2026. De evaluatie van het gewijzigde verdeelmodel wordt in 2025 verwacht.
Het maximale risico op de overige ontwikkelingen wordt geraamd op structureel € 0,5 miljoen. Beheersmaatregelen In de begroting is vanaf 2026 een stelpost opgenomen voor inkomstenderving als gevolg van een verder oplopende korting/ het herverdeeleffect. Daarbij is uitgegaan dat voor de periode 2026 t/m 2028 hetzelfde ingroeipad toegepast wordt als voor de periode 2023 t/m 2025. In 2026 € 192.375, in 2027 loopt deze stelpost op naar € 577.125 en in 2028 naar € 961.875. Rekening houdend met genomen beheersmaatregelen is het maximale risico op een nadeel uit de herverdeling € 1,6 miljoen (€ 2,6 miljoen – € 1,0 miljoen). Het maximale risico op de overige beschreven ontwikkelingen is € 0,5 miljoen, een totaal dus van structureel € 2,1 miljoen. De kans op dit risico wordt hoog ingeschat en daarom geraamd op 70 procent. 2. Verantwoordelijkheid Sociaal Domein (incl. Jeugd) De gemeente loopt het risico op hogere uitgaven door het open einde karakter van onder andere de jeugdhulp en de Wmo. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de stijging van de omgang van de doelgroep, de stijging van de zorgkosten en de toenemende complexiteit van zorgvragen. Toelichting Bij het bepalen van het maximale risico wordt uitgegaan van structureel 20 procent van het totale budget van € 17,9 miljoen.
De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat op redelijk klein (30%), omdat de begroting in de reguliere P&C-cyclus wordt aangepast op basis van de laatste prognoses. Beheersmaatregelen Gedurende de P&C-cyclus wordt gerapporteerd over eventuele ontwikkelingen en worden financiële consequenties verwerkt. Er is zowel voor jeugdhulp als de Wmo een dashboard. Ook worden kostenbesparende maatregelen geïmplementeerd. 3. Technische staat van de Tunnel Horst en Voordelaan De kwaliteit van het beton bij de Tunnel Horst en Voordelaan ter hoogte van de toeritten West en Oost, verkeren in slechte staat. De onzekerheid over de eventuele hoogte van deze kosten voor herstel, brengt een financieel risico met zich mee, welke nog niet begroot is door de gemeente. Toelichting ProRail heeft het bureau IV infra opdracht gegeven om onderzoek uit te laten voeren naar de
67
technische en constructieve toestand van de toeritten van de tunnel. Bureau IV infra heeft aangegeven dat extra informatie nodig is en dat het onderzoek naar de staat van de toeritten ingewikkeld en uitgebreid is. Bureau IV infra is momenteel bezig met een alternatief traject die meer duidelijkheid moet geven over de staat van de toeritten. De gesprekken tussen Prorail, provincie en de gemeente lopen momenteel en het is nu nog wachten op de resultaten van het alternatieve traject, waarschijnlijk zijn deze medio Q1 2025 beschikbaar. Beheersmaatregelen De ontwikkelingen en onderzoeken vanuit ProRail omtrent de technische staat van de Tunnel Horst en Voordelaan worden nauwlettend door de gemeentelijke projectleider in de gaten gehouden. Indien noodzakelijk dient de begroting, de kostenraming en de kans hierop aangepast te worden. 4. Schade Vuilwateroverlast Als gevolg van storingen, menselijk handelen, verstoppingen, breuk of ander externe onverwachte situaties (stroomstoring/hevige regenval/uitval hoofdgemalen van hoogheemraden) kan sprake zijn van een niet goed functionerend rioolstelsel waardoor vuil water in het openbaar gebied loopt. Toelichting Door klimaatveranderingen neemt de kans op extreme regenval en stroomuitval toe. Het risico daarbij is dat het riool het water niet goed kan verwerken.
Het riool in Voorschoten is grotendeels een gemengd stelsel; schoon en vuil water worden door dezelfde rioolbuis getransporteerd. In geval van overstromingen van het riool zal daardoor vervuild water aan de oppervlakte komen. Verwacht wordt dat in dat geval enkele straten onder zouden kunnen lopen. Geschat wordt dat het herstel van de milieuschade de gemeente maximaal incidenteel € 2,5 miljoen zal kosten. De kans dat dit gebeurt, is de afgelopen jaren door de klimaatveranderingen toegenomen en wordt geschat op 30 procent. Beheersmaatregelen Tijdig onderhoud aan de riolering. Door daarbij een programma op te zetten dat het gemengde stelsel wordt vervangen door een gescheiden stelsel wordt de kans op vuilwateroverlast aanzienlijk verkleind. Ook wordt gewerkt aan een centrale overstort aan de Korte Vliet. In combinatie met de centrale persleiding vermindert het risico van afvalwater op straat. 5. Informatieveiligheid Informatieveiligheid is één van de grootste risico’s welke de gemeente loopt. Toelichting Voorbeelden van risico’s die de gemeente loopt is het risico op hacken, waardoor derden onbevoegd toegang krijgen tot het netwerk, applicaties of informatie, of het risico op een Ransomware aanval (software dat ontworpen is om de toegang te krijgen tot het netwerk, met het doel om deze te blokkeren, totdat er een geldbedrag is betaald).
Maar ook het risico op ongeautoriseerd gebruik maken of bewerken van informatie, zonder dat er sprake is van kwade opzet, moet op grond van wetgeving en integriteit van informatie worden uitgesloten. Beheersmaatregelen De gemeente investeert jaarlijks om te borgen dat zij aan de vereiste beveiligingsrichtlijnen voldoet. Zo neemt de gemeente bijvoorbeeld maatregelen om in de basis van de Cyberbeveiligingswet (NIS2-richtlijn) te voorzien, welke naar verwachting in de eerste helft van 2025 ingaat. Daarnaast worden interne en externe audits uitgevoerd waarin verantwoording wordt afgelegd aan toezichthouders. De uitkomsten van de zelfevaluaties en audits geven input voor het jaarlijkse informatie-beveiligingsplan. 6. Garantstellingen Het financiële risico dat de gemeente loopt als een garantienemer niet aan zijn of haar betalingsverplichtingen kan voldoen en de geldverstrekker een beroep doet op de door de gemeente afgegeven garantie. Toelichting De maximale omvang van alle nog openstaande bankgaranties aan instellingen en particulieren is ultimo juni 2024 € 67,7 miljoen. Hiervan heeft € 1,5 miljoen betrekking op directe garanties en
68
€ 66,2 miljoen op indirecte garanties. De indirecte garanties betreffen leningen van de woningbouwcorporaties waar het waarborgfonds Sociale Woningbouw eerst zal worden aangesproken voordat een beroep gedaan zal worden op de garantstelling door de gemeente. Omdat het risico in eerste aanleg is afgedekt door het waarborgfonds wordt de kans op het optreden van dit risico laag ingeschat. De gemeente is bij directe garantstellingen zelf aanspreekbaar, hier is een iets grotere kans. Gemiddeld wordt het risico op 1 procent ingeschat. Het risicoprofiel van directe en indirecte garanties is incidenteel € 337.500. Beheersmaatregelen Het gemeentelijk beleid is erop gericht dat er geen nieuwe garantstellingen zonder waarborg worden afgegeven. Bij de afgifte van garanties door de gemeente wordt er gekeken naar de kredietwaardigheid van de partijen. Daarnaast worden de volgende beheersmaatregelen toegepast: • Jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening worden de financiële gegevens van de geld nemende organisaties beoordeeld. • De financiële instellingen (geldgevers) jaarlijks wijzen op de plicht om betalingsachterstanden op geborgde geldleningen te melden. 7. Uitkeringen sociaal domein Door economische ontwikkelingen is het risico van een groter beroep op de uitkeringsregelingen dan begroot en waarvoor de gemeente een bijdrage krijgt van het rijk (BUIG, BBZ en BB).
Toelichting Vanaf 2019 geldt voor de BUIG een ‘eigen risico’ van 7,5 procent voor gemeenten. Wanneer de uitgaven voor de BUIG tussen de 7,5 procent en 12,5 procent hoger zijn dan het budget dat de gemeente hiervan ontvangt voor het rijk, wordt dit verschil voor 50 procent vergoed. Uitgaven boven de 12,5 procent worden door een vangnetuitkering geheel vergoed. Het maximale tekort komt daarmee op structureel 10 procent van het budget. De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat als op 30 procent. Beheersmaatregelen Er wordt extra ingezet op uitstroombeleid met het re-integratie- en participatiebeleid en reguliere participatiemiddelen waardoor aan de voorwaarden van de vangnetuitkering wordt voldaan. Er zijn werkprocessen geïmplementeerd voor poortwachtersfunctie, beheer lopende uitkeringen, beëindigingen etc. 8. Ontsluiting het Fortuyn van Voorschoten op Leids grondgebied Met de vaststelling van het bestemmingsplan voor de Intratuinlocatie was duidelijk dat de ontsluiting van de nieuwe wijk aan de Leidse kant uitgewerkt en afgestemd moet worden met de gemeente Leiden. Inmiddels zijn hierover de gesprekken met Leiden gevoerd en is bekend welke bijdrage de gemeente moet leveren. Met de ontwikkelaar is in een anterieure overeenkomst afgesproken dat zij 50 procent van de bijdrage van Voorschoten voor haar rekening neemt.
Het risico bestaat dat de ontwikkelaar zich niet aan deze afspraak houdt. Toelichting In de ondertekende anterieure overeenkomst ‘Herontwikkeling Intratuinlocatie Leidseweg 518’, met de projectontwikkelaar, zijn financiële afspraken gemaakt over de verdeling van kosten met betrekking tot de beide verkeersontsluitingen aan Het Fortuyn van Voorschoten. Deze zijn 50 procent voor gemeente Voorschoten en 50 procent voor de ontwikkelaar. Er is vanuit de ontwikkelaar (nog) geen toezegging over de extra financiële bijdrage gekomen. Het risico bestaat dat deze niet of niet geheel over de brug komt. In dat geval draait de gemeente voor die kosten op. Dit risico is maximaal incidenteel € 700.000. De kans wordt geschat op 50 procent. Beheersmaatregelen In geval de ontwikkelaar zich niet aan de afspraken van de anterieure overeenkomst houdt, zal de gemeente gedwongen zijn juridische maatregelen te nemen. 9. Personele bezetting Het aantrekken en behouden van voldoende en kwalitatief goed personeel is afhankelijk van de aantrekkingskracht van de gemeente op nieuwe medewerkers en het aanbod op de arbeidsmarkt.
69
Op het moment dat vacatures niet kunnen worden ingevuld kan het noodzakelijk zijn gebruik te maken van duurdere inhuur. Toelichting Voor steeds meer functies zijn moeilijk of geen geschikte kandidaten te vinden. De krapte op de arbeidsmarkt neemt toe. De vergrijzing van het personeelsbestand, de tendens dat medewerkers sneller van baan wisselen en nieuwe gemeentelijke opgaven zoals verduurzaming, inburgering, opvang van Oekraïners en statushouders zorgen voor een toegenomen vraag naar personeel. Om de bedrijfsvoering en/of de voortgang van de collegeprogramma’s niet in gevaar te brengen, is het op bepaalde functies steeds vaker noodzakelijk in te huren. Soms levert dat een probleem op, omdat goede inhuurkrachten ook steeds schaarser worden. Het risico raakt de financiën (hogere kosten) en de bedrijfsvoering (taken komen in het gedrang en kennis kan verdwijnen). De maximale omvang van dit risico is incidenteel € 0,5 miljoen. De kans dat dit risico zich zal voordoen is hoog: 70 procent. Beheersmaatregelen De gemeente heeft de ambitie medewerkers te werven en aan zich te binden om minder afhankelijk te zijn van inhuur. Daarvoor hebben we een aantrekkelijk aanbod aan uitdagingen, opgaven en ambities met passende arbeidsvoorwaarden neergezet en wordt stevig ingezet op het werven van eigen personeel.
Om de bedrijfsvoering en/of de voortgang van de collegeprogramma’s niet in gevaar te brengen, is inhuur onvermijdelijk. Daarbij is in 2024 extra geld beschikbaar voor een arbeidsmarktoffensief en arbeidsmarktcommunicatie om de positie als werkgever aantrekkelijker te maken. Daarnaast worden in 2024 diverse projecten opgepakt die moeten leiden tot een effectievere gemeentelijke organisatie; een organisatie met een heldere organisatiestructuur die aantrekkelijk is en blijft voor het personeel om bij te werken en die zich op de arbeidsmarkt onderscheidt van andere gemeentelijke organisaties. 10. Grondexploitatie Duivenvoordecorridor Financieel verlies op de grondexploitatieprojecten en bestuurlijke imago schade. Toelichting In onderstaand overzicht is het risicoprofiel op eindwaarde opgenomen. Daarbij is uitgegaan van onderstaande risico’s: 1. Hogere plankosten € 95.000, kans 25 procent 2. Hogere kosten, slopen, saneren € 20.000, kans 50 procent 3. Hogere kosten archeologie € 87.000, kans 25 procent 4. Hogere kosten bouw- en woonrijp maken € 39.000, kans 25 procent 5. Conjunctureel-opbrengstdaling € 465.000, kans 25 procent 6. Conjunctureel-vertraging € 498.000, kans 25 procent 7. Niet ontvangen Provinciale subsidie fase € 18.000, kans 10 procent Het maximale risico is daarmee incidenteel € 1.222.000. De kans dat deze financiële risico’s zich voordoen is gemiddeld 25 procent.
Beheersmaatregelen • •
Projectrapportages Jaarlijkse bijstelling van de grondexploitatie bij de jaarrekening. Eerstvolgende actualisatie zal zijn bij de Jaarstukken 2024.
70
2.3 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit (de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio weerstandsvermogen en afgezet tegen de algemeen geldende weerstandsnorm. Die ratio geeft de verhouding weer tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten is onderstaand weergegeven. Ratio weerstandsvermogen =