2766 Aanbiedingsmail dd 24-04-2025 ODWH over Jaarstukken 2024 en Kadernota 2026
Tekst van het document
Toelichting Bouwtaken Vanwege de invoering van de Omgevingswet en de Wkb (Wet kwaliteitsborging bouw) hebben we volop geïnvesteerd in systeemtesten en medewerkerstrainingen. Hierbij stond de samenwerking met onze deelnemers centraal. Bouwloket Via het Bouwloket kunnen inwoners en bedrijven in de gemeente Noordwijk telefonisch vragen stellen over de wet- en regelgeving van (ver)bouw- en sloopgerelateerde onderwerpen. In 2024 heeft dit loket meer vragen ontvangen dan verwacht: er werden ongeveer tien procent meer vragen beantwoord dan voorgaande jaren en dit heeft geleid tot een overbesteding van de daarvoor bestemde uren. Ook constateren we dat er ook vragen bij het bouwloket binnenkomen na doorverwijzing vanuit de gemeente Noordwijk. Deze zijn niet altijd gerelateerd aan de werkzaamheden die bij ons belegd zijn, maar vanuit de bij ons beschikbare expertise kunnen we deze wel adequaat beantwoorden of weer terugverwijzen naar de gemeente Noordwijk. Dit leidt ook tot extra uren welke niet begroot zijn.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
15 / 57
Vergunningverlening De invoering van de Omgevingswet heeft team Bouwen de eerste maand van 2024 veel extra werk opgeleverd. Na deze maand was dat onder controle. De verwachtte grote verandering als gevolg van de invoering van de Wet Kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) is uitgebleven. Er is een aantal WKB-meldingen ingediend, maar door het ontbreken van een Wkb-beleid vanuit de deelnemer heeft de omgevingsdienst hier relatief weinig werk aan gehad. Het onderdeel vergunning is een vraag gestuurd programma en we constateren dat er in 2024 minder vergunningaanvragen zijn ingediend. Echter heeft dit slechts beperkt geleid tot minder uren in verhouding daarmee. Dit heeft voornamelijk te maken met de problematiek van de benodigde adviezen vanuit de deelnemer. Deze waren vaak niet op tijd en/of niet volledig. Hierdoor is veel extra tijd besteed aan navragen, beantwoorden van vragen van klanten, weerleggen van bezwaren, etc. om toch nog kwalitatief verantwoorde producten te kunnen leveren. Toezicht en Handhaving Over het algemeen zien we een behoorlijke afname van de gevraagde uren voor toezicht en handhaving. Dit komt doordat er (nog) geen bouwwerkzaamheden zijn uitgevoerd bij eerder verleende vergunningen (bouwtermijn drie jaar), en/of dat nieuwe vergunningen niet konden worden afgegeven door gebrekkige ROadvisering, en/of dat projecten niet of nauwelijks zijn gestart vanuit de gemeente.
Hierop is de capaciteit afgeschaald bij de toezichthouders. Bovendien hebben we wel veel tijd besteed aan veel overleggen en vakinhoudelijke ondersteuning aan de gemeente en op het behandelen van beroep- en bezwaarprocedures bij de geschillencommissie of de rechtbank. Asbestsanering (sloop) We voeren voor alle deelnemers de wettelijke taken uit op het gebied van asbestsanering (sloop). Om nietgemelde saneringen in beeld te krijgen, doen we vrije veld- en wijkgerichte controles. In 2024 was het aantal behandelde sloopmeldingen zonder asbest minder dan verwacht. Dit komt door het verminderde aanbod. Het aantal sloopmeldingen met asbestverwijdering was dit juist meer dan verwacht. Sanering wegverkeerslawaai Voor alle gemeenten in onze regio, met uitzondering van gemeente Zoeterwoude, waren er in 2024 geluidsaneringsprojecten om te bepalen of het geluidniveau in de saneringswoningen voldoet aan de wettelijke norm. Als het geluidniveau niet voldoet, dan komt de woning in aanmerking voor vanuit het rijk gesubsidieerde gevelmaatregelen. Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe mogelijkheid ontstaan om woningen op te geven die mogelijk in aanmerking komen voor geluidsanering.
Om zowel de administratie van alle gemeenten en van het rijk op orde en gelijk te laten lopen hebben wij, op verzoek van het Bureau Sanering Verkeerlawaai (BSV), zowel onze administratie als de administratie van het BSV naast elkaar gelegd zodat er geen discussie kan ontstaan over welke woningen gesaneerd moesten worden, gesaneerd zijn en/of nog gesaneerd moeten worden. Bibob De Bibob-taakuitvoering voor het programma Bouwen wordt uitgevoerd volgens het vastgestelde beleid van de gemeente Noordwijk. In 2024 zijn geen nieuwe onderzoeken uitgevoerd. Wel hebben we een langlopend onderzoek afgerond, zijn we bezig met een ander lopend onderzoek en hebben we naar aanleiding van een onderzoek uit 2023 Bibob-voorschriften opgenomen in een vergunning. Ook heeft een voorgangsoverleg plaatsgevonden tussen de uitvoerende omgevingsdiensten en het Bibobteam van de provincie. Tijdens dit overleg is het herijken van het Provinciale Bibob-beleid besproken, dat in 2025 zal worden afgerond.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
16 / 57
2.6 PROGRAMMA RANDVOORWAARDELIJKE TAKEN Programma Randvoorwaardelijke taken richt zich op een kwalitatief goede dienstverlening en verantwoording van de Omgevingsdienst. De taken worden uitgevoerd voor alle deelnemers en betreffen voorlichting, relatiebeheer, functioneel applicatiebeheer, bestuurlijk overleg, coördinatie Wet Bibob en algemene juridische advisering. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving Uren x Tarief Materieel Totaal Uren
Begroting 2024 € 2.429.059 € 179.630 € 2.608.689 23.278
Werkplan 2024 € 2.429.164 € 179.632 € 2.608.796 23.279
Offertes 2024 € € € 0
-
Actueel Werkplan 2024 € 2.429.164 € 179.632 € 2.608.796 23.279
Realisatie 2024
Verschil
€ 2.260.571 € 90.732 € 2.351.303 21.663
€ -168.593 € -88.900 € -257.493 -1.616
Toelichting Dienstverlening In 2024 is de lange termijnstrategie tot 2035 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Deze strategie, opgebouwd uit verschillende pijlers en actiepunten die in samenwerking met betrokken partners zijn opgesteld, richt zich op het verbeteren van de uitvoering van VTH-taken en het efficiënter en effectiever maken van de dienst om toekomstbestendig te blijven. Daarnaast hebben we ons actief beziggehouden met de implementatie van de conclusies van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH). Belangrijke aandachtspunten hierbij waren: Kwaliteitscriteria 3.0 bieden een uniforme basis voor hoogwaardige VTH-taken. Het verbeteren van datakwaliteit is cruciaal voor efficiënte besluitvorming. Duidelijke mandatering versnelt en verbetert de uitvoering. Innovatie, zoals nieuwe technologieën en best practices, speelt een belangrijke rol. Daarnaast wordt ingezet op versterking van de dienst door te investeren in personeel en samenwerking. Deze inspanningen vertalen zich niet in uren binnen het programma Randvoorwaardelijk en zijn extern gefinancierd via de SPUK IBP VTH. Wel heeft dit zich vertaald naar concrete verbeteringen binnen de dienst. Ook is in 2024 geïnvesteerd in het proces Bodeminformatiepunt, wat heeft geleid tot een efficiëntere afhandeling van aanvragen.
Ondanks een hoger aantal aanvragen dan begroot, heeft de dienst minder uren gemaakt door een verbeterde werkwijze. Verantwoording en kwaliteit Dankzij grondige voorbereidingen verliep de inwerkingtreding van de Omgevingswet soepel. Toch heeft dit om aanvullende werkzaamheden gevraagd, vooral op het gebied van functioneel beheer. Deze uitdagingen zijn succesvol opgepakt. De algemene juridische ondersteuning, onder andere voor de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling en daaruit voortvloeiende verplichtingen, heeft in 2024 geleid tot een verhoogde inzet. Projecten Het project ‘IM in control’, gericht op het archiefbeheer, heeft door personele uitdagingen enige vertraging opgelopen. Desondanks zijn er successen geboekt, zoals het herijken van processen en werkafspraken om
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
17 / 57
toekomstige archieven goed te vullen. In samenwerking met de archiefinspecteur is een plan van aanpak opgesteld om verdere stappen te realiseren.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
18 / 57
2.7 KLANTTEVREDENHEID In 2024 heeft de dienst de klanttevredenheid gemeten van afgeronde producten binnen de programma’s. Dit is uitgevoerd met het uitsturen van korte enquêtes. De contactpersoon van een zaak kon op de vragen over het product antwoorden met de mogelijkheden ‘zeer tevreden’, ‘tevreden’ of ‘ontevreden’.
Resultaten In 2024 zijn in totaal 537 enquêtes verstuurd waarbij 24% van de geadresseerden gereageerd heeft. Uit ervaring weten we dat tevreden contactpersonen vaak niet reageren omdat zij geen bijzonderheden te melden hebben. Van de respondenten was 91% tevreden en zeer tevreden. Dit is zo goed als gelijk aan de resultaten in 2023. 9% gaf aan ontevreden te zijn.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
19 / 57
3. Paragrafen
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
20 / 57
3. Paragrafen 3.1 LOKALE HEFFINGEN De dienst heeft niet als taak lokale heffingen op te leggen. Deze taak ligt bij de deelnemende gemeenten.
3.2 WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de dienst in staat is tegenvallers/risico’s op te vangen.
3.2.1 Vrije ruimte in de algemene reserve In de nota Planning & Control is vastgesteld dat de algemene reserve maximaal 5% van de omzet mag bedragen. Met de algemene reserve (voor bestemming) kunnen de geïnventariseerde risico’s gedekt worden. Maximale omvang algemene reserve 2024 Omzet 2024 € 23.208.000
Norm Weerstandsvermogen
Maximale Omvang Algemene Reserve 2024 5% € 1.160.000
Algemene Reserve 2024 € 1.037.000
Bepaling vrije ruimte algemene reserve Algemene reserve 31-12-2024 € 1.702.000 Risico impact Vrije ruimte algemene reserve
€ -750.000 € 952.000
In paragraaf 4.2 “Toelichting op de balans” van deze jaarstukken wordt een uitgebreide uitleg gegeven over de algemene reserve en de gevraagde besluiten. Hier wordt onder andere besproken hoe de algemene reserve wordt ingezet als buffer voor financiële risico's en onvoorziene uitgaven richting het zogenaamde ravijnjaar 2026 en verder.
3.2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de tabel hieronder zijn alle risico’s volledig geïnventariseerd, de verwachte omvang wordt ingeschat met beheersmaatregelen in overweging. Financiële impact wordt bepaald volgens de regels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, wat resulteert in de benodigde omvang van de algemene reserve. Beheersmaatregelen met een structureel effect zijn meegenomen in de financiële impact van de risico’s, per risico staat de gekozen aanpak en het (structurele) effect vermeld. De bedragen zijn onderdeel van de eerdere risico-impactbepaling. Risico (x €1.000) S1. Prijsontwikkelingen niet gecompenseerd in de indexatie.
S2. S3.
S4.
Dwangsom bij te late beslissing (Wet dwangsom en beroep) Risico’s die voortvloeien uit rechtsgedingen als gevolg van handelen. Heeft de organisatie voldoende kritische massa om haar (wettelijke) taken te kunnen uitvoeren (robuustheid).
Beheersmaatregel Accepteren: Bij de vaststelling wordt het indexcijfer van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen gebruikt, definitief vastgesteld door het Algemeen Bestuur in de kadernota. Accepteren: Termijnen om te beslissen worden nauwlettend bewaakt. Overdragen: Hiervoor is een standaard rechtsbijstands- en aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Verminderen: De dienst werft actief op de arbeidsmarkt via “Werken in het Westen” en digitale kanalen. De samenwerking “Betere
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
Risico €0
klasse 75%
Impact €0
€0
5%
€0
€0
5%
€0
€ 700
50%
€ 350
21 / 57
Risico (x €1.000)
I5.
S6.
S7.
I8.
De implementatie van de Omgevingswet is voltooid. We gaan ontdekken hoe hoog de risico’s zijn. De dienst heeft te maken met een stuwmeer niet opgenomen verlofuren. Ondanks de steeds toenemende automatiseringsgraad, ook in het kader van de diverse regelgevingen is het de vraag of de dienst in staat is om dit te realiseren. (Informatiseringskosten) De gemeente Noordwijk heeft besloten om per 1 januari 2027 de bouwtaken weer zelfstandig uit te voeren.
Beheersmaatregel Wereldbaan” bevordert de samenwerking tussen de vijf omgevingsdiensten. Accepteren: In samenspraak met onze partners evalueren we de implementatie en waar nodig sturen we bij. Verminderen: De organisatie stuurt op het verminderen van de stuwmeren op een verantwoordelijke manier. Verminderen: Hoewel het huidige informatiseringsproject is afgerond, moeten we ons blijven aanpassen aan voortdurende veranderingen om de efficiëntie, effectiviteit en veiligheid van onze informatiesystemen te waarborgen en toekomstige uitdagingen en kansen te anticiperen. Overdragen: Op dit moment wordt onderzocht welke gevolgen dit heeft voor de dienst. De nota Planning & Control voorziet in de situatie dat een deelnemer zijn takenpakket wil terugnemen. De deelnemer zal dan frictiekosten dienen te betalen aan de dienst van 5x het aantal uren * geldend uurtarief. In 2025 zullen de gevolgen van de opzegging verder inzichtelijk worden gemaakt.
Risico
klasse
Impact
€ 200
25%
€ 50
€ 400
75%
€ 300
€ 500
10%
€ 50
€0
100%
€0
Totaal risico impact •
€ 750
I = Incidenteel en S= structureel
De financiële impact van risico’s wordt berekend op basis van verwachte omvang, kans en zekerheidsfactor, volgens de risicomatrix in de nota weerstandsvermogen met vastgestelde grenzen.
3.2.3 Financiële kengetallen Artikel 11 van het BBV bepaalt dat de vijf financiële kengetallen opgenomen moeten worden. Dit zijn kengetallen voor de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De laatste twee zijn voor de dienst niet van toepassing. Realisatie Begroting Realisatie Verloop Kental 2023 2024 2024 Netto Schuldquote -10% 0% -8% Solvabiliteitsratio 15% 5% 14% Structurele Exploitatieruimte -6% -3% -9%
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de dienst ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De realisatie laat een ander beeld zien dan begroot. De eigen middelen zijn door het toevoegen van het exploitatieresultaat (voor bestemming) hoger dan begroot. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van de totale passiva. Bovendien geeft het aan in welke mate de dienst het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden, oftewel in hoeverre de dienst in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder het eigen vermogen verstaan we de algemene reserve en de overige bestemmingsreserves. Het eigen vermogen (voor bestemming) van de dienst is mede door de toevoeging van het positieve exploitatieresultaat en vrijval
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
22 / 57
van enkele bestemmingsreserves hoger dan begroot. Dit betekent dat de dienst meer middelen beschikbaar heeft om de eventuele schulden te voldoen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte toont of de vaste inkomsten genoeg zijn om de vaste uitgaven te dekken. Het geeft de financiële ruimte weer door de vaste inkomsten naast de vaste uitgaven te leggen en dit te vergelijken met het totaal van de inkomsten. In het kader van het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP VTH) zijn criteria vastgesteld waaraan wij moeten voldoen om robuust te zijn. Voor 2024 betekende dit onder andere het verhogen van het opleidingsbudget van 1,8% van 3% van de loonsom en het creëren van een innovatiebudget van 1% van de omzet. Dit tezamen met de taakstelling in het kader van het ravijnjaar 2026 heeft als gevolg dat de structurele uitgaven hoger dan de structurele inkomsten. De verwachting is dat in 2028 de dienst de structurele uitgaven en structurele inkomsten weer in balans heeft.
3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN De paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen bevat volgens het BBV in elk geval wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor de dienst zijn geen van deze onderdelen van toepassing.
3.4 FINANCIERING De dienst is als uitvoeringsinstantie van een Gemeenschappelijke Regeling, volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO), verplicht een financieringsparagraaf op te nemen. Hierin beschrijven we de ontwikkelingen rond de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente- en risiconorm, de verwachte toe- en/of afname van geldleningen of uitzettingen en het beleid en de uitvoering van de treasury. Enkele deelnemers gaven extra opdrachten gedurende het jaar, maar de dienst heeft de voorschotten niet aangepast. Hierdoor verschillen het resultaat en het te betalen/ontvangen bedrag nog van de betaalde voorschotten. • • • • • • •
Rentevisie: De dienst heeft geen leningen lopen. Koersrisico: Koersrisico is de kans dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De dienst bezit geen derivaten en van koersrisico is daarom geen sprake. Valutarisico: Valutarisico is bij de dienst uitgesloten omdat de dienst niet beschikt over, of aanspraken heeft in vreemde valuta. Rente- en risiconorm: De dienst heeft geen schulden. Er is geen sprake van een mogelijk renterisico. Liquiditeitenplanning: Omdat de dienst met voorschotnota’s werkt, waarbij rekening is gehouden met ons uitgavenpatroon, is het minder noodzakelijk een liquiditeitenplanning op te stellen. Financieringsrisico’s: Omdat de deelnemende gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van de dienst en zich verplicht hebben de tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen, zijn er geen financieringsrisico’s. Kasgeldlimiet: Jaarlijks bepaalt het ministerie de kasgeldlimiet voor gemeenten. Voor 2024 bedraagt dit 8,2% van de opgestelde begroting. De toegestane kasgeldlimiet is € 1.967.672. Deze limiet mag gedurende het begrotingsjaar niet worden overschreden. Bij structurele overschrijding moet de kortlopende schuld worden omgezet in een langlopende schuld.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
23 / 57
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
23.996.000 8% 1.967.672
23.996.000 8% 1.967.672
23.996.000 8% 1.967.672
23.996.000 8% 1.967.672
13.955.128 0 0 0 13.955.128
13.571.787 0 0 0 13.571.787
11.928.060 0 0 0 11.928.060
12.852.156 0 0 0 12.852.156
Totaal vlottende middelen
15.628.432 592.930 16.221.362
16.833.846 587.396 17.421.242
15.245.402 264.934 15.510.337
13.692.130 833.472 14.525.602
Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet Totaal netto vlottende middelen Ruimte(+) / Overschrijding (-)
1.967.672 -2.266.234 4.233.906
1.967.672 -3.849.455 5.817.127
1.967.672 -3.582.276 5.549.948
1.967.672 -1.673.447 3.641.119
Overzicht Kasgeldlimiet (bedragen in €) Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting In procenten van de grondslag In bedrag Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaarOverige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal Omvang vlottende korte schuld
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar
3.5 PARAGRAAF WET OPEN OVERHEID De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Wet open overheid (Woo) is ontworpen om overheidsinformatie makkelijker toegankelijk, transparanter en eenvoudiger vindbaar te maken. Dit betekent dat overheidsinstanties meer informatie proactief openbaar moeten maken en dat burgers eenvoudiger informatieverzoeken kunnen indienen. Op de website van onze dienst is er een speciale pagina gecreëerd met informatie over de Woo. Hier kun je meer lezen over hoe je een Woo-verzoek kunt indienen en welke informatie beschikbaar is: https://www.odwh.nl/woo-verzoek/ In 2024 heeft de dienst 21 Woo-verzoeken ontvangen. Op één na zijn alle verzoeken binnen de gestelde termijn afgehandeld. Het betreffende verzoek was vanwege de complexiteit niet tijdig afgerond, maar is wel zorgvuldig behandeld om volledig aan de eisen van de Woo te voldoen.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
24 / 57
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
25 / 57
3.6 BEDRIJFSVOERING Personeel De dienst heeft nadrukkelijk ingezet op de mens binnen de organisatie. In het strategisch plan werd een doorkanteling van de organisatiestructuur voorgesteld, met als doel het personeel te blijven boeien en te binden. Daarnaast is ingezet op verjonging (met de indiensttreding van een aantal jonge trainees) van het personeelsbestand en het verstevigen van het fundament van HR. Dit heeft vorm gekregen in het programma “HR in control”. Enkele ontwikkelingen worden hieronder verder toegelicht: •
•
•
HR in control: Het team HR werkte in 2024 aan een betere aansluiting op de wensen en behoeften vanuit de organisatie in de vorm van het programma ‘HR in Control’. Dit programmaplan bestaat uit elf projecten waaronder het actualiseren van een aantal regelingen zoals het Sociaal Statuut, modernisering van de reiskostenregeling maar ook voor het opzetten van onder andere een opleidingsprogramma ter verbetering van de in- en doorstroom van medewerkers. Inmiddels staat er een opleidingsprogramma dat ook voldoet aan de Kwaliteitscriteria en daar wordt in 2025 vervolg aan gegeven. Ook projecten zoals de modernisering van de reiskostenregeling en Sociaal Statuut zijn inmiddels afgerond. Leeftijdsopbouw: Eind 2022 was de gemiddelde leeftijd van de medewerkers 51 jaar, in 2023 daalde dit naar 48 jaar. Deze verjonging van de organisatie komt door pensioneringen in combinatie met de indiensttreding van een aantal trainees. Vanuit HR is vervolg gegeven aan het traineeprogramma, wat heeft geresulteerd in verdere verjonging van het personeelsbestand naar 47 jaar. Ook in de voorliggende jaren zal ingezet worden op verdere verjonging van het personeelsbestand, zodat er steeds meer balans komt in de opbouw van het totale personeelsbestand. Ziekteverzuim: Het ziekteverzuim was in 2023 toegenomen tot 6,89%. Daar is actief op geanticipeerd in 2024, waardoor een dalende trend waar te nemen is.
In 2024 ligt het ziekteverzuim op 5,40%, waarmee onze dienst nagenoeg op het landelijke gemiddelde van 5.0% uitkomt.
In cijfers geeft de formatie het volgende beeld: Aantal FTE personeelslasten FTE Begroot FTE Realisatie FTE Verschil Salarissen en Sociale Lasten 151,15 151,10 -0,05 Inhuur Flexibele Schil 25,07 26,40 1,33 Totaal 176,22 177,50 1,28
Informatisering en automatisering In 2024 heeft het team Informatiemanagement belangrijke stappen gezet richting volwassenheid. Het team is opgedeeld in drie groepen: data, functioneel beheer en ondersteuning, wat continuïteit en samenwerking versterkt. Ook systemen zijn verder ontwikkeld, resulterend in een robuuste IT-infrastructuur. Het programma ‘IM in Control’ is doorontwikkeld, met nieuwe kaartlagen in het Geoportaal, extra data in het datawarehouse en rapportages in Power BI.
Belangrijke resultaten zijn de succesvolle aanbesteding van het VTH-A zaaksysteem, met Mozard als nieuwe partner. De migratie van Powerbrowser naar Mozard is gepland voor april 2025. Ook is de Interne Maandrapportage vernieuwd met een data-gedreven aanpak, wat inzicht en samenwerking verbeterde. Het Geoportaal werd uitgebreid met Cyclomedia, en de implementatie van BIO-richtlijnen is gestart, waarbij 54% van de punten al is gerealiseerd.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
26 / 57
Daarnaast is de IT-infrastructuur volledig cloud-based gemaakt, wat zorgt voor meer veiligheid, lagere kosten en minder beheerlast. Datastromen zijn gecentraliseerd via het datawarehouse, en procesoptimalisaties, zoals een sjablonengenerator en PDC-vernieuwingen, versterken de dienstverlening. De dienst is klaar voor een toekomst waarin data-gedreven werken centraal staat. Planning & Control In 2024 heeft de Omgevingsdienst West-Holland de Planning & Control-cyclus verder versterkt om de dienstverlening te optimaliseren. Dit omvatte het aanscherpen van interne controles volgens nieuwe rechtmatigheidsregels en de implementatie van de Verbijzonderde Interne Controle (VIC). De cyclus, bestaande uit de Kadernota, Begroting, Tussentijdse rapportages en Jaarstukken, biedt een gestructureerd en transparant kader voor sturing en verantwoording. Inkoop en aanbesteding In 2024 hebben we belangrijke stappen gezet in het professionaliseren van ons inkoop- en aanbestedingsproces. De aanbesteding van de VTH-A-omgeving is succesvol afgerond en de samenwerking met de Omgevingsdienst Midden-Holland is verder geïntensiveerd. Door regionale en landelijke samenwerking bij inkoop en aanbestedingen hebben we substantiële besparingen gerealiseerd. Daarnaast hebben we onze expertise vergroot door kennisdeling met andere omgevingsdiensten.
Dit stelt ons in staat om professioneler in te kopen en meer te profiteren van raamcontracten. Communicatie Er is een communicatievisie gemaakt en voorgelegd aan het MT. In 2025 wordt er, samen met een communicatiebureau, gestart met het op orde brengen van communicatie. Dit gaan we doen door onder andere een eenduidige communicatiestijl en illustratieve vormen te ontwikkelen. De teamleden van communicatie worden zo begeleid dat wij in de loop van 2025 zelfstandig en proactief aan de slag kunnen. Door het recente rapport van de commissie Van Aartsen en enkele incidenten is er meer aandacht gekomen voor het werk van de omgevingsdiensten. Dit heeft geleid tot meer persvragen over diversen onderwerpen. In 2024 hebben we 20 persvragen ontvangen, waar dit in het verleden rond de 3 per jaar was. In 2024 zijn er geen grote calamiteiten geweest. Arbeidsmarktcommunicatie De vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland werken al een paar jaar samen, onder andere aan arbeidsmarktcommunicatie onder de naam De Betere Wereldbaan. Elke maand is er overleg over diverse projecten, bijvoorbeeld over de voorbereiding van de carrièrebeurs waar we gezamenlijk staan. De gezamenlijke website heeft een verbeterslag ondergaan. Begin 2025 wordt het communicatieplan voor de arbeidsmarktcommunicatie opgeleverd en al gedeeltelijk ten uitvoer gebracht. Ook willen we onze vacatureteksten gezamenlijk verbeteren.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
27 / 57
3.7 STAAT VAN INVESTERINGEN IV3 Categorie A123 - Materiële vaste activa: Bedrijfsgebouwen A126 - Materiële vaste activa: Machines, apparaten en installaties Totaal
Balans 2024
Investeringen
Desinvesteringen Afschrijvingen
Balans 2023
€ 253.000
€0
€0
-€ 36.000
€ 289.000
€0 € 253.000
€0 €0
€0 €0
-€ 278.000 -€ 314.000
€ 278.000 € 567.000
3.8 BEGROTINGSRECHTMATIGHEID Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. In de toelichting op het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) wordt begrotingsrechtmatigheid omschreven als: ‘Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag, evenals het begrotingsjaar van belang zijn.’ Er is een aantal verschillende begrotingsoverschrijdingen te onderscheiden. Bij de toetsing van begrotingsafwijkingen kunnen, volgens de Commissie BBV, ten minste de volgende “soorten” begrotingsafwijkingen worden onderkend: # 1 2 3 4 5 6
7
Beschrijving soort onrechtmatigheid Kostenoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten Kostenoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen Kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn Kostenoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn gesignaleerd Kostenoverschrijdingen inzake activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor tegen beter weten in geen voorstel tot begrotingswijziging is ingediend Kostenoverschrijdingen inzake activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt a Geconstateerd tijdens verantwoordingsjaar b Geconstateerd na verantwoordingsjaar Kostenoverschrijdingen op activeerbare activiteiten waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren a Jaar van investeren b Afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren
Telt mee voor het oordeel Nee Nee Ja Ja Ja Nee
Ja Nee Nee
Ja Nee
De werkelijke lasten op programmaniveau mogen in principe de begrote lasten na de laatste begrotingswijziging niet overschrijden. Als er toch sprake is van een overschrijding, is het voor de beoordeling van de begrotingsrechtsmatigheid van belang om te onderzoeken in hoeverre deze overschrijding past binnen het beleid dat is geformuleerd door het algemeen bestuur en/of wordt gecompenseerd door hogere inkomsten die gerelateerd zijn aan de betreffende lasten. Een gedetailleerde uiteenzetting hierover is, op advies van de Commissie BBV, toegevoegd aan 4.6 rechtmatigheidsverantwoording.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
28 / 57
4. Jaarrekening 2024
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
29 / 57
4. Jaarrekening 2024 4.1 BALANS PER 31 DECEMBER 2024 Hierna volgt de financiële verantwoording van het gerealiseerde beleid via de balans met toelichting. Type Activa
Hoofdgroep Vaste activa
Vlottende activa
Passiva
Totaal Eigen vermogen
Kortlopende schulden
Voorzieningen
IV3 Categorie A123 - Materiële vaste activa: Bedrijfsgebouwen A126 - Materiële vaste activa: Machines, apparaten en installaties Totaal A221 - Uitzettingen: Vorderingen op openbare lichamen A225a - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd < 1 jaar A23 - Liquide middelen (kas- en banksaldi) A29c - Overlopende activa: Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid A29d - Overlopende activa: Overige overlopende activa Totaal P111 - Algemene reserve P112 - Bestemmingsreserves P114 - Saldo van rekening Totaal P213 - Vlottende schuld: Overige vlottende schulden P29c - Overlopende passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van overige overheid Totaal P12 - Voorzieningen Totaal
Totaal
Balans 2024 Balans 2023 € 253.000 € 289.000 €0 € 278.000 € 253.000 € 567.000 € 691.000 € 337.000 € 13.312.000 € 14.601.000 € 380.000 € 349.000 € 562.000 € 40.000 € 14.985.000 € 15.238.000 -€ 1.037.000 -€ 322.000 -€ 343.000 -€ 1.702.000 -€ 3.872.000
€ 560.000 € 224.000 € 16.071.000 € 16.638.000 -€ 1.453.000 €0 -€ 753.000 -€ 2.206.000 -€ 3.692.000
-€ 9.268.000 -€ 13.140.000 -€ 395.000 -€ 395.000 -€ 15.238.000
-€ 10.448.000 -€ 14.140.000 -€ 292.000 -€ 292.000 -€ 16.638.000
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV): De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de financiële verordening en de nota Planning & Control 2020-2027. De toegepaste waarderingsgrondslagen voor de activa en passiva zijn ten opzichte van het voorgaande jaar ongewijzigd gebleven. Materiële vaste activa: De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met afschrijvingen op basis van de economische levensduur volgens artikel 64 van het BBV. De afschrijvingstermijn en methode zijn vastgesteld bij de begroting 2015, waarbij het BBVbeleid en de financiële verordening van de dienst worden gevolgd. Recentelijk heeft de commissie BBV besloten via de notitie Materiele Vaste Activa (notitie MVA) dat elke wijziging van een grens beschouwd dient te worden als een stelselwijziging. In de Financiële Verordening van de dienst, welke is vastgesteld met terugwerkende kracht naar 1 januari 2024, is er sprake van een wijziging van de activeringsgrens voor materiele activa. Deze is vastgesteld op € 5.000. Dit is een zogenoemde stelselwijziging. Hierdoor heeft de dienst alle materiële vaste activa (machines, apparaten en installaties) onder de oude grens versneld afgeschreven naar nihil.
De impact van de stelselwijziging is € 189.000. Vlottende activa: De vorderingen, overlopende activa en liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de noodzakelijk voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 63 van het BBV. Vlottende passiva: De vlottende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, zoals bedoeld in artikel 63 van het BBV. Eigen vermogen: Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
30 / 57
Voorzieningen: De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
4.2 TOELICHTING OP DE BALANS Materiële vaste activa met economisch nut IV3 Categorie A123 - Materiële vaste activa: Bedrijfsgebouwen A126 - Materiële vaste activa: Machines, apparaten en installaties Totaal
Balans 2024
Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Balans 2023
€ 253.000
€0
€0
-€ 36.000
€ 289.000
€0 € 253.000
€0 €0
€0 €0
-€ 278.000 -€ 314.000
€ 278.000 € 567.000
In 2024 zijn machines, apparaten en installaties (materiele vast activa) versneld afgeschreven. De activeringsgrens is conform de financiële verordening vastgesteld op €5.000. Vlottende activa Uitzettingen (Debiteuren) Er zijn in 2024 geen vorderingen wegens oninbaarheid op debiteuren afgeboekt. Vorderingen op openbare lichamen Omschrijving DCMR Milieudienst Rijnmond Gemeente Katwijk Gemeente Leiderdorp Gemeente Nieuwkoop Gemeente Oegstgeest Gemeente Teylingen Gemeente Wassenaar Omgevingsdienst Midden-Holland Omgevingsdienst NL Provincie Zuid-Holland Totaal
Balans 2024 Balans 2023 € 1.000 € 1.000 € 37.000 € 23.000 € 153.000 €0 € 13.000 €0 € 4.000 €0 € 38.000 €0 € 17.000 €0 € 45.000 €0 € 110.000 € 46.000 € 9.000 € 14.000 € 428.000 € 84.000
Vorderingen op overige debiteuren Omschrijving Overige Debiteuren Totaal
Balans 2024 Balans 2023 € 264.000 € 253.000 € 264.000 € 253.000
Schatkistbankieren Omschrijving Bank BNG Schat 28.67.05.958 Totaal
Balans 2024 Balans 2023 € 13.312.000 € 14.601.000 € 13.312.000 € 14.601.000
De drempel voor gemeenschappelijke regelingen met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen voor het verplicht schatkistbankieren bedraagt 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
31 / 57
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (1)
Verslagjaar 2024 1.000 Kwartaal 1
Drempelbedrag
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ‘s Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het (3a) = (1) > (2) drempelbedrag Overschrijding van het (3b) = (2) > (1) drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag (2)
1.000 Kwartaal 2
1.000 Kwartaal 3
1.000 Kwartaal 4
203
227
234
226
797
773
766
774
-
-
-
-
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Verslagjaar (4a) (4b)
(4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
23.996 23.996
-
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag 1.000 minimum van €1.000.000 (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ‘s Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Som van de per dag buiten ‘s Rijks schatkist aangehouden (5a) 18.471 20.697 middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 91 91 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten (2) – (5a) / (5b) ‘s Rijks schatkist aangehouden 203 227 middelen
21.520
20.798
92
92
234
226
Liquide middelen Omschrijving Bank BNG 28.50.93.444 Bank BNG 28.51.80.940 Totaal
Balans 2024 Balans 2023 € 251.000 € 219.000 € 129.000 € 129.000 € 380.000 € 348.000
Vorderingen overige vorderingen – Specificatie nog te ontvangen Omschrijving Balans 2024 Balans 2023 Aanvullende projecten Holland Rijnland €0 € 52.000 Aanvullende projecten Provincie € 17.000 €0 Bodeminformatiepunt €0 € 1.000 Hillegom € 7.000 € 4.000 Kaag en Braassem € 129.000 € 92.000 Katwijk € 143.000 € 22.000 Lisse €0 € 18.000 Noordwijk €0 € 50.000 Oegstgeest € 48.000 € 6.000 Projecten ODNL €0 € 14.000 Rente € 125.000 € 165.000 Teylingen € 10.000 € 96.000 Voorschoten € 82.000 € 37.000 Wassenaar €0 € 2.000 Totaal € 561.000 € 559.000
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
32 / 57
Overlopende activa – Overige overlopende activa (kosten voor 2025, de facturen eind 2024 ontvangen) Omschrijving Huur ICT-lasten Overig Verzekeringen Totaal
Balans 2024 Balans 2023 €0 € 136.000 €0 € 73.000 € 3.000 € 10.000 € 37.000 € 2.000 € 40.000 € 221.000
Passiva Staat van reserves Toevoegingen Onttrekkingen Balans 2023 na Balans 2023 voor Omschrijving Balans 2024 2024 2024 bestemming bestemming Algemene reserve -€ 1.037.000 €0 €0 -€ 1.037.000 -€ 1.453.000 Bestemmingsreserve Innovatiebudget -€ 216.000 €0 €0 -€ 216.000 €0 Bestemmingsreserve Opleidingsbudget -€ 26.000 €0 € 141.000 -€ 167.000 €0 Bestemmingsreserve personele ontwikkelingen -€ 80.000 €0 €0 -€ 80.000 €0 Onverdeeld resultaat -€ 343.000 € 343.000 €0 €0 -€ 753.000 Totaal -€ 1.702.000 € 343.000 € 141.000 -€ 1.500.000 -€ 2.206.000
Exploitatieresultaat en algemene reserve In de Nota Planning & Control is opgenomen dat het exploitatieresultaat zal worden toegevoegd aan de algemene reserve voor zover deze niet de 5% van de omzet overschrijdt. In 2024 bedraagt het exploitatieresultaat vóór bestemming € 343.000 (zie 4.4. Programmarekening). Het maximale toegestane bedrag voor de algemene reserve in 2024 bedraagt € 1.160.000, wat overeenkomt met 5% van de omzet, zoals vastgesteld in de Nota Planning & Control 2020-2023. Met het toevoegen van het exploitatieresultaat bedraagt de algemene reserve per 31 december 2024 een bedrag van € 1.380.000. Gezien de uitdagingen richting de begroting 2026 en verder, wordt voorgesteld om het saldo van de algemene reserve conform 2024 te behouden en het overschot toe te voegen aan een nieuwe bestemmingsreserve ter dekking van de taakstelling van 3%, conform de Kadernota 2026. Bestemmingsreserve en algemene reserve Bij de jaarstukken 2023 is besloten om drie bestemmingsreserves toe te voegen en het resterende saldo van € 706.000 uit te keren aan de deelnemer: Innovatiebudget Opleidingsbudget en Personele Ontwikkelingen. Twee van deze bestemmingsreserves hadden maken met de robuustheidcriteria vanuit het IBP VTH en de andere met de ontwikkelingen binnen de vigerende CAO.
Uiteindelijk is gebleken dat de bestemmingsreserves niet onttrokken hoefden te worden, met uitzondering de bestemmingsreserve Opleidingsbudget. Hier is in 2024 een bedrag van € 141.000 onttrokken voor de ontwikkeling van een nieuw opleidingsplan voor de dienst. In cijfers geeft dit het volgende beeld. Vrijval bestemmingsreserve ten laste van algemene reserve: • Bestemmingsreserve Innovatiebudget • Bestemmingsreserve Opleidingsbudget • Bestemmingsreserve Personele ontwikkelingen Totaal
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
- € 216.000 - € 26.000 - € 80.000 - € 322.000
33 / 57
Gezien de uitdagingen richting de begroting 2026 en verder, wordt voorgesteld om het saldo van de algemene reserve conform 2024 te behouden en het overschot toe te voegen aan een nieuwe bestemmingsreserve ter dekking van de taakstelling van 3%, conform de Kadernota 2026. Voorgestelde verwerking van het exploitatieresultaat en vrijval bestemmingsreserves. • Vrijval van bestemmingsreserves uit 2024 van circa € 322.000, bestaande uit: € 216.000 voor Innovatieagenda, € 26.000 voor Opleidingsbudget en € 80.000 voor Personele Ontwikkelingen. • Het exploitatieresultaat voor bestemming toevoegen aan de algemene reserve (€ 665.000) • Geen verhoging van de algemene reserve naar het maximum van 5% van de omzet; het saldo blijft ongewijzigd op € 1.037.000 (conform 1-1-2024). Vorming van de Bestemmingsreserve Taakstelling De commissie FKGRHM heeft voor de begroting van 2026 het advies gegeven aan de gemeenten om de gemeenschappelijke regelingen te vragen een bijdrage te leveren aan het zogenaamde “Ravijnjaar” en stellen een begrotingsafname voor van 6% ten opzichte van 2025. In de kadernota 2026heeft de dienst uitwerking gegeven aan het bovengenoemde advies. Deze invulling houdt op hoofdlijnen het volgende in. De dienst wil de totale begroting voor 2026 en volgende jaren met 6% verlagen langs drie sporen: 1.
Het inmiddels structureel optredende positieve exploitatieresultaat van om en nabij 3% in een jaar brengen we in de begroting van twee jaar later in. 2. We gaan uit van 3% planningsoptimisme in de werkplannen; omdat de begroting van een jaar gebaseerd is op de werkplannen van het jaar daarvóór, kan de begroting beperkt worden tot 97%. 3. Het combineren van deze twee werkwijzen levert een begrotingsbeperking op van 6% in de eerste twee jaar. Vanaf 2028 is dit zeer waarschijnlijk nog maar 3%: toepassing van spoor 2 maakt dat de voeding van spoor 1 wegvalt. De dienst heeft twee jaar langer de tijd om voor 3% aan structurele bezuinigingen/lastenbeperkingen te realiseren. Dat de dienst aan het eind van het jaar een positief saldo laat zien is inmiddels geen incident meer. Diverse uitgangspunten en werkwijzen zorgen daarvoor: verplichtingen en budgetten niet uitputten, verliezen direct nemen en eventuele winst later, risico’s vermijden, etc. De regels van het BBV maken het niet mogelijk om bijvoorbeeld het ‘projectontwikkelaarsgebruik’ om de winst van het ene project aan te wenden voor de financiering van het volgende project toe te passen. Vertaald naar de dienst zou dat betekenen dat we het resultaat van 2024 zouden gebruiken om eraan bij te dragen om de begroting van 2026 sluitend te maken: de jaarcijfers 2024 en de begroting 2026 worden ongeveer gelijktijdig geproduceerd.
Voor 2024 is het voorstel overschot in de algemene reserve van circa 3% toe te voegen aan een bestemmingsreserve. Dit bedrag wordt verwerkt in de begroting van twee jaar later (2026). Voor 2025 is het voorstel hetzelfde (begroting 2027) Hiermee wordt financiële dekking geboden, zodat de organisatie continuïteit kan waarborgen en niet overhaast hoeft te bezuinigen zonder een weloverwogen besluit en langetermijnplanning. Deze aanpak geeft de organisatie twee jaar extra de tijd om 3% aan structurele bezuinigingen of lastenbeperkingen te realiseren. Dit biedt ruimte voor een gefaseerde en evenwichtige uitvoering van de taakstelling, met oog voor een zorgvuldig en duurzaam proces. Om in 2028 structureel de 6% in te vullen zal de dienst in 2025 een plan van aanpak verder uitwerken waarmee de structurele uitgaven in balans komen met de structurele inkomsten. Te denken valt bijvoorbeeld aan robotisering van enkele processen (RPA), het verder uitbreiden van de samenwerking met andere omgevingsdiensten, het verder door ontwikkelen van het risicogericht toezicht. Na besluitvorming zal deze bestemmingsreserve worden onttrokken aan de algemene reserve. Het saldo van de algemene reserve zal dan per 31-12-2024 € 1.037.000 bedragen.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
34 / 57
Vlottende schuld: Overige vlottende schulden Omschrijving Balans 2024 Balans 2023 BTW -€ 364.000 -€ 421.000 Crediteuren -€ 2.310.000 -€ 814.000 Nog te betalen bedragen -€ 1.199.000 -€ 1.710.000 Overige schulden personeel (HRM) €0 -€ 30.000 Te betalen loonheffing & sociale lasten € 1.000 -€ 718.000 Totaal -€ 3.872.000 -€ 3.692.000
Specificatie nog te betalen Categorie Omschrijving Nog te betalen bedragen Nog te betalen posten
Specificatie Balans 2024 Balans 2023 Divers €0 -€ 48.000 Inhuur december -€ 29.000 -€ 249.000 Katwijk €0 -€ 19.000 Leiden -€ 209.000 -€ 394.000 Leiderdorp -€ 34.000 -€ 26.000 Lisse -€ 55.000 €0 Nieuwkoop -€ 53.000 -€ 8.000 Noordwijk -€ 81.000 -€ 439.000 Provincie Zuid-Holland -€ 419.000 -€ 190.000 Zoeterwoude -€ 101.000 -€ 97.000 Totaal -€ 982.000 -€ 1.469.000 Tussenrekening dwangsommen Tussenrekening dwangsommen -€ 217.000 -€ 240.000 Totaal -€ 217.000 -€ 240.000 -€ 1.199.000 -€ 1.709.000
Totaal
Vooruitontvangen bedragen Categorie Omschrijving Vooruitontvangen Vooruitontvangen bijdragen bedragen deelnemers Vooruitontvangen bijdragen overige overheid
Specificatie Afkoop tarief Provincie SP Projecten Totaal Beheer Noodvoort Bloemrijke oevers BSV subsidies ISV subsidies Kop op Wijk Provinciale bijdrage SP Projecten Uitkering Energiebesparing Specifieke uitkering IBP VTH Totaal
Totaal
Balans 2024 Balans 2023 -€ 182.000 -€ 208.000 €0 -€ 7.000 -€ 182.000 -€ 215.000 -€ 16.000 -€ 25.000 €0 -€ 2.000 -€ 7.706.000 -€ 7.756.000 -€ 1.199.000 -€ 1.257.000 €0 -€ 38.000 €0 -€ 544.000 -€ 165.000 -€ 307.000 €0 -€ 305.000 -€ 9.086.000 -€ 10.233.000 -€ 9.268.000 -€ 10.448.000
Staat van voorzieningen Omschrijving Voorziening premie aanvullen WW Voorziening verlofsparen Totaal
• •
Balans 2024 Balans 2023 € 40.000 € 40.000 € 355.000 € 252.000 € 395.000 € 292.000
De premie aanvullen WW wordt maandelijks via de salarissen volgens de wet regeling aanvullende voorzieningen bij werkloosheid toegevoegd. De voorziening spaarverlof bedraagt circa €252.000 voor actieve gebruikers. Het bovenwettelijk verlof boven de cao-grens van 50,4 uur voor overige medewerkers komt uit op €154.000. Er is een extra dotatie van €103.000 nodig. Het tijdstip van verlofopname blijft onvoorspelbaar.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
35 / 57
4.3 NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN Voor de komende jaren heeft de dienst financiële verplichtingen aangegaan die niet zijn opgenomen in een balanspost. Hieronder worden de belangrijkste verplichtingen toegelicht, waarbij ‘belangrijk’ verwijst naar overeenkomsten met een totale contractwaarde van minimaal € 50.000. Contractpartij Leithon Esprit (Voorheen Detron) Mozard (Visma)
Aard van het contract Huur kantoorpand Vondellaan 55 ICT-helpdesk en onderhoud VTH&A systeem
Startdatum 1-6-2020 15-12-2021 1-10-2024
Einddatum Bedrag per jaar € 31-7-2037 434.000 14-12-2029 155.000 30-9-2033 130.000
4.4 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN De programmarekening geeft beknopt de financiële verantwoording van het gerealiseerde beleid weer. Type Kosten
Hoofdgroep Kosten
IV3 Categorie Rekening 2023 Basisbegroting Begroot Realisatie Verschil 1.1 - Salarissen en sociale lasten € 13.013.000 € 14.267.350 € 14.974.000 € 14.707.000 € 267.000 3.5.1 - Ingeleend personeel € 3.038.000 € 2.902.500 € 3.521.000 € 4.061.000 -€ 540.000 3.8 - Overige goederen en diensten € 3.080.000 € 3.559.000 € 4.039.000 € 3.530.000 € 509.000 4.2 - Subsidies € 996.000 € 725.000 € 1.304.000 € 393.000 € 911.000 7.3 - Afschrijvingen € 163.000 € 152.500 € 158.000 € 314.000 -€ 156.000 Totaal € 20.290.000 € 21.606.350 € 23.996.000 € 23.006.000 € 990.000 Totaal € 20.290.000 € 21.606.350 € 23.996.000 € 23.006.000 € 990.000 Opbrengsten Bedrijfsopbrengsten 4.3.1 - Inkomensoverdrachten Rijk -€ 1.324.000 -€ 952.000 -€ 1.958.000 -€ 1.098.000 -€ 860.000 4.3.2 - Inkomensoverdrachten gemeenten -€ 18.323.000 -€ 17.639.000 -€ 17.772.000 -€ 17.766.000 -€ 6.000 4.3.4 - Inkomensoverdrachten provincies €0 -€ 2.946.000 -€ 3.691.000 -€ 3.263.000 -€ 428.000 4.3.6 - Inkomensoverdrachten overige overheden -€ 136.000 -€ 21.000 -€ 175.000 -€ 362.000 € 187.000 4.3.8 - Inkomensoverdrachten overige instellingen en personen -€ 471.000 €0 €0 -€ 124.000 € 124.000 Totaal -€ 20.254.000 -€ 21.558.000 -€ 23.596.000 -€ 22.613.000 -€ 983.000 Buitengewone baten 5.1 - Rente -€ 485.000 -€ 140.000 -€ 400.000 -€ 595.000 € 195.000 Totaal -€ 485.000 -€ 140.000 -€ 400.000 -€ 595.000 € 195.000 Totaal -€ 20.739.000 -€
21.698.000 -€ 23.996.000 -€ 23.208.000 -€ 788.000 Reserves Onttrekkingen uit de 7.1 - Mutatie reserves -€ 304.000 €0 €0 -€ 141.000 € 141.000 reserves Totaal -€ 304.000 €0 €0 -€ 141.000 € 141.000 Toevoegingen aan de 7.1 - Mutatie reserves €0 € 91.650 €0 €0 €0 reserves Totaal €0 € 91.650 €0 €0 €0 Totaal -€ 304.000 € 91.650 €0 -€ 141.000 € 141.000 Resultaat voor Bestemming -€ 753.000 €0 €0 -€ 343.000 € 343.000
Exploitatieresultaat - € 343.000 Dit positieve resultaat is te verklaren door het strak sturen van de organisatie op de financiële uitgaven, maar zeker ook door incidentele meevallers. Hieronder zullen we de verschillen van meer dan € 50.000 verklaren. Toelichting op de lasten 1.1 Salarissen en sociale lasten – voordeel € 267.000 De personeelslasten laten een onderschrijding zien. De dienst heeft ingezet op het verjongen van de organisatie mede door het opzetten van een traineeprogramma. Dit heeft geleid tot een nog verdere verjongen van de organisatie, minder salariskosten en sociale lasten. Maar 2024 was ook het jaar van verdere krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor zijn enkele functies nog niet vervuld. Het oorspronkelijke voordeel was € 370.000, maar door de verplichte dotatie van €103.000 aan de voorziening verlofsparen is het uiteindelijke voordeel € 267.000.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
36 / 57
3.5.1 Ingeleend personeel – nadeel € 540.000 Waar we bij de salarissen te maken hebben met meevaller, hebben we bij het ingeleend personeel het tegenovergestelde. Het moeilijk kunnen vervullen van vacatures heeft geleid tot meer inhuur en dit ten samen met de stijgende kosten van de inhuur hebben geleid tot een nadeel op deze post. 3.8 Overige goederen en diensten – voordeel € 509.000 De dienst is al jaren bezig met het strak sturen op zijn uitgaven. Voor 2024 kunnen we stellen dat dit zeker gelukt is en er een voordeel is gerealiseerd van € 509.000. Dit voordeel is voornamelijk bereikt bij het onderdeel advies en ondersteuning (€ 257.000), maar ook bij de huisvestingkosten, schoonmaakkosten, autokosten en telefoonkosten (€ 252.000). 4.2 Subsidies – voordeel € 911.000 De subsidielasten zijn lager dan begroot. De bijbehorende opbrengsten zijn opgenomen onder post 4.3.1 Inkomstenoverdracht Rijk. Dit komt hoofdzakelijk door lagere uitgaven aan geluidsaneringsprojecten. Aangezien deze projecten over meerdere jaren lopen, zullen de uitgaven doorschuiven naar 2025 en verder. 7.3 Afschrijvingen – nadeel € 156.000 Op de reguliere afschrijving hebben we een voordeel van € 36.000 geboekt, maar er is daarnaast ook een versneld afschrijving van € 189.000 toegepast. Conform de nieuwe financiële verordening hebben we alle activa met een waarde onder de €5.000 versneld afgeschreven.
Dit heeft geleid tot een incidenteel hogere afschrijving dan gebruikelijk. In het meerjarig perspectief zal dit echter leiden tot lagere afschrijvingskosten. Toelichtingen op de baten 4.3.1 Inkomstenoverdracht Rijk – nadeel € 860.000 De inkomstenoverdracht is lager dan begroot, voornamelijk door lagere subsidiebaten als gevolg van het doorschuiven van gevelsaneringsprojecten naar 2025. Daarnaast zijn er kleinere subsidies ontvangen vanuit het IBP VTH. Meerjarige subsidies (ISV, BSV) worden jaarlijks in de exploitatie opgenomen, terwijl resterende bedragen pas bij de jaarafsluiting worden doorgeschoven naar het volgende jaar. Bovendien drukken de personeelsuren voor subsidieprojecten op de personeelslasten, wat grotendeels het verschil verklaart tussen 4.2 Subsidies en 4.3.1 Inkomstenoverdrachten. 4.3.2 - 4.3.4 Inkomstenoverdracht deelnemers – nadeel € 434.000 Omschrijving Inkomsten overig gemeenten Inkomsten overig provincies Inkomsten WP Gemeente Hillegom Inkomsten WP Gemeente Kaag en Braassem Inkomsten WP Gemeente Katwijk Inkomsten WP Gemeente Leiden Inkomsten WP Gemeente Leiderdorp Inkomsten WP Gemeente Lisse Inkomsten WP Gemeente Nieuwkoop Inkomsten WP Gemeente Noordwijk Inkomsten WP Gemeente Oegstgeest Inkomsten WP Gemeente Teylingen Inkomsten WP Gemeente Voorschoten Inkomsten WP Gemeente Zoeterwoude Inkomsten WP Provincie Zuid-Holland Totaal
Basisbegroting Begroot Realisatie Verschil €0 €0 -€ 424.000 € 424.000 -€ 482.000 -€ 1.000.000 -€ 780.000 -€ 220.000 -€ 871.000 -€ 900.000 -€ 900.000 €0 -€ 1.241.000 -€ 1.240.000 -€ 1.369.000 € 129.000 -€ 871.000 -€ 820.000 -€ 963.000 € 143.000 -€ 3.464.000 -€ 3.533.000 -€ 3.360.000 -€ 173.000 -€ 641.000 -€ 630.000 -€ 596.000 -€ 34.000 -€ 800.000 -€ 829.000 -€ 766.000 -€ 63.000 -€ 1.259.000 -€ 1.314.000 -€ 1.271.000 -€ 43.000 -€ 5.579.000 -€ 5.465.000 -€ 5.065.000 -€ 400.000 -€ 634.000 -€ 661.000 -€ 710.000 € 49.000 -€ 1.067.000 -€ 1.180.000 -€ 1.161.000 -€ 19.000 -€ 377.000 -€ 377.000 -€ 460.000 € 83.000 -€ 835.000 -€ 823.000 -€ 721.000 -€ 102.000 -€ 2.464.000 -€ 2.691.000 -€ 2.483.000 -€ 208.000 -€ 20.585.000 -€ 21.463.000 -€ 21.029.000 -€ 434.000
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
37 / 57
4.3.6 - 4.3.8 Inkomstenoverdracht Overig - voordeel € 311.000 Over het jaar 2024 hebben wij een voordeel behaald voor een bedrag ter waarde van €311.000. Dit bedrag bestaat uit de aanvullende opdrachten (voor o.a. gemeenten, bodeminformatie), niet begrote UWVvergoedingen, en andere overige inkomsten. 5.1 Rente - voordeel € 195.000 Waar we in het begin van het jaar nog dachten dat we nagenoeg geen rente zouden ontvangen hebben we bij de laatste begrotingswijziging al medegedeeld dat de rente meer was dan begroot. Bij de afsluiting van het jaar kunnen we constateren dat de renteontwikkeling nog positiever was dan we dachten, wat resulteert in een voordeel van € 195.000. 7.1 Mutatie reserve – voordeel € 141.000 In 2024 is een bedrag van € 141.000 onttrokken van de bestemmingsreserve “Opleidingsbudget” voor de ontwikkeling van een nieuw opleidingsplan voor de dienst. Verdere toelichting op de reserve staat onder de toelichting van de balans, onder 'staat van reserve'.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
38 / 57
4.5 WET NORMERING TOPINKOMENS Sinds 1 januari 2013 geldt de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Deze verantwoording volgt de geldende regelgeving voor de dienst: Bezoldiging topfunctionarissen mevrouw M. Krul (Directeur) Datum in dienst 01-01-2018 Aanvang en einde functievervulling in 2023 Omvang dienstverband (in fte)
2024
2023
1/1 - 31/12 1
1/1 - 31/12 1
Nee Ja
Nee Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
135.448
129.677
Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
22.736 158.183
21.638 151.315
Individueel WNT-maximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
233.000 N.v.t.
223.000 N.v.t.
Totale bezoldiging Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
158.183 N.v.t.
151.315 N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Gewezen topfunctionaris? Dienstbetrekking?
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
Toezichthoudende topfunctionarissen WNT gegevens 2024 mevrouw Hoekstra
AB lid, wethouder Hillegom
1/1 - 31/12
heer De Jong mevrouw Peters-Adrian
AB lid, wethouder Hillegom AB lid, wethouder Kaag en Braassem
1/1 - 15/11 1/1 - 15/11
de heer D. Kistemaker de heer J.C. Knape
AB lid, wethouder Kaag en Braassem DB en AB lid, wethouder Katwijk
1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
de heer S. Spek De heer North
AB lid, wethouder Katwijk Voorzitter DB en AB, Wethouder Leiden
1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
mevrouw Y.A. van Delft mevrouw G. van Gaal
AB lid, wethouder Leiden AB lid, wethouder Leiderdorp
1/1 - 15/11 1/1 - 31/12
de heer H. Romeijn mevrouw H. Austie-Ziengs
AB lid, wethouder Leiderdorp AB lid, wethouder Lisse
1/1 - 15/11 1/1 - 15/11
de heer C.P.M. van der Zwet Mevrouw A. Ingwersen
AB lid, wethouder Lisse DB en AB lid, wethouder Nieuwkoop
1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
mevrouw I.R.J.G. de Ridder de heer M. Kortleven
AB lid, wethouder Nieuwkoop AB lid, Wethouder Noordwijk
1/1 - 15/11 1/1 - 31/12
de heer R. ter Hark de heer E. Bus
AB lid, Wethouder Noordwijk AB lid, wethouder Oegstgeest
1/1 - 5/11 1/1 - 31/12
de heer T.I.M. van Tongeren Mevrouw Hooij
AB lid, wethouder Oegstgeest AB lid, wethouder Teylingen
1/1 - 15/11 1/1 - 31/12
mevrouw E. Koek de heer C.J. van der Elst
AB lid, wethouder Teylingen AB lid, wethouder Voorschoten
1/1 - 15/11 1/1 - 15/11
de heer H. Schokker de heer P. Olthof
AB lid, wethouder Voorschoten AB lid, wethouder Zoeterwoude
1/1 - 31/12 1/1 - 15/11
mevrouw A.M. Beekhuizen heer Stolk
AB lid, wethouder Zoeterwoude DB en AB lid, gedeputeerde PZH
1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
mevrouw M.E. van Leeuwen
AB lid, gedeputeerde PZH
1/1 - 15/11
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
39 / 57
Er zijn geen andere functionarissen met een bezoldiging boven het toepasselijke drempelbedrag en geen WNT-meldingsplichtige ontslaguitkeringen betaald.
4.6 RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal echtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de algemeen bestuur op vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 239.960.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024 Bevinding Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 1.919.000 bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 239.960. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het dagelijks bestuur overigens een bedrag van € 1.919.000 acceptabel op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken. Begrotingscriterium 1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door het algemeen bestuur vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 2. Ongeautoriseerde reservemutaties 3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het algemeen bestuur zijn gemeld Totaal begrotingsonrechtmatigheden Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1,2 en 3) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid.
Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden Voorwaardencriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed M&O criterium N.v.t. Totaal onrechtmatigheden Waarvan acceptabel Waarvan niet acceptabel
(x €1.000) €0
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
40 / 57
€0 €0 € 1.919 € 1.919 € 1.919
€0 €0 €0 € 1.919 € 1.919 €0
De Dienst wordt in de rechtmatigheid verantwoording als één geheel beschouwd, met het Programma Milieu als kader. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op totaalniveau, inclusief lasten, baten en reservemutaties, wat zorgt voor een integrale financiële sturing. De bruto-onrechtmatigheid bedraagt €1.919.000, maar na toetsing aan de afspraken met het algemeen bestuur resteert een netto rechtmatigheidsfout van €0. Dit betekent dat de afwijkingen binnen de afgesproken marges vallen en de Dienst in 2024 financieel rechtmatig heeft gehandeld. Dit heeft geen impact op het oordeel van de accountant, die enkel de getrouwheid beoordeelt. Deze conclusie heeft geen impact op het oordeel van de accountant bij de jaarstukken, omdat de accountant de getrouwheid beoordeelt en niet de rechtmatigheid. De geconstateerde afwijkingen betreffen • Baten (€ 788.000 onderschrijding): Toont een onderschrijding door lagere kosten en lopende subsidieprojecten, waardoor de bruto onrechtmatigheid € 788.000 bedraagt maar binnen de afspraken met het algemeen bestuur valt, met een netto-onrechtmatigheid van nihil.