2766 Aanbiedingsmail dd 24-04-2025 ODWH over Jaarstukken 2024 en Kadernota 2026
Tekst van het document
Van: Verzonden: Aan:
donderdag 24 april 2025 08:30
CC:
Onderwerp: Bijlagen:
Algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening AB 20250310 5a Kadernota 2026.pdf; DB 20250407 4a Jaarstukken 2024 versie 1.1.pdf
Geachte heer/mevrouw, Conform de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (artikel 58b) stuurt het dagelijks bestuur de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening voor 30 april aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten van de deelnemende provincie. Om hieraan uitvoering te geven ontvangt u hierbij de definitieve Kadernota 2026 (vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 10 maart 2025) en het concept Jaarverslag 2024 (behandeld in de vergadering van het dagelijks bestuur op 7 april 2025).
Met vriendelijke groet, Bestuursadviseur
1
KADERNOTA 2026
Versie : 1.1 Datum : 24 januari 2025
1
2
Voorwoord Voor u ligt de Kadernota voor 2026. De afgelopen jaren stonden voor de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) in het teken van verandering en verdere professionalisering. De organisatie heeft inmiddels haar basis op orde en richt zich steeds meer op verbetering en innovatie. De lijnen die in het afgelopen jaar in de Strategie zijn uitgezet voor de periode 2024-2035 vormen daarbij een belangrijk kompas. Tegelijkertijd spelen actuele ontwikkelingen, zoals de robuustheidseisen uit het Interbestuurlijk Programma ter verbetering van de kwaliteit van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (IBP VTH). Deze trajecten versterken elkaar en stellen ons in staat om blijvend bij te dragen aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving voor onze deelnemers. De context waarin wij opereren blijft echter uitdagend. Zaken zoals de energiecrisis, klimaatverandering, migratie en arbeidsmarktkrapte zorgen voor blijvende onzekerheden. Deze dynamiek vraagt om flexibiliteit, samenwerking en innovatie. Tegelijkertijd verhoogt de aanhoudende druk op overheidsbudgetten, met name door de lagere uitkeringen vanuit het Gemeentefonds in 2026 (het zogeheten ‘ravijnjaar’), de noodzaak om scherpe keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Het IBP VTH speelt een centrale rol in onze koers voor de komende jaren.
Het Plan van Aanpak Robuustheid, dat wij in lijn met het IBP VTH uitvoeren, loopt van april 2024 tot april 2026 en is cruciaal om te voldoen aan de nieuwe robuustheidseisen. Dit traject, dat onder andere verbeteringen in bedrijfsvoering, informatievoorziening en samenwerking omvat, loopt parallel aan onze eigen langetermijn-strategie. Beide trajecten combineren we zorgvuldig, zodat we onze doelen effectief en efficiënt kunnen realiseren. In 2026 zetten we ook sterk in op de verdere implementatie van de Omgevingswet. Dit omvat het verder inregelen van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, het versterken van informatie gestuurd werken, en het benutten van de kansen die voortvloeien uit de energie- en klimaatopgaven. Samen met de andere ZuidHollandse omgevingsdiensten werken we aan innovatieve oplossingen, kennisdeling en een gezamenlijke aanpak van uitdagingen zoals ondermijning en cybersecurity. Daarnaast blijven wij investeren in onze medewerkers. De krapte op de arbeidsmarkt vraagt om een creatieve en gezamenlijke arbeidsmarktbenadering, zoals het met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten gezamenlijk opgezette programma “De Betere Wereldbaan” en de landelijke naamsbekendheidscampagne “Werken bij de omgevingsdiensten".
Door de samenwerking met andere omgevingsdiensten, kennisinstellingen en regionale partners versterken wij onze aantrekkelijkheid als werkgever en vergroten wij onze capaciteit om de opgaven van de toekomst aan te pakken. De komende jaren staan wij voor complexe en soms tegenstrijdige uitdagingen. Toch zien wij deze als kansen om ons verder te ontwikkelen en onze bijdrage aan een duurzame leefomgeving te versterken. Wij blijven ons inzetten om met robuuste oplossingen en hoogwaardige dienstverlening waarde toe te voegen voor onze deelnemers en partners. Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland
Agendapunt 5 AB 10 maart 2025: Kadernota 2026 (2025036407)
3 INLEIDING BELEIDSKADER De Nota Planning & Control vormt de basis voor de planning- en control cyclus van de dienst, waarvan deze Kadernota onderdeel uitmaakt: het is het startdocument van een nieuwe cyclus. Na goedkeuring door het algemeen bestuur, voorzien op 10 maart 2025, dient de Kadernota als basis voor de Begroting 2026, die in februari-maart 2025 wordt opgesteld en 7 april 2025 als concept ter vaststelling wordt geagendeerd bij het dagelijks bestuur. Vervolgens wordt de begroting voor zienswijzen voorgelegd aan de raden en staten van de deelnemers. Het algemeen bestuur neemt, volgens planning, op 14 juli 2025 een definitief besluit over de Begroting 2026.
BELEIDSMATIGE UITGANGSPUNTEN In 2024 is de nieuwe Strategie voor 2024-2035 vastgesteld. Deze geeft op zich al richting aan onze planning en programmering, maar we willen dat nog concreter uitwerken in een meerjaren-uitvoeringsprogramma (MUP). Het is de bedoeling dat het MUP een bijlage bij de Kadernota wordt. Maar op dit moment is het nog slechts een hele lange lijst met heel veel projecten van allerlei aard. We hebben geconstateerd dat we een systematiek nodig hebben om het MUP te prioriteren, te plannen en te programmeren. Daartoe introduceren we portfoliomanagement: dit wordt in 2025 ontwikkeld in combinatie met meer projectmatig werken.
BASISTAKEN OF ROBUUSTE TAKEN? Onze kernverantwoordelijkheden als Omgevingsdienst bestaan voornamelijk uit het regionaal uitvoeren van milieutaken, zoals aanvankelijk vastgelegd in de ‘package deal’, afspraken tussen IPO en VNG die later bij wet zijn geregeld. Deze taken, voortkomend uit de aanbevelingen van de commissie Mans en gericht op de herziening van het handhavingsstelsel voor VROM-regelgeving, richten zich op bovenlokale, complexe en provinciale milieuzaken. De bundeling van kennis via deze afspraken heeft de kwaliteit van onze taakuitvoering verbeterd. Na evaluatie in 2021 heeft de commissie Van Aartsen aanbevelingen gedaan over de robuustheid, onafhankelijke positie en financiering van omgevingsdiensten. Deze aanbevelingen zijn geïntegreerd in het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP VTH). Via een SPUK-regeling heeft het Ministerie van I&W incidentele middelen verstrekt voor de uitwerking van deze aanbevelingen in 2022, 2023 en 2024, om bij te dragen aan verbeteringen binnen onze dienst. Daarnaast zijn criteria, randvoorwaarden en kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) ontwikkeld om de robuustheid van de diensten te beoordelen. Op basis van de scores op deze kpi’s heeft iedere omgevingsdienst vóór 1 april 2024 een plan van aanpak (ter verbetering) van de robuustheid van de dienst gemaakt en ingebracht bij het ministerie van I&W.
Dit plan wordt tot 1 april 2026 uitgevoerd, en is bedoeld te leiden tot een dienst die zelfstandig voldoet aan alle robuustheidscriteria. Het plan van aanpak wordt momenteel uitgevoerd, de eerste halfjaarrapportage is eind december 2024 bij het ministerie van I&W ingediend. Mede gebaseerd op de positieve beoordeling van het plan van aanpak en de bespreking daarvan met het ministerie begin november 2024 is de verwachting dat de dienst per 1 april 2026 robuust is conform de gestelde criteria. Parallel aan het traject rond de adviezen van Van Aartsen hebben de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten in opdracht van de provincie een samenwerkingsprogramma opgesteld. Het resultaat is een verbreding en een verdieping van de beschikbare denk- en ontwikkelingskracht bij de betrokken
Agendapunt 5 AB 10 maart 2025: Kadernota 2026 (2025036407)
4 diensten. Ook in 2026 zal deze samenwerking verder worden uitgebouwd met thema’s die aansluiten bij het IBP VTH en die bijdragen aan de (gezamenlijke) robuustheid van de diensten in Zuid-Holland. Het gaat hierbij, naast gericht collegiaal samenwerken op werkvelden waar we afzonderlijk onvoldoende kwaliteit kunnen bereiken, in elk geval om de thema’s informatievoorziening en digitalisering, het verbeteren van onze gezamenlijke positie op de arbeidsmarkt, een betere afstemming tussen straf- en bestuursrecht en het uitbouwen van de kennisuitwisseling.
2026 Robuustheid is geen doel op zich, maar gaat hand in hand met doelstellingen op het gebied van kwaliteit. In 2026 willen wij daarom voor wat betreft de basistaken inzetten op uitbouw en veelzijdiger benutting van onze onderliggende kennissystemen en het verder inregelen van veranderingen die mede als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zijn opgetreden: o verder inregelen van het werken met het Digitaal Stelsel Omgevingswet en komen tot vastgelegde (werk)afspraken; o operationeel maken van de Altijd Actuele Digitale Vergunning in samenspraak met de vijf ZuidHollandse omgevingsdiensten; o verder uitbouwen van het Zuid-Hollandse Datalab; o verder ontwikkelen van het Administratief Toezicht als gezamenlijk project van de vijf ZuidHollandse omgevingsdiensten o doorontwikkelen van integrale advisering op basis van de ervaringen met de Omgevingswet o in samenwerking met andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten komen tot uniforme rapportages over de kwaliteitscriteria VTH; o het aan de hand van de kaders aangegeven in Omgevingsplannen en de beschikbaar gestelde budgetten verder inregelen van de uitvoering van de bodemtaken.
Daarbij ruimte houden voor lokaal maatwerk; o het opstellen van een Uitvoeringsagenda grondwatersaneringen; o extra inzet op het beleidskader voor - en de uitvoering van VTH-voorschriften die de energietransitie bevorderen; o het netwerk binnen de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten benutten om via best practices verdere verbeterslagen te maken.
PLUSTAKEN Naast de taken van de ‘package deal’ voert onze dienst nog andere taken uit, die sterk worden beïnvloed door de programma's van onze deelnemers. In het coalitieakkoord "Krachtig Zuid-Holland" (2023-2027) benadrukt de provincie haar streven naar hoogwaardige uitvoering van milieu- en groene taken door omgevingsdiensten. Uit diverse raads- en coalitieakkoorden van onze deelnemers blijkt een gezamenlijke focus op duurzaamheid, energietransitie en regionale samenwerking, met specifieke aandachtspunten per deelnemer. Onze dienstverlening voor deze extra taken richt zich op het versterken van lokale afweging en sturing. Hierbij ligt de nadruk op het benutten van innovatieruimte om onze deelnemers optimaal te ondersteunen. Werken aan een toekomstbestendige regio Het gebied van de dienst kenmerkt zich door uitersten: enerzijds stedelijke gebieden met grote ruimtelijke dynamiek, anderzijds landelijke gebieden, soms van grote natuurwaarde. Enerzijds de voelbare economische motor van Schiphol, anderzijds grote druk op de kwaliteit van de leefomgeving als gevolg van geluid en matige luchtkwaliteit. Over dit alles ligt ook nog eens een kennisinfrastructuur van
Agendapunt 5 AB 10 maart 2025: Kadernota 2026 (2025036407)
5 wetenschapsinstituten in regio (universiteit Leiden, LUMC, Naturalis, Drone Valley, ESA/Estec). In dit gebied ruimtelijke of andere afwegingen maken is een complexe opgave. Door Holland Rijnland is daarvoor een Regionale investeringsagenda (RIA) opgesteld als gebiedsgerichte uitwerking van de prioriteiten geformuleerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Groeiagenda Zuid-Holland. Al die uitersten brengen ook met zich mee dat juist in dit gebied overlap is van 3 verschillende NOVEX-programma’s: NOVEX Groene Hart, NOVEX Verstedelijkingsgebied Zuidelijke Randstad en NOVEX Schipholregio. De Regionale omgevingsagenda, opgesteld door Holland Rijnland, is de visie op hoofdlijnen hoe op integrale wijze alle ruimte-vragende functies een plek in de regio kunnen krijgen en de keuzes die daarbij moeten worden gemaakt. In toenemende mate zoeken en vinden we de samenwerking met Holland Rijnland Bij de uitvoering van alle complexe ambities. Werken aan landelijk gebied Wat betreft het landelijk gebied staat het Nationaal Programma Landelijk Gebied centraal. Om het landelijk gebied toekomstbestendig te ontwikkelen zijn in het kader van dit programma stikstof-, klimaat-, water- en natuurdoelen ruimtelijk uitgewerkt en vastgelegd in een gebiedsplan. Deze aanpak moet de verslechtering van Natura 2000-gebieden tegengaan en de natuur in goede staat krijgen én houden.
De maatregelen die uit deze aanpak voortvloeien zullen effect hebben op onze werkzaamheden in het kader van bestemmingsplannen en op onze bouw- en milieutaken. Diverse uitspraken van de Raad van State hebben dat overigens nu al. Het natuuraspect in ons werk neemt toe in omvang en belang. Werken aan de planstructuur Omgevingswet De drie NOVEX-en en de Regionale Omgevingsagenda van Holland Rijnland moeten worden opgenomen in de nieuwe planstructuur van de Omgevingswet. Gemeenten hebben tot 2029 om beleidskeuzes te maken, wat resulteert in beslissingen op verschillende bestuurlijke niveaus met betrekking tot opgaven zoals: o de regionale woningbouwopgave o de verduurzaming van aanwezige bedrijvigheid o de transities in de landbouw o de versterking van het energienet o de verbetering van de leefbaarheid van de woonomgeving verhoogde zorg rond natuurbehoud en herstel van, onder andere, kwetsbare duingebieden Terwijl de Omgevingswet in meer lokale afwegingsruimte moet voorzien, passend bij lokaal beleid, zal deze afwegingsruimte met name via verschillende (bovenlokale) Uitvoeringsagenda’s inkleuring gaan krijgen. Werken aan ondermijning Ondermijning is de laatste jaren een belangrijk bestuurlijk thema vanwege de impact op de samenleving. Binnen verschillende taakgebieden van de dienst kunnen medewerkers situaties tegenkomen die verband houden met ondermijning.
De dienst zet in op het signaleren van dergelijke omstandigheden en het doorgeven daarvan aan relevante partijen. Hierbij wordt nauw samengewerkt met onder andere het Haags Economisch Interventie Team (HEIT), het Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC), het Bestuurlijk Ondersteuningsteam (BOT), politie, Veiligheidsregio, Liander en gemeenten.
2026 De inzet vanuit onze dienst en daarmee de producten die wij leveren, zal van meerwaarde bij de omgevingszorg moeten zijn. Dit vereist niet alleen inzet op innovatie, maar ook oriëntatie op hoe het bijdraagt aan versterking van lokale afweging en sturing: o het vanuit de dienst actief betrokken zijn bij de uitwerking van de verschillende Uitvoeringsagenda’s dan wel onze deelnemers vanuit onze expertisegebieden ondersteunen bij Agendapunt 5 AB 10 maart 2025: Kadernota 2026 (2025036407)
6
o
o o
o o
hun inzet op deze agenda’s. Om een sterke inbreng vanuit de regio te kunnen geven, werken we nauw samen met Holland Rijnland en Hecht. het in lijn met de meerjarige strategie het takenpakket van de dienst nader afstemmen op de ontwikkelingen die aan de hand van die Regionale investeringsagenda in gang worden gezet. Daartoe brengen we de maatschappelijke opgaven in het werkgebied in kaart. focus op energiebesparing en -opwekking bij bedrijven, met intensievere samenwerking met Holland Rijnland en het aanpakken van nieuwe thema's. het benutten van de kansen uit de Omgevingswet en de stelselwijzing rond de uitvoering van VTHtaken. Dit door de uitvoering van bouwtaken als adviseur en leverancier van capaciteit op projectmatige basis voor een grotere groep deelnemers aantrekkelijker te maken om af te nemen. voor het behalen van doelen zoekt de omgevingsdienst samenwerking met collegaomgevingsdiensten en onder andere Holland Rijnland en de Veiligheidsregio Hollands Midden. het ondersteunen van gemeenten in hun coördinerende rol bij het uitvoeren van integrale controles in relatie tot ondermijning.
ORGANISATIE Werken aan de arbeidsmarkt Ook voor onze dienst is het lastig vacatures te vervullen en naar verwachting blijft dit zo de komende jaren. De Zuid-Hollandse omgevingsdiensten hebben daarom een gezamenlijke arbeidsmarktbenadering opgezet onder de naam “De Betere Wereldbaan”. Een van de resultaten is het gezamenlijk opstarten van een traineeprogramma. Deze samenwerking is zeer succesvol en wordt voortgezet; er wordt tevens aangesloten bij de landelijke ontwikkelingen op dit gebied bij Omgevingsdienst NL. Werken aan kwaliteitsverbetering De weg naar de robuustheid vereist een hoger budget voor opleidingen: 3% van de totale loonsom. Deze verplichte investering in medewerkers maakt het mogelijk om een stevige kwaliteitsimpuls aan ons personeelsbestand te geven en op overzichtelijke termijn te voldoen aan de vernieuwde kwaliteitscriteria. In combinatie met goed gebruik maken van het onder het IBP VTH gestarte driejaarlijkse visitatietraject, dat de dienst de spiegel voorhoudt en verbeteringen suggereert, kan de dienst zich verder ontwikkelen en verbeteren. Werken aan informatievoorziening en datakwaliteit In 2024 heeft de dienst ingezet op het verbeteren van de datakwaliteit. Dit is van belang voor het kunnen aanleveren van informatie aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet, het kunnen sturen op risico's en het rapporteren over resultaten.
Vanaf 2025 ligt de focus op de verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening. In 2026 gaat de bijzondere aandacht gaat uit naar de informatie-infrastructuur voor de altijd actuele digitale vergunning (AADV), de Wet Open Overheid (WOO), Basisregistratie Ondergrond (BRO) en het GEO/Gis-systeem. Deze ontwikkeling bouwt voort op het in 2022 gevestigde en versterkte fundament van de informatievoorziening en de conclusies van de Commissie van Aartsen. Werken aan cybersecurity De digitale dreiging voor gemeenten en dus ook omgevingsdiensten neemt toe. Door de toenemende koppelingen van data wordt deze steeds gevoeliger voor cyberaanvallen. De bedrijfsvoering kan substantieel geschaad worden als knelpunten optreden in de informatievoorziening en/of -bescherming. De dienst zet structureel in op verbeteren van de informatiebeveiliging en zoekt hiertoe de nauwe samenwerking met de andere omgevingsdiensten in de provincie Zuid-Holland. Agendapunt 5 AB 10 maart 2025: Kadernota 2026 (2025036407)
7
Werken aan Innovatie Ook het voor de robuustheid vereiste budget van 1% heeft de dienst sinds 2024 beschikbaar. Innovatieprojecten zal de dienst zowel met de andere omgevingsdiensten in de provincie Zuid-Holland, als eigenstandig ontwikkelen. Doel ook daarvan is uiteraard om te komen tot kwaliteitsverbeteringen, vergroting van efficiency of, bij voorkeur, beide. Een innovatieprogramma wordt voorbereid en is naar verwachting in 2026 operationeel.
Agendapunt 5 AB 10 maart 2025: Kadernota 2026 (2025036407)
8 ALGEMENE FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN INDEXERING In de nota Planning en Control is vastgelegd dat het uurtarief en de materiële budgetten van de deelnemers jaarlijks worden geïndexeerd volgens de richtlijn van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden (FKGRHM), tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Sinds 2010 gebruiken gemeenten in de regio Hollands-Midden deze FKGRHM-richtlijn voor uniforme afspraken over indexering en algemene taakstellingen bij gemeenschappelijke regelingen. De Provincie Zuid-Holland neemt niet deel aan de commissie FKGRHM en is niet gebonden aan deze kaderstelling. De provincie heeft andere financiële kaders aangegeven voor de gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelneemt. De indexering voor 2026 wordt gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2024 t/m 2025: Onderdeel Loon Materieel
Indexatiepercentage Provincie Zuid-Holland 2,00% 3,00%
Indexatiepercentage FKGRHM 2,10% 2,70%
Verschil 0,1 % -0,3 %
Het verschil tussen beide komt voort uit andere gekozen uitgangspunten die gebaseerd zijn op publicaties van het CPB, en de andere benadering van de commissie FKGRHM. Deze commissie streeft naar een waardevaste indexering, houdt rekening met ontwikkelingen in 2024 en 2025, en verwerkt deze in het uiteindelijke indexeringspercentage. De provincie hanteert een andere wijze van indexering. Het algemeen bestuur beslist in beginsel over het indexeringspercentage. In lijn met voorgaande jaren wordt uitgegaan van het indexeringspercentage zoals vastgesteld door de commissie FKGRHM. De prijsindexatie voor 2026, na correctie voor 2024 en 2025, is 2,10% voor personeelskosten en 2,70% voor materiële kosten. Het gewogen gemiddelde, met 75% op personeelskosten en 25% op materiële kosten, resulteert in een indexeringspercentage van 2,25%. Niet eerder voorgekomen en bijzonder dit jaar is dat het gewogen gemiddelde op basis van de prijsindexatiepercentages van de provincie resulteert in exact hetzelfde indexeringspercentage van 2,25%.
TARIEF 2026 Uurtarief deelnemers In overeenstemming met de aangegeven indexering bedraagt het uurtarief voor 2026 € 116,60 voor alle deelnemers. De ontwikkeling van het uurtarief is: Begroting Uurtarief
2025 € 114,00
Indexering 2,25% € 2,60
2026 € 116,60
Overige tarieven De Omgevingsdienst verstrekt bodeminformatie via het Bodem Informatiepunt (Bip). Hiervoor betalen de afnemers (voornamelijk de makelaars) een vergoeding per aanvraag. Het tarief laat de volgende ontwikkeling zien: Ontwikkeling tarief per aanvraag via Bip: BIP Tarief per aanvraag
2024 € 47,27
Agendapunt 5 AB 10 maart 2025: Kadernota 2026 (2025036407)
2025 € 51,64
Indexering 2.25% € 1,16
2026 € 52,80
9
INVULLING ADVIES FKGRHM VOOR BEGROTING 2026 De commissie FKGRHM heeft voor de begroting van 2026 het advies gegeven aan de gemeenten om de gemeenschappelijke regelingen te vragen een bijdrage te leveren aan het zogenaamde “Ravijnjaar” en stellen een begrotingsafname voor van 6% ten opzichte van 2025. Aan de gemeenschappelijke regelingen is gevraagd hiervoor in besturen met voorstellen te komen. Eventuele frictiekosten moeten afzonderlijk worden verantwoord en via een apart besluit aan het algemeen bestuur worden voorgelegd, waarbij incidentele dekking aan gemeenten kan worden gevraagd. De commissie FKGRHM adviseert de ‘taakstelling’ in te vullen op basis van beïnvloedbare lasten, zoals met Berenschot zou zijn geïnventariseerd. Zoals ook met Berenschot is gedeeld ziet de dienst daartoe geen concrete mogelijkheden op korte termijn. Immers, recent heeft de dienst in het kader van de robuustheid ook al een verhoging van opleidingsbudget naar 3% en een innovatiebudget van 1% door herschikking binnen de begroting moeten verwezenlijken, en de marges waren al klein. Dit betekent echter niet dat de dienst de begrotingsafname niet wil doorvoeren, maar wel dat de dienst voorstelt om dit op een geheel andere wijze te realiseren. De begroting met 6% beperken: hoe dan wel? De dienst wil de totale begroting voor 2026 en volgende jaren met 6% verlagen langs drie sporen: 1.
Het inmiddels structureel optredende positieve exploitatieresultaat van om en nabij 3% in een jaar brengen we in de begroting van twee jaar later in. 2. We gaan uit van 3% planningsoptimisme in de werkplannen; omdat de begroting van een jaar gebaseerd is op de werkplannen van het jaar daarvóór, kan de begroting beperkt worden tot 97%. 3. Het combineren van deze twee werkwijzen levert een begrotingsbeperking op van 6% in de eerste twee jaar. Vanaf 2028 is dit zeer waarschijnlijk nog maar 3%: toepassing van spoor 2 maakt dat de voeding van spoor 1 wegvalt. De dienst heeft twee jaar langer de tijd om voor 3% aan structurele bezuinigingen/lastenbeperkingen te realiseren. Ad 1. Dat de dienst aan het eind van het een positief saldo laat zien is inmiddels geen incident meer. Diverse uitgangspunten en werkwijzen zorgen daarvoor: verplichtingen en budgetten niet uitputten, verliezen direct nemen en eventuele winst later, risico’s vermijden, etc. De regels van het BBV maken het niet mogelijk om bijvoorbeeld het ‘projectontwikkelaarsgebruik’ om de winst van het ene project aan te wenden voor de financiering van het volgende project toe te passen. Vertaald naar de dienst zou dat betekenen dat we het resultaat van 2024 zouden gebruiken om de begroting van 2026 sluitend te maken: de jaarcijfers 2024 en de begroting 2026 worden ongeveer gelijktijdig geproduceerd.
Via de algemene reserve kan dit mogelijk wel gerealiseerd worden; wellicht is daarvoor een beleidswijziging nodig. Ad 2. Het is belangrijk voor de deelnemers dat ze minder geld voor de dienst hoeven op te nemen in de begroting; het feitelijk afrekenen van werkelijk gemaakte uren is in de praktijk eigenlijk nooit een probleem, ook omdat er vaak extra inkomsten tegenover staan (leges, grondexploitatie, kostenverhaal). De financiering van de dienst is in grote mate P * Q: uurtarief * hoeveelheid uren. In het uurtarief zit de overhead/exploitatie: de dekking van met name salariskosten en allerlei extra kosten, zoals opleiding. Een reguliere bezuiniging zou een verlaging van het uurtarief (P) met 6% betekenen. Dat kan de dienst niet invullen, in combinatie met het moeten voldoen aan de robuustheidscriteria vanaf 2026. Dit zou leiden tot een structureel niet sluitende begroting voor de dienst, eenvoudigweg omdat de kosten te hoog zijn. De alternatieve bezuiniging die we voorstellen gaat om een verlaging van de hoeveelheid uren (Q), omdat we in de begroting uitgaan van een raming van het realiseren van een aantal uren, maar in de praktijk bij de Agendapunt 5 AB 10 maart 2025: Kadernota 2026 (2025036407)
10 uitvoering van de begroting (10 tot 22 maanden na het opstellen van die begroting) blijkt dat er andere wensen en voorkeuren zijn. Naarmate het werk minder goed vooraf te plannen is, is er ruimte voor afweging van de noodzaak van de uitvoering van de taak, wordt er meer prioriteit gevraagd voor werk waarvoor een andere financiering beschikbaar is, of is er sprake van een combinatie van beide. Als je er zeker van zou willen zijn dat je 100% realiseert, zou je eigenlijk meer dan 100% moeten plannen. Dit heet ook wel planningsoptimisme: met meer rekening houden omdat nooit alles doorgaat, en dan precies uitkomen op wat aan je doelstelling voldoet. Dus plan bijvoorbeeld 103%, om er zeker van te zijn dat je op 100% uitkomt. Of: accepteer dat je met 100% plannen 97% realiseert. Maar dan wel de 97% die het meest nodig en/of nuttig zijn. Blijft natuurlijk nog de grote vraag hoe het komt dat de dienst bij een lagere Q niet in de problemen komt door het wegvallen van een deel van de dekking, maar daar juist een positief exploitatieresultaat mee kan halen. Analyse van de afgelopen jaren laat zien dat er ruwweg een drietal grote oorzaken is: a. Het ontvangen van rente over grote subsidiebedragen b. Consequent alles budgetteren en verplichten leidt tot vrijval later in het jaar c.
Goed sturen op inzet en inhuur en niet tegen elke prijs inhuren, maar dan prioriteren, in overleg met de opdrachtgevers. Kort gezegd: de beste kostenbesparing is dingen niet meer doen. Dit proberen we gericht toe te passen en op een manier die past bij de prioriteiten van de deelnemers. Ad 3. Uiteraard zoeken we ook altijd naar besparingsmogelijkheden. Op de wat langere termijn van twee à drie jaar zien we die vooral op de volgende onderwerpen: - Productiviteitsverhoging en vermindering van inhuur: door optimalisatie van werkprocessen en efficiënter gebruik van middelen wordt de effectiviteit binnen kerntaken verhoogd. Strategische invulling van vacatures via natuurlijk verloop en flexibele inzet van medewerkers vermindert de afhankelijkheid van externe inhuur. Het versterken van de vaste formatie zorgt voor continuïteit en stabiliteit. - Automatisering: door herhalende en tijdrovende taken te automatiseren met nieuwe software en verbeterde systemen, kan meer werk worden gedaan met minder capaciteit. Dit verhoogt de efficiëntie, verlaagt de kosten en maakt processen sneller en eenvoudiger. Dit vraagt nog wel een inspanning van de dienst in de komende jaren. - Samenwerking met andere omgevingsdiensten: door voorzieningen te delen, gezamenlijk in te kopen en expertise uit te wisselen, kunnen kosten worden bespaard en schaalvoordelen gerealiseerd.
Deze samenwerking versterkt innovatie en kennisdeling en draagt bij aan een toekomstbestendige werkwijze. Risico’s Bij deze aanpak zijn nog wel enkele kritische kanttekeningen te maken: 1. Uiteindelijk zullen niet alle deelnemers ook op een bezuiniging van 6% in de resultaatfase eindigen, omdat met en door de deelnemers verschillende afwegingen gemaakt worden. Maar zoals eerder aangegeven zijn er ook alternatieve financieringsbronnen die niet altijd vooraf vaststaan en ingezet kunnen worden. 2. Er is geen rekening gehouden met potentiële tegenvallers, zoals (hoge) cao-aanpassingen die niet (meteen) gecompenseerd worden, of een sterk afnemende rentestand. Mochten deze zich voordoen, dan kan een beroep op frictiekosten/bezuinigingskosten wellicht noodzakelijk zijn, terwijl we daar vooralsnog niet vanuit zijn gegaan. 3. Het recente besluit van de raad van Noordwijk om de bouwtaken per 1 januari 2027 zelf te gaan uitvoeren heeft hoe dan ook financiële consequenties en risico’s, waarmee vooralsnog geen rekening hebben kunnen houden. Voor de robuustheid van de dienst zijn deze taken minder relevant, omdat ze zowel qua omzet als qua inhoudelijke expertise slechts beperkt meetellen.
Agendapunt 5 AB 10 maart 2025: Kadernota 2026 (2025036407)
11
CAO ONTWIKKELINGEN De huidige CAO gemeenten/SGO loopt op 1 april 2025 af. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota zijn de onderhandeling voor de nieuwe CAO gemeenten reeds gestart, maar ze stagneren. De uiteindelijke uitkomst van deze CAO kan gevolgen hebben voor het realiseren van de gevraagde taakstelling. Wij houden de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten en zullen de gevolgen verwerken in de begroting 2026 als dat qua planning mogelijk is of desnoods in een begrotingswijziging.
PRODUCTIVITEITSNORM Voor 2026 geldt een productiviteitsnorm van 1.365 uur per fte per jaar op basis van een 36-urige werkweek. Deze productiviteitsnorm geldt vanaf 2025 en tot nader order.
ONDERTEKENING Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland op 10 maart 2025,
De voorzitter,
De secretaris,
A.M. North
M.E. Krul-Seen
Agendapunt 5 AB 10 maart 2025: Kadernota 2026 (2025036407)
A
Voorwoord
3
1. Leeswijzer
4
2. Programmaverantwoording 2.1 Programma Milieu 2.2 Programma Bodem 2.3 Programma Omgevingsadvies 2.4 Programma Duurzaamheid 2.5 Programma Bouwen 2.6 Programma Randvoorwaardelijke Taken 2.7 Klanttevredenheid
5 6 9 11 13 15 17 19
3. Paragrafen 3.1 Lokale heffingen 3.2 Weerstandsvermogen 3.2.1 Vrije ruimte in de algemene reserve 3.2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2.3 Financiële kengetallen 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Financiering 3.5 Paragraaf Wet open overheid 3.6 Bedrijfsvoering 3.7 Staat van investeringen 3.8 Begrotingsrechtmatigheid
21 21 21 21 21 22 23 23 24 26 28 28
4. Jaarrekening 2024 4.1 Balans per 31 december 2024 4.2 Toelichting op de balans 4.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen 4.4 Overzicht van baten en lasten 4.5 Wet normering topinkomens 4.6 Rechtmatigheidsverantwoording
29 30 31 36 36 39 40
B. Bijlagen B1 SISA-bijlage B2 toelichting eindafrekening B3: programmarekening B4: programmarekening naar taakvelden B5: rapportage kwaliteitscriteria 2.3 B6: controleverklaring
43 43 46 46 46 47 52
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
2 / 57
Voorwoord Robuustheid. Dat was toch wel het woord van 2024 voor omgevingsdiensten in Nederland. Ook voor onze dienst ligt er een opgave om onze robuustheid te verbeteren en op 1 april 2026 te voldoen aan alle zes de gestelde criteria. Budgettair hebben we in 2024 al de gestelde eisen ten aanzien van innovatie (1% van de omzet) en opleidingsbudget (3% van de loonsom) met een budget-neutrale begrotingswijziging verwerkt. Inhoudelijk wordt er hard gewerkt aan het tijdig voldoen aan de kwaliteitscriteria en het opzetten van een innovatieprogramma, gecombineerd met een systematiek van jaarlijkse vernieuwing. De dienst verwacht op 1 april 2026 te voldoen aan alle robuustheidscriteria. Recent ontvingen wij een terugkoppeling van het ministerie van I en W op onze eindejaarsrapportage 2024 dat zij positief zijn over onze inspanningen en verwachten dat wij tijdig robuust zijn. Uit die terugkoppeling bleek ook dat zij over bijna de helft van de 28 diensten in Nederland minder positief overtuigd zijn. Het opzetten van het innovatieprogramma doen wij samen met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. Dit zal als resultaat hebben dat we zowel gezamenlijk innovaties doorvoeren en innovaties van elkaar overnemen, als ook dienstgerichte innovaties oppakken.
Steeds meer vinden we elkaar als diensten om waar we kunnen elkaar te helpen en samen zaken te organiseren die voor iedere dienst apart duurder zouden zijn of kwalitatief een minder resultaat zouden opleveren. Een speciaal programmateam is inmiddels ingesteld, dat elf benoemde samenwerkingsprojecten aanstuurt. Maar daarnaast weten we elkaar ook op werkvloer steeds gemakkelijker te vinden. Voor onze deelnemers komt 2026, het ravijnjaar, steeds dichterbij. Ter voorbereiding hierop heeft de Commissie financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden (FKGRHM) in onze regio een onderzoek laten uitvoeren naar de bezuinigingsmogelijkheden bij de gemeenschappelijke regelingen. Omdat de financiering van onze dienst geheel afwijkt van die van gemeenten hebben wij aangegeven mogelijkheden te zien om de begroting met 6% te laten krimpen, mits we dat op wijze mogen uitvoeren die past bij de financiering van de dienst. In de Kadernota voor 2026 is dit verder uitgewerkt. In 2024 heeft de nieuwe organisatie van de dienst verder vorm en vooral inhoud gekregen. De teamleiders hebben zich verder ontwikkeld en het werken in de teams bevalt goed, zo bleek ook uit een in het 3e kwartaal uitgevoerd medewerkersonderzoek. Over het algemeen waren de uitkomsten, in verhouding tot de benchmark, goed.
Maar er zijn ook leerpunten die we verder oppakken, zoals interne communicatie en dienstbreed samenwerken. Mede door de Coronacrisis was het vorige onderzoek al lang geleden: voornemen is nu om na twee à drie jaar het onderzoek opnieuw te laten uitvoeren en verbeteringen te kunnen aantonen. En hoewel we op allerlei soorten ongewenst gedrag al laag scoren willen we dat graag nog verder terugdringen. Tot onze spijt heeft de raad van de gemeente Noordwijk eind december 2024 besloten om alle bouwtaken terug te gaan halen en deze vanaf 1 januari 2027 zelf te gaan uitvoeren. Dat betekent voor de dienst dat een ontvlechtingsproces moet worden doorlopen, maar ook dat de winkel gewoon openblijft. Voor de medewerkers is dit een lastig proces; de leidinggevenden zijn zich hiervan bewust en besteden daar zorg en aandacht aan, zodat de medewerkers kunnen blijven doen wat ze het liefste doen: ‘gewoon’ hun werk. Ook dit jaar heeft de accountant ons een goedkeurende verklaring verstrekt. Ondanks dat we dat steeds normaler gaan vinden, zijn we daar toch weer erg blij mee! Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
3 / 57
1. Leeswijzer Het jaarverslag en de jaarrekening zijn opgesteld volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. De jaarrekening is in lijn met het BBV, de financiële verordening en de Nota Planning en Control 2020-2027. De kosten voor gemeenten zijn gebaseerd op de werkelijk bestede uren, vermenigvuldigd met een vooraf vastgesteld uurtarief. Afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de verwachte levensduur van de activa. In hoofdstuk 2 vindt u het jaarverslag, waarin per programma zowel inhoudelijk als financieel verantwoording wordt afgelegd. Hoofdstuk 3 behandelt de paragrafen, waaronder de actualisatie van de risico-inventarisatie. Hoofdstuk 4 bevat de jaarrekening, inclusief de balans met toelichting en de overzichten van baten en lasten met bijbehorende toelichtingen. Vervolgens bieden diverse bijlagen verdere verduidelijking van de jaarrekening. De controleverklaring van de accountant is als afsluitende bijlage opgenomen. Voor een betere leesbaarheid worden alle bedragen, voor zover mogelijk, afgerond op duizendtallen.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
4 / 57
2. Programmaverantwoording
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
5 / 57
2. Programmaverantwoording 2.1 PROGRAMMA MILIEU Het programma Milieu controleert bedrijven op milieuwet- en regelgeving. We verlenen vergunningen, toetsen meldingen en controleren bedrijven op het naleven van de regels. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving Uren x Tarief Materieel Totaal Uren
Begroting 2024 € 5.572.342 € 133.065 € 5.705.407 53.401
Werkplan 2024 € 5.668.918 € 80.989 € 5.749.907 54.326
Offertes 2024 € € € 111
11.531 11.531
Actueel Werkplan 2024 € 5.680.449 € 80.989 € 5.761.438 54.437
Realisatie 2024
Verschil
€ 5.942.072 € 10.318 € 5.952.390 56.944
€ € € 2.507
261.624 -70.671 190.953
Toelichting Omgevingswet Na de invoering van de Omgevingswet is het toezicht op bedrijven veranderd. In de omgevingsplannen zijn via de bruidsschat (eisen met betrekking tot geur, geluid, etc.), die geborgd is in de gemeentelijke omgevingsplannen, kaders vastgesteld waar bedrijven zich aan dienen te houden. Binnen het programma Milieu houden wij hierop toezicht. Ook is gecontroleerd en gehandhaafd op de wettelijke zorgplichtartikelen. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben wij geanalyseerd wat het juridische kader is met betrekking tot het overgangsrecht; dit is namelijk de basis waarop opgetreden kan worden. Advies Door de invoering van de Omgevingswet werden andere, complexere vragen aan ons gesteld. Hierdoor kostte onze beantwoording van deze vragen veel meer tijd dan begroot. Gezien het in verhouding lage begrote budget is deze overschrijding opgevangen binnen het gehele programma. Aandacht bedrijven Binnen onze regio zijn diverse bedrijven waarvoor integraal aandacht is of die op de bestuurlijke agenda staan. De betreffende opdrachtgevers nemen we over de voortgang vooral ambtelijk mee in het proces. Sommige dossiers komen op de bestuurlijke agenda. Hierbij informeren wij de portefeuillehouder zelf of via de milieuregisseur.
Vaak kosten deze dossiers meer tijd voor onze organisatie, meestal omdat deze dossiers een juridische impact hebben en de besluitvorming bijna altijd via een bezwaar- en/of beroepszaak wordt afgerond. Door onze inzet in deze dossiers zorgen wij ervoor dat bestuurlijk comfort wordt geboden. Helaas zijn er best wel veel dossiers die een lange adem van zowel de gemeenten als van ons vergen. Daarnaast zoeken wij actief de samenwerking met alle stakeholders (gemeente, politie, Hoogheemraadschap, NVWA, ILT, etc.). Vergunningen Door de Omgevingswet is de procedure om een omgevingsvergunning (milieu) aan te vragen voor de meeste bedrijven korter geworden. We hebben in 2024 alle binnengekomen aanvragen, adviesverzoeken en milieubelastende activiteiten (MBA’s) behandeld. De vergunningsplicht is deels voor veel bedrijven vervallen. Daarentegen zijn weer andere bedrijven onder de vergunningplicht gekomen. In 2024 zijn we gestart met de inventarisatie die voor de komende jaren leidt tot een programma, waarbij de bedrijven die onder de vergunningplicht vallen van een actuele vergunning worden voorzien.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
6 / 57
Toezicht bedrijven In 2024 hebben we bijna 100% van de uren gedraaid. Qua milieucontroles hebben we iets minder aantallen (12%) gehaald. We hebben dit jaar veel tijd moeten steken in veranderingen: tot op het laatste moment werden regels vernieuwd in de Omgevingswet, omgevingsplannen en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Door de arbeidsmarktkrapte zijn zeven nieuwe collega's binnengestroomd. Dit zorgt ervoor dat steeds minder inhuurkracht noodzakelijk is om het toezicht uit te voeren. Op het gebied van de projecten (circa 5.000 uur) hebben we onze doelstellingen behaald. Alle projecten zijn opgepakt en afgerond en op het gebied van de datakwaliteit hebben we grote stappen gezet. Alle belangrijke datavelden zijn klaar voor de conversie naar ons nieuwe zaaksysteem. Aan de hand van ondermijningscontroles en gevelcontroles zijn meer nog niet bekende bedrijven opgespoord. Hierdoor is het bedrijvenbestand verbeterd en zijn diverse aanschrijvingen opgesteld. Ondermijning Het hoofddoel van het project ondermijning was om inzicht te krijgen in de omvang en aard van ondermijnende activiteiten binnen de deelnemende gemeenten. We namen deel aan gezamenlijke acties, die leidden tot handhavingsacties en samenhangende maatregelen. Het resultaat tot nu toe is dat in alle deelnemende gemeenten significante stappen zijn gezet om ondermijning aan te pakken.
Daarnaast heeft samenwerking met en tussen de gemeenten geleid tot een beter begrip van de problematiek en de ontwikkeling van effectieve strategieën. Naar aanleiding van gezamenlijke acties zijn enkele handhavingszaken opgestart. We hebben gemiddeld circa 50 uur per gemeente aan dit project in 2024 besteed. Bijzonderheden: • In Voorschoten en Leiden hebben de bovenstaande acties geleid tot de behoefte aan extra uren voor ondermijningscontroles Dit zal in 2025 verder geconcretiseerd worden. • De gemeente Katwijk heeft de meeste uren besteed aan ondermijningsactiviteiten. Deze waren ook nodig, want het heeft geresulteerd in diverse succesvolle interventies. Administratief- en ketentoezicht We werken nauw samen met de andere omgevingsdiensten in onze provincie en zoeken daar waar nodig aansluiting bij Omgevingsdienst IJmond en Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Dit doen we om het toezicht op de afvalstromen te intensiveren en eenduidiger te maken. We verwachten dat breder wordt geïnvesteerd in ketentoezicht, ook in relatie tot het landelijk proces tot verbetering van het VTH-proces. In 2024 hebben we, in samenwerking met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland, bij een aantal bedrijven in de provincie gericht ketenonderzoek uitgevoerd. Hierbij is, indien van toepassing, ook samengewerkt met omgevingsdiensten uit andere provincies.
Geluid Met de intreding van de Omgevingswet verviel formeel een aantal beleidskeuzes die op basis van de oude wetgeving gemaakt waren. Om een nieuw houvast te creëren, is in de loop van 2024 het “afwegingskader geluid omgevingsplan” opgesteld. Dit afwegingskader vormt de basis van de (geluid)advisering die wij als dienst toepassen. Op basis van inbreng van onze deelnemers en op basis van onze eigen ervaringen zal dit kader de komende jaren geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd worden.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
7 / 57
Zeer Zorgwekkende Stoffen Steeds meer chemische stoffen blijken schadelijk voor mens en milieu. Daarom streven we ernaar Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) uit de leefomgeving te weren. Bedrijven moeten hiervoor een vermijdings- en reductieprogramma (VRP) opstellen. De Provincie Zuid-Holland heeft ons, samen met de vier andere omgevingsdiensten, opdracht gegeven om ZZS-vergunningen te actualiseren en toetsen. Komend jaar beoordelen we welke afvalverwerkers een VRP nodig hebben, met als doel eind 2026 alle VRP’s te hebben beoordeeld. Sinds eind 2023 werken Omgevingsdienst NL en RIVM samen aan kennisontwikkeling over ZZS, zoals PFAS. Onze dienst neemt deel via het regioteam Zuid-Holland-Zeeland. Dit kan leiden tot intensiever toezicht op ZZS.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
8 / 57
2.2 PROGRAMMA BODEM Bij dit programma richten we ons op het beheer en de bescherming van de bodemkwaliteit. Dit omvat het beoordelen van bodemonderzoeken, verstrekken van bodeminformatie, adviseren bij ruimtelijke ontwikkelingen en behandelen van vergunningaanvragen en meldingen. Wat zeggen de cijfers?
Omschrijving Uren x Tarief Materieel Totaal Uren
Begroting 2024 € 1.982.963 € € 1.982.963 19.003
Werkplan 2024 € 1.853.746 € € 1.853.746 17.765
Offertes 2024 € € € 0
-
Actueel Werkplan 2024 € 1.853.746 € € 1.853.746 17.765
Realisatie 2024
Verschil
€ 1.794.048 € € 1.794.048 17.193
€ € € -572
-59.699 -59.699
Toelichting Bodem en grondwater Algemeen De invoering van de Omgevingswet en de Aanvullingswet bodem heeft veel wijzigingen teweeggebracht binnen het bodemdomein. Veel overheidstaken (bevoegdheden) zijn daarom overgegaan van de provincie naar gemeenten. Tot op het laatste moment in 2023 zijn wijzigingen in het overgangsrecht vastgesteld, terwijl de wetgever dit in eerste instantie niet van plan was. Het betekende dat toch minder taken van provincie overging naar de gemeenten. Dat had voor de dienst in zijn geheel niet zo veel consequenties, maar voor de individuele opdrachtgevers wel. In eerste instantie was de verwachting dat wij voor elke gemeente meer inspanningen moesten verrichten en dit hadden we daarom zo gepland in de werkplannen van de gemeenten. Daarnaast zou de werkplanning voor de provincie veel lager uitpakken. Uiteindelijk is de besteding rond de 97% geweest. Verschuiving reguleren naar toezicht Door veranderingen van de wettelijke verplichtingen die voor het bedrijfsleven onduidelijk waren, heeft er een verschuiving van regulering naar toezicht plaatsgevonden. Door taken en personeel te verschuiven, kon goed worden ingespeeld op ontwikkelingen binnen het taakveld. Als de Omgevingswet meer is ingedaald bij het bedrijfsleven en adviesbureaus, zal naar verwachting een deel van de verschuiving teruggedraaid worden.
Bevoegdheid Voor activiteiten die onder het overgangsrecht vallen, gelden nog steeds de ‘oude’ regels. Bodemsaneringen en beheersmaatregelen duren vaak lang. Verplichtingen uit het overgangsrecht kunnen hierdoor nog lang van kracht blijven. Dit betekende bijvoorbeeld dat bij bestaande nazorglocaties werkzaamheden onder bevoegdheid bleef van de provincie. Breed bodemadvies Voor de adviesbureaus en initiatiefnemers bleken de nieuwe regels onder de Omgevingswet vaak onduidelijk. Maar ook binnen de overheden kwamen veel vragen over het toepassingsbereik en uitleg van voorschriften. Met inachtneming van het overgangsrecht zijn processen, werkwijzen en sjablonen aangepast aan de nieuwe werkelijkheid. Actualiteiten zoals de Kamerbrief over water en bodem bij ruimtelijke ordening van 25 november 2022, en nieuwe inzichten over bijvoorbeeld PFAS, waren voor ons de aanleiding om onze advisering voor het integraal omgevingsadvies onder de loep te nemen en onze kennispositie verder op te bouwen en uit te breiden.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
9 / 57
Grondwatersanering De provincie is onder de Omgevingswet het bevoegd gezag voor alle grondwatersaneringen. Dat betekent dat er meer samenwerking plaatsvindt tussen de gemeenten (die het bevoegd gezag zijn voor bodem) en de provincie. Voor onze grondwatertaken en de Zuid-Hollandse omgevingsverordening zijn de processen en sjablonen aangepast en de vrijeveldcontroles geïntensiveerd. Expertise en ervaringen zijn met andere omgevingsdiensten uitgewisseld en we hebben gezamenlijke controles uitgevoerd met Omgevingsdienst Haaglanden. Nota bodembeheer Eind 2023 is de regionale Nota bodembeheer 2023-2033 vastgesteld door tien gemeenten binnen ons werkgebied. In deze nota staat welke gebiedsspecifieke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie. In 2024 hebben wij de gemeenten ondersteund bij het implementeren van dit beleid binnen de eigen organisaties. De regionale bodemfunctieklassenkaart, bodemkwaliteitskaart en de gebiedsspecifieke toepassingskaarten zijn via onze website digitaal ter beschikking gesteld aan de gemeenten en professionele partijen. Ook bij saneringsoperaties wordt gebruik gemaakt van beleid (kaarten) uit de Nota bodembeheer 2023-2033. RSP Bodemtafel en kennisontwikkeling In 2024 hebben onze regiogemeentes subsidie verworven voor het opzetten van een Regionaal kennis SchakelPunt bodem en ondergrond.
Het doel daarvan is om onze gemeenten een stap verder te helpen om “water en bodem sturend” te implementeren in de gemeentelijk organisatie, beleid, planvorming en ontwikkeling. Tevens wordt een gezamenlijke jongerenpool opgezet. Eind 2024 is een kennisagenda opgesteld en deze vormt het startpunt voor de regio in 2025, met als doel het bestaande regionale netwerk bodem en ondergrond en de regionale bodemtafel op te laten gaan in dit kennisschakelpunt. Nieuwe ontwikkelingen in bodemland worden gevolgd, onderzocht en eventueel in samenwerking opgepakt. Het afgelopen jaar is in onze opdracht onderzoek gedaan naar een Handelingskader voor bevoegde gezagen in relatie tot ‘nieuwe’ gewasbeschermingsmiddelen. Deze handreiking is in concept gereed. Dit geeft houvast aan goed bodemonderzoek bij percelen die verdacht zijn op het voorkomen van gewasbeschermingsmiddelen. Dit handelingskader heeft een innovatieve insteek en dient als landelijk voorbeeld. PFAS Provinciebreed is toegewerkt naar een ‘Handreiking zorgplichtverontreiniging met PFAS’. Dit traject loopt parallel met het dat van het rijk, dat een gelijksoortige handreiking ontwikkelt. Bodemregels in de Omgevingsplannen We zijn in 2024 gestart met advisering aan alle gemeenten voor het opstellen van bodemregels in hun omgevingsplan.
De focus heeft gelegen op de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving, de instructieregels van de omgevingsverordening van de provincie en het omzetten van de bruidsschatregels. Deze regels zijn zoveel mogelijk beleidsneutraal overgezet.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
10 / 57
2.3 PROGRAMMA OMGEVINGSADVIES Het programma Omgevingsadvies geeft advies bij ruimtelijke vraagstukken en bouwplannen, met name op het gebied van milieu. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving Uren x Tarief Materieel Totaal Uren
Begroting 2024 € 3.368.940 € 126.500 € 3.495.440 32.285
Werkplan 2024 € 3.562.666 € 114.489 € 3.677.155 34.142
Offertes 2024 € € € 516
53.845 3.311 57.156
Actueel Werkplan 2024 € 3.642.598 € 117.800 € 3.760.398 34.658
Realisatie 2024
Verschil
€ 3.454.627 € 20.755 € 3.475.382 33.106
€ -161.883 € -97.045 € -258.928 -1.551
Toelichting Het programma Omgevingsadvies heeft betrekking op alle vragen over de ruimtelijke omgeving; onder andere over bouwplannen, omgevingsplannen en gebiedsontwikkeling. Dit jaar hebben we via de digitale samenwerkingsfunctionaliteit geadviseerd over intreding van de Omgevingswet. Daarnaast voert dit programma Schipholtaken uit en zijn we begonnen met adviseren onder de Omgevingswet. In 2024 is het aantal adviezen licht gedaald. Enkele deelnemers hebben meer adviesverzoeken ingediend, anderen minder. Door landelijke ontwikkelingen binnen het Schipholdossier constateren wij een structurele behoefte aan input richting de meeste deelnemers. We anticiperen op actuele en toekomstige ontwikkelingen binnen de ruimtelijke ordening en milieu. Een aantal thema's zal relevanter gaan worden. Denk aan de problematiek rondom Schiphol (natuur, geluid, luchtkwaliteit, enzovoorts), ontwikkelingen rondom woningbouw en de risico’s bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Omgevingswet In het eerste kwartaal van 2024 zijn we relatief veel bezig geweest met het begeleiden van de deelnemers bij de invoering van de Omgevingswet. Om de invoering van de nieuwe wet soepel te laten verlopen, hebben wij ons met dit project gericht op de ondersteuning van zowel deelnemers, als interne collega's en ketenpartners.
Mede door de verbeterde interne informatievoorziening zijn we na het eerste kwartaal van 2024 efficiënter gaan werken. Ook hield het team zich bezig met nieuwe ontwikkelingen rondom de Omgevingswet. Hierbij vond ook afstemming met ketenpartners en landelijke experts plaats. Daarnaast hebben we een start gemaakt met advisering rondom milieuregels, zodat deelnemers hun tijdelijke omgevingsplannen kunnen omzetten naar definitieve omgevingsplannen. De adviezen waren met name gericht op het omzetten van de bruidsschatregels. Wij zijn expert op deze milieuregels en hebben daarom het voortouw genomen om de gemeenten hier een voorzet voor te geven. De Omgevingsdienst West-Holland voert het VTH-proces uit rondom deze milieuregels, dus vanuit efficiëntie-oogpunt is er veel belang bij dat deze regels juist en uniform in de Omgevingsplannen terecht komen. Daarnaast zijn wij door onze gemeenten aan de voorkant van processen betrokken bij omgevingsvisies, omgevingsplannen en andere relevante projecten. Om de werkprocessen goed te laten verlopen, hebben onze specialisten hun kennis zowel verbreed als verdiept. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om omgevingsplannen te maken. Er is onder de Omgevingswet veel mogelijk, want gezondheid, duurzaamheid en milieu worden ook meegenomen in de omgevingsplannen. De komende periode gaan wij door met het adviseren over deze plannen.
Daarin gaan we, volgens de doelstellingen van de Omgevingswet, met meer partijen de samenwerking opzoeken. We hebben ons hier al
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
11 / 57
op voorbereid door samenwerkingscontracten te sluiten met ketenpartners zoals de GGD en de veiligheidsregio. Archeologie Uit deelnemersvragen blijkt dat er steeds meer behoefte is aan specialisten op het gebied van onder andere archeologie. Binnen onze dienst is deze kennis aanwezig en wij werken nauw samen met Erfgoed Leiden en Omstreken. Hierdoor kunnen wij kwalitatief goed adviezen verstrekken. Archeologie is iets waar bijna alle bouwplannen mee te maken hebben. In onze rol als integraal adviseur is het daarom nuttig en efficiënt om dit thema mee te nemen in onze advisering aan de gemeenten. Schipholadvisering Het programma Omgevingsadvies adviseert en ondersteunt gemeenten uit de regio over vlieghinder. Daarnaast hebben we in 2024 actiepunten uitgevoerd die voortvloeiden uit verschillende overleggen. We hebben gemeenten die deelnamen aan de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS) geholpen bij de voorbereidingen van deze overleggen. Ook organiseerden we informatieavonden en hebben we op basis van de geluidmetingen van Sensornet jaarlijkse rapportages gemaakt over vlieggeluid in de regio. In 2024 zijn vier zienswijzeprocedures gevoerd, waar vanuit onze regio een zienswijze op de ‘Schipholplannen’ is ingediend. Wij hebben de gemeenten hierbij geassisteerd. Een belangrijk onderzoek dat is uitgevoerd is de quickscan ‘Primaire banen Schiphol’.
Hierin is onderzoek gedaan naar de gevolgen van het vliegverkeer van de Kaagbaan en de Polderbaan. De quickscan is in drie fases uitgevoerd: 1. Feitenbasis opstellen (feitelijk inzicht in de ontwikkeling van het vliegverkeer op de primaire banen voor de periode 2013-2019 en 2022); 2. Identificatie van aandachtspunten wat betreft geluidhinderbeleving door vliegverkeer van de primaire banen (in samenwerking met bewonersvertegenwoordigers); 3. Identificeren van oplossingsrichtingen (op korte en/of middellange termijn, binnen de bestaande afspraken). Het onderzoek is afgelopen september afgerond. Vanuit fase 2 zijn 13 aandachtspunten geïdentificeerd. In fase 3 zijn hierbij 20 potentiële oplossingsrichtingen uitgekomen. Een beschrijving van de aandachtspunten en oplossingsrichtingen is met onze deelnemers gedeeld.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
12 / 57
2.4 PROGRAMMA DUURZAAMHEID Het programma Duurzaamheid houdt zich bezig met de belangrijke vraagstukken rondom de energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving Uren x Tarief Materieel Totaal Uren
Begroting 2024 € 1.296.705 € 472.445 € 1.769.150 12.427
Werkplan 2024 € 1.195.590 € 475.930 € 1.671.520 11.458
Offertes 2024 € 16.435 € 264.819 € 281.254 158
Actueel Werkplan 2024 € 1.212.025 € 740.749 € 1.952.774 11.615
Realisatie 2024
Verschil
€ 1.119.211 € 610.145 € 1.729.356 10.726
€ € € -889
-92.814 -130.603 -223.417
Toelichting Energietransitie en energietoezicht Dit programma richt zich op de uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot energiebesparing en de informatieplicht van bedrijven. De geplande controles op het Energielabel C zijn dit jaar uitgevoerd en alle kantoren voldoen. Onze focus lag in 2024 op het binnenhalen van de meldingen informatieplicht Energiebesparing. Biodiversiteit Bijenlandschap Samen met de Provincie en andere partners zijn we gestart met de uitvoering van het strategisch plan. Er zijn diverse bijeenkomsten georganiseerd en er is een helpdesk bijenloket gestart. In samenwerking met de provincie is de Wijkbijen- en gidsbijencampagne opgezet. Daarnaast hebben we andere omgevingsdiensten in de provincie ondersteund bij het opzetten van de organisatiestructuur van een bijenlandschap. Noordvoort Voor dit strandreservaat tussen Noordwijk en Zandvoort is handhavingsovereenkomst getekend met diverse partijen zoals Staatsbosbeheer, gemeente Noorwijk en Zandvoort, Waternet en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Circulaire economie In 2024 hebben we voor de kantoren, winkel en dienstensector het project Leiden Circulair opgezet. We hebben een enquête voorbereid om op de halen wat deze sector doet met hun afval en wat hun kennisniveau is. Daarnaast zijn we verder aan de slag gegaan met de provincie op het gebied van circulaire economie.
We hebben rapporten en factsheets gemaakt over de realisatie van circulaire betonstromen en het inzamelen van elektrische apparatuur. Klimaatadaptatie In 2024 zijn we beperkt aan de slag gegaan met het adviseren van gemeenten bij omgevingsplannen op het gebied van onder andere duurzaam bouwen, gebruik van bodem en ondergrond en ecologie. Dit betrof vooral voorbereidend werk en afstemming met omgevingsdiensten die deze dienstverlening al verder hebben ontwikkeld. Regionale samenwerking & RES Samen met de Provincie Zuid-Holland en de andere omgevingsdiensten werken we samen in netwerkstructuren zoals het ‘Netwerk Nieuwe Energie’ en het ‘Netwerk Circulaire economie en Zeer Zorgwekkende Stoffen’. Zo trekken we provinciebreed op en ontwikkelen we samen onze kennis en kunde Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
13 / 57
waarmee we bedrijven en deelnemers helpen duurzamer te worden. In 2024 hebben we vooral veel input geleverd aan het Regionale Energie Strategie door deel te nemen aan de diverse overleggen. Subsidies, leningen en energiescans Wij continueren het behandelen, verlenen en vaststellen van aanvragen voor gemeentelijke duurzaamheidssubsidies, duurzaamheidsleningen en energiescans. Hier is gemeente Oegstgeest in 2024 aan toegevoegd. We hebben een aanbesteding op het gebied van energiescans gedaan en afgerond en ook voor het Regionaal Energieloket (voorheen duurzaam bouwloket) is een aanbesteding gedaan en afgerond.
Agendapunt 4 DB 7 april 2025: Jaarstukken 2024 (2025036403)
14 / 57
2.5 PROGRAMMA BOUWEN Tot de belangrijkste taken van het programma Bouwen behoren vergunningverlening, toezicht en handhaving en asbest- en gevelsanering. Wat zeggen de cijfers? Omschrijving Uren x Tarief Materieel Totaal Uren
Begroting 2024 € 4.504.790 € 40.000 € 4.544.790 43.170
Werkplan 2024 € 4.809.596 € 40.000 € 4.849.596 46.091
Offertes 2024 € € € 0
-
Actueel Werkplan 2024 € 4.809.596 € 40.000 € 4.849.596 46.091
Realisatie 2024
Verschil
€ 4.411.694 € 111.226 € 4.522.920 42.278
€ -397.902 € 71.226 € -326.676 -3.813
Aandachtspunt Vanaf september 2024 zien we een onderbesteding van uren binnen het programma Bouwen. Dit is gemeld in de 2e Bestuurlijke Rapportage met een potentieel risico van € 800.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het achterblijven van benodigde adviezen vanuit de desbetreffende deelnemer voor de afhandeling van dossiers. Dit heeft geleid tot een stuwmeer aan openstaande dossiers. Het was voor de dienst niet mogelijk om op korte termijn volledig af te schalen in formatie, omdat er ook sprake dient te zijn van een minimum vaste formatie. Dit wil niet zeggen dat de dienst geen maatregelen heeft getroffen. Er is ingezet op het beperken van de financiële gevolgen en de dienst is hier voor een groot deel in geslaagd. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een tekort op de bouwtaken Noordwijk van ca. € 327.000. Deze kosten zullen in rekening worden gebracht bij de gemeente Noordwijk op basis van de Nota Planning & Control tot een hoogte van 98% van het afgesproken werkplan 2024, zijnde € 326.676. Eind 2024 heeft de gemeenteraad van de gemeente Noordwijk het besluit genomen de bouwtaken zoals belegd bij de dienst per 1 januari 2027 zelf te gaan uitvoeren. Dit heeft gevolgen voor de dienst die in de loop van 2025 inzichtelijk zullen worden gemaakt.