CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

2443 Aanbiedingsbrief dd 04-04-2024 BSGR Begrotingswijziging 2024 en Concept begroting 2025-2028 (incl. bijlagen)

Gemeenteraad Voorschoten 11 april 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Brief van instelling / burger27.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Naast het mogelijk ruimere eigen gemeentelijk belastinggebied, worden in de beschouwing ook alternatieven voor de onroerende zaakbelasting (ozb) betrokken. Inmiddels is voorzichtig sprake van het invoeren van een ingezetenenheffing, waarin mogelijk ook de ozb geïncorporeerd zal worden. Dit laatste zou kunnen helpen om de oplopende uitvoeringskosten voor steeds meer maatwerkheffingen in de hand te houden. Kostenbesparingen zijn immers gebaat bij vergaande standaardisatie. Basisregistraties: een update Lag in voorgaande jaren de nadruk op de invoering en implementatie van een aantal basisregistraties, waaronder het Handelsregister en de LV WOZ, in de komende jaren zal de focus nadrukkelijk liggen op het beheer hiervan. De eerste beheertools zijn inmiddels ontwikkeld en in gebruik. Het (door)ontwikkelen van deze tools moet leiden tot een beheersituatie op de vakafdelingen. Er is sprake van een voorgestane wijziging van het informatiemodel van de LV WOZ. Na rijp beraad met de achterban is dit idee tijdelijk geparkeerd. De kosten voor IM-WOZ zijn dermate hoog dat ze niet in verhouding staan tot de verwachte revenuen. Ook Common-Ground heeft de afgelopen tijd weinig voortgang geboekt. Softwareontwikkelaars bleven de ontwikkelingen volgen maar hebben, op een enkeling na, geen stappen genomen om CommonGround te omarmen. De richting was te onduidelijk.

Inmiddels heeft vanuit Common-Ground wel een heroverweging plaatsgevonden. Common-Ground moet een programma zijn voor en door álle gemeenten en niet van een enkele zoals nu het geval is. Er wordt van Common-Ground dan ook een project gemaakt, waarbij eenieder wordt betrokken. De basisregistratie Kadaster BRK 2.0 is in augustus 2023 in gebruik genomen. De komende jaren zullen in het kader staan van het beheer van de nieuwe software die hiermee gepaard gaat. Uiteraard zal er na implementatie gewerkt moeten worden aan de ontstane uitval. Ditzelfde geldt voor de basisregistratie Handelsregister, deze is eindelijk zover dat er echt mee gewerkt kan worden. De kwaliteit is nog suboptimaal maar wel beter dan het oude bestand van de Kamer van Koophandel. Naast de basisregistraties spelen er op het vlak van ICT ook nog andere ontwikkelingen, zoals GDI en GGI die gevolgen gaan hebben voor de bedrijfsvoering binnen de afdeling Heffen. Werkprocessen zullen op een andere wijze moeten worden opgezet, mogelijk worden werkprocessen in de uitvoering gecompliceerder. De medewerkers zullen dan ook middels opleiding in staat moeten worden gesteld om de komende ontwikkelingen te kunnen blijven volgen. Dit speelt temeer daar landelijk een erosie van belastingkennis wordt geconstateerd. Evenals bij de Rijksbelastingdienst gaat veel ervaren personeel de komende 5-8 jaar met pensioen.

Ook hier kan standaardisatie van heffingssoorten en processen een uitkomst betekenen.

Begroting 2025-2028

11

Beheer in de Cloud In steeds toenemende mate worden er door IT-bedrijven diensten aangeboden in de Cloud. Kostenbesparing en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de Cloud en de komende jaren zal landelijk gezien het aantal diensten en oplossingen dat in de Cloud draait, alleen maar verder toenemen. Ook onze softwareleverancier, Centric, gaat zijn software de komende jaren aanbieden vanuit de Cloud. Dat wil zeggen de software aanbieden middels een SaaS-oplossing (Software as a Service). Alhoewel deze ontwikkelingen bij onze softwareleverancier forse vertraging hebben opgelopen, zal BSGR zodra zowel voor alle gemeentelijke – als waterschapsheffingen een SaaS versie beschikbaar komt hiertoe overgaan. De overgang naar SaaS heeft wel de nodige consequenties, zowel voor de variaties van de gehanteerde heffings-methodieken als op het personele vlak. De verwachting is dat: • Vanuit de Cloud een standaardpakket zal worden aangeboden. Standaardisatie van heffingstechnieken wordt de norm, waarbij voor eventueel maatwerk per organisatie afzonderlijk zal moeten worden afgerekend. • Onderhoud van de software een stuk eenvoudiger en overzichtelijker zal worden, aangezien er primair nog maar één systeem behoeft te worden onderhouden. • De inzet van eigen dan wel ingehuurd applicatiebeheer kan worden ingeperkt.

Het overgrote deel van de werkzaamheden vindt dan immers plaats bij de leverancier. Voor belastingorganisaties en gemeenten en waterschappen die hun belastingtaak nog zelf uitvoeren zal er overigens geen ontkomen zijn aan de overstap naar de Cloud. De verwachting is dat op middellange termijn alle aanbieders van software voor lokale heffingen dit nog slechts zullen doen op basis van een SaaS. Indien men hier nog aan wil ontkomen is het enige alternatief het zelf bouwen van een applicatie, iets wat de BSGR als niet haalbaar beschouwt. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatiseringskosten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Bijdragen deelnemers Overig Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Resultaat na bestemming

2.897 120 339 3.356

Primaire begroting 2024 3.069 329 353 3.752

Gewijzigde begroting maart 2024 2.050 150 0 2.200

-3.261 -95 -3.356 0 0 0 0 0

-3.752 0 -3.752 0 0 0 0 0

-2.200 0 -2.200 0 0 0 0 0

Jaarrekening 2023

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

2.182 176 0 2.358

2.182 176 0 2.358

2.182 176 0 2.358

2.182 176 0 2.358

-2.358 0 -2.358 0 0 0 0 0

-2.358 0 -2.358 0 0 0 0 0

-2.358 0 -2.358 0 0 0 0 0

-2.358 0 -2.358 0 0 0 0 0

De personeelslasten zijn voor 2025 opgehoogd met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten en areaaluitbreiding, terwijl voor de jaren erna geen verhogingen zijn meegenomen. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten. De ICT-lasten, inclusief de doorbelastingen naar de andere programma’s, zijn sinds de begrotingswijziging van maart 2024 overgeheveld naar het Programma Overhead / Bedrijfsvoering.

Begroting 2025-2028

12

Programma 2: Informatie & Inning Onderwerp Het programma Informatie & Inning omvat het gehele proces van doelgerichte acties om de opgelegde aanslagen in te vorderen: binnengekomen belastinggelden worden ingeboekt, in voorkomende gevallen wordt automatisch dan wel na beoordeling kwijtschelding verleend en zo nodig worden belastingplichtigen gemaand tot betalen. De aanmaningen kunnen uitmonden in een traject van dwanginvordering. De BSGR verzorgt het gehele invorderingsproces, inclusief de dwanginvordering, grotendeels zelf. Daarnaast bevat dit programma de klantencontacten in de vorm van correspondentie, algemene telefoonbeantwoording en balie- en receptiewerkzaamheden. Tenslotte omvat het programma de behandeling en afdoening van bezwaar- en beroepschriften inzake respectievelijk invorderingskosten en kwijtscheldingen. Wat gaan we doen? De BSGR en dus ook de afdeling I&I blijven de maatschappelijke trend volgen met betrekking tot meer maatschappelijk invorderen. Door de decentralisering in het sociale domein wordt van lokale overheden verwacht dat zij hier een actieve invulling aan geven. Er dient dus al in een vroeg stadium een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen 'niet kunnen' en 'niet willen' betalen van aanslagen. Vroegsignalering wordt bij gemeenten steeds verder uitgebreid om de schuldenproblematiek zo vroeg mogelijk aan te pakken en erger te voorkomen.

De sociale dienst van de gemeente kan met belangrijke organisaties zoals woningbouwverenigingen, zorgverzekeraars, energieleveranciers, sociale verzekeringsbank, etc. een convenant afsluiten, waarin wordt afgesproken dat indien er bij één van de aangesloten organisaties een betalingsachterstand ontstaat, een sociaal wijkteam wordt ingeschakeld om met de betreffende burger in gesprek te gaan om tot een oplossing te komen en betaalafspraken te maken. Gemeentelijke heffingen maken wettelijk nog geen deel uit van vroegsignalering, maar er zijn bij tien gemeenten (oa. Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht en Purmerend) inmiddels pilots gestart om te beoordelen of deze heffingen in de nabije toekomst ook onder deze regeling zouden kunnen gaan vallen. Burgers kunnen indien gewenst op afspraak langskomen bij het kantoor van de BSGR, ook voor het uitvoeren van een betaling. Hoewel het aantal bezoekers de afgelopen jaren steeds verder terugloopt, blijft dit een contact- en betaalmogelijkheid voor burgers die gewaardeerd wordt Degenen die 'niet willen' betalen, zullen eerder, maar ook "harder" en gerichter dienen te worden aangepakt. De mogelijkheden om te betalen (per pin/contant aan de deurwaarder, maar ook via een betaallink per sms of email) zijn er al, maar ook de inzet van de deurwaarders wordt hier meer en meer op ingezet, waarbij op resultaat gestuurd wordt.

Kinderopvangtoeslagaffaire In 2021 heeft de BSGR een start gemaakt met de Verzamelwet hersteloperatie Toeslagen. Dit houdt in dat van elke mogelijke gedupeerde van de Toeslagenaffaire in de administratie dient te worden gecontroleerd of er sprake is van openstaande schulden t/m belastingjaar 2020. Deze dienen bij gedupeerden te worden kwijtgescholden. Daarnaast dienen bij gedupeerden eventueel betaalde bedragen ná 2020 (maar wel bestemd voor vorderingen t/m belastingjaar 2020) te worden terugbetaald. Omdat gedupeerden zich nog t/m 31 december 2023 konden melden bij de Rijksbelastingdienst (RBD) en de afwikkeling door de RBD erg moeizaam en langzaam verloopt, zal de BSGR ook de komende jaren maandelijks controles uitvoeren en gedupeerden individueel berichten over de afwikkeling. Door het Ministerie van Financiën is besloten dat het compensatiebedrag van € 30.000,- dat gedupeerden ontvangen vanuit de Rijksbelastingdienst, niet zal worden uitgesloten van het vermogensonderdeel bij het aanvragen van kwijtschelding. Dit is omdat alle openstaande schulden door publieke en private schuldeisers zijn kwijtgescholden en er een compensatie voor de geleden schade is uitbetaald, waardoor gedupeerden een 'schuldenvrije' start krijgen. Concreet betekent dit dat gedupeerden die eerder recht hadden op kwijtschelding dit mogelijk niet meer zullen krijgen.

Daarnaast ziet de BSGR de volgende ontwikkelingen op zich afkomen: Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet) Het wetsvoorstel 'Fiscale Vereenvoudigingswet 2017' beoogt de burger betere rechtsbescherming te bieden tegen de beslissing op een verzoek om kwijtschelding en tegen de beslissing op een verzoek om uitstel van betaling.

Begroting 2025-2028

13

Deze wijziging betekent dat op een uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek in plaats van een administratief beroep, een bezwaar kan worden ingediend. Met deze mogelijkheid wordt de Invorderingswet gelijk getrokken aan de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. De implementatie is door vertragingen bij de Rijksbelastingdienst voorlopig uitgesteld. De ingangsdatum is in 2023 bepaald op januari 2027(*). Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. In de nieuwe wet zou er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift kunnen worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van 6 weken extra kosten voor de BSGR met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan : • Dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn (€ 1.442,- p/s) • Kosten voor beroepsprocedures • Griffierechten te betalen voor kwetsbare doelgroepen • Proceskosten bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken.

Dit zou voor NCNPbureaus interessant kunnen zijn om zich op deze markt te begeven. De wetswijziging per 01 januari 2024 waarin sprake is van een verlaging van proceskosten die tevens aan de burger dienen te worden uitbetaald, is nog niet voor eventuele bezwaren tegen kwijtscheldings-verzoeken van toepassing. • De BSGR heeft in samenwerking met Centric het kwijtscheldingsproces wel al zodanig ingericht dat al zo veel mogelijk gewerkt kan gaan worden conform de genoemde behandeltermijn. (*) = kosten als gevolg van de inwerkingtreding van de wet zijn niet in de begroting opgenomen, maar zouden net als de afgelopen jaren bij de WOZ-bezwaren aanzienlijk kunnen zijn. Robotisering / Artificiële Intelligentie De BSGR werkt met name met 'scripting' (processen die door een programma uitgevoerd worden, of aanvullend op een proces worden uitgevoerd). Omdat de BSGR zal overgaan naar de cloudversie van het belastingpakket, zullen alle scripts die momenteel worden gebruikt ter efficiency en/of controle van de huidige processen, dienen te worden (her)beoordeeld. Bezien wordt of deze in de nieuwe cloudversie kunnen dan wel moeten worden opgenomen. Daar waar ‘scripting’ niet meer mogelijk is of teveel (onderhoud)geld kost, kan RPA (Robotic Process Automation) of robotisering een oplossing zijn.

RPA is de automatisering van op business rules gebaseerde bedrijfsprocessen door middel van een software-applicatie of een 'software robot'. Met name processen die een hoog repeterend karakter kennen qua verzamelen, invoeren en valideren van informatie uit systemen of spreadsheets komen hiervoor in aanmerking. Hardheidsclausule Invorderingswet 1990 In het Belastingplan 2024 is voorgesteld om een hardheidsclausule in de Invorderingswet 1990 op te nemen. Hiermee wordt het mogelijk om bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet te komen als er zich onvoorziene onbillijkheden van overwegende aard voordoen bij toepassing van de wet. Bij eventuele toepassingen van de hardheidsclausule zal dus maatwerk dienen te worden toegepast. Eventuele kosten van dit maatwerk zijn niet in de begroting opgenomen omdat deze vooraf niet bekend zijn. Kwijtschelding 3.0 Het doel van Kwijtschelding 3.0 is dat de burger in toenemende mate zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens en deze beschikbaar stelt voor organisaties. Het idee is dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze zelf verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek.

Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor burgers zal hierbij een steeds belangrijkere rol gaan spelen, maar ook de mogelijkheden die burgers in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er (automatiserings)aanpassingen in het proces dienen plaats te vinden, maar zou ook mogelijk formatieve consequenties kunnen hebben. Een tegengeluid rondom kwijtschelding is dat sommige waterschappen en gemeenten er voor willen kiezen juist geen of beperkt kwijtschelding te verlenen. Een voorbeeld is om voor het vastrecht van Diftar wel kwijtschelding te verlenen maar voor het aangeboden vuil niet. Met de huidige

Begroting 2025-2028

14

kostenstijgingen en inflatie zijn het afgelopen jaar de vermogensnormen nog verder opgetrokken waardoor meer burgers in aanmerking kunnen komen voor kwijtschelding. Teveel verschillende varianten kunnen overigens wel leiden tot onduidelijkheid bij de burgers en problemen bij de verwerking in het belastingsysteem. Immers op een combibiljet waar verschillende variaties gehanteerd worden is dit niet alleen onduidelijk voor de burger maar ook automatiseringstechnisch lastig uitvoerbaar. Net niet in aanmerking komen voor kwijtschelding maar toch niet rond kunnen komen. Deze gevallen komen helaas vaak voor, zeker met de huidige kostenstijgingen en inflatie. Dit komt doordat de berekening van de betalingscapaciteit (= inkomen minus woonlasten minus zorgkosten minus rijksnormbedrag), te ingewikkeld is geworden. Hierdoor kan het voorkomen dat burgers met een iets lager inkomen wel huurtoeslag ontvangen, maar dan geen kwijtschelding krijgen, terwijl burgers met een hoger inkomen, maar zonder huurtoeslag, wel kwijtschelding krijgen. Het totaalbedrag van kwijtschelding is veelal lager dan het totaalbedrag van huurtoeslag, waardoor iemand met een lager inkomen uiteindelijk meer netto te besteden heeft dan iemand met een hoger inkomen. Herziening incassostelsel Het Nederlandse incassostelsel nodigt uit tot escalatie.

Vorderingen lopen hoog op door bijkomende kosten en het systeem zet aan om schuldeisers te laten gaan voor eigen gewin. In een onderzoeksrapport ‘Schulden klein houden en perspectief bieden’ worden aanbevelingen gedaan voor een fundamentele verandering van het stelsel van schulden, vorderingen en incasso. Kern van de voorgestelde aanbevelingen is een verschuiving van de focus: van inning die niet langer gericht is op afzonderlijke vorderingen maar op collectief belang van debiteur en schuldeisers. Een en ander zou kunnen leiden tot aanzienlijk lagere invorderingsopbrengsten voor de deelnemers en daarmee minder inkomsten. Dwanginvordering De focus van invordering ligt op het voorkomen van 'instroom' van nieuwe wanbetalers. Invordering zal meer en meer informatie-gestuurd worden. Het vooraf raadplegen van verschillende interne en externe informatiebronnen kan mede bepalen welke invorderingsactie de meeste kans op resultaat biedt. De belastingdeurwaarders van de BSGR kunnen bij hun bezoek aan wanbetalers beoordelen welke invorderingsmaatregelen het beste kunnen worden ondernomen. Is een kwijtscheldingsverzoek niet (meer) mogelijk, of reeds eerder afgewezen, dan kan er natuurlijk direct (gedeeltelijk) per PIN of contant worden betaald. Het leggen van beslag op roerende zaken is aan het veranderen.

Wettelijk mag er op steeds minder roerende zaken beslag worden gelegd omdat zaken als eerste levensbehoefte worden gerekend (televisie, computer, etc.). Sinds 2021 is het enerzijds makkelijker geworden voor deurwaarders om 'administratief' beslag te leggen op een auto, maar anderzijds wordt het steeds lastiger om nog beslag te kunnen leggen door de opkomst van 'private-lease' omdat het eigendom van de auto dan ligt bij de leasemaatschappij. Het leggen van derdenbeslag (bankrekening) wordt door banken enkel nog elektronisch toegestaan, waardoor dit via een beveiligde emailomgeving moet worden gedaan. Als eerdere invorderingsacties geen gewenst resultaat opleveren, is een laatste actie veelal een binnentreding conform artikel 44 van de Invorderingswet. Hierbij wordt onder toezicht van een Hulpofficier van Justitie toegang tot de woning van de belastingplichtige geforceerd, waarna de deurwaarder in staat is om beslag op roerende zaken te leggen. Een andere laatste actie kan zijn, in het geval van eigendom, het leggen van beslag op onroerende zaken. Hiermee kan een verkoop van een onroerende zaak worden geblokkeerd bij de notaris. De wanbetaler wordt gedwongen zijn schuld te voldoen om de verkoop doorgang te laten vinden, dan wel de schuld wordt verrekend met de verkoopsom.

Mocht een minnelijk akkoord niet mogelijk zijn met alle schuldeisers, dan kan de rechter besluiten tot het traject Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Dit is een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om een burger na 18 maanden (t/m 2023 was dit 36 maanden) weer schuldenvrij te laten zijn. Er is dan sprake van extern budgetbeheer (bewindvoering) bij de burger. Aan het einde van de WSNP ontvangen alle schuldeisers een percentage van de vordering tegen finale kwijting. Dit bedrag zal veelal lager worden nu de termijn is aangepast van 36 naar 18 maanden. Samenvattend betekent dit dat invorderen richting toekomst steeds meer informatie gestuurd wordt en digitale procesgangen vraagt van de BSGR. Het schriftelijk administratieve werk is steeds meer aan het verdwijnen. De vrijkomende capaciteit wordt ingezet om steeds pro-actiever burgers te benaderen.

Begroting 2025-2028

15

Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Bijdragen GDI Automatisering Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Doorbelastingen GDI Uitvoeringskosten KTA Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Resultaat na bestemming

1.677 836 -4 288 2.796

Primaire begroting 2024 1.943 815 164 240 3.162

Gewijzigde begroting maart 2024 1.856 902 164 46 2.968

-2.806 28 -17 -2.796 0 0 0 0 0

-2.998 -164 0 -3.162 0 0 0 0 0

-2.804 -164 0 -2.968 0 0 0 0 0

Jaarrekening 2023

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

1.974 948 172 48 3.142

1.974 948 172 48 3.142

1.974 948 172 48 3.142

1.974 948 172 48 3.142

-2.970 -172 0 -3.142 0 0 0 0 0

-2.970 -172 0 -3.142 0 0 0 0 0

-2.970 -172 0 -3.142 0 0 0 0 0

-2.970 -172 0 -3.142 0 0 0 0 0

De personeelslasten zijn voor 2025 opgehoogd met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten en areaaluitbreiding, terwijl voor de jaren erna geen verhogingen zijn meegenomen. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten, waarbij opgemerkt wordt dat de kosten van het print- en drukwerk en de bankkosten in de begrotingswijziging van maart 2024 gestegen zijn. Voor wat betreft de automatiseringskosten, de overheveling van dit budget van programma Informatie & Inning naar programma Overhead / Bedrijfsvoering zorgt ervoor dat er in de begroting geen doorbelasting van de automatiseringskosten meer plaatsvindt. De resterende automatiseringslasten betreffen de telefonie.

Begroting 2025-2028

16

Programma 3: Waarderen De Belastingsamenwerking voert voor haar deelnemers de Wet Waardering Onroerende Zaken (de WOZ) uit. Het programma Waarderen omvat het beheer van gegevens van objecten, benodigd om tot een jaarlijkse waardebepaling en waarde-vaststelling van die objecten te komen en deze gegevens en waarden beschikbaar te stellen aan de interne processen en externe afnemers. Onder het gegevensbeheer valt ook het onderhouden van de relaties tussen de WOZ en (externe) basisregistraties, bijvoorbeeld de basisregistratie BAG bij de gemeenten. De BSGR voert het WOZ proces inclusief de taxaties grotendeels in eigen beheer uit. Daarnaast omvat het programma Waarderen alle activiteiten met betrekking tot het tijdig (juridisch) behandelen en afdoen van waarde gerelateerde bezwaarschriften en wordt verweer opgesteld en gevoerd tegen zowel ingediende WOZ-als plichts- en maatstaf(hoger)beroepschriften. De uitvoering van de activiteiten dient plaats te vinden conform het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer.

Wat gaan we doen? Voor de belastingsector van gemeenten en waterschappen en specifiek voor de BSGR bieden onder andere de lange-termijn-agenda van de Landelijk Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en het strategiedocument van de Waarderingskamer (tot 2025) een handvat voor de thema's, ontwikkelingen en initiatieven welke de komende jaren binnen het belastingdomein te verwachten zijn. Specifiek voor de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) biedt het strategiedocument van de Waarderingskamer (2020-2025) en het jaarlijks geactualiseerde werkplan, inzicht in de belangrijkste onderwerpen binnen de ontwikkelingen op het gebied van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en de verwachte invloed daarvan op de werkzaamheden binnen het WOZ-domein. Voor het maatschappelijk draagvlak en het vergroten van vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden is het van belang dat de WOZ-uitvoering, zowel op het vlak van gegevensbeheer als WOZtaxaties, mee blijft ontwikkelen met maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Met het hoge digitaliseringstempo zal de komende periode steeds meer gestuurd worden op het standaardiseren van processen, aansluiting op open data en verminderen van complexiteit. Door gebruik te gaan maken van SAAS-oplossingen kunnen in de toekomst vernieuwingen eenvoudiger en sneller worden doorgevoerd tegen een lagere prijs-kwaliteitverhouding.

Dit is echter ook één van de onderwerpen welke vertraging oplopen en waarvan de planning verder richting de toekomst getrokken wordt. Tussen 2025 en 2028 zullen zich binnen de drie disciplines op de afdeling WOZ (waarderen, objectenbeheer en bezwaar & beroep) een aantal relevante ontwikkelingen gaan voordoen die invloed hebben op het (toekomstige) werk van de medewerkers. Belangrijk is om bij deze ontwikkelingen aan te sluiten, daarop te anticiperen en vooral medewerkers de mogelijkheid te bieden mee te ontwikkelen (‘boeien en binden’). Waarderingsapplicatie De waarderingsapplicaties (lees: taxatiemodellen) hebben zich de afgelopen jaren in hoog tempo (door)ontwikkeld. Voor de traditionele taxatiemodellen gebaseerd op sec vergelijkings- of (lineaire) regressiemethodieken, zoals bij het huidige taxatiemodel van de BSGR, zal innovatie en aanvullende ontwikkeling richting integratie met Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning (ML) de komende jaren noodzakelijk worden. De nieuwe generatie taxatiemodellen kunnen veel flexibeler worden ingericht en maken in toenemende mate al gebruik van AI-technieken. Verschillende vormen van (open data) informatie kunnen steeds eenvoudiger worden ingepast in of toegevoegd worden aan deze nieuwe applicaties.

Met name (specifieke) informatie over de locatie is steeds meer massaal beschikbaar; hierbij kan ook gedacht worden aan informatie rondom duurzaamheid, energie-labels en/of informatie rondom de toenemende verzakkingsproblematiek. Het huidige waarderingsmodel voldoet – naast performance -issues - op een aantal vlakken niet voldoende aan de doorontwikkelingsvereisten. Het nieuwe waarderingspakket zal naast toekomstbestendigheid en een hoge(re) mate van transparantie ook voordelen moeten brengen in de performance en daarmee in de efficiëntie. De betrouwbaarheid van de kwaliteit van de uitkomst van de (nieuwe generatie) taxatiemodellen zal getoetst worden aan de hand van (internationale) standaarden. De marktverkenning zal in 2024 worden opgestart waarna de Europese aanbesteding in 2025 afgerond kan worden; ingebruikname kan dan naar verwachting in 2026 plaatsvinden.

Begroting 2025-2028

17

Vernieuwing/modernisering taxatieverslag Naast betrouwbaarheid is ook transparantie een belangrijk criterium voor borging van kwaliteit. De BSGR is vanaf 1 januari 2025 verplicht om het moderne taxatieverslag woningen aan de inwoners ter beschikking te stellen. Naast de traditionele gegevens die op het huidige taxatieverslag zichtbaar zijn, is hierbij het uitgangspunt dat de inwoners – in brede zin - meer inzicht gegeven wordt in de gegevens welke ten grondslag liggen aan de vastgestelde WOZ-waarde. Meer transparantie over kenmerken, waardeontwikkelingen en liggingsaspecten kan zorgen voor een hoger acceptatieniveau. De huidige waarderingsapplicatie kan, in de huidige vorm, deze informatie (nog) niet massaal in de gewenste vorm beschikbaar stellen. Deze eis zal meegenomen worden in bovengenoemd aanbestedingstraject. Regie op eigen WOZ-gegevens Om de uitvoering van de WOZ uitvoerbaar (en betaalbaar) te houden zal de komende jaren onderzocht worden hoe de input van de inwoners maximaal vertaald kan gaan worden richting de taxatiemodellen en daarmee de vastgestelde waarden.

Op de maatschappelijke ontwikkeling die stelt dat iedereen recht heeft op het inzien van gegevens die de overheid over hem/haar geregistreerd heeft, kan worden aangesloten door inwoners en bedrijven de mogelijkheid te bieden om de in de WOZ-administratie geregistreerde informatie te controleren en te verrijken. De voorkeur gaat uit naar een (landelijk) uniform (woning)loket. Samen met onder andere de Waarderingskamer, de ministeries en andere gemeenten en samenwerkingsverbanden investeert de BSGR actief in deze innovatie. Vanzelfsprekend zal aan de hand van analyses een aantal controletools ingezet moeten worden. Naast transparantie levert bovenstaande ook een reductie op in het aantal bezwaarschriften: met name de secundaire kenmerken vormen op dit moment het grootste aandeel in de reden waarom de WOZ-waarde in de bezwaarfase wordt verlaagd. Naar verwachting is hiervoor een aanpassing in de huidige waarderingsinstructie nodig; de voorbereidingen zullen in 2024 en 2025 plaatsvinden; mogelijke invoering wordt in 2026 verwacht.

Uniforme vastgoedregistratie Binnen het interbestuurlijk samenwerkingsverband Dis Geo (doorontwikkeling in samenwerking van de Geo-basisregistraties) werken verschillende partijen samen aan het ontwerp van een samenhangende objectenregistratie (SOR) waarbij de randvoorwaarden, waaronder de organisatie van de SOR, de rollen en verantwoordelijkheden van partijen (waaronder de samenwerkingsverbanden), de governance en de financiering, de komende jaren verder uitgewerkt zullen gaan worden door o.a. het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK), het Kadaster, de Waarderingskamer en de VNG. Het aanvankelijk gestelde streefbeeld voor doorontwikkeling en introductie richting 2025 is niet haalbaar gebleken. De Waarderingskamer geeft op dit vlak aan zorgen te hebben over het (verder) uitblijven van duidelijkheid over de beoogde SOR (en het common-ground-principe). Het feit dat er geen helderheid is rondom de financiering van de implementatie en het beheer van de SOR speelt hierin een rol .Dit kan invloed hebben op de doorontwikkeling van de WOZ-uitvoering en daarmee ook op de kwaliteit en efficiency van de WOZ-dienstverlening aan belanghebbenden. Er zijn binnen het stelsel van basisregistraties, drie basisregistraties met een geografische component (geo‐registraties) waarvoor de gemeente – in geval van de BSGR gezamenlijk met de uitvoeringsorganisatie - de bronhouder is.

Dit zijn de Basisregistratie WOZ, de BAG en de BGT. Hoewel de Basisregistratie WOZ alleen betrekking heeft op het eindresultaat van het WOZ‐proces, de WOZ‐ waarde, vormen de WOZ‐werkzaamheden ook de basis voor een zeer breed scala aan gegevens over woningen en andere onroerende zaken (geo‐registratie). Daarnaast is er nog een registratie die geen basisregistratie is, maar waarvan de gegevens wel van groot belang zijn: Beheer Openbare Ruimte. We zien dat de werkzaamheden die ten grondslag liggen aan de bijhouding van deze basisregistraties bij veel gemeenten met elkaar verweven raken. De invoering van de Omgevingswet versterkt dit. Vanuit het oogpunt van kwaliteit, efficiency, duidelijkheid en doelmatigheid is de Waarderingskamer een groot voorstander van een uniforme registratie van vastgoedobjecten en een centraal loket waar communicatie tussen inwoners/bedrijven en de overheid over deze objecten plaatsvindt. Dit is overigens ook de houding van alle andere stakeholders die betrokken zijn bij deze basisregistraties De nieuwe Omgevingswet 2024 speelt in bovenstaande ontwikkeling ook een nadrukkelijke rol van betekenis. Deze Omgevingsweg brengt regels voor ruimtelijke ontwikkeling en milieu samen. Ze vereenvoudigt regelgeving en introduceert nieuwe juridische instrumenten en werkwijzen. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt dit juridische stelsel digitaal.

Als gevolg van de invoering van de nieuwe omgevingsvergunning zal het aantal vergunningsvrije bouwactiviteiten toenemen. Dit vraagt om andere processen om objectgegevens in te winnen. Het nieuwe stelsel houdt tevens in, dat gemeenten veel meer dan voorheen zelf mogen bepalen of er een vergunningplicht, meldingsplicht of

Begroting 2025-2028

18

algemene regels zullen gelden voor activiteiten die de fysieke leefomgeving wijzigen. Tot 2030 geldt er op dit vlak een overgangstermijn waarin gemeenten bovengenoemde moeten hebben vastgelegd in een Omgevingsplan. De komende jaren zal nadrukkelijk ingezet gaan worden op verder geïntegreerde vastgoedgerelateerde basisregistraties: samenwerking en ook met name technische ontwikkeling gaan daarbij ‘hand in hand’. Deze zullen naast een kwaliteitsupgrade ook - meer op de langere termijn - invloed hebben op de efficiency die behaald kan worden wanneer meer data geüniformeerd en (daarmee) geautomatiseerd aangeleverd en verwerkt kan (gaan) worden. Specifiek voor de BSGR en de deelnemende gemeenten zal, in navolging van het uitgevoerde project ‘over naar gebruiksoppervlakte’ (bij woningen), het opgestelde beheerplan BAG- WOZ aankomende jaren verdere invulling moeten gaan krijgen, afgestemd moeten gaan worden op de nieuwe Omgevingsplannen en ‘meer volwassen’ moeten gaan worden. De inzet van (gezamenlijke) techniek is wenselijk om te waarborgen dat er nauwelijks verschillen op het gebied van de gebruiksoppervlakte zijn/ontstaan (tenzij deze verklaarbaar zijn door afwijkende wettelijke regelgeving).

In 2024 en 2025 zal (verdere) marktoriëntatie plaatsvinden op samenwerkingsportalen om de bereikte uniformiteit met name op onderdelen tussen de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de WOZ te continueren. Nieuw informatiemodel voor de WOZ De Waarderingskamer heeft, samen met een aantal betrokken partijen, een nieuw informatiemodel voor de WOZ opgesteld (IMWOZ) welke de basis moet gaan vormen voor de specificaties van de inhoud van de Basisregistratie WOZ, de Landelijke Voorziening WOZ en verdere registraties die gemeenten en samenwerkingsverbanden voeren voor de uitvoering van de Wet WOZ. Het IMWOZ-model gaat op termijn de Catalogus Basisregistratie WOZ, de Catalogus WOZ-gegevens voor afnemers en het Gegevenswoordenboek WOZ vervangen. De belangrijkste wijzigingen die hierin benoemd worden zijn: • Andere modellering van gegevens van belanghebbenden: alleen natuurlijke personen of nietnatuurlijke personen kunnen in de nieuwe situatie belanghebbende zijn waardoor minder synchronisatieproblemen optreden (aangevuld met meer flexibiliteit voor aanvullende tenaamstelling); •

Landelijke uniformering typering WOZ-objecten en WOZ-deelobjecten (mede ter voorbereiding op de SOR)

•

Afzonderlijk vastleggen van fysieke en taxatiekenmerken (mede ter voorbereiding op de SOR)

•

IMWOZ als stap richting Common Ground: gegevensbestanden worden losgemaakt van functionele applicaties zodat diverse functionele applicaties gebruik kunnen maken van dezelfde gegevensbestanden en hier ook in of op kunnen muteren. (StUF-)XML-berichten worden op den duur vervangen door API-specificaties. Voor het muteren en massaal onttrekken van gegevens blijven nog wel StUF-XML berichten gedefinieerd (StUF WOZ 3.20).

Op basis van het uitgebrachte eindrapport ‘aanvullend kostenonderzoek IMWOZ (uitgevoerd door VNG Realisatie) zijn enkele conclusies getrokken met betrekking tot de te maken kosten welke voor de implementatie door gemeenten en samenwerkingsverbanden gemaakt zouden moeten worden en worden suggesties voor vervolgstappen gedaan. Het bepalen van de impact vraagt een diepgaander onderzoek waarbij ook de softwareleveranciers betrokken moeten (gaan) worden. Vooralsnog lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de zeer hoge kosten van IMWOZ niet worden gecompenseerd door dito baten. Bezwaar- en Beroepschriften WOZ en proceskostenvergoedingen Eind december 2023 is het wetsvoorstel inzake de aanpassing proceskostenvergoedingen en immateriële schadevergoeding alsmede uitbetaling hiervan aan belanghebbende aangenomen. Vanaf 1 januari 2024 is deze, zonder overgangsrecht, van kracht geworden. Op dit moment is nog te vroeg om concrete conclusies te trekken over de exacte gevolgen die deze maatregelen gaan hebben op het aantal in te dienen bezwaarschriften – en daarmee ook op de uitvoeringskosten - voor de komende jaren. Vanaf 2025 zullen naar verwachting de proceskostenvergoedingen structureel significant lager uit gaan vallen.

Begroting 2025-2028

19

De uitdagingen waarmee de BSGR in 2023 op dit vlak geconfronteerd werd, heeft echter ook tot positieve innovatieve oplossingsrichtingen geleid. De ontwikkeling van specifieke tooling op de markt en de herinrichting en data-verrijking van interne deelprocessen zorgen naast financiële investeringen ook voor efficiency-slagen. De opgedane ervaringen zullen de komende jaren – in combinatie met de mogelijke aanschaf van een nieuw waarderingspakket - verder worden doorontwikkeld. Vanaf 1 januari 2026 is de doelstelling om deze mogelijkheden zoveel mogelijk in het aan te besteden waarderingspakket ondergebracht te hebben. In het oorspronkelijke plan van aanpak aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal d.d. 23 maart 2023 werd naast bovengenoemde maatregelen – specifiek voor de WOZ - ook gesproken over: • verplicht informeel contact voorafgaande aan het formele proces; •

geen toekenning van proceskostenvergoeding ingeval de WOZ-waarde slechts licht wordt bijgesteld.

Deze maatregelen worden de komende periode nader onderzocht waarna duidelijk wordt welke invloed dit met name op het toekomstig bezwaartraject zal hebben. Het blijft daarnaast van belang om de ontstane problematiek niet los te zien van het uitgangspunt dat de waarde-vaststelling geen exacte wetenschap of wiskundige berekening is maar dat er altijd sprake is van een schatting van de waarde en in feite dus van een waardebepaling binnen een bepaalde bandbreedte (WOZ-paradox). De politieke keuzes die de komende jaren gemaakt zullen gaan worden, zullen – naast de toekomstige jurisprudentie rondom de recente wetwijzing - een prominente factor zijn in de toekomstige kostenontwikkeling voor de uitvoering van het WOZ-proces en specifiek het deelproces van de WOZ-bezwaren. Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Automatisering Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve pkv + ingebrekestellingen Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve pkv + ingebrekestellingen Resultaat na bestemming

3.321 1.178 612 5.110

Primaire begroting 2024 3.767 1.244 498 5.509

Gewijzigde begroting maart 2024 3.994 2.244 0 6.238

-5.110 -5.110 0 0 0 0 0

-5.509 -5.509 0 0 0 0 0

-5.938 -5.938 300 300 -300 -300 0

Jaarrekening 2023

Begroting 2025 4.007 497 0 4.504 -4.504 -4.504 0 0 0 0 0

Begroting 2026 4.007 497 0 4.504 0 -4.504 -4.504 0 0 0 0 0

Begroting 2027 4.007 497 0 4.504 0 -4.504 -4.504 0 0 0 0 0

Begroting 2028 4.007 497 0 4.504 0 -4.504 -4.504 0 0 0 0 0

De personeelslasten zijn voor 2025 eerst verminderd met de incidentele lasten voor de afhandeling van de WOZ-bezwaren 2023, waarna deze met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten en areaaluitbreiding is opgehoogd. Hierbij wordt wel de kanttekening gemaakt dat nog onduidelijk is hoe de WOZ-bezwaren zich de komende jaren verder zullen ontwikkelen. De overige goederen en diensten betreffen hier met name de proceskosten. Deze zijn afgeschaald vanwege het lagere wettelijke tarief hiervoor. Voor wat betreft de automatiseringskosten, de overheveling van dit budget van programma Waarderen naar programma Overhead / Bedrijfsvoering zorgt ervoor dat er in de begroting geen doorbelasting van de automatiseringskosten meer plaatsvindt. Tot slot is er in de meerjarenbegroting zichtbaar dat de voorgestelde dotatie ad € 300K van het resultaat 2023 direct in het jaar 2024 onttrokken zal worden.

Begroting 2025-2028

20

Programma 4: Bedrijfsvoering (voorheen: Overhead) Onderwerp Onder bedrijfsvoering vallen de directie, staf, en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces. Dit zijn onder andere de financiële administratie, bestuur en beleid, P&O, facilitair en ICT. Ook horen de Interne Controle (o.a. VIC en ISAE3402) werkzaamheden en de managementinformatie tot dit programma. Daarnaast vallen de loonkosten van de afdelingshoofden onder dit programma. Wat gaan we doen? De komende jaren blijven in het teken staan van het onderzoeken van mogelijkheden voor verdere uitbreiding van de BSGR, waarbij het onderzoeken van mogelijkheden voor een verdergaande samenwerking met andere belastingsamenwerkingen een optie is voor schaalvergroting. Daarnaast wordt bij het uitbreiden van het deelnemersbestand primair gekeken naar gemeenten binnen het gebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Bij het overnemen van activiteiten of het samengaan met een andere belastingorganisatie is overgang van onderneming een complicerende factor. Ten behoeve van uitbreiding wordt gebruik gemaakt van het kostprijscalculatiemodel waarbij middels activity based costing alle werkzaamheden en activiteiten gedifferentieerd worden toebedeeld aan primaire producten.

Daarnaast kan het kostprijscalculatiemodel worden gebruikt om de interne prijzen per product te challengen en te benchmarken (denk hierbij bijvoorbeeld aan de prijs van een WOZ-object) en wordt het kostprijscalculatiemodel tevens gebruikt om de deelnemersbijdrage van de huidige deelnemers te bepalen. Het behouden van een ISAE-verklaring is een nadrukkelijk Unique Selling Point zijn in de uitbreidingsstrategie. Immers, de BSGR is ook nu nog steeds de eerste en enige belastingorganisatie die al negen jaar dit internationaal erkende kwaliteitspredicaat in haar bezit heeft. Ook over 2023 is wederom een ISAE type II verklaring verkregen, weliswaar met een aantal uitsluitingen. Deze zijn voornamelijk te wijten aan de migratie van de ICT-infrastructuur van Centric naar KPN. Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden in 2025 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht: Huisvesting De BSGR huurt in het kantoorpand aan de Lammenschansweg een aantal verdiepingen. Het huurcontract met de verhuurder loopt eind oktober 2026 af. In 2025 zal daarom een keuze gemaakt moeten worden of de BSGR het huurcontract verlengt of mogelijk kiest voor een andere vestigingsplaats.

Deze keuze zal zorgvuldig worden afgewogen en genomen worden op basis van een gedegen analyse waar aspecten als personeel, prijs, groei van de organisatie, klimaat en gemak (bereikbaarheid) zullen worden meegenomen in een aan een bestuur voor te leggen besluit. Gezien de mogelijke impact van dit besluit zal de BSGR het 3e kwartaal 2024 een begin maken met het uitwerken van beide mogelijkheden. Inkoop en aanbesteding De huidige salarisverwerker ADP heeft aangekondigd dat zij eind 2027 stopt met de ondersteuning en uitvoering van de personeels- en salarisverwerking. Als gevolg van dit besluit heeft de BSGR het voornemen om in 2024 te gaan starten met een marktverkenning met als doel om in het 2e halfjaar 2025 een implementatie- traject te starten om over te gaan naar een ‘nieuwe’ HRM-softwareoplossing. Hierdoor zijn vanaf januari 2026 het online HR-management, de processen en workflows tijdig gewaarborgd. Voor wat betreft de interne organisatieontwikkeling, de ontwikkelingen op personeelsgebied, financiën, automatisering en privacy wordt gemakshalve verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering, zie pagina 29 en verder.

Begroting 2025-2028

21

Wat gaat het kosten? x € 1.000 Kasten Personeelslasten Kapitaallasten Automatisering Huisvesting Overige goederen en diensten Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Resultaat na bestemming

1.248 208 1.037 633 259 3.386

Primaire begroting 2024 1.460 162 755 746 314 3.437

Gewijzigde begroting maart 2024 2.540 162 1.900 746 314 5.661

-3.386 -3.386 0 0 0 0 0

-3.437 -3.437 0 0 0 0 0

-5.661 -5.661 0 0 0 0 0

Jaarrekening 2023

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

2.659 149 1.970 773 326 5.877

2.659 246 1.970 773 326 5.974

2.659 144 1.970 773 326 5.872

2.659 140 1.970 773 326 5.868

-5.877 -5.877 0 0 0 0 0

-5.974 -5.974 0 0 0 0 0

-5.872 -5.872 0 0 0 0 0

-5.868 -5.868 0 0 0 0 0

De personeelslasten zijn voor 2025 opgehoogd met de eerder benoemde indexatie voor personeelslasten, terwijl voor de jaren erna geen verhogingen zijn meegenomen. Ditzelfde geldt voor de overige goederen en diensten. De grootste wijziging binnen het programma Overhead / Bedrijfsvoering is de overheveling van alle ICT-gerelateerde kosten vanuit de overige programma’s (exclusief telefonie). Tot slot is het zichtbaar dat er vanaf 2026 een stijging in de kapitaallasten zal plaatsvinden. Dit heeft te maken met de verwachte investeringen in kantoormeubilair en de mogelijke aanschaf van een nieuw waarderingspakket voor het programma Waarderen.

Begroting 2025-2028

22

Algemene dekkingsmiddelen Post onvoorzien in begroting Naast de raming van baten en lasten per programma, schrijft het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) in artikel 8 ook voor dat er een overzicht Algemene dekkingsmiddelen en een bedrag Onvoorzien opgenomen moet worden. Deze posten zijn niet direct aan een van de voorgaande programma’s verbonden. Daarnaast komen de financieringslasten en –baten in dit programma tot uitdrukking. Het bedrag onvoorzien Het bedrag onvoorzien moet volgens het BBV expliciet vermeld worden. De keus wordt gelaten om dit bedrag per programma of voor de begroting in zijn geheel te ramen. Om praktische redenen hanteert de BSGR de laatst genoemde mogelijkheid. De aanwending van het bedrag onvoorzien is alleen onder voorwaarden toelaatbaar; inzet vindt plaats voor uitgaven die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn en waarvoor in de begroting geen raming is opgenomen. Indien een dergelijke uitgave een structureel karakter heeft, dan worden de meerjarige consequenties als autonome ontwikkelingen in de volgende begroting verwerkt. Verwerking van een onvoorziene post leidt tot een begrotingswijziging welke aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd. Het bedrag onvoorzien is vastgesteld op € 109K voor de periode 2025-2028.

Wat gaat het kosten? x € 1.000 Lasten Onvoorzien Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Bijdragen deelnemers Overig Overige opbrengsten Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve Onttrekking aan het rekeningresultaat Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Resultaat na bestemming

0 0

Primaire begroting 2024 109 109

Gewijzigde begroting maart 2024 109 109

-490 -50 -125 -665 -665 0 0 0 -665

-101 0 -8 -109 0 0 0 0 0

807 0 -130 678 786 0 0 0 786

Jaarrekening 2023

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

109 109

109 109

109 109

109 109

21 0 -130 -109 0 0 0 0 0

21 0 -130 -109 0 0 0 0 0

21 0 -130 -109 0 0 0 0 0

21 0 -130 -109 0 0 0 0 0

Binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn er in de jaren 2025-2028 de volgende incidentele baten en lasten. Programma Alg. dekk. midd.

Alg. dekk. Midd. Alg. dekk. Midd.

x € 1.000 Lasten Onvoorzien Totaal Lasten Baten Totaal Baten Gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten Dotaties Onttrekkingen bestemmingsreserve Gerealiseerde resultaat

Begroting 2025 109 109

Begroting 2026 109 109

Begroting 2027 109 109

Begroting 2028 109 109

0 109 0 0 109

0 109 0 0 109

0 0 0 0 0

0 -109 0 0 -109

Door de provincie is in een notitie inzake incidentele baten en lasten aangegeven dat post onvoorzien hiervan deel uitmaakt.

Begroting 2025-2028

23

Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandscapaciteit van de BSGR bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen zijn: het vrij besteedbare deel van de algemene reserve en stille reserves. Een stille reserve is bij de BSGR niet aanwezig. Wel beschikt de BSGR over de post “onvoorzien”, waarmee onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdbare uitgaven kunnen worden gedekt. Deze post bedraagt jaarlijks € 109K. Op 27 juni 2019 is door het algemeen bestuur bepaald dat er een algemene reserve wordt opgebouwd vanaf 2020 tot een maximum van 5% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR. Op 25 juni 2020 is daaraan toegevoegd dat de minimumhoogte 3% van de totale jaarlijks begrote lasten van de BSGR zal bedragen. Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken.

Binnen de BSGR is een gestructureerd risicomanagement model ontwikkeld (te weten de stappen identificatie, analyse en beoordeling, beheersing van risico’s en structurele inpassing in het beleid), tot uiting komend in een ISAE controleraamwerk. Het raamwerk beschrijft het volgende: ➢ ➢ ➢ ➢

De wijze waarop de belangrijkste processen binnen BSGR, gericht op het waarderen, heffen en invorderen van belastingen zijn ingericht, alsmede IT aspecten en het opstellen van de belastingrapportage en privacy. Per proces wat de doelstelling is. Welke risico’s kunnen optreden binnen deze processen. Welke beheersmaatregelen minimaal moeten zijn ingericht.

Dit raamwerk wordt jaarlijks indien nodig bijgesteld. Aangezien het besluit is genomen om geen assuranceverklaring meer af te laten geven bij de belastingrapportage, wordt het raamwerk indien nodig jaarlijks bijgesteld, zodat de deelnemers en met name de accountants van de deelnemers voor wat betreft de belastingrapportage kunnen steunen op de ISAE3402 type II-rapportage. Bij het opstellen van de begroting 2025-2028 worden de volgende risico’s onderkend, inclusief kwantificering:

Begroting 2025-2028

Risico's

24 Getroffen maatregelen

Kwantificering

Continuiteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking Het is voor de BSGR als service organisatie van Om de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking te gemitigeerd / cruciaal belang dat de continuiteit van de gebruikte waarborgen heeft de BSGR een groot aantal interne controlemaatregelen opgelost (belasting)systemen gewaarborgd is. Bij uitval van een geïmplementeerd. Deze controlemaatregelen worden periodiek getoetst. Op systeem zal dit direct van invloed zijn op het 25 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur het document Strategisch serviceniveau van de organisatie. Informatiebeveiligingsbeleid BSGR 2020-2024 vastgesteld. Op basis van dit document is een Informatiebeveiligingsplan opgesteld, waarin maatregelen op ICT gebied zijn opgenomen waarover jaarlijks aan het bestuur wordt gerapporteerd. De overgang van SMC Centric naar KPN heeft in 2023 tot continuiteitsproblemen geleid en was daarmee van invloed op het serviceniveau. Dit is bij een migratie nooit helemaal te voorkomen. De continuïteit en service zijn inmiddels weer op niveau. Niet voldoen aan wet- & regelgeving Wet- en regelgeving op het gebied van de diverse belastingsoorten zijn onderhevig aan veranderingen.

Deze veranderingen zullen een directe impact hebben op de bedrijfsvoering en investeringsbeslissingen van de BSGR Risico's bij schaalvergroting Groei waarbij differentiatie verder toeneemt leidt veelal tot kostenstijging en vermindering van de beheersbaarheid en reductie van de kwaliteit.

Risico's binnen operationele processen Door diverse oorzaken kunnen achterstanden ontstaan in de gegevensverwerking en de belastingopleggingen en inningen. De BSGR en haar deelnemers lopen hierin het risico op vertraagde belastingopbrengsten (renterisico voor deelnemers).

Liquiditeitsrisico Het risico bestaat dat BSGR onvoldoende inzicht heeft in de bestaande kasstromen. Uittredingsrisico Met ingang van 2021 bestaat de BSGR uit twaalf deelnemers, die hun belastingactiviteiten hebben uitbesteed aan de BSGR. Bij uittreding van een deelnemer dient de continuiteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd te zijn. Reputatieschade De BSGR is een publieke organisatie met een belangrijke publieke taak. Incidenten, schandalen en maatschappelijke onrust kunnen een negatieve uitwerking hebben op de reputatie en goede naam. Privacy De BSGR verzamelt ten behoeve van de belastingheffing en als werkgever de nodige persoonsgegevens. Op de BSGR rust, naast de geheimhoudingsplicht die al volgt uit de belastingwetgeving, op grond van de AVG de plicht om te voorkomen dat de door de BSGR verzamelde persoonsgegevens niet voor een ieder zijn in te zien. Sinds 1 januari 2016 kan dit met hoge boetes bestraft worden. De gegevens mogen alleen gedeeld worden met derden, indien hiervoor een juridische basis bestaat. Personeelskosten Het zich voordoen van sterke CAO-verhogingen

De BSGR volgt de beleidsontwikkelingen op de voet. In de p.m. meerjarenbegroting en jaarplannen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met diverse scenario’s. Desalniettemin blijft een veranderende wet-en regelgeving een risico wat niet te vermijden, verminderen of over te dragen is.

Verdere schaalvergroting en daarmee verlaging van kosten is alleen een begaanbare weg als de mogelijkheid bestaat tot een verdergaande harmonisatie en standaardisering van beleid, grondslagen en maatstaven. Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de deelnemers. Het kostprijscalculatiemodel (KPC) rekent de kosten door op basis van de gehanteerde systematiek. E.e.a. doet recht aan de beleidskeuzes die de deelnemers hebben gemaakt.

gemitigeerd

Het bepalen van ambitieuze productiviteitseisen en hier strak op sturen is gemitigeerd cruciaal in het voorkomen en elimineren van achterstanden. Desalnietemin leveren de nieuwe basisregistraties plus bijbehorende software een op voorhand niet te becijferen risico op vertraging op. In 2023 is een forse achterstand ontstaan op de bezwaren, omdat geheel tegen de verwachting in NCNP-bureaus een veelvoud aan WOZ-bezwaren hebben ingediend in geheel Nederland. Inhuur voor deze processen was daarmee ook zeer lastig verkrijgbaar. De kasstromen binnen BSGR zijn zeer inzichtelijk mede door de beperkte omvang hiervan.

vrijwel nihil

De nieuwe wet op de Gemeenschappelijke Regelingen gaat waarborgen bieden ter beperking van het financiële risico bij uittreding.

wordt gemitigeerd

De BSGR werkt bewust aan de relatie met haar deelnemers en belastingplichtigen door in de communicatie dienstverlening en efficiency centraal te stellen en prestaties transparant inzichtelijk te maken. Hiertoe dienen de website en management informatie.

gemitigeerd

Medewerkers binnen de BSGR dienen zich bewust te zijn van het feit dat zij gemitigeerd werken met vertrouwelijke gegevens, die zijn niet zonder meer mogen delen met derden. Dit bewustzijn zou primair al bij een belastingmedewerker aanwezig moeten zijn, gelet op de al sinds jaar en dag geldende geheimhoudingsplicht die is neergelegd in de belastingwetgeving. Gelet op de aangescherpte regels met betrekking tot de omgang van persoonsgegevens - op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)- wordt dit bewustzijn vanuit de BSGR wel gestimuleerd. Het onderwerp privacy wordt in diverse overlegvormen aan de orde gesteld (bijv. periodiek in MT-vergaderingen) en via intranet wordt hierover gecommuniceerd. De BSGR stuurt sterk op de kosten.

p.m.

Begroting 2025-2028

25

Risico's (vervolg)

Getroffen maatregelen

Koepelvrijstelling Afschaffing van de koepelvrijstelling

Landelijk gezien is de bestaande koepelvrijstelling voor de BTW in april 2018 p.m. in het nieuws gekomen. Toen leek het erop dat de bestaande koepelvrijstelling zou worden opgeheven. Wanneer dit gaat gebeuren, voorzien wij grote maatschappelijke en bedrijfseconomische kosten. Bedrijfseconomische kosten zullen ontstaan omdat er binnen gemeenschappelijke regelingen veel aanvullend administratief werk zal moeten gebeuren om begrotingen en facturen aan te passen, en periodiek de BTW aangiftes te doen bij de Rijksbelastingdienst. Maatschappelijke kosten omdat, vanuit de deelnemers beschouwd, de gemeenschappelijke regelingen veel duurder zullen worden. Voor waterschappen ontstaat er een extra BTW last die ten principale niet voor compensatie in aanmerking komt. Voor gemeenten ontstaat er een extra BTW last die er toe zou leiden dat het plafond van het BTW compensatiefonds zou worden doorbroken. Indien dat gebeurt zal er een korting plaats vinden op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het belang van toepassing van de koepelvrijstelling door BSGR ligt dus ook bij de gemeenten.

Vervanging belastingapplicatie / waarderingsapplicatie Het contract van de huidige belastingapplicatie wordt jaarlijks verlengd. ICT Ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen ICT zoals common ground en het WOZ convenant Maatwerk Harmonisatie en standaardisatie van het belastingbeleid is qua kostenefficiency wenselijk, echter qua politieke beleidsvrijheid minder voor de hand liggend.

Risicobedrag

Niet voldoen aan wet- en p.m. regelgeving Koepelvrijstelling p.m. Vervanging waarderingsapplicatie € ICT Ontwikkelingen p.m. Maatwerk p.m. NCNP bezwaren p.m. Berekend risico 2025 af: Algemene Reserve Op te nemen in de risicoparagraaf van de deelnemers excl. p.m.

Bij een aanbesteding van een nieuwe belastingapplicatie is niet voorzien in de eenmalige licentiekosten. De verwachting is wel dat in ieder geval de waarderingsapplicatie in 2025 zal worden aanbesteed.

€ 500K in 5 jaar af te schrijven

De voor de komende jaren noodzakelijke ICT investeringen die door het Rijk van belastingkantoren worden gevraagd zijn qua hoogte nog niet in te schatten. Ook het Rijk geeft hierover nog geen duidelijkheid.

p.m.

De mogelijkheden om maatwerk te kunnen bieden zullen de komende jaren p.m. waarschijnlijk worden beperkt in verband met de ontwikkeling naar (standaard) cloudversies van belastingsoftware. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Indien in aanvulling op cloudversies maatwerk wordt gewenst zal dit middels naar verwachting zeer kostbare API's moeten worden gerealiseerd.

Areaaluitbreidingen Toename aantal objecten per deelnemer NCNP bezwaren Landelijk gezien is er een forse toename te verwachten in het aantal NCNP bezwaren met de bijbehorende proceskostenvergoedingen de komende jaren.

Risico's

Kwantificering

Vanaf 2025 wordt een bedrag van ca. € 200K jaarlijks voorzien.

gemitigeerd

De vergoedingen voor de NCNP-bureaus zijn teruggebracht naar 25%. p.m. Onduidelijk is nog wat de reactie hierop van de NCNP-bureaus zal zijn. Zorg is daarnaast dat vanaf 2027 NCNP-bezwaren zich mogelijk ook gaan uitbreiden naar andere domeinen, zoals de Kwijtschelding.

Jaar 2024 e.v.

? 500.000 2026 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v. 2024 e.v.

Kans

Gewogen 0,1 p.m. 0,5 p.m. 0,70 € 350.000 0,75 p.m. 0,75 p.m. 0,75 p.m. € € 846.000 € -

Financiering & treasury Treasurybeheer en –beleid De financieringsfunctie van de BSGR is gericht op de ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de BSGR een treasurystatuut, vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 10 februari 2022. In het Treasurystatuut zijn de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functionarissen binnen de BSGR, die een rol hebben in het treasurybeheer, weergegeven.

Begroting 2025-2028

26

Risicoprofiel Gezien de aard en activiteiten van de BSGR is het risicoprofiel beperkt. Het kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico, valutarisico en debiteurenrisico worden niet gelopen. Alhoewel de huidige en toekomstige geldstromen van de BSGR uitermate inzichtelijk zijn, is het liquiditeitsrisico groter geworden aangezien de huidige deelnemersbijdragen onvoldoende zijn om de uitgaven te financieren. Jaarlijks wordt, aan de hand van de ontwikkelingen op de financiële markten, de hoogte van de rekenrente bepaald. Momenteel is dat 4% (www.rijksoverheid.nl). De belasting- en de bedrijfsvoeringgeldstroom zijn binnen de BSGR strikt gescheiden op twee hoofdrekeningen bij de huisbankier (ING). De BSGR heeft bij s’ Rijks schatkist eveneens twee rekeningcourantverhoudingen, één voor de belastinggelden en één voor de eigen bedrijfsvoering. Om de liquiditeitspositie ten behoeve van de bedrijfsvoering te bewaken wordt er gewerkt met een liquiditeitsprognose en –planning en een strikt debiteurenbeheer. Kasgeldlimiet en renterisico De kasgeldlimiet is een norm aan de hand waarvan bepaald wordt of bij het aantrekken van geldmiddelen van derden gebruik gemaakt mag worden van kortlopende of langlopende leningen (Wet Fido). De kasgeldlimiet is gesteld op 8,2% van de omvang van de begroting, met een minimum van € 300K.

De begrotingsomvang van de BSGR is in het jaar 2025 ongeveer € 15,99 miljoen de bijbehorende kasgeldlimiet is € 1.311 K. Dit betekent dat tot een bedrag van € 1.311K aan kortlopende geldleningen mag worden afgesloten. Daarboven moet worden overgegaan op langlopende geldleningen. De renterisiconorm is een belangrijk kader om afwegingen te maken op het gebied van volume, looptijd en renteherzieningstermijnen van aan te trekken langlopende geldleningen. Met behulp van de renterisiconorm kan worden bepaald op welke wijze de langlopende financiering moet worden ingezet om de gevoeligheid van de begroting voor rentefluctuaties binnen de gestelde kaders te houden. De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. Dreigen de verplichte aflossingen en renteherzieningen boven de renterisiconorm uit te komen, dan zullen nieuwe langlopende schulden slechts met langere looptijden (met de daarbij behorende lagere aflossingsverplichtingen) uitkomst moeten bieden. Voor de BSGR bedraagt de renterisiconorm € 3,2 mln. In de periode 2025-2028 zal naar verwachting geen gebruik worden gemaakt van kortlopende of langlopende financieringen. Schatkistbankieren In het kader van het schatkistbankieren dient de BSGR een rekening-courant bij s’ Rijks schatkist aan te houden waar overtollige middelen op worden gestort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=9a6e745d-53cf-40b1-b6c4-439ce10bd062