CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

2443 Aanbiedingsbrief dd 04-04-2024 BSGR Begrotingswijziging 2024 en Concept begroting 2025-2028 (incl. bijlagen)

Gemeenteraad Voorschoten 11 april 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Brief van instelling / burger27.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Geld en vermogen mogen niet buiten de Schatkist, zoals bij banken, worden aangehouden. De BSGR heeft twee rekening-courantverhoudingen met s’ Rijks schatkist, één ten behoeve van belastinggelden en één ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, zodat de twee geldstromen strikt gescheiden kunnen worden. Bepaalde middelen kunnen worden uitgezonderd van de verplichting om deze bij s’ Rijks schatkist aan te houden, waaronder het drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt 2,0% van de totaaltelling van de verlies en winstrekening met een minimum van € 1 miljoen. Bij de BSGR worden de saldi dagelijks volledig afgeroomd c.q. aangevuld tot een nihil-saldo, waardoor er geen bedragen buiten de Schatkist worden aangehouden. Zie onderstaand overzicht. x € 1.000 Drempelbedrag Drempelbedrag Gemiddeld werkelijk Verschil

2025 1.000 0 1.000

2026 1.000 0 1.000

2027 1.000 0 1.000

2028 1.000 0 1.000

Begroting 2025-2028

27

EMU-saldo et EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis. Conform het BBV (artikel 71) dient in de programmabegroting een berekening opgenomen te worden van het aandeel van de decentrale overheidsinstelling in het EMU-saldo. EU-lidstaten mogen als gevolg van de Europese regelgeving een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Van dit maximale tekort is er sinds 2016 geen uitsplitsing meer tussen decentrale overheden en het Rijk. Het EMU-saldo wordt anders berekend dan in het baten-lastenstelsel: Omschrijving 1. Exploitatiesaldo voor bestemming reserves 2. Afschrijvingen tlv de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen 4. Investeringen in (im)materiële activa 5. Baten uit bijdragen andere overheden die niet in de exploitatie zijn verantwoord 6. Desinvesteringen in (im)materiële activa 7. Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken 8. Baten bouwgrondexploitatie 9. Lasten op balanspost voorzieningen 10. Lasten ivm transacties met derden en die rechtsstreeks tlv de reserves worden gebracht 11. Verkoop van effecten Saldo

Realisatie Begroting 2024 Begroting 2023 gewijzigd 2025 665 1.086208 162 149

Begroting 2026 246

Begroting 2027 144

Begroting 2028 140

-

100-

-

600-

-

-

873

-1024

149

-354

144

140

Het Exploitatiesaldo voor bestemming reserves is het uitgangspunt voor de berekening van het EMUsaldo. Dit saldo is terug te vinden in het Overzicht van baten en lasten (zie pagina 38).

Verplichte kengetallen Conform Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), gepubliceerd op 17 maart 2016 en in werking getreden op 1 april 2016, dienen in de begroting en jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. Hieronder worden deze in een overzicht weergegeven: De kengetallen zijn grotendeels gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens. De geprognosticeerde balans is opgenomen op pagina 40 van deze begroting. Naarmate de geprognosticeerde balansgegevens verder in de toekomst zijn gelegen, worden deze minder betrouwbaar. Kengetallen

Netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

-6,9% -6,9%

-2,9% -2,9%

-0,5% -0,5%

-2,0% -2,0%

-3,0% -3,0%

-3,8% -3,8%

11,4%

6,2%

6,5%

6,6%

6,7%

6,8%

2,1%

5,8%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Bovenstaande kengetallen maken het inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is binnen de BSGR om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de BSGR. De netto schuldquote is de netto schuld als aandeel van de inkomsten en geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er wordt een onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de BSGR geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Indien de netto schuldquote negatief is betekent dit dat het eigen vermogen hoger is dan de boekwaarde van de investeringen. Een netto schuldquote lager dan 1 wordt gezien als voldoende. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Omdat de algemene reserve van BSGR gelimiteerd is tussen 3% en 5% van de begrote lasten, is deze ratio bij BSGR relatief laag.

Bij de structurele exploitatieruimte betekent een positief percentage dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten(waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie is het belang om te weten welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen. Vanaf 2025 is de exploitatieruimte nihil.

Begroting 2025-2028

28

Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Landelijke ontwikkelingen binnen het belastingdomein, zie hierboven, maar ook de steeds verdergaande digitalisering zullen de komende jaren derhalve de organisatie ingrijpend gaan beïnvloeden. De verwachting is dat bestaande functies zullen wijzigen, wellicht in omvang teruggaan of mogelijk op termijn helemaal verdwijnen. De BSGR doelt op specifiek de volgende drie ontwikkelingen: • Ontwikkelingen in de basisadministraties • De intrede van Artificial Intelligence • Het beheren van software applicaties in de cloud. Ontwikkelingen in de basisregistraties Ontwikkelingen in basisregistraties hebben als belangrijkste kenmerk dat zuiver administratieve werkzaamheden grotendeels gaan verdwijnen en plaats gemaakt gaat worden voor werkzaamheden met een belangrijke geo component. Dit vraagt van medewerkers analytische vaardigheden en ruimtelijk inzicht, specifiek bij de afdelingen Heffen en Waarderen. De opstartproblemen van deze landelijke basisregistraties maken dat er in plaats van minder vooralsnog meer capaciteit benodigd is. Intrede Artificial Intelligence Voor de verwerking van de toenemende datastromen zal de BSGR ook meer en meer robotisering moeten gaan inzetten (RPA ‘Robotic Process Automation’). Hierbij worden handelingen die herhaald worden door middel van software geautomatiseerd.

BSGR doet dit op dit moment nog veelal door middel van scripting. Naast de technische mogelijkheden zullen ook de medewerkers van BSGR zich moeten bekwamen in het verwerken van data en is aanvullende kennis op het gebied van data-analyse vereist. Te denken valt dan met name aan het onderdeel Kwijtscheldingen waar bij het nemen van standaard beslissingen mogelijk gebruik gemaakt kan gaan worden van big data. Uiteraard zal de BSGR dit doen binnen de richtlijnen van vigerende wet- en regelgeving zoals de AVG. Ook zal bij de keuze om onze huidige waarderingsapplicatie al dan niet te continueren de mogelijkheid van integratie van A.I. technieken een belangrijke rol spelen. Het beheren van (standaard) softwareapplicaties in de cloud Deze (landelijke) ontwikkeling naar beheer van software in de cloud heeft met name effecten op de behoefte van organisaties aan eigen applicatiebeheerders, in dienst dan wel ingehuurd. Het beheer vindt voornamelijk dan plaats bij de softwareleverancier zelf. Automatiseringsfuncties gaan plaats maken voor informatisering functies waarbij de liaisonfunctie met de softwareleverancier centraal staat. Standaard beheertaken zoals het opstarten van "jobs" zullen zoveel mogelijk binnen de lijnafdelingen worden ondergebracht. Personeelsontwikkeling Het sturen op kwaliteit van het personeelsbestand blijft in de komende jaren een aandachtspunt.

De werkzaamheden dienen immers efficiënt en kwalitatief hoogwaardig uitgevoerd te worden. Er wordt steeds meer geautomatiseerd en gedigitaliseerd, waardoor de overblijvende taken andere vaardigheden en competenties vragen, zoals een hoger werk- en denkniveau en analytisch vermogen. Diverse ontwikkelingen binnen de afdelingen en het aanscherpen van vakbekwaamheidseisen hebben invloed op het kennisniveau en andere competenties van medewerkers. Beperkingen op het gebeid van basisregistraties in combinatie met een krappe arbeidsmarkt zorgen met name in het WOZ-domein voor een verhoging van de werkdruk doordat de benodigde formatie niet/niet volledig kan worden ingevuld. Deze ontwikkeling geldt overigens niet alleen voor het invullen van vacatures maar ook voor de vraag naar inhuur van personeel. Voor de komende jaren zal in ieder geval worden ingezet op het versterken van potentieel dat uiteindelijk kan doorgroeien naar functies van schaal 9 en hoger. Key posities in de organisatie die nu bemenst worden door “vergrijzende” BSGR medewerkers kunnen zo van adequate opvolging worden voorzien. Ontwikkelingen automatisering Samen met een aantal andere belastingkantoren wordt in een directeurenoverleg gesproken over de aan te houden koers als het gaat om ICT-ontwikkelingen.

Twee belangrijke ontwikkelingen staan hierin centraal: De doorontwikkeling van een aantal basisregistraties naar een samenhangende

Begroting 2025-2028

29

objectenregistratie en ”common ground”. Duidelijk is dat hiervoor forse inspanningen en ICTinvesteringen benodigd zijn. Door de softwareleverancier (Centric) wordt gewerkt aan het ombouwen van de belastingapplicatie naar de SaaS waarna deze in de Cloud kan worden afgenomen. Waar de verwachting was dat dit eind 2023 gereed zou zijn, heeft de leverancier haar koers aangepast waarbij nu de verwachting is dat waarbij mogelijk pas in 2028 de belastingapplicatie geheel in de Cloud kan worden afgenomen. Voor BSGR betekent dit dat er gedurende een langere periode gebruik gemaakt moet gaan worden van dure inhuur op het gebied van applicatiebeheer. Vanuit dit perspectief is de BSGR begonnen met het intern en extern werven van applicatiebeheerders. Deze vertraging heeft ook consequenties voor de kosten van het aanbesteede contract van de ICT infrastructuur en kantoorautomatisering. Immers er was vanuit gegaan dat er in het 3e jaar van de looptijd sprake zou zijn van een SaaS omgeving met lagere kosten. Dit laatste is nu niet het geval. In combinatie met discussie over de kosten van het technisch applicatiebeheer die KPN nu aanvullend factureert zou dit contract tegen het einde van de looptijd onrechtmatig kunnen worden. BSGR zal een transparantie aankondiging op TenderNed plaatsen, echter het is nog niet duidelijk of dit voldoende soelaas gaat bieden.

Continuïteit heeft echter de prioriteit. Er zal een nog nauwere samenwerking moeten worden gezocht tussen belastingkantoren onderling om ervoor te zorgen dat we onze processen op elkaar afstemmen en meesturend zijn in de ontwikkeling van deze standaardsoftware. Insteek daarbij is dat door belastingkantoren ontwikkelde scripting zoveel als mogelijk in de standaardsoftware wordt ingebouwd. De verwachting is wel dat in de toekomst minder maatwerk geleverd zal worden door softwareleveranciers dan nu het geval is. Dit zal uiteraard ook consequenties hebben voor de deelnemers. In voorkomende gevallen kan er gebruik worden gemaakt van maatwerk API’s. De kosten die dit met zich meebrengt zullen dan worden doorbelast aan de opdrachtgever. Een alternatief voor deze SaaS ontwikkeling is er echter niet aangezien het zelf ontwikkelen van een belastingapplicatie een zeer kostbare en daarmee onbegaanbare weg is. Daarnaast vragen WOZ-taxaties om steeds slimmere technieken. Door de inzet van enerzijds kunstmatige intelligentie in taxatiemodellen en anderzijds meer locatiegegevens uit Geo-registraties en GIS-analyses zullen de voor WOZ-taxaties gebruikte modellen steeds betere taxaties leveren. Ook wordt het kunnen onttrekken van externe data, en het samenwerken in platforms steeds belangrijker.

Zoals hiervoor aangegeven is een aanbesteding nodig ten behoeve van de aanschaf van waarderingssoftware die aan deze eisen voldoet. Ook voor een eventuele conversie zijn extra middelen benodigd. Ontwikkeling basisregistraties Hieronder leest u de belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot de vijf meest gebruikte basisregistraties in het kader van de belastingheffing: De basisregistratie personen (BRP) Het vroegere GBA, wat feitelijk al decennia in gebruik is, heet nu BRP. Hier wordt een nieuwe berichtendienst ontwikkelt gebaseerd op nieuwe API's. Dit betekent een aanpassing met het koppelvlak van de belastingsoftware. Planning en impact zijn op dit moment nog niet duidelijk. De basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) De BAG is in het kader van belastingheffing met name van belang in haar relatie tot de WOZ. Beide administraties betreffen objecten, die idealiter met elkaar dienen te matchen. In praktijk zijn de wettelijke uitgangspunten echter niet dezelfde, met verschillen in WOZ- en BAG administratie, met name op objectniveau. Daar waar dat het geval is, dienen deze indien mogelijk met opwerkacties opgelost te worden. Inmiddels is de BSGR volledig aangesloten op de e-Services BAG, wat inhoudt dat mutaties in de BAG dagelijks kunnen worden verwerkt.

Begroting 2025-2028

30

De basisregistratie WOZ (LV WOZ) BSGR is voor haar elf deelnemende gemeenten bronhouder voor de LV WOZ. Op basis van de vereisten van de LV WOZ worden gegevens tussen de belastingadministratie en de LV gesynchroniseerd gehouden. Voor de niet-deelnemende gemeenten is de BSGR afnemer van de gegevens vanuit de LV WOZ. De afgenomen informatie is de basis voor de heffing van het waterschap. De belangrijkste constatering tot nu toe is dat deze overgang naar de LV WOZ geen tijd oplevert, maar juist veel tijd kost. Doordat aan de “poort” door de LV WOZ evidente fouten die door de bronhouder worden aangeleverd niet worden afgevangen, is veel extra werk ontstaan om al deze zaken (verplicht) terug te melden aan de bronhouder. Omdat een geautomatiseerde terugmeldvoorziening ontbreekt, moet alles handmatig in Excel-bestanden worden geregistreerd en via de mail teruggemeld worden aan de betreffende bronhouder. Ook de antwoorden op deze terugmeldingen moeten in veel gevallen weer handmatig worden verwerkt. Feitelijk betekent deze basisregistratie op dit moment “terug naar af”. De additionele werkzaamheden kosten op dit moment enkele fte extra op jaarbasis voor de afdeling Heffen. De basisregistratie kadaster (BRK) Sinds januari 2023 heeft BSGR hard gewerkt om te kunnen voldoen aan de eisen om aan te sluiten op de BRK 2.0. Half augustus zijn die werkzaamheden afgerond.

De aansluiting is half september gerealiseerd, waarna we nu in dit proces gebruik maken van berichtenservices. Na de eerste ervaringen blijkt dat dit functioneert. Het Handelsregister (HR) De registratie van bedrijven vindt al jaren plaats door de Kamer van Koophandel (KvK). Deze is bronhouder van het HR. Afname van bestanden vindt inmiddels plaats via het Handelsregister. Alhoewel deze bestanden kwalitatief veel beter zijn dan de oude KvK bestanden is de verwerking hiervan in de software slechts beperkt geautomatiseerd en dient in tegenstelling tot de oude situatie weer handmatig één op één fiattering plaats te vinden. De efficiencywinst als gevolg van betere gegevens wordt zo weer teniet gedaan. Terug melden Met de komst van de basisregistraties is het zelf wijzigen van gegevens verleden tijd. Indien een vermeende fout wordt geconstateerd, moet deze terug gemeld worden aan de bronhouder. De terugmelding zou via Digimelding (een vorm van berichtenverkeer) moeten verlopen. Dit gebeurt nog niet voor alle basisregistraties. Concluderend kan gesteld worden dat door de verplichte overgang naar de landelijke basisregistraties de forse efficiencyslagen en kostenbesparingen die de BSGR de afgelopen jaren doorgevoerd heeft voor een groot deel ongedaan zijn gemaakt. Privacywetgeving Sinds 25 mei 2018 wordt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in Nederland gehandhaafd.

Dat wil zeggen dat de toezichthouder in deze, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), actief controleert in hoeverre organisaties voldoen aan het in de AVG en overige van toepassing zijnde wetgeving gestelde. Alhoewel in eerdere wetgeving (Wet bescherming persoonsgegevens, Algemene wet bestuursrecht, Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990) al strenge eisen werden gesteld aan de wijze waarop er met gegevens in het kader van de belastingheffing en – invordering werd omgegaan, heeft de invoering van de AVG de bewustwording rondom privacy en informatiebeveiliging nog aanzienlijk aangescherpt. Het in 2019 door de AP gepubliceerde document, Focus AP 2020-2023 ‘Dataprotectie in een digitale samenleving’, heeft nog geen vervolg gekregen in de vorm van een actueler vergelijkbaar document dat de AP tot nu toe heeft gepubliceerd. Mogelijk hangt dit samen met het feit dat de in het eerdere document neergelegde doelstellingen in principe nog onverkort van kracht zijn. In het voornoemde document uit 2019 geeft de AP, op basis van een drietal gesignaleerde ontwikkelingen te weten: • Doorgroei van de datasamenleving; • Toename van digitaal onrecht en • Toename van privacy bewustzijn,

Begroting 2025-2028

31

een tweetal gebieden- die de BSGR kunnen raken- waarop de AP zich in deze heeft gefocust, zijnde: A. Digitale overheid B. Artificiële intelligentie (AI) & algoritmes. Ad A) Digitale overheid Centrale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen. Vanuit Rijksniveau is hierop ingezet o.a. door de invoering van de Wet Digitale Overheid (Wdo) per 1 juli 2023. De Wdo is een zogeheten kaderwet; de wet regelt algemene principes, verantwoordelijkheden en procedures, maar geen gedetailleerde regels. In de Wdo wordt geregeld dat publieke dienstverleners verplicht zijn om identificatiemiddelen van het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’ of ‘hoog’ te gebruiken om toegang te geven tot online diensten waarbij de overheid deze betrouwbaarheidsniveaus nodig vindt. De uitwerking van de Wdo als kaderwet vindt plaats in de lagere regelgeving, zoals in algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Daarmee is er meer flexibiliteit om innovatie, verdere keuzes en nieuwe voorzieningen en functionaliteiten in regelgeving te verwerken.

De Wdo maakt het mogelijk om straks, via publieke én private inlogmiddelen, digitaal zaken te doen met bijvoorbeeld gemeenten en zorginstanties. Daarbij worden dan alleen die middelen toegelaten die door de overheid op veiligheid en betrouwbaarheid zijn gecontroleerd. De Wdo treedt wel gefaseerd in werking. Hij gaat pas gelden als een instantie technisch en organisatorisch klaar is om aan te sluiten. De departementen, de publieke dienstverleners én Logius stellen samen een aansluitschema op. Dit schema gaat een planning bevatten met data waarop de specifieke onderdelen van de wet voor welke instantie van kracht worden. Op die momenten moeten dienstverleners klaar zijn met de voorbereidingen voor dat deel van de wet en de onderliggende uitvoeringsregelgeving. Wel zijn per 1 juli 2023 de verplichtingen rondom standaarden voor veiligheid ingegaan. Zo is de HTTPSstandaard wettelijk verplicht voor alle publiek toegankelijke overheidswebsites en webapplicaties. Deze standaard – ook bekend als ‘het slotje’ in de adresbalk van de url – zorgt ervoor dat de verbinding tussen de browser van de bezoeker en de website van de overheidsorganisatie goed beveiligd is. Dit voorkomt dat criminelen privégegevens van de bezoeker kunnen afluisteren of opgevraagde informatie kunnen manipuleren. In aanvulling op HTTPS moeten overheidsorganisaties ook de HSTS-standaard gebruiken.

Dat zorgt ervoor dat browsers na een eerste websitebezoek direct via HTTPS met de website verbinden. Verder wordt beoogd wordt om aan burgers elektronische identificatiemiddelen (eIDAS) te verstrekken met een hogere mate van betrouwbaarheid dan het huidige DigiD. Dit gaat gevolgen hebben voor de wijze waarop de BSGR toegang moet verlenen tot de gegevens in MijnBSGR. De gebieden waarop de AP in deze extra de aandacht zal vestigen zijn voor zover voor de BSGR van belang: 1: databeveiliging en 2: samenwerkingsverbanden/ongeoorloofd delen. Ad 1. De AP verwacht van overheidsorganisaties dat zij structureel en op toereikende wijze investeren in hun informatiebeveiliging. De AP controleert overheidsorganisaties op hun beveiligingsniveau en stimuleert hen om werk te maken van een sterke IT- en datahuishouding. Zoals al enige jaren geldt is de consequentie hiervan dat de kosten rondom automatisering komende jaren blijven toenemen. Mede vanuit het kostenperspectief is het noodzakelijk om, in samenspraak met meerdere afnemers van dezelfde software, te bezien in hoeverre audits op de beveiliging van deze software bij de betreffende softwareleveranciers gezamenlijk kunnen worden opgepakt. Ad 2. Steeds vaker worden bestanden gedeeld en gekoppeld.

De overheid doet dit bijvoorbeeld om de publieke dienstverlening te verbeteren, bijvoorbeeld zodat problematische schulden eerder kunnen worden gesignaleerd. Hoewel de intenties vaak goed zijn, kan het delen en koppelen van bestanden een schending zijn van het wettelijke beginsel van doelbinding.

Begroting 2025-2028

32

Tenzij dit in wet- of regelgeving duidelijk en nauwkeurig is vastgelegd mogen gegevens niet voor een ander doel worden gebruikt dan het doel waarvoor deze gegevens zijn verzameld. De AP verwacht van overheidsorganisaties terughoudendheid met het delen van bestanden. Het is aan overheidsbestuurders en aan de wetgever om een goede afweging te maken over het nut en de noodzaak van het gebruik van data en nieuwe verwerkingen. De AP spreekt bestuurders hierop aan! Schending van het beginsel van doelbinding pakt de AP zo nodig aan. De Informatiebeveiligingdienst (IBD) heeft gemeenten al eerder geadviseerd om in dat verband goede afspraken te maken met de samenwerkingsverbanden waarbij zij zijn aangesloten. De BSGR heeft zowel in de met de deelnemers afgesloten DVO, als in het door het dagelijks bestuur vastgestelde Besluit gegevensverstrekking (geactualiseerd in 2023, vastgesteld in de vergadering van 26 oktober 2023) neergelegd welke gegevens zij deelt met andere partijen. Met de deelnemers is afgesproken dat de tekst van dit besluit periodiek zal worden geëvalueerd. Daarbij dient er wel sprake te zijne van legitieme redenen die ten grondslag liggen aan het verstrekken van bij de BSGR aanwezige gegevens. Ad B) Artificiële Intelligentie (AI) en algoritmes Steeds meer bedrijven en organisaties maken gebruik van algoritmes en AI.

Dit biedt voordelen en leidt tot nieuwe nuttige toepassingen. Maar de inzet van AI en algoritmes kent ook risico´s en schaduw kanten. De AP is verantwoordelijk voor het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens, en daarmee ook op de toepassing van AI en algoritmes waarbij persoonsgegevens worden gebruikt. Een aantal organisaties heeft inmiddels de eerste stappen gezet op de inzet van AI bij belastingheffing, met name bij de waardering in het kader van de uitvoering van de Wet Woz. Alhoewel deze vorm van gebruik van AI object-gerelateerd is, is het niet denkbeeldig dat AI op termijn ook op andere vlakken ingezet kan worden. Opgemerkt wordt dat ook op dit vlak vanuit Europa steeds strikter wordt toegezien. In april 2021 heeft de Europese Commissie (EC) een voorstel gedaan voor een nieuwe verordening voor AI, omdat de EC vindt dat de huidige Europese regelgeving de (toekomstige) risico’s van AI onvoldoende adresseert. Deze verordening heeft een op risico gebaseerde aanpak; dus hoe meer risico de technologie met zich meebrengt, hoe strikter de regels die daarvoor gelden.Inmiddels heeft de EU eind 2023 een voorlopig politiek akkoord bereikt over deze kunstmatige intelligentie verordening (AI Act). Het akkoord moet nog wel worden goedgekeurd door alle EU-lidstaten en het hele Europees Parlement. De wet treedt na twee jaar in werking.

Voor wat betreft toename van privacy bewustzijn zal hier intern blijvend aandacht voor moeten worden gevraagd, deze verantwoordelijkheid ligt zowel bij werkgever als de werknemer. Medewerkers zullen zich continu bewust moeten zijn en blijven van het feit dat zij in hun dagelijkse werkzaamheden omgaan met persoons- c.q. bedrijfsgevoelige gegevens die niet voor een ieder ter inzage zijn en waarmee aldus prudent moet worden omgegaan. In de praktijk zal vanuit de werkgever bij herhaling de alertheid van medewerkers op phishing, zowel voice phishing als phishingmails, moeten worden getest. Verder is besluitvorming aangaande de ePrivacy-verordening nog steeds niet afgerond. Het voorstel voor de ePrivacy-verordening is het sluitstuk van de inspanningen van de EC om het kader voor gegevensbescherming in Europa te voltooien. De verordening bevat regels om de privacy bij online communicatie beter te waarborgen. Het uitgangspunt daarbij is dat de inhoud van deze berichten alleen toegankelijk is voor de partijen die direct bij de communicatie betrokken zijn (beveiligd mailen!). Het is nog niet zeker wanneer het Commissievoorstel voor de ePrivacy-verordening wordt aangenomen, omdat de lidstaten nog onderhandelen over een aantal artikelen.

Sinds mei 2021 zijn de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad met elkaar in onderhandeling over de definitieve versie van de verordening. Zodra deze wetgeving op Europees niveau is vastgesteld krijgen de lidstaten daarna nog een bepaalde periode de tijd voor de nieuwe regels van toepassing worden. In het huidige voorstel is dat een periode van 2 jaar. De BSGR heeft eerder aangegeven dat zij als standaard voor de af te sluiten verwerkersovereenkomsten het model van de VNG/IBD hanteert (versie 2.5 van februari 2024 is de meest recente versie). Bij nieuwe contracten c.q. verlenging van bestaande contracten, waarbij vanuit de BSGR persoonsgegevens worden uitgewisseld met de leverancier, zal de BSGR te allen tijde deze standaard verwerkersovereenkomst aan de leveranciers voorleggen. Dat is evenwel geen garantie dat de betreffende leverancier deze ook accepteert. Tot op heden zijn er nog steeds slechts ca.100 bedrijven in heel Nederland die hebben aangegeven zich te committeren aan de tekst van deze overeenkomst.

Begroting 2025-2028

33

Verder heeft de EC in juni 2021 zelf een standaardtekst van een verwerkersovereenkomst gepubliceerd. Nog steeds is niet duidelijk hoe deze zich verhoudt tot de standaardtekst die de VNG/IBD nu hanteert. Hierover zal uiteindelijk op rijksniveau helderheid moeten worden gegeven. Archivering Voor archivering van documenten bestaat afzonderlijke regelgeving, onder andere de Archiefwet. Naast deze van toepassing zijnde regelgeving speelt ook de AVG bij archivering een belangrijke rol. Op basis van de AVG dient er te worden gestreefd naar dataminimalisatie. Dat wil zeggen dat een organisatie niet meer gegevens mag verzamelen dan strikt noodzakelijk voor het door haar beoogde doel. Dit, in combinatie met het recht op vergetelheid (uit de AVG), verhoogt de druk op het verder en tijdig ‘opruimen’ van gearchiveerde documenten, die gebonden zijn aan een maximale bewaartermijn. Inmiddels hebben er in de afgelopen jaren –in en na overleg met de gemeentearchivaris van Leidenperiodiek opschoningsacties in de fysiek gearchiveerde documenten plaatsgevonden. Ook in de digitale omgeving worden de nodige documenten/gegevens opgeschoond, daarbij worden ook de nodige oude –voldane- vorderingen verwijderd. Deze exercitie wordt jaarlijks herhaald.

De BSGR heeft intern voor zichzelf vastgelegd dat niet alle inkomende documenten behoeven te worden gearchiveerd, omdat deze niet altijd benodigd zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden. Daarmee kan onnodige opslag van documenten al aan de voorkant worden voorkomen. Met name daar waar het de registratie van persoonsgegevens betreft. De BSGR streeft er in ieder geval naar om de registratie van (persoons)gegevens, zowel qua aantal als bewaartermijn, zo beperkt mogelijk te houden. Op 18 november 2021 is het voorstel voor modernisering van de Archiefwet ingediend bij de Tweede Kamer. De aanpassing van de Archiefwet is nodig om ervoor te zorgen dat overheidsorganisaties ook digitale informatie goed opslaan en toegankelijk houden. Bovendien moeten de overheidsdiensten de blijvend te bewaren informatie (bijvoorbeeld bestuursbesluiten) straks al na tien in plaats van na twintig jaar overbrengen naar een archiefdienst, waar iedereen de informatie kan raadplegen. Voor de BSGR betekent dat dat deze documenten alsdan bij Erfgoed Leiden moeten worden ondergebracht. De Archiefwet geldt voor organisaties van de Rijksoverheid, gemeenten, provincies en waterschappen. De Archiefwet geldt verder voor Hoge Colleges van Staat, zoals de Eerste en Tweede Kamer, en voor private organisaties met openbaar gezag taken, zoals notarissen en deurwaarders.

De nieuwe Archiefwet sluit aan bij andere ontwikkelingen, zoals de Wet open overheid (Woo). Deze is per 1 mei 2022 als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), gedeeltelijk in werking getreden. Deze wet moet er voor zorgen dat, naast het actief openbaar en toegankelijk maken van overheidsinformatie, de informatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De verplichtingen uit de Woo om documenten actief openbaar te maken, treedt stapsgewijs in werking. De ontwikkeling van de hiervoor, zoals de Woo voorschrijft, verplicht te gebruiken tool (Platform Open Overheidsinformatie, kortweg PLOOI) is vertraagd omdat het Adviescollege ICT-toetsing de minister van BZK heeft geadviseerd om voor de korte termijn de ontwikkeling van de huidige variant van PLOOI te stoppen en te starten met een minimale, eenvoudigere oplossing (een verwijsindex met zoekfunctie) t.b.v. van het actief openbaar maken van overheidsinformatie. De minister volgt dit advies op. Dit besluit heeft tot gevolg dat de huidige vorm van PLOOI met centrale opslag, een aanleverloket en de aanleverAPI, niet op afzienbare termijn beschikbaar komt voor alle bestuursorganen, daarmee zal op korte termijn ook de aansluiting daarop niet verplicht worden. Informatie die actief openbaar gemaakt moet worden, moet dan digitaal vindbaar zijn via de Woo-index.

Sinds medio 2023 kunnen overheidsorganisaties aansluiten op deze Woo-index. Zij kunnen documenten openbaar maken door documenten eerst op een eigen website te publiceren. Vervolgens vermelden ze de url van de internetlocatie in de Woo-index. Ook de decentrale overheden (gemeenten, waterschappen, provincies en gemeenschappelijke regelingen) moeten op termijn verplicht informatie actief openbaar maken. Mede ten behoeve daarvan verplicht de Woo overheden om de informatiehuishouding op orde te brengen. De verwachting is wel dat met het op orde krijgen van de digitale informatiehuishouding van de overheid nog een aanzienlijke doorlooptijd zal zijn gemoeid. Voor het volledig realiseren hiervan bij het Rijk en de decentrale overheden wordt een termijn van ten minste 8 jaar genoemd (Memorie van

Begroting 2025-2028

34

Toelichting, kamerdossier 35112, blz. 6 vergaderjaar 2018-2019). Omdat het niet efficiënt werd geacht dat ieder bestuursorgaan zelf het wiel uitvindt, is vanuit de Rijksoverheid een meerjarenplanning opgesteld, waarbij een begin is gemaakt bij de digitale huishouding van het Rijk en daarna stap voor stap bij de overige overheden. De BSGR is voornemens om te bezien in hoeverre één en ander kan worden gecombineerd met een definitieve overstap van zowel een fysiek als digitaal archief naar nog slechts digitale archivering van documenten. Financiën De omgeving van de BSGR is onderhevig aan vele, snelle veranderingen op het gebied van wetgeving en technologie. Het volgen van deze ontwikkelingen is een noodzaak en dit heeft consequenties voor de bedrijfsvoering, processen en systemen van de BSGR die aangepast moeten worden op de gewijzigde wet- en regelgeving en de veranderende technologie. Deze ontwikkelingen zorgen voor druk op het kunnen handhaven van een optimaal prijs- kwaliteitsniveau. De begroting 2025 is door de BSGR uitgewerkt conform de uniforme taakstelling voor de gemeenschappelijke regelingen die door de bestuurlijke klankbordgroep Financiële Kaderstelling namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden is vastgesteld.

Hoewel voor het begrotingsjaar 2025 vooralsnog geen taakstelling is verwacht ten opzichte van het begrotingsjaar 2024 heeft de werkgroep wel een beroep gedaan op de BSGR om terughoudend te zijn met nieuw beleid. In lijn met dit verzoek is in de begroting 2025 vooralsnog geen nieuw beleid opgenomen. In de Financiële Kaderstelling is tevens verzocht om door middel van een notitie inzicht te geven in mogelijke bezuinigingen op de deelnemersbijdrage van de BSGR. In deze notitie beschrijven wij onze denkrichtingen voor mogelijke besparingen op de deelnemersbijdrage van de BSGR. Dit beschrijven wij vanuit drie lijnen: 1. bezuiniging op de bedrijfsvoering; 2. bezuiniging op dienstverlening; 3. schaalvergroting. 1e lijn : bezuiniging op bedrijfsvoering De BSGR huurt in het kantoorpand aan de Lammenschansweg een aantal verdiepingen. Het huurcontract met de verhuurder loopt eind oktober 2026 af. In 2025 zal daarom een keuze gemaakt moeten worden of de BSGR het huurcontract verlengt of mogelijk kiest voor een andere vestigingsplaats. Het verlengen van het huurcontract in een ‘afgeslankte’ vorm waarbij bijvoorbeeld een verdieping wordt ‘afgestoten’ of het ‘inhuizen’ bij een deelnemer kan zorgen voor een bezuiniging van 100K.

Mogelijke nadelen hierbij zijn: bij groei van de organisatie zijn er niet voldoende werkplekken beschikbaar en een verandering van vestigingsplaats kan mogelijk leiden tot uitstroom van personeel. 2e lijn: bezuiniging op dienstverlening Bij de uitvoering van de belastingheffing en invordering hanteert de BSGR een ruime beleidsvrijheid van haar deelnemers. Dit zorgt bij een aantal deelnemers voor maatwerk en oplopende uitvoeringskosten. Om bezuinigingen door te kunnen voeren is meer standaardisatie in de uitvoering noodzakelijk. Mogelijke besparingen door standaardisatie op het gebied van belastingheffing en invordering zijn: • het afschaffen van de diftarheffing (bezuiniging 150K); • wijziging van de rioolheffing op gebruik (RIOG) in rioolheffing particulieren (RIOP). Dit zorgt voor een bezuiniging van 100K; • het afschaffen van kosteloze betalingsherinneringen (bezuiniging 100K); • het halveren van het aantal automatische incassotermijnen (huidige situatie: maximaal 8) zorgt voor een bezuiniging van 35K;

Begroting 2025-2028

•

35

het afschaffen van kwijtschelding op gemeentelijke- en/of waterschap belastingen (nog nader te berekenen)), waardoor de uitvoeringskosten worden verlaagd en de opbrengsten voor de deelnemers worden vergroot.

Mogelijke nadelen hierbij zijn: door standaardisatie wordt de beleidsvrijheid van deelnemers beperkt, het afschaffen van kwijtschelding past niet in het huidige maatschappelijk beeld en het serviceniveau naar de belastingplichtige neemt af. 3e lijn: schaalvergroting Toenemende vergrijzing en schaarste op de arbeidsmarkt dwingt de BSGR om de mogelijkheden voor schaalvergroting te onderzoeken. Personeel met kennis van lokale belastingen wordt landelijk meer en meer een schaars goed, waarbij de uitstroom van kennis als gevolg van de vergrijzing de continuïteit van belastingorganisaties onder druk zet. Belastingorganisaties zullen daarom actiever moeten zoeken naar mogelijkheden voor een verregaande samenwerking, dan wel dat op termijn de dienstverlening moet worden aangepast aan de veranderende omgeving. Schaalvergroting kan zorgen voor een mogelijk besparing op termijn van 15 – 20 procent indien sprake is van een fusie met een gelijkwaardig samenwerkingsverband. Mogelijke nadelen hierbij zijn: verlies van personeel en kennis op korte termijn. Hierboven zijn via een drietal lijnen (mogelijke) bezuinigingen weergegeven. Mogelijke bezuinigingen binnen het WOZ-domein op het gebied van proceskostenvergoeding en inhuur van personeel zijn onzeker.

Hoewel het de verwachting is dat het aantal WOZ-bezwaren weer zal afnemen als gevolg van aanpassingen in het belastingplan 2024 en minder scherp stijgende huizenprijzen is de ontwikkeling zo kort na de aanslagoplegging 2024 erg onzeker. De BSGR voert voornamelijk wettelijke taken uit waarop, gezien het al zeer lage kostenniveau van de BSGR en de steeds verder toenemende druk van strengere wettelijke eisen o.a. op het gebied van aanbesteding, ICT en privacy en verantwoording, niet verder kan worden bezuinigd. Ook de zeer krappe arbeidsmarkt heeft gevolgen voor de dienstverlening, zelfs voor het op peil houden van het huidige niveau. De verwachting is dat dit in 2026 zal leiden tot hogere ICT-kosten en mogelijk hogere kapitaallasten indien besloten wordt voor de aanschaf van een nieuwe waarderingsapplicatie. ISAE, VIC en aanbestedingen De BSGR heeft het proces van risicomanagement structureel ingepast in het bestaande beleid. Om invulling te geven aan dit beleid heeft de BSGR een raamwerk ontwikkeld, waarbij de bestaande risico’s zijn geïdentificeerd en de bijbehorende beheersmaatregelen zijn geïmplementeerd. Dit raamwerk wordt in de vorm van een ISAE3402 type 2 rapportage jaarlijks gevalideerd door een externe accountant.

Naast de ISAE rapportage is de BSGR continu bezig zich verder te ontwikkelen op het gebied van risicomanagement, dit is terug te zien in de implementatie van een management informatiesysteem voor deelnemers (VYZYR) en een kostprijscalculatie model. Vanaf het boekjaar 2016 is sprake van de ISAE3402 type 2 verklaring (in plaats van een controleverklaring op de belastingrapportage in combinatie met het ISAE3402 type 2 rapport). Jaarlijks wordt het onderliggende ISAE3402-raamwerk vooraf besproken (en indien noodzakelijk aangepast) met de betreffende deelnemers. De besprekingen dienen ter afdekking en afstemming van de controlemaatregelen. Vanaf 2023 wordt t.b.v. de Verbijzonderde Interne Controle (VIC) van de bedrijfsvoering een gelijksoortig raamwerk met bijbehorende beheersmaatregelen ingepast in ons beleid. E.e.a. in lijn met de te wijzigen verantwoordingsvereisten in BADO en BBV. Bij de Verbijzonderde Interne Controle hanteert de BSGR het ‘learning’ principe. Op basis van bevindingen en ontwikkelingen in wet- en regelgeving wordt het interne controleplan aangepast en daarmee de kwaliteit van de interne controle verbeterd. Voor 2025 worden twee grote aanbestedingen verwacht. Naast het aanbesteden van het waarderingspaket zullen ook de bankdiensten worden aanbesteed.

Begroting 2025-2028

36

Bij inkopen wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan duurzaamheid en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Gezien de wereldwijde ontwikkelingen rondom het klimaat zal dit komende jaren alleen nog maar belangrijker worden. De BSGR wil benadrukken dat zij een groot belang hecht aan duurzaamheid en MVO in de breedste zin van het woord.

Begroting 2025-2028

37

Financiële begroting Inleiding De financiële begroting heeft een aantal doelen. Ten eerste: autorisatie, door vaststelling door het Algemeen Bestuur geeft het bestuur goedkeuring aan het doen van de uitgaven binnen de gestelde kaders. Ten tweede: allocatie, het maakt duidelijk voor welke taken de middelen worden ingezet. Tenslotte: (ook op langere termijn) inzicht verschaffen in de financiële positie van de BSGR. De begroting is opgesteld conform de eisen die daaraan in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden gesteld. Het uitgangspunt voor deze begroting is de bijgestelde begroting 2024 die in maart 2024 door het algemeen bestuur naar verwachting wordt goedgekeurd. De financiële kaders gesteld door het bestuurlijk overleg financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen van gemeenten in de regio Hollands-Midden zijn in deze begroting verwerkt. Een en ander leidt tot de volgende ontwikkeling van de deelnemersbijdragen: x € 1.000 Lasten

Jaarrekening 2023

Primaire begroting 2024

Gewijzigde begroting maart 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Bijdragen deelnemers

15.053-

15.796-

15.796-

15.687-

15.785-

15.683-

15.679-

Totaal Baten

15.053-

15.796-

15.796-

15.687-

15.785-

15.683-

15.679-

In de bijlage is een specificatie van de bijdrage per deelnemer (voor resultaatbestemming) opgenomen.

Begroting 2025-2028

38

Overzicht Baten en lasten Deze paragraaf bevat een overzicht met alle baten en lasten op economische kosten categorie. x € 1.000 Lasten Personeelslasten Overige goederen en diensten Bijdragen GDI Kapitaallasten Automatisering Huisvesting Onvoorzien Totaal Lasten Baten Bijdragen deelnemers Bijdragen deelnemers Overig Doorbelastingen GDI Uitvoeringskosten KTA Overige opbrengsten Totaal Baten Resultaat voor bestemming Dotaties aan bestemmingsreserve pkv + ingebrekestellingen Onttrekking aan het rekeningresultaat 2023 Onttrekkingen aan bestemmingsreserve pkv + ingebrekestellingen Resultaat na bestemming

Jaarrekening 2023

Primaire begroting 2024

Gewijzigde begroting maart 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

9.142 2.393 -4

10.240 2.702 164

10.440 3.609 164

10.822 1.947 172

10.822 1.947 172

10.822 1.947 172

10.822 1.947 172

208 2.276 633 0 14.648

162 1.846 746 109 15.968

162 1.946 746 109 17.175

149 2.018 773 109 15.989

246 2.018 773 109 16.087

144 2.018 773 109 15.985

140 2.018 773 109 15.981

-15.053 -145 28 -17 -125 -15.313 -665 0 0 0 -665

-15.796 0 -164 0 -8 -15.968 0 0 0 0 0

-15.796 0 -164 0 -130 -16.089 1.086 300 -300 -300 786

-15.687 0 -172 0 -130 -15.989 0 0 0 0 0

-15.785 0 -172 0 -130 -16.087 0 0 0 0 0

-15.683 0 -172 0 -130 -15.985 0 0 0 0 0

-15.679 0 -172 0 -130 -15.981 0 0 0 0 0

Personeelslasten De personeelslasten laten in 2025 een lichte stijging zien, wat het resultaat is van enerzijds een vermindering van de incidentele personeelslasten in de begrotingswijziging maart 2024, en anderzijds de indexatie van de personeelslasten ad 4,7% en de kosten van de areaaluitbreiding van ca. € 128K . Vanwege de onzekerheid over het aantal WOZ-bezwaren is op dit moment nog onduidelijk of dit voldoende zal zijn. Overige goederen en diensten De overige goederen en diensten betreffen onder meer de gegevensverstrekking door derden, drukwerk, porti en verzendkosten, externe advieskosten, inhuur deurwaarders buitengebieden, etc. Ook de proceskosten voor WOZ bezwaren vallen hieronder. Deze post bevat vanaf 2025 een forse daling, wat het gevolg is van de wettelijke daling van 75% in de proceskostenvergoedingen. Ook het effect van de areaaluitbreiding is hierin meegenomen. Bijdragen en doorbelastingen GDI Dit betreft de bijdrage die bij de BSGR in rekening wordt gebracht voor de kosten van de berichtenbox en DigiD. De bijdragen voor de gemeenten worden verrekend via het Gemeentefonds en kunnen worden gedeclareerd via het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het resterende deel van de bijdrage zal aan HHR worden doorbelast. De bijdrage wordt eerst in voorschot en later op basis van nacalculatie berekend.

Omdat de toekomstige aantallen niet bekend zijn laten we de jaarlijkse omvang behoudens een prijscorrectie gelijk. Ook areaaluitbreiding heeft zeer beperkt effect op deze post. Kapitaallasten Investeringen hebben het kenmerk dat zij meerdere jaren ten dienste van de BSGR staan. Op het moment dat een investering plaatsvindt (de aanschaf van een object) worden de uitgaven gedaan. Toerekening van de kapitaallasten (afschrijving en toegerekende rentekosten) vindt in principe voor de eerste maal plaats in het jaar dat een investering is opgeleverd. Het aantal jaren waaraan de kapitaallasten worden toegerekend is afhankelijk van het soort investering en varieert in de regel van 5 tot 10 jaar. De kapitaallasten zullen na een dip in 2024 en 2025 weer gaan oplopen in verband met een mogelijke aanbesteding van het waarderingspakket en de aanschaf van (deels) nieuw meubilair. Automatisering De automatiseringslasten betreffen vooral het onderhoud van de belastingapplicatie, de ICTinfrastructuur, de kantoorautomatisering en de digitale balie. Deze lasten stijgen licht de komende jaren gezien de ontwikkelingen op het gebied van digitalisering. Deze post is voor het jaar 2024 extra opgehoogd, omdat het in het verleden te laag begroot was. Daarnaast zijn de kosten zoals eerder vermeld geïndexeerd tegen een percentage van 3,7%.

Begroting 2025-2028

39

Huisvestingslasten De huisvestingslasten stijgen in 2025 licht als gevolg van de indexatie. Datzelfde geldt voor de servicekosten die onder deze post worden meegenomen. Onvoorzien De aanwending van het bedrag onvoorzien is alleen onder voorwaarden toelaatbaar; inzet vindt plaats voor uitgaven die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn. Indien een dergelijke uitgave een structureel karakter heeft, dan worden de meerjarige consequenties als autonome ontwikkelingen in de volgende begroting verwerkt. Verwerking van een onvoorziene post leidt tot een begrotingswijziging welke aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd. Bijdrage deelnemers De indexering van de deelnemersbijdrage 2025 ten opzichte van 2024 is bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen o.b.v. de verwachting prijs overheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. Het stijgingspercentage is voor lonen (de Prijsoverheidsconsumptie werknemers beloning werknemers) 4,7% en prijzen (de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)) 3,7%. Tevens is het bedrag hoger geworden als gevolg van de areaaluitbreiding. Onttrekkingen reserves/resultaat In de jaren 2025-2028 is er geen sprake van (mutaties in) bestemmingsreserves. Incidentele baten en lasten De incidentele baten en lasten worden begroot onder de programma’s en algemene dekkingsmiddelen.

In de jaren 2025-2028 is er uitsluitend de incidentele last van post onvoorzien binnen de algemene dekkingsmiddelen (zie pagina 21). Niet uit de balans blijkende verplichtingen In het BBV is opgenomen dat geen voorzieningen worden getroffen voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume. Deze verplichtingen dienen wel expliciet in de begroting en meerjarenraming te worden verwerkt. Bij de BSGR wordt het aantal nog op te nemen verlofuren per ultimo van een begrotingsjaar als vermelding in de jaarrekening opgenomen. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een niet jaarlijks vergelijkbaar volume dienen er wel voorzieningen te worden getroffen. Overeenkomsten De BSGR is voor een aantal jaren verbonden aan de huurovereenkomst voor het pand op de Lammenschansweg 144. Dit contract loopt tot en met 31 oktober 2026. BSGR heeft de overstap gemaakt van SMC Centric naar KPN voor de ICT-infrastructuur en kantoorautomatisering. Voor de kantoorautomatisering is dit in december 2022 gebeurd en voor de infrastructuur in maart 2023. Het contract met KPN heeft een looptijd van vijf jaar met de optie om twee keer te verlengen met een jaar. Voor beheer en onderhoud van de belastingapplicatie is een overeenkomst afgesloten met Centric, die jaarlijks kan worden opgezegd.

Met BakerWare zijn meerdere kleine overeenkomsten afgesloten die ook jaarlijks kunnen worden opgezegd. Het contract voor de telefonie met Evolve is beëindigd per 1 februari 2023. Vanaf 1 februari 2023 verzorgt KPN de telefoondiensten. De looptijd is 4 jaar, met een optie om twee keer een jaar te verlengen. Voor druk- en verzendwerk is er sprake van een contract met Jetmail, welke een looptijd heeft van vier jaar tot 1 januari 2027 met de optie om twee keer te verlengen met een jaar. Tenslotte heeft de BSGR de beschikking over een leaseauto.

Begroting 2025-2028

40

Geprognosticeerde Balans In het BBV wordt een meerjarig geprognosticeerde balans voorgeschreven. Deze balans dient aan te sluiten op de balans in de jaarrekening maar behoeft niet dezelfde mate van detail weer te geven. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn kengetallen opgenomen die op basis van deze balans zijn berekend. Activa

Ultimo 2023

Ultimo 2024

Ultimo 2025

Ultimo 2026

Ultimo 2027

Ultimo 2028

x € 1.000 Vaste activa

382

319

770

524

380

240

Vlottende activa

12.261

12.275

12.275

12.275

12.275

12.275

Totaal activa

12.643

12.594

13.045

12.799

12.655

12.515

Passiva x € 1.000 Eigen vermogen

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1.446

846

846

846

846

0

0

0

0

0

0

Vlottende passiva

11.197

11.748

12.199

11.953

11.809

11.669

Totaal passiva

12.643

12.594

13.045

12.799

12.655

12.515

Langlopende schulden

846

In bovenstaande balans zijn de gegevens inzake de vaste activa bepaald aan de hand van de huidige en geprognosticeerde activastaat. De vlottende activa bestaan voor een groot deel uit de rekening courantverhouding bij de Schatkist en de per ultimo begrotingsjaar openstaande debiteuren. De stand van het Eigen Vermogen sluit aan met de cijfers in de hierna volgende paragraaf. Er wordt vanuit gegaan dat er vooralsnog geen langlopende leningen noodzakelijk zijn. De post vlottende passiva bevat als belangrijkste posten “aan de deelnemers af te dragen belastingontvangsten”, “crediteuren” en transitorische posten als “nog te betalen bedragen” en “vooruit ontvangen bedragen”.

Meerjaren-investeringsplanning Onderwerp (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

Boekwaarde cumulatief begin v/h jr. Nog niet ontvangen slottermijnen Investering in belastingapplicatie Onvoorzien 2024 Nieuw waarderingspakket Kantoormeubilair Aanbesteding belastingapplicatie

382 67 33

239 54 26

4 -

-

p.m.

p.m.

110 40 20 500 100 p.m.

27 13 400 80 p.m.

13 7 300 60 p.m.

Totaal investeringen incl. boekwaarde

482

319

770

524

380

In bovenstaand overzicht is het verloop van de boekwaarde inclusief de nieuwe investeringen gevisualiseerd.

Overzicht reserves en voorzieningen Het verloop van de algemene en bestemmingsreserves ziet er als volgt uit: Eigen Vermogen x € 1.000

Saldo ultimo 2023

Saldo ultimo Saldo ultimo Saldo ultimo 2024 2025 2026

Saldo ultimo Saldo ultimo 2027 2028

Algemene reserve

781

846

846

846

846

846

Rekeningresultaat

665

0

0

0

0

0

Totaal Eigen Vermogen 1.446 846 846 846 846 846 Noot: vanaf 2025 zal de Algemene Reserve iets hoger zijn dan 5% van de totale lasten. Zo nodig zal dit zeer beperkte overschot dan teruggegeven worden aan de deelnemers.

Begroting 2025-2028

41

Toelichting: Naam van de reserve

Algemene reserve

Type Doel van de reserve

Algemene reserve. De algemene reserve heeft een algemene bestedingsmiddel-/bufferfunctie om risico’s op te vangen.

Maximale omvang van de reserve

De omvang van de reserve dient minimaal 3% te zijn (besluit AB 25 juni 2020) en maximaal 5% van de totaal begrote lasten conform het besluit AB op 27 juni 2019. NB: De reserve bedraagt per ultimo 2023 € 781K, exclusief de toevoeging van € 65K uit het positieve resultaat 2023.

Dotatie

Incidentele baten jaarrekeningoverschotten).

Verwachte bestedingen

Incidentele bestedingen.

Opheffingsdatum

Niet van toepassing.

(onder

andere

BTW Compensatie De kosten die in het overzicht lasten en baten staan vermeld zijn exclusief BTW. De BTW die BSGR ter zake van de gedane inkopen/ investeringen betaalt kan door de BSGR niet worden verrekend op de BTW aangifte of worden gecompenseerd bij het BTW compensatiefonds. Via de BTW transparantiemethode schuift BSGR jaarlijks de btw die is betaald ter zake van de gedane inkopen/ investeringen door naar de deelnemers. Gemeenten kunnen deze BTW vervolgens compenseren bij het BTW compensatiefonds. x € 1.000 Lasten Gemeentelijke deelnemers Hoogheemraadschap Totaal

BTW 2025 753 416 1.169

BTW 2026 753 416 1.169

BTW 2027 753 416 1.169

BTW 2028 753 416 1.169

De jaarlijkse vast te stellen procentuele omvang van de door te schuiven btw is gelijk aan de kostprijscalculatieverdeelsleutel (KPC) in de kosten per deelnemer. Het gehanteerde verdelingspercentage gemeenten/ versus hoogheemraadschap kan bij nacalculatie wijzigen. Door deze compensatie zijn de werkelijke kosten in de BSGR voor de gemeenten niet hoger dan eerdergenoemde bijdragen zolang de grens van het BTW compensatiefonds niet wordt overschreden. Voor het hoogheemraadschap geldt dat haar aandeel in de BTW wel als kostenpost moet worden aangemerkt.

Begroting 2025-2028

42

Bijlage 1: Overzicht baten en lasten 2023 conform Iv3 matrix Overzicht baten en lasten 2025 Iv3 (x € 1.000) Baten en lasten conform Iv3-matrix, zoals bepaald in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Ministeriële regeling informatie voor derden. Iv3-categoriën LASTEN

bedrag

1.

Salarissen en sociale lasten

1.1

Salarissen en sociale lasten

3. 3.3 3.5.1

Goederen en diensten Pachten Ingeleend personeel

3.8

Overige goederen en diensten

3.8

Bijdrage GDI

3.965 172

7. 7.3

Verrekeningen Afschrijvingen

149

0.8

Overige baten en lasten

0.8

Onvoorzien subtotaal lasten

10.822

773

109 15.989

BATEN 3. 3.8

Goederen en diensten Overige goederen en diensten

4. 4.3.2

Overdrachten Inkomensoverdrachten - gemeenten

4.3.5

Inkomensoverdrachten - waterschappen

4,3,1

Inkomensoverdrachten - Rijk

7. 7.1

Verrekeningen Mutaties reserves

7.4

Bespaarde rente

130-

subtotaal baten

15.989-

10.1055.68669-

Begroting 2025-2028

43

Bijlage 2: Kerngegevens Bijlage: Kerngegevens Deelnemende waterschappen in 2025

HH Rijnland

Deelnemende gemeenten in 2025

Bodegraven-Reeuwijk Gouda Katwijk Leiden Leiderdorp Oegstgeest Velsen Voorschoten Waddinxveen Wassenaar Zoeterwoude

Provincies waarin de deelnemers zijn gelegen

Zuid-Holland Noord-Holland

Grootte van het verzorgingsgebied

1.100 km2

Aantal gemeenten in het verzorgingsgebied

30

Aantal inwoners in het verzorgingsgebied per 31-12-2023*

ca. 1,3 miljoen

Te verzenden aanslagbiljetten in 2025

0,8 miljoen

In de aanslagbiljetten opgenomen aanslagregels

3,0 miljoen

Verzoeken om kwijtschelding

38.000 stuks

Te verzenden waardebeschikkingen eigenaren

275.000 stuks

Te verzenden betaalherinneringen in 2025

110.000 stuks

Te verzenden aanmaningen in 2025

65.000 stuks

Te verzenden dwangbevelen in 2025

30.000 stuks

Totaal voor 2024** begroot aanslagbedrag

610 miljoen

Waarvan: ten behoeve van de waterschappen

247 miljoen

ten behoeve van de gemeenten

363 miljoen

Totaal aantal medewerkers

ca. 119 fte

* = er is geen recentere meting bekend ** = De begrotingsgegevens zijn de laatst bekende gegevens

Begroting 2025-2028

44

Bijlage 3: Deelnemersbijdragen 2025 - 2028 Gebaseerd op KPC basis 2023 Deelnemersbijdrage Deelnemer Bodegraven-Reeuwijk Gouda Rijnland Katwijk Leiden Leiderdorp Oegstgeest Velsen Voorschoten Waddinxveen Wassenaar Zoeterwoude Totaal

Aandeel cf. KPC 2023

2025

2026

2027

2028

4,73%

742.330

746.951

742.110

741.918

10,89%

1.707.808

1.718.439

1.707.300

1.706.860

35,59%

5.582.533

5.617.286

5.580.875

5.579.433

7,78%

1.220.318

1.227.914

1.219.955

1.219.640

15,17%

2.380.131

2.394.948

2.379.425

2.378.810

2,98%

466.774

469.680

466.635

466.515

2,60%

407.459

409.995

407.338

407.232

8,99%

1.409.710

1.418.486

1.409.291

1.408.927

2,88%

451.011

453.819

450.877

450.761

3,92%

614.370

618.195

614.187

614.029

3,15%

494.479

497.557

494.332

494.204

1,34%

210.341

211.650

210.278

210.224

100%

15.687.263

15.784.920

15.682.604

15.678.553

Begroting 2025-2028

45

Bijlage 4: Baten en lasten 2025 per taakveld verdeeld over de programma’s per deelnemer Gebaseerd op KPC 2023 en overhead doorverdeeld Heffen € Taakveld 0.61 0.61 0.62 0.62 0.64 0.64 2.4 3.4 3.4 7.2 7.2 7.2 7.2 7.2 7.2 7.3 7.3 7.3 8.3 8.3 8.3 8.3

Kostprijsproductverdeling per programma gemeente Gouda B&B I&I WOZ Totaal 291.243 € 236.919 € 146.972 € 1.032.673 € 1.707.808 Omschrijving Specificatie Bedrag OZB woningen OZB Eig. woningen € 936.544 OZB woningen OZB Gebr. Woningen € 206 OZB niet woningen OZB Eig. niet woningen € 170.567 OZB niet woningen OZB Gebr. niet woningen € 10.497 Belastingen overige Hondenbelasting € 9.442 Precariobelasting Precariobelasting € 58.762 Economische havens en waterwegen Havengelden € 9.574 Economische promotie Marktgelden € 6.674 Economische promotie Toeristenbelasting € 1.822 Riolering Rioolheffing Eig. NWN € 4.632 Riolering Rioolheffing Eig. WON € 62.460 Riolering Rioolheffing Gebr. NWN € 9.812 Riolering Rioolheffing Gebr. WON (RIOGWON) € 69.947 Riolering Rioolheffing Hemelwater WON € 2.760 Riolering Rioolheffing Hemelwater NWN € 1.586 Afval Afvalstoffenheffing diftar WON € 71.067 Afval Afvalstoffenheffing € 67.777 Afval Afvalstoffenheffing diftar NWN € 2.338 Wonen en bouwen Leges Omgevingsvergunning € 162.337 Wonen en bouwen Liggelden € 1.020 Wonen en bouwen Staangelden € 3.425 Wonen en bouwen Overige leges € 44.560 € 1.707.808

Noot: KPC 2023 houdt nog rekening met een hoog aantal bezwaren voor de parkeerbelasting.

Begroting 2025-2028

Heffen € Taakveld 0.61 0.61 0.62 0.62 0.64 3.4 7.2 7.2 7.2 7.3

46

Kostprijsproductverdeling per programma gemeente Leiden B&B I&I WOZ Totaal 287.507 € 3.311 € 205.580 € 1.883.733 € 2.380.131 Omschrijving Specificatie Bedrag OZB woningen OZB Eig. woningen € 1.769.647 OZB woningen OZB Gebr. Woningen € 5 OZB niet woningen OZB Eig. niet woningen € 265.482 OZB niet woningen OZB Gebr. niet woningen € 15.877 Precariobelasting Precariobelasting € 22.881 Economische promotie Toeristenbelasting € 3.472 Riolering Rioolheffing Gebr. NWN € 15.337 Riolering Rioolheffing Gebr. WON (RIOGWON) € 40 Riolering Rioolheffing personen € 144.723 Afval Afvalstoffenheffing € 142.667 € 2.380.131

Begroting 2025-2028

Heffen € Taakveld 0.61 0.62 0.61 0.62 0.64 0.64 0.64 3.3 3.3 3.3 3.3 3.4 7.2 7.2 7.3 7.3

47

Kostprijsproductverdeling per programma gemeente Wassenaar B&B I&I WOZ Totaal 66.382 € 5.454 € 47.182 € 375.461 € 494.479 Omschrijving Specificatie Bedrag OZB woningen OZB Eig. woningen € 346.813 OZB niet woningen OZB Eig. niet woningen € 59.952 OZB woningen OZB Gebr. Woningen € 193 OZB niet woningen OZB Gebr. niet woningen € 3.142 Belastingen overige Hondenbelasting € 6.161 Precariobelasting Precariobelasting € 9.228 Belastingen overige Baatbelasting € 895 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen BIZ bijdrage (BIZ2NWN) € 1.269 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen BIZ bijdrage (BIZ3NWN) € 3.064 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen BIZ bijdrage (BIZ3WON) € 372 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen BIZ bijdrage (BIZNWN) € 1.057 Economische promotie Toeristenbelasting € 948 Riolering Rioolheffing Gebr. NWN € 2.786 Riolering Rioolheffing Gebr. WON (RIOGWON) € 28.167 Afval Afvalstoffenheffing € 26.940 Afval Afval extra container WON € 3.492 €

494.479

Begroting 2025-2028

Heffen € Taakveld 0.61 0.62 0.61 0.62 0.64 0.64 3.3 3.3 3.4 7.2 7.2 7.3

48

Kostprijsproductverdeling per programma gemeente Voorschoten B&B I&I WOZ Totaal 62.212 € 130 € 36.557 € 352.113 € 451.011 Omschrijving Specificatie Bedrag OZB woningen OZB Eig. woningen € 329.919 OZB niet woningen OZB Eig. niet woningen € 49.857 OZB woningen OZB Gebr. Woningen € 194 OZB niet woningen OZB Gebr. niet woningen € 2.750 Belastingen overige Hondenbelasting € 3.840 Precariobelasting Precariobelasting € 210 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen BIZ bijdrage (BIZ4NWN) € 3.222 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen BIZ bijdrage (BIZ5NWN) € 2.300 Economische promotie Toeristenbelasting € 107 Riolering Rioolheffing Gebr. NWN € 5.927 Riolering Rioolheffing Gebr. WON (RIOTWON) € 28.499 Afval Afvalstoffenheffing € 24.185 €

451.011

Begroting 2025-2028

Heffen € Taakveld 0.61 0.62 0.62 3.3 3.3 7.2 7.2 7.3 7.3 7.3 7.3

49

Kostprijsproductverdeling per programma gemeente Zoeterwoude B&B I&I WOZ Totaal 33.008 € € 28.286 € 149.047 € 210.341 Omschrijving Specificatie Bedrag OZB woningen OZB Eig. woningen € 121.734 OZB niet woningen OZB Eig. niet woningen € 38.709 OZB niet woningen OZB Gebr. niet woningen € 2.415 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen BIZ bijdrage (BIZ9WON) € 228 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen BIZ bijdrage (BIZ9NWN) € 3.369 Riolering Rioolheffing Eig. NWN € 1.320 Riolering Rioolheffing Eig. WON € 8.206 Afval Afvalstoffenheffing diftar WON € 19.271 Afval Afvalstoffenheffing diftar NWN € 189 Afval Afvalstoffenheffing € 14.588 Reinigingsrecht Reinigingsrecht € 311 €

210.341

Begroting 2025-2028

Heffen € Taakveld 0.61 0.62 0.64 0.64 3.3 3.3 3.4 7.2 7.2 7.2 7.3 7.3

50

Kostprijsproductverdeling per programma gemeente Oegstgeest B&B I&I WOZ Totaal 51.387 € 390 € 36.401 € 319.281 € 407.459 Omschrijving Specificatie Bedrag OZB woningen OZB Eig. woningen € 308.124 OZB niet woningen OZB Eig. niet woningen € 37.207 Precariobelasting Precariobelasting € 693 Belastingen overige Hondenbelasting € 4.241 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen BIZ bijdrage (BIZ5NWN) € 1.461 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen BIZ bijdrage (BIZ5WON) € 375 Economische promotie Toeristenbelasting € 207 Riolering Rioolheffing personen € 24.851 Riolering Rioolheffing Gebr. WON (RIOGWON) € 26 Riolering Rioolheffing Gebr. NWN € 2.000 Afval Afvalstoffenheffing € 27.332 Afval Afval extra container WON € 941 €

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=9a6e745d-53cf-40b1-b6c4-439ce10bd062