CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Vermaatterrein fase 2_ter vaststelling HQ (1)

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Vermaatterrein Fase 227.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Boven op het dak van de parkeergarage wordt een collectief binnengebied ingericht. De parkeergarage is kleiner dan het ontwikkelveld, zodat aan de randen nog voldoende ruimte over blijft om entrees naar de woningen te maken of om voorzieningen te situeren. Ieder appartement heeft minimaal één parkeerplaats in de parkeergarage. Materiaal en kleurgebruik Het materiaal en kleurpalet is gelijk voor de drie deelgebieden. Hiermee wordt de samenhang tussen de verschillende deelgebieden versterkt en wordt bijgedragen aan de gewenste 'eigen' identiteit van de totale gebiedsontwikkeling Sportlaan e.o. De toegepaste hoofdmaterialen zijn hoogwaardig, duurzaam, modern en tijdloos. De materialen sluiten aan bij het industriële/stoere karakter van het gebied: baksteen, hout, (natuur)steen, stucwerk, of metaal/cortenstaal. Samenhang binnen het plot wordt bereikt door de toepassing van een beperkt kleurenpalet van roodbruin tot grijstinten. Baksteen wordt met name toegepast in roodbruine tinten. Incidenteel kan hiervan worden afgeweken met een warm grijze kleur om een accent of verbijzondering te maken. De overige genoemde materialen worden toegepast in een palet van grijstinten. Behandeld of verduurzaamd hout kan worden toegepast als ondergeschikt materiaal. Hout wordt toegepast in naturel tinten, in antraciet of zwart.

De gebouwen zijn alzijdig ontworpen in één hoofdmateriaal Duurzaamheid De ambitie is om van de Sportlaan e.o. een duurzame en gezonde gebiedsontwikkeling te maken. In de uitwerking van de plannen wordt een integrale benadering nagestreefd die betrekking heeft op een breed palet aan thema's zoals bodem, water, geluid, mobiliteit, groen, materialen en energie. Concreet wordt ingezet op natuurinclusief bouwen, reductie van energiegebruik en het opwekken van duurzame energie, kwalitatief goede woningen, stimuleren van schoon vervoer (ruimte voor de fiets en voor elektrische auto's) en het stimuleren van bewegen in de openbare ruimte.

33/144

In het plan zit een omvangrijke toename van groen en water waarmee wordt bijgedragen aan het versterken van de groene netwerken en de biodiversiteit in Hellevoetsluis. Circa 30% van de oppervlakte in het plangebied wordt groene buitenruimte. De buitenruimte krijgt verschillende karakters met een variatie aan grassen, bloeiende planten, water- en overplanten en bomen. Bestaande bomen worden zoveel mogelijk ingepast en de verharding wordt geminimaliseerd. Het hemelwater wordt in het gebied zoveel mogelijk gebufferd. Naast de buitenruimte wordt ook ingezet op groene daken en gevels. In de strakke architectuur is aandacht voor natuurinclusief bouwen en de inpassing van nestkasten of broedplaatsen voor vogels in de architectuur. Uitgangspunt voor nieuwbouw zijn momenteel de geldende BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen).

3.3.8 Duurzaamheidsbeleid Voorne aan Zee Warmtetransitievisie In het landelijke Klimaatakkoord is de ambitie benoemd van een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Het van het aardgas af halen van alle bestaande woningen en gebouwen is een enorme opgave die inwoners en ondernemers direct raakt. De Warmtetransitievisie Voorne-Putten geeft bewoners, huis- en gebouweigenaren een eerste beeld van het stapsgewijze tijdpad richting aardgasvrij. In de visie staat in welke wijken de gemeenten op Voorne-Putten voor 2030 aan de slag gaat en welke alternatieve energievoorzieningen kansrijk zijn in deze gebieden. Hiermee wordt (meer) duidelijkheid geboden aan inwoners, woningcorporaties en gebouweigenaren voor het nemen van (grote) investerings- en verduurzamingsbeslissingen en het afstemmen van planningen. Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 In de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 zijn via de thema's energie en circulariteit de strategie en doelen uitgewerkt om te komen tot een Duurzaam Voorne-Putten in 2040. De aanleiding voor het opstellen van dit document is divers: - Allereerst wil Voorne-Putten haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen op het gebied van verduurzaming van het eiland, als bijdrage aan de bestrijding van de wereldwijde klimaat- en milieuproblematiek.

- Een stevig en ambitieus regionaal duurzaamheidsbeleid past als van zelfsprekend bij Voorne-Putten als ”groen en recreatief aantrekkelijke regio” en biedt ook kansen voor een toekomst-bestendige regionale economie. - Een ambitieus regionaal duurzaamheidsbeleid maakt het eiland tot een belangrijke samen-werkingspartner richting andere partijen die een belangrijke rol vervullen op het gebied van duurzaamheid, zoals de MRDH, de provincie, het Havenbedrijf, DCMR, Stedin etc. RES De energieregio Rotterdam – Den Haag heeft conform afspraak uit het nationale Klimaatakkoord een Regionale Energiestrategie (RES) ontwikkeld. Deze energieregio bestaat uit 21 gemeenten, waaronder de gemeenten op Voorne-Putten, 4 waterschappen en de provincie Zuid-Holland. Het is één van de 30 energieregio's in Nederland. In de RES geeft de energieregio Rotterdam – Den Haag onder andere aan welke bijdrage zij wil leveren in de landelijke doelstelling van de opwek van opgeteld 35 TWh duurzame energie op land in 2030 en hoe de regiopartijen samen kansen willen verzilveren voor de (warmte)transitie in de gebouwde omgeving. De RES 1.0 is vastgesteld in de voormalig gemeenten Hellevoetsluis en Westvoorne, maar niet in Brielle.

34/144

Toetsing Toetsing van het project in relatie tot duurzaamheid en milieu vindt plaats in paragraaf 4.11 Voor de beoogde ontwikkeling is rekening gehouden met de duurzaamheidsambities van de gemeente Hellevoetsluis. 3.3.9 Beleidsplan Geluid gemeente Hellevoetsluis 2020-2030 In de gemeente Hellevoetsluis en tevens in de rest van Nederland worden woningen en overige geluidsgevoelige bestemmingen dicht bij geluidsbronnen gebouwd, zoals rond wegen en industrie. Middels verschillende landelijke en provinciale wetgeving worden op het gebied van geluid voor de omgeving eisen/normen gesteld waarmee de kwaliteit van de omgeving wordt gewaarborgd. Daarnaast wordt men geconfronteerd met de eisen die worden gesteld vanuit Europese regelgeving. Het beleidsplan is een vervolg op het Geluidbeleid 2008-2017 van de gemeente Hellevoetsluis. Omdat het geluidsbeleid goed werkbaar bleek, is de inhoud grotendeels ongewijzigd gebleven. Er is in dit geval gekozen voor een beperkte update tot aan de intreding van de Omgevingswet, wanneer deze wet in werking treedt, treedt ook het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in werking. Het Bkl geeft gemeenten aanzienlijke ruimte en in sommige gevallen zelfs een verplichting, om geluidsregels in het omgevingsplan op te nemen. In dit geluidsbeleid maken we een doorkijk naar de aankomende Omgevingswet.

De gemeente Hellevoetsluis heeft Antea Group opdracht gegeven om het geluidsbeleid te actualiseren en ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet in beeld te brengen. In dit beleid zijn de bestaande werkwijzen nog eens helder en eenduidig vastgelegd of nader toegelicht zodat het meer als een handboek kan fungeren. Tevens worden akoestische knelpunten inzichtelijk gemaakt en een actieplan opgesteld hoe toekomstige knelpunten voorkomen kunnen worden. Toetsing In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op het aspect geluid ten aanzien van het woonprogramma. 3.3.10 Beleidsplan Luchtkwaliteit gemeente Hellevoetsluis 2020-2030 Er is een Luchtbeleidsplan 2020-2030 opgesteld. In de gemeente Hellevoetsluis wordt men geconfronteerd met de eisen ten aanzien van luchtkwaliteit, zoals gesteld in Europese en nationale regelgeving. De gemeente kent – nu en in de toekomst – geen overschrijding van de wettelijke grenswaarden, zoals gesteld in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Naast het in beeld brengen van de huidige en toekomstige luchtkwaliteit, heeft de gemeente behoefte aan een methodiek waarin op een eenvoudige wijze kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen uit de Wet milieubeheer, zonder dat de noodzakelijke (juridische) zekerheid wordt aangetast.

Het gemeentelijke beleidskader luchtkwaliteit heeft als doel een eenvoudig en uniform toetsingskader te vormen voor nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen, waarmee kan worden voldaan aan de vereiste onderbouwingseisen vanuit de relevante wet- en regelgeving. Het luchtkwaliteit beleidskader is de opvolger van het in 2008 vastgelegde Beleidsplan luchtkwaliteit 2008-2017. Onderliggend beleidsplan is een vervolg op het Beleidsplan luchtkwaliteit 2008-2017 van de gemeente Hellevoetsluis. Er is gekozen voor een beperkte update tot aan de intreding van de Omgevingswet. In het jaar 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Dit kader heeft toepassing op de luchtkwaliteit en de daarbij behorende wet- en regelgeving. Hier valt de Wet natuurbescherming niet onder. Het in beeld brengen van de depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden is voor dit beleidskader derhalve niet relevant. 35/144

In dit beleid zijn de bestaande werkwijzen nog eens helder en eenduidig vastgelegd of nader toegelicht zodat het meer als een handboek kan fungeren. Toetsing In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. 3.3.11 Beleidsvisie Externe Veiligheid Het vervoer of het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen betekent altijd dat er een kans is op een incident met die gevaarlijke stoffen. Een risicoloze maatschappij bestaat niet. Er blijft altijd, ook na het toepassen van risico reducerende maatregelen, een restrisico. De vraag welk (rest)risico nog te verantwoorden is en wie die verantwoording hiervoor draagt, zijn centrale vragen binnen het externe veiligheidsbeleid. De externe veiligheidswetgeving geeft kaders voor zowel de gemeentelijke organisatie als de veroorzakers van de mogelijke risico's. Het is daarom van belang dat deze veroorzakers, mogelijk in combinatie met personen binnen de omgeving van de risicobron, actief bij het beleidsproces betrokken worden. Samenwerking en risicocommunicatie zijn hierbij de sleutelwoorden. Binnen de gemeentelijke organisatie heeft externe veiligheid een nauwe relatie met andere beleidsvelden, waarbij milieu, ruimtelijke ordening en openbare veiligheid de hoofdrolspelers zijn. Het is om deze reden belangrijk dat bij de omgang met externe veiligheid vanuit meerdere disciplines een integrale aanpak wordt beoogd.

De geactualiseerde beleidsvisie geeft handvatten voor het structureel omgaan met externe veiligheid binnen de gemeente Hellevoetsluis. Hieronder wordt per handvat een korte toelichting gegeven. De gemeente Hellevoetsluis heeft als doel een gezond en veilig leefklimaat te versterken. Het doel van dit document is om handvaten te creëren voor de omgang met externe veiligheid bij vergunningverlening aan nieuwe risicobronnen of het nemen van ruimtelijke besluiten nabij een risicobron. Deze handvaten dienen zo veel mogelijk universeel toepasbaar te zijn maar zullen eveneens richtlijnen geven voor uitzonderlijke en individuele gevallen. Toetsing In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op het aspect externe veiligheid. 3.3.12 Watertakenplan 2017-2020 De gemeente Hellevoetsluis heeft in september 2016 het Watertakenplan opgesteld. Het Watertakenplan beschrijft het stedelijk waterbeleid voor de hele planperiode 2017-2020 en legt vast welke activiteiten de gemeente verricht en welke onderzoeken de gemeente doet. Dit deel wordt jaarlijks geëvalueerd en waar nodig aangevuld en aangepast. Voor het Watertakenplan en het daarin vastgelegde beleid gelden de volgende doelstellingen: 1. duurzame bescherming van de volksgezondheid; 2. voorkomen van wateroverlast; 3. voorkomen van hinder door andere oorzaken dan wateroverlast; 4. voorkomen van milieuschade.

36/144

Toetsing In paragraaf 4.8 wordt ingegaan op het aspect waterhuishouding. Voor ruimtelijke ontwikkelingen worden in de planperiode van het Watertakenplan technische randvoorwaarden ten aanzien van een goede (grond)waterhuishouding geformuleerd. Zodra deze voorwaarden van kracht zijn, zullen ruimtelijke ontwikkelingen hieraan worden getoetst. 3.3.13 Gemeentelijk Verkeer & vervoersplan 2013 Het Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan Hellevoetsluis is opgesteld in 2013 en in dit document wordt de huidige visie gegeven op het aspect verkeer. In het document is het beleid vastgelegd voor de komende jaren en sluit aan bij de Stadsvisie 2030 en de Structuurvisie 2015+. In het beleidsdocument wordt ingegaan op de volgende aspecten:  categorisering;  fiets;  openbaar- en goederenvervoer;  verkeersveiligheid;  parkeren. Toetsing In paragraaf 4.2 wordt ingegaan op het aspect verkeer. 3.3.14 Nota parkeernormen gemeente Voorne aan Zee Deze beleidsnotitie is vastgesteld in 2023 en heeft tot doel het bieden van duidelijkheid en transparantie ten aanzien van de werkwijze bij het opstellen van de parkeereis bij ontwikkelingen, bouwplannen of functiewijziging van een gebouw. De gemeente Voorne aan Zee toetst de door de initiatiefnemer berekende parkeereis aan o.a. deze Nota Parkeernormen en het APV.

Het toepassen van de juiste parkeernormen draagt bij aan een goed woon- en leefklimaat, waarin het risico op parkeeroverlast wordt verkleind. Toetsing In paragraaf 4.2 Is op basis van deze normen berekend hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn en hoe hierin wordt voorzien. 3.3.15 Nota bodembeheer Voorne aan Zee Op 3 oktober 2023 is de Nota bodembeheer Voorne aan Zee vastgesteld. Het doel van deze nota is het geven van concrete richtlijnen voor een duurzaam beheer van de bodem en het scheppen van heldere kaders voor saneringen die onder de bevoegdheid van de gemeente vallen. In de nota is een regionale bodemkwaliteitskaart opgenomen. Deze kaart geeft een algemeen beeld van de bodemkwaliteit en faciliteert bij het toepassen van grond of baggerspecie binnen de regio, zonder dat telkens een bodemonderzoek of partijkeuring hoeft te worden uitgevoerd. In het beleid worden regels genoemd voor het hergebruik van de grond. Deze gaan over ontgraven, Transport, tijdelijke opslag, toepassingen, Opbulken van partijen grond en baggerspecie. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, de wijziging van een bestemming of bij gemeentelijke grondtransacties is in veel gevallen bodemonderzoek vereist. Dit beleidskader beschrijft wanneer bodemonderzoek daadwerkelijk nodig is en hoe de gegevens worden getoetst.

37/144

Toetsing In paragraaf 4.5 wordt ingegaan op het aspect bodemkwaliteit. 3.3.16 Conclusie Het gemeentelijk beleid staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

3.4

Conclusie

Zowel het Rijks-, provinciaal als het gemeentelijke beleid staan de ontwikkeling niet in de weg.

38/144

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit betekent voor een bestemmingplan waarin een activiteit uit de C- of D-lijst wordt mogelijk gemaakt, dat voor het ontwerpbestemmingsplan een m.e.r-beoordelingsbeslissing moet worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.

Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Onderzoek De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 112 woningen en commerciële ruimten. Gezien de omvang van het project wordt de ontwikkeling gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D.11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.). De drempelwaarden van deze categorie worden overschreden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer, een aangesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte omvat van 200.000 m² of meer. Daarvan is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die de genoemde drempelwaarden niet overschrijden toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan, zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Voor dit plan is geen uitgebreide plan- of project m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.. Op 5 december 2023 is door het college besloten dat geen MER nodig is, zie bijlage 1 van de toelichting op het bestemmingsplan.

Dit besluit zal door de raad worden bekrachtigd in een raadsvergadering voordat de raad het bestemmingsplan zal vaststellen. In bijlage 2 bij deze toelichting op het bestemmingsplan is de aanmeldnotitie opgenomen op basis waarvan het besluit is genomen dat geen m.e.r. procedure hoeft te worden doorlopen. Conclusie Dit aspect vormt geen belemmering voor het plan.

39/144

4.2

Verkeer

Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer Ten zuiden van het plangebied ligt de Amnesty Internationallaan. De Amnesty Internationallaan is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. In oostelijke richting leidt de Amnesty Internationallaan naar het kruispunt Amnesty Internationallaan-Kanaalweg Westzijde-De Sprong. Zowel de Kanaalweg Westzijde als De Sprong zijn ingericht als gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 50 km/u. In noordoostelijke richting vanaf de kruising loopt de Kanaalweg Westzijde buiten de bebouwde kom over in de N494, een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 70 km/u. De N494 leidt vervolgens verder in noordoostelijke richting naar de N218, tussen Spijkenisse en de aansluiting op de A15. Ten westen van het plangebied ligt het kruispunt Amnesty Internationallaan-Rijksstraatweg. De Rijksstraatweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u en leidt in noordelijke richting via de kern Nieuwenhoorn naar Brielle. Vanaf dit kruispunt loopt de Amnesty Internationallaan in westelijke richting buiten de bebouwde kom over in de Provincialeweg (N497), een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 70 km/u. De Provincialeweg leidt vervolgens in noordwestelijke richting naar de aansluiting op de N57, tussen Stellendam en de A15.

Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde OV-halte is gelegen aan de Amnesty Internationallaan, op circa 50 m loopafstand vanaf het plangebied. Bij deze bushalte halteren de buslijnen 91, tussen Kickersbloem en winkelcentrum De Struytse Hoeck, lijn 102, richting Spijkenisse, lijn 104, tussen Renesse en Spijkenisse, lijn 105, richting Spijkenisse via Rozenburg en lijn 404, tussen Rockanje en Spijkenisse. Daarnaast halteren bij deze bushalte ook de buurtbuslijnen 604, tussen Ouddorp en Brielle, en lijn 630, richting Middelharnis. Langzaam verkeer Voor het langzaam verkeer is aan de noordzijde van de Amnesty Internationallaan een tweerichtings vrijliggend fietspad. Hierdoor wordt het fietsverkeer gescheiden van het gemotoriseerde verkeer afgewikkeld, waardoor de verkeersveiligheid van fietsers wordt geborgd. Ten oosten van de aansluiting van het plangebied op de Amnesty Internationallaan is aan de noordzijde van de Amnesty Internationallaan ook een vrijliggend voetpad aanwezig, waarmee ook de verkeersveiligheid van de voetgangers wordt geborgd. Voor het langzaam verkeer zijn op de Amnesty Internationallaan oversteekvoorzieningen aanwezig bij het kruispunt Amnesty Internationallaan-Rijksstraatweg ten westen van het plangebied en bij het kruispunt Amnesty Internationallaan-Sportlaan-Herman Heijermansstraat ten oosten van het plangebied.

Op de Rijksstraatweg zijn aan weerszijden van de weg vrijliggende voetpaden en fietspaden aanwezig, waardoor ook hier de verkeersveiligheid van het langzaam verkeer wordt geborgd.

40/144

Verkeersgeneratie Voor het bepalen van de verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde ontwikkeling voor een gemiddelde weekdag, wordt gebruikgemaakt van kencijfers uit CROW-publicatie 381. Op basis van CBS-data wordt voor Hellevoetsluis een stedelijkheidsgraad van 'sterk stedelijk' aangehouden. Het gebiedstype is gedefinieerd als 'rest bebouwde kom'. Verder wordt aan de hand van het gemiddelde autobezit per huishouden en de adressendichtheid van Hellevoetsluis conform data van het CBS per kencijfer het maximum van de bandbreedte gehanteerd. Van de huidige functies binnen het plangebied blijft enkel het kantoorpand van Vermaat behouden, terwijl de overige bedrijvigheid wordt gesloopt om ruimte te maken voor de beoogde ontwikkeling. In de toekomstige situatie zal het plangebied heringericht worden tot een woongebied met commerciële ruimten. Voor het woningbouwprogramma in de vrije sector is geen verdeling bekend tussen koop en huur woningen. Daarom wordt voor het hanteren van een worst case-benadering voor de verkeersgeneratie van de vrije sector appartementen en de maisonnettes aansluiting gezocht bij het kencijfer 'koop, appartement, duur' en voor de herenhuizen bij het kencijfer 'koop, huis, vrijstaand'. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de gemiddelde werkdag maatgevend.

Om de verkeersgeneratie voor een gemiddelde weekdag om te rekenen naar een gemiddelde werkdag is gebruikgemaakt van de omrekenfactor 1,11 voor woonfuncties en 1,33 voor werkfuncties. In tabel 4.1 is de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling (woningen en commerciële functies) weergegeven. In CROW-publicatie 381 zijn geen verkeersgeneratiekengetallen voor horeca opgenomen. Aan de hand van de volgende uitgangspunten is daarom de verkeersgeneratie bepaald: Voor restaurants geldt een gemiddelde parkeernorm van 14,0 per 100 m² bvo. Uitgegaan wordt van een (zeer) ruime turnover van gemiddeld 3 per parkeerplaatsen. Met verkeer dat naar het restaurant toe rijdt en weer wegrijdt komt de verkeersgeneratie op: 14 x 3 x 2= 84 mvt/etmaal per 100 m² bvo. CROW 381 geeft geen omrekenfactor voor horecafuncties. Dit betekent dat de verkeersgeneratie op een week- en werkdag gelijk zijn. Tabel 4.1. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling Bestaand bedrijfspand Functie

Aantal

Kencijfer

Weekdagintensiteit (mvt/etmaal)

Werkdagintensiteit (mvt/etmaal)

Horeca

100 m2 (bvo)

84,0 per 100 m2

84,0

84,0

Kantoor (zonder baliefunctie)

600 m2 (bvo)

5,6 per 100 m2

33,6

44,7

Functie

Aantal

Kencijfer

Weekdagintensiteit (mvt/etmaal)

Werkdagintensiteit (mvt/etmaal)

Huur, huis, sociale huur

9 woningen

5,3 per woning

47,7

52,9

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

21 woningen

4 per woning

84

93,2

Woonblok Noord

41/144

Woonblok Zuid Functie

Aantal

Kencijfer

Weekdagintensiteit (mvt/etmaal)

Werkdagintensiteit (mvt/etmaal)

Koop, huis, vrijstaand 9 woningen

8,6 per woning

77,4

85,9

Koop, appartement duur (maisonnettes)

4 woningen

7,5 per woning

30

33,3

Koop, appartement, 38 woningen duur (appartementen)

7,5 per woning

285

316,4

Kantoor met baliefunctie (commerciële dienstverlening)

550 m² (bvo)

11,8 per 100 m² (bvo) 65

86,5

Functie

Aantal

Kencijfer

Weekdagintensiteit (mvt/etmaal)

Werkdagintensiteit (mvt/etmaal)

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

3 woningen

4 per woning

12

13,3

Koop, appartement, duur (maisonnettes)

2 woningen

7,5 per woning

15

16,7

Koop, appartement, 26 woningen duur (appartementen)

7,5 per woning

195

216,5

Kantoor met baliefunctie (commerciële dienstverlening)

11,8 per 100 m² (bvo) 29,5

39,2

Woonblok West

Totaal

250 m² (bvo)

958

1.082,2

De planologische mogelijkheden zorgen dus voor een verkeersgeneratie van 958 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag en 1.082,2 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie in het drukste uur maatgevend. Binnen de verkeerskunde wordt als standaard vuistregel aangehouden dat tijdens het drukste uur circa 10% van de totale etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Hiermee komt de verkeersintensiteit op een gemiddelde werkdag in het drukste uur uit op circa 109 mvt/uur. Beoordeling verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid Op basis van navigatie software van google maps en expert judgement is een inschatting gemaakt van de wijze waarop het verkeer vanaf het plangebied wordt toegedeeld aan de omliggende verkeersstructuur. Vermaat fase 2 bestaat uit 3 woonblokken waarvan er één op de Rijksstraatweg aansluit en de andere twee op de Amnesty Internationallaan. Uitgaande van een werkdag (1082,2 mvt/etmaal) en een gelijke verdeling over de drie blokken wordt de Rijksstraatweg direct belast met ongeveer 360 mvt/ etmaal en de Amnesty Internationallaan met ongeveer 720 mvt/etmaal.

42/144

Wegvakniveau De verkeerstoename ten gevolge van de beoogde ontwikkeling op de Rijksstraatweg, ten zuiden van de aansluiting van het plangebied. Op dit wegvak zal de beoogde ontwikkeling leiden tot een verkeerstoename van 360 mvt/etmaal. De Rijksstraatweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg, met vrijliggende fietspaden aan weerszijden van de rijbaan. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt op basis van Duurzaam Veilig voor gebiedsontsluitingswegen aangehouden dat een verkeersomvang van 10.000 à 15.000 mvt/etmaal zonder problemen vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Gezien de inrichting van de rijbaan en de vrijliggende fietspaden ligt de capaciteit van de Rijksstraatweg naar verwachting rond het gemiddelde van deze bandbreedte. Op basis van verkeersgegevens afkomstig van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) uit 2022 bedraagt de verkeersintensiteit op de Rijksstraatweg in 2030 circa 10400 mvt/etmaal. Hieruit volgt dat de Rijksstraatweg voldoende restcapaciteit heeft om de beoogde verkeerstoename te verwerken. De Amnesty Internationallaan is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg. Deze weg wordt verder gekenmerkt door een fysieke rijbaanscheiding in combinatie met een vrij liggend fietspad aan de zijde van het plangebied.

Een gebiedsontsluitingsweg met vrijliggende fietspaden kan volgens de principes van Duurzaam Veilig 20.000 mvt/etmaal zonder problemen vlot en veilig af wikkelen. De hoogste verkeerstoename op deze weg wordt verwacht ten oosten van de kruising met de Rijksstraatweg, waar de beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeerstoename van 720 mvt/etmaal. Op basis van de NSL-monitor bedraagt de verkeersintensiteit op de Amnesty Internationallaan in de 2030 circa 16.500 mvt/etmaal. Op basis van de verkeersintensiteit heeft de weg voldoende restcapaciteit om de beoogde verkeerstoename probleemloos op te vangen. Kruispuntniveau Ook het kruispunt Rijksstraatweg-Amnesty Internationallaan kan de verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde planontwikkeling naar verwachting goed verwerken. Ook voor de overige kruispunten op de Amnesty Internationallaan geldt dat er voldoende opstelcapaciteit is om de beoogde verkeerstoename probleemloos vlot en veilig te verwerken. Parkeren Voor de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling wordt uitgegaan van de berekening van BGSV (bijlage 3). Hierin wordt in totaal voor de beoogde ontwikkeling uitgegaan van een parkeerbehoefte van 208 parkeerplaatsen, inclusief het kantoorpand van Vermaat. Deze parkeerbehoefte wordt met overcapaciteit (221 ingetekende parkeerplaatsen)volledig opgevangen binnen het plangebied.

Conclusie De verkeersgeneratie van voorliggend bestemmingsplan bedraagt 1.082 mvt/etmaal. De beoogde verkeerstoename per wegvak is dermate laag ten opzichte van de capaciteit van de wegen, dat de ontwikkeling van het plangebied niet tot knelpunten in de verkeersafwikkeling zal leiden. De beoogde ontwikkeling heeft een parkeerbehoefte van 211 parkeerplaatsen. Deze parkeerbehoefte zal volledig worden opgevangen binnen het plangebied, waardoor ook het aspect parkeren niet tot knelpunten zal leiden.

43/144

4.3

Wegverkeerslawaai

Beleidskader Het plan voorziet in de realisatie van nieuwe woningen. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) aangewezen als geluidsgevoelige objecten. Hiervoor dient akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden indien deze liggen binnen de geluidszone van wettelijk gezoneerde wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient daarnaast een beschouwing te worden gegeven op het akoestisch klimaat als gevolg van de niet gezoneerde 30 km/u-wegen. Onderzoek In opdracht van NLo B.V. is onderzoek uitgevoerd naar de akoestische randvoorwaarden voor dit project. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4 bij deze toelichting. De conclusies en aanbevelingen uit deze rapportage zijn als volgt. In de berekening is uitgegaan van een verkavelingsplan, waarbij de exacte gebouwvolumes nog niet bekend zijn. Rekenpunten zijn gelegd op de denkbeeldige gevellijn en de hoogte is afgestemd op het aantal bouwlagen. De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeer over de Amnesty Internationallaan en de Rijksstraatweg voldoet grotendeels aan de voorkeursgrenswaarde. De rekenresultaten zijn grafisch weergegeven in figuur 4.1 en 4.2. Op de gevels direct langs de wegen vindt de hoogste geluidsbelasting plaats. Op deze posities dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Bij geluidsbelastingen tussen de 53 en 58 dB (incl.

aftrek Wgh) dient ook een geluidsluwe gevel aanwezig te zijn. Het geluid ten gevolge van het wegverkeerslawaai over de Amnesty Internationallaan en de Rijksstraatweg is gecumuleerd om te beoordelen of er sprake is van een geluidsluwe gevel.

44/144

Figuur 4.1 Amnesty Internationallaan geluidsbelasting Lden (incl. aftrek artikel 110g Wgh) grafisch (figuur 4.1 uit de rapportage)

45/144

Figuur 4.2 Rijksstraatweg geluidsbelasting Lden (incl. aftrek artikel 110g Wgh) grafisch (figuur 4.2 uit de rapportage).

46/144

Hierbij is getoetst aan een gecumuleerde geluidsbelasting van ten hoogste 55 dB (excl. Aftrek Wgh). Uit figuur 4.3 blijkt dat aan de achterzijde van de bebouwing ter hoogte van alle rekenposities in bouwblokken 1, 2 en 3 sprake is van een geluidsluwe gevel. Hetgeen het verlenen van hogere waarde volgens het gemeentelijke geluidsbeleid mogelijk maakt. Voor bouwblok 4 zouden specifieke bouwkundige voorzieningen nodig zijn, wanneer in dit bouwblok woningen worden gerealiseerd. In bouwblok 4 zal echter geen spraken zijn van woningen, waardoor dit niet aan de orde is.

Figuur 4.3 Beoordeling geluidsluwe gevel (figuur 4.3 uit de rapportage) De aan te leggen ontsluitingswegen voor fase 2 zal de geluidsbelasting beperkt verhogen. De nieuwe wegen krijgen vermoedelijk een rijsnelheid van 30 km/u met een relatief lage etmaalintensiteit, doordat de wegen vrijwel uitsluitend gebruikt gaan worden door bestemmingsverkeer. Formeel hoeven wegen met een rijsnelheid van 30 km/u niet beschouwd te worden volgens de Wgh. De geluidsbelasting ten gevolge van Helvoet Rubber & Plastic Technologies voldoet op alle posities ruimschoots aan de geluidsgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit voor zowel de dag-, avond- en nachtperiode. Gevolgen voor bestaande woningen In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan kwalitatief worden beoordeeld of de toename van verkeersgeluid na realisatie van de nieuwe woningen ten opzichte van de toekomstige situatie zonder realisatie van de nieuwe woningen aanvaardbaar is. Een vuistregel is dat de geluidtoename akoestisch verwaarloosbaar is als de verkeersintensiteit op een weg of wegvak minder dan 40% toeneemt, wanneer andere variabelen (locatie bebouwing, samenstelling van het verkeer, verhardingssoort e.d.) onveranderd blijven. Een toename van 40% komt dan overeen met een toename van 1,5 dB, zijnde het reconstructiecriterium uit de Wet geluidhinder.

Voor het menselijk gehoor geldt dat pas bij een toename hoger dan 1,5 dB (afgerond 2 dB) dit als zodanig net waarneembaar is.

47/144

Gezien de hoogte van de intensiteiten op deze weg en een verkeersgeneratie van 970 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag voor de toekomstige ontwikkeling is er geen sprake van een verkeerstoename van meer dan 40%. Concluderend kan worden gesteld dat de toename van verkeersgeluid zodanig is dat het niet akoestisch relevant, dan wel nauwelijks waarneembaar zal zijn en daarmee in het kader van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar. Conclusie Vanuit akoestisch oogpunt is er geen bezwaar om de circa 112 woningen voor fase 2 van het bouwplan Acapella Wonen te realiseren. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ten gevolge van de Rijksstraatweg de geluidbelasting op de bouwblokken 1 en 2 hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en uitkomt op maximaal 58 dB. Ten gevolge van de Amnesty Internationallaan is de geluidbelasting op de bouwblokken 1 en 2 ook hoger dan de voorkeursgrenswaarde. De geluidbelasting komt uit op maximaal 55 dB. De maximale hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Op 22 februari 2024is hogere waarde vastgesteld, het besluit is opgenomen in bijlage 5 van de toelichting op het bestemmingsplan.

4.4

Externe veiligheid

Toetsingskader In de huidige wetgeving zijn de begrippen risicobron, (beperkt) kwetsbaar object, plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico van belang. Het plaatsgebonden risico (PR) is een maat voor de kans per jaar dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico GR is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) is van toepassing op het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar, bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het groepsrisico, maar wel geldt hiervoor een verantwoordingsplicht in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.

Vervoer van gevaarlijke stoffen Op het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet van toepassing; het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute.

48/144

Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Onderzoek

Figuur 4.4 Uitsnede risicokaart met het plangebied paars omkaderd In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor of het water met een externe werking. Ten oosten van het plangebied is een Bovengrondse tank met chloorbleekloog gelegen van Sportcentrum De Eendraght (Zwembad) aan de Rie Mastenbroekplein 4. Ten noordwesten bevindt zich Helvoet Rubber en Plastics Technologies B.V. De effectafstanden van deze risicobronnen reiken niet tot het plangebied. Ook is er geen sprake van een PR-contour of invloedsgebied. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de N57 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het invloedsgebied wordt bepaald door het vervoer van stofcategorie LT2 en bedraagt 880 m. Het plangebied bevindt zich op minimaal 2,4 kilometer en is hiermee niet in het invloedsgebied gelegen. Een berekening of verantwoording van het groepsrisico is niet noodzakelijk. De buisleiding W-538-07 is ten noorden van het plangebied gelegen op een afstand van circa 2 kilometer. Het betreft een aardgasleiding in beheer van de Gasunie met een grootte van 6 inch en een maximale werkdruk van 40 bar. Het bijbehorende invloedsgebied is 70 m. Het plangebied is buiten het invloedsgebied gelegen.

49/144

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.5

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Verkennend bodemonderzoek In opdracht van NLO B.V. heeft DETA Milieu in 2022 een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 9 bij deze toelichting onderbouwing.

De conclusies en aanbevelingen van dit onderzoek zijn als volgt. Conclusie Gezien het feit dat in grond(meng)monsters voor diverse parameters overschrijdingen van de interventiewaarden zijn vastgesteld, dient de locatie formeel als verontreinigd te worden beschouwd. Derhalve wordt de hypothese 'verdachte locatie' bevestigd. Een nader onderzoek naar de aangetoonde bodemverontreinigingen in grond en grondwater is noodzakelijk. De onderzoekslocatie is over het algemeen licht tot matig verontreinigd met diverse parameters. Echter zijn plaatselijk gehalten in de grond en/of concentraties in het grondwater boven de interventiewaarden aangetoond, te weten: 

 

Een bodemverontreiniging met diverse zware metalen in de grond ter hoogte van en rond de showroom van Wüst bij boringen B34 en B36. Ter hoogte van boring B36 is onder het pand een gehalte aan PFOS boven de toepassingsnorm aangetoond; Een bodemverontreiniging met minerale olie in de grond en het grondwater ter hoogte van de loods bij boringen B30 en B31; Een bodemverontreiniging met minerale olie in de grond en het grondwater achter de loodsen bij boring B48. Opgemerkt dient te worden dat hier In de huidige situatie zeecontainers opgeslagen zijn.

50/144

Aanbevelingen Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie volgens de geldende richtlijnen vastgelegd. Op grond van de onderzoeksresultaten bestaat er aanleiding voor het uitvoeren van vervolgonderzoek. De aangetoonde nader te onderzoeken verontreinigingen betreffen zware metalen in de grond onder en rond de showroom van Wüst, minerale olie ter hoogte van PB 48 in grond en grondwater achter de loodsen en minerale olie onder de loodsen bij boringen B30 en B31. Geadviseerd wordt om ter hoogte van boringen B30, B31 en PB 48 zowel de grond als het grondwater te onderzoeken en hierbij tevens na te gaan of er sprake is van vluchtige verbindingen (vluchtige olie of vluchtige aromaten). Nader onderzoek Het nader onderzoek wordt gedurende de verdere procedure uitgevoerd. Op basis van het nader onderzoek wordt een advies uitgebracht betreffende de meldingen van deze verontreinigingen aan het bevoegd gezag en de uitvoering van de verwijdering van deze verontreinigingen. Tevens wordt de veiligheidsklasse conform de CROW P-400 'Werken in verontreinigde grond' vastgesteld. Ten slotte wordt geadviseerd om na afronding van het nader bodemonderzoek een risicobeoordeling met Sanscrit uit te voeren. Op een deel van de onderzoekslocatie wordt tevens een onderzoek naar asbest in grond conform de NEN 5707 aanbevolen.

Dit betreft: het terreindeel bij de showroom van Wüst inclusief de grond daaronder, derhalve wordt aanbevolen dit uit te voeren nadat het bedrijfspand is gesloopt. Tevens kan in het asbest in grondonderzoek de gedempte sloot op de grens bij het hek worden meegenomen (boringen B12A en 813), nadat het hek is verwijderd.

4.6

Kabels en leidingen

Toetsingskader Ter plaatse van planologisch relevante leidingen en in de directe omgeving daarvan dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Onderzoek Binnen het plangebied zijn geen planologische hoogspanningsverbindingen, waterleidingen, gasleidingen of rioolleidingen. Conclusie Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.7

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.2 weergegeven.

51/144

Tabel 4.2. Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof

toetsing van

grenswaarde

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijn stof (PM10)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³

jaargemiddelde concentratie

25 µg /m³

fijn stof (PM2,5)

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m² bij één ontsluitingsweg en 200.000 m² bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek In opdracht van NLo B.V. is een onderzoek uitgevoerd naar de luchtkwaliteit ten gevolge van wegverkeer voor het project Acapella Wonen fase 2. Daarbij is ook de verkeersaantrekkende werking van het project op het gebied van luchtkwaliteit geïnventariseerd.

De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 8 bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn als volgt. Vanwege het beperkte aantal nieuwe woningen kan de beoogde ontwikkeling aangemerkt worden als 'niet in betekenende mate' ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit in de omgeving. Het planvoornemen veroorzaakt geen significante negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit in de omgeving. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) (www.cimlk.nl/kaart) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Amnesty Internationallaan, direct ten zuiden van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2021; 17,8 µg/m³ voor NO2, 17,3 µg/m³ voor PM10 en 8,9 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen.

Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

52/144

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.8

Water

Toetsingskader De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het waterschap Hollandse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het project is overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder zijn vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europees:  Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW);  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW);  Waterwet. Provinciaal:  Provinciaal Waterplan;  Provinciale Structuurvisie;  Verordening Ruimte.

Waterschapsbeleid In het Waterbeheerprogramma (WBP) (2022-2027) staan de doelen van het waterschap Hollandse Delta:  waterveiligheid (dijken en duinen);  versterkte duinen;  meer biodiversiteit op de dijken;  minder CO2-uitstoot, vergoten;  meer innovatie ;  voldoende schoonwater.

53/144

Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan, is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplichtig gesteld. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied of 1500 m² of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding.

Het waterschap geeft in volgorde de voorkeur aan de volgende gelijkwaardige voorzieningen:  nieuw te graven oppervlaktewater in de directe nabijheid van de verharding toename;  nieuw te graven oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied;  nieuw te graven oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of een eventueel alternatief. Gemeentelijk waterbeleid  Het gemeentelijke waterbeleid is opgenomen in paragraaf 3.3.12 Watertakenplan 2017-2020. Huidige situatie Algemeen Het plangebied is momenteel bijna compleet verhard en heeft voornamelijk de bestemming 'Bedrijf'. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Het noorden, westen en oosten van het plangebied bestaat uit kalkrijke poldervaaggronden; zware zavel. Met betrekking tot grondwater is er in de omgeving sprake van grondwatertrap IVc. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) op 71 cm onder maaiveld ligt. Een check van de AHN leert dat de Rijksstraatweg hoger ligt dan het plangebied en dat de Wilhelminastraat lager ligt dan het plangebied. Er is een hoogteverschil aanwezig van 60 cm. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) bevindt zich op 146 cm onder maaiveld.

Het maaiveld ligt op circa 0,1 m ten opzichte van het NAP. Waterkwantiteit Ten oosten van het plangebied zijn watergangen in de categorie 'overig' aanwezig (zie figuur 4.5). Er geldt een beschermingszone van 2 meter vanaf de insteek van de watergang(en). Activiteiten in deze beschermingszone van de/en in de watergang(en) hebben een meld, - of watervergunningplicht aan het waterschap.

54/144

Figuur 4.5 Uitsnede legger wateren en kunstwerken van het waterschap Hollandse Delta Waterkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Om de kwaliteit en doorspoeling van het watersysteem van het Vermaat terrein fase 2 en omgeving te waarborgen, zal een persleiding gerealiseerd worden met een pomp om water te kunnen aanvoeren. Het streven is deze in 2025 operationeel te hebben. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen de kern- en beschermingszone van een regionale of primaire waterkering (zie figuur 4.6). Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is momenteel bebouwd en aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Toekomstige situatie De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 112 woningen en commerciële ruimten. Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater.

55/144

Waterkwantiteit Toename in verharding dient gecompenseerd te worden. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer moet voor de versnelde afstroom van hemelwater een vergunning worden aangevraagd in het kader van de Keur. Bij een toename aan verhard oppervlak van meer dan 500 m² in stedelijk gebied dient er volgens het beleid van waterschap Hollandse Delta 10% van de toename aan functioneel open water gerealiseerd te worden. In tabel 4.3 is de berekening van de watercompensatie weergegeven. Tabel 4.3. Berekening watercompensatie functie

aantal

water

1.525 m²

wadi

655 m²

groen openbaar

9.194 m²

groen binnentuinen:

1.645 m²

uitgeefbaar

12.683 m²

bestaande bebouwing

454 m²

verharding

9.589 m²

totaal plangebied

34.100 m²

water & Wadi

6,4%

groen openbaar

27,0%

totaal water & groen:

33,4%

groen binnentuin

4,8%

uitgeefbaar

37,2%

verharding

29,5%

te compenseren verharding benodigde compensatie

22.369 m² 2.180m²

Het oppervlaktewater in combinatie met de wadi zorgt voor voldoende compensatie voor het verhard oppervlak. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend Waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting;  (in)filtratie van afstromend hemelwater;  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater;  afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.

56/144

Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Gezien de ligging van het plangebied binnen het bestaande stedelijke watersysteem is verversing en stroming van het watersysteem een aandachtspunt. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Conclusie Er is reeds een watervergunning verleend voor het overkoepelende gebiedsplan Sportlaan e.o. met nummer VTH202202-0037. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan maakt hier onderdeel van uit. Met het verlenen van de watervergunning voor het overkoepelende gebied is daarmee aangetoond dat er in voldoende watercompensatie wordt voorzien in en om het plangebied. Om de kwaliteit en doorspoeling van het watersysteem van het Vermaat terrein fase 2 en omgeving te waarborgen, zal een persleiding gerealiseerd worden met een pomp om water te kunnen aanvoeren. Het streven is deze in 2025 operationeel te hebben.

4.9

Ecologie

Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura 2000-gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000-gebieden De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

57/144

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS-vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen.

58/144

Onderzoek In opdracht van de voormalige gemeente Hellevoetsluis heeft Bureau Stadsnatuur in 2022 een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatse van het plangebied, zie bijlage 6. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde natuurgebieden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland. Natura 2000-gebieden zijn op basis van Europese wetgeving beschermd, waarbij verschillende habitattypen en doelsoorten per natuurgebied zijn aangewezen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met externe werking op deze Natura 2000-gebieden. Hiermee wordt bedoeld dat activiteiten en werkzaamheden, die buiten het Natura 2000-gebied uitgevoerd worden, invloed kunnen hebben op het beschermde Natura 2000-gebied. Geluid, trillingen, lichthinder en stikstofdepositie zijn voorbeelden van externe effecten die beschermde soorten en/of habitattypen in een Natura 2000-gebied kunnen storen. Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Haringvliet op circa 1,2 kilometer en op ongeveer 2,7 kilometer ligt het Natura 2000-gebied Voornes Duin (zie figuur 4.6). Effecten zoals geluid, trillingen en lichthinder hebben op die grote afstanden geen invloed op de beschermde habitats en/of soorten in deze Natura 2000-gebieden.

Stikstofemissie van een gebouw kan daarentegen neerslaan over grotere afstanden en hiermee een negatieve invloed hebben op stikstofgevoelige habitats. Het Voornes Duin heeft stikstofgevoelige habitats die aangetast kunnen worden door een overmaat aan stikstof. Bouwprojecten omvatten doorgaans een sloop-, bouw- en/of renovatie fase en een gebruiksfase. Stikstofberekeningen Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de grote afstand tot natuurgebieden en de geringe ontwikkeling kunnen ook verstoring, verandering van de waterhuishouding en vermesting/verzuring worden uitgesloten. Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten. Met het programma AERIUS Calculator (versie oktober 2023 zijn berekeningen uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. In de stikstofmemo en berekeningen zijn worst-case de uitgangspunten van dit bestemmingsplan overgenomen. De stikstof memo en berekeningen zijn opgenomen in bijlage 13.Daaruit blijkt dat de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op kwetsbare Natura 2000-gebieden oplevert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14165705/1