Vermaatterrein fase 2_ter vaststelling HQ (1)
Tekst van het document
Er is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. De berekeningen voor de realisatiefase zijn door DCMR overgedaan met de nieuwste versie van AERIUS (februari 2024). Op basis van deze berekening concludeert de DCMR dat het onderdeel stikstofdepositie geen belemmering vormt en is Wnb-vergunningplicht niet aan de orde. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voormalige Ecologische Hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en ecologische verbindingszones die vastgelegd zijn door de Rijksoverheid. Het doel van het Natuurnetwerk Nederland is om dieren en planten in staat te stellen zich te verplaatsen tussen de verschillende natuurgebieden, zonder
59/144
gehinderd te worden door menselijke activiteiten en barrières. Het NNN kent geen externe werking. Enkel activiteiten en werkzaamheden die direct binnen het NNN uitgevoerd worden, moeten nader getoetst worden; omdat in deze gebieden het 'Nee tenzij'-principe geldt. In gebieden waar dit van kracht is, zijn geen ingrepen toegestaan die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Een 'Nee, tenzij toets' is niet vereist.
Figuur 4.7 Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden en NNN. Soortenbescherming In tabel 4.4 zijn de belangrijkste conclusies van het onderzoek ten aanzien van beschermde plant- en diersoorten weergegeven, met de noodzakelijke vervolgstappen. Tabel 4.4. Potentie voor beschermde soorten in het plangebied met beschreven vervolgstap
60/144
Conclusies en aanbevelingen De verwachtte effecten van het project op nabijgelegen Natura 2000-gebieden is uit te sluiten. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen het NNN. Een nadere toetsing ten aanzien van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk. Ten aanzien van beschermde houtopstanden worden geen verbodsbepalingen overtreden, maar een kapvergunning kan noodzakelijk zijn. Aanbevelingen Een aantal vervolgonderzoeken zijn noodzakelijk om na te gaan of deze beschermde soorten wel of niet aanwezig zijn in het plangebied. Daarnaast wordt onderzocht welke functie het plangebied heeft voor deze beschermde soorten. In tabel 4.5 is beschreven binnen welke periode de onderzoeken uitgevoerd dienen te worden en hoeveel veldbezoeken uitgevoerd moeten worden. Voorafgaand aan en tijdens het uitvoeren van de onderzoeken mogen geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het gebied sterk veranderen. Hieronder vallen bijvoorbeeld het dichtmaken van gaten en kieren in de woningen, het slopen van gebouwen en opstallen of het verwijderen van bomen, struiken, hagen en klimop. Tabel 4.5. Vervolgonderzoeken met voor de soort geschikte onderzoeksperiode en aantal veldbezoeken
Nader onderzoek Uit de QuickScan (2022) is gebleken dat het plangebied mogelijk functies heeft voor de steenmarter en vleermuizen. Hierdoor is in 2022 nader onderzoek uitgevoerd in het plangebied naar mogelijke functies van deze soorten vleermuizen. De volledige rapportage van dit nader onderzoek is opgenomen in bijlage 7. Betreft de steenmarter is er geen bewijs gevonden dat duidt op de aanwezigheid van de soort, deze is uitgesloten en er zijn voor deze soort geen verdere acties noodzakelijk. Tijdens het vleermuisonderzoek is wel een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis aangetoond. De sloop van het gebouw vernietigd de verblijfplaats en is daarmee een overtreding van de Wet natuurbescherming. Er dient een ontheffingsaanvraag ingediend te worden, waarvoor een activiteitenplan opgesteld moet worden. De procedure kan circa 20 weken duren. Voor de soort dienen zowel mitigerende als compenserende maatregelen getroffen te worden. Voor mitigerende maatregelen dienen vier vleermuiskasten in de directe omgeving geplaatst te worden met een gewenningsperiode van één maand (gedurende het actieve seizoen). Betreft compenserende maatregelen dienen in de nieuwe bebouwing voorzieningen voor nieuwe permanente verblijfplaatsen getroffen te worden. Voor het ongeschikt maken van de verblijfplaats dient een ecologisch werkprotocol opgezet te worden.
61/144
Conclusie Voor de ruige dwergvleermuis dienen zowel mitigerende als compenserende maatregelen getroffen te worden en een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aangevraagd te worden. Op basis van de afstand tot beschermde natuur en de berekeningen van stikstofdepositie worden geen significant negatieve effecten op beschermde natuurgebieden zoals Natuur 2000 of NNN verwacht.
4.10 Archeologie en cultuurhistorie Regelgeving en beleid Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Cultuurhistorie Het plangebied maakt geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. Aantasting van cultuurhistorische waarden is uitgesloten. Archeologie Synthegra B.V.
heeft in opdracht van NLo BV een combinatie van een archeologisch verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd ten behoeve van voorliggend project. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 11 bij deze toelichting. De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt 14,6 ha met een diepte van 3 m beneden maaiveld. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van het PvE van BOOR gelden de volgende archeologische verwachtingen voor het plangebied. Er geldt een redelijk hoog tot hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum, een laag tot redelijk hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de Bronstijd en de late IJzertijd, een redelijk hoge tot hoge verwachting voor de Romeinse Tijd, en een redelijk hoog tot hoge verwachting voor nederzettingsresten van de Late Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze verwachting.
62/144
Veldonderzoek Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek een verkennend en karterend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 15 boringen per hectare uitgevoerd. Drie boringen worden voorafgaand gereserveerd voor karterend boren in kansrijke zones. Indien niet aanwezig, is verkennend voldoende, conform het Programma van Eisen. Archeologische interpretatie veldonderzoek Het natuurlijke bodemtype is in het grootste deel van het plangebied intact, behalve in het noordwestelijke deel. In het zuidoosten was er vermoedelijk een geul aanwezig tijdens de middeleeuwen, die het pakket Hollandveen heeft geërodeerd. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Vroege Bronstijd worden in de top van de afzettingen van Wormer (Calais) verwacht. Tijdens het booronderzoek zijn echter geen archeologische resten, indicatoren of sporen van bodemvorming aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats uit deze periode. Daarom kan de verwachting om archeologische waarden uit de perioden neolithicum tot en met de Vroege Bronstijd aan te treffen voor het plangebied naar laag worden bijgesteld. Nederzettingsresten uit de Late IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen.
Deze sporen worden verwacht op het pakket Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop). Tijdens het booronderzoek zijn echter geen archeologische resten, indicatoren of sporen als bodemvorming aangetroffen in de top van het veen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. Daarom kan de verwachting om archeologische waarden uit de perioden Late IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen aan te treffen voor het plangebied naar laag worden bijgesteld. Nederzettingsresten uit Nieuwe Tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen worden verwacht in de top van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk). Dit pakket lijkt echter verstoord c.q. afgetopt te zijn, waardoor de kans op het aantreffen van archeologische vondsten en sporen klein is. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische resten, indicatoren aangetroffen of sporen van bodemvorming die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. Daarom kan de verwachting om archeologische waarden uit de periode Nieuwe Tijd aan te treffen naar laag worden bijgesteld. Conclusie De gemeente volgt het advies van BOOR. Dit advies is opgenomen in bijlage 12. Volgens BOOR is geen vervolgonderzoek nodig, dus de locatie is vrijgegeven. Wel dienen eventuele toevalsvondsten altijd gemeld te worden.
63/144
4.11 Duurzaamheid toetsingskader Warmtetransitievisie In het landelijke Klimaatakkoord is de ambitie benoemd van een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Het van het aardgas af halen van alle bestaande woningen en gebouwen is een enorme opgave die inwoners en ondernemers direct raakt. De Warmtetransitievisie Voorne-Putten geeft bewoners, huis- en gebouweigenaren een eerste beeld van het stapsgewijze tijdpad richting aardgasvrij. In de visie staat in welke wijken de gemeenten op Voorne-Putten voor 2030 aan de slag gaat en welke alternatieve energievoorzieningen kansrijk zijn in deze gebieden. Hiermee wordt (meer) duidelijkheid geboden aan inwoners, woningcorporaties en gebouweigenaren voor het nemen van (grote) investerings- en verduurzamingsbeslissingen en het afstemmen van planningen. Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 In de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 zijn via de thema's energie en circulariteit de strategie en doelen uitgewerkt om te komen tot een Duurzaam Voorne-Putten in 2040. De aanleiding voor het opstellen van dit document is divers: - Allereerst wil Voorne-Putten haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen op het gebied van verduurzaming van het eiland, als bijdrage aan de bestrijding van de wereldwijde klimaat- en milieuproblematiek.
- Een stevig en ambitieus regionaal duurzaamheidsbeleid past als van zelfsprekend bij Voorne-Putten als ”groen en recreatief aantrekkelijke regio” en biedt ook kansen voor een toekomst-bestendige regionale economie. - Een ambitieus regionaal duurzaamheidsbeleid maakt het eiland tot een belangrijke samen-werkingspartner richting andere partijen die een belangrijke rol vervullen op het gebied van duurzaamheid, zoals de MRDH, de provincie, het Havenbedrijf, DCMR, Stedin etc. RES De energieregio Rotterdam – Den Haag heeft conform afspraak uit het nationale Klimaatakkoord een Regionale Energiestrategie (RES) ontwikkeld. Deze energieregio bestaat uit 21 gemeenten, waaronder de gemeenten op Voorne-Putten, 4 waterschappen en de provincie Zuid-Holland. Het is één van de 30 energieregio's in Nederland. In de RES geeft de energieregio Rotterdam – Den Haag onder andere aan welke bijdrage zij wil leveren in de landelijke doelstelling van de opwek van opgeteld 35 TWh duurzame energie op land in 2030 en hoe de regiopartijen samen kansen willen verzilveren voor de (warmte)transitie in de gebouwde omgeving. De RES 1.0 is vastgesteld in de voormalig gemeenten Hellevoetsluis en Westvoorne, maar niet in Brielle.
Toetsing Het plan is om de voorzieningen van de huidige fase door te zetten in de volgende fase: aardwarmte; op de gezinswoningen binnen de woonblokken zonnepanelen; daar waar voor iedere woning in een woonblok het totale dakvlak voldoende ruimte biedt om elke woning van zonnepanelen te voorzien zal dit aangeboden worden. In woonblokken met dakterrassen is gebleken dit niet haalbaar te zijn; daar waar vanuit de woningen zicht is op platte daken van de gestapelde bouwdelen in de woonblokken zal mos sedum toegepast worden. Conclusie De ontwikkeling draagt bij aan een duurzaam Hellevoetsluis.
64/144
4.12 Klimaatadaptatie Toetsingskader Het klimaat verandert. Ook in Nederland. Hierdoor stijgt de kans op wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Dat zorgt voor risico’s voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Om deze risico’s zo klein mogelijk te maken is het belangrijk dat we ons gedrag aanpassen. Bebouwing Een energie zuinig gebouw draagt bij aan de verdere voorkomen van klimaatverandering. De gebouwen worden conform de dan geldende regelgeving uit het bouwbesluit gebouwd. Waterafvoer Er wordt onderzocht of ten opzichte van Vermaat I er meer groene parkeerstroken groen uit te voeren zijn, waarbij rekening gehouden dient te worden met gebruik van rolstoel/stok of rollator. Er wordt onderzocht hoe regenwater bij piekbuien zoveel als mogelijk vast te houden zijn om vervolgens vertraagd af te voeren naar bestaande of nieuwe watergangen of grondwater (denk aan wadi's/watergangen/berging). De hoogste normen zoals opgenomen in het convenant klimaatadaptief bouwen zijn in eerste instantie leidend. Hou rekening met de ondergrond in relatie tot infiltratiecapaciteit van de ondergrond. Gemeente en ontwikkelaar trekken samen op in deze. Hittestress Om hittestress te voorkomen dient op looproutes (50% van de looproute is streven) in het gebied voldoende schaduw aanwezig te zijn op warme dagen in de zomer.
Dit voorkomt hittestress bij personen maar ook de omgeving warmt hierdoor minder op. Bij het verder uitwerken van de openbare ruimte wordt aandacht besteed aan het creëren van voldoende schaduw oplooproutes; Hierbij wordt gedacht aan het strategisch plaatsen van opgaand groen. Conclusie Zowel op gebouw niveau als in de openbare ruimte worden maatregelen getroffen en/of onderzocht om de gevolgen van klimaatverandering te beperken en de gevolgen hiervan op te vangen.
4.13 Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting.
65/144
Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Onderzoek In de beoogde situatie worden woningen en commerciële ruimten gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige en milieuhinderlijke functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure. Voor de beoordeling is het van belang om te weten of het gebied getypeerd kan worden als een rustige woonwijk of een gemengd gebied. Een gemengd gebied wordt als volgt getypeerd: 'Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende gemengde bestemmingen en bedrijven. Tevens is de locatie gelegen aan de belangrijke ontsluitingswegen Amnesty Internationallaan en de Rijksstraatweg waardoor de omgeving van het plangebied getypeerd kan worden als gemengd gebied. Milieugevoelige functie Ten noorden en westen van het plangebied is de enkelbestemming 'gemengd - 1' met de functieaanduiding 'detailhandel' gelegen. Detailhandels hebben volgens de VNG-brochure milieucategorie 1 en mogen in gemengd gebied naast woningen gerealiseerd worden.
Ten westen en grenzend aan het plangebied is dezelfde enkelbestemming 'gemengd - 1' gelegen, hier zijn dienstverleningen en webwinkels toegestaan. Ook deze functies vallen in milieucategorie 1 met een richtafstand van 0 m in gemengd gebied. Aan de Rijksstraatweg is de functieaanduiding 'bioscoop' gelegen. Bioscopen vallen volgens de VNG-brochure in milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 m in een gemengd gebied. De afstand tot de dichtstbijzijnde woning wordt vergroot door parkeerplaatsen en is hierdoor minimaal 10 m. Ten noorden grenzend aan het plangebied is een rubberfabriek uit milieucategorie 3.2 toegestaan. De bijbehorende richtafstand is 50 m in gemengd gebied. Er wordt met een afstand van 42 m niet aan de richtafstand voldaan. De beoogde woningen zijn echter op grotere afstand gelegen. Door Peutz is een onderzoek uitgevoerd naar industrielawaai, zie bijlage 4. Uit de berekening blijkt dat de hoogst berekende etmaalwaarde ten gevolge van HRPT 45 dB(A) is. De geluidsbelasting voldoet zoals verwacht op alle rekenposities aan 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Tevens zijn momenteel aan de westkant van het bedrijf al woningen gelegen en is het zuiden van het bedrijf bestemd als woongebied. Hierdoor wordt het bedrijf al beperkt in zijn bedrijfsvoering.
Milieuhinderlijke functie In het plangebied worden commerciële ruimten mogelijk gemaakt. Dit zullen kleinschalige ruimten zijn die binnen een woonomgeving passen. Stemgeluid van het terras Gelet op de grote afstand vanaf het beoogde terras tot aan de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige functie(woningen) is akoestisch onderzoek naar stemgeluid van het terras niet noodzakelijk.
Conclusie Met de beoogde ontwikkeling worden geen bedrijven beperkt in hun bedrijfsvoering en ter plaatse is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit aspect vormt geen belemmering voor het plan.
66/144
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Inleiding
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maken de bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken etc. Voor de analoge verbeelding is gebruikgemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart). De hoofdstukindeling van de bestemmingsplanregels bestaat uit: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs- en slotregels.
5.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
67/144
5.3
Bestemmingsregels
Artikel 3 Gemengd Binnen deze bestemming is kleinschalige- en ondergeschikte detailhandel, dienstverlening, kantoor en maatschappelijke functies toegestaan. Ook zijn daghorecabedrijven uit ten hoogste categorie 1a (met uitzondering van een maaltijdafhaalcentrum) en een restaurant, met bij de horecafunctie een terras uit categorie 1b van de bij deze regels behorende Staat van Horeca-activiteiten toelaatbaar, waarbinnen ook water, nutsvoorzieningen en voeten fietspaden zijn toegestaan. Artikel 4 Groen Structureel groen in de wijk, zoals bermen en plantsoenen in het openbaar gebied, zijn bestemd als Groen, waarbinnen ook water, nutsvoorzieningen en voet- en fietspaden zijn toegestaan. Ten behoeve van de bestaande fietsenstalling aan de Amnesty Internationallaan mogen bestaande overkappingen worden gehandhaafd. De overkappingen mogen in oppervlak en hoogte worden gehandhaafd, maar niet worden vergroot en verhoogd. Artikel 5 Verkeer Voor alle doorgaande wegen, voet- en fietspaden en verblijfsgebieden is de bestemming Verkeer van toepassing. Binnen deze bestemming zijn voorts functies ondergeschikt aan de verkeersbestemming mogelijk, zoals groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en parkeerplaatsen. Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied Voor doorgaande wegen en verblijfsgebieden is de bestemming Verkeer van toepassing.
Binnen deze bestemming zijn ook functies ondergeschikt aan de verkeersbestemming mogelijk, zoals voet- en fietspaden, parkeerplaatsen, fietsenstallingen, nutsvoorzieningen en groen. Artikel 7 Woongebied Binnen deze bestemming zijn kleinschalige- en ondergeschikte detailhandel, dienstverlening, kantoor en maatschappelijke functies toegestaan. Ook zijn daghorecabedrijven uit ten hoogste categorie 1a (met uitzondering van een maaltijdafhaalcentrum) en een restaurant, met bij de horecafunctie een terras uit categorie 1b van de bij deze regels behorende Staat van Horeca-activiteiten toelaatbaar, waarbinnen ook water, nutsvoorzieningen en voeten fietspaden zijn toegestaan. In het plangebied komen zowel grondgebonden als gestapelde woningen voor, hiertoe is de bestemming 'Woongebied 'opgenomen. Binnen deze bestemming zijn 112 woningen toegestaan. Ter plaatse van de betreffende aanduiding zijn tevens detailhandel, niet dagelijkse dienstverlening en maatschappelijke functies op de begane grond toegestaan. Hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, waarbij bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak (tot een maximum oppervlak) mogen worden gebouwd.
68/144
Hoogte Overeenkomstig de standaard systematiek van de voormalige gemeente Hellevoetsluis is in het bestemmingsplan de maximale goot- en bouwhoogte vastgelegd. Het betreft maximale hoogtes, een lagere hoogte is dus ook toegestaan. Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek Door middel van de voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek is geborgd dat het nadere onderzoek en eventuele saneringen uitgevoerd worden voordat de gronden gebruikt kunnen worden voor de woonbestemming. Aan-huis-gebonden beroep of bedrijf en bed & breakfast Een aan-huis-gebonden beroep, zoals bijvoorbeeld een atelier of een kantoortje, of een aan-huis-gebonden bedrijf, zoals een ambachtelijk bedrijfje en bed & breakfast, mag onder voorwaarden. De voorwaarden hebben betrekking op de uitstraling van het beroep of de bedrijvigheid op de omgeving en de verkeersaantrekkende werking daarvan. Dit moet acceptabel blijven. Artikel 8 Waarde - Archeologie 5 De gronden met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5 zijn mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden van de gronden. De dubbelbestemming is overgenomen uit de voorloper van dit plan.
5.4
Algemene regels
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruikgemaakt. Artikel 10 Algemene bouwregels De op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden met kleine bouwdelen. In dit artikel is geregeld hoe groot de overschrijding mag zijn en onder welke voorwaarden. Voorts zijn in dit artikel regels opgenomen voor bestaande afwijkingen van voorgeschreven maten, regels ten aanzien van de Keur en de parkeernormen die de gemeente hanteert voor nieuwe ontwikkelingen. Artikel 11 Algemene gebruiksregels Ten behoeve van de waarborging van voldoende groen, water en speelvoorzieningen is een gebruiksregel opgenomen waarin is bepaald dat de gronden pas in gebruik worden genomen wanneer in 30% groen, water en speelvoorzieningen is voorzien waarvan 10% water dient te zijn. Bij de berekening van dit percentage wordt het Vermaatterrein als geheel beschouwd, voor de berekening van het percentage moge daarom de aan dit bestemmingsplan grenzende gronden met de bestemming 'Woongebied -3' worden meegeteld.
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn alle afwijkingsregels opgenomen die voor het gehele plangebied van toepassing zijn. Het gaat om kleine afwijkingen die kunnen worden verleend als een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen niet geheel past binnen het bestemmingsplan. Het gaat dan om onderschikte afwijkingen ten behoeve van bijvoorbeeld balkons, trappenhuizen en liftkokers.
69/144
5.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 13 Overgangsrecht De overgangsbepalingen zijn conform het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 14 Slotregel Dit artikel geeft de titel van de regels van het bestemmingsplan aan.
70/144
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie Er wordt al jarenlang gecommuniceerd over de transformatie van het plangebied en de omgeving, onder andere in de Gebiedsvisie Sportlaan e.o. en het -Masterplan Sportlaan e.o. In het kader van het voor-ontwerpbestemmingsplan is op 23 augustus 2023 een informatieavond georganiseerd om de direct omwonenden en belanghebbende te informeren over de uitwerking en totstandkoming van het planvoornemen. Ook zijn de omwonenden en belanghebbenden in de gelegenheid gesteld schriftelijk een reactie op het concept ontwerpbestemmingsplan te geven. De binnengekomen reacties zijn samengevat en voorzien van een antwoord in de nota inspraak en vooroverleg zoals opgenomen in bijlage 14 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. Daar waar de reacties hebben geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan zijn deze doorgevoerd in voorliggend plan. Overleg ex art. 3.1.1 Bro Het concept-ontwerpbestemmingsplan is aan de overlegpartners gestuurd in het kader van het wettelijke vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro. De binnengekomen reacties zijn samengevat en voorzien van een antwoord in de nota inspraak en vooroverleg zoals opgenomen in bijlage 14 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. Daar waar de reacties hebben geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan zijn deze doorgevoerd in voorliggend plan.
Zienswijzen Op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) heeft het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpbesluit hogere waarde in de periode van 14 december 2023 gedurende zes weken (tot en met 24 januari 2024) ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Er is 1 zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Op het ontwerpbesluit hogere waarde zijn geen zienswijze ingediend. In de nota van beantwoording zoals opgenomen in bijlage 15 is de zienswijze samengevat en voorzien van een reactie en de conclusie of het bestemmingsplan dient te worden aangepast. Naast de zienswijze is er ook één ambtshalve wijziging doorgevoerd, dit betreft de actualisatie van de stikstofberekening.
71/144
6.2
Economische uitvoerbaarheid
De ontwikkeling betreft een aangewezen bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.12 Wro. Dit betekent dat de kosten van gemeentewege dienen te worden verhaald. Dit kan ofwel via een exploitatieplan ofwel via een anterieure overeenkomst. Voor de ontwikkeling heeft de gemeente met de initiatiefnemer(s) een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waarin de (financiële) afspraken over het project zijn vastgelegd. Deze overeenkomst is aangemerkt als anterieure overeenkomst artikel 6.24 Wet ruimtelijke ordening. Uit het bovenstaande blijkt dat de financiële uitvoerbaarheid is gewaarborgd
72/144
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 m.e.r.-beoordelingsbesluit
COLLEGEVOORSTEL Zaaknummer: Portefeuillehouder: Datum: Datum College: Steller:
224886-2023 Igor Bal 20 november 2023 Week 49; dinsdag 5 december 2023 Angeline - van Batenburg - Montenij
Onderwerp: Ontwerpbestemmingsplan Vermaatterrein Fase 2 Samenvatting Voor de herontwikkeling van het huidige Vermaatterrein is een ontwerp bestemmingsplan opgesteld. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 112 woningen met op de begane grond mogelijkheden voor commerciële en maatschappelijke ruimten. In het bestaande kantoorpand worden kantoorfuncties en horeca, met een bijbehorend terras aan de zuidzijde, gerealiseerd. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan, plankosten en bovenwijkse voorzieningen, worden afgedekt door de afspraken over kostenverhaal in de anterieure overeenkomst en geborgd middels een depotgarantie. Gevraagde beslissing college: Het college van de gemeente Voorne aan Zee wordt gevraagd te beslissen: 1. Te besluiten dat geen MER behoeft te worden opgesteld bij het (ontwerp)bestemmingsplan 'Vermaatterrein fase 2’, omdat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu; 2. In te stemmen met het ontwerp bestemmingsplan 'Vermaatterrein fase 2’; 3. In te stemmen met de beantwoording van de inspraak- en overlegreacties, zoals weergegeven in de Nota inspraak en overleg (bijlage 15 bij het ontwerpbestemmingsplan); 4. het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage leggen overeenkomstig de procedure zoals genoemd in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening; 5.
In te stemmen met het (Ontwerp)beeldkwaliteitsplan als aanvulling op de Nota Ruimtelijke kwaliteit Hellevoetsluis en deze gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage leggen. 6. In te stemmen met het ‘(Ontwerp)besluit hogere waarden Wet geluidhinder inzake het bestemmingsplan ‘Vermaatterrein Fase 2’ te Hellevoetsluis’ en deze gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ‘Vermaatterrein Fase 2’ ter inzage te leggen; 7. In te stemmen met de raadsinformatiebrief, waarin de raad geïnformeerd wordt over de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; Eenvoudige samenvatting besluit Voor het huidige Vermaatterrein is een ontwerp bestemmingsplan opgesteld. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 112 woningen met op de begane grond mogelijkheden voor commerciële en maatschappelijke ruimten. In het bestaande kantoorpand worden kantoorfuncties en horeca, met een bijbehorend terras aan de zuidzijde, gerealiseerd.
Bestuurlijke planning en doorlooptijd College: Week 49; dinsdag 5 december 2023
2
1) Aanleiding Op 13 december 2018 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Hellevoetsluis het bestemmingsplan ‘Nieuw-Helvoet’ gewijzigd vastgesteld. Dit bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de omgeving Sportlaan mogelijk, het Vermaatterrein maakt hier gedeeltelijk onderdeel van uit. Voor het Vermaatterrein is in 2018 alleen het oostelijk deel meegenomen, fase 1. Er moesten op dat moment nog (regionale) woningbouwafspraken voor fase 2 gemaakt worden. Inmiddels zijn de woningen in fase 1 opgeleverd, en zijn anterieure afspraken gemaakt tussen de ontwikkelaar NLo en de gemeente Voorne aan Zee voor fase 2. Het plangebied Vermaatterrein fase 2 is onderdeel van het voormalige bedrijfsterrein van autobedrijf Vermaat, gelegen op de hoek van de Rijksstraatweg en de Amnesty Internationallaan in Hellevoetsluis. Op het terrein staat langs de Amnesty Internationallaan een aantal loodsen waarin diverse kleine bedrijven zijn gevestigd. Op de hoek van de Rijksstraatweg en de Amnesty Internationallaan staat het voormalige kantoorpand van Vermaat, waar nu een makelaar en op de verdieping Taalcentrum Europoort is gevestigd. Het gebied achter deze gebouwen is deels verhard. Er staan momenteel nog garageboxen die verhuurd worden aan particulieren. Aan de Rijksstraatweg staat een autobedrijf waar auto’s verkocht en gerepareerd worden.
De voorgenomen ontwikkeling voor de 2e fase voorziet in de realisatie van 112 woningen met op de begane grond mogelijkheden voor commerciële en maatschappelijke ruimten. In het bestaande kantoorpand wordt voorzien in kantoorfuncties en daghoreca (categorie 1a met uitzondering van een afhaalcentrum en enkel een (dag)restaurant uit categorie 1b uit de Staat van Horeca-activiteiten), met een bijbehorend terras aan de zuidzijde. In tabel 2.1 van de toelichting van het bestemmingsplan is het woningbouwprogramma per bouwblok inzichtelijk gemaakt.
2) Overwegingen en advies Vormvrije mer-beoordeling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. In het kader van onderhavige ontwikkeling heeft een beoordeling plaats gevonden over een milieueffectrapportage (m.e.r.-beoordeling). De milieueffecten zijn onderzocht en beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Daaruit blijkt onder meer dat de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op kwetsbare Natura 2000-gebieden oplevert. Er is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. De berekeningen voor de realisatiefase zijn gedaan met de nieuwste versie van AERIUS (november 2023). Op basis van deze berekening is geconcludeerd dat het onderdeel stikstofdepositie geen belemmering vormt en is Wnb-vergunningplicht niet aan de orde. Op basis van deze beoordeling wordt u voorgesteld het besluit te nemen dat geen m.e.r procedure doorlopen hoeft te worden. Dit college-besluit zal in de volgende fase van de bestemmingsplanprocedure, het vast te stellen bestemmingsplan, worden opgenomen.
Ontwerp Besluit hogere grenswaarden Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het wegverkeersgeluid van de Rijksstraatweg en de Amnesty Internationallaan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder 3
overschrijdt. Op basis van het akoestisch onderzoek (“Woningbouwplan Acapella Wonen in Hellevoetsluis verkeerslawaai en geluid van bedrijven: Akoestisch onderzoek fase 2” van 24 april 2023 met kenmerk FB21364-1-RA-003) zoals opgenomen in bijlage 2 van de toelichting van het bestemmingsplan, en het advies van de DCMR, wordt voorgesteld in te stemmen met het ontwerpbesluit Hogere Grenswaarden Wet geluidhinder Vermaatterrein Fase 2 te Hellevoetsluis. Het ontwerpbesluit en de tabel hogere grenswaarden zijn als bijlage bijgevoegd. Wegverkeerslawaai ten gevolge van de Rijksstraatweg Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ten gevolge van de Rijksstraatweg de geluidbelasting op de bouwblokken 1 en 2 hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en uitkomt op maximaal 58 dB. De maximale hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden, zodat een hogere waarde kan worden vastgesteld. Wegverkeerslawaai ten gevolge van de Amnesty Internationallaan Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ten gevolge van de Amnesty Internationallaan de geluidbelasting op de bouwblokken 1 en 2 hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en uitkomt op maximaal 55 dB. De maximale hogere waarde van 63 dB wordt niet overschreden, zodat een hogere waarde kan worden vastgesteld.
De uniforme openbare besluitvormingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 110c van de Wgh is van toepassing op dit besluit. Het ontwerpbesluit wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ‘Vermaatterrein Fase 2’ voor zes weken ter visie gelegd. Beeldkwaliteitsplan Voor het gebied Stadsdorp 3223 (voorheen: Sportlaan en omgeving) is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In de regels van het bestemmingsplan wordt naar dit beeldkwaliteitsplan verwezen. Het is van belang dat ook de commissie ruimtelijke kwaliteit aan het beeldkwaliteitsplan kan toetsen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal de raad dan ook worden gevraagd het beeldkwaliteitsplan vast te stellen als aanvulling op de Nota Ruimtelijke kwaliteit Hellevoetsluis. 3) Beoogd effect Om de voorgenomen ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken, is voorliggend (ontwerp) bestemmingsplan opgesteld. 4) Aansluiting bij gemeentelijke doelstellingen en beleid/eerdere besluitvorming Het Vermaatterrein in Hellevoetsluis is in de Visie op Verbeterlocaties 2013, opgenomen als een belangrijke verbeterlocatie. Het streven is om de bedrijvigheid, die hier van oudsher is gevestigd, zoveel mogelijk terug te dringen en de uitstraling van het gebied te verbeteren in aansluiting op de omgeving.
In 2018 is hiervoor een eerste stap gezet met de vaststelling van het bestemmingsplan 'Nieuw-Helvoet'. Dit bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de omgeving Sportlaan mogelijk, het Vermaatterrein maakt hier onderdeel van uit. Voor de gehele herontwikkeling van de Sportlaan (Stadsdorp 3223) is een visie opgesteld, de 'Gebiedsvisie Sportlaan e.o.'. Deze visie is op 20 april 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. De ontwikkeling van fase 2 van het Vermaatterrein geeft invulling aan de gebiedsvisie. Er wordt ingezet op een transformatie naar woningbouw, aangevuld met enkele stedelijke voorzieningen en de realisatie van groen en water. De bestaande bedrijvigheid in het gebied verdwijnt daarmee. Vervolgens is het Masterplan Sportlaan e.o vastgesteld in februari 2018, hierbinnen is fase 2 van het Vermaatterrein ook opgenomen. 4
5) Draagvlak en risico’s Gedurende de inspraakperiode van het voorontwerpbestemmingsplan, te weten 9 augustus tot en met 19 september 2023, zijn er 2 inspraak reacties en 4 reacties van overlegpartners ontvangen. De inspraakreacties hebben betrekking op de onderwerpen verkeer en geluid en op de inrichting van een locatie die buiten het bestemmingsplangebied valt maar echter wel een relatie hiermee heeft. De reactie van de provincie heeft betrekking op de niet-dagelijkse detailhandel die in het plan mogelijk wordt gemaakt. Het bestemmingsplan is n.a.v. deze vooroverlegreactie aangepast. Het Waterschap heeft gereageerd n.a.v. een gedeelte van de tekst in hoofdstuk 4.8 Water. Omdat door het Waterschap al een vergunning is verleend, waar deze herontwikkeling onderdeel van is kan volstaan worden met verduidelijking op dit punt. Voor de inhoud van de reacties en de beantwoording daarvan wordt u verwezen naar bijlage 15 van de toelichting, Nota Inspraak en overleg. 6) Aanpak / uitvoering De bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan zal op de wettelijk voorgeschreven wijze worden gepubliceerd en zal gedurende een periode van 6 weken ter visie worden gelegd waarbij de gelegenheid wordt geboden zienswijzen in te dienen. De bekendmaking zal worden gepubliceerd via officielebekendmakingen.nl en in het lokale huis-aan-huis-blad.
Na uw instemming met het ontwerpbestemmingsplan zal de raad, door middel van bijgevoegde raadsinformatiebrief, worden geïnformeerd. 7) Participatie / Communicatie In het kader van participatie is er gedurende de inspraakperiode van het voorontwerp bestemmingsplan, in samenwerking met de ontwikkelaar een inloopavond georganiseerd op 23 augustus 2023. Tijdens deze avond werd ingezet op een toelichting op de stand van zaken, de verdere planuitwerking (beeldkwaliteitsplan) en het besluitvormings- en vervolgproces. Tijdens de ter inzage periode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om het ontwerpbestemmingsplan te raadplegen via de site: www.ruimtelijkeplannen.nl en de gemeentelijke website, en is er de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.
8)
Consequenties besluit: a) Organisatorische en/of personele aspecten Geen. b) Juridische aspecten Op grond van artikel 3.1.1. Bro is wettelijk overleg gevoerd. Het ontwerp bestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder een zienswijze indienen. c) Kosten, baten en dekking Ingevolge de Grondexploitatiewet (onderdeel van de Wro), stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Een exploitatieplan is alleen noodzakelijk indien het kostenverhaal niet anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld middels een anterieure overeenkomst. In het plangebied zijn ontwikkelingen voorzien 5
die behoren tot de aangewezen bouwplannen conform artikel 6.2.1 Bro. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan, plankosten en bovenwijkse voorzieningen, zijn afgedekt door de afspraken over kostenverhaal in de anterieure overeenkomst. Op basis van het bovengenoemde hoeft er derhalve geen exploitatieplan te worden opgesteld. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan, plankosten en bovenwijkse voorzieningen, worden afgedekt door de afspraken over kostenverhaal in de anterieure overeenkomst en geborgd middels een depotgarantie. d) Inkoop en aanbesteding n.v.t. 9) Duurzaamheid De ambitie is om van Stadsdorp 3223 een duurzame en gezonde gebiedsontwikkeling te maken. In de uitwerking van de plannen wordt een integrale benadering nagestreefd die betrekking heeft op een breed palet aan thema's zoals bodem, water, geluid, mobiliteit, groen, materialen en energie. In het plan zit een omvangrijke toename van groen waarmee wordt bijgedragen aan het versterken van de groene netwerken en de biodiversiteit in Hellevoetsluis. In het bestemmingsplan is opgenomen hoe invulling wordt gegeven aan duurzaamheid. 10) Interne afstemming Het ontwerp bestemmingsplan is tot stand gekomen in samenwerking en afstemming met verschillende beleidsadviseurs, de projectleider van Stadsdorp 3223, en met de portefeuillehouder.
11) Regionale afstemming Regionale afstemming heeft plaatsgevonden binnen het wettelijk vooroverleg. Bijlage(n):
6
Bijlage 2 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vermaatterrein fase 2
VERMAATTERREIN FASE 2 GEMEENTE VOORNE AAN ZEE Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 14 november 2023
1/23
DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR
2/23
14 november 2023 20220276 Vermaatterrein – Acapella Wonen fase 2 NLo B.V. Roy van Oosterhout
INHOUD 1.
2.
3.
4.
3/23
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
4 4 4
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer
Plaats en omvang van het project
5
2.1 2.2 2.3 2.4
5 8 10 10
Plaats van het project Kenmerken van het project Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Cumulatie
Kenmerken van de milieueffecten
11
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
11 14 16 17 18 20 20 21 22
Verkeer en parkeren Geluid Bodem Water Natuur Luchtkwaliteit Externe veiligheid Landschap, cultuurhistorie en archeologie Maatregelen
Conclusie
23
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Het Vermaatterrein in Hellevoetsluis is in de Visie op Verbeterlocaties 2013, opgenomen als een belangrijke verbeterlocatie. Het streven is om de bedrijvigheid, die hier van oudsher is gevestigd, zoveel mogelijk terug te dringen en de uitstraling van het gebied te verbeteren in aansluiting op de omgeving. In 2018 is hiervoor een eerste stap gezet met de vaststelling van het bestemmingsplan 'Nieuw-Helvoet'. Dit bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de omgeving Sportlaan mogelijk, het Vermaatterrein maakt hier onderdeel van uit. Voor het Vermaatterrein is alleen het oostelijk deel meegenomen, fase 1. Dit omdat op dat moment nog (regionale) woningbouwafspraken moesten worden gemaakt voor fase 2. Inmiddels zijn de woningen in fase 1 in aanbouw en zijn afspraken gemaakt tussen de ontwikkelaar NLo en de gemeente Voorne aan Zee (tot 1 januari 2023 gemeente Hellevoetsluis). De ontwikkeling van fase 2 van het Vermaatterrein geeft invulling aan de gebiedsvisie 'Gebiedsvisie Sportlaan e.o.' welke door de gemeenteraad op 20 april 2017 is vastgesteld. Er wordt ingezet op een transformatie naar woningbouw, aangevuld met enkele stedelijke voorzieningen en de realisatie van groen en water. De bestaande bedrijvigheid in het gebied verdwijnt daarmee. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een nieuwe bestemmingsplan opgesteld.
In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is bij vaststelling van een bestemmingsplan in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op ‘een oppervlakte van 10 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer’ (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). Met de beoogde ontwikkeling worden maximaal 112 woningen en 625 m2 bvo commerciële functies mogelijk gemaakt. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is waarin dit document in voorziet.
1.2
Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?
In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen dat een volwaardige m.e.r.-procedure pas noodzakelijk is als blijkt dat het project ook na mitigerende maatregelen 'belangrijke nadelige gevolgen' voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing nemen waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3
Leeswijzer
Deze aanmeld-/m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken die te vinden zijn in de bijlagen van het bestemmingsplan.
4/23
2. PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT 2.1
Plaats van het project
Het plangebied dat bekend staat als het Vermaatterrein bevindt zich in Hellevoetsluis (gemeente Voorne aan Zee) op de hoek van de Rijksstraatweg en de Amnesty Internationallaan, kadastraal bekend als gemeente Hellevoetsluis, sectie C, nummers 3215, 3216, 5018 en 5143 en is circa 15.546 m² groot. Het oostelijke deel naast de locatie is al in herontwikkeling. Het voormalige kantoorpand van Vermaat en de autogarage behoren ook tot het plangebied. Op figuur 2.1 is het plangebied weergegeven. Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Nieuw-Helvoet zoals Vastgesteld d.d. 13 december 2018' (grotendeels) en '1e partiële herziening' vastgesteld d.d. 28 mei 2020 (strook aan de oostkant). In deze bestemmingsplannen heeft het plangebied in hoofdzaak de enkelbestemming 'Bedrijf (cat. 1 + 2)', 'Verkeer', 'Groen', 'Gemengd' en de bestemming 'Woongebied -3'.
Figuur 2.1 Plangebied beoogde ontwikkeling (bron: Cyclomedia).
Het plangebied is niet gelegen in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status zoals grondwaterbeschermingsgebieden (zie figuur 2.2). Ook bevindt het plangebied zich niet in een stiltegebied (zie figuur 2.3). Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt op circa 1,2 kilometer van Natura 2000-gebied ‘Haringvliet’ en circa 2,7 kilometer van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Voornes Duin'. De dichtstbijzijnde delen van het Natuurnetwerk bevinden zich op circa 1,1 kilometer ten zuidwesten van het plangebied (zie figuur 2.4).
5/23
Figuur 2.2 Grondwaterbeschermings- en waterwingebieden nabij de planlocatie (rode cirkel) (bron: Provincie Zuid-Holland)
6/23
Figuur 2.3 Stiltegebieden ten opzichte van plangebied (rode cirkel) (bron: Provincie Zuid-Holland)
Figuur 2.4 Natura 2000 en NNN nabij de planlocatie (rode cirkel) (bron: Provincie Zuid-Holland)
7/23
2.2
Kenmerken van het project
In dit gebied zijn woningen en commerciële voorzieningen beoogd. Voor deze ontwikkeling zullen de bedrijfsloodsen en het garagebedrijf gesloopt worden. Het terrein van de aangrenzende (voormalige) horecagelegenheid wordt een nieuwe langzaam verkeer- en calamiteitenontsluiting. voor de woonwijk. Het voormalige kantoor van Vermaat blijft behouden en wordt getransformeerd, Zie figuur 2.5 voor de toekomstige inrichting van het terrein.
Figuur 2.5 Stedenbouwkundig plan (bron: GBGSV)
Programma Het programma voor het project bestaat uit woningen, commerciële en maatschappelijke ruimten. In het bestaande kantoorpand worden kantoorfuncties en horeca (categorie 1) gerealiseerd. In tabellen 2.1 en 2.2 is het voorlopige programma per bouwblok inzichtelijk gemaakt. In het bestemmingsplan wordt voor de commerciële ruimte een groter oppervlak toegestaan ten behoeve van de flexibiliteit van de invulling van de ruimten. Het bestemmingsplan staat 350 m² niet dagelijkse detailhandel en 550 m² maatschappelijke functies en dienstverlening toe. Tabel 2.1 Woningbouwprogramma
Woonblok Woonblok noord
8/23
Type Sociale huur Grondgebonden woningen Appartementen
Aantal 9 21
Woonblok zuid
Vrije sector Herenhuizen Maisonnettes Appartementen Vrije sector Appartementen (sociale huur) Maisonnettes Appartementen
Woonblok west
Totaal
9 4 38 3 2 26 112
Tabel 2.2 Commerciële ruimten
Woonblok Woonblok zuid Woonblok west Bestaand kantoorpand Totaal
m2 400 225 52 700 1.377
Groen-blauwstructuur In de gebiedsvisie Sportlaan e.o. wordt uitgebreid ingegaan op de groen-blauwstructuur van de Sportlaan e.o. waarbinnen het plangebied is gelegen. In de visie wordt het volgende gesteld. Groenstructuur Voor wat betreft de groenstructuur wordt gestreefd naar het realiseren van een doorlopende structuur door het hart van de buurt. Op grotere schaal gezien is het streven om het groen ook te laten aantakken op de groene ringstructuur langs de hoofdwetering (zie figuur 2.6) zodat er vanuit hier meerdere groene (recreatieve) routes ontstaan richting het visiegebied. Voor het groen binnen het visiegebied wordt uitgegaan van een verbindende structuur in oost-westrichting. Aan deze verbindende structuur liggen meerdere groene ruimtes die qua afmeting en mogelijk inrichting en gebruik van elkaar kunnen verschillen. Doel is wel dat de doorgaande groene lijn herkenbaar blijft en op deze manier kan bijdragen aan het realiseren van samenhang binnen de buurt.
Figuur 2.6 Groenstructuur (gebiedsvisie Sportlaan e.o.)
Waterstructuur Ook voor de waterstructuur is het van belang om aan te sluiten op de bestaande waterstructuur van Hellevoetsluis en hierbij rekening te houden met de stroomrichting van het water. Het water stroomt globaal gezien richting het noordoosten,
9/23
vanuit de Vestinggracht naar het gemaal aan de Kanaalweg Westzijde. Aandachtspunt vormt vooral de aansluiting van het visiegebied op de hoofdwaterstructuur aangezien verbindende watergangen in de directe omgeving ontbreken. Het meest voor de hand liggende model gaat uit van het realiseren van een watergang langs de AI-laan vanaf ongeveer de rotonde bij de brandweer. Het water kan dan vanuit hier richting het westen stromen en zo een aantakking maken op het visiegebied. Uiteindelijk stroomt het water het gebied weer uit langs de Sportlaan richting het water langs de Oostdijk. Binnen het gebied wordt uitgegaan van een doorlopende open waterstructuur, primaire structuur, bestaande uit brede waterpartijen of vijvers. Deze watergangen dienen een ruime dimensie te hebben zodat ze jaarrond voldoende watervoerend zijn en voldoende buffercapaciteit hebben. Hiernaast is sprake van een secundaire structuur die met name zorgdraagt voor het opvangen en afvoeren van regenwater. Op figuur 2.3 is de beoogde waterstructuur weergegeven.
In tabel 2.3 is de oppervlakte van de diverse functies in fase 1 en 2 weergegeven. Deze uitgangspunten dienen als basis voor onder andere het bepalen van de watercompensatie en de benodigde 30% groen, water en spelen. Tabel 2.3 Oppervlakte per functie
Functie Water Wadi Groen openbaar Groen binnentuinen Uitgeefbaar Bestaande bebouwing Verharding Totaal plangebied
m2 1.525 655 9.194 1.645 12.683 454 9.589 34.100
Er is reeds een watervergunning verleend voor het overkoepelende gebiedsplan Sportlaan e.o. met nummer VTH2022020037. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan maakt hier onderdeel van uit. Met het verlenen van de watervergunning voor het overkoepelende gebied is daarmee aangetoond dat er in voldoende watercompensatie wordt voorzien in en om het plangebied.
2.3
Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen
Natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt tijdens de bouw en het gebruik van de ontwikkeling. Het betreft hier natuurlijke hulpbronnen als energie, water en grondstoffen. Dit zou echter op elke willekeurige locatie het geval zijn. De gevolgen hiervan zijn van een dusdanig beperkte omvang, dat hierdoor geen beslag wordt gelegd op natuurlijke hulpbronnen. Het ontstaan van afval tijdens de bouw van de ontwikkeling is vanzelfsprekend. Bouwafval wordt zoveel mogelijk hergebruikt of afgevoerd naar een erkende verwerker. Het afval van de medewerkers zal volgens de geldende regelgeving worden gerecycled/verwerkt. Dit zou op elke locatie het geval zijn. Er is geen aanleiding om dit aspect nader te laten onderzoeken in het kader van het opstellen van een milieueffectrapport.
2.4
Cumulatie
Ten oosten van het plangebied bevindt zich Vermaatterrein fase 1. Dit bestemmingsplan is in 2020 al vastgesteld en ook de bouw van de woningen is al gestart. De plannen zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor zover bekend zijn er verder geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.
10/23
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit toekomstige situatie, gebaseerd op de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen en trends. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.
3.1
Verkeer en parkeren
Ontsluiting Ten zuiden van het plangebied ligt de Amnesty Internationallaan. De Amnesty Internationallaan is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. In oostelijke richting leidt de Amnesty Internationallaan naar het kruispunt Amnesty Internationallaan-Kanaalweg Westzijde-De Sprong. Zowel de Kanaalweg Westzijde als De Sprong zijn ingericht als gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 50 km/u. In noordoostelijke richting vanaf de kruising loopt de Kanaalweg Westzijde buiten de bebouwde kom over in de N494, een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 70 km/u. De N494 leidt vervolgens verder in noordoostelijke richting naar de N218, tussen Spijkenisse en de aansluiting op de A15. Ten westen van het plangebied ligt het kruispunt Amnesty Internationallaan-Rijksstraatweg. De Rijksstraatweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u en leidt in noordelijke richting via de kern Nieuwenhoorn naar Brielle. Vanaf dit kruispunt loopt de Amnesty Internationallaan in westelijke richting buiten de bebouwde kom over in de Provincialeweg (N497), een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 70 km/u. De Provincialeweg leidt vervolgens in noordwestelijke richting naar de aansluiting op de N57, tussen Stellendam en de A15.
Verkeersgeneratie Voor het bepalen van de verkeersgeneratie als gevolg van de beoogde ontwikkeling voor een gemiddelde weekdag, wordt gebruik gemaakt van kencijfers uit CROW-publicatie 381. Op basis van CBS-data wordt voor Hellevoetsluis een stedelijkheidsgraad van 'sterk stedelijk' aangehouden. Het gebiedstype is gedefinieerd als 'rest bebouwde kom'. Verder wordt aan de hand van het gemiddelde autobezit per huishouden en de adressendichtheid van Hellevoetsluis conform data van het CBS per kencijfer het maximum van de bandbreedte gehanteerd. Van de huidige functies binnen het plangebied blijft enkel het kantoorpand van Vermaat behouden, terwijl de overige bedrijvigheid wordt gesloopt om ruimte te maken voor de beoogde ontwikkeling. In de toekomstige situatie zal het plangebied heringericht worden tot een woongebied met commerciële ruimten. Voor het woningbouwprogramma in de vrije sector is geen verdeling bekend tussen koop en huur woningen. Daarom wordt voor het hanteren van een worst case-benadering voor de verkeersgeneratie van de vrije sector appartementen en de maisonnettes aansluiting gezocht bij het kencijfer 'koop, appartement, duur' en voor de herenhuizen bij het kencijfer 'koop, huis, vrijstaand'. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de gemiddelde werkdag maatgevend.
Om de verkeersgeneratie voor een gemiddelde weekdag om te rekenen naar een gemiddelde werkdag is gebruikgemaakt van de omrekenfactor 1,11 voor woonfuncties en 1,33 voor werkfuncties. In tabel 3.1 is de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling (woningen en commerciële functies) weergegeven. In CROW-publicatie 381 zijn geen verkeersgeneratiekengetallen voor horeca opgenomen. Aan de hand van de volgende uitgangspunten is daarom de verkeersgeneratie bepaald: Voor restaurants geldt een gemiddelde parkeernorm van 14,0 per 100 m² bvo. Uitgegaan wordt van een (zeer) ruime turnover van gemiddeld 3 per parkeerplaatsen. Met verkeer dat naar het restaurant toe rijdt en weer wegrijdt komt de verkeersgeneratie op: 14 x 3 x 2= 84 mvt/etmaal per 100 m² bvo.
11/23
CROW 381 geeft geen omrekenfactor voor horecafuncties. Dit betekent dat de verkeersgeneratie op een week- en werkdag gelijk zijn. Tabel 3.1 De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling
Bestaand bedrijfspand Functie Aantal
Kencijfer
Weekdagintensiteit (mvt/etmaal) 84,0 33,6
Werkdagintensiteit (mvt/etmaal) 84,0 44,7
Werkdagintensiteit (mvt/etmaal) 52,9
Horeca 100 m2 (bvo) Kantoor (zonder ba- 600 m2 (bvo) liefunctie) Woonblok Noord Functie Aantal
84,0 per 100 m2 5,6 per 100 m2
Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)
9 woningen
5,3 per woning
Weekdagintensiteit (mvt/etmaal) 47,7
21 woningen
4 per woning
84
93,2
Aantal
Kencijfer
Werkdagintensiteit (mvt/etmaal) 85,9
Woonblok Zuid Functie
Kencijfer
Koop, huis, vrijstaand 9 woningen
8,6 per woning
Weekdagintensiteit (mvt/etmaal) 77,4
Koop, appartement 4 woningen duur (maisonnettes)
7,5 per woning
30
33,3
Koop, appartement, 38 woningen duur (appartementen) Kantoor met balie550 m² (bvo) functie (commerciële dienstverlening)
7,5 per woning
285
316,4
11,8 per 100 m² (bvo) 65
86,5
Aantal
Kencijfer