CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Vermaatterrein fase 2_ter vaststelling HQ (1)

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Vermaatterrein Fase 227.446 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERMAATTERREIN FASE 2 Gemeente Voorne aan Zee bestemmingsplan

1/1

Vermaatterrein fase 2 .

Voorne aan Zee

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1992.BPVermaatfase2-0130

31-01-2023 04-07-2023 27-11-2023 08-03-2024

concept voorontwerp ontwerp Ter vaststelling

voorontwerpprojectnummer:

20220276

Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Ligging plangebied

9

1.3

Vigerende bestemmingsplan

10

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Bestaande situatie

11

2.2

De ontwikkeling

11

Hoofdstuk 3

Beleidskader

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

19

3.3

Gemeentelijk beleid

28

3.4

Conclusie

38

Omgevingsaspecten

39

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

39

4.2

Verkeer

40

4.3

Wegverkeerslawaai

44

4.4

Externe veiligheid

48

4.5

Bodem

50

4.6

Kabels en leidingen

51

4.7

Luchtkwaliteit

51

4.8

Water

53

4.9

Ecologie

57

4.10

Archeologie en cultuurhistorie

62

4.11

Duurzaamheid

64

4.12

Klimaatadaptatie

65

4.13

Bedrijven en milieuzonering

65

Hoofdstuk 4

3/144

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

67

5.1

Inleiding

67

5.2

Inleidende regels

67

5.3

Bestemmingsregels

68

5.4

Algemene regels

69

5.5

Overgangs- en slotregels

70

Uitvoerbaarheid

71

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

71

6.2

Economische uitvoerbaarheid

72

Hoofdstuk 6

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

m.e.r.-beoordelingsbesluit

Bijlage 2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Vermaatterrein fase 2

Bijlage 3

Parkeerbalans Vermaatterrein fase 2

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

Bijlage 5

Besluit hogere waarden

Bijlage 6

Quickscan wet natuurbescherming

Bijlage 7

Nader onderzoek voor de steenmarter en vleermuizen

Bijlage 8

Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 9

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 10

PvE verkennend archeologisch onderzoek Vermaat fase 2

Bijlage 11

Archeologisch onderzoek

Bijlage 12

Advies BOOR Vermaat fase 2

Bijlage 13

Stikstofmemo en rekenresultaten Vermaatterrein fase 2

Bijlage 14

Nota inspraak en vooroverleg

Bijlage 15

Nota beantwoording zienswijze Vermaatterrein fase 2

4/144

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

107

Artikel 1

Begrippen

107

Artikel 2

Wijze van meten

116

Bestemmingsregels

119

Artikel 3

Gemengd

119

Artikel 4

Groen

120

Artikel 5

Verkeer

121

Artikel 6

Verkeer - Verblijfsgebied

122

Artikel 7

Woongebied

123

Artikel 8

Waarde - Archeologie 5

126

Hoofdstuk 3

Algemene regels

129

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

129

Artikel 10

Algemene bouwregels

130

Artikel 11

Algemene gebruiksregels

131

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

132

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

133

Artikel 13

Overgangsrecht

133

Artikel 14

Slotregel

134

Hoofdstuk 2

Bijlagen regels Bijlage 1

Staat van Horeca-activiteiten

Bijlage 2

Stedenbouwkundigplan Vermaatterrein fase 2

Bijlage 3

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

5/144

6/144

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het Vermaatterrein in Hellevoetsluis is in de Visie op Verbeterlocaties 2013, opgenomen als een belangrijke verbeterlocatie. Het streven is om de bedrijvigheid, die hier van oudsher is gevestigd, zoveel mogelijk terug te dringen en de uitstraling van het gebied te verbeteren in aansluiting op de omgeving. In 2018 is hiervoor een eerste stap gezet met de vaststelling van het bestemmingsplan 'Nieuw-Helvoet'. Dit bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de omgeving Sportlaan mogelijk, het Vermaatterrein maakt hier onderdeel van uit. Voor het Vermaatterrein is alleen het oostelijk deel meegenomen, fase 1. Dit omdat op dat moment nog (regionale) woningbouwafspraken moesten worden gemaakt voor fase 2. Inmiddels zijn de woningen in fase 1 in aanbouw en zijn afspraken gemaakt tussen de ontwikkelaar NLo en de gemeente (tot 1 januari 2023 gemeente Hellevoetsluis). Voor de gehele herontwikkeling van de Sportlaan is een visie opgesteld, de 'Gebiedsvisie Sportlaan e.o.'. Deze visie is op 20 april 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. De ontwikkeling van fase 2 van het Vermaatterrein geeft invulling aan de gebiedsvisie. Er wordt ingezet op een transformatie naar woningbouw, aangevuld met enkele stedelijke voorzieningen en de realisatie van groen en water. De bestaande bedrijvigheid in het gebied verdwijnt daarmee.

Het voorliggende bestemmingsplan biedt de planologische basis om de ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied dat bekend staat als het Vermaatterrein bevindt zich in Hellevoetsluis (gemeente Voorne aan Zee) op de hoek van de Rijksstraatweg en de Amnesty Internationallaan, kadastraal bekend als gemeente Hellevoetsluis, sectie C, nummers 3215, 3216, 5018 en 5143 en is circa 15.546 m² groot. Het oostelijke deel naast de locatie is al in herontwikkeling. Het voormalige kantoorpand van Vermaat en de autogarage behoort ook tot het plangebied. Op figuur 1.1 is het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1 Plangebied beoogde ontwikkeling (bron: cyclomedia) 9/144

1.3

Vigerende bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Nieuw-Helvoet zoals Vastgesteld d.d. 13 december 2018'. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied in hoofdzaak de enkelbestemming 'Bedrijf (cat. 1 + 2)', 'Verkeer', 'Groen' en 'Gemengd'. Daarnaast kent het project gebied de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 5'. Op figuur 1.2 is een uitsneden van het vigerende bestemmingsplan weergegeven.

Figuur 1.2 Uitsnede vigerende bestemmingsplannen Nieuw-Helvoet en Nieuw-Helvoet 1e partiële herziening (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd:  hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de wijzigingen die met dit bestemmingsplan onderbouwing worden mogelijk gemaakt;  hoofdstuk 3 toetst de ontwikkeling aan het beleid;  hoofdstuk 4 behandelt de omgevingsaspecten;  hoofdstuk 5 maakt de maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk;  hoofdstuk 6 gaat in op de juridische vertaling van de ontwikkeling in het bestemmingsplan.

10/144

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Het plangebied Het plangebied is onderdeel van het voormalige bedrijfsterrein van Vermaat's autobedrijf in de bebouwde kom van Hellevoetsluis. Het gebied ligt in de hoek van de Rijksstraatweg en de Amnesty Internationallaan. Hier staat langs de Amnesty Internationallaan een aantal loodsen waarin diverse kleine bedrijven zijn gevestigd. Op de hoek van de Rijksstraatweg en de Amnesty Internationallaan staat het voormalige kantoorpand van Vermaat, waar nu een makelaar en op de verdieping Taalcentrum Europoort is gevestigd. Het gebied achter deze gebouwen is deels verhard. Er staan garageboxen die verhuurd worden aan particulieren. Aan de Rijksstraatweg staat daarnaast een autogarage. De omgeving Het naastgelegen terrein aan de oostzijde wordt inmiddels bebouwd met woningen. Ten noordoosten van het plangebied is het bedrijf Helvoet Rubber & Plastic Technologies B.V (categorie 3.2 Staat van Bedrijfsactiviteiten) gevestigd. Hier wordt nader op ingegaan in het hoofdstuk Bedrijven en milieuzonering. Aan de Noordzijde bevindt zich de Wilhelminastraat. Aan de westkant zitten een tandarts en een bioscoop.

2.2

De ontwikkeling

Masterplan Voor de ontwikkeling Sportlaan is dan een Masterplan opgesteld. Het Masterplan geeft op hoofdlijnen richting aan:  richtlijn voor de beeldkwaliteit van de woningbouw;  de aansluiting van het ontwikkelgebied op de omgeving;  de samenhang van de verschillende herontwikkelingslocaties tot een nieuwe herkenbare buurt;  de opzet van de groen- en waterstructuur;  de ontsluiting van de woonlocaties en het voorzieningencluster, voor snel- en langzaam verkeer, inclusief parkeeroplossingen.;  de verkavelingsopzet en beeldkwaliteit van de toekomstige bebouwing;  principes voor duurzaamheid en klimaatadaptatie.

Stedenbouwkundige uitgangspunten De stedenbouwkundige uitgangspunten voor het project zijn uitgewerkt in onder andere de Gebiedsvisie Sportlaan e.o. van februari 2018 en Beeldkwaliteitsplan Sportlaan Hellevoetsluis d.d. 2 september 2019, de uitgangspunten kunnen als volgt worden opgesomd:  water- en groenstructuur doorzetten;  route wegverkeer uitbreiden; blijft vanaf de A.I. Laan op basis van plan Acapella Wonen;  een langzaamverkeersroute tussen de Rijksstraatweg en het plangebied;  het Woonblok West wordt ontsloten vanaf de Rijksstraatweg;  Woonblok Noord;

11/144

  

Woonblok Zuid; Woonblok West; behoud kantoorpand Vermaat.

In dit gebied zijn woningen en commerciële voorzieningen beoogd. Voor deze ontwikkeling zullen de bedrijfsloodsen en het garagebedrijf gesloopt worden. Het terrein van de aangrenzende (voormalige) horecagelegenheid wordt een nieuwe langzaam verkeer- en calamiteitenontsluiting voor de woonwijk. Het voormalige kantoor van Vermaat blijft behouden en wordt getransformeerd, Zie figuur 2.1 voor de toekomstige inrichting van het terrein.

Figuur 2.1 Stedenbouwkundig plan (bron: BGSV, bureau voor stedenbouw en landschap) Programma Het programma voor het project bestaat uit woningen, commerciële en maatschappelijke ruimten. In het bestaande kantoorpand worden kantoorfuncties en daghoreca (categorie 1a met uitzondering van een afhaalcentrum en enkel een restaurant uit categorie 1b uit de Staat van Horeca-activiteiten gerealiseerd, met een bijbehorend terras aan de zuidzijde In tabel 2.1 en 2.2 is het voorlopige programma per bouwblok inzichtelijk gemaakt. In het bestemmingsplan wordt voor de commerciële ruimte een groter oppervlak toegestaan ten behoeve van de flexibiliteit van de invulling van de ruimten. Het bestemmingsplan staat 250 m² kleinschalige en/of ondergeschikte detailhandel en 550 m² maatschappelijke functies en dienstverlening naast de gemengde functie toe.

12/144

Binnen de gemengde functie is kleinschalige- en ondergeschikte detailhandel op de begane grond met een maximale oppervlakte van 200 m² toegestaan. Ook zijn dienstverlening, kantoor en maatschappelijke functies toegestaan. Als mede daghorecabedrijven uit ten hoogste categorie 1a (met uitzondering van een maaltijdafhaalcentrum) en een restaurant, met bij de horecafunctie een terras uit categorie 1b van de bij deze regels behorende Staat van Horeca-activiteiten toelaatbaar, waarbinnen ook water, nutsvoorzieningen en voet- en fietspaden zijn toegestaan. Tabel 2.1 Woningbouwprogramma woonblok

type

woonblok noord

sociale huur

woonblok zuid

aantal

grondgebonden woningen

9

appartementen

21

vrije sector

woonblok west

herenhuizen

9

maisonnettes

4

appartementen

38

vrije sector

totaal

appartementen (sociale huur)

3

maisonnettes

2

appartementen

26 112

Tabel 2.2 Commerciële ruimten woonblok

m2

woonblok zuid

400

woonblok west

225 52

bestaand kantoorpand

700

totaal

1.377

Groen-blauwstructuur In de gebiedsvisie Sportlaan e.o. wordt uitgebreid ingegaan op de groen-blauwstructuur van de Sportlaan e.o. waarbinnen het plangebied is gelegen. In de visie wordt het volgende gesteld. Groenstructuur Voor wat betreft de groenstructuur wordt gestreefd naar het realiseren van een doorlopende structuur door het hart van de buurt. Op grotere schaal gezien is het streven om het groen ook te laten aantakken op de groene ringstructuur langs de hoofdwetering (zie figuur 2.2) zodat er vanuit hier meerdere groene (recreatieve) routes ontstaan richting het visiegebied. Voor het groen binnen het visiegebied wordt uitgegaan van een verbindende structuur in oost-westrichting. Aan deze verbindende structuur liggen meerdere groene ruimtes die qua afmeting en mogelijk inrichting en gebruik van elkaar kunnen verschillen. Doel is wel dat de doorgaande groene lijn herkenbaar blijft en op deze manier kan bijdragen aan het realiseren van samenhang binnen de buurt.

13/144

Figuur 2.2 Groenstructuur (gebiedsvisie Sportlaan e.o.) Waterstructuur Ook voor de waterstructuur is het van belang om aan te sluiten op de bestaande waterstructuur van Hellevoetsluis en hierbij rekening te houden met de stroomrichting van het water. Het water stroomt globaal gezien richting het noordoosten, vanuit de Vestinggracht naar het gemaal aan de Kanaalweg Westzijde. Aandachtspunt vormt vooral de aansluiting van het visiegebied op de hoofdwaterstructuur aangezien verbindende watergangen in de directe omgeving ontbreken. Het meest voor de hand liggende model gaat uit van het realiseren van een watergang langs de AI-laan vanaf ongeveer de rotonde bij de brandweer. Het water kan dan vanuit hier richting het westen stromen en zo een aantakking maken op het visiegebied. Uiteindelijk stroomt het water het gebied weer uit langs de Sportlaan richting het water langs de Oostdijk. Binnen het gebied wordt uitgegaan van een doorlopende open waterstructuur, primaire structuur, bestaande uit brede waterpartijen of vijvers. Deze watergangen dienen een ruime dimensie te hebben zodat ze jaarrond voldoende watervoerend zijn en voldoende buffercapaciteit hebben. Hiernaast is sprake van een secundaire structuur die met name zorgdraagt voor het opvangen en afvoeren van regenwater.

Om de kwaliteit en doorspoeling van het watersysteem van het Vermaat terrein fase 2 en omgeving te waarborgen, zal een persleiding gerealiseerd worden met een pomp om water te kunnen aanvoeren. Het streven is deze in 2025 operationeel te hebben. In tabel 2.3 is de oppervlakte van de diverse functies in fase 1 en 2 weergegeven. Deze uitgangspunten dienen als basis voor onder andere het bepalen van de watercompensatie en de benodigde 30 % groen, water en spelen. Tabel 2.3 Oppervlakte per functie functie

m2

water

1.525

wadi

655

groen openbaar

9.194

groen binnentuinen

1.645 12.683

bestaande bebouwing

454

verharding

9.589

totaal plangebied

34.100

14/144

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land:  dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;  met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;  waar het goed wonen en werken is.

Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;  met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;  waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten;  dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren;  waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water;  dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de mede-overheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

Voor dit project relevante nationale belangen zijn:  bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;  waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.

15/144

De belangrijkste keuzes zijn:  duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit;  ruimte voor overgang naar een circulaire economie;  woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden;  landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Wonen is voor dit project het meest relevant Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijven. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimten en wateropvang en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing De ontwikkeling voorziet in de bouw van circa 112 woningen en enkele commerciële ruimtes binnen bestaand stedelijk gebied. Dit is in overeenstemming met de NOVI. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Uitbreiding of nieuwe functies zijn niet zonder meer mogelijk, omdat sprake moet zijn van 'zorgvuldig ruimtegebruik'.

Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten daarom worden getoetst aan artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van meer dan 11 woningen wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling. Ook een functiewijziging groter dan 500 m² wordt over het algemeen gezien als stedelijke ontwikkeling. De geldende planologische mogelijkheden zijn vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Toetsing In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Het gaat om meer dan 11 woningen en enkele commerciële functies met een totale oppervlakte groter dan 500 m² bvo in een gebied met voornamelijk een bedrijfsbestemming.

16/144

Beschrijving woningbehoefte Regioakkoord woningmarktafspraken regio Rotterdam 2021-2030 én de Regionale realisatieagenda 2023-2030 In de regionale realisatieagenda 2023-2030 (getekend op 27 januari 2023) maken de 12 gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen zich sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam uit te breiden. Dit akkoord is medeondertekend door Rijk en provincie. Deze regionale afspraken zijn gemaakt op basis van het Regioakkoord 2018-2030 en het daarbij horende woningmarktonderzoek van het ABF. Het woningbouwprogramma wordt door de provincie getoetst aan de meest recente provinciale woningbehoefteraming. Het woningmarktonderzoek van ABF laat een regionale behoefte aan circa 73.000 woningen zien voor de periode 2020-2030. 4.000 daarvan zouden in Voorne aan Zee gerealiseerd moeten worden. De provinciale woningbehoefteraming gaat uit van een gewenste regionale voorraadgroei van 71.000 woningen voor de periode 2023-2032 (zie figuur 3.1).

Figuur 3.1 Prognose gewenste toename woningvoorraad (bron: WBR 2021 provincie Zuid-Holland) Er moet ook rekening gehouden worden met planuitval. De provincie stelt dat daarom maximaal 30% van de woningbehoefte geprogrammeerd mag worden. De regio Rotterdam mag 92.300 woningen programmeren.

17/144

Betere spreiding sociale woningbouw regio Rotterdam Voor de behoefte aan sociale huurwoningen zijn in het kader van de regionale afspraken twee scenario's opgesteld: een Referentiescenario, waarbij berekend is hoeveel sociale woningen een gemeente moet hebben om aan de lokale behoefte aan sociale woningen te voldoen, en een Meer Evenwicht Scenario, waarbij berekend is hoeveel sociale woningen een gemeente kan realiseren om maximaal bij te dragen aan de regionale spreidingsopgave. Het Meer Evenwicht scenario is een stap dichter bij de regionale doelstelling en de voormalige gemeente Hellevoetsluis heeft met zijn woningbouwprogramma een goede stap gemaakt richting het Meer Evenwicht Scenario. Deze is ook positief beoordeeld door de provincie Zuid-Holland bij de aanvaarding van het regionale bod (Brief aan SvWrR, maart 2019 met beoordeling proces passend aanbod sociale voorraad Rotterdamse Regio). Hierin is afgesproken dat Hellevoetsluis zich inzet voor het toevoegen van 331 sociale huurwoningen. In dit project met 112 woningen wordt rekening gehouden met de realisatie van 30 sociale huurwoningen.

Regioakkoord woningmarktafspraken regio Rotterdam In het geactualiseerde Regioakkoord woningmarktafspraken regio Rotterdam 2021-2030 (ondertekend op 27 januari 2023) maken de elf gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam uit te breiden en de betaalbaarheid van woningen voldoende te borgen. Daarbij wordt de sociale woningvoorraad meer evenwichtig verdeeld over de regio. Het regioakkoord is gebaseerd op het ABF rapport “Actualisatie studie, naar een meer evenwichtige regio Rotterdam” uit 2021. Hierin zijn twee scenario's uitgewerkt: het referentiescenario, waarin marktontwikkelingen worden weergegeven, en een meer evenwichtscenario waarin een het beleidsmatig gewenste meer evenwichtige scenario is uitgewerkt. De gemeente Voorne aan Zee levert een bijdrage van 5.050 woningen waarvan 1.370 sociale corporatiewoningen. Iedere gemeente doet een bijdrage in de beweging naar een meer evenwichtige verdeling van de sociale woningvoorraad in de regio Rotterdam. De optelsom van deze biedingen zijn goed voor een bruto toename van 87.871 woningen in de periode tussen 2021 en 2030. In de GS-brief van 14 maart 2023 beoordeelt de provincie het regioakkoord positief.

Conclusie In Voorne aan Zee wordt uitgegaan van de bouwopgave van 5.050 woningen zoals deze is vastgelegd in het regioakkoord woningmarktafspraken regio Rotterdam 2021-2030 én de Regionale realisatieagenda 2023-2030. Slechts 35% van het huidige bouwprogramma heeft een harde planstatus. Dat betekent dat er veel nieuwe harde plancapaciteit moet worden toegevoegd om te kunnen voorzien in de opgave. Er is behoefte aan alle woningtypen en prijsklassen, met een accent op betaalbare (huur)woningen. Hier wordt mede voorzien in het woningbouwplan voor het Vermaatterrein.

18/144

Beschrijving behoefte commerciële ruimtes In het plan is beperkt ruimte voor commerciële functies. Het gaat om 800 m² verdeeld over 3 locaties in de plinten van de woonblokken en circa 700 m² dienstverlening/commercieel/horeca in het bestaande kantoorpand. Het is belangrijk dat het bestaande beeldbepalende bedrijfskantoorpand van Vermaat een duurzame vervolgfunctie krijgt. Het pand is deels al in gebruik voor commerciële dienstverlening. Verder zijn ondersteunende voorzieningen noodzakelijk voor het goed functioneren van de nieuwe woonwijk. 3.1.3 Conclusie Het rijksbeleid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2022) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant.

Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid.

19/144

De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: 1. bouw naar behoefte; 2. bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; 3. bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; 4. benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; 5. bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving; 6. bouw voldoende betaalbare woningen. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de 'ladder voor duurzame verstedelijking' doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang. Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling worden woningen gerealiseerd binnen bestaand stads- en dorpsgebied. De ladder voor duurzame verstedelijking wordt doorlopen in paragraaf 3.1.3. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde.

Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Toetsing In dit geval is sprake van herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied. Deze ontwikkeling valt in de categorie 'inpassen'.

20/144

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2022) In samenhang met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor dit bestemmingsplan. In samenhang met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor het bestemmingsplan. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen, wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze.

De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit.

Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat.

21/144

7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij:  aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering;  indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. Lid 8 tot en met 12 zijn voor deze ontwikkeling niet relevant. Er dient rekening te worden gehouden met de kwaliteitskaart van de Omgevingsvisie. De kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Voor het plangebied zijn de volgende richtpunten uit de Laag van de stedelijke occupatie relevant. Steden en dorpen  Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp.

 Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur.  Daar waar hoogbouw niet samenvalt met 'zwaartepunten' in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving.  Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur.  Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden).  Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt.  Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. Deze ontwikkeling vindt plaats in huidig stedelijk gebied nabij het centrum. De ontwikkeling draagt door het toevoegen van woningen bij aan de versterking van de karakteristieke kenmerken van de kern.

22/144

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 ha nodig is, wordt gebruikgemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.

In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale visie. Toetsing artikel 6.10 Met betrekking tot de ladderonderbouwing voor de realisatie van nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Voor het percentage sociale huurwoningen heeft de gemeente regionaal afspraken gemaakt. Artikel 6.10b Parkeernorm sociale huur 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Toetsing artikel 6.10b De gemeente heeft lokaal parkeerbeleid. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.2 Verkeer. Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid.

23/144

Toetsing Artikel 6.10d Toetsing aan het aspect verkeer en parkeren vindt plaats in paragraaf 4.2 Verkeer. Artikel 6.10f Functiemenging Een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functies wonen of bedrijven, houdt rekening met de mogelijkheden voor functiemenging. Toetsing Artikel 6.10f Binnen het plangebied worden naast woningen ook andere functies mogelijk gemaakt die het gemengde karakter van de Rijksstraatweg en de Amnesty-Internationallaan versterken en zorgen voor een levendig woongebied. Artikel 6.12 Bedrijven 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, maakt vestiging mogelijk van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe. 3.

Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan in beperkte mate voorzien in nieuwe woningen, bedrijfswoningen en andere functies op delen van een bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met het eerste lid. 4. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein als bedoeld in het eerste of tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio planologische compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden. Planologische compensatie is nodig bij: a. een bedrijventerrein met milieucategorie 3, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; b. een bedrijventerrein met milieucategorie 4 of hoger, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; c. een geluidsgezoneerd bedrijventerrein; d. een watergebonden bedrijventerrein. 5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing bij verlaging van de milieucategorie of milieuzone. 6. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven als is aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. 7.

Compensatie van feitelijk gebruik en m² voor m² is mogelijk mits wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en aanbod, vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie.

24/144

Toetsing artikel 6.12

Figuur 3.2 Kaart 20 bedrijventerreinen Bij voorliggend project is sprake van sub 4 (gedeeltelijke of gehele transformatie van een aangewezen bedrijventerrein op kaart 20), echter is er geen sprake van een milieucategorie 3 (of hoger) of dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur. Het bedrijventerrein is niet gezoneerd of watergebonden. Compensatie van het ruimtebeslag voor de transformatie is daarmee niet aan de orde. Artikel 6.13 Detailhandel 1. Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel op gronden: a. binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; b. binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; c. binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie. 2. De nieuwe detailhandel, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen: a. de ontwikkeling is in overeenstemming met het in het Omgevingsprogramma en de Omgevingsvisie beschreven ontwikkelingsperspectief voor de daarin benoemde te versterken centra, te optimaliseren centra en de overige centra; b. aangetoond is dat als gevolg van de ontwikkeling het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat; c.

voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 4.000 m2 bruto vloeroppervlak in de binnensteden van Rotterdam en Den Haag of 2.000 m2 bruto vloeroppervlak in de andere centra, is mede met het oog op de eisen onder a en b, advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland.

25/144

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een bestemmingsplan dat voorziet in de volgende nieuwe detailhandel: a. detailhandel in goederen die qua aard of omvang van de aangeboden goederen niet of niet goed inpasbaar is in de centra: 1°detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; 2°detailhandel in volumineuze goederen; 3°meubelbedrijven, inclusief in ondergeschikte mate een assortiment woninginrichting en stoffering, alsmede detailhandel in de volumineuze woongoederen: keukens, badkamers, vloeren, zonwering en jacuzzi’s, voor zover de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bedrijventerreinen met locaties voor perifere detailhandelsvestigingen (PDV) waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 10 in bijlage II; 4°tuincentra; 5°bouwmarkten; b. kleinschalige detailhandel: 1°in de vorm van een gemakswinkel; 2°bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties; c. ondergeschikte detailhandel: 1°in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; 2°bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming; 3°bij een agrarisch bedrijf met een assortiment van producten uit eigen teelt; d.

afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen op goed bereikbare locaties; e. kringloopwinkels; f. supermarkten net buiten het winkelconcentratiegebied in kleine kernen, als is aangetoond dat hiervoor onvoldoende ruimte is in een bestaande winkelconcentratie. 4. Het bestemmingsplan voorziet uitsluitend in de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a en f, als is aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat. Mede met het oog hierop is advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland, voor zover het gaat om de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a, onderdelen 3, 4 of 5, of bedoeld in het derde lid, onder f, en voor zover die nieuwe detailhandel een omvang heeft van meer dan 1.000 m2 bruto vloer oppervlak. 5. Een bestemmingsplan dat voorziet in detailhandel als bedoeld in het derde lid, onder a stelt de volgende voorwaarden aan de nevenassortimenten: a. ten hoogste 20% van het netto verkoopvloeroppervlak wordt voor de verkoop van het nevenassortiment gebruikt; en b. het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment. Toetsing artikel 6.13 In voorliggend bestemmingsplan worden detailhandelsfuncties mogelijk gemaakt uit de categorieën 3b (kleinschalige detailhandel) en 3c (ondergeschikte detailhandel).

Deze functies worden wenselijk geacht door de gemengde uitstraling van de Rijksstraatweg en de gewenste functiemenging in een woongebied zoals opgenomen in artikel 6.13 f.

26/144

Artikel 6.35a Risico's van klimaatverandering 1. In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering, ten minste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. 2. Alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. Toetsing art. 6.35a Het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie wordt behandeld in paragraaf 4.11 van voorliggend bestemmingsplan. 3.2.3 Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 In de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 zijn via de thema's energietransitie en circulaire economie de strategie en doelen uitgewerkt om te komen tot een Duurzaam Voorne-Putten in 2040. De Routekaart Duurzaam Voorne-Putten is aanvullend op de Beleidsvisie duurzaamheid en milieu die op 13 maart 2014 is vastgesteld en geeft met name de regionale opgave weer in het kader van energietransitie en circulaire economie. De Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 richt zich op 2 hoofdthema's, namelijk Energietransitie en Circulaire economie. Hoofddoelen zijn dan ook een energieneutraal en circulair Voorne-Putten in 2040.

Energieneutraal betekent: 'dat de totale vraag naar energie op Voorne-Putten op duurzame wijze wordt opgewekt, zo mogelijk binnen het eiland'. Hiermee wil Voorne-Putten haar ambitie uitspreken omdat de landelijke doelstelling is om als Nederland in 2050 energieneutraal te zijn. Circulariteit betekent: 'dat we onze economie omvormen naar kringlopen waarin we grondstoffen maximaal hergebruiken'. Toetsing In paragraaf 4.11 wordt ingegaan op het aspect duurzaamheid. 3.2.4 Conclusie Het provinciaal en regionaal beleid staat de ontwikkeling niet in de weg.

27/144

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Gemeentelijke herindeling De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne zijn per 1 januari 2023 samengegaan als de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. Omdat deze jonge gemeente nog geen eigen beleid heeft, is de ontwikkeling getoetst aan het beleid van de voormalige gemeente Hellevoetsluis. 3.3.2 Structuurvisie Hellevoetsluis 2015+ (2004) In deze ruimtelijke visie is opgenomen op welke wijze de gemeente wenst om te gaan met ruimtelijke ontwikkelingen, zoals onder meer wonen, werken, infrastructuur en recreatie. Sinds 2004 zijn er echter nieuwe ontwikkelingen die aanleiding vormen om het structuurplan bij te werken. De Structuurvisie 2015+ doet uitspraken over ruimtelijke ontwikkelings- en investeringsprojecten die de komende tien tot vijftien jaar aan de orde gaan komen. Voor het algemene ruimtelijke kader achter deze projecten is uitgegaan van de ruimtelijke afwegingen die gemaakt zijn voor de Structuurvisie 2010+. Voor de onderwerpen waarover onderhavige structuurvisie geen uitspraken doet, blijft het Structuurplan 2010+ van kracht. Toetsing Herontwikkeling van het gebied Sportlaan past binnen de gemeentelijke structuurvisie. 3.3.3 Horecabeleid gemeente Hellevoetsluis 2015-2020 Voor voorliggend bestemmingsplan is het volgend van belang voor de te realiseren horeca in het plangebied.

Bij gemeentelijke regelgeving die van toepassing is op horecabedrijven gaat het om (niet limitatief) bestemmingsplannen, horecabeleid, de Algemene Plaatselijke Verordening Hellevoetsluis 2014 inclusief uitvoeringsregels, de Bouwverordening, de Brandveiligheidsverordening, de Drank- en Horecawet en het Coffeeshopbeleid. In de bestemmingsplannen wordt een integrale ruimtelijke afweging gemaakt van alle mogelijke en gewenste functies in een bepaald gebied. Dit houdt in dat het bestemmingsplan te allen tijde bepalend is of een horecabedrijf op een bepaalde locatie wel of niet is toegestaan. Nadere invulling en regulering vindt vervolgens plaats door het bepaalde in de Algemene Plaatselijke Verordening Hellevoetsluis 2014 (verder APV) met de bijbehorende nadere regels en aanwijzingsbesluiten, in combinatie met overige gemeentelijke regelgeving. Terrassenbeleid Binnen de gemeente Hellevoetsluis ontbrak voorheen een beleidskader met betrekking tot terrassen. Voor de invoering van de exploitatievergunningen werd voor (vrijwel) elk afzonderlijk terras binnen Hellevoetsluis een aparte terrasvergunning verleend. Aan deze vergunning, die op jaarbasis werd verleend, werden diverse voorwaarden verbonden. De voorwaarden verschilden per vergunning, onder andere omdat rekening werd gehouden met de situering van het terras.

Sinds de invoering van de exploitatievergunning eind 2007 zijn de terrassen hierin opgenomen. De exploitatievergunning bevat gegevens over de afmetingen van het terras, de sluitingstijden en een aantal algemene voorschriften.

28/144

Het wel of niet toestaan van een terras is afhankelijk van de ruimte, het gebruik of de functie van een gebied. Hierbij worden de navolgende concrete uitgangpunten gehanteerd:  Er moet een goede doorstroming van algemeen verkeer (voetgangers, rolstoelgebruikers, voetgangers met kinderwagens en overige daarmee gelijk te stellen gebruikers), verzorgenden bevoorradend verkeer en calamiteitenverkeer mogelijk zijn en blijven;  Er mag geen overlast ontstaan door: -onevenredige geluidhinder voor bewoners in de omgeving; -belemmering van winkelend publiek en overige gebruikers van de weg; -belemmering van de toegang tot woningen en andere gebouwen; -belemmering van de toegang tot etalages van winkels; -belemmering van de (nood)uitgangen van de horecavestiging waartoe het terras behoort.  In het kader van voorkoming en bestrijding van de verstoring van de openbare orde wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds horecabedrijven gelegen in en nabij de Kerkstraat, waarbij sprake is van een concentratie van horecabedrijven, en anderzijds horecagelegenheden in straten met in hoofdzaak een woonfunctie. Wettelijke bepalingen In de Drank- en Horecawet (DHW) is expliciet bepaald dat een terras een onderdeel is van het horecabedrijf. Het is om deze reden dat het terras moet worden vermeld op de Drank- en Horecavergunning (artikel 29, lid 1 DHW).

Toetsing Door de functie van de Rijksstraatweg als centrale verbindingsas is er geleidelijk aan een lint ontstaan met functies van verschillende aard. Veel van de aanwezige winkels voorzien in een plaatselijke of regionale behoefte en overstijgen daarmee de buurtverzorgende functie. Naast winkels bieden de panden aan de Rijksstraatweg ook plaats aan kantoren, kleinschalige bedrijven, horeca en dienstverlenende functies Het gebied is echter geen duidelijk winkelgebied te noemen vanwege het verspreide karakter, de vele winkelfrontonderbrekingen en de lastige parkeersituatie. Een uitloop van al deze functies bevindt zich aan de Moriaanseweg Oost en West. Deze menging van functies aan de Rijksstraatweg maakt dat de locatie geschikt is voor een beperkte toename aan horeca, omdat er wel rekening moet worden gehouden met de omliggende woningen en de verkeersaantrekkende werking zijn in dit bestemmingsplan uitsluitend horecabedrijven uit categorie 1a toegestaan met als uitzondering een restaurant uit categorie 1b en een maaltijdafhaalcentrum is uitgesloten omdat dit te veel verkeersbewegingen met zich mee brengt. 3.3.4 Groenstructuurplan Hellevoetsluis 2010-2020 (2009) Het Groenstructuurplan heeft als doel om het bestaande (stedelijke) groen te behouden, de ecologische kwaliteit ervan te verbeteren en de samenhangende structuur ervan op termijn verder te ontwikkelen.

Om dat de bereiken heeft het de volgende status: 1. beleidskader voor al het gemeentelijk beleid; 2. toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen; 3. uitvoeringskader voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte voor de aspecten groen en water. In het Groenstructuurplan worden elf belangrijke groenstructuren behandeld. Dit zijn bijvoorbeeld bermen, dijken, watergangen en stedelijk groen. Per groenstructuur worden kernkwaliteiten van de huidige situatie, relevante ontwikkelingen, toekomstig beheer en inrichting en het streefbeeld voor 2020 weergegeven.

29/144

Toetsing Het plangebied is onderdeel van de polder Nieuw-Helvoet en er zijn watergangen, zoals de Hoofdwetering, stedelijk groen en diverse vormen van infrastructuur in de nabijheid aanwezig. Behoud van de aanwezige groenstructuren zoals de oevers van de Hoofdwetering is van belang voor behoud van de aanwezige ecologische waarden. Bij nieuwe bouwprojecten binnen de bestaande woonwijken is het streven om minimaal 30% van het plangebied in te richten met groen, water en spelen. Verder dient bestaand groen binnen het plangebied zoveel mogelijk behouden te blijven (met name ecologisch of cultuurhistorisch waardevol groen). De berekening van het percentage groen, water en spelen is opgenomen in tabel 3.1. In het kader van natuurinclusief bouwen dient bij nieuwbouwprojecten ten minste een gedeelte van de grondgebonden woningen te worden voorzien van nestgelegenheid voor huismussen, bijvoorbeeld in de vorm van vogelvides, en van vleermuisverblijfplaatsen. Van de gestapelde woningen dient ten minste een gedeelte voorzien te worden van verblijfplaatsen van vleermuizen en neststenen voor gierzwaluwen. Tabel 3.1. Berekening percentage Groen, water en spelen functie

m2

water

1.525

wadi

655

groen openbaar

9.194

groen binnentuinen:

1.645

uitgeef baar

12.683

bestaande bebouwing

454

verharding

9.589

totaal plangebied

34.100

water & wadi

6,4%

groen openbaar

27,0%

totaal water & groen

33,4%

groen binnentuin

4,8%

uitgeefbaar

37,2%

Verharding

29,5%

3.3.5 Visie op verbeterlocaties en actualisatie 2015 De visie verbeterlocaties beschrijft het gemeentelijk beleid ten aanzien van locaties die in aanmerking komen voor herontwikkeling. Op basis van dit beleid zijn voor diverse locaties concrete plannen gemaakt of in procedure gebracht. Met de actualisatie wordt opnieuw bekeken wat de status is van de verbeterlocaties, daarbij rekening houdend met gewijzigde wet- en regelgeving. Ook zijn enkele nieuwe verbeterlocaties opgenomen in de visie. Toetsing Het Vermaatterrein is één van de locaties die wordt genoemd in de visie.

30/144

3.3.6 Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2010) Voor de welstandscriteria wordt verwezen naar de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit voorziet niet in welstandscriteria voor grotere herstructureringsprojecten waarbij sprake is van een nieuwe ruimtelijke structuur. Voor de ontwikkeling Sportlaan is een Masterplan opgesteld. Het Masterplan geeft op hoofdlijnen richting aan: 1. richtlijn voor de beeldkwaliteit van de woningbouw; 2. de aansluiting van het ontwikkelgebied op de omgeving; 3. de samenhang van de verschillende herontwikkelingslocaties tot een nieuwe herkenbare buurt; 4. de opzet van de groen- en waterstructuur; 5. de ontsluiting van de woonlocaties en het voorzieningencluster, voor snel- en langzaam verkeer, inclusief parkeeroplossingen; 6. de verkavelingsopzet en beeldkwaliteit van de toekomstige bebouwing; 7. principes voor duurzaamheid en klimaatadaptatie. De uitgangspunten die benoemd zijn in het Masterplan zijn nader uitgewerkt in het Beeldkwaliteitsplan Sportlaan e.o., met beeldkwaliteitsregels voor zowel de bebouwing als voor het openbaar gebied. 3.3.7 Beeldkwaliteitsplan Sportlaan e.o. Het beeldkwaliteitsplan (BKP) is een verdere uitwerking van het Masterplan Sportlaan e.o. in Hellevoetsluis. Het masterplan omvat de verschillende deelgebieden Helvoet, Vermaat en een deel gemeentegrond. De gebieden zullen gefaseerd worden ontwikkeld.

Er wordt onderscheid gemaakt in drie woonmilieus en een voorzieningencluster. Dit levert een gemixt milieu op passend binnen de huidige structuren van Hellevoetsluis: dorps wonen, stedelijk wonen en voorzieningen en vrije kavels. Voor de uiteindelijke programmering van de woningtypes is de woonvisie Hellevoetsluis leidend. De verschillende deelgebieden dienen onderdeel te zijn van een herkenbare en goed samenhangende wijk. De aansluiting van de deelgebieden op de omgeving is een belangrijk onderdeel van de uitwerking. De samenhang van de verschillende herontwikkelingslocaties leidt tot een nieuwe herkenbare buurt, waarin veel ruimte is voor groen en water. De verschillende deelgebieden kennen een eigen dichtheid en stedenbouwkundige opzet. De Vermaat locatie (Deelgebied A in het BKP) ligt direct aan de A.I.-laan bij de entree van de nieuwe wijk. De woningbouw op de Vermaat locatie is stedelijk van uitstraling en sluit aan op de bebouwing van het naastgelegen IKC en sportcomplex. De deelgebieden zijn onderverdeeld in verschillende typen, waarmee de beoogde woonsfeer en karakteristiek van het deelgebied wordt vastgelegd: stedelijk wonen met voorzieningen in deelgebied A en een dorps wonen in de deelgebieden B en C. De drie deelgebieden hebben allen hun eigen programma en kennen verschillende dichtheden.

De bebouwing binnen deelgebied A heeft de grootste korrel en de meest stedelijke uitstraling. Langs de A.I.-laan komen appartementen met voorzieningen in de plint. Bij de entree van het plangebied komt een hoogteaccent aan de A.I.-laan. Hieronder worden de verschillende stedenbouwkundige randvoorwaarden voor deelgebied A besproken. Deelgebied A is het meest stedelijke deelgebied en sluit aan op het stedelijke karakter van de A.I.-laan, de Rijkstraatweg en het voorzieningencluster met sportcomplex en IKC.

31/144

Programma Het grootste deel van de woningen worden appartementen. Daarnaast worden op de hogere verdiepingen penthouses gerealiseerd met een groot dakterras. Verder komen in dit deelgebied beneden bovenwoningen en eengezinswoningen. In de plint langs de A.I.-laan en tegenover het IKC is ruimte voor voorzieningen of (indien planologisch mogelijk) een kleinschalige horecagelegenheid, zoals een koffiebar of lunchroom. Bouwhoogtes De bouwhoogte sluit aan op de bouwhoogtes van de gebouwde omgeving van de verschillende deelgebieden. Deelgebied A heeft aansluitend op de hogere appartementengebouwen tegenover de A.I.-laan de hoogste bouwhoogte. In deelgebied A loopt de bebouwing op van 3 lagen achter in het gebied nabij de Wilhelminastraat naar een stedelijke wand met een hoogteaccent aan de A.I.-laan. In het noordelijke ontwikkelveld is de bouwhoogte maximaal 5 lagen. In het zuidelijke ontwikkelveld aan de A.I.-laan loopt de bouwhoogte op van 3 lagen aan de singel tot 7 lagen bij de entree aan de A.I.-laan. Na de 5e laag heeft de bebouwing een set-back. Het hoogteaccent markeert de entree van deelgebied A en het voorzieningencluster en geeft het plangebied een eigen gezicht aan de A.I.-laan. Hoekoplossing In deelgebied A is de bebouwing zo veel mogelijk aaneengesloten en zijn de hoeken bebouwd.

De ontwikkelvelden hebben gesloten hoeken die worden gevormd door bebouwing met een stevigere massa, die een ensemble van het geheel maken. Oriëntatie De bebouwing is naar buiten georiënteerd en grenst met de voorzijde aan het openbaar gebied en aan de groene hoofdstructuur. Appartementen hebben hun balkons bij voorkeur aan de buitenzijde van het bouwblok. Appartementen op de begane grond of die grenzen aan de binnentuin hebben een eigen voordeur aan de straat. Galerijontsluitingen zijn zo veel mogelijk gesitueerd aan de binnenzijde van het ontwikkelveld. Incidenteel kan hiervan worden afgeweken om zonnige balkons te kunnen maken. In dat geval zijn de galerijen kort en zo goed mogelijk weggewerkt in de architectuur van de bebouwing. Eengezinswoningen die op de hoek staan en aan twee zijden grenzen aan het openbaar gebied zijn overhoeks georiënteerd en hebben een hoogwaardig vormgegeven kopgevel met een entreepartij of erker en royale gevelopeningen. Overgang De overgang tussen openbaar en privé is hoogwaardig uitgewerkt en vormgegeven en is mee-ontworpen in de architectuur van de woning. Dakvorm De dakvorm van de appartementen is vrij te bepalen en kan zowel met kap als in de vorm van een plat dak gerealiseerd worden. De detaillering van de dakrand en de kappen is modern.

Incidenteel zijn strak vormgegeven uitkragingen van goot of dakrand mogelijk om een verbijzondering of accent te maken. Kappen worden uitgevoerd in zwarte of donkergrijze (vlakke) pannen. De integratie van zonnepanelen in de kapconstructie vormt een belangrijke ontwerpopgave bij de uitwerking van de kap. Zonnepanelen worden indien mogelijk uit het zicht geplaatst of zijn zorgvuldig en onopvallend weggewerkt in de gevel.

32/144

De platte daken hebben een functie en worden gebruikt voor het opwekken van energie, als buitenruimte voor de woningen of als groen dak voor waterberging. De hoger gelegen platte daken bieden een uitstekende plek aan zonnepanelen, omdat ze vanaf het openbaar gebied niet zichtbaar zijn. Sedumdaken zijn ideaal om het regenwater zo lang mogelijk te bufferen om het daarna vertraagd af te voeren naar de openbare ruimte. Daarnaast zorgen ze voor een aantrekkelijk 'dak landschap' en zijn ze ecologisch gezien interessant. Buitenruimte Ieder appartement heeft een aantrekkelijk balkon of dakterras met voldoende privacy en mee-ontworpen ruimte voor groen en beplanting. De hoger gelegen appartementen krijgen een royaal dakterras door de set-back of op een aangrenzend dakvlak. Daarnaast hebben alle bewoners de mogelijkheid om gebruik te maken van de collectieve binnentuin. Hier kunnen bewoners elkaar ontmoeten en kinderen veilig spelen. Parkeren Parkeren is zo veel mogelijk opgelost binnen de ontwikkelvelden. Per ontwikkelveld wordt één gebouwde parkeervoorziening gesitueerd aan de binnenzijde van het blok. De parkeervoorziening wordt vanaf de openbare weg bereikt via een hoogwaardig vormgeven poort/garagedeur. De parkeergarage wordt half verdiept of op maaiveld gerealiseerd en is vanuit het openbaar gebied niet zichtbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14165705/1