Programmabegroting 2025 Voorne aan Zee
Tekst van het document
Programmabegroting 2025 61
61
Paragrafen De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de begroting voor een aantal specifieke onderwerpen. Dit hoofdstuk werkt de volgende paragrafen uit: § Lokale heffingen § Weerstandsvermogen en risicobeheersing § Onderhoud kapitaalgoederen § Financiering § Bedrijfsvoering § Woonbedrijf § Verbonden partijen § Grondbeleid § Wet open overheid
Programmabegroting 2025 62
62
§ Lokale heffingen Inleiding De Paragraaf Lokale heffingen is voorgeschreven in artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deze paragraaf geeft inzicht in de belastingen, heffingen en rechten die de gemeente Voorne aan Zee heft. De paragraaf moet minimaal bevatten: ▪ de geraamde inkomsten; ▪ het beleid voor lokale heffingen; ▪ een overzicht op hoofdlijnen van de verschillende heffingen. Door dit overzicht wordt inzichtelijk: - Hoe we er bij de berekening van tarieven van heffingen voor zorgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Deze tarieven mogen hoogstens kostendekkend zijn. - Wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekening. - Hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. ▪ een aanduiding van de lokale lastendruk; ▪ een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Bij de gemeentelijke belastingen zijn drie typen heffingen te onderscheiden. ▪
▪
▪
Algemene belastingen: deze belastingen komen ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn, maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. Onder de algemene belastingen vallen in onze gemeente de onroerendezaakbelastingen, de forensenbelasting, de toeristenbelasting (land- en water), de precariobelasting en de reclamebelasting. Bestemmingsbelastingen: dit zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Onder de bestemmingsbelastingen vallen in onze gemeente de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en de bedrijven-investeringszone Seggelant. Voor bestemmingsbelastingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten, die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Retributies (rechten en leges): deze worden geheven bij personen aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent en die voor die persoon een individueel voordeel oplevert. De belangrijkste retributies zijn de leges. Dit zijn vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst, zoals het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Maar ook kennen we in onze gemeente lijkbezorgingsrechten, marktgeld, havengeld en staangeld en retributies. Net als bij de bestemmingsbelastingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn.
Programmabegroting 2025 63
63
Schematisch geeft dit het volgende overzicht: Heffingen Algemene belastingen
Bestemmingsbelastingen
Retributies
Opbrengst vrij besteedbaar
Opbrengst geoormerkt
Opbrengst geoormerkt Vergoeding voor een individueel bewezen dienst
Geen opbrengstlimiet
Opbrengstlimiet
Opbrengstlimiet
Betreft:
Betreft:
Betreft:
OZB Toeristenbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting
Afvalstoffenheffing Rioolheffing Bedrijveninvesteringszone (BIZ)
Leges Lijkbezorgingsrechten Marktgelden Havengeld Retributies
Beleid Na een gemeentelijke herindeling blijven beleid en regelgeving van de opgeheven gemeenten nog twee jaar na de datum van herindeling van kracht voor het overgaande grondgebied. Binnen twee jaar moet de nieuwe gemeente bepalen of nieuwe voorschriften worden vastgesteld. Gebeurt dit niet, dan vervallen de oude regelingen van rechtswege. Dat geldt ook voor de belastingverordeningen. Vanaf 2025 zijn alle belastingverordeningen geharmoniseerd. In het vierde kwartaal van 2024 worden deze verordeningen ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Daarin wordt toegelicht welke afwegingen zijn gemaakt en wat de hoogte van de tarieven per 1 januari 2025 wordt. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met: ▪
eenduidige, uniforme en doelmatige belastingheffing (inwoners en bedrijven op dezelfde wijze betrekken in de belastingheffing);
▪
voorkeur voor eenvoud (de gemeente heeft bij de meeste belastingsoorten beleidsvrijheid als het gaat om het bepalen van heffingsmaatstaf en het daaraan gekoppelde tarief. Het streven is om dit niet te ingewikkeld of complex te maken).
Ook is het streven om de niet te vermijden wijziging in belastingdruk zoveel mogelijk te minimaliseren. Dat geldt ook voor het zoveel mogelijk beperken van de lastendrukverschuiving tussen verschillende groepen belastingplichtigen. Dat is echter bij bepaalde belastingsoorten niet altijd haalbaar, omdat de onderlinge verschillen daar te groot voor zijn. Voor de indexatie van de gemeentelijke heffingen en belastingen is de index Prijs Bruto Binnenlands Product (PBBP) gebruikt. Voor het jaar 2025 is het indexpercentage 2,8%. Dit percentage wordt toegepast bij de heffingen waar dat mogelijk is.
Programmabegroting 2025 64
64
Afgezien van de gehanteerde index van 2,8% is er sprake van een extra stijging bij de woonlasten (onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffen- en rioolheffing). De gemeentelijke tarieven zijn sinds 2022 slechts in beperkte mate voor inflatie gecorrigeerd en daardoor zijn de gemiddelde woonlasten lager dan gemiddeld in Zuid-Holland. Gelet op de financiële uitgangspunten van onze gemeente (stijging van gemeentelijke lasten, korting op de algemene uitkering en het ravijnjaar) is dit jaar een woonlastenstijging bovenop de index noodzakelijk. Per saldo is een extra opbrengst bij OZB-woningen van € 1 miljoen, bij afvalstoffenheffing van € 600.000 en bij rioolheffing van € 400.000 toegepast. Van dezelfde redenering is sprake bij de OZB niet woningen. Daar is sprake van een extra stijging van 25%. En aangezien de lasten voor de eigen inwoners stijgen is het redelijk dat ook de toeristenbelasting evenredig meestijgt. Daarbij is sprake van 6% bovenop de 2,8% index. Onafhankelijk van de aard en samenstelling van de overhead wordt deze toegerekend aan de directe kosten van de taakvelden. Deze toerekening vindt voor heffingen buiten de boekhouding plaats. De diverse verordeningen in het kader van deze paragraaf worden nog in 2024 apart aan de gemeenteraad voorgelegd. Dan wordt ook een tabel over woonlastendruk voorgelegd. Toelichting algemene belastingen ▪
Onroerendezaakbelasting (OZB)
De belangrijkste eigen inkomstenbron van de gemeente wordt gevormd door de OZB. Deze belasting wordt geheven bij eigenaren van woningen en bij eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De opbrengst van de OZB wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. De grondslag voor de heffing is de WOZ-waarde. De tarieven van de OZB zijn mede afhankelijk van de op grond van de wet WOZ getaxeerde waarden. De WOZ-waarden voor 2025 hebben de waardepeildatum 1 januari 2024. ▪
Toeristenbelasting
Toeristenbelasting kent twee typen, de landtoeristenbelasting en watertoeristenbelasting. Landtoeristenbelasting wordt geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet met een adres in de gemeente zijn ingeschreven. Watertoeristenbelasting wordt geheven voor het houden van verblijf binnen een etmaal op een vaartuig door personen die niet met een adres in de gemeente zijn ingeschreven. De opbrengst van deze belasting dient als algemeen dekkingsmiddel. Tegenover de belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven.
Programmabegroting 2025 65
65
▪ Forensenbelasting De opbrengst van deze belasting dient als algemeen dekkingsmiddel. Tegenover de belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven. Deze belasting wordt geheven bij personen die niet binnen de gemeente Voorne aan Zee wonen, maar wel voor 90 dagen of meer een gemeubileerde woning in onze gemeente voor zichzelf of hun gezin ter beschikking houden. ▪
Precariobelasting
De opbrengst van deze belasting dient als algemeen dekkingsmiddel. Tegenover de belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven. Precariobelasting is een vergoeding voor het gebruik van openbare grond. Het wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. ▪
Reclamebelasting
In het centrumgebied van Brielle wordt reclamebelasting geheven. De inkomsten van deze belasting worden als subsidie aan de Brielse Belangenvereniging beschikbaar gesteld voor activiteiten en voorzieningen voor de promotie en verbetering van de binnenstad. Toelichting bestemmingsheffingen en retributies De bestemmingsbelastingen en retributies zijn bedoeld om met de inkomsten uit de belastingheffing bepaalde gemeenteactiviteiten te bekostigen. Om te voorkomen dat gemeenten met deze specifieke belastingen ook andere activiteiten financieren, verbieden de wettelijke bepalingen in de Gemeentewet dat de geraamde baten de geraamde lasten mogen overschrijden. Door dit vereiste mogen de opbrengsten hooguit kostendekkend zijn. De wetsbepalingen die de kostendekkende tarieven voorschrijven, spreken over geraamde bedragen. Dit komt doordat de rechtsbescherming vereist dat de verordening voor aanvang van de belastingheffing moet zijn vastgesteld. Op dat moment zijn alleen de ramingen van de baten en de lasten bekend. Zeker bij bepaalde rechten en leges waarbij de tarieven voor verschillende activiteiten in één belastingverordening worden geregeld, kan zich de vraag voordoen op welk niveau de kostendekkendheid moet worden getoetst.
Het uitgangspunt daarbij is toetsing op verordeningenniveau, waarbij de geraamde lasten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke baten uit de te heffen belastingen. Hierdoor is de zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk. Een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Het is daardoor niet nodig om de kostendekkendheid per activiteit te bepalen. Ook hoeft er geen verband te zijn tussen het tarief dat de gemeente voor een dienst of activiteit in rekening brengt en de werkelijke kosten voor die dienst of activiteit. Dit is in de jurisprudentie bevestigd.
Programmabegroting 2025 66
66
▪
Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing. Dit betekent dat de opbrengsten niet vrij besteedbaar zijn. De heffing vergoedt de kosten voor inzameling van huishoudelijk afval.
Kosten product openbare afvalinzameling en -reiniging
% in heffing
Lasten/Baten
100%
11.094
Netto directe kosten product
11.094
Afvalstoffenheffing 0,48% van de overhead
226
Toerekening BTW
300
Toerekening van kosten kwijtschelding afvalstoffenheffing
476
Kosten heffing en invordering SVHW
100
Totale kosten
12.196
Opbrengst heffingen
12.163
Dekking
100%
▪
Rioolheffing
De kosten van de invulling van de zorgtaken voor afvalwater, regenwater en grondwater en de daarmee samenhangende zorg voor het gemeentelijke rioleringsstelsel worden gedekt uit de rioolheffing. De aanleg van nieuwe rioleringsstelsels wordt betaald uit planontwikkeling/ grondexploitatie. De opbrengsten van de rioolheffing dient als dekking van de uitgaven voor het in stand houden van de riolering, het afvoeren van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, het afvoeren van hemelwater en het treffen van maatregelen om nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of te beperken. Rioolheffing Kosten product openbare ruimte ondergronds Kosten product afvalinzameling en reiniging (aandeel kosten straatvegen)
% in heffing
Lasten/Baten
100%
8.079
5%
93
Netto directe kosten product
8.172
Toe te rekenen kosten 0,68% van de overhead
100%
363
Toerekening BTW
100%
200
Kosten heffing en invordering SVWH
100%
50
Totale kosten
8.785
Opbrengst heffingen
8.272
Dekking
94%
Programmabegroting 2025 67
67
▪
Bedrijveninvesteringszone (BIZ)
Via een bijdrage worden ondernemers in een bepaalde zone binnen de gemeente voor ten hoogste vijf jaren verplicht gesteld een financiële bijdrage te leveren ter bekostiging van investeringen in de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een nader publiek belang in de openbare ruimte. De investeringen zijn een aanvulling op (reguliere) diensten die door de gemeente worden uitgevoerd en ze moeten in het verlengde daarvan liggen. De BIZ-bijdrage is daarom een bestemmingsbelasting. De investeringen worden namens de ondernemers uitgevoerd door een stichting waarbij de gemeente slechts het innen en het uitkeren – als subsidie – van de BIZ-bijdrage uitvoert. Onze gemeente kent één bedrijveninvesteringszone. Dit is een zone in Vierpolders, genaamd Seggelant. In deze verordening is de looptijd vastgesteld tot en met 31 december 2026. De tarieven in deze verordening zijn voor de maximale periode van vijf jaar vastgesteld en kunnen tussentijds niet worden gewijzigd. ▪
Marktgeld
Onder marktgelden worden rechten geheven voor het ter beschikking stellen van een standplaats op een markt, de verleende diensten of het gebruik van hulpmiddelen die met de standplaats verband houden. Het marktgeld wordt in rekening gebracht aan degene aan wie een standplaats ter beschikking is gesteld. Marktgeld is een retributie. Er kunnen alleen kosten worden verhaald die verband houden met het gebruik van standplaatsen op de aangewezen markten.
Marktgeld
▪
Baten 2025
Kostendekkendheid
101.106
100.000
99%
Lijkbezorgingsrechten Onder lijkbezorgingsrechten worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door onze gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Deze rechten worden in rekening gebracht bij de aanvrager dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. Bij de lijkbezorgingsrechten kunnen alleen kosten worden verhaald, die verband houden met het gebruik van de begraafplaatsen.
Lijkbezorgingsrechten
▪
Lasten 2025
Lasten 2025
Baten 2025
Kostendekkendheid
1.023.606
761.748
74%
Retributies Dit gaat over dienstverlening die niet onder de leges, marktgelden en standplaatsgelden kunnen vallen. Het wordt geheven als de gemeente een dienst verleent aan een individu of een van haar bezittingen ter beschikking stelt.
Programmabegroting 2025 68
68
▪
Leges
Leges is een verzamelbegrip en de aard van leges is divers. Onder leges worden verschillende rechten geheven voor het genot van door de gemeente verstrekte diensten. In de legesverordening zijn drie hoofdstukken opgenomen waarbij elk hoofdstuk meerdere paragrafen kent. ▪ In hoofdstuk 1 gaat het om activiteiten die onder de algemene dienstverlening vallen. Dit zijn onder andere burgerlijke stand, reisdocumenten, ID-kaarten, rijbewijzen, verkeer en vervoer, kabels en leidingen enzovoort. ▪ In hoofdstuk 2 gaat het om dienstverlening die behoort bij de fysieke leefomgeving. Dit zijn onder andere alle aanvragen rondom een omgevingsvergunning, bestemmingswijzigingen en dergelijke. ▪ In hoofdstuk 3 gaat het om dienstverlening die valt onder de Europese dienstenrichtlijn. Dit zijn met name aanvragen voor vergunningen van drank- en horeca, evenementen, exploitatievergunning APV, overige ontheffingen enzovoort. Binnen de legesverordening zijn activiteiten opgenomen die wettelijk zijn gemaximeerd en waarvoor een afdracht aan het Rijk moet plaatsvinden. Ook bij de legesverordening kunnen alleen kosten verhaald worden die verband houden met die dienstverlening.
Lasten 2025 Burgerzaken WABO
Baten 2025
Kostendekkendheid
4.662.709
77,62%
3.492.403 469.530
Toegerekende overhead
2.044.776
Totaal
6.006.709
Inkomsten
▪
Havengeld
Binnen onze gemeente is een havengeldverordening van kracht voor de gemeentelijke haven in Hellevoetsluis. Onder het havengeld wordt een recht geheven voor het gebruik van de haven met een vaartuig of voor het genot van door of vanwege de gemeente in verband hiermee verleende diensten. Belastingplichtig voor het havengeld is de schipper van het vaartuig.
Programmabegroting 2025 69
69
De geraamde opbrengsten voor het jaar 2025 zijn als volgt: Raming 2024
Raming 2025
1. OZB-woningen
11.904.089
13.354.033
2. OZB niet-woningen
3.122.641
4.039.941
3. Afvalstoffenheffing
10.901.444
12.163.736
67.277
-
7.646.950
8.272.265
628.328
-
5. Forensenbelasting
-
5.000
6. Toeristenbelasting
2.233.946
2.469.242
7. Precariobelasting
47.073
48.391
8. Lijkbezorgingsrechten
641.001
761.748
9. Marktgelden
119.731
100.000
10. Havengeld
55.013
56.553
11. Retributie
6.291
6.467
3.091.603
4.662.415
72.500
87.000
4. Reinigingsrecht 5. Rioolheffing 6. Parkeerbelasting
12. Leges 13. Reclamebelasting 14. Bedrijfsinvesteringszone (BIZ) Eindtotaal
50.000
50.000
40.587.887
46.076.791
Kwijtscheldingsbeleid gemeente Op grond van de Invorderingswet 1990 kunnen gemeenten kwijtschelding verlenen voor gemeentelijke heffingen. Zij kunnen zelf beslissen voor welke heffingen kwijtschelding mogelijk is. Onze gemeente heeft een verordening kwijtschelding. Kwijtschelding kan voor de volgende belastingen worden verleend: onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemeente geeft toepassing aan de maximale mogelijkheden, zijnde 100%. Ook natuurlijke personen met een bedrijf of zelfstandig beroep komen onder bepaalde voorwaarden voor kwijtschelding in aanmerking. SVHW voert voor ons de toetsing van kwijtscheldingsverzoeken uit. SVHW neemt deel aan de automatische beoordeling van een deel van de kwijtscheldingsaanvragen. Dit gebeurt bij Stichting Inlichtingenbureau, opgericht door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uiteraard kunnen belastingplichtigen ook zelf een verzoek om kwijtschelding indienen bij SVHW.
Programmabegroting 2025 70
70
§ Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen, zodat ze haar taken en verantwoordelijkheden kan blijven uitvoeren. Het bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken) en risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het gaat dus om het beschikbare geld en andere middelen die kunnen worden ingezet om onverwachte kosten op te vangen. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. Benodigd weerstandsvermogen De bepaling van het maximaal benodigde weerstandsvermogen is gebaseerd op het model van Van Unen en Teerlink. Voordeel van deze benadering is dat: a. het gebruik van zware ingewikkelde rekenmodellen wordt voorkomen; b. maatwerk mogelijk is; c. gewerkt wordt met algemeen aanvaardbare en overzichtelijke criteria; d. sprake is van een hoge mate van gebruiksvriendelijkheid en transparantie voor het bestuur (raad en college). Bovendien is het model gecheckt op realiteitsgehalte en is het flexibel. Het kan zonder veel moeite aangepast worden aan gewijzigde omstandigheden in bestuur, organisatie en lokale samenleving.
Bepaling van het risico Uitgegaan wordt van vier categorieën risico’s die zich in de praktijk kunnen voordoen. Alle risico’s die zich in de praktijk voor kunnen doen, vallen in één van de categorieën. Het gaat dan om: 1. lasten van de exploitatie; 2. baten van de exploitatie; 3. grondexploitatie; 4. balans. Voor elke categorie wordt een genormeerd benodigd weerstandsvermogen bepaald. Samen vormen die het totaal berekende benodigde maximale weerstandsvermogen. Ad 1. Lasten van de exploitatie Hier doen zich de meeste risico’s voor. Daarom wordt er een buffer vastgesteld aan de hand van regels en criteria die gelden voor de gemeente. Dit is het risicoprofiel van de gemeente. Gescoord wordt op schaal van vier punten, 1 is een laag risico, 4 een hoog
Programmabegroting 2025 71
71
risico. Voor de eenvoud en inzichtelijkheid is gekozen voor slechts vier gradaties. Voor de weging worden de volgende criteria gehanteerd: a. beheer- of groeigemeente; b. sociale structuur; c. centrumfunctie; d. bedrijfsvoering; e. verbonden partijen; f. kwaliteit ambtelijk en bestuurlijk management; g. beheer kapitaalgoederen. Specifiek wordt aandacht gevraagd voor diverse SPUK-regelingen die een transformatie van het sociaal domein voor ogen hebben. Deze middelen zijn incidenteel en op projectbasis en brengen het risico met zich mee dat voor de meerjarenbegroting mogelijk structurele middelen nodig zijn, waarin nu niet kan worden voorzien. Dit geldt overigens ook voor zaken zoals de Regionale Energiestrategie (RES), klimaatadaptatie en Oekraïne opvang. In onderstaand overzicht zijn de scores van de gemeente Voorne aan Zee weergegeven. Uiteraard is bij de toekenning van de scores sprake van een zekere subjectiviteit. Het voorzichtigheidsprincipe is in acht genomen en er is zoveel mogelijk uitgegaan van het gematigd risicoprofiel van de gemeente Voorne aan Zee. Risicoprofiel gemeente Voorne aan Zee. Score
1
2
Beheer- of groeigemeente
3
4
X
Sociale structuur
X
Centrumfunctie
X
Demografische structuur
X
Bedrijfsvoering
X
Verbonden partijen
X
Kwaliteit ambtelijk en bestuurlijk management
X
Beheer kapitaalgoederen
X Totaal
Gewicht Eindtotaal
0
5
3
0
1x
2x
3x
4x
0
10
9
0
De totaalscore bedraagt 19 punten. De volgende stap is de scores te koppelen aan een bijbehorend percentage van de lasten van de gewone dienst, waardoor in feite de risico’s uitgedrukt worden in een percentage van deze lasten. Uitgegaan wordt van de volgende indeling: a. 8 t/m 13 punten 8% b. 14 t/m 20 punten 10%
Programmabegroting 2025 72
72
c. 21 t/m 26 punten 12% d. 27 t/m 32 punten 14% Bij de uitkomst van 20 punten komt dit neer op een te vormen deelbuffer van 10% van de lasten van de gewone dienst. Gekoppeld aan de cijfers van de primitieve begroting 2025 betekent dit voor de gemeente Voorne aan Zee een bedrag van € 24,6 miljoen. Ad 2. Baten van de exploitatie Voor dit onderdeel wordt een deelbuffer aangehouden van 10% van de omvang van de Algemene Uitkering. Daarbij wordt verondersteld dat daarmee ook alle overige inkomsten en mutaties zijn ondervangen. De ervaring leert in ieder geval dat de meeste en meest omvangrijke mutaties plaatsvinden binnen de Algemene Uitkering. De geraamde opbrengsten bedragen ongeveer 56% van de totale gemeentelijke dekkingsmiddelen en zijn gevoelig voor conjuncturele ontwikkelingen. Gekoppeld aan de cijfers van de primitieve begroting 2025 betekent dit voor de gemeente Voorne aan Zee een bedrag van € 14,0 miljoen. Ad 3. Grondexploitatie Bij dit onderdeel wordt afgeweken van de objectieve methode. Voor dit onderdeel wordt per project een risicoanalyse opgesteld. Het totaal van de geprognosticeerde risico’s van alle projecten is bepalend voor de noodzakelijke omvang van het weerstandsvermogen op dit punt. Voor de gemeente Voorne aan Zee is voor dit onderdeel het benodigd berekend weerstandsvermogen € 7,6 miljoen.
Voor een uitgebreide toelichting op de risico’s van de bovengenoemde projecten wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid. Ad 4. Balans Dit onderdeel vereist een iets andere benadering. Het totaal van de afgegeven borgstellingen en financiële deelnemingen moeten hierbij worden meegewogen. Deze maken niet volledig onderdeel uit van het balanstotaal. Deze zaken worden door de accountant wel betrokken bij het oordeel over de jaarrekening. Voor dit onderdeel wordt gewerkt met deelbuffer 1% van het balanstotaal. Deze berekeningen leiden voor dit onderdeel tot een theoretisch berekend maximaal noodzakelijk weerstandsvermogen van € 5,1 miljoen. Beoordeling borgstellingen De gemeente Voorne aan Zee heeft garantstellingen verleend voor (hypothecaire) geldleningen particulier woningbezit en aan verenigingen/stichtingen binnen de gemeente met gemeentegarantie. Het risico dat we hiermee lopen is beperkt. Daarnaast zijn gewaarborgde geldleningen WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw) verstrekt voor de financiering van ouderenhuisvesting. Als het WSW in de financiële problemen geraakt, staan alle woningcorporaties borg. Pas daarna wordt een beroep op individuele gemeenten gedaan. Het risico wordt dan ook als zeer laag gekwalificeerd en is als zodanig opgenomen in het risicoprofiel. Programmabegroting 2025 73
73
Berekend weerstandsvermogen. Benodigd weerstandsvermogen (in miljoen €) Lasten
24,6
Baten
14,0
Grondexploitatie
7,6
Balans
5,1
Totaal
51,3
De praktijk wijst uit dat risico’s niet allemaal tegelijk zichtbaar worden. Volstaan kan worden met een lagere risicobuffer dan het theoretisch berekende. In het verleden is altijd 60% gehanteerd, wat neerkomt op een risicobuffer van € 30,8 miljoen. Benodigd weerstandsvermogen. Weerstandsvermogen (in miljoen €) Nieuw berekend weerstandsvermogen
51,3
Risicobuffer
30,8
Benodigd weerstandsvermogen/weerstandscapaciteit
30,8
Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Voorne aan Zee kan de benodigde weerstandscapaciteit worden berekend. Hiermee is berekend dat een reserve van € 30,8 miljoen nodig is om de risico’s financieel af te dekken. Dit bedrag wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit om het weerstandsvermogen te kunnen bepalen. Vermogenspositie van de gemeente Voor het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend met: a. omvang van de vrij aanwendbare reserves, deze bestaan uit de algemene reserves; b. omvang van de post onvoorziene uitgaven. Deze post kan in principe worden ingezet om de kleine risico’s financieel op te vangen. In 2025 bedraagt de post onvoorzien € 2,50 per inwoner, ofwel ruim € 180.000.
Programmabegroting 2025 74
74
De beschikbare weerstandscapaciteit ontwikkelt zich meerjarig als volgt. Beschikbare weerstandscapaciteit (in miljoen €)
2025
2026
2027
2028
Algemene reserves
70,31
67,99
62,69
56,37
Post onvoorzien
0,18
0,18
0,18
0,18
Totaal
70,49
68,17
62,87
56,55
Beoordeling weerstandsvermogen In het voorgaande is zowel de benodigde als de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald. Om het weerstandsvermogen van de gemeente Voorne aan Zee te bepalen en daarover een oordeel te vellen wordt een relatie gelegd tussen deze twee. De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald met de formule: beschikbare weerstandscapaciteit ______________________________________
benodigde weerstandscapaciteit
Ratio weerstandsvermogen
2025
2026
2027
2028
2,3
2,2
2,0
1,8
De gemeente streeft ernaar om zo min mogelijk risico te lopen en, mits financieel verantwoord, zoveel mogelijk risico’s af te dekken. Onderstaande tabel laat een classificatie zien van de verschillende ratio’s. Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
< 2,0
Uitstekend
B
1,4 > x < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
C
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Zoals de tabel laat zien, kan de ratio voor de jaren 2025 tot en met 2027 met een A worden gewaardeerd en in 2028 met een B. Dit houdt in dat de gemeente Voorne aan Zee op dit moment over een uitstekende vermogenspositie beschikt om risico’s financieel af te dekken.
Programmabegroting 2025 75
75
Financiële kengetallen Op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn alle gemeenten verplicht om een set specifieke, financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. Het doel hiervan is dat de financiële positie van de gemeente inzichtelijker wordt gemaakt. Daarnaast kunnen gemeenten onderling vergeleken worden. Het gaat om de volgende kengetallen. Kengetallen gemeente Voorne aan Zee Kengetallen gemeente Voorne aan Zee in %
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
88,0
101,8
109,3
103,7
104,1
98,4
88,0
96,5
102,2
96,5
96,7
91,2
Grondexploitatie
17,6
5,2
7,1
4,8
5,7
6,3
Solvabiliteitsratio
36,6
32,2
31,5
29,7
27,2
25,4
Structurele exploitatieruimte
- 2,6
0,5
0,0
- 3,5
- 3,3
- 2,5
-
-
97,4
97,4
97,4
97,4
95,1
93,3
-
-
-
-
92,1
90,0
-
-
-
-
118,0
104,4
-
-
-
-
Belastingcapaciteit Voorne aan Zee Belastingcapaciteit voormalige gemeente Brielle Belastingcapaciteit voormalige gemeente Hellevoetsluis Belastingcapaciteit voormalige gemeente Westvoorne
Kengetallen gemeente Voorne aan Zee in %
VNG-normen (%) Voldoende
Matig
Onvoldoende
<100
>100/ <130
>130
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Grondexploitatie
Geen norm
Solvabiliteitsratio
>50
<50/>30
<30
Structurele exploitatieruimte
>0,6
<0,6/>0
<0
Belastingcapaciteit
<100
>100/<120
>120
Hieronder volgt een toelichting op de kengetallen. Netto schuldquote Doel: inzicht geven in de schuldenlast. Deze quote geeft de verhouding weer tussen de schuldenlast en de inkomsten en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Met andere
Programmabegroting 2025 76
76
woorden, deze quote geeft aan of de gemeente nog investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich ergens tussen de 0 en 100%. Boven de 100% springt het licht voor een gemeente op oranje. Komt de quote boven de 130% dan springt het licht op rood. Er is dan sprake van een zeer hoge schuld. Voor de gemeente Voorne aan Zee komt de netto schuldquote uit boven 100% en scoort daarmee matig. Het schuldplafond van 130% is een grove indicatie. Daarom wordt een diepere analyse gemaakt in de vorm van de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Doel: inzicht geven in het deel van de leningen waarvan rentelasten en aflossingen op de eigen organisatie drukken. Een hoge schuld kan veroorzaakt worden doordat afgesloten leningen worden doorgeleend. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Voor de gemeente Voorne aan Zee valt de netto schuldquote daarmee lager uit (102,2%). Grondexploitatie Doel: inzicht geven in de waarde van de grondposities.
Niet alleen de verstrekte leningen kunnen het beeld van de netto schuldquote vertekenen, ook de voorraden bouwgrond beïnvloeden dit beeld. Onder normale omstandigheden wordt de rente van de financiering van de aankoop van grond bijgeschreven bij de voorraad grond. De rente drukt dus niet op de exploitatie. Ook voor de grondpositie is een kengetal bepaald. Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Aan de ene kant loopt de gemeente het risico dat de boekwaarde van gronden niet geheel wordt terugverdiend bij de verkoop. Aan de andere kant kunnen de opbrengsten uit de verkoop van gronden worden gebruikt om de schuldenlast af te bouwen. Door het kengetal grondexploitatie in mindering te brengen op de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, wordt de schuld zichtbaar die werkelijk op de exploitatie drukt (de effectieve schuldquote). Dat levert het volgende overzicht op.
Programmabegroting 2025 77
77
Effectieve schuldquote gemeente Voorne aan Zee in %
2023
2024
2025
2026
2027
2028
(A) Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
88,0
96,5
102,2
96,5
96,7
91,2
(B) Grondexploitatie
17,6
5,2
7,1
4,8
5,7
6,3
Effectieve schuldquote (= A-B)
70,4
91,3
95,1
91,7
91,0
84,9
Het schuldplafond van 130%, wat genoemd wordt bij de netto schuldquote, is gebaseerd op een netto schuld inclusief leningen voor een portefeuille uitgeleende gelden en inclusief voorraden bouwgrond. Het is duidelijk dat voor de effectieve schuldquote het schuldplafond lager ligt dan die 130%. Voor de gemeente Voorne aan Zee is dit inderdaad het geval, de effectieve schuldquote komt uit op 95,1%. Solvabiliteitsratio Doel: inzicht geven in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft weer in hoeverre er geen schulden op het bezit rusten. Hoe hoger deze ratio, des te groter de weerbaarheid van de gemeente. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio lager dan 50% springt het licht op oranje. Als de ratio onder de 30% uitkomt, springt de ratio op rood. De ratio voor de gemeente Voorne aan Zee komt uit op 31,5%. Structurele exploitatieruimte Doel: inzicht geven in het risico dat er tekorten in de begroting ontstaan. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten per programma en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves te delen door de totale baten.
Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Voor de gemeente Voorne aan Zee geldt dat dit kengetal in het begrotingsjaar 2025 op nul uitkomt. De structurele lasten en de structurele baten zijn in evenwicht, waardoor de begroting structureel sluitend is. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De ruimte die een gemeente heeft om de belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. In dit geval worden de totale woonlasten Programmabegroting 2025 78
78
(onroerendezaakbelasting, riool- en afvalstoffenheffing) van een meerpersoonshuishouden vergeleken met het landelijk gemiddelde van het jaar daarvoor. Gemeente Voorne aan Zee zit nog een paar procentpunten onder het landelijk gemiddelde. Onderlinge verhouding tussen kengetallen Eén enkel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie beoordeeld kan worden. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk van hoeveel eigen vermogen en baten er tegenover die schuld staan. Ook een tegenvallende ontwikkeling van de grondprijs hoeft geen negatieve invloed te hebben als de structurele exploitatieruimte groot genoeg is, of als over voldoende ruimte in de belastingcapaciteit kan worden beschikt. De kengetallen moeten daarom altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie. Conclusie Als we de kengetallen beoordelen aan de hand van de VNG-normen, dan kan de netto schuldquote beoordeeld worden als matig. De solvabiliteitsratio en structurele exploitatieruimte komen eveneens uit op matig. De belastingcapaciteit krijgt de kwalificatie voldoende.
Om het kengetal structurele exploitatieruimte te verbeteren, kan gedacht worden aan het verlagen van de structurele lasten en/of het verhogen van structurele inkomsten, zoals extra belastinginkomsten.
Programmabegroting 2025 79
79
§ Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Volgens artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) moet de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen minimaal de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen bevatten. Van deze kapitaalgoederen worden het beleid, de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen en de vertaling van deze financiële gevolgen in de begroting genoemd. Voor een goed onderhoud aan de kapitaalgoederen zijn nodig: ▪ een actueel beheersysteem; ▪ uitvoeringskaders; ▪ voldoende budget voor klein en uitgebreid onderhoud; ▪ voldoende kennis van wet- en regelgeving. Risico’s In 2024 zijn de beleids- en beheerplannen geactualiseerd binnen het Integraal beheerkader en de Meerjarig Onderhoudsprogramma’s (MJOP’s). Daarnaast zijn de prijzen voor onderhoud en leveranties de laatste tijd flink gestegen en stijgen misschien nog verder. Bij de nieuwe beheerplannen houden we hier zoveel mogelijk rekening mee binnen het vaststellen van de kader voor de uitvoering. Naast deze risico’s zijn er opgaven, die het gevolg zijn van klimaatverandering en de energietransitie. Door Europese regelgeving moeten wij deze opgaven voor 2050 uitvoeren. Deze opgaven stemmen we af met de beheer- en vervangingsopgave van kapitaalgoederen.
Beheerplannen De beheerplannen zijn na de actualisatie van de areaalgegevens financieel vertaald en verwerkt in het Integraal beheerkader (IBK). De kerngegevens zijn verwerkt in de onderstaande tabellen met toelichting. A. WEGEN Kerncijfers De totale oppervlakte aan wegen (wegareaal) per onderdeel. Onderdeel
Eenheid
Aantal
Gesloten verharding (asfalt en beton)
m2
769.964
Elementenverharding (klinkers en tegels)
m2
2.696.737
Halfverharding
m2
20.458
Programmabegroting 2025 80
80
Beleid We onderhouden wegen binnen de financiële kaders volgens de geldende richtlijnen en de uitgangspunten die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Beheer In 2024 is het IBK vastgesteld door de gemeenteraad. In 2025 en verder wordt het beheer uitgevoerd op basis van door de gemeenteraad vastgestelde beheerkaders in het IBK en de keuzes die in het IBK+ zijn gemaakt op basis van de kostendekkendheid. Kwaliteit De locaties waar comfort en uitstraling van groot belang zijn, zoals de Hotspots bestaande uit centrumfuncties en doorgaande wegen, worden beheerd op kwaliteitsniveau A. Op de overige locaties worden de wegen beheerd op een aangepast niveau. Dit gebeurt op basis van: ▪ de geplande vervangingsopgave en de werkzaamheden voor de energietransitie (doelmatig en comfort) ▪ veiligheid binnen kwaliteitsniveau B of C. Om inzicht te houden in de kwaliteit van onze wegen, laten we om het jaar een weginspectie uitvoeren volgens landelijk erkende richtlijnen. De resultaten van deze weginspectie vormen mede de basis voor de nieuwe beleids- en beheerplannen. Financiële consequenties Financiële consequenties van het kapitaalgoed wegen. Omschrijving (x € 1.000) Exploitatiekosten Mutatie voorziening/reserve Kapitaalslasten
2025
2026
2027
2028
11.607
11.927
12.187
12.188
-
-
-
-
2.982
2.933
2.877
2.814
B. RIOLERING Kerncijfers De totale oppervlakte aan riolering (rioleringsareaal) per onderdeel. Onderdeel
Eenheid
Aantal
Gemalen groot
st
64
Gemalen klein
st
1.329
Bergbezinkbassins
st
10
Mechanische rioolleiding
m1
243.749
Vrijvervalleiding
m1
401.038
Programmabegroting 2025 81
81
Beleid De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor riolering, hemelwater en grondwater. In het Integraal beheerkader (IBK) staat hoe we door onderhoud aan deze zorgplicht voldoen. Beheer In het beheerplan staan maatregelen die ervoor zorgen dat we aan de wettelijke zorgplicht voldoen. De maatregelen bestaan uit onderzoek, preventief en correctief onderhoud en vervanging. Het onderzoek, het preventieve onderhoud en de vervanging worden gepland en uitgevoerd op basis van risicobeoordeling en data-analyse. Kwaliteit Om zicht te houden op de kwaliteit en het functioneren van het rioolstelsel en de gemalen, voeren we regelmatig inspecties uit. Daarnaast doen we preventief en correctief onderhoud. De resultaten van de inspecties vormen, naast de vaste gegevens, mede de basis voor nieuwe beleids- en beheerplannen. Financiële consequenties Financiële consequenties van het kapitaalgoed riolering. Omschrijving (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Exploitatiekosten
6.729
6.810
6.853
6.854
Kapitaalslasten
1.498
1.466
1.434
1.315
C. WATER Beleid Voor water, beschoeiingen en baggeren zijn het Kwaliteitsplan Onderhoud Openbare Ruimte en de Keur van het waterschap van toepassing. In de praktijk wordt alleen gebaggerd als het noodzakelijk is. Vooralsnog is het (financiële) uitgangspunt dat alle watergangen één keer per zeven jaar worden gebaggerd. De financiële consequenties zijn vertaald in het uitvoeringsplan en de begroting. Beheer Voor baggerwerken werken we samen met het waterschap. Het Waterschap Hollandse Delta heeft in haar Keur eisen vastgelegd voor het beheer en onderhoud van watergangen en sloten, die de gemeente in beheer heeft. Kwaliteit Het doel is om het beheer van het water en de waterbodems te laten voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in de Keur van het waterschap.
Programmabegroting 2025 82
82
Financiële consequenties Financiële consequenties van het kapitaalgoed water. Omschrijving (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Exploitatiekosten
-
-
150
-
Mutatie voorziening/reserve
-
-
-
-
Kapitaalslasten
-
-
150
-
D. GROEN Kerncijfers De totale oppervlakte aan groen (groenareaal) per onderdeel. Onderdeel
Eenheid
Aantal
Bomen
st
33.544
Plantvakken
m2
447.725
Bosplantsoen
m2
1.267.598
Grasvegetaties
m2
2.794.785
Beleid Openbaar groen onderhouden we zoals vastgelegd in het IBK. Het onderhoud moet bijdragen aan de doelstellingen zoals die in het collegeprogramma zijn aangegeven. In 2025 wordt een groenstructuurplan opgesteld om verder invulling te geven aan de ontwikkeling van groen in relatie tot klimaatadaptatie en biodiversiteit. Beheer Het beheer bestaat uit dagelijks onderhoud, groot onderhoud, vervanging en herinrichting. In het groenbeheerplan staat hoe het groen eruit moet zien (beeldwaarde) en hoe de beleving van het groen kan worden verbeterd. In 2025 is er eenmalig € 800.000 in de begroting opgenomen om op specifieke locaties een kwaliteitsimpuls in het groen door te voeren. Ook wordt gekeken naar het bevorderen van de biodiversiteit, oftewel het aantal verschillende soorten planten en dieren. Daarnaast besteden we aandacht aan het vasthouden van water, inclusief regenwater, en het bieden van verkoeling. Kwaliteit Op dit moment wordt het groen onderhouden op kwaliteitsniveau B. De gebieden met een centrumfunctie, doorgaande wegen en entrees van de dorpen worden op een hoger kwaliteitsniveau beheerd, namelijk niveau A. Om inzicht te houden in de ontwikkeling van de kwaliteit van het openbaar groen laten we inspecties uitvoeren. Voor de bomen laten we minimaal iedere drie jaar een zogenaamde BVC-inspectie (boomveiligheidscontrole of VTA) uitvoeren.
De resultaten van de inspecties vormen mede de basis voor nieuwe beleids- en beheerplannen.
Programmabegroting 2025 83
83
Financiële consequenties Financiële consequenties van het kapitaalgoed groen. Omschrijving (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Exploitatiekosten
7.227
6.411
6.620
6.620
-
-
-
-
334
224
205
196
Mutatie voorziening/reserve Kapitaalslasten
E. GEBOUWEN Kerncijfers De gemeente bezit een groot aantal gebouwen, die voor een deel bedrijfsmatig en voor een deel functioneel worden beheerd. Gebouw
Aantal
Gemeentehuizen
3
Eigen gebruik/toiletgebouwen
9
Gebouwen eigen beheer begraafplaatsen
10
Gemalen, bouwkundig
5
Sporthalen
5
Gymzalen
8
Monumentale panden/vestingweren
38
(Monumentale) huurwoningen
11
(Kerk)torens
9
Poorten
6
Scholen: schadebeheer/totaalbeheer
26
Diverse gebouwen, onder andere leegstandsbeheer
17
Buurthuizen/MFA’s
14
Sportaccommodaties (ook velden)
11
Lichtschip
1
Beleid We onderhouden de gebouwen volgens de geldende wettelijke verplichtingen. Ook moet onderhoud bijdragen aan de doelstellingen van het collegeprogramma. Beheer De voormalige drie gemeenten hadden allemaal hun eigen beleids- en beheerplannen. In 2024 zijn de plannen samengevoegd binnen het Meerjarig Onderhoudsprogramma (MJOP). Hierbij zijn de beleidsregels geactualiseerd en is er een Strategisch Vastgoedplan vastgesteld. In 2025 vindt de uitwerking van het Strategisch Vastgoedplan plaats op basis van het maatschappelijk en strategische doelstelling van de gemeente
Programmabegroting 2025 84
84
Voorne aan Zee. Dit plan omvat ook de verduurzamingsdoelstellingen en vormt de basis voor het beheer van onze eigendommen. Kwaliteit De gemeente bezit veel gebouwen met verschillende bestemmingen. Die gebouwen beheren en onderhouden we volgens de geldende wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld arbowetgeving of het Bouwbesluit. In principe is de kwaliteitsnorm sober en doelmatig. Daarnaast is het beleid om de gebouwen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. We laten met regelmaat inspecties uitvoeren volgens NEN-normeringen (2767). De gemeente gebruikt onder andere de resultaten van de inspecties als basis voor het nieuwe beleids- en beheerplan. Deze MJOP’s zijn in de eerste helft van 2024 geharmoniseerd. Als zich bij de uitvoering van onderhouds- en/of vervangingswerkzaamheden extra kansen voordoen om vastgoed te verduurzamen, laten wij dat niet na. Financiële consequenties Financiële consequenties van het kapitaalgoed gebouwen. Omschrijving (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Exploitatiekosten
8.286
8.255
8.254
8.255
-
-
-
-
8.887
8.801
8.508
8.266
2025
2026
2027
2028
Wegen
14.587
14.860
15.064
15.002
Riolering
8.227
8.276
8.287
8.169
Water
-
-
150
-
Groen
7.562
6.635
6.825
6.816
Gebouwen
17.163
17.056
16.762
16.521
47.539
46.827
47.088
46.508
Mutatie voorziening/reserve Kapitaalslasten
SAMENVATTING De totale netto kosten per kapitaalgoed zijn als volgt. Omschrijving (x € 1.000)
Totaal
Programmabegroting 2025 85
85
§ Financiering Algemeen In deze paragraaf is de concrete vertaling van het treasurybeleid voor 2023 opgenomen. De in- en uitgaande geldstromen lopen niet altijd synchroon in de tijd, daarom heeft de gemeente geld nodig om de tijdsverschillen te overbruggen. Dit wordt uiteengezet in een liquiditeitsplanning. De paragraaf is een belangrijk instrument voor het sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden op de financieringsfunctie. Beleidskader en verordeningen: ▪ Treasurystatuut gemeente Voorne aan Zee 2023 ▪ Gemeentewet ▪ Financiële verordening gemeente Voorne aan Zee 2023 ▪ Wet Fido 2000 ▪ Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) ▪ Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden (Ufdo) ▪ Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) ▪ Regeling schatkistbankieren decentrale overheden ▪ Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Financieringsbeleid De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: ▪ Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. ▪ Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. ▪ Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
▪ Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO, de gerelateerde wettelijke regelgeving en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut. ▪ Het generen van informatie ter ondersteuning van het te voeren treasurybeleid en de af te leggen verantwoording over het gevoerde beheer. Renterisico’s Eén van de hoofddoelen van de financieringsfunctie is het beperken van de gevolgen van een stijgende rente. Bij een hoog renterisico zijn de gevolgen van een stijgende rente groot voor de financiële resultaten in een bepaald jaar. Daarnaast zijn er ook risico’s op kredieten, liquiditeiten en koersen. Met behulp van het bijhouden van de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt en de grote diversiteit in leningsproducten, wordt continue geprobeerd om een zo optimaal mogelijk resultaat te behalen tegen een verantwoord risico. Programmabegroting 2025 86
86
Om de renterisico’s te beperken, gelden de volgende uitgangspunten: a. Naleving van de Wet Schatkistbankieren. Door de Wet Schatkistbankieren zijn de mogelijkheden op beleggingen aanzienlijk ingeperkt; b. De kasgeldlimiet wordt niet overschrijden volgens de Wet Fido; c. De renterisiconorm wordt niet overschreden volgens de Wet Fido; d. Nieuwe leningen en/of uitzettingen worden afgestemd op de financiële positie en de liquiditeitenplanning. e. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; f. De rentevisie van de gemeente wordt in ieder geval eenmaal per jaar opgesteld op basis van de rentevisie van de huisbankier; g. De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. Schatkistbankieren Het schatkistbankieren verplicht decentrale overheden alle overtollige gelden boven een specifiek drempelbedrag onder te brengen bij het Rijk. Voor organisaties met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is de drempel 2% van het begrotingstotaal met een minimum drempelbedrag van € 1 miljoen. Het drempelbedrag is € 5.007.860 voor Voorne aan Zee. De gemeente Voorne aan Zee heeft hiermee geen vrijheid om overtollige liquide middelen onder te brengen bij andere marktpartijen.
De overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. Het is wel toegestaan om deze uit te lenen aan andere decentrale overheden. Deelname van decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Dit zorgt voor een lagere staatsschuld. Een ander algemeen gevolg van het schatkistbankieren is een vermindering van de beleggingsrisico’s voor decentrale overheden. Deze situatie kan zich in onze gemeente overigens niet voordoen. In het Treasurystatuut is een verbod op risicovolle beleggingen en derivaten opgenomen. Over de middelen die een decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, vergoedt het Rijk rente. Over het dagelijkse rekeningcourantsaldo is dat de daggeldrente. Op deposito’s is de rente afhankelijk van de looptijd. De hoogte van die rente is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’).
Programmabegroting 2025 87
87
Voor de uitvoering van het schatkistbankieren is bij de BNG een SKB-werkrekening geopend. Overtollige gelden worden hier dagelijks naartoe afgeroomd. De BNG blijft ook de overige geldhandelingen verzorgen, zoals betalingen en ontvangsten. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om de renterisico’s bij de vlottende schulden (schulden met een looptijd korter dan een jaar) te beheersen. Deze risico’s kunnen ontstaan door het aangaan van te veel korte termijn financieringen en stelt een grens aan de omvang van de korte schuld. De wettelijk toegestane omvang is 8,5% van de totale lasten van de gemeentelijke begroting bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 300.000. Onder vlottende of korte schuld worden schuldtitels gerekend met een looptijd korter dan één jaar. Bijvoorbeeld: dag-, geld- en kasleningen en rekening-courant krediet. Voor 2025 geeft de kasgeldlimiet het volgende beeld. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)
Begroting 2025
Begrotingstotaal
250.393
Vastgestelde percentage
8,50%
Toegestane kasgeldlimiet
21.283
Bij een normale rentestructuur (kortlopende leningen zijn goedkoper dan langlopende leningen) wordt deze ruimte zoveel mogelijk benut. Renterisiconorm In de Wet Fido (Wet financiering decentrale overheden) heeft het Rijk de renterisiconorm geïntroduceerd. Met de invoering van deze renterisiconorm wordt een kader gesteld voor een zodanige opbouw van de leningenportefeuille van de gemeente, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. De renterisiconorm houdt in dat het totaal aan renteherzieningen en aflossingen in een jaar niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal van dat jaar. Voor het jaar 2025 is de renterisiconorm als volgt. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
-
-
-
-
-
2. Aflossingen
24.123
27.561
26.842
25.630
25.230
3. (1+2) Renterisico
24.123
27.561
26.842
25.630
25.230
4a. Begrotingstotaal
277.435
250.393
-
-
-
20%
20%
-
-
-
1. Renteherzieningen
4b. Percentage regeling
Programmabegroting 2025 88
88
Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
4. (4a x 4b/100) Renterisiconorm
55.487
50.078
50.078
50.078
50.078
5a. (4>3) Ruimte onder renterisiconorm
31.364
22.517
23.236
24.448
24.848
5b. (3>4) Overschrijding renterisiconorm
-
-
-
-
-
Op basis van de bovenstaande tabel kan worden vastgesteld, dat het bedrag aan aflossingen lager is dan de renterisiconorm. Hierdoor wordt voldaan aan de eisen van de Wet Fido. Kredietrisico’s Voor de uitoefening van de publieke taak kunnen gemeenten leningen verstrekken. Op deze verstrekte leningen loopt de gemeente kredietrisico. Financieringspositie gemeente Voorne aan Zee Dit onderdeel geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringspositie van de gemeente Voorne aan Zee en de daarbij behorende financieringsbehoefte, rekening houdend met (geplande) (des-)investeringen en beschikbare interne en externe middelen. In feite gaat het hier om het opstellen van een liquiditeitsbegroting. De ontwikkeling van de financieringspositie is bepalend voor de leningenportefeuille. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Boekwaarde 1/1
445.037
501.465
474.992
451.957
440.028
181.268
167.440
163.018
153.271
143.060
Vaste financieringsmiddelen Reserves Voorzieningen
34.994
37.988
42.076
46.083
50.146
Langlopende leningen incl. waarborgsommen
222.807
278.684
254.123
261.281
275.651
Totaal vaste financieringsmiddelen
439.069
484.112
459.217
460.635
468.857
Vlottende financieringsmiddelen
- 5.968
- 17.353
- 15.775
8.678
28.829
Prognose financieringsbehoefte In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille voor het begrotingsjaar 2025 weergegeven. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Bedrag in €
Gemiddelde rente
Stand leningen per 1 januari 2025
278.553
2,39%
Reguliere aflossingen
27.561
div.
-
-
3.000
3,60%
253.992
2,23%
Vervroegde aflossingen Nieuwe leningen Stand leningen per 31 december 2025
Programmabegroting 2025 89
89
Voor het aantrekken van geldleningen wordt rekening gehouden met een percentage van 3,6% gebaseerd op een 25-jaars staatslening. Het investeringsprogramma (zie hoofdstuk 4 Financiële positie) van de gemeente Voorne aan Zee dient als leidraad bij het bepalen van de financieringsbehoefte voor de jaren 2025 tot en met 2028. Op basis van het verloop van het eigen vermogen ten opzichte van het geïnvesteerde en te investeren vermogen, is de prognose dat in de periode 2025-2028 in totaal voor € 108 miljoen aan vreemd vermogen moet worden aangetrokken. De rekenrente wordt bepaald aan de hand van het feitelijke rentepercentage van de aangegane leningen. In onderstaande tabel wordt de rentekostenverdeling weergegeven. Rentekostenverdeling In het Besluit begroting en verantwoording is vanaf 2017 de renteberekeningsmethodiek voorgeschreven. In onderstaand schema is de berekening weergegeven. Schema rentetoerekening 2025 (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
a.
Externe rentelasten, geldlening o/g
6.062
6.011
6.155
6.969
7.692
b.
Externe rentebaten, geldlening u/g
281
265
249
238
229
5.781
5.746
5.906
6.731
7.463
c.
Door te berekenen rentes aan grex en project
-
1.287
1.271
1.255
1.238
Saldo door te rekenen externe rente
5.781
4.459
4.635
5.476
6.225
d1.
Rente over eigen vermogen
-
-
-
-
-
d2.
Rente over voorzieningen Aan taakvelden/ programma's + overhead toe te rekenen Werkelijk aan taakvelden/ programma's + overhead toegerekende rente Renteresultaat op taakveld treasury (+ = voordelig)
-
-
-
-
-
5.781
4.459
4.635
5.476
6.225
4.450
4.601
4.453
4.461
4.559
- 1.331
142
- 182
- 1.015
- 1.666
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,30%
0,89%
0,96%
1,13%
1,26%
- 23,02%
3,18%
- 3,93%
- 18,54%
- 26,76%
e. f.
Afgerond vastgesteld omslagrente % Berekend omslagrente % over de boekwaarden (af te ronden binnen marge van 0,5%) Afwijking in % van de werkelijke rentelasten (mag niet groter zijn dan 25%)
Het geraamde rente- c.q. financieringsresultaat voor 2025 bedraagt afgerond € 142.000 positief. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente (in euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens consistent en eenduidig worden
Programmabegroting 2025 90
90
toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Wijken de werkelijke rentelasten in euro’s, die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast, af van de rentelasten in euro’s die op basis van de voor gecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend? Dan kan de gemeente Voorne aan Zee besluiten tot correctie. Die correctie is verplicht als deze afwijking groter is dan 25%. Investeringen en taakvelden Het gehanteerde percentage voor 2024 voor toerekening aan de investeringen bedraagt op basis van de bovenstaande berekening 1%. De rentelasten van de betreffende activa worden doorbelast naar de betreffende taakvelden. Grondexploitatie De toegestane toe te rekenen rente aan bouwgronden in exploitatie wordt gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. De berekende rente is als volgt bepaald. Het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Door de wijziging van het eigen vermogen ten opzichte van het vreemd vermogen, wijzigt ook de toe rekenen rente. Voor de begroting 2025 wordt gewerkt met een percentage van 1%.
Overige zaken treasurybeheer De gemeente Voorne aan Zee heeft de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) als huisbank. Met de BNG is een raamovereenkomst afgesloten met geïntegreerde dienstverlening. Deze dienstverlening omvat: ▪ kort-kredietarrangementen (daggeldverstrekking en -opname, kasgeldleningen en termijndeposito’s); ▪ langlopende kredietverlening; ▪ online informatiedienst; ▪ elektronisch betalingsverkeer via rekening-courant. Met de BNG is een overeenkomst afgesloten voor kredietverlening via rekening-courant tot een bedrag van € 15 miljoen. Ook kunnen er kortlopende call- of kasgeldleningen worden aangetrokken.
Programmabegroting 2025 91
91
§ Bedrijfsvoering Inleiding Bedrijfsvoering is de manier waarop gemeentelijke werkprocessen zijn ingericht, worden uitgevoerd en actueel worden gehouden. Dit omvat onder meer de planning, organisatie, coördinatie, uitvoering en controle van (ondersteunende) activiteiten, zoals financiën, personeelszaken en informatievoorziening. Het helpt ons om de beleidsdoelstellingen te behalen en maatschappelijke opgaven uit te voeren. We professionaliseren van binnen, maar zijn gericht op buiten. Dat past in doelen van onze gemeente, namelijk het versterken van de bestuurskracht, de samenwerking in de regio, onze dienstverlening verbeteren en financieel gezond zijn. Personeel en organisatie Als organisatie zijn we op vele manieren bezig met het maken van een schaalsprong. Van drie kleinere organisaties werken we samen naar een organisatie van de huidige grootte. Dit geldt zowel binnen de organisatie als ook in de regio. Goed werkgeverschap vertaalt zich ook naar goede dienstverlening aan de inwoners. Hiervoor werken we onder andere aan de ontwikkeling van de volgende onderwerpen. Organisatieontwikkeling Komend jaar ontwikkelen we de organisatie verder met aandacht voor het gewenste leiderschap, werkprocessen, kerncompetenties en cultuur.
Te beginnen bij het uitwerken van de topstructuur, inclusief het herdefiniëren van rollen, verantwoordelijkheden en rapportagelijnen om de efficiëntie en effectiviteit te verbeteren. We ontwikkelen een strategisch plan voor het thema ‘ontwikkelen van management en medewerkers’. Dit plan ondersteunt de organisatieontwikkeling en de groei en het succes van Voorne aan Zee. Hiervoor worden de ontwikkelingsbehoeften binnen de organisatie in kaart gebracht. Strategische personeelsplanning (SPP) Eind 2024 wordt een start gemaakt met een strategische personeelsplanning. Dit project loopt door in 2025. Doel hiervan is te komen tot een optimale bezetting van medewerkers, nu en in de toekomst. Hiervoor wordt een koppeling gelegd tussen de actuele en toekomstige ontwikkelingen en de omvang en competenties van het personeelsbestand dat nodig is om die ontwikkelingen te realiseren. Mobiliteit en werkgeversmerk De mobiliteit in de organisatie is hoog. Hierdoor heeft de in-, door- en uitstroom van medewerkers veel aandacht.
Programmabegroting 2025 92
92
Instroom is nodig om nieuw talent binnen te halen. Met een goede doorstroom willen we onze medewerkers kansen bieden die passen bij hun talent. Van de uitstroom willen we leren en daarnaast altijd goed afscheid nemen van vertrekkende medewerkers. Zij blijven ambassadeurs van de organisatie. In 2024 is onze arbeidsmarktcampagne gelanceerd. Samen met de website www.werkenbijvoorneaanzee.nl willen we gemeente Voorne aan Zee als werkgever goed profileren bij de juiste doelgroepen. Hieraan geven we vervolg door op vernieuwende en inspirerende wijze, zowel op de interne arbeidsmarkt als de externe arbeidsmarkt zichtbaar te zijn. Medewerker tevredenheid In de tweede helft van 2024 is het eerste medewerkeronderzoek uitgezet. Een zogenaamde nulmeting, die ons waardevolle inzichten geeft in onder andere de betrokkenheid en werkomgeving van onze medewerkers. De verbeterpunten uit het onderzoek worden waar nodig omgezet in acties. Integriteit In 2024 is het integriteitsbeleid Voorne aan Zee vastgesteld. Daarnaast is er ook een klachtenregeling ongewenst gedrag, een procedurereglement voor het melden van misstanden en een gedragscode vastgesteld. Ook op bestuurlijk niveau heeft de gemeenteraad een integriteitsbeleidsplan met hierbij een protocol voor het behandelen van meldingen en een gedragscode vastgesteld. In 2025 wordt de aandacht gevestigd op bewustwording.