CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen gespecificeerd deel

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Windproject Brielse Brug93.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 11

Op basis van de registraties is het mogelijk om de ontwikkeling van de jaargemiddelde geluidsbelasting te monitoren. Zie paragraaf 2.6.1 van het algemene deel Voor het windproject Brielse Brug zijn maximale immissiewaarden vastgelegd middels een maatwerkvoorschrift. Handhaving van de jaargemiddelde geluidnormen vindt plaats op basis van verplichte registraties van de windturbinedata conform het Activiteitenbesluit- en regeling. Het bevoegd gezag kan deze registraties opvragen. Op basis van de registraties is het mogelijk om de ontwikkeling van de jaargemiddelde geluidsbelasting te monitoren. Zie paragraaf 2.6.1 van het algemene deel. Voor een reactie op het rapport van Peutz wordt verwezen naar paragraaf 2.7.3 van het algemene deel.

Activiteitenbesluit. En dat er geen onderbouwing is welke maatregelen afdoende zijn, (rapport van Peutz). “Bent u net als wij van mening dat van belang is om net als gemeente Lingewaard een extra voorschrift op te nemen voor het hinderlijke tonale geluid om omwonenden te beschermen? Zo nee waarom niet?” –

12,1 5

Dat windturbines een ruis veroorzaken die heel wat mensen vervelend vinden, is na vele discussies en onderzoeken duidelijk. Het gebeurt soms dat een windturbine 66k een extra hinderlijke bromtoon of een fluitend geluid maakt dat binnen de geluidsnorm valt. Een dergelijk geluid wordt 'tonaal' geluid genoemd. Een tonaal geluid is voor omwonenden vervelender dan ruis. Het wordt namelijk waargenomen als 'janken, gieren, brommen of trillen'. Dit ontstaat dan ook als er iets niet klopt in de constructie van de windmolen en hoeft dus niet altijd te ontstaan. Tonaal geluid is aan de sinusvormige toon te herkennen op de geluidsmeter. Als het geluid niet luider is dan ruis, is het echter niet te meten, waardoor het handhaven ook moeilijk wordt. Gemeente Lingewaard heeft hier daarom een regeling voor. In de vergunningen die de gemeente verleend staat een voorschrift dat bij waargenomen tonaal geluid een toeslag van 0 tot 6 dB wordt gehanteerd. Hierdoor kan de geluidsnorm overschreden worden en is handhaven dus wel mogelijk.

Het voorschrift inzake tonaal geluid in de casus in de gemeente Lingewaard waar de zienswijze op doelt is onderdeel van een project specifiek lokaal normenkader voor dat windproject. Voor het project Brielse Brug is het verzoek van de aanvrager op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer gevolgd en is er geen aanleiding gezien om daarvan af te wijken. De aanwezigheid van laagfrequent geluid alleen leidt niet tot een overschrijding van de geluidsnormen. De geluidsnormen gelden voor alle spectra van geluid, waaronder laagfrequent geluid. De mogelijke aanwezigheid van laagfrequent geluid wordt in voldoende mate verdisconteerd in de geluidsnormen.

(bron https://geluidnieuws.nl/home/toeslaR-tonaal-Reluid-windturbines/)

12,1 6

Wat ook niet in het rapport van Pondera ter sprake komt is wat het cumulatie effect zou kunnen zijn van de geluidbelasting als de verbreding van de N57 gerealiseerd wordt. Daarom het verzoek om de Geluidshinder van eventuele verbreding van de N57 mee te nemen in het beleid. Kunt of wilt u niet aan dit verzoek doen, dan graag argumentatie waarom niet.

Dit valt buiten de reikwijdte van het voorliggende plan en kan dan ook geen onderdeel uitmaken van de besluitvorming daarover. Indien wordt overgegaan tot verbreding van de N57 zal in de te volgen procedure daarvoor gekeken moeten worden naar cumulatieve effecten van de geluidbelasting. Bovendien, het wel meerekenen van de geluidbelasting van de verbreding van de N57 zou de geluidbelasting in de referentiesituatie verhogen, en de relatieve verslechtering als gevolg van de windturbines verkleinen. Dit leidt niet tot een ander oordeel over de toelaatbaarheid van het windturbinegeluid en een oordeel over een goede ruimtelijke ordening.

“ Bent u net als wij van mening dat het niet aanvaardbaar is dat Pondera de gegevens uit het rapport van TNO gebruikt om het aantal ernstig gehinderden te bepalen. Zo nee, waarom niet?.” – Om de effecten van Windproject Brielse Brug op de omgeving te bepalen is op basis van de dosiseffectrelatie uit het TNO-rapport (Hinder door geluid van windturbines, TNO, 2008-D-R1051/B) het aantal personen bepaald die naar verwachting ernstige hinder kan ervaren als gevolg van windturbinegeluid.

12,1 7

De onderzoeksgegevens uit dit TNO rapport dateren uit 2000, 2005 en 2007 (respectievelijk 24,19 en 17 jaar geleden). De respondenten van de drie studies bevonden zich voor het grootse gedeelte in de 35-40 Lden klasse. In de Nederlandse studie waren ook relatief veel respondenten blootgesteld aan windturbinegeluid onder de 35 dB(A). Twee studies uit dit TNO rapport waren uitgevoerd in vlakke landschappen en in een onderzoek woonde de helft van de respondenten van deze studie in heuvelachtig gebied, met gevolgen voor de zichtbaarheid van de windturbines en mogelijk ook voor een goede bepaling van de geluidbelasting. Hoewel er geen significante effecten werden gevonden van vlak versus complex landschap, is het mogelijk dat dergelijke landschapsverschillen toch een rol spelen bij de mate van hinder die men rapporteert. In het Nederlandse onderzoek naar de geluidhinder door windturbines van 2007 komen veel locaties voor waar kleinere windturbines staan met lagere ashoogte. In het Nederlandse onderzoek uit 2007 is de Nordex N80, 2,5 MW met een ashoogte van 80 m de hoogste windmolen. Ter vergelijking, de windturbines van windpark Brielse Brug hebben een ashoogte van 149-167m.

Windproject Brielse Brug valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer omdat het geen windpark (3 of meer turbines) in de zin van het Besluit milieueffectrapportage betreft. Op grond van het Activiteitenbesluit zijn de geluidnormen van 47 dB Lden en 41 dB Lnight wettelijke standaardwaarden die mogen worden toegepast zonder nadere motivering over de totstandkoming daarvan. Verder is het toetsingskader van 47 dB Lden en 41 dB Lnight tot stand gekomen op basis van het TNO: hinder door geluid van windturbines, 2008. Er zijn latere onderzoeken gedaan naar de dosis-hinderrelatie van windturbines. De uitkomsten van die onderzoeken bevestigen de uitkomst van het onderzoek van TNO uit 2008 en vormen hiermee een actualisatie en validatie van het onderzoek uit 2008. Dit wordt bevestigd in het RIVM literatuuronderzoek uit 2020 (RIVM, Health effects related to wind turbine sound: an update). Er is geen aanleiding dat met het toenemen van het vermogen en omvang van windturbines een andere mate van hinder zou optreden bij dezelfde geluidniveaus. De relatie uit TNO onderzoek (2008) kan dan ook nog steeds als basis worden gehanteerd. Dit is tevens bevestigd in de uitspraak van de Raad van State ten aanzien van windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding in 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1433).

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.6 en 2.7 van het algemene deel.

“Deelt u onze mening dat het op grond van het RlVM-rapport niet te verantwoorden is om de voorgenomen plannen om windturbines te plaatsen nabij woonwijken ten uitvoer te brengen? Zo nee, waarom niet?” –

12,1 8

In de ruimtelijke onderbouwingen van Pondera wordt veel waarde gehecht aan het RIVM rapport "Gezondheidseffecten van windturbinegeluid". Amsterdamse artsen hebben in 2021 een raadsarrest ingediend, waarin wordt beschreven dat in de onderzoeken die het RIVM beoordeelt, de tiphoogte van turbines maximaal 120 meter bedraagt. Er zijn geen wetenschappelijke studies beschikbaar over de gezondheidseffecten van windturbines met een tiphoogte hoger dan 120 meter, die binnen 2000 meter van omwonenden staan met 42dB geluidsbelasting of hoger. De conclusies die Pondera trekt uit dit rapport zijn daarom niet van toepassing bij het windproject Brielse Brug. an 149-167m. Eerder hebben arts/epidemioloog Dick BijI en wetenschapper Joris van Hoof de rapporten van het RIVM uit 2019 en 2020 beoordeeld op wetenschappelijke houdbaarheid en betrouwbaarheid. Beiden beoordeelden de wetenschappelijke kwaliteit als onvoldoende en als niet onafhankelijk vanwege belangenverstrengeling. (Bron wind wiki).

12,1 9

Reclamant stelt de volgende vraag: “Op welke wijze denkt u invulling te geven aan uw verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger om het voorzorgsbeginsel te hanteren en uw inwoners te beschermen tegen eerdergenoemde gezondheidsrisico's? Bent u, net als wij, van mening dat u pas tot uitvoering van de voorgenomen plannen kunt besluiten, als overtuigend is aangetoond dat deze geen gezondheidsrisico's opleveren en bovendien te allen tijde niet ten nadele van de omwonenden zullen uitpakken? Zo nee, waarom niet?” -

Voor de beoordeling of het te verantwoorden is om in te stemmen met voorgenomen windproject worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening allerlei aspecten afgewogen. Voor het aspect gezondheid wordt een afweging gemaakt op basis van beschikbaar (en betrouwbaar) actueel wetenschappelijk onderzoek waarbij de rapportages over windturbines en gezondheid van het RIVM uit 2013, met updates uit 2017 en 2021, een overzicht geven van relevant wetenschappelijk onderzoek en derhalve een goede basis vormen. In het kader van het deskundigenadvies van de STAB dat voor het Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding voor de einduitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is uitgevoerd wordt een chronologische samenvatting gegeven van de bevindingen van de belangrijkste onderzoeken vanaf 2007. In het deskundigenbericht staat ook dat er voldoende bewijs is voor hinder, maar dat er geen bewijs is voor andere gezondheidseffecten als gevolg van windturbinegeluid met uitzondering van slaapverstoring. De onafhankelijkheid van het RIVM wettelijk is geborgd in de Wet op het RIVM, waarin is bepaald dat de Minister geen aanwijzingen geeft omtrent de wijze waarop het RIVM haar onderzoek uitvoert en de resultaten daarvan publiceert. Bovendien wordt op de onafhankelijkheid en het onderzoek van het RIVM wettelijk geregeld toezicht uitgevoerd.

De uitingen van universitair docent Joris van Hoof en oud-huisarts en epidemioloog Dick Bijl, geven dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de onafhankelijkheid van het door het RIVM uitgevoerde onderzoeken, inclusief het RIVM-rapport 'Gezondheidseffecten van Windturbinegeluid' (RIVM-rapport 2021). Dat rapport is opgesteld volgens de standaard internationale protocollen, die de wetenschappelijke kwaliteit waarborgen. Voor een verdere toelichting op de wetenschappelijke kwaliteit van gebruikte onderzoeken en publicaties, wordt verwezen naar paragraaf 2.8.6 van het algemene deel. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak (in meerdere uitspraken over windparken waaronder ECLI:NL:RVS:2023:1433 (Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding), ECLI:NL:RVS:2018:2225 (Windpark Oostpolder) ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden – Oostermoer) ECLI:NL:RVS:2017:3504 (Windpark De Veenwieken), dat het voorzorgsbeginsel niet zover strekt dat enkel op basis van publicaties waarin slechts een mogelijk verband wordt gelegd tussen windturbines en gezondheidsklachten, van de vaststelling van een ruimtelijk plan moet worden afgezien.

De omstandigheid dat er publicaties zijn die, om ieder risico bij voorbaat uit te sluiten, een hogere mate van bescherming of een grotere afstand tot windturbines aanbevelen, of dat het wenselijk is dat nader onderzoek wordt verricht, betekent niet dat de omgevingsvergunning niet verleend kan worden. Daarbij heeft de Afdeling overwogen dat zulk nader onderzoek jaren vergt en bij voorkeur op landelijke schaal moet worden uitgevoerd. In het kader van de omgevingsvergunning moet sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Op basis van de ruimtelijke onderbouwing wordt geconcludeerd dat met de komst van het windpark nog steeds sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Reclamant stelt het volgende: In de rapportage schrijft Pondera dat in diverse onderzoeken is gevonden dat slaapverstoring en andere gezondheidseffecten van omwonenden van windparken gerelateerd kunnen zijn aan hinder, in plaats van directe blootstelling aan geluid van een windturbine. De gezondheidsklachten houden voornamelijk verband met een scala aan nietakoestische factoren en minder met het feitelijke blootstellingsniveau. Voor andere gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, stofwisselingsstoornissen, mentale gezondheid en cognitieve effecten is niet voldoende bewijs gevonden. 12,2 0

Er zijn zeer veel wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar windturbines en het effect daarvan op de gezondheid. Met vaak als belangrijke voorlopige bevindingen dat er mogelijk verbanden bestaan tussen blootstelling aan windturbines en gezondheidsaspecten, hoewel er geen duidelijke conclusies kunnen worden getrokken over de causaliteit. Vanwege de aard van de verkregen data en de slechte kwaliteit van het huidige bewijs. Toekomstige studies zouden een longitudinaal ontwerp moeten aannemen en zich moeten concentreren op objectieve metingen, ondersteund door gevalideerde subjectieve methoden zoals vragenlijsten. Dit is de eindconclusie van een recent overzichtsartikel van Godono A, et al. Association between exposure to wind turbines and sleep

Voor een nadere toelichting op de betrouwbaarheid van de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de onderbouwing van gezondheidseffecten verwijzen wij u naar paragraaf 2.8.5 van het algemene deel. Het voorzorgsbeginsel strekt niet zover dat enkel op basis van publicaties waarin slechts een mogelijk verband wordt gelegd tussen windturbines en gezondheidsklachten, van de vaststelling van een ruimtelijk plan moet worden afgezien. Voor een nadere toelichting op het voorzorgsbeginsel verwijzen wij u naar paragraaf 2.8.5 van het algemene deel.

disorders: A systematic review and meta-analysis. Int J Hyg Environ Health. 2023 Sep. doi: 0.1016/j.ijheh.2023.114273. S. van Manen in Medisch Contact is van mening dat onderzoek naar de effecten van windturbines op omwonenden zich in de regel beperkt tot interviews en vragenlijsten, ook in Nederland. Mede hierdoor is het niet goed mogelijk om voldoende wetenschappelijke bewijskracht te verzamelen. Er wordt nauwelijks tot geen biomedisch onderzoek gedaan. Verder stelt het RIVM dat voor andere gezondheidseffecten, zoals slaapverstoring, slapeloosheid en hart- en vaatziekten, en mentale effecten er geen verband met geluid van windturbines is aangetoond. Dat kan betekenen dat er te weinig studies zijn, dat de kwaliteit van de studies waarin de relatie tussen geluid van windturbines en gezondheidsproblemen is onderzocht onvoldoende is, of dat de resultaten van de studies niet duidelijk samenhangen met geluid De eindconclusie van Gezondheidseffecten van windturbinegeluid Analyse van het RlVM-rapport 2020-0214 I. van der Kamp en G.P. van den Berg doi 10.21945/RIVM-2020-0214 opgesteld door dr. D. BijI, oud-huisarts, epidemioloog luidt: https://www.windwiki.nl/wpcontent/uploads/2021/ll/Gezondheidseffecten-van-windturbinegeluid-D.Biil-2021.pdf Dat de conclusies die het RIVM trekt op basis van hun literatuuronderzoek niet zijn gebaseerd op het beste wetenschappelijke bewijs.

De gebruikte literatuur kent meer of minder ernstige tekortkomingen waardoor de conclusies in twijfel moeten worden getrokken. Op basis van slecht wetenschappelijk onderzoek kunnen geen harde conclusies worden getrokken met betrekking tot de gezondheidseffecten van windturbinegeluid op mensen. De conclusie dat er geen aanwijzingen zijn voor gezondheidseffecten van windturbinegeluid moet daarom worden verworpen. Er is dringend behoefte aan goed wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd door onafhankelijke onderzoekers die geen belang hebben bij de uitkomsten daarvan. Het moge duidelijk zijn dat er op zijn minst wetenschappelijke onzekerheid bestaat rondom windturbines en gezondheidseffecten! Het is dan ook de hoogste tijd dat het voorzorgsbeginsel ook wordt toegepast bij de bouw van windturbines in de bewoonde omgeving. Reclamanten vragen het volgende: “We vragen u opdracht te geven om gedegen, onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren naar de specifieke gezondheidsrisico's met betrekking tot het Windproject Brielse Brug, voor windturbines van 230m en hoger, binnen 2000 meter van de woonkernen. En dan tevens in dit onderzoek het effect van windturbines op de gezondheid van kinderen mee te nemen.” 12,2 1

12,2 2

Opmerkelijk is dat in het onderzoeksrapport van Pondera met geen enkel woord gerept wordt over de effecten van windturbine geluid op de gezondheid van kinderen. Te meer omdat de beoogde windturbines op zeer korte afstand van een basisschool in aanbouw worden gebouwd. Er is geen onderzoek beschikbaar naar effecten van windturbine geluid op gezondheid van kinderen. Voor andere geluidbronnen is beperkt onderzoek gedaan naar het effect van geluid op hinder/slaapverstoring/mentale gezondheid van kinderen. Voor vliegverkeer en wegverkeer is een relatie aangetoond van geluidniveau en leerprestatie (begrijpend lezen). (Bron https://www.rivm.nl/windenergie/windturbines-gezondheid/vragen-enantwoordengezondheidseffecten-windturbines#toepasbaarheid) Reclamant stelt de vraag: “Bent u net als wij van mening dat er nog veel onzekerheden zijn over de risico's van ILFN op inwoners die dichtbij windturbines wonen en dat het daarom een belangrijk aspect is om mee te nemen in het beleid? Zo nee, waarom niet?” In het rapport van Pondera staat dat et RIVM op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines heeft onderzocht (2013). Hieruit volgt dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een

Op 8 juli 2022 is een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het realiseren van twee windturbines ingediend. Vanwege de aanvraag om omgevingsvergunning is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld en is onderzoek verricht naar alle ruimtelijk relevante aspecten op het gebied van milieu, water, natuur, slagschaduw, archeologie, landschap, gezondheid, verkeersveiligheid en beleid. De ruimtelijke onderbouwing en de onderzoeken zijn getoetst aan het van toepassing zijnde ruimtelijke beleid en aan relevante wet- en regelgeving. De wettelijke eisen waar dit project aan moet voldoen zijn vastgelegd in het thans geldende Activiteitenbesluit Milieubeheer. Om de negatieve gevolgen van het project zoveel mogelijk te beperken heeft de initiatiefnemer de gemeente verzocht om een maatwerkbesluit te nemen. Dit maatwerkschrift betreft regels omtrent geluid en slagschaduw die verder gaan dan de eisen uit het thans geldende Activiteitenbesluit Milieubeheer. Voor een nadere toelichting op de effecten van windturbines specifiek voor kinderen verwijzen wij u naar paragraaf 2.8.2 van het algemene deel. Wij zien in deze fase geen aanleiding voor verder onderzoek. Het klopt dat windturbines, net als de meeste andere geluidbronnen, ook laagfrequent geluid produceren. De aanwezigheid van laagfrequent geluid alleen leidt niet tot een overschrijding van de geluidsnormen.

De geluidsnormen gelden voor alle spectra van geluid, waaronder laagfrequent geluid. De mogelijke aanwezigheid van laagfrequent geluid wordt in voldoende mate verdisconteerd in de geluidsnormen. Er is geen specifiek groot aandeel in de frequenties onder de 100 Hz en het is niet significant toegenomen bij hogere windturbines. In de ruimtelijke onderbouwing is geconcludeerd, op basis van onderzoeken van het RIVM en GGD en recente uitspraken van de Raad van State, dat met naleving van de

factor van belang is voor de hinderbeleving. Er is geen aparte beoordeling nodig boven op de bescherming die de zogenoemde A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL. (2013). Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines stralen, net als de meeste geluidbronnen, ook laagfrequent geluid uit. Infrasone (IS) en laagfrequente (LF) trillingen worden vooral voortgebracht door compressie van lucht tussen de wieken en de mast. Die trillingen gaan via de mast en het betonnen fundament tot kilometers door de bodem. Hogere masten en langere wieken veroorzaken meer en lagere geluidstrillingen. ILFN is geluid/lawaai in de infrasone frequenties (20Hz) en lage frequenties (<125 Hz) worden vaak samen omschreven als ïnfrasound and low frequency noise” ILFN. ILFN verplaatst zich sneller door de bodem dan door de lucht en kan zich tientallen kilometers verspreiden, afhankelijk van grondsoort en bodemopbouw.

Natuurlijke IS trillingen ontstaan onder andere door donderslagen, aardbevingen en tsunami's. Mensen wekken IS en LF op met dieselmotoren, ventalatiesystemen, windturbines en luchtstromen tussen gebouwen.

geluidsnormering ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake is van een aanvaardbare situatie. Op grond van ervaringen op land blijkt dat fundaties van windturbines geen hinderlijke trillingen doorgeven aan de ondergrond en de omgeving. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft in een brief het volgende laten weten (2013): "de bewering in enkele literatuurbronnen dat ook overdracht door de grond plaats vindt is ongegrond, hetgeen blijkt uit nauwkeurige metingen van trillingsniveaus in de bodem rondom windturbines". Zie ook p. 72 van de ruimtelijke onderbouwing. Zie paragraaf 2.7.2 van het algemene deel voor een nadere toelichting over laagfrequent geluid en paragraaf 2.8 over gezondheid.

Het is belangrijk onderscheid te maken tussen (a) bewust waarnemen van ILFN (perceptie) en (b) het somatische effect van ILFN op het lichaam. Ook niet-waargenomen stimuli beïnvloeden lichaam en gedrag. Infrasoon geluid, letterlijk 'beneden het gehoor', mits met voldoende intensiteit aangeboden wekt dit geluid toch sensaties op die deels worden gehoord, deels gevoeld, zonder dat te kunnen onderscheiden. We weten dat IS en LF subliminaal binnenoorstructuren kunnen stimuleren. Het is onzeker hoe en waar precies de excitatie plaatsvindt, en vervolgens hoe na excitatie de signalen hun weg vinden naar auditieve of non-auditieve centra in het CZS. Er zijn geen normen voor laag frequent geluid (20-125Hz) en infrasone trillingen (20-125 Hz) en infrasone trillingen (<20 Hz) die afkomstig zijn van windturbines. Wereldwijd is nog onvoldoende onderzocht of, hoe en in welke mate al dan niet waarneembare infrasone trillingen hinder en gezondheidsklachten kunnen veroorzaken. (bron Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5999)

12,2 3

“Bent u het met ons en dr.ir. Jan A.P.M. de Laat, klinisch-fysicus - audioloog, LUMC en prof.dr. Louw Feenstra, emeritus hoogleraar KNO, Erasmus Universitair MC en alle auteurs van Ned Tijdschr Geneeskd. 2021:165:05999 eens dat alles overziend de conclusie zou moeten zijn: beter voorkomen dan genezen, op 'n verantwoorde en te handhaven wijze, zoals inmiddels gebeurt in Beieren. Duitsland, en binnenkort mogelijk ook in Denemarken, Canada, Nieuw-Zeeland, Australië: indien op land geplaatste windturbines (nog) noodzakelijk zijn, plaats de turbines dan op een zodanige afstand van de rand van de bebouwde kom, namelijk 10 x de masthoogte. Dat het geluid en de trillingen van de turbines de nachtrust niet verstoren. Zo nee waarom niet?” Internationaal wetenschappelijk onderzoek laat zien dat langdurige blootstelling aan het al dan niet hoorbare laagfrequente geluid (5-100 Hz) van windturbines nadelige gezondheidseffecten met zich mee kan brengen. Bij windturbines die niet hoger waren dan 110 meter (tip-hoogte) met 'n vermogen onder 1 MW, werden nog maar weinig klachten gehoord, behalve heel dicht bij de turbine. Hierover werd in de afgelopen Jaren door het RIVM gerapporteerd. In Nederland gaat het sinds kort om windturbines, op land geplaatst, met 'n tiphoogte van 145-188 meter en 'n vermogen van 3-7 MW. (- In in het Windproject Brielse brug over nog hogere windturbines!-).

Diverse onderzoeken wijzen uit dat het aandeel laagfrequent geluid niet onevenredig groot is bij windturbines en dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat laagfrequent geluid effect heeft op gezondheid of tot additionele hinder leidt ten opzichte van hetgeen al beoordeeld is bij normen voor geluid. Voor een nadere toelichting zie paragraaf 2.8.4 van het algemene deel. De aanwezigheid van laagfrequent geluid alleen leidt bovendien niet tot een overschrijding van de geluidsnormen. De geluidsnormen gelden voor alle spectra van geluid, waaronder laagfrequent geluid. De mogelijke aanwezigheid van laagfrequent geluid wordt in voldoende mate verdisconteerd in de geluidsnormen. Daarnaast is er geen aanleiding voor om aan te nemen dat met het toenemen van het vermogen en omvang van windturbines een andere mate van hinder zou optreden bij dezelfde geluidniveaus. De relatie uit TNO onderzoek (2008) kan dan ook nog steeds als basis worden gehanteerd. Dit is tevens bevestigd in de uitspraak van de Raad van State ten aanzien van windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding in 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1433). Zie voor een nadere toelichting paragraaf 2.7.1 van het algemene deel. Voor een nadere toelichting op de betrouwbaarheid van de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de onderbouwing van gezondheidseffecten verwijzen wij u naar paragraaf 2.8.6 van het algemene deel.

Voorlopige conclusie: het risico op het regelmatig voorkomen van "ziekteverschijnselen" zoals tinnitus, duizeligheid, misselijkheid, abnormaal hoge bloeddruk wordt over het algemeen laag ingeschat. Daarentegen is er wel degelijk sprake van (te) hoog risico op het zich voordoen van slapeloosheid, concentratieverlies, druk op de oren c.q. het hoofd, hoofdpijn, spanningen (stress), soms lijkend op zeeziekte. Dit laatste hangt vaak samen met de stroom van klachten die bewoners van huizen in de nabije omgeving van zo'n windmolenpark (zullen) melden als niet voldaan wordt aan verschillende criteria t.a.v. de locatie van de windturbines. De WHO heeft "guidelines" geformuleerd. In die "guidelines" is er sprake van 'n bufferzone rondom de windturbines, waarbinnen geen woningen (c.q. woonkernen) mogen voorkomen om ervoor te zorgen dat het risico op gezondheidsklachten zo laag mogelijk is. Deze "guidelines" zijn en worden door sommige landen in regelgeving opgenomen die Strenger is dan de regels die gelden voor geluid afkomstig van verkeerslawaai. Bijvoorbeeld in Beieren, Duitsland: het gemiddelde geluidsniveau, buitenshuis gemeten, mag buiten de bufferzone niet boven 35 dB(A) uitkomen, om ervoor te zorgen dat bewoners 's nachts zonder problemen met open ramen kunnen slapen.

Voor hoge krachtige windturbines geldt 'n veilige bufferzone met 'n straal van 10 x de ashoogte van de molen, d.w.z. voor turbines met 'n ashoogte van 150 meter heeft die bufferzone 'n straal van 1500 meter rondom elke windturbine, (bron https://mtintegraal.nl/artikelen/1169/hinderliik-geluid-van-windturbines In Beantwoording Kamervragen over verbijstering van politici! over totstandkoming van Windpark Spui in Piershil/Nieuw-Beijerland zegt oud-Minister Wiebes het volgende over harde minimale afstandsnormen voor windmolens in Nederland: "In de huidige regelgeving (nu opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer, na inwerkingtreding van de Omgevingswet in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving) wordt de minimale afstand bepaald door de maximaal toelaatbare geluidbelasting, de slagschaduw of het plaatsgebonden risico bij een woning. Dit geeft een betrouwbaarder indicatie van de effecten dan een harde minimale afstandsnorm, welke op grond van beschikbare studies op dit moment niet is vast te stellen." (Deze studies zijn inmiddels wel beschikbaar). Belangrijk om te vermelden is dat Mroczek et al. al in 2015 meldde dat de laagste algehele kwaliteit van leven en algemene gezondheid scores werden gevonden onder bewoners van plaatsen waar zich windparken in de planning ontwikkelings- of aanbouwfase bevonden.

Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat degene die in de buurt van een windturbine, die zich in de planningsfase of in aanbouw bevonden, geïrriteerd zouden zijn geraakt door de onzekere windturbine-projecten en daardoor negatieve gezondheidsproblemen hebben gerapporteerd. (bron Bron Asli Ata Teneler & Hur Hassoy (2023) Health effects of wind turbines: a review of the literature between 2010-2020, International Journal of Environmental Health Research, 33:2,143-157, DOI: 10.1080/09603123.2021,2010671). Reclamant stelt de volgende vraag: “ Kunt u ons uitleggen wie deze volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen? En bent u net als wii van mening dat hier sprake is van kiezersbedrog? Zo nee waarom niet?” – 12,2 4

Het plaatsten van windmolens was voor de meeste partijen binnen de gemeente Voorne aan Zee een verkiezingsthema. Inwoners hebben soms gestemd op partijen of volksvertegenwoordigers die pertinent tegen de plaatsing waren. Tijdens de recente stemming in de raadvergadering bleek in sommige gevallen een nogal verrassende uitkomst; plots waren er geen bedenkingen bij een aantal aanwezigen.

De afspraken voor windturbines in de Ondernemingspolder zijn gemaakt door de voormalige gemeente Brielle. De nieuwe raad van Voorne aan Zee kan als rechtsopvolger van de voormalige gemeente Brielle niet voorbij gaan aan afspraken die gemaakt zijn onder de vorige gemeente.

12,2 5

Kunt u ons tevens uitleggen waarom binnen bepaalde partijen binnen de gemeenteraad ongelijk gestemd wordt? Waarom wordt de fractie discipline niet aangehouden? Op basis van wat wordt er dan gestemd als er afgeweken wordt van het partij programma? Wat is belangrijker het partijbelang of het belang van de volksvertegenwoordigers zelf? En bent u net als wij van mening dat die volksvertegenwoordigers eigenlijk de benaming van volk niet waardig zijn? Zo nee waarom niet?

Een zienswijze is een formele reactie op een plan. In dit geval kunt u uw mening geven op het plan om windturbines te ontwikkelen in de Ondernemingspolder en de bijbehorende ontwerpbesluiten. Het is aan de raad om te besluiten hoe zij stemmen over het onderwerp dat voorligt.

12,2 6

Tevens zijn wij van mening dat bij belangrijke beslissingen binnen de raad, de gehele raad aanwezig zou moeten zijn. Het besluit genomen tijdens de raadsvergadering van 8 januari jl. miste 23% van de stemmen. Zou u de mogelijkheid om bij belangrijke onderwerpen de gehele raad te laten stemmen al dan niet met machtiging kunnen onderzoeken? Als burgers is dit ook het geval bij landelijke en regionale verkiezingen. Zo nee waarom niet?

Volgens de gemeentewet (artikel 20 en 29) moet er bij een besluit minimaal de helft van de raadsleden plus één aanwezig zijn. Voor de gemeente Voorne aan Zee betekent dit dat er minimaal 18 raadsleden aanwezig zijn. Bij het besluit over de windmolens op 8 januari waren er voldoende raadsleden aanwezig. Raadsleden mogen bij afwezigheid geen andere personen machtigen om voor hen te stemmen.

“Hoe serieus is jullie visie van een beter milieu, als het op kleine schaal en bij zo iets simpels niet lukt? Het vertrouwen in een gemeente die een beter milieu promoot wordt zo enorm geschaad. Kunt u ons uitleggen waarom er niet eerst binnen de gemeente Voorne aan Zee naar kleine en makkelijk op te lossen zaken worden gekeken, alvorens naar dit soort grootschalige projecten over te stappen? “ – 12,2 7

12,2 8

13,0 1

13,0 2

Bij het bijwonen van de raadsvergadering van 8 januari vond ondergetekende P.A.C. Specht het zeer opvallend dat bezoekers nog uit plastic bekertjes konden drinken. Als gemeente zijn jullie in overtreding want vanaf 1 januari 2024 mag u bij eten en drinken ter plaatse ook geen plastic wegwerpbekers, -bestek en -bakjes meer aanbieden. (bron: https://ondernemersplein.kvk.nl/wegwerpplastic-een-overzicht-van-deregels/? gclid=CjOKCQiAzoeuBhDqARIsAI\/ldH14EG9wljjeZeMUc9tlGptDj kkInpiSulwShOHpUZfYnrqRbF nw2Qp4aAvT7EALw wcB). Reclamant stelt het volgende: "Anders dan bij nieuwe medicijnen of voedingsmiddelen worden nieuwe technologieën dikwijls geïntroduceerd zonder dat de veiligheid is bewezen". Wij delen deze menig van wind wiki. Ondergetekende ing. P.A.C. Specht heeft al ruim 20 jaar ervaring binnen het medisch onderzoek verbonden aan het Erasmus medisch Centrum als research- analist. Bij de opzet van medische studies wordt getoetst of de opzet van de beoogde studie binnen wettelijke kaders valt door onafhankelijke (!) commissies. Zoals de Medisch Ethische Toetsings Commissie (METC), een wettelijk erkende commissie die medisch-wetenschappelijk onderzoek met proefpersonen beoordeelt. Of de Centrale Commissie Dierproeven (CCD), het centrale orgaan dat in Nederland als enige bevoegd is om vergunningen voor dierproeven te verlenen. Bij publicatie in een medische tijdschrift wordt o.a.

zeer veel waarde gehecht aan de "conflicts of interests". Waarin eventuele belangenverstrengelingen worden omschreven. Ook worden voor publicatie de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek getoetst door onafhankelijke reviewers. Ervaar het dan ook als zeer schokkend dat binnen de totstandkoming van dit project niet onafhankelijk getoetst wordt, niet duidelijk is welke feiten op aannames berusten, de bronnen die gebruikt worden niet actueel zijn, of niet toepasbaar zijn voor dit windproject. Opvallend te noemen is dat de rapportages van Pondera zijn opgesteld door adviseurs, die ingewikkelde gezondheidsaspecten toetsen zonder daarbij advies in te winnen bij medisch specialisten, of wij moeten dit over het hoofd hebben gezien? Waarbij ook nog eens sprake is van belangenverstrengeling! Dit doet ons sterk denken aan een oude, bekende reclame uitspatting "Wij van WC-eend, adviseren WC-eend". Het huidige plan voor de plaatsing van windturbines is gebaseerd op verouderde normen die niet meer overeenkomen met de huidige inzichten en ontwikkelingen. Recent is er een Ontwerpbesluit Leefomgeving Windturbines gepresenteerd, wat nieuwe en aangescherpte normen bevat voor de plaatsing van windturbines.

Het is essentieel dat de gemeente dit ontwerpbesluit in overweging neemt om ervoor te zorgen dat de nieuwe windturbines voldoen aan de meest actuele eisen voor een gezonde en veilige leefomgeving.

Dit is niet relevant voor de beoordeling van de aanvraag.

In het Ontwerpbesluit Leefomgeving Windturbines zijn de geluidsnormen van 45 Lden en 39 Lnight, alsook een vereiste minimale afstand van woningen tot windturbines, vastgesteld op tweemaal de

Voor het windproject Brielse Brug zijn de normen uit het Activiteitenbesluit van toepassing. Hier wordt aan voldaan. Zie hiervoor paragraaf 2.6 van het algemene deel.

De vergunningaanvraag is voor advies doorgestuurd naar onder andere de GGD en de DCMR. De DCMR toetst de vergunning op de geldende wet- en regelgeving. Ook de GGD heeft naar de vergunning gekeken en heeft hierop een advies gegeven. De volledige vergunningprocedure wordt volgens gebruikelijke, wettelijk vastgelegde en juridisch geaccepteerde wijze doorlopen.

Op windproject Brielse Brug zijn de normen uit het Activiteiten- besluit en regeling van toepassing. Zie hiervoor ook paragraaf 2.6 van het algemene deel.

13,0 3

tiphoogte, voorgeschreven. Nu constateer ik een belangrijke omissie in het recent ter inzage gelegde ontwerpbesluit voor het Windproject Brielse Brug. Ondanks de lovenswaardige aanpassing van de hoogte van de geplande turbines om te voldoen aan de afstandsvoorschriften, merk ik op dat de daarbij behorende lagere geluidsnormen niet zijn opgenomen in het huidige ontwerp. Deze discrepantie baart reclamant, als betrokken en geïnformeerde burger, ernstige zorgen. Het waarborgen van strikte naleving van de geluidsnormen is immers essentieel voor het beschermen van onze gezondheid. Bovendien maakt reclamant zich ernstige zorgen over de moeilijk te handhaven gemiddelde jaarnormen voor geluid, die niet altijd de daadwerkelijke overlast weerspiegelen, vooral tijdens de nacht. Deze normen kunnen leiden tot situaties waarin de geluidsbelasting aanzienlijk hoger is dan wat als acceptabel wordt beschouwd, zonder dat er effectieve handhavingsmaatregelen worden genomen. Dit draagt verder bij aan mijn bezorgdheid over slaapverstoring en gezondheidsproblemen, aangezien consistente en adequate slaap essentieel is voor de menselijke gezondheid. Het is cruciaal dat er strengere regelgeving en duidelijkere handhavingsprotocollen worden geïmplementeerd om de gezondheid en het welzijn van omwonenden te beschermen.

De DCMR Milieudienst Rijnmond heeft in haar zienswijze op het ontwerpbesluit Leefomgeving Windturbines aangegeven dat de jaargemiddelde normering voor geluid, zoals voorgesteld, problematisch is voor de handhaafbaarheid, uitlegbaarheid, en bescherming in niet-normale omstandigheden. De DCMR stelt voor om aanvullende LAeq-metingen mogelijk te maken, die beter aansluiten bij de feitelijke situatie van geluidsoverlast zoals ervaren door omwonenden. Dit ondersteunt de noodzaak voor een flexibeler en meer realistische benadering van geluidsnormen die de impact van windturbines op de lokale gemeenschap minimaliseren. Reclamant verwacht dat realisatie van de windmolens negatieve gevolgen heeft voor de waarde van de woning.

13,0 4

13,0 5

Reclamant haalt ook een onderzoek aan: Recent onderzoek door Dröes en Koster, geactualiseerd in een rapport in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, toont aan dat de plaatsing van windturbines een aanzienlijke impact kan hebben op de woningwaarden in de nabije omgeving. Uit dit onderzoek blijkt dat vooral hoge windturbines (boven de 150 meter) leiden tot een gemiddelde waardedaling van rond de 5% binnen een straal van 2 km. Deze bevindingen onderstrepen het belang van een zorgvuldige afweging van de locatie van windturbines om negatieve financiële effecten voor omwonenden te minimaliseren. Het is daarom van groot belang dat de gemeente Voorne aan Zee rekening houdt met deze gegevens bij het overwegen van de omgevingsvergunning voor windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder. Gezien de onderbouwde zorgen over de impact van windturbines op woningwaarden, zoals ondersteund door het onderzoek van Dröes en Koster, adviseer ik de invoering van een rechtvaardig compensatiemechanisme voor bewoners die een waardedaling van hun eigendom ervaren als gevolg van de nabijheid van windturbines. Een dergelijk mechanisme kan bestaan uit directe compensatie. De voorgenomen locatie van de windturbines bevindt zich in de directe omgeving van zowel een zorgboerderij als een basisschool.

Deze instellingen vertegenwoordigen kwetsbare groepen binnen onze gemeenschap, en het is cruciaal dat hun welzijn voorop staat in de besluitvorming. De potentiële impact van geluidshinder, slagschaduw, en visuele verstoring op deze gevoelige locaties vereist grondige evaluatie en mitigatiemaatregelen.

Op het project Brielse Brug is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. Op grond van dat kader is het niet mogelijk om aanvullende voorschriften in andere waarden dan jaargemiddeld (Lden of Lnight) op te nemen.

Zie hiervoor de toelichting in paragraaf 2.10 van het algemene deel.

Voor een nadere toelichting op het effect van windturbines op specifieke doelgroepen verwijzen wij u naar paragraaf 2.8.2 van het algemene deel.

13,0 6

13,0 7

Reclamant verzoekt de gemeente nadrukkelijk om alternatieve locaties voor de windturbines te overwegen, waarbij een veilige afstand van ten minste vier keer de tiphoogte van de windturbine tot woonwijken en gevoelige locaties gewaarborgd kan worden, zoals aanbevolen in internationale richtlijnen. Deze benadering zal niet alleen de gezondheids- en welzijnsrisico's voor de omwonenden verminderen maar zal ook bijdragen aan een meer harmonieuze integratie van duurzame energieprojecten in onze gemeenschap.

Reclamant doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de gekozen vertegenwoordigers om de belangen en het welzijn van alle inwoners van Voorne aan Zee te beschermen. Door zorgvuldig alternatieve locaties te overwegen en rekening te houden met de nieuwste normen en richtlijnen, kunnen zij ervoor zorgen dat de overgang naar duurzame energie op een verantwoorde en respectvolle manier plaatsvindt.

Reclamanten maken zich grote zorgen omdat intussen veel bekend is over de klachten die windmolens kunnen veroorzaken, en wat deze klachten zullen betekenen voor onze (kwetsbare) medebewoners, onze kinderen en onszelf. 14,0 1

15,0 1

15,0 2

Leven met de wetenschap dat onze kinderen heel dicht bij deze molens opgroeien en moeten dealen met alles wat deze teweeg kunnen brengen, en zich hier niet tegen kunnen wapenen. Aan wie wij nooit zullen kunnen uitleggen waarom ooit voor deze plaatsing gekozen is met de bestaande wetenschap wat windmolens van deze grootte aan gaan richten, terwijl er alternatieven zijn. Aan wie wij moeten vertellen dat het heel jammer maar helaas is dat ze slecht slapen, concentratiestoornissen en korte lontjes hebben zodat ze slechter leren waardoor een maatschappelijke achterstand als gevolg ontstaat. Reclamanten willen inzicht hoe de geluidsgrens waarden gerealiseerd en gegarandeerd worden (rapport 8 juli 2022 en aanvullende memo 22 nov 2023) met als verzoek om gebreken volgens beoordeling en conclusie pagina 7 in Rapport Peutz (zie bijlage) ter harte te nemen

Reclamanten stellen voor om de windmolens verder weg te plaatsen van huizen, dorps- en stadskernen. Ook het benodigde geld te steken in een kerncentrale.

Er ligt een opgave om het energiesysteem duurzaam te maken, hiervoor zijn onder meer windturbines nodig. Jaren geleden zijn hierover al afspraken gemaakt met de provincie. Windturbines kunnen niet zomaar overal worden geplaatst. In 2017 heeft de Provincie een aantal locaties op Voorne-Putten aangewezen als onderzoek locatie voor de realisatie van windenergie. Eén van die locaties is de Ondernemingspolder in Brielle. Er moet rekening worden gehouden met wet- en regelgeving, veiligheidseisen, ruimtelijke inpassing en kosteneffectiviteit. Door de gemeenten op Voorne-Putten is er bewust voor gekozen om de windmolens zoveel mogelijk te plaatsen bij de grote groenstructuren in de nabijheid van de industriële activiteiten van het havengebied zodat het open middengebied van VoornePutten opengehouden kan worden. De provincie heeft in de VRM deze locatie opgenomen als zoekgebied en de gemeente is een overeenkomst aangegaan met de provincie en de initiatiefnemers. De bestuursovereenkomst met de provincie Zuid-Holland bevat een inspanningsverplichting om windturbines in de Ondernemingspolder te realiseren. Dit houdt in dat de gemeente de verplichting heeft om zich tot het uiterste in te spannen om een planologisch besluit te nemenom de realisatie van windturbines in de Nieuwe Ondernemingspolder voor eind 2025 mogelijk te maken. De gemeente Voorne aan Zee is gebonden aan deze afspraak.

Als er gekeken moet worden naar een andere locatie kan deze termijn nooit worden gehaald. De windturbines in de Ondernemingspolder voldoen aan de geldende regelgeving. Er is op dit project geen afstandsnorm van toepassing, maar er wordt voldaan aan de voorgenomen norm van 2x de tiphoogte zoals omschreven in het ontwerp windturbines Leefomgeving. In de ruimtelijke onderbouwing, als onderdeel van de omgevingsvergunning, is in paragraaf 5.5 het effect van windturbines op gezondheid in beeld gebracht op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten. Het aspect gezondheid maakt daarnaast ook impliciet deel uit van de onderzoeken naar de aspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid, aangezien de normen die zijn opgesteld voor díe aspecten het doel hebben om mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder. Bij het vaststellen van die normen speelden gezondheidsaspecten een rol. Wetenschappelijke studies laten zien dat er geen significante relatie is gevonden tussen gezondheidseffecten en windturbines. Wel kunnen windturbines hinder (geluid, zicht, gevoel en onrechtvaardigheid) veroorzaken. Windturbines kunnen dus bij individuen wel tot het ervaren van hinder leiden en daardoor indirect tot gezondheidseffecten. Er is echter geen rechtstreeks verband tussen windturbines en gezondheidseffecten aangetoond.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.8 van het algemene deel. Voor een nadere toelichting op het effect van windturbines op specifieke doelgroepen verwijzen wij u naar paragraaf 2.8.2 en 2.8.3 van het algemene deel. Voor een reactie op het rapport van Peutz wordt verwezen naar paragraaf 2.7.3 van het algemene deel. Op 8 juli 2022 is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten van twee windturbines in de Ondernemingspolder. Vanwege de aanvraag om omgevingsvergunning is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld en is onderzoek verricht naar alle ruimtelijk relevante aspecten op het gebied van milieu, water, natuur, slagschaduw, archeologie, landschap, gezondheid, verkeersveiligheid en beleid. De ruimtelijke onderbouwing en de onderzoeken zijn getoetst aan het van toepassing zijnde ruimtelijke beleid en aan relevante wet- en regelgeving. Uit deze toetsing volgt dat in het gebied rondom de projectlocatie een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd en dat het te realiseren Windproject Brielse Brug voldoet aan de goede ruimtelijke ordening . De locatie in de Ondernemingspolder is aangewezen door de provincie en opgenomen in de VRM (visie ruimte en milieu), en zijn er afspraken gemaakt met de initiatiefnemers. De windmolens bij de Ondernemingspolder voldoen ook aan de wettelijke eisen.

Voor zover reclamanten er op doelen dat de gemeente geld moet steken in kernenergie wordt deze opmerking voor kennisgeving aangenomen.

15,0 3

Het ontwerpplan leidt tot: mogelijke nadelige effecten voor mens en omgeving, onderzoek op vele vlakken zijn nog gaande.

Na een rit door de Botlek rijd je na de Harmsenbrug een prachtig polderlandschap in en zie je in de verte de prachtige historische Catharijnekerk. Dit prachtige beeld gaat ontsierd worden door twee megagrote windturbines die 4 x zo groot zijn als de Catharijne-kerk, de blikvanger van Brielle. 16,0 1

Brielle is een historische stad met veel bekendheid en een belangrijke toeristische trekpleister. Het oude stadsgezicht wordt al tamelijk ontsierd door kleinere turbines in de omgeving. De plaatsing van twee turbines die ruim vier keer zo hoog zijn als onze prachtige historische Catharijnekerk is een ernstige vergissing. De kerk zie je nu vanuit vele hoeken als een oriëntatiepunt in een mooi perspectief. Als inwoner van een Brielse buitenwijk geniet ik van de omgeving en haar weidsheid.

16,0 2

De locatie van deze geplande turbines is slecht gekozen en wijst uiteindelijk naar twee ondernemers, die er heel veel economisch voordeel uit kunnen en willen halen. Het gaat dus alleen om geld. De onbetrouwbare overheid, i.c. B&W van Brielle, heeft dit toegestaan en buiten de gemeenteraad besloten. Niet bepaald een voorbeeld van behoorlijk bestuur.

16,0 3

Aan de vele nadelen wordt simpelweg voorbijgegaan. Met de kwaliteit van flora en fauna, zoals vogels, wordt geen rekening gehouden. Laat staan aan de kwaliteit van leven van de omwonenden. Volgens de beschikbare informatie woont reclamant ook binnen het gebied dat zeker hinder gaat ondervinden, zoals geluidsoverlast. Van een irritant laag zoomgeluid krijgt reclamant als iemand met tinnitus en een gehoorafwijking zeker last. Verder ben ik huiverig voor mogelijke stressstoornissen, slaapproblemen en prikkels die binnenkomen die de kwaliteit van mijn leven kunnen beïnvloeden.

De effecten op voor mens en omgeving zijn zoveel als mogelijk meegenomen in de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de omgevingsvergunning. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zie voor de beantwoording de beantwoording op zienswijzen 1 en 22. Een goede landschappelijke inpassing is een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder. In hoofdstuk 6 van bijlage 4 (landschappelijke beoordeling) van de ruimtelijke onderbouwing wordt een eerste aanzet gegeven voor een integraal ontwerp van het Windpark in samenhang met de landschappelijke structuur van de Ondernemingspolder. Hiermee wordt geborgd dat het Windpark op een passende manier in het landschap verwerkt wordt. De landschappelijke inpassing is hiermee aanvaardbaar. Daarmee is ook geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de ruimtelijke inpassing en blijft een goede ruimtelijke ordening geborgd. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988. Verder zijn historische landgoederen in Zuid-Holland zijn van grote betekenis voor de omgeving. Ze vormen met hun groene en statige karakter rustruimten in het stedelijk gebied.

Om er voor te zorgen dat dit unieke culturele erfgoed niet verloren gaat, heeft de provincie een zogeheten ‘landgoedbiotoop‘ ingesteld. Deze landgoedbiotoop bestaat uit de kern van het landgoed (huis met tuin en/of park) met hier omheen en bufferzone, het zogenaamde blikveld. Ook waardevolle elementen (zoals zichtlijnen, panorama's, weg of waterloop waaraan het landgoed ligt) kunnen deel uitmaken van de landgoedbiotoop. De twee windturbines van Windproject Brielse Brug staan niet in een landgoedbiotoop. De gemeenteraad van Brielle is vanaf het eerste moment betrokken bij de ontwikkelingen van de windturbines en er zijn diverse sessies georganiseerd. Zo is de haalbaarheidsvisie en de Leidraad windenergie waarin harde en zachte randvoorwaarden zijn opgenomen waaraan een windproject in de Ondernemingspolder aan moet voldoen is vastgesteld door de gemeenteraad. Teven is de bestuursovereenkomst met de provincie is voorgelegd aan de gemeenteraad. Het besluit om al dan niet een ontwerpverklaring van geen bedenkingen en definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven is een bevoegdheid van de raad. Er niet beslist buiten de gemeenteraad om. Ieder bestuursorgaan heeft zijn eigen bevoegdheden. Voor zover reclamant doelt op participatie wordt opgemerkt dat voor deze ontwikkeling is onderscheid gemaakt tussen procesparticipatie en financiële participatie.

Bij procesparticipatie gaat het om het proces van inspraak en communicatie rond om de realisatie van het windproject. Bij financiële participatie gaat het specifiek om de mogelijkheden voor de omgeving (bewoners en bedrijven) om ‘financieel mee te doen’ in het windproject. In paragraaf 2.2. van de algemene beantwoording van deze nota is dit verder toegelicht.

Een permanente bromtoon hoort niet bij het normale geluidspectrum van windturbines. Mocht een dergelijke toon zich voordoen, als gevolg van de windturbines, dan dient in het kader van handhaving beschouwd te worden of er sprake is van een defect aan de windturbine en dient dit opgelost te worden. Voor een nadere toelichting over bromtoon, dan wel laagfrequent geluid, in het algemeen wordt verwezen naar paragraaf 2.8.4 van het algemene deel.

16,0 4

Deze twee ondernemers verdienen met de plaatsing een vermogen; men spreekt van miljoenen. Die inkomsten lijken belangrijker dan de gezondheid van naburige bewoners, zoals de zorgboerderij Landgoed die behoorlijk dichtbij één van de turbines is gevestigd met ca. 15 bewoners die geprikkeld worden en epileptische aanvallen kunnen krijgen.

De Ondernemingspolder is sinds 2014 aangewezen door de provincie om windenergie op te wekken. In 2018 heeft de gemeente Brielle een bestuursovereenkomst gesloten met de provincie Zuid-Holland om zelf de opgave voor windenergie in de Ondernemingspolder te realiseren. In de ruimtelijke onderbouwing is de totstandkoming van dit project nader toegelicht. Met dit project wordt de opgave voor windenergie in de Ondernemingspolder ingevuld. De twee ondernemers hebben juist omwille van de omgeving het heft in eigen handen genomen. Op deze manier hebben de initiatiefnemers zelf invloed op het proces en niet een projectontwikkelaar van buitenaf. Een lokaal initiatief werd door de gemeente als positief ervaren. Dit heeft tot gevolg dat de initiatiefnemers zelf het windpark ontwikkelen, geld investeren in het project en daarmee risicodragend zijn. Het verwachte rendement op het eigen ingelegde vermogen is circa 4 tot 6 procent. Voor het project dient er, zoals gebruikelijk voor windprojecten op land, voor het overige deel vreemd vermogen te worden aangetrokken. De initiatiefnemers hechten overigens waarde aan de mogelijkheden om de lokale gemeenschap financieel te laten participeren in het project. Bij financiële participatie gaat het specifiek om de mogelijkheden voor de omgeving (bewoners en bedrijven) om ‘financieel mee te doen’ in het windproject. In paragraaf 2.2.

van de algemene beantwoording van deze nota is dit verder toegelicht. Voor vragen over effecten op de Zorgboerderij Land-Goed wordt verwezen naar de reacties op de zienswijzen van de zorgboerderij met ID nummer 57.

16,0 5

De berekeningen van Peutz, ingeschakeld door de bezwaarmakers hebben andere uitkomsten dan die van het bureau van de initiatiefnemers heren Rodenburg en Dabagian. Er wordt totaal geen rekening gehouden met de nadelen, zoals het leefklimaat, de fabricagekosten, de milieuonvriendelijke beschermingsmiddelen van de turbines en het lawaai dat ze produceren. Bovendien zijn het enorme horizonvervuilers.

17,0 1

Pro forma

Reclamant constateert dat de turbine ten oosten van de N57 op korte afstand van een reserveringsgebied van buisleidingen van nationaal belang is geprojecteerd. Op grond van artikel 5.136 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn reserveringsgebieden voor buisleidingen van nationaal belang, zie figuur 1. 18,0 1

19,0 1

Verder stelt artikel 5.128 Bkl dat het omgevingsplan geen activiteiten toelaat die een belemmering kunnen vormen voorde aanleg van een buisleiding van nationaal belang. Alhoewel in paragraaf 5.4 van de ruimtelijke onderbouwing de effecten ten aanzien van externe veiligheid en de reeds aanwezige (buis)leidingen worden beschreven missen wij een effectbeoordeling van de turbines op het reserveringsgebied. Te meer omdat inmiddels verschillende initiatieven zijn gebundeld om te komen tot de aanleg van de Delta Rhine Corridor, welke is voorzien in het reserveringsgebied. Wij verzoeken u de onderbouwing op dit punt aan te vullen.

Gezondheidsrisico's: Het lage bromgeluid dat gepaard gaat met windmolens kan een ernstige negatieve impact hebben op de gezondheid van onze familie en andere bewoners in de buurt. Dit kan leiden tot slaapstoornissen, stress, en andere gezondheidsproblemen die onvermijdelijk de kwaliteit van ons leven zullen aantasten.

Door Peutz is onderzocht of de vergunning verleend kan worden gezien de consequenties voor het geluidaspect. Peutz heeft in haar rapport geen berekeningen uitgevoerd, waardoor niet gesteld kan worden dat sprake is van een andere uitkomst. Voor een reactie op het rapport van Peutz wordt verwezen naar paragraaf 2.7.3 van het algemene deel. Reclamant is in de gelegenheid gesteld om de zienswijze van gronden te voorzien. Hiervan is geen gebruik gemaakt. De buisleiding van Rotterdam-Antwerpen (Pijpleiding) ligt op het grensgebied van de buisleidingenstrook is (of er zelfs net buiten ligt). De andere buisleidingen vallen in buisleidingenstrook. De buisleidingenstrook ligt buiten de maximale effectafstanden van de faalscenario’s bladworp bij nominaal overtoeren, gondelfalen en mastfalen. De buisleidingenstrook valt enkel in het gebied waar het faalscenario ‘bladworp overtoeren’ kan optreden. De trefkans voor dit scenario is zeer laag, en in dezelfde orde grootte van de trefkansen gegeven in tabel 5.12 van de ruimtelijke onderbouwing. Het beleid van Gasunie stelt dat de grootste waarde van ofwel de bladworpafstand van een nominaal toerental afgebroken rotorblad ofwel de afstand gelijk aan de ashoogte + 1/6 rotordiameter als voldoende veilige afstand. De windturbines van Windproject Brielse Brug voldoen aan deze toets afstanden.

Overleg heeft plaatsgevonden met de Rotterdam-Antwerpen Pijpleidingmaatschappij en Rotterdam-Rijn Pijpleiding Maatschappij. Beide partijen (respectievelijk 29 september 2022 en 21 oktober 2022) hebben aangegeven akkoord te zijn met de positionering van windproject Brielse Brug en de berekende trefkansen. Gezien bovenstaande concluderen wij dat er geen sprake is van een extra risico voor toekomstige ontwikkelingen in het reserveringsgebied voor buisleidingen. Een permanente bromtoon hoort niet bij het normale geluidspectrum van windturbines. Mocht een dergelijke toon zich voordoen, als gevolg van de windturbines, dan dient in het kader van handhaving beschouwd te worden of er sprake is van een defect aan de windturbine en dient dit opgelost te worden. Voor een nadere toelichting over bromtoon, dan wel laagfrequent geluid, in het algemeen wordt verwezen naar paragraaf 2.8.4 van het algemene deel.

19,0 2

Reclamant verwacht dat realisatie van de windmolens negatieve gevolgen heeft voor de waarde van de woning.

Indien omwonenden menen dat er sprake is van waardevermindering van hun woning als gevolg van ruimtelijke wijzigingen in de omgeving, zoals het plaatsen van de windmolens, dan kunnen zij een beroep doen op planschadevergoeding. Planschade ziet op schade in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak ten gevolge van een planologische wijziging. De juridische grondslag voor planschade is artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 2.10 van het algemene deel

19,0 3

19,0 4

Reclamant is bang dat de windturbines de historische charme van de omgeving aantasten. Brielle staat bekend om zijn historische charme en architecturale erfgoed. Reclamant geeft aan dat de plaatsing van de mega windturbines in de nabijheid van een historische stad als Brielle afbreuk zou doen aan de unieke esthetiek en sfeer van de omgeving, wat een onschatbaar cultureel verlies zou betekenen.

Reclamant geeft aan dat windturbines een visuele verstoring zijn en esthetische lelijk zijn. Daarbij wordt er aangegeven dat een windmolen direct achter de woonwijk een permanente visuele verstoring vormt en afbreuk doet aan het landschap. Reclamant geeft aan dat de esthetische lelijkheid van dergelijke constructies niet te onderschatten is en zal een constante bron van ergernis zal zijn voor alle bewoners in de buurt.

Het meest nabijgelegen beschermde stads- en dorps is het omwalde deel van de stad Brielle (de vesting) en de directe gebieden rondom. Dit beschermde stadsgezicht, inclusief een gedeelte aangrenzend gedeelte grondgebied van Brielle en Vierpolders, ligt op meer dan 1,2 kilometer afstand van het plangebied. Het omwalde deel van de historische dorpskern van Brielle ligt wel op circa 2 kilometer afstand van het windproject. Hierop wordt ook verder ingegaan in paragraaf 2.5.4 van het algemene deel. In Nederland bestaat geen recht op blijvend vrij uitzicht. Onze woon- en leefomgeving is nu eenmaal altijd aan verandering onderhevig. De energietransitie zal daar komende decennia in grote mate aan bijdragen. Per situatie zal een overheid (in dit geval gemeente Voorne aan Zee) moeten bepalen of er sprake is van een redelijke en aanvaardbare situatie. Een goede landschappelijke inpassing is een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder. De landschappelijke inpassing is hiermee aanvaardbaar. Daarmee is ook geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de ruimtelijke inpassing en blijft een goede ruimtelijke ordening geborgd. Zie ook paragraaf 2.5 van het algemene deel.

Hierop wordt ingegaan in paragraaf 5.3 van Goede ruimtelijke onderbouwing. Daarbij is van belang dat er een aanvullende stilstand regeling wordt toegepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14466692/2