CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen gespecificeerd deel

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Windproject Brielse Brug93.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 11

9,01

Een hoogleraar aan TU Delft heeft daar een stelling over gedaan wat tegen de molens spreekt. Het gebied waar de Windproject Brielse Brug zou moeten komen, is al onderhevig aan veel laagfrequent geluid vanwege de scheepsmotoren van de grote binnenvaart op het Hartelkanaal van en naar de terminals in de Europoort en op de Maasvlakte. Iets wat dag en nacht en 7 dagen per week doorgaat en hoorbaar is in Brielle, Vierpolders en Zwartewaal. Daar onze woning gelegen is op ca. 800 m. ten westen van windturbine 01 (WT 01) zal het geluid van deze turbine bij noordoosten tot oostenwind nog worden toegevoegd aan het geluid wat wij bij deze windrichtingen ervaren vanaf de N57 (verkeerslawaai) en uit de Botlek (haven - en industrielawaai). In desbetreffende stukken staat zelfs dat er naar verwachting 16 personen overlast binnenshuis zullen hebben, dit zou in de ogen van de initiatiefnemers aanvaardbaar zijn maar mag natuurlijk niet zo zijn als ons gemeentebestuur geacht wordt iedere inwoner in gelijke mate te beschermen tegen gezondheidsschade en onrechtmatige overlast. Verder wonen wij in een omgeving waar we graag buiten zijn. En waar het geluidsniveau dus aanzienlijk hoger zou kunnen zijn. (Binnenshuis/buitenshuis) Het is niet aan de initiatiefnemers of hun adviseurs (Pondera) om te bepalen of dat wel of niet aanvaardbaar is. Daar gaat de overheid over.

De Lden systematiek is een dosismaat, waarbij wordt gerekend met straffactoren voor de avond- en nachtperioden. Uit onderzoek van Arcadis (Onderzoek afstandsnormen windturbines, april 2022) blijkt dat een windturbine op een rekenpunt waar aan de waarde van 47 dB Lden wordt voldaan, een maximaal momentaan geluidniveau van 44 of 45 dB kan veroorzaken. Dat betreft het maximale geluidniveau dat een windturbine op die afstand kan bijdragen. Een verklaring hiervoor is ook dat een moderne windturbine met een grote rotor en hoge ashoogte al vrij snel draait op het maximale geluidniveau en dus een groter deel van de tijd maximaal geluidniveau produceert. De aanwezigheid van laagfrequent geluid alleen leidt niet tot een overschrijding van de geluidsnormen. De geluidsnormen gelden voor alle spectra van geluid, waaronder laagfrequent geluid. De mogelijke aanwezigheid van laagfrequent geluid wordt in voldoende mate verdisconteerd in de geluidsnormen. In het akoestisch rapport (bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing) is de cumulatieve geluidbelasting met andere bronnen beschouwd. In het geval van dit project zijn dat wegverkeer, scheepvaart, railverkeer, industrie en bestaande windturbines. Uit deze berekeningen blijkt dat het verschil in cumulatieve geluidbelasting tussen de referentiesituatie en de nieuwe situatie met het windproject Brielse Brug op de meeste toetspunten 0 of 1 dB is.

Voor de woningen van uw buren is het verschil berekend op 1 dB of een vergelijkbare waarde. Gezien het belang van het realiseren van het windproject als bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling, wordt de toekomstige cumulatieve akoestische situatie bij woningen van derden door de gemeente Voorne aan Zee als acceptabel geacht. Het aantal ernstig gehinderde ten gevolge van de bestaande windturbines en windproject Brielse Brug is berekend op 16. Dit is 1,5 % van de populatie die 37 dB Lden of meer kan ontvangen, dit effect is aanvaardbaar en niet strijdig met een goede ruimtelijke ordening. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.7 over geluid en paragraaf 2.8 over gezondheid in het algemene deel.

9,02

En als de overheid (gemeente) dit toestaat, meet zij hierbij dus duidelijk met twee maten. Verder staat in de Leidraad Windenergie Voorne-Putten (definitieve versie 4 oktober 2018) o.a. op pagina 11 hiervan (letterlijk!): 'Binnen de randvoorwaarden van de locatie, het aantal te realiseren Megawatt aan windenergie en het geformuleerde zoekgebied dient een zo goed mogelijke

In 2019 heeft de gemeente twee omgevingsbijeenkomsten georganiseerd in het kader van de haalbaarheidsvisie. De aandachtspunten en ideeën die destijds naar voren zijn gebracht zijn meegenomen in de haalbaarheidsvisie en hebben geresulteerd in een beoordelingskader waarin harde en zachte randvoorwaarden zijn opgenomen waaraan een plan om windturbines te ontwikkelen in de

inpassing te worden nagestreefd waarbij hinder voor omwonenden zoveel mogelijk wordt beperkt. Bij het bepalen hiervan is opnieuw participatie van omwonenden van groot belang.'

9,03

Buiten onze schuld vallende en zeer aanzienlijke waardevermindering van onze woning met grote gevolgen voor onze geplande oudedagvoorziening. De Regeling Planschade geeft naar onze eerdere ervaring geen afdoende oplossing voor dit probleem. De voormalige gemeente Brielle heeft de initiatiefnemers actief gesteund bij het ontwikkelen van hun plannen. O.a. door bemiddeling tussen de beide aanbieders-partijen om hen te bewegen alsnog tot een gezamenlijk project te komen. En later het voorstel van B & W aan de provincie om i.p.v. de door de provincie geëiste 6-9 MW voor een gezamenlijk vermogen van minder dan 15 MW te gaan. Want meer vermogen = meer financiële opbrengst. Alles dus ten gunste van de initiatiefnemers, waar het ons slechts financieel nadeel zal opleveren.

Ondernemingspolder moet voldoen. Nadat de gemeente een positieve grondhouding had aangenomen ten aanzien van een ingediend principeverzoek voor de realisatie van twee windturbines in de Ondernemingspolders zijn nogmaals drie bijeenkomsten georganiseerd. Het doel van deze bijeenkomst was om iedereen goed te infomeren en te horen zodat ieders belang meegewogen kan worden.

Indien omwonenden menen dat er sprake is van waardevermindering van hun woning als gevolg van ruimtelijke wijzigingen in de omgeving, zoals het plaatsen van de windmolens dan kunnen zij een beroep doen op planschadevergoeding. Planschade ziet op schade in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak ten gevolge van een planologische wijziging. De juridische grondslag voor planschade is artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening. Zie hiervoor ook paragraaf 2.10 van het algemene deel van deze nota. In Nederland bestaat geen recht op blijvend vrij uitzicht. Onze woon- en leefomgeving is nu eenmaal altijd aan verandering onderhevig. De energietransitie zal daar komende decennia in grote mate aan bijdragen. Per situatie zal een overheid (in dit geval gemeente Voorne aan Zee) moeten bepalen of er sprake is van een redelijke en aanvaardbare situatie.

9,04

Reclamant geeft aan dat het uitzicht vanuit de woning aan twee zijden 'natuurlijk' beperkt is doordat het een dijkwoning betreft, door aan de voorkant een boomgaard en het resterende uitzicht achter is lang na onze komst aanzienlijk beperkt door de bouw van het industrieterrein Seggelant met loodsen tot ca 12 meter hoog op ca 60 m afstand van de woning, Op dit stukje uitzicht wordt nu een gigantisch "permanent draaiend "object geplaats op ca 800 meter afstand en 230 m hoog. Reclamant geeft aan dat hiermee een rustig verblijf in en buiten de woning compleet onmogelijk gemaakt.

In dit geval staan de windmolens gepland op tenminste 800 meter afstand van uw woning en het verlengde van bedrijventerrein Seggelant waar reeds bebouwing staat op korte afstand van uw woning. Bovendien is er sprake van beperkt zicht gezien de bomenrijen en beplanting op het erf die het zicht op de windmolens beperken. Gezien de hoogte van de windmolens kunnen deze weliswaar op bepaalde plekken en momenten in het jaar meer zichtbaar zijn, maar dit is aanvaardbaar. Een goede landschappelijke inpassing is verder ook een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder. De landschappelijke inpassing is hiermee aanvaardbaar. Daarmee is ook geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de ruimtelijke inpassing en blijft een goede ruimtelijke ordening geborgd. Zie ook paragraaf 2.5 van het algemene deel. Hierop wordt ingegaan in paragraaf 5.3 van Goede ruimtelijke onderbouwing. Daarbij is van belang dat er een aanvullende stilstand regeling wordt toegepast.

9,05

Reclamant stelt dat gezien het turbinetype wat overal als 'referentieturbine' in het Pondera-rapport opduikt, namelijk het type Nordex N163/5 X, ervan uit gegaan mag worden dat het dit type windturbine (of iets vergelijkbaars) zou moeten worden. Deze turbine heeft een maximaal aantal omwentelingen van de rotor van 10,5 omwentelingen/min. Dat betekent dus dat per minuut de rotor ongeveer iedere 6 seconden een keer ronddraait. Reclamant geeft aan dat dit vanaf een afstand van ca. 800 m. en gezien de hoogte van de turbine (masthoogte 163 m.) als zeer storend zal worden ervaren. Reclamant geeft aan dat de hinder vooral in de ochtenduren storend zal zijn.

Om de hinder door slagschaduw te beperken, is ervoor gekozen om de slagschaduw op gevoelige objecten (woningen, zorginstellingen en scholen) als gevolg van de nieuwe windturbines te beperken tot 0 tot 1 uur slagschaduw per jaar. Hiermee is gekozen voor een strengere beperking van de jaarlijkse slagschaduw dan de slagschaduwnorm in het Activiteitenbesluit. Uitgangspunt is dat met behulp van een stilstandsregeling de schaduwduur zo veel als technisch mogelijk wordt voorkomen. In de praktijk betekent dit dat de slagschaduw op omliggende woningen, als gevolg van de tijd die nodig is om de windturbine af te schakelen, tussen 0 en 1 uur per jaar zal bedragen. Om die reden wordt de normgrens op maximaal 1 uur per jaar gesteld. Hiermee wordt de schaduwduur ter plaatse van woningen tot een minimum beperkt en wordt het ontstaan van hinder maximaal voorkomen

Hier is verder op ingegaan in paragraaf 2.5 van het algemene gedeelte. 9,06

Reclamant geeft aan het niet eens te zijn met de conclusie dat het initiatief een relatief beperkte impact heeft op het landschap. Reclamant haalt aan dat de visualisaties die door Pondera zelf zijn opgesteld een ander beeld geven.

Er is geconcludeerd dat het initiatief een relatief beperkte impact heeft. Met de nadruk op relatief. Dit wil dus niet zeggen dat het windpark helemaal geen impact heeft. Alle moderne windturbines hebben impact op het landschap, omdat windturbines de schaal van andere landschapselement ontstijgen.

9,07

Reclamant stelt dat iedereen weet dat Windmolens, en zeker het formaat wat beoogd wordt in de Ondernemingspolder, pure horizonvervuiling zijn. Reclamant is ook van mening dat naast alle Natura-2000 natuurgebieden, er in een dichtbevolkt land ook nog zoiets bestaat als kunnen ontspannen in en genieten van je directe woonomgeving; zonder deze opgelegde horizonvervuiling

Deze opvatting is ter kennisgeving aangenomen

Reclamant geeft aan dat lichthinder optreedt, aangezien de windmolens van verlichting worden voorzien. Reclamant geeft aan dat er geen zekerheid is dat dit voorkomen kan worden met een naderingsdetectiesysteem.

De initiatiefnemer zal een aanvraag indienen en zich inspannen om een naderingsdetectiesysteem te realiseren. Op basis van de Richtlijn voor de toepassing van obstakelverlichting is obstakelverlichting toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een naderingsdetectiesysteem. Middels een naderingsdetectiesysteem worden de obstakelverlichting alleen aangezet wanneer er een vliegtuig in de nabijheid van het windproject vliegt. Zolang aan de algemene eisen voor naderingsdetectie en de specifieke eisen per methode wordt voldaan en de exploitant de goede werking van de technologie heeft aangetoond kan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) toestemming geven voor het gebruik van het naderingsdetectiesysteem. ILT zal dus pas goedkeuring geven indien zekerheid is verkregen dat lichthinder kan worden voorkomen met gebruik van een naderingsdetectiesysteem. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 2.5.5 van het algemene deel.

De tweede opmerking is ter kennisneming aangenomen.

9,08

9,09

Reclamant geeft aan dat hij geen vertrouwen heeft in de aangekondigde aanvullende mitigatie van Slagschaduw.

9,10

Reclamant geeft aan dat het te gebruiken type turbine nog niet bepaald is dus dat de berekeningen niet passend zijn bij het toekomstige (nu nog onbekende) windturbine type.

9,11

Het toepassen van dergelijke windmolens is o.i. niet bewezen milieuvriendelijk en hoogstwaarschijnlijk ook geen oplossing voor de energietransitie en/of stroomnet-congestie.

10,0 1

De voormalige gemeente Brielle heeft de initiatiefnemers actief gesteund bij het ontwikkelen van hun plannen 0.3 door bemiddeling tussen de beide aanbieders-partijen om, hen te bewegen alsnog tot een gezamenlijk project te komen. Later kwam het voorstel van B&W aan de provincie om i.p.v. de door de provincie geëiste 6-9 MW voor een gezamenlijk vermogen van minder dan 15 MW te gaan, want meetvermogen = meer financiële opbrengst. Alles dus ten gunste van de initiatiefnemers, waar het mij slechts financieel nadeel zal opleveren.

In de windturbinebesturing kunnen blokken van dagen en tijden worden geprogrammeerd waarop de rotor wordt stopgezet. Dit gebeurt door middel van een slagschaduw kalender die registreert waar er slagschaduw plaats vindt én meet of de zon schijnt. De windturbine wordt op deze momenten alleen stilgezet wanneer de windturbine daadwerkelijk slagschaduw kan veroorzaken. Dit is wanneer de zon schijnt en wanneer de windturbine in bedrijf is. Wanneer de zon niet schijnt, zal er ook geen sprake zijn van slagschaduw en kan de turbine door blijven draaien. Dergelijke software systemen worden veel gebruikt en hebben een bewezen werking. De berekeningen zijn nu gemaakt op basis van een referentieturbine (met een rotordiameter van 164 m, ashoogte van 167 m en tiphoogte 249 m). De vergunning is aangevraagd (in november 2023 gewijzigd) voor een turbine met een ashoogte tussen 130-160 meter, een rotordiameter tussen 140-164 meter en een tiphoogte tussen 215-230 meter. Voorafgaand aan de bouw van het project zal de vergunninghouder, conform de voorschriften uit de omgevingsvergunning, een slagschaduwrapport overhandigen met berekeningen o.b.v. het gekozen windturbinetype. Desalniettemin, de normen (0-1 uur per jaar slagschaduw op gevoelige objecten) zijn leidend en zijn onafhankelijk van het uiteindelijk geselecteerde turbine type.

De windturbines van Brielse Brug dragen bij aan de lokale doelstellingen voor duurzame energie. Bovendien zijn alle relevante milieueffecten in beschouwing genomen in de ruimtelijke onderbouwing en aanvaardbaar geacht. In eerste instantie waren er twee aanvragen ingediend voor windmolens die niet alle twee gerealiseerd konden worden. De gemeente heeft toen bemiddeld waardoor er door drie initiatiefnemers één plan is ingediend. De verhoging van het aantal MW is wenselijk in verband met de ontwikkeling van toekomstige beschikbare windturbines, dalende subsidies, de positieve impact voor de business case en de financiële bijdrage voor de omgeving, de toekomstige kosten van het aanleggen van de ondergrondse bekabeling en tevens de grotere opwekopgave van duurzame energie opdat de gemeente Voorne aan Zee haar doelstellingen kan halen.

10,0 2

Reclamant verwacht dat realisatie van de windmolens negatieve gevolgen heeft voor de waarde van de woning. Reclamant stelt dat De Regeling Planschade geeft naar eerdere ervaring geen afdoende oplossing voor dit probleem biedt.

Indien omwonenden menen dat er sprake is van waardevermindering van hun woning als gevolg van ruimtelijke wijzigingen in de omgeving, zoals het plaatsen van de windmolens, dan kunnen zij een beroep doen op planschadevergoeding. Planschade ziet op schade in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak ten gevolge van een planologische wijziging. De juridische grondslag voor planschade is artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 2.10 van het algemene deel

Reclamant ziet de windtubines als bedreiging van zijn woon en leefomstandigheden en verwacht ook gezondheidsschade door een grote toename van de geluidsbelasting waarvan alleen het jaargemiddelde van hoorbaar geluid gereguleerd is en er dus periodiek grote overlast toegestaan dreigt te worden waartegen geen verweer mogelijk zal zijn.

10,0 3

Zijn woning staat op ca 790 m afstand' in het voile zicht van de molen en vangt dus de volle geluidsbelasting. Er zijn door het RIVM en de GGD diverse rapporten uitgebracht betreffende de gezondheid en het welzijn van omwonenden van windmolens. Hierbij komt ook laagfrequent geluid aan de orde, wat een algemeen bekend geluidsprobleem bij windmolens is. Het gebied waar de Windproject Brielse Brug zou moeten komen, is al onderhevig aan veel laagfrequent geluid vanwege de scheepsmotoren van de grote binnenvaart op het Martelkanaal van en naar de terminals in de Europoort en-op de Maasvlakte. Iets wat dag en nacht en 7 dagen per week doorgaat en hoorbaar is in Brielle, Vierpolders en Zwartewaal. Daar zijn woning gelegen is op ca. 790 m. ten westen van windturbine 01 (WT 01) zal het geluid van deze turbine bij noordoosten tot oostenwind nog worden toegevoegd aan het geluid wat wij bij deze windrichtingen ervaren vanaf de N57 (verkeerslawaai) en uit de Botlek (haven - en industrielawaai). In desbetreffende stukken staat zelfs dat er naar verwachting 16 personen overlast binnenshuis zullen hebben, dit zou in de ogen van de initiatiefnemers aanvaardbaar zijn maar mag natuurlijk niet zo zijn als ons gemeentebestuur geacht wordt iedere inwoner in gelijke mate te beschermen tegen gezondheidsschade en onrechtmatige overlast.

Het is niet aan de initiatiefnemers of hun adviseurs (Pondera) om te bepalen of dat wel of niet aanvaardbaar is. Daar gaat de overheid over.

10,0 4

En als de overheid (gemeente) dit toestaat, meet zij hierbij dus duidelijk met twee maten. Verder staat in de Leidraad Windenergie Voorne-Putten (definitieve versie 4 oktober 2018) o.a. op pagina 11 hiervan (letterlijk!): 'Binnen de randvoorwaarden van de locatie, het aantal te realiseren Megawatt aan windenergie en het geformuleerde zoekgebied dient een zo goed mogelijke inpassing te worden nagestreefd waarbij hinder voor omwonenden zoveel mogelijk wordt beperkt. Bij het bepalen hiervan is opnieuw participatie van omwonenden van groot belang.'

De woning van reclamant ontvangt ter plaatse een geluidbelasting van 41 dB Lden. Dat is ruim lager dan de geldende geluidnormen uit het Activiteitenbesluit. In het akoestisch rapport (bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing) is de cumulatieve geluidbelasting met andere bronnen beschouwd. In het geval van dit project zijn dat wegverkeer, scheepvaart, railverkeer, industrie en bestaande windturbines. Uit deze berekeningen blijkt dat het verschil in cumulatieve geluidbelasting tussen de referentiesituatie en de nieuwe situatie met het windproject Brielse Brug op de meeste toetspunten 0 of 1 dB is. Voor de woningen van de buren van reclamant is het verschil berekend op 1 dB. Gezien het belang van het realiseren van het windproject als bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling, wordt de toekomstige cumulatieve akoestische situatie bij woningen van derden in dit geval acceptabel geacht. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.7 over geluid in het algemene deel.

In 2019 heeft de gemeente twee omgevingsbijeenkomsten georganiseerd in het kader van de haalbaarheidsvisie. De aandachtspunten en ideeën die destijds naar voren zijn gebracht zijn meegenomen in de haalbaarheidsvisie en hebben geresulteerd in een beoordelingskader waarin harde en zachte randvoorwaarden zijn opgenomen waaraan een plan om windturbines te ontwikkelen in de Ondernemingspolder moet voldoen. Nadat de gemeente een positieve grondhouding had aangenomen ten aanzien van een ingediend principeverzoek voor de realisatie van twee windturbines in de Ondernemingspolders zijn nogmaals drie bijeenkomsten georganiseerd. Het doel van deze bijeenkomst was om iedereen goed te infomeren en te horen zodat ieders belang meegewogen kan worden.

In Nederland bestaat geen recht op blijvend vrij uitzicht. Onze woon- en leefomgeving is nu eenmaal altijd aan verandering onderhevig. De energietransitie zal daar komende decennia in grote mate aan bijdragen. Per situatie zal een overheid (in dit geval gemeente Voorne aan Zee) moeten bepalen of er sprake is van een redelijke en aanvaardbare situatie.

10,0 5

Reclamant geeft aan dat het uitzicht vanuit de woning aan twee zijden 'natuurlijk' beperkt is doordat het een dijkwoning betreft, door aan de voorkant een boomgaard en het resterende uitzicht achter is lang na onze komst aanzienlijk beperkt door de bouw van het industrieterrein Seggelant met loodsen tot ca 12 meter hoog op ca 50 m afstand van de woning, Op dit stukje uitzicht wordt nu een gigantisch "permanent draaiend "object geplaats op ca 790 meter afstand en 230 m hoog. Reclamant geeft aan dat hiermee een rustig verblijf in en buiten de woning compleet onmogelijk gemaakt.

In dit geval staan de windmolens gepland op tenminste 790 meter afstand van uw woning en het verlengde van bedrijventerrein Seggelant waar reeds bebouwing staat op korte afstand van uw woning. Bovendien is er sprake van beperkt zicht gezien de bomenrijen en beplanting op het erf die het zicht op de windmolens beperken. Gezien de hoogte van de windmolens kunnen deze weliswaar op bepaalde plekken en momenten in het jaar meer zichtbaar, maar dit is aanvaardbaar. Een goede landschappelijke inpassing is bovendien een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder. De landschappelijke inpassing is hiermee aanvaardbaar. Daarmee is ook geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de ruimtelijke inpassing en blijft een goede ruimtelijke ordening geborgd. Zie ook paragraaf 2.5 van het algemene deel. Hierop wordt ingegaan in paragraaf 5.3 van Goede ruimtelijke onderbouwing. Daarbij is van belang dat er een aanvullende stilstand regeling wordt toegepast.

10,0 6

Reclamant stelt dat gezien het turbinetype wat overal als 'referentieturbine' in het Pondera-rapport opduikt, namelijk het type Nordex N163/5 X, ervan uit gegaan mag worden dat het dit type windturbine (of iets vergelijkbaars) zou moeten worden. Deze turbine heeft een maximaal aantal omwentelingen van de rotor van 10,5 omwentelingen/min. Dat betekent dus dat per minuut de rotor ongeveer iedere 6 seconden een keer ronddraait. Reclamant geeft aan dat dit vanaf een afstand van ca. 800 m. en gezien de hoogte van de turbine (masthoogte 163 m.) als zeer storend zal worden ervaren. Reclamant geeft aan dat de hinder vooral in de ochtenduren storend zal zijn.

In de vergunning is een bandbreedte aan windturbineafmetingen opgenomen. Dit betekent dat de vergunninghouder in een later stadium het definitieve windturbinetype kan kiezen passend binnen de bandbreedte. Voor het geluidonderzoek is gebruik gemaakt van de Nordex N163, omdat deze relatief luid is t.o.v. van andere windturbinetypes passend binnen de bandbreedte. Voor slagschaduw is gebruik gemaakt van een GE 164 omdat deze de grootste rotordiameter (164) heeft binnen de bandbreedte. De GE 164 heeft een rotatiesnelheid 8,9 rotaties per minuut. De rotatiesnelheid van moderne windturbines is lager dan bestaande windturbines die in Nederland zijn gebouwd. Dat betekent dat de rotatie van deze windturbines in de praktijk rustiger ogen dan bestaande windturbines in de omgeving. Om de hinder door slagschaduw te beperken, is ervoor gekozen om de slagschaduw op gevoelige objecten (woningen, zorginstellingen en scholen) als gevolg van de nieuwe windturbines te beperken tot 0 tot 1 uur slagschaduw per jaar. Hiermee is gekozen voor een strengere beperking van de jaarlijkse slagschaduw dan de slagschaduwnorm in het Activiteitenbesluit. Uitgangspunt is dat met behulp van een stilstandsregeling de schaduwduur zo veel als technisch mogelijk wordt voorkomen.

In de praktijk betekent dit dat de slagschaduw op omliggende woningen, als gevolg van de tijd die nodig is om de windturbine af te schakelen, tussen 0 en 1 uur per jaar zal bedragen. Om die reden wordt de normgrens op maximaal 1 uur per jaar gesteld. Hiermee wordt de schaduwduur ter plaatse van woningen tot een minimum beperkt en wordt het ontstaan van hinder maximaal voorkomen.

Een goede landschappelijke inpassing is een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder.

10,0 7

Reclamant geeft aan het niet eens te zijn met de conclusie dat het initiatief een relatief beperkte impact heeft op het landschap. Reclamant haalt aan dat de visualisaties die door Pondera zelf zijn opgesteld een ander beeld geven.

De landschappelijke inpassing is hiermee aanvaardbaar. Daarmee is ook geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de ruimtelijke inpassing en blijft een goede ruimtelijke ordening geborgd. Hier is verder op ingegaan in paragraaf 2.5. Er is geconcludeerd dat het initiatief een relatief beperkte impact heeft. Met de nadruk op relatief. Dit wil dus niet zeggen dat het windpark geen enkele impact heeft. Alle moderne windturbines hebben impact op het landschap, omdat windturbines de schaal van andere landschapselement ontstijgen. De tweede opmerking is ter kennisneming aangenomen.

10,0 8

Reclamant stelt dat iedereen weet dat Windmolens, en zeker het formaat wat beoogd wordt in de Ondernemingspolder, pure horizonvervuiling zijn. Reclamant is ook van mening dat naast alle Natura-2000 natuurgebieden, er in een dichtbevolkt land ook nog zoiets bestaat als kunnen ontspannen in en genieten van je directe woonomgeving; zonder deze opgelegde horizonvervuiling

10,0 9

Reclamant geeft aan dat hij geen vertrouwen heeft in de aangekondigde aanvullende mitigatie van Slagschaduw.

10,1 0

Reclamant geeft aan dat het te gebruiken type turbine nog niet bepaald is dus dat de berekeningen niet passend zijn bij het toekomstige (nu nog onbekende) windturbine type.

10,1 1

Reclamant geeft aan dat lichthinder optreedt, aangezien de windmolens van verlichting worden voorzien. Reclamant geeft aan dat er geen zekerheid is dat dit voorkomen kan worden met een naderingsdetectiesysteem.

Ter kennisgeving aangenomen In de windturbinebesturing kunnen blokken van dagen en tijden worden geprogrammeerd waarop de rotor wordt stopgezet. Dit gebeurt door middel van een slagschaduw kalender die registreert waar er slagschaduw plaats vindt én meet of de zon schijnt. De windturbine wordt op deze momenten alleen stilgezet wanneer de windturbine daadwerkelijk slagschaduw kan veroorzaken. Dit is wanneer de zon schijnt en wanneer de windturbine in bedrijf is. Wanneer de zon niet schijnt, zal er ook geen sprake zijn van slagschaduw en kan de turbine door blijven draaien. Dergelijke software systemen worden veel gebruikt en hebben een bewezen werking. De berekeningen zijn nu gemaakt op basis van een referentieturbine (met een rotordiameter van 164 m, ashoogte van 167 m en tiphoogte 249 m). De vergunning is aangevraagd (in november 2023 gewijzigd) voor een turbine met een ashoogte tussen 130-160 meter, een rotordiameter tussen 140-164 meter en een tiphoogte tussen 215-230 meter. Voorafgaand aan de bouw van het project zal de vergunninghouder, conform de voorschriften uit de omgevingsvergunning, een slagschaduwrapport overhandigen met berekeningen op basis van het gekozen windturbinetype. Desalniettemin, de normen (0-1 uur per jaar slagschaduw op gevoelige objecten) zijn leidend en zijn onafhankelijk van het uiteindelijk geselecteerde turbine type.

Op basis van de Richtlijn voor de toepassing van obstakelverlichting is obstakelverlichting toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een naderingsdetectiesysteem. Middels een naderingsdetectiesysteem worden de obstakelverlichting alleen aangezet wanneer er een vliegtuig in de nabijheid van het windproject vliegt. Zolang aan de algemene eisen voor naderingsdetectie en de specifieke eisen per methode wordt voldaan en de exploitant de goede werking van de technologie heeft aangetoond kan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) toestemming geven voor het gebruik van het naderingsdetectiesysteem. ILT zal dus pas goedkeuring geven indien zekerheid is verkregen dat lichthinder kan worden voorkomen met gebruik van een naderingsdetectiesysteem. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 2.5.5 van het algemene deel.

11,0 1

Gezondheidsrisico’s: Het lage bromgeluid dat gepaard gaat met windmolens kan een ernstige negatieve impact hebben op de gezondheid van onze familie en andere bewoners in de buurt. Dit kan leiden tot slaapstoornissen, stress, en andere gezondheidsproblemen die onvermijdelijk de kwaliteit van ons leven zullen aantasten

Tonaal geluid (bromtonen) mag niet voorkomen bij windturbines. Een permanente bromtoon hoort niet bij het normale geluidspectrum van windturbines. Mocht een dergelijke toon zich voordoen, als gevolg van de windturbines, dan dient in het kader van handhaving beschouwd te worden of er sprake is van een defect aan de windturbine en dient dit opgelost te worden. Voor een nadere toelichting over bromtoon, dan wel laagfrequent geluid in het algemeen, wordt verwezen naar paragraaf 2.8.4 van het algemene deel.

11,0 2

Reclamant verwacht dat realisatie van de windmolens negatieve gevolgen heeft voor de waarde van de woning.

Indien omwonenden menen dat er sprake is van waardevermindering van hun woning als gevolg van ruimtelijke wijzigingen in de omgeving, zoals het plaatsen van de windmolens, dan kunnen zij een beroep doen op planschadevergoeding. Planschade ziet op schade in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak ten gevolge van een planologische wijziging. De juridische grondslag voor planschade is artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 2.10 van het algemene deel

11,0 3

11,0 4

Reclamant is bang dat de windturbines de historische charme van de omgeving aantasten. Brielle staat bekend om zijn historische charme en architecturale erfgoed. Reclamant geeft aan dat de plaatsing van de mega windturbines in de nabijheid van een historische stad als Brielle afbreuk zou doen aan de unieke esthetiek en sfeer van de omgeving, wat een onschatbaar cultureel verlies zou betekenen.

Reclamant geeft aan dat windturbines een visuele verstoring zijn en esthetische lelijk zijn. Daarbij wordt er aangegeven dat een windmolen direct achter de woonwijk een permanente visuele verstoring vormt en afbreuk doet aan het landschap. Reclamant geeft aan dat de esthetische lelijkheid van dergelijke constructies niet te onderschatten is en zal een constante bron van ergernis zal zijn voor alle bewoners in de buurt.

Het meest nabijgelegen beschermde stads- en dorps is het omwalde deel van de stad Brielle (de vesting) en de directe gebieden rondom. Dit beschermde stadsgezicht, inclusief een gedeelte aangrenzend gedeelte grondgebied van Brielle en Vierpolders, ligt op meer dan 1,2 kilometer afstand van het plangebied. Het omwalde deel van de historische dorpskern van Brielle ligt wel op circa 2 kilometer afstand van het windproject. Hierop wordt ook verder ingegaan in paragraaf 2.5.4 van het algemene deel. In Nederland bestaat geen recht op blijvend vrij uitzicht. Onze woon- en leefomgeving is nu eenmaal altijd aan verandering onderhevig. De energietransitie zal daar komende decennia in grote mate aan bijdragen. Per situatie zal een overheid (in dit geval gemeente Voorne aan Zee) moeten bepalen of er sprake is van een redelijke en aanvaardbare situatie. Een goede landschappelijke inpassing is een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder. De landschappelijke inpassing is hiermee aanvaardbaar. Daarmee is ook geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de ruimtelijke inpassing en blijft een goede ruimtelijke ordening geborgd. Zie ook paragraaf 2.5 van het algemene deel.

Hierop wordt ingegaan in paragraaf 5.3 van Goede ruimtelijke onderbouwing. Daarbij is van belang dat er een aanvullende stilstand regeling wordt toegepast.

11,0 5

11,0 6

Reclamant geeft aan dat de slagschaduw gegenereerd door windmolens een negatieve invloed op de psyche en welzijn kan veroorzaken. De constante veranderingen in licht en schaduwpatronen kunnen leiden tot irritatie, stress en zelfs gezondheidsproblemen voor mensen die in de nabijheid wonen.

Het is van essentieel belang dat de gemeente rekening houdt met deze legitieme zorgen en bezwaren van haar inwoners alvorens verdere stappen te nemen met betrekking tot de plaatsing van windmolens nabij N57. Daarom verzoeken wij vriendelijk om de vergunning voor de bouw van de windmolens niet te verlenen. Mochten jullie toch doorgaan met het verlenen van deze vergunning, dan willen wij erop wijzen dat wij bereid zijn om dit juridisch aan te vechten en ons in het laatste geval te beroepen op planschade en schadeclaims met betrekking tot gezondheid. We roepen op tot een grondig onderzoek naar alternatieve energieoplossingen die geen nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid, het welzijn en de leefomgeving van de gemeenschap.

Om de hinder door slagschaduw te beperken, is ervoor gekozen om de slagschaduw op gevoelige objecten (woningen, zorginstellingen en scholen) als gevolg van de nieuwe windturbines te beperken tot 0 tot 1 uur slagschaduw per jaar. Hiermee is gekozen voor een strengere beperking van de jaarlijkse slagschaduw dan de slagschaduwnorm in het Activiteitenbesluit. Uitgangspunt is dat met behulp van een stilstandsregeling de schaduwduur zo veel als technisch mogelijk wordt voorkomen. In de praktijk betekent dit dat de slagschaduw op omliggende woningen, als gevolg van de tijd die nodig is om de windturbine af te schakelen, tussen 0 en 1 uur per jaar zal bedragen. Om die reden wordt de normgrens op maximaal 1 uur per jaar gesteld. Hiermee wordt de schaduwduur ter plaatse van woningen tot een minimum beperkt en wordt het ontstaan van hinder maximaal voorkomen Voor zover van toepassing wordt opgemerkt dat in de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning rekening is gehouden met de realisatie van de windturbines nabij de provinciale weg N57. Zie onder meer p. 68-69 van de ruimtelijke onderbouwing. Ten aanzien van alternatieve duurzame energieoplossingen kijkt de gemeente zeker naar andere duurzame oplossingen om in de toekomst energieneutraal te worden. Dit betekent niet dat de windmolenlocatie bij de Ondernemingspolder kan komen te vervallen.

Er zijn afspraken gemaakt met de provincie en de initiatiefnemers die de gemeente moet nakomen. Als eerste geldt dat de zoeklocatie windenergie per 20 december 2017 onherroepelijk is geworden door een besluit van de Provinciale Staten. Op 9 februari 2018 is de ‘bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden provincie ZuidHolland en gemeente Brielle gesloten op grond waarvan de gemeente het bevoegd gezag is geworden voor de besluitvorming inzake de realisatie van de windturbines. Uit de bestuursovereenkomst volgt een inspanningsverplichting voor de gemeente om voor 31 december 2025 maximaal twee windturbines te hebben gerealiseerd in de Ondernemingspolder. Door de initiatiefnemers is op 8 juli 2022 de

vergunningaanvraag ingediend voor het Project. Deze vergunningaanvraag is inmiddels ontvankelijk verklaard en dient derhalve behandeld te worden. Zie hiervoor ook paragraaf 2.2. en 2.3 van het algemene deel van deze nota.

12,0 1

Reclamanten geven aan dat zij woonachtig zijn in Vierpolders, waar zij al ruim 20 jaar genieten van het vrije uitzicht aan de achterzijde van hun woning. Zij kijken uit op het grasland met daarachter een gedeelte van het bedrijventerrein Seggelant, het kruispunt van de N218 met de N57 en de N57 zelf. Met op de horizon de Industrie en een ruim aantal windmolens. Reclamanten geven aan dat het plaatsingsgebied van de windturbines van het Windproject Brielse Brug op zeer geringe afstand staan, van niet alleen hun woning (ongeveer 2 km), maar ook van een aanzienlijk aantal andere woningen. Er zijn woningen, die zelfs nog dichter bij het plaatsingsgebied liggen (ongeveer 750ml). Ook bevinden zich op nog geringer afstand een net gerealiseerd vakantiepark, een bedrijventerrein een scholengemeenschap, een basisschool in aanbouw, sportvelden en een zorgboerderij. Duidelijk zal zijn dat een aanzienlijk aantal van de omringende bewoners overlast zal ervaren, in de vorm van geluidhinder, slagschaduwhinder, lichtschittering. Aantasting van landschap, cultuurhistorie, natuur en oppervlaktewater, en tot slot zijn er ook effecten te verwachten op recreatie, toerisme en glastuinbouw.

Reclamant vraag of het mogelijk is om duidelijker te specificeren in hoeverre de plaatsing bijdraagt aan de eventueel aanwezige lokale energie-doelen en in welke mate profiteren de direct omwonenden en überhaupt geheel Voorne-Putten van de toekomstig opgewekte energie?

12,0 2

Op zowel wereldwijd en Europees niveau worden begrijpelijk verschillende maatregelen genomen om af te stappen van de geëigende fossiele (eindige) energiebronnen en toe te groeien naar duurzame alternatieven. Dit streven gaat echter gepaard met een strategie die vaak voor de gewone burger totaal niet navolgbaar is. Als we ons beperken tot dit (lokale) project rijst de simpele vraag; voor welke doelgroep is de op te wekken duurzame energie nou precies bestemd? Ons is niet duidelijk in hoeverre de plaatsing van de (megalomane) objecten nu precies bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelen van de gemeente Voorne aan Zee en ook niet waar de toekomstige op te wekken energie aan besteed gaat worden. Het bekende spreekwoord " Niet de lusten, wel de lasten" lijkt hiervan toepassing. Er is hier sprake van alleen een compensatie op het landschap van het inkoopstation. Wat zijn de compensaties/mitigerende maateregelen ten opzichte van het landschap voor de windturbines zelf? Met de beoogde hoogte van de windturbines van 230 m zullen deze objecten de vierde plek innemen op de lijst van hoogste constructies van Nederland.

12,0 3

In deze lijst staan op 1 de Gerbrandytoren (366m), op 2 Televisietoren Smilde (303), op 3 Haliade-X prototype windturbine op de Maasvlakte (260m). Dit om aan te geven hoe buitenproportioneel hoog deze beoogde windeturbines zijn. Zonder overdrijving zal duidelijk zijn dat we hier van monsterlijke horizonvervuiling kunnen spreken. Pondera (initiatiefnemer) heeft hier zelfs een hele studie voor laten uitvoeren door OVSL (ADVIEZEN 21-08-2023 22. 4178-2023) met als eindconclusies dat de hoogte van deze twee windturbines het landschap beïnvloedt. Zij beweren dat met mitigerende maatregelen het effect op het landschap valt te compenseren. Door het versterken van de groene buffer aan de noordzijde, dan wel de polderdijk te versterken. Bron: (Ruimtelijke onderbouwing 720135 blz. 40 figuur 4.13).

12,0

Deze mitigerende maatregelen zijn alleen van toepassing op het inkoopstation. De twee windturbines zijn nog steeds nadrukkelijk in het landschap aanwezig Reclamant vraagt waarom het wel belangrijk is dat deze windturbines in verhouding staan tot de

In Nederland bestaat geen recht op blijvend vrij uitzicht. Onze woon- en leefomgeving is nu eenmaal altijd aan verandering onderhevig. Ter bescherming van het woon- en leefklimaat wordt er in dit geval een maatwerkbesluit genomen om bepaalde normen (waaronder geluid) iets strenger te hanteren dan volgens het Activiteitenbesluit zou moeten gelden. Niettemin wordt hinder niet helemaal voorkomen. Bij windenergieontwikkelingen accepteert onze Nederlandse overheid 9 tot 10% ernstig of zeer ernstig gehinderden. Dit getal geeft aan dat 0% overlast bij geen enkele windenergieontwikkeling te garanderen is. De gemeenteraad zal op basis van ruimtelijke argumenten een go of no go moeten geven ten aanzien van een definitieve verklaring van geen bedenkingen alvorens het college een omgevingsvergunning kan afgeven. Uw aandachtspunten vallen allemaal onder de aspecten van een goede ruimtelijke ordening. Vanwege de aanvraag om omgevingsvergunning is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld en is onderzoek verricht naar alle ruimtelijk relevante aspecten op het gebied van milieu, water, natuur, slagschaduw, archeologie, landschap, gezondheid, verkeersveiligheid en beleid. De ruimtelijke onderbouwing en de onderzoeken zijn getoetst aan het van toepassing zijnde ruimtelijke beleid en aan relevante wet- en regelgeving.

Hierbij is onder meer advies gevraagd aan DCMR, GGD, Provincie en Rijkswaterstaat. Uit deze toetsing volgt dat in het gebied rondom de projectlocatie een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd en dat het te realiseren Windproject Brielse Brug voldoet aan de goede ruimtelijke ordening. De opgave waar Voorne aan Zee zich aan verbonden heeft is een opgave in opgesteld windvermogen in MW’s. Dit geldt voor alle windprojecten in onze gemeente. Voor het project Brielse Brug geldt dat er minimaal 9 MW aan opgesteld windvermogen per 31-12-2025 moet zijn gerealiseerd met een maximum van 15 MW. Voor alle windprojecten bij elkaar opgeteld (som van de inspanningsverplichtingen via de bestuursovereenkomsten) geldt een minimale inspanningsverplichting van 27 MW aan opgesteld windvermogen en een maximale inspanningsverplichting van 45 MW aan opgesteld vermogen. Dit komt omdat er met bandbreedtes is gewerkt in die overeenkomsten met de provincie. Dit betreft dus inspanningsverplichtingen die de gemeente Voorne aan Zee eveneens met andere regiogemeenten (van de voormalige stadsregio Rotterdam) is aangegaan in het regionale windconvenant teneinde de 150 MW aan opgesteld windvermogen te realiseren voor einde 2025. De opgewekte stroom wordt teruggeleverd aan het net waar heel Nederland gebruik van kan maken.

Via de energiecorporatie kunnen straks obligaties worden gekocht zodat omwonenden financieel kunnen participeren. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.3. van de algemene beantwoording van deze nota. De landschappelijke impact van windturbines is niet in zijn volledigheid te compenseren, dit is ook niet zo beargumenteerd in de ruimtelijke onderbouwing en rapport van OVSL. Want in feite voeg je gezien de afmetingen tot 230 meter een nieuwe laag toe aan het landschap. In paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing is benoemd aan welke landschappelijke bouwstenen het project zal voldoen om een goede landschappelijke inpassing te borgen. Dit zijn landschappelijke vereisten aan de windturbines, verlichting, wegen, inkoopstation en windturbinefundering. Daarnaast zal Windproject Brielse Brug een bijdrage leveren aan de landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder door jaarlijks 10 procent van het gebiedsfonds te investeren in maatregelen voor versterking van de landschappelijke kwaliteit van de Ondernemingspolder. Dit kunnen onder ander de mitigerende maatregelen zijn die OVLS in haar rapport benoemd. Verder is zijn windturbines met een tiphoogte tussen de 215 en 230 meter vaker gebouwd in Nederland, zoals onlangs gerealiseerde windparken in Groningen, Drenthe en Flevoland.

Door het hele land zijn op dit moment windparken van dergelijke afmetingen of hoger in ontwikkeling. Daarmee zijn de windturbines van windproject Brielse Brug niet buitenproportioneel. Er wordt bij de inpassing gekeken naar windturbines in de omgeving om op deze manier een zo'n rustig

4

andere al bestaande windturbines, maar niet tot andere objecten in de omgeving. Reclamant stelt dat die verhouding scheef is als je de vergelijking trekt met de Brielse Dom van 60 meter

Reclamant vraag om uitleg waarom er voor dit soort (particulieren) plannen vaak eisen worden gesteld (bijvoorbeeld hoogte van een te bouwen afscheiding, breedte van te plaatsen dakkapel) omdat dit het beeld van de bestaande bebouwing zou aantasten en het bouwen van deze windturbines die het landschap aanzienlijk zullen aantasten en waar veel meer inwoners last van zullen hebben niet aan de eisen van een welstandscommissie behoeven te voldoen? 12,0 5

Als je als inwoner binnen de gemeente gaat bouwen of verbouwen is vaak daarvoor een omgevingsvergunning (toestemming) nodig omdat het invloed heeft op de omgeving. Met elkaar hebben we afspraken gemaakt over wat wel en niet mogelijk is. Veel daarvan staat in het omgevingsplan. De gemeente let er met de omgevingsvergunning op of uw aanvraag (initiatief) past in die afspraken. Ook kan de gemeente de aanvraag voorleggen aan de welstandscommissie. (Bron https://www.voorneaanzee.nl/omgevingsvergunning).

mogelijk landschap te creëren. De landschappelijke impact van windturbines is niet in zijn volledigheid te compenseren, In feite wordt een gezien de afmetingen tot 230 meter een nieuwe laag aan het landschap toegevoegd aan het landschap. In paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing is benoemd aan welke landschappelijke bouwstenen het project zal voldoen om een goede landschappelijke inpassing te borgen. Een goede landschappelijke inpassing is een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder. In hoofdstuk 6 van bijlage 4 (landschappelijke beoordeling) van de ruimtelijke onderbouwing wordt een eerste aanzet gegeven voor een integraal ontwerp van het Windpark in samenhang met de landschappelijke structuur van de Ondernemingspolder. De Brielse dom valt hier niet onder mede omdat deze op grote afstand staat van de toekomstige windmolens. Een goede landschappelijke inpassing is een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder.

In hoofdstuk 6 van bijlage 4 (landschappelijke beoordeling) van de ruimtelijke onderbouwing wordt een eerste aanzet gegeven voor een integraal ontwerp van het Windpark in samenhang met de landschappelijke structuur van de Ondernemingspolder. Hiermee wordt geborgd dat het Windpark op een passende manier in het landschap verwerkt wordt. De impact van het landschap is zeker een belangrijk aandachtspunt bij de planologische realisatie van windmolens. Om die reden is ook onder meer de Commissie Ruimte en Kwaliteit (CRK) ingeschakeld die een positief welstandsadvies op dit punt hebben afgegeven. Letterlijk is het positieve advies van de CRK aan het college op dit punt: Samenvattend kan worden gesteld dat de maximumhoogte tot 250 meter goed voorstelbaar is, mits uiterlijk (kleur en verhouding) zoveel mogelijk aansluiten op de turbines langs het Hartelkanaal. Het advies m.b.t. de hoogte van Feddes Olthof wordt herkend en opgevolgd. T.a.v. de mitigerende maatregel ‘Eenduidige en zuivere opstelling’ is ook voldoende vertrouwen voor de uitwerking van de directe inrichting van de voet van de turbines om nu positief te adviseren. De landschappelijke inpassing is hiermee aanvaardbaar. Daarmee is ook geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de ruimtelijke inpassing en blijft een goede ruimtelijke ordening geborgd.

Reclamant vraagt waarom zonnepanelen het beschermd stadgezicht wel zouden aantasten en deze beoogde windturbines niet?

12,0 6

12,0 7

12,0 8

Reclamant vraagt ook waarom er afgeweken wordt van de norm van het RCE. Indiener stelt dat dit weliswaar geen voorgeschreven norm is, maar wel een belangrijk aandachtpunt om als gemeenteraad mee te nemen.” Reclamant stelt dat het gebruik van zonnepanelen op zichtbare plekken vanaf de openbare weg in de binnenstad is over het algemeen verboden is. Het zou het aanzien van de Brielse historische binnenstad te veel verstoren en is ook niet toegestaan omdat de Brielse vesting is aangewezen als beschermd stadsgezicht. In de Brielse binnenstad mogen straks waarschijnlijk toch zonnepanelen komen, mits ze niet te veel opvallen. “ Daarom het verzoek om in het ontwerp maatwerkbesluit uit te leggen waarom de normen gekozen zijn. De eigen, lokale milieunormen moeten een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering hebben. Bron https://www.helpdeskwindopland.nl/eigen+milieunormen/default.aspx” – In 2104231_4729572 Ontwerp Maatwerkbesluit wordt nergens gesproken hoe de geluidnormering van 47 dB Lden en 41 dB Lnight tot stand zijn gekomen. Dit blijken ook nog eens gedateerde normen te zijn en de norm is ook niet gelijk aan de norm van windturbines Haringvlietdam (rapport Peutz).

Reclamant wijst op het volgende: “ Bent u zich bewust dat: De aanvrager er belang bij heeft dat het akoestisch rapport aantoont dat er wordt voldaan aan de normstelling; De aanvrager beschikt over kennis en inzicht; De aanvrager de opsteller van het akoestisch rapport kan beïnvloeden; De verifieerbaarheid van een dergelijk akoestisch onderzoek op voorhand door de VROM Inspectie laag wordt ingeschat. (bron Rapportage HUF-beoordeling "wijziging milieuregels windturbines").”

Van 19 januari 2024 tot en met 29 februari 2024 is een ieder in de gelegenheid gesteld om zijn/haar zienswijze voor het windproject Brielse Brug kenbaar te maken. Hiervoor heeft de aanvraag om een omgevingsvergunning, de ruimtelijke onderbouwing, alle ontwerpbesluiten en bijbehorende stukken ter inzage gelegen. Deze zienswijze heeft geen betrekking op het windproject Brielse Brug maar betreft vragen over zonnepanelen in de binnenstad van Brielle. In deze nota van beantwoording wordt hierop dan ook niet ingegaan.

Windproject Brielse Brug valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer omdat het geen windpark (3 of meer turbines) in de zin van het Besluit milieueffectrapportage betreft. Er hoeven voor dit project daarom geen project specifieke lokale normen te worden vastgesteld conform de in de zienswijze genoemde motiveringscriteria. Op grond van het Activiteitenbesluit zijn de geluidnormen van 47 dB Lden en 41 dB Lnight wettelijke standaardwaarden die mogen worden toegepast zonder nadere motivering over de totstandkoming daarvan. De constatering dat deze normen 'gedateerd' zouden zijn is voor het onderhavig project niet juist.

De gemeente is zich bewust van de kennis en het inzicht van de aanvrager. De gemeente heeft voor de beoordeling van de onderzoeken advies gevraagd aan onder meer DCMR en GGD.

In 2104231_4729672 Ontwerp Maatwerkbesluit staat dat de geluidbelasting is beoordeeld op basis van het door Pondera opgestelde rapport. Het akoestische rapport vormt de onderbouwing voor het plaatsen van windturbines. Reclamant stelt de volgende vraag: “Bent u daarom net als wij van mening dat de basering van de geluidsbelasting op basis van de rapportage van Pondera erg fraude gevoelig is? En bent u daarom ook van mening dat de geluidsbelasting gebaseerd zou moeten zijn op een rapport dat door een onafhankelijk bureau is opgesteld die geen belangenverstrengeling heeft? Zo nee, waarom niet? ”– 12,0 9

Hinder en slaapverstoring zijn de belangrijkste klachten. Ook de visuele landschappelijke bezwaren (niet passend, rusteloosheid van draaiende wieken en schaduwen) scoren hoog. Op basis hiervan wordt ervoor gepleit de bezorgdheid bij de omwonenden weg te nemen 'door een eerlijke en open procedure met een betrouwbare en onpartijdige overheid waarin bewoners daadwerkelijk wat te zeggen hebben. En ook eerlijke en onpartijdige akoestische adviseurs die niet doen of hun neus bloedt, of kennis achterhouden'. Dit standpunt wordt herhaald in het RlVM-rapport 'Gezondheidseffecten van windturbinegeluid' (bron Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5999) Reclamant stelt de vraag: “Bent u er van bewust dat de geluidsnormen te weten 47 dB Lden en 41 dB Lnight jaargemiddelden zijn?” –

De rapportages van Pondera die ten grondslag liggen aan de aanvraag omgevingsvergunning zijn getoetst door de gemeente Voorne aan Zee, DCMR en overige adviesorganen. Bovendien zal op basis van het gekozen windturbinetype in een later stadium moeten worden aangetoond dat er wordt voldaan aan de geluidnormen. Voor een nadere toelichting over geluid en gezondheid wordt verwezen naar paragraaf 2.7 en 2.8 van het algemene deel.

Volgens Herman Brdring, hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, worden door de jaargemiddelden de 'lawaaipieken' gecamoufleerd. "Je kan een hoge geluidsbelasting hebben en als het daarna een paar dagen windstil is, zit Je gemiddeld goed." Hij vergelijkt het met een straat waar je 50 kilometer per uur mag rijden. "Als je dat met gemiddelden zou handhaven mag je eigenlijk 120 kilometer per uur rijden, als je de dagen erna maar 30 rijdt." De omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid bevestigt dit aan Zembla (bron: https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/inspectie-burgers-onvoldoende-beschermdtegengeluidsoverlast-windmolens "Het geluid mag dus op sommige momenten wat harder zijn, als het gemiddelde over een heel jaar maar binnen de norm blijft."

12,1 0

De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA), zegt hierover dat het klopt dat de Ldensystematiek werkt met een jaargemiddelde, in theorie zouden er dus hoge pieken en periodes van stiltes kunnen zijn. Maar in de praktijk produceren windmolens geen extreem hoge 'momentane' geluidspieken. Bij windturbines zullen in de praktijk die precies op de Lden47 contour liggen maximaal 45-46 dB(A kunnen 'veroorzaken'. https://www.nwea.nl/kb/reactie-op-twaalf-argumentenom-de-nederlandsegeluidsnorm-voor-industriele-windturbines-aan-te-scherpen/ De NWEA is de branchevereniging van de windsector en bevordert de ontwikkeling van windenergie met het oog op een duurzame Nederlandse energievoorziening. (belangenverstrengeling!) Door een jaargemiddelde norm wordt niet alleen het maximale geluidniveau, maar ook het aantal keer dat deze 'piekhinder' kan optreden sterk beperkt. Dit komt doordat de hoogste geluidniveaus in sterke mate bijdragen aan het gemiddelde, zeker gedurende de nacht omdat het geluid dan extra zwaar wordt meegewogen. Bij windmolens is geen sprake van kortstondig luid piekgeluid zoals dat soms bij industriegeluid kan voorkomen. Bron: Antwoorden op Kamervragen over geluidsoverlast windmolens https://www.omgevingsweb.nl/beleid/antwoorden-op-kamervragen-overgeluidsoverlastwindmolens/. Zowel de NWEA en de Kamer zeggen hier dat er geen piekgeluid kan voorkomen.

Opmerkelijk dat voormalig minister Wiebes in 2020 nog wel spreekt van piekbelasting (zie verder in dit document). Uit verschillende akoestische rapporten blijkt dat er wel degelijk overschrijding optreedt van door de fabrikant opgegeven specificaties. Bron: akoestische onderzoeken van de windparken Spui, Ospeldijk, N33 (de Bromtoon) en de Rietvelden en Hooftplaatpolder. https://www.windwiki.nl/wpcontent/uploads/2023/ll/Akoestisch-onderzoek-windpark-De-Rietvelden-

Voor het project Brielse Brug is het verzoek van de aanvrager op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer gevolgd en geen aanleiding gezien om daarvan af te wijken. Het is mogelijk dat bij langere perioden van stilstand een windturbine in andere perioden meer geluid kan produceren om ter plaatse van een bepaald ontvanger punt in de omgeving van het windpark op eenzelfde jaargemiddelde geluidbelasting uit te komen. Er zijn immers perioden waarin de windsnelheid is gelegen onder de cut-in speed van de windturbines zodat deze stilstaan en geen geluid produceren. Anders gezegd: als het niet hard genoeg waait, staat de windturbine stil en produceert deze geen geluid. Wanneer het wel waait en de windturbine dus in productie is, dan wordt er ook geluid geproduceerd. Door het jaar heen zijn er maanden met meer windstille perioden en minder windstille perioden. In alle situaties geldt dat een windturbine nooit meer geluid kan produceren dan de maximale bronsterkte. Dat maximale geluidniveau dat de windturbine veroorzaakt, wordt bereikt vanaf een bepaalde windsnelheid (bv circa 8 a 9 m/s) en neemt bij hogere windsnelheden niet verder toe. Voor een nadere toelichting over de geluidnormen en de geluidbelasting wordt verwezen naar paragraaf 2.6 en 2.7 van het algemene deel.

Den-Bosch.pdf. https://pure.rug.nl/ws/portalfiles/portal/14438871/NWU122.pdf Uit het akoestisch onderzoek van de Rietvelden is geconstateerd dat ter plaatse van drie onderzochte woningen een geluidbelasting van ten hoogste 49 dB Lden en 43 dB knight is opgetreden. Hiermee is sprake van een overschrijding van de geluidgrenswaarden (Lden = 47 dB en Lnight - 41 dB) zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer doch deze valt binnen de gehanteerde meet- en rekennauwkeurigheid van ± 2 dB. Het hoorbare geluid van industriële windturbines (IWT's) is anders dan verkeerslawaai: pulserend, zwiepend, zoevend, bonkend en beïnvloed door de dampkring. De relatie tussen enerzijds de variabele windsnelheid, de hoek waaronder de wind de wieken treft, de hoogte van de mast en de geluidsproductie op diverse afstanden tot de mast is ingewikkeld. De windsnelheid varieert. Door 24- uursverschillen in temperatuur van aarde en lucht ontstaan verticale luchtstromen en tussen luchtlagen bestaan windsnelheidsverschillen. Hoge IWT's vangen wind van andere en vaak hogere snelheden dan laag bij de grond. Het hoorbare lawaai van IWT’s is 's nachts hinderlijker dan overdag, omdat er 's nachts minder omgevingslawaai is en de verstoring van het windturbinegeluid meer opvalt.

's Nachts waait het in hogere luchtlagen ook vaak harder dan op de grond, waardoor IWT lawaai sterker blijkt dan de fabrikant opgeeft. (Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5999). In Beantwoording Kamervragen over verbijstering van politici over totstandkoming van Windpark Spui in Piershil/Nieuw-Beijerland zegt oud-Minister Wiebes hier het volgende over: "De jaargemiddelde geluidbelasting wordt internationaal gebruikt als maat om de nadelige effecten van omgevingsgeluid in te schatten, zoals in het kader van de Europese richtlijn voor omgevingsgeluid en de WHO, en is ook internationaal de meest gebruikte maat voor het reguleren van windturbinegeluid." “Kunt u beargumenteren waarom de WHO richtlijn voor jaargemiddelde geluidsbelasting wel landelijk wordt opgevolgd, maar waarom de richtlijn voor de norm van 45dB Lden niet wordt overgenomen?” – 12,1 1

Het is goed mogelijk dat de geluidpieken een bijdrage leveren aan de hinder, ongeacht de precieze geluidniveaus van deze pieken. Deze piekgeluiden zijn echter verdisconteerd in Lden. De jaargemiddelde dosismaat Lden is een goede voorspeller voor hinder en slaapverstoring. Voor windpark Spui geldt dat na uitgebreide controles, dat het windturbinepark voldoet aan de geluidsnormen en er geen aanleiding is tot handhaving. Desondanks worden omwonenden toch nog geconfronteerd met een hogere geluidsoverlast.

12,1 2

Bent u net als wij van mening dat de gestelde geluidsnormen, gezien de piekbelastingen en de meetonnauwkeurigheid een norm is die onvoldoende bescherming biedt aan de direct omwonenden? En dat het daarom van wezenlijk belang is de kennis, dat er structureel overschrijding van de norm plaatsvindt, mee te nemen in het beleid, en een veilige marge in te bouwen? Zo nee, waarom niet?

12,1 3

En wat moet er gebeuren als geluidsnormen met piekbelasting wordt overschreden?

12,1 4

“Is er dan nog ruimte om bij structurele overschrijding van de norm mitigerende maatregelen te treffen?” – Uit de onderzoeken van Pondera blijkt zelfs dat er mitigerende maatregelen getroffen moeten worden om te voldoen aan de (ruimere) grenswaarden van 47 dB Lden en 41 dB Lnight uit het

De WHO adviseert om bij windprojecten de 45 dB Lden te hanteren als jaargemiddelde norm. Maar dit is geen eis vanuit de landelijke overheid. Omdat deze aanvraag afgehandeld wordt via het oude recht (dus voor inwerkingtreding Omgevingswet) daar deze al dateert van juni 2022 kan volgens het Activiteitenbesluit de normering gehanteerd worden van 47 dB Lden als jaargemiddelde norm. Echter de initiatiefnemers realiseren zich terdege dat het hanteren van een strengere norm leidt tot meer acceptatie. Om die reden heeft de gemeente voorgesteld om een maatwerkbesluit te nemen waardoor er strengere geluidsnormen worden afgesproken dan de gangbare 47 dB Lden als jaargemiddelde norm. Zoals hiervoor gesteld blijkt uit onderzoek dat een windturbine op een rekenpunt waar aan de waarde van 47 dB Lden wordt voldaan, een maximaal momentaan geluidniveau van 45 dB kan veroorzaken. Dat betreft het maximale geluidniveau dat een windturbine op die afstand kan bijdragen. Van een forse piekbelasting kan men daarom niet spreken bij windturbinegeluid. Voor het windproject Brielse Brug zijn maximale immissiewaarden vastgelegd middels een maatwerkvoorschrift. Handhaving van de jaargemiddelde geluidnormen vindt plaats op basis van verplichte registraties van de windturbinedata conform het Activiteitenbesluit- en regeling. Het bevoegd gezag kan deze registraties opvragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14466692/2