Nota van beantwoording zienswijzen gespecificeerd deel
Tekst van het document
ID
Inhoud zienswijze
Beantwoording
1,01
Impact op landschap en leefomgeving: De voorgestelde hoogte van 250 meter voor de windmolens zal resulteren in een ingrijpende verandering van het landschap en het karakter van Brielle. Deze windmolens zullen niet alleen zichtbaar zijn vanuit grote delen van Voorne Putten, maar zullen ook een dominante en ongewenste aanwezigheid vormen in het iconische stadsgezicht van Brielle. Brielle, dat historisch bekendstaat om de prachtige Catharijne Kerk en haar unieke charme, zal voortaan voornamelijk worden geassocieerd met de windmolens. De visuele impact van deze windmolens zal niet alleen afbreuk doen aan het esthetische karakter van de stad, maar ook aan haar historische en culturele identiteit. Daarom is het van groot belang om de impact op het landschap en het cultureel erfgoed van Brielle serieus te nemen bij het overwegen van dit plan.
De impact van het landschap is zeker een belangrijk aandachtspunt bij de planologische realisatie van windmolens. Om die reden is onder meer de Commissie Ruimte en Kwaliteit (CRK) ingeschakeld die een positief welstandsadvies op dit punt heeft afgegeven. Letterlijk is het positieve advies van de CRK aan het college op dit punt: Samenvattend kan worden gesteld dat de maximumhoogte tot 250 meter goed voorstelbaar is, mits uiterlijk (kleur en verhouding) zoveel mogelijk aansluiten op de turbines langs het Hartelkanaal. Het advies m.b.t. de hoogte van Feddes Olthof wordt herkend en opgevolgd. T.a.v. de mitigerende maatregel ‘Eenduidige en zuivere opstelling’ is ook voldoende vertrouwen voor de uitwerking van de directe inrichting van de voet van de turbines om nu positief te adviseren. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 2.5 van de algemene beantwoording van deze nota.
De bouw en exploitatie van deze windmolens zullen niet alleen leiden tot aanzienlijke geluidsoverlast voor de direct omwonenden, maar ook voor de bezoekers van het nabijgelegen vakantiepark “Roompot Lakeside Resort Brielle” Het constante geluid van de windmolens kan de rust en ontspanning verstoren die toeristen zoeken tijdens hun verblijf in de omgeving. Dit kan resulteren in ontevredenheid bij gasten en zelfs leiden tot een daling van het aantal boekingen in de toekomst. De aanwezigheid van de windmolens zal niet bijdragen aan het vakantieplezier van de gasten en kan zelfs een reden zijn voor hen om een volgende vakantie elders te boeken. Daarom is het essentieel om rekening te houden met de potentiële negatieve impact op het toerisme en de economie van de regio bij het overwegen van dit plan.
Met de rechtstreeks werkende normen uit het Activiteitenbesluit en de -regeling ten aanzien van geluid is geborgd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat optreedt bij de omliggende woningen. Mede in verband met hetgeen door indiener wordt gesteld, is tevens de geluidsbelasting inzichtelijk gemaakt voor het te ontwikkelen vakantiepark. De geluidbelasting ter plaatse van het vakantiepark is 4 tot 8 dB lager dan de maximale toegestane geluidbelasting die geldt voor geluidgevoelige objecten. Vakantiewoningen zijn geen geluidgevoelige objecten. Doordat ruimschoots kan worden voldaan aan de geluidsnormen voor gevoelige objecten, zal ook bij vakantiewoningen geen sprake zijn van onaanvaardbare geluidshinder. Op basis daarvan kan worden vastgesteld dat sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee een goede ruimtelijke ordening is geborgd. De situatie wordt ruimtelijk aanvaardbaar geacht. De Ondernemingspolder blijft beschikbaar voor recreatie wanneer de windmolens gerealiseerd zijn. Immers, de windmolens zullen slechts gebruik maken van een klein deel van het gebied, welke nu in gebruik is als landbouwgrond. Desalniettemin begrijpen wij uw zorgen met betrekking tot het vakantiepark.
Echter deze ontwikkelingslocatie staat al sinds 2017 vast en exploitanten en gebruikers van het vakantiepark konden verwachten dat er een vergunningsaanvraag zou volgen voor de oprichting van windenergie. Enig geluid kan niet worden voorkomen. Dat mogelijk geluidsoverlast wordt ervaren betekent niet per definitie dat ook sprake is van geluidshinder. De gemeente acht dat de aanvraag voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, ook vanuit het perspectief dat er een vakantiepark in de nabijheid is gelegen.
Er bestaan zorgen over mogelijke gezondheidsrisico’s die gepaard gaan met de nabijheid van windturbines, waaronder verstoring van slaap, stress, hoofdpijn, en andere gezondheidsproblemen. Deze risico’s dienen serieus te worden genomen en grondig te worden onderzocht alvorens verdere stappen worden ondernomen.
In de ruimtelijke onderbouwing, als onderdeel van de omgevingsvergunning, is in paragraaf 5.5 het effect van windturbines op gezondheid in beeld gebracht op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten. Het aspect gezondheid maakt daarnaast ook impliciet deel uit van de onderzoeken naar de aspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid, aangezien de normen die zijn opgesteld voor díe aspecten het doel hebben om mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder. Bij het vaststellen van die normen speelden gezondheidsaspecten een rol. Voor andere gezondheidseffecten dan hinder ontbreekt echter consistent bewijs (ABRvS 12 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1446 (Windpark Karolinapolder) rov. 41.1.). Wetenschappelijke studies laten zien dat er geen significante relatie is gevonden tussen directe gezondheidseffecten en windturbines. Wel kunnen windturbines hinder en (geluid, zicht) een gevoel van onrechtvaardigheid veroorzaken. Windturbines kunnen dus bij individuen wel tot het ervaren van hinder leiden en daardoor indirect tot gezondheidseffecten. Er is dus geen rechtstreeks verband tussen windturbines en gezondheidseffecten aangetoond. Dit wordt ook voortdurend bevestigd door rechtspraak over windturbines in relatie tot gezondheid. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.8 van het algemene deel van deze nota.
1,02
1,03
1,04
2,01
De bouw van windmolens kan een negatieve impact hebben op lokale flora en fauna, met name vogels en vleermuizen. Het is essentieel om een grondige milieueffectrapportage uit te voeren om de potentiële gevolgen voor het lokale ecosysteem te evalueren.
Reclamant is van mening dat de windmolens belastend zijn voor mens en natuur. Uit allerlei wetenschappelijk onderbouwde onderzoeken wordt dit duidelijk gemaakt. Desalniettemin wil Voorne aan Zee niet afwijken van een plan dat eerder door een wethouder er doorheen geduwd is.
Om de effecten op beschermde natuurwaarden en soorten inzichtelijk te maken is een natuurtoets uitgevoerd. Uit de natuurtoets (bijlage ruimtelijke onderbouwing) blijkt dat significant negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen en Habitatrichtlijnsoorten in Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Bovendien zijn effecten op de gunstige staat van instandhouding voor beschermde soorten uitgesloten. Er is geen juridische of inhoudelijke aanleiding om een milieueffectrapportage op te stellen voor deze ontwikkeling.
Bij de aanvraag is een ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Onderzoek is verricht naar alle ruimtelijk relevante aspecten op het gebied van milieu, water, natuur, slagschaduw, archeologie, landschap, gezondheid, verkeersveiligheid en beleid. De ruimtelijke onderbouwing en de onderzoeken zijn getoetst aan het van toepassing zijnde ruimtelijke beleid en aan relevante wet- en regelgeving. Uit deze toetsing volgt dat in het gebied rondom de projectlocatie een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd en dat het te realiseren Windproject Brielse Brug voldoet aan de goede ruimtelijke ordening.
In geval olie in de installaties in de gondel onverhoopt vrij mocht komen, wordt deze in de gondel opgevangen. Deze heeft voldoende capaciteit voor de totale hoeveelheid olie/smeermiddel. De systemen die smeerolie bevatten worden jaarlijks geïnspecteerd en/of vervangen. Afgewerkte olie wordt direct afgevoerd naar een erkende verwerker. Het optreden van lekkage kan worden gesignaleerd omdat lekkage leidt tot storingen in het functioneren van de turbine. Het functioneren van de turbine wordt op afstand gemonitord. Indien een transformator wordt gerealiseerd in de turbine, zal deze op een vloeistof kerende lekbak geplaatst worden. De genoemde voorzieningen, de opvangvoorziening door de gondel en de betonnen plaat in de torenvoet waar de transformator op staat zijn oliedicht. Onder deze voorzieningen bevindt zich overigens ook nog het betonnen fundament van enkele meters dikte. Incidenteel zullen delen van de installatie worden schoongemaakt met schoonmaakmiddelen. Geconcludeerd kan worden dat voor emissie van bodembedreigende stoffen naar de bodem of het grondwater een verwaarloosbaar risico bestaat. 2,02
Reclamant geeft aan dat windenergie niet zo “groen” is als men zegt en dat het oliegebruik, het isolatiemiddel en de coating giftig en belastend zijn.
In de windturbines zal mogelijk nog een beperkte hoeveelheid SF6 gebruikt worden. SF6 wordt gebruikt als isolatiemateriaal in installaties, om kortsluiting te voorkomen, en komt niet vrij bij normaal bedrijf van de windturbines. De stof kan alleen vrijkomen door een lekkage. Bij windturbines kunnen deze lekkages ontstaan door mechanisch falen, slijtage van machines of tijdens onderhoud of ontmanteling van een windturbine. Ter voorkoming van vrijkomen van SF6 in de atmosfeer wordt het bij reparatie en ontmanteling van windturbines afgevangen. Vervolgens wordt het hergebruikt in nieuwe apparaten. In het rapport van de RIVM uit 2022 (Inzicht in emissies van chemische stoffen bij windturbines op zee) is het Global Warming Potentieel (GWP) van SF6 emissie van wind op zee ingeschat als ongeveer 30 auto’s per jaar (op basis van 773 windturbines en 10 onderstations). Dit zal voor wind op land in dezelfde ordegrootte vallen. Ten aanzien van de coating brengen de fabrikanten beschermende voorzieningen aan (bijvoorbeeld tapes) over de 'leading edge' Voor informatie over coatings van windturbines wordt verwezen naar hoofdstuk 2.8.1 van het algemene deel van deze nota.
2,03
Reclamant geeft aan dat de windturbines geluidsoverlast opleveren voor de mensen en dieren in de directe omgeving. Om maar niet te spreken van de schade die het geeft aan de vogels en insecten die erdoor vermorzeld worden.
Met de rechtstreeks werkende normen uit het Activiteitenbesluit en de -regeling ten aanzien van geluid is geborgd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat optreedt bij de omliggende woningen. Doordat met geluidmitigatie op woningen van derden wordt voldaan aan de geldende geluidsnormen, zal geen sprake zijn van onaanvaardbare geluidshinder. Op basis daarvan kan worden vastgesteld dat sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee een goede ruimtelijke ordening is geborgd. Zie ook paragraaf 5.2 van de ruimtelijke onderbouwing. Dat mogelijk geluidsoverlast wordt ervaren betekent niet per definitie dat ook sprake is van geluidshinder. Met betrekking tot dieren, is om de effecten op (beschermde) natuurwaarden en soorten inzichtelijk te maken is een natuurtoets uitgevoerd. Uit de natuurtoets blijkt dat significant negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen en Habitatrichtlijnsoorten in Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Bovendien zijn effecten op de gunstige staat van instandhouding voor beschermde soorten uitgesloten.
3,01
Gezondheidsrisico's: Het lage bromgeluid dat gepaard gaat met windmolens kan een ernstige negatieve impact hebben op de gezondheid van onze familie en andere bewoners in de buurt. Dit kan leiden tot slaapstoornissen, stress, en andere gezondheidsproblemen die onvermijdelijk de kwaliteit van ons leven zullen aantasten.
Tonaal geluid (bromtonen) mag niet voorkomen bij windturbines. Een permanente bromtoon hoort niet bij het normale geluidspectrum van windturbines. Als dat toch het geval is kan daarop handhavend worden opgetreden. Daarvoor moet de aanwezigheid van tonaal geluid eerst worden aangetoond. Ook dient beschouwd te worden of er sprake is van een defect aan de windturbine, zodat dit kan worden opgelost. Voor een nadere toelichting over bromtoon, dan wel laagfrequent geluid in het algemeen wordt verwezen naar paragraaf 2.8.4 van het algemene deel.
3,02
Reclamant verwacht dat realisatie van de windmolens negatieve gevolgen heeft voor de waarde van de woning.
Indien omwonenden menen dat er sprake is van waardevermindering van hun woning als gevolg van ruimtelijke wijzigingen in de omgeving, zoals het plaatsen van de windmolens, dan kunnen zij een beroep doen op planschadevergoeding. Planschade ziet op schade in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak ten gevolge van een planologische wijziging. De juridische grondslag voor planschade is artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 2.10 van het algemene deel
3,03
Reclamant is bang dat de windturbines de historische charme van de omgeving aantasten. Brielle staat bekend om zijn historische charme en architecturale erfgoed. Reclamant geeft aan dat de plaatsing van de mega windturbines in de nabijheid van een historische stad als Brielle afbreuk zou doen aan de unieke esthetiek en sfeer van de omgeving, wat een onschatbaar cultureel verlies zou betekenen.
Het meest nabijgelegen beschermde stads- en dorps is het omwalde deel van de stad Brielle (de vesting) en de directe gebieden rondom. Dit beschermde stadsgezicht, inclusief een gedeelte aangrenzend gedeelte grondgebied van Brielle en Vierpolders, ligt op meer dan 1,2 kilometer afstand van het plangebied. Het omwalde deel van de historische dorpskern van Brielle ligt op circa 2 kilometer afstand van het windproject. De historische charmes van de omgeving worden dus niet aangetast. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 2.5.4 van het algemene deel.
3,04
Reclamant geeft aan dat windturbines een visuele verstoring zijn en esthetisch lelijk zijn. Daarbij wordt er aangegeven dat een windmolen direct achter de woonwijk een permanente visuele verstoring vormt en afbreuk doet aan het landschap. Reclamant geeft aan dat de esthetische lelijkheid van dergelijke constructies niet te onderschatten is en zal een constante bron van ergernis zal zijn voor alle bewoners in de buurt.
3,05
Negatieve psychologische effecten van slagschaduw: De slagschaduw gegenereerd door windmolens kan een negatieve invloed hebben op de menselijke psyche en welzijn. De constante veranderingen in licht en schaduwpatronen kunnen leiden tot irritatie, stress en zelfs gezondheidsproblemen voor mensen die in de nabijheid wonen.
In Nederland bestaat geen recht op blijvend vrij uitzicht. Onze woon- en leefomgeving is nu eenmaal altijd aan verandering onderhevig. De energietransitie zal daar komende decennia in grote mate aan bijdragen. Per situatie zal een overheid (in dit geval gemeente Voorne aan Zee) moeten bepalen of er sprake is van een redelijke en aanvaardbare situatie. Voor het Windpark geldt dat het een relatief beperkte impact heeft op het landschap. Zie hierover paragraaf 4.7 van de ruimtelijke onderbouwing. Daarnaast is een goede landschappelijke inpassing een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder. Zie ook paragraaf 2.5 van het algemene deel. De slagschaduw duur op woningen en gevoelige objecten wordt geminimaliseerd naar 0 - 1 uur per jaar. De genoemde gezondheidseffecten ten gevolge van slagschaduw zijn daarmee verwaarloosbaar.
3,06
Het is van essentieel belang dat de gemeente rekening houdt met deze legitieme zorgen en bezwaren van haar inwoners alvorens verdere stappen te nemen met betrekking tot de plaatsing van windmolens nabij N57. Daarom verzoekt reclamant vriendelijk om de vergunning voor de bouw van de windmolens niet te verlenen. Mochten de gemeente toch doorgaan met het verlenen van deze vergunning, dan wijst reclamant erop dat zij bereid zijn om dit juridisch aan te vechten en zich in het laatste geval zal beroepen op planschade en schadeclaims met betrekking tot gezondheid. We roepen op tot een grondig onderzoek naar alternatieve energieoplossingen die geen nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid, het welzijn en de leefomgeving van de gemeenschap.
4,01
Reclamant maakt zich zorgen om laagfrequent geluid. Een aanzienlijk aantal mensen (globaal vanaf 40 jaar en ouder) heeft ernstig tot zeer ernstig te lijden onder laagfrequent geluid (afgekort LFg) wat is onhoorbaar geluid onder 125Hz en ultrasoon geluid onder 20Hz dat gevoeld wordt als druk en/of trilling die zich in of rond de woning bevinden, of bijvoorbeeld het bedrijf of in de omgeving waar zij werken. Zelfs op een afstand van 50 km is de input van LFg mogelijk. Het aantal mensen stijgt nog steeds vanwege de energie-transitie, merendeels door het plaatsen van windmolens en windturbines, het daarmee verband houdend stroomtransport van 50 Hz naar de batterijenopslag. Er is nog geen wet-en regelgeving bij voor het plaatsen van windmolens en turbines waarbij rekening wordt gehouden met LFg en ultrasoon geluid o.a. afkomstig van in bedrijf zijnde windmolens en windturbines, alhoewel de stichting Laagfrequent geluid in Groningen daar al meer dan 15 jaar om vraagt, zeer dringend. De NORMEN waaronder men tot nog toe windmolens/turbines (in feite machines) plaatst raken kant noch wal, zelfs het RIVM beseft dat. Het argument dat er eerst een aantal mensen tegelijk moeten klagen over LFg en/of LFg+ bij gemeenten, omgevingsdiensten, provincies is totale onzin, het is een vorm van kastje naar de muur sturen.
Voor zover van toepassing: In de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning is rekening gehouden met de realisatie van de windturbines nabij de provinciale weg N57. Zie onder meer p. 68-69 van de ruimtelijke onderbouwing. Voor zover wordt opgeroepen tot onderzoek naar alternatieve duurzame energieoplossingen wordt opgemerkt dat de gemeente ook kijkt naar andere duurzame oplossingen om in de toekomst energieneutraal te worden. Dit betekent niet dat de windmolenlocatie bij de Ondernemingspolder kan komen te vervallen. Er zijn afspraken gemaakt met de provincie en de initiatiefnemers die de gemeente moet nakomen. Als eerste geldt dat de zoeklocatie windenergie per 20 december 2017 onherroepelijk is geworden door een besluit van de Provinciale Staten. Op 9 februari 2018 is de ‘bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden provincie Zuid-Holland en gemeente Brielle gesloten op grond waarvan de gemeente het bevoegd gezag is geworden voor de besluitvorming inzake de realisatie van de windturbines. Uit de bestuursovereenkomst volgt een inspanningsverplichting voor de gemeente om voor 31 december 2025 maximaal twee windturbines te hebben gerealiseerd in de Ondernemingspolder. Door de initiatiefnemers is op 8 juli 2022 de vergunningaanvraag ingediend voor het Project. Deze vergunningaanvraag is inmiddels ontvankelijk verklaard en dient derhalve behandeld te worden.
Zie hiervoor ook paragraaf 2.2. en 2.3 van het algemene deel. Het klopt dat windturbines, net als de meeste andere geluidbronnen, ook laagfrequent geluid produceren. De aanwezigheid van laagfrequent geluid alleen leidt niet tot een overschrijding van de geluidsnormen. De geluidsnormen gelden voor het alle spectra van geluid, waaronder laagfrequent geluid. De mogelijke aanwezigheid van laagfrequent geluid wordt in voldoende mate verdisconteerd in de geluidsnormen. Er is geen specifiek groot aandeel in de frequenties onder de 100 Hz en het is niet significant toegenomen bij hogere windturbines. In de ruimtelijke onderbouwing is geconcludeerd dat op basis van onderzoeken van het RIVM en GGD en uitspraken van de Raad van State, dat met naleving van de geluidsnormering ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake is van een aanvaardbare situatie. Er hoeft volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ook geen afzonderlijke beoordeling plaats te vinden bij de aanwezigheid van laagfrequent geluid. Een geluidsnorm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight biedt voldoende bescherming tegen laagfrequent geluid. Er is dus geen reden om een aparte norm voor LFG te hanteren. Dit voegt niets toe ten opzichte van de jaargemiddelde norm die geldt voor het gehele geluidspectrum van de windturbines.
Zie paragraaf 2.7.2 en 2.8.4 van het algemene deel voor een nadere toelichting over laagfrequent geluid.
Reclamant geeft aan in Vierpolders te wonen en uit zorgen over geluidsoverlast die deze molens voortbrengen. Na een bezoek aan de informatieavond in de Gaffelaar te Zwartewaal en het inzien van de tekeningen is deze zorg niet minder geworden. Daarnaast geeft de reclamant aan dat het beoogde project een enorme afbreuk aan het aangezicht van de omgeving doet. Reclamant stelt dat zij geen tegenstander van groene stroom of schone energie is, maar van mening dat de windmolens een betere bestemming moeten kunnen krijgen. Reclamant deelt de angst dat, gezien haar man al jaren kampt met tinnitus en dit zal nooit minder worden of verdwijnen, zij straks niet meer in een omgeving woont waar het omgevingsgeluid op een aanvaardbaar niveau zit.
Het dorp Vierpolders ligt op circa 2 kilometer van de windturbines van windproject Brielse Brug. Dat betekent voor geluid dat de woningen Vierpolders een geluidbelasting heeft van 35 dB Lden of lager. Dit is ruim onder de geldende norm van 47 dB Lden. De toevoeging van het geluid van de windturbines is verwaarloosbaar ten opzichte van het bestaande achtergrondgeluid.
6,01
1. Is er bij de besluitvorming rondom "Windproject Brielse Brug" rekening gehouden met de bouw en vestiging van onze school in dit gebied
De school de Verwondering is niet direct meegenomen in het huidige akoestische onderzoek van windproject Brielse Brug (bijlage 2 van de ruimtelijke onderbouwing). In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van 14 referentie toetspunten waarop de geluidbelasting wordt berekend en getoetst. Dit zijn woningen gelegen direct rondom Windproject Brielse Brug en zijn daarmee ook representatief voor verder weg gelegen woningen. Naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen is ook voor de basisschool De Verwondering de geluidbelasting berekend.
6,02
2. Is er bij de besluitvorming en verlening van de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van het schoolgebouw voor de Verwonding Voorne rekening gehouden met het geluidsniveau op de gevel, inclusief het toekomstig geluid van de beoogde windmolens op de beoogde afstand? Kortom, het potentieel cumulatieve geluid?
De school de Verwondering ligt op grotere afstand van de windturbines dan de referentie toetspunten die zijn meegenomen in het akoestische onderzoek dat ten grondslag ligt aan de vergunningaanvraag. De referentie toetspunten zijn representatief voor een akoestische beoordeling. Desalniettemin is er in het algemene deel BSO de verwondering toegevoegd als toetspunt, waarbij ook cumulatie met andere windturbines zijn meegenomen. Zie hiervoor paragraaf 2.7 van het algemene deel.
5,01
6,03
3.Reclamant vraagt zich af of er bij de beoogde verlening van de omgevingsvergunning voor de plaatsing van deze windmolens rekening gehouden is met de gevolgen voor het geluidsniveau op de gevel van hun school?
6,04
4. En de gevolgen voor onze gebruiksvergunning als deze norm (alsnog) overschreden zal gaan worden?
6,05
De locatie bevindt zich op minder dan 4x tiphoogte, wat de WHO aanhaalt als advies. Het bevat 200 leerlingen in de (kwetsbare) leeftijd van 4-13 jaar)
In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van 14 referentie toetspunten waarop de geluidbelasting wordt berekend en getoetst. Dit zijn woningen gelegen direct rondom Windproject Brielse Brug en zijn daarmee ook representatief voor verder weg gelegen woningen. Naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen is ook voor de basisschool De Verwondering de geluidbelasting bepaald. Ter hoogte van de basisschool kan ruimschoots worden voldaan aan de geldende geluidsnormen. Zie hiervoor paragraaf 2.7 van het algemene deel. Uit de berekeningen blijkt dat de geluidnorm vanwege de toekomstige windturbines niet overschreden zal worden bij de school de Verwondering. Voor het windproject Brielse Brug is het Activiteitenbesluit van toepassing. Bescherming vindt daarmee niet plaats door toepassing van algemene afstandsnormen, maar door normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. De geluidsnormen zijn afgestemd op geluidsgevoelige gebouwen, waaronder een onderwijsgebouw of kinderdagverblijf. Aan deze normen wordt ruim voldaan ter hoogte van de basisschool. Zie ook de overige beantwoording op uw zienswijzen.
6,06
5. Heeft de raad bij het nemen van het besluit, zaaknummer 216096-2023, Coördinatieregeling en verklaring van geen bedenkingen windproject Brielse Brug bovenstaande omstandigheden (effect op leerlingen die dagelijks gedurende 8 jaar blootgesteld worden aan (laagfrequent) geluid) ook in overweging genomen
In het algemene deel valt af te lezen dat de geluidbelasting op de basisschool uitkomt op 42 dB Lden. Dit is ruim lager dan de geldende geluidnormen in Nederland. Deze geluidsnorm is ook van toepassing op onderwijsgebouwen of kinderdagverblijven, waarmee de wetgever dus heeft voorzien in voldoende bescherming voor dergelijke objecten. Nu voldaan wordt aan de geldende geluidsnormen, is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er is geen sprake van onaanvaardbare geluidhinder. Er is daarmee wel sprake van blootstelling aan geluid, maar dit zal gezien de ruime afstand beperkt zijn en daarmee zal de optredende hinder van geluid beperkt zijn.
6,07
6. Vindt u, indien u dit niet gedaan heeft, dat u dit had moeten doen?
Niet van toepassing
6,08
7. Heeft u bij uw besluit deze economische overwegingen (het veranderen van de huidige bestemming sport naar onderwijs, en dus definitief vestigen in het pand. Hierdoor kan het pand in 25 jaar worden afgeschreven i.p.v. in 10 jaar) in ogenschouw genomen?
Het veranderen van een tijdelijke bestemming van de school naar een permanente bestemming van de school geeft geen problemen aangezien de school nu ook al aan de geluidnormen moet voldoen en de (tijdelijke) school nu ook al buiten de geluidcontouren vallen.
6,09
8. Heeft een eventuele plaatsing van de beoogde windmolens negatieve effecten op het kunnen aanpassen van het bestemmingsplan van ons perceel van 'sport' naar 'onderwijs', of vermoedt u hier potentiële problemen?
Het Windpark heeft geen negatieve effecten tot gevolg. Het geeft geen probleem als de bestemming van sport naar onderwijs gaat op de bestemming waar nu de school de Verwondering zit aangezien er wordt voldaan aan de geluidnormen.
Er is veel kennis over de zorgvraag en gevoeligheid van kwetsbare mensen, zoals mensen met een autismespectrumstoornis, een verstandelijke beperking, chromosoomafwijkingen, psychiatrische aandoening en bijvoorbeeld epilepsie. Er wonen veel mensen met dergelijke zorgvragen in de zeer nabije omgeving van het project. Op welke manier is met deze kennis in de overwegingen, plannen en berekeningen rekening gehouden?
In de ruimtelijke onderbouwing, als onderdeel van de omgevingsvergunning, is in paragraaf 5.5 het effect van windturbines op gezondheid in beeld gebracht op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten. Wetenschappelijke studies laten zien dat er geen significante relatie is gevonden tussen gezondheidseffecten en windturbines. Wel kunnen windturbines hinder (geluid, zicht, gevoel en onrechtvaardigheid) veroorzaken. Windturbines kunnen dus bij individuen wel tot het ervaren van hinder leiden en daardoor indirect tot gezondheidseffecten. Er is echter geen rechtstreeks verband tussen windturbines en gezondheidseffecten aangetoond. Er zijn geen wetenschappelijke onderzoeken gepubliceerd die specifiek ingaan op relaties tussen windturbines en bijvoorbeeld autisme of psychoses. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.8.3 van het algemene deel. Verder gelden de rechtstreeks werkende geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit ook voor onder meer verpleeghuizen, verzorgingstehuizen en psychiatrische inrichtingen. Daarmee heeft de wetgever de indicatie gegeven dat de wettelijke normering afdoende bescherming biedt voor dergelijke instellingen.
7,01
7,02
7,03
Er is ook heel veel niet bekend over de gevolgen van windturbines op het welzijn en de gezondheid van deze mensen. Hoe kan het ontbreken van de informatie leiden tot de conclusie dat er geen bezwaren zijn tegen het plaatsen van de windturbines op deze plek? Wat is de reden dat er geen actie ondernomen wordt om te komen tot verdere onafhankelijke en wetenschappelijke kennis? Hoe kunnen de kwetsbare doelgroepen zich verweren tegen de komst van deze windturbines wanneer er gehandeld wordt vanuit slechts zeer beperkte informatie of zelfs het ontbreken daarvan, en - ook in het geval van De Catharinahoeve -in een zeer laat stadium bij de ontwikkelingen worden betrokken?
Zie zienswijze 37 en paragraaf 2.8.3 van het algemene deel Eenieder heeft het recht om in beroep te gaan tegen het besluit. Alle omwonenden zijn in een vroeg stadium betrokken bij de ontwikkeling van de windmolens. Hiervoor zijn in 2019 al bijeenkomsten georganiseerd door de gemeente.
7,04
8,01
Mijn voornaamste vraag aan u is echter te handelen met de kennis die we eigenlijk al hebben: windturbines van deze omvang op deze plek zullen te veel negatieve effecten hebben op onze kwetsbare mensen, waarvan er in de omgeving van het windproject veel zijn, waaronder degene die dagbesteding volgen bij en wonen binnen De Catharinahoeve. Daarnaast is de hoogte van de windturbines met 230m ten opzichte van de rest van Brielle, Vierpolders en Zwartewaal extreem. Deze twee kathedralen van staal zullen het beeld vrijwel overal bepalen en effect hebben op de gezondheid van de omwonenden. We verzoeken u vriendelijk maar dringend geen risico nemen met het welzijn en de gezondheid onze cliënten en tegelijkertijd onze mooie gemeente te beschermen door te zoeken naar een meer geschikte locatie of alternatief voor de windturbines. Reclamant stelt dat de ruimtelijke onderbouwing ontoereikend is als het gaat om de negatieve directe gezondheidseffecten op mensen die kunnen voortvloeien uit de nabijheid van de windturbines. Onderzoek toont aan dat blootstelling aan windturbinegeluid verband houdt met een breed scala aan gezondheidsproblemen, waaronder slaapstoornissen, hoofdpijn en tinnitus. Reclamant is van mening dat deze aspecten niet adequaat worden behandeld in de verstrekte documentatie.
In het debat rond windturbines wordt vaak de normering voor de afstand van bewoning tot deze structuren aangehaald als een garantie voor de veiligheid en het welzijn van omwonenden. Echter, een diepgaande analyse toont aan dat deze normen niet altijd afdoende zijn om ernstige overlast en gezondheidsproblemen te voorkomen.
8,02
Reclamant geeft aan dat we moeten erkennen dat geluidsoverlast en andere nadelige effecten van windturbines niet alleen afhankelijk zijn van de afstand tot bewoning, maar ook van andere factoren zoals het aantal en type windturbines, de hoogte van de turbines, de topografie van het gebied, en zelfs individuele gevoeligheid voor geluid. Zelfs wanneer de afstandsnormen worden nageleefd, kunnen omwonenden nog steeds worden blootgesteld aan onaanvaardbare niveaus van geluidshinder.
8,03
Reclamant is van mening dat de huidige normen geen rekening houden met de cumulatieve impact van meerdere windturbineprojecten in een bepaald gebied. Terwijl individuele projecten misschien voldoen aan de afstandsvereisten, kunnen de gecombineerde effecten van meerdere windparken resulteren in een aanzienlijk hogere belasting voor de lokale gemeenschap. Dit kan leiden tot ernstige overlast en gezondheidsproblemen die niet worden opgevangen door de huidige normen. In dit geval is er al geluidshinder van bestaande windturbines in de nabije omgeving (Windpark Hartel II bestaande uit 8 windturbines ligt aan de A15 op circa 700 meter afstand ten noorden van het plangebied) en is er geluid van treinverkeer, industrie en de rijksweg N57. Gezamenlijk met deze twee nieuwe windturbines kan het geluid mogelijk toenemen tot een onaanvaardbaar niveau van geluidshinder. Reclamant is van mening dat deze situatie met cumulatief geluid van meerdere bronnen niet voldoende onderzocht is in de ruimtelijke plannen van Pondera.
De vergunningaanvraag die voorligt heeft betrekking op realisatie van windturbines op deze specifieke locatie waardoor het afwegen van een alternatieve locatie, dan wel afweging van een alternatief voor windturbines hier in principe niet aan de orde is. De Ondernemingspolder, waar windproject Brielse Brug gepland is, is in de (herziene) provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) in 2017 al aangewezen als gebied voor de ontwikkeling van (grootschalige) windenergie. De aanwezigheid van de zorgboerderij is onderzocht en ook meegewogen in de planvorming voor de locatie als kwetsbaar en (geluid)gevoelig object zoals ook woningen. Op de zorgboerderij kan aan de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid worden voldaan. Er is geen aanleiding strengere normen te hanteren dan voor woningen vanuit wetenschappelijk onderzoek op het gebied van gezondheid. In de ruimtelijke onderbouwing, als onderdeel van de omgevingsvergunning, is in paragraaf 5.5 het effect van windturbines op gezondheid in beeld gebracht op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten. Wetenschappelijke studies laten zien dat er geen significante relatie is gevonden tussen gezondheidseffecten en windturbines. Wel kunnen windturbines hinder (geluid, zicht, gevoel en onrechtvaardigheid) veroorzaken.
Voor andere gezondheidseffecten dan hinder ontbreekt echter consistent bewijs (ABRvS 12 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1446 (Windpark Karolinapolder) rov. 41.1.). Windturbines kunnen dus bij individuen wel tot het ervaren van hinder leiden en daardoor indirect tot gezondheidseffecten. Er is echter geen rechtstreeks verband tussen windturbines en gezondheidseffecten aangetoond. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.8 van het algemene deel. Het klopt dat geluidsoverlast en andere nadelige effecten van windturbines niet alleen afhankelijk zijn van de afstand tot bewoning, maar ook van andere factoren zoals het aantal en type windturbines, de hoogte van de turbines, de topografie van het gebied, en zelfs individuele gevoeligheid voor geluid. Voor windproject Brielse Brug gelden geen afstand normen. Om te voldoen aan de gestelde geluidsnormen, slagschaduwnormen en veiligheidsnormen is een afstand tot gevoelige en kwetsbare objecten aangehouden. Dit is geen afstandsnorm. Door de geluidsnormen wordt geborgd dat geen sprake zal zijn van onaanvaardbare geluidshinder. De cumulatieve geluidbelasting met andere windturbines in de omgeving is meegenomen in het akoestisch onderzoek dat ten grondslag ligt aan de ruimtelijke onderbouwing en vergunningaanvraag.
Mede op basis van dit onderzoek en het feit dat er sprake is van bestaande geluidbelasting van windturbines in de omgeving is een maatwerkbesluit genomen om cumulatief geen extra geluidbelasting op referentie toetspunten toe te voegen boven de (niet-cumulatieve) norm. De referentie toetspunten zijn alle woningen gelegen in de gemeente Brielle. Ter hoogte van deze woningen zal dus geen sprake zijn van een toename van de cumulatieve geluidsbelasting Daarnaast is in het akoestisch onderzoek ook gekeken naar de cumulatieve geluidbelasting met andere geluidbronnen, zoals wegverkeer, scheepvaart en industrie. Uit deze berekeningen blijkt dat het verschil in cumulatieve geluidbelasting tussen de referentiesituatie en de nieuwe situatie met het windproject Brielse Brug op de meeste toetspunten 0 of 1 dB is. Zie paragraaf 2.7 van het algemene deel voor een nadere toelichting over geluid.
8,04
Reclamant is van mening dat de afstandsnormen gebaseerd zijn op verouderde wetenschappelijke inzichten en modellen die mogelijk niet volledig rekening houden met de nieuwste bevindingen over de gezondheidseffecten van windturbinegeluid, met name infrasoon en laagfrequent geluid. Recente wetenschappelijke studies suggereren dat deze vormen van geluid mogelijk een grotere impact hebben op de gezondheid dan eerder werd gedacht, waardoor de bestaande normen mogelijk ontoereikend zijn om de veiligheid van omwonenden te waarborgen.
Voor dit project zijn geen afstand normen van toepassing. Het klopt dat windturbines, net als de meeste andere geluidbronnen, ook laagfrequent geluid produceren. De aanwezigheid van laagfrequent geluid alleen leidt niet tot een overschrijding van de geluidsnormen. De geluidsnormen gelden voor alle spectra van geluid, waaronder laagfrequent geluid. De mogelijke aanwezigheid van laagfrequent geluid wordt in voldoende mate verdisconteerd in de geluidsnormen. Er is geen specifiek groot aandeel in de frequenties onder de 100 Hz en het is niet significant toegenomen bij hogere windturbines. In de ruimtelijke onderbouwing is geconcludeerd - op basis van onderzoeken van het RIVM en GGD en uitspraken van de Raad van State - dat met naleving van de geluidsnormering ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake is van een aanvaardbare situatie. Er is dus geen reden om een aparte norm voor LFG te hanteren. Dit voegt niets toe ten opzichte van de jaargemiddelde norm die geldt voor het gehele geluidspectrum van de windturbines. Zie paragraaf 2.7.2 van het algemene deel voor een nadere toelichting over laagfrequent geluid.
Reclamant stelt dat er erkent moet worden dat de ervaren overlast en gezondheidsproblemen subjectief van aard kunnen zijn en niet altijd perfect correleren met de afstand tot windturbines. Factoren zoals visuele impact, psychologische stress en verstoring van leefgebieden kunnen allemaal bijdragen aan de negatieve ervaring van omwonenden, zelfs op afstanden die voldoen aan de normen. 8,05
Kortom, de normering voor de afstand van bewoning tot windturbines biedt geen garantie dat omwonenden geen ernstige overlast en gezondheidsproblemen zullen ondervinden. Om de veiligheid en het welzijn van gemeenschappen te waarborgen, moeten we verder kijken dan alleen de afstandscriteria en rekening houden met de complexe interactie van verschillende factoren die van invloed zijn op de ervaren overlast en gezondheidseffecten. Dit vereist een meer holistische benadering van het plannen en implementeren van windenergieprojecten, waarbij de behoeften en zorgen van lokale gemeenschappen centraal staan. Meer en beter onderzoek is hier nodig. Reclamant stelt dat er onvoldoende aandacht besteed wordt aan de negatieve indirecte gezondheidseffecten op mensen als gevolg van de constante aanwezigheid van windturbines in de omgeving. Het voortdurende geluid en de visuele impact kunnen een aanzienlijke stressfactor vormen voor omwonenden, wat kan leiden tot een verslechtering van de algehele gezondheid en welzijn. Dit aspect verdient meer gedetailleerde analyse en evaluatie.
8,06 Reclamant is van mening dat het negatieve effect van geluidsoverlast wordt onderschat in de huidige ruimtelijke onderbouwing. Het constante gezoem en geluid van de windturbines kan een verstorend effect hebben op de rust en sereniteit van de omgeving, wat kan leiden tot aanzienlijke hinder en ongemak voor omwonenden. Er is behoefte aan een diepgaander onderzoek naar de mogelijke geluidsniveaus en de impact daarvan op de lokale gemeenschap.
8,07
De negatieve impact op de uitstraling van de omgeving wordt niet adequaat behandeld. De aanwezigheid van grote windturbines zal het landschap aanzienlijk veranderen en kan afbreuk doen aan de natuurlijke schoonheid en het historische karakter van het gebied. Zeker in een landelijke historische omgeving waar sinds eeuwen het hoogste gebouw uit de regio de Dom van Brielle is (met slechts 60 meter hoogte ongeveer slechts een kwart van de hoogte van de windturbines). Windturbines die in de buurt van recreatiegebieden worden geplaatst, zullen de ervaring van buitenactiviteiten verstoren. Bewoners hebben mogelijk minder geneigdheid om te genieten van buitenactiviteiten zoals wandelen, fietsen of picknicken vanwege de visuele en auditieve impact van de turbines. Brielle trekt jaarlijks veel toerisme en recreatie. Dit kan grote negatieve invloed hebben op de aantrekkelijkheid van Brielle en omgeving als recreatiegebied. Het historische karakter van Brielle, dat wat het maakt tot een toeristische trekpleister en een aantrekkelijke recreatie- en woonplaats wordt ernstig beschadigd door dit soort reusachtige windturbines op 1,2 kilometer van de het beschermde historische stadsgezicht te plaatsen. Dit aspect moet zorgvuldig worden meegewogen in het besluitvormingsproces.
In de ruimtelijke onderbouwing, als onderdeel van de omgevingsvergunning, is in paragraaf 5.5 het effect van windturbines op gezondheid in beeld gebracht op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten. Wetenschappelijke studies laten zien dat er geen significante relatie is gevonden tussen gezondheidseffecten en windturbines. Wel kunnen windturbines hinder (geluid, zicht, gevoel en onrechtvaardigheid) veroorzaken. Windturbines kunnen dus bij individuen wel tot het ervaren van hinder leiden en daardoor indirect tot gezondheidseffecten. Er is echter geen rechtstreeks verband tussen windturbines en gezondheidseffecten aangetoond. Voor andere gezondheidseffecten dan hinder ontbreekt echter consistent bewijs (ABRvS 12 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1446 (Windpark Karolinapolder) rov. 41.1.). Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.8 van het algemene deel.
Zie de beantwoording bij zienswijze 8.05. Daarnaast hoort een permanent lage bromtoon niet bij het normale geluidspectrum van windturbines. Mocht een dergelijke toon zich voordoen als gevolg van de windturbines dan zal dat nader beschouwd worden in het kader van handhaving of er een defect aan de windturbine is. Voor een nadere toelichting over laagfrequent geluid wordt verwezen naar paragraaf 2.7.2 en 2.8.4 van het algemene deel.
Een goede landschappelijke inpassing is een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder. In hoofdstuk 6 van bijlage 4 (landschappelijke beoordeling) van de ruimtelijke onderbouwing wordt een eerste aanzet gegeven voor een integraal ontwerp van het Windpark in samenhang met de landschappelijke structuur van de Ondernemingspolder. Hiermee wordt geborgd dat het Windpark op een passende manier in het landschap verwerkt wordt. De impact van het landschap is zeker een belangrijk aandachtspunt bij de planologische realisatie van windmolens. Om die reden is ook onder meer de Commissie Ruimte en Kwaliteit (CRK) ingeschakeld die een positief welstandsadvies op dit punt hebben afgegeven. Letterlijk is het positieve advies van de CRK aan het college op dit punt: Samenvattend kan worden gesteld dat de maximumhoogte tot 250 meter goed voorstelbaar is, mits uiterlijk (kleur en verhouding) zoveel mogelijk aansluiten op de turbines langs het Hartelkanaal. Het advies m.b.t. de hoogte van Feddes Olthof wordt herkend en opgevolgd. T.a.v. de mitigerende maatregel ‘Eenduidige en zuivere opstelling’ is ook voldoende vertrouwen voor de uitwerking van de directe inrichting van de voet van de turbines om nu positief te adviseren.
De landschappelijke inpassing is hiermee aanvaardbaar. Daarmee is ook geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de ruimtelijke inpassing en blijft een goede ruimtelijke ordening geborgd. De Ondernemingspolder blijft beschikbaar voor recreatie wanneer de windmolens
gerealiseerd zijn. Immers, de windmolens zullen slechts gebruik maken van een klein deel van het gebied, welke nu in gebruik is als landbouwgrond. Voor het overige verwijzen wij naar onderdeel 2.5.4 van het Algemene deel van deze nota.
8,08
De ruimtelijke onderbouwing tekort in het adresseren van de negatieve impact op het milieu die kan voortvloeien uit de bouw en exploitatie van windturbines. Windturbines worden vaak beschouwd als een duurzame bron van energie, maar hebben ook negatieve effecten op het milieu. Enkele van de belangrijkste aspecten van de negatieve impact van windturbines op het milieu is de impact op vogels en vleermuizen: Windturbines kunnen een bedreiging vormen voor vogels en vleermuizen, vooral als ze op trekroutes worden geplaatst of in gebieden waar deze dieren veel voorkomen. De draaiende bladen kunnen botsingen veroorzaken, wat kan leiden tot sterfte en verstoring van populaties. Er zijn in de omgeving vele verschillende soorten vleermuizen en vogels. Deze dieren staan op de lijst van beschermde diersoorten en dat is niet voor niets, ze worden bedreigd in hun bestaan. Er wordt door de initiatiefnemers gewoon een ontheffing gevraagd voor het doden van vele beschermde diersoorten. Waarom zijn de dieren dan beschermd en hoe doen we dat dan als we voor economisch gewin de bescherming gewoon opheffen? Windturbines hebben op meerdere manieren negatieve impact op de flora en fauna.
Voor aanvaringsslachtoffers (vogels en vleermuizen) met windturbines is in de natuurtoets onderzocht of en voor welke vogel- en vleermuissoorten slachtoffers kunnen worden verwacht. Uit de natuurtoets (bijlage ruimtelijke onderbouwing en ontheffing) blijkt dat significant negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen en Habitatrichtlijnsoorten in Natura 2000gebieden kunnen worden uitgesloten. Bovendien zijn negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding voor alle vogel- en vleermuissoorten uitgesloten. Aanvaringsslachtoffers kunnen echter niet geheel worden voorkomen waardoor een ontheffing beschermde soorten Wnb is aangevraagd. Deze ontheffing voor het windpark is verleend, omdat wordt voldaan aan de vereisten van de Wet natuurbescherming. Ook effecten op habitatverstoring, broedplaatsen, barrièrewerking en foerageergebied zijn onderzocht in de natuurtoets en leiden niet tot significant negatieve effecten. Voor verdere inhoud wordt verwezen naar (de beslissing op) de ontheffingsaanvraag en bijbehorende ecologische onderzoeken.
Voor vogels (bots collisies, verstoring van habitat, barrière effect). Voor vleermuizen (bots collisies, Barotrauma, verstoring van foerageergedrag)
8,09
Het plaatsen van windturbines vereist vaak het aanleggen van toegangswegen, funderingen en elektrische infrastructuur, wat kan leiden tot verstoring van natuurlijke habitat, erosie van bodem en landschapsveranderingen. Dit heeft invloed op lokale flora en fauna en zal de ecologische balans verstoren.
Om de effecten op beschermde natuurwaarden inzichtelijk te maken is een natuurtoets uitgevoerd. De natuurtoets kijkt zowel naar effecten op natuurwaarden in de aanleg- als in de exploitatiefase. In de aanlegfase wordt geen overtreding van verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming verwacht. Bovendien zal de aannemer, in samenspraak met een deskundig ecoloog, een ecologisch werkprotocol opstellen. In dit werkprotocol worden maatregelen vastgelegd die door de aannemer en bouwmedewerkers ter plekke genomen moeten worden om effecten op beschermde soorten gedurende de bouwfase te voorkomen. Specifiek zal hier worden ingegaan op maatregelen om verstoring van broedende vogels te voorkomen.
8,10
Het constante gezoem of de draaiende geluiden verstoren het natuurlijke geluidslandschap en heeft negatieve effecten hebben op mens en dier.
Zie paragraaf 2.7 en 2.9 van het algemene deel voor een nadere toelichting over geluid en ecologie.
8,11
Reclamant stelt dat windturbines aanzienlijke ruimte voor installatie en exploitatie vereisen, wat kan leiden tot conflicten met andere landgebruik functies, zoals landbouw, recreatie of natuurbescherming. Dit kan leiden tot fragmentatie van habitat en verlies van biodiversiteit.
De aanlegwerkzaamheden van het windpark betreffen in zijn totaliteit een tijdelijke situatie (circa 6 maanden). Daarnaast zullen de aanlegwerkzaamheden plaatsvinden op gronden van de initiatiefnemers. De effecten van de aanleg op natuur zijn onderzocht in de natuurtoets (bijlage 5 ruimtelijke onderbouwing) en aanvaardbaar gevonden. Tijdens de exploitatie van de windturbines kan de huidige agrarische functie worden voortgezet.
Hoewel windenergie over het algemeen als een schone en hernieuwbare bron van energie wordt beschouwd, is de negatieve impact van windturbines op het milieu groot. Het is belangrijk om de mogelijke negatieve impact op het milieu zorgvuldig te overwegen en mitigatiemaatregelen te treffen om deze effecten te minimaliseren. Een evenwichtige benadering van windenergieontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met zowel de voordelen als de nadelen voor het milieu, is essentieel om de transitie naar duurzame energie te bevorderen. Het ontbreekt in de plannen van Pondera aan een gedegen milieueffectbeoordeling. Er zijn bijvoorbeeld vogelsoorten over het hoofd gezien en er is geen lokaal onderzoek gedaan naar het leefgebied. Er is behoefte aan een grondige analyse van de mogelijke gevolgen voor lokale ecosystemen, flora en fauna.
In de vergunningsdocumenten is ingegaan op alle relevante milieueffecten ten gevolge van windproject Brielse Brug, zoals hinder, veiligheid, archeologie, luchtvaart, ecologie etc. Om de effecten op beschermde natuurwaarden inzichtelijk te maken is een natuurtoets uitgevoerd. De natuurtoets is opgesteld op basis van lokaal veldwerk onderzoek, beschikbare telgegevens, gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna, kennis van het gebied uit eerdere studies en expert judgement. Veldonderzoek is in en nabij het plangebied uitgevoerd, namelijk: 1) zes tellingen om gebiedsgebruik, vliegroutes en vlieghoogtes van kustbroedvogels in beeld te brengen, 2) radaronderzoek om vliegbewegingen van (water)vogels in kaart te brengen, 3) veldonderzoek (transectonderzoek en metingen vanaf een vaste locatie) naar de aanwezigheid en activiteit van vleermuizen. Vervolgens is op basis van modelberekeningen bepaald wat het verwachte aantal slachtoffers is ten gevolge van windproject Brielse Brug onder vogels en vleermuizen. Hierbij is ook rekening gehouden met het specifieke vlieggedrag van soorten, mate van vermijding, vlieghoogte etc. Voor meer informatie wordt verwezen naar de natuurtoets (bijlage 5 van de ruimtelijke onderbouwing).
8,12
8,13
Reclamant is van mening dat potentiële risico's voor de veiligheid van omwonenden en de omgeving onvoldoende belicht zijn. Personen buiten de inrichting van een windturbine, lopen het risico dat een ongeval met een windturbine ook hen treft, bijvoorbeeld door ijsafwerping, mastbreuk, of het afbreken van een turbineblad of de gondel.
8,14
Reclamant stelt dat de beoogde windturbines een ashoogte hebben tot 149 meter en dat de maximale afwerpafstand dan uitkomt op ongeveer 722 – 882 meter. Hiervoor wordt verwezen naar een document van de IEC. Reclamant stelt dat binnen deze afwerpafstanden kwetsbare objecten staan, waaronder een zorgboerderij, een basisschool, woonhuizen met bovengrondse propaangastanks en bedrijventerrein Seggelant waar diverse bedrijven zijn gevestigd waar overdag mensen werken, waaronder een risicobron (een zogenaamde BEVI-inrichting) met indirect risico voor kwetsbare objecten in de omgeving, een benzinestation met o.a. LPG (DC Berkel).
8,15
8,16
Reclamant stelt dat naast bovengenoemde (kwetsbare) objecten de N57 tussen locaties de geplande windturbines loopt. Over deze weg rijden burgers, maar worden ook gevaarlijke stoffen vervoerd. Het risico is zeer reëel dat de windturbines bij breuk, of schade directe of indirecte impact hebben op de veiligheid van de omgeving. Reclamant stelt dat defecten aan de turbines of andere technische problemen kunnen catastrofale gevolgen hebben voor de veiligheid van de lokale gemeenschap en vereisen meer onderzoek en gedetailleerde evaluatie.
Reclamant is van mening dat de waardevermindering niet adequaat behandeld is in de huidige stukken. Reclamant verwacht echter wel dat de realisatie van de windturbines negatieve gevolgen heeft voor de waarde van de woning waarbij esthetische impact, Geluidsoverlast, Gezondheidszorgen, Perceptie van waarde allemaal meegenomen moeten worden.
Deze aspecten zijn allemaal meegenomen in de externe veiligheidsanalyse die is uitgevoerd conform de wetgeving. De berekeningen zijn gemaakt op basis van de voorschriften van het Handboek Risicozonering Windturbines van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Handboek voor Risicozonering van Windturbines (HRW) bestaat uit een handleiding en de handreiking (versie 1.1 – 20 mei 2020), die een handreiking geeft voor de uitvoering van risicoanalyses bij windturbines in Nederland. Uit het onderzoek naar externe veiligheidsrisico's volgt dat het plan ruimtelijk inpasbaar en haalbaar is. Met behulp van een ijsdetectiesysteem en ijsprotocol worden significante veiligheidsrisico’s door ijs worp voorkomen. Rekening houdend met de voorschriften is er is sprake van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect externe veiligheid. Zie paragraaf 5.4 van de ruimtelijke onderbouwing. De afwijkende afstanden komen door een verschil in rekenregels tussen het IEC1 en RvO handboek. In de berekening van het RvO handboek HWR wordt niet enkel gekeken naar vermogen en ashoogte maar wordt ook de lengte en het gewicht van het blad zelf in beschouwing genomen. Er bevindt zich 1 gebouw (met letter A aangegeven in Figuur 5.7 van goede ruimtelijke onderbouwing) binnen de maximale PR contour van 10-6.
Dit gebouw is in aanbouw en is niet geclassificeerd als kwetsbaar object omdat het kantoorvloeroppervlak minder is dan 1.500 m2. Er zijn geen beperkt kwetsbare objecten aanwezig binnen de PR10-5 contour. Uit het onderzoek naar externe veiligheidsrisico's volgt dat het plan ruimtelijk inpasbaar en haalbaar is. Het HRW (Handboek Risicozonering Windturbines) stelt dat Rijkswaterstaat een vergunning moet afgeven indien windturbines worden geplaatst op, in of over rijkswaterstaatwerken. Voor het verlenen van de vergunning hanteert Rijkswaterstaat een afstandseis van ten minste 30 meter of een halve rotordiameter. Beide windturbines bevinden zich op een afstand groter dan de halve rotordiameter (82m) tot rijkswegen (N57). De afstand tussen windturbine 2 en de rand van de verharding van de N57 is kleiner dan de maximale bladworpafstand bij nominaal toerental waardoor een individueel passanten risico (IPR) en maatschappelijk risico (MR) berekening benodigd is. De trefkans voor een passerend voertuig bedraagt 2,7E-11 per passage. Dit leidt tot een IPR van 1,3E-08. Dit is ruim beneden de normstelling van Rijkswaterstaat van maximaal IPR van 1E-06 per jaar. Het Maatschappelijk Risico (MR) is bepaald op 2,02E-04 per jaar. Ook dit is ruim beneden de normstelling van Rijkswaterstaat van maximaal MR van 2E-03.
De effecten van de windturbines ten aanzien van de N57 worden daarmee aanvaardbaar geacht. Indien omwonenden menen dat er sprake is van waardevermindering van hun woning als gevolg van ruimtelijke wijzigingen in de omgeving, zoals het plaatsen van de windmolens, dan kunnen zij een beroep doen op planschadevergoeding. Planschade ziet op schade in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak ten gevolge van een planologische wijziging. De juridische grondslag voor planschade is artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 2.10 van het algemene deel
8,17
Reclamant stelt dat er meer aandacht moet worden besteed aan het negatieve effect op de algehele levenskwaliteit in het gebied. De aanwezigheid van dergelijke grote windturbines in dit gebied kan aanzienlijke negatieve effecten hebben op de algehele levenskwaliteit van de bewoners. Dit heeft betrekking op verschillende aspecten van het dagelijks leven en de omgeving, die allemaal bijdragen aan de leefbaarheid en het welzijn van de gemeenschap. Naast de eerdergenoemde effecten als geluidshinder, gezondheidseffecten en de esthetische impact op de regio zijn nog andere effecten. Reclamant gaat vervolgens in op verstoring van recreatie gebieden en de psychologische impact.
De recreatieve beleving van het gebied kan wellicht anders worden door de situering van windturbines buiten het gebied, maar dit is afhankelijk van de persoonlijk beleving van de recreant. In zijn algemeenheid kan geconcludeerd worden dat landschap één van de aspecten is die relevant is voor toeristen en recreanten die een gebied bezoeken, naast andere aspecten. Moderne windturbines kennen een dermate grote schaal, dat ze van grote afstand zichtbaar zijn in het bestaande landschap. Een goede landschappelijke inpassing is een voorwaarde voor het toestaan van een ontwikkeling. Windproject Brielse Brug is voornemens een bijdrage te leveren aan de landschappelijke structuur en landschappelijke doelstellingen van de Ondernemingspolder. De relatie tussen windturbines en toerisme is moeilijk te voorspellen. Onderzoek vooraf op basis van het verkennen van de intentie (verwacht gedrag) van toeristen/recreanten is niet voldoende betrouwbaar. Onderzoek naar de effecten die zijn opgetreden bij gerealiseerde windparken zijn relatief schaars maar laten een eenduidig beeld zien. Er zijn geen waarneembare negatieve effecten gerelateerd aan de windturbines. Daarnaast geldt dat door de situering van de windturbines buiten recreatiegebieden plaatsvindt, er geen sprake is van direct
verlies aan recreatieve waarde en zal de recreatieve infrastructuur en toegankelijkheid van het gebied verder niet worden veranderd en belemmerd. Voor een toelichting over de andere genoemde thema's in de zienswijze, zoals geluidhinder, gezondheidseffecten, psychologische impact wordt verwezen naar de beantwoording van de andere aspecten in uw zienswijze en het algemene deel.
8,18
Ten slotte is er in de plannen totaal geen rekening gehouden met de negatieve effecten op de (zeer)kwetsbare locaties in de nabijheid van de geplande windturbines, waar verminderd zelfredzame personen als kinderen, gehandicapten en ouderen woonachtig zijn, of dagelijks langere tijd doorbrengen.
Voor een nadere toelichting op het effect van windturbines op specifieke doelgroepen verwijzen wij u naar paragraaf 2.8 van het algemene deel.
Zorgboerderij Land-Goed in Zwartewaal, Zorgboerderij De Catharinahoeve en Basisschool De Verwondering (elk nog met alinea toelichting, daarvoor zie zienswijze)
8,19
Reclamant stelt dat de raad als volksvertegenwoordiger de plicht heeft om de veiligheid en gezondheid van burgers te beschermen. Reclamant roept op om een grondige evaluatie uit te (laten)voeren van alle relevante aspecten die de omwonenden en de omgevingen kunnen schaden alvorens een besluit te nemen over het Windproject Brielse Brug.
Veiligheid en gezondheid zijn waarden die een nauwe relatie hebben met ruimtelijke motieven om een ontwikkeling van een windproject toe te staan. Ook in deze fase van het project zal naar de in deze zienswijze genoemde aspecten worden gekeken in samenhang met ruimtelijke effecten.
Uw specifieke woning in relatie tot uw exacte woonadres ontvangt een geluidbelasting van ongeveer 41 dB Lden. Dat is ruim lager dan de geldende geluidnormen uit het Activiteitenbesluit. Reclamant geeft aan dat de plaatsing van de beoogde windmolens een grote bedreiging van mijn woon en leefomstandigheden en ook te verwachten gezondheidsschade, door een grote toename van de geluidsbelasting waarvan alleen het jaargemiddelde van hoorbaar geluid gereguleerd is en er dus periodiek grote overlast toegestaan dreigt te worden waartegen achteraf geen verweer mogelijk zal zijn. Onze woning staat op ca 800 m afstand in het voile zicht van de molen en vangt dus de volle geluidsbelasting Er zijn door het RIVM en de GGD diverse rapporten uitgebracht betreffende de gezondheid en het welzijn van omwonenden van windmolens. Hierbij komt ook laagfrequent geluid aan de orde, wat een algemeen bekend geluidsprobleem bij windmolens is.