Jaarstukken Brielle 2022 definitief
Tekst van het document
59
Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Aanwending van onvoorzien: In de primaire begroting is ten behoeve van “onvoorziene” uitgaven geen raming opgenomen. Onvoorziene bedragen zijn op basis van raadsbesluiten tot vaststelling van wijzigingen van de programmabegroting onttrokken aan de reserves. Op rekeningbasis maken de werkelijke lasten die zijn voortgevloeid uit de genoemde ramingen onderdeel uit van het resultaat voor en na bestemming.
Taakvelden In het overzicht van Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien zijn de volgende taakvelden opgenomen: 0.5
Treasury
0.61 Onroerende Zaakbelasting woningen 0.62 Onroerende Zaakbelastingen niet woningen 0.64 Belastingen overig 0.7
Algemene uitkering gemeentefonds
0.8
Overige baten en lasten
0.9
VPB
60
Overzicht overhead
O
verzicht overhead
Algemeen Volgens artikel 1 lid l van de BBV zijn overheadkosten alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. In de programmaverantwoording dient conform artikel 25 lid 1a een overzicht te worden opgenomen van de kosten van overhead
Overzicht overhead Begroting 2022 primair
Begroting 2022 na wijziging
Gerealiseerd 2022
Bestuursondersteuning Personeelskosten P & O en Financiën Interne Zaken Automatisering Huisvesting binnendienst Huisvesting buitendienst Tractiemiddelen Stadhuis / museum
497.387 3.539.605 42.163 169.500 2.150.322 504.907 13.328 0 54.950
284.129 3.869.874 42.163 159.500 2.367.134 520.907 13.328 0 129.058
227.522 4.488.150 46.453 143.263 2.494.112 434.363 12.318 2.095 133.170
Totaal lasten overhead
6.972.162
7.386.093
7.981.445
Begroting 2022 primair
Begroting 2022 na wijziging
Gerealiseerd 2022
Bestuursondersteuning Personeelskosten P & O en Financiën Interne Zaken Automatisering Huisvesting binnendienst Huisvesting buitendienst Tractiemiddelen Stadhuis / museum
0 -155.407 -776 -300 0 -13.600 0 0 -4.339
0 -134.107 -776 -300 0 -13.600 0 0 -4.339
0 -114.330 -19.967 -33 -495 -7.087 0 -2.095 -53.213
Totaal baten overhead
-174.422
-153.122
-197.220
Saldo overhead
6.797.740
7.232.971
7.784.225
Lasten
Baten
Toelichting: De belangrijkste verschillen tussen de raming na wijziging en de realisatie zijn: Zie Programma 1 Organisatie en Bestuur voor een nadere toelichting op de mutaties.
61
Jaarverslag 2022
Jaarverslag 2022 Paragrafen
62
Paragraaf lokale heffingen
L
okale heffingen
Algemeen Ingevolge artikel 9 van het BBV dient een afzonderlijke paragraaf te worden gewijd aan de lokale heffingen. Artikel 10 van het besluit geeft vervolgens aan dat in deze paragraaf tenminste aandacht dient te worden besteed aan: •
de gerealiseerde inkomsten:
•
het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
•
een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen; waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen , die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekening en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;
•
een aanduiding van de lokale lastendruk;
•
een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Hieronder wordt nader op deze punten ingegaan.
Gerealiseerde inkomsten Omschrijving
Begroting 2022
Begroting 2022
Gerealiseerd
Precariorechten Rioolheffing Afvalstoffenheffing Woonforensenbelasting Hondenbelasting Toeristenbelasting Reclamebelasting Secretarieleges Leges BOA Leges Afvalpassen Bouwleges Lijkbezorgingsrechten BIZ-regeling
primair 3.222.171 12.759 33.775 2.000.273 2.251.087 2.500 128.500 363.710 72.500 162.240 45.765 5.000 512.787 85.015 50.000
na wijziging 3.222.171 12.759 33.775 2.000.273 2.251.087 2.500 128.500 363.710 72.500 162.240 45.765 5.000 512.787 85.015 50.000
2022 3.338.500 10.398 17.270 2.033.691 2.319.511 1.796 128.501 366.883 76.138 192.875 15.767 7.011 338.294 87.669 48.020
Totaal
8.948.082
8.948.082
8.982.324
Onroerendezaakbelasting zaakbelastingen Marktgelden
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen Als uitgangspunt hanteert de gemeente het principe dat de belastingen ter compensatie van de inflatie trendmatig worden verhoogd. Daar waar sprake is van heffingen ter dek-
63
Paragraaf lokale heffingen king van de door de gemeente gemaakte kosten, zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, wordt voor de bepaling van het tarief rekening gehouden met de wettelijke bepaling dat de heffingsopbrengst niet hoger mag zijn dan de gemaakte kosten. Op alle tarieven is een inflatiecorrectie van 1,4% toegepast, waarbij gebruik gemaakt is van de Prijsindex Bruto Binnenlands Product 2022 (pBBP) uit de septembercirculaire 2020 van het ministerie van Binnenlandse Zaken. WOZ Omschrijving
Percentage 2021
Percentage 2022
Eigenaren van woningen
0,1116%
0,0987%
Eigenaren van niet-woningen
0,1468%
0,1495%
Gebruikers van niet-woningen
0,1199%
0,1221%
Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Omdat het ongewenst geacht wordt dat de OZB fluctueert als gevolg van de waardeontwikkeling van de onderliggende onroerende zaken, wordt het OZB tarief voor deze waardewijziging (daling of stijging) gecorrigeerd. Dit gebeurt door het tarief zo aan te passen dat bij de nieuwe gemiddelde WOZ-waarde eenzelfde heffing wordt verkregen als in het voorgaande jaar met de oude gemiddelde WOZ-waarde (bij gelijk areaal). Daarna wordt het tarief voor de inflatie gecorrigeerd. De tarieven van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kunnen jaarlijks worden aangepast aan het stijgende kostenniveau maar de heffingen zijn maximaal 100% kostendekkend. Dit betekent dat de opbrengsten uit deze heffingen de voor deze voorzieningen gemaakte kosten niet mogen overschrijden. De kosten van afvalverwerking worden al vele jaren mede gedekt door een onttrekking aan de voorziening ‘Egalisatie Afvalstoffenheffing’. Deze voorziening is ooit gevormd uit de opbrengst bij de verkoop van de AVR aandelen. Doordat de kosten door diverse oorzaken in de afgelopen jaren sterk zijn opgelopen, is het tarief voor de afvalstoffenheffing in 2022 met € 97,80 verhoogd naar € 292,80. Hierdoor is de heffing dichter bij de kostprijs van de afvalverwerking komen te liggen.
Ook de tarieven van de retributies, het marktgeld, de leges en de lijkbezorgings-rechten worden jaarlijks aangepast met de inflatiecorrectie (pBBP). Periodiek worden de leges getoetst op kostendekkendheid. Als de kostendekkendheid daartoe aanleiding geeft worden de tarieven aangepast. Overigens mag de totale legesheffing de in verband met de legesverordening gemaakte kosten niet overschrijden.
Onroerendezaakbelastingen Onder de naam “onroerendezaakbelastingen” worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: •
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt (geldt alleen voor niet-woningen).
•
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
De heffingsmaatstaf is de op de voet van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het kalenderjaar valt. 64
Paragraaf lokale heffingen
Rioolheffing Onder de naam “smalle rioolheffing” wordt vanaf 2010 een heffing geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater, grondwater of hemelwater vandaan komt. Het maakt niet meer uit of het eigendom direct of indirect op de riolering is aangesloten. Maatstaf van de heffing is het aantal kubieke meter water dat wordt afgevoerd. Bedrijven en instellingen waarop meer dan het basistarief van toepassing is worden apart aangeslagen. Het tarief voor rioolheffing wordt berekend aan de hand van de directe kosten plus een opslag voor de overheadkosten. Deze opslag bedraagt, evenals vorig jaar, 28% van de directe loonkosten en ingeleend personeel. Het tarief mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Berekening tarief rioolheffing energie en water onderhoud en reiniging planvorming Inspectie bijdrage zuiveringschap diverse exploitatielasten huisvesting buitendienst en tractie kapitaallasten directe personeelskosten inhuur personeel aandeel overhead doorberekende kosten doorberekend > 100 m3 bijdragen van derden doorberekende heffing vorige dienstjaren oninbaar en bezwaar Storting / beschikking egalisatiereserve door te berekenen via heffing verwacht aantal aansluitingen tarief rioolheffing
Raming 2022 94.888 175.210 70.000 20.000 65.000 64.115 99.002 1.182.532 329.437
Realisatie 2022 114.581 142.591 37.632 23.628 111.105 125.510 1.116.071 329.437
92.242 -1.500 -229.423 0 0 33.400 1.994.903 -204.653 1.790.250
105.957 -11.499 -204.664 46.727 1.937.077 -69.560 1.867.517
7.752 € 231
8.086 € 231
Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvoor een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Afvalstoffenheffing wordt niet geheven van bedrijven. Het tarief is een vast bedrag per perceel. Het tarief voor afvalstoffenheffing wordt berekend aan de hand van de directe kosten plus een opslag voor de overheadkosten. Deze opslag bedraagt, 25% van de directe loonkosten en ingeleend personeel. Het tarief mag maximaal 100% kostendekkend zijn.
65
Paragraaf lokale heffingen Berekening tarief afvalstoffenheffing stortkosten restafval stortkosten GFT ophalen huisvuil ophalen en verwerken kunststof verpakkingen kosten afvalcontainers diverse exploitatielasten huisvesting buitendienst en tractie kapitaallasten directe personeelskosten aandeel overhead opbrengst diverse afvalstromen oninbaar en bezwaar beschikking egalisatiereserve door te berekenen via heffing
Raming 2022 425.000 108.000 700.000 180.000 183.500 168.145 143.174 276.765 450.987 112.747 -275.000 50.929 2.524.247 -227.231 2.297.016
Realisatie 2022 537.720 97.385 708.341 9.904 81.851 221.830 156.474 249.707 450.987 112.747 -301.984 55.816 2.380.777 -11.897 2.368.880
verwacht aantal aansluitingen tarief afvalstoffenheffing
7.845 € 293
8.090 € 293
Leges Onder de naam leges worden rechten geheven ter zake van het genot van door de gemeente verstrekte diensten. Uitgangspunt is maximaal 100% kostendekkendheid.
Lijkbezorgingsrechten Onder deze naam worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor door of vanwege de gemeente verleende diensten in verband met de begraafplaats.
Marktgelden Voor het hebben van een standplaats op de als marktterrein aangewezen openbare wegen of gedeelten daarvan wordt een recht geheven onder de naam “marktgeld”.
Precariobelasting Van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond dan wel degene te wiens behoeve voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aangetroffen wordt precariobelasting geheven.
Retributies Voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen. die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn; of het genot van door de gemeente verstrekte diensten, tenzij deze bedrijfsmatig worden verstrekt of bestaan in het tijdelijk ter beschikking van particulieren stellen van gemeentepersoneel worden rechten geheven onder de naam “retributie”. De tarieven van de retributies hebben een zodanige hoogte dat voor de kosten van personeel en materieel maximaal 100% kostendekking wordt bereikt. De gehanteerde tarieven zijn dan ook gebaseerd op calculaties die in principe jaarlijks worden geactualiseerd.
66
Paragraaf lokale heffingen
Forensenbelasting Deze belasting wordt geheven van personen die niet in de gemeente wonen maar wel een gemeubileerde woning (voor meer dan 90 dagen per jaar) ter beschikking houden. Kort gezegd wordt met deze belasting de “tweede woningbezitter” belast. De heffing betreft een vast bedrag per woning afhankelijk van de waarde van die woning.
Toeristenbelasting Bij de toeristenbelasting wordt onderscheid gemaakt tussen landtoeristen en watertoeristen. Eerstgenoemde wordt geheven ter zake het tegen vergoeding houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, B&B’s, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens van personen die niet als ingezetene van de gemeente zijn ingeschreven. De watertoeristenbelasting wordt geheven ter zake het houden tegen vergoeding van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen. Belastingplichtig is degene die gelegenheid geeft tot het houden van verblijf. Dit zijn de recreatieondernemers en hotel- en pensioneigenaren.
Reclamebelasting De reclamebelasting is van toepassing in de binnenstad van Brielle, in het gedeelte dat is gelegen binnen de stadswallen (de vesting). Binnen dit gebied wordt een belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. De inkomsten worden na aftrek van de kosten beschikbaar gesteld aan de Brielse Belangenvereniging. Het doel van de stichting is de binnenstad van Brielle economisch te versterken en meer bezoekers naar de binnenstad te trekken, zodat alle ondernemers hiervan profiteren.
Hondenbelasting Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.
Een aanduiding van de lokale lastendruk Bij het berekenen van de lokale lastendruk worden alleen die belastingen betrokken die nagenoeg voor iedereen van toepassing zijn. Voor Brielle betekent dit de rioolheffing, de afvalstoffenheffing en de onroerendezaakbelasting (OZB).
Milieulasten Het tarief rioolheffing is in 2022 verhoogd tot € 231. De kostendekkendheid is 91% (op begrotingsbasis). Het tarief voor de afvalstoffenheffing is in 2022 verhoogd tot € 293. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing is 91%(op begrotingsbasis). Het tekort wordt al vele jaren aangevuld vanuit de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing. Het saldo van deze voorziening is echter onvoldoende hoog om het verschil tussen de baten en lasten voor langere tijd te dekken.
Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten Bij een geraamde gemiddelde stijging/daling van de WOZ-waarde zullen de vast te stellen OZB-tarieven evenredig dalen/stijgen. Hierdoor werken deze waardefluctuaties in principe niet door in de aanslag. De OZB tarieven zijn voor de inflatie gecorrigeerd met 1,4% (PBBP). In 2022 was de gemiddelde woningwaarde in Brielle € 306.000 (CBS). Een stijging met 10,5% t.o.v. 2021.
67
Paragraaf lokale heffingen
Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten (bron Coelo atlas van de woonlasten) Omschrijving
2021
2022
Afvalstoffenheffing, heffings- c.q. kostendekkend tarief
195
293
Rioolrecht, kostendekkend tarief
228
231
Totaal milieulasten
423
524
Voorgaande jaar
396
423
Stijging / Daling
27
101
6,82%
23,88%
2021
2022
Totaal woonlasten gebruiker, zie boven
423
524
OZB als eigenaar
309
302
Totaal woonlasten bewoner/eigenaar)
732
826
Voorgaande jaar
693
732
Mutatie
39
94
5,63%
12,84%
Stijging / Daling milieulasten in % op basis prijspeil t/m 31 december 2019
Omschrijving
Lasten voor de bewoner van een eigen woning
Mutatie woonlasten bewoner/eigenaar in % *)inclusief 1,4% indexatie afvalstoffenheffing en OZB
Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding van een gemeentelijke belasting kan worden verleend indien de belastingplichtige niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de aanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake indien de middelen om een aanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Teneinde de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor elke burger te waarborgen is er een landelijk geldend kwijtscheldingsbeleid ontwikkeld en vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Artikel 255 van de Gemeentewet bepaald vervolgens dat - voor wat betreft het verlenen van kwijtschelding – de gemeenten de rijksregeling dienen te volgen, zoals deze in de genoemde uitvoeringsregeling is vastgelegd. De kwijtscheldingsmogelijkheden zijn vastgelegd in de Verordening kwijtschelding.
Beleid Per 1 januari 2008 is een nieuwe gemeentelijke belasting ingevoerd: de rioolheffing. Anders dan de rioolrechten ziet de rioolheffing niet alleen op rioleringskosten, maar ook op het beheer van regenwater en grondwater. Op 28 juni 2007 heeft de Eerste Kamer de Wet gemeentelijke watertaken aange-nomen. Deze wet breidt met ingang van 1 januari 2008 zowel de wettelijke rioleringszorg als het gemeentelijke kostenplaatje hierbij uit. Sinds 2008 hebben gemeenten twee extra rioleringstaken, wat het totaal op drie brengt: •
Zorg voor doelmatige inzameling en transport van huishoudelijk en bedrijfs-afvalwater, evenals de zuivering van huishoudelijk afvalwater door middel van kleinere
68
Paragraaf lokale heffingen individuele installaties voor de behandeling van afvalwater (IBA). Dit wordt ook wel de “waterketen” genoemd. •
Zorg voor doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan moet ontdoen redelijkerwijs niet kan worden gevergd het hemelwater zelf op of in de bodem of in het oppervlak-tewater te brengen. Dit betreft het gedeelte van het zogenoemde “watersysteem” dat onder andere ziet op het inzamelen, de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van hemelwater, en het afvoeren naar een inrichting.
•
Zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover deze voorzieningen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Dit betreft het gedeelte van het “watersysteem” dat onder andere ziet op het inzamelen, de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van grondwater, en het afvoeren naar een inrichting.
De zorgplicht voor de inzameling en het transport van het stedelijk afvalwater wordt in de Wet milieubeheer geregeld. De hemelwaterzorgplicht en de grondwaterzorg-plicht worden vastgelegd in de Wet op de waterhuishouding. Splitsing van kosten Voor de kosten van enerzijds het afvalwater en anderzijds het regen- en grondwater kunnen op grond van artikel 228a Gemeentewet twee afzonderlijke belastingen worden geheven. Het artikel biedt gemeenten echter ook de mogelijkheid van één heffing, waaruit zowel de uitgaven voor afvalwater als regen- en grondwater worden bekostigd. Zij kunnen dan zelf bepalen of en wanneer in een geleidelijk traject gekozen wordt voor de financiële ontvlechting van beide heffingen, en hoe dit in een specifiek geval vorm krijgt. Het uitgangspunt voor de heffing is echter dat de kosten in de gemeentelijke begroting voor afvalwaterzorg, hemelwaterzorg en grondwaterzorg waar mogelijk afzonderlijk inzichtelijk worden gemaakt. In elk geval zal van nieuwe kosten die uit de uitgebreide zorgplichten voortvloeien, moeten worden aangegeven of zij vallen onder de categorie huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater of hemel- en grondwater. Belastingkarakter Het huidige rioolrecht heeft een retributiekarakter voor de bekostiging van door de gemeente te verlenen diensten of het gebruik van gemeentelijke voorzieningen.
De nieuwe gemeentelijke heffing heeft echter het karakter van een bestemmingsheffing, bedoeld om kosten voor noodzakelijk geachte (collectieve) maatregelen ten aanzien van riolering, hemelwater en grondwater te kunnen verhalen. Omdat het een bestemmingsheffing is, hoeft in de relatie met de belastingplichtige geen sprake te zijn van een rechtstreekse tegenprestatie in de vorm van een verleende dienst of een voorziening. Gemeente blijft belastingplicht bepalen Net zoals bij het huidige rioolrecht, mogen gemeenten de rioolheffing zelf door middel van een eigen belastingverordening nader vormgeven. Zaken als het bepalen van de belastingplichtige, de heffingsgrondslag en de heffingsmaatstaf worden dus overgelaten aan het gemeentebestuur. Gemeenten mogen zowel gebruikers als eigenaren, of slechts één van beide categorieën, als belastingplichtigen voor de heffing aanwijzen. Hierin komt 69
Paragraaf lokale heffingen geen verandering. Zodoende kunnen gemeenten zoveel mogelijk aansluiten bij het systeem dat zij gebruiken voor de heffing van het rioolrecht.
Realisering 2022 Met de verleende kwijtscheldingen is in 2022 in totaal € 122.532 gemoeid (2021 €104.718). De stijging is het gevolg van de toename van het aantal huishoudens dat onvoldoende middelen heeft om de aanslag te kunnen voldoen en uit dien hoofde aanspraak kunnen maken op kwijtschelding.
70
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
W
eerstandsvermogen en risicobe-
heersing Artikel 11 lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat de paragraaf weerstandsvermogen ten minste bevat: • • • •
het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s; een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico’s. kengetallen en een beoordeling van de onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie.
De hierboven genoemde elementen geven een indicatie van de robuustheid van de begroting. Dit is van belang om een inschatting te kunnen maken in hoeverre de gemeentelijke begroting bestand is tegen financiële tegenvallers. Of in andere woorden: de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen enerzijds de weerstandscapaciteit en anderzijds de daarmee af te dekken risico’s. Het weerstandsvermogen kan betrekking hebben op het begrotingsjaar zelf (statisch), het kan ook betrekking hebben op de gevolgen voor meerdere begrotingsjaren (dynamisch weerstandsvermogen). Onder de weerstandscapaciteit wordt verstaan de noodzakelijk aanwezige capaciteit om financiële risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten, te kunnen opvangen. Zij geeft aan in hoeverre onverwachte, substantiële niet begrote kosten gedekt kunnen worden. Het gaat om die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. Mogelijke onderdelen van de weer-standscapaciteit zijn: • • • •
de post onvoorziene uitgaven; de vrij aanwendbare reserves; de onbenutte belastingcapaciteit: hieronder verstaan we de beschikbare ruimte in de tarieven van de belastingen en heffingen oftewel de mogelijkheden om de belastingtarieven te verhogen; de stille reserves: dit is het verschil tussen de boekwaarde en de feitelijke waarde van activa die te gelde gemaakt kunnen worden.
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Met het eerste wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het bestaande niveau. Met de structurele weerstandscapaciteit worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. De precieze definitie van het weerstandsvermogen hangt mede af van het geformuleerde financiële beleid (bijvoorbeeld het rentebeleid en het beleid rond reserves en voorzieningen).
71
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Beleid Op 14 maart 2006 is besloten een Algemene Risico Reserve in te stellen waaruit de door ons in deze paragraaf beschreven risico’s alsmede de uitkomsten van een nog uit te voeren risico-inventarisatie eventueel kunnen worden gedekt. De omvang van de ARR is bepaald op minimaal € 5 miljoen. De ARR bedraagt ultimo 2022 € 5.200.000. Daarnaast is het saldo van de Algemene Reserve per 31/12/2022 € 7.224.600. Op basis van de huidige inzichten is de ultimo 2022 beschikbare weerstandscapaciteit voldoende om de door de gemeente Brielle gekwantificeerde risico’s van € 6,686 miljoen af te dekken. Eind 2022 is dus sprake van een weerstandsvermogen (= weerstandscapaciteit minus risico’s) van circa € 5,739 miljoen. De weerstandsratio (= benodigde weerstandscapaciteit uitgedrukt in een factor van de beschikbare weerstandscapaciteit) ultimo 2022 is 1,86.
Inventarisatie risico’s Gebeurtenis
Kans (%)
maximaal gevolg
Kans x Gevolg
Uitstroom WWB uitkering blijft achter door lagere werkgelegenheid
50%
€ 150.000
€ 75.000
Risicoboekwaarde van niet door de voorziening gedekt en Niet In Exploitatie Genomen Gronden (NIEGG) voor zover die de landbouwwaarde te boven gaat -Projectmatige risico’s -Conjuncturele -Niet in Exploitatie genomen gronden
40% Netto 20%
€ 4.379.472 € 427.525 1.000.677
€ 1.745.000 € 428.000 € 200.000
Saldo van projectmatige risico’s, conjuncturele risico’s en kansen van lopende grondexploitaties die niet door voorzieningen zijn afgedekt
24%
€ 5.106.001
€ 1.225.440
Faillissement na betalen bij opdracht (frictiekosten)
5%
€ 500.000
€ 25.000
Onverhaalbare schade aan gemeentelijke eigendommen (horeca- of evenement-gerelateerd)
50%
€ 100.000
€ 50.000
Lagere uitkering "algemene uitkering" dan begroot, als gevolg van besluitvorming uitgaven rijksoverheid
5%
€ 500.000
€ 25.000
Tekorten bij gemeenschappelijke regelingen of gesubsidieerde instellingen kunnen niet (meer) worden opgevangen binnen de reserves van de instelling zelf extra bijdragen om de financiële positie weer gezond te maken.
25%
€ 300.000
€ 75.000
Er is geen voorziening voor WW, voor bijv. ontslag van ambtenaren
50%
€ 250.000
€ 125.000
Medewerkers krijgen een bedrijfsongeval en/of worden ziek waardoor zij hun eigen werk niet meer kunnen uitoefenen
5%
€ 2.000.000
€ 100.000
Uitbetalen verlofstuwmeren
50%
€ 500.000
€ 250.000
Frictiekosten in verband met een hoger verloop van vast personeel in verband met de herindeling (inhuren tegen hoog tarief)
50%
€ 200.000
€ 100.000
Stijging vervoerszorgkosten i.v.m. nieuwe aanbesteding/tarieven huishoudelijke hulp, Wmo en Jeugd
50%
€ 400.000
€ 200.000
72
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Gebeurtenis
Kans (%)
maximaal gevolg
Kans x Gevolg
Niet door de Rijksoverheid gecompenseerde hogere kosten / lagere opbrengsten i.v.m. Covid-19
50%
€ 500.000
€ 250.000
Kosten juridische ondersteuning bij onvoorzien dispuut
50%
€ 100.000
€ 50.000
Faillissement zorgaanbieder (frictiekosten)
5%
€ 2.000.000
€ 100.000
Spoedherstel kademuren
25%
€ 2.000.000
€ 500.000
Totaal
€ 5.523.440
De geïnventariseerde risico’s hebben zich niet voorgedaan of de beperkte financiële consequenties zijn verwerkt in de jaarrekening 2022 en toegelicht bij het betreffende programma. Gewaarborgde geldleningen Achtervangrisico : De borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is ingebed in de zekerheidsstructuur van het borgstelsel met meerdere vangnetten en buffers. De achtervang van de gemeenten (50%) en de Rijksoverheid (50%) vormen samen de derde buffer. De achtervang betekent voor de gemeenten dat zij risico lopen dat zij renteloze leningen aan WSW zullen moeten verstrekken wanneer de andere buffers onvoldoende groot blijken te zijn. WSW schat dit risico op basis van zijn risicomodellen en stresstesten in als zeer klein, of zelfs theoretisch. De WSW is nog nooit aangesproken op zijn borg. Zodra WSW aangesproken wordt op haar borg kan zij onderpand uitwinnen bij de corporatie die de aanspraak veroorzaakt. WSW kan dit onderpand verkopen en daarmee de renteloze leningen van het Rijk en de gemeenten terugbetalen. Grondexploitatie Voor de grondexploitatie is een algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve dient om risico‘s in de diverse grondexploitaties op te kunnen vangen en om te kunnen verevenen tussen winstgevende en verliesgevende locaties.
Indien blijkt dat, rekening houdend met bovenstaande, de algemene reserve grondexploitatie een structureel overschot vertoont, kan dit overschot zo nodig ingezet worden ten behoeve van de algemene middelen. In 2022 is de grondexploitatie Seggelant I afgesloten en komt het resultaat ten gunste van de reserve. De voorgenomen onttrekking voor plan Oude Goote gaat niet door, de nadelen moeten volgens de voorschriften via de exploitatie afgewikkeld worden. Het saldo van de algemene reserve grondexploitatie per 31-12-2022 bedraagt € 1.969.655. De voorziening verliezen grondexploitatie is ingesteld voor het afdekken van verwachte verliezen met betrekking tot bouwgronden in exploitatie (BIE). Deze verliesvoorziening is gewaardeerd tegen contante waarde; de discontovoet bedraagt 2%. De omvang van de voorziening per 31-12-2022 bedraagt € 5.291.728 en is bedoeld voor de complexen Dorpshart Zwartewaal en Glassanering/ruimte-voor-ruimte-kavels.
73
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Weerstandscapaciteit Dit onderdeel bevat de berekening van de weerstandscapaciteit voor 2022 op basis van de thans bekende gegevens en uitgaande van wat hierboven onder het kopje beleid is verwoord. Voor wat betreft de onbenutte belastingcapaciteit gaat het in eerste instantie om de OZB. Met ingang van 1 januari 2008 heeft het Rijk de maximalisering van de tarieven laten vervallen. Dit betekent dat er geen limiet meer aan gemeenten worden gesteld over de hoogte van het OZB-tarief en het percentage waarmee de tarieven maximaal mogen stijgen. Het vervallen van de limitering OZB mag niet leiden tot een onevenredige stijging van de collectieve lastendruk. Het instellen van een macronorm moet dat voorkomen. Als de ontwikkeling van de lokale lasten tot overschrijding van die norm leidt, kan het Rijk ingrijpen via correctie van het volume van het gemeentefonds. Op basis van de huidige WOZ-waarden is de onbenutte belastingcapaciteit voor 2022 dus niet aan te geven. De onbenutte belastingcapaciteit is op papier onbeperkt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het slechts een theoretische mogelijkheid is. Ten eerste mag de stijging niet leiden tot een onevenredige stijging van de collectieve lastendruk en ten tweede geldt dan bovendien nog de vraag van de politieke haalbaarheid.
In het onderstaande overzicht van de berekening van de weerstandscapaciteit is de onbenutte belastingcapaciteit dan ook aangegeven met Pro Memorie. De capaciteit van de overige heffingen(riool-en afvalstoffenheffing) is gebonden aan een maximale kostendekking van 100%. Omdat deze al is bereikt (eventueel aangevuld met een onttrekking aan de relevante egalisatie voorziening), is hier geen sprake van onbenutte capaciteit. De reserves die niet vrij aanwendbaar zijn kunnen in principe geen onderdeel uitmaken van de weerstandscapaciteit.
Berekening weerstandscapaciteit Belastingcapaciteit: Onroerende zaakbelastingen Opbrengst 2022
3.338.500
Opbrengst 2021 op basis van mogelijke tarieven
PM
Onbenutte capaciteit
PM
Overige heffingen
100% dekking
Weerstandcapaciteit Algemene risicoreserve en Algemene Reserve
12.424.600
Onbenutte belasting capaciteit:
PM
Totale weerstandscapaciteit
12.424.600
74
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit
Beschikbare Weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen =
€ 12.424.600 =
Benodigde
= 1,86 €
6.686.400
Weerstandscapaciteit
Ratio
Betekenis
>2.0
Uitstekend
1.4 – 2.0
ruim voldoende
1.0 – 1.4
Voldoende
0.8 – 1.0
Matig
0.6 – 0.8
Onvoldoende
<0.6
ruim onvoldoende
Kengetallen Kengetallen:
Rekening 2021
Begroting 2022
Rekening 2022
netto schuldquote
-27%
17%
-11%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-31%
13%
-14%
solvabiliteitsratio
86%
84%
88%
structurele exploitatieruimte
2%
-2%
-1%
grondexploitatie
17%
9%
17%
belastingcapaciteit
94%
100%
102%
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Kengetal
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote zonder correctie doorgeleende gelden
<90%
90 - 130%
> 130%
Netto schuldquote met correctie doorgeleende gelden
<90%
90 - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20 - 50%
< 20%
Grondexploitatie
<20%
20 - 35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
Begr > 0%
Begr = 0%
Begr < 0%
Belastingcapaciteit
<95%
95 - 105%
> 105%
*gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
75
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing De netto schuldquote is nog steeds laag maar zal op niet al te lange termijn geleidelijk gaan stijgen omdat het saldo van de vrij beschikbare liquide middelen door alle lopende projecten snel afneemt. Uit het solvabiliteitsratio blijkt dat er veel eigen vermogen is en vanuit vermogensperspectief (niet te verwarren met liquiditeit) de gemeente goed in staat is om aan de financiële verplichtingen te voldoen, eventueel door het aantrekken van vreemd vermogen.
Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Rekening 2021
Begroting 2022
Rekening 2022
A
Vaste schuld (art. 46 BBV)
2.306.805
1.343.375
B
Netto vlottende schuld (art. 48 BBV)
6.344.064
8.619.710
5.702.733
C
Overlopende passiva (art. 49 BBV)
6.500.727
3.600.000
5.427.5285.434.237
D
Financiële activa (art. 36 lid d, e, f)*
78.386
78.117
78.386
E
Uitzettingen < 1 jaar (art. 39 BBV)
24.626.492
3.000.000
6.616.299
F
Liquide middelen (art. 40 BBV)
955.925
257.000
406.767
G
Overlopende activa (art. 40a BBV)
4.721.169
2.000.000
11.317.34011.907.193
H
Totale baten (art. 17 lid c BBV)**
56.818.013
49.044.331
60.357.34258.442.863
-27%
17%
-10-11%
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
1.343.375
* exclusief verstrekte leningen ** exclusief mutaties in reserves
Toelichting: Hoe lager het percentage, hoe beter. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage onder de 90% in de categorie valt die het minst risicovol is. De gemeente Brielle heeft zelfs een negatief percentage. Dit wordt veroorzaakt doordat de beschikbare financiële middelen hoger zijn dan de schulden.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Rekening 2021
Begroting 2022
Rekening 2022
A
Vaste schuld (art. 46 BBV)
2.306.805
1.343.375
1.343.375
B
Netto vlottende schuld (art. 48 BBV)
6.344.064
8.619.710
5.702.733
C
Overlopende passiva (art. 49 BBV)
6.500.727
3.600.000
5.434.237
D
Financiële activa (art. 36 lid d, e, f)*
2.198.143
1.692.117
1.731.431
E
Uitzettingen < 1 jaar (art. 39 BBV)
24.626.492
3.000.000
6.616.299
F
Liquide middelen (art. 40 BBV)
955.928
257.000
406.767
G
Overlopende activa (art. 40a BBV)
4.721.169
2.000.000
11.907.193
H
Totale baten (art. 17 lid c BBV)**
56.818.013
49.044.331
58.442.863
-31%
13%
-14%
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% * inclusief verstrekte leningen ** exclusief mutaties in reserves
76
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Toelichting: Hoe lager het percentage, hoe beter. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage onder de 90% in de categorie valt die het minst risicovol is. De gemeente Brielle heeft zelfs een negatief percentage. Dit wordt veroorzaakt doordat de beschikbare financiële middelen hoger zijn dan de schulden.
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit betekent in dit geval niet per definitie dat er voldoende vrij beschikbare liquide middelen zijn (zie F), maar een hoog percentage wijst wel op een hoge leencapaciteit en de mogelijkheid om tegen gunstige tarieven kapitaal aan te trekken.
Rekening 2021
Begroting 2022
Rekening 2022
A
Eigen vermogen (art. 42 BBV)
121.039.895
104.377.060
114.522.629
B
Balanstotaal
139.793.024
123.968.078
130.683.734
87%
84%
88%
Solvabiliteit (A/B) x 100%
Hoe hoger dit percentage, hoe beter. Een hoog ratio betekend dat de gemeente relatief veel eigen vermogen heeft en goed in staat is om aan de financiële verplichtingen te voldoen. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage boven de 50% in de categorie valt die het minst risicovol is.
Grondexploitatie Rekening 2021
Begroting 2022
Rekening 2022
A
Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV)
9.446.697
4.244.117
10.134.456
B
Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV dus exclusief mutaties in reserves)
56.818.013 49.044.331
58.442.863
Grondexploitatie A/B x 100%
17%
9%
17%
Toelichting: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hoe lager dit percentage hoe beter in verband met de risico’s die samenhangen met de grondexploitatie, zoals fluctuerende grondprijzen. Een hoge grondexploitatie betekent over het algemeen een hoge boekwaarde. Hierbij kan een gemeente het risico lopen dat deze boekwaarde (de kostprijs verkopen), bij de verkoop van de gronden, niet volledig wordt gerealiseerd. Aan de andere kant ligt de aankoop van de grond vaak in het verleden en ook de kosten voor het bouwrijp maken zijn vaak niet allemaal gemaakt in het jaar waarin de grond verkocht wordt. Dit betekent dat er bij verkoop (zeker bij een grote grondexploitatie) een substantieel positieve kasstroom ontstaat. De instroom van deze middelen leidt dan tot een verbetering van de liquiditeitspositie. De signaleringswaarde die is opgesteld door de provincie Zuid-Holland geeft aan dat een grondexploitatie < 20% het minst risicovol is. Op basis van een inschatting van het risico van waardevermindering wordt jaarlijks de voorziening Algemeen risico GREX bepaald.
77
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Structurele exploitatieruimte Rekening 2021 A B C D E
Totale structurele lasten Totale structurele baten Totale structurele toevoegingen aan reserves Totale structurele onttrekkingen aan reserves Totale baten Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%
Begroting 2022
Rekening 2022
51.844.703 51.285.072 46.801.408 45.536.334
55.713.050 50.614.674
4.273.116
2.037.594
2.037.456
10.081.618
7.024.370
6.657.765
56.818.013 49.044.331
58.442.863
1,35%
-1,6%
-0,82%
Toelichting: hoe hoger dit percentage, hoe beter. De provincie Zuid-Holland geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage van -1,10% in de categorie valt die het meest risicovol is. De structurele lasten worden niet volledig gedekt door structurele baten, een voorwaarde voor repressief (regulier) toezicht.
Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak ge-relateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolen reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage De (ongewogen) gemiddelde woonlasten van gemeenten in 2021 (t-1) – op basis van de cijfers van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) bedraagt €776,--. * Coelo atlas van gem. woonlasten
*Rekening 2021
*Begroting 2022
*Rekening 2022
A
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
309
291
302
B
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
228
231
231
C
Afvalstoffenheffing voor een gezin
195
293
293
D
Eventuele heffingskorting
0
0
0
E
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D)
732
815
826
F
Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in het voorgaande begrotingsjaar (T-1)
776
811
811
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar T-1 (E/F) x 100%
94%
100%
102%
Toelichting: Hoe lager dit percentage, hoe beter. Een lage belastingcapaciteit geeft aan dat de gemeente nog ruimte heeft om structurele baten te genereren. In de gemeente Brielle zijn de woonlasten lager dan het landelijk gemiddelde. De provincie Zuid-Holland
78
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan dat de gemeente Brielle met een percentage van 102% in de categorie “neutraal” valt. De OZB-lasten voor gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde schommelt door de wijziging van de gemiddelde woning-waarde in verband met nieuwbouw. In het bovenstaande overzicht zijn de woonlasten voor een gezin bij gemiddelde WOZwaarde in 2022 t.o.v. 2021 gestegen met € 94 per jaar. Deze stijging met wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere afvalstoffenheffing.
Berekening EMU Saldo Teneinde het EMU-saldo (het gezamenlijke begrotingstekort van het Rijk, lokale overheden en sociale fondsen) beter te beheersen en om de bewustwording rond het begrip EMU-saldo te vergroten dienen gemeenten dit saldo op te nemen. Het EMU-saldo heeft betrekking op het vorderingensaldo van de gemeenten op transactiebasis. Het geeft het saldo weer van de inkomsten en uitgaven. Tot de uitgaven behoren onder meer lonen en salarissen, aankopen van goederen en diensten, rentelasten, uitkeringen, bijdragen aan derden, investeringen en aankopen van grond. Inkomsten bestaan uit onder meer belastingopbrengsten, rentebaten, bijdragen van derden en opbrengsten uit de verkoop van grond. De veranderingen in de vorderingen en de schulden op de financiële balans van de gemeenten geven inzicht in de wijze waarop de gemeenten (per saldo) hun tekort hebben gefinancierd of hun overschot hebben uitgezet. Behaalde boekwinsten bij de verkoop van aandelen moeten daarbij buiten beschouwing worden gelaten omdat deze boekwinsten niet worden meegenomen bij de berekening van het EMU-saldo. Bedragen x € 1.000
Omschrijving
1 2 3 4 5
Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) negatief expl.saldo is negatief bedrag) Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa Berekend EMU-saldo (+1-2+3-4-5)
2022 primair
2022 gerealiseerd
-9.726
-6.517
-732 -1.620
1.741 273
-5.497
688
600
98
-5.717
-8.772
Voor de berekening van de individuele EMU-referentiewaarden zijn de maximale tekorten per bestuurslaag verdeeld naar rato van de begrotingstotalen (na bestemming). Een individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente op basis van zijn begrotingstotaal in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Deze waarden zijn voornamelijk bedoeld om het eigen EMU-saldo te monitoren en te beheersen.
79
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Onderlinge verhouding tussen kengetallen – conclusie: Bovenstaande kengetallen zullen in samenhang bezien moeten worden, omdat ze gezamenlijk en in onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente. Voor Brielle kan worden geconcludeerd dat de schulden lager zijn dan de financiële bezittingen. De hoge solvabiliteitsratio zegt iets over het vermogen van de gemeente om op de langere termijn aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen, er is immers sprake van een kleine schuldenlast en daardoor resteert voldoende leencapaciteit. Solvabiliteit moet uiteraard niet worden verward met liquiditeit omdat het eigen vermogen voor het overgrote deel is aangewend voor investeringen en dus niet als vrij beschikbare liquide middelen op bijvoorbeeld een bankrekening wordt aangehouden. Het is dus niet ongebruikelijk dat solvabele organisaties toch moeten lenen om de liquiditeit te waarborgen en aan de korte termijn verplichtingen te kunnen voldoen. Ten opzichte van 2021 is het eigen vermogen gedaald omdat er middelen zijn onttrokken aan de gemeentelijke reserves, voornamelijk voor de dekking van kapitaallasten Uit het kengetal structurele exploitatieruimte kunnen wij opmaken dat de structurele lasten niet volledig worden gedekt door de structurele baten.
De structurele baten en lasten zullen in evenwicht gebracht moeten worden om onder het regulier toezichtregime te kunnen blijven. Uit het kengetal belastingcapaciteit blijkt dat Brielle slechts beperkte ruimte heeft verhogingen om eventuele structurele tekorten te kunnen dekken. Het kengetal grondexploitatie laat zien dat de grondpositie in de categorie ‘ minst risicovol’ valt. Indien de gronden echter door negatieve marktontwikkelingen of onvoorziene omstandigheden moeten worden afgewaardeerd, dan zal de waardedaling moeten worden voorzien. Dit leidt uiteindelijk tot een lager eigen vermogen waardoor de solvabiliteit afneemt. Al met al leiden de kengetallen dat de conclusie dat de gemeente Brielle over een sterke balans beschikt met een relatief laag risicoprofiel, maar dat de structurele exploitatieruimte een aandachtspunt blijft.
80
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
O
nderhoud kapitaalgoederen
Algemeen Volgens artikel 12 van het BBV dient de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen te bevatten. Van de genoemde kapitaalgoederen wordt aangegeven het beleidskader, de daaruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze financiële consequenties in de begroting. De gemeente heeft ongeveer 154 ha aan openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten vinden hier plaats; vooral het wonen, het verkeer en het recreëren. Daarvoor zijn veel kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting, gebouwen en haven. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het niveau van de voorzieningen en dus ook voor de jaarlijkse lasten. Beheerplannen In 2017 is het wegenbeheerplan 2017–2025 en het groenbeheerplan 2017–2021 door de raad vastgesteld. Deze beheerplannen zijn ter informatie aan de provincie Zuid-Holland aangeboden. Het beheerplan voor de riolering, het GRP 2017-2021, is in december 2016 door de raad vastgesteld. De beheerplannen worden gebruikt bij het opstellen van de jaarplannen voor wegen, groen en riolering.
Wegen Kerncijfers •
rijbanen
441.946 m2
•
fietspaden
38.888 m2
•
wandelpaden
232.808m2
•
parkeerruimte
109.274 m2
•
overige pleinen en haltes
totaal
4.543 m2 827.459 m2
Beleidskader Het beleid ten aanzien van het wegbeheer is vastgelegd in het wegenbeheerplan 20172025. De beleidsuitgangspunten genoemd in het beheerplan zijn actueel. Het was de ambitie van de gemeenteraad om het onderhoudsniveau van de wegen op het kwaliteitsniveau B te brengen en te houden. Deze ambitie is opgenomen in de kwaliteitscatalogus openbare ruimte (CROW). In 2019 is tijdens de onderhandelingen over de bezuinigingen afgesproken dat het kwaliteitsniveau van de wegen vanaf 2020 op kwaliteitsniveau C moet worden gehandhaafd. Voor de onkruidbestrijding op elementenverharding wordt kwaliteit B gehandhaafd. Het beheerplan is geen statisch plan maar een plan dat regelmatig wordt bijgesteld. Een 81
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen keer per twee jaar wordt een visuele inspectie uitgevoerd van alle wegen. Hierbij wordt visueel de kwaliteit van de wegen gemeten conform de landelijke systematiek van de CROW. Op basis van de uitkomsten van deze inspectie wordt jaarlijks een meerjarig werkprogramma wegen opgesteld. Het werkprogramma wordt onder andere afgestemd met: - rioleringswerkzaamheden - herinrichtingsplannen in de openbare ruimte - het invoeren maatregelen ten behoeve van de verkeersveiligheid - bouwactiviteiten - kabel- en leidingwerkzaamheden Schade aan wegen welke een gevaarlijke situatie op kan leveren wordt altijd zo spoedig mogelijk gerepareerd. Iedere 2 jaar worden alle wegen in Brielle geïnspecteerd volgens de methoden van de globale weginspectie van de CROW. Uit de laatste weginspecties uit 2018 blijkt dat het kwaliteitsniveau van de wegen in Brielle voor 96% B of hoger is. Dit houdt in dat er ook wegen of paden zijn die op niveau A en zelfs A+ zitten (dit zijn veelal de nieuw aangelegde of gereconstrueerde paden en wegen) en ook een beperkt aantal wegen en paden die op niveau C of D zitten. Deze wegen of paden worden zo mogelijk in het eerstvolgende werkprogramma opgenomen. In het kader van de bezuinigingen die in september 2019 voor 2020 en verder zijn vastgesteld is ook gesproken over de kwaliteit van de wegen.
De kwaliteit van de wegen in Brielle is op dit moment gemiddeld kwaliteit B, conform de CROW richtlijnen. In de bezuinigingsvoorstellen is, in afwijking met het wegenbeheerplan, afgesproken dat voor de wegkwaliteit vanaf 2020 op kwaliteit C zal worden gehandhaafd. Wel is afgesproken dat voor de onkruidbestrijding op de verharding kwaliteit B gehandhaafd blijft.
Uit het beleidskader voortgevloeide (financiële) consequenties Op basis van het beheerplan en de weginspectie is het de verwachting dat in 2021 onder andere aan de volgende wegen onderhoud zal plaatsvinden: •
Aanleggen extra parkeerplaatsen Zwartewaal, de aanleg wacht op de uitvoering van de bouwactiviteiten
In het kader van de Binnestad- en Havenvisie komen aan de orde: • • • • •
Herinrichting kruising Kaaistraat/Slagveld/Scharloo Herinrichten Slagveld (uitgwvoed Herinrichten Thoelaverweg Herinrichten Pieter v/d Wallendam Herinrichten van de Turfkade (onderdeel binnenstad en havenvisie)
De in het beheerplan betrokken lasten zijn die van groot onderhoud en reconstructies. Het dagelijks onderhoud, zoals het bermonderhoud, wegmarkering e.d., zijn hierin niet meegenomen. Hiervoor zijn aparte budgetten opgenomen. Het saldo van de reserve onderhoud wegen bedraagt eind 2022 € 1,7 miljoen. Met ingang van 2023 wordt deze reserve omgevormd tot een voorziening waarbij ook een nieuw wegenbeheersplan opgesteld wordt. Dan zal de benodigde omvang van de voorziening opnieuw bepaald worden.
82
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Directe lasten onderhoud wegen Lasten
Begroot
Werkelijk
Verschil
Lasten
786.505
519.711
266.794
Beschikking reserve Onderhoud wegen
-469.500
-469.500
0
Netto-last
317.005
50.211
266.794
1.728.759
1.728.759
0
Saldo reserve (eind boekjaar)
De in het beheerplan betrokken lasten zijn die van groot onderhoud en reconstructies. Het dagelijks onderhoud, zoals het bermonderhoud, wegmarkering e.d., zijn er niet in meegenomen. Hiervoor zijn aparte budgetten opgenomen. Het saldo van de reserve onderhoud wegen bedraagt eind 2022 € 1,7 miljoen en is toereikend voor een jaarlijkse beschikking van € 469.500 tot en met 2025.
Riolering Kerncijfers vrij verval riolering: • • • •
gemengd riool vuilwaterriool hemelwaterriool totaal
rioolgemalen
68.024 meter 71% 3.186 meter 4% 24.115 meter 25% 95.325 meter 24 stuks
drukriolering: • • •
pompunits persleiding bergbezinkbassins
418 stuks 79.139 meter 5 stuks
Beleidskader Gemeenten zijn op basis van de Wet Milieubeheer verplicht te beschikken over een gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het GRP 2017–2021 is in december 2016 door de raad vastgesteld en als leidraad voor het rioolbeheer genomen. In dit GRP zijn alle taken uit het oude GRP opgenomen. Het GRP beschrijft de beleidsvoornemens en (bijbehorende) maatregelen voor inzameling, transport en (lokale) verwerking van stedelijk afval-, grond- en hemelwater in Brielle. Dit zoals verlangd volgens de Wet Milieubeheer. In de lijn met de Leidraad Riolering, NEN-publicaties en CROW-normeringen worden de volgende kwaliteitsniveaus onderscheiden: • • •
hoog: goed onderhouden, bijna niets op aan te merken, zelden overlast basis: voldoende onderhouden, hier en daar wat op aan te merken, af en toe overlast laag: sober onderhouden, achterstanden bij onderhoud, vaak overlast
83
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen In het GRP 2017-2021 wordt doorgegaan met het huidige beleid en kwaliteitsniveau. In de meeste gevallen wordt het niveau “basis” nagestreefd en in enkele gevallen “hoog”. Uit de nulmeting voor het GRP 2017-2021 is naar voren gekomen dat het huidige kwaliteitsniveau overeenkomt met “basis”. De herziening van het GRP is in overleg met de fusiegemeenten uitgesteld tot na de datum van de herindeling.
Uit het beleidskader voortgevloeide (financiële) consequenties In het GRP zijn voor 2021 de volgende werkzaamheden voorzien: Inrichten webomgeving voor waterbeleid en –advies • Ondersteuning planvorming • Onderzoekskosten naar kwetsbaarheid bij neerslag, meten en monitoren en actualisatie systeem • Inspectie riolering (ca. 8 km/jr.) • Reinigen kolken • Dagelijks onderhoud riolering en drainage Ook is in 2021 het afkoppelen van oppervlakten in de binnenstad voorberied. De rioolheffing wordt geheven van de gebruikers van percelen waarvan afvalwater (in)direct op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Het tarief bedraagt in 2021 € 228,(tarief 1) voor de eerste 400 m3; daarna € 80,40 (tarief 2) voor iedere volle 100 m3. Lasten en dekking Alle rioleringslasten zijn verantwoord op programma 2. De verschillen ten opzichte van de begroting worden gestort in de voorziening egalisatie rioolheffing.
Kosten, baten en dekking riolering en waterzuivering Begroot
Werkelijk
Lasten -/- baten incl. bezwaar
1.994.906
1.959.163
35.743
Mutatie voorziening
-204.653
-91.646
-113.007
Te dekken via rioolheffing
1.790.250
1.867.517
-77.267
7.752
8.086
231
231
Opbrengst rioolheffing
1.790.712
1.867.866
Saldo voorziening (eind boekjaar)
1.690.797
1.599.151
Aantal aansluitingen Tarief rioolrecht
Verschil
77.267
Openbaar groen Beleidskader In 2017 is het groenbeheerplan 2017–2021 vastgesteld.
84
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen In dit nieuwe groenbeheerplan wordt naast de beeldwaarde en het versterken van de leefbaarheid van het groen vooral gekeken naar het bevorderen van biodiversiteit, vasthouden van (regen)water en het geven van koeling. Ten aanzien van de groenstructuur worden de volgende kwalificaties genoemd: - Veiligheid - Efficiënt - Betrokken - Duurzaam Het beheer is opgebouwd uit het dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervanging/herinrichting. Er worden keuzes vastgelegd voor de kwaliteit van het (dagelijks en groot) onderhoud, hoe om te gaan met de doorontwikkeling van het groen bij herinrichtingen en meer natuurgericht beheer en de duurzaamheid in het beheer. Voor de kwaliteit van het groen in Brielle is in het groenbeheerplan kwaliteit B vastgesteld, conform de CROW richtlijnen. In de bezuinigingsvoorstellen in juli 2019 is, in afwijking met het groenbeheerplan, afgesproken dat voor de kwaliteit vanaf 2020 op kwaliteit C zal worden gehandhaafd.
Beeldvorming De kwaliteit in gemeente Brielle wordt gemeten aan de hand van de landelijke systematiek beeldkwaliteit van de CROW. Bij het beeldgericht werken wordt op kwaliteit gestuurd met behulp van beelden/foto’s. Met herkenbare foto’s en eisen zijn belanghebbenden binnen en buiten de organisatie beter te informeren over de doelstellingen en de resultaten van de verschillende beheermaatregelen. Als gevolg van de ingezette bezuinigingen zal in 2021 minder geld beschikbaar zijn voor renovatie van plantsoenen, uitbesteed onderhoud en plantmateriaal. Voor de renovaties betekent dit dat vooral onderhoudskostbare beplanting zal worden omgevormd naar gazon. Voor het op orde houden van geodata en kaarten voor de openbare ruimte, wordt gebruik gemaakt van GeoVisia. GeoVisia is primair voor het op orde houden van informatie en het analyseren daarvan. Daarnaast wordt het pakket GBI gebruikt. Hiermee worden bijvoorbeeld inspectieresultaten vertaald naar maatregelen per planjaar en kunnen vervolgens plankaarten of bestekstekeningen worden gegenereerd. Door de directe koppeling naar de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) is inmiddels 95% van alle objecten goed in GBI opgenomen. Dit is een continu proces met wijzigingen. Er wordt wel gewerkt aan een nieuw koppelvlak met BGT.
Bij de gemeente Westvoorne is hiermee een pilot uitgevoerd en dit lijkt in eerste instantie goed te verlopen.
Uit het beleidskader voortgevloeide (financiële) consequenties Voor 2022 is een concept werkprogramma opgesteld. Hierin staan de volgende straten en/of terreinen genoemd: • • • • • •
Herinrichting Asylplein (uitgevoerd binnen de Binnenstad- en Havenvisie) Renovatie bosplantsoenen Rijksstraatweg en Spui Vervangen 35 populieren op de Wallen Vervangen bomen “wadi” nieuwe begraafplaats Aanleg “Waterurnentuin” nieuwe begraafplaats Nog nader te bepalen renovaties
Met ingang van 2023 wordt de reserve renovaties openbaar groen omgevormd tot een voorziening waarbij ook een nieuw groenbeheerplan opgesteld wordt. Hierin zal de benodigde omvang van de voorziening bepaald worden. Openbaar groen, excl. personeelslasten, overhead en kapitaallasten 85
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
Haven Beleidskader Van oudsher zijn de binnenhavens versterkt met kaden. Binnen de vesting is in totaal circa 1.633 strekkende meter kademuur aanwezig. Sinds 2001 zijn kademuren geïnspecteerd en worden deze zo nodig gerestaureerd.
Binnen de vesting van Brielle zijn de volgende kademuren aanwezig: Ligging
Zuidspui
gerestaureerd in jaar meters Turfkade Scharloo
Turfkade Scharloo Lijnbaan
bij Kaaibrug
Slagveld
bij Kaaibrug bij verzorgingstehuis bij Molenbrug Tussenstuk Slagveld
Werfje Molenbrug Maarland ZZ Maarland NZ
Bij Dixi tussen Julianabrug en Kippebrug bij Heijmans ged. vanaf Heijmans tot Kippebrug
2003 2003 2003 2003 2007 2004
60 60 240 24 64 18
2004 1990 1951 2018 2016 2016 2016 2005 2006 2002
45 53 73 50 40 6 22 126 91 95
nog te restaureren meters
86
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
Ligging
nog te restaureren meters
tussen Kippebrug en Julianabrug Julianabrug tot Poortwachterswoning
gerestaureerd in jaar meters 2001 118 2022 173
Maarland ZZ
Julianabrug tot Cafe Dixi
2023
0
134
Restant
Rochus Meeuwisszoonweg Batterijweg Lijnbaan 16
n.b. n.b. n.b.
0 0 0
63 40 12
1350
115
Totaal
In maart 2022 is de renovatie van de kademuur Maarland NZ, tussen de Julianabrug en de Poortwachterswoning afgerond. Met de voorbereidingen voor de renovatie van de kademuur Maarland ZZ, 134 m tussen de Julianabrug en Café Dixi zijn gestart.
Uit het beleidskader voortgevloeide (financiële) consequenties Naar aanleiding van de problemen met de kademuur aan het Slagveld heeft een duikinspectie plaatsgevonden naar de fundering van alle kademuren. Er is geconstateerd dat van alle kademuren over een lengte van ca. 400 meter de fundering van de kademuren slecht tot zeer slecht is en de komende jaren moeten worden aangepakt. Daarnaast zijn er nog wat kleine reparaties uit te voeren. De totale investering hiervoor moet geraamd worden op ca. € 10.000 per meter. In totaal betreft dit een investering van € 4,2 miljoen. Voorlopig is voor de zeer slechte gedeelten een bedrag van € 1.744.000 (2020/2021) en € 1.200.000 (2023) opgenomen. Voor de restauratie van kademuren zijn de volgende (restant) investeringen beschikbaar: • renovatie kademuren 2020/2021: € 1.744.000 • renovatie kademuren 2023: € 1.200.000 Vanaf 2020 wordt gewerkt met een nieuwe methode om de kademuren funderen. Deze methodiek is al op meerdere plaatsen met succes toegepast en kostenbesparend. De gemiddelde kosten van deze methodiek is ca. € 10.000 per meter. Met de beschikbare investeringskredieten kan ca. 150 meter gerestaureerd worden. Omdat de slechtste kademuur aan het Maarland Noordzijde 173 meter lang is, zal het budget niet toereikend zijn.
87
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
Baggeren Beleidskader Het waterschap Hollandse Delta heeft in haar keur eisen vastgelegd voor het beheer en onderhoud van watergangen en sloten in het beheer van de gemeente. Daar-naast zijn er gezamenlijke afspraken over het baggeren vastgelegd in een Stedelijk Baggerplan (2004). In 2015 zijn met de gemeenten op Voorne-Putten en het waterschap uitgebreide afspraken gemaakt om de baggerwerkzaamheden gezamenlijk uit te voeren. Het waterschap zal de werkzaamheden uitvoeren en de gemeenten betalen hun deel van de kosten. Hiervoor wordt een samenwerkingsovereenkomst voorbereid.
Uit het beleidskader voortgevloeide (financiële) consequenties Het baggeren van sloten en singels moet één keer in de 7 jaar plaatsvinden. In de gemeente Brielle worden deze werkzaamheden gefaseerd uitgevoerd in 3 opeenvolgende jaren. Omdat de laatste 3-jaars baggercyclus in 2015-2017 is uitgevoerd, zullen er tot en met 2022 geen baggerwerkzaamheden uitgevoerd worden. Wel zal jaarlijks een storting plaatsvinden in een reserve, ingesteld ter egalisatie van de baggerlasten. Deze reserve zal dan in de nieuwe 3-jaars baggercyclus worden aangesproken. Kosten baggeren en egalisatiereserve baggeren Lasten
Begroot
Werkelijk
Verschil
Lasten baggeren
0
0
0
Beschikking reserve
0
0
0
42.947
42.947
0
257.018
257.018
0
Storting reserve Saldo reserve (eind boekjaar)
Gebouwen Beleidskader De gemeente bezit een groot aantal gebouwen welke deels bedrijfsmatig en deels functioneel beheerd worden. De gebouwen betreffen onder andere scholen, sportcomplexen, monumenten, woningen, stadhuis en stadskantoor. Deze gebouwen worden beheerd overeenkomstig het hiervoor in 2020 geactualiseerd meer jaren onderhoudsplan (MOP). Daarbij is voor elk gebouw wederom een nulmeting opgesteld dat inzicht geeft in de actuele staat van onderhoud. Samen met de technische levensduur van de verschillende bouwelementen zijn per gebouw voor de korte en middellange termijn de onderhoudswerkzaamheden en kosten in beeld gebracht. De uit het MOP voortvloeiende werkzaamheden worden jaarlijks getoetst aan de huidige staat van het gebouw. Door afwijkingen ten opzichte van de technische levensduur kunnen werkzaamheden eerder of later uitgevoerd worden. Om de drie jaar wordt opnieuw een opname van de staat van het onderhoud gemaakt. De gegevens hieruit worden verwerkt in het MOP.