Ingekomen stukken raadsvergadering 5 juni 2025
Tekst van het document
2025-082 Begroting 2026 versie 1.0
Het bestand 2025-082 Begroting 2026 versie 1.0 kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15398591/1/2025-082+Begroting+2026+ver sie+1_0?connection_type=16&connection_id=1034820
Geachte secretarissen en griffiers, We staan aan het begin van een spannende week, waarin wij met het kabinet goede afspraken proberen te maken voor de Voorjaarsnota. Het informele Overhedenoverleg van vandaag heeft helaas nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Komende woensdag volgt het formele Overhedenoverleg, waarin duidelijk moet worden of wij er met kabinet uit kunnen komen. In de bijvoegde brief aan minister-president Schoof doet de VNG, mede namens de netwerken G4, G40, M50, P10, K80 en R8, een laatste dringende oproep aan het kabinet. Over de stand van zaken van het overleg met het kabinet zijn er in de loop van volgende week een viertal digitale oploopjes, waarover wij u nog nader zullen informeren. Daarin spreken wij graag met u over de strategie voor de komende periode in de richting van onze ALV van 18 juni a.s. De oploopjes vinden plaats op: • • • •
22 april 16:30-17:30 uur 22 april 20:00-21:00 uur 24 april 16:30-17:30 uur 24 april 20:00-21:00 uur.
Wilt u zo goed zijn om dit bericht en de bijlage zo spoedig mogelijk te delen met uw collegeen raadsleden. U bent allen van harte uitgenodigd voor de digitale oploopjes. Bij voorbaat veel dank voor uw inspanningen! Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten mr L.K. Geluk Algemeen directeur Download de brief aan minister-president Schoof
2025-083 VNG brief Overhedenoverleg bijlage
Het bestand 2025-083 VNG brief Overhedenoverleg bijlage kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15436378/1/2025-083+VNG+brief+Overhed enoverleg+bijlage?connection_type=16&connection_id=1037015
College van B&W en Gemeenteraad Geachte lezer Als college van B&W en als gemeenteraad weet u als geen ander hoe belangrijk onderwijs en welzijn zijn voor jeugdigen. Niet voor alle jeugdigen is er een sluitend onderwijsaanbod in hun regio. Deze kinderen zijn veelal aangewezen op leerlingenvervoer, aangepast vervoer in de vorm van taxi of taxibusjes. Er spelen inmiddels al jarenlang problemen op het gebied van leerlingenvervoer, welke het leerrecht en de belangen van de leerlingen dreigen te beschadigen. Goed geregeld leerlingenvervoer is belangrijk voor leerlingen, ouders en scholen. Of het nu gaat om te laat komen, niet komen, lange wachttijden, lange ritten, onvoldoende begeleiding of onduidelijkheid over verantwoordelijkheden – het huidige systeem biedt te weinig houvast voor de praktijk. We geloven dat een gezamenlijke aanpak, waarbij ook het leerlingenvervoer goed wordt afgestemd op de specifieke ondersteuningsbehoeften van de leerlingen, de sleutel is tot verbetering voor alle betrokkenen. Vanwege de kracht van samenwerking hebben daarom een aantal ouders, wethouders en belangenverenigingen de handen ineengeslagen om niet langer tegen elkaar, maar vooral mét elkaar in te zetten op een constructieve verbetering van het leerlingenvervoer. Voor een landelijke oplossing. Voor onvoorwaardelijke toegang tot onderwijs.
Om onze gedeelde zorgen kracht bij te zetten, vragen we u om het bijgevoegde position paper mede te ondertekenen en/of te steunen. Dit paper, bevat vijf concrete voorstellen om het leerlingenvervoer structureel te verbeteren en te zorgen voor een veiliger en effectiever systeem. Het doel: zorgen dat elk kind passend, veilig en zorgzaam naar school kan. Op 21 mei vindt in de Tweede Kamer het debat over Passend Onderwijs plaats – een goed moment om ook het leerlingenvervoer nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. Een breed gedragen oproep vanuit gemeenten, brancheorganisaties, maatschappelijke partners en ouders kan dan het verschil maken. In het bijgevoegde position paper pleiten we voor: 1.
2.
3.
4.
5.
Verplaats de verantwoordelijkheid naar het ministerie van OCW. Door leerlingenvervoer onder te brengen bij OCW wordt het structureel onderdeel van het leerrecht en beter afgestemd op onderwijs- én zorgbehoeften. Herzie de wetgeving en financiering. Pas de Wet op het leerlingenvervoer aan zodat niet alleen de vervoerskosten, maar ook de zorgcomponent (veiligheid, welzijn, begeleiding) structureel wordt gefinancierd. Stel landelijke richtlijnen op. Bepaal basisnormen voor reistijd, vervoerskwaliteit en veiligheid, met ruimte voor lokaal maatwerk voor kinderen met specifieke zorgbehoeften. Verzamel landelijke data. Laat OCW structureel data verzamelen over uitvoering, behoeften en knelpunten. Dit maakt gericht beleid en tijdige aanpassingen mogelijk. Versterk de samenwerking. Stimuleer nauwe afstemming tussen gemeenten, rijksoverheid en ouders, binnen heldere landelijke kaders.
Wij geloven dat een brede en diverse groep ondertekenaars een krachtig signaal afgeeft richting politiek: het huidige systeem werkt niet en vraagt om verbetering, om landelijke keuzes én om samenwerking. Samen zorgen we ervoor dat het systeem het kind weer centraal stelt – en alle betrokkenen ondersteunt om dat waar te maken. Wilt u dit initiatief steunen? Dan kunt u kiezen uit de volgende opties: Optie 1: Ik word medeondertekenaar. Optie 2: Ik steun het initiatief inhoudelijk en teken als sympathisant. Optie 3: Ik onderteken het position paper én steun het initiatief inhoudelijk.
Wij ontvangen uw keuze graag uiterlijk woensdag 23 april per e-mail. Als u voor 1 van de opties kiest, dan ontvangen wij gaarne uw voor- en achternaam en de naam van uw gemeente.
Uiteraard lichten wij het stuk graag nader toe.
Hartelijke groet, Els Vink Passend Veilig Leerlingenvervoer, namens ouders 06 29 03 84 11 passendenveiligleerlingenvervoer@outlook.com Emile Soetendal Gemeente Katwijk Wethouder Welzijn en Zorg 06 13 33 32 53 e.soetendal@katwijk.nl
2025-084 bijlage Kort Position paper Passend Veilig Leerlingenvervoer
Het bestand 2025-084 bijlage Kort Position paper Passend Veilig Leerlingenvervoer kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15437076/1/2025-084+bijlage+Kort+Positio n+paper+Passend+Veilig+Leerlingenvervoer?connection_type=16&connection_id=1037107
2025-084 bijlage Position paper Passend Veilig Leerlingenvervoer
Het bestand 2025-084 bijlage Position paper Passend Veilig Leerlingenvervoer kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15437077/1/2025-084+bijlage+Position+pap er+Passend+Veilig+Leerlingenvervoer?connection_type=16&connection_id=1037107
2025-085 raadsinformatiebrief Status en betekenis Omgevingsvisie
Het bestand 2025-085 raadsinformatiebrief Status en betekenis Omgevingsvisie kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15437278/1/2025-085+raadsinformatiebrief +Status+en+betekenis+Omgevingsvisie?connection_type=17&connection_id=11768006
2025-086 Memo Zienswijze procedure
Het bestand 2025-086 Memo Zienswijze procedure kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15438736/1/2025-086+Memo+Zienswijze+p rocedure?connection_type=17&connection_id=11770649
2025-086 Bijlage 1. Aanbiedingsbrief raden PC stukken GRJR
Het bestand 2025-086 Bijlage 1. Aanbiedingsbrief raden PC stukken GRJR kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15438737/1/2025-086+Bijlage+1_+Aanbiedi ngsbrief+raden+PC+stukken+GRJR?connection_type=16&connection_id=1037305
2025-086 Bijlage 2. Voorlopige jaarstukken 2024
Het bestand 2025-086 Bijlage 2. Voorlopige jaarstukken 2024 kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15438738/1/2025-086+Bijlage+2_+Voorlopi ge+jaarstukken+2024?connection_type=16&connection_id=1037305
2025-086 Bijlage 3. 1e Ontwerp Begrotingswijziging 2025
Het bestand 2025-086 Bijlage 3. 1e Ontwerp Begrotingswijziging 2025 kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15438739/1/2025-086+Bijlage+3_+1e+Ontw erp+Begrotingswijziging+2025?connection_type=16&connection_id=1037305
2025-086 Bijlage 4. Ontwerp Begroting 2026
Het bestand 2025-086 Bijlage 4. Ontwerp Begroting 2026 kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15438740/1/2025-086+Bijlage+4_+Ontwerp +Begroting+2026?connection_type=16&connection_id=1037305
E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181
Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee
Verzenddatum 16 april 2025 Uw kenmerk
Ons kenmerk 67189-2025 Bijlage(n) -
Onderwerp Beantwoording Schriftelijke vragen Ex. Artikel 33 RvO Stikstof depositie
Geachte leden van de raad, Op 12 maart 2025 ontvingen wij vragen van de fractie Forum voor Democratie met betrekking tot de stikstofruimte binnen onze gemeente, specifiek in relatie tot veegplan 4 buitengebied Westvoorne en de herbestemming van agrarische locaties. Met deze brief geven we graag antwoord op de gestelde vragen. Daarnaast willen we u met deze brief graag informeren over de algemene stand van zaken rondom stikstof naar aanleiding van de uitspraak van 18 december 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Huidige situatie stikstof Situatie tot 18 december 2024 Tot 18 december 2024 was een project niet vergunningplichtig voor het aspect Natuur indien de stikstofdepositie onder het vergunde stikstofniveau bleef. Met andere woorden: de gevolgen van het voorgenomen project mochten worden “weggestreept” tegen de gevolgen van de bestaande vergunde situatie (intern salderen met de referentiesituatie). Als de gevolgen van het voorgenomen project niet groter of anders waren dan de gevolgen van de al vergunde situatie op dezelfde locatie, dan waren significante gevolgen uitgesloten en was geen Natura 2000-vergunning nodig voor het voorgenomen project. Vergunningplicht In de uitspraken van 18 december 2024 zet de Raad van State een nieuw beoordelingskader van de natuurvergunningplicht uiteen.
In de kern komt dit erop neer dat intern salderen niet meer mag worden betrokken bij de vraag of een natuurvergunning nodig is. Intern salderen mag onder bepaalde voorwaarden wel worden betrokken bij de vraag of een natuurvergunning kan worden verleend. Met andere woorden: ook al leidt de aangevraagde situatie (inclusief de ongewijzigde onderdelen) niet tot een toename (of zelfs een afname) van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie (de bestaande
Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl
Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01
vergunde situatie) dan nog zal een vergunningplicht bestaan. Dat is alleen anders als significante gevolgen voor het gehele project (zonder het betrekken van de referentiesituatie) zijn uitgesloten. Additionaliteitsvereiste De uitspraken van 18 december 2024 hebben ook tot gevolg dat intern salderen alleen mogelijk is als voldaan kan worden aan het Additionaliteitsvereiste. Dit wil zeggen dat de afname van deposities ten opzichte van de referentiesituatie (intern salderen) alleen mag worden gebruikt voor een nieuwe ontwikkeling als deze afname niet nodig is om de staat van de natuur te herstellen of te behouden. Hiervoor zal naar verwachting een geborgd maatregelenpakket van de overheid en een daaraan gekoppelde dalende trend in Aerius Monitor benodigd zijn om dit aan te kunnen tonen. Veelal vereist dit input vanuit de provincie als bevoegd gezag voor de Natura 2000-gebieden. Per direct De gevolgen van de uitspraken gelden in principe per direct en met terugwerkende kracht. Alleen voor projecten die in de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2025 al fysiek zijn gestart en dus nu illegaal zijn, geldt een uitgestelde vergunningplicht tot 1 januari 2030. De uitspraken gaan in beginsel over projecten maar vooralsnog kan ervan worden uitgegaan dat de Afdeling deze redeneerlijn zal voortzetten voor plannen.
Concreet betekent dit dat voor intern salderen bij een plan een passende beoordeling moet worden opgesteld. De gevolgen van beide uitspraken zijn veelomvattend. Rijk en provincies zijn bezig met impactanalyses en beraden zich op vervolgmaatregelen. Daar kan het opstellen van beleidsregels voor het verlenen van Natura 2000-vergunningen onderdeel van uitmaken. Het is nog de vraag wat dergelijke beleidsregels in zullen gaan houden en wat dit betekent voor de mogelijkheden tot de uitvoerbaarheid en vergunbaarheid van projecten. Wat de uitspraak van 18 december 2024 betekent voor de projecten en plannen van de gemeente wordt de komende maanden uitgezocht. Beantwoording raadsvragen 1. Wat was de vergunde hoeveelheid stikstofuitstoot van de agrarische bedrijven waar de vergunning van is ingetrokken? In eerste instantie wordt opgemerkt dat alle locaties, op één na, waarbij sprake is van een sanering van een agrarisch bedrijf, uit het plan zijn gehaald. De enige locatie die nog in veegplan 4a is opgenomen, betreft Achterstrypseweg 14. De agrarische bedrijfsactiviteiten op deze locatie zijn al sinds 1998 beëindigd, en een eventuele vergunning is reeds geruime tijd geleden vervallen en bestaat daarom niet meer. Hierdoor zijn er geen stikstofrechten meer aanwezig. 2.
Wat is de totale vergunde hoeveelheid stikstof van de overgebleven agrarische bedrijven? De totale vergunde hoeveelheid stikstof van de overgebleven agrarische bedrijven binnen onze gemeente is niet inzichtelijk. De gemeente is ook niet het bevoegd gezag als het gaat om de verlening van milieuvergunningen.
3. Wat is de totale hoeveelheid stikstof die er, met betrekking tot de 3 Natura 2000gebieden, maximaal vergund mag worden voor de agrarische sector binnen onze gemeente? Er is geen sprake van een totale hoeveelheid stikstof die er maximaal vergund mag worden voor de agrarische sector binnen onze gemeente. Per ontwikkeling moet worden onderzocht of de ontwikkeling kan voldoen aan de landelijk gestelde stikstof normen. 4. Valt de totale hoeveelheid stikstof, welke op het moment is vergund aan de agrarische bedrijven, binnen de norm die er is gesteld? Zie beantwoording onder 3. Er is geen sprake van een geldende stikstofnorm binnen onze gemeente als het gaat om een maximale stikstofdepositie. 5. Kan het college aangeven of er, vanwege de stikstofnorm, beperkende maatregelen nodig zijn voor de agrarische bedrijven of zal de stikstofnorm geen argument zijn voor het mogelijk niet verlengen van een bestaande vergunning? Zie beantwoording onder 3 en 4. 6. Wat is de, volgens het model, toegestane hoeveelheid NOx, dat uitgestoten mag worden door de bouw- en transportactiviteiten binnen onze gemeente? Zie beantwoording onder 3 en 4. 7. Wat is de, volgens het model, toegestane hoeveelheid NOx-uitstoot door de bouwen transportactiviteiten binnen onze gemeente? Zie beantwoording onder 3 en 4. 8.
Is de gemeente van plan om de eventuele stikstofruimte, in de vorm van NH3, die vrijkomt door het sluiten van agrarische bedrijven, te gaan gebruiken om extra bouwof transportactiviteiten toe te staan? Op dit moment ziet het college hier geen mogelijkheden voor. Op het moment dat zich de mogelijkheid voordoet zal het college de mogelijkheden voor het toepassen van extern salderen nader onderzoeken en indien mogelijk toepassen. 9. Kan de wethouder aangeven of er, vanwege de stikstofnorm, verdere beperkende maatregelen nodig zijn voor de agrarische bedrijven of zal de stikstofnorm geen argument zijn voor het mogelijk niet verlengen van een bestaande vergunning? Zie beantwoording van het college onder vraag 3 en 4. De vergunningverlening wordt gebaseerd op het geldende landelijke en provinciale beleid. Deze afweging wordt niet door de gemeente gemaakt, maar door het bevoegd gezag (Natura2000-vergunning en milieuvergunning). 10. Heeft de NOx-uitstoot vanuit de industrie in Rotterdam, die ook grenst aan de Natura 2000-gebieden, invloed op de stikstofruimte binnen onze gemeente? Zie beantwoording onder 3 en 4. De stikstofdepositie vanuit industriële bronnen, zoals in de regio Rotterdam, kan impact hebben op Natura 2000-gebieden binnen onze gemeente. De scheepvaart en industrie hebben een aandeel van 14,8% in de depositie op Voornes Duin.
Tot slot Wij vertrouwen erop dat wij met deze beantwoording uw vragen voldoende hebben beantwoord. Indien u nog verdere toelichting wenst, zijn wij uiteraard bereid deze te geven.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee
Lenny Mans gemeentesecretaris
Arno Scheepers burgemeester
E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181
Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee
Verzenddatum 14 april 2025 Uw kenmerk
Ons kenmerk 49092-2025 Bijlage(n) 1
Onderwerp Toelichting op Advies Deskundigencommissie Hellevoetsluis, 14 april 2025 Geachte leden van de raad, Hierbij informeren wij u over de uitspraak van de Deskundigencommissie Jeugd die op donderdag 30 januari haar zwaarwegende advies heeft uitgebracht over de Hervormingsagenda Jeugd. Met deze informatiebrief willen wij u informeren wat op hoofdlijnen het advies inhoudt en hoe wij naar deze uitspraak kijken. Kernboodschap Als regio onderschrijven wij de hoofdboodschap van de deskundigencommissie, dat er meer nodig is dan de huidige afspraken van de Hervormingsagenda. Het afgelopen jaar hebben wij, vanuit de regio, in afstemming met al onze netwerken, ons hard gemaakt onze uitdagingen en kansen onder de aandacht van het Rijk, de VNG en de Deskundigencommissie te brengen. Als we naar het geschetste beeld in het rapport van de Deskundigencommissie kijken, zien wij veel van onze regionale inbreng terug, zowel op inhoud als op financiën. We willen met betrekking tot dit rapport en met het oog op het belang van kwetsbare kinderen en gezinnen, het advies van de Deskundigencommissie in zijn geheel overnemen. Het past namelijk goed bij de koers die wij in onze regio al zijn ingeslagen. Daarbij vinden wij het noodzakelijk dat het Rijk dit ook zonder voorbehoud doet.
Het belang van de kinderen en hulp aan gezinnen in kwetsbare situaties staat voorop, tegen de achtergrond van de transformatiebeweging die nodig is om tot een beter werkend en duurzaam (betaalbaar) stelsel te komen. Terecht geeft het rapport aan dat de oplossingen voor de problemen van kinderen en gezinnen en de grote toename van de vraag naar jeugdzorg juist ligt in de levensdomeinen en systemen buiten de jeugdzorg. Het is echter moeilijk te begrijpen dat niet de volledige tekorten over 2023 en 2024 worden gecompenseerd, maar slechts de helft daarvan. Wij hebben immers met behulp van de motie Ridderkerk reeds in een vroeg stadium de opdracht bij de VNG neergelegd om “namens alle gemeenten” bij het Rijk erop aan te dringen dat artikel 108 van de Gemeentewet in acht genomen moet worden. Dit betekent dat gemeenten een vergoeding van het Rijk moeten
Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl
Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01
ontvangen die in verhouding staat tot de uitvoeringskosten van jeugdhulp. Zo doen we onder aan de streep geen concessies aan ons standpunt zoals bepaald via de kabinetsresolutie ‘VNG-inzet richting nieuwe kabinet’ in de ALV van de VNG van 29 november 2024. In haar ledenbrief van 6 februari geeft de VNG terecht aan dat de gemeentefinanciën fors onder druk staan door ‘het ravijn’ en verkeerde ramingen van het CPB. Ook op deze punten moet het kabinet gemeenten een oplossing bieden. Anders kunnen gemeenten niet bijdragen aan de belangrijke kabinetsambities voor het verbeteren van bestaanszekerheid, het bouwen van woningen en het aanpakken van het klimaatprobleem. Opvolging van het advies van de commissie Van Ark en aandacht voor het ravijn zijn dus onmisbaar. Voorne aan Zee Binnen Voorne aan Zee wordt gewerkt aan de hervorming van het jeugdhulpstelstel middels de bestuursopdracht Sociaal Domein. Hierin zijn de ontwikkelingen van Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK), Hervormingsagenda Jeugd en de uitkomsten van de Bestuursopdracht Sociaal Domein (1) gebundeld tot een meerjarenprogramma. De zorgen omtrent de kostenstijging worden herkend. Over de bestuursopdracht Sociaal Domein wordt u apart geïnformeerd. Nadere toelichting Hieronder gaan we nader in op een aantal opvallende inhoudelijke en financiële elementen uit het rapport van de deskundigencommissie.
Uitvoering van de Hervormingsagenda We herkennen ons in de conclusie van de deskundigencommissie dat er hard gewerkt is aan de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd, maar dat deze inzet nog niet rendeert. De commissie wijt dit aan een te beperkte scope van de aanpak, een gebrek aan doorzettingsmacht in de jeugdketen, te weinig realisme ten aanzien van de besparingen en het tijdpad en onduidelijkheden over de haalbaarheid daarvan. Terecht geeft de commissie aan dat de scope van de Hervormingsagenda te smal is en geen antwoord biedt op de aanpak van gezinsproblematiek en het wegnemen of verminderen van de (structurele) factoren die leiden tot meer vraag naar jeugdhulp. In dat licht onderschrijven we ook van harte de opmerking van de commissie dat het bij de governance van de Hervormingsagenda ontbreekt aan doorzettingsmacht. Dit zorgt ervoor dat elke partner de Hervormingsagenda omarmt vanuit het eigen perspectief, maar dat een daadkrachtige en gerichte sturing op concrete gemeenschappelijke doelstellingen ontbreekt. Volgens de commissie is het noodzakelijk om door te gaan met de Hervormingsagenda, maar zij constateert terecht dat deze verbreed moet worden naar bestaanszekerheid, wonen, onderwijs en volwassenenzorg. Juist daar liggen de oorzaken voor het sterk toegenomen beroep op jeugdhulp.
Het is aan ons als gemeenten om zorg te dragen voor een goede lokale basisvoorziening en het versterken van de lokale teams. Belangrijk voor ons is de oproep in het advies dat het Rijk gemeenten hierin dient te faciliteren door interdepartementale samenwerking en relevante wetgeving op elkaar af te stemmen. Het beperken van de reikwijdte Wij herkennen het beeld dat door de beperkte grip die wij als gemeenten hebben op de instroom en de toename van kinderen met een (complexere) zorgvraag, het voor ons gemeenten moeizaam is om te sturen op de sterk stijgende uitgaven voor jeugdzorg. Het open karakter van de Jeugdwet, de beperkte aandacht in andere levensdomeinen voor de consequenties van gezinsproblematiek, de personele krapte in de jeugdhulp en de toename
van de complexiteit van casuïstiek, zullen naar verwachting de toestroom naar jeugdhulp de komende jaren hooghouden. Het beperken van de reikwijdte zou hieraan moeten bijdragen om de toestroom af te buigen. De Deskundigencommissie geeft aan dat de reikwijdtediscussie vooral vanuit de inhoud benaderd moet worden en niet budgettair. Op dat punt past het naar ons inzien wel om de kanttekening te plaatsen dat je inhoud en financiën niet geheel los van elkaar kunt zien. Om ervoor te zorgen dat het aanbod beschikbaar is om de meest kwetsbare jongeren zonder vertraging de zorg te kunnen bieden die zij nodig hebben, zijn vanzelfsprekend voldoende financiële middelen nodig. Datzelfde geldt, zoals de commissie dan ook terecht stelt, voor de afbouw van gesloten jeugdhulp. Daarvoor is tijd en financiële ruimte nodig. Ook in onze regio zien we individuele gevallen die voorheen gesloten zouden worden geplaatst en nu voorzien worden van dure 1:1 begeleiding, met als gevolg grote financiële uitschieters. Waar moet de focus op liggen De Deskundigencommissie stelt herhaaldelijk dat de oorzaak van veel jeugdzorgproblematiek niet bij de jongeren zelf ligt, maar in hun omgeving: thuis, op school of in de wijk.
Factoren zoals armoede, schulden, complexe scheidingen, GGZ-problematiek bij ouders, het gebrek aan passende huisvesting, toenemende prestatiedruk en maatschappelijke verwachtingen van jongeren spelen een cruciale rol bij het ontstaan van problemen in gezinnen en beïnvloeden de mogelijkheden van jongeren. De commissie stelt vast dat de groei in de uitgaven voor het 'meerkosten voorliggend veld' in de afgelopen jaren sterker toeneemt dan de groei in uitgaven voor maatwerkvoorzieningen jeugdzorg. Op het eerste oog duidt de commissie dit als een positieve ontwikkeling: meer investeringen in lokale steunstructuren zouden op termijn kunnen leiden tot minder uitgaven voor geïndiceerde jeugdhulp. De afgelopen jaren heeft deze theorie niet direct bewezen. Daarom is het voor ons als regio belangrijk dat, als we meer gaan investeren in het “voorliggend veld”, er duidelijke afspraken worden gemaakt om de (hoog) specialistische jeugdhulp verder af te bouwen. Gemeentelijke opgave zwaarder Opvolging van de aanbevelingen van de commissie Van Ark betekent – naast het voortzetten van de maatregelen die voortvloeien uit de Hervormingsagenda – een aanzienlijke verzwaring van de gemeentelijke opgave. Wij vinden dit passen bij het stelsel maar vraagt heel veel inzet van onze gemeenten.
De commissie adviseert om de ‘gezaghebbendheid’ van de lokale teams te versterken op de dimensies brede verbinding en expertise. Dit vraagt om veel extra inzet in de uitvoering. Daarnaast adviseert de commissie om de verbinding te zoeken met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Van gemeenten wordt ook verwacht dat ze deze lokale steunstructuren creëren en versterken. Tot slot adviseert de commissie dat er een minimumniveau voor de gemeentelijke basisvoorziening wordt vastgelegd in de wet. Advies bijstelling meerjarig financieel kader De deskundigencommissie is gevraagd een uitspraak te doen over de afgelopen jaren en een advies te geven voor aanwending van de aanvullende middelen 2026 -2028 en daarnaast een advies te geven over het financieringsstelsel voor Jeugdzorg vanaf 2028.
Terugwerkende kracht (2023 – 2024): Voor de jaren 2023 en 2024 concludeert de commissie dat het rijk en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de tekorten van € 628 en € 828 miljoen. Zij doet de aanbeveling dat partijen deze tekorten 50/50 verdelen. Vooruitblik (2025 – 2028): Het geldende meerjarig financieel kader 2025 t/m 2027 (uit 2023) moet worden bijgesteld. Ingeboekte besparingen zijn niet realistisch gebleken en de kosten zijn gestegen, zonder dat gemeenten daarop afdoende kunnen sturen. De uitgaven over 2024 vormen de basis voor de vergoeding voor 2025 en volgende jaren. Vanaf 2025 worden deze geïndexeerd voor zowel prijs- als volumeontwikkelingen. Wel loopt de (50%) korting over 2024 door, waardoor gemeenten feitelijk een taakstelling hebben van € 414 miljoen. Voor de volumestijging wordt uitgegaan van 4,7%. Voor de prijsstijging wordt aangesloten bij OVA/PPC. Daarnaast dienen de eerder voor 2026 e.v. ingeboekte besparingen te vervallen totdat deze op een realistische wijze kunnen worden vastgesteld en de haalbaarheid daarvan is gewogen. De verantwoordelijkheid voor de financiële consequenties die voortvloeien uit dit onderdeel van het advies, betreffen volgens de commissie een verantwoordelijkheid van het gehele kabinet. Na 2028: Na 2028 is het de bedoeling een ander financieringsmodel te implementeren.
Zolang dit niet operationeel is, geldt het kader zoals geschetst onder 2025-2028. Ten aanzien van het nieuwe model doet de commissie diverse aanbevelingen waarbij artikel 108, lid 3 Gemeentewet als vertrekpunt geldt. De financiële uitwerking hiervan wordt verwacht in de voorjaarsnota van het Rijk. Wanneer hier meer over bekend is, zult u hier verder over geïnformeerd worden. We vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over de uitspraak van de deskundigencommissie van de Hervormingsagenda Jeugd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee
L. Mans MSc gemeentesecretaris
Bijlage: - Rapport deskundigencommissie
A.R.C. Scheepers RA MSc burgemeester
Groeipijn Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
Inhoud Voorwoord................................................................................................................................... 2 Samenvatting............................................................................................................................... 3 1. Inleiding............................................................................................................................... 10 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding. ....................................................................................................................................... 10 Opdracht aan de Deskundigencommissie........................................................................................ 11 Interpretatie van de opdracht.......................................................................................................... 11 Werkwijze van de commissie. .......................................................................................................... 13 Leeswijzer......................................................................................................................................... 14
2. Achtergronden. .................................................................................................................... 15 2.1 2.2 2.3
Inleiding. .......................................................................................................................................... 15 Inhoud en financiële afspraken Hervormingsagenda Jeugd............................................................. 15 Inzet van jeugdzorg en uitgavenontwikkeling. ................................................................................. 20
3. Rode draden uit de gesprekken. ........................................................................................... 25 3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding. .......................................................................................................................................... 25 De inhoud van de Hervormingsagenda............................................................................................ 25 De sturing op de Hervormingsagenda. ............................................................................................ 40 De financiering van de jeugdzorg en de besparingsmogelijkheden................................................. 42
4. Inhoud en sturing: conclusies, reflecties en adviezen . .......................................................... 46 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Inleiding. .......................................................................................................................................... 46 Hoofdboodschap.............................................................................................................................. 46 Meerwaarde en betekenis van de Hervormingsagenda Jeugd. ....................................................... 48 Werkende mechanismen en vrijblijvendheid................................................................................... 51 Inspanningen, opbrengsten en gezamenlijke sturing....................................................................... 55 Rollen, verantwoordelijkheden en gedeeld eigenaarschap. ............................................................ 57
5. Financiën: conclusies, reflecties en adviezen......................................................................... 60 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Inleiding. .......................................................................................................................................... 60 Hoofdboodschap.............................................................................................................................. 60 Dekking financiële tekorten 2023 en 2024. ..................................................................................... 61 Haalbaarheid en houdbaarheid meerjarig financieel kader 2025 tot en met 2027......................... 65 Bespiegelingen op een nieuw financieringsmodel jeugd vanaf 2028. ............................................. 69
6. Slotbeschouwing.................................................................................................................. 72 Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Instellingsbesluit ...................................................................................................................... 75 Toetsingskader Deskundigencommissie .................................................................................. 78 Geraadpleegde documenten.................................................................................................... 80 Overzicht veldwerk................................................................................................................... 84 Samenstelling commissie, secretariaat en klankbordgroep..................................................... 90
Voorwoord Voor u ligt het rapport “Groeipijn”. Dit rapport beschrijft het eerste advies van de Deskundigencommissie over de Hervormingsagenda Jeugd. Deze Hervormingsagenda is ondertekend door vijf partijen, te weten het Rijk, de gemeenten, de aanbieders, de professionals en de vertegenwoordigers van jongeren en ouders. Hiermee hebben de vijfhoekpartners zich gecommitteerd om gezamenlijk de jeugdzorg in Nederland te versterken en toekomstbestendig te maken. Als commissie kregen wij het vertrouwen en de taak om deze agenda te beoordelen op inhoud, financiële afspraken en governance. Allereerst willen wij voor dat vertrouwen onze oprechte dank uitspreken aan alle betrokkenen. Aan het ministerie van VWS en de VNG - onze opdrachtgevers - voor hun constructieve bijdragen en de organisatorische ondersteuning. Aan jongeren, ouders, professionals, aanbieders, betrokkenen en deskundigen die hun verhalen, inzichten en ervaringen openhartig met ons deelden. Aan de klankbordgroep van betrokken jongeren voor hun bespiegelingen en het kritisch mee- en tegendenken. Ieders bijdrage was onmisbaar en heeft onze aanbevelingen diepgaand verrijkt. Wij spreken onze waardering uit voor het werk dat wordt geleverd om de maatregelen uit de Hervormingsagenda verder te brengen. De titel “Groeipijn” weerspiegelt de complexiteit in de transitie van de jeugdzorg.
Het verwijst naar de gebruikelijke groeipijnen die jongeren doormaken in het opgroeien, maar erkent ook dat er situaties zijn waar (langdurige) inzet van hulp of zorg noodzakelijk is. Tegelijkertijd ervaart het jeugdzorgstelsel zelf ook groeipijnen: het is zoeken naar balans tussen toenemende vraag, beperkte middelen, een krappe arbeidsmarkt en hoge verwachtingen. De conclusie van de commissie is dat de Hervormingsagenda Jeugd een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde is om te komen tot een goede balans in de jeugdzorg. En dat het nog teveel een Hervormingsagenda Jeugdzorg is in plaats van een Hervormingsagenda Jeugd. Een bredere benadering is een absolute vereiste. De rijke gesprekken hebben geleid tot diverse adviezen op het gebied van de inhoud, de financiën en de governance. Wij hebben naar eer en geweten knopen doorgehakt met de informatie en kennis die wij ter beschikking hadden. Met dit rapport willen wij de nadruk leggen op gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen, ook zij die nu nog geen onderdeel van de Hervormingsagenda Jeugd zijn. We roepen iedereen op om deze inzichten niet te reduceren tot het kijken naar iemand of naar elkaar, of tot cherry picking van conclusies die in het eigen voordeel werken.
De uitdagingen in de jeugdzorg vragen om een gezamenlijke aanpak, met als doel een duurzaam en inclusief stelsel dat jongeren en gezinnen werkelijk ondersteunt. Een volgende weging van de Hervormingsagenda Jeugd staat gepland voor januari 2028. Wij roepen iedereen op werk te maken van de adviezen, zodat we naar een situatie toe kunnen waarin er geen commissie meer nodig is om knopen door te hakken. Hiertoe is het van belang dat de kramp eruit gaat en de druk erop. De kramp van te hoge planningsambities en een te strak financieel keurslijf beperken de voortgang en effectiviteit van de benodigde maatregelen. Het feit dat een op de zeven jongeren nu gebruikmaakt van jeugdzorg, maakt het nodig dat de druk erop moet blijven om te werken aan een effectief en werkend jeugdzorgstelsel. Dat gaat ons allemaal aan. De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd Tamara van Ark, voorzitter Bernard ter Haar José Lazeroms Han Polman Onno de Zwart Den Haag, 30 januari 2025
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
2
Samenvatting Opdracht aan de commissie Op 1 april 2024 is de Commissie van Deskundigen Rijk|VNG Hervormingsagenda Jeugd (kortgezegd, de commissie) ingesteld. De commissie heeft tot taak “onafhankelijk zwaarwegend advies uit te brengen aan partijen over de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen uit de Hervormingsagenda Jeugd, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling”. De commissie is gevraagd voor 1 februari 2025 haar advies uit te brengen.
Hoofd- en deelvragen De commissie heeft haar opdracht uitgewerkt in een toetsingskader, bestaande uit een hoofdvraag en zes deelvragen. Hoofdvraag In hoeverre geeft de huidige aanpak en voortgang van de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling die hierover is afgesproken tussen Rijk en gemeenten, voldoende vertrouwen om de beoogde effecten van de Hervormingsagenda Jeugd in de komende jaren te realiseren, in het licht van het meerjarig financieel kader? Deelvragen 1. Hoe beoordeelt de commissie de huidige uitvoering van maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd met het oog op realisatie van de beoogde effecten in de komende jaren? 2. Waar zitten volgens de commissie de hefbomen in de uitvoering van maatregelen om de beoogde effecten te realiseren? / Welke interventies werken al en welke interventies zijn nog nodig om tot versnelling en/of betere uitvoering te komen? 3. Hoe beoordeelt de commissie de afgesproken principes over de financiële risicoverdeling tussen Rijk en gemeenten in het licht van beschikbare informatie over de uitgaven voor jeugdhulp? 4.
Welke (tijdelijke) bijstellingen en interventies (naar redelijkheid en billijkheid) zijn volgens de commissie nodig / wenselijk in het licht van het meerjarig financieel kader? Welke suggesties wil de commissie meegeven voor aanwending van de aanvullende middelen voor 2026 t/m 2028? Welke suggesties wil de commissie meegeven voor een nieuw financieringsmodel jeugd? 5. Hoe beoordeelt de commissie de sturing op realisatie van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd en de betrokkenheid van partners bij dit proces? 6. Welke suggesties heeft de commissie rondom sturing en organisatie van het proces met het oog op tijdige realisatie van de beoogde effecten?
Aanpak van de commissie De commissie heeft voor het opstellen van haar rapport gebruikgemaakt van diverse rapporten en onderzoeken, ingestuurde position papers van betrokkenen en belanghebbenden, en de resultaten uit gesprekken met circa 175 mensen die de commissie heeft gesproken via rondetafelgesprekken, individuele gesprekken en werkbezoeken. Al deze inzichten heeft de commissie zorgvuldig gewogen. Achtereenvolgens gaat de commissie in deze samenvatting in op inhoud van en sturing op de Hervormingsagenda Jeugd, de financiën en de beantwoording van de hoofdvraag.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
3
Hoofdboodschap op inhoud en sturing Met de Hervormingsagenda Jeugd hebben de vijfhoekpartners (Rijk, gemeenten, jeugdzorgaanbieders, professionals en cliënten) een grote verantwoordelijkheid genomen om het jeugdstelstel te hervormen. De commissie merkt een grote gedrevenheid bij alle gesprekspartners om van deze hervorming een succes te maken. Maar de commissie constateert ook de grote druk die bij alle partners wordt gevoeld. Er moet nog veel gebeuren om de omslag in cultuur, structuur en praktijk daadwerkelijk te maken en te borgen. De commissie roept betrokken partners op om deze realiteit te onderkennen. Grote transities kosten tijd en vereisen onderling vertrouwen. Het is van groot belang hiermee rekening te houden in de realisatie van de opgave en in de planning. De commissie is van mening dat het succes van de Hervormingsagenda gebaat is bij minder vrijblijvendheid op het ‘wat’, en bij meer ruimte voor betrokkenen op het ‘hoe’. Meer inzet op gezamenlijk leren is daarvoor essentieel.
Belangrijkste conclusies en adviezen op inhoud en sturing Meerwaarde en betekenis van de Hervormingsagenda Jeugd De Hervormingsagenda Jeugd is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde om te komen tot een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel. De commissie trekt de conclusie dat de Hervormingsagenda Jeugd weliswaar een wezenlijke rol speelt in de transformatie van de jeugdhulp, maar dat de agenda onvoldoende aandacht heeft voor het wegnemen en verminderen van de (structurele) factoren die leiden tot instroom naar jeugdhulp. De scope van de Hervormingsagenda is te smal; er ligt een te grote nadruk op het anders organiseren van de jeugdzorg. De oplossing voor de grote vraag naar jeugdhulp ligt vooral in de systemen buiten de jeugdzorg: in het gezin, op school, en in de samenleving. Jeugdhulp is aanpalend aan de andere levensdomeinen, en niet andersom. Onze complexe samenleving stelt de veerkracht van jongeren en ouders ernstig op de proef. Factoren als armoede, bestaanszekerheid, wonen, toegenomen prestatiedruk, complexe scheidingen en GGZproblematiek bij ouders beïnvloeden de draagkracht van jongeren en ouders, met veel vraag naar vormen van ondersteuning en zorg tot gevolg. Al die behoeften die in aard, ernst, duur en eigen mogelijkheden variëren, zijn reëel en verdienen aandacht.
De vraag is waar deze behoeften en vragen belegd kunnen en moeten worden. Gezin, samenleving en overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om onzekerheden bij jongeren en ouders te herkennen, te erkennen, en een plaats te bieden waar die onzekerheden er mogen zijn en waar meegedacht wordt over oplossingen, collectief of individueel, in het eigen netwerk, in de omgeving, of via een jeugdhulptraject. De commissie heeft over de meerwaarde en betekenis van de Hervormingsagenda de volgende adviezen geformuleerd: • Creëer en versterk lokale steunstructuren; benut de natuurlijke omgevingen van jongeren en ouders, bijvoorbeeld de school; • Leg noodzaak en minimumniveau aan basisvoorzieningen vast in de wet; • Benut lokale steunstructuren om de maatschappelijke dialoog te voeren; • Geef als overheid het goede voorbeeld en kies voor een samenhangende jeugd- en gezinsaanpak. Werkende mechanismen en vrijblijvendheid De stevige lokale teams vormen het kloppend hart van de Hervormingsagenda Jeugd. Daarvoor is allereerst gezaghebbendheid essentieel. Die gezaghebbendheid is nog geen vanzelfsprekendheid; de commissie constateert dat er in de praktijk diverse verschijningsvormen van de lokale teams zijn, waarbij de mate van afstand tot de lokale overheid verschilt en het takenpakket varieert.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
4
Gezag ontlenen de stevige lokale teams ook aan hun brede netwerk in de hele keten, van partners in de sociaalpedagogische basis, met professionals in de jeugdgezondheidszorg, de kinderopvang, met scholen, jongerenwerkers, welzijnsorganisaties, sportverenigingen, huisartsen en met specialistische jeugdzorgaanbieders. Naar het oordeel van de commissie is ook op die brede deskundigheid van de stevige lokale teams nog het nodige te winnen. Naar het oordeel van de commissie is sprake van te hoge verwachtingen over de afbakening van de Jeugdwet. Het is sterk gebaseerd op wensdenken. De commissie beschouwt het voorziene tijdpad van invoering van de aangescherpte jeugdhulpplicht per begin 2026 weinig realistisch en vindt dat de discussie teveel vanuit financiële beheersbaarheid wordt ingestoken. De commissie ziet dat de afbouw van de gesloten jeugdhulp met voortvarendheid wordt opgepakt. De commissie is van mening dat de druk om op korte termijn tot besparingen te komen, het vinden van passende oplossingen in de weg staat. Er is onvoldoende rekening gehouden met een noodzakelijke overgangsfase en een werkbare eindfase.
De commissie heeft over werkende mechanismen en vrijblijvenheid de volgende adviezen geformuleerd: • Ga door met de Hervormingsagenda Jeugd; • Maak keuzes en leg werkende mechanismen voorschrijvend vast; • Verbind het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming met de stevige lokale teams; • Benader de reikwijdtediscussie vanuit de inhoud en niet budgettair; • Onderzoek fundamentele uitgangspunten Jeugdwet die nu soms tegenstrijdig uitwerken; • Bied aanbieders tijd en financiële ruimte om tot passende alternatieven voor gesloten jeugdhulp te komen. Inspanningen, opbrengsten en gezamenlijke sturing Het wenkend perspectief in de Hervormingsagenda is betekenisvol. Het gaat om de waarde die wij als maatschappij geven aan de mogelijkheden van de opgroeiende en toekomstige generaties. Tegelijkertijd ontbreekt het aan uitwerking van maatregelen naar meetbare indicatoren. Daarnaast stelt de commissie vast dat ook de besparingsdoelstellingen niet meetbaar zijn gemaakt. De afwezigheid van prestatieindicatoren, van voldoende geschikte data en van gerichte monitoring leiden ertoe dat de commissie alleen tot een gewogen kwalitatief oordeel kan komen over de opbrengsten van de Hervormingsagenda Jeugd. Er wordt hard gewerkt aan de realisatie van de Hervormingsagenda Jeugd.
Daarin constateert de commissie dat partners de neiging hebben naar elkaar te kijken om te kunnen doorpakken op de uitvoering. De sturing op de uitvoering van de agenda is vooral procesmatig en gericht op behoud van draagvlak. Om tot versnelling te komen, is meer focus op de inhoud nodig. De commissie is van mening dat de governance van de Hervormingsagenda doorzettingskracht mist. De commissie heeft over inspanningen, opbrengsten en gezamenlijke sturing de volgende adviezen geformuleerd: • Stel op korte termijn een set van inhoudelijke en financiële prestatie-indicatoren op; • Stel een onafhankelijk boegbeeld met doorzettingsmacht aan. Rollen, verantwoordelijkheden en gedeeld eigenaarschap De complexe verhouding tussen gemeenten, aanbieders en professionals zet doelrealisatie van de Hervormingsagenda onder druk. De commissie constateert dat een gezamenlijke visie en onderling vertrouwen belangrijke bouwstenen zijn voor een succesvol samenspel. Inzetten op partnerschap lijkt de enige weg voorwaarts.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
5
Vraag naar en aanbod van jeugdzorg zijn niet in evenwicht. De indruk bestaat dat vooral jongeren die behoefte hebben aan gespecialiseerde hulp en/of zorg, de dupe zijn van het beperkte aanbod. Er zijn veel aanbieders van lichte(re) jeugdhulp. Mede daardoor is er minder capaciteit beschikbaar voor zwaardere zorg. De commissie is van mening dat deze mismatch moet worden aangepakt. De commissie merkt op dat er te weinig flexibiliteit in de jeugdzorgketen zit om te kunnen op- en afschalen. Eenmaal afgeronde behandeltrajecten zijn moeilijk weer op te starten, terwijl dat dikwijls wel wenselijk is. De commissie erkent de angst die jongeren voelen of hulp wel beschikbaar blijft en snapt dat jongeren aangeven liever langer in zorg te blijven, vanwege het risico dat een vervolgvraag leidt tot (opnieuw) plaatsing op de wachtlijst. De commissie herkent ook de grote zorg van velen dat de 18-/18+-problematiek een grote terugslag voor jongeren kan betekenen.
De commissie heeft over verantwoordelijkheden en gedeeld eigenaarschap de volgende adviezen geformuleerd: • Pak door op de transformatie van het aanbod van jeugdzorg met bindende regionale afspraken; • Breng vraag en aanbod met elkaar in balans, vooral voor de zwaardere hulpvragen; • Zet de afspraken over standaardisatie in inkoop, contractering en verantwoording door; • Borg dat jongeren via een waakvlamconstructie laagdrempelig kunnen terugvallen op hulp.
Hoofdboodschap op financiën Het aantal nieuwsberichten over de financiële tekorten in de jeugdhulp is ontelbaar. Ook in alle gesprekken en position papers is de ernst en omvang van deze financiële problematiek naar voren gebracht. De cijfers en de verhalen achter de cijfers schetsen een beeld van onmacht. Terwijl de uitgaven blijven stijgen, voelen jongeren zich het kind van rekening. De commissie is er niet van overtuigd dat de Hervormingsagenda de beoogde besparingen op de jeugdhulp gaat realiseren. Er zijn zeker aanknopingspunten, maar de commissie betreurt het gebrek aan data, het beperkte inzicht in effectieve wijzen van werken en het spanningsveld tussen beleidsvrijheid en financiële sturing. Het is sturen in de mist. De commissie heeft gemerkt dat financiële beheersbaarheid van het jeugdstelsel het gesprek onder alle betrokkenen en op alle niveaus domineert. Meer financiële ruimte lijkt dè oplossing. Waar geld nu nog als het grootste probleem wordt gezien en hèt sturend mechanisme, zal de komende jaren de beschikbaarheid aan gekwalificeerde jeugdprofessionals een veel groter vraagstuk zijn. De commissie is van mening dat de consequenties van de toenemende krapte op de arbeidsmarkt nadrukkelijker moet worden meegewogen in de keuzes die worden gemaakt. Dit vraagt vooral het zo goed en gericht mogelijk inzetten van alle professionals.
De commissie is zich ervan bewust dat de financiering van de jeugdzorg onderdeel is van een bredere discussie over de financiële en interbestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en gemeenten. In het licht van de opdracht die aan de commissie is gesteld om tot een onafhankelijk zwaarwegend advies te komen, heeft de commissie de keuze gemaakt deze bredere vraagstukken niet mee te wegen in haar oordeel.
Belangrijkste conclusies en adviezen op financiën Dekking financiële tekorten 2023 en 2024 De ontstane tekorten op de inzet van jeugdzorg (jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering) in de jaren 2023 en 2024 zijn een gedeelde verantwoordelijkheid van Rijk en gemeenten. De commissie heeft in haar gewogen oordeel drie aspecten meegenomen.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
6
In de eerste plaats heeft de commissie gekeken naar de ontwikkeling van de uitgaven. De uitgaven aan maatwerkvoorzieningen jeugd zijn in de afgelopen twee jaar verder toegenomen. Vooral de duur en intensiteit van jeugdhulptrajecten, de lichte groei in het aantal jongeren dat jeugdhulp krijgt, de hogere CAO-lonen en toepassing van reële tarieven liggen hieraan ten grondslag. Ook de uitgaven aan ‘meerkosten voorliggend veld’ nemen toe; hier is sprake van een sterkere groei in de afgelopen jaren. De commissie duidt dat – op het eerste oog – als een positieve ontwikkeling: meer investeringen in lokale steunstructuren zouden op termijn kunnen leiden tot minder uitgaven voor geïndiceerde jeugdzorg. Hierbij plaatst de commissie wel twee kanttekeningen: er is een gebrek aan geaggregeerde data om deze aanname te staven en gemeenten registreren de ‘meerkosten voorliggend veld’ niet eenduidig. In de tweede plaats heeft de commissie gekeken naar de verschillen tussen gemeenten. Er zijn aanzienlijke verschillen in de mate waarin het beschikbaar gestelde jeugdzorgbudget (maatwerkvoorzieningen en meerkosten voorliggend veld) in de algemene uitkering van het Gemeentefonds voor gemeenten toereikend is. Op basis van beschikbare informatie is het voor de commissie niet mogelijk om tot een verklarende analyse van deze verschillen te komen.
Een oorzaak kan liggen in de financiële gevolgen van intensieve, complexe en langjarige vormen van hulpverlening aan jongeren en gezinnen. Tot slot heeft de commissie gekeken naar de toepassing van de vier principes die Rijk en gemeenten hebben afgesproken over de financiële risicoverdeling. De commissie stelt vast dat de principes zeer open zijn geformuleerd, niet nader zijn uitgewerkt en een koppeling missen naar een vorm van prestatiemeting. De principes zijn onvoldoende sturend om de verliezen op de jeugdzorg – € 628 miljoen in 2023 en € 828 miljoen naar verwachting in 2024 – te kunnen toedelen. De commissie heeft een weging gemaakt van deze bovenstaande aspecten om tot een advies te komen hoe de financiële tekorten over 2023 en 2024 moeten worden gedekt. De commissie is van mening dat de toegenomen vraag naar jeugdhulp op korte termijn moeilijk beïnvloedbaar is, maar vindt ook dat veel meer inspanning gepleegd moet worden om lokale ondersteuningsstructuren te creëren en te versterken, en om meer systemisch de opgaven rondom jongeren en gezinnen aan te pakken, ook in samenspraak met het medisch domein. De commissie ziet goede voorbeelden in het land, maar ziet ook dat deze nog niet op grote schaal navolging krijgen. Daarnaast stelt de commissie vast dat sprake is van een ernstig tekort aan cijfermatig inzicht.
De commissie heeft over de dekking van de financiële tekorten in 2023 en 2024 de volgende adviezen geformuleerd: • Afwegende de autonome ontwikkelingen en bij gebrek aan sturingsinformatie om tot een oordeel te kunnen komen over de mate waarin sprake is van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet, adviseert de commissie Rijk en gemeenten om de ontstane verliezen over 2023 en 2024 in gezamenlijkheid op te vangen en beiden de helft van de verliezen voor hun rekening te nemen. • De commissie roept Rijk en gemeenten op om op korte termijn onderzoek te laten doen naar aard en omvang van dure casuïstiek en de gemeenten die daarmee te maken hebben. En op basis hiervan een keuze te maken welke vorm van financiële solidariteit hierbij past. • De commissie geeft het dringende advies af aan Rijk en gemeenten om in de komende jaren de informatiehuishouding met voorrang op orde te brengen. Haalbaarheid en houdbaarheid meerjarig financieel kader 2025 tot en met 2027 Het is niet wenselijk en niet haalbaar om de beoogde besparingen vanaf 2026, zoals opgenomen in het meerjarig financieel kader in de Hervormingsagenda Jeugd, te handhaven. De commissie heeft in haar gewogen oordeel twee aspecten meegenomen.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
7
In de eerste plaats heeft de commissie gekeken naar de ontwikkeling van het budget voor jeugdzorg. De commissie is van mening dat het inzicht in de ontwikkeling van de financiële afspraken in de Hervormingsagenda wordt bemoeilijkt doordat het meerjarig financieel kader niet geactualiseerd is. De commissie acht het niet wenselijk om de uitgaven in de komende jaren nog verder te laten toenemen; er moet een prikkel zijn om te investeren in het creëren en versterken van ondersteunende structuren, met het oog op het reduceren van de uitgaven voor individuele maatwerkvoorzieningen. In de tweede plaats heeft de commissie gekeken naar de haalbaarheid van de ingeboekte besparingen. De commissie concludeert dat het op basis van bestaande informatie en monitoren niet mogelijk is een betrouwbare uitspraak te doen over de mate waarin het meerjarig financieel kader uit de Hervormingsagenda Jeugd haalbaar is. Het belangrijkste argument is dat het ontbreekt aan prestatieindicatoren om de voortgang op de besparingsdoelstellingen te monitoren. De ingeboekte bezuiniging op het jeugdzorgbudget vanaf 2026 hangt als een zwaard van Damocles boven alle partijen. Daarnaast werkt het meerjarig financieel kader ontmoedigend voor gemeenten die al een eind op weg zijn in de uitvoering. Tot slot is de start van de uitvoering van de Hervormingsagenda anderhalf jaar vertraagd.
De commissie heeft over de haalbaarheid en houdbaarheid meerjarig financieel kader 2025 tot en met 2027 de volgende adviezen geformuleerd: • De commissie adviseert het Rijk om tot 2028 de besparingen als PM-post in de rijksbegroting op te nemen. De commissie benadrukt dat het een rijksbrede verantwoordelijkheid is om dit op te vangen. • De commissie roept Rijk en gemeenten op om de komende jaren tot reële en meetbare besparingsdoelstellingen, bijbehorende prestatie-indicatoren en monitoring te komen. • Wanneer het inzicht uit de prestatie-indicatoren en de monitoring leidt tot zicht op de ontwikkeling van de besparingsdoelstellingen, kan de PM-post ingevuld worden. • De commissie adviseert om voor de indexatie van het volume aan te sluiten bij de ontwikkeling van de verwachte reële groei van de totale netto zorguitgaven in de komende jaren. Voor 2025 bedraagt deze 4,7%. • De commissie roept gemeenten op om het aanvullende budget dat volgens het meerjarig financieel kader voor de jaren 2026 tot en met 2028 beschikbaar komt, te benutten ter versterking van de sociale basis.
Bespiegelingen op een nieuw financieringsmodel jeugd vanaf 2028 De commissie heeft een aantal gedachten geformuleerd bij de ontwikkeling van een nieuwe financieringssystematiek voor het jeugdstelsel: • Bij de herijking van de besturing en het financieringsmodel moeten de afwegingen over inhoud en kosten gaan over: wat is het doel, welke maatregel is nodig en wat mag het kosten? • Baseer de bekostiging op de mate van beleidsvrijheid voor gemeenten. • Er is een noodzaak om te komen tot ex-post verevening waar een stimulerende werking vanuit gaat om tot een effectieve en doelmatige besteding van middelen te komen. • Een vangnetconstructie met passende prikkels is wenselijk. • Denk na over een passende bekostiging van de specialistische jeugdzorg, bijvoorbeeld met een algemeen en een specifiek deel. • Overweeg om een deel van het macrobudget te reserveren voor het instellen van een innovatiefonds.
Beantwoording van de hoofdvraag De commissie trekt de conclusie dat partners met volle overgave aan de slag zijn met de uitwerking van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Dat verdient veel complimenten. De commissie moedigt alle betrokkenen aan om hun intrinsieke motivatie te behouden en elkaar daarop te blijven aanspreken. Deze gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid legt de basis voor het opbouwen van vertrouwen.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
8
Alle goede bedoelingen en inzet van zovelen ten spijt, heeft de commissie er onvoldoende vertrouwen in dat de huidige aanpak en voortgang van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling die hierover is afgesproken tussen Rijk en gemeenten, tot de beoogde effecten gaan leiden. Doorgaan op dezelfde weg is niet voldoende om een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel tot stand te brengen. De commissie roept alle betrokkenen op om de adviezen van de commissie ter harte te nemen en hieraan opvolging te geven in de komende jaren. Met het realiseren van meer focus, slagkracht, realisme en data verwacht de commissie dat de Hervormingsagenda Jeugd de komende jaren echt tot betekenisvolle resultaten kan leiden. De kramp moet eruit, maar de druk moet erop blijven. De commissie dringt er bij de vijfhoekpartners op aan om voor de zomer van 2025 een routekaart uit te werken hoe opvolging en invulling te geven aan de adviezen.
Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd
9
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op 20 juni 2023 boden de toenmalig staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de toenmalig minister voor Rechtsbescherming de Hervormingsagenda Jeugd 2023 – 2028 aan de Tweede Kamer aan. De Hervormingsagenda Jeugd is het resultaat van een lang en intensief traject van afstemming tussen jongeren/cliëntenorganisaties, professionals, aanbieders, gemeenten en Rijk. Met de agenda hebben deze vijfhoekpartners1 afspraken gemaakt om de jeugdzorg te verbeteren binnen een houdbaar kader voor de toekomst. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp, de jeugdbescherming en de jeugdreclassering, kortgezegd: de jeugdzorg. Met deze decentralisatie werd nadrukkelijk een ander stelsel beoogd: de aanname was dat gemeenten vanwege hun lokale nabijheid en kennis van de context de jeugdhulp beter en efficiënter zouden kunnen organiseren. Daarbij kregen de gemeenten de beschikking over één budget. Op dit gedecentraliseerde budget was een korting toegepast. Al vrij snel na de decentralisatie kregen gemeenten te maken met forse kostenoverschrijdingen. Dit beeld werd bevestigd in een onderzoeksrapport dat in opdracht van betrokken ministeries en de VNG tot stand kwam.2 In aanvulling op dit onderzoek besloten Rijk en gemeenten tot de instelling van de stuurgroep ‘maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet’.