CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Ingekomen stukken raadsvergadering 5 juni 2025

Raadsvergadering 5 juni 2025, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Ingekomen stukken27.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De stuurgroep kreeg de opdracht om maatregelen uit te werken, met het doel de uitgaven aan de jeugdzorg te beperken en het stelsel beheersbaarder te maken. Daarbij is – waar mogelijk – een inschatting gemaakt van het financiële effect. De stuurgroep pleitte in zijn rapport onder meer “voor een gezamenlijke Ontwikkelagenda van Rijk en gemeenten die een gezamenlijke veranderstrategie definieert met daaraan verbonden doelstellingen en te bereiken resultaten”.3 Aangezien Rijk en gemeenten niet tot overeenstemming kwamen over de vraag via welke combinaties van middelen en maatregelen het vastgestelde tekort het hoofd kon worden geboden, werd gezamenlijk de Commissie van Wijzen ingesteld. Deze arbitragecommissie deed in mei 2021 uitspraak.4 Naast de extra middelen die het Rijk in mei 2019 al ter beschikking had gesteld aan gemeenten voor de periode 2019 tot en met 2021, kwam de arbitragecommissie tot de uitspraak dat het Rijk voor 2022 het feitelijke tekort op de uitgaven voor de jeugdzorg diende te compenseren. Ook riep de commissie gemeenten en Rijk op voortvarend aan de slag te gaan met de inrichting en uitvoering van een Ontwikkelagenda 2022-2028.

Het advies van de Commissie van Wijzen en de talrijke onderzoeken en rapporten naar oorzaken en mogelijke oplossingen voor de knelpunten in de jeugdzorg, vormden het vertrekpunt voor de uiteindelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023 – 2028. De vijfhoekpartners geven in de Hervormingsagenda aan dat er tien grote opgaven zijn: zes richten zich op het verbeteren van jeugdhulp en vier op het verbeteren van het jeugdhulpstelsel en de uitvoering daarvan in de praktijk. Conform het advies van de Commissie van Wijzen gaat de Hervormingsagenda gepaard met een besparing die oploopt tot € 1 miljard structureel vanaf 2026. 1) De vijfhoekpartners zijn: het Rijk (ministeries van VWS, JenV, BZK, Financiën, SZW en OCW), de gemeenten (vertegenwoordigd via de VNG), de aanbieders (BGZJ, bestaande uit Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse GGZ en VGN), de professionals (SBJ, bestaande uit NVvP, NIP, LVVP, NVO, BPSW, BVjong, AJN, V&VN, LHV, NVK en FVB) en de cliëntenorganisaties en jongerenvertegenwoordigers (Ieder(in), MIND en NJR). 2) AEF, Stelsel in groei; een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg, 15 december 2020. 3) Stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet, Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet, 8 april 2021. 4) Commissie van Wijzen Rijk | VNG budget Jeugdzorg, Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg, 18 mei 2021.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

10

In haar uitspraak gaf de Commissie van Wijzen tevens aan om “een onafhankelijke deskundigencommissie in te stellen met deskundigen op het gebied van jeugdzorg, openbare financiën en interbestuurlijke verhoudingen. Met als doel om zicht te krijgen op de implementatie en (structurele) opbrengsten van de maatregelen, zowel landelijk als voor een representatieve steekproef van gemeenten”. Conform deze uitspraak is in de Hervormingsagenda de instelling van “een commissie van deskundigen” opgenomen.

1.2 Opdracht aan de Deskundigencommissie Op 1 april 2024 is de Commissie van Deskundigen Rijk|VNG Hervormingsagenda Jeugd (kortgezegd, de commissie) ingesteld. De commissie heeft tot taak “onafhankelijk zwaarwegend advies uit te brengen aan partijen over de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen uit de Hervormingsagenda Jeugd, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling”. In het instellingsbesluit5 is aangegeven dat het advies van de commissie ingaat op: • de beweging in het stelsel die de bij de Hervormingsagenda Jeugd betrokken Partijen met zowel elkaar, als met aanbieders, professionals en cliënten willen maken en die door de uitvoering van de voornemens en maatregelen dient te worden gerealiseerd; • een beoordeling op basis van de afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd, de bijbehorende implementatieplannen, de inspanningen van Rijk en gemeenten en de bijbehorende opbrengsten, waarbij ook aandacht wordt besteed aan mogelijke knelpunten en de inspanningen van de andere partijen uit de vijfhoek, alsmede andere partijen die van belang zijn voor de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd; • signalen en relevante ontwikkelingen die van belang zijn voor de ontwikkeling van de uitvoering en kosten van het jeugdzorgstelsel; • omgang met een uitgavenontwikkeling die afwijkt van het overeengekomen meerjarig financieel kader.

De commissie is gevraagd voor 1 februari 2025 haar advies uit te brengen. De Hervormingsagenda spreekt over een “mid-term review” in januari 2025 en een advies in januari 2028.

1.3 Interpretatie van de opdracht Uitgangspunten Voor de uitvoering van de opdracht en het opstellen van voorliggend rapport heeft de commissie de volgende uitgangspunten geformuleerd: • Partijen zijn volop bezig met de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd. De commissie heeft ervoor gekozen deze inspanningen te beoordelen in het licht van de bedoeling van de Hervormingsagenda: een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel. • De commissie is uitgegaan van een waarderende onderzoeksbenadering. Dat betekent dat de commissie constructief-kritisch heeft gekeken naar de uitvoering, de gemaakte (financiële) afspraken en ontwikkelingen die van invloed zijn op het jeugdstelsel. • De commissie heeft ervoor gekozen om de uitvoering van de Hervormingsagenda als geheel te beoordelen. Dat betekent dat de commissie zich primair heeft gericht op een beoordeling van de voortgang op het niveau van ambities en doelen uit de Hervormingsagenda. 5) In bijlage 1 is het Instellingsbesluit opgenomen.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

11

• De commissie heeft gebruikgemaakt van de beschikbare monitoringsinformatie om te beoordelen in hoeverre output en acties nagekomen worden. Het stond de commissie vrij om aanvullend onderzoek te laten uitvoeren, maar gegeven de beperkte tijd tussen instelling van de commissie en de oplevering van dit rapport, achtte de commissie dit niet opportuun. • De opdracht van de commissie bestaat uit twee delen: het eerste advies in januari 2025 en het eindadvies in januari 2028. Voor het eerste advies geldt het volgende: - De commissie typeert dit advies als een eerste procesevaluatie over de inhoudelijke voortgang: de implementatie van de maatregelen uit de Hervormingsagenda staat nog in de kinderschoenen; hierdoor is het beoordelen van de effecten van deze maatregelen nog niet of slechts beperkt aan de orde. Het gaat nu vooral om de vraag of het proces dat is ingezet voldoende vertrouwen geeft om de beoogde effecten te realiseren, en welke aandachtspunten de commissie daarbij wil meegeven. Het eindadvies van de commissie zal wel meer het karakter hebben van een beoordeling van beoogde effecten.

- Wat de interbestuurlijke en financiële verhoudingen betreft, maakt de commissie in het voorliggende rapport onderscheid naar het geven van een advies over de inzet van financiële middelen en de bijbehorende risicoverdeling tussen Rijk en gemeenten voor 2023/2024 en voor de komende jaren, en het formuleren van aandachtspunten bij de invulling van een nieuw financieringsmodel jeugd voor de langere termijn.

Terminologie • De commissie hanteert in dit rapport de termen jeugdhulp en jeugdzorg. Jeugdhulp omvat alle vormen van hulp en ondersteuning, variërend van licht ambulant tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde zorg in een al dan niet gesloten setting. Onder de term ‘jeugdzorg’ valt niet alleen jeugdhulp, maar ook jeugdbescherming en jeugdreclassering. • De commissie hanteert in dit rapport de term ‘jongeren’. • Onder ‘ouders’ verstaat de commissie de brede groep ouders, opvoeders en pleegouders.

Hoofdvraag en deelvragen6 Op basis van de genoemde uitgangspunten heeft de commissie één hoofdvraag en zes centrale vragen geformuleerd. Hoofdvraag In hoeverre geeft de huidige aanpak en voortgang van de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling die hierover is afgesproken tussen Rijk en gemeenten, voldoende vertrouwen om de beoogde effecten van de Hervormingsagenda Jeugd in de komende jaren te realiseren, in het licht van het meerjarig financieel kader? Deelvragen 1. Hoe beoordeelt de commissie de huidige uitvoering van maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd met het oog op realisatie van de beoogde effecten in de komende jaren? 2. Waar zitten volgens de commissie de hefbomen in de uitvoering van maatregelen om de beoogde effecten te realiseren? Welke interventies werken al en welke interventies zijn nog nodig om tot versnelling en/of betere uitvoering te komen? 3. Hoe beoordeelt de commissie de afgesproken principes over de financiële risicoverdeling tussen Rijk en gemeenten in het licht van beschikbare informatie over de uitgaven voor jeugdhulp? 6) In bijlage 2 is het volledige toetsingskader opgenomen.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

12

4. Welke (tijdelijke) bijstellingen en interventies (naar redelijkheid en billijkheid) zijn volgens de commissie nodig en/of wenselijk in het licht van het meerjarig financieel kader? Welke suggesties wil de commissie meegeven voor aanwending van de aanvullende middelen voor 2026 t/m 2028? Welke suggesties wil de commissie meegeven voor een nieuw financieringsmodel jeugd? 5. Hoe beoordeelt de commissie de sturing op realisatie van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd en de betrokkenheid van partners bij dit proces? 6. Welke suggesties heeft de commissie rondom sturing en organisatie van het proces met het oog op tijdige realisatie van de beoogde effecten?

1.4 Werkwijze van de commissie Inhoudelijke en technische briefings Op verzoek van de commissie heeft in de periode april – juni 2024 een aantal inhoudelijke briefings plaatsgevonden. Direct betrokkenen binnen het ministerie van VWS en de VNG hebben de commissie bijgepraat over de ontstaansgeschiedenis van de Hervormingsagenda Jeugd en de inhoudelijke voortgang en dilemma’s op de maatregelen uit de agenda. Daarnaast is in de briefings aandacht besteed aan de financiële afspraken die aan de Hervormingsagenda ten grondslag liggen. Tot slot is de commissie kort voor de zomer van 2024 en begin december bijgepraat over de uitgangspunten, ontwikkeling en voortgang van een nieuw financieringsmodel voor het jeugddomein.

Documentenanalyse • In de afgelopen jaren zijn veel onderzoeken en rapporten verschenen over de staat van de jeugd in Nederland, de ontwikkeling van de vraag naar jeugdhulp, de knelpunten in het jeugdhulpstelsel en de uitgaven aan jeugdzorg. De commissie heeft kennisgenomen van diverse publicaties over deze onderwerpen.7 • In het kader van de monitoring van de voortgang van de Hervormingsagenda heeft de commissie inzicht gekregen in het implementatieplan, de voortgangsrapportages, de startfoto’s van de VNG en de voortgangsmonitor van de Hervormingsagenda Jeugd. • De commissie heeft partners in het jeugdstelsel uitgenodigd om een position paper in te sturen waarin zij hun specifieke reflecties en aandachtspunten naar voren konden brengen. De commissie heeft in totaal twintig papers ontvangen.

Veldwerk De commissie vond het van wezenlijk belang om betrokken partners, belanghebbenden en deskundigen ruimte te geven om hun inzichten en ervaringen met de commissie te delen. Dit heeft ertoe geleid dat de commissie gesprekken heeft gevoerd met een breed palet aan gesprekspartners. Alle gesprekspartners ontvingen voorafgaand aan het gesprek het toetsingskader van de commissie en de gespreksleidraad met daarin zowel algemene als specifieke vragen. • De commissie heeft 15 rondetafelgesprekken gevoerd. De commissie voerde (meerdere) rondetafelgesprekken met elk van de vijfhoekpartners, met deskundigen en met partners in de jeugdbeschermingsketen.8 • De commissie heeft tien individuele gesprekken gevoerd. 7) In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van geraadpleegde documenten. 8) In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van alle gevoerde (rondetafel)gesprekken en de werkbezoeken.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

13

• De commissie heeft ervoor gekozen om ook een aantal werkbezoeken af te leggen. In afstemming met de VNG is gekozen voor de gemeenten Amersfoort, Brummen en Groningen. In elk van deze gemeenten heeft de commissie met een delegatie van lokale jeugdhulppartners en betrokkenen gesproken. • De commissie heeft in Groningen een bezoek gebracht aan een gespecialiseerde jeugdhulporganisatie, mede in het licht van de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg.

Klankbordgroep De commissie heeft direct na haar instelling besloten om een klankbordgroep van jongeren te verbinden aan de werkzaamheden van de commissie. In overleg met de commissie heeft de Nationale Jeugdraad (NJR) de klankbordgroep samengesteld. Deze bestond uit zes jongeren met uiteenlopende ervaringsdeskundigheid in de jeugdhulp of met specifieke belangstelling voor de opgaven in de jeugdhulp. De klankbordgroep heeft zijn bespiegelingen gegeven op het toetsingskader, de rode draden uit de gevoerde gesprekken en op de conceptconclusies en -adviezen.

Informeren opdrachtgevers De commissie heeft ervoor gekozen de opdrachtgevers – ministerie van VWS en VNG – op drie momenten in het proces te informeren over de voortgang van de opdrachtuitvoering en om reacties op te halen. Begin september heeft de commissie het toetsingskader met de opdrachtgevers vastgesteld. Eind november heeft de commissie de rode draden uit haar veldwerk gedeeld. Tot slot heeft de commissie medio januari 2025 de richting van haar conceptconclusies en -adviezen aan een brede delegatie van rijksdirecteuren en betrokkenen vanuit de VNG gepresenteerd. Aansluitend heeft de commissie ook met de partners van het bestuurlijk overleg Jeugd en het bestuurlijk overleg Rijk|gemeenten de richting van haar conclusies en adviezen gedeeld. De reflecties uit deze gesprekken heeft de commissie gewogen om tot haar definitieve rapport te komen.

1.5 Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 schetst het kader waarbinnen de commissie haar opdracht heeft uitgevoerd. Naast een beknopte beschrijving van de hoofdpunten van de Hervormingsagenda Jeugd staan in dit hoofdstuk diverse cijfers en tabellen die de commissie heeft gebruikt om tot haar conclusies en adviezen te komen. In hoofdstuk 3 beschrijft de commissie de rode draden die zij heeft opgehaald uit de individuele en rondetafelgesprekken en de werkbezoeken. Het zijn constateringen, meningen, ervaringen, oordelen en suggesties van de gesprekspartners. De duiding van deze rode draden volgt in de hoofdstukken daarna. In hoofdstuk 4 presenteert de commissie haar conclusies, reflecties en adviezen op de inhoud van en de sturing op de Hervormingsagenda Jeugd. In hoofdstuk 5 volgen de conclusies, reflecties en adviezen op de financiële afspraken die aan de Hervormingsagenda ten grondslag liggen. De commissie sluit dit rapport in hoofdstuk 6 af met een slotbeschouwing; daarin beantwoordt ze de hoofdvraag die aan haar opdracht ten grondslag ligt. In de bijlagen van dit rapport zijn het instellingsbesluit van de commissie, het opgestelde toetsingskader, een overzicht van geraadpleegde documenten, een overzicht van gesprekspartners, en de samenstelling van de commissie, het secretariaat en de klankbordgroep opgenomen.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

14

2. Achtergronden 2.1 Inleiding Dit hoofdstuk schetst het kader waarbinnen de commissie haar opdracht heeft uitgevoerd. De commissie gaat achtereenvolgens in op: • De inhoudelijke en financiële afspraken (op hoofdlijnen) die in de Hervormingsagenda Jeugd zijn gemaakt; • De inzet van jeugdzorg en de uitgavenontwikkeling in de afgelopen jaren. In dit hoofdstuk zijn diverse teksten, tabellen en figuren opgenomen. Het laat zien van welke informatie de commissie gebruik heeft gemaakt om te komen tot haar conclusies, reflecties en adviezen.

2.2 Inhoud en financiële afspraken Hervormingsagenda Jeugd Inhoudelijke afspraken Het wenkend perspectief Tabel 1: Uitgangspunten van het wenkend perspectief in de Hervormingsagenda Jeugd Uitgangspunt

Toelichting

1. Een inclusieve samenleving waarin iedereen, ongeacht kwetsbaarheid of beperking, kan meedoen

Voor jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben, is passende en tijdige hulp en ondersteuning beschikbaar. Deze hulp komt eerst vanuit het eigen netwerk en de context van jeugdigen, en wordt waar nodig aangevuld met extra expertise.

2. Vertrouwen in en versterking van de directe leefomgeving en sociale basis

Een goede laagdrempelige publieke infrastructuur die jeugdigen en ouders helpt om mee te doen, en hun vragen over opvoeden en opgroeien in de dagelijkse contacten bespreekbaar te maken. Zo worden die vragen over opvoeden en opgroeien zoveel mogelijk opgelost of hanteerbaar gemaakt in het dagelijks leven. Dit vraagt een gerichte en doordachte aanpak op preventie.

3. Passende ondersteuning voor jeugdigen en ouders buiten het eigen netwerk

In de wijk is een laagdrempelig, kwalitatief goed, lokaal team beschikbaar (met stevige relaties met specialistische jeugdhulp voor als dat nodig blijkt) dat samen met jeugdigen en hun ouders goed beziet wat nodig is, verbindingen legt met het bestaande informele en formele netwerk rondom de jeugdigen, maar zelf ook hulp kan bieden.

4. De geboden jeugdhulp is passend en zo ‘thuis’ en/of dichtbij mogelijk

De juiste zorg wordt op de juiste plek en op juiste moment geboden door de juiste professional (‘matched care’). Het is waarde gedreven: zorg is op de eerste plaats doelgericht, voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk, heeft meerwaarde voor de jeugdige (en/of gezin), met daarnaast een doelmatige inzet van mensen en middelen. Passende zorg komt samen met, en gezamenlijk rondom, de jeugdige tot stand. Indien mogelijk en wenselijk, wordt de zorg of hulp weer afgeschaald.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

15

5. Jeugdhulp, zowel voor lichte als voor zware problematiek, sluit altijd aan bij de leefwereld van jeugdigen en de omgeving waarin zij zich bevinden.

Het betrekken van ervaringsdeskundigheid en informele netwerken is hierbij van belang. De regie ligt zoveel mogelijk bij de jeugdige en het gezin; zij zitten aan het stuur. Juist waar de hulpvraag meervoudig en/of complex is, is een levensbrede aanpak nodig vanuit meerdere domeinen.

Bron: Hervormingsagenda Jeugd, Wenkend perspectief voor jeugdigen en gezinnen (paragraaf 1.2)

De maatregelen Tabel 2: Overzicht van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd Maatregel Hervormingsagenda

Toelichting

Reikwijdte: jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen

Jeugdhulp moet beschikbaar zijn voor jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Nu ontvangt deze groep onvoldoende passende jeugdhulp. Ombuiging hiervan vraagt een gerichte aanpak: naast verbetering van de kwaliteit van de zorg, moet het voor jeugdigen en hun ouders helder zijn waarvoor ze in het kader van jeugdhulp bij de overheid terecht kunnen en waarvoor niet. Niet elke hulpvraag behoeft een zorgantwoord. Met beperkte hoeveelheid mensen en middelen moeten scherpe keuzes gemaakt worden wie in aanmerking komt voor professionele jeugdhulp (goede brede analyse), waarbij de meest kwetsbaren altijd geholpen moeten worden.

Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassenenggz en bestaanszekerheid

Het is van belang dat de problemen in de context van het gezin worden opgepakt. Daarom is het van belang bestaans-, inkomensen woonzekerheid te versterken, participatie te bevorderen en kansenongelijkheid tegen te gaan. Dit vraagt om ondersteuning van kind en gezin en investeringen in aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassenen-ggz en bestaanszekerheid zowel door het Rijk als door gemeenten. Dit vraagt ook om goede afspraken over de grenzen van domeinen heen over rollen en verantwoordelijkheden. Het is daarbij van belang dat de hulpvraag van de jeugdige en het gezin ook echt wordt gehoord en dat er mét hen een aanpak wordt ontwikkeld.

Stevige lokale teams en toegang

Jeugdigen en hun ouders moeten voor jeugdhulp laagdrempelig en dicht bij huis terecht kunnen. We willen dit onder meer bereiken door in te zetten op stevige lokale teams met voldoende kennis en expertise en verbinding met specialistische hulp. Die ook zelf lichte hulp verstrekken, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren. Dit in goede verbinding met de lokale voorzieningen die beschikbaar zijn voor het brede sociaal domein; en verder in verbinding met welzijn, (kinder)opvang en onderwijs; daarnaast met volwassenen-ggz en ggz-ondersteuning, die bij voorkeur ook in de wijk aanspreekbaar en inzetbaar is.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

16

Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk

We zetten in op het voorkomen van residentiële jeugdhulp om te zorgen dat jeugdigen die jeugdhulp nodig hebben ook dan zo thuis mogelijk kunnen opgroeien. Waar residentiële jeugdhulp toch nodig is gaan we deze verder transformeren naar een zo thuis mogelijke, regionaal georganiseerde kleinschalige vorm. Kleinschaligheid biedt meer kans op een veilig en positief leefklimaat, maatwerk en onvoorwaardelijk wonen. Dit vereist landelijke regie, een adaptieve veranderstrategie met partners en de bereidheid op basis van de realisatie het plan bij te stellen.

Kwaliteitsverbetering en blijvend leren

Kennis over wat werkt in de jeugdhulp is versnipperd en wordt beperkt toegepast. Er zijn veel richtlijnen en kaders maar die sluiten niet altijd op elkaar aan en worden niet door iedereen onderschreven. Het is de ambitie dat in 2028 de jeugdhulp kan bouwen op een stevige gezamenlijke structuur en cultuur waarin voortdurend leren en veranderen vanzelfsprekend is, van een substantieel deel van de jeugdhulp is vastgesteld wat aantoonbaar werkt en dit aantoonbaar in de praktijk wordt toegepast, en dat hetgeen dat aantoonbaar niet werkt aantoonbaar niet wordt toegepast en voor belangrijke delen van de jeugdhulp kwaliteitskaders bestaan.

Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg

(hoog)specialistische jeugdzorgvormen zijn onvoldoende of niet tijdig beschikbaar. Dergelijke zorg kan het beste op regionaal niveau of op landelijk niveau worden georganiseerd en ingekocht. Nu is dit te vrijblijvend georganiseerd. Zicht op de beschikbaarheid van (hoog)gespecialiseerde jeugdzorgvormen is onvoldoende en er zijn onvoldoende instrumenten om in te grijpen. Gemeenten werken met verschillende inkoopprocedures en contractvoorwaarden. Dat leidt tot zeer hoge uitvoeringslasten. Ook is onvoldoende zicht op de te verwachten en benodigde ontwikkelingen in vraag en aanbod van (hoog)specialistische jeugdzorg en transformatie ervan. Hierdoor is het niet goed mogelijk adequaat op die ontwikkelingen en noodzakelijke transformatie in te springen. Daarom zijn maatregelen nodig die zien op verplichte regionale samenwerking en regionaal contracteren, landelijk contracteren en het verminderen van uitvoeringslasten van zowel gemeenten als jeugdzorgaanbieders (jeugdhulpaanbieders en GI’s).

Eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking

Professionals moeten zich kunnen richten op het daadwerkelijk verlenen van jeugdzorg. Hiervoor is het nodig dat de uitvoering en inkoop worden vereenvoudigd en negatieve effecten van marktwerking worden aangepakt. Veel aspecten in de uitvoering staan uniforme taal en aanpak in de regio of zelfs in het land toe conform de landelijk overeengekomen standaarden. We werken daarom toe naar vormen van contractering en partnerschap die in lijn liggen met de doelen en waarden uit de Jeugdwet en deze agenda. We gaan de inkoop van jeugdzorg verdergaand vereenvoudigen. Daarnaast zetten we in op een landelijke, niet-vrijblijvende en vergaande standaardisatie van contracten, contractmanagement en verantwoordingswijze. De prioriteit zal daarbij liggen bij jeugdzorg die straks verplicht regionaal en landelijk zal worden ingekocht.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

17

Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring

Voor tijdig (bij)sturen en leren binnen het jeugdstelsel is het essentieel goed zicht te hebben op de ontwikkelingen binnen het stelsel en de inhoudelijke, kwantitatieve en financiële effecten van beleid en best practices. Dit is ook van belang om politiek en maatschappelijk het gesprek te voeren over wat jeugdzorg moet zijn. Momenteel wordt vanuit meerdere bronnen centrale data over het functioneren van het jeugdstelsel ontsloten. De ambitie is te komen tot betere kwaliteit en beschikbaarheid van data en een betere landelijke integrale monitoring, die inzicht genereert in de werking van het jeugdstelsel over de jaren heen. De monitoring heeft als doel het functioneren van het stelsel in beeld te brengen op de doelen kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid.

Bron: Hervormingsagenda Jeugd, Hoofdstuk 2.

Financiële afspraken Hervormingsagenda Jeugd Hoofdpunten uitspraak Commissie van Wijzen De Commissie van Wijzen heeft in mei 2021 uitgesproken dat het Rijk voor 2022 het feitelijk tekort op de uitgaven voor de jeugdzorg moet compenseren, “neerwaarts gecorrigeerd voor de accresbijstelling van 41 miljoen euro en de incidentele middelen voor 2022 van 300 miljoen euro, en geïndexeerd met de accrespercentages voor de periode 2020-2022, dat wil zeggen respectievelijk 4,62%, 3,71% en 3,65%. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte van het feitelijke tekort, dat wil zeggen 1.7 miljard euro. Voor 2022 resulteert dan een bedrag van 1.9 miljard euro. Na correctie met 341 miljoen euro resulteert voor 2022 een bedrag van 1.56 miljard euro als basis. […] Na 2022 wordt voor ieder volgend jaar het door het Rijk aan het Gemeentefonds toe te voegen bedrag van 1.9 miljard euro wederom aangepast met het accrespercentage van het Gemeentefonds en gecorrigeerd met 41 miljoen euro en verminderd met de opbrengsten van dat jaar van de maatregelen uit het akkoord van 22 april [2021] en de Ontwikkelagenda.” De financiële afspraken in de Hervormingsagenda Tabel 3: Meerjarig financieel kader Hervormingsagenda Jeugd 1. Middelen reeds beschikbaar gesteld door het

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

6.273

6.383

6.444

5.955

4.830

4.824

4.826

367

300

300

Rijk vanuit AU, IU en VWS-begroting (prijspeil 2023, stand Voorjaarsnota 2023) 2. Nog beschikbaar te stellen aanvullende middelen 2a. Reeks Commissie van Wijzen 2b. Maatregelen Hervormingsagenda

-214

-374

2c. Maatregelen coalitieakkoord 3. Indexatie (volume-accres)

195

1.828

1.828

1.828

-374

-374

-961

-1.017

-1.017

0

-500

-500

-511

-511

393

554

213

213

213

4. Indexatie (LPO)

2023 is verwerkt in reeks AU en IU. LPO-indexatie voor de jaren na 2023 wordt jaarlijks verwerkt.

Budgetreeks HA (1, 2, 3)

6.273

6.578

6.836

6.510

5.409

5.337

5.339

9

9

9

9

9

9

9

87

198

235

246

243

197

Waarvan: Uitvoeringskosten Investeringen

Bron: Hervormingsagenda Jeugd, Meerjarig financieel kader HA (bijlage 1).

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

18

Tabel 4: Overzicht van de aard en omvang van de besparingsdoelstellingen uit de Hervormingsagenda Jeugd 1 mrd besparingsdoelstelling Verantwoordelijksheidsverdeling Rijk en VNG

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2030

Structureel

Raming met meer onzekerheden omgeven

Maatregel haalbaar -61

Versterken normale leven/veerkracht jeugdigen en hun omgeving (B16)

Rijk en VNG

-

-24

-49

-73

-97

-121

-121

-121

-60

Afbakening reikwijdte (B2)

Rijk en VNG

-67

-67

-67

-210

-210

-210

-210

-210

-210

Invoeren doorbraakmethode (B15)

VNG

-101

-101

-101

-101

-101

-101

-101

-101

-75

Brede invoering jeugdconsulenten bij de huisarts (AEF rapport, bijlage E, 1)

VNG

-75

-75

-75

-88

-88

-88

-88

-88

-88

Beperking verwijzingen naar ongecontracteerd aanbod (B12)

VNG

-49

-49

-49

-49

-49

-49

-49

-49

-49

Regionalisering (B3)

Rijk en VNG

+13

+13

+13

+11

+4

-6

-6

-6

Voorkomen en verkorten residentiële zorg (B17)

Rijk en VNG

+15

+6

-7

-32

-67

-74

-74

-74

Frictiekosten voorkomenn en verkorten residentiële zorg (B17)

-26

-6 -37

-37

+2

+47

+72

+60

+65

+28

-

-

Normaliseren voogdijondersteuning (B18)

Rijk en VNG

-6

-6

-6

-26

-26

-26

-26

-26

Selectie en contractering (B5) (gecorrigeerd voor interfentie B6)

VNG

+1

-3

-6

-7

-7

-7

-7

-7

-7

Tariefdifferentiatie (B6)

Rijk en VNG

-12

-14

-16

-17

-24

-24

-24

-24

-24

Standaardisatie uitvoering (B23)

Rijk en VNG

-112

-112

-112

-224

-224

-224

-224

-224

-224

Vereenvoudiging productcodes (BV)

VNG

+1

-3

-6

-7

-7

-7

-7

-7

-7

-37

-37

-37

-37

-37

-37

-37

-37

-37

+22

Correctie begrotingsstand Investering kwaliteitsagenda en kwaliteitscyclus

+4

+7

+9

+12

+13

+13

+22

Kasschuif

Rijk en VNG

+28

+69

+119

-101

-97

-18

-

-

Totaal incl. investeringen en technische mutaties

-374

-374

-374

-961

-1017

-1017

-1018

-1018

-26

-382

-658

* Bij de uitvoering van deze maatregelen zijn uiteraard ook andere partijen noodzakelijk. Dit geldt in het bijzonder voor partijen die bij verwijzing een rol spelen. Deze tabel focust alleen op verantwoordeljksheidsverdeling Rijk en VNG.

Bron: Hervormingsagenda Jeugd, Maatregelentabel en verantwoordelijkheidsverdeling (bijlage 2).

Verantwoordelijkheids- en risicoverdeling tussen Rijk en VNG Ten aanzien van de besparingsdoelstellingen is een verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk en VNG afgesproken. Voor een aantal besparingsdoelstellingen is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid van Rijk en VNG. Daarnaast zijn er doelstellingen waar alleen Rijk of alleen VNG de verantwoordelijkheid voor draagt. In onderstaande tabel is deze verdeling weergegeven. Tabel 5: Verantwoordelijkheidsverdeling Rijk en VNG voor besparingsdoelstellingen Bedrag haalbaar (totaal, € miljoen)

Bedrag onzeker (totaal, € miljoen)

Totaal (als % van € 658 + € 382 miljoen)

Rijk en VNG

378

307

66%

Rijk

0

0

0%

VNG

243

75

31%

Correctie begrotingsstand

37

Totaal

658

Verantwoordelijkheid

4% 382

100%

Bron: Ontleend aan: Hervormingsagenda Jeugd, Maatregelentabel en verantwoordelijkheidsverdeling (bijlage 2).

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

19

2.3 Inzet van jeugdzorg en uitgavenontwikkeling Inzet van jeugdzorg In deze paragraaf heeft de commissie diverse tabellen opgesteld met kerncijfers over inzet van jeugdzorg. De gegevens zijn ontleend aan data van het CBS. Aantal en aandeel in jongeren in jeugdzorg Tabel 6: Aantal en aandeel jongeren in jeugdzorg (periode 2021 – 1ste half jaar 2024) Perioden

2021

2022

2023

1ste half jaar 2024

1. Totaal jeugdzorg (0-23 jaar)*

469.705

476.560

489.895

403.180

2. Totaal jeugdhulp zonder verblijf

433.835

443.695

458.900

371.225

3. Totaal jeugdhulp met verblijf

45.580

43.630

43.015

35.525

4. Totaal jeugdbescherming

41.235

38.765

35.720

30.375

5. Totaal jeugdreclassering

7.975

7.475

7.665

6.700

Toelichting: Een jongere kan meerdere trajecten hebben met verschillende vormen van jeugdzorg. Om die reden is de optelling van de regels 2, 3, 4 en 5 groter dan de telling in regel 1.

*)

Bron: CBS, kerncijfers over jeugdzorg, StatLine, 31 oktober 2024.

Aandeel jongeren in jeugdzorg naar leeftijdscategorie Tabel 7: Aandeel jongeren (0-23 jaar) in jeugdzorg naar leeftijdscategorie (periode 2021 – 1ste half jaar 2024) Totaal jeugdzorg

2021

2022

2023

1ste half jaar 2024

Aandeel 0-4 jaar

6,8%

6,7%

6,1%

5,2%

Aandeel 4-12 jaar

48,9%

48,1%

48,3%

47,5%

Aandeel 12-18 jaar

40,5%

41,4%

41,8%

43,0%

Aandeel 18-23 jaar

3,8%

3,7%

3,8%

4,3%

Bron: CBS, kerncijfers over jeugdzorg, StatLine, 31 oktober 2024.

Aandeel jongeren in jeugdzorg Tabel 8: Aandeel jongeren (0-18 jaar) in jeugdzorg (periode 2021 – 1ste half jaar 2024) Aandeel jongeren in jeugdzorg t.o.v. totale populatie

2021

2022

2023

1ste half jaar 2024

Totaal jongens en meisjes (0-18 jaar)

3.311.222

3.300.844

3.313.102

3.303.345

Aantal jongeren (tot 18 jaar) in jeugdzorg

451.980

459.010

471.335

385.760

Aandeel jongeren (tot 18 jaar) in jeugdzorg

13,7%

13,9%

14,2%

11,7%

Bron: CBS, kerncijfers over jeugdzorg, StatLine, 31 oktober 2024.

Herhaald beroep op jeugdhulp Tabel 9: Herhaald beroep op jeugdhulp (periode 2021 – 1ste half jaar 2024) Aandeel herhaald beroep in totaal begonnen trajecten

2021

2022

2023

1ste half jaar 2024

26,1%

25,9%

25,5%

28,7%

Bron: CBS, kerncijfers over jeugdzorg, StatLine, 31 oktober 2024.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

20

Aandeel verwijzers jeugdhulp Tabel 10: Aandeel verwijzers naar jeugdhulptrajecten (periode 2021 – 1ste half jaar 2024, in procenten) Verwijzer

2021

2022

2023

1ste half jaar 2024

Gemeenten

32

33

33

34

Huisartsen

35

35

35

35

Jeugdartsen

3

3

3

3

Gecertificeerde Instellingen (GI’s)

9

9

8

8

Medisch specialisten

5

4

5

5

Rechters

0,4

0,4

0,3

0,3

Geen verwijzer

15

15

15

14

Verwijzer onbekend

0,8

0,5

0,5

0,5

Toelichting: er is geen informatie beschikbaar over de aard en omvang van de jeugdhulptrajecten per verwijzer. Bron: CBS, kerncijfers over jeugdzorg, StatLine, 31 oktober 2024.

Uitgavenontwikkeling jeugdzorg In deze paragraaf heeft de commissie diverse tabellen opgenomen die zijn gepresenteerd in onderzoeken, rapporten en/of documenten die aan de Tweede Kamer zijn verzonden. Verdeelmodel Gemeentefonds voor jeugd en sociale basisvoorzieningen De verdeling van de middelen uit het Gemeentefonds is gebaseerd op geobjectiveerde kostenniveaus van een groot aantal gemeenten per taakgebied, afgestemd op hun relevante structuurkenmerken. Deze geven een indicatie van de structurele uitgaven die in de praktijk nodig zijn om een gemiddeld voorzieningenniveau te realiseren met een efficiënte uitvoering van de taken. In de Begrotingsstaten 2024 en 2025 is het verdeelmodel voor individuele voorzieningen jeugd en sociale basisvoorzieningen (niet alleen jeugd) afgezet tegen de netto lasten van gemeenten. Tabel 11: Inkomsten en uitgaven op basis van het verdeelmodel Gemeentefonds voor individuele voorzieningen jeugd (begrotingscijfers 2023 en 2024) Individuele voorzieningen jeugd

2023

2024

Inkomsten uit verdeelmodel (%)

15,6

15,4

Netto lasten / uitgaven gemeenten (%)

14,3

13,8

Verschil (in procentpunten)

1,2

1,5

Bronnen: Ministerie van BZK en ministerie van Financiën, Vaststelling van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds voor het jaar 2024 en 2025, Memorie van Toelichting, bijlage 5 Periodiek Onderhouds Rapport (POR).

Tabel 12: Inkomsten en uitgaven op basis van het verdeelmodel Gemeentefonds voor sociale basisvoorzieningen (begrotingscijfers 2023 en 2024) Sociale basisvoorzieningen (let wel, niet alleen jeugd)

2023

2024

Inkomsten uit verdeelmodel (%)

9,9

9,9

Netto lasten / uitgaven gemeenten (%)

11,6

11,9

Verschil (in procentpunten)

-1,6

-2,0

Bronnen: Ministerie van BZK en ministerie van Financiën, Vaststelling van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds voor het jaar 2024 en 2025, Memorie van Toelichting, bijlage 5 Periodiek Onderhouds Rapport (POR).

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

21

AEF heeft in 2021 nader onderzoek gedaan naar het verdeelmodel sociaal domein in het Gemeentefonds. Daarin zijn de maatstaven die gebruikt worden voor het verdeelmodel, geactualiseerd. Voor het cluster jeugd blijkt uit een steekproef onder gemeenten dat het voorkeursmodel leidt tot een verklaringsgraad van 80% op basis onderstaande criteria. De verklaringsgraad laat zien in welke mate het model zich verhoudt tot de kosten per inwoner. • aantal huishoudens met een laag inkomen (met drempel) (verdeelt 73% van totaal budget); • aantal jongeren <18 (verdeelt 20%); • regionale centrumfunctie (verdeelt 15%); • omgevingsadressendichtheid (minus 8%). Bron: AEF, Nader onderzoek herijking Gemeentefonds sociaal domein

Uitgaven en beschikbaar budget jeugdzorg Tabel 13: Overzicht uitgaven, beschikbaar budget en overschot/verlies op jeugd (2015 – 2024, in € miljoen) Jaren

Uitgaven maatwerkvoorzieningen

Uitgaven meerkosten voorliggend veld

Beschikbaar budget vanuit Gemeentefonds

Overschot / verlies

2015

3.198

386

3.757

173

2016

3.264

496

3.651

- 109

2017

3.853

587

3.578

- 862

2018

4.311

624

3.715

- 1.220

2019

4.729

655

4.252

- 1.132

2020

5.029

719

4.382

- 1.366

2021

5.371

807

5.059

- 1.119

2022

5.600

921

6.273

- 248

2023

6.185

1.037

6.594

- 628

2024

6.852

1.214

7.238

- 828

Bron: Improven, Uitgavenonderzoek jeugdzorg 2023 & 2024, Uitgaven van gemeenten in 2023 en prognose voor 2024, 1 november 2024.

Analyse uitgaven en beschikbaar budget Tabel 14: Overzicht uitgaven jeugd en inkomsten volgens meerjarig financieel kader en het verdeelmodel Gemeentefonds (2023) 2023

Totaal (€)

1. Uitgaven maatwerkvoorzieningen Jeugd

6.185.000

2. Inschatting meerkosten voorliggend veld

1.037.000

3. Totale uitgaven (regel 1 + regel 2)

7.222.000

4. Beschikbaar budget op basis van meerjarig financieel kader Hervormingsagenda Jeugd

6.594.000

5. Inkomsten Individuele voorzieningen Jeugd volgens verdeelmodel algemene uitkering Gemeentefonds

6.776.122

6. Inkomsten sociale basisvoorzieningen volgens algemene uitkering Gemeentefonds

4.591.949

Bronnen: regel 1 t/m 4: Improven, Uitgavenonderzoek jeugdzorg 2023 & 2024, Uitgaven van gemeenten in 2023 en prognose voor 2024, 1 november 2024; regels 5 en 6: Ministerie BZK, Rekenmodel meicirculaire 2023 – uitkeringsjaar 2023, mei 2023.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

22

Analyse uitgaven en beschikbaar budget naar gemeenten Om een beeld te krijgen in hoeverre gemeenten uitkomen met het budget voor jeugdzorg, heeft het ministerie van VWS een analyse gemaakt op basis van de Iv3-data (financiële verantwoording gemeenten), het meerjarig financieel kader van de Hervormingsagenda Jeugd en de verdeling van de algemene uitkering van het Gemeentefonds (cluster Jeugd). Deze analyse is indicatief. Allereerst omdat niet voor alle gemeenten data beschikbaar zijn over de meerkosten voorliggend veld; daarom is voor de analyse de landelijke verhouding maatwerk/meerkosten voorliggend veld gebruikt. Daarnaast worden op landelijk niveau geen budgetten vastgelegd voor jeugdzorg per gemeente. De analyse geeft daarmee een eerste beeld in hoeverre gemeenten uitkomen met het beschikbare budget en de verschillen hierin tussen gemeenten. Tabel 15: Overzicht aantal en aandeel gemeenten met overschot/tekort op inkomsten voor jeugd (individuele maatwerkvoorzieningen en meerkosten voorliggend veld) op basis van het meerjarig financieel kader (2023) 2023

Aantal gemeenten

Aandeel gemeenten

Overschot

126

37%

Tekort tot 10%

49

14%

Tekort tot 20%

70

20%

Tekort tot 30%

35

10%

Tekort van meer dan 30%

62

18%

Totaal

342

100%

Bijstelling beschikbaar budget Voor de jaren 2023 en 2024 heeft het Rijk het beschikbaar gestelde budget vanuit de algemene uitkering, incidentele uitkering en VWS-begroting bijgesteld ten opzichte van de afspraken uit het meerjarig financieel kader. De Hervormingsagenda had als stand de Voorjaarsnota 2023. Er zijn sindsdien twee soorten wijzigingen geweest (bron: Ministerie van VWS): • Jaarlijks wordt indexatie (zowel lonen/prijzen als volume) voor jeugd toegerekend en toegevoegd aan het budget. • Er zijn jaarlijks diverse toevoegingen aan het Gemeentefonds, die ook deel uitmaken van het jeugdbudget. Tabel 16: Overzicht beschikbare budget volgens het meerjarig financieel kader en het feitelijk beschikbaar budget (2022 tot en met 2024) Beschikbaar budget vanuit het Rijk (in mln €)

2022

2023

2024

Meerjarig financieel kader

6.272

6.578

6.836

Feitelijk beschikbaar budget

6.273

6.594

7.238

-

16

402

Verschil

Bronnen: Regel 1: Hervormingsagenda Jeugd, Meerjarig financieel kader HA (bijlage 1); regel 2: Improven, Uitgavenonderzoek jeugdzorg 2023 & 2024, Uitgaven van gemeenten in 2023 en prognose voor 2024, 1 november 2024.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

23

Saldo gemeenten van begrote baten en lasten op het taakveld ‘maatwerk jeugd’ Tabel 17: Verschil tussen begroot en gerealiseerd saldo op het taakveld maatwerk jeugd, voor alle gemeenten (2017 tot en met 2023, in € miljoen) Jaren 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Maatwerk Jeugd - 620 - 900 - 883 - 671 - 679 - 513

2023 - 667

Bron: Ministerie van BZK, Integraal Overzicht Financiën Gemeenten 2024, 30 september 2024.

In de toelichting bij deze cijfers is het volgende opgenomen: “Gemiddeld vallen de netto lasten van maatwerk jeugd 17% hoger uit in de realisatie dan in de begroting. Dit percentage daalt al wel een aantal jaar. In 2019 waren de netto lasten in realisatie 23% hoger, in 2022 was dit 10% en in 2023 12%. Opvallend is verder dat de begrote netto lasten van alle jaren sinds 2019 ongeveer gelijk zijn aan de gerealiseerde netto lasten van twee jaar geleden. Dat betekent dat gemeenten bij de begroting telkens zijn uitgegaan van een daling in lasten in reële termen, die bij de realisatie niet uitkwam” (Bron: Ministerie van BZK, Integraal Overzicht Financiën Gemeenten 2024, 30 september 2024). Arbeidsmarkttekort jeugdzorg Eind 2024 waren er 36.800 mensen werkzaam in de jeugdzorg. Naar verwachting bedraagt in 2034 het arbeidsmarkttekort in de jeugdzorg 5.500 mensen (Bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, Jeugdzorg, Stories Dashboard - Jeugdzorg (JZ) - Nederland).

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

24

3. Rode draden uit de gesprekken 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk presenteert de commissie de rode draden die zij heeft opgehaald uit de individuele en rondetafelgesprekken en de werkbezoeken. Het zijn constateringen, meningen, ervaringen, oordelen en suggesties van de gesprekspartners. Het kan zijn dat andere betrokkenen een ander perspectief hebben dan dat de commissie in de gesprekken heeft gehoord. De commissie heeft in de gesprekken geen hoor- en wederhoor toegepast. De duiding van de rode draden heeft de commissie opgenomen in de navolgende hoofdstukken. Achtereenvolgens geeft de commissie in dit hoofdstuk aandacht aan: • De inhoud van de Hervormingsagenda; • De sturing op de Hervormingsagenda; • De financiering van de jeugdzorg en de besparingsmogelijkheden.

3.2 De inhoud van de Hervormingsagenda In deze paragraaf gaat de commissie in op de volgende onderwerpen: • Reflecties op de Hervormingsagenda Jeugd; • Reikwijdte van de Jeugdwet; • Invloed van maatschappelijke ontwikkelingen; • Jeugd- en gezinsbrede aanpak; • Afbouw jeugdzorgPlus; • Samenhang met Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en met Kwaliteit en Blijvend Leren; • Spanningsvelden op inhoud en op samenwerking.

Reflecties op de Hervormingsagenda Jeugd Positieve geluiden over het bestaan en het doorzetten van de Hervormingsagenda Jeugd De commissie stelt vast dat alle vijfhoekpartners steun uitspreken voor het feit dat de Hervormingsagenda Jeugd er is. De Hervormingsagenda is een belangrijke impuls en staat ook inhoudelijk niet ter discussie. Gesprekspartners geven verschillende positieve punten aan. Een aantal gesprekspartners merkt op dat het belangrijk is dat de regionale benadering een plaats in de agenda heeft gekregen; dit biedt een kans om de inkoop gezamenlijk anders in te richten. Ook de verbinding die de agenda maakt tussen jeugd en onderwijs en de aandacht voor preventie en armoede zijn volgens velen goed. De oproep is wel om daar steviger op door te pakken. Ook het manifest (uit januari 2024) dat jeugdbeleid een integraal onderdeel is van het onderwijs, wordt gezien als een mooie spin-off van de Hervormingsagenda. De aanbieders ten slotte geven aan dat zij door de Hervormingsagenda structureel meer contact en afstemming met elkaar hebben. Alle gesprekspartners vinden het belangrijk om de komende jaren door te gaan met de uitvoering van de Hervormingsagenda. Voorkomen moet worden dat de beweging nu ‘stuk’ gemaakt wordt.

De gemeentelijke gesprekspartners geven de commissie mee dat het perspectief voor de lange termijn goed is, maar dat er wel keuzes gemaakt moeten worden op de kortere termijn om tot financiële beheersbaarheid te komen.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

25

De ketenpartners in de jeugdbescherming en jeugdreclassering benadrukken het belang van voorzetting van de maatregelen rondom de stevige lokale teams en de verbetering van de organisatie en inkoop van specialistische zorg. Gesprekspartners tekenen wel aan dat het boeken van progressie in de uitvoering moeizaam gaat; wachtlijsten en autonome ontwikkelingen maken het lastig om een kentering aan te brengen. Ook de aanstaande bezuinigingen op het onderwijs worden genoemd als belemmering om de verbinding met jeugdhulp verder uit te werken. Op de aanbieders heeft de Hervormingsagenda grote impact. Zij spreken van een “verbouwing van de sector”, die niet zonder slag of stoot gaat. Er zijn ook kanttekeningen bij de Hervormingsagenda Diverse gesprekspartners plaatsen ook kanttekeningen bij de opzet van de Hervormingsagenda. Sommigen typeren de agenda als te technocratisch: het lijkt meer te gaan over het veranderen van beleid en over systemen, dan over het verbeteren van de jeugdhulp en het belang van partnerschap. Volgens hen moet transformatie meer vanuit de inhoud plaatsvinden; de agenda geeft klassieke antwoorden op nieuwe problemen. Andere gesprekspartners merken op dat het systeem nu gebaseerd is op een individuele benadering, terwijl juist veel meer naar de bredere context/omgeving moet worden gekeken, en naar het aanbieden van collectieve voorzieningen.

Enkelen stellen het huidige stelsel ter discussie. Zij zien historische ontwikkelingen met een cyclus van centralisatie en decentralisatie als niet-werkende oplossing voor de inherente problemen van het jeugdzorgvraagstuk zelf. Veel gesprekspartners onderschrijven de visie die in het begin van de Hervormingsagenda is opgeschreven, maar vinden dat hier vervolgens onvoldoende op wordt doorgezet. Er moet bijvoorbeeld meer aandacht zijn voor preventie; dat is volgens betrokkenen in de agenda onvoldoende doorleefd. De stip op de horizon zou moeten zijn om jongeren een kansrijk perspectief te bieden na hun 18e, eventueel met ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Participatiewet of Zorgverzekeringswet (Zvw). Het is een illusie te denken dat alle problemen voor het 18e levensjaar kunnen worden opgelost. Tot slot vindt een gesprekspartner het een gemis dat in de agenda geen aandacht is voor de toepassing van kunstmatige intelligentie. De verwachtingen over de beoogde effecten In de gesprekken die de commissie heeft gevoerd is meerdere malen gesproken over de grote mate van beleidsoptimisme die in de Hervormingsagenda zit. Partners vragen nadrukkelijk aandacht voor de cultuurverandering die ten grondslag ligt aan deze transitie van het jeugdstelsel.

Gemeenten die al voor de komst van de Hervormingsagenda maatregelen in gang hebben gezet, constateren dat het organiseren van samenwerking over de volle breedte van het jeugddomein, dus met welzijn, scholen en huisartsen, veel tijd en inspanning kost en moeilijk afdwingbaar is. Partijen moeten elkaars taal leren spreken en ontdekken wat samenwerking hen brengt. Partnerschap organiseren is een proces van lange adem. Daar komt bij dat personele wisselingen bij betrokken organisaties en overheden ertoe leiden dat de samenwerking soms weer ter discussie komt te staan of dat de vaart uit de samenwerking gehaald wordt, omdat een opvolger zich moet inwerken. Gesprekspartners stellen dat er te weinig tijd is om die samenwerking goed van de grond te laten komen. Het zijn niet alleen deze processen die meer tijd vragen dan waar in de Hervormingsagenda rekening mee is gehouden. Gesprekspartners zijn ook kritisch op de aannames die in de agenda zijn gedaan over de ingeboekte besparingen op de jeugdzorg. De effecten zijn nog onduidelijk, maar al wel ingeboekt. Daarbij vragen gesprekspartners de commissie om aandacht te hebben voor het feit dat de Hervormingsagenda anderhalf jaar later dan oorspronkelijk de bedoeling was, in werking is getreden.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

26

Diverse gemeenten laten de commissie weten dat zij al voor de ondertekening van de Hervormingsagenda gestart zijn met verschillende maatregelen. Het gaat dan vooral om versterking van de rol van het wijkteam, afspraken maken met en soms financiering van de praktijkondersteuners jeugd bij huisartsen, samenwerkingsprojecten met scholen, afspraken met welzijnsorganisaties, andere wijze van inkoop van jeugdhulp en resultaatgerichte bekostiging van aanbieders. Gemeenten hebben er veel moeite mee dat er in de doorrekening van de besparingsdoelstellingen van de Hervormingsagenda geen rekening wordt gehouden met de maatregelen die zij al hebben genomen. Alle gemeenten worden de komende jaren naar rato belast met de financiële taakstellingen voor jeugd, terwijl ze soms geen idee hebben waar ze nog de besparingen zouden moeten vinden, omdat ze al een deel van de maatregelen hebben uitgevoerd. Samenhang tussen de verschillende maatregelen binnen de Hervormingsagenda Naast dat gesprekspartners kritisch zijn over de planning van realisatie van de Hervormingsagenda, vinden zij dat er weinig samenhang is tussen de verschillende maatregelen binnen de agenda. Gesprekspartners geven aan dat iedereen zich richt op de losse maatregelen, maar vragen zich af wat de samenhang is en wie deze borgt.

Daarnaast pleiten aanbieders en professionals voor meer verbinding vanuit de Hervormingsagenda en in de uitwerking van maatregelen met de effecten daarvan in de uitvoeringspraktijk. De vraag wordt gesteld wat de relatie is tussen wat jongeren nodig hebben, de uitgangspunten van de Hervormingsagenda en de verschillende maatregelen. Volgens een gesprekspartner is het noodzakelijk om te beginnen bij wat kinderen nodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen. Nadruk op financiële beheersbaarheid Als gevolg van de grote financiële druk die nu op het jeugdstelsel ligt, geven gesprekspartners aan dat het lastig is om het gesprek te voeren over inhoud en kwaliteit. De jaarlijks stijgende uitgaven voor jeugdzorg drukken zwaar op de gemeentebegrotingen. Gemeenten erkennen het belang van investeren in voorliggende voorzieningen en in preventie, maar de tekorten op de jeugdzorg zetten deze investeringen onder druk. Volgens de gemeenten hinkt de Hervormingsagenda Jeugd op twee gedachten: stroomlijnen, beheersen en sturen op contractmanagement, versus sturen op integraliteit en op inzet in het voorliggend veld. De kwaliteitsdoelen zijn volgens hen niet haalbaar als het financiële doel voorop staat. De commissie heeft in veel gesprekken deze focus op financiële beheersbaarheid gehoord. Alle partners in de keten ervaren dat dit het gesprek over te nemen maatregelen bepaalt.

In een van de gesprekken werd gesteld dat de Hervormingsagenda geen transformatieagenda is, maar een agenda met randvoorwaarden om de jeugdzorg efficiënter te maken. Er is brede consensus dat dit niet het vertrekpunt zou moeten zijn.

Reikwijdte van de Jeugdwet Noodzaak afbakening Jeugdwet Er is gemeenten veel aan gelegen dat de reikwijdte van de jeugdhulpplicht wordt afgebakend. Volgens hen is het inkaderen van de huidige openeinderegeling van de Jeugdwet een belangrijke hefboom om te kunnen sturen op de toegang tot jeugdzorg. Al wordt ook onderkend dat beperking van de reikwijdte complex is. In meerdere gesprekken werd een vergelijking gemaakt met de Zorgverzekeringswet; de basisGGZ wordt grotendeels vanuit de basisverzekering vergoed. Voor gespecialiseerde GGZ moeten verzekerden een aanvullende verzekering afsluiten, waarbij de zorgverzekeraar bepaalt welke behandelingen (deels) worden vergoed. Enkele gesprekspartners vragen zich af waarom een dergelijke constructie ook niet in de Jeugdwet kan worden opgenomen. De commissie heeft ook de oproep gehoord om niet te morrelen aan grondrechten en oog te houden voor de hulp- en zorgvragen van jongeren. Het is wenselijk een relatie te leggen tussen reikwijdte en kwaliteit.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

27

De rijkspartners geven de commissie mee dat gemeenten via de verordening ook zelf instrumentarium in handen hebben om de reikwijdte te beperken. Dit gebeurt volgens hen nog weinig. Gemeenten zien die mogelijkheden wel, maar voelen daartoe weinig ruimte. Daarbij verwijzen gemeenten naar uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en naar de rechtsongelijkheid die daardoor mogelijk ontstaat: het is dan afhankelijk van de gemeente waar je woont of je recht hebt op bepaalde vormen van hulp of niet. In gesprekken is ook naar voren gekomen dat gemeenten moeten durven kiezen welke groepen voorrang hebben om jeugdzorg te krijgen. Daarbij is aangetekend dat dit lef vraagt van bestuurders en begrip van gemeenteraden. Jeugdhulp als recht of als voorziening In meerdere gesprekken kwam de discussie over jeugdhulp als recht of als voorziening aan de orde. Volgens de rijkspartners was het uitgangspunt in de decentralisatie dat jeugdhulp een voorziening is. Volgens betrokkenen is in de afgelopen jaren het accent verschoven en wordt jeugdhulp meer en meer als een recht gezien. Zij vragen zich af of dat in dit systeem kan worden omgebogen. In de werkbezoeken, waar diverse partners in de uitvoering van de jeugdzorg tezamen met de commissie in gesprek gingen, kwam naar voren dat wijkteams en huisartsen soms worstelen met het eisende gedrag van ouders.

Ze snappen heel goed dat ouders het beste voor hebben voor hun kind, maar vragen zich tegelijkertijd af of inzet van professionele jeugdhulp in alle gevallen nodig is. Volgens hen is sprake van een toenemende vraag naar lichte vormen van jeugdhulp. Hierbij geven zij voorbeelden als hulp bij dyslexie, zindelijkheidstraining of een behandeltraject voor ADHD. Huisartsen ervaren dat de reikwijdte van de wet hen weinig richting geeft om tot andere keuzes te komen dan het afgeven van een verwijzing voor jeugdhulp. Professionals benadrukken dat deze toename van de vraag naar lichtere vormen van jeugdhulp niet ten koste mag gaan van de beschikbare middelen voor specialistische jeugdzorg. Partners in de uitvoering vertellen de commissie daarnaast dat juist kwetsbare burgers het moeilijk vinden om hun recht te halen. Afbakening van de jeugdhulpplicht aan de achterkant In een aantal gesprekken werd ook gepleit voor afbakening van de reikwijdte aan de achterkant. Hierbij draait het om de vraag: wanneer is het toegestaan om te stoppen met hulpverlening? Een van de gesprekspartners verwoordde het als volgt: “we zijn heel goed in ‘trap op’, maar ‘trap af’ hebben we niet geregeld”.

Professionals geven aan dit erg ingewikkeld te vinden; wanneer is het resultaat van een behandeling goed genoeg en wanneer is het legitiem om te stoppen? Zij ervaren niet alleen soms druk van ouders om door te blijven gaan met een behandeling, maar ook het tuchtrecht weegt voor hen zwaar. Volgens hen is ruggensteun van bestuurders een absolute voorwaarde om in complexe situaties tot het besluit van beëindiging van een jeugdhulptraject te komen. Jongeren geven in hun gesprekken met de commissie aan dat het systeem nu star is: het is alles of niks. Jongeren blijven soms liever langer in zorg, omdat als het jeugdhulptraject is afgesloten het heel moeilijk is om weer op te starten. Dikwijls komt een jongere dan eerst weer op een wachtlijst. Jongeren geven aan behoefte te hebben aan meer flexibiliteit en mogelijkheden om in samenspraak met hun hulpverlener te kunnen afbouwen, zonder er direct helemaal alleen voor te staan. In het licht van de discussies over de afbakening van de jeugdhulpplicht, maken jongeren zich zorgen of er straks nog wel hulp voor hen beschikbaar is. Daarnaast benadrukken zij het belang van continuïteit van hulpverleners. Vooral in de residentiële zorg zien zij veel wisselingen van medewerkers. Het leidt ertoe dat zij steeds opnieuw hun verhaal moeten vertellen.

Ze geven aan dat de personele wisselingen ook gevolgen kunnen hebben voor de duur en effectiviteit van het behandeltraject.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

28

Ook gemeenten geven in hun gesprekken met de commissie voorbeelden van intensieve en langjarige jeugdhulptrajecten in gezinnen met complexe problematiek. Het roept bij bestuurders soms de vraag op welke intensiteit van zorg passend is. Zij ervaren het als een duivels dilemma: euro’s kunnen maar op één plek worden uitgegeven en inzet van jeugdprofessionals is schaars. Gaat de zorginzet voor dat ene gezin niet ten koste van het kunnen helpen van andere jongeren die ook hulp nodig hebben? Risico’s aan afbakening van de reikwijdte Wijkteams en professionals geven aan dat er soms casussen zijn waarbij de hulpvraag en de problematiek hetzelfde zijn, maar waarbij de context heel verschillend is en daarom een andere aanpak nodig is. Daardoor kan het voorkomen dat voor de ene jongere een paar gesprekken met een jeugdconsulent voldoende zijn, maar een andere jongere wel een traject bij de jeugd-GGZ nodig heeft. Professionals voorzien met de afbakening van de jeugdwet dat hun professionele ruimte wordt beperkt om die hulp in te zetten die het meest passend is. Daarnaast benoemen meerdere gesprekspartners het risico dat een afbakening van de reikwijdte leidt tot een afwenteling van middelcomplexe jeugdhulp naar specialistische zorg die wel onder de jeugdhulpplicht valt. Elke afbakening heeft het risico in zich voor het ontstaan van nieuwe schotten.

Dit kan samenwerking tussen partners en het uitwisselen van informatie bemoeilijken, en administratieve lasten juist vergroten.

Invloed van maatschappelijke ontwikkelingen Factoren die van invloed zijn In het Jongerenperspectief op de Hervormingsagenda (oktober 2023) geven jongeren aan dat zij druk vanuit de omgeving en de maatschappij, actuele problemen van deze tijd, zoals de krappe woningmarkt en de toename van het gebruik van sociale media, als belangrijke ontwikkelingen zien die bijdragen aan de stijging van het aantal jongeren dat een beroep doet op jeugdhulp. Jongerenwerkers die in wijken en scholen actief zijn, vinden vooral het gebruik van sociale media problematisch. Zij zien dat het leidt tot onzekerheid en een hoge prestatiedruk bij jongeren. Het perfecte plaatje dat online zichtbaar is, maakt dat jongeren het idee krijgen dat het (succes van het) leven maakbaar is. Deze problematiek doet zich niet alleen voor onder jongeren in lagere sociaaleconomische klassen. Gemeenten zien ook in gezinnen met hoger opgeleide ouders een toenemende vraag van jongeren naar jeugdhulp. Daarnaast signaleren meerdere gesprekspartners dat ook de intensiteit van de hulpvraag toeneemt, in het bijzonder onder tienermeiden. Naast deze maatschappelijke ontwikkelingen noemen diverse gesprekspartners ook de prestatiedruk op scholen, al beginnend in het basisonderwijs. De hoeveelheid toetsen en het belang dat daaraan wordt gehecht, leiden bij sommige jongeren tot veel stress.

Als kinderen buiten de boot vallen, werkt dat volgens hen traumatisch. Behoefte aan een maatschappelijke dialoog In de Hervormingsagenda is afgesproken een maatschappelijke dialoog te voeren over normaliseren en het versterken van het gewone leven. In de gesprekken is de behoefte aan zo’n maatschappelijke dialoog veelvuldig naar voren gekomen. Gesprekspartners vinden dat de dialoog zich moet richten op normaliseren, opgroeien en opvoeden. De dialoog moet zich dus niet beperken tot het jeugddomein. Volgens gesprekspartners worstelen ouders net zo goed als hun kinderen met de complexiteit van de samenleving en met de vraag hoe zij zich moeten verhouden tot alle informatie die via sociale media wordt gedeeld.

Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

29

Als het gaat over normaliseren, komt al snel de vraag op tafel wat eigenlijk normaal is. Volgens een gesprekpartner blijkt uit onderzoek dat er veel verschillende beelden bestaan over normalisatie en dat het samenhangt met veel aspecten. Het bepalen van een norm lijkt handig, maar het draagt het risico in zich van een ‘one-size-fits-all’-benadering. Volgens meerdere gesprekspartners ligt de basis voor succesvolle interventies in het inspelen op de situatie en het beschouwen van de context. De neiging is om alle kinderen af te zetten tegen een gemiddelde, terwijl de ontwikkeling van kinderen grillig is en dat is prima. Verdragen en vertragen. Het is de commissie opgevallen dat in meerdere gesprekken deze woorden naar voren kwamen. Gesprekspartners geven aan dat de maatschappij eigenlijk geen ongemak accepteert. Gemeenten ervaren een spanning tussen zelf risico’s nemen en de maatschappij die steeds minder risico’s toelaat. Als voorbeeld noemen zij de spanningen die in een wijk ontstaan als een jongere uit detentie terugkomt in de wijk of als er een kleinschalige woonvoorziening komt (als variant voor jeugdzorgPlus) en de wijk daartegen in verzet komt. De maatschappelijke dialoog moet er volgens gesprekspartners toe bijdragen dat de maatschappij weer leert te verdragen. Niet alle problemen die jongeren ervaren, vereisen direct inzet van professionele hulp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15589512/1