CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

IHP Voorne aan Zee def._23 april 2024

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP)30.641 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5.1

Algemeen

De IHP-partners (onderwijs; KO; Jeugdzorg/gemeente) willen dat de algemene maatschappelijke opdracht van inclusie en kansengelijkheid wordt meegenomen in dit IHP. De visie hierop heeft namelijk directe invloed op onderwijs en onderwijshuisvesting. In Voorne aan Zee wordt ook gewerkt aan een Lokale Educatieve Agenda (LEA). De partners bevestigen in dit IHP én in de LEA, opnieuw wat in 2022 als doel werd afgesproken bij het sluiten van het Pact Kinderogen, namelijk de vergroting van de ontwikkelkansen van kinderen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door kinderen, vooral kwetsbare kinderen, gewoon gebruik te laten maken van voor hun veilige en bekende voorzieningen: de school of de opvang in de buurt. Dat gebeurt ook bij het streven om daarbij een gevarieerd onderwijsaanbod te realiseren zodat er in Voorne aan Zee voor alle kinderen een passende school te vinden is.

5.2

De basis van ons beleid

De keuzes die in het kader van het IHP-PO van Voorne aan Zee gemaakt worden bij huisvestingsvraagstukken, worden bepaald door onze gemeenschappelijke visie op onderwijs en educatie en hangen daarnaast af van landelijk beleidsontwikkelingen en financiële mogelijkheden en planningen. Bij de ontwikkeling van ons huisvestingsbeleid laten we ons ook leiden door de uitgangspunten van flexibiliteit en efficiency, en onderzoeken we steeds de mogelijkheden van samenwerking en medegebruik van gebouwen en voorzieningen als buitenruimte. Die gedeelde visie op onderwijs van de IHP-partners komt tot uiting in onze kijk op het sociale domein en onze visie op het onderwijskundige domein en tenslotte blijkt het uit de manier waarop we omgaan met belangrijke praktische beleidspunten.

5.3

Onze visie op het sociale domein

Met onze visie op het sociale domein sluiten we aan bij het Pact Kinderogen.38 De partners werken vanuit de collectief ervaren opdracht aan optimale kansengelijkheid en inclusie en laten daar hun keuzes voor onderwijskundige en gebouwelijke inrichting waar mogelijk van afhangen. Dat wil zeggen dat er steeds voor wordt gekozen om dicht bij huis de beste omstandigheden voor de kinderen te creëren, dus ook voor de kinderen die komen uit een achterstandssituatie. Die doen mee, en die worden geholpen en gestimuleerd. Dat heeft gevolgen voor de manier waarop we passend onderwijs vormgeven in onze scholen. Dat blijkt dan zowel uit de personele inzet als uit de 37

Uit: Toekomstvisie Voorne aan Zee

38

Zie: ‘Pact Kinderogen: https://kinderogenvpg.nl

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 22

gebouwelijke inrichting. We willen dat kwetsbare kinderen en gezinnen binnen de reguliere basisvoorzieningen van school en opvang geholpen worden en dat het gebruik van specialistisch onderwijs en specialistische jeugdhulp afneemt. Jeugdhulpverleners worden zoveel als mogelijk in de scholen en in de opvang ingezet. Door samenwerking en warme overdracht van begeleidingstrajecten wordt ook gezorgd voor een doorlopende ondersteuningslijn.

5.4

Onze visie op het onderwijskundig domein

De onderwijs- en kinderopvangpartners sluiten wat betreft de onderwijskundige visie aan bij de missie van het Samenwerkingsverband ‘Onderwijscollectief Voorne-Putten – Rozenburg.’ We werken in Voorne aan Zee aan inclusievere onderwijsvoorzieningen en aan de vergroting van de ondersteunende kracht van scholen en ouders. Tegelijk willen we werken aan het behoud en de doorontwikkeling van het gespecialiseerd onderwijs naar een netwerk van expertisecentra. Daarnaast vinden de partners elkaar rond enkele onderwijskundige thema’s die bepalend kunnen zijn bij de keuzes die we maken ten aanzien van scholenplanning, schoolbeleid en huisvesting van scholen. Twee thema’s zijn: Versterking van de onderwijskwaliteit De scholen willen in aansluiting op het landelijk beleid, met name inzetten op het versterken van het onderwijs in de basisvaardigheden van taal, rekenen en burgerschap. Doorlopende leerlijnen De onderwijs- en kinderopvangpartners willen door de intensivering van de samenwerking, de doorlopende leerlijnen kort houden en inhoudelijk versterken. Dan gaat het niet alleen om de lijn 0-12, maar ook om de overstap naar het vervolgonderwijs.

Daarbij is er nadrukkelijke aandacht voor de lijnen, de overstappen en de inhoudelijke samenwerking tussen PO en Praktijkonderwijs en VSO, teneinde de werktoeleiding in de gemeente te bevorderen en het aantal jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt te verminderen. 5.5

Onze visie op praktische beleidspunten die relatie hebben met de gebouwen

Multifunctionaliteit en flexibiliteit De nadruk op samenwerking in ons beleid maakt het wenselijk dat we bij het maken van keuzes ten aanzien van gebouwen en hun omgeving, kiezen voor multifunctionaliteit, pluriformiteit en flexibiliteit. De flexibiliteit maakt ook een optimale samenwerking in buurt & wijk en aanpassing aan toekomstige ontwikkelingen mogelijk. IKC-vorming Als gevolg van ons beleid ten aanzien van doorlopende leerlijnen en doorlopende begeleiding, streven we waar mogelijk naar de realisatie van Integrale Kindcentra. Daarbij is het belangrijk om de operationele functionaliteit van KO, onderwijs en (preventieve)Jeugdhulp waar mogelijk samen te brengen. Inclusiever onderwijs We vinden het belangrijk om de onderwijskundige en ondersteunende kracht van scholen te vergroten zodat we meer kinderen met een ondersteuningsvraag in het regulier basisonderwijs kunnen helpen. Dit betekent dat het extra ondersteuning van leerlingen vanuit het Samenwerkingsverband en de preventieve jeugdhulp een vanzelfsprekende plaats hebben in alle scholen. Dit vraagt om werkplekken binnen een school waar in privacy een gesprek gevoerd kan worden of een behandeling plaats kan vinden én om plekken waar leerlingen alleen of in kleine groepjes instructie kunnen

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 23

krijgen of waarin een time-out mogelijk is. De invoering van het ‘Leerrecht’39 zal vermoedelijk leiden tot een toename van het aantal kinderen met een gecompliceerde ondersteuningsbehoefte in het gespecialiseerd onderwijs. Voor hen zijn ook gespecialiseerde voorzieningen nodig (zoals verzorgings- en verschoningsruimten) waarmee bij huisvestingsvragen rekening gehouden zal worden. Inclusief onderwijs is een onderwerp dat continu in ontwikkeling is. In maart 2024 is door het Samenwerkingsverband, EduMare en IHub de visie ‘Samen bouwen aan inclusiever onderwijs en een specialistisch netwerk in gemeente Voorne aan Zee’ opgesteld. Bij de eerstvolgende actualisatie van het IHP zal deze visie worden betrokken. Samenwerking regulier basisonderwijs en gespecialiseerd onderwijs Een gevolg van inclusiever onderwijs is dat het SO en SBO een andere rol krijgen en minder leerlingen op hun scholen onderwijs zullen gaan volgen. We vinden het belangrijk dat de reguliere basisscholen en het gespecialiseerde onderwijs meer samenwerken, zodat de expertise van het SO/SBO kan worden ingezet bij de specifieke begeleiding van leerlingen in het basisonderwijs. Samenwerking po en vo We willen het medegebruik door het PO van -bijvoorbeeld- technieklokalen in het VO vanzelfsprekend laten zijn. Daarnaast wordt met het vo overlegd over de inhoudelijke aansluiting van onderwijsprogramma’s en werkwijzen.

5.6

Ambities leefomgeving

In Voorne aan Zee staat de veilige, gezonde, beleefbare en duurzame leefomgeving centraal. De gemeente streeft naar balans tussen rust en ruimte, het aantrekken van toerisme en het ontwikkelen van recreatie. De kust en duinen zijn specifieke aandachtsgebieden. Vitale en sociale dorpen en wijken Voorne aan Zee heeft vitale en sociale dorpen en wijken. In de verschillende kernen is een passend woningaanbod, is de bereikbaarheid op orde en bestaan goede basisvoorzieningen. Sociale cohesie en betrokkenheid van inwoners is belangrijk. De gemeente werkt gebieds- en gemeenschapsgericht. Daarbij hoort dat we, gebruikmakend van de mogelijkheden die het Rijk biedt, zoveel mogelijk zullen bevorderen dat ook kleine scholen in kleine woonkernen kunnen blijven bestaan. Wanneer een school in de buurt zou komen van de geldende opheffingsnorm zullen gemeente en schoolbestuur uiteraard overleggen over mogelijke oplossingen. Werken en ondernemen ondersteunen De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is van groot belang. Het onderwijs zet in op een passend onderwijsaanbod en de gemeente op een activerend arbeidsmarktbeleid. De gemeentelijke ambities voor de leefomgeving, dorpen en werken gelden ook voor onderwijshuisvesting: deze moet bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving, de vitaliteit van dorpen en wijken bevorderen en voorzien in een passend onderwijsaanbod.

Dit sluit aan bij de in hoofdstuk 4 geschetste trends en ontwikkelingen.

39

Zie hierboven §4.2 en: Wetsvoorstel en Memorie van Toelichting ‘Verankering van het leerrecht.’, initiatiefwetsvoorstel Paul van Meenen 8-12-2022: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?cfg=wetsvoorsteldetails&qry=wetsvoorstel%3 A36257#activity2022A02299

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 24

5.7

Ambities van onderwijshuisvesting

Goed onderwijs is in handen van de scholen, wordt uitgevoerd door bevlogen leerkrachten en is mede gebaseerd op de samenwerking met ouders en andere partners. Goede onderwijshuisvesting is daarbij een essentiële randvoorwaarde. Goede huisvesting is duurzaam, gezond en klaar voor de toekomst. De gemeente heeft de wettelijke taak om de scholen adequaat te huisvesten en zal in het belang van de inwoners, zorgen voor een goede spreiding van voorzieningen. Schoolbesturen hebben de wettelijke taak om de schoolgebouwen voldoende te onderhouden en zo nodig functioneel aan te passen aan het onderwijsconcept of aan wettelijke eisen. Ook hebben zij de plicht om passend onderwijs aan te bieden. Schoolbesturen en gemeente streven beide naar huisvesting die ‘passend’ is qua omvang, functionaliteit, duurzaamheid en flexibiliteit. Soms is dat moeilijk of pas op langere termijn te realiseren. Dit leidt tot de volgende aandachtspunten: -

Er moet voldoende (onderwijs)huisvesting zijn om leerlingen, zorg en kinderopvang te kunnen huisvesten.

-

De schoolgebouwen moeten functioneel aansluiten op de gewenste onderwijsconcepten, ondersteunend zijn voor de ontwikkeling van kinderen en een veilige en gevarieerde leer- en werkomgeving bieden.

-

De schoolgebouwen moeten ook duurzaam gebouwd zijn, beschikken over een gezond binnenklimaat en dienen goed te exploiteren zijn. Dit is een extra uitdaging bij renovatie. Een gezond en goed gebouw heeft een positief effect op het gedrag, het welbevinden en het leerproces van al haar gebruikers. We sluiten aan bij de wettelijke voorschriften en bij het coalitieakkoord van de nieuwe gemeente, waarin geformuleerd is dat het college wil meewerken aan verduurzaming, zoals door middel van zonnepanelen op het dak, isoleren van woningen, warmtenetten etc.40

-

Nieuwe schoolgebouwen moeten gedurende hun levensloop flexibel zijn en betrekkelijk eenvoudig aangepast kunnen worden aan veranderend gebruik en veranderende eisen.

-

Strikt genomen heeft de gemeente alleen een zorgplicht voor huisvesting van het onderwijs. Veel gemeenten hebben echter, onder meer vanuit hun verantwoordelijkheid voor Jeugdzorg, bewust gekozen voor IKC’s en daarbij ook te zorgen voor faciliteiten voor kinderopvang en zorg aan leerlingen. De gemeente Voorne aan Zee wil op dit terrein ook een stimulerende en faciliterende rol spelen. In Hellevoetsluis is inmiddels een IKC ontwikkeld.

-

Bij nieuwbouw-trajecten zal inclusiever onderwijs vanaf het begin mee worden genomen als leidend uitgangspunt voor de planontwikkeling. De ambitie daarbij is om in totaal vijf meer inclusieve scholen te bouwen in de vorm van IKC’s (drie in de kern Hellevoetsluis, één in Brielle, één in Oostvoorne).

40

Zie Coalitieakkoord ‘Samen verder, een Frisse Start’ versie 02 d.d. 26-1-2023

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 25

WET- EN REGELGEVING Het kabinet heeft veel ambities voor het onderwijs: de klassen moeten kleiner, een loopbaan als leraar moet aantrekkelijker, de schooldag moet rijker en de onderwijskwaliteit moet hoger. Dagelijks zit een groot deel van de 2,5 miljoen kinderen en 285.000 leraren, ondersteuners en schoolleiders in sterk verouderde, ongezonde en niet duurzame schoolgebouwen die ongeschikt zijn voor modern onderwijs waaraan iedereen kan deelnemen. Met als gevolg dat er geen optimale leerresultaten worden gehaald.41 Dit hoofdstuk behandelt de wettelijke taken van de gemeente op het gebied van onderwijshuisvesting. Daarnaast is aangegeven welke wijzigingen in wet- en regelgeving vermoedelijk op korte termijn van kracht zullen worden. 6.1

Wettelijke taak onderwijshuisvesting

Gemeenten dragen de zorg voor de voorzieningen in de huisvesting van het PO, SBO, VSO en VO in de gemeente. Dit staat beschreven in de Wet op het Primair Onderwijs (hierna: WPO), de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC). Naast deze zorgplicht zijn de belangrijkste elementen uit de wetgeving de volgende: -

De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn benoemd in de wetgeving (art. 92, WPO). Daarbij gaat het om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting en om het herstellen van constructiefouten. De gemeente ontvangt hiervoor een jaarlijkse vergoeding uit het gemeentefonds op basis van onder meer het aantal kinderen dat woonachtig is in de gemeente. Deze investeringen zijn dus voor rekening van de gemeente. De schoolbesturen zijn volledig verantwoordelijk voor het onderhoud, aanpassing, de exploitatie en het beheer van hun schoolgebouwen. Die kosten en investeringen worden door de besturen gefinancierd vanuit de lumpsum.

-

De gemeente (-raad) is verplicht om een verordening voor de onderwijshuisvesting vast te stellen. Binnen de gestelde kaders van WPO, WEC en WVO kunnen gemeenten een eigen verordening opstellen. Deze verordening dient in ‘op overeenstemming gericht overleg’ (OOGO) met alle betrokken schoolbesturen tot stand te komen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft ter ondersteuning een modelverordening voor de onderwijshuisvesting opgesteld waarin de Rijksregelgeving is vastgelegd. In de praktijk wordt deze modelverordening door de gemeenten integraal overgenomen en slechts wegens specifiek lokale situaties aangepast. Twee belangrijke onderwerpen uit de verordening zijn:

41

•

De gemeente (het college) dient jaarlijks een budget vast te stellen zodanig dat redelijkerwijs kan worden voorzien in de huisvesting van de scholen.

•

De gemeente (het college) dient jaarlijks een “programma voorzieningen onderwijshuisvesting” vast te stellen. Dit programma bevat alle aangevraagde voorzieningen die het volgend jaar voor bekostiging in aanmerking komen.

Uit: https://www.poraad.nl/system/files/202211/Manifest%20Goede%20Schoolgebouwen%20%2817%20november%202022%29.pdf

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 26

De financiering van de onderwijshuisvesting loopt deels rechtstreeks via de schoolbesturen als onderdeel van de lumpsum (exploitatie, onderhoud, installaties en functionele aanpassingen als verbouwingen). De financiering van (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting en het herstel van constructiefouten loopt via de gemeenten. Beide partijen hebben dus hierin ieder een eigen verantwoordelijkheid hoewel die verantwoordelijkheden niet los van elkaar gezien kunnen worden. Ook hier is dus samenwerking geboden als oplossing van soms complexe huisvestingsopgaven.

6.2

Verplichtingen rond duurzaamheid

Er zijn en worden van overheidswege steeds meer eisen en richtlijnen ontwikkeld voor de duurzaamheid van schoolgebouwen: -

Het amendement Jetten (Wet Energietransitie; 1 juli 2018) bepaalt dat nieuwe gebouwen standaard geen gasaansluiting meer krijgen.

-

Op 1 juli 2019 is de Informatieplicht Energiebesparing (Activiteitenbesluit) in werking getreden. Dit is een wetswijziging die grote scholen verplicht hun energieverbruik te melden en daarbij aan te geven welke energiebesparende maatregelen zijn doorgevoerd.

-

Vanaf 2020 moeten scholen (bijna) energieneutraal worden gebouwd. Dit is vastgelegd in het ‘Nationaal Plan Bijna-Energie Neutrale Gebouwen (BENG)’.

-

Naar verwachting stelt de overheid op termijn ook eisen om het gebouwgebonden energiegebruik te compenseren door opwekking in, aan of nabij het gebouw zodat echte energieneutraliteit ontstaan (van BENG naar ENG).

Een ‘normale’ levensduur van een gebouw is 40 jaar. Daarna zijn de meeste gebouwen behalve functioneel ook bouwkundig verouderd. De verordening gaat er van uit dat een nieuw schoolgebouw 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren. Renovatie kan dan de levensduur van het gebouw verlengen en is duurzaam. In de praktijk is een levensduurverlenging met 25 jaar alleen haalbaar na een grondige renovatie na 40 jaar gebruik die ook de functionaliteit verbetert. Hierdoor blijken de kosten nogal eens tegen te vallen en vergelijkbaar met nieuwbouw. 6.3

Ontwikkelingen in wettelijk kader en situatie Voorne aan Zee

Wettelijk kader Vanuit de schoolbesturen en besturenorganisaties is te kennen gegeven dat het wenselijk is regels te stellen ten behoeve van een meer planmatige en doelmatige aanpak van bouw en onderhoud van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs ter verbetering van de kwaliteit en verduidelijking van de verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting; Dit heeft geresulteerd in een wetsvoorstel dat vermoedelijk in 2025 wordt vastgesteld, met als belangrijkste onderwerpen: 1. 2. 3.

Een verplichting voor het vaststellen van een integraal huisvestingplan (IHP) voor gemeenten en meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor schoolbesturen. Renovatie wordt een voorziening in de huisvesting waar de gemeente voor verantwoordelijk is. Het investeringsverbod in het primair onderwijs wordt onder bepaalde voorwaarden opgeheven.

N.B. Dit is nog geen vaststaand beleid, dus kan nog gewijzigd worden.

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 27

Gevolgen fusie Voorne aan Zee Er bestaan in het begin van 2023 nog separate onderwijshuisvestingsverordeningen voor de voormalige gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne. Deze volgen het model van de VNG en bevatten hoofdzakelijk uitwerkingen van de regels van WPO en WVO. Binnen twee jaar zal de gemeente Voorne aan Zee moeten beschikken over een verordening voor Voorne aan Zee, dus daar wordt in 2024 aan gewerkt. De gemeente Voorne aan Zee dient op grond van haar wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van scholen, in de nieuwe meerjarenbegroting voldoende middelen op te nemen voor bijvoorbeeld nieuwe schoolgebouwen en de vervanging van oude gebouwen. Met dit IHP loopt de gemeente Voorne aan Zee vooruit op de aanstaande wettelijke verplichtingen en geeft ze de gemeenteraad en de schoolbesturen de mogelijkheid om gericht huisvestings- en meerjarenbegrotingsbeleid te voeren. In het Collegeprogramma wordt gerefereerd aan dit IHP en aan de bouwopgaven.42 Gemeente en besturen volgen de formele ontwikkelingen op de voet zodat steeds adequaat gehandeld kan worden. In de wet wordt verankerd dat een gemeente een IHP moet vaststellen met daarin een investeringsprogramma voor 4 jaar in lijn met de begrotingscyclus en vervolgens een doorkijk voor de 12 jaren daarna. In totaal dus 16 jaar waarvan 4 op het investeringsoverzicht.

Omdat schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud, exploitatie en binnenklimaat willen zij voor een langere periode dan 4 jaar weten waar ze aan toe zijn. Onderhoud en aanpassingen hebben doorgaans een langere cyclus dan 4 jaar. Daarom willen besturen voor een langere periode zekerheid over de levensduur van hun investeringen in onderhoud, aanpassingen aan het gebouw en in energiebeperking. We hebben daarom afgesproken dat we gaan werken met een investeringsprogramma voor vier jaar; een investeringsagenda voor de 4 jaar daarna, en daarnaast een ‘doorkijk’ voor nog eens 8 jaar. De uit te voeren projecten in het programma staan vast en hiervoor worden middelen in de meerjarenbegroting van de gemeente opgenomen. Van de projecten die op de agenda geplaatst worden is het aannemelijk vanwege de urgentie die ze meegekregen hebben, dat ze bij de actualisatie van het IHP op het eerstvolgende programma gezet worden. Dit biedt de schoolbesturen geen 100% zekerheid, maar wel in die mate dat men ervan uit kan gaan dat hun investeringen in de gebouwen voor een langere periode rendabel zijn of dat men een besluit om niet te investeren niet achteraf hoeft te herzien en alsnog bijvoorbeeld groot onderhoud moet plegen.

42

Zie daarin: Paragraaf Onderwijs, p. 12

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 28

BELEIDSKADER IHP Een belangrijk nadeel (van het huidig stelsel) is naar de mening van de Algemene Rekenkamer de prikkel in het onderwijshuisvestingsstelsel om de kosten over de hele levensduur van schoolgebouwen niet te betrekken in de afweging om een gebouw met bepaalde specificaties neer te zetten. Beide geldstromen – voor nieuwbouw én voor onderhoud – zijn echter publiek geld, en vanuit dat overkoepelend maatschappelijk perspectief zou het wenselijk zijn aan het begin van een huisvestingstraject met zowel nieuwbouw- als onderhoudskosten rekening te houden. Dit hoofdstuk formuleert de ambities voor aanvullend beleid op het gebied van onderwijshuisvesting. Gemeente, kinderopvang en schoolbesturen hebben op basis van het actuele aanbod (hoofdstuk 2 en 3), trends en ontwikkelingen (hoofdstuk 4) en visies (hoofdstuk 5) enkele speerpunten gekozen waarop ze binnen de wettelijke kaders willen inzetten. 7.1

Goed, divers en gespreid onderwijs

Schoolbesturen, samenwerkingsverband, kinderopvang en gemeente zetten in op goed, divers en gespreid onderwijs dat gericht is op verbindende samenwerking. Dit leidt tot de volgende ambities en beleidsuitgangspunten: -

Investeren in de verbinding met elkaar en met de relevante maatschappelijke partners.

-

Verbindend en waar mogelijk inclusiever onderwijs zijn daarbij het uitgangspunt.

-

Scholen werken onderling samen op wijk- of dorpsniveau in Regionale Overleggen Kwaliteit (ROK’s).

-

Onderwijs, kinderopvang en jeugdhulp werken onderling samen, bij voorkeur in combinatie met IKC-ontwikkeling.

-

Er zijn verschillende varianten mogelijk voor wat betreft vorm en inhoud van IKC’s, maar bij alle varianten geldt dat er tenminste invulling wordt gegeven aan doorlopende leer- en ontwikkellijnen, ouderbetrokkenheid en een gezamenlijk activiteitenprogramma.

-

Kinderen worden zoveel mogelijk binnen de wijk gehouden. Onderwijs, zorg en welzijn worden bij elkaar gebracht, inclusief praktische hulp en begeleiding voor ouders en leerkrachten. De behoeften van de wijk vormen de verbindende factor voor vorm, inhoud en integratie.

-

Mocht een ingreep aan een schoolgebouw noodzakelijk zijn, dan wordt per situatie in overleg bezien of invulling van passend of inclusief onderwijs realiseerbaar is. De schoolbesturen gaan over de onderwijsinhoud. Vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheden biedt de gemeente hierbij ondersteuning, onder meer waar het gaat om onderwijshuisvesting.

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 29

7.2

Toekomstbestendige en duurzame huisvesting

Zowel schoolbesturen als gemeente willen schoolgebouwen die van een goede kwaliteit zijn en die aansluiten bij de eisen van modern onderwijs. Schoolbesturen en gemeente zetten daarom in op een gezamenlijke en integrale benadering van huisvestingsvraagstukken. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten. -

Bij het bepalen en volgen van de kwaliteitsnormen wordt gebruik gemaakt van de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn (GPR).43 Hiermee zijn in alle bouwfasen de kwaliteitsnormen zichtbaar en meetbaar en kan op kwaliteit gestuurd en gecontroleerd worden. Dit sluit ook aan op het Kwaliteitskader PO.

-

Vorming van IKC’s en brede buurtscholen Renovatie of vervangende nieuwbouw geschiedt bij voorkeur in de vorm van een IKC. Het streven is om in het belang van de kinderen tot IKC-vorming over te gaan. Dat geeft uitstekende mogelijkheden voor doorlopende leerlijnen, inclusief onderwijs en de noodzakelijke integratie van onderwijs, jeugdzorg en kinderopvang. De verschijningsvormen van IKC’s zullen verschillen en afhangen van lokale omstandigheden en de culturele eigenheid van de afzonderlijke kernen van Voorne aan Zee. Randvoorwaarden voor een IKC zijn dat deze op een locatie komt waar voldoende parkeergelegenheid is voor personeel en een goede verkeersafwikkeling en ontsluiting voor omwonenden mogelijk is

-

De gemeente is bereid de kapitaallasten van de huisvestingscomponent voor maatschappelijke partners voor KO en VVE voor te financieren op basis van kostprijsdekkende huur met huurcontracten voor minimaal 10 jaar.

-

Voor elk IKC wordt in de basis een ruimtebeslag van 250 m2 meegenomen ten behoeve van extra ondersteunende faciliteiten in het kader van inclusiviteit. Aan IKC’s die ruimte bieden voor speciaal (basis) onderwijs, wordt deze in plaats van de huidige SBO-ruimtes toegekend. Deze 250 m2 is niet in beton gegoten, maar per IKC-project zal nader onderzocht worden, welke capaciteit er extra gewenst is.

-

Naast IKC’s zijn andere vormen van samenwerking denkbaar als de brede buurtschool die samen met bijvoorbeeld maatschappelijke en culturele instanties, het onderwijs verrijkt. Er moet bij de scholen een uitdagende buitenruimte zijn voor kinderen van alle leeftijden die uitnodigt tot fysiek bewegen, spelen en ontmoeten.

-

Toekomstbestendig en flexibel Gebouwen moeten in de toekomst betrekkelijk eenvoudig aan te passen zijn (flexibel), zodat ze kunnen meebewegen met leerlingenaantallen, onderwijskundige veranderingen en eventuele ontwikkelingen als onderwijs-opafstand of onderwijs in collegevorm.

-

Duurzaam Bij schoolgebouwen die in aanmerking komen voor vervangende nieuwbouw wordt in overleg met schoolbesturen en gemeente bezien of renovatie of nieuwbouw een betere keuze is. In §6.2 en §6.3 zijn de voorwaarden voor renovatie beschreven.

-

Renovaties of vervangende nieuwbouw zijn Energie-Neutraal (ENG), aardgasloos en voldoen aan Frisse Scholen Klasse B.

43

Zie: https://www.bouwadvies.nl/gpr-berekening/

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 30

ANALYSE HUISVESTING MET KANTTEKENINGEN Dit hoofdstuk analyseert de kwaliteit, de capaciteit en de knelpunten van de huidige schoolgebouwen. Daarbij is gekeken naar de onderwijskundige wensen, de (toekomstige) ruimtebehoefte, de kwalitatieve parameters (functionaliteit, bouwtechnische staat en duurzaamheid). In de bijlagen staan overzichten van deze parameters per gebouw. De analyse per gebouw of cluster van gebouwen wordt vervolgens voorzien van kanttekeningen met de conclusie wat dit betekent voor dit IHP. Om deze kanttekeningen op de juiste wijze te kunnen plaatsen, zetten we voorafgaand aan de analyse uiteen hoe de noodzaak van voorzieningen wordt bepaald.

8.1

Noodzaak

In de onderwijshuisvestingsverordening staat uitputtend beschreven wanneer en onder welke voorwaarden een school voor een bepaalde voorziening in aanmerking komt. Door toepassing hiervan wordt niet alleen duidelijkheid gecreëerd, maar ook rechtsgelijkheid. Onderstaand een uiteenzetting met hier en daar een korte verduidelijking als dat noodzakelijk is voor een goed begrip. Noodzaak tot nieuwbouw en de voorwaarden Noodzaak van nieuwbouw is aanwezig als: a.

de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt; (Zoals recent De Verwondering in Brielle)

b.

de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden verwacht en: 1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft de leerlingenprognose aantoont dat deze leerlingen gedurende ten minste 15 jaar kunnen worden verwacht, of 2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft de leerlingenprognose aantoont dat deze leerlingen gedurende ten minste 4 jaar kunnen worden verwacht, en

c.

geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en

d.

het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren.

Ad b1: Ad b2:

De leerlingenprognose dient dus aan te tonen dat de voorziening nieuwbouw minstens 15 jaar nodig is voor het onderwijs. Dat betekent, dat als de voorziening minder dan 4 jaar nodig is, er geen sprake is van formele noodzaak en men een andere oplossing moet vinden.

Noodzaak tot vervangende bouw en de voorwaarden De noodzaak van vervangende bouw is aanwezig als: a.

op grond van een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt vastgesteld dat het schoolgebouw volgens de conditiemeting voldoet aan conditie 5; (= slechte conditie)

b.

dit het gevolg is van een herschikkingsoperatie;

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 31

c.

dit het gevolg is van ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening en: 1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft de leerlingenprognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende ten minste 15 jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, of 2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft de leerlingenprognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende ten minste 4 jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, en

d.

geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en

e.

het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren.

Noodzaak uitbreiding schoolgebouw en de voorwaarden De noodzaak van het uitbreiden van een schoolgebouw is aanwezig als: a.

de capaciteit van een schoolgebouw kleiner is dan de vastgestelde ruimtebehoefte en het verschil tussen de capaciteit en de ruimtebehoefte gelijk of groter is dan de drempelwaarde. Ruimtetekorten die onder de drempelwaarde blijven, leiden niet tot uitbreiding. De drempelwaarden zijn: 55 m² bruto vloeroppervlakte voor een voorziening basisonderwijs; 50 m² bruto vloeroppervlakte voor een voorziening speciaal basisonderwijs; 50 m² bruto vloeroppervlakte voor een voorziening voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs].

daarnaast: b.

1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft de leerlingenprognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende minstens vijftien jaar kan worden verwacht, 2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft en de leerlingenprognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende minstens vier jaar aanwezig is of kan worden verwacht, dan wel 3°. de leerlingenprognose op basis van de laatste teldatum voor het indienen van de aanvraag aantoont dat het aantal leerlingen dat aanwezig is niet voor ten hoogste vier jaar binnen het gebouw of de gebouwen kan worden gehuisvest, en

c.

geen gebouw beschikbaar is, of komt, dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en

d.

het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren.

Noodzaak in gebruik nemen van een bestaand gebouw De noodzaak van het in gebruik nemen van een gebouw is aanwezig als: a.

de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of als het huidige gebouw moet worden vervangen of uitgebreid;

b.

de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden verwacht en: 1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft en de leerlingenprognose aantoont dat deze leerlingen gedurende minstens vijftien jaar kunnen worden verwacht, of 2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft en de leerlingenprognose aantoont dat deze leerlingen gedurende minstens vier jaar

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 32

kunnen worden verwacht, en c.

geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school;

d.

het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren, en

e.

de kosten van het in gebruik nemen en aanpassen, naar oordeel van het college, in redelijke verhouding staan tot de kosten van vervangende bouw of uitbreiding.

8.2

Huisvestingscapaciteit en ruimtebehoefte

Huisvestingscapaciteit van scholen wordt uitgedrukt in vierkante meters bruto vloeroppervlakte (BVO). In dit IHP wordt gerekend met de onderwijscapaciteit exclusief bewegingsonderwijs, maar inclusief medegebruik en verhuur ten behoeve van kinderopvang. De capaciteit is vastgesteld in overleg met schoolbesturen, kinderopvang en gemeente. Ruimte die speciaal voor kinderopvang is gebouwd, wordt geacht geen onderdeel uit te maken van de onderwijshuisvestingscapaciteit. De huisvestingscapaciteit moet voldoende zijn om aan de ruimtebehoefte van de scholen te voldoen. Deze wordt bepaald op basis van de formules uit de verordening en is als zodanig ook gebruikt in de prognoseberekeningen door Pronexus. 8.3

Analyse schoolgebouwen voor SBO en VSO in Voorne aan Zee

Het Speciaal Basisonderwijs (SBO) valt onder de Wet Primair Onderwijs en is bedoeld voor kinderen die vastlopen in het reguliere basisonderwijs omdat ze meer ondersteuning nodig hebben bij het leerproces. Zo valt het Speciaal Voortgezet Onderwijs onder de Wet op de Experticecentra (WEC). Dit type vo is bedoeld voor kinderen van 12 jaar en ouder die vastlopen in het voortgezet onderwijs en extra ondersteuning nodig hebben. Speciaal Onderwijs valt onder de WEC en is voor kinderen tot 18+ die complexere problemen, een handicap of een ernstige aandoening hebben waardoor het reguliere onderwijs niet voldoende kan doen. Deze kinderen hebben bijvoorbeeld medische hulp of integrale hulp nodig van Jeugdzorg. Er worden in het SO vier clusters onderscheiden: Cluster 1 voor kinderen met een visuele beperking. Cluster 2 voor dove en slechthorende kinderen. Cluster 3 voor kinderen met bijvoorbeeld een verstandelijke beperking of langdurig zieke kinderen. ZMLK-onderwijs valt onder cluster 3. Cluster 4 voor kinderen met ernstige gedragsproblematiek. Voorne aan Zee heeft één speciale basisschool (SBO De Windroos), twee scholen voor speciaal onderwijs (SO De Watertoren en SO Gelinckschool) en een school voor voorgezet speciaal onderwijs (VSO Maarland). De SBO De Windroos is gehuisvest op een eigen locatie (Bolwerk) en daarnaast in IKC De Samenstroom (Rie Mastenbroekplein).

Beide locaties bevinden zich in de kern Hellevoetsluis. SO De Watertoren en VSO Maarland zijn gezamenlijk gehuisvest op één locatie (De Rik) in Brielle. De SO Gelinckschool is gehuisvest op een eigen locatie (Noordweg) in de kern Oostvoorne en daarnaast in IKC De Samenstroom (Rie Mastenbroekplein). De Windroos, De Watertoren en Maarland maken onderdeel uit van schoolbestuur EduMare. De Gelinckschool staat onder bevoegd gezag van schoolbestuur i-Hub.

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 33

Afbeelding 2 - SO Watertoren en VSO Maarland

Leerlingenprognose en ruimtebehoefte De verwachting is dat het totale leerlingenaantal van SBO en VSO tot 2039 met 11% stijgt. De groei varieert per school.

Het kan zijn dat er in het kader van meer inclusief onderwijs, SBO-groepen in IKC’s worden gehuisvest zoals bij De Samenstroom. Mogelijk dat dit het ruimteoverschot binnen het SBO vergroot, maar is afhankelijk van de instroom. Dit dient goed gemonitord te worden. De Watertoren/VSO Maarland hebben een ruimtetekort van 382 m². Gebouw

Ruimteoverschot (+) / tekort (-) …. [m²]

Brin

(V)SO-scholen

2024

2025

2029

2034

01AI

Dr. Gelinckschool

1.852

444

435

400

356

338

18KC

Watertoren (SO) en Maarland (VSO)

1.700

-382

-320

-326

-352

-385

Brin

SBO-scholen

2024

2025

2029

2034

2039

13MH

De Windroos (Bolwerk)

143

106

91

217

110

44

De Windroos (Samenstroom)

1.100 263 4.915

172

172

234

287

2039

Tabel 7: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) SBO en (V)SO-scholen in Voorne aan Zee

Bouwjaar en bouwkundige staat De Gelinckschool (Noordweg) is gebouwd in 2003. De kwaliteit van het gebouw is redelijk. SO Watertoren/VSO Maarland (De Rik) is gebouwd in 1997 en verbouwd in 2014. De bouwkundige onderhoudsconditie is goed. De kwaliteit is lager dan zou horen bij de leeftijd van het gebouw. De onderhoudskosten zijn daardoor relatief hoog. Het binnenklimaat (ventilatie en temperatuur) voldoet aan de minimale eisen van het Bouwbesluit echter niet aan Frisse Scholen C en B. EduMare heeft hier een grote eigen investering voor gepland. De Windroos (Bolwerk) is gebouwd in 1972 en verbouwd en uitgebreid in 2010. De bouwkundige conditie is goed en passend bij de leeftijd van het gebouw. Het binnenklimaat ventilatie en temperatuur voldoet aan Frisse Scholen klasse C. Klasse B is voor dit gebouw gezien de benodigde aanpassingen onhaalbaar. De Windroos (IKC De Samenstroom, Rie Mastenbroekplein) is gebouwd in 2021 en komt daardoor niet in aanmerking voor renovatie of vervanging.

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 34

Kanttekening bij huisvesting speciaal onderwijs De SO/VSO school in Brielle heeft de komende jaren een oplopend ruimtetekort, waardoor er door EduMare een aanvraag is ingediend voor tijdelijke uitbreiding. . Er bestaat nog wel een wens om de Gelinckschool op termijn naar Hellevoetsluis te verplaatsen (mits er nieuwbouwplannen zijn waarbij zij samen kunnen werken met regulier onderwijs), omdat het merendeel van de leerlingen uit die regio komt. Dit zou betekenen dat er veel minder leerlingen van het leerlingenvervoer gebruik hoeven te maken. Dat is niet alleen goedkoper, maar vooral ook minder belastend voor de leerlingen. Bij overwegingen ten aanzien van de toekomst van de Gelinckschool moet bedacht worden dat het huidige gebouw nog wel een relatief hoge boekwaarde heeft.

8.4

Analyse gebouwen basisscholen – Brielle, Vierpolders en Zwartewaal

Brielle, Vierpolders en Zwartwaal hebben 7 basisscholen verdeeld over 7 locaties. De basisscholen in Brielle, Vierpolders en Zwartewaal hebben een gezamenlijke onderwijscapaciteit van 8.386 m2 BVO. Daarnaast is er een capaciteit van 1.437 m² BVO in de vorm van tijdelijke huisvesting beschikbaar. Ruimtetekort/overschot BO . Er doet zich nu al een ruimtetekort voor bij de scholen in Brielle (Brielse Veste en op het Gooteplein). De scholen in Vierpolders en Zwartewaal hebben een ruimteoverschot. Brielle - Gooteplein/Oude Goote Op het Gooteplein staan drie basisscholen: de Leonardus, de Branding en het Anker. Deze drie scholen maken deel uit van schoolbestuur EduMare. De Leonardus, de Branding en het Anker zijn gehuisvest op eigen locaties aan het Gooteplein. Vlak bij het Gooteplein is nog een wissellocatie beschikbaar voor het basisonderwijs. De Brielse Veste (M.H. Trompstraat) is gehuisvest op een eigen locatie binnen de vestingwallen van de stad Brielle. Op het terrein van de school zijn twee units voor tijdelijke huisvesting geplaatst. Daarnaast is op 21 augustus 2023 de nieuwe basisschool De Verwondering gestart. Deze school is inmiddels begin 2024 gehuisvest op het Geuzenpark in semipermanente huisvesting met een bruto vloeroppervlak van ca 1.307 m² en een levensduur van maximaal 25 jaar. Het pand staat op een perceel met de bestemming ‘sport’.

Zonder bestemmingsplanwijziging kan dit pand hier 8+2 jaar blijven staan. Vóór de ingebruikname van het huidige gebouw was De Verwondering korte tijd gehuisvest in een overbruggingslocatie bij de Brielse Boer in Zwartewaal.

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 35

Afbeelding 3 – Leonardus, Branding en Anker (Gooteplein)

Leerlingenprognose Door de komst van gezinnen uit de regio Rotterdam, woningbouw op lege plekken in Brielle en de beoogde bouw van de wijk ‘Buitenplaats Brielle’ met ca. 800 woningen neemt het aantal leerlingen toe. Het totale leerlingenaantal in Brielle stijgt tot het jaar 2037 vermoedelijk met 29,5 %. Na 2037 loopt het leerlingenaantal geleidelijk terug. Eén en ander is nog wel afhankelijk van het moment van starten van de Buitenplaats Brielle en het bouwtempo. De Branding groeit het snelst in leerlingenaantal (+37%), Het Anker met 31% en de Sint Leonardus met 30%. De nieuwbouwwijk ‘Buitenplaats Brielle’ ligt dicht bij het Gooteplein. De scholen aan het Gooteplein groeien daardoor sneller dan de school De Brielse Veste. De leerlingengroei als gevolg van de bouw van de Buitenplaats Brielle kan ook van invloed zijn op het aantal leerlingen van basisschool De Tiende Penning in Vierpolders en basisschool De Verwondering. Toen de leerlingenprognose voor Voorne aan Zee werd opgesteld (juni 2022) was het nog niet in te schatten welk effect dit op de leerlingstromen zou gaan krijgen. De Verwondering is daarom als school nog niet meegenomen in de leerlingenprognose. De komst van deze nieuwe school zal invloed hebben op de leerlingontwikkeling bij andere scholen in Brielle.

Ruimtebehoefte Onderstaande tabel 8 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de ruimtebehoefte in Brielle Gooteplein. Er is sprake van een forse leerlingengroei. De scholen aan het Gooteplein hebben een ruimtetekort van 828 m² in 2024. Dit ruimtekort loopt op naar een piek van 2.000 m² in 2039.

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 36

Brin

Brielle - scholen

Gebouw BVO

05AU00

Sint Leonardus

1.849

-388

-418

-665

-896

05MU00

Anker

861

-320

-280

-405

-521

-536

13LE00

Branding

840

-587

-678

-834

-990

-1.010

De Bres (3 lokalen + speellokaal)

467

467

467

467

467

467

De Verwondering (huisvesting)

1.307

790

353

0

0

0

Totaal Brielle

5.324

-38

-556

-1.436

-1.939

-2.000

32AU

Progn. ruimtetekort(-)/overschot(+) [m²] 2024 2025 2029 2034

2039 -921

Tabel 8: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) scholen Gooteplein/Oude Goote

De Verwondering heeft nu een capaciteit van 1.307 m² en een leerlingenaantal per teldatum van 63, waarvan er 57 uit Voorne aan Zee komen en 6 leerlingen uit andere gemeenten. Uiteraard is nog niet bekend hoeveel leerlingen De Verwondering uiteindelijk zal tellen en welk effect dit zal hebben op de leerlingenaantallen van de bestaande scholen in de omgeving. Er zal hoe dan ook een herverdeling van leerlingen en ruimtebehoefte aan de orde zijn. Bouwjaar en bouwkundige staat De Leonardusschool (Gooteplein) is gebouwd in 2007. De bouwkundige onderhoudsconditie is goed en passend bij de leeftijd van het gebouw. Het binnenklimaat vraag aandacht. Het Anker (Gooteplein) is gebouwd in 2007. De bouwkundige onderhoudsconditie is goed en passend bij de leeftijd van het gebouw. Het binnenklimaat vraag aandacht. De Branding (Gooteplein) is gebouwd in 2007. De bouwkundige onderhoudsconditie is goed en passend bij de leeftijd van het gebouw. Het binnenklimaat vraag aandacht. De gebouwen van de Leonardus, Branding en Het Anker hebben alle drie problemen met het binnenklimaat (temperatuur) als gevolg van een gezamenlijke WKOinstallatie. Het Theater De Bres (Reede) wordt ook gebruikt als wissellocatie voor de basisscholen aan het Gooteplein. Het gebouw is eigendom van de gemeente. BVO

Bouwjaar

05AU

Scholen in Brielle Sint Leonardusschool

Gooteplein 2

Adres

1.849

2007

05MU

Anker

Gooteplein 4

861

2007

13LE

Branding

Gooteplein 3

840

2007

32AU

De Verwondering

(tijdelijk in Zwartewaal)

1.307

2023

Scholen in Brielle

Adres

BVO

Bouwjaar

05AU

Sint Leonardusschool

Gooteplein 2

1.849

2007

05MU

Anker

Gooteplein 4

861

2007

13LE

Branding

Gooteplein 3

840

2007

Tabel 9: m² (BVO) en bouwjaren scholen Gooteplein/ Oude Goote

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 37

Brielle – Brielse Veste In het centrum van Brielle (De Veste) staat één basisschool: De Brielse Veste. De school maakt deel uit van schoolbestuur EduMare.

Afbeelding 4 – Brielse Veste

Leerlingenprognose Het leerlingenaantal van de Brielse Veste stijgt tot het jaar 2036 met 33%. Eerst door ‘inbreidingen’ (woningbouw op lege plekken in de kern), later door de bouw van de nieuwe woonwijk ‘Buitenplaats Brielle’. Na 2038 loopt het leerlingenaantal geleidelijk terug. De start van De Verwondering is in deze prognose nog niet meegenomen. Nog niet duidelijk is welke invloed dit zal hebben op de leerlingengroei van De Brielse Veste. Ruimtebehoefte Vanaf 2025 ontstaat bij de Brielse Veste een ruimtetekort van 22 m². Dit ruimtetekort loopt geleidelijk op naar een maximum van 359 m² in 2038, waarna het weer geleidelijk terugloopt. Gebouw BVO

Progn. ruimtetekort(-)/overschot(+) [m²] 2024 2025 2029 2034

Brin

Brielle - scholen

13XH00

Brielse Veste

1.728

34

-152

-368

-469

Unit (2 lokalen)

130

130

130

130

130

130

Totaal Brielle

1.858

164

-22

-238

-339

-344

2039 -474

Tabel 10: Overzicht ontwikkeling ruimtetekort (-) basisscholen Brielle-Centrum

Bouwjaar en bouwkundige staat De Brielse Veste (Trompstraat) bestaat uit een nieuwbouw uit 2014 en een oudbouw, uit 1930 welke in 2014 is gerenoveerd. De Brielse Veste bestaat uit een oud en een nieuw bouwdeel. De bouwkundige conditie van het totaal is goed en passend bij de leeftijd van het gebouw. In beide bouwdelen voldoet het binnenklimaat niet aan Frisse Scholen C en B op de onderdelen ventilatie en temperatuur. EduMare heeft hier een grote eigen investering voor gepland. Scholen in Brielle

Adres

BVO

Bouwjaar

13XH

Brielse Veste (nieuwbouw)

MH Trompstraat 24b

1.024

2014

13XH-1

Brielse Veste (oudbouw)

MH Trompstraat 24b

704

1930/2014(R)

Tabel 11: m² (BVO) en bouwjaren Scholen Brielse Veste

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 38

De kernen Vierpolders en Zwartewaal De kernen Vierpolders en Zwartewaal hebben ieder een basisschool: De Tiende Penning (Vierpolders) en 't Want (Zwartewaal). Beide scholen staan onder bevoegd gezag van schoolbestuur EduMare. De Tiende Penning en 't Want zijn gehuisvest op een eigen locatie. ’t Want maakt deel uit van een gebiedsontwikkeling in het dorp. Als onderdeel van dat plan krijgt de school komende jaren vervangende nieuwbouw. Leerlingenprognose en ruimtebehoefte Het leerlingenaantal van ‘t Want (Zwartewaal) groeit geleidelijk naar 129 leerlingen (+28%) in 2039. De school heeft nu een ruimteoverschot van 553 m². Om de school passend te huisvesten zal deze bij nieuwbouw kleiner worden teruggebouwd. Het leerlingenaantal van De Tiende Penning (Vierpolders) groeit geleidelijk naar 119 leerlingen (+9%) in 2039. De school heeft last van weglek van leerlingen uit Vierpolders naar scholen in Brielle. De school heeft een ruimteoverschot van 381 m². Gebouw BVO

Progn. tekort(-)/overschot(+) [m²] 2024 2025 2029

Brin

Zwartewaal/Vierpolders - scholen

2034

2039

12UE00

't Want (oude school)

1.261

553

538

472

417

412

13AK00

De Tiende Penning

1.129

381

361

366

325

330

Totaal Zwartewaal/Vierpolders

2.390

934

898

838

743

743

Tabel 12: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) scholen in de Vierpolders en Zwartewaal

Bouwjaar en bouwkundige staat ‘t Want (Schoolstraat) is gebouwd in 1966 Eind 2024 wordt de nieuwe school opgeleverd als onderdeel van de gebiedsontwikkeling van Dorpshart Zwartewaal. Binnen de school is één lokaal bestemd voor peuteropvang van de Kinderkoepel. De Tiende Penning is gebouwd in 2012. De bouwkundige onderhoudsconditie is goed en passend bij de leeftijd van het gebouw. Er zijn problemen met het binnenklimaat, met name ventilatie en de temperatuur in de zomer. EduMare heeft hier een grote eigen investering voor gepland. De Kinderkoepel huurt van EduMare één lokaal voor peuteropvang. Scholen in Vierpolders/Zwartewaal

Adres

BVO

Bouwjaar

12UE

't Want (oude school)

Schoolstraat 3

1.261

1966

13AK

De Tiende Penning

H.W. Croeslaan 31

1.129

2012

Tabel 13: m² (BVO) en bouwjaren scholen in de Vierpolders/Zwartewaal

Kanttekening bij huisvesting basisscholen in Brielle De scholen aan het Gooteplein hebben momenteel te maken met een krapte in de huisvesting. Ook de Brielse Veste heeft op termijn te maken met ruimtegebrek en volgens de leerlingenprognose zou er vanaf 2027 behoefte zijn aan uitbreiding. Genoemde groei van het aantal leerlingen heeft te maken met de realisatie van een aantal woningbouwprojecten in Brielle, waarvan de Buitenplaats Brielle met 800 woningen veruit de grootste is. De verkoop van woningen start naar verwachting in december 2024. Als e.e.a. voorspoedig verloopt zullen in 2026 de eerste woningen opgeleverd worden. In de leerlingenprognose is echter rekening gehouden met een eerste tranche van 100 woningen in 2024. Hier zal dus in vergelijking met de prognose enige vertraging optreden in de toename van het aantal leerlingen. Deze vertraging zorgt ervoor dat het leerlingenaantal minder snel zal stijgen dan de prognose aangeeft. Hierdoor wordt het aangegeven ruimtetekort ook minder urgent.

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 39

Een andere niet onbelangrijke factor is de komst van de nieuwe basisschool De Verwondering die met ingang van het schooljaar 2023-2024 is gestart met 63 leerlingen. De ambitie van het schoolbestuur is om de school te laten groeien naar ruim 200 leerlingen. De gemeenteraad heeft dan ook besloten om een gebouw voor 220 leerlingen te realiseren met een BVO van ca. 1.307 m². Ondanks de huidige beperkte onderwijscapaciteit is het verstandig om een drietal ontwikkelingen af te wachten, voortdurend de situatie te monitoren en hierover in gesprek te blijven. 1. Hoe ontwikkelt zich De Verwondering? Deze school zal leerlingen aantrekken die al op bestaande scholen zitten (in schooljaar 2023-2024 waren dit er 24), maar ouders zullen zeker ook kleuters gaan inschrijven bij deze school. De Verwondering heeft aangegeven dat jaarlijks 24 nieuwe kleuters zullen starten. Daarnaast ziet de school ook veel instroom van leerlingen vanuit Hellevoetsluis. Dit heeft invloed op de bestaande scholen en hun capaciteitsbehoefte. Hoe groot die invloed zal zijn, zullen we blijven monitoren; 2. De start en het bouwtempo van de nieuwbouwprojecten en met name Buitenplaats Brielle is eveneens van invloed op de toename van het aantal leerlingen en de snelheid waarmee dit gebeurt. Nu al worden de eerste 100 woningen 2 jaar later opgeleverd dan waarmee in de leerlingenprognose rekening is gehouden.

Dit heeft gevolgen voor het groeitempo van het aantal leerlingen. 3. De school in Vierpolders zal wellicht ook leerlingen uit de Buitenplaats Brielle aantrekken. De 10e Penning heeft nog een capaciteitsoverschot. Gezien deze drie onzekere factoren is het verstandig dat gemeente en schoolbesturen de ontwikkelingen goed monitoren en daarover met elkaar in gesprek blijven. Als vervolgens blijkt dat er uitbreiding van huisvesting nodig is, kan bij een eerste actualisatie van dit IHP hierop ingespeeld worden en kan er ook beter een keuze gemaakt worden op welke locatie de capaciteit het beste uitgebreid kan worden. Hierdoor moeten desinvesteringen worden voorkomen. De conclusie is dat er in het programma van dit IHP geen concrete projecten in Brielle en Vierpolders hoeven te worden opgenomen, behoudens de tijdelijke uitbreiding van de scholen op het Gooteplein. Deze tijdelijke uitbreiding in combinatie met het gebruik maken van scholen binnen de verwijsafstand moet leiden tot het oplossen van het ruimtetekort. Vervanging van ’T Want in Zwartewaal vindt plaats in het kader van vernieuwing van het dorpshart Zwartewaal. 8.5

Analyse gebouwen basisscholen – Hellevoetsluis en Oudenhoorn

Hellevoetsluis-Oudenhoorn heeft 10 basisscholen verdeeld over 16 locaties. Per augustus 2022 is er een basisschool bijgekomen door splitsing van de Hendrik Bogaardschool. De locatie Samenstroom van de Hendrik Boogaard heeft het Brinnummer behouden toen de dislocatie Ravense Hoek een zelfstandige vestiging werd. Daarnaast zijn twee locaties afgestoten. Het gebouwenbestand is op leeftijd. Hellevoetsluis is een voormalige ‘groeikerngemeente.’ Rond 1980 werden er in betrekkelijk korte tijd veel scholen gebouwd. De gemiddelde leeftijd van de schoolgebouwen is nu 37 jaar. Negen gebouwen zijn 40 jaar of ouder. Met name bij de oudere gebouwen is de functionele en bouwtechnische kwaliteit onvoldoende. De basisscholen in Hellevoetsluis hebben een gezamenlijke onderwijscapaciteit van 20.363 m2 BVO (zie ook paragraaf 2.7).

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 40

Ruimtetekort/overschot BO De berekende ruimtebehoefte afgezet tegen het huidige gebouwenbestand, geeft een ruimteoverschot van ruim 2.200 m2. Daarmee staat theoretisch 10% van de gebouwen leeg. In werkelijkheid is het ruimteoverschot kleiner, omdat een deel hiervan wordt ingezet voor andere functies. De overschotten variëren in omvang en doen zich in vrijwel elke wijk van Hellevoetsluis voor. De afzonderlijke wijken worden hierna nader uitgewerkt. De wensen van Kinderopvang zijn hierbij eveneens opgenomen. Wijk Hellevoet De wijk Hellevoet heeft één basisschool: ’t Schrijverke. De school maakt onderdeel uit van schoolbestuur EduMare. ’t Schrijverke is gehuisvest op een eigen locatie aan de P.A. de Genestetlaan.

Afbeelding 5 - ‘t Schrijverke

Leerlingenprognose en ruimtebehoefte Het leerlingenaantal van ’t Schrijverke groeit geleidelijk van 160 leerlingen in 2024 naar 186 leerlingen in 2039. De school heeft een ruimteoverschot van 362 m² (26%).

Brin

Hellevoetsluis - scholen

Gebouw Progn. tekort(-)/overschot(+) [m²] BVO 2024 2025 2029

2034

2039

14YM

't Schrijverke

1.367

236

231

362

307

252

Tabel 13: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) ‘t Schrijverke in Hellevoet

Bouwjaar en bouwkundige staat ‘t Schrijverke is in 2010 nieuw gebouwd. De bouwkundige onderhoudsconditie is redelijk. De kwaliteit is matiger dan zou horen bij de leeftijd van het gebouw en de onderhoudskosten zijn daardoor relatief hoog Wijk Nieuw-Helvoet De wijk Nieuw-Helvoet heeft drie basisscholen: Kindcentrum De Samenstroom (Hendrik Boogaard en 1e Montessori) en De Wateringe. De scholen maken onderdeel uit van schoolbestuur EduMare. De Wateringe (Bremstraat) is gehuisvest op een eigen locatie. Leerlingenprognose en ruimtebehoefte Als gevolg van de nieuwbouw van de wijk Boomgaard groeien alle drie de scholen. De Wateringe heeft een ruimtetekort van 72m². Dit ruimtetekort loopt op naar een piek van 339 m² in 2033. Op de lange termijn is het ruimtetekort 300 m². De scholen gezamenlijk hebben vanaf 2028 een ruimtetekort.

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 41

Brin 09XC/14EW 14EW

Hellevoetsluis - scholen Samenstroom (Boogaard/Montess.) De Wateringe

Gebouw Progn. tekort(-)/overschot(+) [m²] BVO 2024 2025 2029 2034 3.352 739 553 246 186 988 -72 -122 -283 -319

2039 231 -273

4.340

-43

667

430

-38

-133

Tabel 14: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) per basisschool in Nieuw-Helvoet.44

Bouwjaar en bouwkundige staat De Samenstroom is gebouwd in 2021. De bouwkundige onderhoudsconditie is goed en passend bij de leeftijd van het gebouw. Wel treden er relatief veel klachten en storingen op. Mogelijk nog vanwege inregel/opstart problemen. Het binnenklimaat (ventilatie en temperatuur) is gebouwd volgens Frisse Scholen 2015 Klasse B. Kinderopvang Op deze locatie biedt de Kinderkoepel Dagopvang 0-4 jaar, peuteropvang incl. VVE 24 jaar in eigen ruimtes aan. In medegebruik met onderwijs is er ook aanbod voor 150 kindplaatsen Buitenschoolse opvang. Het schoolgebouw van De Wateringe is oud – het gebouw is gebouwd in 1970 en uitgebreid in 1973. De bouwkundige onderhoudsconditie is goed. Omdat de 40-jaar cyclus verstreken is, is het onderhoud fors duurder dan de vergoeding die het schoolbestuur ontvangt. Omdat er in eerdere concept IHP's al nieuwbouw is voorzien, worden grote elementen niet meer vervangen en gaat de onderhoudsconditie achteruit. Klachten en storingen komen daardoor vaker voor. De ventilatie voldoet aan de minimale eisen van het Bouwbesluit echter niet aan Frisse Scholen C en B. De investeringen om dit te verhelpen zijn te hoog ten opzichte van de leeftijd van het gebouw. Kinderopvang Op deze locatie biedt Kinderkoepel peuteropvang 2-4 jaar incl. VVE aan in een lokaal van de school.

Vervangende nieuwbouw Wateringe noodzakelijk Vervangende nieuwbouw voor De Wateringe is op termijn noodzakelijk, afhankelijk van de start van woningbouw in de wijk Boomgaard en het tempo ervan. Binnen het plan Boomgaard wordt al ruimte gereserveerd voor onderwijs en aanvullende voorzieningen. Wijk Den Bonsen Hoek De wijk Den Bonsen Hoek heeft twee basisscholen: Het Palet (Jachthoornpad) en De Kring. De scholen maken beiden onderdeel uit van schoolbestuur EduMare. Het Palet (Jachthoornpad) en De Kring ((Kasteelpad) zijn ieder gehuisvest op een eigen locatie.

Afbeelding 6 – Het Palet (Jachthoornpad) De Kring (Kasteelpad)

44

IKC De Samenstroom heeft (opgave EduMare) een oppervlakte van 4.503 m2, waarvan 3.352m² voor het basisonderwijs, 647 m2 voor de Kinderkoepel, 241m² voor CityKids en 263m² voor het SBO.

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 42

Leerlingenprognose en ruimtebehoefte Het leerlingenaantal van De Kring daalt naar 368 leerlingen in 2026 (-3%). Daarna stijgt het leerlingenaantal naar 385 in 2038. De Kring heeft een ruimteoverschot van 131m². Dit ruimteoverschot loopt op naar een piek van 287 m² in 2026 om in 2039 uit te komen op een ruimteoverschot van 201 m². Het leerlingenaantal van Het Palet stijgt naar 236 leerlingen in 2039 (+5%). Het Palet heeft een ruimtetekort van 161 m². Dit ruimtetekort loopt op naar 211m² in 2039. De Kring heeft een zodanig overschot aan ruimte, dat hiermee het tekort van Het Palet kan worden opgelost door medegebruik.

Brin

Bonsen Hoek - scholen

Gebouw Progn. tekort(-)/overschot(+) [m²] BVO 2024 2025 2029 2034

15IF

De Kring

2.338

14MS

Palet (Bonsen Hoek)

1.176 3.514

131 131

2039

277

242

232

201

-161

-171

-176

-211

116

71

56

-10

Tabel 15: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) per basisschool in Den Bonsen Hoek

Bouwjaar en bouwkundige staat De Kring is in 1989 gebouwd. De bouwkundige onderhoudsconditie is goed en passend bij de leeftijd van het gebouw. Het binnenklimaat (ventilatie en temperatuur) voldoet aan de minimale eisen van het Bouwbesluit echter niet aan Frisse Scholen C en B. EduMare heeft hier een grote eigen investering voor gepland. Het Palet is in 1992 gebouwd. De bouwkundige onderhoudsconditie is goed en passend bij de leeftijd van het gebouw. Het binnenklimaat (ventilatie en temperatuur) voldoet aan de minimale eisen van het Bouwbesluit echter niet aan Frisse Scholen C en B. EduMare heeft hier een grote eigen investering voor gepland. Kinderopvang EduMare en Kinderkoepel hebben in 2023 voor vorming van IKC Den Bonsen Hoek op de locatie van De Kring gekozen. Kinderkoepel is in november 2023 een BSO en Peuteropvang gestart op deze locatie. Voor de Kinderkoepel wordt rekening gehouden met gebruik van maximaal 2 eigen lokalen en 4 lokalen/overige ruimtes in gezamenlijk gebruik. Dit past binnen het huidige en verwachte ruimtebeslag op deze locatie. Wijk Ravense Hoek Leerlingenprognose en ruimtebehoefte De Wijk Ravense Hoek had in 2022 nog twee basisscholen van EduMare: Het Palet (Tiendweide) en de Ravense Poort (voorheen dependance Hendrik Boogaard). Het Palet aan de Tiendweide is in aug 2022 gesloten.

Daarnaast is de Hendrik Boogaard gesplitst in één school aan de Rode Kruislaan (de Ravense Poort) en één die is gehuisvest in IKC De Samenstroom.

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 43

Afbeelding 7 – De Ravense Poort (Rode Kruislaan)

Het geprognosticeerde leerlingenaantal van de Ravense Poort in 2039 is vrijwel gelijk aan het huidige leerlingenaantal van 292. De Ravense Poort heeft een ruimteoverschot van 71 m² (4%).

Brin

Hellevoetsluis - scholen

Gebouw Progn. tekort(-)/overschot(+) [m²] BVO 2024 2025 2029 2034

2039

31WM

Ravense Poort

1.740

66

71

177

162

127

Tabel 16: Overzicht ontwikkeling ruimteoverschot (+) / ruimtetekort (-) per basisschool in Ravense Hoek

Bouwjaar en bouwkundige staat De Ravense Poort is in 1998 gebouwd. Kinderopvang EduMare en Kinderkoepel hebben aangegeven ook hier inhoudelijk samen te gaan werken. Kinderkoepel heeft het onderwijsdeel van de MFA Tiendweide (voormalig Palet), dat op hetzelfde terrein ligt als de Ravense Poort, in gebruik voor kinderopvang. Wijk De Kooistee De Wijk Kooistee heeft twee basisscholen: Regenboog (Kreeft en Schelpenpad) en de Houthoeffe (Kreeft en Forel). De scholen maken deel uit van schoolbestuur EduMare. De Houthoeffe (Kreeft) en Regenboog (Kreeft) zijn gehuisvest op een gezamenlijke kavel. De Houthoeffe (Forel) en Regenboog (Schelpenpad) zijn gehuisvest op een eigen locatie. Het gebouw van de Regenboog aan het Schelpenpad is eigendom van de gemeente.

Afbeelding 8 – Houthoeffe (Kreeft 35) en Regenboog (Kreeft 37)

IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039

Blz. 44

Afbeelding 9 – Houthoeffe (Forel) en Regenboog (Schelpenpad)

Leerlingenprognose en ruimtebehoefte Het leerlingenaantal van de Regenboog (Kreeft en Forel gezamenlijk) daalt naar 246 leerlingen in 2031 (-3%). Daarna neemt het leerlingenaantal geleidelijk toe tot 260 leerlingen in 2039. De Regenboog (Kreeft) heeft een ruimteoverschot van 195 m² (12%). Dit ruimteoverschot loopt op naar een piek van 258 m² in 2031 en neemt daarna weer iets af. Het leerlingenaantal van de Houthoeffe (Kreeft en Forel gezamenlijk) daalt naar 345 leerlingen in 2031 (-12%). De Houthoeffe heeft een ruimteoverschot van 559 m² (21%). Dit ruimteoverschot loopt op naar een piek van 680 m² in 2031 en neemt daarna weer iets af.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14151339/1