IHP Voorne aan Zee def._23 april 2024
Tekst van het document
Voorne aan Zee Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs 2024-2039
adviseren• huisvesten• organiseren
INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................ 1 GEBRUIKTE AFKORTINGEN ................................................................................................... 3 INLEIDING ................................................................................................................... 4 1.1
Het Integraal Huisvestingsplan: nut en noodzaak ................................................... 4
1.2
Inhoud IHP ........................................................................................................ 6
1.3
Aanpak IHP ....................................................................................................... 6
1.4
Vervolg ............................................................................................................. 6
ONDERWIJS IN VOORNE AAN ZEE ................................................................................... 7 2.1
Regionale context ............................................................................................... 7
2.2
Scholen in Voorne aan Zee .................................................................................. 8
2.3
Samenwerking en ondersteuning .......................................................................... 9
2.4
Leerlingenprognose ............................................................................................ 9
2.5
Leerlingenstromen op gemeentelijk niveau .......................................................... 11
2.6
Schoolbesturen ................................................................................................ 11
2.7
Huisvestingscapaciteit....................................................................................... 12
KINDEROPVANG ......................................................................................................... 13 3.1
Algemeen ........................................................................................................ 13
3.2
Samenwerking ................................................................................................. 13
3.3
Prognose? ....................................................................................................... 14
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN ..................................................................................... 15 4.1
Wat speelt er vooral in het onderwijs? ................................................................. 15
4.2
Trends die het onderwijs en ook de huisvesting bepalen ....................................... 16
4.3
Brede scholen en IKC’s...................................................................................... 17
4.4
Corona – meer aandacht voor binnenklimaat........................................................ 18
4.5
Gebruikskwaliteit en toekomstwaarde van gebouwen ............................................ 18
4.6
Verduurzaming ................................................................................................ 19
4.7
Kosten en financiering ...................................................................................... 20
4.8
Woningbouw.................................................................................................... 21
VISIE EN AMBITIES ..................................................................................................... 22 5.1
Algemeen ........................................................................................................ 22
5.2
De basis van ons beleid..................................................................................... 22
5.3
Onze visie op het sociale domein ........................................................................ 22
5.4
Onze visie op het onderwijskundig domein ........................................................... 23
5.5
Onze visie op praktische beleidspunten die relatie hebben met de gebouwen 23
5.6
Ambities leefomgeving ...................................................................................... 24
5.7
Ambities van onderwijshuisvesting ..................................................................... 25
WET- EN REGELGEVING ............................................................................................... 26 6.1
Wettelijke taak onderwijshuisvesting .................................................................. 26
6.2
Verplichtingen rond duurzaamheid ...................................................................... 27
BELEIDSKADER IHP ..................................................................................................... 29 7.1
Goed, divers en gespreid onderwijs..................................................................... 29
7.2
Toekomstbestendige en duurzame huisvesting ..................................................... 30
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 1
ANALYSE HUISVESTING MET KANTTEKENINGEN ............................................................. 31 8.1
Noodzaak ........................................................................................................ 31
8.2
Huisvestingscapaciteit en ruimtebehoefte ............................................................ 33
8.3
Analyse schoolgebouwen voor SBO en VSO in Voorne aan Zee ............................... 33
8.4
Analyse gebouwen basisscholen – Brielle, Vierpolders en Zwartewaal ...................... 35
8.5
Analyse gebouwen basisscholen – Hellevoetsluis en Oudenhoorn ............................ 40
8.6
Analyse gebouwen basisscholen – Oostvoorne en Rockanje .................................... 50
8.7
Analyse capaciteit – gymnastiek ........................................................................ 53
RESULTATEN ANALYSE ................................................................................................ 55 9.1
Resultaten analyse ........................................................................................... 55
9.2
Ruimtetekorten ................................................................................................ 55
9.3
Vervangende nieuwbouw ................................................................................... 55
9.4
Prioriteitstelling................................................................................................ 56
9.5
Prioriteit bepaling Hoofdprioriteit 1 ..................................................................... 57
9.6
Prioriteit bepaling Hoofdprioriteit 2 ..................................................................... 59
9.7
Samenvatting prioriteitstelling ........................................................................... 60
PROJECTEN ................................................................................................................ 61 10.1
Projectplannen ................................................................................................. 61
FINANCIERING, UITVOERING EN PLANNING ................................................................... 65 11.1
Financiële uitgangspunten ................................................................................. 65
11.2
Uitvoeringsprogramma 2024-2027 ..................................................................... 66
11.3
Uitvoeringsagenda 2028-2031............................................................................ 71
11.4
Doorkijk 2032 - 2039 ....................................................................................... 75
BIJLAGE I -
LEERLINGENPROGNOSE................................................................................. 77
BIJLAGE II -
KWALITEIT ................................................................................................. 79
BIJLAGE III –
LOPENDE AANVRAGEN EDUMARE ................................................................. 81
BIJLAGE IV –
OVERZICHT INVESTERINGEN EN LASTEN ...................................................... 83
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 2
GEBRUIKTE AFKORTINGEN BENG
Bijna energie-neutraal gebouw
BO
Basisonderwijs
BSO
Buitenschoolse opvang
BVO
Bruto vloeroppervlakte
DUO
Dienst Uitvoering Onderwijs (van het ministerie van OCW)
EPC
Energieprestatiecoëfficiënt
ENG
Energie-neutraal gebouw
IHP
Integraal Huisvestingsplan
IKC
Integraal Kind Centrum
KO
Kinderopvang
KOV
Kinderopvang
MOP
Meerjarenonderhoudsplan
MJOP
Meerjarenonderhoudsplan
OCW
(Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
OOGO
Op Overeenstemming Gericht Overleg
PO
Primair Onderwijs
SO
Speciaal Onderwijs
RMB
Ruimtebehoefte
SBO
Speciaal basisonderwijs
VNG
Vereniging Nederlandse Gemeenten
VO
Voortgezet Onderwijs
VSO
Voortgezet Speciaal Onderwijs
VVE
Voor- en vroegschoolse educatie
WPO
Wet op het Primair Onderwijs
WVO
Wet op het Voortgezet Onderwijs
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 3
INLEIDING Op Voorne-Putten zien we dat de economische en sociale dynamiek onder druk staat. Jongeren vertrekken, er is sprake van vergrijzing, bedrijven trekken weg en winkels en horecavoorzieningen hebben het moeilijk... De uitdaging voor Voorne-Putten is om op een goede manier met de veranderingen om te gaan en de goede keuzes te maken zodat de sociale en economische vitaliteit in stand blijft en wordt versterkt. Een doelgericht woningbouwprogramma, de gezamenlijke marketing van het prachtige leefen verblijfsklimaat en versterking van de aansluiting tussen arbeidsmarkt en economie kunnen het verschil maken … De herindeling biedt mooie kansen voor passende maatvoering op vraagstukken die een benadering op Voorne-Putten-niveau vergen. Denk daarbij aan landschapswaarde, toerisme & recreatie, ondernemerschap, economie en arbeidsmarkt & onderwijs.1
1.1
Het Integraal Huisvestingsplan: nut en noodzaak
Onderwijshuisvesting kent een gedeelde verantwoordelijkheid. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor exploitatie en onderhoud van schoolgebouwen. De gemeente heeft de wettelijke plicht het onderwijs door (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en eerste inrichting te voorzien van passende onderwijshuisvesting. Met een Integraal Huisvestingsplan (IHP) brengen gemeenten en schoolbesturen de gebouwelijke situatie van het huidige scholenbestand in beeld en formuleren ze gezamenlijk de investeringsnoodzaak rond de huisvesting van scholen. Dat gebeurt voor de langere termijn. Daarmee is een IHP een instrument om het huisvestingsbeleid voor de toekomst neer te zetten en de gemeente en de besturen de gelegenheid te geven om hun meerjarenbegrotingen daarop af te stemmen. Dit IHP speelt in op een aantal voorstellen voor wetswijzigingen die door VNG, PO-raad en VO-raad werden ingediend bij het Ministerie van Onderwijs.2 Het op basis daarvan ontwikkelde wetsvoorstel wordt vermoedelijk in 2025 vastgesteld. Dan ontstaat voor gemeente en schoolbesturen de mogelijkheid én de noodzaak om intensief te gaan samenwerken en om tot maatwerkoplossingen te komen.
Het is noodzakelijk om ook in Voorne aan Zee te gaan werken met een IHP om zodoende vanuit een goed beeld van de situatie in de verschillende kernen van onze gemeente, te komen tot een doelgerichte huisvestingsplanning van de scholen en een daarbij passende investeringsbegroting. De gemeente zal zich daarbij uiteraard baseren op de Gemeentelijke Verordening en op de wettelijke verplichtingen ten aanzien van scholenhuisvesting zoals onder meer beschreven in het Bouwbesluit. 3 In dit IHP is de huidige situatie en de toekomst beschreven van het PO in relatie tot de instanties voor kinderopvang en VVE. Voor de scholen voor VO in de gemeente Voorne aan Zee zal later een IHP worden opgesteld. Ook volgt nog een separaat plannings- en beleidsdocument voor het bewegingsonderwijs. Vanuit de bestaande visie van gemeente en besturen en vanuit het onderwijsbeleid van de scholen geven we richting aan de keuzes die gemaakt moeten worden. Uiteraard wordt rekening gehouden met lokale en nationale trends en ontwikkelingen. Daardoor zullen we ook in de toekomst kunnen beschikken over goed onderwijs en over adequate huisvesting van dat onderwijs.
1
Bron: ‘Herindelingsontwerp Brielle, Hellevoetsluis & Westvoorne’ (2020)
2
Zie: Brief VNG ‘Ontwikkelingen onderwijshuisvesting’, d.d. 27 november 2018 en: https://vng.nl/nieuws/integraal-huisvestingsplan-moet-scholen-zekerheid-bieden; en: https://www.internetconsultatie.nl/onderwijshuisvesting/b1
3
Zie: het Bouwbesluit [ https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bouwregelgeving/bouwbesluit-2012 ] en de na 2012 aangescherpte bouweisen.
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 4
In dit IHP wordt het gebouwenbestand kwalitatief en kwantitatief in beeld gebracht en vergeleken met de bestaande en toekomstige ruimtebehoefte van de scholen. Uiteraard wordt vervolgens bij de planning van nieuwbouw en renovatie rekening gehouden met alle wettelijke verplichtingen, en met wensen en actuele ontwikkelingen als Integrale Kind Centra (IKC), inclusief onderwijs; ‘Frisse Scholen4’ en de energietransitie. Daarbij worden verschillende opties met elkaar vergeleken en financiële consequenties in beeld gebracht. Dit IHP legt de inzet van beleid en middelen voor de eerste vier jaar vast in een programma en bepaalt de agenda voor de vier jaar daarna. Omdat het IHP een doorkijk geeft naar 2038, is het ook een beleidsinstrument voor de langere termijn. Het IHP wordt elke vier jaar aan de hand van actuele ontwikkelingen, nieuwe prognoses, trends én voortschrijdend inzicht bijgesteld. Op die manier blijft het IHP een dynamisch en actueel document. Belang van onderwijs Scholen zijn een belangrijke voorziening voor de inwoners van Voorne aan Zee. Onderwijs legt een basis om volwaardig te kunnen participeren in de maatschappij. De aanwezigheid van scholen levert daarnaast een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid in de afzonderlijke wijken en de gemeente als geheel.
Goed en gevarieerd onderwijs maakt de gemeente bovendien aantrekkelijk voor de 73.238 inwoners5 en als vestigingsplaats voor nieuwe inwoners. Relatie onderwijs en kwaliteit van de onderwijshuisvesting Goed onderwijs heeft een relatie met de kwaliteit van de onderwijshuisvesting. Een goed gebouw is geen garantie voor goed onderwijs, maar een slecht gebouw kan goed onderwijs wel moeilijk maken. Inzicht in de bestaande en toekomstige behoefte aan onderwijshuisvesting maakt het mogelijk om een lange-termijn-beleid te ontwikkelen. Integrale huisvestingsplannen zijn een middel om de gewenste kwaliteit van de onderwijshuisvesting te realiseren. Voorne aan Zee wil een beleidsrijk IHP ontwikkelen. Hiermee kan de gemeente de investeringen voor de onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs voor meerdere jaren bepalen en borgen dat er voldoende ruimte op scholen beschikbaar is om elk kind een plek op een school aan te bieden. Ambities IHP Dit IHP wil inzetten op goed gespreide, diverse en laagdrempelige onderwijsvoorzieningen. Dit is van belang voor de leefbaarheid in wijken. Daar staat tegenover dat instandhouding en goed onderhoud van te veel onderwijshuisvesting, een onevenredige claim legt op onderwijsbudgetten. Hierin zoeken we een goede balans.
De ambitie is bovendien om scholen, bijvoorbeeld door Brede Schoolactiviteiten, een rol te geven bij het versterken van de sociale cohesie in de wijken. Daarnaast zetten we met dit IHP in op verbinding door samenwerking binnen het onderwijs met de zorg, kinderopvang en sport. Door samenwerking kunnen het onderwijsaanbod en de onderwijshuisvesting worden geoptimaliseerd. Een optimale samenhang tussen zorg en onderwijs leidt tot een betere jeugdzorg. Hiervoor zijn multifunctionele en flexibel inzetbare gebouwen nodig. Zie voor de visie en ambities ook hoofdstuk 5.
4
Zie: https://www.rvo.nl/onderwerpen/verduurzaming-utiliteitsbouw/maatschappelijk- vastgoed/onderwijsgebouwen-po-envo#frisse-scholen
5
Meetjaar 2022 Bron: Allecijfers.nl 1-3-2023
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 5
1.2
Inhoud IHP
Om een efficiënt en doelmatig plan te ontwikkelen omschrijft dit IHP de gewenste voorzieningenstructuur voor onderwijshuisvesting op basis van een visie op onderwijs. Trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op onderwijs en onderwijshuisvesting worden geanalyseerd. Er wordt gekeken naar de huidige kwaliteit en capaciteit van de gebouwen, de leerlingenprognoses en toekomstige ruimtebehoefte. Daardoor krijgen de gemeente, de schoolbesturen en de organisaties voor kinderopvang de mogelijkheid om gericht onderwijs-huisvestingsbeleid te voeren en de besluiten integraal af te wegen.
1.3
Aanpak IHP
Gemeente, schoolbesturen en instanties voor kinderopvang hebben vanaf het begin constructief geparticipeerd in de totstandkoming van dit IHP. Leerlingenprognoses en gebouwgegevens zijn aangeleverd door de gemeente en getoetst bij de schoolbesturen. Door middel van interviews en vergaderingen met de schoolbesturen en Kinderopvang-organisaties en het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs6 is het IHP-traject besproken, zijn beleidsontwikkelingen en beleidswensen doorgenomen en zijn de visies en ambities van de individuele besturen in beeld gebracht. De behoeften en mogelijkheden zijn ook per school geïnventariseerd. Daarnaast hebben we met alle partners de mogelijkheden geïnventariseerd om te komen tot Integrale Kindcentra. Mede op basis van de besprekingen is het IHP ontwikkeld en in rapportvorm uitgeschreven. Daardoor is gaandeweg draagvlak gecreëerd voor de inhoud van dit IHP. 1.4
Vervolg
De volgende stap is het vormgeven van een uitvoeringsplan voor de concrete uitwerking van het programma. Verder wordt hierbij aandacht besteedt aan specifieke aspecten zoals eigendomsconstructie IKC, bouwheerschap en concrete uitwerking van de indexeringswijze. Direct na vaststelling van dit IHP zal de gemeente in overleg treden met haar partners om de uitvoering van dit IHP verder te concretiseren en uit te werken.
6
Zie: https://www.onderwijscollectiefvpr.nl
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 6
ONDERWIJS IN VOORNE AAN ZEE Goed onderwijs speelt een belangrijke rol in het toekomstige succes van het leven van leerlingen en hun gemeenschap. Het geeft jonge mensen een fundament op basis waarvan zij kunnen uitgroeien tot actieve en verantwoordelijke (wereld)burgers, die de samenleving om hen heen begrijpen en die in staat zijn het verschil te maken in die samenleving. 2.1
Regionale context
Afbeelding 1 - de nieuwe gemeente 'Voorne aan Zee’
Op Voorne-Putten liggen de gemeenten Voorne aan Zee en Nissewaard. De regio kent een vrij groot verschil in bevolkingsdichtheid tussen stad en ommeland, waarbij de kernen Hellevoetsluis, Brielle en Spijkenisse als stad worden aangeduid (meer dan 1.000 inwoners per km2). Voorne aan Zee bestaat uit diverse kernen, met in totaal 73.945 inwoners (1 jan 2023). De grote kernen Brielle, Hellevoetsluis, Oostvoorne en Rockanje zijn landelijke gemeenten. Voorne-Putten is een uniek groen en waterrijk eiland. Het landschap bestaat uit duinen en stranden, bosrijke gebieden en de openheid van de polders met daarin historische kreken. Inwoners wonen er met plezier: Ze hebben veel ruimte tot hun beschikking, de woonlasten zijn laag en het gebied is relatief veilig. Er is een sterke sociale samenhang en een grote betrokkenheid van de inwoners bij de leefomgeving. Voorne aan Zee kenmerkt zich als een woongemeente. De gemeente is sterk georiënteerd op Rotterdam – meer dan 30% van de inwoners werkt in Rotterdam. Het winkelbestand is afhankelijk van de lokale consument. Er worden veel sociale en maatschappelijke activiteiten georganiseerd op het gebied van kunst, cultuur en sport. Op economisch gebied zijn binnen Voorne toerisme en recreatie, de groot- en detailhandel en de agrarische sector belangrijke sectoren.
De groot- en detailhandel is vooral aanwezig op de bedrijventerreinen en de winkelcentra. De agrarische sector is voornamelijk landbouw en (glas-)tuinbouw.’7
7
Visie Herindelingsontwerp Brielle, Hellevoetsluis & Westvoorne
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 7
Leerlingenontwikkeling Voorne-Putten Tussen 2019 (okt.) en 2022 (okt.) is het aantal leerlingen in het primair onderwijs op Voorne-Putten met 1,0 % gestegen (circa 120 leerlingen). Per kern zijn er grote verschillen: In Brielle, Nissewaard en Westvoorne is het leerlingenaantal (3,9%, 1,8% en 3,6%) gestegen. In Hellevoetsluis is het leerlingenaantal gedaald (2,7%). Het aantal BRIN-nummers8 is in dezelfde periode met 1 afgenomen (van 54 naar 53). De stijging komt na een lange periode van daling: Tussen 2004 (okt.) en 2018 (okt.) is het aantal basisschoolleerlingen gedaald met 17% (circa 2.400 leerlingen). Het aantal onderwijslocaties op Voorne-Putten is grotendeels behouden; een aantal besturen is gefuseerd, maar de spreiding van het onderwijs is gelijk gebleven. De verwachting is dat het aantal leerlingen in Hellevoetsluis tot 2026 zal dalen (daling met 2%). 9 2.2
Scholen in Voorne aan Zee
Basisonderwijs Het basisonderwijs in Voorne aan Zee is gevarieerd. Er valt wat te kiezen. Er zijn openbare, katholieke, christelijke en ‘algemeen bijzondere’ scholen voor basisonderwijs. Daarbinnen bestaan keuzes voor verschillende types onderwijs. Sinds de invoering van de wet ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’10 zijn de traditionele mogelijkheden voor het oprichten van nieuwe scholen en nevenvestigingen vervallen. De bestaande keuzemogelijkheden op basis van denominatie11 of een onderwijssysteem binnen de erkende richtingen12, zijn dus uitgebreid met de mogelijkheid dat bijvoorbeeld een groep ouders, een school naar eigen overtuiging of volgens een bepaald onderwijsconcept opricht. Wanneer zij aantonen dat er voldoende belangstelling voor de nieuwe school zal zijn en de school voldoende onderwijskwaliteit zal kunnen bieden, kan de nieuwe school worden opgericht. Deze wordt dan bekostigd door het Rijk waardoor voor de gemeente de zorgplicht ontstaat ten aanzien van huisvesting en eerste inrichting. In Voorne aan Zee startte op 1 augustus 2023 de nieuwe basisschool De Verwondering die, na het juist doorlopen van de procedures, op deze wijze is opgericht. Dit geldt ook voor de Ravense Poort die ook op 1 augustus 2023 is gestart. Het onderwijsaanbod in de verschillende gemeentekernen van Voorne aan Zee is niet alleen gevarieerd maar ook goed gespreid.
De gemiddelde loopafstand naar scholen bedraagt 1,0 kilometer. Speciaal basisonderwijs (SBO) Voor kinderen uit Voorne aan Zee die zich op de gewone basisschool niet optimaal kunnen ontwikkelen, biedt het speciaal basisonderwijs (SBO De Windroos) mogelijkheden met twee vestigingen, waarvan één in IKC De Samenstroom en één aan het Bolwerk in Hellevoetsluis. Ook voor kinderen van vier tot zeven jaar met een (dreigende) ontwikkelingsstoornis wordt in Voorne aan Zee onderwijs verzorgd. (Voortgezet) speciaal onderwijs De 3 (V)SO-scholen in Voorne aan Zee bieden specifieke ondersteuning aan leerlingen met gedragsproblemen en/of ontwikkelingsstoornissen die het reguliere onderwijs niet kan bieden. Speciaal Onderwijs (SO) is voor 4 tot 12-jarigen, Voortgezet Speciaal Onderwijs is voor leerlingen van 12 tot 18+.
8
BRIN (BasisRegistratie INstellingen) zijn registratieaanduidingen van het ministerie voor formeel zelfstandige scholen inclusief eventuele nevenvestigingen. Een dislocatie is een deel van een school (in een ander gebouw of op een andere locatie dan het hoofdgebouw) waarmee ruimtegebrek in het hoofdgebouw van de school wordt opgevangen. In de praktijk fungeren dislocaties vaak zelfstandig en vervullen ze een eigen functie binnen een wijk.
9
Bron: Leerlingenprognose Pronexus, juni 2022.
10
Zie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vrijheid-van-onderwijs/oprichten-nieuwe-school en: https://wetten.overheid.nl/BWBR0044712/2022-04-01
11
Rooms Katholiek; Protestants Christelijk; Interconfessioneel; openbaar.
12
Zoals Dalton en Montessori
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 8
Samenwerking en ondersteuning
2.3
Alle basisscholen in Voorne aan Zee zijn aangesloten bij het Samenwerkingsverband Onderwijscollectief Voorne- Putten Rozenburg (Onderwijscollectief VPR). De missie van het Onderwijscollectief VPR is te zorgen voor de beste ondersteuning voor elke leerling in het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband ondersteunt scholen voor PO en V(S)O onder meer bij het vinden van het juiste onderwijsarrangement voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte. De scholen werken ook samen met kinderopvangorganisaties op het gebied van vooren vroegschoolse educatie (VVE). Op die manier wordt een compleet en op elkaar aansluitend aanbod geboden, voor zoveel mogelijk kinderen binnen de eigen wijk (‘thuisnabij’). Alle schoolbesturen en instellingen voor kinderopvang werken samen met de gemeente aan de werkagenda voor de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Gemeenten, Kinderopvangorganisaties en schoolbesturen zijn verplicht om jaarlijks te overleggen over onderwijsachterstanden en het voorkomen van segregatie. In de praktijk wordt dit overleg ondergebracht in de Lokale Educatieve Agenda. Dit overleg is dus vanuit wettelijke bepalingen13 gericht op het bevorderen van integratie, het voorkomen van segregatie, het bestrijden van onderwijsachterstanden, en de inschrijving en toelating.
Daarnaast wordt er regulier overlegd tussen gemeente en besturen over jeugdzorg en de huisvesting van scholen. Vanwege de gemeentelijke verantwoordelijkheden met betrekking tot kinderopvang en VVE, en de samenwerking in een IKC of bij inwoning in een school, worden hier de instellingen voor KO bij betrokken. Ook is er een REA (Regionaal Educatieve Agenda) en een OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg), waaraan de gemeente Nissewaard deelneemt.
2.4
Leerlingenprognose
Speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs In Voorne aan Zee gaan 131 leerlingen naar het SBO (teldatum 1 okt. 2022). Er is een leerlingenprognose voor het primair onderwijs opgesteld (Pronexus, juni 2022). In deze cijfers zijn alle op dit moment bekende woningbouwlocaties meegenomen. Deze prognose geeft aan dat het aantal SBO-leerlingen voor Voorne aan Zee licht zal toenemen tot 139 leerlingen in 2039.
Voorne - SBO scholen De Windroos BeO De Schelp Voorne aan Zee
2024 111 5 116
Leerlingen prognose Pronexus 2025 2029 2034 128 132 137 128
132
137
2039 139 139
Tabel 1: Prognose aantal leerlingen SBO
In Voorne aan Zee gaan 252 leerlingen naar het (V)SO (teldatum 1 okt. 2022). De leerlingenprognose (Pronexus, juni 2022) geeft aan dat het aantal (V)SOleerlingen voor Voorne aan Zee
13
Zie o.a.: https://vng.nl/nieuws/verplichte-informatieverstrekking-over-vve-en-lea
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 9
Voorne - (V)SO scholen SO-Watertoren VSO-Maarland Mw. Dr. Gelinckschool Voorne aan Zee
2024 67 92 91 250
Leerlingen prognose Pronexus 2025 2029 2034 60 62 65 92 91 91 119 123 128 271 276 284
2039 66 93 130 289
Tabel 2: Prognose aantal leerlingen (V)SO
In de geest van de Wet op het Passend Onderwijs (2014) zijn de leerlingenaantallen in het VSO op Voorne gedaald. De aantallen SBO-leerlingen zijn min of meer gelijk gebleven. De scholen en het samenwerkingsverband streven naar verlaging van de aantallen leerlingen in het SBO/(V)SO door versterking van de ondersteunende vaardigheden van het reguliere basisonderwijs. Als dat beleid succesvol is zullen meer leerlingen naar het reguliere basisonderwijs gaan en dus minder leerlingen naar SBO/(V)SO. De geprognosticeerde leerlingenaantallen voor het SBO/(V)SO worden dan wellicht niet bereikt. Basisonderwijs In Voorne aan Zee gaan 5.378 leerlingen naar het BO (teldatum 1 okt 2022). De leerlingenprognose (Pronexus, juni 2022) geeft aan dat het aantal basisschoolleerlingen voor Voorne aan Zee als geheel zal toenemen tot ruim 5.950 leerlingen in 2038 (+10%).
Voorne - BO-scholen Brielle, Vierpolders, Zwartewaal Hellevoetsluis, Oudenhoorn Oostvoorne, Rockanje Voorne aan Zee
2024 1.414 3.060 966 5.440
Leerlingen prognose Pronexus 2025 2029 2034 1.561 1.791 1.930 3.038 3.111 3.157 980 993 1.030 5.579 5.895 6.117
2039 1.943 3.215 1.021 6.179
Tabel 3: Prognose aantal leerlingen bo
Opheffingsnormen scholen Vanwege de verschillen in bevolkingsdichtheid tussen stedelijk en landelijk gebied, worden door het Ministerie van OC+W variabele opheffingsnormen gehanteerd.14 Daarmee wordt onder meer bevorderd dat ook in krimpgebieden, onderwijs blijft bestaan. Voor de voormalige gemeente Brielle gold een opheffingsnorm van 101, voor Hellevoetsluis 145 en voor Westvoorne 60.15 De gemeente heeft het grondgebied gesplitst in een stedelijk deel (Hellevoetsluis, Brielle, Oostvoorne en Rockanje) en een landelijk deel (Vierpolders, Zwartewaal, Oudenhoorn en Tinte). De opheffingsnorm voor het stedelijk deel is 112 leerlingen en voor het landelijk deel 45 leerlingen.16
14
De opheffingsnorm is het minimaal aantal leerlingen voor een school die bekostigd wordt door het Ministerie van OCW.
15
Voor de kern Oudenhoorn (Hellevoetsluis) gold toen al een opheffingsnorm van 34 in plaats van 145.
16
Zie: https://wetten.overheid.nl/BWBR0048816/2024-01-01#Artikel2
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 10
2.5
Leerlingenstromen op gemeentelijk niveau
Ongeveer 97% (telling 10-2022) van de leerlingen die in Voorne aan Zee wonen volgt onderwijs in een school in de gemeente. De overige 3% leerlingen gaan naar een basisschool, school voor speciaal basisonderwijs of speciaal (voortgezet) onderwijs in een andere gemeente - voornamelijk Spijkenisse en Rotterdam (Hoogvliet).
Figuur 1: PO-leerlingenstromen-PO op gemeentelijk niveau (telling 10-2023)
Het samenwerkingsverband signaleert dat momenteel 58% van de VSO-leerlingen uit Voorne-Putten (telling mei 2022) op een school zit buiten de gemeente. Dat maakt het moeilijker deze leerlingen te plaatsen. Bovendien bestaat de wens om voor deze leerlingen meer thuisnabij onderwijs te realiseren. Het samenwerkingsverband verwacht dat dit de komende jaren zal leiden tot huisvestingsvragen voor VSO of voor uitbreiding van huisvesting van het reguliere VO.
2.6
Schoolbesturen
Er zijn drie schoolbesturen voor basisonderwijs in Voorne aan Zee: Onderwijsgroep EduMare (hierna: EduMare), Mares Beheer (per aug. 2023) en i-Hub Onderwijs (voorheen: Horizon). De schoolbesturen en het samenwerkingsverband hebben elk hun eigen verantwoordelijkheid en beleid, maar zetten zich ook gezamenlijk in voor gemeenschappelijke doelen. Er is veel ambitie. Dat biedt kansen voor Voorne aan Zee. EduMare biedt basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs aan. I-Hub heeft één school in Voorne aan Zee: De Gelinckschool voor speciaal onderwijs, met een vestiging in Oostvoorne en Hellevoetsluis. Mares Beheer voert sinds 1 augustus 2023 het bevoegd gezag over de nieuwe basisschool De Verwondering.
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 11
Scholen, locaties en leerlingen in Voorne aan Zee leerlingen Onderwijssoort
Schoolbestuur
okt. 2023
scholen
locaties
gemiddelde
(BRIN)
(aantal)
schoolgrootte
aantal
%
Basisonderwijs
EduMare
21
25
215
5.377
92%
Basisonderwijs
Mares Beheer
1
1
63
63
1%
Speciaal basisonderwijs
EduMare
1
1
111
111
2%
Speciaal onderwijs
Horizon
2
2
48
96
2%
Speciaal onderwijs
EduMare
1
67
67
1%
Voorgezet speciaal onderwijs
EduMare
1
92
92
2%
31
223
5.806
100%
1
Totaal
26
Tabel 4: Overzicht (speciaal) basisonderwijs in Voorne aan Zee per augustus 202217
2.7
Huisvestingscapaciteit
De dertig schoolgebouwen voor primair onderwijs hebben een totale capaciteit van circa 40.142 m2 BVO [waarvan 35.227 m2 BO, 1.363 m2 SBO en 3.552 m2 V)SO].18 Dit is exclusief wissellokalen en gymlokalen, maar inclusief ruimten die in medegebruik zijn door kinderopvang. De 1.724 m² tijdelijke huisvesting betreft onder andere de nieuwe school De Verwondering. Het gaat hier om 1.307 m². Deze voorziening is in het de winter van 2023/2024 gerealiseerd.
Cap. (incl. verhuur) Hellevoetsluis, Oudenhoorn Brielle, Vierpolders, Zwartewaal
BO (m²) 19.056 9.694
Oostvoorne en Rockanje
SBO (m²) 1.363 0
(V)SO (m²) 0 1.700
Totaal (m²) 20.419 11.394
5.170
0
1.852
7.022
33.920
1.363
3.552
38.835
Tijdelijke extra capaciteit Hellevoetsluis, Oudenhoorn Brielle, Vierpolders, Zwartewaal Oostvoorne en Rockanje
BO (m²) 1.307 130 287 1.724
SBO (m²)
(V)SO (m²)
0
0
Totaal (m²) 1.307 130 287 1.724
Totaal Totaal
BO (m²) 35.644
SBO (m²) 1.363
(V)SO (m²) 3.552
Totaal (m²) 40.559
Tabel 5: Capaciteit voor onderwijshuisvesting
17
Voor het aantal scholen (BRIN) en locaties is de situatie weergegeven per aug 2023. De SO- en SBO-voorziening in De Samenstroom zijn niet opgenomen als separate locaties. Leerlingenaantallen zijn weergegeven volgens teldatum 1 okt 2023.
18
De SBO-m²’s in de Samenstroom zijn bij het m² van het basisonderwijs gerekend.
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 12
KINDEROPVANG Al met al kunnen we op grond van de huidige gegevens en analyseaanpak voorzichtig concluderen dat het voor- en vroegschoolse onderwijsachterstandenbeleid impact heeft, maar dat versterking van de educatieve kwaliteit van het voor- en vroegschoolse aanbod en van de doorgaande educatieve lijn tussen de voorschoolse en vroegschoolse periode de impact kan vergroten. De kloof in vaardigheden aan het einde van de basisschool is ondanks inhaaleffecten en de invloed daarvan op de schoolvaardigheden, en ondanks de verkleining van de kloof in de periode van groep 3 t/m groep 8, nog altijd groot. De resultaten op basis van verschillende analyses bevestigen echter dat streven naar hoge educatieve kwaliteit in de voor- en vroegschoolse educatie de impact ervan kan vergroten en ook kan leiden tot langetermijneffecten op schoolvaardigheden.19 3.1
Algemeen
Voorne aan Zee beschikt over voorzieningen voor alle vormen van kinderopvang, inclusief gastouderopvang. De activiteiten vinden voor een belangrijk deel plaats in de bestaande onderwijsgebouwen. In Voorne aan Zee wordt kinderopvang aangeboden door de Kinderopvangorganisaties Humankind, de Kinderkoepel, Het Kuikentje en Partou. 3.2
Samenwerking
In Voorne aan Zee bestaat een traditie van uitstekende samenwerking tussen het primair onderwijs en de instanties voor kinderopvang, inclusief naschoolse opvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Dit komt niet alleen tot uiting in afspraken over huur en medegebruik, maar blijkt ook uit het feit dat er in Voorne aan Zee in 2023 een nieuw VVE beleid is opgesteld in samenwerking met deze partners. Het doel hiervan is om ervoor te zorgen dat peuters zonder spraak- of taalachterstand naar de basisschool kunnen gaan. Door deelname aan kinderopvang met vroeg- en voorschoolse educatie 2-6 leren kinderen, ook uit gezinnen waarin dat niet vanzelf gaat, sociaal gedrag en worden ze taalvaardiger. Hierdoor gaan de overgang naar en de deelname aan het basisonderwijs succesvoller. Onderzoek heeft uitgewezen dat die overstap ‘van voorschool naar school’ een belangrijke overgang is voor het kind en dat het werken aan een drempelloze overgang van voorschool naar school, vruchtbaar is.20 Deze voordelen gelden ook voor kinderen die voorlopen op leeftijdgenoten en voor kinderen die hoogbegaafd zijn. Zij kunnen vanuit de integrale pedagogische aanpak bijtijds passend worden uitgedaagd. In het concept VVE beleid is tevens opgenomen dat de gemeente zorgt voor huisvesting van Voorschoolse Educatie (VE) binnen IKC-locaties, waarbij kostprijsdekkende huur gerekend wordt.
Door een verruiming van de indicatiestelling verwacht men dat het aantal VEkinderen stijgt van 110 naar 144. Aangezien de bestaande peutervoorzieningen vol zitten bij de huidige VE-aantallen, zal er bij nieuwbouwplannen ook gekeken worden hoe peuterplekken ingepast kunnen worden.
19
Zie: bijlage 4 en: Dekker, B., Paulussen, M.C., e.a.; Condities voor kindvriendelijke overgang. Eindrapport. Amsterdam & Utrecht – 2016. Zie ook de Kamerbrief van 26 april 2023 en: Leseman (2021).
20
Zie: https://www.onderwijskennis.nl/kennisbank/de-impact-van-voorschoolse-educatie; Zie ook: Oostdam, R.J., e.a.; ‘Een integraal kindcentrum als open leer- en ontwikkelingsgemeenschap: tijd voor een samenhangende visie op opvoeding, educatie en opvang.’ In: Pedagogiek-34e jaargang nr 1 – Amsterdam – 2014. Zie ook: https://kohnstamminstituut.nl/rapport/het-pre-cool-cohort-tot-en-met-groep-8/
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 13
Onderwijs en kinderopvang hebben in Voorne aan Zee uitgesproken om te streven naar Integrale Kindcentra en inhoudelijke samenwerking. Die inhoudelijke samenwerking richt zich vooral op visieontwikkeling, doorlopende leerlijnen en effectieve zorglijnen binnen passend onderwijs. 3.3
Prognose?
Op dit moment zijn er overal in Nederland enorme personeelstekorten en lange wachtlijsten in de kinderopvang. Het verloop van de capaciteit voor kinderopvang in Nederland is over de laatste tien à vijftien jaar nogal grillig. Naast het wisselend aantal kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar, spelen ook de economische omstandigheden en de financiële bijdrage vanuit de overheid een grote rol in de behoefte aan kinderopvang. Een heldere prognose van de kinderopvang voor meer dan enkele jaren is daardoor niet te geven. In heel Voorne aan Zee is een tekort aan capaciteit binnen de kinderopvang. Het is daarom wenselijk om overal in Voorne aan Zee, inhoudelijke en fysieke verbinding te organiseren tussen de scholen en de opvangvoorzieningen.
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 14
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Naar verwachting zal leren in de toekomst minder tijd- en plaatsgebonden zijn dan nu en zullen de mogelijkheden voor gepersonaliseerd leren toenemen. Formeel, informeel en niet- formeel leren doet men steeds vaker in gemixte, diverse en complexe contexten. Mobiele technologie maakt leren op elk moment op elke locatie mogelijk. Leren is er informeler, persoonlijker en alomtegenwoordig door geworden. Geïnstitutionaliseerd leren in het onderwijs zal waarschijnlijk niet verdwijnen maar veranderen van aard. Zo zal het eenvoudiger worden om te differentiëren tussen leerlingen, kan vermenging van de virtuele en fysieke leeromgeving tot verrijking van het lesaanbod leiden en kan die les op verschillende plekken gegeven worden.21
4.1
Wat speelt er vooral in het onderwijs?
Elk jaar publiceert de Onderwijsinspectie een trendanalyse van de actuele situatie in het onderwijs. In ‘De staat van het Onderwijs22’ van 2022 signaleerde de Onderwijsinspectie al een aantal knelpunten: -
Het lerarentekort en de werkdruk waarmee leerkrachten te maken krijgen, vormen een bedreiging voor de kwaliteit van het onderwijs. Het zorgt ervoor dat er te weinig ruimte is om te werken aan kwaliteitsverbetering en kan leiden tot ongelijke kansen, segregatie en dalende prestaties. Om tot structurele oplossingen te komen pleit de inspectie voor meer ruimte in regelgeving voor onderwijs, opvang en (jeugd)zorg.
-
Er zijn zorgen over de situatie van kwetsbare leerlingen met een beperking of een complexe ondersteuningsbehoefte. Het aantal kinderen in het speciaal onderwijs stijgt ondanks de invoering van de Wet Passend Onderwijs in 2014.
-
Er is meer aandacht voor basisvaardigheden, maar de opbrengst is beperkt. Er moet een landelijke aanpak komen om de opbrengsten te verbeteren.
-
Er zijn nog na-ijleffecten van corona: Door corona zijn leervertragingen ontstaan. Deze zijn ongelijk verdeeld. Zo heeft de coronacrisis kinderen van ouders met een laag opleidingsniveau het hardst geraakt.
-
Er is voor het eerst aandacht voor financiën. De inspectie erkent (eindelijk) dat er meer geld nodig is voor onderwijshuisvesting.
Met deze punten geeft de inspectie dus aan welke zaken bovenmatig spelen in het onderwijsveld. Mede op grond daarvan kunnen de volgende trends onderscheiden worden.23 Deze hebben een effect op het onderwijs in Voorne aan Zee en uiteindelijk natuurlijk ook op de onderwijshuisvesting.
21
Zie: Sociaal en Cultureel Planbureau: De Toekomst Tegemoet (2016)
22
‘De Staat van het Onderwijs 2022’, Inspectie van het Onderwijs, Min. OC&W, 13 april 2022
23
Zie: https://www.kennisnet.nl/app/uploads/kennisnet/publicatie/Kennisnet-Onderwijs-en-ict-trends-die-het- onderwijsbeïnvloeden/ en: https://www.onderwijstrends.nl/top-10-onderwijstrends/
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 15
4.2
Trends die het onderwijs en ook de huisvesting bepalen
Het personeelstekort In alle lagen van het onderwijs en voor alle soorten werkzaamheden bestaan inmiddels overal in het land ernstige tekorten. Ook in krimpregio’s is dit het geval. Hier gaan meer mensen met pensioen dan zou passen bij de afname van leerlingen. Overal wordt steeds meer gewerkt met zij-instromers en blijft het aantal studenten dat voor een loopbaan in het onderwijs kiest, achter bij de vraag. Door het lerarentekort neemt de werkdruk toe terwijl de aantrekkelijkheid van het werk afneemt. Daarnaast komt de kwaliteit van het onderwijs erdoor onder druk te staan. De tekorten aan pedagogisch personeel in de kinderopvang en VVE doen zich ook in Voorne aan Zee voelen. Het is belangrijk om het werken in het onderwijs van Voorne aan Zee aantrekkelijk te laten zijn en om daarbij ook te zorgen voor aantrekkelijke werkplekken. Kansenongelijkheid Het Ministerie voor OC+W stelt landelijk voor 15 procent van de kinderen met een hoog risico op onderwijsachterstand, extra financiering beschikbaar. Van de 6.360 kinderen uit Voorne aan Zee, valt 15,4% procent binnen de landelijke doelgroep.24 Dit is een belangrijke reden voor goede samenwerking tussen gemeente, scholen en instanties voor KO en VVE en voor een actief onderwijsachterstandenbeleid gericht op het tegengaan van segregatie.
Artikel 167 van de WPO regelt het verplichte overleg van gemeente en besturen over de VVE en het achterstandenbeleid. Dat wordt in Voorne aan Zee geregeld in het LEAoverleg. De komende jaren is het belangrijk om goed te overleggen met de aanbieders van VVE en Kinderopvang over de onderwijskundige aspecten van de ondernomen activiteiten en de rol van de instanties voor kinderopvang in de doelstellingen van de LEA. Wanneer kinderopvang gebruik maakt van hoogwaardige educatieve programma’s wordt immers effectief gewerkt aan de vorming van het jonge kind en aan het wegwerken en voorkomen van achterstanden.25 Daarnaast hebben goed aangesloten voorzieningen voor kinderopvang en VVE een belangrijke rol in het vroeg signaleren van zorgproblematiek. Tenslotte leidt een goed werkend systeem van kinderopvang, VVE en BSO tot een ondersteuning van het wegnemen van knelpunten in de lokale arbeidsmarkt als ouders hun werkzaamheden goed kunnen plannen. Het onderwijs moet meer maatwerk bieden en goed kunnen omgaan met verschillen tussen kinderen. Dit vraagt onder meer om gedifferentieerde onderwijsruimten.
Veranderende arbeidsmarkt De ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de richting van automatisering, flexibilisering en verduurzaming is wellicht niet direct merkbaar in de uitvoeringsactiviteiten van het funderend onderwijs, maar geeft uiteraard wel richting aan de accenten die in de ontwikkeling van het onderwijs aan de orde komen. Veel van onze huidige leerlingen zullen werk gaan doen dat 20 jaar geleden niet bestond. De scholen moet daar uiteraard op inspelen. In de Regiodeal (samenwerking tussen Voorne Putten, Hoeksche Waard en Goeree Overflakkee) wordt aandacht besteed aan de koppeling tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Ondertussen hebben uiteraard ook de scholen in Voorne aan Zee te maken met het lerarentekort.
24
Het recentste meetjaar is 2021. Zie monitor: https://www.gelijke-kansen.nl/over-gelijke-kansen/beleid
25
Zie: CPB-rapport ‘Ongelijkheid van het jonge kind’ 2020 en het OCW-Inspectierapport ‘Kwaliteit van voor- en vroegschoolse Educatie in Nederland’ - Meting VVE-2019 - februari 2020
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 16
Technologische ontwikkelingen De toenemende aandacht voor digitalisering en mechanisering van de maatschappij heeft uiteraard effect op de onderwijsinhoud, de manier van werken en de huisvesting van de scholen. Persoonsontwikkeling en inclusiever onderwijs Er ligt al een aantal jaar een zware druk op de scholen om meer aandacht te besteden aan basisvakken als taal en rekenen. Daarnaast wordt er in toenemende mate gevraagd van scholen om de leerlingen maatschappelijke kennis, vaardigheden én de juiste houding bij te brengen. Dit leidde onder meer tot het wettelijk voorgeschreven vak Burgerschap.26 De persoonsontwikkeling van leerlingen is ook in belangrijke mate aan de orde als het gaat om passend onderwijs en de daarmee samenhangende taken van scholen. Het op handen zijnde ‘Leerrecht’ van kinderen met een gecompliceerde ondersteuningsbehoefte zal de urgentie op dit terrein nog doen toenemen.27 De gemeente en de schoolbesturen van Voorne aan Zee willen dan ook inzetten op inclusiever onderwijs. Schoolbesturen en het samenwerkingsverband hebben hiervoor een ambitieus plan opgesteld: het Ondersteuningsplan 2022-2026 ‘Samen, voor inclusiever onderwijs’. Daarin werken de scholen intensief samen met de ketenpartners en ondersteunende diensten als Jeugdzorg. Dit heeft gevolgen voor de huisvestingsvragen van de scholen.
Voor de specifieke onderwijsaanpak en begeleiding van leerlingen met een ondersteuningsvraag, voor begeleidingsactiviteiten en in het SO ook voor fysieke verzorging, zijn specifieke ruimten in de scholen nodig. Tevens stelt dit andere eisen aan BSO-groepen waar ook bij ruimteverdeling rekening mee gehouden dient te worden. De gemeente en de schoolbesturen van Voorne aan Zee willen de bovengenoemde trends en knelpunten betrekken bij de vormgeving van het onderwijs en de ontwikkeling van onderwijshuisvesting. Naast het anders organiseren van het onderwijs, betekent dit dat er flexibele en toekomstbestendige gebouwen nodig zijn die klaar zijn voor onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen en kunnen inspelen op veranderingen van de arbeidsmarkt.
4.3
Brede scholen en IKC’s
Samenwerkingsvormen zoals bijvoorbeeld ‘brede scholen’ bieden een samenhangend aanbod voor kinderen van 0-12 jaar op het gebied van onderwijs, sport en cultuur. Meestal verbinden zij daarbij ook verschillende vormen van onderwijs en jeugdzorg. Daarnaast proberen brede scholen een doorgaande leerlijn te ontwikkelen tussen peuterspeelzalen, kinderopvang en onderwijs. Het doel van brede scholen is door goede samenwerking de ontwikkelingskansen van kinderen te vergroten en de zorg (van ouders) voor kinderen te ondersteunen. Het vormgeven van een brede school is makkelijker als de samenwerkingspartners gezamenlijk zijn gehuisvest en/of samen één organisatie vormen waarin wordt gewerkt volgens één pedagogische en educatieve visie: een integraal kindcentrum (IKC).
26
Zie: Artikel 8.3 Wet op het primair onderwijs & artikel 17 Wet op het voortgezet onderwijs
27
Zie: Wetsvoorstel en Memorie van Toelichting ‘Verankering van het leerrecht.’, initiatiefwetsvoorstel Paul van Meenen 8-12-2022: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?cfg=wetsvoorsteldetails&qry=wetsvoorstel%3 A36257#activity2022A02299
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 17
In een IKC werken basisschool en kinderopvang dagelijks samen aan het verwezenlijken van de gemeenschappelijk geformuleerde doelstellingen. Door de bundeling van expertise én door een gemeenschappelijke systematische aanpak [die voor kinderen en ouders herkenbaar is!] ontstaat een ontwikkel- en leerlijn die gunstig is voor de ontwikkeling van alle kinderen. Daardoor kan een IKC een aantrekkelijke kernplek in de wijk worden en wordt het partnerschap van ouders met vve en onderwijs sterker. Als ouders wennen aan de rol van het IKC in hun wijk op gebied van vroeg- en voorschoolse educatie en aan de integrale en vanzelfsprekende toeleiding naar onderwijs, zal de deelname aan de voorschoolse educatie kunnen toenemen. IKC’s hebben dus een positief effect op het voorkomen en wegwerken van achterstanden bij kinderen en mede daardoor op de inclusie van achterstandsgroepen.28 De school, de kinderopvang, de voor- en vroegschoolse educatie en ondersteunende instanties als Jeugdzorg, vormen in een IKC één geïntegreerde organisatie. Het IKC biedt doorlopende ontwikkelingslijnen, dag-arrangementen en kind nabije zorg en bereikt door de samenwerking een zekere efficiency. Gemeente en besturen in Voorne aan Zee willen -waar mogelijk- streven naar de vorming van nieuwe IKC’s.
Lokale omstandigheden en de eigenheid van de verschillende kernen in de gemeente, bepalen mede de uiteindelijke vormgeving daarvan. Dit uitgangspunt leidt dus tot specifieke eisen aan de gebouwelijke situatie. Zie ook hierboven § 3.2.
4.4
Corona – meer aandacht voor binnenklimaat
Al langer is bekend dat een gezond binnenklimaat het werk- en leerresultaat in scholen ten goede komt. Met name sinds de corona-epidemie worden blijvend hogere eisen gesteld aan het binnenklimaat van scholen. Dit is dan ook een thema geworden van sectorraden en overheden. De besprekingen hebben echter nog niet geleid tot structurele veranderingen als bijvoorbeeld van het Bouwbesluit. Er worden wel regelmatig incidentele middelen voor vrijgemaakt, zoals de SUVIS-subsidie en budgetten voor CO2-meters.29 De gemeente en de schoolbesturen willen de aandachtspunten van corona betrekken bij de ontwikkeling van onderwijshuisvesting: gebouwen moeten voldoende geventileerd worden. Bij nieuwbouw wordt daar rekening mee gehouden. Ondertussen doen scholen wat mogelijk is aan de ventilatie van bestaande gebouwen.
4.5
Gebruikskwaliteit en toekomstwaarde van gebouwen
Onderwijs verandert. Daarmee veranderen ook de eisen die aan schoolgebouwen worden gesteld. 1. Verandering van onderwijsconcepten - ideeën over invulling van goed onderwijs veranderen. Schoolgebouwen moeten ruimten en infrastructuur bieden voor veranderende onderwijsconcepten en digitale hulpmiddelen. 2. Differentiatie – schoolgebouwen moeten ruimten bieden om gedifferentieerde lesvormen te faciliteren. Lesvormen moeten ook volgens het onderzoekskader van de Inspectie30 goed afgestemd worden op de individuele onderwijsbehoeften van leerlingen. Dit leidt tot de noodzaak van gedifferentieerde ruimten. 3. Flexibiliteit – de maatschappij verandert. De aan te leren kennis en vaardigheden zullen dus ook steeds moeten veranderen. Schoolgebouwen moeten daarom flexibeler worden ingericht en eenvoudiger kunnen worden aangepast.
28
Zoals ook gesteld in het CPB-onderzoek (Swart, 2017) en in de Kamerbrief van 26 april 2023 (m.n. p.3).
29
SUVIS (Specifieke uitkering ventilatie in scholen) was een uitkering voor gemeenten om het binnenklimaat van bestaande schoolgebouwen te verbeteren. Het project moest in 2022 zijn gestart en uiterlijk vóór 2023 zijn afgerond. Zie ook: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/suvis
30
Zie: ‘ONDERZOEKSKADER 2021 voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs.’ 1 augustus 2022
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 18
De gemeente en de schoolbesturen van Voorne aan Zee willen inzetten op multifunctionele en flexibele onderwijsgebouwen. Kwaliteitskader In het ‘Kwaliteitskader PO’ (actualisatie mei 2021) hebben de VNG, PO-Raad, het Kenniscentrum ‘Ruimte OK’ en een vertegenwoordiging van schoolbesturen, kwalitatieve kaders opgesteld voor de bouw en verbouw van scholen. Het Kwaliteitskader PO bevat een reeks eenduidige, herkenbare en praktisch toepasbare prestatiecriteria voor een functioneel en goed bruikbaar schoolgebouw, verdeeld over drie thema’s: beleving (architectonische kwaliteitscriteria), gebruik (functionele kwaliteitscriteria) en techniek (technische kwaliteitscriteria). Hoewel het kwaliteitskader nog geen formeel uitgangspunt is voor nieuwbouw van schoolgebouwen, worden de ontwikkelingen gevolgd. Tevens hanteert de kinderopvang bij IKC-vorming (door gemeente en partners) het Kwaliteitskader Huisvesting Kinderopvang als uitgangspunt bij ontwerp en inrichting.
4.6
Verduurzaming
De uitkomst van het Klimaatakkoord is dat de CO2-uitstoot in 2030 met 49% afgenomen moet zijn en in 2050 bijna-energieneutraal moet zijn. Nederland wil in 2050 klimaatbestendig zijn ingericht. Dit moet ervoor zorgen dat schade door hittestress, wateroverlast en droogte zo min mogelijk toeneemt. Er komen steeds meer wettelijke duurzaamheidseisen voor scholen bij nieuwbouw: gasloos bouwen (sinds 2018), bijna-energieneutraal bouwen (BENG; sinds 2020) en zonnepanelen (vanaf 2025). Maar ook bestaande schoolgebouwen moeten aan steeds meer eisen voldoen. Scholen met een hoog energieverbruik31 moeten verplicht energiebesparende maatregelen nemen (sinds 2019). Daarnaast is er toenemende aandacht voor luchtkwaliteit, milieubelasting van bouwen, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde van gebouwen. Gebouwen moeten klimaat-adaptief worden. Hoewel er nu vooral scholen ‘volgens BENG’ worden gebouwd, is de verwachting dat binnenkort de verplichting aan de orde is om nieuwe scholen aan de ENG-normen te laten voldoen. Implementatie van duurzaamheid brengt kosten met zich mee waarmee nog geen rekening is gehouden in de huidige VNG-normbedragen. De gemeente en schoolbesturen willen duurzaam beleid voor schoolgebouwen voeren. Het ligt voor de hand dat Voorne aan Zee aansluit bij de landelijke trends en zich in elk geval houdt aan de regelgeving voor duurzaamheid.
De te nemen maatregelen zullen per project worden bepaald. Daarnaast is het belangrijk dat de scholen aan de leerlingen een besef van duurzaamheid meegeven. Scholen hebben een verantwoordelijkheid naar de toekomst. Zij leiden op voor toekomstige generaties. Het schoolgebouw en het terrein kunnen daar op allerlei manieren een belangrijk en inspirerend onderdeel van zijn. Stikstof en PFAS Naast broeikasgassen vormen ook de stikstof en PFAS een probleem voor het milieu. In Nederland wordt de bodem belast door te hoge concentraties van stikstof en PFAS. Er zijn normen voor de maximale concentraties stikstof en PFAS vastgesteld. De normen voor stikstof en PFAS kunnen, bij sanering van de grond, prijsverhogende gevolgen hebben voor nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen en leiden tot vertraging.
31
Scholen die op jaarbasis 25.000 m3 of meer aardgas(equivalenten) of 50.000 kWh of meer elektra verbruiken.
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 19
4.7
Kosten en financiering
Stijgende kosten voor bouw en exploitatie van schoolgebouwen In de afgelopen 10 jaar en met name de laatste 3 jaar heeft zich een forse stijging van de bouwkosten van scholen voorgedaan. Dit hangt samen met de hogere eisen in het Bouwbesluit en met ontwikkelingen en ambities die in de maatschappij werden geformuleerd. De al hoge bouwkosten zijn eind 2021/begin 2022 nog verder gestegen. Dit heeft vooral te maken met de krappe bouwmarkt (te weinig capaciteit) en de verstoorde markt voor bouwmaterialen (o.a. door de oorlog in Oekraïne). Schoolbesturen hebben bij de exploitatie van schoolgebouwen ook te maken met grote kostenstijgingen. Deze zijn deels conjunctureel (gestegen energiekosten), maar worden ook structureel veroorzaakt door kwaliteitseisen (klimaatinstallaties, ICT, veiligheid). In dit IHP wordt bij de berekening van de investeringen rekening gehouden met de hogere bouwkosten. De exacte ontwikkeling van bouwkosten is echter onvoorspelbaar. De hogere exploitatiekosten voor gebouwen vormen op zich geen onderdeel van dit IHP, omdat dit geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is, maar bepalen wel mede de investeringsruimte van besturen. Wanneer in 2024 de nieuwe wetgeving voor onderwijshuisvesting van kracht wordt, ontstaat de situatie dat gemeente en schoolbesturen veel meer dan daarvóór, gezamenlijk gaan werken aan maatwerkoplossingen voor de toekomst van schoolgebouwen.
Wanneer bijvoorbeeld door aanpassingen van een schoolgebouw in het kader van duurzaamheid, de levensduur van een pand aanzienlijk verlengd wordt, komen investeringen voor renovatie (verantwoordelijkheid gemeente) en MOP (verantwoordelijkheid bestuur) immers dicht bij elkaar. Er is dan dus alle aanleiding voor gezamenlijk overleg en samenwerking. Onvoldoende financiering voor onderwijshuisvesting vanuit het rijk Al een aantal jaren wordt gesignaleerd dat de budgetten voor onderwijs en onderwijshuisvesting te laag zijn. Dit laatste wordt duidelijk aangegeven in het IBOrapport van het Ministerie van Financiën: ’Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstelsel.’32 Schoolbesturen krijgen te weinig middelen om de gebouwen te exploiteren en te onderhouden. Gemeenten krijgen te weinig middelen voor hun onderwijs-huisvestingstaak. Inmiddels zijn gemeenten wel bezig met een inhaalslag. Ten opzichte van 2018 heeft VNG de normvergoedingen met 85% verhoogd (prijspeil 2021). Desondanks zijn de normvergoedingen voor onderwijshuisvesting nog steeds te laag. De onderwijsinspectie en de Tweede Kamer erkennen dat er structureel te weinig geld is voor onderwijs(huisvesting). Drie rapporten hebben aan deze erkenning bijgedragen: 1)
Rapportage LCVS - Ventilatie in schoolgebouwen33 - De corona-epidemie heeft de focus gelegd op de gebrekkige ventilatie in schoolgebouwen. Het ministerie heeft het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen (LCVS) gevraagd een inventarisatie te maken van de ventilatie in schoolgebouwen. Daaruit blijkt dat 50% van de onderzochte gebouwen niet voldoet aan het Bouwbesluit.
2)
Rapport EIB34 - In opdracht van het ministerie heeft het EIB de vergoeding onderzocht die schoolbesturen krijgen voor onderhoud en exploitatie van schoolgebouwen. Het EIB concludeert dat deze onvoldoende zijn. En dat investeringen in duurzaamheid voor schoolbesturen onrendabel is.
32
Zie: IBO Onderwijshuisvesting funderend onderwijs Een vak apart. Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstelsel. Ministerie van Financiën – 2021 p.34 e.v.
33
Rapportage Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen (okt. 2020)
34
Rapport EIB (april 2020) 'Verkenning Onderwijsvastgoed'
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 20
3)
Rapport McKinsey35 - In opdracht van het ministerie heeft McKinsey onderzocht of de budgetten voor het funderend onderwijs (PO en VO) voldoende zijn om aan onderwijseisen te voldoen (‘toereikend’) en of dit geld effectief wordt ingezet om de hoogste kwaliteit te realiseren (‘doelmatig’). McKinsey concludeert dat er voor meer onderwijskwaliteit extra geld voor onderwijs(huisvesting) nodig is en dat er grote verschillen zijn in doelmatigheid.
Reactie OCW - In de Tweede-Kamerbrieven van juli en september 2020 heeft toenmalig minister Slob bevestigd dat er extra middelen onderwijs(huisvesting) nodig zijn en geeft hij aan dat een volgend kabinet (vanaf 2022 dus) extra middelen zal moeten vinden. Tot nu toe heeft dit niet geleid tot extra middelen voor onderwijshuisvesting. Het lijkt in ieder geval geen speerpunt van het bij aanvang van het jaar 2024, demissionaire kabinet. In het coalitieakkoord van het rijk wordt onderwijshuisvesting niet genoemd. En in april 2022 gaf minister Wiersma aan in de Tweede Kamer dat schoolbesturen op zich voldoende geld krijgen voor onderhoud en aanpassingen. Ook recente besprekingen in de Tweede Kamer hebben nog niet tot andere standpunten geleid. Voor schoolbesturen en gemeente Voorne aan Zee betekent dit dat er voor onderwijshuisvesting voorlopig geen extra middelen vanuit het rijk te verwachten zijn. Dit wringt alleen al vanwege de fors gestegen bouw- en onderhoudskosten en de duurzaamheidsopgaven. Er zijn echter wel aanzienlijke investeringen nodig.
4.8
Woningbouw
Voor Voorne aan Zee is voor de periode 2021-2030 nieuwbouw van ruim 4.100 woningen gepland.36 Geprogrammeerd
Brielle Hellevoetsluis Westvoorne Gezamenlijk programma
1.576 1.851 697 4.124
Tabel 6: Gezamenlijk woningbouwprogramma Voorne aan Zee 2021-2030
Deze nieuwbouw wordt onder andere gerealiseerd in twee nieuwbouwwijken: ‘Buitenplaats Brielle’ en ‘de Boomgaard’ in de gemeentekern Hellevoetsluis. Deze woningbouw zal uiteraard invloed hebben op de benodigde huisvestingscapaciteit van scholen. In de leerlingenprognoses is rekening gehouden met dit nieuwbouwvolume.
35
Rapport McKinsey (april 2020) 'Een verstevigd fundament voor iedereen'
36
Zoals in januari 2021 de gezamenlijke gemeenten aan de provincie lieten weten.
IHP VOORNE AAN ZEE 2024-2039
Blz. 21
VISIE EN AMBITIES Voorne aan Zee heeft vitale en sociale dorpen en wijken. Er staan verschillende soorten woningen die passen bij de behoeften van de inwoners. Ook de bereikbaarheid is verbeterd. De dorpen en wijken hebben goede basisvoorzieningen op het gebied van onderwijs, kinderopvang, (sport) verenigingen en sociaal-culturele activiteiten. De dorpen en wijken kennen een sterke sociale samenhang en grote betrokkenheid. De gemeente zet zich in voor specifieke groepen en het nadrukkelijker centraal stellen van de leefomgeving en levensgebeurtenissen van inwoners. De gemeente sluit hierbij aan met het gebieds- en gemeenschapsgericht werken in de vertrouwde omgeving, bestaande netwerken en ontmoetingsplaatsen. Daarnaast hebben alle inwoners toegang tot voorzieningen van goede kwaliteit.37