Bijlage 8 Omgevingseffectrapport Voorne aan Zee - definitieve Foto van de Leefomgeving april 2023
Tekst van het document
Figuur 4-18 Natura 2000-gebieden. Bron: https://www.natura2000.nl/gebieden
31
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-19 Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden. Groen is bestaande en nieuwe natuur, roze is de ecologische verbinding. Bron: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuur-landschap/natuurrijk-zuid/ontwikkeling/ , kaarten
Buiten de als Natura 2000 aangewezen natuur zijn er ook Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden, zie Figuur 4-19. Het NNN is erop gericht een verbinding te vormen tussen natuurgebieden in Nederland. De provincie is verantwoordelijk voor de realisatie van het NNN. De provincie is meestal geen eigenaar van de grond (in ieder geval niet van de kreken) en het beheer ligt meestal ook bij andere partijen, zoals natuurorganisaties en particuliere grondeigenaren. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de NNN, maar moet dit wel meenemen in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit is vastgelegd in het Barro en de omgevingsverordening van de provincie. Een voorbeeld van hoe de gemeente dit meeneemt in ruimtelijke ontwikkelingen is het project Kreken Kweken, waarbij ook NNNgebied is ontwikkeld41. De gemeente geeft verder aan dat de provincie momenteel een evaluatie uitvoert naar NNNgebieden in de gemeente Voorne aan Zee. De biodiversiteit in het landelijk gebied is in Nederland in de afgelopen jaren hard achteruitgegaan. Voor de gemeente Voorne aan Zee is geen gemeentebreed soortenonderzoek opgesteld, maar op basis van landelijke gegevens (Atlas van de Leefomgeving) kan worden geconcludeerd dat biodiversiteit ook in Voorne aan Zee achteruit is gegaan.
Veel inheemse dieren- en plantensoorten gaan achteruit, terwijl exoten, zoals de Japans duizendknoop en de rivierkreeft, zich verspreiden42. Op de kaarten van de Atlas van de Leefomgeving is de soortendiversiteit en soortendiversiteit Rode Lijst-soorten te vinden. Dit zijn geschatte cijfers op basis van data uit de Nationale Databank Flora en Fauna
41 Duurzame Buitenruimte (2020) – Kreken kweken 42 Koersdocument
32
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
(NDFF). Voor de kaart soortendiversiteit is gekeken naar waarnemingen van vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders, vleermuizen, landzoogdieren en vogels (gescheiden in broedvogels en wintervogels). Op de kaart soortendiversiteit Rode-Lijstsoorten staan alleen de broedvogels. De gemeente kent een hoge soortendiversiteit (inclusief rode lijstsoorten) aan de kuststrook. Hier ligt het Natura 2000-gebied Voornes Duin met een grote variëteit aan landschapstype en daardoor variëteit aan flora en fauna. De soortendiversiteit is hier per km-vak meer dan 700 en voor rode lijst soorten meer dan 80 soorten. Het poldergebied wordt daarentegen gedomineerd door agrarische gronden voor tuinbouw, akkerbouw en grasland. Dit is terug te zien in de soortendiversiteit, die ligt hier lager, met tussen de 100 - 400 soorten per vak. In het poldergebied zijn nauwelijks rode lijstsoorten te vinden 43. Op basis van deze kaarten kan worden geconcludeerd dat de natuurlijke soortenrijkdom in de agrarische polderlandschappen onder druk staat. Met name de intensivering van de landbouw is de oorzaak van de achteruitgang van de biodiversiteit, onder meer door vermesting, habitatverlies en -fragmentatie, gebruik van bestrijdingsmiddelen en een onnatuurlijk lage grondwaterspiegel.
In het duingebied is met name vermesting en de impact van stikstofdepositie merkbaar: er groeien steeds meer bramenstruiken en het gebied verbost, waardoor waardevollere planten en struiken worden verdrongen. Ook is dit duingebied aantrekkelijk voor recreanten die hier doorheen wandelen of fietsen. Dit kan ten koste gaan van de natuurwaarden in het gebied en blijft daarom een aandachtspunt 44 45. Lokaal zijn verschillende soortenonderzoeken uitgevoerd. Het project Kreken Kweken heeft als doel het creëren van habitat voor de Noorse woelmuis, een soort op de Rode Lijst. Deze soort is strikt bescherm en komt alleen in Nederland voor. Het gaat erg slecht met deze soort, dus er moet veel gebeuren om deze te beschermen, in zowel Natura 2000-gebieden als daarbuiten. Uit het onderzoek blijkt dat de Noorse woelmuis op enkele plekken in de gemeente Voorne aan Zee voorkomt maar zich op dit moment niet uitbreidt, terwijl deze vroeger wijdverspreid was. Het project Kreken Kweken is niet genoeg om goede verbinding te vormen tussen de gebieden waar de Noorse woelmuis wel voorkomt: hier is meer voor nodig46. Verder heeft de gemeente Hellevoetsluis een evaluatie uitgevoerd naar de aanwezigheid van bijen en zweefvliegen in ecologisch beheerde terreinen in de gemeente.
De onderzoeksgebieden lijken niet bijzonder soortenrijk- of soortenarm, al zijn er een aantal noemenswaardige soorten aangetroffen.47 De gemeente Hellevoetsluis heeft ook een planten- en dagvlinderinventarisatie uitgevoerd ter hoogte van de Kanaalweg Westzijde en Nelson Mandelalaan 48. Beide gebieden worden ecologische beheerd. Het gebied Kanaalweg Westzijde is de afgelopen jaren verruigd door stikstofdepositie en hondenuitwerpselen, waardoor het aantal soorten is afgenomen en zeldzame soorten op den duur zullen verdwijnen. Het gebied Nelson Mandelalaan is pas recent aangelegd en de afgelopen jaar meer in ontwikkeling geweest. Verder heeft de gemeente Hellevoetsluis een monitoringsrapportage opgesteld met daarin naar de populatieontwikkelingen van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen en het effect van de uitgevoerde activiteiten en maatregelen op de staat van instandhouding 49. Er zijn geen tekenen dat het slecht gaat met één van de soorten, maar er kan op basis van deze monitoring geen conclusie worden getrokken over de instandhouding van de soorten. Het monitoringsrapport is in concept beschikbaar, maar de monitoringsperiode is nog te kort om op dit moment met zekerheid iets te kunnen zeggen over de staat van instandhouding van deze soorten. In de toekomst zal dat duidelijker worden. In 2022 wordt opnieuw een monitoring uitgevoerd.
@gemeente, hebben jullie deze rapportage ook beschikbaar? Andere factoren die invloed hebben op natuur en biodiversiteit in de gemeente zijn de verkoop van snippergroen en het betegelen van particuliere tuinen. Uit het interview met de gemeente blijkt dat afgelopen jaren zijn veel kleine stukken groen verkocht aan particuliere, die hier vaak een schutting omheen leggen en/of de grond betegelen. Groen is hierdoor niet meer toegankelijk voor verschillende insecten en dierensoorten. De gemeente ziet een toenemende trend van particulieren die hun tuin betegelen, waardoor groen en waterberging verdwijnen. Het is de wens van de gemeente om in de toekomst meer aandacht aan deze ontwikkelingen te geven. De gemeente Voorne aan Zee past ecologisch beheer toe. Er wordt minder vaak gemaaid en het gemaaide gras wordt afgeruimd, waardoor een kruidenrijk en bloemrijk grasveld of berm ontstaat. Verder onderneemt de gemeente veel om wilde bijen te helpen (bij-vriendelijke beplanting) en wordt er de nadruk gelegd op natuurinclusief bouwen door het plaatsen van nesteldijkjes, bijenhotels en bij (nieuw te bouwen) huizen en andere gebouwen nestplaatsen voor
43 Soortendiversiteit en Soortendiversiteit van Rode Lijstsoorten | Atlas van de Leefomgeving 44 Gemeente Westvoorne & Kuiper Compagnons (2016) – Omgevingsvisie Westvoorne 2030: De tuin van de Rijnmond 45 Haskoning Nederland BV (2016) - Beheerplan bijzondere natuurwaarden Voornes Duin 2015-2020 46 Dijkhuizen, J.A. (2021) - Muizenonderzoek “Kreken Kweken’’, Gemeente Voorne aan Zee IO, KNNV Zoogdierwerkgroep Verslag 104 47 Slikboer, L. (2019) - Bijen en zweefvliegen in ecologisch beheerde terreinen in Hellevoetsluis 48 Ketting, E. & Prins, W., (2020) - Verslag planten- en dagvlinderinventarisaties Kanaalweg Westzijde en Nelson Mandelalaan, Gemeente
Hellevoetsluis 49 Kolvoort, A. (2020) - Monitoringsrapportage 2021 Gemeente Hellevoetsluis Rapport RA20216-02
33
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
gierzwaluwen, huismussen en verblijfsplaatsen voor vleermuizen te plaatsen. Ook wordt bij het kiezen van openbaar groen gekeken naar soorten die beter tegen klimaatverandering (droogte) en andere toekomstige ontwikkelingen kunnen. En wordt bij het planten van bomen gekeken naar soorten of een afwisseling in soorten die minder kwetsbaar zijn voor ziekten en daarmee toekomstbestendiger zijn. De meeste bedrijven in de gemeente zijn gevestigd in de glastuinbouwclusters bij Tinte (Westvoorne) en ten westen van Brielle en Glaspark4P bij Vierpolders (Brielle). In de gebiedsvisie Glasintensiveringsgebied Tinte (2008) en de structuurvisie Glasherstructurering (2009) van de Gemeente Westvoorne is de doelstelling uitgewerkt om glasopstanden te verdichten en glasopstanden buiten het gebied te verwijderen. Dit heeft ertoe geleid dat glasopstanden geclusterd zijn en er in de binnenduinrand meer ruimte voor natuurontwikkeling 50. Autonome ontwikkeling Naar verwachting zal de komende decennia door onder andere vermesting, versnippering van leefgebieden en verdroging nog meer biodiversiteit verdwijnen, voornamelijk in agrarisch gebied 51.
Op landelijk niveau wordt er gestuurd op het verminderen van stikstofdepositie op gevoelige natuurgebieden tot onder de kritische depositiewaarde, maar gezien de grote ruimtelijke opgaven onder andere op het gebied van woningbouw en de grote maatschappelijke onrust die het voornemen van het Rijk teweeg heeft gebracht, is het de vraag of deze ambitie gehaald zal worden. Er is landelijk wel steeds meer aandacht voor biodiversiteit binnen de bebouwde kom en mogelijk zal dit een deel van de achteruitgang hier kenteren. Klimaatverandering heeft een groot effect op biodiversiteit en kan huidige ecologische interacties verstoren. Hierdoor kunnen meer plagen gaan ontstaan, zoals de eikenprocessierups die meer voorkomt als het droger is. Ook verplaatsen leefgebieden van soorten, omdat het ergens warmen of te warm wordt 52. Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is een zorgpunt, dit is deels afhankelijk van landelijk beleid. • Bescherming van NNN is ondergebracht bij provincie, gemeente beschouwt dit als randvoorwaarde in ruimtelijk beleid. • Effect van recreatiedruk op natuurgebieden is een aandachtspunt dat gemonitord dient te worden. • Ontwikkelingen als het verlies van snippergroen, het gebruik aan ruimte in de ondergrond voor bomen, en concurrerende ruimteclaims waardoor stedelijk groen afneemt (bijv.
door parkeervakken, woningbouw) leiden tot verlies van leefgebied voor insecten, vogels, egels, etc. Hierdoor verliest de gebouwde omgeving zijn functie als stapstenen ecosysteem. De gemeente dient duidelijke kaders op te stellen voor o.a. behoud en verkoop van snippergroen en behouden van bomen en groen in het algemeen. • Betegeling van particuliere tuinen leidt tot verlies van biodiversiteit. De gemeente kan inwoners meer stimuleren om dit te voorkomen. • Omgang met bufferzones rondom natuurgebieden. • Effect van verdroging op natuur. • Gefaseerd maaibeheer dient in stand gehouden te worden.
4.2.5
Stedelijk groen
Ambities Omtrent het thema Stedelijk groen heeft de gemeente geen specifieke ambities of speerpunten. Wel wordt er in het Koersdocument gesproken van het vergroenen van dorpen en vestingsteden. De uitdaging die hierbij wordt genoemd is het verminderen van verstening/verharding middels vergroening, o.a. om de biodiversiteit van zowel planten als dieren te verbeteren. Om dit te bereiken worden mogelijkheden genoemd als groen bloemrijk inrichten, waar het kan ecologisch beheren, verbinding van groengebieden, en natuurinclusief bouwen.
51 Planbureau voor de Leefomgeving – Inleiding natuur en biodiversiteit 52 Wageningen University, Klimaat Helpdesk, geraadpleegd in maart 2023
34
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Fase
Beoordeling Toelichting
+
Het oppervlak aan stedelijk groen verschilt sterk. In Westvoorne is slechts 36 m ² stedelijk groen per woning beschikbaar, in Hellevoetsluis en Brielle bedraagt dit respectievelijk 53 m² en 83 m². Alleen in Brielle wordt voldaan aan de landelijke richtlijn van 75 m² per woning. Deze getallen dienen wel met enige nuancering beoordeeld te worden: ze zijn afhankelijk van de definitie van stedelijk groen en laten buiten beschouwing dat de woonkernen vrij klein zijn en veel inwoners gemakkelijk toegang hebben tot het buitengebied. De gemiddelde afstand van woningen tot stedelijk groen is wel een zorgpunt: in Hellevoetsluis bedraagt deze 400 meter, in de andere twee woonkernen zelfs 600 meter. Dit is fors meer dan de richtlijn van 300 meter.
Autonome ontwikkeling
+/-
De nieuwe fusiegemeente heeft nog geen geharmoniseerd beleid op het gebied van vergroening van de gebouwde omgeving. Door het ontbreken van beleid, de ervaring dat stedelijk groen vaak wijkt voor andere ruimtelijke ontwikkelingen, en de bedreigingen die klimaatverandering en drukte in de ondergrond met zich meebrengen, bestaat het risico dat het aandeel stedelijk groen af zal nemen in de gemeente.
Doelbereik Omgevingsvisie
+/-
Huidige situatie
Huidige situatie Een groene omgeving heeft veel voordelen: het zorgt voor een rijkere biodiversiteit, vermindert luchtvervuiling, zorgt voor waterberging, dempt geluidshinder en verkoelt in warme periodes. Groen is essentieel voor een klimaatbestendige en duurzame omgeving. Daarnaast is er een aangetoond positief effect op de gezondheid en sociale verbindingen van mensen die in een groene omgeving wonen, werken en recreëren. Bedrijven vestigen zich graag in een groene omgeving en onroerend goed is gewilder, waardoor de economische groei van een stad of dorp wordt versterkt.53 Het is belangrijk om te kijken naar het stedelijk groen in de gemeente. In dit rapport wordt de volgende definitie van stedelijk groen gehanteerd: natuur in of dichtbij de stad, zoals parken en plantsoenen, (volks)tuinen, groenstroken en begraafplaatsen. Dit gaat dus enkel om groen dat binnen de grenzen van de bebouwde kom ligt en niet de duinen en bossen in het buitengebied of dergelijke ecologische hoofdstructuren. In Tabel 4-2 is op basis van openbare data en met behulp van QGIS berekend hoeveel stedelijk groen er aanwezig is in de gemeente.54 Er bestaat geen vastgestelde norm voor de hoeveelheid groen per woning.
Wel wordt in de Nota Ruimte een richtgetal van 75 m² groen per woning genoemd.55 Als er dan wordt gekeken naar het aantal woningen in de gehele fusiegemeente, is er 57 m² groen per woning beschikbaar. Dit valt dus onder het richtgetal van de nota. Brielle voldoet als enige wel aan dit richtgetal, met 83 m² groen per woning. Daarnaast adviseert de WHO dat er minimaal 9 m² groen per persoon beschikbaar is; in de gemeente ligt dit op 27 m² groen per persoon, en dit voldoet dus ruim aan de WHO adviesnorm.
53 Groen in de stad | WUR 54 StatLine - Regionale kerncijfers Nederland (cbs.nl) , Nationaal georegister 55 Beschikbaarheid groen in de stad, 2000 - 2006 | Compendium voor de Leefomgeving (clo.nl)
35
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Tabel 4-2 Data over de drie gemeenten m.b.t. stedelijk groen. Bron: CBS StatLine, Nationaal Georegister
Gemeente
Oppervlakte gemeente (2018)
Oppervlakte stedelijk groen*
Aantal woningen (2022)
m²/stedelijk groen per woning
Aantal inwoners (2022)
m²/stedelijk groen per inwoner
Hellevoetsluis
4.627 ha
101 ha
19.113
53
40.574
25
Westvoorne
9.748 ha
25 ha
6.997
36
14.960
17
Brielle
3.114 ha
69 ha
8.230
83
17.704
39
Totaal
17.489 ha
195 ha
34.340
57
73.238
27
*Tot stedelijk groen is in deze berekening gerekend: natuur dichtbij of in de stad, zoals parken en plantsoenen, volkstuinen en begraafplaatsen.
Met betrekking tot Tabel 4-2 moet wel gezegd worden dat het enkel gaat om groen binnen de bebouwde kom. Volgens een inventarisatie heeft de gemeente 464 ha groen in beheer. Dit is al het groen in de gemeente (incl. rozen, blokhagen, wisselperken, vaste planten, sierheesters/botanische rozen, bosplantsoen, gazon, grafveld, schraal gras, braakliggend terrein oever), terwijl dit hoofdstuk enkel focust op stedelijk groen zoals beschreven aan het begin van dit hoofdstuk. Als het getal van 464 ha groen zou worden gebruikt voor de berekeningen zoals in de tabel hierboven zou dat betekenen dat er in de gemeente per woning 135 m² aan groen beschikbaar is, en per inwoner 63 m² aan groen. Hiermee zou de gemeente voldoen aan de landelijke richtlijn.
Er is ook een richtlijn wat betreft afstand tot openbaar groen: die zou gemiddeld voor alle inwoners maximaal 300 meter moeten zijn.56 De gemiddelde afstand van alle inwoners tot het dichtstbijzijnde openbaar groen in de gemeente Voorne aan Zee, berekend over de weg, is te zien in Tabel 4-3. Hierin is te zien dat voor de gemiddelde afstand tot openbaar groen boven de 300 meter ligt. Dit is vergelijkbaar met zowel het provinciale (Zuid-Holland) als landelijke gemiddelde, waar de gemiddelde afstand tot openbaar groen 500 meter is (2015).
Tabel 4-3 De gemiddelde afstand van alle inwoners tot het dichtstbijzijnde openbaar groen, berekend over de weg. Bron: StatLine (cbs.nl)
Gemeente
Gemiddelde afstand tot openbaar groen
Hellevoetsluis
400 m
Westvoorne
600 m
Brielle
600 m
Bomen – met name hoge en grote bomen – zijn een belangrijk onderdeel van stedelijk groen. Bomen leggen veel koolstofdioxide vast, zijn een belangrijk habitat voor dieren, en zorgen voor schaduw. Figuur 4-20 laat het percentage bomen hoger dan 2,5 m zien binnen de gemeente. 57 Daarop is te zien dat vooral in Westvoorne een hoog percentage bomen aanwezig is. In Hellevoetsluis en Brielle ligt dit percentage aanzienlijk lager. Dit is vergelijkbaar met andere stedelijke gebieden in Zuid-Holland en Nederland. Volgens een recente inventarisatie van de gemeente heeft de gemeente 33544 bomen in beheer. Dit zijn 0,46 bomen per inwoner en is vergeleken met andere gemeenten in Nederland een relatief laag aantal bomen per inwoner. 58 In Rozendaal zijn bijvoorbeeld 128 bomen per inwoner, in
56 The 3-30-300 Rule for Healthier and Greener Cities | Nature Based Solution Institute 57 Bomen in Nederland | Atlas Natuurlijk Kapitaal 58 DUIC (2020) - Utrecht onderaan op ranglijst aantal bomen per inwoners
36
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Westerveld 42,9 en in Apeldoorn 11,4. Vooral de grote steden (Utrecht, Rotterdam, Amsterdam, Den Haag) hebben ook weinig bomen per inwoners, van 0,3-0,5.
Figuur 4-20 Kaart met daarop weergeven het percentage bomen (hoger dan 2,5 m). Bron: https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten
Het percentage lage vegetatie ligt in de gemeente over het algemeen wat hoger; zie Figuur 4-21.59 In Westvoorne is wel wederom het hoogste percentage. De percentages zijn vergelijkbaar met andere stedelijke gebieden in ZuidHolland (zie rechter afbeelding) en Nederland.
Figuur 4-21 Kaart met daarop weergeven het percentage lage vegetatie (tot 1 m hoog) buiten agrarisch gebied. Bron: https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten
59 Lage vegetatie in Nederland buiten het landbouwgebied | Atlas Natuurlijk Kapitaal
37
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Wat samenhangt met het aandeel stedelijk groen is de algemene verharding en deze hoeveelheid verhard oppervlakte groeit. Nieuwe verharding ontstaat door de ontwikkeling van nieuwe uitleglocaties, maar ook door verdichting in het bestaande stedelijke gebied. Dit zorgt onder andere voor minder infiltratiemogelijkheid van water, versterking van de overstromings- en verdrogingsproblematiek, en verminderde klimaatrobuustheid. In Figuur 4-22 is het percentage verhard oppervlakte per buurt te zien. Uit het figuur is op te maken dat in het stedelijke gebied in de gemeente sprake is van 20-40% verhard oppervlakte in verschillende buurten, met in Hellevoetsluis een uitschieter van 40-50%.60 In vergelijking met de situatie in de rest van Zuid-Holland is te zien dat de gemeente Voorne aan Zee een relatief laag percentage verhard oppervlakte per buurt heeft. Op de kaart wordt bijvoorbeeld aangegeven dat er in de buurt ten noordwesten van Ravense Hoek (Hellevoetsluis) 20-30% verharding is, wat betekent dat de rest van de buurt niet verhard is en er bijvoorbeeld veel ruimte is voor groen. De verhardingscijfers zijn niet voor alle buurten in de gemeente beschikbaar, maar het figuur geeft wel een algemeen beeld.
Figuur 4-22 Percentage verhard oppervlakte per buurt. Bron: Klimaateffectatlas Zuid-Holland (arcgis.com)
Volgens een inventarisatie van de gemeente Voorne aan Zee is er in totaal 350 ha verharding binnen de gemeente, waarbij het vooral over wegen gaat. Dit betekent dat er per inwoner ongeveer 48 m² aan verharding is, wat onder het landelijke gemiddelde van 59 m² ligt.61 Autonome ontwikkeling De gemeente wil inzetten op het vergroenen van dorpen en vestingsteden. Er is hiervoor echter nog geen gezamenlijk gemeentelijk beleid, wat grotendeels komt doordat de gemeente recent is gefuseerd en veel gezamenlijk beleid nog geformuleerd moet worden. Er is ook nog geen zicht op hoe dit beleid eruit zou kunnen komen te zien. Wel kan het voordelig zijn om de versterking van stedelijk groen mee te nemen in bijvoorbeeld wijkvernieuwingsopgaven en beheer van de openbare ruimte. Om bijvoorbeeld verharding tegen te gaan en de afstand tot openbaar groen te verlagen kan worden gedacht aan (openbaar toegankelijke) groene daken, bijvoorbeeld op winkelcentra, parkeergarages, scholen, ziekenhuizen en andere zorglocaties, kantoren, distributiecentra, en gemeentelijke gebouwen.62 63 Groene daken op woningen kunnen ook een uitkomst bieden, al zijn deze over het algemeen niet openbaar toegankelijk.
60 Klimaateffectatlas Zuid-Holland - Ruimtelijke dynamiek: Steeds meer verharding 61 Antea Group & Gemeente West-Betuwe (2020) - Beheer wegen en wegbermen 62 Wageningen University & Research, Deltares (2016) - Groene daken in Tilburg 63 Donker Groen - Groendak voor elke sector
38
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Op provinciaal niveau zijn er afspraken gemaakt over stedelijk groen: het doel is dat Zuid-Hollandse steden komende decennia flink groener worden.64 Daarvoor wordt samen met andere partijen samengewerkt in de Groene Cirkel ‘Groene gezonde stad’. De vergroening moet zorgen voor gezondere inwoners, minder hitte en wateroverlast en meer biodiversiteit. De ambitie is om door vergroening in 2050 slachtoffers te voorkomen bij extreme hitte, extreme buien en overstromingen. Gezamenlijk hebben de partijen hiervoor een verbindende visie geformuleerd, die wordt vertaald in concrete acties. Voorbeelden van deze acties zijn het aanleggen van groene tuinen, groene schoolpleinen, en waterdoorlatende infrastructuur. Steden en dorpen kunnen ook meedoen met de Groene Stad Challenge, die inzicht geeft in stedelijk groen en vergroeningspotenties. Het provinciale beleid en de bijbehorende plannen kunnen kansen bieden voor de gemeente om verder te vergroenen. Er bestaat ook beleid van de provincie over woningdichtheid bij nieuwbouw en beleid om zoveel mogelijk binnen Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD) te bouwen. De provincie Zuid-Holland heeft in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen vastgelegd dat nieuwbouwlocaties zoveel mogelijk op een klimaatadaptieve manier gebouwd worden, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering65.
Dit convenant is onder meer ondertekend door bouwbedrijven, gemeenten, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Concreet betekent dit dat klimaatadaptief bouwen moet leiden tot minder wateroverlast, minder hittestress, minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling, en meer biodiversiteit. Dit convenant kan een positieve impuls betekenen voor het aandeel openbaar groen in de gemeente. Vanuit landelijk beleid en ontwikkelingen zijn er ook plannen geformuleerd om meer groen in de stad te krijgen, zoals: • Bouwers moeten bij bouwplannen rekening houden met de natuur. Hiervoor is de participatietafel Natuurinclusief Bouwen opgericht. • Het Nationaal Daken Plan voor meer groene daken in steden. Ook in de aankomende Nationale Omgevingsvisie is er veel aandacht voor het bevorderen van natuur en biodiversiteit in de stad, o.a. met groene daken.66 Deze plannen en ontwikkelingen kunnen een positief effect hebben op het aandeel stedelijk groen in de gemeente. Er zijn diverse ontwikkelingen die het stedelijk groen in de gemeente onder druk zetten. Eén hiervan is verdichting: hierdoor komt het groen verder in het nauw. Ook parkeerplekken nemen veel ruimte in, vooral bij de aanleg van nieuwe wijken.
Water, kabels en leidingen moeten dan ook nog worden ingepast en als resultaat blijft er vaak weinig ruimte over voor stedelijk groen. Verharding is daarom een probleem. In Hellevoetsluis is het streven om bij ruimtelijke ontwikkelingen minimaal 30% groen/blauw/spelen te hebben in elke woonwijk, en bij sommige ontwikkelingen lukt dit aardig (ook in beleid opgenomen). Toch wordt dit streven vaak niet gehaald, zeker niet bij kleine ontwikkelingen. Verder blijft een grote opgave het vergroenen van bestaande wijken – waar die 30% ook niet wordt gehaald. Er zijn voorbeelden van (nieuwe) wijken waar dit wel goed is geregeld binnen de gemeente, zoals De Drenkeling. Het is belangrijk om te kijken waar nog kansen voor vergroening liggen, zoals in en rond de Vesting van Hellevoetsluis. 67 Een ander doel wat doorgaans niet wordt gehaald is het streven om als bomen ergens weg moeten, deze ergens anders terug te laten komen. Het integreren van stedelijk groen binnen de gemeente botst ook met de woningopgave. Er is binnen de gemeente wel veel aandacht voor de kwaliteit van het groen, naast de kwantiteit. Een trend is dat er – vooral in het verleden – kleine, versnipperde stukjes groen worden verkocht door de gemeente, die vervolgens worden volgebouwd (met name in Hellevoetsluis).
Dit vormt een risico voor de stapstenenfunctie van het stedelijk ecosysteem, en minder stedelijk groen als geheel. Een andere ontwikkeling die op meerdere plekken op Nederland speelt, zo ook in Voorne aan Zee, is het tekort aan ruimte in de ondergrond (ook benoemd in hoofdstuk 4.2.1). Hierdoor is op veel plekken onvoldoende ruimte voor boomwortels, wat ervoor zorgt dat bomen vaak niet worden terug geplant als ze verdwijnen en het planten van nieuwe bomen ook geen vaart loop. Dit zou verbeterd kunnen worden door de stort van grond en ondergrondse ruimtereservering. Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • De gemeente heeft nog geen geharmoniseerd beleid op het gebied van vergroening van de gebouwde omgeving en er is ook nog geen zicht hierop. Door het ontbreken van beleid, de ervaring dat stedelijk groen vaak wijkt voor
64 Provincie Zuid-Holland - Groene, gezonde steden 65 Provincie Zuid-Holland - Klimaatadaptief bouwen 66 Rijksoverheid - Beleid voor natuur en biodiversiteit 67 Uitvoeringsprogramma Voorne aan Zee
39
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
• • • • • •
andere ruimtelijke ontwikkelingen en verdichting, en de bedreigingen die klimaatverandering en drukte in de ondergrond met zich meebrengen, bestaat het risico dat het aandeel stedelijk groen af zal nemen in de gemeente. Er moet meer aandacht komen voor het tekort aan ruimte ondergronds, ook voor boomwortels. Een oplossing zou kunnen liggen in stort van grond en ondergrondse ruimtereservering. De gemiddelde afstand van woningen tot stedelijk groen is wel een zorgpunt: in Hellevoetsluis bedraagt deze 400 meter, in de andere twee woonkernen zelfs 600 meter. Dit is fors meer dan de richtlijn van 300 meter. De verspreiding en toegankelijkheid van stedelijk groen is een punt van aandacht voor de Omgevingsvisie. Er zijn relatief weinig bomen per inwoner; slechts 0,46. Zorgen dat bomen die weg worden gehaald ergens worden terug geplant en de aanplant van nieuwe bomen zouden dit kunnen verbeteren. Bij nieuwbouwlocaties wordt vaak wel voldaan aan de richtlijn 30% groen/blauw/spelen binnen woonwijken. Een grotere opgave is het vergroenen van bestaande woonwijken, waar veelal nog niet aan deze richtlijn wordt voldaan. Provinciale en landelijke initiatieven en subsidies bieden kansen voor vergroening, zoals de Groene Stad Challenge. Hier kan meer gebruik van worden gemaakt door de gemeente. Versnippering en opkopen van stedelijk groen is problematisch.
Dit zorgt voor minder groen en verhindert stapstenenfunctie. Toekomstig beleid zou ervoor kunnen zorgen dat dit minder makkelijk kan en minder gebeurt.
4.3
Ondernemend Voorne aan Zee
4.3.1
Economie
Ambities In het koersdocument staan de volgende doelstellingen. • • • •
Verder concretiseren/onderbouwen van de doelstelling om extra werkgelegenheid te creëren. Kiezen voor een duidelijke profilering van de Voornse economie. Toekomstbestendig maken van de (lokale) bedrijventerreinen: afgestemd op nieuwe wensen. Stimuleren van lokaal ondernemerschap: ruimte creëren voor uitbreiding van bedrijvigheid op de juiste locatie en voorzieningen waar nodig kwaliteitsimpuls geven. Hierbij ook zorgen voor passende huisvesting van arbeidskrachten.
Fase
Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
40
+
In de gemeente Voorne aan Zee zijn wat betreft werkgelegenheid de belangrijkste sectoren handel, logistiek, industrie, recreatie en toerisme, landbouw en gezondheids- en welzijnszorg. De werkloosheid lag in 2021 rond 3,5%. Zo’n 45% van de werkende inwoners heeft een baan buiten de gemeente en dagelijks vinden veel pendelbewegingen richting de Rotterdamse haven plaats. Op de bedrijventerreinen in de gemeente is op ruim 40 ha op uitbreidingslocatie Kickersbloem III nagenoeg geen grond meer beschikbaar. De vraag vanuit het bedrijfsleven is groter dan het beschikbare aanbod. Er ligt echter een kans om de bedrijventerreinen beter te benutten door bestaande activiteiten zonder milieucategorie te stimuleren te verplaatsen naar gemengde woon-werkgebieden.
+
Er worden weinig autonome ontwikkelingen op het gebied van de arbeidsmarkt verwacht. Regionaal wordt binnen de regiodeal Zuid-Hollandse delta samengewerkt aan het ontwikkelen van kennis-, innovatie- en onderwijsinstellingen. De vraag naar bedrijfslocaties zal naar verwachting het aanbod overstijgen. Zowel de Ondernemingspolder in Brielle als de 4e fase van Kickersbloem 3 zijn potentiële uitbreidingslocaties voor bedrijventerreinen in Voorne aan Zee om gedeeltelijk aan deze vraag te voldoen. Een aandachtspunt vormt de landelijke trend waarin stadscentra minder vitaal worden door de leegloop van met name retail.
+/-
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Huidige situatie Voorne aan Zee heeft een diverse economie. De gemeente profiteert van de strategische ligging ten opzichte van de Randstad. Door de nabijheid van de Randstad en met name het Rotterdamse havengebied zijn er veel banen beschikbaar voor de inwoners van Voorne aan zee. Er vindt dagelijks dan ook veel pendelverkeer plaats. Naast de functie van de Rotterdamse haven als belangrijke werkgever heeft Voorne aan Zee ook zelf een levendige economie. Belangrijke sectoren van de Voornse economie en bronnen van werkgelegenheid zijn handel, logistiek, industrie, recreatie en toerisme, landbouw en gezondheids- en welzijnszorg (Figuur 4-23). Veel van de sectoren handel, logistiek, en industrie is geconcentreerd op de bedrijventerreinen, welke hieronder uitgebreider behandeld zullen worden. Toerisme en recreatie zijn sterk vertegenwoordigd in de lokale arbeidsmarkt door het aantrekkelijke kustlandschap en concentreren zich in de badplaatsen Oostvoorne en Rockanje. Hier wordt in hoofdstuk 4.4.2 recreatie en toerisme verder op ingegaan. De agrarische sector bestaat voor een belangrijk deel uit de land- en tuinbouw en de glastuinbouw. De meeste bedrijven zijn gevestigd in de aangewezen glastuinbouwclusters bij Tinte (Westvoorne), ten westen van Brielle en bij Glaspark 4P bij Vierpolders (Brielle). Hier wordt verder op ingegaan in hoofdstuk 4.3.2 Landbouw.
Overige dienstverlening Cultuur, sport en recreatie Gezondheids- en welzijnszorg Onderwijs Openbaar bestuur en overheidsdiensten Verhuur en overige zakelijke diensten Specialistische zakelijke diensten Verhuur en handel van onroerend goed Financiële dienstverlening Informatie en communicatie Horeca Vervoer en opslag Handel Bouwnijverheid Waterbedrijven en afvalbeheer Energievoorziening Industrie Delfstoffenwinning Landbouw, bosbouw en visserij 0% Westvoorne
5%
10%
15%
20%
Hellevoetsluis
Brielle
Nederland
25%
30%
35%
Figuur 4-23 Procentuele verdeling werkgelegenheid naar sector voor Westvoorne, Hellevoetsluis en Brielle. Via CBS Statline zijn de werkgelegenheidscijfers per gemeente niet volledig. Er zijn bijvoorbeeld wel scholen en openbaar bestuur in Westvoorne en Brielle, terwijl werkgelegenheidscijfers in deze sectoren ontbreken in CBS Statline. Bron: StatLine - Banen van werknemers in december; economische activiteit (SBI2008), regio (cbs.nl), geraadpleegd in februari 2023 41
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Arbeidsmarkt De werkloosheid in Voorne aan Zee lag in 2021 onder het Nederlands gemiddelde. De woon-werkverhouding in Voorne aan Zee is zeer laag in vergelijking met het landelijk gemiddelde: veel inwoners werken buiten de gemeente. Dit is te verklaren door de aanwezigheid van het Rotterdamse havengebied grenzend aan Voorne aan Zee. Uit data van het CBS blijkt dat de werkoriëntatie voor een groot deel gericht is op Rotterdam (Zie Tabel 4-4). Ook is het percentage inwoners dat binnen de gemeente werkt voor Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne met meer dan 10 procent afgenomen sinds 2009. Er is dus een trend gaande dat mensen verder van hun werk gaan wonen. Aan de ene kant kan het wenselijk zijn om de dagelijkse pendelbewegingen die hierdoor ontstaan te matigen, door zorg te dragen voor voldoende werkgelegenheid binnen de gemeente. De grote dagelijkse pendel leidt op dit moment al tot knelpunten in het verkeer, met name in het seizoen dat ook de stranden druk bezocht worden. Wanneer minder mensen buiten de gemeente werken kan de druk op het verkeersnet afnemen. Het is echter ook logisch dat de regionale werkgelegenheid zich concentreert in de Rotterdamse haven. Het is voor inwoners die in het havengebied werken belangrijk dat de kwaliteit van de verbindingen met het Rotterdamse havengebied in orde is.
Dit geldt zowel per fiets als per auto als met het openbaar vervoer en hier wordt verder op ingegaan in hoofdstuk 4.9. Tabel 4-4 Werkloosheid en woon-werk verhouding per deelgemeente in 2021
Regio
Werkloosheidspercentage
Woon-werk verhouding banen/inwoners (leeftijd 15-75)
Nederland
4,2%
662
Brielle
3,4%
462
Hellevoetsluis
3,8%
228
Westvoorne
3,0%
300
Tabel 4-5 Werkoriëntatie per gemeente in 2020 met de woongemeenten links en de werkgemeenten boven. Bron: StatLine - Banen van werknemers naar woon- en werkregio (2014-2020) (cbs.nl), geraadpleegd in: maart 2023
Werkgemeente → Brielle ↓Woongemeente
Hellevoetsluis Westvoorne Nissewaard Rotterdam
Overig Zuid Holland
Brielle
19%
4%
4%
6%
36%
23%
Hellevoetsluis
3%
20%
2%
8%
31%
25%
Westvoorne
6%
5%
18%
5%
32%
23%
Bedrijventerreinen en kantoren Figuur 4-24 laat zien waar bedrijventerreinen liggen in de gemeente Voorne aan Zee. Kickersbloem(1, 2 en 3 samen) in Hellevoetsluis is met een netto oppervlakte van 98,6 hectare het grootste bedrijventerrein van Voorne aan Zee. Op de uitbreidingslocatie van Kickersbloem, Kickersbloem 3, is het grootste deel van de beschikbare kavels verkocht dan wel belegd met optieovereenkomsten. Over het algemeen is er meer vraag dan aanbod van bedrijfslocaties, wat ook de reden is dat Kickersbloem wordt uitgebreid met Kickersbloem 3. Bij de huidige stand van de vraag-aanbod verhouding naar bedrijventerreinen is Kickersbloem 3 spoedig ingevuld. Verder is er op Seggelant in Brielle nog 2 hectare uitgeefbaar, maar verder is er op de andere bedrijventerreinen geen grond meer beschikbaar. De terreinen Zwartewaal en Veerhaven zijn havens met boten-/scheepswerven. Aan de Molendijk zit een frietfabrikant. Verder zijn er gemengde bedrijventerreinen die voornamelijk MKB-bedrijven huisvesten. De terreinen Kickersbloem bij Hellevoetsluis en Seggelant bij Vierpolders(Brielle) zijn hebben door hun grootte een (potentieel) meer regionaal karakter. De sectoren die op deze terreinen voorkomen zijn onder meer handel (zowel detailhandel als groothandel), industrie, bouwnijverheid en logistiek.
Naast uitbreiding van bedrijventerreinen kan in de toekomst nagedacht worden over welke activiteiten op een bedrijventerrein moeten worden toegestaan en welke andere locaties ook geschikt zijn voor deze activiteiten of zelfs beter geschikt zijn. Er is veel detailhandel op de bedrijventerreinen en er bevinden zich ook meerdere sportscholen. Sportscholen passen ook goed in woonomgevingen of gemengde woonwerkomgevingen. Een deel van de detailhandel op bedrijventerreinen past mogelijk ook goed in de (winkel)centra, wat deze centra weer kan versterken. Indien dit soort activiteiten zouden verdwijnen van bedrijventerreinen, zou er ruimte
42
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
vrijkomen voor activiteiten waar de bedrijventerreinen eigenlijk voor bedoeld zijn, namelijk bedrijven met een milieucategorie die niet passen in een woonwijk.
Figuur 4-24 Bedrijventerreinen in Voorne aan Zee. Bron: Provincie Zuid-Holland – Monitor Bedrijventerreinen, geraadpleegd in februari 2023
43
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Tabel 4-6 Oppervlakte bedrijventerreinen in Voorne aan Zee. Bron: Provincie Zuid-Holland – Monitor Bedrijventerreinen, geraadpleegd in februari 2023
Bruto oppervlakte (ha)
Netto oppervlakte (ha)
Bruto/netto (%)
Uitgegeven (ha)
Kickersbloem 1 en 2
56,9
32,7
58%
32,7
Kickersbloem 3 fase 1, 2 en 3
76,4
52,9
69%
3,5
Kickersbloem 3, 4e kwadrant
17
13
77%
0
Seggelant
22
15,4
70%
13,4
Pinnepot
14,5
9,6
66%
9,6
De Kulck
9,5
9,1
96%
9,1
t Woud
8
6,3
79%
6,3
Seggelant II
8
5
63%
5
Moolhoek
5,9
3,7
63%
3,7
Molendijk
5,3
5,3
100%
5,3
Veerhaven
3
2
67%
2
Nieuwland
2,5
2,3
92%
2,3
Zwartewaal
2,5
2
80%
2
231,5
159,3
57%
94,9
Totaal / gemiddeld
Centra In de historische vestingsteden Brielle en Hellevoetsluis en in mindere mate ook in de badplaatsen Rockanje en Oostvoorne is veel economische activiteit op het gebied van detailhandel en horeca te vinden. Daarnaast vervult winkelcentrum de Struytse Hoeck in Hellevoetsluis met een uitgebreid winkelaanbod een regiofunctie. Het sfeervolle, historische centrum van Brielle is een publiekstrekker, wat ook de retail in Brielle versterkt. In de kleinere polderdorpen zijn weliswaar bijna geen winkels voor dagelijkse boodschappen (supermarkt en speciaalzaken) aanwezig, maar inwoners kunnen hiervoor terecht in Brielle, Hellevoetsluis, Oostvoorne en Rockanje.
Autonome ontwikkeling Arbeidsmarkt In de regiodeal Zuid-Hollandse Delta, een samenwerkingsverband tussen de eilanden Goeree-Overflakkee, Hoekse Waard en Voorne Putten, wordt gewerkt aan de thema’s ‘landschap en toerisme’, ‘agrifood’, ‘duurzaamheid’ en ‘onderwijs en arbeidsmarkt’. Op het thema onderwijs en arbeidsmarkt zijn vier actielijnen. 1. Netwerk werkleerbedrijven. 2. Netwerk campussen. 3. Leven lang ontwikkelen. 4. Innovatie. Op het gebied van de actielijn netwerk campussen speelt het idee om een vrijetijdseconomiecampus in Hellevoetsluis te realiseren. Dit zou goed aansluiten bij de toeristische sector in Voorne aan Zee. Dit idee is nog in een pril stadium van ontwikkeling. Bedrijventerreinen Momenteel wordt het bedrijventerrein Kickersbloem 3 in Hellevoetsluis uitgebreid. Daarbij kan mogelijk nog Kickersbloem 3, fase 4 ontwikkeld worden. Het betreft nu zachte plancapaciteit (agrarische bestemming) en potentieel 12 tot 13 hectare uitgeefbaar terrein. In de andere dorpen is er geen sprake van uitbreidingsplannen van bedrijventerreinen. In Rockanje en Westvoorne zal er op de lange termijn geen uitbreiding van bedrijventerreinen plaatsvinden. Nabij Brielle is in het provinciale beleid een gebied van 20 ha., de Nieuwe Ondernemingspolder, aangewezen als zachte plancapaciteit voor bedrijventerrein Seggelant lll (Figuur 4-25).
De gemeente zou in dit gebied echter vooralsnog primair energieambities willen realiseren. In 2022 is een omgevingsvergunning aangevraagd voor 44
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
het realiseren van twee windturbines. Ook is er in 2022 een initiatief gestart om een zonnepark te realiseren in de Nieuwe Ondernemingsolder. De provincie heeft overwegend negatief gereageerd op deze initiatieven. Op dit moment wordt onderzocht in welke mate verschillende opgaven, al dan niet volgtijdelijk, kunnen landen in de Nieuwe Ondernemingspolder.
Figuur 4-25 Ligging nieuwe Ondernemingspolder
Centra Uit de interviews met medewerkers van de gemeente blijkt dat er voorlopig nog geen grote leegloop in de centra plaatsvindt. Er is wel sprake van wat leegstand, maar over het algemeen wordt deze ook weer opgevuld. In Brielle speelt de centrummanager hierin een belangrijke rol, door ondernemers en gebouweigenaren met elkaar te verbinden. Er speelt wel een landelijke trend dat centra veel leegloop hebben en daarmee minder vitaal worden. Dit blijft ook voor Voorne aan Zee een aandachtspunt.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • Er wordt geen drastische koerswijziging rondom economische speerpunten verwacht. Inzetten op verdere ontwikkeling bestaande economische activiteiten. Bedrijvigheid in Hellevoetsluis, landbouw en glastuinbouw, Toerisme en Recreatie. • Mogelijkheid voor uitbreiding bedrijventerrein Hellevoetsluis openhouden voor de toekomst. Het is belangrijk om dit niet onmogelijk te maken. Er kan echter ook gekeken worden naar efficiënter gebruik van het bedrijventerrein. In principe zijn deze bedoeld voor activiteiten met een passende milieucategorie die niet passen in of nabij een woonwijk. Ze worden nu echter ook deels gebruikt voor activiteiten die prima op andere locaties zouden passen, zoals sportscholen en veel detailhandel. Om efficiënter gebruik te kunnen maken van de bestemde ruimte, zou hier een verbeterslag in het beleid gemaakt kunnen worden. • Onderzoek de mogelijkheid voor het creëren van een kenniscampus gericht op de in Voorne aan Zee aanwezige economieën. Er zijn bijvoorbeeld ideeën voor een vrijetijdseconomiecampus. • De woonwerkbalans is scheef, maar omdat de Rotterdamse haven een belangrijke en nabije werkgever is, hoeft dit niet als probleem ervaren te worden door de gemeente.
45
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
4.3.2
Landbouw
Ambities • De gemeente Voorne aan Zee wil graag toewerken naar duurzame landbouwvormen en streekproducten stimuleren. De gemeente wil ook meer ruimte bieden aan agrarische nevenactiviteiten, zoals recreatiemogelijkheden, natuurontwikkeling of duurzame energieopwekking. Verder heeft het de voorkeur dat solitaire glastuinbouwbedrijven verplaatsen naar de aangewezen clusters, en dat er kritisch wordt gekeken naar het aantal intensieve veehouderijen (en hun locatie). Concreet heeft de gemeente de volgende speerpunten geformuleerd: • Transitie naar natuurinclusieve, kringlooplandbouw en het creëren van ruimte voor agrarische nevenactiviteiten. Daarnaast zoeken naar oplossing voor vrijkomende agrarische bebouwing en percelen. • Verder concentreren van glastuinbouwbedrijven aan aangewezen clusters. Dit proces is al bezig: in Brielle heeft dit reeds tot verplaatsingen geleid en is het proces al zo goed als afgerond. In Westvoorne heeft het tot dusver enkel tot bedrijfsbeëindigingen geleid, en in Hellevoetsluis speelt dit speerpunt wat minder.
Fase
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Beoordeling
Toelichting
--
Het aandeel landbouwgrond in de gemeente Voorne aan Zee bedraagt 31%, tegenover 38% in provincie Zuid-Holland en 47% in heel Nederland. Dit verschil wordt in zijn geheel veroorzaakt door het lage aandeel landbouwgrond in de deelgemeente Westvoorne. Met 28% van het totale aantal landbouwbedrijven zijn er relatief weinig veehouderijen. Het gemiddelde agrarische bedrijf in de gemeente is met 28,5 hectare ongeveer 20% kleiner dan gemiddeld in Nederland. De gemeente spreekt in het Koersdocument de ambitie over een transitie naar een natuurinclusieve vorm van kringlooplandbouw uit; er is echter geen gedeeld streefbeeld, en ook de benodigde ingrepen en de rol van de gemeente hierin zijn niet bekend. Ook is geen informatie beschikbaar over het effect van de landbouw op bodem, water en de vitaliteit van de bodem en over het aantal bedrijven dat een vorm van duurzame landbouw bedrijft.
+/-
In 2023 start een nieuwe periode van het Gemeenschappelijk Landbouw Fonds (GLB) van de EU, waarbinnen gelden vrijgemaakt worden voor verduurzaming van de landbouw. Het stikstofbeleid van het Rijk gaat daarnaast naar verwachting van invloed zijn op de agrarische sector in de gemeente. Het is op termijn aannemelijk dat landbouwbedrijven zullen verdwijnen of gedwongen worden om te verduurzamen. Ook provincie Zuid-Holland werkt aan het versnellen van de verduurzamingstransitie in de agrarische sector, waardoor via autonoom, door hogere overheden opgelegd beleid de ambitie van de gemeente deels verwezenlijkt zal worden. Daarnaast vormt klimaatverandering een risico voor het in zijn huidige vorm blijven functioneren van de agrarische sector in de gemeente door verdroging en verzilting. Wel biedt klimaatverandering ook kansen voor de landbouwsector om te veranderen, verduurzamen, en bijvoorbeeld nieuwe technologieën toe te passen.
Doelbereik Omgevingsvisie
+/-
Huidige situatie In Tabel 4-7 is voor de drie deelgemeenten samengevat hoeveel grond er in gebruik is als landbouwgrond, en hoeveel agrarische bedrijven er gevestigd zijn 68. Van de drie deelgemeenten is het oppervlakte agrarisch grondgebruik zowel relatief (50%) als absoluut (~2.300 ha) het hoogst in Hellevoetsluis. Het aandeel agrarische grond in Brielle ligt op een vergelijkbaar niveau (46%), Westvoorne valt op door het lage aandeel agrarische grond (17%). Gemiddeld is ongeveer
68 CBS StatLine - Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar gemeente
46
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
31% van de grond in de gemeente Voorne aan Zee in gebruik voor landbouw. Dit is lager dan het percentage agrarisch grondgebruik voor de provincie Zuid-Holland, wat op 38% ligt. Het ligt lager dan het landelijke gemiddelde van 47%. In de gehele fusiegemeente zijn in totaal 159 landbouwbedrijven gevestigd.
Tabel 4-7 Landbouwbedrijven en agrarisch grondgebruik per gemeente en in totalen. Bron: CBS Statline
Gemeente
Oppervlakte gemeente in ha (2018)
Totaal aantal landbouwbedrijven (2021)
Totaal agrarisch grondgebruik in ha (2020)
% agrarisch t.o.v. totale oppervlakte
Hellevoetsluis
4.627
50
2313
50%
Westvoorne
9.748
56
1683
17%
Brielle
3.114
53
1441
46%
Totaal
17.489
159
5438
31%
Tabel 4-8 laat het aantal en aandeel veehouderijen t.o.v. het totaal aantal landbouwbedrijven zien voor de drie deelgemeenten en de gehele gemeente. 69 Het aandeel veehouderijen in de gemeente – 37% - is relatief laag vergeleken met het landelijke gemiddelde van 63% en het provinciale gemiddelde van 43%. In de gemeente zijn er dus relatief weinig veehouderijen, en zijn er meer landbouwbedrijven die zich richten op akker- en (glas)tuinbouw en grasland en groenvoedergewassen.
Tabel 4-8 Aantal en aandeel veehouderijen t.o.v. totaal aantal landbouwbedrijven in de gemeente. Bron: CBS StatLine.
Gemeente
Totaal aantal landbouwbedrijven (2021)
Veehouderijen (graas- en hokdieren) (2021)
Percentage veehouderijen t.o.v. totaal aantal landbouwbedrijven
Hellevoetsluis
50
22
44%
Westvoorne
56
21
38%
Brielle
53
16
30%
Totaal
159
59
37%
Zoals hierboven vermeld, zijn veehouderijen in te delen in graas- en hokdier-houderijen. In Tabel 4-9 hieronder wordt voor deze houderijen het aantal bedrijven en aantal dieren weergeven. 70
Tabel 4-9 Aantal graas- en hokdier-houderijen en het bijbehorende aantal graas- en hokdieren. Bron: CBS StatLine.
Gemeente
Totaal aantal graasdierhouderijen (2021)
Totaal aantal graasdieren (rundvee, schapen, geiten, paarden en pony’s) (2021)
Totaal aantal hokdierhouderijen (2021)
69 CBS StatLine - Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar gemeente 70 CBS StatLine - Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar gemeente
47
Datum: 21 april 2023
Totaal aantal hokdieren (bestaat in de gemeente enkel uit varkens, niet pluimvee o.i.d.) (2021)
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Hellevoetsluis 19
2467
3
11
Westvoorne
20
2045
1
650
Brielle
15
1984
1
2
Totaal
54
6496
5
663
De afgelopen 20 jaar is het aantal landbouwbedrijven in vooral Westvoorne (van 190 naar 56) en Brielle (van 122 naar 53) flink afgenomen, zoals te zien in Figuur 4-26 hieronder. Sinds 2018 zijn de aantallen wel relatief stabieler. Dit is vergelijkbaar met provinciale en landelijke trends, waarin ook een afname te zien was. In Figuur 4-27 zijn de trends wat betreft het agrarisch grondgebruik in de drie gemeenten weergeven. Te zien is dat het oppervlakte agrarisch grondgebruik vooral in Westvoorne erg is afgenomen. In Hellevoetsluis is er ook een afname te zien, terwijl Brielle redelijk stabiel is. In Brielle is dus te concluderen dat het oppervlakte per agrarisch bedrijf is toegenomen: het aantal landbouwbedrijven is gedaald, terwijl het oppervlakte agrarisch grondgebruik redelijk stabiel is gebleven. De landelijke trend van 2000-2016 laat ook een sterke afname zien in het agrarisch grondgebruik. De provinciale trend laat ook een afname zien. Afgaand op deze cijfers kan ook de grootte van het gemiddelde bedrijf worden berekend. De meest recente cijfers wat betreft agrarisch grondgebruik komen uit 2016, dus hiermee zal worden gerekend. Het gemiddelde agrarische bedrijf in de gemeente was in 2016 28,5 ha groot. In 2016 was het gemiddelde bedrijf in Nederland 35,3 ha. Daarmee is het gemiddelde agrarische bedrijf in de gemeente kleiner dan het landelijke gemiddelde.
Figuur 4-26 Aantal landbouwbedrijven per gemeente van 2000-2021. Bron: CBS StatLine
48
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-27 Agrarisch grondgebruik per gemeente in are van 2000-2016. Bron: CBS StatLine
Een geografische afbakening van landbouwgrond in de gemeente (grond die wordt gebruikt als bouwland, blijvend grasland of de teelt van blijvende gewassen) is zichtbaar in Figuur 4-28 hieronder, gebaseerd op het Agrarisch Areaal Nederland (AAN).71 Hierop is te zijn dat buiten de stedelijke gebieden van Hellevoetsluis, Brielle, Oostvoorne en Rockanje het overgrote deel van de grond wordt gebruikt voor landbouw. Dit is redelijk vergelijkbaar met andere gebieden in Nederland. De getoonde landbouwpercelen tonen ook het daaraan gekoppelde geteelde gewas. Binnen de gemeente bestaan de meeste landbouwpercelen uit bouwland en grasland.
71 Basisregistratie Gewaspercelen (BRP) | PDOK
49
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-28 De locatie van landbouwpercelen met daaraan gekoppeld het geteelde gewas (gewaspercelen). De omgrenzingen van de landbouwpercelen zijn gebaseerd op het Agrarisch Areaal Nederland (AAN). Bron: PDOK
In Figuur 4-29 is getoond welke typen landbouw worden bedreven in de gemeente.72 Bouwland is het meest voorkomende type landbouw. Daarna komen respectievelijk agrarisch grasland en glastuinbouw het meeste voor. Het hoge aandeel bouwland is vergelijkbaar met de rest van Zuid-Nederland, terwijl in andere delen van het land agrarisch grasland domineert.
72 Types landbouw 2019 | PBL - Atlas van de Regio: Ruimtelijke differentiatie en integratie in kaart
50
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-29 Kaart van de landbouwtypologie op basis van BGT (bouwland, fruitteelt, agrarisch gras), BBG (glastuinbouw) en LGN (bloembollenteelt). Bron: PBL.
In het Koersdocument wordt de transitie naar duurzame landbouw (natuurinclusief, kringlooplandbouw) genoemd als de grootste opgave. Er zijn echter nog geen cijfers over duurzame vormen van landbouw en in hoeverre deze al worden bedreven. Wel is Voorne aan Zee via de Regiodeal Zuid-Hollandse Delta aangesloten bij het Programmateam Agrifood, dat zich inzet voor een ‘’volhoudbare, innovatieve en circulaire Agrifoodsector’’. 73 Agrifood gaat, kortweg, over alles wat met voedsel te maken heeft, inclusief de landbouw en diens producten. In de afgelopen jaren zijn door dit programmateam op het gebied van innovatie en kennisdeling diverse initiatieven gestart, waaronder Vers van Voorne of De Proefschuur op Voorne Putten. Voorne-Putten zoekt daarnaast actief aansluiting bij de Food Innovation Academy (FIA) in Vlaardingen: de FIA is het kennis- en innovatiecentrum van de levensmiddelenindustrie voor de brede Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Er zijn echter nog geen (bekende) plannen of initiatieven met betrekking tot duurzame of regeneratieve landbouw.
Droogtestress kan een risico vormen voor de landbouw in de gemeente (verder toegelicht in hoofdstuk 4.8.2). Op verschillende plekken in de gemeente is momenteel sprake van een matig tot hoog risico op droogtestress; zie Figuur 4-30 hieronder.74 De gebieden met een hoog risico vallen op dit moment niet samen met grond die gebruik wordt voor landbouw. Door klimaatverandering neemt de kans op droogtestress wel toe, al wordt dit momenteel niet ervaren als een opgave voor de gemeente omdat er nog geen negatieve gevolgen zijn voor de landbouw. Als de droogtestress wel toeneemt in de toekomst, kan een mogelijk gevolg voor de landbouw zijn dat er steeds vaker gekozen wordt voor andere variëteiten of zelfs voor andere gewassen. 75 In het rechter figuur is te zien dat de situatie in de gemeente is vergelijkbaar is met andere (kust)gebieden.
73 Zuid-Hollandse Delta – Een nieuw en innovatief samenwerkingsverband: Plan van aanpak programmalijn Agrifood 74 Droogtestress | Klimaateffectatlas 75 PBL (2020) - Atlas van de Regio: Ruimtelijke differentiatie en integratie in kaart, Provincie Zuid-Holland
51
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-30 Kaart van de droogtestress weergeven in opbrengstderving. Deze derving komt door een tekort aan water. De kaart is gebaseerd op hoeveel mm water een aaneengesloten grasmat in een jaar maximaal tekort komt gedurende een aaneengesloten periode van 10 dag. Bron: Klimaateffectatlas
Verzilting is ook een probleem in de gemeente: in veel gebieden is niet veel zoet grondwater beschikbaar (zie hoofdstuk 4.7.2). Aangezien de beschikbaarheid van zoet grond- en oppervlaktewater van belang is voor de landbouw, brengt dit risico’s met zich mee, vooral omdat de gebieden met weinig zoet grondwater samenvallen met landbouwgrond. Verzilting is een bekend probleem in kustgebieden, vooral in Zeeland, aangezien veel land hier onder zeeniveau ligt waardoor het zoute zeewater op het zoete grondwater drukt.76
In Figuur 4-31 hieronder is verzilting van het oppervlaktewater in de gemeente weergeven. 77 Vergeleken met Zeeland is verzilting van het oppervlaktewater niet problematisch, al vindt ten noorden van de gemeente wel zoutindringing plaats. Wederom kan verzilting van oppervlaktewater risico’s met zich meebrengen voor de landbouw: dit kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de gevoelige teelten, zoals de bomen- en de bollenteelt.78
76 CZAV (2022) - Omringd door water, maar toch niet genoeg? 77 Verzilting oppervlaktewater | Atlas Natuurlijk Kapitaal 78 Kenniscentrum InfoMil - Verzilting
52
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-31 Kaart met daarop weergeven de verzilting van oppervlaktewater, gebaseerd op de chlorideconcentratie. Bron: Atlas Natuurlijk Kapitaal
Autonome ontwikkeling Gezien de beschreven trends op zowel gemeentelijk, provinciaal als landelijk niveau, is het aannemelijk dat het oppervlakte agrarisch grondgebruik en het aantal agrarische bedrijven zal afnemen. Dit valt ook te verwachten in de context van de stikstofmaatregelen in de agrarische sector. Wel zal het effect van de stikstofmaatregelen relatief meevallen in de gemeente, aangezien het aandeel veehouderijen binnen de agrarische sector relatief klein is (zie Tabel 4-5).79 80Wel zullen er vrijwel zeker gevolgen zijn voor de agrarische sector binnen de gemeente: de stikstofuitstoot moet omlaag, de veestapel moet krimpen, en alle bedrijven verduurzamen81. De overheid biedt financiële steun voor boeren die de overstap maken naar duurzame kringlooplandbouw of hun stallen verduurzamen. Dit kan een positieve impuls geven aan het verduurzamen van de landbouw in de gemeente. Daarmee neemt het totaal aantal agrarische bedrijven eventueel af (met name veehouderijen), maar zal het aandeel duurzame landbouw waarschijnlijk toenemen. Er moet gekeken worden naar de wensen van de agrarische sector (schaalvergroting- of verkleining?), de gemeente heeft nog niet besloten welke richting zij op willen met het landbouwbeleid.
Er bestaat echter enige onzekerheid wat betreft de potentiële consequenties van stikstofmaatregelen voor de landbouw in de gemeente, ook in relatie tot de nabijheid van (intensieve) veehouderijen tot Natura 2000-gebieden. Dit is omdat er in de gemeente verschillende emissiereducerende doelstellingen zijn; al is de kaart met doelstellingen inmiddels teruggetrokken door het Rijk. Er zullen dus zeker gevolgen zijn voor de landbouw aangezien de stikstofemissie gereduceerd moet worden; het verschilt alleen per gebied hoeveel deze reductie moet bedragen. Landelijk en provinciaal speelt het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), waarbij het doel is om gebiedsgericht te werken aan natuur, water en klimaat.82 De overheid wil vóór 2030 de natuur de ruimte bieden voor herstel en versterking, bodem- en waterkwaliteit verbeteren, en meer doen tegen klimaatverandering. Per gebied worden gerichte oplossingen gezocht. Binnen het NPLG zijn kerndoelen vastgelegd. De provincies (PPLG) moeten uiterlijk 1 juli 2023 hun eerste versie van de plannen per gebied klaar hebben, waarin o.a. doelen staan voor emissiereductie, natuurherstel en water, en hoe deze doelen bereikt moeten worden. Dit programma en de
79 PBL (2020) - Atlas van de Regio: Ruimtelijke differentiatie en integratie in kaart, Provincie Zuid-Holland 80 CBS StatLine - Landbouw; gewassen, dieren en grondgebruik naar gemeente 81 KVK (2022) - Stikstofmaatregelen in jouw sector: hoe zit het? 82 Rijksoverheid - Nationaal Programma Landelijk Gebied
53
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
bijbehorende doelen en plannen kunnen gevolgen hebben voor de landbouwsector, en hier moet dus goed naar gekeken worden bij formuleren van het gemeentelijk landbouwbeleid in de Omgevingsvisie. Vanuit de provincie Zuid-Holland is er beleid voor ‘vitale landbouw’.83 Provincie Zuid-Holland ondersteunt al enige tijd initiatieven zoals de Voedselfamilies en Groene Cirkels. Nu wil ze vooral inzetten op verbreden en versnellen van verduurzaming voor de hele sector. Kringlooplandbouw, korte ketens en economische vitaliteit zijn een aantal kernbegrippen in de notitie. Om dit te bereiken is het plan om Rijksprogramma’s intensiveren. Verder is de gemeente recent in samenwerking met LTO een proces gestart dat een schets moet geven van een ‘’volhoudbare’’ landbouw op Voorne-Putten en wat hiervoor randvoorwaarden zouden kunnen zijn. Vanaf 1 januari 2023 start een nieuwe periode van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB), wat samen door landen van de EU gemaakt is.84 Dit nieuwe beleid richt zich op de verdere verduurzaming en innovatie van de landbouw, bijvoorbeeld door gebruik van duurzame of hernieuwbare grondstoffen en meer rekening te houden met klimaatverandering en biodiversiteit. De EU-landen mogen hun eigen landbouwbeleid bepalen, binnen de grenzen van het GLB.
De kans is dus groot dat het nieuwe GLB een positief effect gaat hebben op de verduurzaming van de landbouw in Nederland, en daarmee in de gemeente. Klimaatverandering en de risico’s die dit met zich meebrengt – hitte, droogte en wateroverlast – kunnen gevolgen hebben voor de toekomst van landbouwbedrijven. 85 Klimaatverandering in Nederland treft alle agrarische sectoren, maar vooral in de akker- en tuinbouw in het open veld. De gewasproductie wordt direct beïnvloedt, maar ook indirect door bijv. ziekten en plagen. Tegelijkertijd zorgt klimaatverandering hoogstwaarschijnlijk ook voor een toename in de potentiële productie van de meeste gewassen in 2050, omdat de temperatuur en de CO2-concentratie stijgen. Dit ligt wel aan het soort gewas. In de tuinbouw zijn klimaatrisico's relatief klein, maar door de intensiteit van de teelt kunnen ze toch veel schade aanrichten. Binnen de zuivelindustrie kan de toename van het aantal warme dagen leiden tot lagere grasopbrengsten. Tot op zekere hoogte kan warmte ook de melkproductie beïnvloeden, maar dit effect zal niet erg groot zijn. Een hoger risico in de veehouderij is de stijgende temperatuur die een verhoogd risico op ongedierte en ziekten met zich meebrengt. De gemeente is zich bewust van klimaatverandering en de bijbehorende risico’s, ook voor de landbouw. Plannen of beleid over hoe hiermee om te gaan ontbreken nog.