Bijlage 8 Omgevingseffectrapport Voorne aan Zee - definitieve Foto van de Leefomgeving april 2023
Tekst van het document
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Voorne aan Zee Gemeente Voorne aan Zee 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Contactpersoon JASPER VAN BRUCHEM
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
OPLEVERING DEFINITIEVE VERSIE FOTO VAN DE LEEFOMGEVING d.d. 21 APRIL 2023
2
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Inhoudsopgave 1
2
3
4
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel van het OER
5
1.3
Procesbeschrijving
5
1.4
Opbouw van dit OER
5
De omgevingsvisie van de gemeente Voorne aan Zee
6
2.1
Koersdocument en ontwerp Omgevingsvisie
6
2.2
Ambities
6
Beoordelingsmethodiek
7
3.1
Aanleiding
7
3.2
Doel van het OER
7
3.3
Procesbeschrijving
7
3.4
Opbouw van dit OER
7
Foto van de Leefomgeving en beoordeling op doelbereik
8
4.1
Inleiding
8
4.2
Natuurlijk Voorne aan Zee
11
4.2.1
Bodem & ondergrond
11
4.2.2
Grond- & oppervlaktewater
20
4.2.3
Landschap & ruimtelijke kwaliteit
25
4.2.4
Natuur & biodiversiteit
29
4.2.5
Stedelijk groen
34
4.3
Ondernemend Voorne aan Zee
40
4.3.1
Economie
40
4.3.2
Landbouw
46
4.4
Recreatief & beleefbaar Voorne aan Zee
55
4.4.1
Cultureel erfgoed & archeologie
55
4.4.2
Recreatie & toerisme
60
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
4.5
Passend wonen voor iedereen in Voorne aan Zee
73
4.6
Sociaal en leefbaar Voorne aan Zee
81
4.6.1
Sociale cohesie & leefbaarheid
81
4.7
Gezond en veilig Voorne aan Zee
86
4.7.1
Gezondheid
86
4.7.2
Veiligheid
89
4.7.3
Luchtkwaliteit
96
4.7.4
Geur
101
4.7.5
Geluidoverlast
103
4.8
Duurzaam en klimaatbestendig Voorne aan Zee
108
4.8.1
Wateroverlast
108
4.8.2
Droogte
117
4.8.3
Hittestress
123
4.8.4
Verzilting
127
4.8.5
Circulaire economie
129
4.8.6
Duurzame elektriciteit
132
4.8.7
Duurzame warmte
141
4.9
Bereikbaar Voorne aan Zee
149
4.9.1
Autobereikbaarheid
149
4.9.2
Modal shift
152
Colofon
4
Datum: 21 april 2023
157
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
1.2
Doel van het OER
1.3 1.4
Procesbeschrijving Opbouw van dit OER
5
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
2
De omgevingsvisie van de gemeente Voorne aan Zee
2.1 2.2
Koersdocument en ontwerp Omgevingsvisie Ambities
6
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
3
Beoordelingsmethodiek
3.1
Aanleiding
3.2
Doel van het OER
3.3 3.4
Procesbeschrijving Opbouw van dit OER
7
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
4
Foto van de Leefomgeving en beoordeling op doelbereik
4.1
Inleiding
De Foto van de Leefomgeving beschrijft de staat van de leefomgeving in de gemeente Voorne aan Zee. In dit hoofdstuk worden de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen tot 2040 beschreven. Samen vormen de huidige situatie en de autonome ontwikkeling de referentiesituatie voor het OER. De Foto van de Leefomgeving vormt het referentiepunt voor de beoordeling op doelbereik en milieueffecten. Voor iedere ruimtelijke opgave die terugkomt in de Omgevingsvisie is op basis van beschikbare informatie en expert judgement middels het beoordelingskader dat in hoofdstuk 3 beschreven is, beoordeeld in welke mate anno 2022 voldaan wordt aan de voor die opgave gestelde ambitie. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande informatie en de informatie die beschikbaar is voor deze beschrijvingen en beoordelingen verschilt dus per beleidsveld. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen informatie, in aflopende mate van concreetheid en cijfermatigheid: 1. Kwantitatieve informatie: deze informatie is cijfermatig en dus meetbaar, bijvoorbeeld data uit meetgegevens en rekenmodellen. 2. Kwalitatieve informatie: deze informatie is niet-cijfermatig en dus lastig meetbaar, bijvoorbeeld interviewgegevens en kaartmateriaal. 3. Expert judgement: in het geval dat er geen kwantitatieve en kwalitatieve informatie beschikbaar is wordt de beoordeling gedaan op basis van kennis en ervaring van specialisten.
De huidige situatie wordt zoveel mogelijk kwantitatief en gebiedsgericht beschreven. Voor beleidsvelden als de woningmarkt, de energiemix, de verkeerssituatie en de arbeidsmarkt zijn veel kwantitatieve gegevens beschikbaar. Door de Foto van de Leefomgeving zoveel mogelijk kwantitatief in te steken, worden opgaven en knelpunten in het ruimtelijk domein van de gemeente zo scherp mogelijk neergezet. Volgend op de beschrijving van de huidige situatie zijn ook autonome ontwikkelingen die naar verwachting plaats zullen vinden in de periode tot 2040 in beeld gebracht. Deels komt dit voort uit al vastgesteld beleid op bijvoorbeeld het gebied van woningbouw, natuurontwikkeling en duurzaamheid. Deels worden voor de autonome ontwikkelingen ook externe ontwikkelingen buiten de directe invloedssfeer van de gemeente en/of de Omgevingsvisie beschreven. Denk daarbij aan onder meer klimaatverandering, de landelijke energietransitie en verschuivingen in de bevolkingsopbouw in de gemeente Voorne aan Zee. Voor de referentiesituatie die hieruit volgt is voor iedere opgave bepaald of in vergelijking met de huidige situatie een (grote) verbetering, (grote) verslechtering of geen verschil op zal treden en tot welke beoordeling dit leidt. Om dit kwaliteitsniveau te beoordelen wordt gekeken naar de beschikbare referentiewaarde.
Hierbij wordt middels een ladder van aflopende kwaliteitsniveaus onderscheid gemaakt in: 1. Wettelijke normen. 2. Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen. 3. Advieswaarden van instituten. 4. Vraag versus aanbod. 5. Benchmarks ten opzichte van het landelijk gemiddelde of vergelijkbare gemeenten. 6. Expert judgement. Het toepassen van wettelijke normen heeft de voorkeur omdat dit leidt tot de meest navolgbare en eenduidige beoordeling. Indien wettelijke normen niet beschikbaar zijn voor het te beoordelen beleidsveld, worden beleidsnormen of -doelstellingen toegepast. Indien deze ook niet beschikbaar zijn, wordt de ladder verder afgelopen. In Figuur 4-1 en Figuur 4-2 zijn de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkeling samengevat in het Rad van de Leefomgeving. Verderop in dit hoofdstuk wordt de Foto van de Leefomgeving per opgave toegelicht. De groene en rode pijltjes in Figuur 4-2 laten zien hoe de beoordeling verandert op basis van de autonome ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie. Is het pijltje rood, dan is er in de autonome ontwikkeling sprake van een negatief effect op het beleidsveld in vergelijking met de huidige situatie. Is het pijltje groen, dan is er juist een positief effect en dus een betere beoordeling bij de autonome ontwikkeling.
8
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-1 Rad van de Leefomgeving (beoordeling huidige situatie)
9
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-2 Rad van de Leefomgeving (beoordeling autonome ontwikkeling, de pijlen geven het verschil met de huidige situatie aan)
10
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
4.2
Natuurlijk Voorne aan Zee
4.2.1
Bodem & ondergrond
Ambities Voor dit thema zijn vanuit het Koersdocument geen ambities gedefinieerd. Wel komen uit het koersdocument en interviews een aantal relevante onderwerpen voor bodem & ondergrond naar voren. Onder de Omgevingswet kunnen gemeenten eigen normen voor bodemkwaliteit opstellen. Het is nog onduidelijk welke normen de gemeente Voorne aan Zee gaat hanteren. Ecologische bodemkwaliteit is een aandachtspunt, alsook ruimtelijke ordening in de ondergrond. Het wordt steeds drukker in de ondergrond, bijvoorbeeld door het scheiden van rioolsystemen, energietransitie en de aanleg van meer kabels en leidingen. Dit leidt tot een risico op verrommeling in de ondergrond en verlies van ruimte voor openbaar groen. Een ander knelpunt wat hierdoor kan ontstaan is dat er in het kader van verbeteren van de waterkwaliteit niet meer kan worden afgekoppeld als gevolg van een volle ondergrond. Fase
Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
+
De bodemkwaliteit in de gemeente Voorne aan Zee is overwegend goed. Er is een aantal lokale verontreinigingen bekend die beheerst worden (geen verspreiding) en geen risico voor mens en dier vormen. Lood is een aandachtspunt. Wat betreft ecologische bodemkwaliteit en weerbaarheid van de bodem zijn de duingronden aandachtsgebieden die vanwege het voedselarme karakter van de bodem gevoelig zijn voor externe stressoren als vermesting. Het effect van de landbouw in de gemeente op de ecologische bodemkwaliteit levert een wisselend beeld op. Een belangrijk aandachtspunt in de gemeente Voorne aan Zee is het gebrek aan regie op de ruimtelijke ordening in de ondergrond. Dit levert risico’s op voor de inpassing van maatschappelijke functies die een ruimtebeslag in de ondergrond hebben.
+
Bij nieuwe ontwikkelingen worden bestaande verontreinigen gesaneerd. Nieuwe ontwikkelingen worden zoveel mogelijk gebouwd op schone grond. Het thema bodem en ondergrond wordt leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen. Verder komt er een aangescherpte norm voor verontreiniging met lood en komt er meer aandacht voor bodem als leidend thema voor ruimtelijke ontwikkelingen. Aandachtspunten zijn de verrommeling van de ondergrond, bodemdaling en ecologische bodemkwaliteit. Om verslechtering van de bodemkwaliteit te voorkomen en om hergebruik van grond te stimuleren heeft de gemeente voor een aantal zaken gebiedsspecifiek beleid opgesteld, o.a. voor het toepassen van grond met bijmenging, baggerspecie in landbouwgebieden en verscherpte regels voor lood in de contactzone.
+/-
Huidige situatie Opbouw van de bodem De ondergrond van de gemeente Voorne aan Zee bestaat grotendeels uit zandgronden langs de kust en zeekleigronden in het binnenland. Langs de kust liggen zandduinen die onder andere dienen als kustbescherming. Dit zijn kalkhoudende beekeerd- of vlakvaaggronden met aan de buitenranden grof zand en aan de binnenrand fijn zand. In het binnenland worden de gronden kleiiger van aard, hier liggen kalkrijke poldervaaggronden met lichte klei. Van nature treedt er bij kleigronden ontkalking op. Het feit dat de gronden kalkrijk zijn is een indicatie dat het relatief jonge gronden zijn.
11
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-3 Bodemkaart. Geel zijn kalkhoudende beekeerd- en vlakvaaggronden, groen zijn kalkrijke poldervaaggronden, lichtblauw zijn kalkarme drechtvaaggronden. Bron: Atlas van de leefomgeving, kaart bodemkaart
Bodemkwaliteit De gemeente Voorne aan Zee beschikt over gemeentelijk bodembeleid dat is opgenomen in de Nota Bodembeheer van 2012 en aangevuld is met het addendum op de Nota. Deze nota helpt bij het bepalen van richtlijnen voor bodemkwaliteit. In de nota is het beleid van de gemeente Voorne aan Zee ten aanzien van het hergebruik en toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem beschreven. Het is een praktische richtlijn voor het omgaan met vrijkomende grond en baggerspecie en geeft een invulling aan het lokale grondstromenbeleid. Gelijktijdig met het addendum zijn in 2013 ook de PFAS-kaart en de algemene bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Met de bodemkwaliteitskaart en de PFAS-kaart wordt respectievelijk de actuele diffuse bodemkwaliteit en de diffuse bodemkwaliteit van de stofgroep PFAS van verschillende deelgebieden van de gemeente inzichtelijk gemaakt. Deze kaarten kunnen vervolgens als bewijsmiddel dienen voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van een partij vrijkomende grond en/of ontvangende bodem. Met deze kaarten wordt het grondverzet binnen de gemeente Voorne aan Zee gefaciliteerd, en worden achtergrondwaarden bepaald voor de 28 stoffen van PFAS (30 componenten).
12
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
In april 2021 zijn een actualisatie van de bodemkwaliteitskaart1, een aanvulling op de nota bodembeheer2 en een bodemkwaliteitskaart PFAS3 gepubliceerd. In 2022 is de Nota Bodembeheer herzien voor de gemeente Voorne aan Zee4. Nieuw in deze nota ten opzichte van de eerdere nota, is dat de normen voor lood zijn bijgesteld op basis van het advies van de GGD. Momenteel ligt er een herziening van de nota klaar, maar deze is nog niet vastgesteld. Met het uitstel van de OW is eind vorig jaar besloten de vaststelling door de nieuwe raad te laten doen en deze zal daarom in de eerste helft van 2023 vastgesteld worden. Het betreft één nieuw document, volledig gebaseerd op de voorgaande Nota en de aanvulling op de Nota, waarin al bestaande beleid is samengevoegd. De bodemkwaliteitskaart bestaat uit een zestal kaarten: • Kaart met zone-indeling, zie Figuur 4-6; • Ontgravingskaarten bovengrond (tot 0,5m-mv.) en ondergrond (>0,5 m-mv.) (2 kaarten): deze kaarten geven de te verwachten kwaliteitsklasse van de bodem aan in de situatie dat de grond vrijkomt om elders te worden toegepast; • Bodemfunctieklassenkaart: vanuit het besluit bodemkwaliteit is de gemeente verplicht om een bodemfunctieklassenkaart op te stellen. De bodemkwaliteit moet aansluiten bij de functie. In Figuur 4-4 is de algemene indeling in functieklasse bodem weergegeven 5.
De functieklasse industrie betekent dat de grond van slechtere kwaliteit is dan bijvoorbeeld functieklasse landbouw en natuur; • Toepassingskaarten bovengrond en ondergrond (2 kaarten): deze kaarten geven de kwaliteitsklasse weer waar een toe te passen partij grond of baggerspecie aan moet voldoen.
Figuur 4-4 Functieklasse. Bron: informatiepunt leefomgeving
Op de kaart met zone-indeling in Figuur 4-6 zijn de verschillende te onderscheiden zones weergegeven. Deze zones zijn gekoppeld aan de kwaliteitsklassen weergegeven in Figuur 4-5, op basis van de ontgravingskaarten bodemgrond en ondergrond. De ontgravingskaarten geven de te verwachten kwaliteitsklasse van de bodem aan in de situatie dat de grond vrijkomt om elders te worden toegepast. Deze zijn op basis van gemiddeld gemeten gehaltes tot stand gekomen.
Figuur 4-5 Overzicht kwaliteitsklasse van bodem per zone. Bron: Actualisatie bodemkwaliteitskaart, april 2021
1 Actualisatie bodemkwaliteitskaart, 29 april 2021, (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee 2 Addendum op de Nota bodembeheer, 29 april 2021, gemeente Voorne aan Zee 3 Bodemkwaliteitskaart PFAS, 29 april 2021, (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee 4 Nota bodembeheer. De (toekomstige) gemeente Voorne aan Zee. 6 september 2022 revisie 01 5 Informatiepunt Leefomgeving - Kwaliteits- en bodemfunctieklassen bij activiteiten op of in de bodem
13
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Dat betekent dat de bodem in de gemeente Voorne aan Zee over het algemeen een goede kwaliteit heeft. Dit wordt bevestigd in het interview met de gemeente. Wel zijn er een aantal gebieden met een minder goede bodemkwaliteit. Zone A1 is de oude lintbebouwing; deze locaties hebben de functieklasse Wonen gekregen. Verder is het stadscentrum Brielle een grotendeels verdachte locatie6; deze heeft de functieklasse Industrie gekregen. Ook de voormalige stortplaats Kruiningergors is verdacht; deze heeft de functieklasse Wonen gekregen7. Verder zijn veel sloten gedempt in de afgelopen jaren. Omdat men vaak niet weet waarmee sloten in het verleden zijn gedempt zou dat verontreinigd materiaal of bijvoorbeeld bouw- en sloop of andere afval kunnen zijn. In de gemeente Voorne aan Zee is uit het interview gebleken uit een aantal onderzoeken dat de meeste sloten zijn gedempt met gebiedseigen materiaal. Er zijn geen locaties in de gemeente die direct gesaneerd dienen te worden. Uit de kaart Figuur 4-6 blijkt dat het grootste deel van de gemeente in zone C Recreatie en buitengebied valt met ontgravingsklasse Landbouw/Natuur. Dit betekent dat de bodem in de gemeente Voorne aan Zee over het algemeen een redelijk goede kwaliteit heeft.
Verder is op de kaart te zien dat de bovengrond in het stadscentrum van Brielle en enkele wegen in Vierpolders een kwaliteitsklasse Industrie (oranje kleur) hebben en dat de rode gebieden kwaliteitsklasse wonen hebben. De bodemkwaliteitskaart geeft de algemene bodemkwaliteit weer. Binnen de gemeente zijn enkele lokale historische verontreinigingen bekend die geen risico vormen voor de volksgezondheid en hierdoor niet direct gesaneerd dienen te worden. Bij eventuele herinrichting dient gesaneerd te worden. Binnen de gemeente zijn vooralsnog geen locaties bekend die direct gesaneerd dienen te worden. Lood is een aandachtspunt voor de gemeente Voorne aan Zee, en hiervoor gelden verscherpte regels. Lood is schadelijk voor de gezondheid van met name kinderen en kan een effect hebben op de ontwikkeling van de hersenen van een kind. Dit is al het geval bij lage concentraties. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat op een paar locaties de interventiewaarde van lood wordt overschreden. In het interview met de gemeente werd benoemd dat de gemeente verwacht dat kinderen vooral in de gebieden met functieklasse ‘Wonen’ in contact kunnen komen met lood. In de gemeente Voorne aan Zee wordt daarom een afwijkende normstelling voor lood in toe te passen grond gehanteerd. Deze normstelling is strenger dan het landelijk beleid.
Voor locaties die worden herontwikkeld, bijvoorbeeld voor de aanleg van bedrijventerreinen of woningbouw, geldt dat er altijd zorgvuldig naar de bodem gekeken moet worden. In eerste instantie kan worden volstaan met een historisch onderzoek, indien verdacht aangevuld met een verkennend en/of nader onderzoek en indien (sterk) verontreinigd met een sanering van de verontreinigde grond.
6 DCMR Milieudienst Rijnmond 7 Bodematlas Provincie Zuid-Holland – Voormalige stortplaatsen
14
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-6 Kaart met zone indeling. Bron: Actualisatie bodemkwaliteitskaart, april 2021
Ecologische bodemkwaliteit Naast de chemische bodemkwaliteit is ook de ecologische bodemkwaliteit van belang om te benoemen. Bij een goede ecologische bodemkwaliteit kunnen ecologische functies op een duurzame manier worden uitgevoerd. Met ecologische functies wordt bijvoorbeeld organismen die in de bodem leven en belangrijke bodemprocessen in stand houden bedoeld. Deze organismen verbeteren de structuur en de doorluchtig van de bodem. Met name regenwormen spelen hier een belangrijke rol in, maar ook schimmels en bacteriën8. Er zijn verschillende factoren die de ecologische bodemkwaliteit beïnvloeden. De mate waarin een bodem vergraven is weerspiegelt het ecologisch functioneren, omdat een niet-vergraven bodem over het algemeen beter functioneert dan een vergraven bodem 9. Het grootste deel van de gemeentegrond is niet of in geringe mate vergraven10. Het aantal regenwormen in de bodem is ook een indicator voor een gezond bodemleven en dus ecologische bodemkwaliteit. Op de kaart in Figuur 4-7 is te zien dat de aantallen regenwormen in het poldergebied veel hoger liggen dan in het duingebied, waar nauwelijks regenwormen te vinden zijn (<40/m²). Het aantal regenwormen is hoger als de pH en het gehalte organische stof hoger zijn in de bodem11. Zandgronden in Nederland zijn over het algemeen zuurder, terwijl de kleigronden veel kalkrijker zijn.
Op de kaart in Figuur 4-7 staat de kaart van Nederland naast elkaar, met links de bodemkaart en rechts een kaart met aantal regenwormen per m². Te zien is dat er weinig regenwormen voorkomen op de zand- en duingronden (roze en geel op de bodemkaart) en veel op de klei- en veengronden (groen en paars op de bodemkaart). Een andere indicator die iets zegt over de
8 RIVM (2003) – Ecologische kwaliteit van de bodem 9 Rutgers, M., Schouten, T., Bogte, J., Van Wijnen, H. (2014) Bodem: vitaal onderdeel van het natuurlijk kapitaal. Bodem, 24(2), 6-8. 10 Atlas Natuurlijk Kapitaal/RIVM (2015) - Ecologisch kapitaal van de onafgedekte, intacte bodem 11 Nature Today (2018) – Regenwormen van Nederland in kaart gebracht
15
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
ecologische bodemkwaliteit is de koolstofcyclus en -dynamiek in de bovenste bodemlaag, zie Figuur 4.6. De koolstofcyclus is van belang voor de koolstof- en energiehuishouding van een ecosysteem.12 In de bodem is een grote hoeveelheid koolstof opgeslagen die als energiebron dient voor het bodemleven en zorgt voor het functioneren van de bodem. Dit is bijvoorbeeld belangrijk voor plantengroei, het klimaat, en waterhuishouding.
Figuur 4-7 Kaart links: mate ven verstoring in de toplaag van de bodem. Rechts: Regenwormen - aantal individuen/m². Bron: https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten
In de gemeente Voorne aan Zee is in de duingronden et name en weinig organische stof te vinden, met als gevolg dat hier weinig tot geen ecologische bodemactiviteit is. Dit is logisch, omdat duingebieden van oudsher voedselarmere gronden zijn en de reden dat hier vaak zeldzame flora & fauna groeit. De hoeveelheid ecologische bodemkwaliteit vertaalt zich echter direct naar het herstelvermogen (het vermogen tot herstel en aanpassing aan veranderend bodemgebruik) en het zelfreinigend vermogen van de bodem. Dit laatste betekent dat de bodem hoge concentraties stoffen kan verwerken tot normale concentraties 13. Dit betekent dus dat de duingronden in de gemeente Voorne aan Zee gevoeliger zijn voor externe factoren, zoals Stikstofdepositie, dan de poldergronden in het binnenland.
Figuur 4-8 Kaart links: bodemkaart van Nederland. Roze en geel zijn zandgronden, groen en paars zijn klei- en veengronden. Kaart rechts: aantal regenwormen per m². Bron: https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten
Landbouw, met name intensieve, kan effect hebben op de ecologische bodemkwaliteit. In Figuur 4-9 hieronder is het herstelvermogen van de bodem na stress getoond. 14 Als dit wordt vergeleken met de locaties van de
12 Koolstofcyclus en -dynamiek in de bovenste bodemlaag (relatief) | Atlas Natuurlijk Kapitaal 13 Zelfreinigend vermogen in de toplaag van de bodem | Atlas Natuurlijk Kapitaal 14 Herstelvermogen van de bodem na stress | Atlas Natuurlijk Kapitaal
16
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
landbouwpercelen (Figuur 4-28 in paragraaf Landbouw) is te zien dat een groot deel van de bodem waarom de landbouwpercelen zich bevinden een gemiddeld tot hoger dan gemiddeld (gele en blauwe kleuren) herstelvermogen heeft. Op enkele plekken – voornamelijk in het westen en zuidoosten – is het herstelvermogen lager dan gemiddeld. Andere gebieden in Nederland kampen ook met een lager dan gemiddeld herstelvermogen van de bodem (zie Figuur 4-9 linksboven, rode kleuren). In Figuur 4-9Figuur 4-7, kaart linksonder, is te tevens zien dat vooral gebieden in het westen en zuidoosten van de gemeente kampen met een lager dan gemiddelde koolstofcyclus en -dynamiek. Er zijn echter ook wat rode gebieden te vinden die centraler in de gemeente liggen, en dus overlappen met landbouwpercelen. Aan de hand hiervan kan men aannemen dat de landbouw een negatief effect heeft op de ecologische bodemkwaliteit (wat betreft koolstofcyclus en -dynamiek) in de gemeente.
Figuur 4-9 Kaart linksboven: Herstelvermogen van de bodem na stress. Kaart rechtsboven: Zelfreinigend vermogen in de toplaag van de bodem. Kaart linksonder: Koolstofcyclus en -dynamiek in de bovenste bodemlaag. Bron: Atlas Natuurlijk Kapitaal
Bodemdaling
17
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Bodemdaling kan door verschillende factoren ontstaan: door krimp door verschil In de gemeente is sprake van een lichte bodemdaling (gemiddeld -0.5 mm per jaar)15. In Figuur 4-10 is te zien welke gebieden zijn aangewezen als aandachtsgebieden voor het thema bodemdaling. Dit zijn gebieden Het westelijk deel van de gemeente – bestaande uit zandstranden (duingebied) - is gevoelig voor watererosie16. Verder heeft een groot deel van de gemeente te maken met een verzilting in de bovenlaag van de bodem (bodemlaag t/m 5 meter onder maaiveld)17. Verzilting wordt verder toegelicht in paragraaf 4.7.2.
Figuur 4-10 Aandachtsgebieden klimaatkwetsbaarheden regio Voorne-Putten. Bron: https://arcg.is/Lmve5
Ruimtelijke ordening in de ondergrond Een ander aandachtspunt wat ook in de gemeente Voorne aan Zee speelt is de groeiende drukte in de bovenste laag van de ondergrond. Deze laag heeft meerdere functies en wordt bijvoorbeeld gebruikt voor kabels & leidingen en openbaar groen. Naar verwachting neemt de druk op de ondergrond in de toekomst toe. Voor de energietransitie dienen warmtenetten te worden aangelegd, riolering wordt gescheiden, parkeren en afvalcontainers worden vaker onder de grond aangelegd en ook voor piekbelasting van neerslag dienen wellicht voorzieningen te worden aangelegd. Ook is het onder de telecommunicatiewet mogelijk om kabels & leidingen aan te leggen, zonder dat de gemeente wezenlijk bezwaar kan maken. In het interview is de groeiende druk op de bovenste laag in de ondergrond door de gemeente als groot aandachtspunt benoemd. Op dit moment is hier geen regie op, met als risico verrommeling en onzorgvuldig
15 Bodemdaling in Nederland | Atlas van de Leefomgeving 16 Bodemerosie | Atlas Natuurlijk Kapitaal 17 Verzilting grondwater | Atlas Natuurlijk Kapitaal
18
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
ruimtegebruik waarbij bijvoorbeeld openbaar groen verloren gaat. Daarom dient integraal beleid te worden opgesteld voor het gebruik van de ondergrond, met bijvoorbeeld een prioriteitenlijst of afwegingskader van maatschappelijke functies, het toepassen van reserveringen voor toekomstige functies in de ondergrond, en spelregels omtrent het gebruik van ruimte in de ondergrond. Autonome ontwikkeling Literatuur Door klimaatverandering wordt het vaker en langer droog. Periodes van extremere droogte zorgen ervoor dat de grondwaterstand daalt en het diepe grondwater minder aangevuld wordt. Door de daling van de grondwaterstanden neemt de bodemdaling toe18. Het gebied is gevoelig voor bodemdaling omdat kleigronden in de gemeente overwegend slap en zettingsgevoelig zijn19.De verwachting is dat de bodem in beperkte mate (3 – 10cm) zal dalen tot 205020. Gemeentelijk beleid Om verslechtering van de bodemkwaliteit te voorkomen en om hergebruik van grond zoveel mogelijk te stimuleren heeft de gemeente Voorne aan Zee voor een aantal zaken gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Op enkele punten heeft de gemeente aangescherpte regels, o.a. Toepassingseisen grond met bijmenging, LMW voor buitengebied met landbouwbestemming, baggerspecie in landbouwgebieden, grond met asbest, grondstromen wegbermen buiten bebouwde kom, en verscherpte regels voor lood in de contactzone.
Nieuwe ontwikkelingen worden zoveel mogelijk gebouwd op schone grond en waar nodig worden bestaande verontreinigen gesaneerd. Het gebiedsspecifieke beleid wordt overgenomen en het thema bodem en ondergrond wordt leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen. Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland De gemeente heeft geen beleid gericht op het tegengaan van bodemdaling. De provincie Zuid-Holland heeft in haar Omgevingsvisie aangegeven samen met alle belanghebbende partners en partijen, de directe en indirecte maatschappelijke kosten door bodemdaling beperken: ‘Afhankelijk van de lokale omstandigheden, mogelijkheden en maatschappelijke urgentie is dat tegengaan van bodemdaling (mitigeren) of meebewegen (adapteren). Dit doet de provincie onder andere via gebiedsaanpakken’21. Ook geven ze aan het duurzaam beschermen, benutten en beheren van de bodem & de ondergrond te willen bevorderen, zowel door middel van haar eigen beleid als door het beïnvloeden van dat van andere overheden. Het gaat hier om het beschermen en beheren van de kwaliteit van het bodem-grondwatersysteem in relatie tot het verantwoord aanbrengen, beheren en afbouwen van functies in de ondergrond.
De provincie zet voor deze beleidskeuze in op: het optimaal benutten en beheren van bodem en ondergrond; het beschermen en beheren van het bodem- en grondwatersysteem; de nazorg van stortplaatsen in het kader van de Wet Milieubeheer. Dit zorgt ervoor dat het bodem- en grondwatersysteem de komende jaren niet verslechteren. Nationaal beleid Op 25 november heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief gepubliceerd met als titel ‘Water en bodem sturend’22. In deze brief laat het ministerie weten dat zij willen dat water en bodem sturend worden bij beslissingen over de ruimtelijke inrichting. Dat betekent bijvoorbeeld dat er bij de bouw van nieuwe woningen niet meer in diepe polders met een hoge grondwaterstand mag worden gebouwd. Ook staat in de brief dat de Rijk regie terug wil nemen op de ruimtelijke ordening in Nederland. Dat kan voor het thema bodem- en ondergrond betekenen dat het Rijk actie neemt om bodemdaling en verslechtering van bodemkwaliteit te voorkomen. Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • In 2022 is de Nota Bodembeheer herzien voor de gemeente. Deze is echter nog niet vastgesteld: er is eind 2022 besloten de vaststelling door de nieuwe raad te laten doen en deze zal daarom in de eerste helft van 2023 vastgesteld worden. • PFAS en lood zijn belangrijke aandachtspunten voor chemische bodemkwaliteit.
18 Samenwerking Voorne-Putten & Waterschap Hollandse Delta (2018) – Voorne-Putten houdt het hoofd koel: Strategie voor een klimaatbestendig
eiland 19 Provincie Zuid-Holland - Signaleringskaarten Bodem en Ondergrond: Bodemdaling 20 Bodemdaling 2020-2050 | Klimaateffectatlas 21 Omgevingsvisie Zuid-Holland (2022) 22 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (2022) – Water en Bodem sturend
19
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
• Er zijn nog enkele andere aandachtspunten waar de gemeente aangescherpte regels voor heeft die ook meegenomen moeten worden in de Omgevingsvisie, o.a. Toepassingseisen grond met bijmenging, LMW voor buitengebied met landbouwbestemming, grond met asbest, grondstromen wegbermen buiten bebouwde kom. • Effect van intensieve landbouw op de ecologische bodemkwaliteit. • Gebrek aan regie op ruimtelijke ordening in de ondergrond. • Kamerbrief Bodem en water sturend kan leiden tot belangrijke randvoorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen vanuit de ondergrond.
4.2.2
Grond- & oppervlaktewater
Ambities Op het gebied van grond- en oppervlaktewater zijn in het Koersdocument geen speerpunten opgenomen. De gemeente lijkt daarmee geen concrete ambities voor dit beleidsthema te hebben. Waterkwaliteit en -kwantiteit is ook een zaak waar met name het waterschap voor verantwoordelijk is. Bescherming van het grondwater en van de waterkwaliteit van zowel grond- als oppervlaktewater is echter wel een belangrijke opgave, en met het waterschap is er een afvalwaterakkoord waarbij de kwaliteit van het water een belangrijk speerpunt is. Dit aspect wordt dus wel behandeld in voorliggend Omgevingseffectrapport. Fase
Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
--
De grond- en oppervlaktewaterkwaliteit is redelijk en voldoet aan de normen voor zwemwater. Het oppervlaktewater in de gemeente is echter wel gevoelig voor blauwalgen, zoals de zomers van de afgelopen jaren hebben laten zien. Alle KRW waterlichamen in de gemeente voldoen niet aan de chemische KRW normen. De ecologische waterkwaliteit is beter, maar scoort nog altijd ontoereikend tot matig. Het grondwater staat gemiddeld 1 tot 2 meter onder maaiveld en zakt in droge zomers verder weg. Beleidsmedewerkers geven echter te kennen dat dit niet leidt tot negatieve effecten op landbouw of natuur.
-
Het is voor alle KRW waterlichamen in de gemeente onzeker of de chemische waterkwaliteit in 2027 aan de KRW normen zal voldoen. De prognose is dat de ecologische waterkwaliteit in 2027 wel aan de normen zal voldoen. De betrouwbaarheid van deze prognoses is echter moeilijk in te schatten, aangezien er geen maatregelen voorzien zijn om het vermestende effect van de landbouw, lozingen van bedrijven en de inzet van riooloverstorten in te perken.
+/-
Huidige situatie In de gemeente Voorne aan Zee zijn veel grote wateren te vinden, met name aan de randen. Dit zijn het Brielse Meer, het Oostvoornse Meer en de Haringvliet. Het Kanaal door Voorne is een rechte waterweg die een zichtlijn dwars door het buitengebied creëert. Het kanaal is in 1830 gegraven en functioneert als waterverbinding tussen de zee en de Rotterdamse haven. Het zeewater van de Voordelta maken dat door eb en vloed twee keer per dag de slikken droogvallen en zandplaten verschijnen. Hier zijn ook schorren aanwezig (hoger gelegen delen die boven de waterlijn uitsteken waarop planten voorkomen). De slikken, zandplaten en schorren zijn van grote waarde voor de natuur. Vogels komen hier voedsel zoeken en zeehonden rusten uit op de zandplaten. Het ondiepe water van de Voordelta is bovendien een kraamkamer voor diverse vissoorten. De landschappelijke Noordrand (nu onderdeel van gemeenten Brielle en Westvoorne) kenmerkt zich tot slot als een groene, waterrijke zone. Hier ligt ook het Brielse Meer dat van grote recreatieve waarde is, net als het Oostvoornse Meer. 23 Het Brielse meer is ook een belangrijk reservoir voor zoetwater voor zowel de industrie in de Rotterdamse haven als ook het Westland. De Spui functioneert als inlaat van het gehele watersysteem in Voorne-Putten. Dit water stroomt naar Brielle, Westvoorne en als laatste naar Hellevoetsluis.
Uit het interview met de gemeente blijkt dat gevolg hiervan is dat het water in Hellevoetsluis verrijkt is met afvalstoffen, onder andere door landbouw. De gemeente voldoet aan de
23 Koersdocument
20
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
zogeheten basisinspanning, en in dit licht is het onterecht dat er vaak wordt gewezen naar riooloverstorten bij de vervuiling van oppervlaktewateren. Eerder werd periodiek water via een overstort de polder ingelaten, maar inmiddels zijn randvoorzieningen aangebracht, namelijk leidingen achter de overstort om het water te laten bezinken. Hierdoor is er minder sprake van vervuiling als gevolg van overstort. De gemeente laat echter weten dat er structurele vervuilers van oppervlaktewater aanwezig in het gebied, bijvoorbeeld bemesting in de landbouw of lozingen van bedrijven. De wateren in de gemeente voldoen aan de zwemwaterrichtlijn, maar zijn door verrijking in combinatie met opwarming gevoelig voor blauwalg24, zie Figuur 4-11. Ook geeft de gemeente aan dat er in de Stinggracht en de vijver Kooisteebos al een aantal jaar op rij blauwalg wordt aangetroffen.
Figuur 4-11 Bacteriologische kwaliteit zwemwater – blauwalggevoeligheid. Bron: https://experience.arcgis.com/experience/1ed3ef3b59d044ad89104405cc276f98/page/Hoofdstuk-5%3A-Schoon-water/
Een hoge toxiciteit is een indicator dat dieren en planten last hebben van giftige stoffen, zoals ammonium (NHx), metalen, PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), gewasbeschermingsmiddelen en overige organische milieuverontreiniging. Op de kaart in Figuur 4-12 zien we een wisselend beeld van toxiciteit in de gemeente Voorne aan Zee. Op een paar plekken sprake van een hoge toxiciteit die niet direct te relateren is aan het grondgebruik. Veel bolletjes hebben een matige en hoge toxiciteit, zowel rondom steden, landbouwgebieden als in natuurgebieden. Op Figuur 4-12 rechts is te zien dat er een vrij hoog gehalte fosfor te vinden in de wateren. Dit kan komen door landbouwgronden, lozingen van bedrijven, riolering en/of vanuit de bodem. Het water in de gemeente bevat weinig stikstof en chloride. Alleen het Oostvoornse meer bevat hoge concentraties chloride, omdat hier zeewater wordt ingelaten.
24 Waterschap Hollandse Delta – Schoon water (ArcGIS Experience)
21
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-12 Kaart links: Mengsel toxische druk alle gemeten stoffen. Bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten, kaart Kwaliteit Oppervlaktewater (toxische druk). Kaart rechts: Fosfor2021 in water. Bron: https://experience.arcgis.com/experience/1ed3ef3b59d044ad89104405cc276f98/page/Hoofdstuk-5%3A-Schoon-water/
De Kaderrichtlijn Water is een doelstelling vanuit de Europese Unie gericht op het verbeteren van de chemische en ecologische waterkwaliteit in Europa. Voor 2027 moet Nederland aan de KRW-doelen voldoen. Landelijke regelgeving en lokale en landelijke maatregelen zullen moeten leiden tot verdere vermindering van de uitspoeling en afspoeling van verontreinigingen en meststoffen. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de uitvoering van KRW-maatregelen in rivieren, rijksmeren en kunstwateren25, de provincies zijn verantwoordelijk voor het stellen van doelen voor regionale KRW-waterlichamen26. Uit onderzoek van het PBL27 blijkt dat met de voorgenomen maatregelen niet alle KRWdoelstellingen gehaald worden. In de gemeente Voorne aan Zee is een aantal wateren aangewezen als KRW-water. De wateren in de gemeente Voorne aan Zee hebben allemaal een matige of zelfs ontoereikende ecologische waterkwaliteit. Tabel 4-1 De chemische en ecologische toestand van KRW-waterlichamen in de gemeente in 2021 en een prognose voor 2027 (KRW Factsheets, Informatiehuis Water, 202228)
Waterlichaam
Chemie totaal
Ecologie totaal
Toestand 2021
Prognose 2027
Toestand 2021
Prognose 2027
Oostvoornse meer
Voldoet niet
Onzeker
Matig
Vrijwel zeker
Brielse meer
Voldoet niet
Onzeker
Matig
Vrijwel zeker
Bernisse
Voldoet niet
Onzeker
Ontoereikend
Vrijwel zeker
Afwatering Groot Voorne West
Voldoet niet
Onzeker
Matig
Vrijwel zeker
Afwatering Voorne Oost
Voldoet niet
Onzeker
Matig
Vrijwel zeker
Kanaal door Voorne
Voldoet niet
Onzeker
Matig
Vrijwel zeker
25 Drinkwaterplatform (2021) – De Kaderrichtlijn Water (KRW) 26 Kenniscentrum Europa Decentraal (2022) - Hoe staat het met de voortgang van de Kaderrichtlijn Water in Nederland? 27 PBL (2020) - Voorgenomen maatregelen leiden tot verbetering waterkwaliteit 28 Waterkwaliteitsportaal – KRW factsheets
22
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Figuur 4-13 KRW kwaliteit waterplanten. Bron: https://experience.arcgis.com/experience/1ed3ef3b59d044ad89104405cc276f98/page/Hoofdstuk-5%3A-Schoon-water/
Er is recent een initiatief geweest om o.a. de waterkwaliteit te verbeteren: Kreken Kweken. Dit was een samenwerking tussen de gemeenten op Voorne-Putten, Waterschap Hollandse Delta en de voormalige Stadsregio Rotterdam. Er zijn kreken (natuurvriendelijke oevers) aangelegd over het hele eiland Voorne-Putten. Een aantal oude kreken ten oosten van Brielle zijn bijvoorbeeld hersteld om landschappelijke en natuurlijke waarden terug te brengen. Door natuurvriendelijke oevers in de kreken aan te leggen ontstaat meer habitat voor (water)planten en dieren. Ook ontstaat nieuwe waterberging belangrijk bij piekbelasting. Het project maakt onderdeel uit van het ontwikkelen van Natuurnetwerk Nederland (NNN)29. De gemeente heeft de zorgplicht grondwater in de kernen, de zogenoemde grondwatertaak (art 2.16 Ow en art. 2.3 Ow). De gemeente is, in relatie tot de bescherming van de kwaliteit van de bodem, inclusief het grondwater, bevoegd gezag voor lozingen op of in de bodem en rioollozingen. Het waterschap Hollandse Delta zorgt voor het transport (vanaf een met de gemeenten overeengekomen verzamelpunt) en de zuivering van het aangeboden communale afvalwater van de gemeenten.
Het waterschap is daarnaast verantwoordelijk voor waterveiligheid (voorkomen van overstromingen) en het beheer van het hele watersysteem, en toetst ook lozingen in de bodem.30 De Provincie ZuidHolland heeft de taak om te zorgen voor voldoende zoet grondwater en – volgens de Kaderrichtlijn Water – handhaving van de bestaande hoeveelheid grondwater. De provincie beschikt voor de bewaking van het zoete grondwater en de totale hoeveelheid grondwater over een intensief meetnet van grondwaterpeilbuizen. Daarin wordt zowel het zoutgehalte als de grondwaterstanden intensief gemeten 31. Rijkswaterstaat is beheerder van het sluizencomplex in de haringvliet.
29 Duurzame Buitenruimte (2020) – Kreken kweken 30 Waterschap Hollandse Delta (2021) - Waterbeheerprogramma 2022-2027 31 Staat van Zuid-Holland – Kwantiteit grondwater
23
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
De gemiddeld laagste grondwaterstand is tussen de 1 – 2 meter en aan de kuststrook zelfs >2 meter. Bij extreem droge zomers gaat dat gemiddelde richting de 2 meter diepte32. Voor zover bekende zijn lage grondwaterstanden binnen de gemeente nog geen probleem geweest.
Figuur 4-14 Kaart gemiddeld laagste grondwaterstand. Bron: https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/
Autonome ontwikkeling Vanuit de KRW is de prognose dat de doelen voor ecologische waterkwaliteit vrijwel zeker gehaald worden, voor wat betreft de chemische waterkwaliteit is dit onzeker. Dit zou betekenen dat de ecologische waterkwaliteit in het gebied verbetert33. Echter, zoals uitgebreid in paragraaf 4.7.2 beschreven, warmt oppervlaktewater in de gemeente Voorne aan Zee langzaam op met meer groei van blauwalg en een verslechtering van de waterkwaliteit als gevolg. Ook zijn er op dit moment geen ontwikkelingen die leiden tot minder afspoeling van landbouwgronden, lozingen van bedrijven, voorkomen van inzet riool overstorten of verbeteren van de waterkwaliteit. Ook neemt door klimaatverandering de kans op steeds langere periodes van droogte en daarmee afname en opwarming van oppervlaktewater toe34, met als gevolg verslechtering van waterkwaliteit. De conclusie dat de waterkwaliteit de komende jaren verbetert is daarom twijfelachtig, de bovenstaande ontwikkelingen lijken eerder te wijzen op een verslechtering van de waterkwaliteit. Nationaal beleid
32 Gemiddelde Laagste Grondwaterstand en Laagste grondwaterstand – Extreem droge zomer | Klimaateffectatlas 33 Waterkwaliteitsportaal – KRW factsheets 34 Samenwerkingsverband Voorne-Putten & Waterschap Hollandse Delta (2015) - Op weg naar een klimaatbestendig Voorne-Putten: Resultaten
Klimaatstresstest light
24
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Op 25 november heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief gepubliceerd met als titel ‘Water en bodem sturend’35. In deze brief laat het ministerie weten dat zij willen dat water en bodem sturend worden bij beslissingen over de ruimtelijke inrichting. Dat betekent bijvoorbeeld dat er bij de bouw van nieuwe woningen niet meer in diepe polders met een hoge grondwaterstand mag worden gebouwd. Ook staat in de brief dat de Rijk regie terug wil nemen op de ruimtelijke ordening in Nederland. Dat kan voor het thema grond- en oppervlaktewater betekenen dat het Rijk actie neemt om verslechtering van oppervlakte- en grondwaterkwaliteit te voorkomen. Projecten Een toekomstig project voor dit thema is het project Oude Goote. Het plangebied “Oude Goote” ligt net buiten Brielle, nabij de kern Vierpolders en omvat een woonprogramma van ca. 800 woningen.36 Het voorlopig ontwerp gaat uit van een groene en duurzame wijk, en door het plangebied loopt een gebied met natuurwaarden als onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Regenwater wordt zoveel mogelijk in de wijk vastgehouden voordat het wordt afgevoerd. Dit type projecten kunnen een positieve invloed hebben op grond- en oppervlaktewater, omdat er met het water wordt ontworpen en daarmee water wordt vastgehouden in het gebied.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • Oppervlaktewater wordt vanuit spui in Brielle ingelaten en gaat via Westvoorne naar Hellevoetsluis. Voortschrijdende vermesting van dit water is voor de waterkwaliteit in Hellevoetsluis een aandachtspunt. • Voedselrijk en warm water is een steeds groter wordend zorgpunt voor waterkwaliteit en blauwalgen. • Voor KRW waterkwaliteit is afstemming met het waterschap (bevoegd gezag hiervoor) nodig, gemeente dient haar eigen taken goed af te bakenen.
4.2.3
Landschap & ruimtelijke kwaliteit
Ambities • Het landschap centraal stellen bij ruimteclaims voor energie, wonen & werken en recreëren door een goede landschappelijke inpassing en meerwaarde voor biodiversiteit als randvoorwaarde te stellen. Dit geldt ook voor de stads- en dorpsranden. • Het behouden en versterken van de diversiteit van het landschap, en tegelijk het versterken van de biodiversiteit. • Het creëren van een groene, robuuste buffer aan de Landschappelijke Noordrand. • Het creëren van een duurzaam polderlandschap in het middengebied. Fase
Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
+
De gemeente Voorne aan Zee bestaat uit een groen, overwegend agrarisch middengebied en een buffer aan de noordzijde, omsloten door de vier grote woonkernen Brielle, Westvoorne, Rockanje en Hellevoetsluis. Langs de noordelijke en westelijke grenzen van de gemeente liggen natuurzones. Verrommeling van het buitengebied met onder meer loodsen en schuren, campings, recreatieterreinen en caravanstallingen wordt als probleem ervaren. De belevingswaarde van het landschap in het westelijke deel van de gemeente is gewaardeerd met een 8 of hoger uit 10, in de dorpsranden en het agrarisch middengebied wordt het landschap lager gewaardeerd.
+
De komende decennia zal meer ruimte in het buitengebied nodig zijn voor de invulling van maatschappelijke opgaven op het gebied van onder meer wonen, bedrijvigheid, energie en infrastructuur. Indien de nieuwe fusiegemeente geen duidelijke beleidsmatige kaders schept voor de voorwaarden waaronder deze ontwikkelingen plaats gaan vinden, dreigt verdergaande verrommeling van het landschap. Compensatieopgaven voor Natura 2000-gebieden vanuit stikstofwetgeving hebben daarentegen in de komende decennia mogelijk een positief effect op het landschap in de gemeente.
35 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (2022) – Water en Bodem sturend 36 Gemeente Voorne aan Zee – Oude Groote Brielle
25
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Doelbereik Omgevingsvisie
+/-
Huidige situatie Voorne aan Zee is een overwegend landelijke gemeente, met vier woonkernen (Hellevoetsluis, Brielle, Rockanje en Oostvoorne) en veel landbouw, natuur en water. De gemeentelijke ambities zijn erop gericht om het landelijke karakter van de gemeente te behouden en zorgvuldig om te gaan met het open landschap bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In Figuur 4-15 is een kaart opgenomen met daarin het bodemgebruik in de huidige situatie.
Figuur 4-15 Bodemgebruik in de gemeente Voorne aan Zee. De letters geven de locaties en kijkrichtingen van de aanzichten in Figuur 4-16 weer. Bron: https://data.overheid.nl/en/dataset/26841-bestand-bodemgebruik-2017
Direct ten noorden van de gemeente ligt het zware industriegebied van de Rotterdamse Haven. Aan de noordrand van de gemeente liggen twee grote meren (het Brielse en het Oostvoornse Meer) met brede groene oeverzones. De westelijke grens van de gemeente wordt gevormd door de Noordzee en de Maasvlakte. De kustzone bestaat uit strand en een brede strook bos en duin. Aangrenzend liggen Oostvoorne en Rockanje, die op de overgang tussen het natuurgebied en het agrarische hart van de gemeente liggen. Het grootste deel van deze veen- en zeekleipolders is in gebruik als akkergrond; tussen Oostvoorne en het oostelijker gelegen Brielle en ten zuiden van Brielle liggen enkele tuinbouwgebieden. Het natuurlijke landschap bevindt zich vooral rondom de grote waterstructuren aan de randen. Bij het eerdergenoemde project Kreken Kweken zijn minsten 10 kreken aangelegd. Ten oosten van Brielle is bijvoorbeeld een ecologische zone van een hectare ontwikkeld. Daarnaast zijn en worden er nog ruimtelijke kreken aangelegd die zijn gekoppeld aan ruimtelijke ontwikkelingen. Er is in het binnengebied echter een gebrek aan natuurlijke en landschappelijke kenmerken zoals kreken. De woonkernen liggen voornamelijk tussen het kust- en polderlandschap genesteld, waarbij de randen in de huidige situatie redelijk goed in het landschap opgenomen zijn.
Dit komt omdat de kernen vanuit het groene hart over het algemeen niet goed waarneembaar zijn. De overgang van Brielle met het landschap is wat ruwer, mede door omliggende infrastructuur als bovengrondse hoogspanningslijnen. Zie ook de foto’s in Figuur 4-16. 26
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
a
b
c
d
Figuur 4-16 Zicht op Rockanje (a), Oostvoorne (b), Brielle (c) en Hellevoetsluis (d) vanuit het groene polderhart van de gemeente. De locaties en kijkrichtingen zijn per foto aangegeven. Van: Google Maps
Verrommeling van het buitengebied wordt ervaren als een probleem. In de huidige situatie is dit te zien aan bijvoorbeeld de grote hoeveelheid campings, recreatieterreinen en caravanstallingen in het landschap, afgewisseld met landbouw en natuur. Verschillende landschappelijke elementen en functies zijn dus op een rommelige manier vermengd geraakt in de loop der jaren. Ook de overgang van bebouwd gebied naar landelijk gebied kan in sommige gevallen beter, omdat dit anders ook tot een rommelig aanzicht kan leiden. Tegelijkertijd wordt het buitengebied steeds netter en grootschaliger: ‘’rommelhoekjes’’ en landschapselementen verdwijnen hierdoor, en vaak zijn er grote stallen e.d. zonder beplanting of landschappelijke inpassing er omheen. Hierdoor gaat het landschap achteruit. Er moet dus gestreefd worden naar minder verrommelling, zonder het landschap ‘’te net’’ te willen hebben en geheel strak te trekken.
Figuur 4-17 op de volgende pagina is het resultaat van een model waarin de belevingswaarde van het landschap in kaart is gebracht. Natuurlijkheid en historische herkenbaarheid gelden hierbij als positieve waarden, en verstedelijking en horizonvervuiling als negatief37. Hieruit blijkt ook dat de gemodelleerde belevingswaarde rondom Brielle minder lijkt.
37 Compendium voor de Leefomgeving (2009) - Belevingskaart van het Nederlandse landschap
27
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Legenda (cijfer 1-10): <6 6 – 6,5 6,5 – 7 7 – 7,5 7,5 – 8 >8
Figuur 4-17 Gemodelleerde belevingswaarde van het landschap38
Met name langs de randen van de gemeente bedraagt de belevingswaarde van het landschap een 8 of hoger, dit is te verklaren door de hier aanwezige natuurgebieden. De ambitie voor een natuurlijke buffer aan de noordrand lijkt al grotendeels aanwezig te zijn als er wordt beoordeeld op landschappelijke belevingswaarde. Langs de randen van de woonkernen, industriegebieden en glastuinbouw is er echter sprake van een score van 6,5 of lager. De landschappelijke inpassing van de woon- en werkgebieden kan daarmee mogelijk dus verbeterd worden. Binnen de gemeente is er geen sprake van een duidelijke doorsnijding door een autosnelweg of spoorlijn, waardoor er tot op redelijke hoogte sprake is van een samenhangend landschap. Daarnaast wordt het westelijke duingebied in zijn geheel gewaardeerd met een 8 of hoger en is de belevingswaarde van het agrarische hart van de gemeente variabeler en gemiddeld lager. Autonome ontwikkeling Goede landschappelijke inpassing is de randvoorwaarde voor toekomstige ontwikkelingen rondom wonen, energie, recreëren en werken, in het bijzonder voor de randen van de woonkernen. Diversiteit van het landschap is hierbij belangrijk, deze moet worden behouden en, daar waar nodig en mogelijk, versterkt. Dit sluit aan op het reeds bestaande probleem rondom verrommeling.
Nieuwbouw van woningen, gebruik van het landschap voor onderdelen van de energietransitie of betere bereikbaarheid zijn allemaal aspecten waardoor het landschap rommeliger zou kunnen worden. Het is daarom zaak om hier zorgvuldig mee om te gaan. Er is een aantal ontwikkelingen met impact op het landschap, zoals nieuwe woonwijken aan de randen van de woonkernen. De ontwikkeling hiervan heeft een negatief effect op de openheid van het landschap, maar wordt wel met veel groen en water ingericht. Bij de juiste inrichting van de randen kan er sprake zijn van een verbeterde inpassing van de kernen in het landschap. Daarnaast is er nog sprake van toevoeging en uitbreiding van grote loodsen en schuren, bijvoorbeeld op industriegebieden maar ook verspreid in het landschap. Dit kan zorgen voor een onrustig en
38 Nationaal Georegister – Belevingswaarde van het landschap
28
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
rommelig aangezicht. Beleid omtrent toevoegingen en het inpassen hiervan is belangrijk om verrommeling te voorkomen. Een andere relevante ontwikkeling is de energietransitie. Dit belangrijke vraagstuk kan bijdragen aan verrommeling en achteruitgang van het landschap door de plaatsing van bijvoorbeeld windturbines of zonnepanelen. Dit gaat onvermijdelijk zichtbare gevolgen hebben op het landschap in de gemeente. Positieve effecten zijn echter niet uitgesloten, bijv. bij een goede landschappelijke inpassing. De stikstofcrisis is een derde ontwikkeling die impact zal hebben op het landschap. Een groot deel van de duinen aan de westelijke kant van de gemeente is Natura2000, waardoor er een aanzienlijke compensatieopgave ligt die mogelijk zal leiden tot de ontwikkeling van meer natuur in de gemeente. Ook met het oog op de nabijheid van de Rotterdamse haven is dit een aandachtspunt. Het is onzeker wat voor beleid hierop gevoerd gaat worden door de overheid, waardoor het ook niet met zekerheid te zeggen is wat de impact zal zijn. De kans is wel dat dit, mede door het NPLG, een positief effect gaat hebben op het landschap, omdat er naast mogelijke natuurontwikkeling en -bescherming ook meer aandacht komt voor kleine landschapselementen en biodiversiteit in het landelijk gebied.
Een ontwikkeling die waarschijnlijk wel een negatief effect op het landschap gaat hebben is de verbreding van de N57 die de Tweede Kamer en het BO MIRT voor ogen hebben39, 219. Deze weg vormt al een obstakel, een lijn, waar het landschap door in tweeën wordt gedeeld, en het effect hiervan is hoogstwaarschijnlijk nog negatiever als de verbreding plaatsvindt. Verzanding is een andere autonome ontwikkeling. Aan de kust spoelt in de loop der tijd zand aan, waardoor in eerste instantie de stranden breder worden. Over tijd betekent dit dat er meer stuifzand opwaait en het duingebied zich langzaamaan in de richting van de zee zal uitbreiden. Daardoor groeit de natuurlijke buffer tussen het binnenland en de zee, waardoor het natuurlandschap groter wordt. Dit is positief. Voor sommige andere aspecten geldt juist het tegenovergestelde.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie • Verrommeling van het landschap is een aandachtspunt. De gemeente kan hiervoor duidelijke spelregels opstellen voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Er moet dus gestreefd worden naar minder verrommelling, zonder het landschap ‘’te net’’ te willen hebben en geheel strak te trekken. • Er zijn verbeteringen mogelijk voor de inpassing van de woonkernen in het landschap. De inpassing van dorpsranden komt rommelig over. Net zoals bij bovenstaand punt kan de gemeente hiervoor spelregels opstellen. • Landelijke ontwikkelingen op het gebied van stikstof en bodem en water leidend kunnen een grote impact op het landschap hebben. Deze ontwikkelingen en de onzekerheid die er vaak mee gepaard gaat dient een plek in de omgevingsvisie te krijgen. Ook de verbreding van de N57 en diens effecten dienen geadresseerd te worden.
4.2.4
Natuur & biodiversiteit
Ambities • Versterken van de biodiversiteit, zowel in natuurgebieden als in agrarisch gebied. • Versterken van het natuurnetwerk: natuurontwikkeling (onder andere bosaanplant) en creëren ecologische verbindingen. • Versterken van de biodiversiteit in de kernen en toepassen van natuurinclusief bouwen. Fase
Beoordeling Toelichting
Huidige situatie
-
Het is in Nederland, en ook in gemeente Voorne aan Zee, slecht gesteld met de biodiversiteit. De laatste eeuwen is het natuurlijke landschap met een grote verscheidenheid aan kenmerkende soorten zo goed als verdwenen. Binnen de gemeente liggen wel gebieden die een hogere biodiversiteit herbergen. De kustzone van de gemeente Voorne aan Zee is voor het grootste gedeelte aangewezen als Natura 2000-gebied. Het voedselarme duingebied met een hoog aantal Rode Lijstsoorten in Westvoorne is gevoelig voor stikstofdepositie en staat sterk onder druk ten gevolge hiervan. Daarnaast liggen er, voor het grootste gedeelte aangrenzend aan de Natura 2000-gebieden, verscheidene NNN gebieden
39 Algemeen Dagblad (2022, 19 april) - Tweede Kamer steunt verbreding N57: ‘Belangrijk voor bereikbaarheid van ons eiland’
29
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
in de gemeente. In de natuurgebieden is de soortendiversiteit hoog, het agrarische buitengebied en de gebouwde omgeving van de gemeente herbergen relatief weinig soorten. De uitgevoerde soortenonderzoeken laten echter geen gemeentedekkend beeld van de biodiversiteit zien.
Autonome ontwikkeling
Doelbereik Omgevingsvisie
-
Naar verwachting zal de komende decennia door onder andere vermesting, versnippering van leefgebieden en verdroging nog meer biodiversiteit verdwijnen, voornamelijk in agrarisch gebied. De ontwikkeling van het landelijke beleid omtrent stikstofdepositie zal een grote, mogelijk mitigerend of zelfs positief effect op de biodiversiteit in de Natura 2000 en NNN gebieden hebben. Er lopen vanuit gemeente en provincie verscheidene initiatieven om ecologische verbindingen binnen de gemeente te verbeteren. Naar verwachting zullen deze initiatieven de achteruitgang van de biodiversiteit onder invloed van met name klimaatverandering en vermesting echter niet mitigeren.
+/-
Huidige situatie In de gemeente Voorne aan Zee liggen drie Natura2000 gebieden, zie Figuur 4-18. Dit is het duingebied de Voornes Duin en de wateren de Voordelta en Haringvliet. De Voornes Duin is een qua landschap afwisselend habitatrichtlijngebied. Het gebied heeft twee duinmeren: Breede water en Quackjeswater, die tevens zijn aangewezen als vogelrichtlijngebied. Verder zijn er poelen, moerassen, bos en struweel, graslanden en duinvalleien te vinden. Er is een grote variëteit aan soortenrijkdom van zowel flora als fauna. De Natura2000 gebied de Voordelta is aangewezen als vogel- en habitatrichtlijngebied. Het gebied vormt de overgang tussen de (voormalige) estuaria en de open zee en wordt gekenmerkt door een dynamisch milieu van kustwateren, getijdengebied en strand. De afsluiting van de wisselwerking tussen zee en delta als gevolg van de deltawerken heeft een grote impact op het ecologische functioneren van het gebied gehad. De waterkwaliteit in dit gebied wordt voornamelijk bepaald door de uitstroom van de relatief voedselrijke Rijn en Maas via de Haringvlietsluizen. Doordat het rivierwater moeilijker de open zee bereikt, vindt een opeenhoping van nutriënten plaats in het water achter de Haringvlietdam. Hierdoor kent het gebied een hoge voedselrijkdom en zijn er veel verschillende soorten te vinden.
Het Natura2000 gebied het Haringvliet is aangewezen als vogel- en habitatrichtlijngebied. Het is een afgesloten zeearm in open verbinding met de delta van de Rijn en de Maas. Het is een zoetwaterbekken die nog beperkt in verbinding staat met de Noordzee. De oevers van VoornePutten, de Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee zijn ook onderdeel van het Natura2000 gebied. De huidige stand van zaken voor de Natura2000 gebieden staat beschreven in de natuurdoelanalyses van de provincie Zuid-Holland40. In het gebied de Voordelta wordt vooral ingezet op het vrij laten van natuurlijke ontwikkeling. Er zijn een paar maatregelen nodig, gericht op voldoende rust in het gebied. Voor habitattype is kwaliteit vaak onbekend, de meeste niet-broedvogels zitten boven hun instandhoudingsdoel in het gebied. Voor Voornes Duin geldt dat soorten die in het verleden leefgebied vonden in het Natura 2000-gebied niet meer voorkomen in het gebied. Met de soorten die in het gebied aanwezig zijn gaat het niet zo goed. In het gebied zijn maatregelen nodig, met name gericht op onderzoek en kartering. Verder wordt vooral ingezet op het vrij laten van natuurlijke ontwikkeling. Voor het gebied de Haringvliet is geen natuurdoelanalyse beschikbaar.
40 Provincie Zuid-Holland, Natuurdoelanalyses N2000
30
Datum: 21 april 2023
OMGEVINGSEFFECTRAPPORT OMGEVINGSVISIE GEMEENTE VOORNE AAN ZEE
Voordelta Voornes Duin
Haringvlietdam
Haringvliet