Bijlage 2 - RO Sanering glas Blindeweg_Doornweg_Middelweg_vastgesteld_1
Tekst van het document
Binnen deze beschermingszones gelden conform de Keur voor waterschap Hollandse Delta beperkingen voor bouwen en aanleggen ter bescherming van de watergang en om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden.
Figuur 4.3 - Uitsnede van de legger van het waterschap Hollandse Delta met geel omlijnd het projectgebied (bron: legger oppervlaktewateren WSHD)
37/45
Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet binnen de kern-/beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Toekomstige situatie Algemeen Beide glastuinbouwbedrijven aan de Blindeweg 13/15 en de Doornweg 6 met bijbehorende bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt. De totale oppervlakte van de bebouwing die gesloopt zal worden bedraagt 16877 m². De beide bedrijfswoningen blijfven behouden. De zes compensatiewoningen die op deze locaties gerealiseerd worden hebben een aanmerkelijk kleiner verhard oppervlak dan de huidige bedrijfsgebouwen en de kassen. Op de locatie Middelweg tussen 5 en 7 staat een schuur met een oppervlakte van circa 100 m². Hier neemt mogelijk de verharde oppervlakte iets toe, maar met de totale sanering van alle bedrijfsbebouwing op alledrie de locaties is een sprake van afname van het verharde oppervlakte en zijn watercompenserende maatregelen dan ook niet noodzakelijk. Waterkwantiteit De gesaneerde kassen en bedrijfsbebouwing worden vervangen door 7 compensatiewoningen, verdeeld over drie locaties. Het verhard oppervlak dat gesloopt wordt is vele malen groter dan de verharding die daarna gerealiseerd wordt in de vorm van een aantal nieuwe woningen. De verharding op de percelen neemt per saldo niet toe. Er hoeft geen watercompensatie plaats te vinden.
Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.
38/45
Conclusie Dit bestemmingsplan heeft positieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Per saldo neemt het verhard oppervlak af. Van watercompensatie is dan ook geen sprake. Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor parkeren hanteert de gemeente Westvoorne de parkeerkencijfers van het CROW. Deze vormen het uitgangspunt maar de kanttekening wordt geplaatst dat het berekenen van de parkeerbehoefte altijd maatwerk is en sterk wordt bepaald door de specifieke locatie en ontwikkeling. Onderzoek Parkeren Het plangebied bevindt zich in het niet-stedelijke buitengebied van Rockanje. De ontwikkeling voorziet in 7 nieuwe vrijstaande woningen. Hiervoor geldt volgens CROW een minimaal parkeerkencijfer 2 parkeerplaatsen per woning. De te realiseren woonpercelen voorzien in voldoende ruimte om 2 parkeerplaatsen per woning op het eigen terrein te realiseren. Verkeersgeneratie Op basis van CROW (Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381) geldt per woning (koop, huis, vrijstaand) een verkeersgeneratie van maximaal 8,2 mvt/etmaal.
Voor deze ontwikkeling komt de verkeersgeneratie daarmee uit op maximaal 58 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag, verdeeld over de Middelweg (8 mvt/etmaal), de Doornweg (8 mvt/etmaal) en de Blindeweg (42 mvt/etaal). Op het drukste uur van de dag wordt doorgaans maximaal 10% van de etmaalwaarde afgewikkeld. Dit is dus in totaal 6 motorvoertuigen in het drukste uur, verdeeld over 3 wegen. Gelet op het feit dat er in het gebied 2 glastuinbouwbedrijven volledig worden gesaneerd, kan worden gesteld dat er uiteindelijk sprake zal zijn van een afname van de verkeersbewegingen. De ontwikkeling zal daardoor geen negatieve invloed hebben op de omliggende ontsluitingswegen waaraan de nieuwe woningen liggen. Ontsluiting De plangebieden worden ontsloten vanaf respectievelijk de Middelweg, De Blindeweg en de Doornweg in het buitengebied van Rockanje. De woonpercelen aan de Middelweg en de Doornweg worden rechtreeks vanaf deze wegen onsloten. Het betreft hier erftoegangswegen buiten de bebouwde kom waar een maximum snelheid geldt van 60 km/u.
39/45
De 5 woonpercelen aan de Blindeweg worden rechtstreeks ontsloten vanaf deze weg die op de locatie van de woningen eindigt als doodlopende weg. Ook hier is sprake van een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom waar een maximum snelheid geldt van 60 km/u. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde bushaltes bevinden zich aan de Vleerdamsedijk op circa 300 meter vanaf de Doornweg, circa 1,3 kilometer vanaf de Blindeweg en 1,5 kilometer vanaf de Middelweg. Dit is bushalte Rockanje, Walesteyn. Vanuit hier gaan bussen naar Spijkenisse via Brielle. Langzaam verkeer Langs alledrie de wegen (Middelweg, Doornweg en Blindeweg) deelt het fiets- en voetgangersverkeer de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer. Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer als het fietsverkeer. In de parkeerbehoefte wordt bij de nieuwe woningen voorzien middels twee parkeerplaatsen per woning te realiseren op eigen terrein. Bij de bestaande woning zijn reeds parkeerplekken op eigen terrein aanwezig. De verkeersgeneratie neemt af als gevolg van de ontwikkeling zal dus niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
4.10 Wegverkeerslawaai Toetsingskader Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde in onderhavig situatie bedraagt 53 dB (buitenstedelijk gelegen woningen). Onderzoek In het plangebied worden nieuwe geluidgevoelige functies in de vorm van 'Wonen' voorzien. Middels sanering van glastuinbouw worden woningen mogelijk gemaakt op de locaties Doornweg 6 en Blindeweg 13/15. Ook worden bedrijfswoningen van functie gewijzigd naar een burgerwoning. Tenslotte wordt op de locatie aan de Middelweg tussen nummer 5 en 7 een woning gerealiseerd.
Deze ontwikkelingen zijn getoetst aan de Wet geluidhinder.
40/45
Blindeweg/Doornweg De toetsing heeft kwalitatief plaatsgevonden aan de hand van de intensiteit van de Doornweg uit het eerder uitgevoerde akoestisch onderzoek 'Woningbouwlocatie Middelweg en Torenweg te Rockanje, 09-01-2017, Rho adviseurs' behorende bij het bestemmingsplan Middelweg 13, Rockanje-Ruigendijk, Tinte (vastgesteld 2017-10-10). In dit akoestisch onderzoek is voor de Doornweg voor het jaar 2027 een intensiteit van 350 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag opgenomen. Met een autonoom groeipercentage van 1% per jaar is dit doorgerekend naar het jaar 2033 en bedraagt dan 372 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. De voorgenomen nieuwe woningen zijn gelegen in de geluidzone van de Doornweg en de Blindeweg, beide 60 km/uur wegen. De Blindeweg is een doodlopende plattelandsweg met een maximumsnelheid van 60 km/uur. Deze weg wordt uitsluitend gebruikt door bestemmingsverkeer. De ontwikkeling ligt aan het einde van deze weg waardoor er sprake is van een zeer geringe verkeersintensiteit op de verlengde Blindeweg. Er zal geen relevante geluidbijdrage van deze weg zijn op de woningen. De geluidbelasting zal derhalve voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Ook is de verkeersomvang op de Doornweg die voornamelijk dient voor verkeer van en naar de aanliggende percelen is de intensiteit relatief laag, namelijk 372 mvt/etmaal.
Op basis van de ligging van de 48 dB-contour in bovengenoemd onderzoek kan worden geconcludeerd dat ook vanwege de Doornweg voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. De bedrijfswoningen op het adres Doornweg 6 en Blindeweg 13/15 worden alleen van functie gewijzigd van bedrijfswoning naar burgerwoning. Er is geen sprake van nieuwbouw maar van een functiewijziging van een bestaande woning. Daarom is geen akoestische toetsing nodig. Middelweg Om bouwrechten aan het perceel van de Middelweg toe te kennen is onderzoek naar wegverkeerslawaai gedaan voor de Langeweg en de Middelweg. Voor deze wegen geldt op basis van de Wet geluidhinder een zonebreedte van 250 meter. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van deze wegen. Daarom is in het kader van toetsing aan de Wet geluidhinder (Wgh) een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor een nieuwe woning lp deze locatie. De locatie aan de Middelweg is gelegen in de geluidszone van de Langeweg en Middelweg. Om bouwrechten aan dit perceel toe te kennen is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is bijgevoegd in Bijlage 6. De resultaten zijn dat de geluidbelasting door wegverkeer op de Langeweg voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. De geluidbelasting door wegverkeer op de Middelweg voldoet op het perceel overwegend aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder.
Op een beperkt deel wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden (zie figuur 4.4). Daarom wordt de nieuwe woning alleen toegestaan in de groene zone. Daarmee wordt voorkomen dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden.
41/45
Figuur 4.4- Geluidcontouren Middelweg (bron: geluidonderzoek wegverkeerslawaai Middelweg tussen 5 en 7, Rho Adviseurs) De woningen worden mogelijk gemaakt in een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect geluid van wegverkeer vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkelingen niet in de weg. Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
42/45
4.12 Milieueffectrapportage Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie Er is geen sprake van een activiteit genoemd in het Besluit m.e.r. Omdat het plan niet als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. wordt gezien is een vorm-vrije m.e.r.-beoordeling en m.e.r.-beoordelingsbesluit niet nodig.
43/45
44/45
Hoofdstuk 5
5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij nieuwe ontwikkelingen moet onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) tegelijk met het bestemmingsplan, een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. De gronden in plangebied zijn volledig in eigendom van de initiatiefnemers. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing, die hoort bij de herziening van het bestemmingsplan, omvat een bouwplan, de toevoeging van zes woningen en het omzetten van 2 bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Het kostenverhaal wordt anderszins verzekerd via het sluiten van een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente. Het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet noodzakelijk. Het plan wordt economisch uitvoerbaar geacht.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan waarvan deze ruimtelijke onderbouwing onderdeel uitmaakt wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt. Naar aanleiding van eventuele reacties hierop kan een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden de ruimtelijke onderbouwing op een aantal punten te wijzigen of niet vast te stellen.
45/45
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Stikstofmemo
- MEMO Memo
DATUM KENMERK VAN
1 december 2023 20220976.003/125769/ M. Tajqurishi S. Lie
20220976.003 Onderzoeken RO Blindeweg/Doornweg Rockanje OPDRACHTGEVER Gemeente Voorne aan Zee PROJECT
BIJLAGE(N)
STIKSTOFMEMO RO BLINDEWEG/DOORNWEG ROCKANJE
1. INLEIDING Het voornemen is om de bestaande bebouwing aan de Blindeweg / Doornweg in Voorne aan zee te saneren. De bestaande bebouwing betreft een kas aan de Doornweg 6, een kas aan de Blindweg 15, bedrijfsgebouwen aan de Doornweg 6 en bedrijfsgebouwen aan de Blindeweg 15. De bestaande bedrijfswoningen aan de Blindeweg 15 / Doornweg 6 worden omgezet naar burgerwoningen. Daarnaast worden er 6 nieuwe woningen gerealiseerd. Ook wordt aan de Middelweg, op het perceel 1664, 1 woning gerealiseerd. De huidige bebouwing op dit perceel blijft gehandhaafd. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied ‘Voornes Duin’. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het projectgebied bedraagt 478 meter. Andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op (nog) grotere afstand.
Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (gemarkeerd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS calculator)
Met het rekenmodel Aerius (versie 2023.0.1) zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatie- en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.
2. TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: ● verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; ● vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; ● legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. ● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.
● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.
3. BEREKENINGSUITGANGSPUNTEN Referentiesituatie De realisatie van de beoogde ontwikkeling op de planlocatie zal er toe leiden dat circa 3,2 ha grasland zijn agrarische functie verliest. In Figuur 2 zijn de agrarische percelen weergegeven die in het kader van de beoogde ontwikkeling zijn betrokken.
2/6
Figuur 2 Agrarische gronden op het plangebied (www.boerenbunder.nl)
Het nabijgelegen Natura 2000-gebied Voornes Duin is in december 2004 aangemeld bij de Europese Commissie en valt sindsdien onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. Het bestaande agrarische gebruik is planologisch legaal, dateert van ver voor de datum 8 december 2004 en is sinds die datum permanent aanwezig geweest. Het bestaande agrarische gebruik kan dus worden beschouwd als de referentiesituatie. Uit de informatie op www.boerenbunder.nl blijkt dat deze locatie gebruikt wordt voor agrarische doeleinden. Voor gronden die voor de referentiedatum als landbouwgrond werden gebruikt en waarvan uit het planologische regime volgt dat sinds de referentiedatum agrarisch grondgebruik en vanaf 2006 het gebruik als grasland is toegestaan, is de referentiesituatie van bemesten gelijk aan de norm voor grasland met volledig maaien. De Afdeling oordeelde immers op 3 mei 2023 ( ECLI:NL:RVS:2023:1739): “De omvang van de referentiesituatie wordt begrensd door de hoogste stikstofgebruiksnorm voor enig gewas dat op de gronden planologisch is toegestaan.” Er is daarom ook uitgegaan van emissies van de teelt van grasland (met volledig maaien) op kleigrond (input van 320 kg N/ha/jr). De emissie is berekend op basis van de gebruiksnormen, het type mest, het TAN1-gehalte van de mest, de mestaanwendingstechniek en de bijbehorende emissiefactor.
De gegevens over TAN en emissiefactoren zijn ontleend aan Van Bruggen et al (2019): “Referentieraming van emissies naar de lucht uit landbouw en landgebruik tot 2030”. Onderstaand zijn de uitgangspunten uitgewerkt en samengevat in tabel 1. Hoeveelheid mest Niet alle stikstof in de dierlijke mest kan ontwijken. Slechts een deel van de 170 kg stikstof die per hectare uit dierlijke mest mag worden opgebracht bestaat uit ammoniakaal stikstof (TAN), dat naar de atmosfeer kan ontwijken. In het rapport van 1
3/6
Het deel van de stikstof in de mest dat bestaat uit ammoniakaal stikstof (het overige is mineraal stikstof en draagt niet bij aan de ammoniakemissie uit de mest).
Van Bruggen et al. (2019) staat voor de verschillende soorten mest het TAN-gehalte geschreven. Wanneer de bemestingsnorm hoger is dan wat uit dierlijke mest opgebracht mag worden, dient de overige bemesting te worden verkregen uit andere bemestingsbronnen. Over het algemeen is dat kunstmest. Emissiefactoren De emissiefactor wordt bij aanwending van dierlijke mest in sterke mate bepaald door de aanwendingstechniek. In Van Bruggen et al. (2021) is beschreven in welke mate (implementatiegraad) de verschillende aanwendingstechnieken worden toegepast en de bijbehorende emissiefactoren. Onderstaande tabel toont de relevante gegevens uit dat rapport. Met behulp van de implementatiegraad is een gewogen gemiddelde emissiefactor (geel gemarkeerd) voor de verschillende toepassingen berekend. Op basis van emissiefactor per aanwendingstechniek is voor dierlijke mest (stalmest en drijfmest) op grasland en bouwland, en voor kunstmest, een gemiddelde emissiefactor bepaald. Voor de onderhavige situatie wordt uitgegaan van drijfmest op grasland en drijfmest op bouwland. Tabel 1 Gemiddelde emissiefactoren voor perceelsbemesting
Ammoniakemissie bij mestaanwending Op basis van de data en aannames die in het voorgaande zijn beschreven is per perceel berekend wat de ammoniakemissie ten gevolge van mestaanwending is. De gele kolommen in onderstaande tabellen geven de emissies voor dierlijke mest weer per perceel. Omdat het hier gaat om interne saldering, behoeven de emissies niet met 30% te worden afgeroomd. De emissies zijn ingevoerd in AERIUS Calculator als vlakbron. Tabel 2 Emissies landbouw referentiesituatie
Bij de berekeningen is geen rekening gehouden met de agrarische verkeersbewegingen (ploegen, mesten spuiten, maaien etc.) die eveneens zullen komen te vervallen. Hierover bestaan geen gegevens of kengetallen.
4/6
Glastuinbouw De kassencomplexen die momenteel op het plangebied staan, zijn sinds 2004 ook onafgebroken aangesloten op het gas. Het gasverbruik zal door de beoogde ontwikkeling afnemen, omdat de beoogde ontwikkeling gasloos wordt. Het bestaande gasgebruik kan dus ook worden beschouwd als de referentiesituatie. Voor het gasverbruik is uitgegaan van kentallen. Tabel 3 Gasverbruik kassencomplex
Realisatiefase De verwachting is dat de sloop- en bouwwerkzaamheden in 2024 plaatsvinden. Naarmate de bouwwerkzaamheden verder in de toekomst liggen, worden de emissies ten gevolge van transportbewegingen lager, omdat het rekenmodel uitgaan van toepassing van schonere technieken in de toekomst. Voor de bouw van de woningen is uitgegaan van het kental van 3 kg NOx per woning. In zowel het rapport “Methode inschatting depositie woningbouwprojecten” van het RIVM (d.d. 14 november 2019) als in het rapport “Handreiking woningbouw en AERIUS” van de Rijksoverheid (d.d. januari 2020) is ditzelfde kengetal vastgesteld voor de aanleg van één woning. Binnen dit kengetal valt zowel de sloop van de huidige bebouwing als de inzet van mobiele werktuigen en het transport van zowel de bouwmaterialen als de werknemers van en naar de bouwlocatie (bij gebruik van lichte materialen - houtskeletbouw en modulair bouwen - kan de depositie lager zijn). Er wordt alsnog worst-case uitgegaan van 150 lichte bewegingen en 25 zware bewegingen per woning. De emissie voor de beoogde woningen komt uit op (3 x 6) 18 kg NOx. De emissie voor de beoogde woning aan de Middelweg bedraagt 3 kg NOx. De emissies zijn ingevoerd als vlakbron. Omdat er aan de Doornweg één woning wordt gerealiseerd, komt de verkeersgeneratie voor de bouw van deze woning uit op 150 lichte bewegingen en 25 zware bewegingen per jaar.
Dit geldt ook voor de Middelweg. De verkeersgeneratie voor de bouw van de overige woningen aan de Blindeweg komt uit op (150 x 5) 750 lichte bewegingen en (25 x 5) 125 zware bewegingen per jaar. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De verkeerstoename door een project wordt in de berekeningen meegenomen tot het extra verkeer opgaat in het ‘heersende verkeersbeeld’. Volgens de ‘instructie gegevensinvoer Aerius’ wil zeggen dat ‘het extra verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag zich niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt’. Hierbij weegt ook de verhouding mee tussen de hoeveelheid extra verkeer en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Bij de modellering in Aerius is er van uitgegaan dat een deel van het bouwverkeer (150 lichte en 25 zware bewegingen) wordt afgewikkeld via de Doornweg naar de Vleerdamsedijk. Het overige bouwverkeer (750 lichte en 125 zware bewegingen) gaat via de Blindeweg en de Korteweg naar de Vleerdamsedijk. Op deze weg gaan de vervoersbewegingen op in het heersende verkeersbeeld. Het bouwverkeer (150 lichte en 25 zware bewegingen) ten behoeve van de woning aan de Middelweg wikkelt zich af via de Middelweg naar de Doornweg. Op deze weg gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld.
Gebruiksfase De beoogde woningen krijgt geen gasaansluiting, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het plan. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 worden in de gebruiksfase bepaald
5/6
door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie zijn berekeningen uitgevoerd op basis van kengetallen uit CROW-publicatie 381. Voor het bepalen van de mate van stedelijkheid is op basis van data van het CBS een stedelijkheidsgraad van ‘weinig stedelijk' gehanteerd. Het gebiedstype is gedefinieerd als ‘buitengebied’. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 6 woningen. Omdat twee bedrijfswoningen worden omgezet naar burgerwoningen, wordt voor de gebruiksfase worst-case de verkeersgeneratie van 8 woningen gebruikt. De verkeersgeneratie is weergegeven in Tabel Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.4 en bedraagt 77,4 lichte mvt/etmaal (weekdaggemiddelde), waarvan 8,6 mvt/etmaal ten behoeve van de woning aan de Middelweg is. Tabel 4 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling
Voor een worst-case scenario zijn de realisatiefase en de gebruiksfase in één berekening uitgevoerd. Dit betekent dat voor de gebruiksfase ook het rekenjaar 2024 is gehanteerd. Het verkeer wikkelt af op dezelfde wijze als de realisatiefase. Omdat aan de Doornweg 2 woningen komen, wikkelt ¼ van het verkeer af via de Doornweg en ¾ via de Blindeweg. Op de Vleerdamsedijk gaan de vervoersbewegingen op in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer van de Middelweg wikkelt af op dezelfde wijze als in de realisatiefase.
4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de verschilberekeningen met AERIUS Calculator (versie 2023.0.1) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekeningen zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
6/6
Bijlage 2 Stikstofberekening realisatie- en gebruiksfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
-, --
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
S1e8Y3oZTWhP 01 december 2023, 14:50 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
2023 2023
71,0 kg/j 0,2 kg/j
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Referentiesituatie - Referentie Realisatie en gebruiksfase - Beoogd Referentiesituatie - Referentie Realisatie en gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
S1e8Y3oZTWhP (01 december 2023)
0,47 mol/ha/j 0,01 mol/ha/j 0,00 ha 1.101,23 ha 0,00 mol/ha/j 0,46 mol/ha/j
Emissie NH₃
3932917 3883981
Emissie NOₓ
1.506,0 kg/j 26,1 kg/j Gebied
Voornes Duin Voornes Duin
2/10
Projectberekening
Referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 2 3 4
Landbouw | Landbouwgrond | Grasland Landbouw | Landbouwgrond | Grasland Landbouw | Glastuinbouw | Glastuin Doornweg Landbouw | Glastuinbouw | Glastuin Blindeweg
S1e8Y3oZTWhP (01 december 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
35,5 kg/j 35,5 kg/j -
1.004,0 kg/j 502,0 kg/j
3/10
Projectberekening
Realisatie en gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 6
Anders... | Anders... | Bouw Blindeweg en Doornweg Anders... | Anders... | 1 woning Middelweg Verkeersnetwerk
S1e8Y3oZTWhP (01 december 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,2 kg/j
18,0 kg/j 3,0 kg/j 5,1 kg/j
4/10
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S1e8Y3oZTWhP (01 december 2023)
5/10
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatie en gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
1.101,23
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Voornes Duin (100) Solleveld & Kapittelduinen (99) Duinen Goeree & Kwade Hoek (101) Westduinpark & Wapendal (98) Grevelingen (115) Voordelta (113)
S1e8Y3oZTWhP (01 december 2023)
609,07
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
2.444,69
0,00
0,00
2.308,85
0,00
0,00
363,50
2.444,69
0,00
84,93
1.616,04
33,95
1.101,23
0,46
609,07
0,46
0,00
363,50
0,02
0,00
0,00
84,93
0,02
2.314,68
0,00
0,00
33,95
0,01
9,51
1.620,48
0,00
0,00
9,51
0,01
0,26
1.131,80
0,00
0,00
0,26
0,04
6/10
Projectberekening
Referentiesituatie, Rekenjaar 2023 1
Landbouw | Landbouwgrond
Naam Grasland X:64214,53 Locatie Y:433471,93 Oppervlakte 1,65 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen
Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding
2
Landbouw | Landbouwgrond
Naam Grasland X:64169,29 Locatie Y:433591,06 Oppervlakte 1,60 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen
3
Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding
0,5 m 0,000 MW 0m
Naam Glastuin Blindeweg Uittreedhoogte Locatie X:64110,35 Warmteinhoud Y:433407,68 Spreiding Oppervlakte 0,53 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Verwarming van Ruimten (Zonder Seizoenscorrectie)
S1e8Y3oZTWhP (01 december 2023)
0,0 kg/j 26,9 kg/j 0,0 kg/j 8,6 kg/j 35,5 kg/j
Stof
NOₓ NH₃ NOₓ NH₃
Mestaanwending (kunstmest)
Landbouw | Glastuinbouw
Emissie
NH₃
Mestaanwending (dierlijke mest)
Naam Glastuin Doornweg Uittreedhoogte Locatie X:64343,57 Warmteinhoud Y:433596,95 Spreiding Oppervlakte 1,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Verwarming van Ruimten (Zonder Seizoenscorrectie) 4
NOₓ NH₃ NOₓ NH₃
Type
Landbouw | Glastuinbouw
35,5 kg/j
Stof
Mestaanwending (dierlijke mest)
Mestaanwending (kunstmest)
NH₃
Type
0,5 m 0,000 MW 0m
Emissie
0,0 kg/j 26,9 kg/j 0,0 kg/j 8,6 kg/j
8,0 m 0,400 MW 4m
NOₓ
1.004,0 kg/j
8,0 m 0,400 MW 4m
NOₓ
502,0 kg/j
7/10
Projectberekening
Realisatie en gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1
Anders... | Anders...
Naam Bouw Blindeweg en Uittreedhoogte Warmteinhoud Doornweg Spreiding Locatie X:64206,03 Y:433523,9 Oppervlakte 6,68 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Bouwverkeer Doornweg X:64388,93 Y:433641,54 523,56 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Bouwverkeer Blindeweg X:64068,58 Y:433466,7 1.145,68 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4
0,0 m 0,000 MW 0m
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Gebruiksfase: Doornweg X:64458,63 Y:433540,7 262,84 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer S1e8Y3oZTWhP (01 december 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
NOₓ
18,0 kg/j
Links Rechts NOₓ 76,2 g/j Type scherm - - NO₂ 18,1 g/j Hoogte - - NH₃ 1,9 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
150,0 /jaar 0,0 /jaar 25,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,8 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - - NH₃ 20,2 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
750,0 /jaar 0,0 /jaar 125,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 73,8 g/j Hoogte - - NH₃ 18,3 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
17,2 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
8/10
Projectberekening
5
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Gebruiksfase: Blindeweg X:63867,93 Y:433299,25 585,86 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Anders... | Anders...
Naam 1 woning Uittreedhoogte Warmteinhoud Middelweg Spreiding Locatie X:63793,68 Y:433712,53 Oppervlakte 0,22 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 7
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Bouwverkeer Middelweg X:63921,5 Y:433885,06 665,39 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 8
0,0 m 0,000 MW 0m
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Gebruiksfase Middelweg X:63948,87 Y:433913,42 586,91 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer S1e8Y3oZTWhP (01 december 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 3,1 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,5 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
51,6 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ
3,0 kg/j
Links Rechts NOₓ 96,8 g/j Type scherm - - NO₂ 22,9 g/j Hoogte - - NH₃ 2,4 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
150,0 /jaar 0,0 /jaar 25,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 82,4 g/j Hoogte - - NH₃ 20,4 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
8,6 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
9/10
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
S1e8Y3oZTWhP (01 december 2023)
10/10
Bijlage 3 Quickscan Blindeweg/Doornweg
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
G&G-advies QS2023-186
Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Blindeweg - Doornweg te Rockanje Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
R. Mengers
2023
Opdrachtgever RHO Adviseurs
G&G-advies QS2023-186
Datum Versie
31 juli 2023 V1.1
Gecontroleerd door: T.S. van der Meer De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
3
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 5
1.3
Het plangebied......................................................................................................... 5
1.4
Werkzaamheden ...................................................................................................... 7
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 8
Methode
9
2.1
Soorten .................................................................................................................... 9
2.2
Gebieden................................................................................................................ 10
Beschermde soorten Wnb
11
3.1
Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 11
3.2
Beschermde soorten.............................................................................................. 14 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 14 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 14 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 15 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 16 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 18 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 19 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 21
3.3
4
5
Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 23
Effectbeoordeling en maatregelen
24
4.1
Vissen ..................................................................................................................... 24
4.2
Amfibieën............................................................................................................... 24
4.3
Vogels..................................................................................................................... 25
4.4
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 26
4.5
Vleermuizen ........................................................................................................... 27
4.6
Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 29
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
30
5.1
Natura 2000 ........................................................................................................... 30
5.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 31
5.3
Weidevogelgebieden ............................................................................................. 31
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
4
6
5.4
Houtopstanden ......................................................................................................31
5.5
Overige relevante wetgeving .................................................................................31
5.6
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................32
Conclusies
33
6.1
Beschermde soorten Wnb .....................................................................................33
6.2
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................34
6.3
Zorgplicht ...............................................................................................................35
6.4
Aanbevelingen ter bevordering van natuur ...........................................................36
7
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
37
8
Bijlagen
39
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een gebied in Rockanje her in te richten. Rockanje ligt in de gemeente Westvoorne, Provincie Zuid-Holland. Delen van de aanwezige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en de aanwezige gronden worden grotendeels heringericht. Er zullen enkele woningen worden gebouwd. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. In opdracht van RHO Adviseurs heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
1.3
Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied ligt in het landelijk gebied ten noorden van de bebouwde kom van Rockanje. Het betreft een voornamelijk vrij open gebied. In het plangebied zijn twee bedrijfswoningen (groen omlijnd)
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
6
met ernaast gebouwde kassencomplexen, bijbehorende schuurtjes en een semi-permanente woning (geel omlijnd) aanwezig. Het betreft een locatie aan de Doornweg en aan de Blindeweg. Daarbij horen enkele structuren voor wateropslag (ook geel omlijnd). Behorend bij het plangebied zijn twee agrarische percelen (genummerd 2 en 3) waarvan nummer 3 bij het veldbezoek in gebruik was voor aardappelteelt. Nummer 2 is op het moment een braakliggend weilandperceel met vrij hoog opgroeiende grasvegetatie. Daarnaast is aan de noordrand van het perceel aan de Doornweg nog een kort begraasd weilandperceel aanwezig dat door schapen wordt begraasd. De paarse lijn in Figuur 1 markeert een rij met geknotte bomen die langs de wat bredere doorgaande lintvormige watergang (lichtblauwe lijn in Figuur 1) staan. De donkerblauwe lijn betreft een veel smallere waterhoudende doodlopende lintvormige watergang. In de omgeving van het plangebied is meer vergelijkbaar redelijk kleinschalig agrarisch gebied aanwezig met wat kassen, woningen (waaronder nieuwbouw aangrenzend aan het plangebied aan de De ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
7
noordzijde), agrarische percelen en ook enkele meer natuurlijke, deels beboste, deels verruigde terreinen. Tussen alle percelen door liggen lintvormige watergangen. Op ruimere afstand ligt de bebouwde kom van Rockanje (ten zuiden), duingebieden (ten noorden en westen) en natuurgebied ‘Meertje de Waal’ ten zuiden). Ten oosten van het plangebied ligt een intensiever gebruikt agrarisch landschap.
1.4
Werkzaamheden De kassen, bijbehorende schuren en andere voorzieningen zoals een wateropslag en semi-permanente woning (zie gele markering in Figuur 1) zullen worden gesloopt en/of verwijderd/verplaatst. De bestaande bedrijfswoningen, enkele schuren en de tuinen er omheen zullen ongemoeid blijven (zie groene omlijning in Figuur 1). De percelen 1 t/m 3 zullen deels worden omgevormd voor bebouwing en tuinen en deels kleinschalige agrarische percelen blijven. De bredere lintvormige watergang (lichtblauwe lijn) krijgt op de delen waar het grenst aan het plangebied een natuurvriendelijke oever. Verder blijft deze watergang ongemoeid. De andere watergang (donkerblauwe lijn) blijft aanwezig, maar wordt mogelijk enigszins ingekort en/of verlegd. In het plangebied worden zes nieuwe woningen gebouwd en blijven de twee bestaande woningen bestaan. In de huidige plannen worden bij de werkzaamheden geen grotere bomen gekapt. De rij geknotte bomen (paarse lijn) blijft in de huidige plannen ook staan. Indien toch bomen gekapt gaan worden kunnen andere adviezen aangaande flora en fauna gelden (zie verderop in deze rapportage). De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit sloop van bebouwing met zware constructiewerkzaamheden, benodigd hak-, breek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatieve toplaag, het vergraven van de bodem en/of oevers en het opbrengen van grond.
Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt of gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden. Bij de uitvoering van de werkzaamheden kan door geluid, trillingen, licht, verandering van microklimaat en de belemmerende werking van steigers, verstoring optreden van (beschermde) soorten. Zie Figuur 2 voor een schets van de toekomstige plannen in het plangebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
8
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.
Schets van toekomstige plannen (plangebied rood omlijnd) met zes nieuwe woningen (zwarte rechthoeken), twee bestaande woningen, tuinen (vlakken rondom de woningen),kleine agrarische percelen (overige vlakken aangrenzend aan de woonpercelen) en overige plannen zoals natuurvriendelijke oevers.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
2
9
Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.
2.1
Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2013-2023). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook §3.2.4).
Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
10
Potentiebeoordeling Het plangebied is op 18 mei 2023 bezocht om de aanwezige biotopen binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan te beschrijven en eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.
→https://www.nvwa.nl/
onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten
Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (←NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (§0) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet op voorhand uit te sluiten zijn, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.
2.2
Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.natura2000.nl/ Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: Zuid-Holland: https://ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl/VRM/ Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
3
11
Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.
3.1
Beschrijving aanwezige biotopen Bebouwing De bebouwing in het plangebied die zal worden gesloopt betreft: Twee kassencomplexen (één aan de Doornweg en één aan de Blindeweg) bestaande uit metalen frames met glasplaten. Bouwjaar volgens het kadaster is respectievelijk 1995 en 1942. Binnen worden verschillende bloemen geteeld. In deze kassen zijn geen opvallende kieren of andere potenties waargenomen. Eén schuur aan de Doornweg (bouwjaar 1965) met een dak van golfplaten (mogelijk asbest). In de schuur staan allerlei werktuigen, gereedschap en een auto opgeslagen. Op de overgang van de buitenmuur (geen spouwmuur) naar het dak zijn allerlei kieren en openingen aanwezig. Eén houten schuurtje met enkele bakstenen muurdelen (origineel bouwjaar 1938) aan de Blindeweg. Het dak is opgebouwd uit golfplaten. Er is geen spouwmuur. Het schuurtje wordt gebruikt voor opslag van allerlei materiaal, gereedschappen en landbouwwerktuigen. Er zijn veel grotere en kleinere openingen in de muren aanwezig, waaronder missende muurdelen, delen zonder ruiten en dergelijke. Twee watervoorzieningen. Eén betreft een ronde wateropslag opgebouwd met stalen golfplaten. De andere betreft een wateropslag opgebouwd uit randen van grond met daarin een waterdicht zeil.
Bebouwing die binnen het plangebied staat maar ongemoeid blijft betreft: Twee bedrijfswoningen, één aan de Doornweg (bouwjaar 1976) en één aan de Blindeweg (bouwjaar 1942). Beide woningen betreffen vrijstaande woningen met een puntdak met dakpannen. Vermoedelijk, vanwege de bouwjaren, is bij beiden een spouwmuur aanwezig. Onder de dakpannen zijn holtes aanwezig, zowel aan de kopse kanten bij de overhangende dakpannen als langs de lange zijdes bij de dakgoten. Bij de woning aan de
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
12
Blindeweg zijn bij de schoorsteen en dakkapel ook loodslabben aanwezig waaronder ruimtes zichtbaar zijn. Groenstructuren/akkers In het plangebied zijn de volgende groenstructuren aanwezig waaraan de plannen wijzigingen zullen toebrengen: Kort begraasd weilandperceel (nummer 1 op Figuur 1) dat momenteel wordt begraasd door schapen. Ruig begroeid weilandperceel (nummer 2 op Figuur 1) dat vermoedelijk recent intensiever is beheerd, middels regelmatig maaien. Intensief beheerde akker (nummer 3 op Figuur 1) waarop vrij recent nog aardappelen zijn gepoot. Oeverzones van de watergangen die door en langs het plangebied lopen. Dit betreft regelmatig gemaaide vrij smalle en steile oevers zonder beschoeiing. De vegetatie is over het algemeen grasrijk, met enkele kruiden, maar zonder houtige soorten. Er is weinig tot geen rietvegetatie aanwezig. In het plangebied zijn, naast de rij geknotte bomen, geen andere grote bomen aanwezig. Daarnaast zijn er een aantal groenstructuren in het plangebied aanwezig die bij de werkzaamheden in de huidige planning ongemoeid zullen blijven. Mocht dit wijzigen kan dit van invloed zijn op de geadviseerde vervolgstappen: Rij van geknotte bomen langs de westrand van het deel van het plangebied aan de Doornweg. In meerdere van deze bomen zijn grotere en kleinere holtes en spleten aanwezig.
Bosachtige tuin rondom de bestaande bedrijfswoning aan de Blindeweg, met veel hoge struiken, heggen en een aantal grotere bomen. Daarnaast her en der rommelige plekken, deels overgroeid. Wateren Door en rondom het plangebied lopen een aantal watergangen. Er is één doorlopende bredere lintvormige watergang aanwezig van zo’n zes meter breed en een halve tot één meter diep. Deze watergang loopt deels door het plangebied en splitst daarmee het deel aan de Doornweg en de Blindeweg. Deels begrensd deze watergang het plangebied aan de noordzijde. Het is een niet beschoeide watergang met vrij steile oevers. Er was bij het veldbezoek enige submerse vegetatie aanwezig. Daarnaast loopt er een vrij smalle watergang dwars door het plangebied die perceel nummer 2 en 3 van elkaar scheidt. Dit betreft een doodlopende vrij smalle watergang (maximaal 2 m breed en enkele decimeters diep) zonder beschoeiing. De oevers zijn vrij steil. De oeverbegroeiing loopt door tot in de watergang
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
13
en creëert daar een emerse zone met voornamelijk grasachtige soorten en zegges die goed gedijen met de wortels in het water. Verder wordt het plangebied aan vrijwel alles zijdes begrensd door watergangen. Dit betreft voornamelijk lintvormige watergangen vergelijkbaar met die in het plangebied, met een breedte van 2 tot 4 meter, zonder beschoeiing en met vrij steile oevers begroeid met grassen. Overig Op perceel nummer 1 is in de meest oostelijke boom een nestkast opgehangen voor Torenvalk. Deze is in het verleden bebroedt door een Torenvalk, maar is dit broedseizoen niet in het gebruik.