Bijlage 2 - RO Sanering glas Blindeweg_Doornweg_Middelweg_vastgesteld_1
Tekst van het document
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
14
Figuurbeschrijving van foto’s op huidige en vorige pagina. Van links naar rechts, boven naar onder. Perceel 1 met te slopen kas en deel van ongemoeid blijvende bedrijfswoning aan Doornweg. Ongemoeid blijvende bedrijfswoning en te slopen kas aan Blindeweg. Rij met geknotte bomen aan rand perceel Doornweg. Bredere doorlopende watergang die plangebied splitst. Weergave perceel 3 (akker). Weergave perceel 2 (ruig begroeide weiland). Enkele geknotte bomen met holtes en spleten (tweemaal).
3.2
Beschermde soorten
3.2.1
Planten Aangetroffen soorten In het verleden is Glad Biggenkruid éénmaal waargenomen in de omgeving van het plangebied (NDFF 2013-2023). De soort is niet in het plangebied zelf waargenomen. Potentie plangebied Glad biggenkruid is een soort van zonnige, open plaatsen op droge, voedselarme, met name stikstofarme bodem. De soort is vooral te vinden op halfopen duingraslanden, akkers en langs open bermen. In het plangebied zijn weliswaar akkers te vinden, maar gezien te sterke bewerking en voedselrijkheid van de bodem hier is de soort hier niet te verwachten.
3.2.2
Vissen Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 20132023). Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissen aanwezig vanwege het ontbreken van geschikt biotoop. Indien wateren worden gedempt kan er wel sprake zijn van overtreding van de ‘algemene zorgplicht’ uit de Wet natuurbescherming.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
3.2.3
15
Amfibieën Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Rugstreeppad en Poelkikker waargenomen (NDFF 2013-2023). Dit zijn soorten die beschermd zijn onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Vrijwel alle waarnemingen van de beschreven soorten zijn gedaan in natuurlijke gebieden in de omgeving, zoals de duingebieden en ‘Meertje de Waal’. Er is één waarneming bekend uit de bebouwde omgeving van Rockanje, waargenomen op een bouwplaats, op ongeveer 900 meter ten zuiden van het plangebied. Potentie plangebied Het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor enkele algemene soorten amfibieën zoals Kleine watersalamander, Gewone pad, Bruine kikker, Groene kikker (Bastaardkikker en/of Meerkikker). Al deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in ZuidHolland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. In het plangebied is tevens geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën. Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is momenteel niet geschikt voor de Rugstreeppad, ondanks dat de soort in het verleden in de omgeving werd aangetroffen. Het plangebied bevat geen geschikt geïsoleerd water om als voortplantingslocatie te dienen en ligt ook niet in de directe nabijheid van dergelijk water.
Daarnaast is er geen geschikte vorstvrije, droge en vergraafbare zanderige bodem aanwezig die buiten de voortplantingsperiode als landbiotoop kan worden benut door deze soort. Eén van de percelen dient als akker en oogt momenteel geschikt, maar door de regelmatige bewerking zal dit geen geschikt leefgebied zijn. Echter, als in het plangebied graafwerkzaamheden plaats gaan vinden of zand wordt opgebracht ten behoeve van de toekomstige plannen, is het mogelijk dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken. In de nabijheid van het plangebied zijn waarnemingen van de soort gedaan, waaronder op een bouwterrein. Door het losse zand wordt het plangebied geschikt voor overwinterende dieren en kan het, indien in de voortplantingsperiode plasvorming optreedt ook voortplantingshabitat ontstaan. Poelkikker Deze soort komt in Nederland vooral voor op de hogere zandgronden en in uiterwaarden. Daarnaast zijn her en der waarnemingen bekend uit duingebieden, zoals nabij Rockanje. De wateren binnen het plangebied voldoen niet aan de eisen voor deze soort, die een voorkeur heeft voor stilstaande, schone en voedselarme wateren,
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
16
vaak ook zwak zuur. Deze watergangen in en aan de rand van het plangebied voldoen hier niet aan.
3.2.4
Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek verschillende vogelsoorten uit deze categorie waargenomen: Wilde eend, Krakeend, Kuifeend, Bergeend, Knobbelzwaan, Scholekster, Roodborst, Merel, Houtduif, Zilvermeeuw, Koolmees (cat. 5) en Spreeuw (cat. 5). Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Houtduif, Merel, Roodborst, Winterkoning en Heggenmus. Dit betreft dan met name de tuinen rondom de bedrijfswoningen die bij de plannen ongemoeid zullen blijven. In de oevers van de watergangen die langs en door het plangebied lopen kunnen water- en moerasvogels broeden als Wilde eend, Kuifeend, Krakeend en Meerkoet. In de smalle rietkragen in de oevers van de watergangen kunnen Waterhoen, Kleine karekiet en Rietzanger broeden. Op de akker en/of de graspercelen kunnen weidevogels, als Kievit en Scholekster tot broeden komen. In één van de woonhuizen in het plangebied (aan de Blindeweg) kunnen Kauwen broeden onder de dakpannen en in de schoorstenen.
Deze woning blijft bij de plannen ongemoeid. Het is ook mogelijk dat in de bebouwing of in sommige bomen categorie 5-soorten broeden als Koolmees, Pimpelmees en Spreeuw. In het plangebied is een Torenvalkkast aanwezig op het grasperceel van het perceel aan de Doornweg. Eén van de eigenaren geeft aan dat er in het verleden een Torenvalk (cat. 5) in heeft gebroed. De kast is bij het veldbezoek geïnspecteerd maar was leeg. Omdat dit een inspectie in het broedseizoen betreft kan een broedpoging in dit jaar worden uitgesloten. Er is ook geen Torenvalk in de omgeving waargenomen tijdens het veldbezoek. In de schuur aan de Doornweg die gesloopt gaat worden zijn allerlei kieren aanwezig onder de dakrand. Binnen werd een foeragerende Roodborst aangetroffen, mogelijk ook met een nestje.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
17
Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden enkele zingende Huismussen (cat. 2) waargenomen in de tuinen en rondom de woningen aan de noordoostzijde van de Doornweg, tegenover de bedrijfswoning in het plangebied. De soort is niet in het plangebed zelf waargenomen. Gezien de nabije waarnemingen en de honkvastheid van deze soort is het zeer waarschijnlijk dat er Huismussen tot broeden komen binnen 100 meter tot de rand van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast in het verleden andere soorten met jaarrond beschermde nesten waargenomen. Het betreft Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart, Boomvalk, Buizerd, Havik, Kerkuil, Ooievaar, Ransuil, Slechtvalk, Sperwer en Wespendief vastgesteld (NDFF 2013-2023). Van Buizerd (meest nabije op 500 m), Havik (500 m) en Wespendief (1 km) zijn broedgevallen bekend in de omgeving van het plangebied(NDFF 2013-2023). In het plangebied zelf zijn geen broedgevallen van deze soorten bekend. De overige waarnemingen van soorten met jaarrond beschermde nesten betroffen waarschijnlijk foeragerende en/of overvliegende vogels zonder binding met het plangebied of de omgeving daarvan. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Beide bedrijfswoningen in het plangebied bieden potentie voor Huismussen om tot broeden te komen. Met name onder de dakpannen boven de dakgoten is potentie.
Beide woningen en directe omgeving blijven echter ongemoeid bij de voorgenomen plannen. In de bebouwing die bij de plannen wel wordt gesloopt is geen potentie voor vestiging van Huismus aanwezig. De schuur met golfplaten aan de Doornweg die wordt gesloopt biedt geen potentie voor Huismussen omdat er geen onderbeplating onder de golfplaten aanwezig is. Er is daarmee geen beschutte plek aanwezig die voor roofdieren niet bereikbaar is. Voor Gierzwaluwen is geen potentie voor broedlocaties aanwezig in het plangebied. De beide bedrijfswoningen, die bij de plannen ongemoeid blijven, bieden wel geschikte verblijfslocaties, maar de omgeving is niet karakteristiek voor broedgevallen van deze soort. De Gierzwaluw broedt in stedelijke bebouwing onder dakpannen, randpannen, loodslabben of achter boeidelen. Gebouwen in lommerrijke en/of open, landelijke gebieden zijn niet geschikt. Daarnaast blijven beide woningen, zoals ook eerder al genoemd, ongemoeid bij de werkzaamheden. Er is geen broedbiotoop en geschikt leefgebied voor roofvogels en uilen aanwezig, zoals hoge bomen met grote nesten of schuren en open zolders. Er werden geen sporen van dergelijke soorten aangetroffen zoals braakballen, prooiresten en krijtsporen. Het plangebied zou in potentie mogelijkheden bieden voor een soort als
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
18
Steenuil. De soort komt in dit deel van Zuid-Holland echter niet voor en kan daarmee worden uitgesloten. Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Huismus, Buizerd en Havik. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.
3.2.5
Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten In de omgeving van het plangebied is in het verleden Eekhoorn waargenomen (NDFF 2013-2023). Eekhoorn is een beschermde soort die wordt genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Eekhoorn is tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Tijdens het veldbezoek werden een Ree en meerdere Hazen waargenomen. Deze soorten zijn in Zuid-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting (zie verder Bijlage 1.2.1). Daarnaast zijn molshopen, holen van Bruine rat aangetroffen. Deze soorten zijn niet beschermd onder de Wnb. De meest nabije waarneming van Steenmarter, een marterachtige die niet is vrijgesteld bij de uitvoering van dergelijke werkzaamheden, is gedaan op bijna 4 kilometer afstand tot het plangebied. Het betreft slechts één waarneming in de laatste 10 jaar in een straal van 5 kilometer. Potentie plangebied Het is, naast Ree en Haas, mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel), Vos, Konijn, Egel en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Zuid-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1.
Het plangebied is niet geschikt voor Eekhoorn vanwege het ontbreken van dichte bosschages en omvangrijke dekking biedende vegetatie in het plangebied. Aan de westelijke rand van het plangebied is een kleine bosschage aanwezig, maar deze is dermate klein en geïsoleerd dat aanwezigheid van Eekhoorn niet waarschijnlijk is. Daarnaast blijft deze bosschage ongemoeid bij de werkzaamheden. Steenmarter wordt niet in het plangebied verwacht, vanwege afwezigheid in de omgeving (NDFF). Daarnaast worden geen geschikt geachte verblijfplaatsen verwacht. In de bebouwing zijn geen openingen aanwezig welke leiden naar rustige ruimtes welke kunnen dienen als schuilplaats voor deze soort. Er zijn rond de bebouwing daarnaast vaak mensen en huisdieren aanwezig zodat noodzakelijke rust voor de dieren ontbreekt. Indien een Steenmarter incidenteel
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
19
aanwezig is, is het mogelijk dat het plangebied wordt gebruikt als onderdeel van een foerageergebied. Gezien de afwezigheid van geschikte verblijfplaatsen in de omgeving zal dit dan vooral incidenteel zijn. En dit zal dan voornamelijk in de oeverzones van de watergangen zijn, gezien het intensieve gebruik van de andere delen. Deze delen blijven ook in de toekomst geschikt, zeker met de komst van natuurvriendelijke oevers.
3.2.6
Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Alle soorten vleermuizen, evenals verblijfplaatsen en essentiële foerageergebieden en vliegroutes zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn vier soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2013-2023). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis en Watervleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Er is één bijzondere waarneming (zoals verblijven, kolonies, foerageergebieden of vliegroutes) bekend van vleermuizen in het plangebied of in de directe omgeving ervan (NDFF 2013-2023). Op 1,5 km ten noorden van het plangebied is een kolonie (zeer waarschijnlijk een kraamkolonie) van Gewone dwergvleermuis bekend. Verder zijn er geen bijzondere waarnemingen bekend in de omgeving van het plangebied.
Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken. Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. In het plangebied is geschikte bebouwing aanwezig waarin gebouwbewonende vleermuizen kunnen verblijven. Hierbij valt te denken aan soorten als Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Dit betreft echter enkel de bestaande woningen die niet gewijzigd zullen worden door de plannen. De wel
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
20
Bomenrij aan de westrand van het perceel aan de Doornweg met geknotte bomen met veel holtes, kieren en gaten. Rechts één van de bomen met kieren.
te verwijderen bebouwing in het plangebied biedt geen geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Dit betreft bebouwing waar op zich wel kieren aanwezig zijn (schuur aan de Doornweg en schuur aan de Blindeweg), maar waar geen goede klimatologisch geschikte verwacht worden, waardoor verblijf van vleermuizen niet verwacht wordt. Het is mogelijk dat boombewonende vleermuizen in het plangebied geschikte verblijfplaatsen kunnen vinden in de rij geknotte bomen die aan de noordwest en westrand van het perceel aan de Doornweg staan. In meerdere van de daar aanwezige bomen zijn geschikte holtes en spleten achter de schors aanwezig waar vleermuizen mogelijk in kunnen verblijven. Hierbij valt te denken aan soorten als Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis. Het is mogelijk dat deze bomen in het plan behouden blijven, maar dat is bij het schrijven van dit rapport nog niet bevestigd. Een andere boombewonende soort zoals Gewone Grootoorvleermuis is zeldzaam en wordt op voorhand niet verwacht in de rij geknotte bomen. Deze soort dient tijdens vervolgonderzoek (zie §4.6) wel te worden onderzocht en als tijdens het vleermuisonderzoek indicatieve
Bestaande bedrijfswoningen aan Doornweg en Blindeweg met potentie voor verblijvende vleermuizen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
21
waarnemingen worden gedaan van deze soort, moeten bezoekrondes en bezoektijden worden aangepast conform het geldende onderzoeksprotocol, zodat het eventuele voorkomen van deze soorten volledig in beeld wordt gebracht. Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De lintvormige doorlopende watergang die deels door en deels aan de buitenrand van het plangebied loopt kan geschikt zijn als foerageertraject. Daarnaast zijn er luwe plekken aanwezig op verschillende plekken in het plangebied die kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Het plangebied kan onderdeel uitmaken van een vliegroute van vleermuizen. Met name de lijnvormige watergang die het plangebied doorkruist en doorloopt langs de noordrand kan onderdeel uitmaken van een langere landschapslijn en daarmee onderdeel zijn van een vliegroute van vleermuizen.
3.2.7
Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn waarnemingen bekend van Grote vos (dagvlinder), Grote weerschijnvlinder en Ringslang in de omgeving van het plangebied (NDFF 2013-2023). De Grote vos is éénmaal waargenomen in de omgeving van het plangebied, op ongeveer 1 km ten zuiden. Grote weerschijnvlinder is tweemaal waargenomen op zo’n 1,5 km ten zuiden van het plangebied, in de bebouwde kom van Rockanje. Ook van Ringslang is één waarneming bekend. Dit ook op zo’n 1,5 km ten zuiden van het plangebied binnen de bebouwde kom van Rockanje. Van deze drie soorten zijn geen waarnemingen gedaan tijdens het veldbezoek. Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor Grote vos en Grote weerschijnvlinder, vanwege het ontbreken van geschikt biotoop en geschikte waardplanten. Beide soorten zoeken oudere bossen of clusters van bomen met bijvoorbeeld oude wilgen. Gezien de enkele waarneming van Ringslang is deze soort naar verwachting niet aanwezig in het plangebied. Het plangebied biedt daarnaast ook geen potentie voor deze soort, met name vanwege het ontbreken van verschillende factoren als overwinteringslocaties, broeihopen voor ei-afzettingen en natte en structuurrijke foerageergebieden met beschutte zonplekken, zoals bredere
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
22
rietkragen en dergelijk. Het is, indien aanwezig in de omgeving, wel mogelijk dat de soort de aanwezige watergangen gebruikt om het plangebied te doorkruisen. Als de watergangen ongemoeid worden gelaten zullen de plannen hier geen negatieve effecten op hebben.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
3.3
23
Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals bijvoorbeeld vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 4 wordt uiteengezet welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.
Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied met verwachte beschermde functie (kolom 4). Indien de potentieel aanwezige beschermde functie wordt genoemd in kolom 4 valt deze automatisch onder essentieel leefgebied voor de mogelijk aanwezige soorten.
Aangetroffen nabij het plangebied (literatuur en veldbezoek)
Mogelijk aanwezig in plangebied
Mogelijk beschermde functie aanwezig binnen het plangebied
Planten
NDFF
Nee
Nee
Vissen
Nee
Nee
Nee
Amfibieën
NDFF
Nee
Nee
Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten
veldbezoek, NDFF
Ja
niet-jaarrond beschermde nesten
Broedvogels met jaarrond beschermde nesten
Veldbezoek, NDFF
Ja
jaarrond beschermde nesten / essentieel leefgebied (Huismus)
Grondgebonden zoogdieren
NDFF
Incidenteel
Nee
Vleermuizen
NDFF
Ja
verblijfplaatsen / foerageergebied / vliegroute (meerdere soorten)
Overige beschermde fauna
NDFF
Nee
Nee
Beschermde, niet vrijgestelde soorten
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
24
4
Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).
4.1
Vissen Er worden geen beschermde vissen verwacht in het plangebied. Indien een watergang in het plangebied wordt gedempt, ingekort en/of verplaatst dient tijdens deze werkzaamheden, in het kader van de zorgplicht, echter ‘zorgvuldig’ moeten worden gehandeld (zie §6.3 en Bijlage 1.1.1). Aanwezige vissen zullen hierbij moeten worden verdreven of plaatselijk worden weggevangen en worden uitgezet in te behouden water. Gevoelige werkzaamheden zullen zoveel mogelijk buiten de gevoelige periode van voortplanting (april t/m juli) en overwintering (december t/m februari) plaatsvinden.
4.2
Amfibieën Er worden geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën verwacht in het plangebied. Voorafgaand aan eventuele werkzaamheden aan watergangen wordt geadviseerd om in het kader van de zorgplicht echter ‘zorgvuldig’ te handelen (zie §6.3 en Bijlage 1.1.1). Aanwezige amfibieën zullen hierbij worden verdreven of plaatselijk worden weggevangen en worden uitgezet in te behouden water van vergelijkbare of betere kwaliteit. Gevoelige werkzaamheden zullen zoveel mogelijk buiten de voortplantingsperiode (half maart t/m september) en overwinterperiode (november t/m februari) plaatsvinden. Gevoelige werkzaamheden aan bijvoorbeeld wateren en oevers kunnen het beste worden uitgevoerd tijdens de periode oktober t/m half november. Deze periode valt ook buiten de winterrustperiode van vissen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
25
Rugstreeppad Teneinde de vestiging van voortplantende en/of overwinterende Rugstreeppadden in het plangebied te voorkomen wordt geadviseerd om in het plangebied vanaf de start van graafwerkzaamheden maatregelen te treffen. In de nabije omgeving van het plangebied is recent ook een Rugstreeppad waargenomen op een bouwterrein, waarmee kolonisatie van het plangebied na uitvoering van graafwerkzaamheden een reëel mogelijkheid is. Om dit te voorkomen, wordt geadviseerd het plangebied vanaf de start van de werkzaamheden af te zetten met een amfibieënscherm volgens de geldende standaarden.
4.3
Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het kappen en rooien van bomen en struiken, sloop van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatieve toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de aanwezige soorten. Als onverhoopt buiten deze periode broedende vogels aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten wordt de periode van februari t/m augustus gezien als de gevoelige periode. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt. ‘Categorie 5’-soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als ‘categorie 5’-soort (Torenvalk, Spreeuw, Koolmees en Pimpelmees), kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied.
Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van deze soorten rechtvaardigen. Overigens geldt ook voor deze soorten dat activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden. Het verdient aanbeveling om de aanwezige Torenvalkkast buiten het broedseizoen te verplaatsen naar een andere geschikte plek, indien de situatie ter plekke sterk zal veranderen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186
Blindeweg - Doornweg te Rockanje
26
Soorten met jaarrond beschermde nesten De bebouwing die gepland staat om gesloopt te worden biedt geen potentie voor vogels met een jaarrond beschermd nest. Vervolgonderzoek en eventuele andere vervolgstappen worden daarom niet nodig geacht. Ook in andere delen van het plangebied is geen potentie voor jaarrond beschermde nesten aanwezig. De beide bedrijfswoningen die blijven staan bieden echter wel potentie voor een soort met jaarrond beschermd nest, namelijk Huismus. Vooralsnog is uitgegaan van het ongemoeid blijven van deze woningen en de directe omgeving (tuinen en dergelijke). Als dit zo is worden geen negatieve effecten verwacht. Indien alsnog aan deze woningen of de directe omgeving gewerkt gaat worden in het kader van de voorgenomen plannen wordt alsnog een vervolgonderzoek naar Huismus bij deze woningen geadviseerd, omdat in dat geval niet meer kan worden uitgegaan van het uitblijven van nadelige effecten op deze soort. Zie Tabel 2 voor de onderzoeksperiodes indien alsnog vervolgonderzoek nodig blijkt. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dient alternatieve nestgelegenheid of vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een, op te stellen ‘Activiteitenplan’, deze maatregelen worden uitgewerkt.
Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Huismus, Buizerd, Havik), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.
4.4
Grondgebonden zoogdieren Er is geen potentie voor niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdieren aanwezig in het plangebied. Wel biedt met name het ruig begroeide perceel (nummer 2 in Figuur 1) potentie voor verblijven van soorten als Haas en Ree. Deze zijn bij het veldbezoek ook waargenomen. Ondanks dat ze zijn vrijgesteld voor dergelijke werkzaamheden dient wel de algemene zorgplicht in acht gehouden te worden. Geadviseerd wordt bijvoorbeeld om het ongeschikt maken van het perceel voor deze soorten, zoals het maaiwerk, uit te voeren buiten de voortplantingsperiodes van deze soorten, grofweg niet tussen februari en augustus. Daarnaast wordt geadviseerd om maaiwerk langzaam en met ‘wild-reddende’ kettingen uit te voeren, zodat dieren op tijd kunnen vluchten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2023-186