CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij BBV: Nota van Beantwoording zienswijzen & Wijzigingen_concept

Raadsvergadering 4 juni 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen Windproject Noordzeeboulevard28.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het bespreken van haar bezwaren tegen de onderdelen die thans in cluster 1 ter visie zijn gelegd hebben een dusdanige samenhang met de onderdelen die pas in een later stadium bij Cluster 2 ter visie zullen worden gelegd maakt het moeilijk en misschien wel onmogelijk om tot een integrale afweging van belangen te komen. Nhd heeft grote bezwaren tegen het op deze wijze opsplitsen van nauw samenhangende onderdelen van de procedure. Hoofdstuk 2 Beleidskader NatuurNetwerk Nederland 2.1 Omgevingsverordening Zuid-Holland Het Nee, tenzij-regime is van toepassing. Dit betekent dat nieuwe projecten niet zijn toegestaan, wanneer deze significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied of leiden tot een significante verminderering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de gebieden. NHD is van mening dat zij in bovenstaande tekst al heeft aangetoond dat de bouw en exploitatie van Windpark Noordzeeboulevard op alle genoemde punten een significant negatief effect hebben en zal dat ook in het vervolg van deze tekst (en later bij haar zienswijze op Cluster 2) nog verder aanscherpen. NHD is op grond van die significant negatieve effecten van mening dat de vergunning en de ontheffingen vernietigd zouden moeten worden. NHD bestrijdt vervolgens dat het tenzij-principe van toepassing is.

Er is in de ogen van NHD geen sprake van een groot maatschappelijk belang en al helemaal niet van een groter maatschappelijk belang dat in het geding is bij de uitbreiding en de transitie van de Rotterdamse Haven- en Industriegebieden, waarvoor is vastgelegd dat zij bij die uitbreiding en transitie geen activiteiten zal ondernemen bezuiden de demarcatielijn. NHD vindt het daarom onbegrijpelijk en onbestaanbaar dat daarop voor Windpark Noordzeeboulevard een uitzondering wordt gemaakt en bepleit daarom de te verlenen vergunning en ontheffingen niet definitief te maken. Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

15 Page 45 of 70

NHD bepleit dat ook omdat er wel degelijk een reëel alternatief voorhanden is op een locatie die geen of veel minder bezwaren heeft dan de locatie Noordzeeboulevard. NHD heeft hierboven aangegeven dat ook de voorgestelde wijze van mitigatie en compensatie ruimschoots ondermaats genoemd moet worden en zal dat in de vervolgtekst en bij haar Zienswijze op de onderdelen van Cluster 2 verder onderbouwen. 2.2 Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013 NHD herhaalt dat er in haar ogen geen groot genoeg maatschappelijk belang is, dat er een reëel alternatief is en dat de voorgestelde mitigerende maatregelen en compensatie veel te beperkt zijn en ondermaats. Artikel 5. Voorwaarden aan compensatie De eerste opmerking die NHD wil maken, is dat het overgrote deel van de weidevogels die bescherming krijgen binnen weidevogelgebieden slechts drie maanden per jaar doorbrengen in die gebieden. In de andere negen maanden verblijven deze vogels in wadgebieden die zij op hun trekroute passeren, gebruiken als opvetplaatsen of als overwinteringsgebied. Weidevogels zijn het grootste deel van het jaar wadvogels. Bescherming van weidevogels in weidevogelgebieden is zinloos als je ze vervolgens geen of onvoldoende bescherming biedt als wadvogel.

Wie geen windmolens toestaat in weidevogelgebieden, maar deze vogels in wadgebieden tot slachtoffer maakt van windmolens in wadgebieden spant het paard achter de wagen. 1. NHD is van mening dat in het geval van compensatie van areaalverlies door windmolenprojecten niet alleen gekeken moet worden naar grondoppervlakte, maar ook naar de gehele kolom m.b.t. de driedimensionale draaicirkel van een molen. Dus geen verlies van vierkante meters op de grond, maar verlies van kubieke meters van het volledige draaigebied van een molen, de zgn. overdraai. 4.a. NHD bepleit hier nogmaals compensatie in het aangrenzende gebied naast Hoekje Jans en dan naast het deel dat SBB al gaat uitbreiden. Deze compensatie staat los van de reeds met ZHL overeengekomen compensatie. 4.c. NHD is van mening dat er naast het op te richten Omgevingsfonds ook een specifiek Natuurfonds zou moeten worden gevuld, waarbij de in dat fonds gestorte bedragen uitsluitend ten goede moet komen voor natuurgebonden projecten. 5. NHD stelt voor om financiële compensatie niet alleen te koppelen aan de duur van exploitatie, maar ook aan het aantal en de soort aanvaringsslachtoffers. NHD vraagt dat er aan overschrijding van het voorspelde aantal slachtoffers een (soort)specifieke financiële compensatie wordt opgelegd.

Gezien de grote stelligheid waarmee de quota zijn vastgelegd lijkt het NHD dat er bij de exploitant geen twijfel kan bestaan over de quota en dat er dan voor de exploitant geen of een gering risico zou moeten bestaan. Bezwaar aantekenen tegen de door NHD voorgestelde financiële compensatie maakt duidelijk dat de exploitant zelf ook grote twijfel heeft bij de opgevoerde rapporten.

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

16 Page 46 of 70

Omdat het opleggen van een compenserende boete bij het overschrijden van de vastgelegde maximale aantallen slachtoffers een voor Nederland nieuw verschijnsel is en er bij NHD nog geen voorbeelden bekend zijn van hoe hoog dergelijke boetes zouden moeten zijn, heeft zij hieronder een voorstel gedaan om aan te geven aan welke bedragen NHD denkt. NHD houdt zich aanbevolen voor andere, betere manieren van berekenen. NHD stelt voor een fonds op te richten waar de eventuele financiële compensatiegelden kunnen worden gestort. NHD is bereid dat fonds te beheren en de gelden ten goede te laten komen aan nader te bepalen klimaat- en/of natuurdoelen. NHD is van mening dat deze compensatiegelden niet betaald dienen te worden uit het nog op te richten omgevingsfonds. Dat is namelijk een fonds dat aan allerlei maatschappelijke organisaties uitgekeerd gaat worden en komt niet noodzakelijkerwijs ten goede aan specifieke natuurdoelen. Bij overschrijding van 40 vogels €10.000 voor de eerste vogel, €20.000 bij de tweede overschrijding, €30.000 voor de derde enz. Voor trekvogels geldt bij overschrijding van het aantal slachtoffers per jaar een boetebedrag van €1.000.000/de populatie x 1000 per slachtoffer.

Voor trekvogels geldt bij overschrijding van het maximaal aantal slachtoffers in 25 jaar een boetebedrag van €1.000.000/de populatie x 1000 x 25 Voor de lokaal voorkomende soorten geldt bij overschrijding van het aantal slachtoffers per jaar een boetebedrag van €1.000.000/de populatie x 10.000 per slachtoffer Voor de lokaal voorkomende soorten uit tabel 1 geldt bij overschrijding van het aantal slachtoffers per jaar een boetebedrag van €1.000.000/de populatie x 10.000 x 25 per slachtoffer Voor speciale vogelsoorten als zeearend en visarend bij het eerste slachtoffer €100.000 bij het tweede slachtoffer €200.000 enz. Bij overschrijding van de 1% mortaliteitsnorm, onafhankelijk van de tijdsperiode, geldt onmiddellijke stillegging en afbraak van het windpark op kosten van de exploitant. Art.6. Compensatieplan 1. NHD stelt voor om bovenstaande uitbreiding van compensatie en de daarbij behorende bedragen en formules verplicht op te laten nemen in het door de initiatiefnemer op te stellen compensatieplan. Hoofdstuk 3 Waarden en kenmerken Ruimtebeslag 3.1 NHD heeft hierboven al bepleit het ruimtebeslag niet te berekenen op basis van oppervlakteverlies, maar op het driedimensionale verlies aan m³ van de kolom binnen het gehele draaibereik van de molens. 3.1.1.1 Effecten op wezenlijke waarden en kenmerken

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

17 Page 47 of 70

NHD merkt op dat in het beheertype N15.01 de kwalificerende vogelsoort nachtegaal op de locatie van de molens een zeer hoge dichtheid heeft en tot een van de rijkste broedgebieden van deze soort in Nederland behoort. NHD wijst op het voorkomen ter plekke van de bouwlocatie van enkele niet genoemde soorten als nauwe korfslak, rugstreeppad en zandhagedis. Ook is er in de directe omgeving van het project al vele jaren een nest van de havik aanwezig. NHD vraagt deze soorten ook te betrekken bij het maken van de juiste afwegingen. NHD wil opmerken dat m.b.t. de breedbandige ruis van windturbines dan wellicht niet is aangetoond dat die ruis effect heeft op natuurwaarden, maar dat er ook niet is aangetoond dat die ruis geen effect heeft op natuurwaarden. NHD is van mening dat de stelling dat er buiten de overdraai geen sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden in relatie tot rust en stilte alleen getrokken kan worden vanuit een antropocentrisch wereldbeeld dat op geen enkele wijze recht doet aan het gegeven dat de mens domweg niet in staat is om te beoordelen hoe individuele planten en dieren en hoe plant- en/of diersoorten als groep de overlast ervaren.

NHD wil ook hier opmerken dat in het onderzoek alleen gekeken is naar de effecten op de huidige situatie van plant- en diersoorten, terwijl duidelijk is dat de huidige situatie buitengewoon dynamisch is en volgens de onderzoeken van Arcadis m.b.t. de verzanding in het gebied verwacht wordt dat binnen 25 jaar het gehele omliggende gebied ingrijpend van karakter zal zijn veranderd. Door deze ontwikkeling zullen ook alle beschreven beheertypen voor een groot deel zijn mee veranderd met de gewijzigde niet biotische omstandigheden. NHD is van mening dat in de beoordeling van dit project niet alleen gekeken zou moeten worden naar de huidige situatie, maar dat ook gekeken zou moeten worden naar de effecten op de te verwachten natuurontwikkeling gedurende de gehele exploitatieperiode van het Windpark Noordzeeboulevard. 3.2.5 Effecten op wezenlijke waarden en kenmerken Ook over de in dit hoofdstuk besproken kwalificerende plant- en diersoorten wil NHD de hierboven gemaakte opmerkingen herhalen. Hoofdstuk 4 Toetsing 4.1 Groot openbaar belang NHD erkent dat er sprake is van een groot openbaar belang, maar stelt ook vast dat dit grote openbaar belang strijdig is met het minstens evengrote openbaar belang van de bescherming van natuur en de daarbij behorende biodiversiteit.

Juist op deze locatie waar sprake is van een strenge afscheiding van beide belangen voortvloeiend uit de regelgeving m.b.t. de demarcatielijn kan het klimaatbelang niet prevaleren boven het natuurbelang. De bouw en exploitatie van Windpark Noordzeeboulevard is te beschouwen als een industriële activiteit waarvan is vastgelegd dat dat soort projecten niet bezuiden van de demarcatielijn mogen worden uitgevoerd. Zelfs bij alle plannen rondom uitbreiding van het Rotterdamse haven- en industriegebied (Novex) wordt ondanks dit minstens evengrote (maar in de ogen van NHD grotere) openbaar belang de demarcatielijn niet overschreden vanwege de vigerende regelgeving m.b.t. Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

18 Page 48 of 70

de demarcatielijn. Deze regelgeving is door de uitspraak van de Raad van State 201402744-1-r6 voor het laatst bevestigd. https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@97969/201402744-1-r6/ NHD is van mening dat de regelgeving m.b.t. tot de demarcatielijn ten onrechte niet is meegenomen bij de beslissingen om een vergunning en ontheffingen te verlenen voor Windpark Noordzeeboulevard en concludeert dat daarmee de rechtsgrond onder deze beslissingen is komen te vervallen. NHD vraagt daarom, en zal dat in een later stadium bij de bestuursrechter ook aanvechten, vernietiging van de te verlenen vergunning en ontheffingen. 4.2 Alternatievenafweging 4.2.1. Alternatieve locaties NHD is van mening dat Windpark Noordzeeboulevard niet binnen de door de provincie aangewezen locaties voor windenergie ligt, maar pal op de grens van een aangewezen locatie ligt en gedeeltelijk (of geheel) er net buiten. NHD leidt dat af uit de op het kaartje ingetekende locatie van Windpark Noordzeeboulevard. De op het kaartje aangegeven locatie is niet in overeenstemming met de werkelijke locatie. Daarnaast merkt NHD nogmaals op dat zelfs als Windpark Noordzeeboulevard wel binnen de door de provincie bepaalde locaties voor windenergie zou liggen geen rekening is gehouden met de regelgeving m.b.t. de demarcatielijn en dan onterecht als locatie is opgenomen.

Onlangs heeft de Rijksoverheid (helaas) besloten de in deze paragraaf beschreven verplichting uit de Klimaatwet naar beneden bij te stellen. NHD is van mening dat hierdoor ruimte en tijd is ontstaan om voor Windpark Noordzeeboulevard een andere, aanzienlijk minder bezwaarlijke locatie te zoeken. NHD heeft met grote regelmaat tijdens het participatieproces aangegeven dat die locatie bestaat en dat de noordrand van het Brielse Meer niet de bezwaren kent die kleven aan de huidige locatie van Windpark Noordzeeboulevard. Er wonen daar (vrijwel) geen mensen en de natuurwaarden zijn heel veel lager. Op de locatie Krabbeweg is bovendien clustering met windpark Haringvlietdam en met Windpark N57 Brielle mogelijk en kan worden ingezet op de bouw van windmolens met een maximale hoogte en met een maximale opbrengstcapaciteit. Conclusie NHD bestrijdt de conclusie dat er geen alternatieve locaties beschikbaar zijn. 4.2.2. Alternatieve oplossingen NHD heeft kennisgenomen van de uitspraak m.b.t. Windpark Wieringermeer en de daaruit voortvloeiende redenering dat het zoeken van alternatieve locaties niet nodig is. In de ogen van NHD gaat deze redenering niet op voor Windpark Noordzeeboulevard omdat dit project naar het inzicht van NHD op de gekozen locatie niet mogelijk is vanwege de regelgeving m.b.t. de demarcatielijn.

Omdat daarmee deze locatie afvalt is de noodzaak om een alternatieve locatie te zoeken waarmee kan worden voldaan aan de aan Gemeente Voorne aan Zee opgelegde verplichting te kunnen blijven voldoen dwingend actueel geworden.

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

19 Page 49 of 70

Conclusie NHD is het eens met de conclusie dat er geen alternatieve opwekkingsvormen beschikbaar zijn, maar NHD bestrijdt de conclusie dat er geen alternatieve locaties gezocht hoeven te worden of te vinden zijn. 4.3 Mitigatie en compensatie 4.3.1 mitigerende maatregelen Beperken negatieve effecten bouwfase NHD stelt het op prijs om als stakeholder het ecologisch werkprotocol toegestuurd te krijgen. Bespoedigen herstel tijdelijk oppervlakteverlies NHD is van mening dat herstel van de beplanting van de bouwlocatie niet nodig is en beter overgelaten kan worden aan de eigenstandige natuurontwikkeling ter plaatse. Het uitgespaarde geld dat daardoor beschikbaar wordt kan worden toegevoegd aan het op te richten Natuurfonds. Verstoring en aanvaringen broedvogels NHD merkt op dat in de natuurbeschermingswet geen vast broedperiode is vastgesteld, maar dat alle verstoring van broedvogels voorkomen moet worden, ongeacht wanneer er broedactiviteit plaats vindt. Omdat er ook niet gewerkt mag worden tijdens het stormseizoen blijft er in de ogen van NHD geen enkele periode van het jaar over waarin gebouwd kan/mag worden. 4.3.2 Compenserende maatregelen NHD heeft hierboven haar zienswijze m.b.t. compensatie al uitvoerig beschreven.

Fysieke compensatie elders NHD heeft geen bezwaar tegen fysieke compensatie zoals die is afgesproken met ZHL, maar stelt vast dat er wel degelijk ook fysieke compensatie mogelijk is in de directe omgeving. NHD merkt op dat de verplichte natuurcompensatie van de aanleg van Maasvlakte I en II tot op heden niet of onvolledig zijn nagekomen. Voorstel financiële compensatie NHD is van mening dat aan de bouw en de exploitatie van deze twee megawindmolens hogere eisen moeten worden gesteld aan het voorkomen, het mitigeren en compenseren van schade aan natuur. Daarom verzoekt NHD in de voorschriften aan de exploitant, die willens en wetens windmolens wil gaan bouwen en exploiteren op een van de meest kwetsbare plekken van Nederland nog hogere eisen oplegt met betrekking tot voorkomen, mitigeren en compenseren van natuurschade dan tot nu is vastgelegd in de vergunning en ontheffingen. NHD verzoekt daarom o.a. dat een hoog aantal uren verplichte stilstand gekoppeld wordt aan de verplichting om de nieuwste detectiesystemen die beschikbaar zijn en komen te installeren en om daarbij een zo groot mogelijk aantal vogel- en vleermuissoorten op te nemen waarbij de stilstandvoorziening moet worden ingezet. Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

20 Page 50 of 70

Van deze op te leggen verplichting zal ongetwijfeld een groot mitigerend effect uitgaan. NHD zal dit in haar zienswijze op Cluster 2 Soortenbescherming nog verder toelichten. NHD verzoekt dat ook de nader vast te stellen financiële compensatie bij overschrijding van quota ruimhartig moet worden opgenomen in de voorschriften. NHD heeft hierboven al gedeeltelijk aangegeven op welke wijze zij de financiële compensatie uitgebreid wil zien door alle tijdens de gehele exploitatieperiode aangerichte natuurschade te vergoeden binnen het Natuurfonds. NHD zal dat hier nader toelichten. Om schadevergoeding gedurende de gehele exploitatieperiode mogelijk te maken is het noodzakelijk dat er de gehele exploitatieduur monitoring van het aantal slachtoffers plaatsvindt en er een systeem ontwikkeld wordt met formules waarmee de natuurschade berekend kan worden. Monitoring van het aantal slachtoffers kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. Dat kan door een erkend ecologisch adviesbureau opdracht te verstrekken, de monitoring tegen betaling uit te besteden aan een vrijwilligersorganisatie als NHD, speciaal afgerichte hulphonden in te zetten of door inzet van technologie waarbij via camera’s met een vogel- en vleermuisdetectiesysteem op soortniveau aantallen en soorten slachtoffers binnen een nader af te spreken zoekgebied kan vaststellen.

NHD geeft hier een eerste aanzet dat ongetwijfeld voor verbetering vatbaar is. NHD vraagt direct op de hoogte te worden gebracht als een quotum ten aanzien van de te verwachten slachtoffers (per soort en in het algemeen) wordt overschreden. NHD heeft bezwaar tegen de gebruikelijke manier van berekenen van een quotum op basis van gemiddelden omdat dit kan leiden tot forse overschrijdingen. NHD stelt voor dat bij een jaarlijkse overschrijding die hoger is dan anderhalf keer het toegestane maximum direct moet worden ingegrepen. NHD wil graag weten welke sanctie bij overschrijding van jaarlijkse en/of driejaarsgemiddelde overschrijding wordt opgelegd. NHD vraagt dat er aan overschrijding ter compensatie een (soort)specifieke financiële compensatie wordt opgelegd. Gezien de grote stelligheid waarmee de quota worden vastgelegd lijkt het NHD dat er bij de exploitant geen twijfel kan bestaan over de quota en dat er dan voor de exploitant geen of een gering risico zou moeten bestaan. Bezwaar aantekenen tegen de door NHD voorgestelde financiële compensatie maakt duidelijk dat de exploitant zelf ook grote twijfel heeft bij de opgevoerde rapporten.

Omdat het opleggen van financiële compensatie bij het overschrijden van de vastgelegde maximale aantallen slachtoffers een voor Nederland nieuw verschijnsel is en er bij NHD nog geen voorbeelden bekend zijn van hoe hoog dergelijke boetes zouden moeten zijn, heeft zij hieronder een voorstel gedaan om aan te geven aan welke bedragen NHD denkt. NHD houdt zich aanbevolen voor andere, betere manieren van berekenen. NHD stelt voor een natuurfonds op te richten waar de eventuele financiële compensatiegelden kunnen worden gestort. NHD is bereid dat fonds te beheren en de gelden ten goede te laten komen aan nader te bepalen klimaat- en/of natuurdoelen. NHD is van mening dat deze compensatiegelden niet betaald dienen te worden uit het nog op te richten omgevingsfonds. Dat is namelijk een fonds dat aan allerlei maatschappelijke organisaties uitgekeerd gaat worden en komt niet Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

21 Page 51 of 70

noodzakelijkerwijs ten goede aan specifieke natuurdoelen en is ook niet gebaseerd op de aangerichte schade aan natuur. Bij overschrijding van een vastgesteld quotum van bijvoorbeeld 40 vogels €10.000 voor de eerste vogel, €20.000 bij de tweede overschrijding, €30.000 voor de derde enz. Voor trekvogels uit de appendix geldt bij overschrijding van het aantal slachtoffers per jaar een boetebedrag van €1.000.000/de populatie x 1000 per slachtoffer. Voor trekvogels uit de appendix geldt bij overschrijding van het maximaal aantal slachtoffers in 25 jaar een boetebedrag van €1.000.000/de populatie x 1000 x 25 Voor de lokaal voorkomende soorten uit tabel 1 geldt bij overschrijding van het aantal slachtoffers per jaar een boetebedrag van €1.000.000/de populatie x 10.000 per slachtoffer Voor de lokaal voorkomende soorten uit tabel 1 geldt bij overschrijding van het aantal slachtoffers per jaar een boetebedrag van €1.000.000/de populatie x 10.000 x 25 per slachtoffer Voor speciale vogelsoorten als zeearend en visarend bij het eerste slachtoffer €100.000 bij het tweede slachtoffer €200.000 enz. Bij overschrijding van de 1% mortaliteitsnorm, onafhankelijk van de tijdsperiode, geldt onmiddellijke stillegging en afbraak van het windpark op kosten van de exploitant.

Fysieke compensatie in of nabij het gebied NHD herhaalt dat fysieke compensatie in de directe omgeving wel mogelijk is aansluitend op Hoekje Jans. Zie hierboven voor een nadere uitleg. NHD stelt vast dat fysieke compensatie altijd in de voorschriften wordt opgenomen, maar dat deze compensatie lang niet altijd wordt uitgevoerd en dat daar vervolgens niet op wordt gehandhaafd. De vastgelegde fysieke compensatie voor de aanleg Maasvlakte I en II zijn nog altijd niet, niet geheel of in afgezwakte vorm uitgevoerd. NHD bepleit daarom hoge boetes op te nemen in de voorwaarden bij het niet, niet tijdig of slechts gedeeltelijk uitvoerenden vastgelegde fysieke compensatie. Fysieke compensatie elders Hier wordt gesteld dat fysieke compensatie elders niet zou kunnen aansluiten op de nog uit toevoeren compensatie m.b.t. de Maasvlakte. NHD is van mening dat deze visie de beperkte blik op compensatie laat zien. NHD ziet juist grote kansen om de wijze van compenseren voor de aanleg van de Maasvlaktes en compensatie voor de aanleg van Windpark Noordzeeboulevard te combineren in een nieuw aangepast voorstel. De condities voor de wijze van uitvoeren van de compensatie voor de Maasvlakte in de Voordelta zijn inmiddels door de verzanding van de Voordelta zodanig aan het veranderen (zie rapport Arcadis) dat de vraag rijst of de afgesproken vorm van compenseren nog wel zinvol is.

Het gebied waar compensatie zou moeten plaatsvinden komt binnen 25 jaar vrijwel volledig en permanent droog te liggen. Een ‘zeereservaat’ lijkt dan niet verstandig. NHD stelt daarom voor de compensatie voor de Maasvlaktes aan te passen aan de actuele en te verwachten ontwikkelingen in dat gebied. ARK rewilding heeft samen met het Seascape Voordelta Collectief daar al een goed doordacht concept voor ontwikkeld: Handvest voor levend en bloeiend zeelandschap. Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

22 Page 52 of 70

NHD heeft al eerder in deze zienswijze aangegeven dat zij de compensatieopgave die alleen gerelateerd is aan het permanent grondoppervlakteverlies veel te beperkt vindt. De permanente schade vindt namelijk niet alleen plaats op de grond en in de grond, maar ook in de gehele overdraaikolom. Ook die dertig jaar durende schade moet financieel worden vergoed vanuit het op te richten natuurfonds. NHD heeft voor het bepalen van de schade die ontstaat door aanvaring van vogels, vleermuizen en insecten een voorstel bijgevoegd. Hoofdstuk 5 Conclusie NHD kan zich niet vinden in de conclusie m.b.t. de wijze waarop financiële compensatie plaats zou moeten vinden en stelt voor de door NHD aangedragen wijze van schadeberekening op te nemen in de voorwaarden.

Fysieke compensatie Windproject Noordzeeboulevard NHD heeft geen verdere opmerkingen bij dit rapport van Bosch & Van Rijn. In bovenstaande deel van haar zienswijze heeft NHD een volstrekt andere benadering van het fysiek en financieel vergoeden van veroorzaakte schade voorgesteld. NHD beschouwt de formeel voorgestelde schadevergoedingen als een schamele vergoeding die in geen verhouding staat tot de waarde van de werkelijk aangerichte schade. Bijlage B Natuurtoets NHD merkt op dat op deze plek geen Natuurtoets of een verwijzing naar de betreffende Natuurtoets is te vinden. NHD heeft het eindconcept v4 van Natuurtoets Windproject Noordzeeboulevard rapportnummer 23-112 projectnummer 21-0906 van Waardenburg Ecology elders in de stukken gevonden en zal hieronder haar zienswijze voor zover relevant lijkt voor de bij Cluster 1 opgenomen ontwerpontheffing voor aantasting NatuurNetwerk Nederland (NNN) van Gedeputeerde Staten van de Provincie ZuidHolland toelichten. NHD is van mening dat bij een gecoördineerde aanpak de onderdelen die betrekking hebben op de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland gezamenlijk in een cluster zouden zijn aangeboden. Het is voor NHD onduidelijk of deze Natuurtoets in haar geheel bij zowel Cluster 1 als 2 hoort of dat de Natuurtoets slechts gedeettelijk betrekking heeft op Cluster 1, nl. het NNN-deel.

Bij de ter inzagelegging zijn de clusters op de volgende wijze beschreven: • De ontwerpverklaring van geen bedenkingen & ontwerp omgevingsvergunningen voor de realisatie van het aangevraagde windproject; • De ontwerp watervergunning van het dagelijks bestuur van het Waterschap Hollandse Delta; • De ontwerp watervergunningen van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat c.q. Rijkswaterstaat; • De ontwerp ontheffing voor aantasting NatuurNetwerk Nederland (NNN) van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland. Deze bovenstaande (ontwerp)besluiten zijn onderdeel van Cluster 1 van de gecoördineerde procedure.

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

23 Page 53 of 70

Cluster 2 zal op een later moment ter inzage worden gelegd. Cluster 2 omvat de volgende (ontwerp)besluiten: • De (ontwerp)vergunning gebiedsbescherming Wet natuurbescherming van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland (gedelegeerd aan Omgevingsdienst Haaglanden); • De (ontwerp)ontheffing soortenbescherming Wet natuurbescherming van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland (gedelegeerd aan Omgevingsdienst Haaglanden).

NHD zal in haar zienswijze op Cluster 1 daarom eerst en vooral haar zienswijze aangeven op de ontheffing aantasting NatuurNetwerk Nederland voor zover dat boven nog niet is gedaan en daarnaast aangeven op welke onderdelen uit de Natuurtoets zij in haar Zienswijze op Cluster 2 dieper wil ingaan. Dat doet zij om zeker te zijn dat alle in te brengen argumenten nu al genoemd zijn, zoals in de Crisisen Herstelwet is voorgeschreven. Alles bij elkaar is dit in de ogen van NHD nogal inconsistent en verwarrend aangegeven.

Zienswijze NHD op de Natuurtoets Windproject Noordzeeboulevard 1 inleiding 1.1

Aanleiding en doel

 Natura 2000-gebieden o NHD heeft hierover boven al gedeeltelijk haar zienswijze gegeven op plaatsing van windmolens binnen Natura 2000-gebieden. Zij zal haar bezwaren hier nog nader toelichten en daar bij Cluster 2 ook verder op ingaan. o NHD is van mening dat plaatsing in Natura 2000-gebieden in het algemeen onverstandig en ongewenst is. Klimaat en natuur zijn nauw met elkaar verweven problemen waarbij de oplossing van het ene probleem het andere probleem niet zou mogen vergroten. Toch is NHD niet altijd tegen plaatsing van windmolens in Natura 2000-gebieden. Als er uitsluitend of overwegend een floristisch belang is in een Natura 2000-gebied zou het onder voorwaarden moeten kunnen. Zodra echter plaatsing van windmolens grote schadelijke effecten heeft op de staat van instandhouding van vogels en vleermuizen dan vindt NHD dat ontoelaatbaar. o Daarnaast geldt nog een specifiek bezwaar voor deze locatie. Bij plaatsing van windparken op de Maasvlaktes is rekening gehouden met de belangrijkste route voor vogels en vleermuizen tijdens de (najaars-) trek. Daartoe is op de Maasvlakte een doorgangscorridor opengelaten waarbinnen geen molens zijn geplaatst. Vogels en vleermuizen die vanaf Hoek van Holland rechtdoor vliegen kunnen op een betrekkelijk Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

24 Page 54 of 70

veilige manier gebruik maken van deze corridor. De molens van Windpark Noordzeeboulevard komen echter dwars op de vrije doortocht te staan waardoor de miljoenen trekvogels en trekkende vleermuizen vlak voor zij bij de voor hen belangrijke eerste geschikte foerageerplek na de Waddenzee aankomen alsnog in de val lopen. Die specifieke situatie maakt de locatie Noordzeeboulevard tot een van de minst geschikte locaties van Nederland. NHD is van mening dat hier sprake is van een groot nationaal belang m.b.t. natuur en is daarom van mening dat plaatsing van windmolens ook om deze reden hier niet toegestaan kan worden. o NHD zal haar zienswijze bij Cluster 2 bij de vergunning Gebiedsbescherming Wnb haar bezwaren tegen de locatie verder toelichten.  Beschermde soorten o NHD gaat ervan uit dat dit onderdeel in Cluster 2 aan de orde komt bij de aanvraag Ontheffing Soortenbescherming Wnb en zal in haar zienswijze op Cluster 2 haar bezwaren verduidelijken. o NHD heeft boven al een aantal van haar bezwaren toegelicht. Met name tegen de systematiek van beoordelen heeft NHD grote bezwaren. o NHD is voorts van mening dat de nieuwste wetenschappelijke inzichten m.b.t. soorten slachtoffer onvoldoende aan bod zijn gekomen.

Deels omdat die ten tijde van beoordeling van de aanvraag nog niet beschikbaar waren en deels omdat de al wel bestaande rapporten zijn genegeerd of onjuist geïnterpreteerd bij de beoordeling. NHD onderschrijft op hoofdlijnen het NIEWHOL-protocol en bepleit toepassing daarvan in de gehele procedure.  Natuurnetwerk Nederland o NHD gaat ervan uit dat de onderdelen uit de Natuurtoets die betrekking hebben op het Natuurnetwerk Nederland in Cluster 1 zitten. Zij heeft boven haar zienswijze op de ontheffing aantasting Natuurnetwerk Nederland al in grote lijnen gegeven en zal verderop in deze zienswijze daar nog specifieker op in gaan.  Provinciaal natuurbeleid o NHD heeft boven al haar zienswijze gegeven op het provinciaal natuurbeleid en zal haar zienswijze op de voorgenomen plaatsing van windmolens in relatie tot het provinciaal natuurbeleid waar relevant hier nog verder toelichten.  Mogelijkheden voor mitigatie en compensatie o NHD heeft boven haar zienswijze al toegelicht en zal de in de Natuurtoets aan de orde komende onderdelen nog verder toelichten. Ook zal NHD daar bij Cluster 2 nog dieper op ingaan. Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

25 Page 55 of 70

In de laatste zin van 1.1 wordt aangegeven dat de Natuurtoets beschouwd moet worden als een oriëntatiefase en als een soort voortzet. Dat maakt de status van deze natuurtoets voor NHD nog onduidelijker dan die al was. 1.2

Leeswijzer

Geen opmerkingen DEEL 1 -AFBAKENING VAN HET ONDERZOEK 2 Inrichting Windproject en projectgebied 2.1 Inrichting Windproject

In de Natuurtoets is uitgegaan dat er geen bomen worden gekapt en geen bosschages worden verwijderd. Dat is merkwaardig omdat overduidelijk is dat dit wel het geval zal zijn. 2.2 Projectgebied en onderzoeksgebied 2.2.1 Projectgebied NHD constateert dat ook hier geen melding wordt gemaakt van overschrijding van de demarcatielijn. NHD heeft boven haar bezwaren tegen plaatsing van windmolens bezuiden de demarcatielijn aangegeven. NHD beschouwt plaatsing en exploitatie van windmolens (een verticaal opgestelde elektriciteitsfabriek) als een industriële activiteit. NHD constateert dat de locatie van de molens ook in de huidige situatie bij springtij in combinatie met bepaalde windrichtingen al incidenteel overstroomt. De verwachting is dat dit bij een stijgende zeespiegel vaker zal gebeuren. Mogelijk gaat de natuurlijke ontwikkeling door verzanding daar verandering in brengen. 2.2.2 onderzoeksgebied NHD zal haar zienswijze bij Hoofdstuk 4 nader toelichten. 2.3 autonome ontwikkelingen In de opsomming vergunde en nog in procedure zijnde projecten zijn inmiddels enkele relevante toevoegingen te benoemen die voor de berekeningen van met name cumulatieve effecten van groot belang zijn, te weten de inmiddels vergunde werkzaamheden van TenneT voor aanlanding van stroomkabels, plaatsing van bijbehorende stations, aansluiting van elektriciteitsnetwerk met o.a.

elektriciteitsmasten en -leidingen en de nog in procedure zijnde plaatsing van windmolensHartel III. Deze zijn relevant omdat er door de reeds vergunde werkzaamheden van TenneT geen ruimte meer is voor een vergunning voor Hartel III, vanwege de cumulatieve effecten voor zilvermeeuw. Als die ruimte er niet meer is voor Hartel III dan is die ruimte er zeker niet voor Windpark Noordzeeboulevard. NHD is daarom van mening dat de Natuurtoets onvolledig is en achterhaald. NHD vraagt daarom deze reeds vergunde of in procedure zijnde projecten te betrekken op de ontwikkeling en m.b.t. Windpark Noordzeeboulevard.

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

26 Page 56 of 70

3

Aanpak toetsing in het kader van natuurwetgeving en natuurbeleid

3.1 Natura 2000-gebieden

Instand Houdings Doelstellingen NHD stelt vast dat er inmiddels een update is verschenen m.b.t. de IHD’s en dat de gebruikte IHD’s daarmee verouderd zijn. NHD vraagt de nieuwste IHD’s bij de verdere procedure toe toepassen op de Natuurtoets. NHD zal in haar zienswijze op Cluster 2 nader ingaan op zaken m.b.t. Natura 2000gebieden.

3.2 Soortenbescherming NHD zal in haar zienswijze op cluster 2 nader ingaan op Soortenbescherming.nu al kan NHD melden dat zij grote bezwaren heeft tegen de toegepaste (gebruikelijke) methodiek. Boven heeft zij daar al een eerste aanzet toe gegeven. 3.3 Natuurnetwerk Nederland NHD heeft boven bij de Nee, tenzij-toets haar zienswijze gegeven op de reële alternatieven en op het veronderstelde grote openbare belang. Als daar bij Cluster 2 aanleiding toe bestaat zal NHD haar bezwaren ook daar verder toelichten.

3.4 Provinciaal natuurbeleid In het rapport is ervoor gekozen om geen aandacht te besteden aan de effecten van de windmolens op weidevogelgebieden vanwege de te grote afstand van deze gebieden tot de windmolens waardoor op voorhand negatieve effecten zijn uitgesloten. NHD is van mening dat dit een veel te beperkte blik op weidevogels. Weidevogels vertoeven slechts drie maanden per jaar in de weidevogelgebieden. De rest van het jaar zijn weidevogels wadvogels die in grote aantallen en voor langere tijd in de Voordelta verblijven en ook specifiek in de Slikken van Voorne. Deze wad/weidevogels gebruiken het gebied om op te vetten voor de tocht naar hun overwinteringsgebieden. Omdat deze vogels na het verlaten van de ZW Delta in een vlucht over zee door (moeten) vliegen naar Banc d’Arguin kan elke tiende van een gram betekenen dat zij de eindstreep niet kunnen halen domweg omdat hun brandstof op is. Elke verstoring waardoor zij hun opvetgedrag moeten onderbreken kan dus fataal zijn. Door de grote recreatieve (loslopende honden) verstoring op deze locatie zitten veel wad/weidevogels op de grens van wat nodig is. Elke kleine verstoring van windmolens kan cumulatief precies de druppel zijn die ontbreekt.

Elk slachtoffer door aanvaring met een windmolen is niet alleen een wadvogel minder, maar ook een weidevogel minder en dat slinkende aantal is ook van invloed op de bezetting van onze weidevogelgebieden.hoe minder weidevogels in een gebied hoe groter de kans op predatie van jonge weidevogels of van de nesten. NHD Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

27 Page 57 of 70

onderschrijft de conclusie van de Natuurtoets daarom niet en vraagt dit aspect alsnog te betrekken bij het al dan niet definitief maken van de vergunning.

4 Beschermde gebieden en afbakening onderzoek 4.1 Natura 2000-gebieden: afbakening effectbepaling en -beoordeling 4.1.1 Stap 1: Dagelijkse foerageerafstanden van vogelsoorten NHD stelt vast dat een aantal Natura 2000-gebieden die binnen een straal van 70 km liggen van de locatie Noordzeeboulevard en kwalificerende soorten hebben die binnen de maximale foerageerafstand van 70 km vallen niet worden genoemd: * Hollands Diep (NL9801006) * Geschatte afstand: 30 - 50 km * Oude Maas (NL9801009) * Geschatte afstand: 20 - 35 km * Solleveld & Kapittelduinen (NL9801010) * Geschatte afstand: 25 - 40 km * Meijendel & Berkheide (NL9801008) * Geschatte afstand: 35 - 55 km * Coepelduynen (NL9801005) * Geschatte afstand: 40 - 60 km * Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (NL9801007) * Geschatte afstand: 55 - 70 km * Oudeland van Strijen (NL9801012) * Geschatte afstand: 40 - 55 km * Boezems Kinderdijk (NL9801000) * Geschatte afstand: 40 - 55 km * Kop van Schouwen (NL9802001) * Geschatte afstand: 30 - 45 km NHD is van mening dat deze gebieden niet op voorhand kunnen worden uitgesloten en stelt daarom voor te onderzoeken welke soorten nog meer opgenomen zouden moeten worden in Tabel 4.1 of Tabel 4.2 4.1.2 Stap 2: Stikstof NHD stelt vast dat de jurisprudentie m.b.t.

stikstof inmiddels ingrijpend is aangepast en is op grond van die nieuwe uitspraken van de RvS van mening dat de te verlenen vergunning op grond daarvan niet kan worden afgegeven. NHD vraagt daarom om herbeoordeling van de conceptvergunning Natuurbeschermingswet.op basis van de Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

28 Page 58 of 70

meest recente uitspraken van de RvS m.b.t. stikstof. Overigens is NHD van mening dat ook onder eerdere jurisprudentie al geen vergunning had mogen worden afgegeven omdat de uitstoot van stikstof, hoe gering ook, niet was en is toegestaan. 4.1.3 Stap 3 Effecten van de realisatie van een windproject NHD heeft op dit punt voorlopig geen aanvullende opmerkingen. NHD zal bij Cluster 2 opnieuw beoordelen of zij een zienswijze wil geven met betrekking tot stikstof. Op dit moment is de dynamiek m.b.t. stikstof zodanig heftig dat moeilijk in te schatten valt hoe de situatie zich zal gaan ontwikkelen.

4.1.4 Samenvatting

NHD kan zich op bovenstaande gronden niet vinden in de Samenvatting.

4.2 Natuurnetwerk Nederland

NHD constateert dat hier de wiekoverdraai wel wordt meegenomen m.b.t. de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied. Dat is volgens NHD terecht. Het versterkt daarmee de vraag van NHD om de schade die in de overdraaikolom wordt aangericht ook te betrekken bij de financiële compensatie die boven aan de orde is geweest (bij hoofdstuk financiële compensatie) 5 Materiaal en methoden 5.1 Brongegevens NHD stelt met gepaste trots vast dat een van haar langjarige onderzoeksrapporten m.b.t. de Slikken van Voorne zijn meegenomen bij de analyse van bestaande bronnen. 5.1.1 Veldonderzoek vliegbewegingen kolonievogels

NHD is van mening dat het veldonderzoek naar de vliegbewegingen van kolonievogels wel heel beperkt is uitgevoerd. Vijf veldbezoeken in een periode van drie maanden is voor een goed beeld van de vliegroutes gewoon te weinig. Daarnaast is NHD van mening dat er meer dan genoeg informatie van vliegbeweging van alle genoemde soorten beschikbaar is bij Werkgroep Lepelaar (veel kaarten met vliegbewegingen rondom de Slikken van Voorne van lepelaars zijn te vinden in Movebank), NIOZ (ook betrokken bij lepelaars en te vinden op Movebank), SOVON (rapportages kolonievogels Voornes Duin), Ecoresult (meeuwen en sterns Maasvlakte). Wie deze gegevens niet kan vinden, heeft niet goed gezocht. NHD zal bij haar zienswijze m.b.t. cluster 2 bij de ontheffing Soortenbescherming hier nader en in detail op in gaan.

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

29 Page 59 of 70

5.1.2 Veldonderzoek hoogwatervluchtplaatsen en najaarstrek NHD zal bij haar zienswijze op de stukken van Cluster 2 ontheffing Soortenbescherming uitgebreid ingaan op de hier vermelde wijze van onderzoek, de resultaten en andere beschikbare gegevens. Hier wil NHD haar verwondering uitspreken over de zinsnede ‘Het projectgebied kan immers onder een gestuwde trekbaan van trekvogels liggen.’ NHD wil hier gezegd hebben dat de twee geplande windmolens dwars over het midden van de gestuwde trekbaancorridor staan. Die corridor op de Maasvlakte is vrijgehouden van windmolens om de gestuwde trek een veilige passage te garanderen, zowel overdag, als ’s nachts. Het openhouden van die corridor is een maatregel die laat zien welk een groot belang gehecht wordt aan een zo veilig mogelijke trekroute voor vogels en vleermuizen. Kennelijk was daar sprake van een groot openbaar belang. Het is bizar om dan aan het eind van die corridors twee windmolens dwars op die corridor te plaatsen, waardoor het effect van deze corridor voor een groot deel te niet wordt gedaan. Dan is er kennelijke een andere inschatting gemaakt over welk groot openbaar belang het zwaarst moet tellen dan eerder is gebeurd. NHD vraagt geen ontheffing te verlenen voor Windpark Noordzeeboulevard om daarmee de doelen m.b.t.

een veilige doortocht van de trekcorridor (niet alleen voor steltlopers, maar voor alle trekvogels en vleermuizen) in stand te houden. 5.1.3 Veldonderzoek vliegbewegingen wintervogels NHD is blij dat hier onderzoek naar is gedaan. Tegelijk is zij ook verbaasd over de opvatting dat de schemering de meest kwetsbare periode zou zijn. De vogels die zich in en rondom de Slikken van Voorne en de Voordelta bewegen reageren juist niet op het dag- en nachtritme, maar vrijwel uitsluitend op het ritme van eb en vloed. Ongeacht of het licht, schemerig of donker is bezoeken zij direct de droogvallende delen zodra het water zich terugtrekt en vertrekken weer zodra hun foerageergebieden weer onderlopen. Ze kunnen niet anders. Ze moeten ieder moment dat hun voedsel bereikbaar is maximaal benutten om op te vetten voor de terugtocht naar hun broedgebieden. Wie dit soort basale kennis niet weet of niet toepast is in de ogen van NHD als onderzoeker ongeschikt. Daarnaast is NHD van mening dat er veel moderner en betere manieren zijn om zulk onderzoek uit te voeren waarbij alle vliegbewegingen van de gezenderde vogels gevolgd kunnen worden. NHD zal haar zienswijze m.b.t. dit onderzoek geven bij de procedure van Cluster 2.

5.1.4 Veldonderzoek vleermuizen NHD zal in haar zienswijze op de ontheffing soortbescherming in detail toelichten welke bezwaren zij heeft tegen de gebruikte onderzoektechniek en waarom zij de resultaten van dit onderzoek als achterhaald beschouwd. NHD is van mening dat het NIEWOHL-protocol actueler is en wetenschappelijk gezien op beter onderzoek gebaseerd is. NHD vraagt daarom om voor het definitief maken van de vergunning eerst dit protocol bij de beoordeling te betrekken en daarbij ook aandacht te besteden aan de geconstateerde lacunes in de verschillende onderzoeken. NHD zal bij Cluster 2 Soortenbescherming hier nog uitgebreid in haar zienswijze op terugkomen. Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

30 Page 60 of 70

5.1.5 Veldonderzoek (Quickscan) overige beschermde soorten NHD heeft grote moeite met de op deze wijze uitgevoerde Quickscan. Je kan niet op een dag vast stellen welke beschermde soorten Flora en fauna in het gebied aanwezig zijn. 5.1.6 Telgegevens watervogels NHD doet al meer dan veertig jaar onderzoek naar de aantallen watervogels in en rondom het projectgebied. Die gegevens zijn allemaal openbaar toegankelijk via natuurtijdschriften.nl en ook opvraagbaar bij NHD. Dat had bij Waardenburg Ecology bekend moeten zijn. Klopt dit?staan onze rapporten daar? 5.1.7 Gegevens NDFF 5.2 Stikstofberekening NHD wijst erop dat de jurisprudentie de afgelopen jaren sterk is verstrengd. Zij komt daar in haar zienswijze bij Cluster 2 op terug. 5.3 Effectbepaling en –beoordeling vogels NHD is van mening dat er bij het onderzoek naar de effectbepaling vogels een aantal belangrijke kritieken op de gehanteerde wijze van onderzoek niet zijn meegenomen in de beoordeling. NHD zal hier in haar zienswijze op Cluster 2 Soortenbescherming nader op ingaan.

Daarnaast wijst NHD op het ontbreken van onderzoek naar barrièrewerking van de opstelling voor passerende trekvogels, Boven is al aangegeven dat de molens van Windpark Noordzeeboulevard dwars op de trekvogelcorridor gepositioneerd zijn en daarmee de vogels die op hun trekroute over de Maasvlakte aankomen bij de locatie Noordzeeboulevard alsnog massaal in gevaar brengen door de kans op aanvaring met de daar geplande molens. Door plaatsing van windmolens op deze plek wordt een misplaatste (letterlijk en figuurlijk) barrière opgeworpen voor trekvogels waarvoor tot nu toe veel geld en beleid is geïnvesteerd om ze een vrije doorgang over de Maasvlakte te garanderen. NHD beschouwt dit als een flagrante miskenning van eerder waardevol (ook letterlijk en figuurlijk) en kostbaar beleid en is ook hierom van mening dat geen vergunning zou moeten worden verleend.

5.3 Effectbepaling en -beoordeling vogels 5.4 Effectbepaling en -beoordeling vleermuizen

NHD geeft hieronder haar zienswijze op de gebruikelijke manier waarop in Nederland het mogelijke aantal aanvaringsslachtoffers wordt berekend. Om dat verhaal consistent te houden moet hier tijdelijk worden afgeweken van de structuur van de Natuurtoets. Onderstaande tekst heeft betrekking op 5.3.1, 5.3.2, 5.3.3, 5.3.4, 5.4, 5.4.1, 5.42 Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

31 Page 61 of 70

Hoofdbezwaar tegen de berekening van de aantallen aanvaringsslachtoffers, de 1% mortaliteitsnorm en de berekening van de cumulatieve effecten Cumulatie en 1% mortaliteitsnorm Om het cumulatieve effect te berekenen van de nieuw te bouwen windmolens op de Noordzeeboulevard op de vogels die the East Atlantic Flyway volgen, kan niet alleen gekeken worden naar de cumulatieve effecten van de dichtstbij gelegen windparken maar moeten alle molens langs de gehele Nederlandse (en waar relevant eigenlijk ook van de Europese en zelfs Noord Amerikaanse en Afrikaanse) kust worden meegewogen, omdat al die honderden miljoenen trekvogels alle of een groot deel van deze molens moeten passeren en er bij elk obstakel in de vorm van windmolens slachtoffers vallen. Het aantal te passeren molens is soortafhankelijk en wordt voor een groot deel bepaald door de plek waar een soort instapt op the East Atlantic Flyway en waar die soort deze flyway weer verlaat omdat de overwinteringsplaats is bereikt (en in het voorjaar andersom). Voor vleermuizen geldt feitelijk hetzelfde. NHD en SEVON heeft grote bezwaren tegen de wijze waarop de 1% mortaliteitsnorm is berekend en tegen de wijze waarop de cumulatieve effecten in de concept Natuurtoets zijn berekend.

De 1%-mortaliteitsnorm wordt in Nederland standaard gebruikt als toetsingskader bij ecologische beoordelingen van de effecten van te bouwen windmolenparken in Nederland. Het is een normatief criterium om te beoordelen of een bepaalde activiteit een significant effect heeft op vogelpopulaties. De 1%-mortaliteitsnorm houdt in dat een activiteit niet meer dan 1% van de jaarlijkse sterfte (natuurlijke mortaliteit) van een populatie mag veroorzaken. Als dit overschreden wordt, wordt aangenomen dat sprake is van een significant negatief effect op de populatie. Om het bezwaar van NHD en SEVON tegen de wijze waarop de populatie-omvang waarmee in deze (en alle in Nederland lopende windmolen-) procedure(s) is gerekend toe te lichten, is het noodzakelijk te onderzoeken op welke wijze dat standaard gebeurt en daarbij de bezwaren van NHD en SEVON te vermelden. Berekening van de norm: Eerst wordt de omvang van de relevante populatie bepaald. Dit is afhankelijk van de soort én de context: Voor broedvogels wordt vaak de Nederlandse broedpopulatie als uitgangspunt genomen, maar soms ook de regionale broedpopulatie. Dat is op zich al aanleiding tot verwarring als daar niet helder over wordt gecommuniceerd. Voor trekvogels of wintergasten wordt de doortrekkende of overwinterende populatie als uitgangspunt gehanteerd.

Hier is dat vermoedelijk gebaseerd op (een deel van?) de east atlantic flyway-populatie. Voor NHD is niet goed na te gaan welke populatieomvang is gebruikt en waarom. Dat is echter alles bepalend! NHD vraagt daarom na te gaan op welke wijze de toegepaste populatie-omvang is vastgesteld en of dat op een passende manier (passend in relatie tot de toegepaste cumulatie) en consequent is gebeurd. NHD en SEVON hebben daar grote twijfels bij. Na het vaststellen van de juiste populatie-omvang wordt vervolgens de jaarlijkse sterfte van die populatie bepaald voor vogels en vleermuizen. NHD en SEVON zijn van mening dat de hier gehanteerde methode onacceptabel is. Er is gekozen om de Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

32 Page 62 of 70

jaarlijkse sterfte voor (vrijwel?) alle soorten te bepalen op een geschatte 20% van de relevante(?) populatie-omvang. Er wordt wel beschreven dat dit per vogelsoort en vleermuissoort varieert, maar die verschillen worden vervolgens niet of maar zeer ten dele) toegepast. Voor elke soort wordt de natuurlijke sterfte op 20% gesteld. De volgende stap is het vaststellen van 1% van die jaarlijkse sterfte. Dit wordt dan als norm genomen voor het maximaal toelaatbare aantal slachtoffers per jaar. NHD en SEVON hebben forse kritiek op de wijze waarop in de Natuurtoets (en alle daar aan bijdragende stukken) de 1%-mortaliteitsnorm is vastgesteld en gebruikt. NHD en SEVON beschouwen het 1% mortaliteitscriterium als arbitrair omdat de 1%norm niet is gebaseerd op soortspecifieke ecologie of populatiedynamiek, maar is gebaseerd op een generiek vastgestelde grenswaarde die geen recht doet aan de grote soortspecifieke verschillen en daarom geen enkele garantie biedt dat onder deze drempel geen negatieve effecten op de populatie-omvang verwacht mogen worden. Sommige soorten kunnen slecht tegen zelfs kleine extra sterfte (bijvoorbeeld soorten met een lage voortplantingssnelheid zoals de zeearend), terwijl andere soorten veel veerkrachtiger zijn.

In sommige onderbouwende rapporten wordt hier wel op gewezen, maar bij de uiteindelijke beoordeling is van soortspecifieke differentiatie geen (of zeer gedeeltelijk) sprake. Daarnaast stellen NHD en SEVON dat de 1% norm geen of onvoldoende rekening houdt met de verschillen in demografie van soorten. Moderne populatiemodellen (zoals PVA’s – Population Viability Analyses) kunnen veel preciezer inschatten of een bepaalde extra sterfte invloed heeft op de overlevingskans van een populatie dan de in de Natuurtoets gebruikte 1% mortaliteitsnorm. Dat komt vooral omdat bij de 1%-norm geen of maar zeer ten dele rekening gehouden wordt met trends, natuurlijke overleving, dispersie, reproductie, natuurlijke schommelingen en calamiteiten (vogelpest, usutuvirus, trichomonas, jacht, klimaat en weer enz.) van een soort. NHD en SEVON bepleiten ook het toepassen van zgn. Cumulatieve Effectanalyses in plaats van project-per-project. Om optimaal gebruik te kunnen maken van cumulatieve effectanalyses is het noodzakelijk dat een landelijke natuurtoets een algemeen geldende uitspraak doet over alle in Nederland geplande (in combinatie met de effecten van reeds bestaande windmolenparken) windmolenparken en daarbij aangeeft waar deze projecten wel of juist niet uitgevoerd kunnen worden en dus in aanmerking komen voor eventueel noodzakelijke ontheffingen en/of beschikkingen.

Cumulatieve effectanalyse kan onder bepaalde voorwaarden ook binnen een project gebruikt worden, maar dan moeten de gebruikte schaalgroottes tussen de populatieomvang en de meegetelde cumulatieve effecten zeer nauwkeurig op elkaar zijn afgesteld. Dat is in deze procedure niet of onvoldoende gedaan. Het allergrootste bezwaar van NHD en SEVON bij de wijze waarop in de natuurtoets en aanpalende documenten wordt omgesprongen met de 1% mortaliteitsnorm is gebaseerd op het misbruik maken van de schaalverschillen tussen de gehanteerde begrippen en berekeningen. Voor het bepalen van de populatie-omvang van trekvogels wordt gebruik gemaakt van een zeer groot deel van de flyway populatie, waardoor dat om een zeer hoog getal gaat en daarmee dan ook de 1% norm zeer hoog uitpakt. Vervolgens wordt de impact van windmolens zo lokaal mogelijk beschreven en worden de cumulatieve effecten zo klein mogelijk gehouden. Hierdoor worden de lokale sterfte-effecten “wegverdund” tegen de arbitrair gekozen grote van de populatie-omvang. Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

33 Page 63 of 70

Dit is de belangrijkste oorzaak waardoor in de beoordeling van natuurtoetsen bij de aanleg van windparken de uitkomst ALTIJD zodanig is dat geconcludeerd wordt dat er geen wettelijke belemmeringen zijn om een beschikking en/of een ontheffing af te geven. NHD en SEVON kennen geen enkel voorbeeld waarin geen beschikking of ontheffing is afgegeven. NHD en SEVON zijn van mening dat dit nadelige schaalverschil alleen opgeheven kan worden door de cumulatieve effecten van alle windmolens binnen een gebied met dezelfde schaalgrootte als waarvan gebruikt is gemaakt bij het vaststellen van de populatie-omvang en de daaruit afgeleide 1% mortaliteitsnorm is gebeurd. NHD vraagt de volgende Peer-reviewed studies met kritiek op de 1%mortaliteitsnorm ook te betrekken bij de afwegingen voor het al dan niet verlenen van een ontheffing of vergunning: 1. Schippers et al. (2020) Deze studie toont aan dat zelfs een extra sterfte van 1% kan leiden tot een afname van 2%–24% in de populatiegrootte over 10 jaar, afhankelijk van de soort. Bij een extra sterfte van 5% kan de afname oplopen tot 9%– 77%. De auteurs concluderen dat de 1%-norm de impact van windturbines op vogelpopulaties onderschat. 2. Wageningen Environmental Research (2017) Deze rapportage evalueert de toepasbaarheid van de 1%-norm en de Potential Biological Removal (PBR)-methode.

De studie concludeert dat beide methoden de impact van extra sterfte onderschatten, vooral bij kwetsbare of afnemende populaties. De auteurs introduceren de “Population Persistence Index” (PPI) als een alternatief beoordelingsinstrument. 3. Cambridge University Press (2023) Deze publicatie bespreekt methodologische benaderingen voor het beoordelen van populatieniveau-impact van vogelbotsingen met windturbines. De auteurs pleiten voor het gebruik van populatievoorspellingsanalyses (PPA) boven de PBR-methode, omdat PPA beter geschikt is voor het evalueren van specifieke verstoringsbronnen. 4.Tussenrapport monitoring lokale broedvogels Windpark MV2 – 2023 Slachtoffers vergeleken met de destijds voorspelde verwachte aantallen slachtoffers bij Windpark MV2 Is gebleken dat die aantallen voor een aantal vogelsoorten flink hoger zijn dan verwacht. Hieronder vindt u de tabel uit het tussenrapport H4.5 met daarin de verschillen tussen de aantallen verwachte slachtoffers ende werkelijk aangetroffen slachtoffer 5. Lintott et. al. Dit rapport beschrijft de ecologische impact van windmolens op vleermuizen en toont aan dat andere onderzoeken de aantallen slachtoffers en de ecologische impact daarvan ruimschoots onderschat worden. https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0960982216311885 6. Barrios and Rodriguez Dit rapport beschrijft onderschatting van slachtoffers windparken.

https://cdn.birdlife.se/wp-content/uploads/2019/01/Mortality-and-behaviour-ofsoaring-birds_Tarifa_Spain.pdf 7. S. Akerboom et. al. Offshore wind farms' impact on vulnerable species, such as birds and bats through mortality, habitat loss, and barrier effects, is receiving growing attention worldwide. Focus on the effects of wind energy on species is important since the European Union, as well as the international community, strive to halt biodiversity loss through the Nature Conversation Directives and the Sustainable Development Goals. We argue that it is necessary and possible to protect vulnerable species better by quantifying the impact of wind energy on populations, avoiding

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

34 Page 64 of 70

sensitive areas for species as wind energy development areas, and developing guidelines and measures to mitigate the impact of wind energy. The recognition of existing uncertainties requires more investments in (at least) nationally coordinated monitoring, reporting and adaptive management. This article uncovers barriers in the existing legal framework based on state-of-the-art ecological research. It provides zeverlap policy recommendations for improvement, such as a policy guideline, adaptive permitting, and prioritizing (cumulative effects in) environmental impact assessments in wind energy decispion-making procedures. https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/420527 8. NIEWOHL-protocol vogels Het Rijk, Provincies, NWEA, TenneT en groene partijen (Vogelbescherming Nederland, Zoogdiervereniging en de Natuur en Milieu Federaties) werken samen aan het traject Natuurinclusieve Energietransitie voor wind en hoogspanning op land (NIEWOHL). Het doel van dit traject is om te komen tot afspraken waarmee zowel wordt gezorgd voor de doorgang van de ontwikkeling van windparken en hoogspanningsverbindingen op land, als voor een vermindering van de negatieve effecten ervan op de staat van instandhouding van kwetsbare vogel- en vleermuissoorten. De betrokken partijen werken samen aan een gedragen akkoord voor een Natuurinclusieve Energietransitie voor wind en hoogspanning op land.

Om deze doelen te bereiken, zijn afspraken gemaakt over mitigerende maatregelen, monitoring, Onderzoek en populatieversterkende maatregelen in een bouwstenennotitie. De bouwstenennotitie is in november 2020 bestuurlijk akkoord bevonden. Afgesproken is dat eventuele maatregelen, zoals stilstand, ecologisch en economisch doelmatig moeten zijn. Daarom streven partijen ernaar om het aantal uren stilstand voor windmolens zo laag mogelijk te houden. Om dit mogelijk te maken is, zowel bij het wel als het niet toepassen van stilstand, monitoring aan de orde. Ook voor monitoring zelf geldt dat dit doelmatig moet zijn. In parken waar geen mitigerende maatregelen nodig zijn en/of geen tot weinig slachtoffers worden verwacht en geen zeldzame soorten vogels of vleermuizen worden verwacht, kan de monitoringsopgave worden beperkt. Er zijn momenteel nog enkele belangrijke hiaten in de kennis ten aanzien van de effecten van windparken en hoogspanningslijnen op vogels en vleermuizen. Deze zijn: • een onvolledig overzicht van cumulatieve effecten, • het niet (openbaar) beschikbaar zijn van gegevens van slachtoffermetingen en de relatieve ontoegankelijkheid van de data, • verschillen in meetmethodiek en monitoring waardoor gegevens onderling slecht vergelijkbaar zijn, en • de interpretatie van de resultaten.

Om deze hiaten in kennis te vullen is het van belang om de monitoring zoveel mogelijk te standaardiseren middels een protocol. Voordeel daarvan is ook dat de windsector en Tennet vooraf duidelijkheid krijgen over de manier van monitoren. Dit protocol is in de eerste plaats opgesteld voor windparken maar kan als basis dienen voor monitoring van hoogspanningslijnen. In de Ecologische Beoordeling van een gepland windpark is een inschatting gemaakt van het aantal vleermuis- en vogelslachtoffers en voor welke soorten dat mogelijk ernstig is. Op basis hiervan wordt een vergunning en/of ontheffing afgegeven van de Wet Natuurbescherming. Daarin staan de vergunningsvoorwaarden. Doorgaans wordt in deze vergunningsvoorwaarden opgenomen dat monitoring van bepaalde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16850624/2