CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij BBV: Nota van Beantwoording zienswijzen & Wijzigingen_concept

Raadsvergadering 4 juni 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen Windproject Noordzeeboulevard28.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Wij verzoeken u dan ook zeer dringend om deze voorwaarde niet op te nemen in de definitieve vergunningen. Hieronder lichten wij dit nader toe.

Page 22 of 70

Er is sprake van een verkapte weigering Op basis van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) geldt dat de voorschriften aan een omgevingsvergunning niet mogen leiden tot een situatie waarin sprake is van een verkapte weigering van de aangevraagde activiteiten.1 Door het beperken van het vermogen tot 11.6 MW en het beperken van de tiphoogte tot 225 meter is er vrijwel geen keuze meer mogelijk tussen verschillende typen windturbines. Er resteert naar verwachting hoogstens één turbinetype, waarvan (i) onduidelijk is of dit turbinetype nog beschikbaar is op de markt tegen de tijd dat er een aanbesteding kan gaan plaatsvinden, (ii) de opbrengst van dit turbinetype naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende gaat zijn voor een reële business case en (iii) er geen aanbesteding mogelijk gaat zijn, waardoor de turbineleverancier weet dat wij afhankelijk zijn. Dit maakt een rendabele businesscase onmogelijk en brengt daarmee de uitvoerbaarheid van de vergunningen ernstig in gevaar. Met dit vergunningvoorschrift kunnen de windturbines dan ook niet worden gerealiseerd. Het verlenen van de omgevingsvergunningen met deze voorwaarde geldt daarmee als een verkapte weigering van de aanvraag.

Beslissen op de aanvraag Op basis van vaste rechtspraak van de Afdeling geldt dat een bestuursorgaan dient te beslissen op de aanvraag zoals deze is ingediend, waarbij het bestuursorgaan de grondslag van de aanvraag niet mag verlaten.2 Er zijn 2 separate aanvragen voor een omgevingsvergunning ingediend voor een windturbine met een bandbreedte voor een tiphoogte tussen 225 meter en 280 meter. Uit de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de ruimtelijke effecten van de windturbines binnen de bandbreedte aanvaardbaar zullen zijn. Uw gemeenteraad moet op basis van de aanvraag en de daarbij behorende onderbouwing een besluit nemen. Door in afwijking van de aangevraagde bandbreedte in het voorschrift de tiphoogte te beperken tot 225 meter verlaat de gemeenteraad op ontoelaatbare wijze de grondslag van de aanvraag. Een maximale tiphoogte van 225 meter is namelijk niet aangevraagd. Amendement ‘Voorwaarden windopgave Voorne aan Zee’ De gemeenteraad bevestigt in de overwegingen bij het amendement dat de bijdrage van gemeente Voorne aan Zee, in het licht van het regioconvenant dat is gesloten tussen Provincie Zuid-Holland en de voormalige gemeente Westvoorne, minimaal 9 MW bedraagt voor de windlocaties in de voormalige gemeente Westvoorne. De gemeenteraad kan zich daarom niet beroepen op het regioconvenant bij het stellen van een maximum aan het opgesteld vermogen.

Uit het convenant blijkt immers in geen enkel opzicht dat sprake is van een maximum aan opgesteld vermogen per windlocatie. Duidelijk is dat de doelstelling geldt als minimumdoelstelling.

1 2

Zie bijvoorbeeld ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3878, r.o. 6.2-6.3. Vergelijk ABRvS 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:799, r.o. 12-12.6.

Page 23 of 70

Verder blijkt uit het amendement dat de raad van mening is dat het voor rekening en risico is van de initiatiefnemers van windproject Noordzeeboulevard om een vergunningaanvraag in te dienen met een bandbreedte ‘ruim boven het door de raad ingesteld maximum qua opgesteld vermogen en tiphoogte’. Niet duidelijk is wat de gemeenteraad bedoelt met ‘ingesteld’. Er gaat in elk geval geen kaderstellende werking uit van het raadsvoorstel of raadsbesluit van 23 maart 2022. Dit wordt later in deze zienswijze nader toegelicht. Initiatiefnemers mogen daarentegen wel vertrouwen op de Bestuursovereenkomst die is getekend tussen GS van Zuid-Holland en het college van b en w van Westvoorne (12 december 2019) waarin expliciet de verplichting is vastgelegd dat het college van b en w zich inspant om ten minste 9 MW aan windenergie te realiseren op de locatie Noordzeeboulevard. Met die overeenkomst is tevens het bevoegd gezag overgedragen aan het college van b en w. Het college of de gemeenteraad heeft nadien geen beleidskader, afwegingskader of visie vastgesteld waarin grenzen zijn gesteld aan opgesteld vermogen of afmetingen van windturbines op de windlocatie Noordzeeboulevard. In het amendement wordt ten onrechte het verband gelegd tussen een hoger opgesteld vermogen en milieueffecten als laag frequent geluid, horizonvervuiling en een grotere impact op flora- en fauna.

Vermogen (MW) zegt niets over milieueffecten De potentiële milieueffecten van windturbines op de omgeving zijn niet gerelateerd aan het vermogen in MW. Anders gezegd, windturbines met een groter vermogen kunnen minder milieueffecten hebben dat windturbines met een kleiner vermogen. Uit diverse uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt ook dat het aantal MW opgesteld vermogen niet leidend is in de ruimtelijke afweging.3 Het vermogen van het windpark is daarmee geen ruimtelijk relevant argument voor het stellen van aanvullende voorschriften in het kader van de goede ruimtelijk ordening. Voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid is daartegen van belang wat de milieueffecten van windturbines kunnen zijn, zoals de geluids- en slagschaduweffecten, en deze milieueffecten hangen niet samen met het vermogen in MW. Laagfrequent geluid In het Amendement is gesteld dat de gemeenteraad van mening is dat een hoger opgesteld vermogen van een windmolen ruimtelijk meer overlast geeft qua laagfrequent geluid. Niet duidelijk is waar de gemeenteraad zich op baseert. Bovendien is dit standpunt van de gemeenteraad onjuist. De hoeveelheid (laagfrequent) geluid die een windturbine produceert is specifiek afhankelijk van het turbinetype en heeft geen directe relatie met het vermogen van een windturbine.

Anders gezegd: het is mogelijk dat een windturbine met een lager geïnstalleerd vermogen meer (laagfrequent) geluid produceert dan een windturbine met een hoger geïnstalleerd vermogen. De beperking van het vermogen van de windturbines van Windproject Noordzeeboulevard kan dus juist leiden tot meer (laagfrequent) geluid, waarmee de gevolgen van het amendement strijdig zijn aan de intentie daarvan.

3

Zie bijvoorbeeld ABRvS 19 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1947, r.o. 32-32.1

Page 24 of 70

Zie onderstaande figuur waarin het maximale bronvermogen van enkele windturbinetypen tussen 225 m en 280 m tiphoogte zijn weergegeven.

Figuur 1

Afmetingen en luidheid van windturbinetypen

Bovendien is de locatie van Windproject Noordzeeboulevard dermate ver verwijderd van woningen dat een beperking van de geluidsproductie van de windturbines niet zal leiden tot enig positief effect. Daarbij gelden er geluidsnormen voor de windturbines, waarvan in algemene zin wordt aangenomen dat er voldoende bescherming wordt geboden aan laagfrequent geluid. Bovendien volgt uit het geluidonderzoek dat als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd dat laagfrequent geluid binnen een woning op een afstand van circa 400 meter van een windturbine weliswaar waarneembaar is maar niet in hinderlijke mate. De dichtstbijzijnde woning staat in het geval van Windproject Noordzeeboulevard op een afstand van maar liefst bijna 3 kilometer van een windturbine. Ook geeft DCMR in haar beoordeling van de ruimtelijke onderbouwing aan dat er geen aanleiding is om bijzondere geluidhinder te verwachten. Mocht uw gemeente niettemin reden zien om vanwege laagfrequent geluid aanvullende bescherming te bieden, dan is dit mogelijk middels een vergunningvoorschrift gericht op die geluidseffecten. Een beperking in vermogen en hoogte van de windturbines gaat daarin haar doel voorbij. Ook heeft het vermogen van de windturbines geen direct verband met de afmetingen van de windturbines. Hogere windturbines kunnen een lager vermogen hebben.

Wel is de aangevraagde bandbreedte van afmetingen uiteraard te relateren aan de landschappelijke impact. De voorwaarde om de tiphoogte van de windturbines te beperken leidt er

Page 25 of 70

daarentegen juist toe dat windturbines – los van het feit dat deze nooit gerealiseerd kunnen worden – een in verhouding grote rotordiameter zullen moeten krijgen. Hiermee wordt het aanzicht van de windturbines minder fraai omdat in hoge mate moet worden afgeweken van de gulden snede. Horizonvervuiling In het Amendement is opgenomen dat de gemeenteraad van mening is dat een hoger opgesteld vermogen ruimtelijk meer overlast geeft qua horizonvervuiling. Het vermogen houdt in geen enkel opzicht verband met de ruimtelijke uitstraling van een opstelling met windturbines. Als de gemeenteraad bedoelt dat windturbines met een tiphoogte van meer dan 225 m meer overlast geven qua horizonvervuiling ontbreekt daarvoor elke motivering. Naar de landschappelijke inpassing van de windturbines is in het kader van de aanvraag uitgebreid onderzoek verricht. Uit dit onderzoek volgt dat de aangevraagde hoogte van de windturbines ruimtelijk aanvaardbaar is te achten en bovendien akkoord is bevonden door welstand. De windturbines komen in een gebied dat al een industrieel karakter kent door de industrie en de bestaande windturbines welke al sterk aanwezig zijn in het landschap. In haar advies d.d. 5 februari 2024 geeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten dan ook aan dat het plan in principe goed aansluit bij het bestaande natuur - / (en zichtbaar aanwezige) industriële landschap.

Flora en fauna en Natura 2000 Vooropgesteld wordt dat de mogelijke ecologische gevolgen van Windproject Noordzeeboulevard uitgebreid zijn onderzocht. Op basis van dat onderzoek is vastgesteld dat deze gevolgen niet zodanig zijn dat dit aan de realisatie van de windturbines in de weg moet staan. De gemeenteraad heeft nagelaten om de inhoud van deze onderzoeken te betrekken bij de besluitvorming over het amendement, althans nergens blijkt uit welke ecologische effecten van de windturbines aanleiding zouden moeten geven tot de beperkende voorwaarde. Op dit punt is de besluitvorming van de gemeenteraad dan ook onzorgvuldig voorbereid en voorzien van een gebrekkige motivering. Uit het uitgebreide ecologisch onderzoek dat is uitgevoerd voor Windproject Noordzeeboulevard volgt dat een zo hoog als mogelijke tiplaagte een positief effect heeft op het gebied van ecologie. Dit wordt veroorzaakt, omdat veel vogelsoorten bij een hogere tiplaagte onder de rotorbladen doorvliegen in plaats van dat zij ter hoogte van het rotorvlak vliegen. Hiermee wordt de kans dat deze vogelsoorten slachtoffer worden van een aanvaring met de windturbines aanzienlijk verkleind.

De opgelegde beperking van de tiphoogte leidt er echter toe dat de windturbines (in het zuiver theoretische geval dat zij ondanks deze beperking toch gerealiseerd zouden worden) uitgevoerd moeten worden met een grote rotordiameter waardoor de tiplaagte lager wordt. De voorwaarde tot beperking van de tiphoogte tot 225 meter leidt dus tot meer impact op het gebied van ecologie en het Natura 2000-gebied, en is daarom strijdig aan het geformuleerde uitgangspunt van minder ecologische effecten. Vanuit ecologisch oogpunt is de beperking van de tiphoogte tot 225 meter zeer nadelig.

Page 26 of 70

Raadsbesluit Westvoorne 23 maart 2022 In het aangenomen amendement d.d. 5 juni 2025 en in ontwerpverklaring van geen bedenkingen is opgenomen dat de raad van de voormalige gemeente Westvoorne op 23 maart 2022 heeft besloten het opgesteld vermogen op de locatie Noordzeeboulevard vast te stellen op 9 MW en dat daarbij is bepaald dat er aan de westelijke zijde van de Brielse Gatdam ruimte is voor 2 windturbines met een maximale tiphoogte van 220 meter. Het genoemde amendement geeft een feitelijk onjuiste omschrijving van het raadsvoorstel en raadsbesluit uit 2022. In het raadsvoorstel uit 2022 is opgenomen dat de gemeente Westvoorne ermee heeft ingestemd om – binnen de grenzen van de windlocatie Noordzeeboulevard – te kijken naar mogelijkheden van optimalisatie, door uitbreiding van capaciteit/hoogte of aantal windturbines. Ook blijkt uit dit raadsvoorstel dat in RES 1.0 is toegezegd deze windlocatie optimaal te zullen benutten voor windenergie, in het kader van het klimaatakkoord. In het raadsbesluit van 23 maart 2022 van de gemeenteraad is dus expliciet geen maximum gesteld aan het vermogen of de tiphoogte van windturbines op de locatie Noordzeeboulevard.

In het ongewijzigd aangenomen raadsvoorstel staat letterlijk: “ […] al moet uit het milieueffectenonderzoek blijken wat er werkelijke mogelijk is.” De beperkende voorwaarde in de omgevingsvergunning, waarmee alsnog een maximum aan het vermogen en de tiphoogte wordt opgelegd, kan daarom niet worden gerechtvaardigd met de stelling dat het project anders niet binnen het kader van het raadsbesluit zou passen. Ook zonder deze beperkende voorwaarde wordt het project namelijk uitgevoerd binnen de kaders van het raadsbesluit. De beperkende voorwaarde is zelfs in strijd met het raadsbesluit uit 2022, aangezien de beperking ertoe leidt dat deze locatie niet optimaal wordt benut en voorbij wordt gegaan aan de mogelijkheden die blijken uit het specifieke milieueffectonderzoek bij onze aanvragen. In het raadsbesluit van 23 maart 2022 heeft de gemeenteraad van Westvoorne opgeroepen om ook de RES opgave van 1,8 MW mogelijk te maken op windlocatie Noordzeeboulevard. Afgaande op die oproep geldt een opgave van 9 MW voor de gemeenteraad kennelijk weer niet als maximum, nog daargelaten dat niet duidelijk is of de ‘RES-opgave’ nu 1,8 MW (raadsbesluit) of 1,5 MW (raadsvoorstel) moet zijn en hoe dit dan zou optellen tot 11,6 MW.

Bovendien wijzen wij erop dat bij andere projecten in de gemeente Westvoorne, zoals de Haringvlietdam en de oude windturbines in Westvoorne, wél optimalisatie was toegestaan. Het hanteren van een strenger regime specifiek voor onderhavige windturbines zonder objectieve, ruimtelijk relevante motivering is in strijd met de wet en met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het fair play-beginsel.

Page 27 of 70

Raadsvoorstel en raadsbesluit ontwerp vvgb Doelstelling/opgesteld vermogen In het raadsvoorstel voor de ontwerp vvgb heeft het college van b en w de voorgeschiedenis geschetst van de besluitvorming over de omgevingsvergunningaanvragen voor windproject Noordzeeboulevard. Daaruit blijkt dat in alle voorgaande convenanten en besluiten het doel van 9 MW opgesteld vermogen op geen enkele wijze als maximum gehanteerd. Duidelijk is dat ook bij de vaststelling van de RES 1.0 geen maximum is gesteld per zoekgebied. De doelstelling van minimaal 2,8 GWh voor de RES regio Rotterdam-Den Haag voor 2030 is nog lang niet in beeld. Het inperken van het opgesteld vermogen op één locatie zorgt er automatisch voor dat elders in de RES regio nieuwe ruimte moet worden gevonden voor opwekinstallaties. Ruimtelijke onderbouwing Op basis van art. 2.22, lid 2 Wabo mogen enkel voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, die nodig zijn met het oog op het belang dat voor de betrokken activiteit bij of krachtens wet is aangegeven en worden tevens voorschriften verbonden die volgen uit een afgegeven verklaring van geen bedenkingen. In dit geval zijn er geen ruimtelijke belangen die noodzaken tot de opgenomen beperkende voorwaarde.

Het besluit van de gemeenteraad tot verlening van de ontwerp vvgb stelt zelf ook “dat het project (en daarmee de aanvragen om omgevingsvergunning) niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en er geen weigeringsgrond, zoals bedoeld in artikel 2.27 lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 6.5 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht, van toepassing is.” Dit onderstreept ook de afwezigheid van een belang om een beperkende voorwaarde op te nemen. Uit de verleende ontwerp verklaring van geen bedenkingen volgt dat het project en daarmee de aanvragen om omgevingsvergunning (en dus de gehele bandbreedte zoals deze is aangevraagd) voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiermee zijn de windturbines zoals deze zijn aangevraagd aanvaardbaar. U geeft in het aangenomen amendement geen valide ruimtelijke argumenten waarom uitsluitend de ondergrens van hetgeen aangevraagd is vergund wordt. De enige ruimtelijke argumenten, die marginaal worden benoemd in relatie tot een hoger opgesteld vermogen, zijn (i) ruimtelijk meer overlast door laagfrequent geluid en horizonvervuiling en (ii) meer impact op flora en fauna van Natura 2000-gebied. Hierop wordt hierna nader ingegaan.

Noodverordening duurzame energie Op de besluitvorming van de gemeenteraad op de aanvragen voor de omgevingsvergunningen voor de windturbines is de Europese Noodverordening van toepassing.4 De aanvragen zijn namelijk ingediend binnen de looptijd van de

4

Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad van 22 december 2022 tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen ("Noodverordening").

Page 28 of 70

Noodverordening van 30 december 2022 tot en met 30 juni 2024.5 De aanvragen zijn namelijk op 22 december 2023 ingediend. Op grond van de Noodverordening wordt onder meer de planning van installaties voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen geacht van “hoger openbaar belang” te zijn.6 De Noodverordening verplicht lidstaten en bevoegde gezagen om bij plannings- en vergunningprocedures voorrang te geven aan de bouw en exploitatie van installaties voor de productie van hernieuwbare energie, wanneer in individuele gevallen rechtmatige belangen worden afgewogen.7 In dat kader dient dus bij de belangenafweging een zwaarder gewicht te worden toegekend aan het belang van de realisatie van hernieuwbare energieprojecten. De gemeenteraad heeft bij het formuleren van het vergunningvoorschrift belang gehecht aan een eerder raadsbesluit waarin het maximaal op te stellen vermogen is beperkt tot 9 MW en een maximale tiphoogte van 220 meter is bepaald. Daarnaast heeft de gemeenteraad gewicht toegekend aan de stelling dat een hoger opgesteld vermogen zou leiden tot meer milieueffecten. Nog daargelaten dat deze uitgangspunten feitelijk onjuist zijn en niet als grondslag kunnen dienen voor het opnemen van een onuitvoerbaar vergunningvoorschrift, geldt in het licht van de Noodverordening het volgende.

Gelet op de omstandigheid dat de twee windturbines van hoger openbaar belang zijn, had de gemeenteraad bij de belangenafweging in het kader van het opleggen van vergunningvoorschriften zwaarder gewicht moeten toekennen aan het belang van de komst en de realisatie van de twee windturbines. Door daarentegen zwaarder gewicht toe te kennen aan het raadsbesluit en de milieueffecten, handelt de gemeenteraad in strijd met de Noodverordening. Verruiming naar 15 MW De gemeenteraad stelt voor om ruimte te bieden voor verruiming van het opgesteld vermogen naar 15 MW voor het project Noordzeeboulevard, in geval VRM locatie Brielse Brug is komen te vervallen. Met deze overweging wordt ten eerste onderstreept dat de gemeenteraad de beperking van het opgesteld vermogen in het geheel niet heeft gerelateerd aan de vraag of sprake is van een goede ruimtelijke situatie ter plaatse van het projectgebied van windproject Noordzeeboulevard. De koppeling van deze beperkende voorwaarde met het Windproject Brielse Brug toont aan dat er geen dragende ruimtelijke argumentatie is gegeven voor de beperking van de windturbines van windproject Noordzeeboulevard. Blijkbaar is het de intentie om alsnog meer vermogen toe te laten bij Noordzeeboulevard als het Windproject Brielse Brug definitief niet doorgaat.

Beide windprojecten liggen echter op ruime afstand van elkaar, zodat er geen sprake kan zijn van een cumulatie van effecten. Anders gezegd, de (on-)aanvaardbaarheid

5

De aanvragen zijn ingediend op 22 december 2023. Art. 3 lid 1 Noodverordening. 7 Art. 3 lid 2 Noodverordening. 6

Page 29 of 70

VOORNE € e? /PE PUTTEN ENERGIE J

pure# emi~rgye l

van hogere windturbines met meer vermogen op Windproject Noordzeeboulevard kan niet afhankelijk zijn van de effecten van het Windproject Brielse Brug. Ten tweede constateren wij dat deze 'verruiming' en 'voorwaarde' uit het Amendement niet zijn opgenomen/verwerkt in de ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Deze ruimte voor verruiming komt geheel niet terug in de ontwerpverklaring en de ontwerp omgevingsvergunning. Op deze manier kan in de toekomst geen gebruik worden gemaakt van deze 'verruiming'. Al met al heeft de gemeenteraad nagelaten in de besluitvorming in te gaan op hetgeen in de aanvraag en de onderzoeken is opgenomen over de mogelijke effecten van laagfrequent geluid en de landschappelijke inpassing. Dit maakt op zichzelf dat de beperkende voorwaarde juridisch onrechtmatig is. Conclusie Wij verzoeken u om het bovenstaande te betrekken in uw definitieve besluitvorming en alsnog af te zien van het opnemen van Voorwaarde 13. lndien u besluit de beperkende voorwaarden loch te handhaven, verzoeken wij u om dit besluit uitvoerig en deugdelijk te motiveren conform art. 3:46 Awb.

lndien u ons verzoek om dit onuitvoerbare voorschrift niet aan de omgevingsvergunningen te verbinden niet honoreert, zien wij ons helaas genoodzaakt om alle ons ter beschikking staande (rechts)middelen aan te wenden teneinde de realisatie van Windproject Noordzeeboulevard alsnog mogelijk te ma ken en de door ons te leiden schade vergoed te krijgen. Voor eventuele vragen naar aanleiding van deze zienswijze kunt u contact opnemen met Jelle de Waart via j.dewaart@pure-enerqie.n]. Ook zijn wij graag bereid tot een mondelinge toelichting van onze zienswijze. Met vriendelijke groeten,

WP NOORDZEEBOULEVARD B.V. PUR ENERGIE WP NOORDZEEBOULEVARD B.V.

mkee M.A.M. Kok

Page 30 of 70

Natuurvereniging Hollandse Delta KvK 40345744 Secr. P. Vermaas Schudegge 17 3224BP Hellevoetsluis secretaris@hollandsedelta.knnv.nl Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Voorne aan Zee T.a.v. afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis E-mail: gemeente@voorneaanzee.nl

Hellevoetsluis, 28 juli 2025

Betreft: Windproject Noordzeeboulevard Zienswijzen van KNNV Natuurvereniging Hollandse Delta (hierna ‘NHD’) tegen het verlenen van alle genoemde ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee: 

De ontwerpverklaring van geen bedenkingen & ontwerpomgevingsvergunningen voor de realisatie van het aangevraagde windproject;

De ontwerpwatervergunning van het dagelijks bestuur van het Waterschap Hollandse Delta;

De ontwerpwatervergunningen van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat c.q. Rijkswaterstaat;

De ontwerpontheffing voor aantasting NatuurNetwerk Nederland (NNN) van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland.

Op deze besluiten is de Crisis- en herstelwet van toepassing.

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

1 Page 31 of 70

Geacht college, Burgemeester en wethouders van de gemeente Voorne aan Zee hebben van 20 juni 2025 tot en met 31 juli 2025 de ontwerpbesluiten en alle bijbehorende stukken ter inzage gelegd, te weten 

De ontwerpverklaring van geen bedenkingen & ontwerpomgevingsvergunningen voor de realisatie van het aangevraagde windproject ter visie gelegd.

De ontwerpwatervergunning van het dagelijks bestuur van het Waterschap Hollandse Delta;

De ontwerpwatervergunningen van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat c.q. Rijkswaterstaat;

De ontwerpontheffing voor aantasting NatuurNetwerk Nederland (NNN) van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland.

Genoemde ontwerpbesluiten zijn onderdeel van Cluster 1 van de gecoördineerde procedure, waarbij de Crisis- en Herstelwet van toepassing is.

De exploitant van de turbines is: WP Noordzeeboulevard B.V. Hengelosestraat 585 7521AG Enschede

De KNNV afdeling Hollandse Delta (KvK-nummer 40345744), statutair gevestigd te Brielle, secretarieel gevestigd aan de Schudegge 17, 3224 BP Hellevoetsluis, dient een zienswijze in op bovenstaande ontwerpverklaring, ontwerpvergunningen en ontwerpontheffing. Een kopie van de statuten van onze vereniging is bij de aanbiedingsbrief van dit bezwaarschrift gevoegd (bijlage). Preambule Introductie NHD De Natuurvereniging Hollandse Delta is een zelfstandige, regionale, afdeling van de Natuurvereniging KNNV, die zich al bijna honderd jaar bezighoudt met natuurstudie, natuureducatie en natuurbescherming op Voorne-Putten en aangrenzende gebieden in de gehele zuidwestelijke Delta. Onze ruim driehonderd leden/vrijwilligers doen o.a. onderzoek naar het voorkomen van alle soorten planten, dieren en paddenstoelen door het uitvoeren van inventarisaties en monitoringprojecten binnen ons werkgebied en hebben daardoor veel kennis opgebouwd over de kwaliteit van de natuur (biodiversiteit), zowel binnen de natuurgebieden, als daarbuiten (Basiskwaliteit Natuur). NHD doet dit onderzoek vaak in opdracht van terrein beherende organisaties zoals NM, ZHL, SBB, de Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

2 Page 32 of 70

provincie Zuid-Holland, het Waterschap Hollandse Delta en recreatieschappen. Al onze data zijn openbaar toegankelijk via de NDFF en opvraagbaar via onze website. Al onze inventarisaties worden uitgevoerd conform de door de verschillende soortenorganisaties (floron, sovon, ravon, zoogdiervereniging, vlinderstichting, EISkenniscentrum insecten, mycologische vereniging, soortennl) vastgelegde standaarden en protocollen. Door de collectieve kennis van onze leden zijn onze rapportages van een dusdanig hoge kwaliteit dat door onze opdrachtgevers regelmatig wordt aangegeven dat die van een vergelijkbaar hoog niveau zijn (of hoger) als van veel professionele adviesbureaus. De natuurbeschermingsactiviteiten van NHD worden verzorgd door de Werkgroep Natuur & Beleid. Deze werkgroep richt zich op alle ontwikkelingen die natuur, klimaat, duurzaamheid en milieu aangaan. Zij doet dat vanuit een positieve grondhouding en is liever proactief betrokken bij participatietrajecten en inspraakprocedures, dan dat zij achteraf haar toevlucht moet zoeken tot juridische procedures. Dat laatste doet zij alleen als het echt niet anders kan.

Visie Natuurvereniging Hollandse Delta op natuurbescherming en het oplossen van de klimaatproblematiek Het uitgangspunt voor al onze activiteiten is gebaseerd op het inzicht dat door de wereldwijde bevolkingsexplosie van de afgelopen 100 jaar en het terechte streven naar een hogere levensstandaard voor alle mensen we de grenzen van de draagkracht van de aarde nu al ruimschoots overschreden hebben met enorme en zelfs existentiële problemen als gevolg. Werkgroep Natuur & Beleid onderschrijft daarom de sustainable development goals van de UN en de daarvan door Nederland overgenomen doelstellingen. NHD beschouwt, naast de vele andere crises, de wereldwijde klimaatcrisis en natuurcrisis als de twee meest urgente crises van deze tijd. Omdat beide crises nauw met elkaar verweven zijn en mede daardoor ook alleen in samenhang opgelost kunnen worden, noemen wij beide crises een Siamees tweelingprobleem. Bij het oplossen van het ene probleem moet je voortdurend ook rekening houden met het feit dat je het andere probleem niet mag verergeren. In december 2024 hebben 15.000 klimaatwetenschappers in een gezamenlijk rapport The 2024 state of the climate report: Perilous times on planet Earth nogmaals duidelijk gemaakt dat de urgentie, de schaal en het tempo van klimaatmaatregelen stevig omhoog moeten worden bijgesteld om een grote klimaatramp en de gevolgen daarvan te voorkomen.

Vrijwel tegelijkertijd heeft WWF het Living Planet Report 2024 uitgebracht waaruit blijkt dat eenzelfde actie noodzakelijk is voor herstel van natuur, ecosystemen en biodiversiteit. Beide rapporten maken duidelijk dat we nu echt alles op alles moeten zetten om beide rampen zoveel alsnog mogelijk is te voorkomen en daar waar dat al niet meer kan de schade te beperken of te compenseren. NHD is overtuigd van de ernst van de klimaatproblematiek. Hetzelfde geldt voor de natuurproblematiek. Wij zullen zo snel als mogelijk is wereldwijd uiteindelijk vrijwel volledig af moeten van het gebruik van fossiele brandstoffen en tegelijkertijd de wereldwijde natuur Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

3 Page 33 of 70

herstellen. Dat gaat met het huidige tempo en omvang al niet meer lukken. De urgentie moet omhoog. Uitgangspunt van NHD is dat alles wat goed is voor de natuur ook goed is voor het klimaat, maar dat helaas niet alles wat goed is voor het klimaat ook goed is voor de natuur. NHD is o.a. actief betrokken bij allerlei procedures rondom de aanleg van windparken, zonneparken en kabeltracé’s en nemen deel aan alle mogelijke vormen van inspraak. Daarbij maakt zij duidelijk wat de gevolgen voor de natuur zijn van de aanleg van dit soort voorzieningen. De ervaring is dat daar vaak oplossingen bereikt kunnen worden in de vorm van mitigerende en/of compenserende maatregelen. Daarmee kan NHD helaas niet alle natuurschade voorkomen en dan weegt NHD af of dat een formele juridische procedure rechtvaardigt of dat de schade aan natuur moet worden geaccepteerd vanwege het klimaatbelang. Dat is volgens NHD nu bij de bouw van twee megawindmolens binnen het NNN en Natura 2000-gebied de Voordelta het geval. De NHD acht de schade aan de Voordelta (en de daaraan grenzende Natura 2000-gebieden Voornes Duin, De Duinen van Goeree & Kwade Hoek en Haringvliet dermate groot dat zij het standpunt inneemt dat het klimaatbelang in dit geval moet wijken voor het natuurbelang.

Er zijn ook voorbeelden waarbij NHD besloten heeft om geen bezwaar te maken, maar via overleg te komen tot voldoende mitigerende en compenserende maatregelen om de natuurschade binnen aanvaardbare grenzen te houden. Voorbeelden hiervan zijn het Windpark 2 van Eneco op de Maasvlakte en Hartel III (Kagiso) en op de Landtong Rozenburg (Pondera). Alle drie zijn gelegen in of tegen het Rotterdamse haven- en industriegebied aan. Alle drie de exploitanten blijken bereid te zijn (geweest) hier ver in mee te gaan en ook ruim boven de wettelijk verplichte maatregelen. Het gaat dan om geavanceerde vogel- en vleermuisradars in combinatie met een stilstandvoorziening (of trager draaiende wieken) en akoestisch waarschuwingssystemen. Ook lukt het soms om in zulke gevallen de minst slechte locatie binnen het zoekgebied gerealiseerd te krijgen. Door onze bezwaren bij MV2 wordt nu nauwkeuriger gemonitoord of en hoeveel vogelslachtoffers (en vleermuizen) er zijn en op basis van die bevindingen zal de stilstandvoorziening vaker in werking worden gezet. Eneco heeft zich verplicht om ons op de hoogte te houden, zodat wij kunnen controleren dat de 1% norm van het mortaliteitsrisico niet wordt overschreden. Uit het eerste monitoringrapport blijkt dat het aantal slachtoffers van de molens aanzienlijk hoger is dan destijds op basis van de natuurtoets (Waardenburg Ecology) werd voorspeld.

Wij komen daar verderop in onze zienswijzen nog uitgebreid op terug. Daarnaast zijn wij direct betrokken bij de uitvoering van compensatiemaatregelen o.a. in de vorm van broedeilanden voor de vogelsoorten die te lijden hebben van de turbines. NHD is ook betrokken bij grote projecten voor de aanlanding van de kabelnetwerken van windparken op de Noordzee. TenneT is daarbij tot nu toe vooral veel in gesprek met o.a NHD over de minst slechte route van de kabeltracé’s en de plekken voor aanlanding. Omdat dit voor een belangrijk deel ook buiten ons werkgebied ligt werken wij daarin samen met de ZHNMF en actiegroepen uit andere regio’s.

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

4 Page 34 of 70

Wet- en regelgeving NHD betrekt bij haar beoordeling van zaken altijd alle wet- en regelgeving m.b.t. natuur, klimaat en duurzaamheid. We vermelden de in dit dossier volgens NHD relevante zaken en vragen aan de betrokken overheden om deze ook allemaal te betrekken bij de afweging in deze zaak. 

Internationale verdragen o Verdrag inzake Biologische Diversiteit  NHD is van mening dat de voorliggende plannen strijdig zijn met art. 8 uit dit verdrag o Verdrag van Bern  NHD is van mening dat niet wordt voldaan aan de artikelen 2 t/m 7 en dat ook de uitzonderingen genoemd in art. 9 in dit geval niet van toepassing zijn. o Verdrag van Bonn, Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten  NHD is van mening dat bij de beoordeling van de ontheffing Soortenbescherming m.b.t. trekkende vogels en vleermuizen geen recht is gedaan aan de eisen van het Verdrag van Bonn. o Ramsarverdrag  NHD is van mening dat niet wordt voldaan aan de eisen van de Ramsar Convention. o Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn o Omgevingsverordening Zuid-Holland o Omgevingsvisie Voorne aan Zee

De zienswijzes van NHD Zienswijze van NHD op de ontwerpomgevingsvergunningen OOST (WT2) en WEST (WT1) WT2 Zaaknummer: 1992ESUITE2491582023 OLO-kenmerk: 8244365 WT1 Zaaknummer: 1992ESUITE2492352023 OLO-kenmerk: 8263979 De eerste opmerking die NHD wil maken heeft betrekking op het gegeven dat er twee verschillende, maar identieke vergunningaanvragen zijn gedaan voor het bouwen van een bouwwerk, het uitvoeren van werken of werkzaamheden waarvoor handelingen noodzakelijk zijn die in strijd zijn met de regels ruimtelijke ordening. Beide aanvragen hebben betrekking op een en hetzelfde project. NHD is van mening dat dit een onnodig verwarrende manier van werken is. Nergens wordt gemotiveerd met welke bedoeling twee aparte aanvragen worden gedaan, waar onzes inziens ook had kunnen worden volstaan met een aanvraag voor twee molens. Dat dit niet alleen verwarrend is voor NHD blijkt wel uit de verdere procedure Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

5 Page 35 of 70

waarbij de aanvrager en het bevoegd gezag op inconsequente wijze omspringen met de aanvraag of eigenlijk beide aanvragen. In veel stukken is sprake van twee windmolens en in andere van twee aparte molens.

Bezwaren tegen de locatie NHD heeft onoverkomelijke bezwaren tegen beide windmolens vanwege de gekozen locatie(s), die niet alleen in strijd zijn met het bestemmingsplan Zeegebied Westvoorne 2013, met de Wet Geluidhinder (de geluidzone) en met de regelgeving m.b.t. de dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering, maar ook met de regelgeving m.b.t. de zgn. demarcatielijn: Aanwijzingsbesluit Voordelta als Natura 2000-gebied 19 februari 2008, kenmerk: DRZK/2008-113 Ontwerpbesluit beperking toegankelijkheid natuurgebieden ex art. 2.5. Wnb Natura 2000-gebied Voordelta. NHD is van mening dat de regelgeving m.b.t. de demarcatielijn ook in strijd zijn met het voorliggende plan en daarom betrokken had moeten worden bij de vergunningaanvraag. Dat is niet gebeurd en dat maakt de vergunning aanvraag in haar ogen incompleet. NHD verzoekt daarom om deze procedure niet-ontvankelijk te verklaren, subsidiair deze regelgeving alsnog te betrekken bij het verlenen van ontheffingen en vergunningen in deze zaak. De beperkingen uit het aanwijzingsbesluit: Ten zuiden van de demarcatielijn in de Voordelta gelden namelijk verschillende beperkingen die vooral gericht zijn op het beschermen van natuurwaarden en het beperken van verstoring door menselijke activiteiten: • In het Bodembeschermingsgebied Voordelta (ca. 29.836 ha) is de zware boomkorvisserij (schepen >260 pk) verboden.

Dit verbod is ingesteld om de natuurcompensatie voor het areaalverlies door de aanleg van Maasvlakte 2 te realiseren. Andere vormen van visserij zijn niet standaard verboden, maar kunnen wel vergunningplichtig zijn op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). • In specifieke onderzoeksgebieden, zoals nabij de Brouwersdam, geldt een verbod op visserijactiviteiten met uitzondering van bepaalde hengel- en zegenvisserij, vooral ten behoeve van ecologisch onderzoek. • Er zijn vijf rustgebieden ingesteld waarbinnen gedurende delen van het jaar (soms jaarrond) vrijwel alle menselijke activiteiten zijn verboden om verstoring van doelsoorten zoals zeehonden en vogels te voorkomen. Deze rustgebieden zijn: Slikken van Voorne/Hinderplaat, Verklikkerplaat, Bollen van de Ooster, Middelplaat en Bollen van het Nieuwe Zand. • Industriële ontwikkelingen en havenuitbreidingen zijn op planologische gronden niet toegestaan ten zuiden van de demarcatielijn, om het natuurgebied te beschermen tegen verdere aantasting. Deze beperkingen zijn destijds juridisch vastgelegd in het Toegangsbeperkend besluit voor het Bodembeschermingsgebied Voordelta en in de bijbehorende beheerplannen, zoals benoemd in de officiële besluiten en beheerplannen voor het Natura 2000-gebied Voordelta en maken industriële ontwikkeling onmogelijk op de voorgestelde locatie.

NHD is van mening dat de bouw en exploitatie van twee megawindmolens ten zuiden van de demarcatielijn beschouwd moeten worden als Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

6 Page 36 of 70

een industriële ontwikkeling. Een windmolen is goedbeschouwd niks anders dan een verticale energiefabriek. NHD vreest het scenario dat als er twee windmolens bezuiden de demarcatielijn geplaatst mogen worden, dat je er dan ook twintig neer mag zetten. NHD kan mede hierom niet instemmen met de conclusie dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat het plan aan de voorschriften van het Bouwbesluit en aan het bepaalde in de Bouwverordening voldoet en er voorts geen belemmeringen bestaan voor het verlenen van medewerking aan de omgevingsverordening. NHD is daarom van mening dat het besluit een Omgevingsvergunning te verlenen door het niet betrekken van de regelgeving m.b.t. de demarcatielijn gebaseerd is op onvolledige toetsing van Wet- en Regelgeving m.b.t. het project Noordzeeboulevard. Bij een gecoördineerde aanpak en als de Crisis- en Herstelwet van toepassing is waarbij in een later stadium geen nieuwe bezwaren aangevoerd mogen worden, moeten zeker ook de betrokken overheden zorgdragen voor een compleet pakket van te beoordelen ontheffingen en vergunningen. Bestemmingsplan ‘Zeegebied Westvoorne 2013’ Beoordelingsaspecten Wet Natuurbescherming/Stikstof NHD zal haar bezwaren tegen het verlenen van een ontheffing van de Natuurbeschermingswet bespreken in haar zienswijze op genoemde ontheffing. In die zienswijze komen ook de bezwaren van NHD aan de orde m.b.t.

stikstof en daarvoor uitgevoerde Aerius-berekeningen en haar bezwaren tegen de ecologische onderbouwing die door de aanvrager is ingediend ten behoeve van de Wnbontheffing. Ontheffing aantasting NNN-gebied NHD zal haar bezwaren tegen de door Gedeputeerde Staten van de Provincie ZuidHolland verleende ontheffing (kenmerk PZH-2024-864442703) kenbaar maken in haar zienswijze op deze ontheffing. Welstand en landschappelijke inpassing NHD is van mening dat de term ‘landschappelijke inpassing’ in deze situatie wel erg wrang te noemen is. Wie de lokale situatie kent, weet dat er helemaal geen inpassing nodig is, omdat de volledige noordrand van Voorne-Putten al uit een apocalyptischindustrieel landschap bestaat. Deze molens passen naadloos in dat industriële landschap omdat die molens een industrieel project zijn. Ook de eis van een beplantingsplan als voorwaarde bij de ontheffing komt lachwekkend over. Eerst en vooral omdat de natuurlijke ontwikkeling van de bouwplaats vanzelf voor haar eigen inpassing zal zorgdragen. Daarna ook omdat deze molens ongeacht welke beplanting dan ook zo hoog boven alles uitsteken dat een beplantingsplan alleen kan dienen als een niets veronthullende schaamlap.

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

7 Page 37 of 70

Zienswijze NHD op Bijlage 1: Voorwaarden Nader in te dienen gegevens: 2 t/m 23 NHD wil als belanghebbende organisatie graag op de hoogte gehouden worden van alle in de voorwaarden opgenomen meldingen met betrekking tot verdere procedurele afhandeling van het Project Noordzeeboulevard aan de Gemeente Voorne aan Zee. NHD verzoekt daarom voor toezending van een afschrift van deze meldingen. 5. NHD is van mening dat een beplantingsplan onzinnig is (zie hierboven) en stelt voor om ter plekke de natuurlijke ontwikkeling op en langs de bouwlocatie na de bouw haar gang te laten gaan. 13. NHD vraagt zich af waarom in de vergunningaanvraag allerlei variabele maten (bandbreedtes) zijn opgenomen in relatie tot de te bouwen turbines, terwijl al duidelijk is dat de molens een maximaal opgesteld vermogen mogen hebben van 11,6 MW voor het hele project en een tiphoogte van maximaal 225m? Opmerkingen NHD is van mening dat de aanvrager niet alleen aansprakelijk is voor beschadiging aan openbaar groen en/of bestratingen, maar ook voor beschadiging van natuur. NHD stelt daarom voor om naast een omgevingsfonds ook een specifiek natuurfonds te verplichten waarin de compensatiegelden van dit project gestort worden die uitsluitend kunnen worden besteed aan natuur gerelateerde projecten.

NHD gaat ervan uit dat gezien het raadsbesluit geen flexibiliteit in bandbreedtes zal worden toegestaan. NHD is desondanks van mening dat het verschil in oppervlakte van de draaicirkels bij verschillende rotordiameters ook expliciet vermeld zouden moeten worden. Dat kan iedereen uiteraard zelf ook uitrekenen, maar deze gegevens zijn zeer relevant voor de berekeningen van de kans op aanvaringen. Procedure NHD is van mening dat er geen sprake is van een ontvankelijke verklaring omdat Wet- en Regelgeving m.b.t. de demarcatielijn ten onrechte niet is betrokken bij de procedure. NHD is van mening dat de Wet-en Regelgeving m.b.t. de demarcatielijn ten onrechte niet is opgenomen in Cluster 1 (en Cluster 2) van de gecoördineerde procedure. Milieu-effectrapportage NHD blijft het bijzonder vinden dat geen MER is vereist bij projecten met minder dan drie windmolens, terwijl overduidelijk is dat deze molens onderdeel zijn van het totale conglomeraat aan molens in de directe omgeving. NHD vraagt daarom om alsnog een MER uit te voeren. Crisis-en Herstelwet NHD kan zich vinden in de verplichting om direct alle inhoudelijke beroepsgronden in te dienen, maar merkt op dat dat alleen geëist kan worden als ook is voldaan aan het Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

8 Page 38 of 70

volledig opnemen van alle vereiste aanvragen en ontheffingen. Naar het oordeel van NHD is dat door het niet betrekken van de bepalingen m.b.t. de demarcatielijn niet is voldaan aan deze eis van de Crisis- en Herstelwet en verzoekt daarom de gevolgde procedure ongeldig te verklaren. Bestemmingsplan Zeegebied Westvoorne 2013 NHD zal haar zienswijze op alle relevante in het bestemmingsplan Zeegebied genoemde beoordelingsaspecten verderop bespreken in haar zienswijze ten aanzien van de hier aangegeven aspecten. NHD vermeldt daarom hier alleen dat zij de conclusie dat de ingediende stukken het voldoende aannemelijk maken dat het plan aan de voorschriften van het Bouwbesluit en aan het bepaalde in de Bouwverordening voldoet en er voorts geen andere belemmeringen bestaan voor het verlenen van medewerking aan een omgevingsvergunning NIET onderschrijft en verzoekt daarom de omgevingsvergunning niet te verlenen. Instandhoudingstermijn NHD heeft kennisgenomen van de verplichting dat na afloop van de exploitatieperiode de situatie met de wettelijk voorgeschreven toestand in overeenstemming moet worden gebracht. NHD merkt daarbij op dat zij het onmogelijk in te schatten vindt hoe de lokale en regionale situatie er dan uitziet en wat dat betekent voor de wettelijk beschreven toestand.

Over dertig jaar heeft de verzanding van de Slikken van Voorne zich zodanig voort ontwikkeld dat deze molens dan naar alle waarschijnlijkheid in een totaal andere omgeving zullen blijken te staan dan nu nog het geval is. De Slikken van Voorne gaan zich de komende 25 jaar ontwikkelen tot een hoogwaardig nieuw duingebied. NHD schat in dat over dertig jaar ook de nu al voorziene uitbreiding van haven- en industriegebieden in de vorm van Maasvlaktes III en IV zullen zijn uitgevoerd. Waar en hoe deze ontwikkelingen zullen gaan plaatsvinden is uiteraard nog niet helemaal duidelijk, maar de contouren van deze ontwikkelingen liggen al wel voor een groot deel vast. De natuur zal zich bezuiden de demarcatielijn gaan en mogen ontwikkelen en de uitbreiding van de Rotterdamse haven- en industriegebieden zullen zich ten noorden van de demarcatielijn moeten ontwikkelen. Dat uitgangspunt is ook bevestigd en volledig opgenomen in de NOVEX-plannen. Dat maakt eens temeer duidelijk dat de nu in procedure gebrachte locatie Noordzeeboulevard niet alleen onverstandig is, maar ook in strijd met alle toekomstige ontwikkelingen. NHD is van mening dat dit aspect volledig buiten beschouwing is gelaten en vraagt daarom ook om deze reden de procedurele eisen die aan dit project verbonden zijn als incompleet en daarom als niet ontvankelijk te verklaren.

Ontwerp-Omgevingsvergunning WT2 en WT1 NHD stelt vast dat de ontwerp-omgevingsvergunningen W2 en W1 volledig identiteit zijn aan elkaar, met als enige afwijking de nummering in bijlage 1: Voorwaarden waar bij de nader in te dienen gegevens: de nummering van de verschillende onderdelen bij WT1 doorloopt ten opzichte van de onderdelen bij W2. De zienswijze van NHD op de nummers 1/23 zijn daarom ook van toepassing op de nummers 24/46. Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

9 Page 39 of 70

Zienswijze NHD op:

Gemeente Voorne aan Zee Onderwerp: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Windproject Noordzeeboulevard Zaaknummer 64666-2025 NHD is van mening dat zij hierboven heeft aangetoond dat de omgevingsvergunning geweigerd had moeten worden door toepassing van artikel 2.12 van de wabo, omdat bij de ruimtelijke onderbouwing niet is ingegaan op alle relevante omgevingsaspecten (demarcatielijn). NHD vraagt daarom de omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12 te weigeren. Amendement “voorwaarden windopgave Voorne aan Zee” NHD is van mening dat het hier beschreven en aangenomen amendement een dusdanige aanpassing is van de in procedure gebrachte stukken dat vastgesteld moet worden dat daardoor de rechtsgrond onder deze aanvraag is komen te vervallen en vraagt daarom de gehele procedure nietig te verklaren.

Publiceerbare aanvraag/melding omgevingsvergunning Formulierversie 2021.01 Aanvraaggegevens NHD stelt vast dat aanvraagnummer 8263979 Windproject Noordzeeboulevard (West) en aanvraagnummer 8244365 Windproject Noordzeeboulevard (Oost) twee overeenkomstige aanvragen betreft en daarom geeft NHD aan dat al haar opmerkingen betrekking hebben op beide aanvragen. Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening NHD stelt vast dat het hier vermelde aantal maanden van gebruik niet kan kloppen. Er staat 30 maanden, bedoeld wordt 360 maanden. Verderop bij 6 seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken staat vermeld dat het bouwwerk 30 jaren blijft bestaan en direct daarna dat het bouwwerk 0 maanden blijft bestaan. NHD begrijpt dat het formulier niet bepaald eenduidig is te begrijpen, maar dit soort onzorgvuldigheden zouden niet mogen voorkomen in dit soort formele stukken. 8. Gebruiksfuncties NHD is van mening dat bij Gebruiksfunctie Industrie had moeten worden ingevuld. Niet Overige gebruiksfuncties.

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

10 Page 40 of 70

Zienswijze NHD op: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland Kenmerk PZH-2024-864442703 DOS-2024-0000847 Ontheffing Omgevingsverordening Zuid-Holland windmolens Noordzeeboulevard Voorne aan Zee

Belangenafweging Artikel 6.31 In artikel 6.31 wordt bij de aanvullende voorwaarden aangegeven dat een ontheffing alleen kan worden verleend als er geen reële alternatieven zijn. NHD is van mening dat er wel degelijk een alternatieve locatie aanwezig is binnen de gemeente Voorne aan Zee. NHD heeft met grote regelmaat aangegeven dat er langs de noordrand van het Brielse Meer op de strook land tussen het Hartelkanaal en het Brielse Meer een prima locatie ligt voor de plaatsing van windmolens. Op die strook grond is ruimte genoeg voor zowel de molens die nu ook in procedure zijn op de Haringvlietdam, als ook voor de molens in onderhavige procedure m.b.t. de Noordzeeboulevard. Aan die locatie kleven veel minder bezwaren dan aan de locaties op de Haringvlietdam en de Noordzeeboulevard. Er wonen in de directe omgeving geen mensen en de daar aanwezige natuur is aanzienlijk minder kwetsbaar, omdat de natuurwaarden in het recreatiegebied Brielse Meer op die locatie relatief laag zijn. NHD is daarom van mening dat clustering van windmolens uit beide projecten (eventueel ook nog met de molens N57 Brielle) op de locatie Krabbeweg de voorkeur zou moeten hebben.

NHD vraagt daarom beide procedures voor Project Haringvlietdam en voor Project Noordzeeboulevard te beëindigen en een nieuwe procedure te starten om alle vier de windmolens geclusterd op de door NHD voorgestelde locatie Krabbeweg te plaatsen. Op die locatie kunnen de molens wat NHD betreft ook de op dit moment maximaal mogelijke hoogte krijgen en daardoor ook een hogere maximale opbrengst leveren. NHD realiseert zich dat daardoor procedurele vertraging zal optreden. De winst ten opzichte van de locaties Noordzeeboulevard en Haringvlietdam is echter dusdanig groot dat NHD die vertraging aanvaardbaar acht. Voorts is NHD van mening dat de provincie ten onrechte een ontheffing heeft verleend omdat niet is voldaan aan de voorwaarde uit art. 6.31a van de verordening. NHD vraagt daarom de verleende ontheffing terug te nemen. Zienswijze NHD op Artikel 6.9 e Lid 4 a en b NHD is van mening dat er voldoende areaal aansluitend aan het aangetaste gebied beschikbaar is in de directe omgeving van het project waarin samenhang en de wezenlijke kenmerken en waarden van het aangetaste gebied gecompenseerd zouden kunnen worden. Die compensatie zou dan aansluitend bij Hoekje Jans langs de oever van het Oostvoornse Meer plaats moeten vinden. SBB gaat op die locatie al uitbreiding van Hoekje Jans mogelijk maken (zonder verlies van recreatieve Zienswijze NHD betr.

ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

11 Page 41 of 70

mogelijkheden). Door die uitbreiding te koppelen aan compensatie van het door plaatsing van windmolens aangetaste gebied kan die uitbreiding aanzienlijk groter worden gemaakt. Hoekje Jans is een rijke groeiplaats van groenknolorchis. In de ogen van NHD is deze vorm van compensatie waardevoller dan de door ZHL voorgestelde compensatie. NHD heeft uiteraard geen bezwaar tegen de door ZHL ingebrachte compensatie bij de duinstraat. Maar NHD acht compensatie aansluitend aan Hoekje Jans kansrijker. NHD is van mening dat zij heeft aangetoond dat er een alternatieve locatie beschikbaar is. Desalniettemin onderschrijft NHD dat er zeker een groot maatschappelijk belang is voor de energietransitie. Dat argument is echter ook en nog meer van toepassing op uitbreiding en verdere ontwikkeling van de haven- en industriegebieden waarvoor toch is bepaald dat die uitbreiding en ontwikkeling niet mag plaatsvinden ten zuiden van de demarcatielijn. NHD is daarom van mening dat daaruit de conclusie getrokken moet worden dat plaatsing van windmolens (een industriële activiteit) op deze locatie een lager maatschappelijk belang vertegenwoordigd dan uitbreiding van haven- en industriegebieden en daardoor niet is toegestaan op deze locatie.

Conclusie NHD bestrijdt op grond van bovenstaande door haar ingebrachte argumenten de door de Provincie getrokken conclusie dat is voldaan aan de criteria van de verordening is en daardoor voor verlening van een ontheffing in aanmerking komt. NHD is daarom van mening dat de ontheffing onterecht is verleend en verzoekt derhalve de ontheffing onrechtmatig te verklaren. NHD kondigt daarom nu alvast aan dat zij in het kader van de procedure voor het opvolgend ruimtelijk besluit beroep zal instellen. Zienswijze NHD op de Ontheffing Omgevingsverordening Zuid-Holland windmolens Noordzeeboulevard Voorne aan Zee Kenmerk: PZH-2024-864442703 DOS-2024-0000847 Nee, tenzij-toets Windpark Noordzeeboulevard Compensatieplan ontheffing windmolens Noordzeeboulevard NHD heeft hierboven haar zienswijze al gegeven op het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning die beide in samenhang moeten worden bezien met haar Zienswijze op de Ontheffing Omgevingsverordening. NHD is van mening dat de in artikel 6.29 van de verordening in samenhang met artikel 4.1a van de Wet ruimtelijke ordening geboden mogelijkheid een ontheffing te verlenen van de regels van de verordening als er wegens bijzondere omstandigheden de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid onevenredig wordt belemmerd geen sprake is. NHD is van mening dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een ontheffing mogelijk maken.

Integendeel. NHD is van mening dat er bijzondere omstandigheden zijn die juist een ontheffing onmogelijk maken. De regelgeving m.b.t. de demarcatielijn, maakt industriële Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

12 Page 42 of 70

ontwikkeling op de gekozen locatie onmogelijk. Daarnaast is door NHD tijdens het volledige participatietraject voortdurend aangegeven dat er een aanzienlijk minder schadelijke locatie beschikbaar is op de noordoever van het Brielsemeer bij de Krabbeweg. Er wonen daar geen mensen in de directe omgeving en de natuurwaarden zijn daar dusdanig laag dat de schade aan natuur binnen aanvaardbare grenzen blijft. Op die locatie kan ook clustering plaatsvinden met de windmolens Haringvlietdam en N57 Brielle. Ook kunnen op die locatie zonder bezwaar de grootste mogelijke windmolens met een zo hoog mogelijke capaciteit worden geplaatst. Op grond van bovenstaande is NHD van mening dat op onjuiste gronden een ontheffing is verleend.

Beoordeling van het verzoek Locatie NHD constateert dat de gekozen locatie niet alleen gedeeltelijk in NNN-gebied ligt, maar ook volledig binnen het Natura 2000-gebied Voordelta ligt. Belangenafweging NHD constateert dat realisatie van Windpark Noordzeeboulevard op deze locatie in de verordening alleen mogelijk is onder de voorwaarden uit Artikel 6.31 en dat de gekozen locatie haars inziens niet aan voorwaarde artikel 6.31a niet voldoet. Er is een reëel alternatief. Dat daar geen gebruik van is gemaakt is te wijten aan politieke onwil. Artikel 6.9 E NHD is van mening dat compensatie zoals bedoeld in art. 6.31b1 aansluitend of nabij het aangetaste gebied wel mogelijk is, namelijk als verdere uitbreiding van het naastgelegen natuurgebied Hoekje Jans dat al door SBB uitgebreid gaat worden. NHD stelt voor om deze locatie ook te realiseren naast de door het ZHL ingebrachte compensatie. NHD beschouwt het uitvoeren van de RES en het behalen van de klimaatdoelstellingen op Rijksniveau ook als een groot maatschappelijk belang, maar is van mening dat op deze locatie bescherming van natuur een hogere maatschappelijke waarde heeft. De Rijksoverheid, de Provincie Zuid-Holland en de Gemeente Voorne aan Zee hebben ook natuurdoelstellingen met een minstens gelijkwaardig maatschappelijk belang.

In de ogen van NHD is het maatschappelijk natuurbelang op deze locatie hoger te waarderen dan het klimaatbelang. NHD constateert dat op het moment van schrijven van haar zienswijze het juist de Rijksoverheid is die haar klimaatdoelstellingen op onverantwoorde wijze naar beneden heeft bijgesteld, o.a. vanwege de industriële en havenbelangen in de regio Rotterdam. Het bijzondere is dat het juist ook de haven- en industriële bedrijven uit de regio zijn die ageren tegen het verlagen van de doelstellingen en dat zij tegelijk aangeven zich wel aan die doelstellingen te willen houden met in achtneming van de ruimtelijke consequenties van de demarcatielijn. Het is voor NHD onverteerbaar dat betrokken overheden de enige uitzondering op deze lijn door de bouw van Windpark Noordzeeboulevard mogelijk te willen maken door het verlenen van ontheffingen en Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

13 Page 43 of 70

verlenen van een vergunning aangaande deze zeer ongewenste locatie. Het maatschappelijk belang van de transitie van het Rotterdamse haven- en industriegebied vertegenwoordigt eveneens een zeer groot maatschappelijk belang. Als zij in staat zijn die ontwikkeling vorm te geven op een manier die scheiding tussen natuur ten zuiden van de demarcatielijn en de de haven- en industriële gebieden ten noorden van de demarcatielijn te respecteren dan kan de industriële energietransitie met windmolens ook die lijn (letterlijk, figuurlijk, moreel-ethisch, juridisch) respecteren. NHD vraagt daarom vernietiging van verleende ontheffingen en vergunning m.b.t. het toestaan van Windpark Noordzeeboulevard. Natuur en compensatie NHD bestrijdt de stelling dat alleen de wezenlijke kenmerken en waarden van het beheertype duinbos worden aangetast. NHD zal dat bij haar Zienswijze op de Nee, tenzij-toets verder toelichten, maar wil hier alvast vermelden dat deze manier van kijken (je zou dat ook een wijze van zien kunnen noemen) vooral laat zien met welke beperkte blik naar natuur gekeken wordt. Blijkbaar kijkt men alleen naar beneden om te zien welke grondoppervlak aan planten er groeien en of die al dan niet worden aangetast. De effecten van het ruimtebeslag ter plaatse is 225m hoog. Er moet dus niet tot 0,81ha gecompenseerd worden maar 1.822.500m3 (0.81 ha is 8.100m2.

8.100m2 x 225m= 1.822.500m3) of als we uitgaan van de kolom boven het grondoppervlak van de draaicirkel (niet alleen de wieken draaien 360° in het rond. Ook de molen kan 360° draaien) dan moet de formule V=3,1416 x r2 x h gebruikt worden. V=3,1416 x (90m)2 x 225 Dat is 5.724.116m3 per molen. In totaal zou derhalve 11.448.232m3 compensatie plaats moeten vinden. NHD bepleit uiteraard de laatste berekening met de grondoppervlakte van de gehele draaicirkel vermenigvuldigd met de tiphoogte. Areaalverlies NHD is van mening dat het areaalverlies niet een tweedimensionaal verhaal is, maar een driedimensionaal verhaal. Zie hierboven voor de berekening. Windmolens richten niet alleen schade toe aan de op en in de grond levende organismen, maar juist ook en gedurende de gehele exploitatieperiode aan alle ter plaatse rondvliegende organismen (insecten, vogels en vleermuizen). NHD heeft hierboven een uitbreiding voorgesteld van het natuurcompensatieplan. In dat plan zouden niet alleen de compensatiegebieden Duinstraat Voorne aan Zee en in de … moeten plaatsvinden, maar ook in een deel van Recreatiegebied Oostvoornse Meer in aansluiting op Hoekje Jans.

Beslissing gedeputeerde Staten van Zuid-Holland Besluiten NHD is van mening dat Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op onjuiste en of incomplete gronden ten onterechte een ontheffing heeft verleend en is daarom van mening dat deze ontheffing zou moeten worden vernietigd. NHD zal naast deze zienswijze te zijner tijd ook beroep instellen tegen deze ontheffing. Nee, tenzij-toets Windproject Noordzeeboulevard

Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee

14 Page 44 of 70

Hoofdstuk 1 Inleiding NHD stelt vast dat Waardenburg Ecology heeft vastgesteld dat het gehele project gelegen is binnen het NatuurNetwerk Nederland. In deze Nee, tenzij-toets weegt zij af of de ontwikkeling van windenergie op deze locatie verenigbaar is met het de NNN-doelen. De Nee, tenzij-toets (inclusief mitigatie- en compensatieplan) is een onderdeel van de ontheffingsaanvraag bij Gedeputeerde Staten. De eerste opmerking die NHD wil maken is dat zij het enerzijds begrijpelijk vindt dat de Nee, tenzij-toets een onderdeel is van de ontheffingsaanvraag en derhalve is meegenomen in Cluster 1 van de procedure die onderdeel is van de gecoördineerde aanpak, maar dat de vergunning gebiedsbescherming art. 2.7 van de Wet Natuurbescherming en de ontheffing Soortenbescherming art. 3.3, 3.8 en 3.10 van de wet natuurbescherming zijn opgenomen in Cluster 2 waardoor voor NHD een spagaat wordt gecreëerd bij de indiening van haar Zienswijzes, omdat hierdoor een groot deel van haar bezwaren die zij in haar Zienswijze op Cluster 1 wil verwoorden ook en vooral betrekking hebben op de vergunning Gebiedsbescherming en de ontheffing Soortenbescherming uit de Wet Natuurbescherming die zij nog niet kent. Dat wijst in de ogen van NHD eerder op een ongecoördineerde aanpak dan op een gecoördineerde aanpak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16850624/2