CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij BBV: Nota van Beantwoording zienswijzen & Wijzigingen_concept

Raadsvergadering 4 juni 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Definitieve verklaring van geen bedenkingen Windproject Noordzeeboulevard28.730 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota beantwoording zienswijzen en wijzigingen N.a.v. ontwerp-omgevingsvergunningen en ontwerp-verklaring van geen bedenkingen - Windproject Noordzeeboulevard

Inhoudsopgave 1. Inleiding

Pagina 2

2. Zienswijzen

4

3. Beantwoording van zienswijzen

5

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Provincie Zuid-Holland Havenbedrijf Rotterdam Pure Energie & Voorne Putten Energie Natuurvereniging Hollandse Delta Reclamant 1

4. (Ambtshalve) Wijzigingen

5 6 7 8 13 15

Bijlage 1: totaaloverzicht zienswijzen

16

Bijlage 2: Advisering DCMR

68

1

Page 1 of 70

1

Inleiding

De gemeenteraad van Voorne aan Zee heeft op 5 juni 2025 de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen afgegeven voor het verlenen van twee omgevingsvergunningen voor het realiseren van (ieder) één windturbine aan de Noordzeeboulevard, te Voorne aan Zee. De ontwerpbesluiten die betrekking hebben op het windproject Noordzeeboulevard en de stukken die daar deel van uitmaken, hebben van 20 juni 2025 tot en met 31 juli 2025 ter inzage gelegen. In deze periode heeft iedereen de gelegenheid gekregen om een zienswijze over de ontwerpbesluiten naar voren te brengen. In deze nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen Ontwerpomgevingsvergunningen en ontwerp-verklaring van geen bedenkingen windproject Noordzeeboulevard wordt op alle zienswijzen ingegaan. De gemeenteraad ontvangt deze nota samen met de definitieve (aangepaste) omgevingsvergunningen en (aangepaste) verklaring van geen bedenkingen, zodat de verklaring in de raadsvergadering van 25 september 2025 definitief kan worden vastgesteld. Na deze raadsvergadering ontvangen alle indieners van een zienswijze een reactie. Besluiten: • De ontwerp verklaring van geen bedenkingen & ontwerp omgevingsvergunningen voor de realisatie van het aangevraagde windproject; • De ontwerp watervergunning van het dagelijks bestuur van het Waterschap Hollandse Delta; • De ontwerp watervergunningen van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat c.q.

Rijkswaterstaat; • De ontwerp ontheffing voor aantasting Natuur Netwerk Nederland (NNN) van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland. Bevoegd gezag: Het college van burgemeesters en wethouders van Voorne aan Zee is bevoegd om te beslissen op de twee aanvragen om de omgevingsvergunning. Dit volgt uit de bestuursovereenkomst die is gesloten tussen de Provincie Zuid-Holland en de voormalige gemeente Westvoorne. Op grond van deze bestuursovereenkomst heeft de gemeente Voorne aan Zee -rechtsopvolger van de gemeente Westvoorne- een inspanningsverplichting om met toepassing coördinatieregeling voor 31 december 2025 twee windturbines te realiseren aan de Noordzeeboulevard in het havengebied tegenover Oostvoorne. De bevoegdheid om watervergunningen af te geven ligt bij zowel het Waterschap Hollandse Delta alsmede bij Rijkswaterstaat. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland zijn bevoegd om te beslissen op een aanvraag om een ontheffing voor aantasting Natuur Netwerk Nederland (NNN). Procedures en coördinatieregeling Het voorgenomen besluit is onderdeel van de coördinatieregeling ex artikel 3.30 eerste lid, onder b, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De gemeenteraad van Voorne aan Zee besloot op 21 december 2023 tot het toepassen van deze coördinatieregeling.

Dit betekent dat een aantal besluiten, benodigd voor de realisatie van het windproject, gezamenlijk worden voorbereid, waarbij deze procedure wordt gecoördineerd door de gemeente Voorne aan Zee. Daarbij doorlopen de besluiten, op grond van artikel 3.31, derde lid, van de Wro de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht met toepassing van de bijzondere regels in artikel 3.31, derde lid, van de Wro.

2

Page 2 of 70

Het coördinatiebesluit omvat de besluitvorming over de (ontwerp) omgevingsvergunningen en het verrichten van andere activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving voor zover de gemeente het bevoegd gezag is. Hieronder vallen ook de vergunningen en ontheffingen op grond van de Waterwet, Wet natuurbescherming en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Zodoende verzorgt het College van Burgemeester en Wethouders de kennisgevingen van de met elkaar samenhangende (ontwerp)besluiten en organiseren zij de behandeling van de eventueel tegen de ontwerpbesluiten ingebrachte zienswijzen. Het dagelijks bestuur van het Waterschap Hollandse Delta, Rijkswaterstaat en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland blijven de bevoegde instantie voor het verlenen van de watervergunningen respectievelijk de ontheffing Wet natuurbescherming en behandelen ieder voor zich de eventuele zienswijzen tegen hun ontwerpbesluiten. De coördinatie van de samenhangende (ontwerp)besluiten zal gefaseerd plaatsvinden in twee clusters (ook wel genoemd twee mandjes). In de afbeelding hierna is dit nader uitgelegd.

Op 22 december 2023 hebben Pure Energie en Voorne Putten Energie beiden een aanvraag ingediend voor omgevingsvergunning voor het in totaal oprichten van twee turbines aan de Noordzeeboulevard in de gemeente Voorne aan Zee.

3

Page 3 of 70

2.

Zienswijzen

In totaal zijn er vijf zienswijzen binnengekomen. Eén vanuit een bewoner en vier van diverse instanties, verenigingen en bedrijven. De gemeente heeft dus vijf zienswijzen ontvangen op de twee aanvragen voor een omgevingsvergunning. Ze zijn alle ontvankelijk verklaard temeer alle zienswijzen schriftelijk binnen de gestelde periode van zes weken zijn ontvangen. De zienswijzen zijn geregistreerd en aan de indieners is een ontvangstbevestiging gezonden. De ontvangen zienswijzen zijn in deze nota genummerd van 1 tot en met 5. Van de vijf zienswijzen is er één die specifiek betrekking heeft op de door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland verleende ontwerp-ontheffing voor de aantasting van NatuurNetwerk Nederland. Voor de volledigheid een overzicht van de ontvankelijk verklaarde zienswijzen: Zienswijze nummer 1 2 3 4 5

Instantie/organisatie

Datum

Provincie Zuid-Holland Havenbedrijf Rotterdam Pure Energie & Voorne Putten Energie Natuurvereniging Hollandse Delta Reclamant 1

29-07-2025 24-07-2025 29-07-2025 28-07-2025 24-06-2025

Zienswijze gericht op: Omgevingsvergunning Omgevingsvergunning Omgevingsvergunning Alle besluiten* Ontheffing aantasting NNN

Gelet op het relatief beperkt aantal zienswijzen is er geen algemeen én specifiek deel maar zijn de zienswijzen op de navolgende pagina’s samengevat en is er per zienswijze beantwoording verzorgd. Hierdoor kan het voorkomen dat bepaalde antwoorden identiek zijn aan antwoorden op (een) andere zienswijze(n). Daardoor kan er sprake zijn van enige dubbeling. Indien overheidsorganen en/of een andere organisatie een zienswijze heeft ingediend dan wordt de volledige naam van het orgaan of de organisatie vermeld. Als het om een bewoners/omwonende of burger gaat van onze gemeente dan wordt de naam geanonimiseerd in het kader van de AVG en wordt specifiek als voorbeeld reclamant nummer 1 aangegeven.

4

Page 4 of 70

3. Beantwoording van de zienswijzen 3.1 Provincie Zuid-Holland Inhoud zienswijze Het ontwerpbesluit is op onderdelen niet in overeenstemming met het provinciaal beleid. De provincie doelt dan specifiek op beperkingen die zijn gesteld in de ontwerpbesluiten. De provincie verzoekt om die reden de voorgestelde beperkingen voor windproject Noordzeeboulevard, die benoemd zijn in het amendement, de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en de ontwerp-omgevingsvergunningen, niet op te nemen in de definitieve verklaring van geen bedenkingen en de omgevingsvergunningen, tenzij daaraan een grondige ruimtelijke onderbouwing ten grondslag kan worden gelegd. Provincie vindt het spijtig dat de raad beperkingen wil opleggen aan windproject Noordzeeboulevard in de vorm van maximale tiphoogte en maximaal opgesteld vermogen. Daardoor kan dit windproject niet optimaal bijdragen aan de provinciale windenergieopgave. Daarnaast vraagt de provincie zich af of deze beperkingen juridisch te rechtvaardigen zijn. De beperkingen van de windturbines tot een tiphoogte van maximaal 225 meter en een opgesteld vermogen van 11.6 MW moeten gebaseerd zijn op ruimtelijke argumenten. Die argumenten lijken te ontbreken. De ontwerp-omgevingsvergunningen en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen bevatten geen ruimtelijke onderbouwing van deze beperkingen.

In de ontwerpverklaring van geen bedenkingen staat juist dat windproject Noordzeeboulevard niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat er geen weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 2.27, derde lid, Wabo en artikel 6.5, tweede lid, Bor van toepassing is. Beantwoording zienswijze De beperkingen die opgelegd zijn in de ontwerpvergunningen zijn één op één herleidbaar vanuit het door de gemeenteraad voorgedragen en aangenomen amendement. Deze beperkingen zijn dus als voorwaarden aan de ontwerp-vergunningsvoorschriften gekoppeld die ter inzage zijn gelegd. Daarmee zijn dus de ontwerp-beschikkingen aangepast ten opzichte van de versie die het college heeft aangeboden aan de gemeenteraad gekoppeld aan het verzoek een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen af te geven. In de toelichtende tekst bij het amendement zijn vanuit raadsfracties enige redenen/argumenten opgenomen die in uw ogen niet ruimtelijk relevant zijn en om die reden vraagt u dus om af te zien van de opgelegde beperkingen. Bestudering van de toelichtende teksten van het amendement leidt tot de conclusie dat er geen onderbouwing is geleverd vanuit ruimtelijke argumenten. Om die reden is uw zienswijze reëel en is uw bewering gerechtvaardigd dat er geen ruimtelijke argumenten zijn aangereikt in het amendement.

En waar er wel beweringen zijn aangereikt ontbreekt een nadere toelichting of uitleg op die bewering van ruimtelijke aard. Dat is dan ook de reden dat wij kunnen instemmen met uw zienswijze en de raad gevraagd zal worden het amendement niet meer van toepassing te verklaren. Als de gemeenteraad daarmee instemt, dan vervallen de gestelde beperkingen in de voorschriften van de vergunningen. Gemeente Voorne aan Zee heeft kennisgenomen van uw visie op de aangenomen motie.

5

Page 5 of 70

3.2 Havenbedrijf Rotterdam Inhoud zienswijze Havenbedrijf Rotterdam/Port of Rotterdam (verder te noemen HbR) brengt een zienswijze in met betrekking tot het onderwerp externe veiligheid. HbR geeft in de zienswijze aan dat er in het rapport geen rekening gehouden is met de High Impact Zone (HIZ). Nabij de locatie van windturbine 2 is een leidingstrook met hierin o.a. een waterstofleiding. In de leidingstrook is ruimte over om ander buisleidingen te plaatsen. De HIZ van de windturbine komt over de leidingstrook. HbR geeft aan dat in de QRA en de memo risicocontouren geen aandacht is besteed aan de HIZ, dit had volgens HbR wel gemoeten en is ook in eerdere gesprekken door HbR aan de initiatiefnemers en de gemeente Voorne aan Zee gemeld. HbR verzoekt om de maatvoering van de windturbines zodanig aan te passen dat de HIZ van de windturbine niet meer gelegen is over de leidingstrook. Als dat kan worden gegarandeerd, vervalt daarmee voor HbR dit zorgpunt. HbR geeft voorts aan dat zij twijfels hebben over de juistheid van de gegeven PR 10-6 afstand en ontvangen graag een onderbouwing van de wijze waarop de PR 10-6 afstand is berekend. Verder heeft HbR verzocht om het advies van de VRR aan te vullen omdat in de stukken hier niet verder op in wordt gegaan.

De VRR heeft het volgende advies opgenomen: beschouw vitale infrastructuur en (petro-) chemische industrie als kwetsbaar gebouw zoals bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Zorg voor voldoende afstand tussen deze objecten en de te realiseren windturbine door een minimale afstand aan te houden die gelijk staat aan de plaatsgebonden risicocontour (PR) 10-6 van de windturbine). Beantwoording zienswijze Gelet op het specifieke karakter van de zienswijze hebben wij onze interne adviseur, DCMR, gevraagd een advies op te stellen als beantwoording van deze zienswijze. Deze beantwoording is hier ingevoegd en tevens in bijlage 2 weergegeven. HIZ Het is correct dat de HIZ niet beschreven is. Dit is echter ook geen wettelijke vereiste. HbR geeft aan dit te hebben gemeld bij de initiatiefnemers en de gemeente, dit kan DCMR niet beoordelen. Voor de windturbine is door middel van een berekening in het externe veiligheidsonderzoek (QRA HyTransPort, kenmerk D10055651:154 van 6 april 2023, behorende bij de aanvulling op de ruimtelijke onderbouwing) aangetoond dat het effect op de gerealiseerde waterstofleiding acceptabel is. Hiermee is aangetoond dat er (op het moment van beoordelen) geen onacceptabele effecten zijn voor de omgeving. De wens van HbR om de afmetingen van de windturbine te beperken zodat de HIZ niet over de leidingstrook komt is begrijpelijk.

De HIZ is echter geen wettelijk vastgelegde zone en de initiatiefnemer is dus niet verplicht om hier rekening mee te houden. Plaatsgebonden risicocontour Hoe tot de PR 10-6 gekomen is, is beschreven in bijlage B in figuur 11,12 en 13 van het externe veiligheidsonderzoek (QRA HyTransPort, kenmerk D10055651:154 van 6 april 2023, behorende bij de aanvulling op de ruimtelijke onderbouwing). Wanneer bekend is welk type windturbine er daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden zal deze moeten passen binnen de gegeven PR 10-6. Het advies van de VRR om alle vitale infrastructuur en (petro-) chemische industrie als kwetsbaar gebouw te beschouwen is niet wettelijk gegrond. Met deze objecten wordt rekening gehouden door middel van een trefkansberekening. Het hanteren van de PR 10-6 als voldoende afstand tot aan een risico ontvangende installatie is een advies dat in het document VRR wordt benoemd. Er is door middel van de uitgevoerde berekeningen aangetoond dat de negatieve effecten van de windturbines niet resulteren in overschrijdingen van wettelijke grenswaarde. 6

Page 6 of 70

3.3 Initiatiefnemers: Pure Energie en Voorne Putten Energie Inhoud zienswijze De initiatiefnemers hebben in gezamenlijkheid een zienswijze ingebracht die feitelijk ingaat op het door de gemeenteraad aangenomen amendement. Indieners zijn van mening dat met de beperkingen die de raad heeft gesteld als gevolg van het aangenomen amendement er sprake is van een ‘verkapte weigering van de omgevingsvergunningen’. Ook wordt gesteld dat de gemeenteraad op ontoelaatbare wijze de aanvraag verlaat. Volgens initiatiefnemers resteert er nog maar één windturbinetype dat op de markt beschikbaar is als voldoen moet worden aan de voorwaarde bij de omgevingsvergunningen. Daarmee stellen ze vast dat er geen business case meer is te verwachten en er geen aanbesteding meer aan de orde is. In het amendement wordt -volgens de initiatiefnemers- ten onrechte het verband gelegd tussen een hoger opgesteld vermogen en milieueffecten als laag frequent geluid, horizonvervuiling en een grotere impact op flora- en fauna. De argumentatie per item is als volgt: • potentiële milieueffecten van windturbines op de omgeving zijn niet gerelateerd aan het vermogen in MW. Anders gezegd, windturbines met een groter vermogen kunnen minder milieueffecten hebben dat windturbines met een kleiner vermogen.

• de hoeveelheid (laagfrequent) geluid die een windturbine produceert is specifiek afhankelijk van het turbinetype en heeft geen directe relatie met het vermogen van een windturbine. Anders gezegd: het is mogelijk dat een windturbine met een lager geïnstalleerd vermogen meer (laagfrequent) geluid produceert dan een windturbine met een hoger geïnstalleerd vermogen. • de aangevraagde bandbreedte van afmetingen is te relateren aan de landschappelijke impact. De voorwaarde om de tiphoogte van de windturbines te beperken leidt er daarentegen juist toe dat windturbines – los van het feit dat deze nooit gerealiseerd kunnen worden – een in verhouding grote rotordiameter zullen moeten krijgen. Hiermee wordt het aanzicht van de windturbines minder fraai omdat in hoge mate moet worden afgeweken van de gulden snede. • het vermogen houdt in geen enkel opzicht verband met de ruimtelijke uitstraling van een opstelling met windturbines. Als de gemeenteraad bedoelt dat windturbines met een tiphoogte van meer dan 225 m meer overlast geven qua horizonvervuiling ontbreekt daarvoor elke motivering. • Uit het ecologisch onderzoek dat is uitgevoerd voor Windproject Noordzeeboulevard volgt dat een zo hoog als mogelijke tiplaagte een positief effect heeft op het gebied van ecologie.

Dit wordt veroorzaakt, omdat veel vogelsoorten bij een hogere tiplaagte onder de rotorbladen doorvliegen in plaats van dat zij ter hoogte van het rotorvlak vliegen. Hiermee wordt de kans dat deze vogelsoorten slachtoffer worden van een aanvaring met de windturbines aanzienlijk verkleind. Naast inhoudelijke argumenten gaan de initiatiefnemers ook expliciet in op het raadsbesluit dat de gemeenteraad van de voormalige gemeente Westvoorne nam op 23 maart 2022. Initiatiefnemers pleiten dat er in dat besluit van destijds nergens een maximum is gesteld aan vermogen of tiphoogte. Zij menen dat met de opgelegde beperkingen voor dit windproject het fair-play-beginsel wordt geschaad omdat optimalisatie in de andere windprojecten binnen de gemeentegrenzen wel acceptabel werd geacht. Voorts wordt gewezen op de Noodverordening Duurzame Energie. De aanvragen in het kader van de omgevingsvergunning zijn in december 2023 ingediend en toen gold de genoemde Noodverordening. Gelet op de omstandigheid dat de twee windturbines van hoger openbaar belang zijn, had de gemeenteraad bij de belangenafweging in het kader van 7

Page 7 of 70

het opleggen van vergunningvoorschriften zwaarder gewicht moeten toekennen aan het belang van de komst en de realisatie van de twee windturbines. Door daarentegen zwaarder gewicht toe te kennen aan het raadsbesluit en de milieueffecten, handelt de gemeenteraad in strijd met de Noodverordening. Tot slot gaan de initiatiefnemers nog in op de aangenomen motie waarin in feite windproject Noordzeeboulevard een koppeling krijgt met windproject Brielse Brug waarvoor een weigeringsbesluit is genomen en waar een beroepsprocedure volgt bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De koppeling van deze beperkende voorwaarde met het Windproject Brielse Brug toont aan dat er geen dragende ruimtelijke argumentatie is gegeven voor de beperking van de windturbines van windproject Noordzeeboulevard. Blijkbaar is het de intentie om alsnog meer vermogen toe te laten bij Noordzeeboulevard als het Windproject Brielse Brug definitief niet doorgaat. Beide windprojecten liggen echter op ruime afstand van elkaar, zodat er geen sprake kan zijn van een cumulatie van effecten. Beantwoording zienswijze Initiatiefnemers hebben een zienswijze ingebracht die bijna volledig is gewijd aan het amendement wat aangenomen is en consequenties heeft voor de door het college aangepaste ontwerp-beschikkingen.

De argumenten die de initiatiefnemers aandragen om te staven dat de inhoudelijke argumenten van de gemeenteraad niet ruimtelijk van aard zijn en in gevallen ook onjuist zijn, snijden hout. De motivatie op de verschillende onderdelen van de aangenomen motie is goed doordacht en deskundig onderbouwd met inhoudelijke en soms zelfs berekende tegenargumenten. De initiatiefnemers verwerpen alle argumenten op een inhoudelijke grondslag waarbij de uitleg bij de verwerpingen helder, consistent en terecht blijkt te zijn. Om die reden stemmen wij in het met verzoek van initiatiefnemers om de opgelegde beperkingen te schrappen in de vergunningvoorschriften en om die reden mee te gaan met het verzoek om het amendement te laten vervallen bij het afgeven van een definitieve verklaring van geen bedenkingen. Als dat gebeurt, kunnen de beperkende voorwaarden verbonden aan de beschikkingen eveneens vervallen.

3.4 Natuurvereniging Hollandse Delta Inhoud zienswijze De natuurvereniging Hollandse Delta (verder te noemen NHD) heeft een zienswijze ingediend tegen alle in het overzicht vermelde ontwerp-besluiten. Om die reden is ook de provincie Zuid-Holland geconsulteerd. De natuurvereniging acht de schade aan de Voordelta (en de daaraan grenzende Natura 2000-gebieden Voornes Duin, De Duinen van Goeree & Kwade Hoek en Haringvliet dermate groot dat zij het standpunt inneemt dat het klimaatbelang in dit geval moet wijken voor het natuurbelang. De eerste opmerking die NHD maakt, heeft betrekking op het gegeven dat er twee verschillende, maar identieke vergunningaanvragen zijn gedaan voor het bouwen van een bouwwerk, het uitvoeren van werken of werkzaamheden waarvoor handelingen noodzakelijk zijn die in strijd zijn met de regels ruimtelijke ordening. Beide aanvragen hebben betrekking op een en hetzelfde project.

8

Page 8 of 70

NHD is van mening dat dit een onnodig verwarrende manier van werken is. Nergens wordt gemotiveerd met welke bedoeling twee aparte aanvragen worden gedaan, waar onzes inziens ook had kunnen worden volstaan met een aanvraag voor twee molens. NHD heeft onoverkomelijke bezwaren tegen beide windmolens vanwege de gekozen locatie(s), die niet alleen in strijd zijn met het bestemmingsplan Zeegebied Westvoorne 2013, met de Wet Geluidhinder (de geluidzone) en met de regelgeving m.b.t. de dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering, maar ook met de regelgeving m.b.t. de zgn. demarcatielijn: Aanwijzingsbesluit Voordelta als Natura 2000-gebied 19 februari 2008, kenmerk: DRZK/2008-113 Ontwerpbesluit beperking toegankelijkheid natuurgebieden ex art. 2.5. Wnb Natura 2000-gebied Voordelta. NHD is van mening dat een beplantingsplan onzinnig is en stelt voor om ter plekke de natuurlijke ontwikkeling op en langs de bouwlocatie na de bouw haar gang te laten gaan.

NHD vraagt zich af waarom in de vergunningaanvraag allerlei variabele maten (bandbreedtes) zijn opgenomen in relatie tot de te bouwen turbines, terwijl al duidelijk is dat de molens een maximaal opgesteld vermogen mogen hebben van 11,6 MW voor het hele project en een tiphoogte van maximaal 225m? NHD is van mening dat de aanvrager niet alleen aansprakelijk is voor beschadiging aan openbaar groen en/of bestratingen, maar ook voor beschadiging van natuur. NHD stelt daarom voor om naast een omgevingsfonds ook een specifiek natuurfonds te verplichten waarin de compensatiegelden van dit project gestort worden die uitsluitend kunnen worden besteed aan natuur gerelateerde projecten. NHD vraagt om een MER uit te voeren aangezien overduidelijk is dat deze molens onderdeel zijn van het totale conglomeraat aan molens in de directe omgeving. Naar het oordeel van NHD is dat door het niet betrekken van de bepalingen m.b.t. de demarcatielijn niet is voldaan aan deze eis van de Crisis- en Herstelwet en verzoekt daarom de gevolgde procedure ongeldig te verklaren. NHD heeft kennisgenomen van de verplichting dat na afloop van de exploitatieperiode de situatie met de wettelijk voorgeschreven toestand in overeenstemming moet worden gebracht.

NHD schat in dat over dertig jaar ook de nu al voorziene uitbreiding van haven- en industriegebieden in de vorm van Maasvlaktes III en IV zullen zijn uitgevoerd. NHD is in dit kader van mening dat dit aspect volledig buiten beschouwing is gelaten en vraagt daarom ook om deze reden de procedurele eisen die aan dit project verbonden zijn als incompleet en daarom als niet ontvankelijk te verklaren. NHD is van mening dat het aangenomen amendement een dusdanige aanpassing is van de in procedure gebrachte stukken dat vastgesteld moet worden dat daardoor de rechtsgrond onder deze aanvraag is komen te vervallen en vraagt daarom de gehele procedure nietig te verklaren. Voorts is NHD van mening dat de provincie ten onrechte een ontheffing heeft verleend omdat niet is voldaan aan de voorwaarde uit art. 6.31a van de verordening. NHD vraagt daarom de verleende ontheffing terug te nemen. NHD bestrijdt door haar ingebrachte argumenten de door de Provincie getrokken conclusie dat is voldaan aan de criteria van de verordening is en daardoor voor verlening van een

9

Page 9 of 70

ontheffing in aanmerking komt. NHD is daarom van mening dat de ontheffing onterecht is verleend en verzoekt derhalve de ontheffing onrechtmatig te verklaren. NHD constateert dat de gekozen locatie niet alleen gedeeltelijk in NNN-gebied ligt, maar ook volledig binnen het Natura 2000-gebied Voordelta ligt. Het maatschappelijk belang van de transitie van het Rotterdamse haven- en industriegebied vertegenwoordigt eveneens een zeer groot maatschappelijk belang. Als zij in staat zijn die ontwikkeling vorm te geven op een manier die scheiding tussen natuur ten zuiden van de demarcatielijn en de de haven- en industriële gebieden ten noorden van de demarcatielijn te respecteren dan kan de industriële energietransitie met windmolens ook die lijn (letterlijk, figuurlijk, moreel-ethisch, juridisch) respecteren. NHD vraagt daarom vernietiging van verleende ontheffingen en vergunning met betrekking tot het toestaan van Windpark Noordzeeboulevard.

Beantwoording zienswijze Ten aanzien van de door NHD genoemde, internationale verdragen – met uitzondering van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn (die vormen immers de basis voor de toets in het kader van de Wet natuurbescherming) – wijzen wij erop dat deze verdragen geenszins eenieder verbindende voorschriften bevatten, althans dat deze verdragen verdisconteerd zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving waaraan getoetst is naar aanleiding van de aanvragen omgevingsvergunning. Dat sprake is van twee verschillende aanvragen is uiteindelijk de keuze van de initiatiefnemers. Het staat hen binnen het wettelijk kader vrij één of twee omgevingsvergunningen aan te vragen. Het klopt dat er een verschrijving heeft plaatsgevonden in de aanvraag. In plaats van de genoemde 30 maanden had er 360 maanden moeten staan, want in de aanvragen wenst de initiatiefnemers dat de omgevingsvergunningen voor de windturbines gedurende die periode (30 jaar) wordt afgegeven. Dus dit klopt en we vertrouwen erop dat dit bij deze is rechtgezet. Wat betreft de demarcatielijn wijzen wij er allereerst op dat de volgende in de zienswijze van NHD opgenomen zinssnede niet volgt uit het aanwijzingsbesluit.

“Industriële ontwikkelingen en havenuitbreidingen zijn op planologische gronden niet toegestaan ten zuiden van de demarcatielijn, om het natuurgebied te beschermen tegen verdere aantasting.” In de Planologische Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (2006) is in § 4.5.2 overwogen dat geen landaanwinningen voor een haven- en industrieterrein zijn toegestaan. Dat volgt overigens evenzo uit het voorontwerpbestemmingsplan Maasvlakte 2 uit 2007. Voor het realiseren van twee windmolens wordt geen land aangewonnen, zodat reeds daarom geen sprake is van strijd met de demarcatielijn. Evenmin is sprake van een havenuitbreiding, waardoor eveneens geen sprake is van strijd met de demarcatielijn. Ook overigens is onzes inziens geen sprake van een haven- of industriegerelateerde ontwikkeling. Zodoende hoefde niet getoetst te worden aan de demarcatielijn. Ten slotte wijzen wij er in dit kader op dat de volgens NHD aan de orde zijnde industriefunctie niet aan de orde kan zijn nu het volgende ten aanzien van een dergelijke functie uit het Bouwbesluit volgt: “industriefunctie: gebruiksfunctie voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden;” Van een dergelijke functie is bij een windmolen overduidelijk geen sprake. 10

Page 10 of 70

Ten aanzien van het Bouwbesluit en dat onvoldoende aannemelijk zou zijn dat daaraan voldaan is, wijzen wij erop dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat de aannemelijkheidstoets de aan te leggen toets is in het kader van het beoordelen van de aanvragen van de initiatiefnemers. NHD maakt in haar zienswijze niet (voldoende) duidelijk waarom het onaannemelijk is dat aan de eisen van het Bouwbesluit voldaan wordt. Zij volstaat enkel met de overweging dat zij niet kan instemmen met de conclusie dat het voldoen aan het Bouwbesluit voldoende aannemelijk is gemaakt en dat zij de door ons getrokken conclusie niet onderschrijft. Voor zover NHD zich afvraagt waarom in de aanvraag allerlei variabele maten zijn opgenomen, wijzen wij erop dat de aanvrager de aard, omvang en reikwijdte van zijn aanvraag bepaalt. Dat is hetgeen wij als bevoegd gezag te beoordelen hebben. Verder wijzen wij erop dat het opnemen van een bepaalde bandbreedte zorgt voor flexibiliteit in een zich snel ontwikkelende markt enerzijds en een relatief langzame afhandeling van aanvragen voor ruimtelijke ontwikkelingen anderzijds. Daarmee wordt voorkomen dat na het doorlopen van de procedure voor het verkrijgen van publiekrechtelijke toestemming voor de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een niet bruikbare toestemming.

Tenslotte is het opnemen van een bepaalde bandbreedte een ook door de Afdeling geaccepteerde praktijk bij aanvragen omgevingsvergunning voor windturbines. Waar NHD in haar zienswijze de wens uit voor het verrichten van een MER, wijzen wij erop dat daartoe op grond van de SMB-richtlijn geen juridische verplichting bestaat. Ook bestaat het windproject Noordzeeboulevard uit maximaal 2 windturbines. Daarmee is er geen sprake van een windturbinepark als gedefinieerd in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dat NHD van mening is dat dat anders zou moeten zijn, doet daar niet aan af. Naar aanleiding van hetgeen NHD in haar zienswijze naar voren brengt over de instandhoudingstermijn, wijzen wij erop dat het in overeenstemming brengen met de wettelijk voorgeschreven toestand ziet op het na het aflopen van de exploitatieperiode van 30 jaar vigerende wettelijk regime. Dat maakt dat (eventueel) toekomstige ontwikkelingen, zoals door NHD genoemd, tezijnertijd verdisconteerd behoren te zijn en de wettelijk voorgeschreven zullen zijn. Hierbij wijzen wij er overigens op dat wanneer de redenering van NHD gevolgd wordt wat betreft (vooralsnog) beleidsmatige vooruitzichten over onzekere, toekomstige ontwikkelingen, ruimtelijke ontwikkelingen erg lastig mogelijk gemaakt kunnen worden.

Dat, zoals NHD vervolgens aanvoert, het door de gemeenteraad aangenomen amendement maakt dat afgeweken wordt van de aanvraag is hiervoor in woorden van gelijke strekking aan de orde gekomen bij de behandeling van de zienswijze van de provincie en de initiatiefnemers. Wat betreft de vragen en aspecten die gesteld zijn aan de provincie dan wel aan de orde zijn vanuit het perspectief van de provincie als bevoegd gezag wordt verwezen naar onderstaande. In artikel 6.31 ev. van de verordening zijn de criteria opgenomen voor een ontheffing die betrekking heeft op een ontwikkeling binnen een gebied dat is aangemerkt als een Natuurnetwerk Nederland (NNN- gebied). Er wordt gesteld dat een ontheffing alleen kan worden toegekend als er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten op de kwaliteit en samenhang van het NNN- gebied wordt beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd, zoals benoemd in art. 6.9, vierde lid.

11

Page 11 of 70

Er is geen sprake van reële alternatieven voor de aanleg van de twee windturbines en alternatieve energieopwekmogelijkheden in de plaats van windenergie. Dit is onderbouwd in paragraaf 4.2 van de Nee, Tenzij-toets Windproject Noordzee Boulevard. De aanleg van de windturbines heeft een significant ruimtebeslag binnen het aanwezige beheertype Duinbos. De overige beheertypen binnen het plangebied vindt geen significante aantasting van het oppervlak of wezenlijke kenmerken en waarden plaats. De realisatie van de twee windturbines betekent dat er aan natuurbeheertype duinbos 0,77 ha tot 0.81 ha areaal gecompenseerd moet worden. De provincie heeft een afweging gemaakt tussen het provinciale belang betreffende het NNN, het zwaarwegende maatschappelijke belang van de opwekking van duurzame energie en het ontbreken van een reëel alternatief. De voorwaarden voor natuurcompensatie rechtvaardigen het verlenen van de ontheffing. Natuurcompensatie Voor natuurcompensatie zijn voorwaarden opgenomen in artikel 6.9 e, lid 4 en 5. Hierin wordt benoemd dat de compensatie niet mag leiden tot nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de kenmerken en waarden van het NNN- gebied. De compensatie moet plaatsvinden aansluitend of nabij het aangetaste gebied door het realiseren van gelijkwaardige waarden.

Indien fysieke compensatie niet mogelijk is op korte termijn kan er financiële compensatie plaatsvinden. In navolging van de bovenstaande voorwaarden heeft de provincie Zuid – Holland in de ontheffing voorwaarden voor natuurcompensatie opgenomen. Uitgangspunt is dat de compensatie fysiek wordt uitgevoerd, zoals ook is vastgelegd in de voorkeursladder in de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013. Er is overeenstemming met het Zuid Hollands Landschap over een compensatiegebied. De afspraken zijn nog niet volledig vastgelegd. Om deze compensatie duurzaam te verzekeren is het nodig dat de afspraken in het natuurcompensatieplan, nader worden vastgelegd in een overeenkomst. Dit zal als voorwaarde moeten worden opgenomen door de gemeente bij het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan voor de realisatie van de windturbines. De compensatiemaatregelen van het ruimtebeslag zullen gereed zijn voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden van de windturbines, die naar verwachting medio 2026/2027 plaatsvinden. Als de voorgestelde fysieke compensatie voor start van de werkzaamheden in het gebied voor de bouw van de windturbines toch niet mogelijk blijkt te zijn zal financiële compensatie plaatsvinden zoals ook in opgenomen in de Nee, tenzij-toets (paragraaf 4.3.2. alinea voorstel financiële compensatie).

De initiatiefnemer informeert de gemeente en provincie schriftelijk, voorafgaand aan de werkzaamheden hoe de compensatie is ingevuld. Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat er voldaan is aan de criteria van de aangedragen artikelen door reclamant, te weten artikel 6.9e, vierde lid, aanhef en onder a en b, artikel 6.29 en artikel 6.31, aanhef en onder a, van de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

12

Page 12 of 70

3.5 Reclamant 1 Inhoud zienswijze Reclamant is het niet eens met het feit dat de Gedeputeerde Staten een ontheffing hebben verleend in relatie tot het aanwezige NatuurNetwerk Nederland-gebied. Reclamant wenst geen windturbines in de nabijheid van een natuurgebied met prachtige fauna. Reclamant wenst dat windturbines op een andere locatie worden gesitueerd bijvoorbeeld langs de noordzijde van het Oostvoorne Meer. Beantwoording zienswijze De locatiekeuze voor zoekgebieden windenergie is vastgelegd in de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) van de provincie Zuid- Holland in 2016 en 2017. Uiteindelijk beslisten Provinciale Staten over alle zoeklocaties voor windenergie in de regio Rotterdam en dit besluit van december 2017 is onherroepelijk geworden. Noordzeeboulevard is één van die vastgestelde locaties en bestaat uit twee delen. Het westelijk deel is in het verlengde van de bestaande windturbines van de Slufterdam en het oostelijk deel is het deel wat reclamant aandraagt. Echter; de gehele strook is dus bestaand zoekgebied voor windenergie waarbij de voormalige gemeente Westvoorne een duidelijke voorkeur heeft uitgesproken voor het westelijk deel en juist niet voor de noordzijde van het Oostvoornsemeer.

Verder wijzen wij erop dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wij dienen te beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend en dat het bestaan van alternatieven alleen dan tot de weigering van een omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan kan leiden, als op voorhand duidelijk is dat door de uitvoering van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat met aanmerkelijk minder bezwaren kan worden bereikt (ECLI:NL:RVS:2024:1949, r.o. 6.2). Van dat laatste is niet, althans onvoldoende gebleken met de zienswijze van NHD. Belangenafweging In 2024 is er een ontheffingsverzoek zoals bedoeld in artikel 6.29 van de Omgevingsverordening (hierna: verordening) van de provincie Zuid – Holland aangevraagd voor de aantasting van het NNN- gebied ten behoeve van de realisatie van de twee windturbines aan de Noordzeeboulevard in Voorne aan Zee. Dit verzoek is beoordeeld door de provincie en zij heeft besloten de gevraagde ontheffing te verlenen. De aanvraag is beoordeeld op basis van oude regelgeving, namelijk de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Artikel 4.1.a Wro in samenhang met artikel 6.29 van de verordening is bepaald dat een ontheffing kan worden verleend indien het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen.

De realisatie van de windturbines aan de Noordzeeboulevard draagt bij aan het uitvoeren van de Regionale Energie Strategieën en het behalen van de klimaatdoelstellingen op Rijksniveau en is daarmee van groot maatschappelijk belang. Verder is er een bestuursakkoord gesloten op 9 december 2019, waarin de provincie Zuid-Holland en de gemeente Voorne aan Zee afspraken hebben gemaakt over de bevoegdheden en de locatie van de te realiseren windprojecten waarin deze locatie ook onder valt. Weigeren van de ontheffing zou dan ook de gewenste ontwikkeling van het gebied voor windprojecten belemmeren dat gezien de ligging aan de Noordzeeboulevard van groot maatschappelijk belang is voor de energietransitie. Gezien het groot maatschappelijk belang van het project is het mogelijk om deze te realiseren in het betreffende gebied mits er wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 6.31 ev. van de verordening. De voorwaarden worden gesteld om de negatieve effecten van het project op de natuur te beperken. De effecten die niet voorkomen kunnen worden, zullen worden gecompenseerd. De provincie heeft deze voorwaarden opgenomen in haar beleid om de impact op de natuur zo klein mogelijk te houden. 13

Page 13 of 70

Ontheffingscriteria In artikel 6.31 ev. van de verordening zijn de criteria opgenomen voor een ontheffing die betrekking heeft op een ontwikkeling binnen een gebied dat is aangemerkt als een Natuurnetwerk Nederland (NNN- gebied). Er wordt gesteld dat een ontheffing alleen kan worden toegekend als er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten op de kwaliteit en samenhang van het NNN- gebied wordt beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd, zoals benoemd in art. 6.9, vierde lid. Er is geen sprake van reële alternatieven voor de aanleg van de twee windturbines en alternatieve energieopwekmogelijkheden in de plaats van windenergie. Dit is onderbouwd in paragraaf 4.2 van de Nee, Tenzij-toets Windproject Noordzee Boulevard. De aanleg van de windturbines heeft een significant ruimtebeslag binnen het aanwezige beheertype Duinbos. De overige beheertypen binnen het plangebied vindt geen significante aantasting van het oppervlak of wezenlijke kenmerken en waarden plaats. De realisatie van de twee windturbines betekent dat er aan natuurbeheertype duinbos 0,77 ha tot 0.81 ha areaal gecompenseerd moet worden. De provincie heeft een afweging gemaakt tussen het provinciale belang betreffende het NNN, het zwaarwegende maatschappelijke belang van de opwekking van duurzame energie en het ontbreken van een reëel alternatief.

De voorwaarden voor natuurcompensatie rechtvaardigen het verlenen van de ontheffing. Natuurcompensatie Voor natuurcompensatie zijn voorwaarden opgenomen in artikel 6.9 e, lid 4 en 5. Hierin wordt benoemd dat de compensatie niet mag leiden tot nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de kenmerken en waarden van het NNN- gebied. De compensatie moet plaatsvinden aansluitend of nabij het aangetaste gebied door het realiseren van gelijkwaardige waarden. Indien fysieke compensatie niet mogelijk is op korte termijn kan er financiële compensatie plaatsvinden. In navolging van de bovenstaande voorwaarden heeft de provincie Zuid – Holland in de ontheffing voorwaarden voor natuurcompensatie opgenomen. Uitgangspunt is dat de compensatie fysiek wordt uitgevoerd, zoals ook is vastgelegd in de voorkeursladder in de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013. Er is overeenstemming met het Zuid Hollands Landschap over een compensatiegebied. De afspraken zijn nog niet volledig vastgelegd. Om deze compensatie duurzaam te verzekeren is het nodig dat de afspraken in het natuurcompensatieplan, nader worden vastgelegd in een overeenkomst. Dit zal als voorwaarde moeten worden opgenomen door de gemeente bij het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan voor de realisatie van de windturbines.

De compensatiemaatregelen van het ruimtebeslag zullen gereed zijn voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden van de windturbines, die naar verwachting medio 2026/2027 plaatsvinden. Als de voorgestelde fysieke compensatie voor start van de werkzaamheden in het gebied voor de bouw van de windturbines toch niet mogelijk blijkt te zijn zal financiële compensatie plaatsvinden zoals ook in opgenomen in de Nee, tenzij-toets (paragraaf 4.3.2. alinea voorstel financiële compensatie). De initiatiefnemer informeert de gemeente en provincie schriftelijk, voorafgaand aan de werkzaamheden hoe de compensatie is ingevuld.

14

Page 14 of 70

4. (Ambtshalve) Wijzigingen In onderstaande tabel zijn de ambtshalve wijzigingen aangegeven die de gemeente doorvoert in het definitieve besluit. Deze wijzigingen betreffen aanvullingen, dan wel aanpassingen die tot doel hebben om de duidelijkheid van de bestaande tekst te vergroten, de laatste informatie toe te voegen teneinde het complete beeld over een onderwerp te kunnen geven of het in lijn te brengen van de tekst met de juridische vereisten die gesteld worden aan dit besluit. Deze aanvullingen en aanpassingen hebben geen relevante wijziging van de inhoud van het besluit tot gevolg. Dit in tegenstelling tot enkele zienswijzen die aanleiding hebben gegeven om een aantal wijzigingen door te voeren. Deze zijn reeds beargumenteerd in hoofdstuk 3, maar worden voor het volledige overzicht toegevoegd in de navolgende tabel. Ambtshalve wijziging Watervergunning Rijkswaterstaat De watervergunningen voor de windturbines zijn aangevraagd voor een periode van 30 jaar. Per abuis is de termijn van 30 jaar niet opgenomen in de ontwerpbesluiten. Bij de definitieve besluiten is dit gecorrigeerd en zal de termijn worden opgenomen in het besluit conform de aanvraag.

Defensieradar In paragraaf 4.13.1 hebben we toegevoegd dat in de coördinaten van de windturbines op basis van het onderzoek van 9 november 2022 minimale wijzigingen hebben plaatsgevonden, die geen relevante invloed hebben op radarverstoring volgens het oordeel van Defensie. En dat de eerder afgegeven VGB uit Bijlage D blijft daarmee van kracht blijft. Daarnaast is de naam van bijlage D, voorheen 'TNO-onderzoek Defensieradar', aangevuld met 'VGB Ministerie van Defensie'. Deze bijlage was overigens ook al opgenomen in de vorige versie van de RO, maar is nu duidelijker benoemd. Digitale publicatie Het besluitgebied van de omgevingsvergunning was bij de ontwerpfase digitaal weergegeven met enkel de windturbineposities (inclusief funderingen). De kraanopstelplaatsten behoorden hier niet bij. Bij de definitieve fase worden alle permanente voorzieningen die in strijd zijn met de bestemming/functie in het omgevingsplan, zo ook de kraanopstelplaatsen. Wijzigingen na zienswijzen Voorschriften in omgevingsvergunningen Naar aanleiding van de zienswijzen is voorschrift 13 verwijderd uit beide omgevingsvergunningen, deze luidt: De ontwikkeling dient binnen het kader van het raadsbesluit van de voormalige gemeente Westvoorne van 23 maart 2022 te blijven, inhoudende dat de twee windmolens met een opgesteld vermogen van 11.6 MW voor het totale project en een tiphoogte van 225 m.

Ook de tekstpassage die verwijst naar dit toegevoegde voorschrift is aangepast.

Motivering Aanvulling op tekst in verband met juridische vereisten (aanvraag)

Pagina Pagina 2 en pagina 8 van de watervergunningen (RWS)

Dit heeft betrekking op de watervergunning (Rijkswaterstaat) Aanvulling op tekst ter verduidelijking bestaande tekst

Pagina 61 en pagina 83 van de Ruimtelijke onderbouwing

Dit heeft betrekking op de omgevingsvergunning (gemeente Voorne aan Zee)

Aanvulling op bestaande weergave ter volledigheid van informatie

Betreft geen beleidsdocument maar de manier waarop het besluitingsgebied digitaal is weergegeven op regelsopdekaart.nl

Motivering Geen ruimtelijk relevante/valide argumenten voor het toevoegen van voorschrift 13, naar aanleiding van het raadsamendement

Pagina Pagina 4 en 10 van de omgevingsvergunningen

Dit heeft betrekking op de omgevingsvergunningen (gemeente Voorne aan Zee)

15

Page 15 of 70

Gedeputeerde Staten Postadres Provinciehuis

Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl Datum

Zie verzenddatum rechtsonder Ons kenmerk

DOS 2025-0002750 PZH 2025-877628456 Uw kenmerk

-

De gemeenteraad van Voorne aan Zee, t.a.v. afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis

Bijlagen

-

Onderwerp

Zienswijze inzake ontwerp omgevingsvergunning van Windproject Noordzeeboulevard Geachte raad van Voorne aan Zee , Inleiding De uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is toegepast. Als onderdeel van die procedure wordt eerst een ontwerpbesluit bekendgemaakt, waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (met name Afdeling 3.2, 6.2 en artikel 6.40, digitale vindplaats: Omgevingsbeleid - Provincie Zuid-Holland. In de visie, de Programma(s) en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen. Wij dienen tegen het ter visie liggende ontwerpbesluit van uw gemeente een zienswijze in vanwege een voorgestelde beperking van het windproject Noordzeeboulevard. De zienswijze heeft betrekking op de ontwerpbesluiten inzake windproject Noordzeeboulevard (WP Noordzeeboulevard), bestaande uit: • de ontwerp-omgevingsvergunning met zaaknummer 1992ESUITE2492352023 en OLO-kenmerk 8263979 (WT1); • de ontwerp-omgevingsvergunning met zaaknummer 1992ESUITE2491582023 en OLO-kenmerk 8244365 (WT2); en • de ontwerpverklaring van geen bedenkingen van 5 juni 2025 met zaaknummer 64666-2025.

Beperking windproject Noorzeeboulevard onrechtmatig Gedeputeerde Staten zijn blij dat Voorne aan Zee stappen zet om windenergie te realiseren aan de Noordzeeboulevard. Voorne aan Zee handelt daarmee in lijn met de bestuurlijke afspraken met de provincie (bestuursovereenkomst bevoegdheden windenergie Westvoorne d.d. 9 december 2019, bijlage 1), de regiogemeenten in het Convenant windenergie Rotterdamse Regio en de RES

PZH-2025-877628456 dd. 24-07-2025

Page 16 of 70

Ons kenmerk

2025-0002750

Rotterdam Den Haag. Wij constateren echter ook dat in de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en de ontwerp-omgevingsvergunningen beperkingen worden voorgesteld, waardoor windproject Noordzeeboulevard minder kan bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen dan gehoopt. De initiatiefnemer hanteert in haar aanvraag een bandbreedte voor de specificaties van de windturbines met een tiphoogte van minimaal 225 en maximaal 280 meter. Uit de ter inzage gelegde documentatie begrijpen wij dat er vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen bezwaren bestaan tegen de bovenkant van die bandbreedte. Op 5 juni 2025 heeft de raad er echter voor gekozen om in de ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunningen de voorwaarde op te nemen dat de windturbines ontwikkeld worden binnen het kader van het raadsbesluit van Westvoorne van 23 maart 2022. Dat houdt volgens de voorwaarde in dat de twee windturbines gezamenlijk een opgesteld vermogen van maximaal 11.6 MW en met een tiphoogte van maximaal 225 meter mogen hebben. Deze voorwaarde is door uw college als voorschrift 13 opgenomen in de ontwerp-omgevingsvergunningen. Deze beperking zal tot gevolg hebben dat windproject Noordzeeboulevard niet optimaal kan functioneren.

Wij vinden het spijtig dat de raad beperkingen wil opleggen aan windproject Noordzeeboulevard waardoor dit windproject niet optimaal kan bijdragen aan de provinciale windenergieopgave. Daarnaast vragen wij ons af of deze beperkingen juridisch te rechtvaardigen zijn. Een verklaring van geen bedenkingen voor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan op grond van artikel 2.27, eerste, derde en vierde lid, Wabo en artikel 6.5, tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) slechts worden geweigerd of onder voorwaarden worden verleend in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De beperkingen van de windturbines tot een tiphoogte van maximaal 225 meter en een opgesteld vermogen van 11.6 MW moeten dus gebaseerd zijn op ruimtelijke argumenten. Die argumenten lijken te ontbreken. De ontwerp-omgevingsvergunningen en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen bevatten geen ruimtelijke onderbouwing van deze beperkingen. In de ontwerpverklaring van geen bedenkingen staat juist dat windproject Noordzeeboulevard niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat er geen weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 2.27, derde lid, Wabo en artikel 6.5, tweede lid, Bor van toepassing is.

De voorwaarde aan de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en het voorschrift in de ontwerpomgevingsvergunningen zijn opgenomen naar aanleiding van het amendement “Voorwaarden windopgave Voorne aan Zee”. In dit amendement wordt gesteld dat een hoger opgesteld vermogen van een windturbine ruimtelijk meer overlast veroorzaakt voor wat betreft het laagfrequent geluid en horizonvervuiling en meer impact heeft op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. In het amendement staat echter ook dat de raad bereid is om de beperking te laten vallen als het afwijzingsbesluit voor windproject Brielse Brug onherroepelijk is geworden en de locatie uit de Visie Ruimte van Mobiliteit van de provincie Zuid Holland voor dat windproject is vervallen. In navolging van deze voorwaarde heeft de raad de motie “Mogelijke route naar vervallen projectlocatie windturbines Brielse Brug” aangenomen.

2/3 PZH-2025-877628456 dd. 24-07-2025

Page 17 of 70

Ons kenmerk

2025-0002750

De stelling dat een hoger opgesteld vermogen meer overlast veroorzaakt, is evenwel niet onderbouwd met (ruimtelijke) argumenten en verhoudt zich lastig tot de ruimtelijke onderbouwing bij de ontwerp-omgevingsvergunningen. Daaruit blijkt immers dat er vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordeningen geen bezwaren bestaan tegen een hogere tiphoogte en opgesteld vermogen. Het raadsbesluit van 23 maart 2022, waaruit de beperkingen voor windproject Noordzeeboulevard zouden volgen, bevat ook geen ruimtelijke argumenten. Verder merken wij op dat het feit dat de raad bereid is om de beperkingen van windproject Noordzeeboulevard te laten vallen als windproject Brielse Brug definitief niet doorgaat, ervan getuigt dat de raad windproject Noordzeeboulevard beperkt om redenen buiten de ruimtelijke sfeer. Wij zien ook niet in hoe een beperking van het opgestelde vermogen van de windturbines gerechtvaardigd kan worden met ruimtelijke argumenten omdat het opgestelde vermogen zelf geen ruimtelijke gevolgen heeft. Tot slot vragen wij ons af of het afhankelijk maken van het ene windproject van het vervallen van het andere windproject wel ruimtelijk relevant is.

Gelet op bovenstaande verzoeken wij u om de voorgestelde beperkingen voor windproject Noordzeeboulevard, die benoemd zijn in het amendement, de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en de ontwerp-omgevingsvergunningen, niet op te nemen in de definitieve verklaring van geen bedenkingen en de omgevingsvergunningen, tenzij daaraan een grondige ruimtelijke onderbouwing ten grondslag kan worden gelegd. Conclusie Op basis van de aangeboden gegevens constateren wij dat het ontwerpbesluit op genoemde onderdelen niet in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader en daarom verzoeken wij u om het besluit alsnog op deze punten aan te passen.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen, drs. K.P. Spannenburg Hoofd Beoordeling Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief. Wij verzoeken u in uw correspondentie altijd het DOS-nummer te vermelden dat wij rechts bovenaan in deze brief hebben opgenomen.

3/3 PZH-2025-877628456 dd. 24-07-2025

Page 18 of 70

Port of Rotterdam

Gemeenteraad Voorne aan Zee t.a.v. Afdeling Ruimtelijke ontwikkeling Postbus 13 3220 AA HELLEVOETSLUIS

Datum 24 juli 2025 Ons kenmerk HBR18122-449211569-475 Aantal bijlagen Contactpersoon Colinda Land Telefoon +31 (0)6 51 33 19 83 E-mail ca.land@portofrotterdam.com

En per e-mail aan: qemeente(a)voorneaanzee.nl

Onderwerp: Zienswijze Ontwerp besluit omgevingsvergunningen windproject Noordzeeboulevard

Geachte Raad,

Op 18 juni 2025 heeft het College van B&W bekend gemaakt dat u heeft besloten voor het ‘Ontwerp besluiten windproject Noordzeeboulevard Voorne aan Zee’ een ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het verlenen van twee omgevingsvergunningen voor het realiseren van (ieder) één windturbine aan de Noordzeeboulevard (in totaal dus 2 windturbines). Via de kennisgeving van 18 juni jl. zijn vervolgens de officiële stukken ter inzage gelegd. De ter inzage legging eindigt op 31 juli 2025. Achtergrond Havenbedrijf Rotterdam N.V. (HbR) heeft in haar ondernemingsstrategie aangegeven te streven naar een klimaatneutrale haven. Windenergie op land en zee levert een bijdrage om die ambitie te realiseren. Waar mogelijk stimuleert HbR de ontwikkeling van windinitiatieven mits deze geen impact hebben op het functioneren van het Haven Industrieel Complex (HIC). Alhoewel wij in 2023 al door de gemeente Voorne aan Zee zijn betrokken bij deze planvorming hebben wij moeten constateren dat door omstandigheden de communicatie op dit dossier sinds februari 2025 is stilgevallen. Reeds in 2023 hebben wij kenbaar gemaakt zorgen te hebben op het effect van de windturbines op de leidingstroken van het HIC.

Wij moeten constateren dat op grond van de ontwerp omgevingsvergunningen en het gesprek met de ontwikkelaar en gemeente Voorne aan Zee op 24 juli 2025 die zorgen nog niet volledig zijn weggenomen. Mede gelet op het grote belang van de leidingstroken voor het functioneren van het HIC dienen wij deze zienswijze in. Externe Veiligheid High Impact Zone (HIZ) In de onderbouwing en de aanvullende onderzoeken met betrekking tot de leidingstrook wordt de nadruk gelegd op de leiding van Hytransport. Als beheerder en ontwikkelaar van het HIC kijken wij niet alleen naar het effect op individuele leidingen zoals die van Hytransport, maar ook naar het effect op de totale leidingstrook. Nog niet volledig gevulde leidingstroken bieden ruimte voor toekomstige buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Om de effecten goed in beeld te brengen, wordt gekeken naar de plaatsgebonden risicocontour (zie hierna) maar ook naar de HIZ van de windturbine.

Post Havenbedrijf Rotterdam N.V., Postbus 6622, 3002 AP Rotterdam Bezoek World Port Center, Havennummer 1247, Wilhelminakade 909, 3072 AP Rotterdam Website V7ww.portofrotterdam.com KvK 24354561 BIC INGBNL2A IBAN NL 39 ING B 0663 616476

Pagina

1/3

Page 19 of 70

Datum 24 juli 2025 Ons kenmerk HBR18122-449211569-475

In de Handreiking Risicozonering Windturbines is opgenomen dat windturbines geen substantiële bijdrage mogen leveren aan een hoger risico voor buisleidingen. Uit onderzoek van Gasunie, RIVM en Havenbedrijf Rotterdam is gebleken dat van een hoger risico geen sprake is indien de afstand van de windturbine tot de leiding groter is dan de HIZ. Uit de onderzoeken blijkt dat windturbine 2 een High Impact Zone (HIZ) heeft die ligt over een bestemde leidingstrook, zie figuur 1.

Deze leidingstrook is een belangrijke verbinding voor kabels en leidingen vanaf de Maasvlakte naar de andere gebieden binnen het HIC en het achterland. In deze leidingstrook is de ligging van, met name, leidingen voor de energietransitie voorzien. De waterstofleiding van HyNetwork Services, die in de ruimtelijke onderbouwing van december 2023 nog als een toekomstige buisleiding is bestempeld, is inmiddels aanwezig in deze leidingstrook. Om de ligging van toekomstige leidingen te kunnen borgen is het niet acceptabel dat de HIZ over deze leidingstrook ligt.

I

Figuur 1 Windturbinelocaties met een HIZ van 220 meter (rode stippellijn) en de leidingstroken in geel In het externe veiligheidsrapport, de QRA en de memo risicocontouren is geen aandacht besteed aan de HIZ, dit had wel gemoeten en is ook in eerdere gesprekken door HbR aan de initiatiefnemers en de gemeente Voorne aan Zee gemeld. Wij verzoeken u om de maatvoering van de windturbines zodanig aan te passen dat de HIZ van de windturbine niet meer gelegen is over de leidingstrook. Dat is als gevolg van het Raadsbesluit ook het geval omdat de tiphoogte via een amendement is vastgesteld op maximaal 225 meter. In dat geval zal de HIZ niet over de leidingstrook liggen. Als dat

Pagina 2/3

Page 20 of 70

Datum 24 juli 2025 Ons kenmerk HBR18122-449211569-475

kan worden gegarandeerd, vervalt daarmee voor HbR dit zorgpunt en kunnen we de zienswijze intrekken. Wij hebben echter vernomen dat de ontwikkelaar het niet eens is met deze voorwaarde in de

omgevingsvergunning en een zienswijze gaat indienen. Doel van de zienswijze is om een grotere

windturbine vergund te krijgen met een HIZ over de leidingstrook. Zoals uit het voorgaande is gebleken is dat voor ons niet acceptabel. Plaatsgebonden risicocontour

Na het lezen van de onderbouwing en de onderzoeksrapporten die als bijlage onderdeel uitmaken van de gepubliceerde stukken blijft het voor ons onduidelijk hoe de 10 ®- plaatsgebonden

risicocontour is bepaald. In het rapport (§ 2.2) wordt aangegeven dat de 10’®- risicocontour 194 meter bedraagt. Hiervoor wordt echter geen onderbouwing gegeven. Graag zouden we een onderbouwing

ontvangen van de wijze waarop de 10"®- risicocontour is berekend. Wij hebben namelijk twijfels over

de juistheid van de afstand van 194 meter, zeker gezien de masthoogte van 190 meter. Verder is in het advies van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is het volgende opgenomen:

“Beschouw vitale infrastructuur en (petro-) chemische industrie als kwetsbaar gebouw zoals bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Zorg voor voldoende afstand tussen deze objecten en de te realiseren windturbine door een

minimale afstand aan te houden die gelijk staat aan de plaatsgebonden risicocontour

(PR) 10-6 van de windturbine". In de stukken wordt hier echter niet op ingegaan. Wij verzoeken u om de stukken hierop aan te vullen.

Wij hopen dat er een goede oplossing kan worden gevonden voor bovenstaande knelpunten en staan uiteraard open voor nader overleg. Mocht u naar aanleiding van bovenstaande vragen hebben, kunt u contact opnemen met de steller van deze brief, haar contactgegevens staan opgenomen op de eerste pagina.

Met vriendelijke groet, Havenbedriif Rotterdam N V

Margreet Pool PooK I General Coun^l

Pagina 3/3

Page 21 of 70

De gemeenteraad van Voorne aan Zee T.a.v. afdeling Ruimtelijke ontwikkeling Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis gemeente@voorneaanzee.nl

Enschede, 29 juli 2025 Betreft: Windproject Noordzeeboulevard Geachte gemeenteraad, Hierbij ontvangt u de zienswijze van WP Noordzeeboulevard B.V., Postbus 3141, 7500 DC Enschede op de ontwerp omgevingsvergunningen Noordzeeboulevard west en Noordzeeboulevard oost. Allereerst willen wij aangeven dat wij als initiatiefnemers van Windproject Noordzeeboulevard zeer teleurgesteld zijn dat wij genoodzaakt zijn een zienswijze in te dienen tegen de ontwerpvergunningen. Onze zienswijze is gelijkluidend voor beide ontwerpvergunningen en is gericht tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad van Voorne aan Zee en het voorschrift dat als voorwaarde 13 in beide ontwerpbesluiten van het college van b en w van Voorne aan Zee is opgenomen. Voorwaarde 13 luidt als volgt: De ontwikkeling dient binnen het kader van het raadsbesluit van de voormalige gemeente Westvoorne van 23 maart 2022 te blijven, inhoudende dat de twee windmolens met een opgesteld vermogen van 11.6 MW voor het totale project en een tiphoogte van 225 m. Dit voorschrift maakt de realisatie van de windturbines onmogelijk en is juridisch niet houdbaar. Ook raakt met dit voorschrift het nakomen van de door de gemeente gemaakte bestuursafspraken en het behalen van de huidige en toekomstige (gemeentelijke) duurzaamheidsdoelstellingen verder uit zicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16850624/2