CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 TAM-omgevingsplan Oostdijk 12 Hellevoetsluis_vastgesteld

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststelling TAM-Omgevingsplan Oostdijk Hellevoetsluis22.406 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Welstand

Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. In het omgevingsplan zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (artikel 22.7, Omgevingsplan gemeente Voorne aan Zee), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (artikel 22.29, Omgevingsplan gemeente Voorne aan Zee). De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit van de voormalig gemeente Westvoorne, nu Voorne aan Zee. Deze nota is geldend vanaf 17 januari 2013. Toetsing De nota ruimtelijke kwaliteit van de voormalige gemeente Hellevoetsluis, nu onderdeel van de gemeente Voorne aan Zee, hanteert een gebiedsgericht welstandsbeleid. De gemeente identificeert 19 welstandsgebieden met ieder hun specifieke samenhangend beoordelingskader.

39/85

De locatie ligt binnen het welstandsgebied 'overige lintbebouwing'. Het gebouw dat wordt getransformeerd tot woning en de aanbouw moeten worden getoetst aan de welstandscriteria voor het gebied 'overige lintbebouwing'. Daarnaast valt de locatie binnen welstandsregime niveau 3, een regulier welstandsregime. Voor gebieden met welstandsregime niveau 3 geldt dat de bestaande ruimtelijke structuur en de architectonische uitstraling van de bebouwing de aanpassingen en wijzigingen in redelijke mate kan verdragen. Er worden geen bijzondere eisen gesteld aan de ruimtelijke kwaliteit en er wordt dan ook geen expliciet beleid gevoerd. Met de wijziging van het omgevingsplan voor het gebruik van de locatie voor wonen en de vormverandering van het bouwvlak vinden geen wijzigingen aan het uiterlijk van het bouwwerk plaats. De ontwikkeling voldoet dan ook aan het welstandbeleid. 5.8.6 Conclusie De ontwikkeling doet geen afbreuk aan cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden. Gelet hierop is in voldoende mate rekening gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed en is de ontwikkeling in overeenstemming met de instructieregel in artikel 5.130 van het Bkl. Daarnaast blijven met de ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke kernkwaliteiten ter plaatse van de locatie behouden.

Hierdoor is de ontwikkeling in overeenstemming met de instructieregels van paragraaf 7.3.7 van de omgevingsverordening Zuid-Holland. Ten slotte is de ontwikkeling in overeenstemming is met de redelijke eisen van welstand. De functiewijziging ten behoeve van wonen en de aanpassing van het bouwvlak is gelet op het thema beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden, cultureel erfgoed en welstand aanvaardbaar.

5.9

Mobiliteit en parkeren

5.9.1 Algemeen Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot mobiliteit en parkeren. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling zal met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond moeten worden wat het effect is op de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en parkeerdruk. Daarnaast is in de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland in artikel 7.79b wel een specifieke instructieregel opgenomen ten behoeve van de bereikbaarheid en mobiliteit. Hieronder volgt de relevante instructieregel vanuit deze verordening. Artikel 7.79b (behoud en verbetering hoofdfietsnetwerk en lange afstands wandelpaden) Een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met het belang van de instandhouding en zo mogelijk de verbetering van het hoofdfietsnetwerk en de lange afstands wandelpaden. Gemeente Voorne aan zee heeft in de Nota Parkeernormen Voorne aan Zee parkeernormen opgenomen, die aangeven hoeveel parkeerplaatsen minimaal moeten worden gerealiseerd. 5.9.2

Toetsing en conclusie

De ontwikkeling voorziet in een functiewijziging ten behoeve van wonen en de aanpassing van het bouwvlak.

40/85

Op basis van de meest recente kencijfers van het CROW (publicatie 744) genereert een vrijstaande woning in de rest van de bebouwde kom van een sterk stedelijke plaats tussen 7,8 en 8,6 motorvoertuigen per etmaal aan verkeer. De huidige invulling als gemengd gebied kan volgens dezelfde publicatie veel meer verkeer genereren. Bijvoorbeeld 85 m2 kantoor met baliefunctie genereert tussen 8 en 10 motorvoertuigen per etmaal. Er kan een lichte afname van verkeersgeneratie worden verwacht. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de verkeersveiligheid en -afwikkeling op de voor fietsers belangrijke Oostdijk. Gelet op voorgaande is rekening gehouden met het hoofdfietsnetwerk. De ontwikkeling is in overeenstemming met instructieregel artikel 7.79b van de provinciale verordening. De parkeernorm voor een vrijstaande woning in Hellevoetsluis is 2,1 parkeerplaats. Beoogd is om een dubbele garage met een dubbele oprit te realiseren. Deze mag volgens de parkeernota geteld worden als 2,8 parkeerplaatsen, waarmee aan de parkeernorm wordt voldaan.

5.10 Ecologie: soortenbescherming 5.10.1 Algemeen Bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond te worden wat het effect is op de flora en fauna. Het toelaten van een nieuwe ontwikkeling kan immers hinder en schade opleveren voor bepaalde soorten. 5.10.2 Toetsing en conclusie De ontwikkeling voorziet in de wijziging in het gebruik van het perceel ten behoeve van wonen en vormverandering van het bouwvlak. De bestaande bebouwing blijft intact en met dit wijzigingsbesluit wordt geen uitbreiding van de bebouwing mogelijk gemaakt, geen gebouwen gesloopt, geen bomen gekapt of andere werkzaamheden uitgevoerd die invloed kunnen hebben op het leefgebied van beschermde flora en fauna. De beoogde ontwikkeling leidt dan ook niet tot aantasting van te beschermen flora en fauna. Het uitvoeren van een ecologisch onderzoek is niet noodzakelijk. De ontwikkeling draagt voor het aspect ecologie soortenbescherming bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.11 Ecologie: gebiedsbescherming 5.11.1 Algemeen Bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond te worden wat het effect is op natuurgebieden (zoals Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, houtopstanden). Het toelaten van een nieuwe ontwikkeling kan immers hinder en schade opleveren voor de natuur. Verder dient op basis van hoofdstuk 10 Bkl artikel 10.24 aangetoond te worden dat het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. 5.11.2 Toetsing Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000-gebieden.

41/85

Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Voornes Duin ligt op circa 3,5 kilometer (zie figuur 5.9). De projectlocatie maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. De dichtstbijzijnde onderdelen van Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevinden zich op circa 2 kilometer (zie figuur 5.10).

Figuur 5.9: Planlocatie (gemarkeerd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: Aerius Calculator)

Figuur 5.10: Ligging planlocatie (zwart omcirkeld) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (bron: provincie Zuid-Holland) Stikstof In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is gekeken naar de effecten op Natura 2000-gebieden. Om dit aan te tonen is een stikstofberekening uitgevoerd naar de aanleg- en gebruiksfase. De stikstofberekening is opgenomen in bijlage 4. De memo is opgenomen in bijlage 5. Hieruit blijkt dat in Natura 2000 gebieden geen stikstofdepositie plaatsvindt vanwege de ontwikkeling (0,00 mol/ha/jaar). De uitvoering van het plan zal dus niet leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden. Voor de uitvoering van het plan is geen vergunnings- of meldplicht vereist met betrekking tot stikstofdeposities. 5.11.3 Conclusie Aangetoond is dat het project de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebied niet aantast, hiermee voldoet de ontwikkeling aan artikel 10.24 Bkl.

42/85

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat: a. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en b. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Financiële uitvoerbaarheid Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling financieel haalbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op de functiewijziging ten behoeve van de functie wonen en een vormverandering van het bouwvlak. De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De initiatiefnemer heeft aan de gemeente voldoende aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling financieel uitvoerbaar is. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan. Kostenverhaal De functiewijziging ten behoeve van de functie wonen en vormverandering van het bouwvlak is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit niet aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit.

Hierdoor is het wettelijk verplicht kostenverhaal niet aan de orde en volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is. Conclusie Uit het bovenstaande volgt dat de ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.

43/85

44/85

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

In dit hoofdstuk wordt onderbouwd of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het relevante beleidskader en de relevante omgevingsaspecten en andere thema's zijn onderzocht. In hoofdstuk 4 en 5 zijn de toetsing aan het beleidskader en de relevante beoordelingsregels beschreven. Hieruit volgt of de ontwikkeling bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Samengevat: Op basis van de beleidstoets, de onderbouwing van het beoordelingskader en de daaruit voortvloeiende belangenafweging, moet voor het aspect bodem een aanvullende bepaling worden opgenomen om te voldoen aan de instructieregels:  Om voor het aspect bodem overeen te stemmen met de instructieregels van het Bkl is een aanvullende bepaling opgenomen in de regels: Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk groter dan 50 m2, voor zover in de bruidsschat als vergunningvrij bouwwerk aangewezen, is een vergunningplichtige activiteit. Voor de bouw van een bijbehorend bouwwerk groter dan 50 m2 wordt door een aanvulling van de bruidsschat een vergunningplicht opgenomen. Indien bovenstaande bepaling in de regels wordt opgenomen, is de functiewijziging ten behoeve van één woning en de aanpassing van het bouwvlak is in overeenstemming met het beleidskader en de beoordelingsregels.

Het wijzigingsbesluit heeft tot gevolg dat alle onderliggende planologische besluiten ter plaatse van de planlocatie aan de Oostdijk 12 ingetrokken worden. Conclusie: Uit de integrale beoordeling van het beleid en instructieregels volgt dat er een balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die de locatie binnen het gebied kan vervullen. De ontwikkeling kan in dit wijzigingsbesluit mogelijk worden gemaakt want er wordt voldaan aan de instructieregels en de ontwikkeling draagt bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

45/85

46/85

BIJLAGEN

Bijlage 1 Tabel regelanalyse instructieregels

- NOTITIE Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

20240901 Hellevoetsluis Oostdijk 12 TAM-omgevingsplan OPDRACHTGEVER Gemeente Voorne aan Zee dd AANWEZIG dd AFWEZIG PROJECT

20240901/196083/ Sophie Breugem dd dd

TABEL INSTRUCTIEREGELS BKL EN PROVINCIALE OMGEVINGSVERORDENING Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving Afdelingen en paragrafen

Relevant voor de Voldoet aan instructiereontwikkeling gel

Afdeling 5.1 Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties § 5.1.1. Algemene bepalingen Nee n.v.t. artikel 5.1a. (dienstenrichtlijn) § 5.1.2. Waarborgen van de veiligheid Ja Ja

Deze paragraaf is relevant omdat de ontwikkeling voorziet in de toelating van kwetsbare gebouwen, zoals gedefinieerd in bijlage VI van het Bkl.

§ 5.1.3. Beschermen van de waterbelangen

Nee

n.v.t.

De ontwikkeling voorziet niet in aanpassingen die gevolgen kunnen hebben voor het watersysteem, de instructieregels vanuit het Bkl zijn daarom niet van toepassing op de ontwikkeling.

§ 5.1.4. Beschermen van de gezondheid en van het Ja milieu § 5.1.4.1. Kwaliteit van de buitenlucht Ja

Ja Ja

Op basis van artikel 5.54 Bkl kan de ontwikkeling worden geschaard onder standaardactiviteiten die in niet betekende mate bijdragen. In het kader van ETFAL met betrekking tot het beschermen van de gezondheid is de luchtkwaliteit in de onderbouwing wel beoordeeld op aanvaardbaarheid bij de toe te laten activiteit.

§ 5.1.4.2. Geluid door activiteiten

Ja

Ja

De ontwikkeling voorziet in het realiseren van een geluidgevoelig gebouw. Op basis van de instructieregels uit het Bkl moet de aanvaardbaarheid van het geluid worden beoordeeld en de milieuruimte worden overwogen.

§ 5.1.4.2a. Geluid door wegen, spoorwegen en indu- Ja strieterreinen

Ja

De ontwikkeling voorziet in de realisatie van een geluidgevoelig gebouw binnen het geluidsaandachtsgebied van een gemeentelijke weg. Er dient te worden onderbouwd dat aan de standaardwaarde voor gemeentewegen wordt voldaan en daarmee aan de instructieregels Bkl.

§ 5.1.4.3. Geluid rond luchthavens

Nee

N.v.t.

§ 5.1.4.4. Trillingen

Nee

N.v.t.

Met de wijziging van het omgevingsplan worden geen trillingenveroorzakende activiteiten toegestaan. Wel wordt er een trillinggevoelige gebouw gerealiseerd, namelijk een woning. Er is beoordeeld of er sprake is van trillingen door activiteiten op het beoogde trillinggevoelige gebouw. Dit is niet aan de orde. In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen bronnen (zoals een spoorlijn) die trillinghinder veroorzaken. Hierdoor zijn de instructieregels uit het Bkl niet van toepassing.

§ 5.1.4.4a. Slagschaduw van windturbines § 5.1.4.5. Bodemkwaliteit

Nee Ja

N.v.t. Ja

Deze paragraaf is van toepassing op de ontwikkeling, omdat de ontwikkeling voorziet in de realisatie van een bodemgevoelig gebouw. In de onderbouwing is de bodemkwaliteit dan ook beoordeeld op aanvaardbaarheid voor de toe te laten activiteit.

§ 5.1.4.6. Geur

Nee

N.v.t.

Met de wijziging van het omgevingsplan worden geen geurveroorzakende activiteiten toegestaan. Wel wordt er een geurgevoelig gebouw gerealiseerd, namelijk een woning. Er is beoordeeld of er sprake is van geur door activiteiten op het beoogde geurgevoelige gebouw. Dit is niet aan de orde. In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen bronnen die geurhinder veroorzaken. Hierdoor zijn de instructieregels uit het Bkl niet van toepassing.

§ 5.1.5 Beschermen van landschappelijke of steden- Ja bouwkundige waarden en cultureel erfgoed § 5.1.5.4. Ladder voor duurzame verstedelijking Nee

Ja N.v.t.

De ontwikkeling voorziet in een functiewijziging ten behoeve van een

2/5

woonfunctie en het aanpassen van het bouwvlak. Deze paragraaf is niet van toepassing omdat het plan niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling.

§ 5.1.6. Behoud van ruimte voor toekomstige func- Nee N.v.t. ties § 5.1.7. Behoeden van de staat en werking van infra- Nee N.v.t structuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten § 5.1.7a. Gebruik van bouwwerken Nee N.v.t § 5.1.8. Bevorderen van de toegankelijkheid van de Nee N.v.t. openbare buitenruimte voor personen Afdeling 5.2. Instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving Artikel 5.163 Nee N.v.t. voorkomen belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen Artikel 5.164 Nee N.v.t. lokale spoorwegen binnen vervoerregio's Artikel 5.165 Nee N.v.t lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool Artikel 5.165a Nee N.v.t bebouwingscontour jacht Artikel 5.165b Nee N.v.t bebouwingscontour houtkap Afdeling 5.3. Ontheffing Artikelen opnemen waarvan ontheffing wordt ver- Nee N.v.t leend.

Instructieregels Hoofdstuk 7 Omgevingsverordening Zuid-Holland Paragraaf en subparagraaf Relevant voor Voldoet aan instructieregel de ontwikkeling § 7.3.2 Externe veiligheid (omgevingsveiligheid) § 7.3.2.1 Risicogebieden externe veiligheid Nee N.v.t. § 7.3.2.2 Groepsrisicobenadering Nee Nee § 7.3.2.3 Veiligheidszonering Nieuwe Waterweg Nee N.v.t. en Nieuwe Maas § 7.3.2.4 Niet-Basisnet transportroutes Nee N.v.t. § 7.3.4 Waterkeringen § 7.3.5 Grondwaterkwaliteit Nee N.v.t.

3/5

§ 7.3.5.1 Toelaten van een bouwactiviteit op een Ja grondwatergevoelige locatie

Ja

Deze paragraaf is van toepassing op de ontwikkeling, omdat de ontwikkeling voorziet in de realisatie van een grondwatergevoelig gebouw. In de onderbouwing moet de grondwaterkwaliteit dan ook beoordeeld.

§ 7.3.5.2 Saneren van de bodem ter uitvoering Nee van een bronaanpak § 7.3.5.3 Lozen op of in de bodem Nee § 7.3.5.4 Activiteiten op een locatie met een his- Nee torische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar verspreidingsrisico § 7.3.5.5 Milieubelastende activiteiten met ge- Nee volgen voor watersystemen § 7.3.6 LiB-5 contour Schiphol Nee § 7.3.6a Toekomstbestendig bouwen en ontwikke- Ja len

N.v.t. N.v.t. N.v.t.

N.v.t. N.v.t. Ja

Binnen deze paragraaf is artikel 7.41a (risico’s van klimaatverandering) van toepassing. In de onderbouwing moet worden onderbouwd dat rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering.

§ 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit

Ja

Ja

Deze paragraaf is van toepassing op de ontwikkeling (artikel 7.43, 7.43a, 7.43c). De planlocatie ligt niet binnen een specifieke beschermingscategorie. In de onderbouwing moet worden aangetoond dat rekening wordt gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.

§ 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen

Nee

N.v.t.

Deze paragraaf is niet van toepassing, omdat de ontwikkeling niet is aan te merken als nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 7.45 is daarom ook niet van toepassing.

§ 7.3.8a Wonen

Nee

N.v.t.

Deze paragraaf is pas van toepassing bij een ontwikkeling vanaf 12 woningen. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van één woning. De paragraaf is daarom niet van toepassing.

§ 7.3.9 Detailhandel § 7.3.10 Kantoren § 7.3.11 Bedrijven

4/5

Nee Nee Nee

N.v.t. N.v.t. N.v.t.

§ 7.3.12 Glastuinbouwgebied

Nee

N.v.t.

§ 7.3.13 Boom- en sierteeltgebied § 7.3.14 Bollenteeltgebied § 7.3.15 Agrarische bedrijven § 7.3.16 Natuurnetwerk Nederland

Nee Nee Nee Nee

N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

§ 7.3.17 Werelderfgoed § 7.3.18 Archeologie § 7.3.19 Traditionele windmolens § 7.3.20 Landgoederen en kastelen § 7.3.21 Energie § 7.3.22 Provinciale vaarwegen § 7.3.23 Recreatietoervaartnet § 7.3.23a Hoofdfietsnetwerk en lange afstands wandelpaden

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja

N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t N.v.t. Ja

.

De locatie is gelegen aan een hoofdfietsnetwerk. Artikel 7.79b is van toepassing. Aangetoond moet worden dat de ontwikkeling rekening houdt met het belang van de instandhouding en zo mogelijk de verbetering van het hoofdfietsnetwerk

§ 7.3.24 Beschermingszones drinkwatervoorziening (infrastructuur) § 7.3.25 Ontheffing en afwijken

5/5

Nee

N.v.t.

Nee

N.v.t.

Bijlage 2 Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek Verkennend asbestonderzoek in grond

Kenmerk Datum

: :

A7314-06/KHA/rap1 25 april 2025

Opdrachtgever

: : : :

Rho Adviseurs Mevr. S. Breugem Postbus 150 3000 AD Rotterdam

Goedkeuring

Functie

Datum

Mevr. K. de Haan (Adviseur milieu)

Opsteller, auteur

25 april 2025

Dhr. C. Manuels (Projectleider)

2e lezerschap en vrijgave

25 april 2025

Handtekening

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002, 2018

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ........................................................................................................................................... 4

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 5 2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 5

2.2

GEGEVENS ONDERZOEKSGEBIED ............................................................................................. 6

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 7

2.4

BODEMKWALITEIT ......................................................................................................................... 8

2.5

ASBEST........................................................................................................................................... 8

2.6

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................................................................... 9

2.7

BEÏNVLOEDING .............................................................................................................................. 9

2.8

BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 10

2.9

TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 11

2.10 CONCLUSIES EN HYPOTHESESTELLING ................................................................................. 11 3.

4.

5.

6.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 13 3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 13

3.2

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13

3.3

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................... 15

3.4

TOETSINGSKADER EN -RESULTATEN ...................................................................................... 16

3.5

INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 18

3.6

TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 19

VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST ........................................................................................... 20 4.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 20

4.2

VISUELE INSPECTIE MAAIVELD ................................................................................................. 20

4.3

VISUELE INSPECTIE GROND ..................................................................................................... 21

4.4

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 22

4.5

INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 22

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .............................................................................................. 24 5.1

CONCLUSIES ............................................................................................................................... 24

5.2

AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 25

BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 26

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 2 van 26

BIJLAGEN

1. 1.1 1.2

Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening

2. 2.1 2.2 2.3

Vooronderzoek Rapportage Omgevingsdienst Historisch onderzoek Oostdijk 12 te Hellevoetsluis, Vlam Bodem Advies BV, 2023-0512, d.d. 13 december 2023 Fotoreportage

3. 3.1 3.2

Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda

4. 4.1 4.2 4.3

Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaat grondwater Certificaat asbest grond

5. 5.1 5.2

Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 3 van 26

1.

INLEIDING

In opdracht van Rho Adviseurs is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Oostdijk 12 te Hellevoetsluis (afbeelding 1).

Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)

Aanleiding De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie, waarbij de bestaande overkapping wordt gesloopt en nieuwgebouwd, en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingswijziging. In het kader van voorgenomen werkzaamheden zijn de ondergenoemde voorgenomen activiteit(en) de aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek: • Het uitvoeren van de milieubelastende activiteiten graven in de bodem (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) §4.119/§4.120). • Het uitvoeren van de milieubelastende activiteiten bouwen op een bodemgevoelige locatie (Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl §5.1.4.5.1). Doelstelling De doelstelling van het onderzoek is: • Het bepalen of er in de grond en/of het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een (sterke) verontreiniging; • Het bepalen of op de onderzoekslocatie een verontreiniging met asbest in de bodem aanwezig is; • Inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit (grond en grondwater). • Vaststellen of er mogelijk sprake is van belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen activiteit. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 4 van 26

2.

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK

2.1 AANLEIDING VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de actuele onderzoeknorm NEN 5725. In de onderzoeknorm NEN 5725:2023 is een acht aanleidingen voor het verrichten van vooronderzoek gedefinieerd. Afhankelijk van de aanleiding of aanleidingen voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal vastgestelde onderzoeksvragen. Voor onderhavig onderzoek is sprake van de ondergenoemde aanleiding: A. Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie De onderzoeksvragen zijn, samen met de bijbehorende uitwerking en antwoorden, in de navolgende paragrafen opgenomen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 5 van 26

2.2

GEGEVENS ONDERZOEKSGEBIED

TABEL 2.2.1: Gegevens onderzoeksgebied Onderzoeksgebied Situering

Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.

Adres

Oostdijk 12

Postcode / Plaats

3223 CB Hellevoetsluis

Gemeente

Voorne aan Zee

Omgevingsdienst

DCMR Milieudienst Rijnmond

Provincie

Zuid-Holland

RD-coördinaten

Omschrijving

Globaal middelpunt onderzoekslocatie

X

69.227

Y

428.806

Provincie

De locatie is op basis van de Omgevingsverordening niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

Waterschap

De locatie is, op basis van de Legger waterkeringen, niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een dijk of waterkering.

Hoogte maaiveld

Z

Circa -0,4 tot +1,2 m NAP

Kadastraal

Gemeente

Hellevoetsluis

Gemeentecode

HLV01

Sectie

C

Nummers

1400 (gedeeltelijk) en 1401

Totaal

Ca. 635 m2

Bebouwd

Ca. 105 m2

Verharding (uitpandig)

Klinkers/tegels: ca. 340 m2

Alle richtingen

Rondom de locatie is sprake van bebouwing bestaande uit woningen en enkele winkels en bedrijven. Aan de oostzijde is de Oostdijk gelegen.

Specifieke gebieden

Oppervlaktes

Belendingen

Bronnen #1 / #2

Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO 25 meter buiten onderzoekgrenzen. #1: Informatie opdrachtgever #2: Google Maps / AHN / Perceelloep / IDDS Projectenkaart

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

-

Pagina 6 van 26

2.3

POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Verkregen informatie

Bronnen

Voormalig gebruik

#1 / #2 / #3

De huidige bebouwing is gebouwd in 1930 en de naastgelegen bebouwing omstreeks 1900. De Oostdijk (weg) is sinds de 19e eeuw aanwezig. De locatie kent derhalve een lange gebruiksgeschiedenis. Gezien de lange gebruiksgeschiedenis van de locatie wordt de locatie als diffuus verdacht op het voorkomen van verontreinigingen beschouwd. Op basis van de informatie van de DCMR is bekend dat op de locatie twee (ondergrondse) petroleum- of kerosinetanks aanwezig zijn (geweest) vanaf 1925 en 1962. Op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken (Vlam, 2023-0512, d.d. 13 december 2023 en De Bodemonderzoeker, BOZ-7469, d.d. 12 september 2008) blijkt echter dat maar één petroleum- of kerosinetank bekend is. Mogelijk betreft de geregistreerde tank bij de DCMR dezelfde tank. Daarnaast is bekend dat deze tank zich aan de zuidwestelijke zijde van de bebouwing bevindt (aangegeven op situatietekening 1.2). Vanuit de opdrachtgever is een tanksaneringscertificaat aanwezig uit 2009 waarbij is aangegeven dat het een ondergrondse huisbrandolietank betrof die is gesaneerd door middel van reiniging en vulling met zand. Er zou geen bodemverontreiniging aanwezig zijn. Mogelijk dient dit echter nog wel geverifieerd te worden.

Potentiële bronnen en stoffen

Er is sprake van een lange gebruiksgeschiedenis. Tevens is een ondergrondse petroleum- en kerosinetank aanwezig.

Huidig gebruik

Een pand met winkelfunctie en naastgelegen parkeerplaats.

Potentiële bronnen en stoffen

In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.

Toekomstig gebruik

Het pand krijgt de functie ‘wonen’ en de overkapping aan de zijkant van het pand wordt gesloopt en nieuwgebouwd.

-

Antwoord De potentiële bron van bodemverontreiniging betreft de lange gebruiksgeschiedenis van de locatie waarbij verhoogde gehaltes aan zware metalen kunnen voorkomen. Daarnaast is er een ondergrondse petroleum- en kerosinetank aanwezig waarbij geverifieerd dient te worden of deze daadwerkelijk geen bodemverontreiniging heeft veroorzaakt. #1: DCMR Milieudienst Rijnmond; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Historisch onderzoek Oostdijk 12 te Hellevoetsluis, Vlam Bodem Advies BV, 2023-0512, d.d. 13 december 2023 (opgenomen in bijlage 2.2) #3: Topotijdreis.nl

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 7 van 26

2.4

BODEMKWALITEIT

TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit Onderzoeksvraag Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Verkregen informatie Bodemkwaliteit

Bronnen Bodemkwaliteitszone

A1

Stoffen met P95 >IW binnen de zone?

Geen

Ontgravingskaart boven- en ondergrond

Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv): Wonen Ondergrond (> 0,5 m-mv): Landbouw / Natuur

#1

Antwoord De locatie is gelegen binnen Bodemkwaliteitszone A1. Uit de statische gegevens die ten grondslag liggen aan de bodemkwaliteitskaart blijkt dat in de grond de 95-percentielwaarde voor geen enkele stof de interventiewaarde bodem wordt overschreden. #1: Nota bodembeheer gemeente Voorne aan Zee, d.d. 4 juli 2023

2.5

ASBEST

TABEL 2.5.1: Asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Verkregen informatie

Bronnen

Bebouwingsgeschiedenis

De locatie is voor het eerst bebouwd in de begin jaren van de 20e eeuw. Vanwege het bouwjaar is het aannemelijk dat in/op/aan het pand asbesthoudende materialen zijn gebruikt. In een dergelijk geval is er op locatie gewerkt met asbesthoudende materialen en kan een verontreiniging zijn ontstaan.

#1 / #2 / #3

Bodembouw

De locatie is, regionaal gezien, gelegen een gebied met een relatief slappe bodem (klei/veen). Niet uitgesloten kan worden dat de bodem van de locatie meermaals is opgehoogd. Ophoging kan hebben plaatsgevonden met bodemmateriaal met bijmengingen die dit materiaal, naar huidige inzichten, verdacht maakt op het voorkomen van asbest.

#2 / #4 / #5

In voorgaand bodemonderzoek door De bodemonderzoeker (BOZ-7469, d.d. 12 september 2008) zijn in de bovengrond enkele bijmengingen met puin waargenomen die deze bodemlaag verdacht maken op het voorkomen van asbest. Onderzoek naar asbest heeft in het verleden niet plaatsgevonden. Antwoord Vanuit de bebouwings- en gebruiksgeschiedenis van de locatie is het niet ondenkbaar dat een bodemverontreiniging met asbest is ontstaan. In een voorgaand bodemonderzoek uit 2008 zijn bijmengingen met puin aangetroffen. Onderzoek naar asbest heeft echter niet eerder plaatsgevonden. Indien in onderhavig onderzoek ook bijmengingen met puin worden aangetroffen, dient de locatie als asbestverdacht te worden aangemerkt. #1: BAG-viewer.nl #2: NEN5725:2023, bijlage A #3: Topotijdreis.nl #4: DCMR Milieudienst Rijnmond; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #5: Historisch onderzoek Oostdijk 12 te Hellevoetsluis, Vlam Bodem Advies BV, 2023-0512, d.d. 13 december 2023 (opgenomen in bijlage 2.2) Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 8 van 26

2.6

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

TABEL 2.6.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Verkregen informatie

Bronnen

Bodemopbouw (lokaal)

Grondwater (lokaal)

0,0 - 0,5 m-mv

Zand

0,5 - 1,5 m-mv

Klei

1,5 - 3,0 m-mv

Veen

3,0 - 4,5 m-mv

Zand

Grondwaterstand freatisch

Circa 2,0 m-mv

#1

Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf de locatie richting het nabijgelegen oppervlaktewater zal stromen en derhalve westelijk of zuidelijk gericht is. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie

0,0 - 22,0 m-mv

Deklaag

Op deze diepte van 22,0 m-mv ligt de top van het eerste watervoerend pakket. De opbouw van de diepe bodemopbouw is voor onderhavig onderzoek niet relevant en wordt verder niet besproken. Bodemvreemde lagen

Er zijn geen bodemvreemde lagen bekend.

Antwoord Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen bodemvreemde lagen bekend. #1: DINOloket.nl / Bodematlas provincie Zuid-Holland / Archief IDDS

2.7

BEÏNVLOEDING

TABEL 2.7.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Verkregen informatie Beïnvloeding

Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.

#1

Antwoord Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 9 van 26

2.8

BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.8.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging of een sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Verkregen informatie

Bronnen

Geval/verontreiniging ter plaatse van de locatie Verwachting

Er zijn geen Besluiten ingevolge de Wet bodembescherming of de Omgevingswet bekend voor deze locatie.

#1 / #2 / #3

In 2023 is een historisch onderzoek uitgevoerd aan de Oostdijk 12 (2023-0512, d.d. 13 december 2023). Hieruit is naar voren gekomen dat er zich geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging binnen een straal van 25 meter van de onderzoekslocatie bevonden. Op basis van de beschikbare gegevens werd de locatie verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging bevonden. Er diende een aanvullend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van het eerdere bodemonderzoek was aanvullend onderzoek noodzakelijk. Hierbij moest rekening worden gehouden met de in het verleden gedempte watergang op de locatie en de ondergrondse tank. Echter, op basis van oud kaartmateriaal wordt niet aangenomen dat de sloot tussen 1971 en 1975 is verplaatst, maar dat het kaartmateriaal indertijd niet de watergang op de juiste locatie heeft aangegeven. Hiermee is derhalve geen gedempte watergang aanwezig op de locatie. In dit historisch onderzoek uit 2023 wordt daarnaast aangegeven dat ter plaatse van (een deel van) de onderzoekslocatie eerder een verkennend bodemonderzoek is verricht door De Bodemonderzoek (project BOZ-7469, d.d. 12 september 2008).

Hieronder zijn de belangrijkste conclusies opgenomen: In de bovengrond ( van 0,1 tot circa 0,5 m-mv) was een lichte hoeveelheid puin en grind aangetroffen; De bovengrond was sterk verontreinigd met lood en zink en matig verontreinigd met barium; De ondergrond was matig verontreinigd met lood en zink; De grond was daarnaast licht verontreinigd met diverse zware metalen, PAK en minerale olie; Het grondwater was hooguit licht verontreinigd met arseen. Formeel moest op grond van de Wet bodembescherming het advies zijn: uitvoeren nader onderzoek. Dit in verband met het aangetroffen gehalte aan lood, zink (>l en >T) en barium (> T) in de boven- en ondergrond. Echter het gehalte was aangetoond in de grondmengmonsters welke was samengesteld uit grond afkomstig van de boringen 1 t/m 6 (0,1- 0,5 m-m.v.) en 1 en 2 (0,5-1,0 m-m.v.). Tevens waren tijdens het bodemonderzoek geen indicatoren, anders dan een lichte hoeveelheid puin/grind in de bovengrond aangetroffen welke het verhoogde gehalte aan lood, zink en barium direct kan verklaren; Het is niet duidelijk geworden of de ondergrondse opslagtank gelegen aan de achterzijde van de locatie een opslagtank voor minerale brandstoffen is geweest dan wel dat het een "septictank" is geweest. Dit deel van de locatie is zeer sterk begroeid met bomen en struiken.

Wij adviseren dan ook om de opslagtank door een KIWA erkend tanksaneringsbedrijf te laten opgraven en controleren dan wel saneren. Op basis van een tanksaneringscertificaat uit 2009 blijkt dat de ondergrondse opslagtank een huisbrandolietank betrof die is gereinigd en afgevuld met zand (gesaneerd). Dat deze geen bodemverontreiniging heeft veroorzaakt dient nog wel geverifieerd te worden.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 10 van 26

Geval/verontreiniging in de directe omgeving van de locatie Verwachting

Er zijn geen Besluiten ingevolge de Wet bodembescherming bekend voor locaties in de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend.

#1 / #3

Uit de onderzoeken die nabij de onderzoekslocatie zijn uitgevoerd is gebleken dat de grond over het algemeen licht tot matig verontreinigd was. Antwoord In 2023 is een historisch onderzoek uitgevoerd aan de Oostdijk 12. Hieruit is gebleken dat aanvullend onderzoek noodzakelijk was. Hierbij moest rekening worden gehouden met de in het verleden gedempte watergang op de locatie en de ondergrondse tank. De gedempte watergang blijkt onzes inziens echter niet aanwezig te zijn op locatie. In 2008 is ter plaatse van (een deel van) de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de bovengrond sterk verontreinigd was met lood en zink en matig verontreinigd met barium en de ondergrond matig verontreinigd was met lood en zink. Er diende een nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de aangetoonde verontreinigingen. Tevens is bekend dat een ondergrondse huisbrandolietank op de locatie is gesaneerd en mogelijk geen bodemverontreiniging heeft veroorzaakt. Dit dient echter onzes inziens nog wel geverifieerd te worden. #1: DCMR Milieudienst Rijnmond; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Historisch onderzoek Oostdijk 12 te Hellevoetsluis, Vlam Bodem Advies BV, 2023-0512, d.d. 13 december 2023 (opgenomen in bijlage 2.2) #3: Archief IDDS

2.9

TERREINVERKENNING

De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 2 april 2025 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen.

2.10

CONCLUSIES EN HYPOTHESESTELLING

Alle binnen het vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn als betrouwbaar beoordeeld. Uit de beantwoording van de verschillende onderzoeksvragen zijn conclusies getrokken over de verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit en mogelijk aanwezige verontreinigende stoffen. Conclusies -

Op basis van de beschikbare representatieve bodeminformatie uit de Bodemkwaliteitskaart wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie geen (sterke) bodemverontreiniging met reguliere stoffen verwacht

-

Uit het vooronderzoek is gebleken dat op de locatie zich een (sterke) verontreiniging in grondwater en/of grond kan bevinden, te weten: o

De locatie heeft een lange gebruiksgeschiedenis waardoor verhoogde gehalten aan zware metalen kunnen voorkomen;

o

Ter plaatse van de ondergrondse huisbrandolietank kan als gevolg van lekkage een verontreiniging met minerale olie (en vluchtige aromaten) in de grond en het grondwater zijn ontstaan.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 11 van 26

-

-

Vanuit de bebouwings- en gebruiksgeschiedenis van de locatie is het niet ondenkbaar dat een bodemverontreiniging met asbest is ontstaan. In een voorgaand bodemonderzoek uit 2008 zijn bijmengingen met puin aangetroffen. Onderzoek naar asbest heeft echter niet eerder plaatsgevonden. Indien in onderhavig onderzoek ook bijmengingen met puin worden aangetroffen, dient de locatie als asbestverdacht te worden aangemerkt; In 2023 is een historisch onderzoek uitgevoerd aan de Oostdijk 12. Hieruit is gebleken dat aanvullend onderzoek noodzakelijk was. Hierbij moest rekening worden gehouden met de in het verleden gedempte watergang op de locatie en de ondergrondse tank. De gedempte watergang blijkt onzes inziens echter niet aanwezig zijn op locatie. In 2008 is ter plaatse van (een deel van) de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de bovengrond sterk verontreinigd was met lood en zink en matig met barium en de ondergrond matig verontreinigd was met lood en zink. Er diende een nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de aangetoonde verontreinigingen. Tevens is bekend dat een ondergrondse huisbrandolietank op de locatie is gesaneerd en mogelijk geen bodemverontreiniging heeft veroorzaakt. Echter, dit dient onzes inziens nog wel geverifieerd te worden.

Uit de voorgaande conclusies blijkt dat in de bodem van de locatie één of meerdere (sterke) verontreinigingen worden verwacht. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek wordt om die reden noodzakelijk geacht. In de navolgende tabel(len) worden de hypothese en te volgen onderzoeksstrategie per onderdeel vermeldt. De hypothese en onderzoeksstrategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Locatie Gehele onderzoekslocatie Hypothese

De (boven)grond van het perceel kan als gevolg van de lange gebruiksgeschiedenis van de locatie heterogeen diffuus zijn verontreinigd met zware metalen.

Norm

NEN 5740:2023

Onderzoeksstrategie

Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE)

Locatie

Ondergrondse huisbrandolietank

Hypothese

De grond en het grondwater kunnen bij deze deellocatie als gevolg lekkage zijn verontreinigd met minerale olie en/of vluchtige aromaten.

Norm

NEN 5740:2023

Onderzoeksstrategie

Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO)

Opmerking

De grond wordt enkel onderzocht wanneer er zintuiglijk waarnemingen worden gedaan die duiden op een verontreiniging met olieproduct. Er wordt wel een peilbuis geplaatst waarbij het grondwater wordt geanalyseerd.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 12 van 26

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE

Het onderzoek is uitgevoerd conform de hierna aangegeven onderzoeknorm en onderzoekstrategie. Onderzoeknorm

:

NEN 5740:2023; Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond.

Onderzoeksstrategie

:

Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde bodembedreigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL); Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO)

Toelichting

:

De boringen zijn doorgezet tot tenminste 1,0 m-mv om de representativiteit van het onderzoek te vergroten. De ondergrondse huisbrandolietank is tijdens het veldonderzoek aangetroffen. Deze is zoals beschreven in het tanksaneringscertificaat gevuld met zand.

3.2

VELDONDERZOEK

Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 2 april 2025 – monstername grond 9 april 2025 – bemonstering grondwater Uitvoerende partij

IDDS Milieu

BRL SIKB Protocol

BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002.

Onderzoekaspect

Meetpunten

Gehele terrein

Ondergrondse huisbrandolietank

Codering

Bijzonderheden

Type

Diepte [m-mv]

Aantal

Boring

4 2 1

01, 04, 05, 07 02, 06 03

-

Peilbuis

1,0-1,5 2,0 4,3

Boring

2,0

1

08

-

Peilbuis

2,7

1

09

Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 13 van 26

Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -

De toplaag tot ca. 0,5 m-mv bestaat overwegend uit zand. Plaatselijk is er klei aanwezig. De ondergrond bestaat tot ca. 1,5 m-mv uit klei met daarop veen. Vanaf het veen tot de geboorde dieptes van maximaal 4,3 m-mv bestaat de grond uit zand.

Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -

-

In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name bijmengingen met baksteen, beton en metselpuin (in de mate resten tot sterk) in de toplaag; Er zijn geen bodemvreemde geuren en/of kleuren of zintuiglijke waarnemingen van olieproduct waargenomen (ter plaatse van de ondergrondse huisbrandolietank).

Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -

Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen; De bijmengingen met beton en metselpuin maken de bodem formeel verdacht op een verontreiniging met asbest. Derhalve is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd welke is opgenomen in hoofdstuk 4.

Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 14 van 26

TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis Filterstelling GrondwaterpH stand

EC

Troebelheid

Monstername

Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden

[m-mv]

[m-mv]

[–]

[S/cm]

[NTU]

d.d.

03-1-1

3,30 - 4,30

2,84

7,3

1428

33,8

09-04-2025

-

09-1-1

1,70 - 2,70

1,32

7,2

966

6,03

09-04-2025

-

Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -

3.3

Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Opgemerkt wordt dat de troebelheid ter plaatse van peilbuis 03 verhoogd is ten opzichte van de natuurlijke troebeling die maximaal 10 NTU bedraagt. De hoge troebeling duidt op de aanwezigheid van veel onopgeloste bestanddelen (colloïden).

LABORATORIUMONDERZOEK

Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De gegevens van het laboratorium en het analytisch onderzoek zijn aangegeven op de analysecertificaten. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Naar aanleiding van het aantreffen van index verhogingen met lood in mengmonsters MM01 en MM02 zijn uitsplitsingen uitgevoerd. De deelmonsters uit voornoemde mengmonsters zijn separaat geanalyseerd op zware metalen. De resultaten van de separate analyses worden als meest representatief beschouwd. Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).

Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 15 van 26

3.4

TOETSINGSKADER EN -RESULTATEN

Algemeen De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hieronder aangegeven toetsingskaders. Grond Standaard beoordelingskader • Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage IIA (T.130) • Beoordeling aan de index Rekenkundig gemiddelde van de kwaliteitseis voor landbouw/natuur en de interventiewaarde/waarden voor toelaatbare kwaliteit 1 Grondwater Standaard toetsingskader • Beoordeling signaleringsparameters grondwater 2 Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage Vd Beoordeling Voorkeurswaarde Regionaal waterprogramma Zuid Holland 2022-2027 (indien van toepassing) • Beoordeling aan de index Rekenkundig gemiddelde van de signaleringswaarde3. In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <Index 0,5 >Index 0,5

>IW/>S (index 1,0)

niet of licht verontreinigd: het gehalte/concentratie is lager dan of gelijk aan de index; licht, maar potentieel sterk verontreinigd: het gehalte/concentratie overschrijdt de Index en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde /signaleringsparameter; sterk verontreinigd: het gehalte/concentratie overschrijdt de interventiewaarde/signaleringsparameter.

1

De index is het rekenkundig gemiddelde van de Kwaliteitseis voor landbouw/natuur en de interventiewaarde/waarden voor toelaatbare kwaliteit voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de index overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is dan een aantal gevallen noodzakelijk. 2

Deze signaleringsparameter is gelijk aan de voormalige interventiewaarde (Wbb). Vanwege het ontbreken van de toetsing aan de signaleringsparameters in de toetsservices is gebruik gemaakt van de toetsing aan de Wbb. Hierbij is de signaleringsparameter gelijk gesteld aan de interventiewaarde en de streefwaarde aan de voorkeurswaarde. 3

Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de index. De index is het rekenkundig gemiddelde van de voorkeurswaarde en de signaleringswaarde voor de betreffende stof. Indien de meetwaarde voor één of meerdere stoffen de index overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een overschrijding signaleringsparameter in het grondwater elders op de locatie. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is dan een aantal gevallen noodzakelijk. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 16 van 26

TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes

Monstertrajecten (m-mv)

Matrix en eventuele bijzonderheden

Analyse

Toetsingsresultaten

< Index 0,5

> Index 0,5

> IW / > S

Grond MM01 hieronder uitgesplitst

01 (0,08 - 0,30) 03 (0,15 - 0,60) 06 (0,15 - 0,50) 07 (0,20 - 0,60)

Zand, matig betonhoudend, zwak tot sterk baksteenhoudend, resten metselpuin, zwak tot matig metselpuinhoudend, brokken beton, resten beton

#1

Zink (0,17) PAK (0,02) PCB (0,01) Minerale olie C10 C40 (0,03)

Lood (0,53)

-

01-1

01 (0,08 - 0,30)

Zand, matig betonhoudend, zwak baksteenhoudend, resten metselpuin

#2

Zink (0,05) Kwik (-) Lood (0,01)

-

-

03-2

03 (0,15 - 0,60)

Zand, sterk baksteenhoudend, brokken beton, matig metselpuinhoudend

#2

Zink (0,18) Kwik (-) Lood (0,16)

-

-

06-2

06 (0,15 - 0,50)

Zand, sterk baksteenhoudend, resten beton, resten metselpuin

#2

Nikkel (0,13) Koper (0,26) Cadmium (0,04) Kwik (-)

Zink (0,78) Lood (0,54)

-

07-2

07 (0,20 - 0,60)

Zand, zwak baksteenhoudend, zwak metselpuinhoudend

#2

Koper (0,04) Zink (0,44) Kwik (-)

-

Lood (1,24)

MM02 hieronder uitgesplitst

01 (0,30 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,80 - 1,00) 08 (0,20 - 0,70)

Klei, zwak baksteenhoudend, resten baksteen, sporen baksteen

#1

Koper (0,09) Zink (0,42) Cadmium (0,01) Kwik (0,01) PAK (0,13) PCB (0,04) Minerale olie C10 C40 (0,02)

Lood (0,53)

-

01-2

01 (0,30 - 0,50)

Klei, zwak baksteenhoudend

#2

Nikkel (0,01) Zink (0,12) Cadmium (0,01) Lood (0,18)

-

-

04-1

04 (0,00 - 0,50)

Klei, zwak baksteenhoudend

#2

Nikkel (0,04) Koper (0,27) Cadmium (0,04) Kwik (0,01)

Zink (0,65) Lood (0,73)

-

05-3

05 (0,80 - 1,00)

Klei, resten baksteen

#2

Kobalt (0,01) Nikkel (0,14) Koper (0,36) Cadmium (0,06) Kwik (0,02)

-

Zink (1,26) Lood (1,85)

08-2

08 (0,20 - 0,70)

Klei, sporen baksteen

#2

Nikkel (0,08) Zink (0,32) Cadmium (0,02) Kwik (-) Lood (0,18)

-

-

MM03

03 (2,10 - 2,50) 04 (0,70 - 1,00) 08 (0,70 - 1,20) 09 (0,70 - 1,20)

Klei, geen bijzonderheden

#1

-

-

-

MM04

03 (2,50 - 3,00) 04 (1,00 - 1,50) 08 (1,20 - 1,70) 09 (1,20 - 1,70)

Veen, geen bijzonderheden

#1

Molybdeen (0,05) Minerale olie C10 C40 (0,04)

-

-

03-1-1

03 (3,30 - 4,30)

Grondwater

#3

Molybdeen (0,03)

-

-

09-1-1

09 (1,70 - 2,70)

Grondwater

#3

Benzeen (0,02)

-

-

Grondwater

-

:

Geen van de geanalyseerde parameters overschrijdt de index en/of interventiewaarde (niet verontreinigd).

< Index 50%

:

Het gehalte van de aangegeven parameter is lager dan de index (licht verontreinigd).

Index >50%

:

Het gehalte van de aangegeven parameter overschrijdt de index (licht, maar potentieel sterk verontreinigd). Er kan in potentie sprake zijn van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit.

> IW / > S

:

Het gehalte van de aangegeven parameter overschrijdt de interventiewaarde / signaleringswaarde (sterk verontreinigd).

#1

:

Standaardpakket grond (AS3000)

#2

:

Pakket zware metalen grond (AS3000)

#3

:

Standaardpakket grondwater (AS3000)

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1

Pagina 17 van 26

3.5

INTERPRETATIE

Grond In het zand en de klei met bodemvreemde bijmengingen tot ca. 1,0 m-mv (MM01 en MM02) zijn index overschrijdingen met lood aangetoond. Hierop volgend is een uitsplitsing uitgevoerd om de mate en plaats van voorkomen van de verhoogde parameter te bepalen. Hieruit is gebleken dat de grond ter plaatse van boring 05 (traject 0,8 à 1,0 m-mv) sterk verontreinigd is met lood en zink en ter plaatse van boring 07 (traject 0,2 à 0,6 m-mv) met lood. In de grond ter plaatse van boringen 04 (traject 0,0 à 0,5 m-mv) en 06 (traject 0,15 à 0,5 m-mv) zijn overschrijdingen van de index voor lood en zink aangetoond. Daarnaast is de grond hooguit licht verontreinigd met de overige zware metalen, PAK, PCB en minerale olie. De klei in de ondergrond (MM03) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Het veen in de ondergrond (MM04) is hooguit licht verontreinigd met molybdeen en minerale olie. Grondwater Het grondwater ter plaatse van het algemene deel van het terrein is hooguit licht verontreinigd met molybdeen. Ter plaatse van de ondergrondse huisbrandolietank is hooguit een lichte verontreiniging met benzeen aangetoond. Bespreking Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. De grond is zeer plaatselijk sterk verontreinigd met lood en/of zink. De overige grond en het grondwater zijn hooguit licht verontreinigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16408473/1