Bijlage 1 TAM-omgevingsplan Oostdijk 12 Hellevoetsluis_vastgesteld
Tekst van het document
Er kan niet worden uitgesloten dat er een bodemvolume van minimaal 25 m 3 voor grond aanwezig is waarbinnen gemiddeld de interventiewaarden voor lood en zink worden overschreden. Op basis van deze resultaten is aanleiding verkregen tot het uitvoeren van een vervolgonderzoek naar de sterke verontreiniging met lood en zink. Ter plaatse van de ondergrondse huisbrandolietank zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan. Derhalve wordt geconcludeerd dat de tank geen bodemverontreiniging heeft veroorzaakt. De tank is reeds gesaneerd.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1
Pagina 18 van 26
3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Gehele onderzoekslocatie Hypothese
Verdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen
Reden: in de grond komen (sterke) verontreinigingen voor. Het grondwater is hooguit licht verontreinigd. Ondergrondse huisbrandolietank Hypothese
Verdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Aangenomen Reden: in het grondwater komt een lichte verontreiniging voor.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1
Pagina 19 van 26
4.
VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST
4.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest is de norm NEN 5707+C2;2017 gehanteerd. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. Voor het onderhavige onderzoek is de onderzoeksstrategie voor een verkennend onderzoek asbest op diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming gehanteerd. Het onderzoek richt zich op de verdachte bodemlaag. Voor de onderzoekslocatie is, op basis van het vooronderzoek en het veldonderzoek, de bodemlaag vanaf het maaiveld tot een diepte van 0,5 m-mv als verdachte bodemlaag aangemerkt. Het verkennend asbestonderzoek in grond is uitgevoerd in afwijking op de norm NEN 5707. Er zijn enkel asbestgaten gegraven waar zintuiglijk de verdachte bodemlaag (zand met puinbijmengingen) is aangetroffen ter plaatse van de te zetten boringen voor het verkennend bodemonderzoek. Hiermee wordt formeel gezien niet aan de inspanningen die benodigd zijn voldaan. Echter, verwacht wordt dat dit het resultaat niet dermate zal beïnvloeden.
4.2
VISUELE INSPECTIE MAAIVELD
Controle voorwaarden maaiveldinspectie Bij de uitvoering van de visuele inspectie van het maaiveld geldt een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn in onderstaande tabel opgenomen. Per voorwaarde is aangegeven of aan deze voorwaarde is voldaan. Als er niet aan voldaan is, is de oorzaak aangegeven. Wanneer van een verdachte locatie geen visuele inspectie van het maaiveld kan worden uitgevoerd kan geen verdere opdeling worden gemaakt in verdachte en onverdachte deellocaties en moet de hele locatie als verdacht worden beschouwd. TABEL 4.2.1: Voorwaarden maaiveldinspectie Voorwaarde Omschrijving
Voldaan
Het maaiveld moet vrij inspecteerbaar zijn
Er moet een zo groot mogelijk deel van het te inspecteren maaiveld vrij zijn van objecten (afdeklagen, verhardingen, opgeslagen goederen, afval enz.). Daarnaast is het noodzakelijk dat de aanwezigheid van vegetatie (gras, struiken, bladeren enz.) geen belemmering vormen voor de maaiveldinspectie. Ook behoort de te inspecteren oppervlakte voldoende representatief te zijn voor de gehele (deel)locatie. Er mag geen groot aaneengesloten deel van de (deel)locatie niet inspecteerbaar zijn. Onvoldoende inspecteerbare delen vallen buiten het inspectiegebied en blijven als asbestverdacht aangemerkt.
Nee
De toplaag moet droog en onbesneeuwd zijn
Grond zal nooit helemaal droog zijn; in dit geval wordt met ‘droog’ bedoeld dat het vochtgehalte dusdanig laag is dat er geen belemmeringen ontstaan voor de visuele inspectie. Het betreft dus veldvochtige grond zonder dat hierop plassen enz. voorkomen. Bij veel neerslag zal het bodemoppervlak na verloop van tijd te nat worden om een goede inspectie uit te voeren.
Ja
Er moet voldoende licht en zicht zijn
De hoeveelheid licht en zicht mag geen beperkende factor zijn voor een optimale visuele inspectie. Dit betekent dat de weersomstandigheden dusdanig behoren te zijn dat er geen belemmeringen optreden voor de visuele inspectie. In algemene zin betekent dit: geen neerslag (regen, hagel, sneeuw), voldoende daglicht en geen hevige mist. Bij onvoldoende daglicht is het gebruik van kunstlicht een goed alternatief.
Ja
Conclusie
Aan de voorwaarden wordt niet voldaan. De locatie is volledig verhard met klinkers. Derhalve kon geen maaiveldinspectie worden uitgevoerd.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1
Pagina 20 van 26
4.3
VISUELE INSPECTIE GROND
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 4.3.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 2 april 2025 Uitvoerende partij
IDDS Milieu
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2018
Onderzoeksaspect
Type
Aantal
Codering
Bijzonderheden
Verdachte bodemlaag
Inspectiegat met boring
4
01, 03, 06, 07
-
Uitvoeringswijze Het veldonderzoek is uitgevoerd door IDDS Milieu. Het onderzoek van de grond is uitgevoerd onder certificaat van de BRL SIKB 2000, protocol 2018. Het procescertificaat en de hierbij behorende keurmerken zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag is opgenomen in bijlage 3.1. Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name bijmengingen met baksteen, beton en metselpuin (in de mate resten tot sterk) in de toplaag.
Inspectie grove fractie Bij de inspectie van de grove fractie is de vrijgegraven grond uit de inspectiegaten geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal (grove fractie). Hierbij is de vrijgegraven grond gezeefd of uitgeharkt. Indien aanwezig is het asbestverdachte materiaal bemonsterd. Op basis van de inspectie van de grove fractie blijkt het navolgende: -
In het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit alle inspectiegaten is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Monstername fijne fractie Op basis van de resultaten van het veldonderzoek zijn meerdere mengmonsters samengesteld. Bij het samenstellen van de mengmonsters is rekening gehouden met de verschillende grondsoorten, de bijmengingen (gradaties en samenstelling) en het voorkomen van asbestverdacht materiaal. De navolgende mengmonsters zijn samengesteld:
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1
Pagina 21 van 26
TABEL 4.3.2: Overzicht samengestelde (grond)mengmonsters Monstercode (deel)monsters en traject Bodemtype en bijzonderheden (m-mv)
Opmerkingen / bijzonderheden
ASBMM01
-
4.4
01 (0,08 - 0,30) 03 (0,15 - 0,60) 06 (0,15 - 0,50) 07 (0,20 - 0,60)
Zand, matig betonhoudend, zwak tot sterk baksteenhoudend, resten metselpuin, resten tot brokken beton, zwak tot matig metselpuinhoudend
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek is het monster overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op het analysecertificaat, welke in bijlage 4 is opgenomen. In het laboratorium is, op het voornoemde monster, de volgende bepaling uitgevoerd: -
grondmonster: asbest grond NEN 5898 <17,5kg
De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven op het analysecertificaat. In tabel 4.4.1 zijn de resultaten beknopt weergegeven. TABEL 4.4.1: Overzicht resultaten laboratoriumonderzoek Monstercode (deel)monsters en Bodemtype en bijzonderheden traject (m-mv) ASBMM01
Opmerking
01 (0,08 - 0,30) Zand, matig betonhoudend, zwak tot Fijne fractie 03 (0,15 - 0,60) sterk baksteenhoudend, resten 06 (0,15 - 0,50) metselpuin, resten tot brokken beton, 07 (0,20 - 0,60) zwak tot matig metselpuinhoudend # De serpentijn-asbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentraties.
4.5
Totale gewogen gehalte asbest 50 mg/kg ds
INTERPRETATIE
De interventiewaarde voor asbest in grond is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentraties). Indien de interventiewaarde wordt overschreden is ongeacht het bodemvolume sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het resultaat van het milieukundig onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.
De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1
Pagina 22 van 26
De conclusie dat op een locatie geen asbest is aangetoond, kan pas worden getrokken wanneer visueel geen asbesthoudend materiaal wordt waargenomen én bij de analyse van grondmonsters geen analytisch aantoonbaar gehalte aan asbest wordt gevonden. Asbest, alleen fijne fractie In de grond is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (grove fractie). In het mengmonster van de verdachte bodemlaag met puinbijmengingen (ASBMM01; fijne fractie) is een gewogen concentratie asbest van 50 mg/kg ds aangetoond. Het aangetoonde gehalte is gelijk aan 0,5 x interventiewaarde (50 mg/kg ds). Daarmee wordt formeel gezien een noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest bevonden.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1
Pagina 23 van 26
5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
CONCLUSIES
In opdracht van Rho Adviseurs is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Oostdijk 12 te Hellevoetsluis. Aanleiding De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie, waarbij de bestaande overkapping wordt gesloopt en nieuwgebouwd, en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingswijziging. In het kader van voorgenomen werkzaamheden zijn de ondergenoemde voorgenomen activiteit(en) de aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek: • Het uitvoeren van de milieubelastende activiteiten graven in de bodem (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) §4.119/§4.120). • Het uitvoeren van de milieubelastende activiteiten bouwen op een bodemgevoelige locatie (Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl §5.1.4.5.1). Doelstelling De doelstelling van het onderzoek is: • Het bepalen of er in de grond en/of het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een (sterke) verontreiniging; • Het bepalen of op de onderzoekslocatie een verontreiniging met asbest in de bodem aanwezig is; • Inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit (grond en grondwater). • Vaststellen of er mogelijk sprake is van belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen activiteit.
Verkennend bodemonderzoek Op basis van de resultaten worden de navolgende conclusies getrokken: In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name bijmengingen met baksteen, beton en metselpuin (in de mate resten tot sterk) in de toplaag; Er zijn geen bodemvreemde geuren en/of kleuren of zintuiglijke waarnemingen van olieproduct waargenomen (ter plaatse van de ondergrondse huisbrandolietank); - De grond ter plaatse van boring 05 (traject 0,8 à 1,0 m-mv) is sterk verontreinigd met lood en zink en ter plaatse van boring 07 (traject 0,2 à 0,6 m-mv) met lood; - In de grond ter plaatse van boringen 04 (traject 0,0 à 0,5 m-mv) en 06 (traject 0,15 à 0,5 m-mv) zijn overschrijdingen van de index voor lood en zink aangetoond; - Daarnaast is de grond hooguit licht verontreinigd met de overige zware metalen, PAK, PCB en minerale olie; - De klei in de ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Het veen in de ondergrond is hooguit licht verontreinigd met molybdeen en minerale olie; - Het grondwater ter plaatse van het algemene deel van het terrein is hooguit licht verontreinigd met molybdeen. Ter plaatse van de ondergrondse huisbrandolietank is hooguit een lichte verontreiniging met benzeen aangetoond. Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd.
De grond is zeer plaatselijk sterk verontreinigd met lood en/of zink. De overige grond en het grondwater zijn hooguit licht verontreinigd.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1
Pagina 24 van 26
Er kan niet worden uitgesloten dat er een bodemvolume van minimaal 25 m 3 voor grond aanwezig is waarbinnen gemiddeld de interventiewaarden voor lood en zink worden overschreden. Op basis van deze resultaten is aanleiding verkregen tot het uitvoeren van een vervolgonderzoek naar de sterke verontreiniging met lood en zink. Ter plaatse van de ondergrondse huisbrandolietank zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan. Derhalve wordt geconcludeerd dat de tank geen bodemverontreiniging heeft veroorzaakt. De tank is reeds gesaneerd. Verkennend bodemonderzoek Op basis van de resultaten worden de navolgende conclusies getrokken: -
In de grond is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (grove fractie); In het mengmonster van de verdachte bodemlaag met puinbijmengingen (fijne fractie) is een gewogen concentratie asbest van 50 mg/kg ds aangetoond.
Het aangetoonde gehalte is gelijk aan 0,5 x interventiewaarde (50 mg/kg ds). Daarmee wordt formeel gezien een noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest bevonden.
5.2
AANBEVELINGEN
Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies. Vanwege de geconstateerde mogelijke overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem naar aanleiding van de aangetroffen sterke verontreinigingen met lood, zink en asbest adviseren wij u nader bodem- en asbestonderzoek naar de aard, mate en omvang van de aantasting uit te laten voeren. Indien bij de voorgenomen (bouw)werkzaamheden grond wordt ontgraven én afvoer van grond plaatsvindt moet tenminste een week voor de start een melding ingevolge §4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden verricht. Als de ontgraven grond op locatie volledig wordt teruggebracht in de bodem is een melding niet nodig. Opgemerkt wordt dat de ontgraven grond niet langer dan 8 weken na beëindiging van het graven tijdelijk mag worden opgeslagen op locatie. Bij afvoeren en hergebruik van grond is de regelgeving onder de Omgevingswet van toepassing. Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit.
In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat plaatselijk sprake kan zijn van een afwijkende bodemopbouw. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1
Pagina 25 van 26
6.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde verkennend onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodem- en asbestonderzoek Locatie: Oostdijk 12 te Hellevoetsluis Kenmerk rapportage: A7314-06/KHA/rap1
Pagina 26 van 26
BIJLAGE 1.1 Topografische kaart
BIJLAGE 1.2 Situatietekening
BIJLAGE 2.1 Rapportage Omgevingsdienst
Bodeminformatie Dynamisch Rapport - 11-03-2025
Geselecteerd gebied
Tank
Locatie
Percelen
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 1 van 10 - 11-03-2025
Inhoudsopgave Inleiding
3
Gegevens binnen het geselecteerde gebied
4
Locaties
4
Tanks
8
Disclaimer
9
Toelichting
10
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 2 van 10 - 11-03-2025
Inleiding Voor U ligt een rapportage van de DCMR Milieudienst Rijnmond met de beschikbare informatie over de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem op de locatie die u heeft aangewezen. Deze informatie is afkomstig uit het Bodem Informatie Systeem (hierna: BIS) van DCMR. De omgevingsrapportage geeft: • een eerste indruk van de bodemkwaliteit en de beschikbaarheid aan informatie. Voor meer specialistische informatie verwijzen wij u door naar de viewer onder de link: Viewer bodem en ondergrond (https://dcmr.webgispublisher.nl). • alleen informatie over de aangewezen locatie (en niet over de locaties in een straal van 25 meter er omheen); • alleen informatie die bij DCMR bekend is. Bodemonderzoeken die nooit bij DCMR of deelnemende gemeentes zijn ingediend, zijn niet opgenomen. Hetzelfde geldt voor ondergrondse brandstoftanks die niet bekend zijn.
Deze rapportage bevat beschikbare gegevens over de aangewezen locatie en links voor documenten die u kunt downloaden. In de toelichting per onderwerp wordt specifiek uitgelegd wat de informatie inhoudt en hoe u deze kunt gebruiken.
De informatie is met zorg en volgens de geldende richtlijnen verzameld en beschikbaar gesteld De DCMR, gemeentes en provincie registreren al tientallen jaren bodeminformatie. Al deze informatie is met zorg geregistreerd en uiteindelijk in het BIS van DCMR opgenomen. In de loop van de tijd zijn er veel dingen veranderd, zowel voor wat betreft de wet- en regelgeving, onderzoeksprotocollen als het BIS zelf. Het is onvermijdelijk dat informatie: • niet altijd voldoet aan de richtlijnen van dit moment. In oude rapporten hoeft u bijvoorbeeld niet te zoeken naar PFAS, want deze stoffen werden toen nog niet gemeten. • niet altijd actueel is, bijvoorbeeld omdat de locatie in een gebied ligt dat opnieuw ontwikkeld is; • nog niet ingevoerd is. Dit is het geval bij onderzoeken die recent zijn ingediend. De invoerachterstand bedraagt maximaal enkele weken.
Heeft u te maken met een onderzoeksplicht, bijvoorbeeld omdat u een pand of stuk grond wilt kopen of vanwege bouw- of graafwerkzaamheden? Dan mag u deze rapportage niet beschouwen als een volledig vooronderzoek. Deze rapportage is wel bruikbaar als startpunt van een vooronderzoek volgens de normen. Meer informatie over het uitvoeren van bodemonderzoek is te vinden op onze website onder de links: Vooronderzoek | DCMR en Uitvoeren bodemonderzoek | DCMR. De algemene eisen voor een vooronderzoek staan in onderzoeksprotocollen zoals de NEN 5725. Een dergelijk vooronderzoek wordt vrijwel altijd uitgevoerd door een bodemadviesbureau.
Als u vragen, opmerkingen of aanvullingen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de DCMR Milieudienst Rijnmond via email: info@dcmr.nl
Als u een rapport zonder (werkende) hyperlink wilt ontvangen kunt u een verzoek per email sturen. Vermeld hierbij altijd het locatienummer (AA...) van de locatie en de datum, naam en (indien beschikbaar) het opdrachtnummer van het rapport dat u wilt opvragen.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 3 van 10 - 11-03-2025
Gegevens binnen het geselecteerde gebied Locaties De volgende bodemlocaties zijn bekend in het geselecteerde gebied:
Locatie: HBB: Oostdijk 12-12 HELLEVOETSLUIS Locatienaam
HBB: Oostdijk 12-12 HELLEVOETSLUIS
Adres
Oostdijk 12
Woonplaats
Hellevoetsluis
Gemeente
Voorne aan Zee
Locatiecode
AA053000669
Locatiecode bevoegd gezag Wbb Gegevensbeheerder
DCMR Milieudienst Rijnmond
Vervolgactie Wbb
Uitvoeren historisch onderzoek
Statusverontreiniging op basis van onderzoeken
Potentieel Ernstig
Laatst uitgevoerd onderzoek Wettelijk kader Mogelijk Overgangsrecht
nee
Uitgevoerde onderzoeken Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Beschikbare documenten per onderzoek Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Verontreinigende activiteiten Activiteit
Start
Einde
Vervallen
Benoemd
Verontreinigd
Spoed
Voldoende onderzocht
petroleum- of kerosinetank (ondergronds)
1962
onbekend
Nee
Nee
Onbekend
Nee
Onbekend
petroleum- of kerosinetank (ondergronds)
1925
onbekend
Nee
Nee
Onbekend
Nee
Onbekend
Besluiten Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Beschikbare documenten per besluit Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 4 van 10 - 11-03-2025
Overige beschikbare documenten Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Locatie: Bonseweg (Den Bonsen Hoek,ong) Locatienaam
Bonseweg (Den Bonsen Hoek,ong)
Adres
Bonseweg
Woonplaats
Hellevoetsluis
Gemeente
Voorne aan Zee
Locatiecode
AA053000258
Locatiecode bevoegd gezag Wbb Gegevensbeheerder
Voorne aan Zee
Vervolgactie Wbb
voldoende onderzocht
Statusverontreiniging op basis van onderzoeken
niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Laatst uitgevoerd onderzoek
Monitoringsrapportage: Den Bonsen Hoek ong. 02-04-1992
Wettelijk kader Mogelijk Overgangsrecht
nee
Uitgevoerde onderzoeken De volgende bodemonderzoeken zijn bekend binnen deze locatie: Datum
Type
02-041992
Naam
Auteur
Opdrachtnummer
Archief
Monitoringsrapportage Den Bonsen Hoek ong.
SGS EcoCare
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-071991
Nader onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
SGS EcoCare
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-051991
Nader onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
SGS EcoCare
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-041991
Indicatief onderzoek
Bonseweg (Den Bonsen TAUW Hoek,ong)
Niet opvraagbaar
Gemeente
06-031991
Nader onderzoek
Bonseweg (Den Bonsen TAUW Hoek, ong)
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-041988
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-041988
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-041988
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-041988
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-101987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-091987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-091987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-091987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 5 van 10 - 11-03-2025
01-091987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-091987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong. (links van de mlk)
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-091987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-091987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-061987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-061987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-061987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-051987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
01-041987
Indicatief onderzoek
Den Bonsen Hoek ong.
TAUW
Niet opvraagbaar
Gemeente
Beschikbare documenten per onderzoek Onderzoek
Datum
Downloadlink
Den Bonsen Hoek ong.
02-04-1992
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-07-1991
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-05-1991
Toelichting document niet opvraagbaar
Bonseweg (Den Bonsen Hoek,ong)
01-04-1991
Toelichting document niet opvraagbaar
Bonseweg (Den Bonsen Hoek, ong)
06-03-1991
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-04-1988
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-04-1988
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-04-1988
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-04-1988
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-10-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-09-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-09-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-09-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-09-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong. (links van de mlk)
01-09-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-09-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-09-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-06-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-06-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-06-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-05-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
Den Bonsen Hoek ong.
01-04-1987
Toelichting document niet opvraagbaar
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 6 van 10 - 11-03-2025
Verontreinigende activiteiten Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Besluiten Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Beschikbare documenten per besluit Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Overige beschikbare documenten Locatie
Downloadlink
Bonseweg (Den Bonsen Hoek,ong)
indikatief aanvullend onderzoek Tauw.pdf
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 7 van 10 - 11-03-2025
Tanks Bij de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn over tanks geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 8 van 10 - 11-03-2025
Disclaimer DCMR is niet aansprakelijk voor enige directe schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de praktijk de verontreinigingssituatie anders is dan in dit rapport is vermeld. In het geval van koop/verkoop adviseert DCMR om bij twijfel aan de representativiteit van de in dit rapport vermelde gegevens alsnog bodemonderzoek op de betreffende locatie te laten uitvoeren. Deze rapportage kan in de regel niet worden gebruikt bij meldingen of vergunningsaanvragen waarvoor een bodemonderzoek is vereist. Kopieën van de in deze rapportage vermelde rapporten kunnen hier mogelijk wel voor worden gebruikt. Dit is afhankelijk van de onderzoekseisen vanuit de melding/vergunning en de aard, ouderdom en kwaliteit van het betreffende onderzoek.
(c) 2024 Visma Roxit B.V. (Nazca) - Pagina 9 van 10 - 11-03-2025