Begroting 2026 Voorne aan Zee
Tekst van het document
5.612
Baten
-8.675
-644
-644
-644
-644
Lasten
2.139
2.055
2.039
2.039
2.039
4.293
3.749
3.749
3.749
3.749
752
491
416
416
416
Lasten
3.627
2.957
2.957
3.079
3.079
Baten
-21
-7
-7
-7
-7
Lasten
9.147
9.147
9.147
9.147
9.147
Baten
-302
-302
-302
-302
-302
Lasten
2.434
2.394
2.354
2.311
2.311
Baten
0
0
0
0
0
Lasten
1.110
1.110
1.110
1.110
1.110
54
54
54
54
54
Baten 6.22 Toegang en 1elijnsvoorz. Jeugd
Lasten Baten
6.23 Toegang en 1elijnsvoorz. Integraal
Lasten Baten
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) 6.711 Huishoudelijke hulp (WMO) 6.712 Begeleiding (WMO) 6.713 Dagbesteding (WMO)
Baten 6.714 Overige maatwerkarrangementen(WMO) Lasten Baten
pagina 59
Taakvelden programma 4: Leven (bedragen x € 1.000)
Lasten/ baten
2025
2026
2027
2028
2029
6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal
Lasten
7.390
7.390
7.390
6.290
6.290
4.396
4.396
4.396
4.396
4.396
9.614
11.380
11.305
11.305
11.305
646
646
646
646
646
309
309
309
309
309
1.024
899
774
774
774
Lasten
1.064
977
435
305
305
Baten
-42
0
0
0
0
6.812 Maatschapp.- en vrouwenopvang(WMO) Lasten
584
584
584
584
584
2.276
2.293
2.293
2.293
2.293
584
584
584
584
584
646
632
629
629
629
Lasten
5.926
5.644
5.206
5.206
5.206
Baten
-844
-593
-11
-11
-11
79.556
80.023
79.755
78.378
78.167
Baten 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
Lasten Baten
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
Lasten Baten
6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk
Lasten Baten
6.791 PGB WMO
Lasten Baten
6.792 PGB Jeugd
Lasten Baten
6.811 Beschermd wonen (WMO)
Baten 6.821 Jeugdbescherming
Lasten Baten
6.822 Jeugdreclassering
Lasten Baten
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
Lasten Baten
7.1 Volksgezondheid Eindtotaal
pagina 60
Verschillenanalyse De begroting 2026 bevat de effecten zoals weergegeven in de vastgestelde kadernota. In onderstaande tabel is opgenomen welke effecten van de kadernota in de begroting van programma 4 zijn opgenomen (naar taakveld). Taakveld 0.84 Overige baten en lasten Programma 4 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal 5.4 Musea
Toelichting (bedragen x € 1.000) Indexatie gemeenschappelijke regelingen Indexatie gemeenschappelijke regeling GRJR Financiële effecten Kadernota GRJR Business case Streekarchief
6.792 PGB Jeugd 6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) 5.1 Sportbeleid en activering 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Eindtotaal
2026 52
2027 52
2028 52
2029 52
1.509
1.509
1.509
1.509
1.569
1.569
1.569
1.569
0
0
0
150
Bezuiniging persoonsgebonden budget Bezuiniging 75+ pas
-125
-250
-250
-250
-120
-120
-120
-120
Efficiencyslag sportexploitaties
0
0
-200
-200
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
1.885
1.760
1.560
1.710
Financiële effecten Bestuursopdracht Sociaal Domein
In onderstaande tabellen verklaren we de baten- en lastenverschillen tussen begrotingsjaar 2026 en 2025. LASTEN Taakveld Taakveld omschrijving
Mutaties lasten t.o.v. 2025
voordeel (-) Bedrag /nadeel (+)
0.104
Mutaties Reserves
Mutatie reserve dekking afschrijvingslasten verwerkt in 2025
-1.554 voordeel
4.2
Onderwijshuisvesting
Bijstelling kapitaallasten
-94 voordeel
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingzaken
Budgetten voor Leerplicht en Onderwijsachterstandenbeleid zijn afhankelijk van de rijksbijdrage. In 2026 vooralsnog € 0,7 miljoen lager opgenomen. Dit heeft een neutraal financieel effect (zie onder baten 4.3). Daarnaast is in 2025 op dit taakveld inhuurbudget opgenomen.
-887 voordeel
5.1
Sportbeleid en sportactivering
Uitbreiding sportinvesteringsregeling en met ingang van 2026 is een budget huldiging topsporters Voorne aan Zee opgenomen.
139 nadeel
Sportaccommodaties
De begroting 2026 is lager t.o.v. 2025 omdat in 2025 een eenmalige bijdrage voor verzelfstandiging van het Geuzenpark in de begroting is opgenomen. Overige bijstelling is het gevolg van herrekening kapitaallasten.
78 nadeel
5.2
pagina 61
Taakveld Taakveld omschrijving
Mutaties lasten t.o.v. 2025
5.3
Cultuurpresentatie
De afname van het budget in 2026 wordt verklaard door lager geraamde onderhoudslasten en een incidenteel budget in 2025 voor 80 jaar Bevrijding.
-57 voordeel
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
De totale lasten voor opvang van Oekraïense vluchtelingen zijn nog niet bekend (zie ook baten). Daarnaast is onder dit taakveld € 1 miljoen stelpost opgenomen voor bezuiniging op subsidieverstrekkingen (kadernota).
-6.040 voordeel
6.21
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen WMO Herschikking loonkosten over de taakvelden
-330 voordeel
6.22
Herverdeling salariskosten van Toegang en Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd naar eerstelijnsvoorzieningen Inkomensregelingen. Per saldo budgetneutrale Jeugd verschuiving tussen P4 Leven en P3 Werken.
-625 voordeel
6.23
Toegang en In 2025 zijn lasten voor externe inhuur begroot, eerstelijnsvoorzieningen vooral als gevolg van ziekte. Voor 2026 is dit Integraal nog niet bekend
67 nadeel
6.60
Hulpmiddelen en diensten (WMO)
Betreft lagere verwachte kosten, inclusief bezuiniging kadernota, voor de 75+ pas vervoersvoorzieningen
-670 voordeel
6.762
Jeugdhulp met verblijf regionaal
Hogere verwachte lasten bijdrage GRJR, als gevolg van indexatie en effecten kadernota
1.767 nadeel
6.792
PGB Jeugd
Doorgevoerde bezuiniging kadernota
-125 voordeel
Beschermd Wonen
Conform de planning fase 1 ('Besluit 8637-2024 Plan van Aanpak Beschermd Wonen en Opvang') zijn de aanloopkosten in 2025 hoger dan in 2026, gedekt uit gelden afkomstig vanuit centrumgemeente Nissewaard
-87 voordeel
Volksgezondheid
Lagere verwachte besteding als gevolg van lagere rijksbijdrage (GALA gelden) in 2026 (zie ook baten 7.1)
-282 voordeel
Het restant voordeel op de lasten bestaat uit diverse overige mutaties
-64 voordeel
6.811
7.1 Overige
Totaal mutaties lasten
pagina 62
voordeel (-) Bedrag /nadeel (+)
-8.764 voordeel
BATEN Taakveld Taakveld omschrijving
Mutaties baten t.o.v. 2025
0.104
Mutaties Reserves
In 2026 is de onttrekking aan de algemene reserve op programma 4 lager dan in 2025. In 2025 worden eenmalig bedragen onttrokken voor verzelfstandiging Geuzenpark en cofinanciering pijler Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Regiodeal Zuid-Hollandse Delta
312 nadeel
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingzaken
De definitieve rijksbijdragen voor Leerplicht en Onderwijsachterstandenbeleid zijn nog niet bekend. Dit heeft een nagenoeg neutraal financieel effect.
727 nadeel
5.2
De verhuuropbrengsten worden voor 2026 hoger Sportaccommodaties ingeschat
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
De vergoeding van het Rijk voor opvang van Oekraïense vluchtelingen voor 2026 is nog niet bekend
8.031 nadeel
7.1
Volksgezondheid
De specifieke uitkering vanuit het rijk (GALA gelden) is lager dan in 2025 (zie ook lasten 7.1)
251 nadeel
Het restant nadeel op de baten bestaat uit diverse overige mutaties
42 nadeel
Overige
Totaal mutaties baten Totaal mutaties lasten en baten
pagina 63
voordeel (-) Bedrag /nadeel (+)
-133 voordeel
9.230 nadeel 466 nadeel
pagina 64
Programma 5 Middelen Wat staat er in het Programma Middelen? Het karakter van het programma middelen is anders dan de beleidsmatige programma’s. Dit programma gaat in op de dekkingsmiddelen. Hiermee betalen we de uitgaven in de beleidsprogramma’s. De algemene uitkering uit het gemeentefonds van het Rijk is onze belangrijkste inkomstenbron. Daarnaast heft de gemeente belastingen en ontvangt zij subsidies en andere bijdragen. Ook betalen inwoners en bedrijfsleven voor een deel van de gemeentelijke dienstverlening.
Wat willen we bereiken? De gemeente Voorne aan Zee staat voor de uitdaging om haar ambities te realiseren binnen scherpere financiële kaders. Het programma Middelen speelt hierin een sleutelrol. Vanuit dit programma zorgen we voor een gezonde financiële huishouding, een betrouwbare dienstverlening en een wendbare organisatie. De uitgangspunten zijn: realistisch begroten, geen plan zonder dekking en transparantie in besluitvorming. In 2026 zetten we stevig in op financiële duurzaamheid. Door de structureel lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds, in combinatie met een steeds zwaarder takenpakket, is het noodzakelijk om scherpe keuzes te maken. De Kadernota 2026 is hierbij leidend. Vanuit het programma middelen sturen we op algemene verbetering van efficiency en op diverse individuele bezuinigingsmaatregelen. Hiermee kunnen tekorten meerjarig worden overbrugd en werken we aan verbetering van onze financiële positie, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de dienstverlening van de gemeente.
Wat gaan we ervoor doen? De financiële kaders uit de Kadernota 2026 zijn stevig, maar bieden voldoende ruimte voor toekomstbestendige keuzes. In lijn met deze doelstelling kiezen we ervoor: De belastingen voor inwoners en ondernemers beperkt te laten stijgen, door deze alleen te verhogen met de inflatiecorrectie. Een onderuitputting op de kapitaallasten in te stellen. Dit betekent dat we verwachten minder geld uit te geven aan kosten voor investeringen, zoals afschrijvingen en rente, dan eerder is begroot. De doelstelling klinkt uiteraard ook door in ons interne financieel beleid. Hiermee zorgen we voor een gezonde financiële positie, nu en in de toekomst. Dit gaan we ervoor doen. a. Structurele verplichtingen alleen opnemen wanneer deze gebaseerd zijn op concrete, onderbouwde plannen. b. Het gebruik van stelposten zoveel mogelijk vermijden. De bestaande stelposten zijn voor deze begroting doorgelicht. c. De vastgestelde bezuinigingsmaatregelen voeren we uit en sturen we waar nodig bij. d. Risico’s doorlopend inventariseren en beheersmaatregelen treffen waar nodig.
pagina 65
e. Ook werken we aan verdere verbetering van de planning- en controlcyclus. Een belangrijk voorwaarde hiervoor is dat we het financieel bewustzijn van de organisatie verder vergroten. Dat doen we onder meer door het opleiden van budgetbeheerders en door de financiële advisering op beleidsvoorstellen te blijven verbeteren. Door verdere digitalisering kan niet alleen beter inzicht worden gegeven in de ontwikkeling van de begroting en lopende verplichtingen, maar kan ook beter worden gestuurd op de meerjarige ontwikkeling van het vermogen en de liquiditeit. Tot slot verbeteren we ook de rapportage op financiële afwijkingen.
Beleidsindicatoren In onderstaande tabel zijn de beleidsindicatoren van programma 5 opgenomen. Indicator Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden
Eenheid €
Periode 2024
Waarde 929
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
€
2024
952
Gemiddelde WOZ-waarde (CBS)
x €1.000
2020
265
Gemiddelde WOZ-waarde (CBS)
x €1.000
2021
284
Gemiddelde WOZ-waarde (CBS)
x €1.000
2022
313
Gemiddelde WOZ-waarde (CBS)
x €1.000
2023
368
Gemiddelde WOZ-waarde (CBS)
x €1.000
2024
389
Gemiddelde WOZ-waarde (CBS)
x €1.000
2025
396
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl en CBS
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuisouden betaalt aan woonlasten. Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Gemiddelde WOZ-waarde x €1.000 De WOZ-waarde van alle woningen (data van het CBS). Alle verblijfsobjecten in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) met minimaal een woonfunctie en eventueel één of meer andere gebruiksfuncties worden als woning aangemerkt.
pagina 66
Wat kost het? Programma 5: Middelen (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Lasten
1.498
5.014
5.781
7.121
7.735
Baten
-160.229
-166.287
-164.878
-162.729
-162.919
Saldo lasten en baten
-158.731
-161.273
-159.097
-155.608
-155.185
Toevoegingen aan reserves
260
260
260
0
Onttrekkingen aan reserves
-2.280
-154
-29
-22
-17
Saldo mutaties reserves
-2.020
107
232
-22
-17
-160.751
-161.166
-158.865
-155.630
-155.201
Waarvan incidentele lasten
121
235
313
63
46
Waarvan incidentele baten
-2.273
-2.273
0
0
0
Saldo incidentele lasten en baten
-2.153
-2.039
313
63
46
-158.598
-159.128
-159.178
-155.693
-155.247
Begrotingssaldo na bestemming
Structureel begrotingssaldo
Lasten en baten per taakveld In onderstaande tabel is de begroting van programma 5 naar taakveld opgenomen. Taakveld (bedragen x € 1.000)
Lasten/ baten
0.105 Mutaties Reserves Programma 5
Lasten Baten
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden Lasten 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7 Alg.uitkering/overig uitk.Gem.fonds
2025
2026
2027
2028
2029
260
260
260
-2.280
-154
-29
-22
-17
3.626
3.667
3.660
3.651
3.644
Baten
-756
-810
-810
-810
-809
Lasten
-57
440
658
945
1.181
Baten
-1.511
-1.649
-1.638
-1.629
-1.620
Lasten
5
5
5
5
5
Baten
-12.904
-13.394
-13.394
-13.394
-13.394
Lasten
2
1
1
1
1
Baten
-4.040
-4.193
-4.193
-4.193
-4.193
Lasten
186
186
186
186
186
Baten
-450
-467
-467
-467
-467
Lasten
957
1.070
1.081
1.091
1.102
Baten
-141
-146
-146
-146
-146
Lasten
-1.225
-995
-1.038
-1.033
-1.028
-140.427 -145.627 -144.228 -142.088
-142.288
Baten 0.85 Overige baten en lasten Programma 5 Lasten
-2.000
636
1.223
2.270
2.640
5
5
5
5
5
-160.751 -161.166 -158.865 -155.630
-155.201
Baten 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb)
Lasten Baten
Eindtotaal
pagina 67
Verschillenanalyse De begroting 2026 bevat de effecten zoals weergegeven in de vastgestelde kadernota. In onderstaande tabel is opgenomen welke effecten van de kadernota in de begroting van programma 5 zijn opgenomen (naar taakveld).
Taakveld
Toelichting (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
0.85 Overige baten en lasten Programma 5 0.85 Overige baten en lasten Programma 5 0.85 Overige baten en lasten Programma 5 0.85 Overige baten en lasten Programma 5 0.85 Overige baten en lasten Programma 5 0.85 Overige baten en lasten Programma 5 0.85 Overige baten en lasten Programma 5 0.85 Overige baten en lasten Programma 5 Eindtotaal
Indexatie overige budgetten (stelpost inflatie) Indexatie gemeenschappelijke regelingen
2.600
2.600
2.600
2.600
29
29
29
29
IBK+ (Wegen)
90
100
115
128
IBK+ (Groen-beplanting)
55
55
55
55
IBK+ (Bomen)
23
23
23
23
IBK+ (Civieltechnische kunstwerken)
31
31
31
31
Stelpost kapitaallasten o.b.v. realisatiepercentage van 80% Kostendekkendheid leges naar 90%
-1.484
-1.446
-1.410
-1.370
-600
-600
-600
-600
744
792
843
896
In onderstaande tabellen verklaren we de baten- en lastenverschillen tussen begrotingsjaar 2026 en 2025. LASTEN Taakveld
Taakveld omschrijving
0.5
Treasury
0.5
Treasury
0.7 0.85 0.85
pagina 68
Alg.uitkering/overig uitk.Gem.fonds Overige baten en lasten Overige baten en lasten
Mutaties lasten t.o.v. 2025 Hogere rentelasten op de langlopende geldleningen Hogere doorrekening kapitaalslasten naar de verschillende taakvelden Verlaging van de stelpost ter dekking van de taakmutaties uit de meicirculaire
Bedrag Voordeel (-) x € 1.000 /Nadeel (+) 1.267 Nadeel 780 Voordeel 230 Nadeel
Verlaging van de stelpost kapitaalslasten Stelpost ter dekking van indexatie overige budgetten Het restant nadeel op de lasten bestaat uit diverse overige mutaties.
1.016 Nadeel
Totaal mutaties lasten
3.516 Nadeel
1.695 Nadeel 88 Nadeel
BATEN
Bedrag x € Voordeel (-) 1.000 /Nadeel (+)
Taakveld
Taakveld omschrijving
0.105
Mutaties Reserves Lagere baten ten opzichte van 2025 vanwege Programma 5 lagere onttrekking aan de algemene reserve
0.5
Treasury
Hogere rentebaten op de langlopende geldleningen
-138 Voordeel
0.61
OZB woningen
Hogere baten als gevolg van indexatie 3,8%
-490 Voordeel
0.62
OZB nietwoningen
Hogere baten als gevolg van indexatie 3,8%
-153 Voordeel
0.7
Alg.uitkering/overig uitk.Gem.fonds Hogere baten als gevolg van de meicirculaire
-5.200 Voordeel
Het restant voordeel op de baten bestaat uit diverse overige mutaties.
-77 Voordeel
Mutaties baten t.o.v. 2025
Totaal mutaties baten Totaal mutaties lasten en baten
pagina 69
2.126 Nadeel
-3.932 Voordeel -416 Voordeel
2. Paragrafen
pagina 70
§ Lokale heffingen Inleiding Volgens artikel 9 en 10 van het BBV bevat de begroting een paragraaf Lokale heffingen. Deze paragraaf geeft informatie over: De verwachte inkomsten. Het beleid voor de lokale heffingen. Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin staat: - Hoe we ervoor zorgen dat de tarieven van maximaal kostendekkende heffingen niet hoger zijn de verwachte kosten. - De regels voor deze berekening. - De toepassing van deze regels bij het vaststellen van de tarieven. De ontwikkeling van de woonlastendruk. Het kwijtscheldingsbeleid.
Algemeen De gemeente kent drie soorten heffingen: algemene belastingen; bestemmingsheffingen; retributies (rechten en leges). Algemene belastingen De opbrengsten van algemene belastingen gaan naar de algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat het geld geen specifiek doel heeft en wordt ingezet voor verschillende gemeentelijke taken, zoals openbare verlichting, onderwijs, sport, cultuur en onderhoud van wegen en plantsoenen. Een voorbeeld van een algemene belasting is de onroerendezaakbelasting (OZB). In Voorne aan Zee vallen OZB, toeristenbelasting, forensenbelasting, parkeerbelasting, precariobelasting en reclamebelasting onder de algemene belastingen. Bestemmingsheffingen De opbrengsten van deze heffingen zijn bedoeld voor specifieke taken of voorzieningen van algemeen belang. De gemeente vraagt niet meer dan de gemaakte kosten. In Voorne aan Zee gaat het om de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de bedrijveninvesteringszone (BIZ) Seggelant. Retributies (rechten en leges) Inwoners en bedrijven betalen retributies voor specifieke diensten of producten van de gemeente, zoals een paspoort of het aanvragen van een omgevingsvergunning. Leges zijn de belangrijkste retributies. Andere rechten in Voorne aan Zee zijn de lijkbezorgingsrechten, marktgelden en havengeld. Net als bestemmingsheffingen mogen retributies niet meer dan kostendekkend zijn.
Onderstaande tabel toont de verschillende belastingen en retributies.
pagina 71
Heffingen Voorne aan Zee Algemene belastingen
Bestemmingsbelastingen
Retributies
Opbrengst vrij besteedbaar
Opbrengst specifiek doel
Opbrengst specifiek doel Vergoeding voor een individueel bewezen dienst
Geen opbrengstlimiet
Opbrengstlimiet
Opbrengstlimiet
OZB toeristenbelasting forensenbelasting
afvalstoffenheffing rioolheffing bedrijveninvesteringszone (BIZ)
leges lijkbezorgingsrechten marktgelden havengeld
parkeerbelasting precariobelasting reclamebelasting
Het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) verzorgt de heffing en inning van diverse belastingen voor de gemeente Voorne aan Zee.
Beleid In de Kadernota 2026 staan de volgende uitgangspunten voor lokale heffingen: De lasten voor onze inwoners en ondernemers stijgen niet door nieuw beleid. Belastingtarieven worden alleen aangepast voor inflatie. Een inflatiecorrectie van 3,8% gebaseerd op de Consumentenprijsindex (CPI) van februari 2025. In de begroting 2025 is vastgesteld dat de dekking van de kosten van de leges 78% is. Dit percentage is landelijk gangbaar, maar een verhoging naar circa 90% is realistisch. Deze aanpassing verhoogt de lasten niet algemeen, maar geldt uitsluitend voor inwoners en bedrijven die gebruikmaken van gemeentelijke diensten of producten. De overhead wordt, ongeacht de aard en de samenstelling, toegerekend aan de directe kosten van de taakvelden. Voor heffingen gebeurt deze toerekening handmatig, buiten de boekhouding.
Toelichting algemene belastingen Onroerendezaakbelasting (OZB) De OZB is de belangrijkste eigen inkomstenbron voor de gemeente. Eigenaren van woningen en eigenaren én gebruikers van niet-woningen betalen deze belasting. De WOZwaarde van woningen en niet-woningen vormt de basis voor de OZB. De waarde wordt elk jaar vastgesteld volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor belastingjaar 2026 geldt de waarde van 1 januari 2025. De OZB-opbrengst stijgt in 2026 met 3,8% door inflatiecorrectie. Door uit te gaan van een stijging van de opbrengst en niet van de tarieven worden de effecten van schommelende vastgoedwaarden geneutraliseerd. De belastingdruk voor de inwoners blijft daardoor in verhouding.
pagina 72
Toeristenbelasting Er zijn twee soorten toeristenbelasting: landtoeristenbelasting en watertoeristenbelasting. In Voorne aan Zee brengen we beide soorten in rekening. Landtoeristenbelasting geldt voor overnachtingen door mensen die niet in onze gemeente wonen. Dit betreft niet alleen toeristen, maar ook arbeidsmigranten. Watertoeristenbelasting geldt voor verblijf binnen een etmaal op een vaartuig door personen die niet in de gemeente zijn ingeschreven. Forensenbelasting Personen die niet in Voorne aan Zee wonen, maar hier 90 dagen of langer een gemeubileerde woning voor zichzelf of hun gezin beschikbaar hebben, betalen forensenbelasting. Parkeerbelasting In Voorne aan Zee geldt betaald parkeren bij de Eerste en Tweede Slag van het badstrand in Rockanje. Voor dit gebied kunnen ook parkeervergunningen worden aangevraagd. Daarnaast zijn bewonersparkeervergunningen beschikbaar voor kleine gebieden in Rockanje en bij winkelcentrum De Struytse Hoeck. Precariobelasting Precariobelasting is een vergoeding voor het gebruik van gemeentegrond, meer specifiek voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven openbare grond. In Voorne aan Zee geldt precariobelasting voor terrassen. Daarnaast stellen we voor om met ingang van 2026 precariobelasting voor standplaatsen in te voeren. Reclamebelasting In het centrum van Brielle heffen we reclamebelasting.
De inkomsten worden als subsidie verstrekt aan de Brielse Belangenvereniging voor activiteiten en voorzieningen die de promotie en verbetering van de binnenstad van Brielle ondersteunen.
Toelichting bestemmingsheffingen en retributies De inkomsten uit bestemmingsheffingen en retributies financieren bepaalde gemeentelijke activiteiten. Volgens de Gemeentewet mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Dit voorkomt dat deze belastingen ook voor andere activiteiten worden ingezet. De Gemeentewet spreekt over geraamde bedragen, omdat rechtsbescherming vereist dat een belastingverordening vóór aanvang van de belastingheffing wordt vastgesteld. Bij die vaststelling zijn alleen ramingen van de baten en lasten beschikbaar. Bij leges en tarieven voor meerdere activiteiten binnen één belastingverordening ontstaat soms onduidelijkheid over het niveau waarop de kostendekking wordt getoetst. Dit gebeurt op het niveau van de gehele verordening, zoals bij een legesverordening. De gezamenlijke baten uit belastingen dekken de geraamde kosten van alle activiteiten. Kruissubsidiëring is toegestaan: een overschot bij de ene activiteit mag een tekort bij een andere activiteit compenseren. Het is niet verplicht om de kostendekking per activiteit te bepalen. Een directe koppeling tussen het tarief en de kosten van een dienst of activiteit is niet nodig. Dit blijkt uit jurisprudentie.
pagina 73
Afvalstoffenheffing Inwoners van Voorne aan Zee betalen voor de inzameling van huishoudelijk afval. De gemeente is wettelijk verplicht om huishoudelijk afval op te halen en te verwerken. Het afvalbeleidsplan beschrijft wat er nu en in de toekomst gebeurt. De kosten van afvalverwerking, inclusief de geraamde kosten, mogen maximaal gedekt worden door de afvalstoffenheffing. De tarieven zijn gebaseerd op kostendekking. Inwoners betalen niet meer dan nodig is om de kosten van afvalinzameling en afvalverwerking te dekken. Afvalstoffenheffing x € 1.000
Bedrag
Kosten taakveld, incl. (omslag)rente
€ 11.872
Inkomsten taakveld excl. Heffingen
€ 1.918
Netto kosten taakveld
€ 9.954
Toe te rekenen kosten: * Overhead, incl. (omslag)rente * BTW
€ 357 € 1.777
* kosten kwijtschelding
€ 476
* kosten heffing en invordering SVHW
€ 120
Totale kosten
€ 12.684
Opbrengst heffingen
€ 12.633
Dekkingspercentage
99,6%
Rioolheffing In Voorne aan Zee betalen eigenaren en gebruikers van woningen en niet-woningen rioolheffing. De gemeente is wettelijk verplicht om zorg te dragen voor afvalwater, regenwater en grondwater. Gemeentelijke plannen beschrijven de huidige en toekomstige maatregelen. De kosten hiervoor worden zoveel mogelijk gedekt uit de rioolheffing. De aanleg van nieuwe rioleringsstelsels wordt betaald vanuit planontwikkeling en grondexploitatie. De tarieven zijn gebaseerd op kostendekking. De inkomsten mogen niet hoger zijn dan de kosten van het beheer en onderhoud. Rioolheffing x € 1.000
Bedrag
Kosten taakveld Riolering, incl. (omslag)rente
€ 8.569
Kosten Reiniging, incl. (omslag)rente
€ 598
Inkomsten taakveld excl. Heffingen
€ 1.504
Netto kosten taakveld
€ 7.663
Toe te rekenen kosten: * Overhead, incl. (omslag)rente
€ 274
* BTW
€ 522
* kosten kwijtschelding
€ 60
* kosten heffing en invordering SVHW
€ 68
Totale kosten
€ 8.587
Opbrengst heffingen
€ 8.587
Dekkingspercentage
100%
pagina 74
Leges Leges mogen maximaal 100% van de gemaakte kosten bedragen. In de Kadernota 2026 staat dat het huidige kostendekkingspercentage van 78% (zoals in de begroting 2025) landelijk gangbaar is. Een verhoging naar circa 90% is echter realistisch. Om dit te realiseren stijgen sommige tarieven meer dan de inflatiecorrectie. Voor sommige diensten, zoals een paspoort, rijbewijs en een aanwezigheidsvergunning speelautomaten, gelden wettelijke maximumtarieven. In deze gevallen wordt het maximale tarief gehanteerd. De tarieven voor de leges staan in de Legesverordening Voorne aan Zee 2026. De tarieventabel is ingedeeld in drie titels, die elk verschillende soorten dienstverlening omvatten. Hieronder volgt een overzicht van de titels en de kostendekking.
Titel 1: Algemene dienstverlening. Deze titel omvat activiteiten zoals: - burgerlijke stand (bijvoorbeeld huwelijksakten) - reisdocumenten en ID-kaarten - rijbewijzen - verkeer en vervoer - kabels en leidingen
Titel 2: Fysieke leefomgeving. Deze titel omvat dienstverlening rondom: - aanvragen voor omgevingsvergunningen - bestemmingswijzigingen - overige aanvragen die verband houden met ruimtelijke ordening
Titel 3: Europese dienstenrichtlijn. Deze titel omvat: - vergunningen voor drank- en horecawet - evenementenvergunningen - exploitatievergunningen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) - overige ontheffingen
Binnen de legesverordening geldt dat de geraamde inkomsten niet hoger mogen zijn dan de geraamde kosten. De opbrengsten uit leges mogen de kosten van dienstverlening dekken, maar niet overstijgen. Kruissubsidiëring is toegestaan. Dit betekent dat een overschot bij de ene activiteit een tekort bij een andere activiteit mag opvangen. Hierdoor blijven de tarieven voor sommige diensten aanvaardbaar, terwijl de totale kostendekking wordt gewaarborgd. Leges Totaal
Bedrag
Kosten taakveld, incl. (omslag)rente
€ 4.514.995
Inkomsten taakveld excl. Heffingen
-€ 20.895
Netto kosten taakveld
€ 4.494.100
Toe te rekenen kosten: * Overhead, incl. (omslag)rente
€ 1.862.455
Totale kosten
€ 6.356.555
Opbrengst heffingen
€ 5.537.228
Dekkingspercentage
87,1%
pagina 75
Leges Titel 1 Algemene dienstverlening Kosten taakveld, incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld excl. Heffingen Netto kosten taakveld
Bedrag € 2.106.220 €0 € 2.106.220
Toe te rekenen kosten: * Overhead, incl. (omslag)rente
€ 631.795
Totale kosten
€ 2.738.015
Opbrengst heffingen
€ 2.423.340
Dekkingspercentage
88,5%
Leges Titel 2 Fysieke leefomgeving
Bedrag
Kosten taakveld, incl. (omslag)rente
€ 2.223.291
Inkomsten taakveld excl. Heffingen
€0
Netto kosten taakveld
€ 2.223.291
Toe te rekenen kosten: * Overhead, incl. (omslag)rente
€ 1.230.660
Totale kosten
€ 3.453.951
Opbrengst heffingen
€ 3.010.065
Dekkingspercentage
87,2%
Leges Titel 3 Europese dienstenrichtlijn
Bedrag
Kosten taakveld, incl. (omslag)rente
€ 185.484
Inkomsten taakveld excl. Heffingen
-€ 20.895
Netto kosten taakveld
€ 164.589
Toe te rekenen kosten: * Overhead, incl. (omslag)rente
-
Totale kosten
€ 164.589
Opbrengst heffingen
€ 103.823
Dekkingspercentage
63,1%
Bedrijveninvesteringszone Seggelant Vierpolders Voorne aan Zee heeft één bedrijveninvesteringszone (BIZ): Seggelant in Vierpolders. Een BIZ is een gebied waar ondernemers samen investeren in het verbeteren van hun bedrijfsomgeving. De looptijd van een BIZ is maximaal vijf jaar. Alle ondernemers in de BIZ betalen mee. De gemeente helpt door het geld te innen en het vervolgens uit te betalen aan Ondernemersvereniging Seggelant. De belastingverordening bepaalt dat de BIZ loopt tot en met 31 december 2026. De tarieven zijn voor de gehele looptijd vastgesteld en kunnen tussentijds niet worden aangepast.
pagina 76
Havengeld Havengeld is een belasting voor het gebruik door schepen van gemeentelijk vaarwater en gemeentelijke diensten, zoals het gebruik van havens en voorzieningen bij het aanmeren op specifieke locaties. Havengeld
Bedrag
Kosten taakveld, incl. (omslag)rente
€ 1.236.656
Inkomsten taakveld excl. Heffingen
-
Netto kosten taakveld
€ 1.236.656
Toe te rekenen kosten: * Overhead, incl. (omslag)rente Totale kosten
€ 77.750 € 1.314.406
Opbrengst heffingen
€ 58.702
Dekkingspercentage
4,5%
Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn kosten voor het gebruik van de begraafplaatsen en diensten die de gemeente verleent in verband met de begraafplaatsen. Lijkbezorgingsrechten Kosten taakveld, incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld excl. Heffingen Netto kosten taakveld
Bedrag € 852.540 € 852.540
Toe te rekenen kosten: * Overhead, incl. (omslag)rente
€ 56.969
Totale kosten
€ 909.509
Opbrengst heffingen
€ 790.695
Dekkingspercentage
86,9%
Marktgelden Marktgeld wordt in rekening gebracht voor het beschikbaar stellen van een standplaats op de markt, geleverde diensten of het gebruik van hulpmiddelen voor de standplaats. Degene aan wie de standplaats ter beschikking is gesteld, betaalt marktgeld. Marktgeld is een retributie. Alleen kosten die verband houden met het gebruik van standplaatsen op de aangewezen markten mogen worden doorberekend. Marktgelden
Bedrag
Kosten taakveld, incl. (omslag)rente
€ 143.256
Inkomsten taakveld excl. Heffingen
-
Netto kosten taakveld
€ 143.256
Toe te rekenen kosten: * Overhead, incl. (omslag)rente
€ 47.346
Totale kosten
€ 190.602
Opbrengst heffingen
€ 71.103
Dekkingspercentage
37,3%
pagina 77
Overzicht geraamde opbrengsten gemeentelijke heffingen 2026 Voorne aan Zee Raming 2025
Raming 2026
€ 12.904.033
€ 13.394.386
1.
OZB-woningen
2.
OZB niet-woningen
€ 4.039.941
€ 4.193.459
3.
Afvalstoffenheffing
€ 12.163.736
€ 12.633.123
4.
Rioolheffing
€ 8.272.265
€ 8.586.611
5.
Parkeerbelasting
€ 450.000
€ 467.100
6.
Forensenbelasting
€ 55.000
€ 57.090
7.
Toeristenbelasting
€ 2.469.242
€ 3.154.242
8.
Precariobelasting
€ 48.391
€ 50.230
9.
Lijkbezorgingsrechten
€ 342.100
€ 790.695
10.
Marktgelden
€ 68.500
€ 71.103
11.
Havengeld
€ 56.553
€ 58.702
12.
Retributie
€ 2.213
€ 6.713
13.
Leges
€ 4.645.024
€ 5.537.228
14.
Reclamebelasting
€ 87.000
€ 90.306
15.
Bedrijfsinvesteringszone (BIZ)
€ 50.000
€ 51.900
€ 45.653.998
€ 49.142.888
Bedrag
Stijging
Eindtotaal
Ontwikkeling woonlastendruk in Voorne aan Zee Belasting
Tarief 2025
2026
2025
2026
€
%
Gemiddelde WOZ-waarde woning*
€ 455.000
€ 501.000
OZB
0,0939%
0,0884%
€ 427,24
€ 442,88
€ 15,64
3,66%
afvalstoffenheffing per perceel
€ 330,00
€ 342,54
€ 330,00
€ 342,54
€ 12,54
3,80%
rioolheffing eigenarendeel
€ 105,15
€ 109,15
€ 105,15
€ 109,15
€ 4,00
3,80%
rioolheffing gebruikersdeel
€ 111,65
€ 115,89
€ 111,65
€ 115,89
€ 4,24
3,80%
Totaal eigendom woning**
€ 974,04
€ 1.010,46
€ 36,42
3,74%
Totaal huurwoning**
€ 441,65
€ 458,43
€ 16,78
3,80%
€ 46.000 10,11%
*gemiddelde WOZ-waarde 2025 (bron: COELO 2025), waardestijging 10,3% (geschat gemiddelde SVHW juni 2025) ** De landelijk gemiddelde woonlasten in 2025 bedragen voor een eigen woning € 1.053,00 en voor een huurwoning € 480,00 (bron: COELO 2025)
pagina 78
Bij het berekenen van de lokale lastendruk worden de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing meegenomen. Voor de berekeningen is uitgegaan van een gemiddelde WOZwaarde van 2025, gecorrigeerd op basis van de gemiddelde waardestijging van woningen en een eigen woning. Huurders betalen geen OZB en rioolheffing eigenarendeel, waardoor hun absolute lastendruk lager is.
Kwijtscheldingsbeleid in Voorne aan Zee Inwoners van Voorne aan Zee met een inkomen op of rond bijstandsniveau en zonder vermogen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Dit geldt ook voor kleine zelfstandigen met privé-belastingschulden. Kwijtschelding kan verleend worden voor de onroerendezaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De regels om te beoordelen of een inwoner in aanmerking komt voor kwijtschelding zijn wettelijk vastgelegd. Gemeenten kunnen niet afwijken van deze centrale regelgeving. Wel kunnen zij de normen voor de kosten maximaal verruimen om meer inwoners in aanmerking te laten komen. Voorne aan Zee maakt hier gebruik van en kan voor 100% kwijtschelding toekennen. Dit beleid is vastgelegd in de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Voorne aan Zee. Het beoordelen van kwijtscheldingsverzoeken gebeurt op basis van het vermogen en het netto besteedbaar inkomen van het huishouden. SVHW voert deze beoordeling uit. Hierbij wordt gemaakt van automatische toetsing. Relevante gegevens worden gecontroleerd bij landelijke instanties, zoals de Belastingdienst, het UWV en de RDW. Als uit de toetsing blijkt dat de aanvrager in aanmerking komt, wordt kwijtschelding verleend zonder dat aanvullende gegevens nodig zijn. Bij het eerste verzoek kan de aanvrager toestemming geven voor geautomatiseerde kwijtschelding.
Bij ongewijzigde omstandigheden hoeft dan niet elk jaar opnieuw een verzoek te worden ingediend.
pagina 79
pagina 80
§ Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen, zodat ze haar taken en verantwoordelijkheden kan blijven uitvoeren. Het bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente kan beschikken om onvoorziene kosten te dekken) en risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het gaat dus om het beschikbare eigen vermogen dat kan worden ingezet om onverwachte kosten op te vangen, zonder dat het beleid direct moet worden aangepast. Artikel 11 lid 2 van het BBV bepaalt dat de paragraaf weerstandsvermogen tenminste bevat: a) het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s; b) een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; c) een inventarisatie van de risico’s; d) kengetallen en een beoordeling van de onderlinge verhouding in relatie tot de financiële positie; e) een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Beleid De gemeente Voorne aan Zee streeft naar duurzame financiële verhoudingen. Dit betekent dat er op verantwoorde wijze wordt omgegaan met publieke middelen, met oog voor zowel de korte als de lange termijn. Met een sluitende begroting en een solide balans en Algemene Reserve, die voldoende groot is om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen en met voldoende eigen vermogen om ook in de toekomst aan onze financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen. Kortom, een solide begrotingspositie, een gezonde en bij Voorne aan Zee passende schuldenlast en een adequaat weerstandsvermogen. Onze financiële keuzes zijn gericht op het behoud van beleidsruimte, het waarborgen van continuïteit in de dienstverlening en het kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen en onzekerheden.
Inventarisatie risico's In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde risico's voor Voorne aan Zee gecategoriseerd weergegeven. De genoemde bedragen zijn ruwe schattingen van de financiële impact die deze risico's met zich meebrengen. Omdat het zeker niet evident is dat de genoemde risico's zich ook daadwerkelijk in het begrotingsjaar zullen voordoen, hoeft er geen voorziening te worden getroffen en volstaat een aantoonbaar toereikend weerstandsvermogen.
pagina 81
Maximaal gevolg €
Kans %
G x K, €'s
Algemene uitkering valt 10% lager uit dan geraamd
13.000.000
35%
4.550.000
Heffings-/ belastinginkomsten 10% lager dan de raming
5.000.000
25%
1.250.000
7.500.000
50%
3.750.000
1.000.000
20%
200.000
24.000.000
25%
6.000.000
250.000
50%
125.000
2.500.000
10%
250.000
500.000
20%
100.000
Project- en Investeringsrisico's Niet door voorziening gedekt risico Grondexploitaties (gebaseerd op MPG 2025)
8.641.630
50%
4.320.815
Calamiteiten Spoedreparaties in de openbare ruimte en civieltechnische kunstwerken
5.000.000
25%
1.250.000
Gebeurtenis Economisch/ Baten
Sociaal maatschappelijk Lasten gemeentelijke regelingen sociaal domein 10% hoger dan geraamd Onvoorzien tekort bij Gemeenschappelijke Regeling of gesubsidieerde instelling Juridisch/ Fiscaal Betwiste claims van derden; geen aansprakelijkheid erkend Kosten voor juridische ondersteuning bij onvoorzien dispuut Onvoorziene naheffing/ heffingsrente belastingdienst - Vpb, LB, BTW/BCF Onvoorziene arbeidsrechtelijke geschillen
Benodigd weerstandsvermogen
21.795.815
Gewaarborgde geldleningen De gemeente Voorne aan Zee heeft garantstellingen verleend voor (hypothecaire) geldleningen particulier woningbezit en aan verenigingen/stichtingen binnen de gemeente met gemeentegarantie. Het financiële risico dat de gemeente hiermee loopt is beperkt. Daarnaast zijn gewaarborgde geldleningen WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw) verstrekt voor de financiering van ouderenhuisvesting. Als het WSW in de financiële problemen geraakt, staan alle woningcorporaties borg. Pas daarna wordt een beroep op individuele gemeenten gedaan. Het risico wordt dan ook als zeer laag gekwalificeerd en is als zodanig meegewogen in het risicoprofiel.
Weerstandcapaciteit Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: • De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken • En alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
pagina 82
De belangrijkste componenten van de weerstandscapaciteit zijn de Algemene Reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de post Onvoorzien uit de begroting. Laatstgenoemde wordt in Voorne aan Zee echter begroot op nihil. Hiervoor wordt verwezen naar Artikel 2 van de 2e wijziging van de Financiële verordening gemeente Voorne aan Zee. Zoals bovenstaand al aangegeven is ook de onbenutte belastingcapaciteit van belang. Hierbij gaat het voornamelijk om de onroerendezaakbelasting (OZB). Met ingang van 1 januari 2008 heeft het Rijk de maximalisering van de tarieven laten vervallen. Dit betekent dat er geen limiet meer aan gemeenten worden gesteld over de hoogte van het OZB-tarief en het percentage waarmee de tarieven maximaal mogen stijgen. Het vervallen van de limitering OZB mag echter niet leiden tot een onevenredige stijging van de collectievelastendruk. Het instellen van een macronorm moet dat voorkomen. Als de ontwikkeling van de lokale lasten tot overschrijding van die norm leidt, kan het Rijk ingrijpen. Op basis van de huidige WOZ-waarden is de onbenutte belastingcapaciteit voor 2026 bij het samenstellen van deze begroting nog niet te bepalen. Om praktische redenen wordt daarom de eventuele onbenutte belastingcapaciteit niet opgenomen in de weerstandscapaciteit, maar wordt deze nadrukkelijk wel benoemd als instrument om onvoorziene lasten structureel af te dekken.
De beschikbare weerstandscapaciteit ontwikkelt zich meerjarig als volgt.
Beschikbare weerstandscapaciteit (in miljoen €)
2026
2027
2028
2029
67.493.000
69.203.000
69.797.000
71.042.000
Onbenutte belastingcapaciteit
pm
pm
pm
pm
Post onvoorzien
nihil
nihil
nihil
nihil
67.493.000
69.203.000
69.797.000
71.042.000
Algemene reserve (balansdatum 1/1)
Totaal
Beoordeling weerstandsvermogen In het voorgaande is zowel de benodigde als de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald. Om het weerstandsvermogen van de gemeente Voorne aan Zee te bepalen en daarover een oordeel te vellen wordt een relatie gelegd tussen deze twee. De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald met de formule: Beschikbare weerstandscapaciteit ______________________________________
Benodigde weerstandscapaciteit
Ratio weerstandsvermogen
pagina 83
2026
2027
2028
2029
3,10
3,18
3,20
3,26
De gemeente streeft ernaar om zo min mogelijk risico te lopen en, mits financieel verantwoord, zoveel mogelijk risico’s af te dekken. Op grond van de classificatie in onderstaande tabel is de ratio weerstandsvermogen van Voorne aan Zee tot en met 2029 uitstekend (>2,0). Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 > x < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
C
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen Op grond van artikel 11 van het BBV zijn alle gemeenten verplicht om een set specifieke, financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. Het doel hiervan is dat de financiële positie van de gemeente inzichtelijker wordt gemaakt. Daarnaast kunnen gemeenten onderling vergeleken worden.
Kengetallen gemeente Voorne aan Zee in %
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Netto schuldquote
94,9 109,3
109,9
114,5
119,3
122,5
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
89,8 102,2
102,5
107,0
111,9
115,1
Grondexploitatie
5,9
7,1
-0,6
-1,8
-0,2
0,0
Solvabiliteitsratio
31,8
31,5
30,7
29,2
28,1
26,8
Structurele exploitatieruimte
-3,3
0,0
0,3
0,4
0,0
0,0
97,4
96,0
96,0
96,0
96,0
Belastingcapaciteit Voorne aan Zee Belastingcapaciteit voormalige gemeente Brielle
93,3
Belastingcapaciteit voormalige gemeente Hellevoetsluis
90,0
Belastingcapaciteit voormalige gemeente Westvoorne
104,4
Kengetallen
VNG-normen (%) Voldoende
Matig
Onvoldoende
<100
>100/ <130
>130
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Grondexploitatie
Geen norm
Solvabiliteitsratio
>50
<50/>30
<30
Structurele exploitatieruimte
>0,6
<0,6/>0
<0
Belastingcapaciteit
<100
>100/<120
>120
pagina 84
Netto schuldquote Doel: inzicht geven in de schuldenlast. Deze quote geeft de verhouding weer tussen de schuldenlast en de inkomsten en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Met andere woorden, deze quote geeft aan of de gemeente nog investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich ergens tussen de 0 en 100%. Boven de 100% springt het licht voor een gemeente op oranje. Komt de quote boven de 130% dan springt het licht op rood. Er is dan sprake van een zeer hoge schuld. Voor de gemeente Voorne aan Zee komt de netto schuldquote uit boven 100% en scoort daarmee matig. De schuldquote van Voorne aan Zee loopt relatief snel op. Naast de baten en lasten in de begroting (die redelijk in evenwicht zijn) vormen de investeringen en aflossingen op leningen een belangrijke uitgaande kasstroom. Per saldo is de jaarlijkse kasstroom negatief en moet er worden geleend om aan onze verplichtingen te kunnen blijven voldoen. Naast de toenemende schuldquote en rentelasten, kan dit op de langere termijn leiden tot een dalende solvabiliteitsratio.
Dit komt omdat het eigen vermogen afneemt door de jaarlijkse onttrekkingen in verband met kapitaallastendekking, terwijl het balanstotaal door met vreemd vermogen gefinancierde investeringen juist toeneemt. Het versterken van het eigen vermogen, door bijvoorbeeld jaarlijks een overschot te begroten, dempt dit effect omdat het eigen vermogen dan met het vreemd vermogen mee stijgt. Ook kan de investeringsambitie zodanig neerwaarts worden bijgesteld zodat er geen of minder hoeft te worden geleend. Het schuldplafond van 130% is een grove indicatie. Daarom wordt een diepere analyse gemaakt in de vorm van de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. In de komende begrotingsperiode zal ook de kasstroom verder in kaart worden gebracht.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Doel: inzicht geven in het deel van de leningen waarvan rentelasten en aflossingen op de eigen organisatie drukken. Een hoge schuld kan veroorzaakt worden doordat afgesloten leningen worden doorgeleend. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Voor de gemeente Voorne aan Zee valt de netto schuldquote daarmee lager uit (102,5%).
Grondexploitatie Doel: inzicht geven in de waarde van de grondposities. Niet alleen de verstrekte leningen kunnen het beeld van de netto schuldquote vertekenen, ook de voorraden bouwgrond beïnvloeden dit beeld. Onder normale omstandigheden wordt de rente van de financiering van de aankoop van grond bijgeschreven bij de voorraad grond. De rente drukt dus niet op de exploitatie. Ook voor de grondpositie is een kengetal bepaald. Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Aan de ene kant loopt de gemeente het risico dat de boekwaarde van gronden niet geheel wordt terugverdiend bij de verkoop. Aan de andere kant kunnen de
pagina 85
opbrengsten uit de verkoop van gronden worden gebruikt om de schuldenlast af te bouwen. Door het kengetal grondexploitatie in mindering te brengen op de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, wordt de schuld zichtbaar die werkelijk op de exploitatie drukt (de effectieve schuldquote). Dat levert het volgende overzicht op.
Effectieve schuldquote gemeente Voorne aan Zee in %
2024
2025
2026
2027
2028
2029
(A) Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
89,8 102,2
102,5
107,0
111,9
115,1
(B) Grondexploitatie
5,9
7,1
-0,6
-1,8
-0,2
0,0
Effectieve schuldquote (= A-B)
83,9
95,1
103,1
108,8
112,1
115,1
Het schuldplafond van 130%, wat genoemd wordt bij de netto schuldquote, is gebaseerd op een netto schuld inclusief leningen voor een portefeuille uitgeleende gelden en inclusief voorraden bouwgrond. Het is duidelijk dat voor de effectieve schuldquote het schuldplafond lager ligt dan die 130%. Voor de gemeente Voorne aan Zee is dit inderdaad het geval, de effectieve schuldquote komt uit op 103,1%, terwijl de netto schuldquote 109,9% is.
Solvabiliteitsratio Doel: inzicht geven in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft weer in hoeverre er geen schulden op het bezit rusten. Hoe hoger deze ratio, des te groter de weerbaarheid van de gemeente. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio lager dan 50% springt het licht op oranje. Als de ratio onder de 30% uitkomt, springt de ratio op rood. De ratio voor de gemeente Voorne aan Zee komt uit op 30,7%.
Structurele exploitatieruimte Doel: inzicht geven in het risico dat er tekorten in de begroting ontstaan. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten per programma en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves te delen door de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Voor de gemeente Voorne aan Zee geldt dat dit kengetal in het begrotingsjaar 2026 op 0,3% uitkomt. De structurele lasten en de structurele baten zijn in evenwicht, waardoor de begroting structureel sluitend is.
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De ruimte die een gemeente heeft om de belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. In dit geval worden de totale woonlasten (onroerendezaakbelasting, riool- en afvalstoffenheffing) van een meerpersoonshuishouden vergeleken met het landelijk gemiddelde van het jaar daarvoor. Gemeente Voorne aan Zee zit nog 4 procentpunten onder het landelijk gemiddelde.
pagina 86
Onderlinge verhouding tussen kengetallen Eén enkel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie beoordeeld kan worden. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk van hoeveel eigen vermogen en baten er tegenover die schuld staan. Ook een tegenvallende ontwikkeling van de grondprijs hoeft geen negatieve invloed te hebben als de structurele exploitatieruimte groot genoeg is, of als over voldoende ruimte in de belastingcapaciteit kan worden beschikt. De kengetallen moeten daarom altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie.
Conclusie Als we de kengetallen beoordelen aan de hand van de VNG-normen, dan kan de netto schuldquote beoordeeld worden als matig. Dit geldt eveneens voor de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte. De belastingcapaciteit scoort een voldoende. De structurele exploitatieruimte wordt op termijn nihil. Om dit kengetal te verbeteren, kan gedacht worden aan het verlagen van de structurele lasten en/of het verhogen van structurele inkomsten, zoals extra belastinginkomsten.
pagina 87
pagina 88
§ Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Volgens artikel 12 van het BBV moet de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen minimaal de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen bevatten. Van deze kapitaalgoederen worden het beleid, de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen en de vertaling van deze financiële gevolgen in de begroting genoemd. Voor een goed onderhoud aan de kapitaalgoederen zijn nodig: een actueel beheersysteem; uitvoeringskaders; voldoende budget voor klein en uitgebreid onderhoud; voldoende kennis van wet- en regelgeving.
Risico’s In 2025 is beoordeeld of de beschikbare middelen in de begroting toereikend zijn om uitvoering te geven aan het vastgestelde onderhoudsniveau, zoals opgenomen in het Integraal Beheerkader. De uitkomsten van deze controle hebben geleid tot actualisaties in het Integraal Beheerkader Plus, waarbij de vraag naar de benodigde middelen is meegenomen in de kadernota. Indien de benodigde middelen beschikbaar komen, zetten wij in 2026 de stap naar opgavegestuurd en datagericht werken. Waarbij de beschikbare middelen effectief en doelgericht worden ingezet om te groeien naar het vastgestelde ambitieniveau in het Integraal Beheerkader. Naast deze risico’s zijn er opgaven die het gevolg zijn van klimaatverandering en de energietransitie. Door Europese regelgeving moeten wij deze opgaven voor 2050 uitvoeren. Deze opgaven stemmen we af met de beheer- en vervangingsopgave van kapitaalgoederen.
Beheerplannen De beheerplannen zijn na de actualisatie van de gebiedsgegevens financieel vertaald en verwerkt in het Integraal beheerkader plus (IBK+). De kerngegevens zijn verwerkt in de onderstaande tabellen met toelichting. A. WEGEN Kerncijfers De totale oppervlakte aan wegen (wegareaal) per onderdeel. Onderdeel
Eenheid
Aantal
Gesloten verharding (asfalt en beton)
m2
808.528
Elementenverharding (klinkers en tegels)
m2
3.187.960
Beleid We onderhouden wegen binnen de financiële kaders volgens de geldende richtlijnen en de uitgangspunten die de gemeenteraad heeft vastgesteld.
pagina 89
Beheer Binnen de gemeente is momenteel sprake van een onderhoudsachterstand ten opzichte van het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau. Het beleidsmatig vastgestelde ambitieniveau voor het onderhoud van de wegen is kwaliteitsniveau B. Specifieke gebieden met een centrumfunctie, doorgaande wegen en de entrees van de dorpen worden beheerd op een hoger kwaliteitsniveau, namelijk niveau A. In het kader van het Integraal Beheerkader Plus zijn extra financiële middelen beschikbaar gesteld om vanaf 2026 een gerichte impuls te geven aan het onderhoud van de wegen. Deze middelen worden ingezet om gemeentebreed het onderhoudsniveau te verbeteren en om het gewenste kwaliteitsniveau, zoals vastgelegd in het integraal beheerkader, op termijn te realiseren. Kwaliteit De locaties waar comfort en uitstraling van groot belang zijn, zoals de Hotspots bestaande uit centrumfuncties en doorgaande wegen, worden beheerd op kwaliteitsniveau A. Op de overige locaties worden de wegen beheerd op een aangepast niveau. Dit gebeurt op basis van: de geplande vervangingsopgave en de werkzaamheden voor de energietransitie (doelmatig en comfort) veiligheid binnen kwaliteitsniveau B of C. Om inzicht te houden in de kwaliteit van onze wegen, laten we om het jaar een weginspectie uitvoeren volgens landelijk erkende richtlijnen.
De resultaten van deze weginspectie vormen mede de basis voor de nieuwe beleids- en beheerplannen. Financiële consequenties Financiële consequenties van het kapitaalgoed wegen. Omschrijving (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Exploitatie
4.440
4.540
4.640
4.893
Mutatie voorziening/reserve
-160
-160
-
-
Kapitaalslasten
2.251
2.637
2.585
2.555
Totaal
6.531
7.016
7.225
7.448
B. RIOLERING Kerncijfers De totale oppervlakte aan riolering (rioleringsareaal) per onderdeel. Onderdeel
Eenheid
Aantal
Gemalen groot
st
57
Gemalen klein
st
1.327
Bergbezinkbassins
st
9
Mechanische rioolleiding
m1
250.000
Vrijvervalleiding
m1
380.000
pagina 90
Beleid De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor riolering, hemelwater en grondwater. In het Integraal beheerkader (IBK) staat hoe we door onderhoud aan deze zorgplicht voldoen. Beheer In het beheerplan staan maatregelen die ervoor zorgen dat we aan de wettelijke zorgplicht voldoen. De maatregelen bestaan uit onderzoek, preventief en correctief onderhoud en vervanging. Het onderzoek, het preventieve onderhoud en de vervanging worden gepland en uitgevoerd op basis van risicobeoordeling en data-analyse. Kwaliteit Om zicht te houden op de kwaliteit en het functioneren van het rioolstelsel en de gemalen, voeren we regelmatig inspecties uit. Daarnaast doen we preventief en correctief onderhoud. De resultaten van de inspecties vormen, naast de vaste gegevens, mede de basis voor nieuwe beleids- en beheerplannen. Financiële consequenties Financiële consequenties van het kapitaalgoed riolering. Omschrijving (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Exploitatie
1.435
1.435
1.435
1.435
-
-
-
-
Kapitaalslasten
1.208
1.283
1.166
1.154
Totaal
2.643
2.718
2.601
2.588
Mutatie voorziening/reserve
C. Water Beleid Voor water, beschoeiingen en baggeren zijn het Kwaliteitsplan Onderhoud Openbare Ruimte en de Keur van het waterschap van toepassing. Voor het beheer en onderhoud van de watergangen is de keur van het waterschap van toepassing. In de praktijk wordt alleen gebaggerd als het noodzakelijk is. Vooralsnog is het (financiële) uitgangspunt dat alle watergangen één keer per acht jaar worden gebaggerd. De financiële consequenties zijn vertaald in het uitvoeringsplan en de begroting. Beheer Voor baggerwerken werken we samen met het waterschap. Het Waterschap Hollandse Delta heeft in haar Keur eisen vastgelegd voor het beheer en onderhoud van watergangen en sloten, die de gemeente in beheer heeft. Het beheer en onderhoud aan de beschoeiingen wordt op basis van een (nog op te stellen) meerjaren onderhoudsprogramma uitgevoerd. Kwaliteit Het doel is om het beheer van het water en de waterbodems te laten voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in de Keur van het waterschap. Financiële consequenties
pagina 91
Financiële consequenties van het kapitaalgoed water. Omschrijving (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Exploitatie
451
451
451
451
-
-
-
-
Mutatie voorziening/reserve Kapitaalslasten
45
45
36
36
Totaal
496
496
488
488
D. GROEN Kerncijfers De totale oppervlakte aan groen (groenareaal) per onderdeel. Onderdeel
Eenheid
Aantal
Bomen
st
33.000
Plantvakken
m2
475.000
Bosplantsoen
m2
521.000
Grasvegetaties
m2
3.075.000
Beleid Het onderhoud van openbaar groen vindt plaats conform het vastgestelde Integraal Beheerkader waarin het gewenste ambitieniveau ten aanzien van het groen wordt aangegeven en het Integraal Beheerkader Plus. Dit onderhoud draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen zoals vastgelegd in het collegeprogramma. Vanaf 2026 stemmen we de vervangingsopgave en het beheer van het openbaar groen af op de kaders en structuren die in het Groenstructuurplan zijn vastgelegd. In het groenstructuurplan is aangegeven waar welk soort groen wordt gerealiseerd (ecologisch beheer, hoogwaardig groen enz.). Beheer Het beheer bestaat uit dagelijks onderhoud, groot onderhoud, vervanging en herinrichting. In het groenbeheerplan staat hoe het groen eruit moet zien (beeldwaarde) en hoe de beleving van het groen kan worden verbeterd. Ook wordt gekeken naar het bevorderen van de biodiversiteit, oftewel het aantal verschillende soorten planten en dieren. Daarnaast besteden we aandacht aan het vasthouden van water (inclusief regenwater) en het bieden van verkoeling. Kwaliteit Binnen de gemeente is momenteel sprake van een onderhoudsachterstand ten opzichte van het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau. Het beleidsmatig vastgestelde ambitieniveau voor het onderhoud van het openbaar groen is kwaliteitsniveau B.
Specifieke gebieden met een centrumfunctie, doorgaande wegen en de entrees van de dorpen worden echter beheerd op een hoger kwaliteitsniveau, namelijk niveau A, om de uitstraling en beleving van deze locaties te versterken. In het kader van het Integraal Beheerkader Plus zijn extra financiële middelen beschikbaar gesteld om vanaf 2026 een gerichte impuls te geven aan het onderhoud van het openbaar groen. Deze middelen worden ingezet om gemeentebreed het onderhoudsniveau te
pagina 92
verbeteren en om het gewenste kwaliteitsniveau, zoals vastgelegd in het integraal beheerkader, te realiseren. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambitie om het groenbeheer op termijn duurzaam op orde te brengen en te behouden. Om inzicht te houden in de ontwikkeling van de kwaliteit van het openbaar groen laten we inspecties uitvoeren. Voor de bomen laten we minimaal iedere drie jaar een zogenaamde BVC-inspectie (boomveiligheidscontrole of VTA) uitvoeren. De resultaten van de inspecties vormen mede de basis voor nieuwe beleids- en beheerplannen. Financiële consequenties Financiële consequenties van het kapitaalgoed groen. Omschrijving (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Exploitatie
4.663
5.030
5.130
5.330
Mutatie voorziening/reserve
-133
-133
-
-
44
44
43
43
4.575
4.941
5.173
5.373
Kapitaalslasten Totaal
E. Gebouwen Kerncijfers De gemeente bezit een groot aantal gebouwen, die voor een deel bedrijfsmatig en voor een deel functioneel worden beheerd. Gebouw
Aantal
Huisvesting gemeentelijke diensten
12
Begraafplaatsen ect.
8
Recreatie
5
Overig
5
Cultuur en welzijn
28
Sport en onderwijs
8
Monumenten Torens en kerken
8
Monumenten molens
3
Monumentaal vastgoed
16
Monumentale objecten en poorten
21
Leegstandsbeheer/ strategisch vastgoed
21
Beleid We onderhouden de gebouwen volgens de geldende wettelijke verplichtingen en binnen de kaders van het Strategisch Vastgoedplan. Onderhoud moet bijdragen aan de doelstellingen van het collegeprogramma.
pagina 93
Beheer De voormalige drie gemeenten hadden eigen beleids- en beheerplannen. Inmiddels zijn de onderhoudsplannen samengevoegd binnen het Meerjarig Onderhoudsprogramma (MJOP). De volgende stap is om de regels voor uitvoering duidelijker te maken en het proces zo te verbeteren dat we meer controle krijgen over de uitvoering. Hiermee is gestart in 2025 en dit loopt ook door in 2026. Een belangrijk onderdeel hiervan vormt de verduurzamingsopgave. Kwaliteit De gemeente bezit veel gebouwen met verschillende functies en bestemmingen. Die gebouwen beheren en onderhouden we volgens de geldende wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld Arbowetgeving of het Bouwbesluit. In principe is de kwaliteitsnorm sober en doelmatig. Daarnaast is het beleid om de gebouwen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. We laten met regelmaat inspecties uitvoeren volgens NEN-normeringen (2767). De gemeente gebruikt onder andere de resultaten van de inspecties als basis voor het nieuwe onderhoudsprogramma. In 2025 is gewerkt aan de planvorming rond een drietal leegstaande gemeentelijke panden. In de vervolguitwerking, die doorloopt in 2026, worden de financiële consequenties in beeld gebracht. Als hier extra geld voor nodig is, wordt daar apart een besluit over genomen. Financiële consequenties Financiële consequenties van het kapitaalgoed gebouwen. Omschrijving (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Exploitatie
3.182
3.402
3.189
3.189
-
-
-
-
Kapitaalslasten
3.741
4.021
3.968
3.916
Totaal
6.923
7.422
7.157
7.105
Mutatie voorziening/reserve
Samenvatting De totale netto kosten per kapitaalgoed zijn als volgt. Omschrijving (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
A. Wegen
6.531
7.016
7.225
7.448
B. Riool
2.643
2.718
2.601
2.588
C. Water
496
496
488
488
D. Groen
4.575
4.941
5.173
5.373
E. Gebouwen
6.923
7.422
7.157
7.105
Totaal
21.169
22.593
22.644
23.001
pagina 94
pagina 95
§ Financiering Algemeen In deze paragraaf is de concrete vertaling van het treasurybeleid voor 2026 opgenomen. De in- en uitgaande geldstromen lopen niet altijd synchroon in de tijd, daarom heeft de gemeente geld nodig om de tijdsverschillen te overbruggen. Dit wordt uiteengezet in een liquiditeitsplanning. De paragraaf is een belangrijk instrument voor het sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden op de financieringsfunctie. Beleidskader en verordeningen: Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) Gemeentewet Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden (Ufdo) Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) Regeling schatkistbankieren decentrale overheden