Begroting 2026 Voorne aan Zee
Tekst van het document
Financiële verordening gemeente Voorne aan Zee 2025 Treasurystatuut gemeente Voorne aan Zee 2023
Financieringsbeleid De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico, koersrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO, de gerelateerde wettelijke regelgeving en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut. Het generen van informatie ter ondersteuning van het te voeren treasurybeleid en de af te leggen verantwoording over het gevoerde beheer. Renterisico’s Eén van de hoofddoelen van de financieringsfunctie is het beperken van de gevolgen van een stijgende rente. Bij een hoog renterisico zijn de gevolgen van een stijgende rente groot voor de financiële resultaten in een bepaald jaar. Daarnaast zijn er ook risico’s op kredieten, liquiditeiten en koersen. Door het bijhouden van de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt en de grote diversiteit in leningsproducten, wordt continue geprobeerd om een zo optimaal mogelijk resultaat te behalen tegen een verantwoord risico.
pagina 96
Om de renterisico’s te beperken, gelden de volgende uitgangspunten: a. Naleving van de Wet Schatkistbankieren. Door de Wet Schatkistbankieren zijn de mogelijkheden op beleggingen aanzienlijk ingeperkt; b. De kasgeldlimiet wordt niet overschrijden volgens de Wet Fido; c. De renterisiconorm wordt niet overschreden volgens de Wet Fido; d. Nieuwe leningen en/of uitzettingen worden afgestemd op de financiële positie en de liquiditeitenplanning. e. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; f. De rentevisie van de gemeente wordt in ieder geval eenmaal per jaar opgesteld op basis van de rentevisie van de huisbankier; g. De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. Schatkistbankieren Het schatkistbankieren verplicht decentrale overheden alle overtollige gelden boven een specifiek drempelbedrag onder te brengen bij het Rijk. Voor organisaties met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is de drempel 2% van het begrotingstotaal met een minimum drempelbedrag van € 1 miljoen. Het drempelbedrag is € 5.103.840 voor Voorne aan Zee. De gemeente Voorne aan Zee heeft hiermee geen vrijheid om overtollige liquide middelen onder te brengen bij andere marktpartijen.
De overtollige middelen mogen alleen in rekeningcourant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. Het is wel toegestaan om deze uit te lenen aan andere decentrale overheden. Deelname van decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Dit zorgt voor een lagere staatsschuld. Een ander algemeen gevolg van het schatkistbankieren is een vermindering van de beleggingsrisico’s voor decentrale overheden. Deze situatie kan zich in onze gemeente overigens niet voordoen. In het Treasurystatuut is een verbod op risicovolle beleggingen en derivaten opgenomen. Over de middelen die een decentrale overheid in de schatkist aanhoudt, vergoedt het Rijk rente. Over het dagelijkse rekeningcourantsaldo is dat de daggeldrente. Op deposito’s is de rente afhankelijk van de looptijd. De hoogte van die rente is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’). Voor de uitvoering van het schatkistbankieren is bij de BNG een SKB-werkrekening geopend. Overtollige gelden worden hier dagelijks naartoe afgeroomd.
De BNG blijft ook de overige geldhandelingen verzorgen, zoals betalingen en ontvangsten. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om de renterisico’s bij de vlottende schulden (schulden met een looptijd korter dan een jaar) te beheersen. Deze risico’s kunnen ontstaan door het aangaan van te veel korte termijn financieringen en stelt een grens aan de omvang van de korte
pagina 97
schuld. De wettelijk toegestane omvang is 8,5% van de totale lasten van de gemeentelijke begroting bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 300.000. Onder vlottende of korte schuld worden schuldtitels gerekend met een looptijd korter dan één jaar. Bijvoorbeeld: dag-, geld- en kasleningen en rekening-courant krediet. Voor 2026 geeft de kasgeldlimiet het volgende beeld. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)
Begroting 2026
Begrotingstotaal
255.192
Vastgestelde percentage
8,5%
Toegestane kasgeldlimiet
21.691
Bij een normale rentestructuur (kortlopende leningen zijn goedkoper dan langlopende leningen) wordt deze ruimte zoveel mogelijk benut. Renterisiconorm In de Wet Fido heeft het Rijk de renterisiconorm geïntroduceerd. Met de invoering van deze renterisiconorm wordt een kader gesteld voor een zodanige opbouw van de leningenportefeuille van de gemeente, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. De renterisiconorm houdt in dat het totaal aan renteherzieningen en aflossingen in een jaar niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal van dat jaar. Voor het jaar 2026 is de renterisiconorm als volgt. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2. Aflossingen
27.561
25.642
23.870
23.350
24.670
3. (1+2) Renterisico
27.561
25.642
23.870
23.350
24.670
4a. Begrotingstotaal
250.393
255.192
253.963
252.716
253.022
1. Renteherzieningen
4b. Percentage regeling
20%
20%
20%
20%
20%
4. (4a x 4b/100) Renterisiconorm
50.079
51.038
48.587
48.587
48.587
5a. (4>3) Ruimte onder renterisiconorm
22.518
25.396
24.717
25.237
23.917
5b. (3>4) Overschrijding renterisiconorm
Op basis van de bovenstaande tabel kan worden vastgesteld, dat het bedrag aan aflossingen lager is dan de renterisiconorm. Hierdoor wordt voldaan aan de eisen van de Wet Fido. Kredietrisico’s Voor de uitoefening van de publieke taak kunnen gemeenten leningen verstrekken. Op deze verstrekte leningen loopt de gemeente kredietrisico.
pagina 98
Financieringspositie gemeente Voorne aan Zee Dit onderdeel geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringspositie van de gemeente Voorne aan Zee en de daarbij behorende financieringsbehoefte, rekening houdend met (geplande) (des-)investeringen en beschikbare interne en externe middelen. In feite gaat het hier om het opstellen van een liquiditeitsbegroting. De ontwikkeling van de financieringspositie is bepalend voor de leningenportefeuille. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Boekwaarde 1/1
476.047
500.371
498.115
506.858
520.161
171.869
164.886
163.692
157.204
154.078
Vaste financieringsmiddelen Reserves Voorzieningen
58.893
56.733
60.078
63.733
67.745
Langlopende leningen incl. waarborgsommen
278.686
282.964
277.283
290.707
300.099
Totaal vaste financieringsmiddelen
509.448
504.583
501.053
511.644
521.922
Vlottende financieringsmiddelen
33.401
4.212
2.938
4.786
1.761
Prognose financieringsbehoefte In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille voor het begrotingsjaar 2026 weergegeven. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Bedrag in €
Gemiddelde rente
Stand leningen per 1 januari 2026
282.232
2,25%
Reguliere aflossingen
25.642
div.
Vervroegde aflossingen
0
Nieuwe leningen
20.000
2,50%
Stand leningen per 31 december 2026
276.590
2,32%
Voor het aantrekken van geldleningen wordt rekening gehouden met een percentage van 2,5% gebaseerd op een 25-jaars staatslening. Het investeringsprogramma (zie hoofdstuk 4 Financiële positie) van de gemeente Voorne aan Zee dient als leidraad bij het bepalen van de financieringsbehoefte voor de jaren 2026 tot en met 2029. Op basis van het verloop van het eigen vermogen ten opzichte van het geïnvesteerde en te investeren vermogen, is de prognose dat in de periode 2026-2029 in totaal voor € 150 miljoen aan vreemd vermogen moet worden aangetrokken. De rekenrente wordt bepaald aan de hand van het feitelijke rentepercentage van de aangegane leningen. In onderstaande tabel wordt de rentekostenverdeling weergegeven.
pagina 99
Rentekostenverdeling In het BBV is vanaf 2017 de renteberekeningsmethodiek voorgeschreven. In onderstaand schema is de berekening weergegeven. Schema rentetoerekening 2026 (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
a.
Externe rentelasten, geldlening o/g
6.371
6.529
6.794
7.210
7.533
b.
Externe rentebaten, geldlening u/g
265
249
238
229
220
6.106
6.280
6.556
6.981
7.313
Door te berekenen rentes aan grex en project
1.299
1.286
1.272
1.257
1.243
Saldo door te rekenen externe rente
4.807
4.994
5.284
5.724
6.070
4.807
4.994
5.284
5.724
6.070
e.
Aan taakvelden/ programma's + overhead toe te rekenen Werkelijk aan taakvelden/ programma's + overhead toegerekende rente
4.209
4.657
4.621
4.734
4.847
f.
Renteresultaat op taakveld treasury (+ = voordelig)
(598)
(337)
(663)
(990)
(1.223)
Afgerond vastgesteld omslagrente % Berekend omslagrente % over de boekwaarden (af te ronden binnen marge van 0,5%) Afwijking in % van de werkelijke rentelasten (mag niet groter zijn dan 25%)
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,14%
1,07%
1,14%
1,21%
1,25%
c.
d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen
-12,44% -6,75% -12,55% -17,30% -20,15%
Het geraamde renteresultaat voor 2026 bedraagt afgerond € 337.000 negatief. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente (in euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens consistent en eenduidig worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Wijken de werkelijke rentelasten in euro’s, die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast, af van de rentelasten in euro’s die op basis van de voor gecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend? Dan kan de gemeente Voorne aan Zee besluiten tot correctie. Die correctie is verplicht als deze afwijking groter is dan 25%. Investeringen en taakvelden Het gehanteerde percentage voor 2026 voor toerekening aan de investeringen bedraagt op basis van de bovenstaande berekening 1%. De rentelasten van de betreffende activa worden doorbelast naar de betreffende taakvelden.
pagina 100