Begroting 2026 Voorne aan Zee
Tekst van het document
pagina 29
7. Ruimtelijke plannen dragen bij aan het behouden en verbeteren van een aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefomgeving waarbij rekening wordt gehouden met een goede inpassing en evenwichtige toedeling van functies. Dit gaan we ervoor doen. a. Woningbouw vindt in principe plaats binnen de BSD-grenzen (bestaand stads- en dorpsgebied) van de dorpen. Wel onderzoeken we welke mogelijkheden van bouwen er zijn tegen de BSD-grenzen aan. We kunnen niet alles binnen onze dorpen en steden bouwen en we willen het kenmerkend karakter van ons landschap behouden. Daarbij zetten we in op meer dan een straatje erbij. In de vastgestelde omgevingsvisie Voorne aan Zee zijn daarnaast diverse kansrijke ontwikkellocaties voor woningbouw en andere ontwikkelingen aangewezen. b. De Omgevingsvisie Voorne aan Zee is in 2025 vastgesteld. Deze visie is de leidraad voor de inrichting van onze woon- en leefomgeving voor de lange termijn en is een weerspiegeling van de identiteit van onze gemeente. We vertalen de Omgevingsvisie naar een gebiedsdekkend omgevingsplan dat uiterlijk eind 2031 gereed moet zijn. c. Gezien de initiatieven en landelijke en provinciale ontwikkelingen die beslag leggen op de beschikbare ruimte, onderzoeken we in 2026 of aanvullend beleid nodig is om de doelstellingen voor de woon- en leefomgeving te behalen.
Als dat het geval is, stellen we een startnotitie/bestuursopdracht op, zodat we dit kunnen opnemen in het omgevingsplan of in een apart (beleids-)programma. d. Voor de uitvoering van de wettelijk vastgestelde archeologische taken is een Lichte Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Voorne aan Zee-Rotterdam aangegaan met Archeologie Rotterdam. De archeologische werkwijze wordt geharmoniseerd, mede in het kader van de Omgevingswet. Verder toetst Archeologie Rotterdam archeologische onderzoeken. Voor grote ruimtelijke ontwikkelingen borgen wij de kosten van archeologie in anterieure overeenkomsten, zodat de ontwikkelende partij hiervan de kosten draagt. 8. Vanaf januari 2024 werken we volgens de Omgevingswet. Uitgangspunt van de Omgevingswet is een integrale aanpak. Alle verordeningen die betrekking hebben op de woon- en leefomgeving maken deel uit van onze omgevingsvisie en omgevingsplan. Dit gaan we ervoor doen. a. Als vervolg op de Omgevingsvisie, onderzoeken we welke gebiedsvisies en programma’s we moeten opstellen. b. We gaan verder met het opstellen van een gebiedsdekkend omgevingsplan. Aan de hand van een vastgesteld plan van aanpak werken we hieraan tot de wettelijke termijn van 2031.
Met het gebiedsdekkend omgevingsplan zetten we erop in dat sprake is van één concreet en integraal afwegingskader voor initiatieven waarbij de ambities van onze recent vastgestelde Omgevingsvisie centraal staat. c. We voeren onze wettelijke taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Ons geharmoniseerde VTH-beleid, dat nauw aansluit bij de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB), vormt de
pagina 30
stevige basis waarop we bouwen. Hiermee streven we naar een effectieve en langdurige bescherming van onze leefomgeving, het waarborgen van veiligheid en het bevorderen van verantwoorde ruimtelijke ontwikkeling. MOBILITEIT EN BEREIKBAARHEID 9. We zorgen voor een veilige en vlotte verkeersafwikkeling, zowel lokaal als regionaal. Dit verbetert de leefkwaliteit in dorpen en wijken en vergroot onze bereikbaarheid, ook bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Met uitdagingen zoals woningbouw is het cruciaal om strategische keuzes te maken en te investeren in een toekomstbestendige infrastructuur die verkeersveiligheid bevordert. In 2025 stelden we de mobiliteitsvisie vast. Dit zijn onze plannen. a. We schetsen mogelijke toekomstscenario’s voor vervoer in onze gemeente en de regio. Hiermee kunnen we sturen en inspelen op verwachte ontwikkelingen in mobiliteit. b. Met de Mobiliteitsvisie brengen we knelpunten en ontwikkelingen in kaart. Dit helpt ons prioriteiten te stellen voor Voorne aan Zee. Hieruit volgt een planning en aanpak voor gemeentelijke wegen, opgenomen in het mobiliteitsplan. Dit plan, klaar in 2026, bevat nieuwe voorstellen voor toekomstige begrotingen. c. Een goede infrastructuur is essentieel voor de ontwikkeling van Voorne aan Zee. Om bereikbaarheid te verbeteren, is in 2022 de Aanpak Bereikbaarheid Voorne-Putten en Haven Rotterdam vastgesteld (MIRT).
Deze aanpak bevat 14 maatregelen om congestie op regionale wegen te verminderen. We bereiden de aanleg voor van een ongelijkvloerse kruising bij Nieuweweg/N57 en een bypass bij de rotonde N497. Dit zijn de eerste stappen naar een bredere N57. In 2026 lobbyen we om financiering en personeel voor deze kruising te waarborgen bij Rijkswaterstaat. Voor het regionale aandeel reserveren we in de begroting van 2026 budget. Daarnaast vragen we bij de MRDH een subsidie van 10 miljoen. Samen met strategische partners blijven we lobbyen bij de rijksoverheid voor financiering en capaciteit om de N57 snel te verbreden naar twee keer twee rijstroken tot aan de Nieuweweg. Hierbij houden we rekening met wettelijke stikstofbeperkingen. d. We stimuleren het gebruik van fiets en openbaar vervoer door gedragsverandering en verbeteringen in de fietsinfrastructuur. Samen met Waterschap Hollandse Delta en provincie Zuid-Holland onderzoeken we welke verbeteringen nodig en mogelijk zijn voor het fietsnetwerk tussen Hellevoetsluis en de Maasvlakte. Dit helpt bepalen of deze maatregelen werknemers uit de auto en op de fiets krijgen. We werken met de provincie Zuid-Holland, gemeente Nissewaard en Waterschap Hollandse Delta aan een ontwerp van een snelfietsroute voor het Trambaanpad e. We beperken doorgaand vrachtverkeer en parkeren van vrachtwagens in de dorpen.
De vrachtwagenparkeerterreinen verplaatsen we uit de woonkern van Hellevoetsluis naar bedrijventerrein Kickersbloem 3. Lange bestelbussen krijgen aangewezen
pagina 31
locaties in woonwijken. Dit verlaagt de druk op vrachtwagenparkeerplaatsen en komt tegemoet aan de wensen van bestuurders. 10. We nemen maatregelen in de infrastructuur en beïnvloeden het gedrag van verkeersdeelnemers om het aantal ongevallen en verkeersslachtoffers te verminderen. a. We benutten de Rijksregeling Investeringsimpuls Verkeersveiligheid en een subsidie van de MRDH om de gemeentelijke weginfrastructuur veiliger te maken. b. We lobbyen bij provincie Zuid-Holland en Waterschap Hollandse Delta (wegen buiten de bebouwde kom) om hun budgetten optimaal in te zetten voor de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid. c. We verleggen de fietsoversteken bij de rotonde Amnesty InternationallaanRijksstraatweg in Hellevoetsluis en richten de Alardusdreef in Rockanje opnieuw in. Beide maatregelen verbeteren de veiligheid voor fietsers. d. We doen mee aan het programma Doortrappen, dat senioren helpt langer zelfstandig te fietsen. e. Onze aanpak sluit aan bij de landelijke campagne ‘Maak een punt van de 0 verkeersslachtoffers’. De focus ligt op jongeren, ouderen, alcohol, snelheid en afleiding. f.
In de winter werken we samen met Regionaal Ondersteuningsbureau Zuid Holland en de politie om aandacht te vragen voor goede fietsverlichting.
g. Na de zomervakantie stimuleren we samen met ROVZH ouders om hun kinderen lopend of fietsend naar school te brengen in plaats van met de auto. WOONBEDRIJF VOORNE AAN ZEE 11. Aanbieden van sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en koopgarantwoningen, zodat mensen die daarvoor in aanmerking komen in hun huisvesting kunnen voorzien. a. Vanaf 2025 werken we aan het beperken van de energievraag en het verbeteren van de kwaliteit van de woningen in Brielle. b. We werken daarnaast ook verder aan het beperken van de energievraag van de woningvoorraad in voormalig Westvoorne. Dit doen we zodanig dat woningen goed onderhouden en toekomstbestendig zijn en blijven. c. Onze tussenstappen in het beperken van de energievraag: geen woningen met een E, F, of G label in 2028. De gehele voorraad op gemiddeld label A in 2030 en gasloos in 2050 te zijn. We onderzoeken in 2025 wat er nodig is om ook de woningen in Brielle in dit tempo te verduurzamen.
pagina 32
12. Het Woonbedrijf draagt bij aan het realiseren van onze woonopgave. Het Woonbedrijf biedt kansen om niet alleen te voorzien in het aanbieden van sociale huurwoningen. Het Woonbedrijf heeft in 2023 meegetekend voor de tweejaarlijkse prestatieafspraken. De bijdrage van het Woonbedrijf in de volkshuisvestelijke opgave loopt via de overlegtafel van de prestatieafspraken met de binnen de gemeente actieve woningcorporaties. Een belangrijke stip op de horizon is het realiseren van 200 sociale huurwoningen in de periode 2024 – 2030.
Beleidsindicatoren In onderstaande tabel zijn de beleidsindicatoren van programma 2 opgenomen. Indicator Nieuw gebouwde woningen
Eenheid per 1.000 woningen
Periode 2023
Waarde 5,1
Omvang huishoudelijk restafval
kilogram per inwoner
2023
194
Percentage bekende hernieuwbare elektriciteit
%
2022
18,2
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
Nieuw gebouwde woningen Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen, exclusief overige toevoegingen, zoals transformaties. Omvang huishoudelijk restafval Niet gescheiden ingezameld huishoudelijk afval per kg per inwoner. Percentage bekende hernieuwbare elektriciteit In percentage.
Wat kost het? Programma 2: Wonen (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Lasten
78.359
72.518
74.642
74.953
75.727
Baten
-50.665
-44.914
-45.597
-48.072
-46.991
Saldo lasten en baten
27.695
27.605
29.046
26.881
28.736
Toevoegingen aan reserves
540
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
-4.646
-1.675
-1.586
-1.142
-1.084
Saldo mutaties reserves
-4.106
-1.675
-1.586
-1.142
-1.084
Begrotingssaldo na bestemming
23.589
25.930
27.460
25.739
27.652
Waarvan incidentele lasten
7.284
68
55
20
42
Waarvan incidentele baten
-10.709
-602
-553
-1.941
-260
Saldo incidentele lasten en baten
-3.425
-535
-498
-1.922
-217
Structureel begrotingssaldo
27.014
26.465
27.958
27.660
27.869
pagina 33
Lasten en baten per taakveld In onderstaande tabel is de begroting van programma 2 naar taakveld opgenomen. Taakvelden programma 2: Wonen (bedragen x € 1.000)
Lasten/ baten
2025
0.102 Mutaties reserves Programma 2
Lasten
540
Baten 2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren
2026
2027
2028
2029
-4.646
-1.675
-1.586
-1.142
-1.084
Lasten
15.397
17.572
18.217
18.241
18.448
Baten
-301
-230
-230
-230
-230
Lasten
67
32
84
83
83
Baten
-65
-68
-68
-68
-68
Lasten
1.409
1.386
1.315
1.276
1.244
Baten
-275
-285
-285
-285
-285
5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie Lasten
9.971
9.736
10.187
10.228
10.417
Baten
-234
-117
-132
-147
-147
2.3 Recreatieve havens
7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria
8.1 Ruimte en leefomgeving 8.2 Grondexploitatie (niet-bedr.terrein) 8.3 Wonen en bouwen Eindtotaal
pagina 34
Lasten
8.155
8.524
8.640
8.522
8.508
Baten
-9.803
-10.091
-10.164
-10.230
-10.255
Lasten
14.010
11.737
11.989
11.908
11.898
Baten
-16.643
-14.551
-14.580
-14.618
-14.617
Lasten
10.309
4.158
4.232
4.232
4.232
Baten
-7.359
-1.380
-1.393
-1.393
-1.393
Lasten
1.181
935
964
949
942
Baten
-767
-796
-796
-796
-796
Lasten
3.862
4.071
4.187
4.280
4.336
Baten
-10
-303
-303
-303
-303
Lasten
1.056
694
556
536
540
Baten
-1.411
-964
-964
-2.646
-964
Lasten
12.943
13.673
14.271
14.698
15.078
Baten
-13.797
-16.129
-16.681
-17.356
-17.932
23.589
25.930
27.460
25.739
27.652
Verschillenanalyse De begroting 2026 bevat de effecten zoals weergegeven in de vastgestelde kadernota. In onderstaande tabel is opgenomen welke effecten van de kadernota in de begroting van programma 2 zijn opgenomen (naar taakveld). Taakveld 0.82 Overige baten en lasten Programma 2 2.1 Verkeer en vervoer
Toelichting (bedragen x € 1.000) Indexatie gemeenschappelijke regelingen Voorbereidingskosten Trambaanpad
2026 136
2027 136
2028 136
2029 136
100
0
0
0
2.1 Verkeer en vervoer
IBK+ (Wegen)
1.500
1.600
1.700
1.953
2.1 Verkeer en vervoer
IBK+ (Civieltechnische kunstwerken)
662
662
662
662
5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie 5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie 5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie 7.4 Milieubeheer
IBK+ (Groen-beplanting)
500
700
800
1.000
IBK+ (Bomen)
77
77
77
77
Bezuiniging recreatieschap VoornePutten Bezuiniging DCMR (3%)
-20
-20
-20
-20
-60
-60
-60
-60
2.895
3.095
3.295
3.748
Eindtotaal
In onderstaande tabellen verklaren we de baten- en lastenverschillen tussen begrotingsjaar 2026 en 2025. LASTEN Taakveld
2.1
Taakveld omschrijving
Mutaties lasten t.o.v. 2025
Verkeer en Vervoer
Met de vaststelling van het IBK + is extra budget beschikbaar gesteld ten behoeve van Civiele Kunstwerken.
2.1
Verkeer en Vervoer
2.1
Verkeer en Vervoer
2.1
Verkeer en Vervoer
2.1
Verkeer en Vervoer
2.1
Verkeer en Vervoer
2.1
Verkeer en Vervoer
pagina 35
Met de vaststelling van het IBK + is extra budget beschikbaar gesteld ten behoeve van Wegen. In 2025 stijgen de uitvoeringskosten van het project Kanaalweg eenmalig door extra werkzaamheden. Deze kosten zijn vastgesteld in de 1e berap 2025 en worden gedekt vanuit de stelpost voor loon- en prijscompensatie Voorbereidingskosten vanuit de realisatieovereenkomst Trambaanpad, vastgesteld bij kadernota 2026. Extra personele lasten i.v.m. CAOstijgingen. Dit betreft een budgetneutrale wijziging. Het voordeel wordt gepresenteerd onder programma 1, taakveld 0.4 Overhead Vrijval van kapitaallasten In 2025 zijn er hogere uitvoeringskosten voor het aanpassen van de bushalte in de keerkom bij de 2e slag Rockanje ten behoeve van de strandlijn
Bedrag Voordeel (-) x € 1.000 /Nadeel (+)
662 Nadeel
1.500 Nadeel
-300 Voordeel 100 Nadeel
223 Nadeel -289 Voordeel
-79 Voordeel
Taakveld
Taakveld omschrijving
Mutaties lasten t.o.v. 2025
2.1
Verkeer en Vervoer
Vrijval van stelpost voor kapitaallasten
2.1
Verkeer en Vervoer
2.1
Verkeer en Vervoer
2.3
Recreatieve havens
Bedrag Voordeel (-) x € 1.000 /Nadeel (+) -221 Voordeel
In 2026 zijn uitvoeringskosten geraamd voor ontsluiting buitenplaats Brielle. Vastgesteld door de Raad met de Meerjarenbegroting 2024-2027 Een nulmeting uit 2022 toont aan dat verhoging van de budgetten voor reiniging noodzakelijk is. Dit is met een groeipad in de meerjarenbegroting 2024-2027 door de Raad vastgesteld De investeringen ten behoeve van de jachthavens zijn doorgeschoven naar 2026. Dit leidt tot een eenmalige verlaging van de kapitaallasten in 2026.
-120 Voordeel
Met de kadernota 2025 is een eenmalig budget beschikbaar gesteld voor een impuls van het groenonderhoud
-800 Voordeel
152 Nadeel
260 Nadeel
5.7
Openbaar groen & (openlucht)recreatie Openbaar groen & (openlucht)recreatie
5.7
Openbaar groen & (openlucht)recreatie
5.7
Openbaar groen & (openlucht)recreatie
5.7
Openbaar groen & (openlucht)recreatie
5.7
Openbaar groen & (openlucht)recreatie
5.7
Openbaar groen & (openlucht)recreatie
5.7
Openbaar groen & (openlucht)recreatie
5.7
Openbaar groen & (openlucht)recreatie
Vrijval van kapitaallasten In 2025 zijn er hogere uitvoeringskosten door inhuur van de secretaris van het Recreatieschap Voorne-Putten Vrijval incidentele kosten in 2025 (Haringvlietmonding, Havenomgevingsfonds) Met de kadernota 2025 is een eenmalig budget beschikbaar gesteld voor het opstellen van een ‘Visie Aanzanding Haringvlietmonding’ in het kader van het project kustverzanding In het IBK +, vastgesteld bij de kadernota 2026, is extra budget beschikbaar gesteld voor groen en beplanting Een nulmeting uit 2022 toont aan dat verhoging van de budgetten voor groen noodzakelijk is. Dit is met een groeipad in de meerjarenbegroting 2024-2027 door de Raad vastgesteld. Een nulmeting uit 2022 toont aan dat verhoging van de budgetten voor speelvoorzieningen noodzakelijk is. Dit is met een groeipad in de meerjarenbegroting 2024-2027 door de Raad vastgesteld In het IBK +, vastgesteld bij de kadernota 2026, is extra budget beschikbaar gesteld voor bomen
Riolering
Dit betreft een budgetneutrale wijziging. Het voordeel wordt gepresenteerd onder programma 5, taakveld 0.85 overige baten en lasten
314 Nadeel
Afval
Dit betreft een budgetneutrale wijziging. Het voordeel wordt gepresenteerd onder programma 5, taakveld 0.85 overige baten en lasten
491 Nadeel
5.7
7.2
7.3
pagina 36
-51 Voordeel
-109 Voordeel -100 Voordeel
-150 Voordeel
500 Nadeel
166 Nadeel
55 Nadeel 77 Nadeel
Taakveld
Taakveld omschrijving
7.3
Afval
7.3
Afval
7.4
Milieubeheer
7.4
Milieubeheer
7.4
Milieubeheer
7.4
Milieubeheer
7.4
Milieubeheer
7.4
Milieubeheer
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
8.1
Ruimte en leefomgeving
8.1
Ruimte en leefomgeving
8.1
Ruimte en leefomgeving
8.2
8.2 Grondexploitatie (niet-bedr.terrein)
8.3
Wonen en bouwen
8.3
Wonen en bouwen
8.3
Wonen en bouwen
8.3
Wonen en bouwen
pagina 37
Mutaties lasten t.o.v. 2025 Bij de eerste bestuursrapportage 2025 is er incidenteel (extra) budget toegekend. Dit leidt tot een voordelige mutatie op de lasten en een nadelige mutatie op de baten. De ophoging wordt bekostigd met een incidentele onttrekking uit de voorziening Vrijval van kapitaallasten In 2025 het budget eenmalig verlaagd en ingezet voor de inhuur van personeel (winddossiers) In 2025 is de (eenmalige) inzet van het restant van de CDOKE gelden uit 2024 geraamd Door een administratieve herschikking van budgetten valt de raming CDOKE vrij (eenmalig) De bijdrage aan DCMR stijgt door een beperkte indexering Extra kapitaalslasten Met de jaarrekening 2024 is budget naar 2025 overgeheveld voor de voor het uitvoeringsprogramma Energietransitie. In 2025 waren er hogere uitvoeringskosten voor inrichting van de aula's en audiovisuele middelen Extra personele lasten i.v.m. CAOstijgingen. Dit betreft een budgetneutrale wijziging. Het voordeel wordt gepresenteerd onder programma 1, taakveld 0.4 Overhead In 2025 is eenmalig budget beschikbaar gesteld uit het centraal inhuurbudget voor inhuur. Dit betreft een budgetneutrale wijziging. Het voordeel wordt gepresenteerd onder programma 1, taakveld 0.4 Overhead In 2026 worden minder personele kosten gedekt vanuit de grondexploitaties dan in 2025. Grondexploitaties wisselen jaarlijks van raming.
De raming is gebaseerd op de meest recente GREXberekeningen. De rentelasten van het woonbedrijf zijn gestegen. Extra personele lasten i.v.m. CAOstijgingen. Dit betreft een budgetneutrale wijziging. Het voordeel wordt gepresenteerd onder programma 1, taakveld 0.4 Overhead Vrijval van kapitaallasten De uitgaven en inkomsten van het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam (SVWRR) verlopen via de gemeente. De uitgaven stijgen met € 72.000. Omdat ook de inkomsten
Bedrag Voordeel (-) x € 1.000 /Nadeel (+)
-2.600 Voordeel -193 Voordeel 71 Nadeel -1.094 Voordeel -4.700 Voordeel 115 Nadeel 52 Nadeel
-550 Voordeel -255 Voordeel
308 Nadeel
-204 Voordeel 118 Nadeel
-367 Voordeel 1.278 Nadeel
374 Nadeel -174 Voordeel
72 Nadeel
Taakveld
Taakveld omschrijving
8.3
Wonen en bouwen
0.102
Mutaties reserves Programma 2
Mutaties lasten t.o.v. 2025 van het verband met eenzelfde bedrag stijgen is dit budgettair neutraal. Zie ook de toelichting inkomsten. Met de jaarrekening 2024 is budget naar 2025 overgeheveld voor de implementatie van de omgevingswet. In 2025 is een (eenmalige) dotatie aan de kapitaallastenreserve gedaan voor de kapitaallasten van de rotonde Amnesty International laan/Rijksstraatweg. Het restant nadeel op de lasten bestaat uit diverse overige mutaties. Totaal mutaties lasten
Bedrag Voordeel (-) x € 1.000 /Nadeel (+)
-900 Voordeel
-540 Voordeel 527 Nadeel -6.381 Voordeel
BATEN Taakveld
Taakveld omschrijving
2.1
Verkeer en vervoer
5.7
Openbaar groen & (openlucht)recreatie
7.2
Riolering
7.3
Afval
7.3
Afval
7.4
Milieubeheer
7.4
Milieubeheer
7.4
Milieubeheer
8.1
Ruimte en leefomgeving
pagina 38
Mutaties baten t.o.v. 2025 In 2025 is een eenmalige MRDHsubsidie geraamd voor aanpassing van de bushalte ten behoeve van de strandlijn. In 2025 is een eenmalige subsidie van € 25.000 geraamd uit het Havenfonds voor het project speeltuin de Meerkoet. Ook is € 109.000 geraamd voor de vergoeding van inhuur van de secretaris van het recreatieschap Voorne-Putten. Indexatie van de rioolheffingen van 3,8% in 2026. Bij de eerste bestuursrapportage van 2025 is er incidenteel (extra) budget toegekend. Dit leidt tot een voordelige mutatie op de lasten. De ophoging wordt bekostigd met een incidentele onttrekking uit de voorziening. Indexatie van de afvalstoffenheffingen van 3,8% in 2026 In 2025 is een eenmalige provinciale subsidie geraamd voor het SoortenManagementPlan (SMP). Voor de jaren daarna wordt nog een kleine subsidie geraamd In 2025 is de (eenmalige) inzet van het restant van de CDOKE gelden uit 2024 geraamd Door een administratieve herschikking van budgetten valt de raming CDOKE vrij (eenmalig) Een deel van de loonkosten van het eigen personeel kan worden gedekt uit de CDOKE-regeling
Bedrag Voordeel (-) x € 1.000 /Nadeel (+)
79 Nadeel
134 Nadeel -314 Voordeel
2.600 Nadeel -462 Voordeel
185 Nadeel 1.094 Nadeel 4.700 Nadeel -292 Voordeel
Taakveld
Taakveld omschrijving
8.2
8.2 Grondexploitatie (niet-bedr.terrein)
8.3
Wonen en bouwen
8.3
Wonen en bouwen
8.3
Wonen en bouwen
0.102
Mutaties reserves Programma 2
0.102
Mutaties reserves Programma 2
pagina 39
Mutaties baten t.o.v. 2025 De raming is aangepast door eenmalige verkoop van erfpachtsgrond (€ 473.000) in 2025 en een voordeel in 2026 van enkele posten kleiner dan € 50.000 die niet nader worden toegelicht. De huuropbrengsten van het Woonbedrijf stijgen door een gemiddelde indexatie van 3% en extra woningen. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten van woning verkopen verhoogd De raming leges omgevingswet is verhoogd (kadernota 2026). De uitgaven en inkomsten van het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam (SVWRR) verlopen via de gemeente. Zowel de uitgaven als de inkomsten van het verband stijgen met eenzelfde bedrag. Zie ook de toelichting uitgaven. In 2025 is eenmalig budget voor omgevingswet en energietransitie overgeheveld uit het jaar 2024. De onttrekking aan de reserve komt niet terug in 2026. Daarnaast is er, o.b.v. het afschrijvingsprofiel, sprake van lagere afschrijvingslasten en dus ook een lagere onttrekking aan de reserve Dekking afschrijvingslasten. Ook zijn er conform de nota reserves en voorzieningen vanaf 2026 lagere onttrekkingen aan de reserves wegen en groen. Het restant voordeel op de baten bestaat uit diverse overige mutaties.
Bedrag Voordeel (-) x € 1.000 /Nadeel (+)
447 Nadeel
-1.554 Voordeel -699 Voordeel
-72 Voordeel
1.450 Nadeel
1.520 Nadeel -94 Voordeel
Totaal mutaties baten
8.722 Nadeel
Totaal mutaties lasten en baten
2.341 Nadeel
pagina 40
Programma 3 Werken Wat staat er in het Programma Werken? Het Programma Werken staat voor een sterke lokale economie en arbeidsmarkt. Wij bieden een gunstig en kansrijk ondernemingsklimaat. Wij ondersteunen toekomstbestendige economische ontwikkelingen die meerwaarde hebben voor onze gemeente. Een belangrijke economische sector in het landelijk gebied van Voorne aan Zee is toerisme en recreatie. Wij gaan samen met ondernemers en regiopartners aan de slag om onze toeristisch recreatieve aantrekkingskracht te versterken. We willen de kwaliteit van de voorzieningen verbeteren. Samen met het Recreatieschap Voorne-Putten beschermen en benutten we onze recreatiegebieden zo efficiënt en effectief mogelijk.
Wat willen we bereiken? Het hoofddoel van het Programma Werken is een economisch gezonde gemeente Voorne aan Zee met voldoende en gevarieerde werkgelegenheid. Een gemeente die innoveert en daardoor ook voor toekomstige generaties goede kansen biedt. Hieronder is per beleidsterrein uitgewerkt hoe we dit willen bereiken. ECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN EN ONDERNEMERSKLIMAAT 1. Versterken van de lokale economie door het bieden van een gunstig ondernemersklimaat. 2. We geven ruimte aan werklocaties voor ondernemingen. 3. We versterken de regionale en de lokale samenwerking tussen ondernemers. 4. We werken aan een vernieuwende economie die zoveel mogelijk duurzaam, innovatief en inclusief is. 5. De aanzanding van de Haringvlietmonding zien we als een belangrijke opgave voor Voorne aan Zee die verschillende uitdagingen en kansen biedt. LANDSCHAP, TOERISME EN RECREATIE 6. Vergroting van de economische meerwaarde van de toeristisch-recreatieve sector. 7. We professionaliseren de havens. LANDELIJK GEBIED EN TOEKOMSTBESTENDIGE AGRARISCHE SECTOR 8. We versterken brede welvaart door het waarborgen van de vitaliteit en kwaliteit van het landelijk gebied en het stimuleren en ondersteunen van een toekomstbestendige agrarische sector. ARBEIDSMARKT, PARTICIPATIE EN MINIMABELEID 9. Mensen worden verzekerd van een minimuminkomen als zij daar (deels) zelf niet in kunnen voorzien. 10.
Zoveel mogelijk mensen, met en zonder beperking, nemen deel aan een zo inclusief mogelijke arbeidsmarkt.
pagina 41
Wat gaan we ervoor doen? ECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN EN ONDERNEMERSKLIMAAT 1. We versterken de lokale economie door het bieden van een gunstig ondernemersklimaat. Ondernemers in Voorne aan Zee krijgen de ruimte. Dit gaan we ervoor doen. a. We stimuleren en faciliteren initiatieven die bijdragen aan een toekomstbestendige economie. We doen onderzoek naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een gemeentebreed ondernemersfonds. b. We faciliteren en zijn een vraagbaak voor startende ondernemers, zzp’ers en mkb’ers. We gaan in gesprek met startende ondernemers en wijzen hen de weg binnen wet- en regelgeving en binnen de gemeentelijke organisatie. c. We organiseren themabijeenkomsten, lunchsessies en bedrijfsbezoeken om verder invulling te geven aan de rode loper aanpak. Met de rode loper aanpak verbeteren we de dienstverlening en ondersteuning aan ondernemers. Deze rode loper aanpak wordt in 2026 doorontwikkeld. d. We zetten onze deelname (als agenda-lid) aan de Greenport West-Holland voort. e. We zetten in op de Human Capital Agenda. Een Human Capital Agenda (HCA) stuurt op basis van een kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de toekomstige arbeidsmarktvraag binnen een sector of thema op verbetering van de match tussen vraag en aanbod van arbeid. We dragen hieraan bij door onze inbreng binnen de MRDH en door deelname aan de Regio Deal Zuid-Hollandse Delta. f.
We bezoeken zakelijke netwerk- en themabijeenkomsten en waar mogelijk participeren wij in de organisatie ervan.
g. We stimuleren en faciliteren een stevig en dienstverlenend ondernemersplatform voor Voorne aan Zee als gesprekspartner voor de gemeente. h. Via inbreng bij de MRDH werken we aan een regionale visie op het economisch vestigingsklimaat. 2. We geven ruimte aan werklocaties voor ondernemingen. Dit gaan we ervoor doen. a. We faciliteren initiatieven van ondernemers in Voorne aan Zee. Er is in 2025 een nieuwe Speerpuntennotitie Economie vastgesteld, waarin de kaders zijn vastgelegd. b. Samen met de ondernemers voeren we de vastgestelde centrumvisie Winkelcentrum De Struytse Hoeck in Hellevoetsluis uit. c. Samen met Stichting Stimular organiseren we bijeenkomsten over samenwerking en verduurzaming.
pagina 42
d. We dragen bij aan het versterken van de organisatiegraad op de bedrijventerreinen en faciliteren initiatieven hiertoe. e. We stimuleren de samenwerking met de ondernemers op Kickersbloem 1 en 2. f.
We zetten in op het voltooien van het in de markt zetten van Kickersbloem 3, fase 3.
g. We werken de behoefteraming voor de nieuwe werklocatie Kickersbloem 3, fase 4 uit in een economisch profiel, in selectief vestigingsbeleid voor dat gebied en werken toe naar een toepasselijk omgevingsplan voor dit gebied. h. We stimuleren en positioneren de bedrijven in de Business Investeringszone (BIZ) Seggelant. We verstevigen de economische positie van de (winkel)centrumgebieden. We werken samen met ondernemers en partners aan winkel- en horecagebieden met een goede belevingswaarde en een passend aanbod voor inwoners en bezoekers. i.
We zetten in 2026 samen met ondernemers in op schoon, heel en veilige bedrijventerreinen en centrumgebieden (Keurmerk Veilig Ondernemen).
j.
We vormen een beeld over de gewenste ontwikkeling van de detailhandel aan de Rijksstraatweg in Hellevoetsluis.
3. We versterken de regionale en lokale samenwerking tussen ondernemers. Dit draagt niet alleen bij aan het economisch draagvlak van de gemeente, maar maakt dat wij ons beter kunnen positioneren in een groter gebied. Dit gaan we ervoor doen. a. We gaan allianties aan en zoeken samenwerking. Dit doen we op Voorne-Putten en in breder verband met de Regio Zuid-Hollandse Delta, provincie Zuid-Holland, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en het Haven Industrieel Complex (HIC), waaronder het Havenbedrijf Rotterdam. b. We nemen in samenwerking met Nissewaard deel aan de ontwikkeling van een toekomstperspectief voor de ontwikkeling van de Rotterdamse haven in balans met de leefomgeving binnen het traject “NOVEX Rotterdamse haven”. c. We voeren breed ondernemersoverleg, waarbij ondernemers uit de regio aanschuiven. Onderwerpen zijn onder meer stageplaatsen, verbetering van de afstemming tussen arbeidsmarkt en onderwijs, bereikbaarheid en het stimuleren en verbeteren van het vestigingsklimaat. d. We herijken de samenwerkingsmogelijkheden binnen de regionale overlegtafels voor ondernemers. De mogelijkheden voor het stimuleren van overleg tussen ondernemers, onderwijs en overheid (triple helix) binnen de Regio Deal Zuid Hollandse Delta worden hierbij betrokken.
pagina 43
e. Wij streven naar een langjarige samenwerkingsagenda met het Havenbedrijf Rotterdam en het benutten van kansen voor ons gebied, onze inwoners én onze ondernemers. 4. We werken aan een vernieuwende economie, die zoveel mogelijk duurzaam en circulair is. Dit gaan we ervoor doen. a. Wij verlengen de overeenkomst met TNO voor het project Zon op Water. We blijven zowel een financiële als inhoudelijke bijdrage leveren aan het Fieldlab. b. We trekken ten aanzien van de energietransitie op met de gemeente Nissewaard. c. We kijken naar de mogelijkheden voor energyhubs en energieplatforms. 5. De aanzanding van de Haringvlietmonding zien we als een belangrijke opgave voor Voorne aan Zee, welke verschillende uitdagingen en kansen biedt. Met een bestuurlijke coalitie van tien partijen bestaande uit de provincie Zuid-Holland, gemeenten GoereeOverflakkee en Nissewaard, Rijkswaterstaat, Waterschap Hollandse Delta, Natuurmonumenten, Stichting Zuid-Hollands Landschap, Recreatieschap Voorne-Putten en Havenbedrijf Rotterdam willen we ervoor zorgen dat: de waterveiligheid op orde blijft; het Haringvliet en de monding een aantrekkelijk watersportgebied blijft; watergebonden bedrijvigheid en de bevaarbaarheid van het Slijkgat voorwaarden zijn; en we de kansen vanuit de clusters “Rockanje Badstrand” en “Oostvoornse Meer” verder benutten. Dit gaan we ervoor doen. a.
We geven uitwerking aan de toekomstvisie “Haringvlietmonding 2060” door het opstellen van uitvoeringsprogramma’s. b. We borgen dat de juiste partijen betrokken zijn bij de ontwikkeling van een uitvoeringsprogramma. c. We borgen de betrokkenheid van de maatschappelijke omgeving bij de toekomst en ontwikkeling van het gebied. LANDSCHAP, TOERISME EN RECREATIE 6. Vergroting van de economische meerwaarde van de toeristisch-recreatieve sector. We versterken de toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht van Voorne aan Zee. Dit gaan we ervoor doen. a. We willen de toeristische keurmerken zoals de Blauwe Vlag en Groene Strand Wimpel behouden. b. We stimuleren en faciliteren initiatieven die de toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht van Voorne aan Zee versterken, met name initiatieven die het toeristisch seizoen verlengen.
pagina 44
Door periodiek beheer en onderhoud aan de recreatiegebieden Badstrand Rockanje, Oostvoornse Meer, Brielse Meer en Quackstrand kunnen inwoners genieten, bewegen en uitrusten in de directe omgeving. Dit doen wij onder andere samen met het Recreatieschap Voorne-Putten. Er is blijvend aandacht voor de doorontwikkeling van de recreatiegebieden, zoals het upgraden van de entreegebieden en het verbeteren van de openbare (speel)voorzieningen. We bestendigen samen met de gemeente Nissewaard de samenwerking op het gebied van eilandmarketing (marketingorganisatie OP Voorne-Putten).
7. We professionaliseren de havens. Om dit te bereiken is het belangrijk blijvend te investeren in goede infrastructuur, in te spelen op veranderende marktomstandigheden en de havens blijvend te promoten. Dit gaan we ervoor doen. a. We investeren in kwaliteit en gastheerschap van onze havens. b. We werken de opgebouwde relatie met de stakeholders verder uit en stimuleren hen in het nemen van initiatieven in en rond de havens. c. We zetten de havens in ter ontwikkeling en promotie van toerisme en recreatie. LANDELIJK GEBIED EN TOEKOMSTBESTENDIGE AGRARISCHE SECTOR 8. We versterken brede welvaart door het waarborgen van de vitaliteit en kwaliteit van het landelijk gebied en het stimuleren en ondersteunen van een toekomstbestendige agrarische sector. Vanaf 2024 is er intensief overleg geweest met de agrarische sector, de natuur(beherende) organisaties, het waterschap en andere overheden en partijen over het toekomstperspectief voor zowel de land- en tuinbouw, de natuur, de water- en ecologische systemen, als van Voorne-Putten als geheel. Deze overleggen worden voortgezet in 2026, met onder meer als doel om uiteindelijk afgewogen uitspraken te kunnen doen en richtinggevende beslissingen te kunnen nemen over onder andere de ruimteclaims.
Voorne aan Zee zoekt daarvoor nadrukkelijk de samenwerking met partijen, zoals de agrarische sector, natuur(beherende) organisaties, andere overheden, kennisinstellingen, bedrijfsleven en onze inwoners. Deze regionale samenwerking vindt plaats op Voorne-Putten, in de regio Zuid-Hollandse Delta en binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Dit gaan we ervoor doen. a. In overleg met de agrarische sector en andere partijen nemen we in onze omgevingsvisie een duurzaam toekomstperspectief op voor de land- en tuinbouw. b. Daarnaast ondersteunen we de agrarische sector bij de uitvoering van projecten die aansluiten bij onze omgevingsvisie.
pagina 45
ARBEIDSMARKT, PARTICIPATIE EN MINIMABELEID 9. Inwoners zijn verzekerd van een minimuminkomen als zij daar (deels) zelf niet in kunnen voorzien. Dit doen wij in 2026 voor inwoners, die wij voorzien van een minimuminkomen. a. Met beleid dat inspeelt op de gevraagde menselijke maat in de Participatiewet. b. We geven uitvoering aan het handhavingsbeleid gericht op een eerlijke en rechtmatige verstrekking van de Participatiewet-uitkeringen. c. We geven uitvoering aan het armoedebeleid. 10. Zoveel mogelijk inwoners, met en zonder beperking, nemen deel aan de arbeidsmarkt. Dit doen wij in 2026 voor inwoners die hulp nodig hebben om deel te kunnen nemen aan de arbeidsmarkt. a. Begeleiding van werkzoekenden naar werk of een andere zinvolle maatschappelijke bijdrage. Om te bereiken dat iedereen op zijn of haar niveau een zinvolle bijdrage kan leveren aan de arbeidsmarkt: Geven we uitvoering aan de verordening re-integratie en tegenprestatie 2024. Investeren we in collectieve en individuele ontwikkeltrajecten en zetten we in op diverse re-integratie instrumenten, zoals beschut werk. Daarnaast hebben we extra aandacht voor inwoners die in het kader van de indicatie banenafspraak ingeschreven staan in het doelgroepregister van het UWV. Investeren we in bijstandsgerechtigden, die een grotere kans hebben om langdurig afhankelijk te zijn van een uitkering.
Dit doen we door een integrale aanpak van de onderliggende problematiek. Zetten we in op sociale activering en het invullen van maatschappelijk zinvol werk, als opmaat naar werk niet meer tot de mogelijkheden behoort. b. Stimuleren en begeleiden van werkgevers. We maken hiervoor diverse re-integratie instrumenten voor werkgevers beschikbaar. We denken mee over en dragen bij aan het oplossen van knelpunten bij het in dienst nemen van inwoners met een achterstand op de arbeidsmarkt. c. Ondersteunen en begeleiden van statushouders en gezinsmigranten bij hun inburgeringsproces. Voor nieuwkomers hebben we een programma waarin we inburgering, taal, participatie in de samenleving en toeleiding naar werk onder onze regie combineren. Ook is er aandacht voor financiële zelfredzaamheid als onderdeel van de inburgering.
pagina 46
Beleidsindicatoren In onderstaande tabel zijn de beleidsindicatoren van programma 3 opgenomen. Indicator Banen
Eenheid per 1.000 inwoners van 15-64 jaar
Periode 2023
Waarde 484,7
Lopende re-integratievoorzieningen
per 10.000 inwoners van 15-64 jaar
2022
159
Netto arbeidsparticipatie
%
2024
72,7
Vestigingen (van bedrijven)
per 1.000 inwoners van 15-64 jaar
2023
133,6
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
Banen, per 1.000 inwoners van 15-64 jaar Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. Lopende re-integratievoorzieningen Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. Netto arbeidsparticipatie Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking. Vestigingen (van bedrijven) Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-65 jaar.
Wat kost het? Programma 3: Werken (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Lasten
31.036
31.365
31.509
31.399
31.398
Baten
-27.069
-27.506
-27.610
-27.844
-27.662
3.967
3.860
3.899
3.556
3.736
Onttrekkingen aan reserves
-96
-4
0
0
0
Saldo mutaties reserves
-96
-4
0
0
0
3.870
3.856
3.899
3.556
3.736
Waarvan incidentele lasten
115
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten
-91
0
Saldo incidentele lasten en baten
25
0
0
-182
0
3.846
3.856
3.899
3.738
3.736
Saldo lasten en baten Toevoegingen aan reserves
Begrotingssaldo na bestemming
Structureel begrotingssaldo
pagina 47
-182
Lasten en baten per taakveld In onderstaande tabel is de begroting van programma 3 naar taakveld opgenomen. Taakvelden programma 3: Werken
Boekjaar
(bedragen x € 1.000)
Lasten/ baten
0.103 Mutaties Reserves Programma 3
Lasten
2.4 Economische havens en waterwegen
2025
2026
2027
2028
2029
Baten
-96
-4
0
0
0
Lasten
0
0
150
0
Lasten
690
665
658
657
655
Baten
0
0
0
0
0
Lasten
225
119
118
118
118
Baten
-236
-37
-37
-220
-37
Lasten
619
551
550
550
550
Baten
-504
-456
-456
-456
-456
Lasten
480
480
476
459
459
Baten
-2.575
-3.264
-3.358
-3.340
-3.340
Lasten
25.563
26.088
26.093
26.153
26.153
Baten
-20.732
-20.727
-20.737
-20.807
-20.807
Lasten
140
144
144
144
144
Lasten
3.319
3.319
3.319
3.319
3.319
Baten
-3.021
-3.021
-3.021
-3.021
-3.021
3.870
3.856
3.899
3.556
3.736
Baten 3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 Bedrijvenloket & bedrijfsregelingen 3.4 Economische promotie 6.3 Inkomensregelingen 6.4 WSW en beschut werk
Baten 6.5 Arbeidsparticipatie Eindtotaal
Verschillenanalyse De begroting 2026 bevat de effecten zoals weergegeven in de vastgestelde kadernota. In onderstaande tabel is opgenomen welke effecten van de kadernota in de begroting van programma 3 zijn opgenomen (naar taakveld).
Taakveld
Toelichting (bedragen x € 1.000)
0.83 Overige baten en lasten Programma 3 Eindtotaal
Indexatie gemeenschappelijke regelingen
pagina 48
2026
2027
2028
2029
4
4
4
4
4
4
4
4
In onderstaande tabellen verklaren we de baten- en lastenverschillen tussen begrotingsjaar 2026 en 2025. LASTEN Taakveld
Taakveld omschrijving
Mutaties lasten t.o.v. 2025
3.2
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
In 2025 is een eenmalig budget geraamd voor de afronding van de koersbepaling Plas van Heenvliet
-108 Voordeel
Bedrijvenloket & bedrijfsregelingen
In 2025 was een incidenteel budget beschikbaar voor herstel van straatwerk als gevolg van de aanleg van kabels en leidingen. Dit budget komt in 2026 te vervallen
-69 Voordeel
Inkomensregelingen
Herverdeling salariskosten van Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd naar Inkomensregelingen. Per saldo budgetneutrale verschuiving tussen P4 Leven en P3 Werken
520 Nadeel
Het restant voordeel op de lasten bestaat uit diverse overige mutaties.
-14 Voordeel
Totaal mutaties lasten
317 Nadeel
3.3
6.3
Bedrag Voordeel (-) x € 1.000 /Nadeel (+)
BATEN Taakveld
Taakveld omschrijving
Mutaties baten t.o.v. 2025
0.103
Mutaties reserves Programma 3
In 2025 is een eenmalige onttrekking uit de reserve geraamd vanwege de afronding van de koersbepaling plas van Heenvliet.
92 Nadeel
3.2
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
In 2025 is de opbrengst uit de concessieovereenkomst berustend op de Plas van Heenvliet eenmalig bijgeraamd.
200 Nadeel
3.4
Economische promotie
Toevoeging toeristenbelasting arbeidsmigranten.
-689 Voordeel
Het restant nadeel op de baten bestaat uit diverse overige mutaties.
pagina 49
Bedrag Voordeel (-) x € 1.000 /Nadeel (+)
53 Nadeel
Totaal mutaties baten
-344 Voordeel
Totaal mutaties lasten en baten
-15 Voordeel
pagina 50
Programma 4 Leven Wat staat er in het Programma Leven? Het Programma Leven staat voor een sterke samenleving. In Voorne aan Zee werken we samen met inwoners en partners aan vitale en sociale dorpen en wijken. We streven naar een gezonde, veilige en prettige leefomgeving. Met goede voorzieningen zorgen we dat iedereen kan meedoen en talenten kan ontwikkelen. Als het nodig is bieden we passende en tijdige zorg en ondersteuning. De thema’s in dit programma hangen sterk met elkaar samen. Het gaat om welzijn, ondersteuning, zorg, kunst, cultuur, sport, jeugd(zorg) en onderwijs.
Wat willen we bereiken? WELZIJN 1. Inwoners hebben een gezonde leefstijl. 2. Inwoners kijken naar elkaar om, doen mee en ontwikkelen hun talenten. 3. We beschermen het welzijn van dieren. ONDERSTEUNING EN ZORG 4. Inwoners die het even niet redden bieden we tijdelijke passende ondersteuning aan. 5. Samen met onze partners maken we de beweging van zorg naar zelfredzaamheid en samenredzaamheid. KUNST, CULTUUR EN SPORT 6. Sport, spel en cultuur zijn onlosmakelijk verbonden met onze vitale wijken en dorpen. 7. We beschikken over gevarieerde culturele en sportieve voorzieningen voor inwoners en bezoekers. 8. Locaties voor cultuur, sport en recreatie hebben belangrijke maatschappelijke waarden en onderhouden we goed. JEUGD(ZORG) EN ONDERWIJS 9. Kinderen en jongeren groeien gezond en veilig op en kunnen zich optimaal ontwikkelen. 10. Er is een breed en gevarieerd onderwijsaanbod in toekomstbestendige schoolgebouwen. 11. We verbeteren de aansluiting tussen welzijn, jeugdhulp, sport, cultuur en het onderwijs. Maatschappelijke effecten We werken aan een manier van subsidiëren die gericht is op het bereiken van maatschappelijke effect. Samen met de subsidiepartners veranderen we de focus van het uitvoeren van activiteiten naar het behalen van concrete resultaten. Dit is een langdurig proces.
In 2026 richten we ons met elkaar vooral op resultaatgerichte monitoring en passende indicatoren, gericht op de volgende maatschappelijke effecten: Mensen voelen zich vitaal en van waarde in onze samenleving. Mensen kunnen zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Iedereen doet mee en ontwikkelt zich naar vermogen. Kinderen en jongeren groeien gezond en veilig op. Passende ondersteuning en zorg voor wie dit nodig heeft.
pagina 51
Wat gaan we ervoor doen? WELZIJN 1. Inwoners hebben een gezonde levensstijl. Dit gaan we ervoor doen. a. We blijven het huidige gezondheidsbeleid uitvoeren en zetten extra in op het Gezond Actief Leven Akkoord (GALA), het Integraal Zorgakkoord (IZA) het Sport- en Beweegakkoord en de visie Sociaal Domein. Ook besteden we meer aandacht aan gezondheid en preventie in de Omgevingsvisie en de uitvoeringsagenda Wonen, Welzijn en Zorg. Belangrijke thema’s daarbij: Het terugdringen van gezondheidsachterstanden. Een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot sporten, bewegen en ontmoeten. Een gezonde leefstijl. Versterken van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid. Vitaal ouder worden. b. De genoemde thema’s sluiten aan bij het gezondheidsbeleid. We willen deze thema’s vastleggen in het huidige beleid en positieve gezondheid vormt hierbij de rode draad. Samen met onze partners werken we, naast de bestaande doelen uit het cultuur-, sport-, beweeg- en gezondheidsbeleid, aan de volgende ketenaanpakken: kansrijke start overgewicht bij kinderen gecombineerde leefstijlinterventie welzijn op recept valpreventie 2. Inwoners kijken naar elkaar om, doen mee en ontwikkelen hun talenten. Samen bouwen we aan een veerkrachtige samenleving. Een sterke sociale basis is hierbij belangrijk.
Deze bestaat uit familie, sociale netwerken, mantelzorgers, vrijwilligers, verenigingen en welzijnswerk. Dit gaan we ervoor doen. a. We werken aan de doelen uit de uitvoeringsagenda Wonen, Welzijn en Zorg en de nota Sociale Basis, gericht op het versterken van de zelf- en samenredzaamheid en vitale wijken en dorpen. We doen dit dorps-, wijk- en buurtgericht. b. We blijven onze samenwerking met de dorps- en wijkraden intensiveren. We richten ons op het behouden en uitbreiden van deze raden. c. We gebruiken de lokale inclusie agenda om de kansengelijkheid binnen onze gemeente te vergroten. d. We stimuleren voorzieningen dicht bij onze wijken en dorpen. Het uitgangspunt is dat voorzieningen voor onze inwoners bereikbaar en toegankelijk zijn. e. We faciliteren en stimuleren via onze subsidiepartners onze inwoners om mee te doen en talenten te ontwikkelen.
pagina 52
3. We beschermen het welzijn van dieren. Dit gaan we ervoor doen. a. We voeren onze wettelijke taken uit via een overeenkomst met de Dierenbescherming. b. We voeren de nota Dierenwelzijn uit. ONDERSTEUNING EN ZORG 4. Als inwoners het even niet redden, bieden we tijdelijke en passende ondersteuning. Door de sociale basis te versterken, signaleren we problemen eerder en stimuleren we dat mensen elkaar helpen. Dit doen we onder andere vanuit de aanpak vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA), Hervormingsagenda Jeugd, Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, het Integraal Veiligheidsbeleid 2025-2028, de visie Sociaal Domein en de uitvoeringsagenda Wonen, Welzijn, Zorg. Dit gaan we ervoor doen. a. We zorgen ervoor dat landelijk beleid en domein overstijgende ontwikkelingen goed worden uitgevoerd. Het gaat hierbij om het Integraal Zorgakkoord, de Wonen Welzijn Zorg visie, Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, de Hervormingsagenda Jeugd, richtinggevend kader ‘Toegang, lokale teams en integrale dienstverlening’ van de VNG en decentralisatie beschermd wonen. b. Hulp bij armoede en schulden. We voeren het integrale armoedebeleid uit met onder meer de onderdelen laaggeletterdheid en schulddienstverlening. c. Passende woonvormen voor kwetsbare inwoners. In 2026 voeren we het plan van aanpak Beschermd Wonen en Opvang uit (Fase 2).
Bij het creëren van de woningvoorraad houden we rekening met de behoeften van kwetsbare doelgroepen. Dit doen we samen met onze partners op het gebied van wonen met als belangrijke kapstok de uitvoeringsagenda Wonen, Welzijn en Zorg. De ontwikkelingen op het gebied van wonen staan in het Programma Wonen. d. We zetten in op het voorkomen en tijdig signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling door een intensieve ketensamenwerking tussen en met zorg- en veiligheidspartners. We gaan verder met de uitvoering van het lokaal uitvoeringsplan huiselijk geweld en kindermishandeling 2024-2027 en sluiten aan bij de regionale ontwikkeling van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. e.
We richten ons op mensen met onbegrepen gedrag. In het Integraal Veiligheidsbeleid 2025-2028 werken we samen met zorg- en veiligheidspartners om hen tijdig en passend te ondersteunen.
f.
We voeren de bestuursopdracht voor duurzame opvanglocaties voor asielzoekers, statushouders en Oekraïense ontheemden uit.
pagina 53
5. Samen met onze partners maken we de beweging van zorg naar zelfredzaamheid en samenredzaamheid. We houden voorzieningen toegankelijk en stimuleren de eigen regie en eigen netwerk. Dit gaan we ervoor doen. a. We werken met de bestuursopdracht ‘Van grip en begrip naar resultaat’ tot 2028 aan een evenwicht tussen een gezonde sociale basis voor onze inwoners en gezonde financiën om het zorgstelsel toegankelijk en betaalbaar te houden. Dit doen we via drie programma’s: (Jeugd)zorg in Balans; Subsidies in lijn; Toegang. b. We stimuleren ontmoeting en bieden algemene voorzieningen aan. Samen met onze medische partners ontwikkelen we ons verder op basis van het Integraal Zorgakkoord. c. We vervolgen de harmonisatie van het AED-project Hartveilig Voorne aan Zee en zorgen voor een volledige gemeentelijke AED-dekking. KUNST, CULTUUR EN SPORT 6. Cultuur, sport en spel zijn onlosmakelijk verbonden met onze vitale wijken en dorpen. Plezier beleven aan culturele activiteiten draagt bij aan persoonlijke ontwikkeling, mentaal welzijn, sociale cohesie, kansengelijkheid en algemeen welbevinden. Sport kijken is leuk. Sporten maakt ons fysiek en mentaal sterker en verkleint het risico op gezondheidsproblemen. We benaderen cultuur en sport niet alleen vanuit het individu maar ook als een middel tot een veerkrachtige, sterke en gezonde samenleving. Dit gaan we ervoor doen. a.
We voeren het vastgestelde cultuurbeleid uit. Via prestatiegerichte subsidies besteden we aandacht aan het culturele, economische en maatschappelijke belang van de lokale culturele infrastructuur. Het versterken van kansengelijkheid en het verbeteren van de culturele infrastructuur blijven hierbij belangrijke uitgangspunten. b. Samen met onze partners voeren we een nieuw sport- en beweegbeleid uit, waar het Sport- en Beweegakkoord II deel van uitmaakt. We verbinden dit beleid met de Omgevingsvisie. 7. We beschikken over gevarieerde culturele en sportieve voorzieningen voor inwoners en bezoekers. Dit draagt bij aan de aantrekkelijkheid van Voorne aan Zee en ondersteunt onze doelen in het sociaal domein. Het aanbod stimuleert ontwikkeling, bevordert ontmoeting, werkt preventief en trekt toeristen aan. Dit gaan we ervoor doen. a. We voeren het vastgestelde cultuurbeleid uit met de volgende strategische doelstellingen: Sociaalmaatschappelijk Historisch/ promotioneel Verbindend Vernieuwend
pagina 54
Bijzondere aandacht gaat uit naar de ontwikkeling van een museaal platform en de positie van Historisch Museum Den Briel. Volgend uit de doelstelling van harmonisatie zijn wij in 2025 een onderzoek gestart naar de toekomstige rol en positie van het Historisch Museum Den Briel in relatie tot het culturele erfgoed van de gemeente Voorne aan Zee. b. In 2026 blijven we inzetten op Cultuur op School. Samen met culturele partners en het onderwijs werken we aan een kwaliteitsvol aanbod voor het schoolse en buitenschoolse aanbod. c. We voeren het erfgoedbeleid uit en werken aan het behoud en leefbaar maken van monumenten, beschermde gezichten, cultuurlandschap en archeologische waarden. We stimuleren het verduurzamen en gebruiken van erfgoed en blijven actief deelnemen aan de Erfgoedlijnen. 8. Locaties voor cultuur, sport en recreatie hebben belangrijke maatschappelijke waarden en worden onderhouden. Dit gaan we ervoor doen. a. We zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen voor onderwijs, cultuur, sport, ontmoeting en recreatie. b. We stimuleren en faciliteren (sport- en culturele) verenigingen om samen te werken, financieel gezond te blijven en de accommodaties maatschappelijk te gebruiken. c. We stimuleren buitensportverenigingen om te investeren in het toekomstbestendig maken van hun vereniging. d.
Op basis van de uitkomsten van het onderzoek naar de maatschappelijke en financiële exploitatie van (gemeentelijke) binnensport- en cultuuraccommodaties, streven we naar verdere professionalisering. Voldoende maatschappelijke opbrengst en een gezonde financiële exploitatie zijn hierbij de uitgangspunten. JEUGD(ZORG) & ONDERWIJS 9. Kinderen en jongeren groeien gezond en veilig op en kunnen zich optimaal ontwikkelen. Onze jongeren hebben de mogelijkheden zich te ontplooien. Dit gaan we ervoor doen. a. We zetten in op een positief opvoed- en gezinsklimaat. We bouwen aan een preventieketen en versterken de pedagogische basis. Ons doel is de jeugd in zo’n vroeg mogelijk stadium te helpen en in de thuissituatie te werken aan een positief opvoedklimaat en een stabiele basis voor onze jeugd. Voorbeelden hiervan zijn de opgavegerichte inkoop Mentaal Gezonde Jeugd en de samenwerking met de polikliniek kindergeneeskundige van het van Weel Bethesda Ziekenhuis in Hellevoetsluis (op het gebied van opvoeding en lichte GGZ ondersteuning). b. We werken nauw samen met onze regionale partners om jeugdhulp zo dichtbij en preventief mogelijk in te zetten. Samen werken we aan de invoering van de wet Verbetering Beschikbaarheid Jeugdzorg en de uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd.
pagina 55
10. Er is een breed en gevarieerd onderwijsaanbod in duurzame en toekomstbestendige schoolgebouwen. Goede onderwijshuisvesting is een belangrijke voorwaarde voor een goed leerklimaat. Dit gaan we ervoor doen. a. We voeren het beleidsplan Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) uit. b. We voeren de uitvoeringsagenda van het Integraal Huisvestingsplan voor het onderwijs uit. 11. We verbeteren de aansluiting tussen welzijn, jeugdhulp, sport, cultuur en het onderwijs. We willen kinderen optimale kansen bieden door onderwijsachterstanden te bestrijden. Ook stimuleren we hun brede ontwikkeling, bijvoorbeeld op het gebied van beweging en culturele activiteiten. Dit gaan we ervoor doen. a. Intensiveren samenwerking onderwijs-arbeidsmarkt. We investeren in een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt via de Regiodeal Zuid-Hollandse Delta. Ook verkennen we hoe we onderwijs kunnen verbinden met werk in de openbare ruimte en het groen. b. We zetten in op de pedagogische basis in de breedte van de verschillende domeinen en wetten. Dit versterkt de samenwerking tussen domeinen en sluit aan bij de landelijke oproep om preventie te bevorderen op alle leefgebieden van de jeugd, zoals sport, weerbaarheid, cultuur en opvoeding. Dit om later geïndiceerde zorg te voorkomen.
Beleidsindicatoren In onderstaande tabel zijn de beleidsindicatoren van programma 4 opgenomen. Indicator Achterstand onder jeugd - Kinderen in uitkeringsgezin
Eenheid %
Achterstand onder jeugd - Werkloze jongeren
%
2023
1
Cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo
per 10.000 inwoners
2024
710
Jongeren met jeugdbescherming
%
2024
0,9
Jongeren met jeugdhulp
% jongeren tot 18 jaar
2024
8,8
Jongeren met jeugdreclassering
%
2024
0,3
Niet-sporters
%
2022
50,6
Personen met een bijstandsuitkering
per 10.000 inwoners
2024
222,2
Relatief verzuim
per 1.000 leerlingen
2023
17
Absoluut verzuim
per 1.000 leerlingen
2023
0,5
Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv’ers)
%
2023
2,4
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
pagina 56
Periode 2023
Waarde 5
Achterstand onder jeugd - Kinderen in uitkeringsgezin Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt. Onder bijstand wordt hier uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) verstaan. Achterstand onder jeugd - Werkloze jongeren Personen van 16 tot en met 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie. Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo Aantal per 10.000 inwoners. Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo-gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten. Jongeren met jeugdbescherming In percentage van alle jongeren tot 18 jaar, per 1 januari. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of ‘onder voogdij geplaatst’.
Jongeren met jeugdhulp In percentage van alle jongeren tot 18 jaar, per 1 januari. Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014) en in natura door de zorgaanbieder is geleverd. PGB gefinancierde hulp en zorg valt hierbuiten. Het gaat om hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere of opvoedingsproblemen van de ouders. Zorg in Natura wordt direct vergoed aan de zorgverlener zonder tussenkomst van de zorggebruiker. In het kader van de jeugdzorg betekent dit dat de hulp rechtstreeks door de gemeente wordt vergoed. Persoonsgebonden budget (PGB) is een geldbedrag waarmee de zorggebruiker zelf zorg, begeleiding, hulp, hulpmiddelen of voorzieningen in kan kopen. Deze wordt verstrekt via de Sociale Verzekeringsbank (SVB) maar is ook afkomstig van de gemeente. Jongeren met jeugdreclassering In percentage van alle jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar, per 1 januari. Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen.
Als de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder de overtreding of het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. De jongere krijgt maatwerkbegeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd
pagina 57
door de kinderrechter of de officier van justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart. Niet-sporters Het percentage niet-wekelijkse sporters ten opzichte van de bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder die niet minstens één keer per week aan sport doet. Personen met een bijstandsuitkering Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook de uitkeringen aan dak- en thuislozen zijn niet inbegrepen. Relatief verzuim Het relatieve aantal leer- of kwalificatieplichtige jongeren zonder vrijstelling dat langer dan 4 opeenvolgende weken niet ingeschreven was op school. De periodeaanduiding '2021' staat voor schooljaar 2020/2021. Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv’ers) Vsv’ers zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of minimaal een mbo-2 diploma. Het vsvpercentage staat voor het aantal vsv’ers als percentage van het aantal onderwijsdeelnemers die aan het begin van het schooljaar ingeschreven staan. De periodeaanduiding '2021' staat voor schooljaar 2020/2021.
Wat kost het? Programma 4: Leven (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Lasten
100.544
93.334
91.077
89.528
89.272
Baten
-18.674
-9.755
-8.550
-8.550
-8.550
Saldo lasten en baten
81.870
83.579
82.527
80.978
80.722
Toevoegingen aan reserves
1.892
337
337
337
337
Onttrekkingen aan reserves
-4.205
-3.893
-3.109
-2.937
-2.892
Saldo mutaties reserves
-2.314
-3.556
-2.772
-2.600
-2.554
Begrotingssaldo na bestemming
79.556
80.023
79.755
78.378
78.167
Waarvan incidentele lasten
8.940
1.201
337
337
337
Waarvan incidentele baten
-9.520
-796
-34
0
0
-580
405
303
337
337
80.136
79.618
79.451
78.040
77.830
Saldo incidentele lasten en baten Structureel begrotingssaldo
pagina 58
Lasten en baten per taakveld In onderstaande tabel is de begroting van programma 4 naar taakveld opgenomen. De herziening van de taakvelden voor Jeugd en Wmo is hierin verwerkt. Taakvelden programma 4: Leven (bedragen x € 1.000)
Lasten/ baten
2025
2026
2027
2028
2029
0.104 Mutaties Reserves Programma 4
Lasten
1.892
337
337
337
337
Baten
-4.205
-3.893
-3.109
-2.937
-2.892
Lasten
970
970
970
970
970
Lasten
5.208
5.114
5.283
5.245
5.181
Baten
-599
-622
-623
-623
-623
Lasten
7.084
6.197
6.213
6.213
6.213
Baten
-2.988
-2.261
-2.261
-2.261
-2.261
Lasten
3.351
3.490
3.019
2.818
2.817
4.1 Openbaar basisonderwijs
Baten 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties 5.3 Cultuurpresentatie/-product./-part. 5.4 Musea 5.5 Cultureel erfgoed 5.6 Media 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.21 Toegang en 1elijnsvoorz. WMO
Baten
-629
-604
-200
-200
-200
Lasten
6.596
6.674
6.395
6.326
6.301
Baten
-3.780
-3.913
-3.913
-3.913
-3.913
Lasten
3.555
3.498
3.497
3.438
3.428
Baten
-297
-304
-304
-304
-304
Lasten
1.485
1.482
1.490
1.465
1.314
Baten
-56
-58
-58
-58
-58
Lasten
377
354
353
351
350
Baten
-222
-228
-228
-228
-228
Lasten
2.080
2.080
1.860
1.860
1.860
Baten
-219
-219
Lasten
11.823
5.783
5.621
5.615