CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

06 (bijlage 1) windturbines A - Regels en toelichting bij het bestemmingsplan

Commissie Ruimte 8 juni 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam.44.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

80

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis Oosterscheldekering. Naar verwachting treedt gewenning op, waardoor effecten als gevolg van verstoring kunnen worden uitgesloten. Samenvatting soortenbescherming In Tabel 5.10 is een overzicht gegeven van beschermde soorten waarvan niet kan worden uitgesloten dat er negatieve effecten optreden als gevolg van de aanlegfase en gebruiksfase van het bestaand en nieuwe windpark langs de Haringvlietdam. Voor het opzettelijk doden van vogels en vleermuizen dient een ontheffing aangevraagd te worden van verbodsbepalingen uit de Wnb. Een stilstandvoorziening voor vleermuizen kan aanvaringsslachtoffers zo veel mogelijk voorkomen. Deze eventuele stilstandvoorziening maakt deel uit van de ontheffing Wnb. De stilstandvoorziening zorgt nog steeds voor een haalbaar plan omdat deze voorziening wordt ingezet op momenten dat vleermuizen vliegen. Over het algemeen zijn dat windarme periodes waardoor het niet ten koste gaat van een aanzienlijke productie van de windturbines. Voor de andere beschermde soorten is het vooralsnog niet nodig om een ontheffing aan te vragen, mits door zorgvuldig te handelen met behulp van een ecologisch werkprotocol kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen worden overtreden.

Als aan één of meerdere van deze voorwaarden geen invulling kan worden gegeven dan is het aanvragen van een ontheffing voor deze andere soorten mogelijk toch nodig. Tabel 5.10 Overzicht van de vervolgstappen per soortgroep, mits mitigerende maatregelen voor vaatplanten, amfibieën, zoogdieren en vogels worden toegepast [bron: Soortenbeschermingstoets, Bijlage 12]

Voor de beschermde planten soort glad biggenkruid is een aanvullend veldbezoek binnen het projectgebied ten oosten van de Haringvlietdam nodig in de bloeiperiode van deze soort. Als deze soort wordt waargenomen (bijvoorbeeld in de wegberm) dan zijn mogelijk extra maatregelen noodzakelijk om de (groeiplaats van) aanwezige planten te beschermen maar dit zorgt niet voor het niet uitvoerbaar zijn van dit plan. Voor een nadere uitwerking van benodigde maatregelen in de uitvoeringsfase om effecten te voorkomen wordt verwezen naar paragraaf 7.1.2. van Bijlage 12. Deze uitvoeringsmaatregelen hoeven niet verankerd te worden in dit bestemmingsplan, hiervoor geldt zorgvuldig handelen. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Gemeente Voorne aan Zee

81

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

5.6.3

Conclusie

Het optreden van significant negatieve effecten op het behalen van IHD van kwalificerende habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten, mits de beschreven maatregelen worden toegepast, met zekerheid zijn uitgesloten. Omdat negatieve effecten kunnen optreden vanwege stikstofdepositie ligt het aanvragen van een vergunning voor de hand. Op basis van de conclusie uit de verslechteringstoets kan een vergunning worden verleend. De windturbines hebben geen negatief effect op Natuurnetwerk Nederland. De windturbines zullen incidenteel leiden tot een aanvaring met vogels. De gunstige soort van instandhouding is echter niet in het geding. Om het aantal slachtoffers onder vleermuizen te beperken zal een stilstandsvoorziening worden ingesteld, daarmee is een significant negatief effect niet te verwachten. Een ontheffing voor vogels en vleermuizen is noodzakelijk maar de ontheffing is verleenbaar. Voor overige soorten geldt dat door het nemen van concrete maatregelen in de aanlegfase negatieve effecten zijn te voorkomen. Voor glad biggenkruid is een nader veldonderzoek noodzakelijk in de bloeiperiode. Voor deze soort geldt dat het verlies van enkele exemplaren op binnen het plangebied geen gevolgen heeft voor de gunstige staat van instandhouding van de regionale populatie. Er is voor het aspect natuur sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.7

Cultuurhistorie

5.7.1

Toetsingskader

Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag voor de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming was in Nederland geregeld in de Monumentenwet 1988 48. Vanaf 1 juli 2016 geldt de Erfgoedwet49, die de Monumentenwet 1988 vervangt. Het beschermingsniveau van de oude wetgeving blijft gehandhaafd. De Erfgoedwet vormt samen met de nog in te voeren Omgevingswet50 het kader voor de bescherming van het cultureel erfgoed. Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Archeologie houdt zich bezig met de niet zichtbare delen van onze cultuurgeschiedenis. Zij zijn verborgen in de bodem. 5.7.2

Onderzoek

5.7.2.1 Archeologie Het plangebied maakt deel uit van een archeologisch kansrijk gebied. Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart Hellevoetsluis (AWK 2007) wordt aan de locatie een redelijk tot hoge archeologische verwachting toegekend. In het bestemmingsplan "Recreatie" is ter plaatse van het plangebied de 'Waarde - Archeologie - 2' opgenomen. Conform het geldende bestemmingsplan geldt voor de 'Waarde - Archeologie - 2' een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden (inclusief heien) die dieper reiken dan 80 centimeter onder maaiveld en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 vierkante meter. Het bevoegd gezag kan hiervan afwijken mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden meer aanwezig zijn. Door de Afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam (BOOR) is beoordeeld of de bouw van de twee windturbines kan leiden tot effecten op archeologische waarden. Het BOOR heeft aan de hand van de beoordeling een advies opgesteld. Het advies is bijgevoegd in Bijlage 14.

82

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis BOOR concludeert dat de grondroerende werkzaamheden de marges van de toegestane verstoringsdiepte van 80 centimeter onder maaiveld en het verstoringsoppervlak van meer dan 200 m2 overschrijden. De Haringvlietdam bestaat echter uit opgeworpen grond en de fundaties van de palen reiken niet tot in het natuurlijk maaiveld. De funderingspalen gaat weliswaar dieper, maar de kans is klein dat door het heien archeologische waarden in die mate worden verstoord dat eventueel toekomstig onderzoek niet meer mogelijk is. BOOR ziet geen reden tot archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek) op de planlocatie en adviseert de gemeente dan ook om af te zien van een dergelijk onderzoek. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' hoeft derhalve niet over te worden genomen, daar waar een nieuwe bestemming wordt toegekend. Voor het overige blijft de beschermende dubbelbestemming uit het onderliggende bestemmingsplan gelden. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.

5.7.2.2 Overige cultuurhistorie De cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland geeft een overzicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden in deze provincie. Hellevoetsluis kent enkele Rijksmonumenten en één beschermd stadsgezicht. Nabij Rockanje staat op een afstand van circa 4 kilometer tot het plangebied een molenbiotoop met een zeer hoge waarde. Ook in Hellevoetsluis staat op een afstand van circa 4,5 kilometer tot het plangebied een molenbiotoop met een zeer hoge waarde. Doordat de Rijksmonumenten, het beschermd stadsgezicht en de molenbiotopen op dusdanige afstand zijn gelegen is een effect op de beleving van de waarde niet aan de orde. Daarnaast wordt het zicht vanuit (en op) deze gebouwen grotendeels afgeschermd door tussenliggende objecten. 5.7.3

Conclusie

De windturbines doen geen afbreuk aan archeologie en overige cultuurhistorische waarden in het plangebied en de omgeving ervan. Voor het aspect cultuurhistorie is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.8

Waterhuishouding

5.8.1

Toetsingskader

Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de ordende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc. te voorkomen. De verplichte watertoets is geregeld in de artikelen 3.1.1. en 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening. Vanaf het begin van de planvorming dient overleg gevoerd te worden tussen gemeente, waterbeheerders en andere betrokkenen. Doel van dit overleg is gezamenlijk de uitgangspunten en wensen vanuit duurzame watersystemen en veiligheid te vertalen naar concrete gebied specifieke ruimtelijke uitgangspunten. Hierbij geldt dat afwenteling moet worden voorkomen en dat de drietrapsstrategie 'vasthouden, bergen en afvoeren' moet worden gehanteerd. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen.

In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten.

Gemeente Voorne aan Zee

83

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld) Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Kort samengevat regelt de Waterwet het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet vervangt een groot aantal wetten op het gebied van water. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier op te pakken. Op rijksniveau wordt een nationaal waterplan gemaakt. Dit plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijk beleid. De ruimtelijke aspecten van die plannen van Rijk en provincies worden aangemerkt als structuurvisies in de zin van de Wro. De bedoeling is dat op basis van deze structuurvisies plannen van de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgen dat de waterbelangen op een goede manier worden geborgd. De op 1 januari 2008 ingevoerde Wet gemeentelijke watertaken is ook opgenomen in de Waterwet. Door deze wetgeving hebben de gemeenten een aantal nieuwe zorgplichten: afvloeiend hemelwater, grondwaterstand en een verbrede zorgplicht inzamelen afvalwater buitengebied.

Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma (WBP) van waterschap Hollandse Delta worden de doelen beschreven die het waterschap tijdens de planperiode 2022-2027 wil bereiken voor de primaire taken waterveiligheid, watersysteem en waterketen. De doelen voor deze planperiode zijn afgeleid van de ambities voor de langere termijn (2050). Het Waterbeheerprogramma is een beheerplan conform artikel 4.6 van de Waterwet. Keur In de keur van waterschap Hollandse Delta zijn regels opgenomen voor aanpassingen aan oppervlaktewaterlichamen. In aanvulling op de keur heeft het waterschap beleidsregels opgesteld die een meer concrete uitwerking vormen voor de toepassing in de praktijk. Op basis van de keur is een vergunning nodig voor het aanleggen of wijzigen van waterstaatwerken of voor het gebruik maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszone door, anders dan in overeenstemming met de functie, onder andere daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten. Daarnaast is ook een vergunning nodig voor het onttrekken van grondwater. 5.8.2

Onderzoek

Waterschap Hollandse Delta is beheerder van de waterkering langs het Haringvliet. Rijkswaterstaat is beheerder van de Haringvlietdam. Beide windturbines inclusief de opstelplaatsen en ontsluitingswegen vallen in het werkgebied van Rijkswaterstaat. Watersysteem Het plangebied ligt in het buitengebied van de voormalige gemeente Hellevoetsluis. Het plangebied is opgehoogd voor de Haringvlietdam, wat betekent dat het maaiveld circa 4 meter +NAP ligt. In het plangebied liggen geen waterlopen die in beheer zijn bij het waterschap. De windturbines, bijbehorende opstelplaatsen en ontsluitingswegen kruisen dus geen watergang. Waterkering De Haringvlietdam is een primaire waterkering en is in beheer bij Rijkswaterstaat. Deze waterkering is planologisch beschermd en als zodanig opgenomen in het bestemmingsplan "Recreatie" en overgenomen in voorliggend plan. De windturbines staan in de zone van de waterkering. Over het aspect waterveiligheid (dijkveiligheid) is in paragraaf 5.5 nader ingegaan.

84

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

Grondwater Windturbines krijgen een betonnen fundering en worden voor stabiliteit op fundatiepalen geplaatst, die in de bodem worden geheid. Door gebruik te maken van niet-uitlogende (bouw)materialen, wordt uitspoeling van stoffen voorkomen en verandering van de grondwaterkwaliteit niet verwacht. Om tijdens het bouwproces activiteiten uit te kunnen voeren in een droge bouwput, is tijdelijke bemaling van het grondwater nodig. Dit geldt met name voor aanleg van funderingen en bekabeling. Informatie over de aard en omvang van de bemaling dient te worden voorgelegd aan het waterschap en Rijkswaterstaat ter beoordeling van eventuele effecten. Indien verlaging van het grondwaterpeil door bodem-technische redenen wordt belemmerd, zijn alternatieve methoden beschikbaar om het bouwproces goed te laten verlopen. Zo kan het oppervlak bijvoorbeeld plaatselijk verhoogd worden of gedacht worden aan een aangepaste inrichtingsvorm. Het plangebied bestaat volgens de bodemkaart van Nederland51 alleen uit 'bebouwing'. Er wordt geen grondwatertrap aangegeven voor het plangebied. Over het algemeen is het verlagen van de grondwaterstand alleen nodig tijdens de aanleg van het de windturbines. Na afsluiting van het bouwproces wordt de normale grondwaterstand hersteld, waardoor negatieve effecten op de kwantiteit en kwaliteit van het grondwater niet aan de orde zijn.

Voor grondwaterbemaling en -lozing is wel een vergunning op basis van de Keur noodzakelijk dan wel een vergunning van Rijkswaterstaat. Hemelwaterafvoer Bij de aanleg van windturbines neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe. Hemelwater dat op dit verharde oppervlak valt, mag niet versneld worden afgevoerd richting oppervlaktewater. Het waterschap hanteert voor het omgaan met hemelwater de trits 'vasthouden - bergen - afvoeren'. Relevant voor de aanleg van de windturbines is de wijze waarop met afstromend wegwater en water van opstelplaatsen wordt omgegaan. Door de realisatie van de windturbines neemt het verhard oppervlak toe met maximaal circa 13.980 m2 (door fundering windturbines, permanente opstelplaats en inkoopstation). Het gebied is en blijft grotendeels onverhard waardoor ter plaatse voldoende ruimte is voor infiltratie van hemelwater. In het geval er water afstroomt naar oppervlaktewater dan is dit het Haringvliet. Het Haringvliet is niet in beheer bij het waterschap. Hierdoor is geen vergunning nodig van waterschap Hollandse Delta voor versnelde afvoer van hemelwater. Inrichting en beheer Het beheer en onderhoud van het watersysteem dient met reguliere onderhoudsmateriaal van het waterschap mogelijk te zijn.

Er is geen sprake van werkzaamheden binnen een keurzone, wel voor het aanleggen of wijzigen van waterstaatwerken of voor het gebruik maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszone vanwege aanleg nabij de dam. Over het aspect waterveiligheid (dijkveiligheid) is nader ingegaan in paragraaf 5.5. Watertoets De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de water huishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Over deze wijze van omgaan met de waterhuishouding vindt afstemming plaats met het waterschap in het kader van de watertoets. In het kader van overleg met instanties als bedoeld in artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan Rijkswaterstaat en het Waterschap Hollandse Delta. De ontvangen reacties zijn voor zo ver noodzakelijk verwerkt (zie ook paragraaf 8.2.3 en Bijlage 20). Ten aanzien van dijkveiligheid vindt apart overleg plaats. De benodigde watervergunning en afstemming daarover volgt haar eigen procedure.

Gemeente Voorne aan Zee

85

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

5.8.3

Conclusie

De windturbines hebben geen negatief effect op de waterhuishouding. Een eventuele benodigde watervergunning wordt aangevraagd in latere instantie, na verdere uitwerking van de benodigde maatregelen, en is niet noodzakelijk in het kader van dit bestemmingsplan. Rekening houdend met de eventueel benodigde vergunningen is er voor het aspect water sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.9

Recreatie en toerisme

5.9.1

Toetsingskader

In de omgeving van het plangebied vinden diverse vormen van recreatie plaats. De voormalige gemeente Hellevoetsluis en de nabijgelegen voormalige gemeente Westvoorne zijn toeristische gemeenten en kenmerken zich door de vele mogelijkheden als het gaat om recreatie. Om inzicht te krijgen in het mogelijke effect van de windturbines op de toeristische sector is onderzoek gedaan naar het economische effect op de dagrecreatie ten noorden van Haringvlietdam en het eventuele effect op het gehele toerisme in Hellevoetsluis. Er is geen wettelijk toetsingskader met betrekking tot recreatie en toerisme. 5.9.2

Onderzoek

Het onderzoek naar het economisch effect door de windturbines op het toerisme is uitgevoerd door ZKA Leisure Consultants. De rapportage is toegevoegd als Bijlage 15. Om inzicht te geven in de potentiële effecten is eerst gekeken naar de huidige situatie met de bestaande zes windturbines en het toeristisch-recreatieve aanbod. De twee stranden die direct grenzen aan de Haringvlietdam zijn het zuidelijk deel van het strand van Rockanje en het Quackstrand bij Hellevoetsluis. Verder liggen in de nabijheid twee restaurants, diverse verblijfstoeristische locaties en enkele andere recreatieve voorzieningen. Vervolgens is in kaart gebracht wat het economisch belang is van verblijfstoerisme in zowel de voormalige gemeente Hellevoetsluis als in de voormalige gemeente Westvoorne. Door middel van locatiebezoeken, visualisaties, literatuurstudies en de expertvisie van de onderzoekers is een inschatting gemaakt van het te verwachten effect van de nieuwe windturbines op recreatie en toerisme. Vanaf 11 locaties is onderzocht wat het eventuele effect is van de nieuwe windturbines. De locaties zijn beoordeeld op een viertal indicatoren namelijk: zichtbaarheid, aandeel turbines blikveld/horizon, geluid en slagschaduw. De afzonderlijke beoordeling van de 11 locaties is te vinden in Bijlage 15.

In het algemeen kan worden gesteld dat vooral de dagrecreatieve bedrijven in de directe omgeving de fysieke effecten merken van de nieuwe windturbines. Het gaat hier voornamelijk om de locaties: Boelies Restaurant, The Shamrock Inn Restaurant, Aquasplash en Strand Rockanje. Voor de vakantieparken in de omgeving geldt dat de windturbines niet of slechts in zeer beperkte mate zichtbaar zijn vanaf de parken. Er zal voor de parken geen geluidsoverlast optreden als gevolg van de realisatie van de nieuwe windturbines. Wel is op de meeste parken sprake van (beperkte) slagschaduw na het realiseren van de nieuwe windturbines. Vervolgens is geanalyseerd of er daadwerkelijk sprake is van economisch effect voor Boelies Restaurant en The Shamrock Inn. Dit economisch effect kan bestaan uit veranderd gedrag van toeristen door een locatie meer of minder vaak te bezoeken, een locatie juist wel of niet te bezoeken, een veranderde verblijfsduur of veranderd bestedingsgedrag. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen gasten die in de buurt verblijven en daggasten. In de nabije omgeving van Boelies en The Shamrock Inn zijn geen restaurants aan het strand gevestigd met een vergelijkbaar karakter. Gezien de recente ontwikkelingen is het Quackstrand een stuk aantrekkelijker geworden. Hierdoor is niet te verwachten dat gasten die in de nabijheid verblijven voor een ander strand zullen kiezen.

Er zou wel een negatief effect kunnen zijn voor daggasten die bij Boelies of The Shamrock Inn gast zijn. Er wordt verwacht dat een beperkt deel van de gasten zich stoort aan de turbines en een voorkeur voor een andere locatie ontwikkelt, waarbij er met name voor daggasten wel enkele alternatieven zijn voor restaurant of strand.

86

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

5.9.3

Conclusie

Er is geen wettelijk toetsingskader waar het economisch effect door de windturbines op recreatie en toerisme aan getoetst kan worden. Door ZKA Leisure Consultants is wel in kaart gebracht wat het effect kan zijn voor diverse toeristische- en recreatieve voorzieningen. De te verwachten effecten verschillen per locatie. In het geval daggasten van de nabijgelegen restaurants zich storen aan de windturbines is er de mogelijkheid dat ze elders binnen de voormalige gemeente Hellevoetsluis gaan recreëren. Voor verblijfsgasten wordt een zeer beperkt negatief effect verwacht in de vorm van kiezen voor een ander strand of restaurant. Bovenstaande in ogenschouw nemend kan worden geconcludeerd dat er voor het aspect recreatie en toerisme sprake is relatief beperkte effecten en daarmee van een goede ruimtelijke ordening.

5.10

Overige aspecten

5.10.1 Vliegverkeer en radar Toetsingskader De bouw van windturbines kan van invloed zijn op het vliegverkeer in Nederland, met name de hoogte van windturbines is daarbij relevant. Voor het vliegverkeer is het van belang dat de vliegveiligheid en de werking van radar- en communicatieapparatuur te allen tijde kunnen worden gegarandeerd. Vliegverkeer Laagvlieggebieden en helikopteroefengebieden kennen harde bouwhoogtebeperkingen. Hierbij is van belang dat de rotorbladen van een windturbine de route niet 'doorsnijden'. Er moet dus een afstand van minimaal een halve rotordiameter tot de rand van de laagvlieggebieden worden gehouden. Voor het veilig gebruik van luchthavens voor de militaire en civiele luchtvaart zijn obstakelbeheersvlakken ingesteld waarbinnen hoogtebeperkingen gelden. Plaatsing van windturbines kan mogelijk ook leiden tot verstoring van de radar. Dat geldt voor zowel radar ten behoeve van de lucht- als de scheepvaart. Afhankelijk van de locatie kan een windpark een verstorende werking hebben op Communicatie-, Navigatie- en Surveillance (CNS)-apparatuur van de luchtverkeersleiding voor burgerluchtvaart. Radarverstoring Het radarnetwerk van Defensie bestaat uit verschillende radarposten in Nederland en één in België die gezamenlijk het grootste deel van Nederland bedekken.

In totaal zijn er zes MASS (Military Approach and Surveillance System) verkeersleidingradars, een infill radar bij Wemeldinge en een civiele TAR West radar bij Schiphol. Naast de verkeersleidingradars zijn er ook twee militaire gevechtsleidingsradars. Over de plaatsing van de gevechtsleidingsradar op de beoogde locatie Herwijnen is nog geen volledige zekerheid. Derhalve worden ook de alternatieve locaties Goudriaan, Meerkerk en Nieuwpoort getoetst. Ten behoeve van extra ondersteuning van de radardekking boven zuidoost Nederland is ook de nieuwe Belgische militaire verkeersleidingsradar bij Kleine Brogel in het primaire verkeersleidngsradarnetwerk opgenomen. Deze radar wordt medio 2021 operationeel, maar wordt vanaf 1 november 2020 meegenomen in de berekeningen indien er een normoverschrijding aanwezig is zonder de steun van deze radar. Voor de militaire radarposten in Nederland moet binnen een straal van 75 kilometer van een radarpost worden gekeken of windturbines de radar niet te veel verstoren en moet een plan ter goedkeuring aan Defensie worden voorgelegd. Het beleid over verstoringsgebieden rond militaire radars van het Ministerie van Defensie is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)52 en is nader uitgewerkt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)53.

Er dient een minimale dekkingsgraad van 90% op 1.000 voet in stand te blijven om een goede werking van de radar te garanderen.

Gemeente Voorne aan Zee

87

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Onderzoek Vliegverkeer De windturbines liggen binnen het laagvlieggebied van Voorne-Putten. Het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) heeft aangegeven geen bezwaren te hebben met de twee windturbines op de Haringvlietdam, aangezien het een vervanging op nagenoeg dezelfde plaats betreft van zes bestaande windturbines. De windturbines bevinden zich buiten hoogtebeperkingsgebieden rondom luchthavens. Dit is bevestigd door de Inspectie voor Infrastructuur en Transport (IL&T). Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft aangegeven dat de TAR West radar bij Schiphol in beheer is bij LVNL en dat daarvoor een radarverstoringsonderzoek uitgevoerd moet worden. Ten aanzien van de overige communicatieen navigatieapparatuur van LVNL bevinden de windturbines op de Haringvlietdam zich buiten de toetsingsvlakken en is hiervoor geen verder onderzoek nodig. Radarverstoring De windturbines op de Haringvlietdam liggen binnen de straal van 75 kilometer rond de MASS radar van Woensdrecht, de infill radar bij Wemeldinge en de TAR West radar bij Schiphol. Ook liggen de windturbines binnen de straal van 75 kilometer rond de gevechtsleidingsradars van Herwijnen en de alternatieve locaties Goudriaan, Meerkerk en Nieuwpoort. Door TNO is een radarverstoringsonderzoek uitgevoerd voor zowel het primaire verkeersleidingsradarnetwerk als voor het gevechtsleidingsradarnetwerk (zie Bijlage 16).

Voor de bepaling van de effecten van de windturbines Haringvlietdam is gerekend met turbines met een opgewekt vermogen tussen de 4,5 en 6,4 MW, met een maximale ashoogte van 130 meter en een maximale rotordiameter van 165 meter. De toepassing van een windturbine met worst case afmetingen houdt in dat de berekende effecten op de radars altijd minder zullen zijn in het geval de keuze van de specifieke windturbine het opgewekt vermogen, maximale ashoogte en rotordiameter niet wordt overschreden. Door TNO is onderzocht of op 1.000 voet hoogte de detectiekans boven de norm van 90% blijft. Uit de berekeningen blijkt dat ter hoogte en in de directe nabijheid van de locatie geen verlies van de detectiekans van het primaire verkeersleidingsradarnetwerk waarneembaar is. Het plan voldoet dus aan de gestelde norm. TNO heeft daarnaast de detectiekans van de gevechtsleidingsradars berekend. Uit de berekeningen blijkt dat de detectiekans voor Herwijnen en de drie alternatieve locaties binnen de gehanteerde norm blijft. Vanuit defensieradar is er dus geen belemmering voor realisatie van de windturbines op basis van het radarverstoringsonderzoek. Het uitgevoerde radarverstoringsonderzoek is door het Ministerie van Defensie beoordeeld en er is een verklaring van geen bezwaar (vvgb) afgegeven voor realisatie van de geplande windturbines (zie Bijlage 17).

Conclusie Vanuit de aspecten vliegverkeer en radar is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. 5.10.2 Gezondheid Toetsingskader Er bestaat een relatie tussen milieu en gezondheid. Ook andere factoren dan milieufactoren zijn van invloed op de gezondheid van mensen, denk aan roken, beweging en het binnenklimaat van woningen. Uit ervaring bij projecten voor windenergie blijkt dat er bij omwonenden zorgen kunnen bestaan over de mogelijke gevolgen van windenergie op de kwaliteit van de leefomgeving. Windturbines worden regelmatig in verband gebracht met een verscheidenheid aan gezondheidsproblemen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er een onderscheid is tussen hinder en effecten op gezondheid, hoewel er wel een verband tussen beide bestaat. Hinder kan worden ondervonden, terwijl er geen sprake hoeft te zijn van gezondheidseffecten. (Ernstige) hinder zou kunnen leiden tot gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen en als gevolg daarvan tot gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld hoge bloeddruk).

88

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis Het aspect gezondheid maakt impliciet deel uit van eerdere paragrafen in dit hoofdstuk, aangezien de normen die zijn opgesteld voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid het doel hebben mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder. Bij het vaststellen van die normen speelden gezondheidsaspecten een rol. Voor het aspect gezondheid op zich bestaat er geen wettelijk toetsingskader. Onderzoek In paragraaf 5.2, 5.3, en 5.4 is al ingegaan op (hinder)aspecten die mede van belang kunnen zijn voor het effect op de gezondheid en bijbehorende wettelijke normen. Dit betreft de aspecten geluid, slagschaduw en veiligheid. In paragraaf 5.2 wordt ook al specifiek ingegaan op laagfrequent geluid, wat regelmatig wordt aangehaald als gezondheids- en hinder aspect in relatie tot windturbines. Voor deze aspecten is aangetoond dat de windturbines voldoen aan de geldende normen en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening op de individuele aspecten. Er zijn talrijke studies uitgevoerd naar gezondheidseffecten van windturbines. In Bijlage 18 wordt hier dieper op ingegaan. In de onderzoeken is derhalve geen rechtstreeks verband tussen windturbines en gezondheidseffecten aangetoond. Conclusie Windturbines kunnen bij individuen wel tot het ervaren van hinder leiden, en daardoor indirect tot gezondheidseffecten leiden.

Er is echter geen rechtstreeks verband tussen windturbines en gezondheidseffecten aangetoond. Economische aspecten kunnen van invloed zijn op de ervaring van hinder door windturbines. Gelet op de uitkomsten van de onderzoeken naar de effecten op de omgeving kan geconcludeerd worden dat de windturbines gerealiseerd kunnen worden binnen de geldende wet- en regelgeving als ook dat er voor de desbetreffende aspecten sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er is daarnaast sprake van een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp en het ontwerp voldoet aan het vigerend beleid. Er is voor het aspect gezondheid dan ook sprake van een goede ruimtelijke ordening. 5.10.3 Straalpaden Toetsingskader Windturbines kunnen van invloed zijn op de zogenaamde straalpaden voor het transport van spraak-, data-, radio- en tv-signalen. Door de aanwezigheid van verschillende windturbines kan de signaaloverdracht van straalpaden worden verstoord of verzwakt. Deze straalverbindingen (ook wel straalpaden genaamd) verzenden informatie (radiocommunicatie) langs een rechtstreekse cilindervormige lijn door de lucht. Verstoring kan optreden doordat deze cilindervormige lijn wordt onderbroken (doorkruising van de tweede fresnelzone). De uitvoering van de functies van een straalverbinding kunnen mogelijk worden beperkt door de aanwezigheid van de windturbine.

Onderzoek Er zijn geen planologisch beschermde straalverbindingen (als zodanig bestemd in het geldende bestemmingsplan) in het plangebied die beïnvloed kunnen worden door de windturbines. Er bestaat dus geen juridische verplichting om bij ruimtelijke projecten rekening te houden met de straalverbindingen. Er kunnen echter ook onbeschermde straalverbindingen aanwezig zijn in het plangebied. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de aanwezigheid van onbeschermde straalverbindingen nader onderzocht. Agentschap Telecom heeft een overzichtskaart aangeleverd waarin alle straalverbindingen die in (de omgeving van) het plangebied aanwezig zijn opgenomen (zie Figuur 5.12). Op basis van Figuur 5.12 blijkt dat er geen straalverbindingen aanwezig zijn in het plangebied. Er is dan ook geen sprake van verstoring.

Gemeente Voorne aan Zee

89

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Figuur 5.12 Straalverbindingen in de omgeving van het plangebied

Conclusie Er zijn geen straalverbindingen aanwezig, er is daarom sprake van een goede ruimtelijke ordening. 5.10.4 Bodemkwaliteit Toetsingskader Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro dient een bodemonderzoek verricht te worden met het oog op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het gebied. Het bevoegd gezag moet onderzoek verrichten naar de bestaande toestand en deze toetsen aan de wenselijke bodemkwaliteit. De Wet bodembescherming (Wbb) is erop gericht bodemkwaliteit te waarborgen of te verbeteren indien nodig. De wet schrijft voor dat eenieder die de bodem verontreinigd verplicht is maatregelen te nemen om deze verontreiniging tegen te gaan. Voor de realisatie van de windturbines zal grondverzet plaatsvinden, waarbij grond (en mogelijk ook asfalt en onderliggend funderingsmateriaal) wordt ontgraven, hergebruikt, toegepast en/of afgevoerd. Bij dergelijke werkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit (hierna: Bbk)54 van toepassing. Het Bbk bevat algemene regels voor het toepassen van grond (en bouwstoffen) en de kwaliteit van toe te passen grond (en bouwstoffen). Onderzoek In opdracht van de gemeenten in de regio Voorne-Putten is door voormalig adviesbureau Oranjewoud in 2012 een bodemkwaliteitskaart opgesteld van de gemeentegronden.

Deze bodemkwaliteitskaart is erop gericht bodemverplaatsing te begeleiden om zodoende de huidige samenstelling en functies van bodems te waarborgen. Voor het opstellen van de kaart is alleen de algemene bodemkwaliteit in beschouwing genomen en niet eventuele lokale verontreinigingen. Voor het plangebied voldoet het dieptetraject 0,5-2,0 m-mv gemiddeld aan de achtergrondwaarde. De ontgravingskaart van de ondergrond wordt tevens representatief geacht voor grond uit diepere bodemlagen dan 2 m-mv. Dit betekent, dat mag worden aangenomen, dat grond die op een onverdachte locatie op een grotere diepte dan 2,0 m-mv vrijkomt eveneens aan de achtergrondwaarde voldoet. De grond is in dat geval vrij toepasbaar zoals is beschreven in de Nota bodembeleid van de regio Voorne-Putten55.

90

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de realisatie van de windturbines vanuit bodemkwaliteit. Vanuit het aspect bodemkwaliteit is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. 5.10.5 Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (2009)56 kan worden beoordeeld of de in het plangebied te realiseren activiteiten een belemmering betekenen of van invloed zijn op gevoelige functies, zoals wonen, in of in de omgeving van het plangebied. Onderzoek Windturbines Volgens de VNG-richtlijn is de richtafstand voor 'windturbines' met een 'wiekdiameter' van 50 meter tot aan een rustige woonwijk 300 meter, voor een gemengd gebied is deze afstand 200 meter. De dichtst bij het de windturbines gelegen woning van derden is gelegen aan de Duinweg 9 op een afstand van circa 800 meter van de dichtstbijzijnde windturbine. De richtafstand wordt bepaald door het aspect 'geluid'. Het aspect 'slagschaduw' kent de VNG-richtlijn niet. Voor windturbines met een grotere rotordiameter geeft de VNG-richtlijn geen afstanden waardoor nader onderzoek in ieder geval noodzakelijk is om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening.

Aangezien de VNG-richtlijn niet toepasbaar is op de voorliggende situatie is op basis van specifiek onderzoek gekeken naar de effecten van de windturbines op gevoelige objecten. Door middel van akoestisch onderzoek (zie paragraaf 5.2) is aangetoond dat het de windturbines inpasbaar zijn in de omgeving, zo ook door middel van slagschaduwonderzoek (zie paragraaf 5.3). Op basis van onderzoek voor geluid en slagschaduw is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Ook ten aanzien van de overige milieueffecten is geconcludeerd dat het de windturbines voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. Inkoopstation Inkoopstations zijn niet in de VNG-publicatie opgenomen. Voor het inkoopstation kan een vergelijking worden gemaakt met de in de VNG-publicatie vermelde categorie 'elektriciteitsdistributiebedrijven van <10 MVA', hoewel deze categorie een groter ruimtelijk- en milieueffect kent in vergelijking met het te plaatsen inkoopstation voor de windturbines. Er wordt uitgegaan van de laagste categorie. Het betreft dan een milieucategorie 2-inrichting met een grootste aan te houden richtafstand van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk, vanwege het milieuaspect geluid. Vanuit andere aspecten (gevaar, geur, stof) is de grootste aan te houden afstand dus kleiner of nul.

De dichtstbijzijnde woning bij de beoogde locatie voor het inkoopstation is gelegen op een afstand van circa 500 meter tot aan de rand van het terrein waar het inkoopstation gerealiseerd kan worden. Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van het inkoopstation in te passen is in de omgeving. Nader onderzoek ten aanzien van geluid of andere relevante aspecten is dan ook niet noodzakelijk. Conclusie De VNG-publicatie is in de voorliggende situatie voor de windturbines niet toepasbaar. Het inkoopstation is ruimschoots in te passen. Op basis van specifiek onderzoek wordt mede geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 5.10.6 Luchtkwaliteit Toetsingskader Op 15 november 2007 is een wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. De hoofdlijnen van deze regelgeving zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet Milieubeheer (Wm). Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien deze voldoet aan één van deze voorwaarden:  er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;  een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  een project 'in niet betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;

Gemeente Voorne aan Zee

91

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld) 

een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), dat in werking treedt nadat de EU derogatie (toestemming) heeft verleend. Van een verslechtering van de luchtkwaliteit 'in betekenende mate' is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet:  woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen;  infrastructuur: minimaal 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie);  kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen. Onderzoek Onderhavig plan maakt een ontwikkeling mogelijk dat niet onder één van bovenstaande categorieën onder te brengen is en het is ook geen project dat beschreven staat in het NSL. Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit niet 'in betekenende mate' zal verslechteren. Daarom hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan door middel van onderzoek. Conclusie Voor het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

92

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt de juridische regeling van het bestemmingsplan toegelicht. Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) Dit bestemmingsplan voor Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis is opgezet conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 57. De SVBP bevat standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Verhouding met geldende bestemmingsplannen Als uitgangspunt is gehanteerd dat het bestemmingsplan zo min mogelijk ingrijpt in de geldende ruimtelijke plannen. Waar mogelijk blijft de geldende regeling in stand (zoals in een zogenoemd 'paraplubestemmingsplan'), alleen waar nodig wordt een nieuwe regeling toegevoegd. In dit bestemmingsplan wordt dan ook volstaan met het vaststellen van de enkelbestemming 'Bedrijf Windturbinepark' voor de plaatsing van de windturbines. Op de plaatsen waar de rotoren van windturbines over (kunnen) draaien, de maximale afstand van de tiphoogte kan liggen en waar de onderhouds- en toegangswegen kunnen komen, is daarvoor een specifieke aanduiding opgenomen over de geldende bestemmingen uit het onderliggende gemeentelijke bestemmingsplan. Er wordt dus als het ware een 'extra laag' over deze bestemmingen heen gelegd.

De reden voor deze werkwijze is dat op deze manier de onderliggende vigerende bestemmingen niet worden aangetast. Dit bestemmingsplan en het geldende bestemmingsplan bestaan dus naast elkaar als zelfstandige documenten. Deze documenten moeten in samenhang worden gelezen voor een compleet beeld van de juridisch-planologische situatie in het gebied.

6.2

Bestemmingsregels

6.2.1

Algemeen

In het bestemmingsplan is gekozen voor een bestemmingsregeling, waarbinnen alleen datgene dat noodzakelijk is, wordt vastgelegd. Dit houdt het volgende in:  De nieuwe bedrijfsbestemmingen voor het windturbinepark zijn toegekend aan gronden die deel uitmaken van de windturbineopstelling.  Het betreffen hoofdzakelijk recreatieve gronden die zijn voorzien van een recreatieve bestemming. Het opwekken van energie middels windturbines verhoudt zich niet met deze bestemmingen. Daarom is, overeenkomstig de SVBP2012, gekozen voor het toekennen van een bedrijfsbestemming specifiek voor windturbines. 6.2.2 Bestemmingen en dubbelbestemmingen Bestemming 'Bedrijf - Windturbinepark' Om de omliggende gronden zo min mogelijk te beperken is gekozen voor een gedetailleerde planvorm. De positionering van de fundering en masten van de windturbines zijn bestemd als 'Bedrijf Windturbinepark' met een bestemmingsvlak waarbinnen voldoende ruimte is voor de benodigde fundering voor verschillende windturbinetypes (tot een diameter van maximaal 25 meter). Voor het begrip 'windturbinepark' wordt nadrukkelijk niet aangesloten op de begripsbepaling uit het Besluit op de milieueffectrapportage. Een windturbinepark is in de planregels van dit bestemmingsplan alle tot 'Bedrijf - Windturbinepark' bestemde windturbines.

Bijbehorende voorzieningen Naast windturbines, worden binnen de bestemming 'Bedrijf - Windturbinepark', ook bij het windturbinepark behorende voorzieningen mogelijk gemaakt. Denk daarbij aan kabels en leidingen (parkbekabeling), toegangs- en onderhoudswegen en kraanopstelplaatsen voor het opbouwen, onderhouden en demonteren van windturbines. Ook de zogenoemde 'inkoopstations' voor het leveren van de opgewekte energie aan het landelijke hoogspanningsnetwerk, worden hiermee bedoeld. Er mag één inkoopstation worden gebouwd voor het windturbinepark.

Gemeente Voorne aan Zee

93

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld) Voorzieningen ten behoeve van het windpark, alsmede kabels en leidingen, ten behoeve van de aanleg van het windturbinepark, zijn tevens binnen de bestemming 'Bedrijf - Windturbinepark' toegestaan. De voorzieningen bestaan uit alle type bouwwerken die niet als gebouw beschouwd kunnen worden. Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld opslagplaatsen, voorzieningen ten behoeve van bouwinstallaties, nuts- en verkeersvoorzieningen en verlichting ten behoeve van de aanlegfase. Bouwmogelijkheden en flexibiliteit Het is nu nog niet exact bekend welke turbinetypen gebouwd gaan worden. Met de keuze van een turbinetype hangen onder meer de omvang en de exacte situering van de windturbinemasten samen. Daarom is enige mate van flexibiliteit geboden in de planregeling:  de ashoogte en rotordiameter van turbines zijn voorgeschreven met een marge. De ashoogte bedraagt minimaal 115 meter (inclusief eventueel 3 meter fundering boven het maaiveld) en minimaal 145 meter en maximaal 165 meter voor de rotordiameter van de windturbines. Dit geeft de initiatiefnemers nog enige mate van vrijheid om straks een definitieve keuze te kunnen maken qua te bouwen turbinetype;  de situering van de turbines is op de verbeelding zoveel mogelijk vastgelegd met bestemmingsvlakken.

Binnen een bestemmingsvlak mag maximaal 1 windturbine gerealiseerd worden; Specifieke Gebruiksregels Specifieke gebruiksregels zijn opgenomen om te verzekeren dat de windturbines worden voorzien van obstakelverlichting. Daarnaast zijn gebruiksregels opgenomen om locatiespecifieke normen voor geluid (inclusief handhavingssystematiek), slagschaduw, maar ook lichtschittering en NEN-certificering ruimtelijk vast te leggen. Ten slotte zijn een tweetal gebruiksregel opgenomen om te verzekeren dat landschappelijke inpassing wordt uitgevoerd van de fundering van de windturbine en het inkoopstation. Voor een (inhoudelijke) nadere toelichting op de gebruiksregels voor geluid, bijbehorende handhavingsmethodiek, slagschaduw en externe veiligheid, maar ook voor lichtschittering en NEN certificering wordt vooral verwezen naar paragraaf 5.1.3. Hieronder wordt nog apart ingegaan op de landschappelijke inpassing. Landschappelijke inpassing Er is ook een gebruiksregel opgenomen voor landschappelijke inpassing. Wanneer de fundering van de windturbines boven het maaiveld uitsteekt dienen deze funderingen voorzien te zijn van een op voorhand goedgekeurde landschappelijke inpassing door middel van beplanting of een aarden wal zodat de fundering meer opgaat in de recreatieve omgeving.

Voorkoming aanvaringsslachtoffers zeearend Er is ook een gebruiksregel opgenomen om te borgen dat er in het windpark maatregelen worden getroffen zodat de kans op aanvaringsslachtoffers van de zeearend zo veel mogelijk worden voorkomen. De gebruiksregel is zodanig geformuleerd dat er keuzevrijheid is voor het te realiseren (detectie)systeem en de te gebruiken techniek. Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan "Recreatie" en wordt in principe opgenomen daar waar een nieuwe enkelbestemming is opgenomen. De bestemming 'Waterstaat - Waterkering' ziet toe op de bescherming en onderhoud van de waterkering. Een vergunning kan worden verleend indien door de bouw en situering van de betreffende bebouwing geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de waterkering. Voorafgaand dient er schriftelijk advies bij de waterbeheerder te zijn ingewonnen. 6.2.3

Aanduidingen

Gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - windturbine' Voor de overdraai van de wieken van de windturbine (plus beperkte flexibiliteit: zie kopje 'Bouwmogelijkheden en flexibiliteit') is in het bestemmingsplan een specifieke regeling opgenomen. Hiermee wordt te kennen gegeven dat naast de geldende bestemming, het overdraaien van rotoren van windturbines ook mogelijk is. Binnen de aanduiding 'vrijwaringszone - windturbine' wordt de vestiging van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten ook uitgesloten.

94

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis De opstelplaatsen zijn hoofdzakelijk mogelijk binnen de aanduiding 'vrijwaringszone - windturbine' (maximaal 1 opstelplaats per windturbine), als ook een inkoopstation. In aanvulling op de overdraai en opstelplaatsen zijn ook aanvullende bouw- en aanlegmogelijkheden ten behoeve van het windpark geboden (zoals parkbekabeling, tijdelijke voorzieningen en toegangs- en onderhoudswegen). Dit is gedaan om extra flexibiliteit te bieden voor het kunnen bouwen van bij het de windturbines behorende voorzieningen. Gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - windturbine' Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - windturbine' (dit is de Plaatsgebonden Risicocontour (PR) 10-06, minus PR 10-05, plus beperkte flexibiliteit: zie kopje 'Bouwmogelijkheden en flexibiliteit') wordt de vestiging van kwetsbare objecten uitgesloten. De gebiedsaanduiding is gelegen om de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - windturbine'. Gebiedsaanduiding 'overige zone - parkinfrastructuur' Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - parkinfrastructuur' zijn toegangs- en onderhoudswegen ten behoeve van het windturbinepark toegestaan. Omdat de exacte locatie van de benodigde wegen nog niet bekend is, is hiervoor middels een aanduiding op de verbeelding een breder gebied aangegeven waarbinnen deze onderhoudswegen gerealiseerd kunnen worden.

Er is een maximale aanlegbreedte van 5 meter voor de toegangs- en onderhoudswegen opgenomen in de regels. Deze breedte geldt niet ter plaatse van kruisingen met andere wegen en/of bochten, om daar voldoende ruimte te hebben voor de draaicirkels van vrachtwagens. Per windturbine wordt er uiteindelijk maximaal één onderhoudsweg aangelegd. Medegebruik van de onderhoudswegen voor recreatief gebruik is toegestaan. Voor parkbekabeling en aansluiting op openbaar elektriciteitsnet hoeft in principe geen planologische regeling opgenomen te worden omdat de kabels niet ruimtelijk relevant zijn (geen hoogspanning). Deze kabels kunnen via het privaatrechtelijke spoor altijd aangelegd worden. Gebiedsaanduiding 'overige zone - te saneren windturbine' Ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - te saneren windturbine' is in tegenstelling tot de onderliggende geldende functieaanduiding geen windturbine meer toegestaan. Deze aanduiding is toegekend aan de gronden met de functieaanduiding 'windturbine' in het geldende bestemmingsplan "Buitengebied" van de voormalige gemeente Hellevoetsluis. De gebiedsaanduiding 'overige zone - te saneren windturbine' geldt voor de bestaande zes windturbines ten noorden van de Haringvlietdam. De bestaande zes windturbines dienen uit bedrijf te zijn gesteld ten tijde de nieuwe windturbines in bedrijf wordt gesteld.

6.3

Artikelsgewijze toelichting bestemmingsregeling

Artikel 1 Begrippen De begripsbepalingen uit artikel 1 zijn hoofdzakelijk overgenomen uit de SVBP2012 en aangevuld met nadere relevante begrippen voor dit bestemmingsplan. Artikel 2 Wijze van meten De wijze van meten uit artikel 2 is overgenomen uit de SVBP2012. Voor het meten van de ashoogte en rotordiameter van een windturbine is hiervoor in dit bestemmingsplan een specifieke regeling opgenomen. Artikel 3 Bedrijf - Windturbinepark Deze bestemming is toegekend aan de gronden waarop windturbines zijn voorzien ten behoeve van de productie van windenergie. De regeling uit deze bestemming vervangt integraal de onderliggende bestemming uit het geldende bestemmingsplan "Recreatie”. Voor de toelichting op deze regeling wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Artikel 4 Waterstaat - Waterkering Deze bestemming is toegekend aan de gronden waarop primair bescherming en onderhoud van de aanwezige waterkering is voorzien. De regeling uit deze bestemming is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan "Recreatie”. Voor de toelichting op deze regeling wordt verwezen naar paragraaf 6.2.

Gemeente Voorne aan Zee

95

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld) Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Het Bro stelt de verplichting de anti-dubbeltelregel over te nemen in het bestemmingsplan. Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een ruimtelijk plan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruikgemaakt. Artikel 6 Algemene aanduidingsregels Hier zijn de bepalingen omtrent de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone – windturbine', 'veiligheidszone - windturbine', 'overige zone - parkinfrastructuur' en 'overige zone - te saneren windturbine' opgenomen. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Artikel 7 Overige regels Hier zijn twee bepalingen opgenomen. In de eerste bepaling wordt aangegeven hoe de verhouding is met het onderliggende bestemmingsplan en in hoeverre deze blijft gelden. Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 6.1 onder de kop 'Verhouding met geldende bestemmingsplannen'. Artikel 8 Overgangsrecht De bepalingen in artikel 13.1 en 13.2 zijn conform het Bro en SVBP2012 overgenomen.

Het betreft de algemene en wettelijk voorschreven regeling voor het overgangsrecht voor met dit bestemmingsplan strijdige bouwwerken en strijdig gebruik. Artikel 9 Slotregel De slotregel is conform het Bro en SVBP2012 overgenomen en behoeft geen nadere toelichting.

96

Gemeente Voorne aan Zee

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis

Hoofdstuk 7 7.1

Economische uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

Krachtens de Wro, waarin in afdeling 6.4 bepalingen zijn opgenomen betreffende de grondexploitatie, geldt de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Op grond van het Bro is kostenverhaal verplicht in geval van:  de bouw van één of meer woningen en hoofdgebouwen;  uitbreidingen van gebouwen met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd,  één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren bij ingebruikname voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte ten minste 1.500 m2 bedraagt;  de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m 2. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van twee windturbines en de daarbij behorende voorzieningen. Aangezien hiermee sprake is van de bouw van meerdere hoofdgebouwen zoals bedoeld in artikel 6.2.1. sub b van het Bro, is kostenverhaal verplicht. In het kostenverhaal wordt voorzien middels een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemers en de voormalige gemeente Hellevoetsluis, waarin onder andere voorzien wordt in planschade.

Vastgelegd wordt dat initiatiefnemers eventuele planschade aan de gemeente vergoeden wanneer planschade wordt vastgesteld.

7.2

Planschade

Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan planschade ontstaan. De Wro voorziet in een regeling voor vergoeding van planschade. Op basis van artikel 6.1 Wro wordt aan degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van het bestemmingsplan, tegemoetgekomen, wanneer de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet anderszins is verzekerd. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in schade ten gevolge van het bestemmingsplan, kan bij het bevoegd gezag van dat plan (gemeente Voorne aan Zee) worden ingediend binnen de periode van 5 jaar na het onherroepelijk worden van het vastgestelde bestemmingsplan.

7.3

Financiële uitvoerbaarheid

Het initiatief wordt gefinancierd door de initiatiefnemers. De investeringen voor de aanleg van de windturbines, toegangswegen, kabels en transformatorstation worden gedragen door de initiatiefnemers. De initiatiefnemer verdienen de investeringen terug door de verkoop van de opgewekte elektriciteit. Voor de totstandkoming van dit windproject zal een subsidie op grond van de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE++) aangevraagd worden, waarmee de zogeheten onrendabele top van de elektriciteitsproductie van deze windturbines via een bedrag per aan het elektriciteitsnet geleverde kilowattuur wordt gecompenseerd. Met de SDE++ vult het Rijk de elektriciteitsopbrengsten voor de initiatiefnemers aan tot het basisbedrag dat nodig is om de investering terug te kunnen verdienen binnen een redelijke termijn.

Gemeente Voorne aan Zee

97

bestemmingsplan Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis (vastgesteld)

Hoofdstuk 8 8.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inleiding

Om inzicht te geven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project wordt in deze paragraaf inzicht gegeven in de wijze waarop draagvlak is gecreëerd, inspraak is verleend of anderszins de omgeving is geïnformeerd en betrokken bij de planvorming, als ook welke partijen zijn betrokken. Windparken dragen bij aan de terugdringing van de CO 2-uitstoot en bieden een alternatief voor fossiele brandstoffen. Uit draagvlakonderzoek blijkt, dat in Nederland een ruime meerderheid voorstander is van de toepassing van windenergie58. Wanneer omwonenden ook financieel voordeel hebben van een windpark, kan het lokale draagvlak voor windenergie toe nemen. Dit heeft te maken met een gevoel van eerlijke verdeling van lusten en lasten en invloed en betrokkenheid bij een project.

8.2

Procesparticipatie

8.2.1

Communicatie- en participatieplan

Voor participatie en communicatie met de omgeving is een Communicatie- en participatieplan Windpark Haringvlietdam opgesteld (zie Bijlage 19). Dit plan beschrijft de wijze waarop voor dit specifieke project invulling wordt gegeven aan de Leidraad Windenergie Voorne-Putten (2018) en de landelijke Gedragscode Acceptatie & participatie wind op land die is ondertekend door de windsector en verschillende maatschappelijke organisaties (versie 2016). Na de start van dit project is een nieuwe versie van de gedragscode verschenen (oktober 2020), waarnaar verder in het plan verwezen wordt. Dit heeft onder meer geresulteerd in meerdere algemene informatiebijeenkomsten voor de omgeving en het instellen van een klankbordgroep. De Leidraad Windenergie Voorne-Putten is door het College van B&W van Hellevoetsluis vastgesteld als onderdeel van het gemeentelijk beleid voor winenergie. In de Leidraad staan de uitgangspunten en randvoorwaarden die de gezamenlijke gemeenten op Voorne-Putten hanteren bij het beoordelen van plannen met betrekking tot windenergie:  Procesparticipatie: Er wordt sterk belang aan gehecht dat bij de uitwerking van de plannen van het begin af aan een rol voor omwonenden/omliggende bedrijven is weggelegd.

 Financiële-participatie: De gemeenten op Voorne Putten hechten er sterk aan dat de (financiële) voordelen van windprojecten maximaal ten goede komen aan hun eigen gemeenschap.  Als derde thema benoemt de Leidraad het belang om rekening te houden met leefbaarheid. In het Communicatie- en participatieplan is dit vertaalt naar het informeren van de omgeving tijdens informatiebijeenkomsten over aspecten die effect kunnen hebben op leefbaarheid en het bespreken van het thema in de klankbordgroep. 8.2.2 Omgevingsdialoog De voormalige gemeente Hellevoetsluis heeft in de jaren 2018 en 2019 in dialoog met de omgeving de mogelijke locaties voor windenergie binnen Hellevoetsluis besproken. Daaruit is voortgekomen dat enkele de locatie Haringvlietdam nog in beeld is gebleven. De Gedragscode van de windsector is gericht op een structurele inbreng van belangen en betrokkenheid van alle belanghebbenden en beschrijft hoe de initiatiefnemer de omgeving kan betrekken bij een windproject:  Procesparticipatie: De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het betrekken van de omgeving in het hele projectproces (ontwikkeling, bouw en exploitatie). Er wordt een dialoog aangegaan met de omgeving en een participatieplan opgesteld.  Financiële participatie: Voor versterking van acceptatie en participatie stellen initiatiefnemers een bovenwettelijk bedrag beschikbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12798402/1