CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB Verkenning ontwikkelrichtingen Walcheren 2050 bijlage 2 Finale versie Walcheren Ecorys

Informatiebijeenkomst 3 april 2026, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken25.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

/ 25

Walcheren 2050

het belang dat men hecht aan de verhuisredenen ‘hoeveelheid voorzieningen’, ‘dichtbij school of studie’, ‘kwaliteit van voorzieningen’ en ‘behoefte aan zorg’. Bij de jongvolwassenen (18-29 jaar) zijn persoonlijke omstandigheden (huwelijk of samenwonen, dichtbij werk en zelfstandig gaan wonen) sterk bepalend bij de redenen om naar Walcheren te verhuizen. Bij de leeftijdsgroep 30-44 jaar (met relatief veel huishoudens met kinderen) steken huwelijk of samenwonen en dichtbij vrienden en familie met kop en schouders uit boven de andere verhuisredenen. Dat verandert naarmate men ouder wordt.. De verhuisredenen van de leeftijdsgroep 45-59 jaar kan echt gezien worden als een tussencategorie, voor een volgende levensfase. De kenmerken van de woning en de behoefte aan een groene omgeving zijn voor deze groep de belangrijkste reden geweest om naar Walcheren te verhuizen. Bij de ouderen (60+) is ‘dichtbij vrienden of familie’ de belangrijkste verhuisreden, met als goede tweede ‘met pensioen’ en ‘naar een gezondere omgeving verhuizen’ op de derde plaats. Het is dus niet zo dat deze leeftijdsgroep vooral naar Walcheren komt vanwege cultureel erfgoed, prachtige binnensteden, laat staan vanwege behoefte aan zorg. Misschien omdat zorgaanbod in heel Nederland op een betrekkelijk gelijk niveau staat.

Mochten de gemeenten van Walcheren in de toekomst besluiten om zich, wat betreft de woningmarkt, niet alleen te richten op voldoende woningen in alle marktsegmenten voor de inwoners maar daarnaast ook op het aantrekkelijk maken van Walcheren voor in het bijzonder één van de vier leeftijdsgroepen (bijvoorbeeld jongvolwassenen) dan toont tabel 3.8 A waar in het bijzonder op moet worden gelet en kan worden gestuurd. Tabel 3.8 B: Belangrijkste verhuisreden om naar Walcheren te verhuizen vanuit overig Zeeland Verhuisreden

18-29 jaar

30-44 jaar

45-59 jaar

60+

Huwelijk of samenwonen

39,1%

39,6%

18,6%

19,9%

Dichtbij werk

39,1%

31,4%

28,7%

36,8%

Zelfstandig gaan wonen

21,7%

-

4,7%

31,5%

Kenmerken van de woning

21,7%

-

10,9%

13,4%

Hoeveelheid voorzieningen

21,7%

-

7,1%

3,2%

Scheiding of beëindiging relatie

21,7%

6,4%

11,8%

5,3%

Dichtbij school of studie

17,4%

39,4%

39,6%

16,6%

Hoogte van de woonlasten per maand

17,4%

--

5,1%

10,5%

Dichtbij vrienden of familie

17,4%

40,3%

7,5%

17,0%

Kwaliteit van de voorzieningen

-

-

-

7,2%

Sociale of recreatieve activiteiten

-

11,1%

2,2%

6,9%

Dorp of stad heeft een goede gemeenschap

-

--

11,3%

1,5%

De bereikbaarheid van Walcheren

-

-

2,4%

-

Behoefte aan groene omgeving

-

-

2,3%

0,8%

Behoefte aan stedelijke omgeving

-

-

9,1%

6,9%

Naar een gezondere omgeving verhuizen

-

11,1%

6,4%

8,4%

Behoefte aan zorg

-

-

4,5%

3,0%

Met pensioen

-

-

-

0,8%

Bron: Inwonerpanel Zeeland HZ KCZS (2026); bewerking Ecorys

Walcheren 2050

In tabel 3.8 B zijn de verhuisredenen aangegeven van de mensen vanuit overig Zeeland op Walcheren zijn gaan wonen. Waarom hebben zij daartoe besloten? Voor de mensen tussen 18-29 jaar is er qua belangrijkste verhuisredenen overeenkomst met tabel 3.8 A: huwelijk of samenwonen en dichtbij werk zijn vooral relevant. Bij de 30-44 jarigen zijn dichtbij werk en dichtbij school of studie belangrijker en voor de 45-59 jarigen zijn twee andere redenen belangrijk om naar Walcheren te verhuizen: dichtbij school of studie en dichtbij werk. Bij de 60+ jarigen stellen de mensen die uit overig Zeeland kwamen totaal andere prioriteiten als verhuisreden dan de mensen die in de afgelopen 10- jaar naar Walcheren zijn verhuisd, namelijk dichtbij werk en zelfstandig gaan wonen. De Zeeuwse woonbonus De hoogte van de woonlasten per maand speelt bij de twee jongste leeftijdsklassen een grotere rol als verhuisreden dan bij de twee oudere leeftijdscategorieën. Daarbij kan een rol spelen dat veel oudere mensen al een koopwoning en dus eigen kapitaal hadden. Bovendien kan een rol spelen dat wonen op Walcheren goedkoper is dan wonen in veel delen van Nederland. In vergelijking met stedelijke gebieden in Nederland zijn de huizenprijzen in Zeeland volgens hypotheekadviseurs en woningmakelaars over het algemeen lager. Volgens de NVM zijn de koopwoningen in Zeeland bijvoorbeeld 20% goedkoper dan in het land.

Deze bonus maakt dat je hier relatief meer waar krijgt voor je geld en dat het voor mensen met een wat beperkter budget mogelijk is om in Zeeland eerder een mooie woning te kopen.15 Zoeken naar de nieuwe woning op Walcheren, of ook elders op huizenjacht? Belangrijk is dat het overgrote deel van de nieuwe inwoners (86,7%) niet naar andere woningen buiten Walcheren heeft gekeken voordat besloten werd om naar Walcheren te komen. Bijna driekwart (72%) van de kleine minderheid die wel naar andere woningen heeft gekeken buiten Walcheren keek alleen naar woningen in overig Zeeland en iets meer dan een kwart (28%) ook naar woningen buiten Zeeland. Dit is een bekend verschijnsel bij het zoeken van een woning. Het stond vast dat men op Walcheren zou gaan wonen (voor werk, familie etc.) en dit beperkte voor velen de zoektocht naar een nieuwe woning tot de gemeenten op Walcheren. Deze ‘marktbijziendheid’ zorgt ervoor dat makelaars die voor kopers of huurders optreden, hun cliënten goed kunnen bijstaan bij het zoeken naar een nieuwe woning in het marktgebied van die makelaars, op Walcheren. Verhuisplannen - hoe trouw zijn de nieuwe inwoners van Walcheren aan Walcheren? Figuur 3.4 laat zien dat de intentie om binnen twee jaar naar een andere gemeente te verhuizen klein is onder de respondenten.

Het overgrote deel (bijna 90%) geeft aan niet van zins te zijn om binnen twee jaar naar een andere gemeente te verhuizen. Dit wijst erop dat het overgrote deel van de inwoners geen concrete vertrekplannen hebben. Slechts een klein deel (4%) zegt te verwachten dat er binnen twee jaar naar een andere gemeente wordt verhuisd. Figuur 3.4: Intentie van nieuwe inwoners om binnen 2 jaar naar een andere gemeente te verhuizen

15

De Hypotheekshop. (2024). Een huis kopen in Zeeland in 2024. NVM. (2024). Regionale analyse: Regio Overig Zeeland – 2e kwartaal 2024.

/ 26

/ 27

Walcheren 2050

4%

7%

1: Eens (1-2) 2: Neutraal (3) 3: Oneens (4-5)

89%

Bron: Inwonerpanel Zeeland HZ KCZS (2026); bewerking Ecorys

Onder inwoners die relatief kort in Walcheren wonen (tot 9 jaar) is de bereidheid om binnen twee jaar naar een andere gemeente te verhuizen relatief iets groter dan onder inwoners die al langer in Walcheren wonen (respectievelijk 7% en 4%). Tegelijkertijd blijft in beide groepen de totale bereidheid om te verhuizen laag. Slechts weinig respondenten hebben laten weten of ze (indien ze gaan verhuizen) een nieuwe woning in een andere gemeenten op Walcheren gaan zoeken, of dat ze van Walcheren gaan vertrekken. De antwoorden die wel zijn gegeven komen er op neer dat 70% dan op Walcheren gaat zoeken en 30% zegt in dat geval van Walcheren te gaan vertrekken. Na uitsplitsing voor leeftijd en opleidingsniveau blijven de verschillen minimaal voor deze verhuisintentie. In alle leeftijdsgroepen ligt het percentage respondenten met een verhuisintentie onder de 6%. Een vergelijkbaar beeld is zichtbaar naar opleidingsniveau. Dit suggereert dat de beperkte verhuisbereidheid breed wordt gedragen. Wat betreft de motieven om te willen verhuizen is slecht geantwoord. Uit de antwoorden kan wel een algemene indruk worden afgeleid. Het vaakst worden redenen genoemd zoals dichter bij vrienden of familie willen wonen en de behoefte aan een groenere of rustigere leefomgeving. Het is echter belangrijk te benadrukken dat het om een zeer kleine groep gaat.

Hierdoor zijn de uitkomsten indicatief en blijft het lastig om op basis van deze cijfers een eenduidige conclusie te trekken over de redenen om in de toekomst naar andere gemeenten op Walcheren te verhuizen of van Walcheren te vertrekken. Naar het volgende hoofdstuk In dit hoofdstuk zijn de drie scenario’s doorgerekend op woonvoorkeur. Hoeveel nieuwe woningen zijn er nodig om de drie scenario’s te kunnen realiseren? Daarvoor is het woningmarktmodel van Ecorys gebruikt, dat is gebaseerd op de meest recente demografische prognose van de provincie voor scenario 1 en kengetallen die zijn overgenomen (voor Zeeland) uit het grootschalige landelijke onderzoek WoOn. De analyse werd verdiept voor het woongedrag van de nieuwe inwoners van Walcheren; dit zijn de mensen die < 10 jaar naar Walcheren zijn verhuisd. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de implicaties van de uitvoering van de drie scenario’s voor Walcheren 2050 op het aanbod aan voorzieningen.

Walcheren 2050

4

Voorzieningen 2025-2050

De ontwikkeling van het aantal inwoners; van het aantal tijdelijke buitenlandse werknemers en van het aantal toeristen bepaalt wat de mogelijkheden zijn om voorzieningen te onderhouden en versterken. Samen wordt dit het draagvlak voor voorzieningen genoemd. In het algemeen geldt dat een groeiend draagvlak gunstiger voorwaarden kan scheppen voor het in stand houden, versterken of uitbreiden van voorzieningen. Daarbij moet wel worden aangetekend dat het draagvlak niet de enige bepalende factor is. Ook andere ontwikkelingen beïnvloeden het aanbod en de spreiding van voorzieningen, zoals de factor ondernemerskwaliteit. De relatie tussen bevolkingsgroei en voorzieningenniveau is daarom niet zonder meer lineair. Wanneer sprake is van overaanbod aan voorzieningen, bijvoorbeeld als gevolg van krimp in het verleden, kan een groeiend draagvlak bijdragen aan herstel van een gezonde exploitatie van voorzieningen. Het verhaal van de toekomstvisie Zeeland 2050 bestaat onder meer uit de gedachte dat er meer Zeeuwen nodig zijn om alle voorzieningen op peil te houden. Per toekomstscenario ontstaat een eigen draagvlak voor de voorzieningen op Walcheren. Het benodigde draagvlak (= aantal personen benodigd voor het rendabel aanbieden van een voorziening) verschilt per type voorziening. In dit hoofdstuk wordt nagegaan wat dit betekent voor de drie scenario’s voor Walcheren.

Commerciële voorzieningen versus maatschappelijke voorzieningen In Nederland bestaan honderden soorten voorzieningen, zowel maatschappelijk (onderwijs, sport, cultuur en zorg) als commercieel (detailhandel, horeca en leisure). Het beginsel is dat pas als op de vrije markt de mogelijkheden niet aanwezig zijn om een bepaalde voorziening op commerciële basis te exploiteren (er wordt verlies gemaakt) en die voorziening toch als maatschappelijk waardevol en wellicht zelfs onmisbaar wordt gezien, de overheid kan besluiten om deze voorziening te gaan realiseren op maatschappelijke basis volgens de regels van het Europese staatssteunkader (dat wil zeggen: zo veel mogelijk marktconform, maar niet ‘economisch’ = non-profit) en rekening houdend met de Wet markt en overheid (dus: kostendekkende huur). Er zijn overigens ook tussenvormen tussen commercieel en maatschappelijk waarbij de exploitatie van een voorziening in principe commercieel is, maar de overheid deze voorziening toch als maatschappelijk ziet, bijvoorbeeld voor huisartsen en kinderopvang. Dit verschilt overigens van gemeente tot gemeente. Bij commerciële voorzieningen zijn ondernemingen leidend en bij maatschappelijke voorzieningen overheden en door overheden daarvoor aangewezen organisatie In dit hoofdstuk wordt geen verschil gemaakt tussen commerciële en maatschappelijke voorzieningen.

Later, als een van de scenario’s is gekozen, wordt dit verschil wel van belang. De verbetering van de commerciële voorzieningen is een taak van ondernemingen. Voor meerdere maatschappelijke voorzieningen bestaan wettelijke verplichtingen. De verbetering van maatschappelijke voorzieningen is een taak van overheden en van de organisaties die daarvoor door de overheden zijn aangewezen.

/ 28

/ 29

Walcheren 2050

4.1 Toeristische toeslag Een goede exploitatie van een bepaalde omvang en samenstelling van het aanbod aan voorzieningen in een verzorgingsgebied (hier: in Walcheren) wordt mogelijk gemaakt door het draagvlak. Daarbij is niet alleen van belang hoeveel mensen er nu en in de toekomst in dat verzorgingsgebied wonen, maar ook of er mensen die niet in het verzorgingsgebied wonen toch gebruik maken van de voorzieningen in dat gebied. Als het aanbod te groot is geworden ten opzichte van de vraag kan een commerciële voorziening verlies gaan leiden terwijl een maatschappelijke voorziening extra subsidie nodig heeft om open te blijven. Het draagvlak voor voorzieningen wordt niet alleen bepaald door het aantal inwoners in een gebied en door de mate waarop zij op de voorzieningen in het gebied zijn georiënteerd (oriëntatie) maar ook door bestedingen van anderen die elders wonen, in dit geval: van toeristen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het belang van het toerisme, omdat het toerisme het draagvlak verhoogt van voorzieningen die frequent worden bezocht door de eigen inwoners en door toeristen. Daarbij is steeds de meest recente bron genomen. Er wordt verschil gemaakt tussen de toeristische overnachtingen (verblijfstoerisme) en de dagtoeristen uit overig Nederland (niet uit de eigen gemeenten van Walcheren) en de dagtoeristen buitenland.

Deze drie marktcomponenten worden opgeteld en gedeeld door het aantal dagen per jaar. De laatste kolom van tabel 4.1 geeft het aantal inwonerequivalenten aan: dit aantal mensen kan gezien worden als de bijdrage van de toeristen aan het draagvlak voor de voorzieningen die ook door toeristen frequent worden bezocht. Tabel 4.1: Berekening van toeristische toeslag voor voorzieningen voor scenario 1, 2 en 3 Dagtoeristen overig NL Toeristische 2023 (niet uit Dagtoeristen Toeristen Dagen overnachtingen eigen buitenland totaal per 2024 16 gemeente) 2023 2023/2024 jaar

Inwonerequivalenten

Middelburg

518.600

2.660.000

1.650.000

4.828.600

365

13.225

Veere

5.780.400

2.000.000

1.850.000

9.630.400

365

26.375

Vlissingen

530.100

1.580.000

1.530.000

3.640.100

365

9.975

Walcheren

6.829.100

6.240.000

5.030.000

18.099.100

365

49.575

Bron: Kenniscentrum Kusttoerisme (2026); ‘Vraag en aanbod vrijetijdssector gemeente Veere 2023, bewerking Ecorys

In tabel 4.2 wordt het aantal inwonerequivalenten opgeteld bij het aantal inwoners (per 1-12025) om te laten zien hoe de toeristische toeslag doortelt in het draagvlak voor voorzieningen op Walcheren die ook door toeristen worden bezocht.

16

Kenniscentrum Kusttoerisme. (2022). Vaste gasten onderzoek 2022. Inclusief vaste gasten met eigen vakantiewoning (tweede woning) of stacaravan op een jaarplaats.

/ 30

Walcheren 2050

Tabel 4.2: Doorrekening van toeristische toeslag in draagvlak voorzieningen (2025)

Inwoners 1-1-2025

Inwonerequivalenten

Toeristische toeslag draagvak voorzieningen 2025

Totaal draagvlak voorzieningen 2025

Middelburg

50.350

13.225

21%

63.575

Veere

21.950

26.375

55%

48.325

Vlissingen

45.775

9.975

18%

55.750

Walcheren

118.075

49.575

30%

167.650

Bron: bewerking Ecorys

Tabel 4.3 geeft de omvang van de toeristische toeslag aan per scenario, uitgaande van de toeslagpercentages in de voorlaatste kolom van tabel 2.3. Tabel 4.3: Extra draagvlak voor voorzieningen door toeristische toeslag, per scenario (2025) Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Middelburg

11.600

13.150

15.800

Veere

13.250

15.025

18.075

Vlissingen

9.050

10.275

12.350

Walcheren

33.925

38.450

46.225

Bron: bewerking Ecorys

In verband met verstoring van de trend op lange termijn in de ontwikkeling van het aantal toeristen op Walcheren, hebben we gekozen voor een andere benadering om groei van het toerisme mee te nemen in de berekening. Door de prognoses voor het aantal inwoners per toekomstscenario in het eindjaar 2050 te vermenigvuldigen met de toeristische toeslagen in tabel 2.3 wordt er in deze verkenning verondersteld dat het aantal toeristen in de pas gaat lopen met de ontwikkeling van het aantal inwoners. De veronderstelde groei van het toerisme is in deze analyse een aanname. De feitelijke ontwikkeling van het aantal toeristen is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder beleidskeuzes op Walcheren (gewenste balans tussen toerisme en leefbaarheid) en de algemene ontwikkeling van het toerisme in Nederland en in het buitenland. In verschillende beleidskaders, zoals de Kustvisie, wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan deze balans. De hier gehanteerde aanname moet daarom niet worden opgevat als een beleidsdoel of als een voorspelling, maar als een pragmatisch uitgangspunt om de gevolgen van de scenario’s voor het draagvlak van voorzieningen door te rekenen. Het aantal inwoners stijgt van 2025-2050 bij scenario 1 met circa 10%; bij scenario 2 met circa 25% en bij scenario 3 van 2025-2050 met 51%.

Dit komt er dan op neer dat aangenomen is dat het aantal toeristen op Walcheren bij toekomstscenario 1 gemiddeld met ongeveer 0,5% per jaar stijgt; bij toekomstscenario 2 met gemiddeld ongeveer 1% per jaar en bij toekomstscenario 3 met gemiddeld 2% per jaar. Ter vergelijking: het aantal verblijfstoeristen in Zeeland is van 2019-2024 (inclusief de coronajaren) met gemiddeld 2,8% per jaar toegenomen.17

17

HZ Kenniscentrum Toerisme (2026)

/ 31

Walcheren 2050

Tabel 4.4: Draagvlak voorzieningen o.b.v. inwoners, toerisme en tijdelijke buitenlandse werknemers Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Draagvlak inwoners + toeslag toerisme: Middelburg 67.300 76.275 91.725 Veere 37.550 42.550 51.175 Vlissingen 59.725 67.675 81.375 Walcheren 164.575 186.500 224.275 Toeslag tijdelijke buitenlandse werknemers: Groei 2025-2050 1,95 1,95 1,95 Tijdelijke buitenlandse werknemers. 4.325 4.325 4.325 Walcheren totaal 168.900 190.850 228.600 Bron: bewerking Ecorys

In het bovenste deel van tabel 4.4 is het totale draagvlak voor voorzieningen geraamd door het aantal inwoners dat per scenario wordt verwacht in het jaar 2050 te verhogen met de toeristische toeslag. In het onderste deel wordt daarbij de toeslag van het draagvlak vanwege de tijdelijke buitenlandse werknemers geteld. Tabel 4.5: Draagvlak voorzieningen o.b.v. inwoners en tijdelijke buitenlandse werknemers Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Middelburg

55.873

60.828

71.304

Veere

22.326

31.956

41.956

Vlissingen

52.466

55.299

64.823

Walcheren

130.665

148.083

178.083

Tijd. buitenl. werknemers als % inwoners

1,9%

1,9%

1,9%

Walcheren

3.092

3.548

4.291

Walcheren totaal

133.757

151.631

182.374

Draagvlak inwoners in 2050:

Tijdelijke buitenlandse werknemers:

Bron: bewerking Ecorys

Bij de beoordeling van de bezetting van de voorzieningen in het vervolg van dit hoofdstuk wordt voor die voorzieningen die gevoelig zijn voor toerisme uitgegaan van de aantallen in tabel 4.4. Voor de voorzieningen die niet of weinig gevoelig zijn voor toerisme wordt uitgegaan van het draagvlak in tabel 4.5.

4.2 Basisvoorzieningen In deze paragraaf wordt ingegaan op de basisvoorzieningen. Basisvoorzieningen zijn de voorzieningen die algemeen gezien worden als noodzakelijk voor een goede leefbaarheid van de inwoners van een verzorgingsgebied. Het betreft voorzieningen die essentieel worden geacht voor de dagelijkse behoeften van inwoners en het behoud van een goede leefbaarheid en die binnen een redelijke afstand van de woning bereikbaar moeten zijn. Wat maakt voorzieningen tot basisvoorzieningen? Er bestaat in Nederland een vrij vast beeld over welke soorten voorzieningen als basisvoorziening moeten worden gezien. Het gaat daarbij specifiek om voorzieningen die in het dagelijks leven door veel mensen als onmisbaar worden gezien voor leefbaarheid en

Walcheren 2050

maatschappelijke cohesie. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan basisonderwijs, kinderopvang, huisartsenzorg, woonzorg, dorps- en buurthuizen, bibliotheken, sportvoorzieningen, supermarkten en openbaar vervoer.18 De term basisvoorzieningen is in gebruik geraakt toen in de loop van de jaren ’70 van de vorige eeuw duidelijk werd dat het draagvlak voor voorzieningen in kleine kernen onvoldoende was om een minimum aan voorzieningen in een (of meer) kleine kern(en) in stand te houden. Dit riep de vraag op welke voorzieningen dan als onmisbaar konden worden gezien. Op die voorzieningen (bijvoorbeeld: een dorpshuis) gingen gemeenten en provincies sturen. Dit was ook een van de achterliggende intenties om in de Zeeuwse Woondeal van koers te veranderen: niet neerleggen bij krimp en/of vergrijzing (met alle consequentie voor het voorzieningenaanbod) maar actief het woningaanbod verruimen (en de regionale economie stimuleren en de verkeersinfrastructuur verbeteren) om daarmee meer inwoners te trekken als draagvlak voor de voorzieningen. Ontwikkeling behoefte aan voorzieningen bij de drie scenario’s: de basis op orde In figuur 4.1 A en 4.1 B is doorgerekend hoe de vraag aan basisvoorzieningen op Walcheren uitpakt bij scenario 1 (staand beleid) en de scenario’s 2 (midden) en 3 (hoogste groeiambitie).

Het is hierbij van belang om in het achterhoofd te houden dat met scenario 1 (staand beleid) mede wordt nagestreefd om een halt toe te roepen aan het afnemende draagvlak voor voorzieningen en de verschraling van het aanbod aan voorzieningen als er niet meer inwoners komen. 19 Figuur 4.1 A (1): Confrontatie aantal vestigingen basisvoorzieningen in 2026 en bij eindsituatie scenario’s

Bron: CBS (2026), Locatus (2026), Zorgkaart Nederland (2026), bewerking voorzieningenmodel Ecorys

18

19

Voor een uitgebreider overzicht en nadere afbakening van het begrip basisvoorzieningen, zie: Ecorys. (2024). Rapport basisvoorzieningen Noord-Holland. Provincie Noord-Holland. Provincie Zeeland: "Zeeland 2050 Toekomstperspectief", pagina 6

/ 32

Walcheren 2050

Figuur 4.1 A (2): Confrontatie aantal vestigingen basisvoorzieningen in 2026 en bij eindsituatie scenario’s

Bron: CBS (2026), Locatus (2026), Zorgkaart Nederland (2026), bewerking voorzieningenmodel Ecorys

De figuren 4.1A en 4.1B moeten als volgt worden gelezen. Eerst is het bestaand aantal vestigingen per soort basisvoorziening bepaald op basis van data van het CBS, van Locatus en van Zorgkaart Nederland. Voor huisartsen is het aantal geregistreerde huisartsen genomen en niet het aantal huisartsenpraktijken omdat meerdere huisartsen in één praktijk kunnen zitten. Vervolgens is met behulp van nationale kengetallen voor de gemiddelde dichtheid van vestigingen van deze basisvoorzieningen geraamd welke extra behoefte aan nieuwe vestigingen ontstaat als de groei van het aantal inwoners bij scenario 1 (staand beleid), scenario 2 en scenario 3 wordt gerealiseerd. De blauwe staven staan voor het op dit moment bestaande aantal vestigingen op Walcheren. De gele, oranje en rode blokjes geven de mogelijke doorgroei weer aan van de voorzieningen als een van de drie scenario’s wordt uitgevoerd. Voorbeeld: In 2026 zijn er 48 huisartsen gevestigd op Walcheren, zelfstandig of in een groepspraktijk. Als scenario 1 wordt gekozen, neemt de behoefte aan huisartsen tot het jaar 2050 toe tot 53 huisartsen; bij scenario 2 tot 59 huisartsen en bij scenario 3 tot 68 huisartsen. Het draagvlak voor de basisvoorzieningen is niet alleen bepaald door het toekomstig aantal inwoners in de eindsituatie van de scenario’s, maar ook op de toeristische toeslag (zoals in de vorige paragraaf uitgewerkt).

Die toeristische toeslag is meegenomen voor de basisvoorzieningen die veelvuldig worden bezocht door verblijfstoeristen en dagtoeristen. Het gaat

/ 33

Walcheren 2050

dan om detailhandel (binnensteden, wijk- en buurtcentra en supermarkten), om horeca (hotels, restaurants en cafés), om bioscopen en filmtheaters en ook om huisartsen. Het gaat bij figuur 4.1 om een flinke opgave voor de versterking van het aanbod aan basisvoorzieningen. Hierbij staat de vraag centraal of voor de muziek moet worden uitgelopen (eerst de voorzieningen, dan pas de woningbouw) of dat de basisvoorzieningen op orde moeten zijn voordat met (massale) woningbouw begonnen kan worden. Het is aan de overheid om te zorgen dat de tempo’s niet te veel gaan verschillen. Zelfs de grootste groeistad van ons land (Almere) heeft grote moeite om hierbij een volgorde te bepalen en om deze volgorde ook later aan te houden. In figuur 4.1 indiceert de omvang van de ‘strategische kloof’ tussen wat er is aan voorzieningen en wat er in de toekomst moet zijn, als een van de scenario’s wordt uitgevoerd. In de figuur is de uitbreidingscapaciteit in aantallen vestigingen aangegeven. Die uitbreidingscapaciteit kan ook worden benut om bestaande vestigingen te vergroten. Het is aan de ondernemingen die druk zijn met commerciële voorzieningen en aan de gemeenten met hun maatschappelijke partners voor de maatschappelijke voorzieningen om te bepalen hoe die uitbreidingscapaciteiten in de toekomst worden benut.

Bij het stellen van prioriteiten helpt het dan als er zicht bestaat op wat de inwoners van Walcheren hierover vinden. Figuur 4.1 geeft voor de supermarkten een aparte staaf. In de binnensteden en in het buurten wijkaanbod (en hier en daar op andere soorten locaties in de regio) zijn supermarkten vaak een anker waar de rest omheen functioneert. Daarnaast worden supermarkten bij het onderzoek naar absoluut noodzakelijke basisvoorzieningen gezien als een voorwaarde voor een goede leefbaarheid. Daarom moeten supermarkten zorgvuldig verspreid worden. De supermarkt-sector is erg actief bij het zoeken naar kansen voor de versterking van de eigen marktpositie. De staaf voor supermarkten in figuur 4.1 geeft potentiële groei van het aantal supermarkten aan. De potentiële groei van het aantal vestigingen bij de drie toekomstscenario’s opent deuren, niet alleen voor de supermarktsector maar ook voor het complete voorzieningenaanbod in de binnensteden en op buurt- en wijkniveau. Daarbij moet in het achterhoofd worden gehouden dat in de supermarktsector een continu, sterk proces van schaalvergroting speelt. De vloeroppervlakte van de supermarkten neemt toe en parallel daaraan neemt het aantal supermarkten af. Naast deze voorzieningen speelt ook het onderwijs een belangrijke rol binnen de basisvoorzieningenstructuur.

Op Walcheren, en met name in Middelburg, is een sterke concentratie aanwezig van basis- en voortgezet onderwijs, inclusief speciaal onderwijs. Het gaat hierbij deels om Zeeuwsbreed opererende onderwijsorganisaties, wat wijst op een duidelijke clustering en schaalniveau binnen de regio. Deze concentratie biedt kansen: door een betere koppeling tussen onderwijs, onderzoek en toepassing (mbo, hbo en universitair) kan Walcheren zich verder ontwikkelen als onderwijsregio en kan de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt worden versterkt.

4.3 Bovenregionale strategische voorzieningen Tot de bovenregionale strategische voorzieningen worden gerekend de voorzieningen die bijdragen aan de verhoging van de attractiviteit en leefbaarheid van een verzorgingsgebied.

/ 34

Walcheren 2050

Strategische voorzieningen blijven over het algemeen van kleinere schaal, totdat een schaalsprong in het aantal inwoners van het gebied wordt overwogen. Die schaalsprong kan de opening en doorgroei van bovenregionale strategische voorzieningen mogelijk maken. Figuur 4.2: Confrontatie aantal vestigingen bovenregionale strategische voorzieningen in 2026 en bij eindsituatie van de drie scenario’s 7

Aanwezig in Walcheren (huidige situatie) 6

Verwacht bij scenario 1 (+15.000 inwoners)

Verwacht bij scenario 2 (+30.000 inwoners) Verwacht bij scenario 3 (+60.000 inwoners)

5

4

3

2

1

0

Bron: CBS open data (2026), bewerking Ecorys

De blauwe staven geven weer het aantal vestigingen op Walcheren aan per voorziening. Bijvoorbeeld: er worden 3 centrumgebieden als binnenstad gezien, namelijk de centra van Middelburg, Vlissingen en Domburg. De gele, oranje en rode blokjes geven weer de mogelijke doorgroei aan van de voorzieningen als een van de drie scenario’s wordt uitgevoerd. Ziekenhuis Voor de vestiging van het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis in Vlissingen is ervan uitgegaan dat dit ziekenhuis geen compleet ziekenhuis is. Daarom is deze vestiging als een halve vestiging aangegeven in figuur 4.2. Het draagvlak voor een uitgroei van dit ziekenhuis naar een compleet streekziekenhuis wordt haalbaar bij de realisatie van (ten minste) scenario 2. Bij de enquête is er ook gevraagd welke voorzieningen door de inwoners worden gemist op Walcheren. In de lange groslijst van gemiste voorzieningen valt op dat vooral een volwaardig, goed geoutilleerd compleet ziekenhuis wordt gemist op Walcheren. De wens is er; het draagvlak kan er gaan komen. NS-stations Walcheren is met gemiddeld 844 inwoners per km² (met name gedragen door de stedelijke gebieden van Vlissingen (1.331 inwoners per km²) en Middelburg (1.037 inwoners per km²)) het dichtstbevolkte gebied van Zeeland. De bevolkingsdichtheid van Walcheren ligt daarmee

/ 35

Walcheren 2050

ook boven het Nederlands gemiddelde van 536 inwoners per km².20 In Walcheren liggen de meeste treinstations van heel Zeeland, namelijk Vlissingen, Middelburg, Souburg en Arnemuiden hebben een treinstation. De stations van Arnemuiden en Souburg zijn vrij stille voorstadstations. De stations van Middelburg en Vlissingen zijn grootschaliger. Deze treinstations krijgen, naar verwachting, in de toekomst een grotere rol bij het vervoer van mensen van en naar Walcheren. De intensiteit en noodzakelijkheid van deze werken is afhankelijk van de geografische spreiding van de nieuwe woongebieden. Een groot deel van de nieuwe woongebieden kan langs de spoorlijn komen. Overwogen moet dan worden of het aantal perrons van de stations kan worden vergroot, om een soepele doorstroming van de passagiers te verzekeren. In hoeverre is daar dan ruimte voor? Ook de fietsenstallingsfaciliteiten moeten dan uitbreiden. De gemeente Vlissingen heeft de ambitie om van het station een regionale mobiliteitshub te maken: een plek waar reizen, ontmoeten en verblijven bijeenkomen. In de omgeving van het station staan allerlei plannen op stapel Zo is hier ruimte om ca. 3500-4400 woningen te realiseren (excl. Scheldekwartier).

Een hoogwaardige en toekomstbestendige invulling van de huidige locatie kan worden bereikt door de ontwikkelpotentie van de omgeving, zoals de Buitenhaven, het Eiland, de Kenniswerf en het stationsgebied zelf, beter te benutten, onder meer in combinatie met transformatie naar woningbouw. Naast Vlissingen biedt ook het stationsgebied van Middelburg kansen. De gemeente Middelburg verkent de transformatiepotentie van de spoor-/kanaalzone met de ambitie om deze te ontwikkelen tot een nieuw verbindend stadshart. Hierbij fungeert cultuur als katalysator voor stedelijke transformatie en wordt de kanaalzone ingezet als schakel tussen het historische centrum en de buitenwijken. In combinatie met de gebiedsontwikkeling rond de Kenniswerf ontstaat daarmee een tweede stedelijke ontwikkelas langs het spoor. Binnensteden De staaf (zie figuur 4.2) voor binnensteden is gebaseerd op de centrumgebieden van Middelburg, Vlissingen en Domburg. Het centrum van Domburg is duidelijk kleiner dan dat van Middelburg en Vlissingen, maar is in de gemeente Veere het leidende centrumgebied. Samen tellen deze drie binnensteden 843 vestigingen met circa 136.000 m2 winkelvloeroppervlakte aan detailhandel, horeca, leisure, andere publieksvoorzieningen en ook leegstand.

Als deze centrumgebieden op de lange termijn functioneel doorgroeien met de scenario’s kan er bij scenario 1 een kwart aan vestigingen en vloeroppervlakte bijkomen; bij scenario 2 de helft en bij scenario 3 het dubbele. Dat hoeft niet alleen nieuwbouw te zijn, maar kan ook in de vorm van de benutting van de panden die al langere tijd leeg staan. Uitbreiding staat niet gelijk aan vergroting van het areaal voor de centrumgebieden. Intensivering en vervanging van minder toekomstgerichte delen van de centrumgebieden is ook mogelijk, hoe lastig dat ook kan zijn. Uitbreidingsruimte hoeft verder niet compleet benut te worden. Als uitbreidingscapaciteit niet compleet wordt benut, resulteert een relatief hoge performance per vestiging of per m2 vloeroppervlakte. HBO en WO

20

CBS. (2025). Dashboard bevolking: Regionaal – Inwoners. https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboardbevolking/regionaal/inwoners

/ 36

Walcheren 2050

Tot het hoger beroepsonderwijs (HBO) en het wetenschappelijk onderwijs (WO) op Walcheren worden gerekend HZ University of Applied Science in Vlissingen en Middelburg en het University College Roosevelt in Middelburg. Het UCR onderging in 2025 een ingrijpende reorganisatie, waarbij een kwart van het personeel werd ontslagen. Deze reorganisatie was nodig vanwege teruglopende internationale instroom van studenten. In het Delta Climate Center op de Kenniswerf in Vlissingen bundelen zes onderwijs- en kennisinstellingen hun krachten: MBO/HBO Scalda, HZ University of Applied Sciences, University College Roosevelt, NIOZ Zeeonderzoek, Universiteit Utrecht en Wageningen University and Research. Een goede aansluiting tussen het opleidingsaanbod van het HBO en WO op Walcheren en de economische structuur van Walcheren kan bijdragen aan een sterkere binding tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Dit kan de aantrekkelijkheid van Walcheren voor studenten vergroten en de kans verhogen dat een deel van hen na afronding van de opleiding in de regio blijft wonen en werken. Daarbij moet wel worden aangetekend dat dit niet alleen afhangt van de inhoudelijke aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt. Ook andere factoren, zoals de profilering van opleidingen en de concurrentie met andere onderwijslocaties, spelen hierbij een rol.

Verwezen wordt naar paragraaf 5.3.3, in het hoofdstuk over de arbeidsmarkt. MBO/ROC Scalda MBO/ROC Scalda heeft momenteel vestigingen in Middelburg en in Vlissingen. Het belang van middelbaar beroepsonderwijs wordt onderschat. Het middelbaar beroepsonderwijs onderhoudt meestal een hecht netwerk met het regionaal bedrijfsleven. In elke regio bestaan goede afspraken tussen MBO en bedrijfsleven, om de opleidingen en het aantal studenten beter af te passen op de behoefte aan werknemers van het bedrijfsleven. Indien de gemeenten op Walcheren kiezen voor scenario 2 of 3, moet er zeker een schepje bovenop de bestaande initiatieven gedaan worden. Te meer om meer Walcherse jongeren zo goed mogelijk tegemoet te komen in hun opleidingswensen, dichtbij huis (MBO-studenten zijn meestal honkvast), alsook om werkgevers van voldoende (toekomstige) vakmensen te kunnen voorzien. Verwezen wordt naar paragraaf 5.3.3, in het hoofdstuk over de arbeidsmarkt.

4.4 Welke soorten voorzieningen vinden de inwoners belangrijk? De resultaten van de enquête (figuur 4.2) laten zien dat de inwoners van Walcheren vooral waarde hechten aan bepaalde voorzieningen die in het algemeen worden gezien als basisvoorziening of in de vorige paragraaf als strategische voorziening zijn opgevoerd. Tijdens de enquête werd een lijst met soorten voorzieningen getoond en konden de inwoners elke voorziening beoordelen door een kruisje te plaatsen bij een van vijf volgende categorieën: zeer belangrijk (score 5), belangrijk (score 4), niet belangrijk maar ook niet onbelangrijk (score 3), onbelangrijk (score 2) en zeer onbelangrijk (score 1).

/ 37

Walcheren 2050

Figuur 4.2: Belangrijkste voorzieningen volgens inwoners Walcheren (vraag) 4 3.5 3 2.5 2 1.5 1 0.5 0

Bron: Inwonerpanel Zeeland HZ KCZS (2026); bewerking Ecorys

Als gekeken wordt naar de verticale as van figuur 4.3 blijkt dat er relatief weinig tot niet is gescoord op de uiterste categorieën 1 (zeer onbelangrijk) en 5 (zeer belangrijk). Dit is een normaal beeld bij enquêtes, omdat respondenten bij het beantwoorden van vragen beginnen bij het midden (niet belangrijk, niet onbelangrijk) en dan bekijken of ze een hogere of lagere score gepast vinden. Detailhandel en zorg (huisarts) scoorden hierbij bijvoorbeeld hoog en culturele voorzieningen en leisure lager (bibliotheek, dorpshuis, bioscoop of filmhuis, podiumkunst en museum). Sportvoorzieningen zitten meer in de middenmoot. Openbaar vervoer (bushaltes, treinstations) zit tegen de top aan. Het patroon van figuur 4.3 geldt in grote lijnen voor alle leeftijdsen opleidingsgroepen. Er zijn wel enkele accentverschillen tussen leeftijdsgroepen, maar de hoofdlijn blijft hetzelfde. Figuur 4.2 geeft inzicht in hoe inwoners van Walcheren het belang van verschillende voorzieningen waarderen. Als de inwoners van Walcheren zouden mogen aangeven welke voorzieningen zij het belangrijkst vinden, biedt figuur 4.2 een goede indicatie van deze waardering. Dit afgezien van wettelijke verplichtingen van overheden om te voorzien in voldoende aanbod van een voorziening, bijvoorbeeld voor basisonderwijs, bibliotheek (en – lange tijd – ook voor brievenbussen en geldautomaten).

Mismatch tussen belang van voorzieningen en bestaand aanbod van voorzieningen Bij de enquête hebben wij ook gevraagd of er voldoende aanbod is aan voorzieningen op Walcheren, volgens de inwoners (figuur 4.3). Per voorziening moest aangegeven worden in hoeverre de inwoner vindt dat de voorziening binnen de eigen gemeente voldoende aanwezig is, dan wel uitgebreid zou moeten worden. Hierbij kon elke voorziening worden beoordeeld met 1 (zeer onvoldoende, veel uitbreiding nodig); 2 (onvoldoende aanwezig, uitbreiding nodig), 3 (neutraal), 4 (voldoende aanwezig, geen uitbreiding nodig) en 5 (ruim voldoende aanwezig, zeker geen uitbreiding nodig).

/ 38

/ 39

Walcheren 2050

Figuur 4.3: Beoordeling van bestaand aanbod van voorzieningen door inwoners Walcheren 4.5 4 3.5 3 2.5 2 1.5 1 0.5 0

Bron: Inwonerpanel Zeeland HZ KCZS (2026); bewerking Ecorys

De scores liggen gemiddeld tussen 3,5 en 4,0. Over het algemeen worden het bestaande aanbod aan voorzieningen als redelijk tot goed ervaren. De meeste scores liggen tussen 3,5 en 4 (3 = voldoende aanwezig, geen uitbreiding nodig). Of als rapportcijfer tussen 7 en 8. Vooral basisonderwijs/kinderopvang en supermarkten krijgen relatief hoge scores. Relatief laag wordt het aanbod aan in de sfeer van cultuur en leisure beoordeeld. Er lijkt dus sprake van een redelijk voorzieningenniveau, maar niet voor alle typen voorzieningen in gelijke mate. De mismatchanalyse laat zien bij welke voorzieningen relatief vaak sprake is van een knelpunt: respondenten vinden de voorziening belangrijk én ervaren tegelijkertijd dat deze onvoldoende aanwezig is. Dit maakt zichtbaar waar verbeteringen het meest direct aansluiten op behoeften. Tabel 4.6: Grootste mismatch tussen belangrijke voorzieningen en onvoldoende aanbod voorzieningen Inwoners Huisartsenpraktijk

12,7%

Wijk- en buurtwinkelcentrum

12,1%

Bushalte (binnen 500 meter loopafstand)

11,7%

Bron: Inwonerpanel Zeeland HZ KCZS (2026); bewerking Ecorys

Voor deze top-3 is er werk aan de winkel voor de drie gemeenten van Walcheren. Na de uitsplitsing over de leeftijdsgroepen (zie: figuur 4.4) is te zien dat de (grootste) mismatch verschilt naar leeftijd.

/ 40

Walcheren 2050

Figuur 4.4: Mismatch vraag en aanbod voorzieningen Walcheren, per leeftijdsgroep 25 19.14

15

12.3

12.72

13.01

13.65

Bushalte (binnen 500 meter loopafstand)

16.68

16.51

15.07

Zwembad

16.4

Huisartsenpraktijk

20

11.43

10.68

12.69

10 5

18-29 jaar

30-44 jaar

45-59 jaar

Kleinschalige winkelstraat of winkelcentrum (bakker, slager, fietsenmaker, etc.)

Huisartsenpraktijk

Bushalte (binnen 500 meter loopafstand)

Zwembad

Podiumkunst

Huisartsenpraktijk

Kleinschalige winkelstraat of winkelcentrum (bakker, slager, fietsenmaker, etc.)

Café

Binnenstad met winkels

0

60+

Bron: Inwonerpanel Zeeland HZ KCZS (2026); bewerking Ecorys

Figuur 4.5 laat zien dat de grootste mismatch per leeftijdsgroep verschilt. Bij 18–29 jaar zit de mismatch vooral bij voorzieningen die samenhangen met levendigheid en dagelijks aanbod (zoals winkels/binnenstad en café). Bij 30–44 jaar ligt de mismatch meer bij gezins- en dagelijkse voorzieningen, met name zwembad en huisartsenpraktijk. Voor de jongste categorie is er geen sprake van een mismatch voor huisartsen. Hoe ouder men wordt, hoe groter de mismatch tussen vraag en aanbod voor de bushalte (binnen 500 m van thuis). Voorbij 60 jaar wordt de mismatch voor het buurtwinkelaanbod belangrijker. Dit heeft te maken met het afnemen van de mobiliteit naarmate men ouder wordt.

Walcheren 2050

5

Werken en arbeidsmarkt 2025-2050

In dit hoofdstuk wordt nagegaan hoe de Walcherse arbeidsmarkt zich richting 2050 ontwikkelt en welke opgave daaruit voortvloeit voor de drie toekomstscenario’s. Daarbij analyseren we zowel de huidige dynamiek als de toekomstige vervangings- en uitbreidingsvraag. De combinatie van vergrijzende beroepsbevolking, snelle technologische en maatschappelijke transities en toenemende mismatch tussen vraag en aanbod zet de regionale arbeidsmarkt structureel onder druk (nu en in de toekomst) en vergroot de spanning tussen beschikbare arbeidscapaciteit en regionale ambities. De komende 25 jaar vergrijst de bestaande beroepsbevolking verder. In deze periode bereiken naar verwachting circa 41.000 inwoners de pensioengerechtigde leeftijd, waarvan naar schatting ongeveer 25.000 personen momenteel werkzaam zijn. Tegelijkertijd blijft de instroom van nieuwe arbeidskrachten op termijn achter als gevolg van ontgroening. Hierdoor neemt de druk op de vraag naar arbeidskrachten toe. Deze druk wordt versterkt omdat tegelijkertijd de vraag naar arbeid groeit, niet alleen vanuit het bestaande bedrijfsleven en uit maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, woningbouw en de toenemende zorgvraag, maar ook vanuit grootschalige ontwikkelingen binnen Walcheren en in het grotere arbeidsmarktgebied van de Zeeuwse delta.

Zo wordt groei van het aantal arbeidsplaatsen voorzien in de energiesector (bij realisatie van kerncentrales in Vlissingen Oost of Terneuzen), in de chemische industrie (met name rond Terneuzen) en in de maritieme industrie (bijvoorbeeld in het Sloegebied in Vlissingen).21 Hoewel Terneuzen geen onderdeel uitmaakt van het geografische en intergemeentelijke samenwerkingsgebied Walcheren, maakt het economisch wél deel uit van hetzelfde functionele arbeidsmarktgebied. Ontwikkelingen daar kunnen daardoor directe effecten hebben op de regionale arbeidsmobiliteit, woningvraag en voorzieningenstructuur in Middelburg, Vlissingen en Veere. 5.1.1 Arbeidsmarktdynamiek Bovenstaande ontwikkelingen vormen zowel een belangrijke groeifactor als een bron van onzekerheid voor de regionale arbeidsmarkt, omdat zij afhankelijk zijn van nationale besluitvorming en investeringskeuzes en in korte tijd een grote, specialistische arbeidsvraag kunnen veroorzaken die mogelijk het regionale aanbod overstijgt. Wanneer de vraag sneller groeit dan de beschikbare beroepsbevolking, of wanneer de gevraagde kwalificaties onvoldoende aansluiten op het beschikbare aanbod, ontstaan knelpunten die niet uitsluitend via interne mobiliteit of productiviteitsgroei kunnen worden opgevangen.

In dat geval wordt het aantrekken én behouden van talent op elk opleidingsniveau een strategische randvoorwaarde voor economische ontwikkeling. Dat vraagt om een nauwe afstemming tussen het regionale onderwijsaanbod en de toekomstige arbeidsmarktvraag, zodat opleidingen, omscholingstrajecten en kennisontwikkeling aansluiten bij de sectoren en vaardigheden die in de komende

21

De Buitenhaven kan dan ingezet worden als gemengd woon-/werkgebied, gezien de ligging aan het water en de nabijheid van het NS-station

/ 41

/ 42

Walcheren 2050

decennia bepalend zijn voor de economische structuur van Walcheren (zie voor meer info paragraaf 5.3.3). Invloed van economische structuur Tegelijkertijd wordt de mate waarin de arbeidsmarkt zulke schommelingen kan opvangen mede bepaald door de specifieke structuur van de regionale economie. De regionale economie van Walcheren is relatief conjunctuurongevoelig. Dat betekent dat het aantal banen minder sterk meebeweegt met economische schommelingen dan in regio’s met een meer cyclische sectorstructuur. Met name de relatief grote aanwezigheid van zorg, onderwijs en overheid zorgen voor stabiliteit in de werkgelegenheid. Industrie en toerisme vervullen als stuwende sectoren een belangrijke rol in het genereren van inkomen en bestedingen van buiten de regio, maar zijn gevoeliger voor internationale conjunctuur en seizoensinvloeden. Figuur 5.1: Verdeling werkgelegenheid Walcheren (2024)

L01. Landbouw & visserij 2% 2% 2%

L02. Industrie 10% L03. Nutsbedrijven 1%

19%

L04. Bouw 6%

L05. Handel L06. Vervoer en Opslag

L07. Horeca 14%

8%

L08. Informatie en Communicatie L09. Financiële instellingen L10. Zakelijke diensten L11. Overheid

8%

4%

11%

10% 1%2%

L12. Onderwijs L13. Zorg L14. Cultuur & recreatie L15. Overige diensten

Bron: LISA (2024)

Voor de inschatting van de toekomstige ontwikkeling van de werkgelegenheid maken wij gebruik van de Welvaart en Leefomgevingsscenario’s (WLO) 2050 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB). Deze scenario’s brengen op consistente wijze verschillende mogelijke langetermijnontwikkelingen van Nederland in beeld, onder meer op het gebied van economie, demografie en technologie. Het gaat daarbij niet om voorspellingen, maar om samenhangende toekomstbeelden op basis van verschillende aannames over economische groei, bevolkingsontwikkeling en technologische vooruitgang. Daarmee vormen de WLO-scenario’s een geschikt referentiekader om ook op regionaal niveau de mogelijke ontwikkeling van de arbeidsmarkt te verkennen. In paragraaf 5.3.2 wordt nader ingegaan op de inhoud van deze scenario’s. Tabel 5.2 laat op basis hiervan zien hoe de werkgelegenheidsontwikkeling per sector in de verschillende toekomstscenario’s kan uitpakken en maakt zichtbaar waar sprake is van verwachte groei, stabiliteit of krimp.

/ 43

Walcheren 2050

Tabel 5.1: Kansrijke sectoren binnen de economische structuur

Sector Landbouw & visserij Industrie Nutsbedrijven Bouw Handel Vervoer en Opslag Horeca Informatie en Communicatie Financiële instellingen Zakelijke diensten Overheid Onderwijs Zorg Cultuur & recreatie Overige diensten

Laag vertraagd

-+ + +/+/+/----

Laag snel

+/+ + + +/+/----

Hoog

--+ +/+/+/+/+/+/+ ---

Bron: LISA, WLO-scenario’s

Uit de tabel blijkt dat voor veel sectoren geen eenduidig groeiperspectief bestaat en dat in meerdere gevallen sprake is van stabilisatie of krimp. Vooral cultuur en recreatie, overige diensten, onderwijs, overheid en in belangrijke mate ook landbouw en visserij laten in de verschillende scenario’s een ongunstig of beperkt groeibeeld zien. Daartegenover staat dat de bouw in alle scenario’s een relatief gunstige ontwikkeling laat zien, variërend van stabiliteit tot groei, en daarmee als een van de meer robuuste groeisectoren naar voren komt. Ook industrie en nutsbedrijven kennen in twee scenario’s nog groei, maar laten in het hoge scenario juist een duidelijke krimp zien. Dit wijst erop dat de ontwikkeling van deze sectoren sterk afhankelijk is van de bredere economische en technologische context. De zorg laat juist een tegengesteld patroon zien: in de twee lage scenario’s is sprake van krimp, terwijl in het hoge scenario groei optreedt. Per saldo maakt de tabel duidelijk dat slechts een beperkt aantal sectoren in alle scenario’s een stabiel of positief toekomstbeeld kent, terwijl voor een groot deel van de Walcherse economie in de nulscenario’s rekening moeten houden met beperkte groei of afnemende werkgelegenheid. Daarbij moet wel worden aangetekend dat deze ontwikkeling mede door beleid kan worden beïnvloed.

Ook in sectoren die in de scenario’s geen autonome groei laten zien, kan door gerichte keuzes in investeringen en vestigingsbeleid alsnog op extra werkgelegenheid worden ingezet. Dit betekent dat zowel stuwende sectoren als verzorgende sectoren onder druk kunnen komen te staan bij de verschillende scenario’s. Investeren in sectoren die het verdienvermogen van de regio omhoog kunnen halen is van belang voor het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid, het versterken van de regionale economie en het creëren van extra werkgelegenheid. Dit gaat hand in hand met investeren in verzorgende sectoren, omdat deze sectoren direct afhankelijk zijn van de omvang en koopkracht van de regionale bevolking en daarmee bijdragen aan het voorzieningenniveau, de leefbaarheid en het functioneren van de lokale economie.

Walcheren 2050

5.1.2 Een toekomstbestendige arbeidsmarkt Een toekomstbestendige arbeidsmarkt is daarom een cruciale randvoorwaarde voor de brede welvaart op Walcheren. Dat vraagt om een goede balans tussen vraag en aanbod, sterke verbindingen tussen onderwijs en arbeidsmarkt, opleidingsroutes die aansluiten op toekomstige behoeften en een hoge arbeidsparticipatie. Werkgevers spelen hierin een sleutelrol door te investeren in scholing, flexibiliteit en duurzame loopbanen en door ruimte te bieden aan diverse talenten. Door slimmer en effectiever te organiseren kan de impact van krapte in belangrijke sectoren worden gedempt.22 Een goed functionerende arbeidsmarkt is daarmee een randvoorwaarde voor economische ontwikkeling, omdat het de motor vormt achter innovatie, productiviteit en groei. Tegelijkertijd staat zij niet op zichzelf: economische ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met onder andere wonen, bereikbaarheid, onderwijs en leefbaarheid. Alleen in samenhang kunnen deze factoren bijdragen aan een regio waar mensen willen werken en (blijvend) willen wonen. Dat vraagt om een integrale benadering en structurele samenwerking tussen gemeenten, onderwijsinstellingen, werkgevers, maatschappelijke organisaties en de provincie, zoals ook beschreven in de Regiovisie Veere, Middelburg, Vlissingen en Schouwen-Duiveland in 2023.

Randvoorwaarden voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt: • Structurele afstemming tussen onderwijs, arbeidsmarkt en economie • Opleidings- en omscholingsroutes die anticiperen op toekomstige sectorale en technologische ontwikkelingen (o.a. door de mogelijkheid om certificaten te behalen); • Maximale benutting van het arbeidspotentieel door hoge participatie en inclusieve arbeidsmarkttoegang; • Actieve inzet van werkgevers op Leven Lang Ontwikkelen (LLO), duurzame loopbanen en intersectorale mobiliteit (bijvoorbeeld door matching van vaardigheden).

5.2 Huidige stand van de arbeidsmarkt Om de toekomstige opgave te begrijpen, kijken we eerst naar de huidige dynamiek op de Walcherse arbeidsmarkt. Ontwikkeling aantal vacatures De ontwikkeling van het aantal online vacatures geeft inzicht in de vraag naar arbeid. Vergeleken met 2018 laten alle Walcherse gemeenten in 2025 een aanzienlijke stijging zien in het gemiddeld aantal maandelijkse nieuwe vacatures. Dit duidt op een toename van de arbeidsvraag in de regio ten opzichte van enkele jaren geleden. Figuur 5.5.1: Gemiddeld aantal maandelijkse nieuwe online vacatures 2018 - 2025

22

Zie ter inspiratie o.a. de aanbevelingen uit de regioanalyse arbeidsmarkt Zuid-Limburg: Ecorys/Neimed. (2025). Regioanalyse arbeidsmarkt Zuid-Limburg.

/ 44

/ 45

Walcheren 2050

1000

900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 Middelburg

Veere

2018

Vlisingen

2025

Bron: Arbeidsmarkt In Zicht (2025)

Ervaren werkgelegenheid Naast vacaturedata is ook de ervaren werkgelegenheid van belang. In de enquête is respondenten gevraagd of zij vinden dat er genoeg werkgelegenheid is in Walcheren. Van de respondenten die niet gepensioneerd zijn, geeft ongeveer 80% aan dat er voldoende werkgelegenheid is. Tegelijkertijd zijn er duidelijke verschillen naar leeftijd: onder 30–44jarigen ligt dit aandeel lager, op 71%. Dit wijst erop dat de ervaren arbeidsmarktkansen niet voor alle groepen gelijk zijn en kan duiden op verschillen in aansluiting tussen vraag en aanbod (bijvoorbeeld in type functies, ontwikkelperspectief of sectorvoorkeuren). Figuur 5.2: Antwoorden op stelling “Er is genoeg werkgelegenheid in Walcheren”

83

50

Ik ben gepensioneerd Ja Nee

347

Bron: Inwonerpanel Zeeland HZ KCZS (2026); bewerking Ecorys

Aanvullend is aan respondenten die aangeven dat er onvoldoende werkgelegenheid is gevraagd wat daarvoor de belangrijkste redenen zijn. Overkoepelend komen vier motieven het meest naar voren:

Walcheren 2050

1. 2. 3. 4.

een beperkt aanbod aan hoogopgeleide functies (HBO/WO); relatief weinig werkgelegenheid in ICT/IT (met name in meer gespecialiseerde of grootschalige rollen); een beperkte sector- en functiediversiteit, waarbij veel aanbod wordt geassocieerd met industrie; een ervaren gebrek aan grotere werkgevers met brede functiepakketten en doorgroeimogelijkheden.

Wat respondenten aangeven over het beperkte aanbod van hoogopgeleide functies en de relatief geringe aanwezigheid van ICT-banen is ook terug te zien in de sectorstructuur van Walcheren (zie figuur 5.1). Zo bedraagt het aandeel werkgelegenheid in de sector informatie en communicatie slechts circa 2% van het totaal. Daarnaast laat de werkgelegenheidsverdeling zien dat sectoren zoals zorg, handel en horeca een groot deel van de banen vertegenwoordigen, terwijl kennisintensieve sectoren zoals informatie en communicatie en financiële dienstverlening slechts een klein aandeel in de totale werkgelegenheid hebben. Dit beperkt de aanwezigheid van sectoren waarin doorgaans veel hoogopgeleide functies voorkomen. Eerder onderzoek naar regionale verhuisintenties laat zien dat juist een negatieve perceptie van carrière- en doorgroeikansen de kans vergroot dat met name jongere en hoger opgeleide groepen een regio verlaten.

Voor de resultaten van de enquête betekent dit dat de relatief lagere waardering van de werkgelegenheid onder 30–44-jarigen niet alleen een perceptieverschil weerspiegelt, maar potentieel ook een verhoogde verhuisgeneigdheid binnen juist deze economisch actieve en strategisch belangrijke doelgroep.23 Invulling van vacatures Deze uitkomsten laten zien dat de arbeidsmarkt niet alleen draait om het volume aan vacatures, maar ook om de match tussen vraag en aanbod naar niveau, sector en type werkgever. Om te duiden waar knelpunten kunnen ontstaan, is het van belang te bekijken via welke kanalen vacatures in de praktijk worden ingevuld. De invulling van vacatures vindt in de praktijk primair plaats via drie wegen: • Cross-sectorale mobiliteit: werknemers die overstappen tussen banen (baan-naar-baan mobiliteit); • Arbeidsmarkttoetreding: jongeren die vanuit het onderwijs de arbeidsmarkt betreden; • Externe instroom: werknemers die van buiten Walcheren in de regio komen werken, zowel vanuit andere delen van Nederland als vanuit het buitenland. Voor zover vacatures niet via deze kanalen worden ingevuld, kan de arbeidsvraag mogelijk (deels) worden opgevangen door organisatorische aanpassingen, zoals het anders inrichten van werkprocessen, en door technologische innovatie, waaronder digitalisering en de inzet van kunstmatige intelligentie.

23

Hooijen, I. (2021). Place attractiveness: A study of the determinants playing a role in residential settlement behaviour. Research Centre for Education and the Labour Market (ROA)/Maastricht University.

/ 46

/ 47

Walcheren 2050

Onbenut arbeidspotentieel De netto arbeidsparticipatie betreft het aandeel van de bevolking van 15 tot 75 jaar dat daadwerkelijk betaald werk heeft. De arbeidsparticipatie is in de afgelopen jaren toegenomen. Zowel op Walcheren als landelijk is sinds 2014 sprake van een stijgende lijn, waarbij de netto arbeidsparticipatie gestaag is gegroeid. Deze ontwikkeling wijst erop dat in de afgelopen tien jaar meer mensen succesvol zijn toegetreden tot de arbeidsmarkt en dat vraag en aanbod beter op elkaar zijn aangesloten. Ondanks deze positieve ontwikkeling ligt dit aandeel op Walcheren met 69% in 2023 nog steeds onder het landelijk gemiddelde van ongeveer 71%. Dit betekent dat relatief een groter deel van de potentiële beroepsbevolking geen betaald werk heeft dan landelijk het geval is, wat wijst op onbenut arbeidspotentieel. Figuur 5.3: Netto arbeidsparticipatie 72% 70% 68% 66% 64%

62% 60% 2014

2015

2016

2017

2018

Nederland

2019

2020

2021

2022

2023*

Walcheren

Bron: CBS: arbeidsdeelname per gemeente, bewerking Ecorys.

Lagere arbeidsparticipatie kan verschillende oorzaken hebben. Vergrijzing speelt een rol, doordat een groter deel van de bevolking zich in leeftijdsgroepen bevindt waarin de arbeidsdeelname lager is. Daarnaast kunnen veranderingen in de arbeidsvraag, bijvoorbeeld door automatisering en technologische innovatie, functies doen verdwijnen of inhoudelijk veranderen, waardoor niet iedereen direct opnieuw werk vindt. Ook de aanwezigheid van een substantiële studentenpopulatie drukt de netto arbeidsparticipatie, omdat studenten wel tot de potentiële beroepsbevolking behoren maar beperkt of niet werken. Verder beïnvloeden institutionele en sociaaleconomische factoren de deelname, waaronder zorgtaken, opleidingsniveau en gezondheid, die sterk samenhangen met de kans op arbeidsparticipatie.24

24

Zie pagina 24 uit de regioanalyse arbeidsmarkt Zuid-Limburg: Ecorys/Neimed. (2025). Regioanalyse arbeidsmarkt ZuidLimburg.

Walcheren 2050

5.3 Toekomstige stand van de arbeidsmarkt Waar paragraaf 5.2 de huidige dynamiek van de Walcherse arbeidsmarkt beschrijft, richt deze paragraaf zich op de structurele ontwikkelingen die de arbeidsmarkt richting 2050 zullen bepalen. 5.3.1 De vervangingsvraag: een demografische uitdaging De druk op de arbeidsmarkt neemt toe doordat er de komende 25 jaar, ongeveer 41.000 mensen de pensioengerechtigde leeftijd behalen, waarvan naar schatting circa 25.000 werkzame personen (berekend op basis van 67-jarigen tussen 2025 en 2050 en extrapolatie), en daarnaast de gemiddelde leeftijd in de werkzame groep werkenden hoger wordt. Stabiliteit versus vergrijzing Kijken we naar de potentiële beroepsbevolking (15-75 jaar), dan lijkt het totaalvolume tussen 2022 en 2050 zonder specifiek beleid licht te stijgen (figuur 5.4), ervan uitgaande dat de arbeidsparticipatie constant blijft op 69%. De werkzame beroepsbevolking vormt daarmee ieder jaar een vast aandeel van de potentiële beroepsbevolking, waardoor beide lijnen in onderstaande figuur vrijwel parallel verlopen.25 Figuur 5.4: Potentiële en werkzame beroepsbevolking Walcheren in aantallen (extrapolatie) 100000 90000 80000 70000 60000 50000 40000 30000 20000 10000

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050

0

Potentiële beroepsbevolking

Werkzame beroepsbevolking

Bron: Dataportaal Zeeland , bewerking Ecorys26

Indien de arbeidsparticipatie stabiel blijft op 69% zal dit betekenen dat de werkzame beroepsbevolking tussen 2022 en 2050 stijgt met ongeveer 2.100 mensen. De uitdaging zit echter ook onder de oppervlakte: de samenstelling van de bevolking verandert de komende 15 jaren ingrijpend, omdat de leeftijdsgroep 75+ toeneemt, en ook de groep 35-55 jarigen (waarvan een deel de komende +/- 10 jaar de arbeidsmarkt begint te 25

26

Voor deze analyse wordt uitgegaan van een arbeidsparticipatie van 69%. Het gemiddelde participatiepercentage in de periode 2019–2023 bedraagt 67,6%. De keuze voor 69% sluit aan bij het recente participatieniveau en bij trends zoals het langer doorwerken van ouderen. Tegelijkertijd blijft dit een aanname, omdat toekomstige ontwikkelingen, zoals technologische verandering, automatisering en AI, de arbeidsmarkt en daarmee ook de arbeidsparticipatie kunnen beïnvloeden. Extrapolatie: voor de jaren 2041–2050 is een cohort-doorrol toegepast: per gebied en geslacht wordt de bevolking per leeftijd jaarlijks één jaar doorgeschoven (leeftijd a in jaar t = leeftijd a−1 in jaar t−1), waarbij een leeftijdsspecifieke correctiefactor is gebaseerd op de gemiddelde historische doorrolverhouding over de laatste 10 jaar; de leeftijd 0 (geboorten) is apart geëxtrapoleerd op basis van de trend in de laatste 10 jaar. De waarden tot en met 2040 zijn ongewijzigd overgenomen.

/ 48

Walcheren 2050

verlaten door pensionering) toe zal nemen. De instroom aan de onderkant (0-15 en 15-35 jaar) stagneert of daalt zelfs licht. Figuur 5.5: Verdeling van leeftijdscohorten in Walcheren tot 2050 (aantal inwoners)

Bron: Dataportaal Zeeland, bewerking Ecorys

Knelpunt na 2050: Omdat de groei van cohorten 15 – 35 en 35 – 55 rond 2040 afneemt, stevenen we de decennia na 2050 af op een daling van de totale beroepsbevolking. De huidige groei in de middenmoot (35-55) maskeert de toekomstige krimp wanneer zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. De pensioengolf De komende 25 jaar (2025-2050) bereiken ongeveer 41.000 mensen op Walcheren de leeftijd van 67 jaar: dit is de primaire motor achter de vervangingsvraag. Het gaat daarbij naar schatting om ongeveer 25.000 werkzame personen die in deze periode de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en (op enig moment) uitstromen uit werk. De totale vervangingsvraag is echter breder dan alleen pensionering. Het omvat alle uitstroom die tot een vacature leidt:

• • • •

Pensionering (67+): de grootste component; Arbeidsongeschiktheid en overlijden; Uitstroom naar niet-werken: bijvoorbeeld door zorgtaken of vervroegde uittreding; Baan-naar-baan mobiliteit: mensen die van sector of regio wisselen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16795048/1