RIB Verkenning ontwikkelrichtingen Walcheren 2050 bijlage 2 Finale versie Walcheren Ecorys
Tekst van het document
/ 49
Walcheren 2050
Figuur 5.6: Bevolking en werkzame beroepsbevolking 67 jaar oud 27 2000 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050
0
Bevolking van 67 in walcheren
Werkzame beroepsbevolking 67 jaar
Bron: Dataportaal Zeeland , bewerking Ecorys.
Tegelijkertijd geldt dat de uitstroom rond de AOW-leeftijd niet één-op-één samenvalt met het bereiken van 67 jaar. Enerzijds blijft een deel van de mensen (deels) langer doorwerken, ook na de AOW-leeftijd. Voor Walcheren is geen aparte uitsplitsing beschikbaar van het aantal werkenden boven 67 jaar, maar uit de beschikbare bandbreedte blijkt wel dat oudere leeftijdsgroepen substantieel actief blijven: op Walcheren zijn 5.953 personen aan het werk in de leeftijd 60–75 jaar, vooral binnen zorg en welzijn en de industrie.28 Anderzijds is er ook uitstroom vóór 67 jaar, bijvoorbeeld door vervroegde uittreding, gezondheid (arbeidsongeschiktheid) of zorgtaken. Het doorwerken na pensionering sluit aan bij het bredere Zeeuwse beeld dat UWV in zijn arbeidsmarktinformatie signaleert: senioren blijven vaker (deels) actief na de AOW-leeftijd. 5.3.2 De uitbreidingsvraag en toekomstscenario's (WLO) Om de toekomstige arbeidsmarktvraag voor Walcheren richting 2050 te kunnen duiden, is het noodzakelijk om niet alleen naar vervangingsvraag (de behoefte aan nieuwe medewerkers die ontstaat doordat bestaande werknemers de arbeidsmarkt (tijdelijk of blijvend) verlaten, bijvoorbeeld door pensionering) te kijken, maar ook naar de uitbreidingsvraag.
De uitbreidingsvraag geeft inzicht in de mate waarin de totale werkgelegenheid in sectoren of beroepen toeneemt of afneemt als gevolg van economische en demografische ontwikkelingen. Deze vraag is direct relevant voor de haalbaarheid van de toekomstscenario’s, omdat zij bepaalt hoeveel extra arbeidskrachten nodig zijn om economische groei en regionale ambities te ondersteunen.
27
28
Voor werkzame beroepsbevolking van 67 jarigen is het gemiddeld landelijk netto arbeidsparticipatiepercentage 45 – 75 jarigen gebruikt (63%). UWV 2026
/ 50
/ 51
Walcheren 2050
Binnen deze WLO-systematiek onderscheiden wij drie relevante ontwikkelpaden. Het scenario Laag Vertraagd combineert een lage demografische en economische groei met een trage technologische vooruitgang en een relatief langzame internationale klimaattransitie. Dit scenario sluit het meest aan bij een gematigde regionale ontwikkelingsambitie, zoals het Walcherse toekomstscenario van +15.000 inwoners, waarin sprake is van beperkte maar gestage groei. Het scenario Laag Snel gaat eveneens uit van lage demografische en beperkte economische groei, maar veronderstelt een relatief snelle internationale klimaattransitie. Dit ontwikkelpad kan worden gezien als referentie voor het middenscenario van +30.000 inwoners, waarbij groei plaatsvindt onder invloed van structurele transities, maar binnen een gematigd macro-economisch kader. Het scenario Hoog daarentegen gaat uit van hoge demografische en economische groei, gecombineerd met snelle technologische vooruitgang, en impliceert daarmee een dynamischer ontwikkeling van bevolking en bedrijvigheid. Dit sluit aan bij het meest ambitieuze Walcherse toekomstscenario van +60.000 inwoners, waarin substantiële economische expansie en een sterke uitbreidingsvraag naar arbeid worden verondersteld.
Door deze koppeling ontstaat inzicht in de bandbreedte waarbinnen de toekomstige uitbreidingsvraag naar arbeid zich kan ontwikkelen en welke arbeidsmarktdynamiek past bij de verschillende groeivarianten richting 2050. Tabel 5.1: Autonome ontwikkeling (aantal banen*) volgens WLO (nulscenario) Huidig aantal banen
WLO laag
WLO laag snel
WLO Hoog
(LISA, 2024)
vertraagd (2050),
(2050),
(2050),
scenario 1
scenario 2
scenario 3
Middelburg
25.570
21.550
21.558
23.822
Veere
10.020
7.662
8.011
8.929
Vlissingen
19.650
16.270
16.260
17.245
Walcheren
55.240
45.482 (-9.758)
45.829 (-9.411)
49.996 (-5.244)
Bron: Nederlandse Planbureaus (2025), LISA (2024), bewerking Ecorys * Er wordt geen onderscheid gemaakt naar type arbeidscontract
Op basis van tabel 5.1 (WLO-nulscenario/autonome ontwikkeling) laten de WLO-scenario’s voor Walcheren een afname van het aantal banen zien richting 2050. Waar Walcheren in 2024 volgens LISA 55.240 banen telt, daalt dit in 2050 het nulscenario naar circa 46.000 banen in WLO laag–snel, 45.500 banen in WLO laag–vertraagd en 50.000 banen in WLO Hoog. Dat is een afname van circa 5.000 tot 9.500 banen. Deze ontwikkeling hangt samen met een combinatie van economische en demografische ontwikkelingen, die per scenario verschillend uitwerken. In de lage scenario’s is niet alleen sprake van beperktere economische groei, maar ook van een minder gunstige demografische ontwikkeling, wat resulteert in een sterkere daling van de werkgelegenheid. Dit betekent dat de autonome ontwikkeling zonder aanvullend beleid in alle drie de scenario’s uitkomt op minder banen dan het huidige niveau, met de sterkste krimp in de twee lage varianten.
/ 52
Walcheren 2050
Sectoraal bezien is sprake van structurele krimp in overheidsdiensten en horeca in alle scenario’s. Ook onderwijs laat overwegend een lichte daling of stagnatie zien. De zorgsector krimpt in de twee lage varianten en groeit uitsluitend in het WLO Hoog-scenario. De industrie groeit in de lage scenario’s, maar laat in het Hoog-scenario juist een afname zien. De bouw is de enige sector die in alle drie de scenario’s groei laat zien. Opvallend is bovendien dat kennisintensieve sectoren, zoals informatie en communicatie, financiële dienstverlening en gespecialiseerde zakelijke diensten, in geen van de scenario’s substantiële groei laten zien. Er is daarmee geen autonome verschuiving naar een meer kennisintensieve economische structuur. Dit nulscenario vormt daarmee een belangrijk referentiepunt voor de beleidsopgave. Het laat zien dat het behouden van het huidige banenvolume al een actieve inspanning vergt, los van eventuele ambities voor bevolkingsgroei. Iedere groeiambitie richting 2050 moet dus niet alleen extra werkgelegenheid realiseren, maar in eerste instantie deels de verwachte autonome krimp compenseren en bij voorkeur gericht inzetten op economische verbreding en versterking van kennisintensieve activiteiten. Uitwerking van de beleidsopties bij de toekomstscenario’s Het nulscenario, zoals hierboven beschreven, vormt het referentiepunt voor de beleidsopgave.
Zonder aanvullend beleid neemt het aantal banen richting 2050 af en blijft het huidige banenvolume niet vanzelf op peil. Vanuit deze uitgangspositie wordt hieronder bezien welke werkgelegenheidsontwikkeling nodig is om de verschillende toekomstscenario’s te realiseren. Om de drie toekomstscenario’s te vertalen naar een indicatieve werkgelegenheidsopgave, is gebruik gemaakt van een langjarig historisch gemiddelde van het aantal banen per inwoners binnen de verschillende Walcherse gemeenten (gemiddeld 0,38) banen per inwoner). Op basis hiervan is in tabel 5.2 weergegeven welke ontwikkeling van het totaal aantal banen richting 2050 nodig is in de drie WLO-scenario’s. Tabel 5.2: Benodigde banenontwikkeling in de drie WLO-scenario’s Huidig aantal
Aantal banen
Aantal banen
Aantal banen
banen
in scenario 1
in scenario 2
in scenario 3
(LISA, 2024) Middelburg
25.570
24.689
26.878
31.507
Veere
10.020
6.941
9.935
13.043
Vlissingen
19.650
20.154
21.242
24.901
Walcheren
55.240
51.784
58.055
69.452
Bron: Nederlandse Planbureaus (2025), LISA (2024), bewerking Ecorys
Het verschil tussen de autonome ontwikkeling in tabel 5.1 en de benodigde banenontwikkeling in tabel 5.2 laat zien hoe groot de aanvullende werkgelegenheidsopgave per scenario is. Voor Walcheren gaat het om circa 6.300 extra banen in scenario 1, 12.200 in scenario 2 en 19.500 in scenario 3, ten opzichte van het autonome niveau in 2050. Deze aantallen maken duidelijk dat de opgave niet alleen bestaat uit het opvangen van de verwachte krimp, maar ook uit het creëren van extra werkgelegenheid die past bij de beoogde bevolkingsgroei.
Walcheren 2050
In scenario 1 (+15.000 inwoners) komt Walcheren in 2050 uit op ongeveer 52.000 banen. Dat ligt onder het huidige niveau, waardoor per saldo nog steeds sprake is van krimp ten opzichte van vandaag. Toch is ook in dit scenario sprake van een substantiële beleidsopgave. Daarbij speelt mee dat het lage WLO-scenario niet alleen uitgaat van beperkte economische groei, maar ook van demografische krimp. De lagere banenontwikkeling hangt dus samen met zowel een zwakkere economische ontwikkeling als een afnemende bevolking en beroepsbevolking. In scenario 2 (+30.000 inwoners) en scenario 3 (+60.000 inwoners) groeit het aantal banen juist naar respectievelijk circa 58.000 en 69.500. In deze scenario’s moet niet alleen de autonome krimp worden opgevangen, maar ook extra werkgelegenheid worden gerealiseerd om de grotere bevolkingsomvang economisch te dragen. De beleidsopgave is daarmee tweeledig: het compenseren van de verwachte krimp én het realiseren van aanvullende banengroei. Voorgaande analyse maakt duidelijk dat de opgave voor Walcheren niet alleen bestaat uit het realiseren van voldoende banen in kwantitatieve zin, maar ook uit het versterken van de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de regionale economie.
Wanneer de extra arbeidsvraag die samenhangt met bevolkingsgroei niet gepaard gaat met gerichte economische versterking, dreigt een structurele mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De realisatie van de toekomstscenario’s vergt daarom een actieve strategie gericht op het aantrekken van bedrijvigheid en het versterken van kennisintensieve sectoren, zoals ICT en digitale dienstverlening, gespecialiseerde zakelijke diensten, maritieme technologie. Dit sluit aan bij de positionering van Zeeland als Green Energy Port en maritieme kernregio, waarin Vlissingen expliciet wordt benoemd als locatie waar de marinevloot wordt ontworpen en gebouwd en waar hoogwaardige technologische kennis is geconcentreerd. Deze sectoren versterken het verdienvermogen van de regio, trekken theoretisch opgeleid talent aan en creëren duurzame werkgelegenheid met doorgroeimogelijkheden. Zeeland2050 benadrukt dat de maritieme maakindustrie, de energietransitie (kernenergie, waterstof, wind op zee) en het havengebied North Sea Port (Vlissingen–Terneuzen–Gent) functioneren als economische motoren met internationale oriëntatie en innovatiekracht. Zonder gerichte versterking blijft de economische structuur eenzijdig, neemt het risico op talentverlies toe en komt de realisatie van de toekomstscenario’s structureel onder druk te staan.
De ambitie om steden als Middelburg en Vlissingen te laten functioneren binnen een versterkt stedennetwerk met hoger voorzieningenniveau onderstreept bovendien dat economische groei, talentbinding en stedelijke kwaliteit onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarmee wordt duidelijk dat het aantrekken en behouden van talent een kernstrategie voor de economische toekomst van Walcheren moet zijn. Zonder een expliciete koppeling tussen economische speerpunten (energie, maritieme technologie, circulaire industrie) en een aantrekkelijk woon- en voorzieningenklimaat verliest de regio concurrentiekracht ten opzichte van andere kennisregio’s.
/ 53
Walcheren 2050
5.3.3 Talent aantrekken en behouden als fundament voor een toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt De eerder geschetste combinatie van vergrijzing, ontgroening en uitbreidingsvraag maakt het vermogen om inwoners te behouden en aan te trekken steeds bepalender voor de toekomstige ontwikkeling van Walcheren. Menselijk kapitaal (“Human Capital”) vormt in een kenniseconomie de kern van regionale concurrentiekracht. Regio’s concurreren nationaal en internationaal om talent, waarbij niet alleen werkgelegenheid, maar het totale vestigingsklimaat doorslaggevend is. Behoud van talent: huidige situatie Binnen Zeeland 2050 wordt, naast de ambities rond ‘sterke dorpen en bruisende steden’ en ‘schoner, groener en sterker’, ingezet op het creëren van ‘dé hotspot voor vernieuwend onderwijs en onderzoek’. Deze ambitie vereist voldoende instroom én behoud van talent op alle onderwijsniveaus. Cijfers van Talentinderegio laten zien dat van de jongeren (cohort 1980–1995) die op 16-jarige leeftijd in dezelfde gemeente woonden, op 28-jarige leeftijd nog in diezelfde gemeente verblijft: Het percentage behoud van talenten op alle opleidingsniveaus: • • •
MBO-diploma: Veere 52%, Middelburg 59%, Vlissingen 65% HBO-diploma: Veere 36%, Middelburg 45%, Vlissingen 53% WO-diploma: Veere 15%, Middelburg 17%, Vlissingen 19%
Toekomstige instroom onder druk Daarnaast laat de ontwikkeling van het totaal aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs (VO) in Zeeland zien dat de instroombasis de komende jaren onder druk staat (zie figuur 5.9). Richting het midden van de jaren 2030 zet opnieuw een dalende trend in, waarna pas rond 2040 sprake is van een lichte opleving. Deze opleving compenseert het eerdere verlies echter niet volledig. Dit betekent dat, naast het relatief lage behoud van talent, ook de toekomstige instroom vanuit het voortgezet onderwijs naar mbo, hbo en wo structureel onder druk staat. De combinatie van dalende leerlingenaantallen en een beperkt behoud van hoger opgeleiden vergroot daarmee het risico op structurele tekorten aan menselijk kapitaal. In combinatie met de eerder geschetste uitbreidingsopgave betekent dit dat Walcheren in toenemende mate afhankelijk wordt van externe instroom en een hogere retentie van bestaand talent. Figuur 5.4: Totaal aantal leerlingen voortgezet onderwijs in Zeeland
/ 54
/ 55
Walcheren 2050
18500 18000 17500 17000 16500 16000 15500 15000
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
2019
14500
Totaal aantal VO leerlingen Zeeland Bron: Dashboard leerlingenaantallen VO DUO
Kennisasymmetrie en economische implicaties Het behoud van met name theoretisch opgeleiden is daarmee structureel laag. Juist het segment dat cruciaal is voor kennisintensieve economische ontwikkeling blijkt het minst sterk gebonden aan de regio. Het onderzoek Jonge Zeeuwen in Beweging (2025) (zie figuur 5.7) bevestigt dit beeld en laat zien dat vooral afgestudeerden in informatica, wiskunde, natuurwetenschappen, kunst en talen wegblijven, terwijl jongeren met een zorg-, onderwijs- of landbouwachtergrond relatief vaker terugkeren. Hierdoor ontstaat een kennisasymmetrie: er is wel instroom van talent, maar het verlies van theoretisch opgeleiden is disproportioneel groot. Dit staat op gespannen voet met de ambitie uit Zeeland 2050 om Zeeland te positioneren als hot spot voor vernieuwend onderwijs en onderzoek, onder meer via het Delta Climate Center en de versterking van academische bachelor- en masteropleidingen gericht op water, energie en voedsel. Hoewel Middelburg en Vlissingen worden gepositioneerd als stedelijke knooppunten binnen een toekomstig netwerk van grotere steden met hoger voorzieningenniveau, blijkt uit de migratiepatronen dat juist hoogopgeleide jongeren onvoldoende perspectief zien op passende carrièremogelijkheden.
Hierdoor ontstaat niet alleen een kwantitatief tekort, maar ook een kwalitatieve mismatch tussen de beoogde economische structuur (energie, maritieme technologie, circulaire industrie) en de feitelijke beschikbaarheid van theoretisch geschoold arbeidspotentieel. Zonder gerichte binding van deze groep via hoogwaardige werkgelegenheid, academische doorontwikkeling en een aantrekkelijk (stedelijk) leefklimaat blijft de ambitie om kennisintensieve sectoren structureel te versterken economisch kwetsbaar. Tegelijkertijd wordt de economische ontwikkeling van regio’s beïnvloed door bredere externe onzekerheden. Zo kunnen bijvoorbeeld geopolitieke spanningen, verstoringen in handelsketens, energieprijzen en netcongestie kunnen de context waarin regionale economieën opereren ingrijpend veranderen.
Walcheren 2050
Figuur 5.7: Jonge Zeeuwen in beweging
Bron: HZ Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving (2025)
Randvoorwaarden voor het aantrekken en behouden van talent Uit diverse onderzoeken blijkt dat vestigings- en retentiegedrag wordt bepaald door een combinatie van economische en niet-economische factoren. Naast carrièrekansen spelen woonkwaliteit, bereikbaarheid, sociale netwerken, culturele voorzieningen en institutionele ondersteuning een belangrijke rol. Voor internationale kenniswerkers en arbeidsmigranten gelden aanvullende factoren die bijdragen aan de aantrekkingskracht om zich te vestigen in regio’s, zoals partnerbanen, internationale onderwijsvoorzieningen en een zachte landing bij vestiging.29
29
De Cuyper, R. (2025). Jonge Zeeuwen in beweging: Verhuispatronen van en naar Zeeland. HZ Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving. Hooijen, I. (2021). Place attractiveness: A study of the determinants playing a role in residential settlement behaviour. Research Centre for Education and the Labour Market (ROA)/Maastricht University. Hooijen, I., & Reinold, J. (2024). Welkomstcultuur belangrijk voor talentbehoud. Vakblad Grensoverschrijdend Werken, 63. Pisters, S., Hooijen, I., & Loogman, M. (2025). Jonge grenswoners: Wonen over de grens als kans én uitdaging. Vakblad Grensoverschrijdend Werken, (74), 18–20. Reinold, J. (2023). Essays on attracting and retaining highly educated migrants. UNU-Merit/ITEM/Maastricht University. Reinold, J., & Czaika, M. (2026). The pull factors of high-skilled immigration and the role of policies. In Handbook on migration and public policy. Edward Elgar Publishing. Talent in de Regio. (z.d.). Talentmonitor: Van opgroeien naar uitvliegen.
/ 56
Walcheren 2050
Een effectieve strategie voor Veere, Middelburg en Vlissingen vraagt daarom om een integrale benadering waarin wonen, werken, leren en leven samenkomen. Dat betekent gerichte woningbouw voor jonge gezinnen en hoger opgeleiden, versterking van onderwijs- en cultuurinfrastructuur, nauwe samenwerking tussen onderwijs en werkgevers (denk o.a. aan het aanmoedigen van stages en traineeships) en expliciet beleid gericht op boemerangjongeren en (inter)nationale professionals. Doelgerichte investeringen in menselijk kapitaal en een samenhangend vestigingsklimaat kunnen daarmee ondersteunend zijn aan de realisatie van de toekomstscenario’s richting 2050. Zonder gerichte investeringen in een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en talent komen zowel de economische verbreding als de bevolkingsgroeiambities richting 2050 onder druk te staan.
5.4 Bedrijventerreinen en kantorenlocaties Hoewel bekend is hoeveel kantoorpanden en kantoorvloeroppervlakte er zijn op Walcheren30, is er (voor zover ons bekend) geen actuele programmering voor de behoefte aan kantoren op Walcheren voor de periode 2025-2050. Stec Groep (2025) heeft vorig jaar de programmering voor de bedrijventerreinen in Walcheren geactualiseerd.31 Dit rapport is bestuurlijk nog niet gedeeld en moet nog door de Walcherse gemeenten worden beoordeeld. Volgens de provinciale prognoses hebben bedrijven op Walcheren tot 2040 behoefte aan 21 tot 48 hectare netto extra ruimte op bedrijventerreinen. Voor de korte termijn (2025-2032) geldt: selectief en doelgericht faciliteren van bedrijven met regionale meerwaarde. In de conceptversie van haar rapport stelt Stec dat Walcheren in de periode 2025-2032 behoefte heeft aan 12,9 hectare aan nieuw uit te geven bedrijventerrein. Voor de lange termijn (2033-2040) geldt: verruiming, maar met kaders. Per saldo betekent deze strategie dat de Walcherse gemeenten willen voorzien in een totale bedrijventerreinen-behoefte van 28 hectare in de periode 2025 tot en met 2040. De strategie zou volgens Stec moeten zijn om selectief en doelgericht bedrijven met regionale meerwaarde te faciliteren. Afhankelijk van de ontwikkelingen op het gebied van ruimte, energie en arbeidsmarkt wordt de behoefte aan nieuw bedrijventerrein groter.
Om op deze termijn alle lokaal en regionaal gewortelde bedrijven de ruimte te geven om te kunnen groeien (vooral als zij passen binnen de ruimtelijke, economische en maatschappelijke kaders van de gemeenten én bijdragen aan de bredere doelen van Zeeland 2050) gaf Stec een behoefte aan van circa 15 hectare (minimaal 8 en maximaal 22 hectare) nieuw bedrijventerrein. De totale behoefte tot 2040 is circa 28 hectare aan nieuw bedrijventerrein. De harde plannen voor nieuw bedrijventerrein telden circa 4,2 hectare en de zachte plannen 13,2-14,9 hectare. In hoeverre de zachte plannen kunnen worden omgezet naar harde plannen en hoeveel netto uitgeefbare grond dan beschikbaar komt, hangt sterk af van opgaven zoals benodigde ruimte voor waterberging, groen en landschappelijke inpassing. Daarnaast spelen beperkende
30 31
Kamer van Koophandel. (z.d.). Kantoren – Regiodata dashboard. (Op basis van inventarisatie aanbod door Locatus). Stec Groep. (2025). Bedrijventerreinen strategie Walcheren (95% versie).
/ 57
Walcheren 2050
factoren zoals stikstof en netcongestie een rol. Oplossingen voor deze thema’s zijn randvoorwaarden voor het ontwikkelen van nieuwe plannen. De optelling van de harde en zachte plannen moet voldoende zijn om de behoefte aan nieuw bedrijventerrein tot 2040 te kunnen faciliteren. Daarnaast wordt gewezen op mogelijkheden voor intensivering van bestaande bedrijventerreinen en op de transformatie van bedrijventerreinen naar gemengd woon-/werkgebied. (De bepaling van de behoefte voor de periode 2040-2050 behoorde niet tot de opdracht van Stec Groep). Hoewel Stec de nota Zeeland 2050 enkele keren aanhaalt kan niet uit het rapport worden afgeleid of de berekende behoefte aan nieuw bedrijventerrein geldt voor de ambities van Zeeland 2050, dat wil zeggen: voor scenario 3. Wij gaan er in dit rapport vanuit dat Stec de behoefte tot 2040 aan nieuw bedrijventerreinen weergeeft voor scenario 1, dat (immers) staat voor het staand beleid van de regio Walcheren. Zodra er gekozen is voor een van de drie toekomstscenario’s kan uitgezocht worden hoeveel behoefte er bij het dan gekozen scenario ontstaat aan nieuw bedrijventerrein en aan nieuwe kantoorvloeroppervlakte tot 2050.
5.5 Conclusie De Walcherse arbeidsmarkt komt richting 2050 onder toenemende druk te staan. De vervangingsvraag is groot door vergrijzing en pensionering, terwijl de instroom van nieuwe arbeidskrachten door ontgroening en beperkt talentbehoud onder druk staat. Tegelijk vraagt de beoogde bevolkingsgroei om extra werkgelegenheid, bovenop het opvangen van de autonome krimp die in het nulscenario en in de drie toekomstscenario’s zichtbaar wordt. Daarmee is de opgave voor Walcheren tweeledig. Enerzijds moet de regio voldoende arbeidskrachten weten te behouden en aan te trekken om bestaande en toekomstige vacatures te kunnen vervullen. Anderzijds is gerichte economische versterking nodig om extra werkgelegenheid te creëren in sectoren die passen bij de ambities van Walcheren, zoals energie, maritieme technologie en andere kennisintensieve activiteiten. Daarbij moet worden ingevuld hoeveel hectare extra nieuw bedrijventerrein en hoeveel vloeroppervlakte voor kantoren mogelijk is (extra t.o.v. de bestaande regionale programmering), naast de mogelijkheden voor intensivering van de bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties. Een toekomstbestendige arbeidsmarkt vraagt daarom niet alleen om meer banen, maar ook om een betere aansluiting tussen onderwijs, economie, wonen en leefbaarheid.
Zonder die samenhang nemen de risico’s op structurele krapte, talentverlies en kwalitatieve mismatches verder toe. Daarnaast is het van belang om de ruimtelijke en mobiliteitseffecten van een mogelijke disbalans tussen wonen en werken expliciet mee te nemen in de afwegingen. Indien de realisatie van nieuwe arbeidsplaatsen binnen de regio achterblijft en de woningbouwambitie wel gerealiseerd wordt, zal dit leiden tot een toename van de in- en uitgaande pendel. Dit vergroot de druk op mobiliteitssystemen en vraagt om aanvullende investeringen in (auto)infrastructuur.
/ 58
Walcheren 2050
6
Walcheren 2050: beleidsaanknopingspunten scenario’s
Op 2 juli 2025 presenteerden de Zeeuwse overheden, verenigd in het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO), in Den Haag hun gezamenlijke toekomstvisie Zeeland 2050, waarin zij de strategische koers voor groei, leefbaarheid en economische ontwikkeling tot 2050 hebben uitgezet. Met de publicatie van het concept van de Nota Ruimte in september 2025 wordt deze ambitie ook nationaal ingebed. In deze nota is over Zeeland opgenomen dat de afspraak is gemaakt om gezamenlijk een ontwikkelstrategie op te stellen met het accent op verstedelijking richting 2050, waarbij ontwikkelkansen voor wonen, werken, leefbaarheid en bereikbaarheid in samenhang worden opgepakt. In het kader van de nota Zeeland 2050 zijn voor Walcheren drie toekomstscenario’s uitgewerkt die variëren van +15.000, +30.000 en +60.000 inwoners richting 2050. In alle varianten vraagt de woningbouwopgave om structurele plancapaciteit, versnelling van procedures en een bouwsector met voldoende personeel en materialen, waarbij inzet van prefab- en modulaire bouw nodig is om continuïteit te waarborgen. Voor Walcheren, met circa 118.000 inwoners in 2025 de regio met de grootste bevolkingsomvang en tevens het dichtstbevolkte gebied van Zeeland, betekent dit een nadere concretisering van groeiambities in samenhang met wonen, werken, voorzieningen en infrastructuur.
Daarbij moet worden onderkend dat de Zeeuwse regio’s onderling sterk met elkaar verweven zijn: groei op Walcheren kan omliggende regio’s beïnvloeden, terwijl ontwikkelingen elders in Zeeland, in aangrenzende provincies en in België eveneens kunnen doorwerken in de dynamiek van Walcheren. De gemeenten Middelburg, Vlissingen en Veere hebben op 25 november 2025 samen een intentieverklaring ondertekend om de ambities van Zeeland 2050 voor Walcheren verder uit te werken. In dat kader zijn drie toekomstscenario’s opgesteld waarin de beoogde bevolkingsontwikkeling wordt gekwantificeerd en vertaald naar beleidsmatige en ruimtelijke ingrepen. De scenario’s verschillen in schaal en intensiteit van groei, maar vragen in alle gevallen om samenhangende ontwikkeling van wonen, voorzieningen, arbeidsmarkt en economie en de onderliggende dragende systemen. De programmering voor het scenario met +15.000 inwoners sluit aan op de Zeeuwse Woondeal en is de basis van de provinciale demografische prognose. Het derde scenario is het scenario van de nota Zeeland 2050. Scenario 1 richt zich op optimalisatie binnen bestaande structuren, scenario 2 vraagt om duidelijke opschaling van capaciteit en investeringen, en scenario 3 betekent een fundamentele herschaling waarbij systemen structureel moeten worden uitgebreid en aangepast.
Deze uitwerking vindt plaats in een periode van grote onzekerheden die de economische en sociale ontwikkeling van regio’s direct kunnen beïnvloeden. Geopolitieke spanningen, verstoringen in handelsketens, energieprijzen, netcongestie en versneld klimaat- en industriebeleid kunnen de context waarin regionale economieën opereren fundamenteel
/ 59
/ 60
Walcheren 2050
veranderen. De toekomst is daarmee per definitie onvoorspelbaar, zoals recente ontwikkelingen in Europa en de mondiale economie hebben laten zien. Ondanks deze externe onzekerheden geven de toekomstscenario’s een richtinggevend beeld van de schaal van de opgave voor Walcheren richting 2050. Zij maken inzichtelijk welke opgaven voor wonen, arbeidsmarkt, voorzieningen en dragende systemen samenhangen met verschillende groeipaden. Dit hoofdstuk bespreekt de resultaten uit de voorgaande analyses en vertaalt deze per toekomstscenario naar noodzakelijke ingrepen en beleidsaanknopingspunten. Het overzicht maakt de scenario’s onderling vergelijkbaar, zonder een voorkeur uit te spreken voor een specifiek ontwikkelpad.
Scenario 1: Beheersbare groei, maar dubbele arbeidsmarktdruk Scenario 1 is een gematigde, maar niet vrijblijvende groeivariant. De komende 24 jaar komen er circa 15.000 inwoners bij en gaat Walcheren uiteindelijk circa 130.650 inwoners in 2050. Nieuwe buren in de straat, meer kinderen op het schoolplein, maar vooral meer ouderen die al dan niet met mantelzorg en thuiszorg langer zelfstandig blijven wonen. Scenario 1 = basis (+ 15.000 inwoners, + 7.400 nieuwe woningen) Walcheren
Conclusies/ noodzakelijke ingrepen
Aanbevelingen/ Kansen
7.400 nieuwe woningen op basis van de reguliere
Versnellen procedures, structurele plancapaciteit, inzet
huishoudensgroei (2025–2050), plus circa 1.050
prefab/modulair, programmering conform Zeeuwse
woningen/huisvestingseenheden voor tijdelijke
Woondeal, spreiding over stad, dorpen en kernen.
+15.000 inwoners Wonen
buitenlandse werknemers. Differentiatie nodig: levensloopgeschikt, betaalbare huur/koop, huisvesting arbeidsmigranten/kenniswerkers.
Werken
6.300 extra banen + vervangingsvraag voor 25.000
Productiviteitsversterking bestaande sectoren,
werkenden. Autonome krimp in overheid, onderwijs en
onderwijs-arbeidsmarkt-koppeling, zij-instroom,
horeca compenseren. Instroombasis krimpt i.v.m.
talentbehoud. Voor bedrijventerreinen geldt dat de
dalende leerlingenaantallen in het voortgezet onderwijs.
bestaande regionale programmering van de behoefte met de harde en zachte planvoorraad min of meer kan worden gefaciliteerd.
Voorzieningen
Potentieel een kwart uitbreidingscapaciteit winkels en
Transformatie leegstand, versterking binnensteden.
overige publieksfuncties in de binnensteden en centrum Domburg. Ziekenhuis groeit mee maar blijft onder streekniveau.
Dragende
Druk op spoor, weg en energie neemt toe, maar binnen
Optimalisatie OV-knooppunten, mobiliteitshubs, tijdige
systemen
bestaande structuren op te vangen.
netuitbreiding.
Bron: Ecorys
Om deze groei op te vangen moeten tussen 2026 en 2050 in totaal circa 7.400 woningen worden gebouwd. Daarnaast is sprake van een aanvullende behoefte van circa 1.050
Walcheren 2050
huisvestingseenheden voor tijdelijke buitenlandse werknemers. In totaal gaat het daarmee om circa 8.450 woonruimten. Dit is gemiddeld iets meer dan 300 nieuwe woningen per jaar. Dat vraagt structurele plancapaciteit, voortgang in procedures en een bouwsector met voldoende mensen en materialen. Prefab en modulaire bouw kunnen helpen om tempo te houden. De woningbouw moet passen binnen de Zeeuwse Woondeal, met een evenwichtige mix van huur en koop, verspreid over stad, dorpen en kernen. Het dagelijks leven groeit mee. In de twee binnensteden van Middelburg en Vlissingen en in het centrum van Domburg ontstaat uitbreidingscapaciteit voor een kwart meer vestigingen en vloeroppervlakte aan voorzieningen, bij voorkeur via herbestemming van leegstand. Voor jongeren zijn levendige binnensteden met cafés, restaurants en ontmoetingsplekken bovendien essentieel voor binding aan de regio. Het aantal huisartsen groeit van 48 naar 53. Door de sterke toename van 65-plussers en personeelskrapte in de zorg zijn multidisciplinaire samenwerking, digitale consulten en meer preventie noodzakelijk. Het ziekenhuis groeit mee in functie en benutting, maar bereikt nog niet het niveau van een compleet streekziekenhuis, ervan uitgaande dat inwoners voor hun zorgvraag niet structureel over de grens gaan. Tegelijkertijd staat de arbeidsmarkt onder druk.
Er moeten 6.300 banen32 worden gerealiseerd, mede doordat scenario 1 uitgaat van banenkrimp in sectoren als overheid, onderwijs en horeca terwijl kennisintensieve sectoren niet vanzelf groeien. Daarnaast gaan richting 2050 naar schatting 25.000 werkenden met pensioen en zorgen dalende leerlingaantallen op den duur voor een kleinere instroom op de Walcherse arbeidsmarkt. Zonder gerichte economische versterking komt het regionale verdienvermogen onder druk te staan en raakt de balans tussen wonen, werken en voorzieningen uit evenwicht. Meer uitgaande pendel, vertrek van jongeren en afnemend draagvlak voor voorzieningen ondermijnen dan de regionale brede welvaart. Scenario 1 is beheersbaar, maar vraagt focus en samenhang. Versterking van bestaande sectoren, innovatie en productiviteitsgroei, betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, inzet op zij-instroom en talentbehoud, alsook versnelling van doorstroming via levensloopgeschikte woningen en betere benutting van mobiliteitsknooppunten zijn voorwaarden om deze groei daadwerkelijk duurzaam te laten landen. Daarbij is mobiliteit een cruciale randvoorwaarde. Scenario 1 vraagt om versterking van het mobiliteitssysteem, met name het autonetwerk, inclusief een systeemomslag in Veere waarbij verkeer wordt gebundeld op een beperkt aantal hoofdwegen buiten de kernen.
Ook de kanaalkruising bij Vlissingen vormt een belangrijk knelpunt. Tot slot vraagt het tempo van woningbouw, economische versterking en voorzieningenontwikkeling om voldoende uitvoeringskracht binnen gemeenten en regionale samenwerking. De laatste berekening van de behoefte aan nieuw bedrijventerrein op Walcheren van Stec geldt waarschijnlijk voor scenario 1. Voor bedrijventerreinen geldt dat de bestaande regionale programmering van de behoefte met de harde en zachte planvoorraad min of meer kan worden gefaciliteerd. Daarbij moet betrokken worden dat een deel van de bestaande bedrijventerreinen en kantoorlocaties gaat transformeren naar gemengd woon-/werkgebied.
32
De aantallen nieuwe banen die bij de 3 toekomstscenario’s in dit hoofdstuk zijn opgenomen hebben betrekking op het aantal nieuwe banen dat nodig is ten opzichte van de WLO-scenario’s
/ 61
/ 62
Walcheren 2050
Scenario 2: Schaalsprong in draagvlak en verdienvermogen Scenario 2 betekent een duidelijke schaalsprong. Met een toename van 30.000 inwoners groeit Walcheren in 24 jaar door naar circa 148.075 inwoners in 2050. Dat zie je terug in het straatbeeld: drukkere winkelgebieden en meer arbeidsmigranten en kenniswerkers die hier tijdelijk of permanent hun plek vinden. Scenario 2 (+ 30.000 inwoners, +14.525 nieuwe woningen)
Walcheren
Conclusies/ noodzakelijke
Aanbevelingen/ Kansen
+30.000 inwoners
ingrepen
Wonen
14.525 nieuwe woningen op basis van
Opschaling gebiedsontwikkeling,
de reguliere huishoudensgroei, plus
bouwen langs OV-assen, structurele
circa 1.050 aanvullende
bouwcapaciteit.
huisvestingseenheden voor tijdelijke buitenlandse werknemers. Substantiële uitbreiding in alle segmenten.
Werken
19.450 extra banen.
Economische verbreding richting
Vervangingsvraag bestaande
kennisintensieve sectoren,
arbeidsmarkt gelijk aan scenario 1.
versterking maritieme economie, actieve talentstrategie. Bij keuze voor dit scenario moet de behoefte aan nieuw bedrijventerrein (en ook van nieuwe kantoorruimte) worden bepaald.
Voorzieningen
Er ontstaat uitbreidingscapaciteit voor
Binnenstedelijke versterking,
de helft van het bestaande aanbod
regionale zorgstructuur, uitbreiding
voor winkels en andere publieks-
onderwijsaanbod.
functies in de binnensteden. Ziekenhuis kan doorgroeien naar streekniveau. Verbreding onderwijsinstellingen.
Dragende systemen
Capaciteitsvergroting spoor, weg, bus
Investeren in mobiliteitsnetwerken,
en energie noodzakelijk, inclusief
stationsontwikkeling, netcapaciteit
systeemomslag autonetwerk
uitbreiden, bestuurlijke
(bundeling op hoofdwegen buiten
uitvoeringskracht opschalen.
kernen, m.n. Veere) en aanpak knelpunten zoals kanaalkruising Vlissingen. Daarnaast toenemende druk op doorstroming en capaciteit van stroomwegen (rijkswegen) en noodzaak tot afstemming van locatiekeuzes op infrastructuur om nieuwe knelpunten te voorkomen. Bron: Ecorys
Walcheren 2050
Om deze groei op te vangen moeten tussen 2026 en 2050 in totaal circa 14.525 nieuwe woningen worden gerealiseerd op basis van de reguliere huishoudensgroei, plus circa 1.075 aanvullende woonruimtes voor tijdelijke buitenlandse werknemers. In totaal gaat het daarmee om circa 15.575 nieuwe woonruimten. Dat betekent gemiddeld meer dan 600 nieuwe woningen per jaar. Dit tempo vraagt om structurele plancapaciteit, versnelling van procedures en een bouwsector die langdurig kan opschalen. Gebiedsontwikkeling rond bestaande kernen en langs spoor- en OV-assen wordt cruciaal om groei bereikbaar en leefbaar te houden. Het dagelijks leven verandert merkbaar. In de binnensteden ontstaat ruimte voor mogelijk de helft meer winkels en publieksfuncties en aan vloeroppervlakte aan voorzieningen, onder andere via herontwikkeling van leegstaand vastgoed. Het aantal huisartsen groeit van 48 naar 59. De zorgvraag neemt blijvend toe, zowel door vergrijzing als door het grotere inwonertal. Dat vraagt om multidisciplinaire samenwerking, taakdifferentiatie en regionale afstemming. Het ziekenhuis krijgt voldoende draagvlak om door te groeien naar een volwaardig streekziekenhuis.
Ook onderwijsinstellingen kunnen in omvang toenemen, waardoor de regionale kennisbasis wordt versterkt en aantrekkelijker wordt voor Zeeuwse jongeren en nieuwkomers om in de regio te studeren, onderzoek te doen en uiteindelijk te blijven. De mobiliteitsopgave groeit mee. Meer inwoners betekenen meer verplaatsingen per trein, bus, fiets en auto. Versterking van de Zeeuwse spoorlijn, goede busverbindingen binnen de regio en slimme oplossingen voor verkeers- en parkeerdruk worden noodzakelijk om economische dynamiek en leefbaarheid in balans te houden. Tegelijkertijd vraagt deze schaalsprong om een structurele doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem. Voortbouwend op de benodigde ingrepen uit scenario 1 betekent dit een verdere systeemomslag van het autonetwerk, met bundeling van verkeer op een grofmazig hoofdwegennet en herinrichting van routes binnen het Veerse deel. Capaciteit en doorstroming op de stroomwegen (rijkswegen) worden daarbij een nadrukkelijk aandachtspunt. Ook is het van belang om locatiekeuzes voor wonen en werken goed af te stemmen op (nieuwe) infrastructuur, zodat koppelkansen worden benut en nieuwe knelpunten worden voorkomen. Daarnaast vraagt scenario 2 om een schaalsprong in duurzame mobiliteit, met snelle fietsroutes, uitbreiding van het recreatieve fiets- en wandelnetwerk en alternatieven voor bereikbaarheid van de kust vanuit de steden.
Tegelijkertijd vraagt deze groei om circa 12.200 extra banen. Deze opgave hangt samen met het grotere aantal nieuwe inwoners dat in dit scenario naar de regio toestroomt. Bij een sterkere bevolkingsgroei neemt immers ook het potentiële arbeidsaanbod toe. Tegelijk blijft de vervangingsvraag door pensionering groot en staat de instroom vanuit het onderwijs onder druk. Zonder economische verbreding groeit het aantal inwoners sneller dan het regionale verdienvermogen. Voor scenario 2 moet de behoefte aan nieuw uit te geven bedrijventerrein en aan nieuwe kantoorruimte worden bepaald. Dit kan worden onderzocht als er is gekozen voor een van de toekomstscenario’s. Daarbij moet betrokken worden dat een deel van de bestaande bedrijventerreinen en kantoorlocaties gaat transformeren naar gemengd woon/werkgebied. Scenario 2 vraagt daarom om gerichte versterking van dat verdienvermogen. Investeren in kennisintensieve bedrijvigheid, innovatie binnen bestaande sectoren zoals maritieme industrie, bouw, zorg, cultuur en toerisme, nauwe samenwerking tussen onderwijs en werkgevers en aantrekkelijke loopbaanperspectieven voor theoretisch opgeleiden zijn
/ 63
/ 64
Walcheren 2050
essentieel. Niet alleen talent behouden, maar ook aantrekken wordt bepalend. Wonen, werken, voorzieningen en mobiliteit moeten gelijktijdig worden opgeschaald om deze schaalsprong duurzaam en evenwichtig te realiseren. Deze schaalsprong vraagt daarnaast om opschaling van bestuurlijke en ambtelijke capaciteit, zodat planvorming, vergunningverlening en projectrealisatie het hogere tempo kunnen bijhouden.
Scenario 3: Structurele opschaling en systeemtransformatie Scenario 3 betekent een fundamentele opschaling van Walcheren. De komende 24 jaar komen er 60.000 inwoners bij en groeit Walcheren naar circa 178.075 inwoners in 2050. Dat verandert het karakter van de regio zichtbaar. Nieuwe woongebieden ontstaan, bestaande wijken verdichten en het straatbeeld wordt internationaler en dynamischer, met meer arbeidsmigranten, kenniswerkers en jonge gezinnen die zich hier vestigen. Scenario 3 (+ 60.000 inwoners, + 29.050 nieuwe woningen)
Walcheren
Conclusies/ noodzakelijke
+ 60.000 inwoners
ingrepen
Aanbevelingen/ Kansen
Wonen
29.050 nieuwe woningen plus circa
Grootschalige gebiedsontwikkeling,
1.050 aanvullende
structurele bouwketenversterking,
huisvestingseenheden voor tijdelijke
lange termijn programmering.
buitenlandse werknemers. Verdichting én nieuwe uitleglocaties onvermijdelijk.
Werken
19.450 extra banen. Fundamentele
Internationale positionering,
economische verbreding vereist.
kennisclusters, actieve acquisitie en
Vervangingsvraag bestaande
talentbinding. Significant extra
arbeidsmarkt gelijk aan scenario 1.
ruimtebeslag nodig voor nieuwe bedrijventerrein en kantorenlocaties.
Voorzieningen
Het aantal vestigingen en de
Stedelijke versterking, zorg- en
vloeroppervlakte van winkels en
kennisclusters, bovenregionale
andere publieksfuncties in de
voorzieningen.
binnensteden en in centrum Domburg kan potentieel verdubbelen. Robuust draagvlak voor compleet streekziekenhuis. Substantiële onderwijsuitbreiding.
Dragende systemen
Structurele uitbreiding
Integrale systeeminvesteringen,
spoorcapaciteit, hoofdwegen,
energienetverzwaring, forse
watergebonden logistiek en
opschaling ambtelijke capaciteit.
netinfrastructuur, inclusief aandacht voor capaciteit en doorstroming op stroomwegen (rijkswegen), specifiek de dammenroute. Bron: Ecorys
Walcheren 2050
Om deze groei op te vangen moeten tussen 2026 en 2050 in totaal circa 30.100 woningen en woonruimten worden gerealiseerd, waarvan circa 29.050 op basis van de reguliere huishoudensgroei en circa 1.050 voor tijdelijke buitenlandse werknemers. Dit vraagt om structurele opschaling van uitvoeringskracht, bouwketens en duidelijke ruimtelijke keuzes. Verdichting en nieuwe uitleglocaties worden onvermijdelijk. Ook het voorzieningenlandschap verandert ingrijpend. In de binnensteden en in centrum Domburg ontstaat ruimte voor verdubbeling van het aantal vestigingen en vloeroppervlakte van winkels en publieksfuncties. Bij de maatschappelijke voorzieningen is ook groei nodig. Het aantal huisartsen groeit bijvoorbeeld van 48 naar 68 en het ziekenhuis krijgt een robuust draagvlak voor een compleet streekziekenhuis. Onderwijsinstellingen kunnen substantieel uitbreiden, waardoor Walcheren zich sterker positioneert als kennis- en opleidingsregio. De mobiliteitsopgave groeit mee met de bevolkings- en economische groei. Het aantal reizigers op de Zeeuwse spoorlijn neemt toe, wat langere treinen en hogere frequenties vraagt. Ook op de weg neemt de druk toe, met gevolgen voor hoofdontsluitingswegen en parkeercapaciteit.
Daarbij vraagt de omvang en het tempo van deze groei om een mobiliteitssysteem dat tijdig meegroeit, waarbij investeringen vooruit moeten lopen op de ontwikkeling vanwege lange realisatietijden. In dit scenario is een mobiliteitsomslag nodig richting elektrisch en kleinschalig vervoer, inclusief bevoorrading en logistiek, met een sterkere rol voor ov en fiets, inzet op deelmobiliteit en parkeren op afstand. Tegelijk groeien de auto-inprikkers vanuit de noordwest- en zuidwestzijde naar elkaar toe tot een Walcherse rondweg, waarop nieuwe woon- en werklocaties en mobiliteitshubs worden afgestemd. De haven van Vlissingen en de ligging aan de Westerschelde winnen verder aan strategisch belang bij economische verbreding en internationale positionering. Investeringen in spoor, weg, bus, fiets en watergebonden infrastructuur zijn noodzakelijk om bereikbaarheid en economische dynamiek te waarborgen. Ook bij scenario 3 moet de behoefte aan nieuw uit te geven bedrijventerrein en aan nieuwe kantoorruimte worden bepaald. Dit kan worden onderzocht als er is gekozen voor een van de toekomstscenario’s. Daarbij moet betrokken worden dat een deel van de bestaande bedrijventerreinen en kantoorlocaties gaat transformeren naar gemengd woon-/werkgebied. Daarnaast neemt de druk op de energie- en netinfrastructuur toe.
Grootschalige woningbouw, elektrificatie en uitbreiding van bedrijvigheid vragen om voldoende netcapaciteit. Zonder tijdige uitbreiding kan netcongestie woningbouw en economische ontwikkeling vertragen. Dit scenario vraagt om circa 19.500 extra banen. Deze forse aanvullende werkgelegenheidsopgave weerspiegelt de omvang van de bevolkingsgroei en de daarmee samenhangende instroom van nieuwe inwoners in de regio. Om deze groei economisch te kunnen dragen, is een fundamentele verbreding van de economische structuur nodig, met name via kennisintensieve sectoren, innovatie en de maritieme economie. Deze omvangrijke groei vraagt om integrale, langdurige ontwikkeling van wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit en energie, en om structurele versterking van bestuurlijke en ambtelijke capaciteit om de toenemende complexiteit en investeringsomvang te kunnen dragen.
/ 65
Walcheren 2050
Vervolgprocedure en eventueel nader onderzoek De drie Walcherse gemeenten willen met de verkenningen van Must en Ecorys inzicht krijgen in de consequenties van de drie toekomstscenario’s voor Walcheren. Daarbij staat centraal wat een hoger groeipad dan het scenario waarop het staand beleid uitgaat (scenario 1) concreet betekent voor wonen, werkgelegenheid, voorzieningen en dragende systemen. In de eerste paragrafen van dit hoofdstuk is per scenario aangegeven wat de conclusies van Ecorys zijn per hoofdthema, zonder dat een voorkeur of afraden wordt uitgesproken. Vervolgprocedure na gemeenteraadsverkiezingen De gemeenten hebben in de intentieovereenkomst Walcheren 2050 uitgesproken dat zij, op basis van de uitwerkingen van Ecorys en Must, het gesprek willen aangaan met inwoners en stakeholders over de toekomst van Walcheren. Doel van die gesprekken is te verkennen of er maatschappelijk draagvlak bestaat voor een hogere bevolkingsgroei en, zo ja, voor welk toekomstscenario het meeste draagvlak aanwezig is. Na deze maatschappelijke consultatie zullen de (nieuwe) gemeenteraden zich buigen over de uitkomsten en besluiten welk toekomstscenario richting 2050 wordt gekozen, inclusief de voorwaarden die daarbij horen. Bij het uitwerken van de programma’s voor de nieuwe colleges van B&W kan de keuze voor het toekomstscenario en de bijbehorende voorwaarden nader worden uitgewerkt.
De resultaten van de onderzoeken van Must en Ecorys en van de uitkomsten van de peilingen van het maatschappelijk draagvlak zullen daarnaast worden ingebracht in het bredere Zeeuwse traject om te komen tot een gezamenlijk eindproduct voor het Rijk, de provincie en de gemeenten voor de operatie Zeeland 2050. Dit kan mogelijk leiden tot een herziening van de gemeentelijke omgevingsvisies in de volgende raadsperiode. Het was namelijk niet de intentie om een voorkeur aan te geven, op basis van haarbaarheid of wenselijkheid, voor een of meer scenario’s. Het is aan de besturen na de verkiezingen om daar verder gevolg aan te geven en iets van te vinden. Nog geen ruimtebeslag In dit rapport wordt niet ingevuld hoeveel grond (het ruimtebeslag in m2 vloeroppervlakte; bouwintensiteit en hectares grond) die voor de functies wonen, werken en voorzieningen per toekomstscenario nodig zijn. Dit geldt ook voor de gevolgen van de keuze voor een toekomstscenario voor de dragende systemen (verkeer, water, natuur); het rapport van Must gaat in op deze onderwerpen. De kwantificering van het ruimtebeslag per functie komt in een latere fase van de besluitvorming aan de orde, bijvoorbeeld als bekend is welk toekomstscenario leidend zal worden voor de toekomst van Walcheren. In het rapport van Must is voorwerk gedaan voor de toekomstige uitwerking van het ruimtebeslag.
Nog geen prijsindicaties In dit rapport zijn geen indicaties opgenomen voor de prijsstelling van bijvoorbeeld de realisatie van verschillende types woningen; van extra voorzieningen en voor eventuele nieuwe werklocaties (bedrijventerrein, kantoorlocaties). Het was, binnen de strekking van de
/ 66
Walcheren 2050
opgave voor dit onderzoek, nog niet nodig om prijsindicaties te geven. Als later zicht moet worden gekregen op de verhouding tussen baten en lasten in de vorm van financiële gronden opstalexploitaties en als de ruimtelijke programmering van de uitvoering van het toekomstscenario dat de voorkeur krijgt gedetailleerder is uitgewerkt, komt die financiële slag vanzelf aan de orde. Dit is ook van belang voor de bepaling welke subsidies van bijvoorbeeld het Rijk nodig zijn om het voorkeursscenario te gaan realiseren. Eventueel nader onderzoek, mede vanwege aannames in dit onderzoek Bij het uitvoeren van het onderzoek voor dit rapport zijn enkele aannames gedaan. Deze aannames waren noodzakelijk omdat bruikbare actuele informatie niet beschikbaar was. Dit kan ertoe leiden dat de uitkomsten van berekeningen op een later moment, na nader onderzoek, worden bijgesteld. Wonen Het woningmarktmodel van Ecorys komt tot uitspraken over de behoefte aan nieuwe woningen van leeftijdsgroepen. Zodra bekend wordt welk toekomstscenario de regio Walcheren wil gaan volgen kan nader worden uitgewerkt welke woonvoorkeur verschillende doelgroepen op de woningmarkt hebben (zoals eenpersoonshuishoudingen en tijdelijke buitenlandse werknemers en studenten) en hoe hier flexibel mee kan worden ingespeeld. In de berekeningen is te zien dat de oudere doelgroepen (65+) in aantal nieuwe huishoudens meegroeit.
Dit leidt tot een grote component voor deze doelgroepen in de behoefte aan nieuwe woningen. Hier zit onder meer de aanname achter dat Walcheren een interessant woongebied is voor mensen die met pensioen zijn en groen en rustig willen wonen. Zodra duidelijk is welk toekomstscenario de voorkeur krijgt, kan specifieker bepaald worden, Werken Als er gekozen is voor een van de toekomstscenario’s kan uitgezocht worden hoeveel behoefte er ontstaat aan extra ruimtebeslag voor nieuw bedrijventerrein en nieuwe kantoorlocaties en welk deel van de behoefte kan worden ingevuld met intensivering van de bestaande bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Daarbij moet betrokken worden dat een deel van de bestaande bedrijventerreinen en kantoorlocaties gaat transformeren naar gemengd woon-/werkgebied. Voorzieningen In dit rapport is de toeristische toeslag (= extra draagvlak voorzieningen vanwege toerisme) gekoppeld aan het groeitempo van de drie toekomstscenario’s. Voor scenario 3 geldt daarom (absoluut) een grotere toeristische toeslag dan voor scenario 2 en scenario 3. In overleg met het Kenniscentrum Kusttoerisme kan later uitgezocht worden met welke groei van het aantal toeristen kan worden gerekend, uitgaande van de historische trend en de verwachting voor 225-2050 van dit Kenniscentrum.
Dragende systemen Aanvullend is nader onderzoek nodig naar de effecten van de verschillende scenario’s op de dragende systemen. De scenario’s kunnen worden doorgerekend in het Verkeersmodel Walcheren om de effecten op het wegennet en de benodigde infrastructuur inzichtelijk te maken.
/ 67
Postbus 4175 3006 AD Rotterdam Nederland Watermanweg 44 3067 GG Rotterdam Nederland T 010 453 88 00 F 010 453 07 68 E netherlands@ecorys.com K.v.K. nr. 24316726 W www.ecorys.nl